TS 75 EQ - Zaag op rail FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 75 EQ FESTOOL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TS 75 EQ FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag op rail in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 75 EQ - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 75 EQ van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 75 EQ FESTOOL
| Technische gegevens Vermogen (110 V-versie Toerental (onbelast toerental) Schuine stand Zaagdiepte bij 0° Zaagdiepte bij 45° Afmetingen zaagblad Gewicht machine Beschermingsklasse | TS 75 EBQ/ TS 75 EQ 1600 W 13 A) 1350 - 3550 min-1 0° - 47° 0 - 75 mm 0 - 56 mm 210x2,4x30 mm 6,2 kg |
De aangegeven afbeeldingen staan aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Handleiding, instructies lezen!

Veiligheidsbril dragen.
Conform de bepalingen zijn de machines bestemd voor het zagen van hout, op hout gelijkende materiaalen, gips- en cementge-bonden verzelstoffen en kunststoffen. Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen voor aluminium+kunnen de machines ook voor het zagen van aluminium worden gezruikt.
Er mogen alleen zaagbladen met de volgende eigenschappen worden gebruikt: diameter zaagblad 210 mm; zaagbreedte 2,4 mm tot 2,6 mm; uitboring 30 mm; stambladdikte max. 1,8 mm; geschikt voor een toerental van maximaal 5000min^-1 .
Geen slijpschijven gebruiken.
Festool-elektrogereedschap mag alleen worden ingebouwd in werktafels die hiervoor door Festool bestemd zich. Door inbouw in andere of zelfgemeaakte werktafels kan het elektrogereedschap onveilig worden, met möglichk ernstige ongevallen als gevolg.

Voor schade en oncevalten ten gevolge van Niet-reglementair gebruik is uitsluitend de gebruiker aansprakelijk!
2 Veiligheidsinstructies
2.1 Algemene veriligeidsvoorschriften LET OP! Lees alle veriligeidsvoorschriften en instructies.
Wanner de waarschuwingen en instructies nicht in acht worden genomen, kan dit een elektrische
schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en handlei-dingen om ze later te konnen raadplegen.
Het in de waarschuwingen gebruekte begrip „elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).
2.2 Machinespecifiekeveiligheidsinstructies 1) Zaagmethode
a) GEVAAR: Kom met uw handen Niet in het zaagbereik en raak het zaagblad Niet aan. Houd met uw tweede hand de extra greed of de motorbehuizing vast. Wanner u de cirkel-zaag vasthoudt met beiden handen, können zeniet gewond raken door het zaagblad.
b) Kom Niet met uw handen onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk Niet beschermen gegen het zaagblad.
c) Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er mag minder dan een volledige tandhoogte zichtaar� enonder het werkstuk.
d) Houd het werkstuk dat gezaagd moet worden nooit met de hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van lichaamscontact, beklemming van het zaagblad of controverlies tot een minimum terug te brengen.
e] Houd het apparaat alleen aan de geïsoleerde greepvlakken vast wonneer u werkzaamhedenuitvoert waar bij het snijgereedschap verborgen stroomleidingen of de kabel van het apparaat zich kan raken. Contact met een spanningvoerende leiding zet de metalen onderdelen van het apparaat onder spanning enveroorzaakt een elektrische schok.
f) Gebruik bij het in de lenghte snijden.altijd een aanslag of een geleiderail. Hierdoor wordt de snijnauwkeurigheid verbeterd en de kans op beklemming van het zaagblad verminderd.
g] Gebruik alkijd zaagbladen met de juiste groo- te, die geschikt zijn voor de vorm van de opnameflens (ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lo- pen onregelmatig en leiden tot controverlies.
h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagbladspanflenzen of -schroeven. De zaagblad-spanflenzen en -schroeven zijn special voor uw zaag ontworpen, voor optimale prestaties en gebruiksveiligheid.

Draag een passende persoonlijke veiligheidsuitrusting: gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij werkzaamheden waar bij stof vrijkomt en veiligheidshandschoenen bij het bewerken van ruwe materialen en het wisselen van gereedschap.
2) Terugslagoorzaken en veiligheidsvoorschriften
- een terugslag is de onverwachtte reactie van een hakend, klemmend of verkeerd uitgericht zaagblad, die tot gevolg heeft dat de zaag zich ongecontroleerd van het werkstuk af en in derichting van de gebruiker kan bewegen.
- wonneer het zaagblad zich in de sluitende zaagspleet vasthaakt of klem komt te zitten, raakt het geblokkeerd en worden het apparaat door de kracht van de motor in de richting van de gebruiker teruggeslagen.
- wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd uitergericht, dan kuren de tanden van het achechterste zaagbladgebied zich vasthaken in het oppervlak van het werkstuk, waardoor het zaagblad uit de zaagspleet en terug in de richting van de gebruiker.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de zaag. Dit kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hierna beschreiben.
a) Houd de zaag met beiden handen vast en breng uw armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt weerstaan. Blijf algijd aan de zijkant van het zaagblad en breng het zaagblad nooit in een lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de cirkelzaag maar achteren springen, maar wonneer de juiste maatregelen zichn getroffen kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen.
b) Als het zaagblad beklemd raakt of het zagen om een andere reden worden onderbroken, LASTU de in-/uit-schakelaar los en houdt u de zaag rustig in het materiaal tot het zaagblad volledig stilstaat. Probeer zolang het zaagblad zich beweegt of er een terugslag kan plaatsvinden nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of maar achteren te trekken. Ga na wat de oorzaken zijn van de beklemming van het zaagblad en hef deze op door passende maatregelen te nemen.
c] Wanner u een zaag die in het werkstuk steekt waar wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagspleet en contrôleert u of de zaagtanden Niet in het werkstuk�n blijven haken.
Is het zaagblad beklemd geraakt, dan kan het zich bij het opnieuw starten van de zaag uit het werkstuk bewegen of een terugslag veroorzaken.
d] U dient grote platen te stutten om het risico van een terugslag als gevolg van een beklemd zaagblad te verkleinen. Grote platen können doorbuigen onder hun eigengewicht. Platen dwellen aan beiden kanten, zowel bij de zaagspleet als bij de rand, te worden gestut.
e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerduitgerichte tanden leiden door de te nauwezaagspleet tot een grotere wrijving, beklemming van het zaagblad en terugslag.
f) Draai voor het zagen de snijdiepte- en snijhoekinstallingen vast. Wanner de instellen-genijdens het zagen gewijzigd worden, kan het zaagblad beklemd raken en een terugslag optreden.
g) Wees bijzonder voorzigachtig wonneer u een „invalsnede" in een verborgen gebied, bijv. een bestaande wand,uitvoert. Het invalidende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag peroorzaken.
3) Functie van de beschermkap
a) Controller voor gebruik.altijd of de beschemkap goed sluit. Gebruik de zaag Niet wanner de beschemkap Niet vrij bewogen kan worden en Niet direct sluit. Klem of bind de beschemkap nooit vast; daardoor zou het zaagblad onbeschermd zich. Als de zaag per ongeluk op de grond valt, kan de beschemkap gebogen worden. Zorg ervoor dat de beschemkap vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en -dieptes noch het zaagblad noch andere deel raakt.
b) Controller de toestand en de functie van de veer van de beschemkap. Werken de beschemkap en de veer Niet fouloos, wacht dan met het gebruik van het apparaat. Beschadigde delen, plakkerige afzettingen of ophopingen van spaanders zorgen ervoor dat er bij de werkking van de beschemkap vertraging optreedt.
c) Beveilig bij de "invalzaagsnede", die nicht in een rechte hoek uitgevoerd worden, de grondplaat van de zaag gegen het zijdelings verschuiven. Verschuiven in zijwaartse richting kan ertoe leiden dat het zaagblad beklemd raakt en een terugslag veroorzaakt.
d) Leg de zaag Niet op de werkbank of op de grond zonder dat de beschemkap het zaagblad afdekt. Een onbeschermd, nalopend
zaagblad beweegt de zaag gegen de zaagrichting in en zaagt wat het op zich weg tegenkomt. Houd hierbij rekening met de nalooptijd van de zaag.
4) Functie van de spouwmes
a) Gebruik het voor het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes werkkt,要去 het stamblad van het zaagblad dunner� dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de dikte van het spouwmes bedragen.
b) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in de gebruiksaanwijzing. Een verkeerde sterkte, standen uitlijing+kunnen tot gevolg hebendat de splijtwig een terugslag Niet efectief verhindert.
c) Gebruik de splijtwig algtd, ook bij „invalsnes". De splijtwig worden bij de materiaalinval maar boven gedrukt en veert na de invalid bij hetণ voren schuiven van de cirkelzaag zichstandig in de zaagspleet.
d) De splijtwig kan alleen werken als hij zich in de zaagspleet bevindt. Bij korte snedes kan de splijtwig een terugslag Niet effectiefverhinderen.
e) Gebruik de zaag Niet met een verbogen splijtwig. Door eenkleine storing kan vertraging optreden bij het sluiten van de beschermkap.
2.3 Informatie over geluidsoverlast en trilling
De volgens EN 60745 bepaalde waarden bedragengewoonlijk:
Geluidsdrukniveau 95 dB(A)
Geluidsvermögensniveau 106 dB(A)
Meetonzekerheidstoeslag K = 3 dB

Draag gehoorbescherming!
Totale trillingswaarden (vectorsom van drie rich-tingen) bepaald volgens EN 60745:
Trillingsemissiewaarde (3-assig)
| Zagen van hout: | ah< 2,5 m/s2 |
| Zagen van metaal: | ah< 2,5 m/s2 |
| Onzekerheid | K = 1,5 m/s2 |
De aangegeven emissiewaarden (trilling, geluid) zijn gemeten volgens de testvoorwaarden in EN 60745 en dwellen voor de machinevergelijking. Aan de hand van deze waarden kan ook een voorlopige inschatting van de trillings- en geluidsbelastingijdens het gebruik worden gemaakt.
De aangegeven emissiewaarden gelden voor de belangrijkste toepassingen van het elektrische gereedschap. Wordt het elektrisch gereedschapECHTER voor andere toepassingen of met ander inzetgereedschap gebruikt, of is het onvoldoende
onderhonden, dan kan hierdoor de trillings- en geluidsbelasting gedurende de hele werktijd aanzienlijk worden verhoogd. Met het oog op een vastgelegde werkperiode dienen voor een juiste beoordealing ook de hierin optredende vrijloop- en stilstandtijden van de machine in acht te worden genomen. De belasting over de totale werkperiode kan op deze manier aanzienlijk worden verminderd.
3 Elektrische aansluiting en inbedrijfstelling
! De netspanning dient overeen te komen met de individatie op de kenplaat.
Schakel de machine vór het aansluten of loskoppelen van de aansluiting op het elektriciteitsnet.altijduit!
Zie figuur 2 voor het aansluiten en ontkoppelen van het netsnoer. De schakelaar [1-7] dient als in-/ uitschakelaar (drukken is = AAN, loslaten = UIT). De schakelaar kan pas in werkung worden gesteld nadat de inschakelblokkering [1-8] maar boven is geschoven. Door de inschakelblokkering in werk- king te zetten worden gelijktijdig de invalidvoorzieening ontgrendeld en kan het zaagaggregaat gegen de veerkracht in� beneden worden bewogen. Hierbij komt het zaagblad uit de beschermkap. Bij het optillen van de machine veert het zaagaggregaat weein de oorspronkelijke stand terug.

Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand gegen een werkstuk.
Controleer voor gebruik.altijd of het inbouwapparaat functioneert en neem het alleen in gebruik wanner het functioneert volgens de voorschriften.
4 Installingen aan de machine
! Als aan de machine worden gewerkt, dient.altijd de stekker uit het stopcontact teworden gehaald.
4.1 De elektronica
De TS 75 EBQ/ TS 75 EQ beschikt over een volledige golfelektronica met de volgende kenmerken:
Zachte aanloop
De zachte aanloop zorgt voor een stootvrijne aan-loop van de machine.
Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop [1-5] traploos tussen 1350 en 3550min^-1 worden ingesteld. Hiermee kunt u de freessnelheid van het betreffende materiaal optimaal aanpassen (zie tabel 1).
Constant toerental
Het vooraf ingestelde toerental worden bij onbelast toerental en bij bewerking constant gehonden.
Temperatuurbveiliging
Als bescherming gegen oververhitting worden de machine bij het bereiken van een kritische motortemperatuur door de veiligheidselektronicauitgeschakeld. Na een afkoeltijd van ca. 3-5 minuten is de machine weeber bedrijfsklaar. Bij een draaiende machine (onbelast toerental) neemt de afkoeltijd af.
Stroombegrenzng
De stroombegrenzing zorgt er bij extreme overbelasting voor dat de hoogte van de stroomopname toelaatbaar blijft. Dit kan leiden tot een lager mortoerental. Na ontlasting komt de motor direct weer op toeren.
Rem (TS 75 EBQ)
Bij het uitschakelen worden het zaagblad in 1,5 - 2 seconden elektronisch tot stilstand afgeremd.
4.2 Zaagdiepte
De zaagdiepte kan van 0 - 75 mm worden ingesteld:
- de zaagdiepteaanslag [3-3] indrukken en tot de gewenste zaagdiepte verschuiven (de op de schaal [3-1] aangegeven waarden gelden voor 0^ -zaagsneden zonder geleiderail),
- de zaagdiepteaanslag loslaten (de zaagdiepteaanslag klikt in stappen van 1 mm in).
Het zaagaggregaat kan nu tot de ingestelde zaagdiepte maar beneden worden gedrukt.
In de boring [3-2] van de zaagdiepteaanslag kan een draadpen (M4x8 tot M4x12) worden aangebracht. Door aan de draadpen te draaien kan de zaagdiepte nog exacter (± 0,1mm) worden ingesteld.
4.3 Zaaghoek
Het zaagaggregaat kan:tussen de 0^ en 47^ wor- den gedraaid:
-draaiknoppen [3-4, 3-6] losdraaien,
- zaagaggregaat in de gewenste zaaghoek [3-5] brengen,
-draaiknoppenweer vastdraaien.
Aanwijzing: De beiden eindstanden zijn op de fabriek ingesteld op 0^ en 45^ . Door de beiden schroefdraadpennen [3-7] gegen de klok in te draaien, kan de eindstand van 45^ tot maximaal 47^ worden vergroot.
4.4 Wisselen van het zaagblad
-hendel [4-2] omdraaien tot de aanslag,
- inschakelblokkering [4-1] maar boven draaien
en zaagaggregaat maar beneden drukken tot het inklikt,
-bout [4-4] met de inbussleutel [4-3] losdraaien,
- zaagblad afnemen,
- flenzen [4-8, 4-10] schoonmaken,
- nieuw zaagblad inzetten.

De draairichting van het zaagblad [4-9] en de machine [4-7] dienen overeen te komen!
- buitenste flens [4-10] zo inzetten dat de meeneempennen in de uitsparingen van de binnenste flens [4-8] vrijpen.
- Bout [4-4] vast aandraaien,
-hendel [4-2] terugdraaien.
4.5 splijtwig instellen
-hendel [4-2] tot de aanslag omdraaien,
- inschakelblokkering [4-1]aar boven draaien en zaagaggregaataar beneden drukken tot het inklikt,
-bout [4-6] met inbussleutel [4-3] losdraaien,
- splijtwig volgens afbeelding 4 instellen,
-bout [4-6] vast aandraaien,
-hendel [4-2] terugdraaien.
4.6 Afzuiging

Sluit de machine alteijd aan op een afzui- ging.
Op de draaibare afzuigaansluiting [6-1] kan een Festool-afzuigapparaat met een afzuigslang met een diameter van 36 mm of 27 mm (36 mm aanbevolen wegens het geldere verstoppingsgevaar) worden aangesloten
4.7 Splinterbescherming monteren
Bij 0^ -zaagsneden verbetert de splinterbescherming (accessoires) duidelijk de kwaliteit van de snijrand van het afgezaagde werkstukdeel aan de bovenliggende zichde.
- splinterbescherming [5-1] op de beschemkap bevestigen,
- machine op het werkstuk resp. de geleiderail plaatsen,
- splinterbescherming tot op het werkstuk maar beneden drukken en met de draaiknop [5-2] vastschroeven.
- splinterbescherming inzagen (machine op maxi-male zaagdiepte en toerentaltrap 6).
5

Werken met de machine
Bevestig het werkstuk.altijd zo,dat het tijdens de bewerking Niet kan bewegen.
De machine dient steeds met beiden handen aan de waarvoort bestemde handgrepen [1-1, 1-6] te worden vastgehonden.

De machine alkijd inaar voren bewegen [1-2],in geen geval de machine awhiles maar zich toetakken.

Voorkom oververhitting van de snijkanten van het zaagblad door de snelheid aan te passen en zorg er bij het zagen van kunststof voor dat dit Niet smelt.
5.1 Zagen volgens de afgetekende lijn
De zaagindicatie [6-3] geeft bij 0^ - en 45^ -zaagsneden (zonder geleiderail) het zaagverloop aan.
5.2 Delen afzagen
De machine met het voorste deel van de zaagtafel op het werkstukplaatsen, de machine inschakelen, tot de ingestelde zaagdiepte maar beneden drukken en in de zaagrichting� voren bewegen.
5.3 Delen uitzagen (invalidend zagen)
Om een terugslag te voorkomen dieren bij invalidend zagen de volgende aanwijzingen beslist inRCTAcht te worden genomen:
- De machine dient.altijd met de achterkant van de zaagtafel gegen een vaste aanslag te worden gezet. Bij werkzaamheden met de geleiderail要去 de machine gegen de terugslagstop [7-1] worden gezet, die op de geleiderail worden vastgeklemd (zie afbeelding 7; wordt de geleiderail Niet gebruikt, dan kan de terugslagstop op de geleideplaat [7-2] van de machine worden bewaard).
- De machine dient steeds met beiden handen te worden vastgehouden en slechts langzaam in te vallen.
Handelwijze: de machine op het werkstukplaatsen en gegen de aanslag (terugslagstop) zetten, machine inschakelen, langzaam tot de ingestelde zaagdiepte maar benenden drukken en in de zaagrichting bewegen. De markeringen [6-2]给他们 bij maximale zaagdiepte en gebruik van de geleiderail het voorste en anschterste zaagpunt van het zaagblad ( 0 210 mm) aan.
5.4 Aluminium zagen

Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen:
- Voorschakelen van een differentiaal-(FI) veiligheidsschakelaar.
- Machine aansluiten op een geschikt afzuigapparaat.
- Machine regelmatig ontdoen van stofafzetting in het motorhuis en in de beschermkap.

Veiligheidsbril dragen.
- Aluminium mag alleen met de waarvoor door Festool bestemde speciale zaagbladen worden
gezaagd.
Bij het zagen van platen dienen de zaagbladen met petroleum te worden ingesmeerd, dunwandige profielen (tot 3mm ) können zonder smeren worden bewerkt.
6 Accessoires
De bestelnummers van de hieronder beschreiben accessoires=kunt u vinden in de Festool-catalogus of op het Internet onder „www.festool.com".
6.1 Parallelaanslag, tafelverbreding
Voor het afzagen van delen met een maximale bredte van 180~mm kan een parallelaanslag worden ingezet. De parallelaanslag kan ook als tafelverbreding worden gebruikt.
6.2 Geleidesysteme
De in verschilende lenghtes verkrijgbare geleiderails make prezieze en zuivere zaagsneden möglichk en beschermen tegelijkertijd het werkstukoppervlak gegen beschadigingen. In combinatie met de omvangrijke accessoires+kennen met het geleidesysteme exacte hoekzaagsneden,verstkzaagsneden en inpaswerkzaamheden worden uitgevoerd. De bevestigingsmogelijkheid met behulp van lijmklemmen [6-4] zorgt voor een stevige houvast en voor veilig werken.
De geleidetolerantie van de zaagtafel op de geleiderails kan met de beiden stelklauwen [1-3] worden ingesteld.
De geleiderails beschikken over een splinterbescherming [1-4], die voor het eerste gebruik op maat要去en gesneden:
- toerental van de machine op niveau 6 zetten,
- machine op hetijkenste einde van de geleiderrailplaatsen,
- machine inschakelen, tot de ingestelde zaag diepte maar beneden drukken en de splinterbescherming zonder af te zetten over de gehele lengte aanzagen.
De rand van de splinterbescherming komt nu precies overeen met de snijrand.
6.3 Multifunctionele tafel
Met de multifunctionele tafel MFT/3 kan het werkstuk eenvoudig worden opgespannen en{kunnen groterere en Kleinere werkstukken in combinatie met het geleidesystemeveilig en precies worden bewerkt. Door zicht talrijke gebruiksmogelijk-heden is het möglichk economisch en ergonomisch te werken.
6.4 Zaagbladen, overige accessoires
Om verschillende materialen snel en zuiver te kunden bewerken, besteht Festool special op de machine afgestemde zaagbladen.
De bestelnummers hiervoor, evenals de overige accessoires waardoor u uw Festool-handcirkelzaagmachines op vele manieren en efectief kunt gebruiken, vindt u in de Festool-catalogus of op het Internet onder „www.festool.com".
7

Onderhoud
Voor aanvang van alle werkzaamheden aan de machine要去 absoluter erst de stekker uit het stopcontact worden getrokken!
Machine en ventilatiesleuven algijd schoon houden. Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor de motorbehuizing moet worden geopend, mogen alleen door een daartoe geauthoriseerde serviceworkplaats worden uitgevoerd. Het apparaat is voorzien van zichzelf uitschakelende koolborstels.
Als keine versleten zijn, worden de stroom automatisch onderbroken en komt het apparatusat tot stilstand.
8 Afvalverwijdering
Geef elektrisch gereedschap Niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijk wijze af! Neem waarbij de geldende nationale voorschriften in acht.
Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG dieren oude elektröapparaten geschaden te worden ingezameld en op milieuvriendelijk wijze te worden afgevoerd.
9 Garantie
Voor onsze toestellen verlenen we op materiaal- of productiefouten garantie conform de landspecifieke wettelijke bepalingen, minstens darüber 12 maanden. Binnen de lidstatesen van de EU be
draagt de garantietermijn 24 maanden (bewijs door rekening of afleveringsbewijs). Schade door natuurlijke slijtage, overbelasting, ondeskundige behandeling of schade veroorzaakt door de gebruiker of door gebruik ingaande gegen de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing of schade die bij de aankoop gekend was, blijftuitgesloten van de garantie. Ook schade die is terug te voeren op het gebruik van Niet-originele accessoires en verbruiksmaterialen (bijv. steunschijf) worden nicht in aanmerking genomen. Klachten hunnen alleen aanvaard worden als het toestel in zijn geheel maar de leverancier ofaar een geautoiseerde Festool-onderhoudswerkplaats teruggestuurd worden. Bewaar de gebruiksaanwijzing, veiligheidsvoorschriften, onderdelenlijst en het aankoopbewijs zorgvuldig. Overigens gelden de actuèle garantiebepalingen van de fabrikant.
Opmerking: Vanwege de voortdurende researchen ontwikkelingswerkzaamheden zijn wijzigingen in de hier geveven technische specificatie voorbehonden.
REACH voor producten, accessoires en verbruiksmaterialiaal van Festool
REACH is de sinds 2007 in heel Europa toepasselijkke chemicalienverordering. Wij als „downstreamgebruiker“, dus als fabrikant van producten,+zijn ons bewust van once informatieplicht gegenover once klanten. Om u.altijd over de meest actuelse stand van zaken op de hoogte te houden en over möglichke stoffen van de kandidatenlijst in once producten te informeren, hebben wij de volgende website voor u geopend: www.festool.com/reach
Tabel 1: materiaalgericht zagen - met de juiste snugelheid
| Material | Toerentaltrap | |
| K | Massief hout (hard, zacht) Spaan- en hardvezelplaten Gelaagd hout, meubelplaat, gefineerd en bekleed plaatmaterial | 6 3-6 6 |
| Kunststof, verzeltersterkte kunststof (GFK), papier en weefsel Acrylglas | 3-5 4-5 | |
| AI | Gips- en cementgebonden verzelplaten | 1-3 |
| Aluminiumplaten en -profielen tot 15 mm | 3-6 | |