METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Studiosflits

MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Studiosflits METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL METZ in PDF-formaat.

📄 148 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - page 51
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Studiosflits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL METZ

(Bestellnr. 0005032)

(Bestellnr. 000003762)

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - 1

Batterie-Entsorgung

  1. Veiligheidsaanwijzingen 51
  2. Overzicht van de flitsfuncties 53
  3. Gereedmake van de flitser 54
  4. Voeding 54
    4.1 Werken met het NiMH-accupak 76-56 54
    4.2 Werken met een Power Pack P76 55
  5. Bedieningselementen en aanduidingen.. 55
    5.1 Bedieningselementen en aanduidingen op de lampstaaf 56
    5.2 Bedieningselementen en aanduidingen op de stuurunit 56
  6. Flitsfuncties (Modemenu) 57
    6.1 TTL-flitsfungie 57
    6.2 TTL-flitsfungie met meetflits vooraf 58
    6.3 Automatisch-flitsenfunctie A 58
    6.4 Met de hand in te stellen flitsfungtie M (manual) 58
    6.5 Stroboscoopfunctie 58
  7. Flitsparameters (parametermenu). 59
    7.1 Diafragmawaarde (F). 59
    7.2 Stand van de zoomreflector (Zoom). 60
    7.3 Correctie op de flitsbelichting (EV). 60
    7.4 Lichtgevoeligheid (ISO). 60
    7.5 Met de hand in te stellen deelvermogen (P) 60
    7.6 Stroboscoop aantal flitsen (N) 60
    7.7 Stroboscoop-flitsfrequentie (f) 60
  8. Bijzondere functies (Selectmenu). 60
    8.1 Piepfunctie (Beep) 61
    8.2 Flitsbelichtingstrupie (FB) 61
    8.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) 62
    8.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext) 62
    8.5 Aanpassing aan het opnameformaat (Zoom Size) 62
    8.6 Functie van bediening op afstand (Remote) 63
    8.7 Meter-Feet- omschakeling (m / ft) 63
  9. Zoomstand van de flitsreflector 63

  10. Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting 64

  11. Invulflitsen 64
    11.1 Automatisch TTL-invulflitsen 64
    11.2 Systemespecifiek TTL-invulflitsen 65
    11.3 Automatisch-invulflitsen 65
  12. Indirect flitsen 65
  13. Flitssynchronisatie 65
    13.1 Normale synchronisatie 65
    13.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter 65
    13.3 Synchronisisatie bij lange belichtingen 66
  14. Aanduiding van de reikwijdte 66
    14.1 Automatische aanpassing van de aanduiding van de reikwijdte 66
    14.2 Met de hand aanpassen van de aanduiding van de reikwijdte 66
    14.3 Aanduiding van de reikwijdte in de TTL- en automatisch-flitsenfunctie A. 66
    14.4 Aanduiding van de reikwijdte bij de manual flitsfungtie M. 66
    14.5 Doven van de aanduiding van de reikwijdte 66
  15. Flits vooraf gegen het 'rode-ogeneffect' 67
  16. Autofocus-meetflits 67
  17. Metz-Remote-functie 67
    17.1 Controllerfunctie 68
    17.2 Slave-functie zonder stuurunit 68
    17.3 Slave-functie met stuurunit 69
    17.4 Controle enverandering van het slave-adres 69
  18. Troubleshooting 69
  19. Onderhoud en verzorging 69
  20. Technische gegevens 70
  21. Speciale accessoires 71
    Batterij afvoer 71
    Tabel 1: Richtgetalien bij vol vermogen (P 1/1). 140
    Tabel 2: Flitsduur en deelvermogensstappen. 141
    Tabel 3: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie. 142

Voorwoord

Wij bedanken u, dat u uw keuze op een Metz product hebt latent vallen. Wij zich bij u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten met het in gebruik nemen van uw flitser. Het loontECHTER absolut de moeite eerst de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dán leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan.

Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het einde van deze gebruiksaanwijzing open.

Deze flitser is geschikt voor:

  • alle camera's met flitsschoen met middencontact indien u gebruik maakt van de standardvoet 301;
  • systeemcamera's.

De optimale aanpassing aan uw systemmcamera bereikt u door het gebruik van een SCA-adapter van het systeme SCA 3002 (los verkrijgbaar accessore). Hierbij kan:tussen camera en flitser een digitale overdracht van de geevens plaatsvinden.
Naar keuze kunnen ook SCA-adapters van het systeem 300 (los verkrijgbaar accessaire) aan de flitser worden aangesloten.
Welke adapter u voor uw camera nodig heeft, kut u in de bijgesloten SCA-tabel opzoeken. De tabel geeft ook de afzonderlijke, extra flitsfuncties weeer.

Bij gebruik van een flitskabel, c.q. van de standardvoet 301 mogen op de camera geen belichtingstijden, korte dan de flitssynchronisatie-tijd worden ingesteld (biv. 1/125 s.; zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Alvorens u de standardvoet, een flitskabel, een verbindingskabel of een SCA-adapter op de flitser aanbrengt of ervan af neemt,要去 u de flitser via+zijn hoofdschakelaar uitschakenen!!! Als u de flitser op de camera aansluit,要去e beide apparaten uitgeschakeld zich!

1. Veiligheidsaanwijzingen

  • De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik in de fotografie.
  • Flits nooit vanaf korte afstandrechtstreeks in de ogen! Rechtstreeks in de ogen van personen of dieren flitsen kan leiden tot beschadiging aan het netvlies en daardoor ernstige zichtstoringen veroorzaken - tot blindheid toe!
  • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplos-middelen enz.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
  • Fotografeer nooit berijders van auto, bus of motorfiets, fietsers of treinbestuurdersijdens de rit met een flitser. Door de verblinding kan de berijder een ongeluk krijgen dan wel verooorzaken!
  • Gebruik uitsluitend de in de handleiding aangegeven en toegelaten stroombronnen.
  • Batterijen nicht openen of kortsluiten!
  • Stel de batterijen nooit bloot aan hoge temperaturen zoals intensieve zonnestraling, vuur of dergelijke!
  • Haal lege batterijen onmiddelijk uit het apparaat! Uit verbruike batterijen hunnen chemicalienlekken (het zogenaamde uitlopen) die tot beschadiging van het apparaat leiden!
  • Batterijenmightnietwordonopgeladen!
  • Stel het apparaat Niet bloot aan drup- of spatwater!
  • Bescherm uw flitser gegen große hitte en hoge luchtvochtigkeit! Bewaar hem bijvoirbeeld Niet in het handschoenenvakje van uw auto.
  • Raak na meervoudig flitsen de voorzetschijf Niet aan. Gevaar voor brandwonden!
  • Bij sérieflitsen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden telkens na 20 flitsen een pauze van minstens 10 minutes aanhouden!

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Veiligheidsaanwijzingen - 1

  • Als u de flitser ontsteekt mag er zich geen Licht nicht doorlatend materiaal vlak voor of op het reflectorvenster (flitsvenster) liggen. Het zou vanwege de große energieafgithe kunnen verbranden of er zouden vlekken op het materiaal of het reflectorvenster kunnen ontstaan.
  • Demonteer de flitser Niet! HOOGSPANNING! Reparations können uitsluitend door een geauthoriseerde service worden uitgevoerd.
  • Raak de elektrische contacten van de flitser zich aan.
  • Als het apparaat zo sterk beschadigd is dat het binnenwerk open ligt, mag de flitser Niet meer worden gebruikt. Haal de batterijen eruit!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
  • Ventilatiesleuven en aanzuigopening van de flitser Niet afdekken! Bij wameontwikkeling in de flitser (temperatureen boven ong. 40^ C) schakelt de ingebouwde ventilator zich vanzelf in, om het interieur van het apparatus te koelen!
  • Bij sérieopnamen met volle flitsenergie en korte flitsvolgtijden, worden het venster van de flitskop door de hoge lichtenergie zeer heet, vooral bij zoomstanden van 35mm en minder. De mecablitz beschermt zich gegen oververhitting, doordat de flitsvolgtijd worden verlengd.

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Veiligheidsaanwijzingen - 2

Bij het werkken met een SCA-adapter van het systeme SCA 3002要去 vóor het activeren van een flitsfunctie even kort de ontspankop op de camera aantippen, zodate er een uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitser planta kan vinden.

Bij het werkken met de mecablitz 76MZ-5 digital in combinatie met een SCA-adapter van het systeme SCA 3002, c.q. SCA 300 zijn vele extra flitsfuncties beschikbaar.

De beschikbaarheid hangt wel af van het betreffende camerasystem (camerabrikant), het speciale type camera en de SCA-adapter. Camera en SCA-adapter要去en de flitsfunctie ondersteunen! Nadere details vindt u in de SCA-overzichtstabel, c.q. in de betreffende gebruksaanwijzing van de SCA-adapter.

  1. Overzicht van de flitsfuncties
##-TTL-flitsfungtie (standaard-TTL)
--Flits vooraf ter reductie van het 'rode ogen-effect'
Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
•/•-/--/-Flitsbelichtingstrupjes in de TTL- of de automatisch-flitsenfunctie
--Canon E-TTL - flitsfungtie
--Canon FE opslag van de gemeten waarden
-Nikon matrixgestuurd invulflitsen
--Nikon 3D-multisensor invulflitsen
•/•--Nikon D-TTL / D-TTL-3D - flitsfungtie
•/•--Nikon i-TTL / i-TTL-BL-flitsfungtie
--Nikon opslag van de gemeten waarden van de flitsbelichting
•/•--Minolta ADI-meting / flits vooraf- TTL
•/•--Olympus flits vooraf - TTL / Four Thirds -System
--Sony flits vooraf - TTL
Automatisch-flitsenfungtie
Met de hand in te stellen flitsfungtie met een deel van het vermogen
Stroboscoop-flitsfungtie
•/••/•-/-•Draadloze Metz-Remote-flitsfungtie voor TTL / automatisch-flitsenfungtie
•/••/••/•Controller / Slave - flitsfungtie in de draadloze Metz-Remote-flitsfungtie
--Slave-functie met optische simultaanontsteking via de adapter SCA 3083 digital
--Slave-functie via de SCA 3083 digital met negeren van de meetflits
•/•-/-•-/-•Automatisch of met de hand instellen van de diafragmawaarde
•/•-/-•-/-•Automatisch of met de hand instellen van de ISO-waarde
•/•-/-•-/-•Automatisch of met de hand instellen van de zoomreflector
--Extended zoomfungtie
--Aanpassen aan het opnameformaat
--Sturen van de autofocus-meetflits
-Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker, c.q. het display van de camera
-Aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker, c.q. het display van de camera
•/•-/-•-/-•Automatisch of met de hand in te stellen aanduiding van de flitsreikwijde in m, c.q. ft
-Automatische omschakeling maar de flitsssynchronisatietijd
•/••/••/-Synchronisatie bij het open of zich gaan van de sluiter (REAR; 2nd curtainit))
-Ontsteekturing (AUTO-FLASH)
-Synchronisatie bij lange belichtingstijden (Slow)
•/•-/-•-Pentax contraststuring / Spot-Beam-functie
Instellichtfungtie
Akoestische status-meldingen (Beep - fungtie)
Met de hand in te stellen vergrendeling van de toetsen

3. Gereed make van de flitser

De stuurunit ⑪ van de mecablitz 76 MZ-5 kan alleen met de standardvoet 301 of met een SCA-adapter (los verkrijgbaar accessoire) op de camera worden bevestigd.

De flitser worden vanaf de fabriek afgeleverd met de standardvoet SCA 301 voor eenvoudige flitsssynchronisatie. De belichtingstijd要去aar bij gewiek zich aan, of longer dan, de flitsssynchronisatietijd van de camera (bijv. 1/125 s.; zie de gebruksaanwijzing van de camera).

Montage van de SCA-adapter:

  • Schakel flitser en camera uit!
  • Bij gelebruik van een adapter van het systeme SCA 3002 of 300, het afdekplaatje in het midden vastpakken en uitklikken. (Voor de standardvoet 301要去 het afdekplaatje blijven zitten)
  • Schuif de SCA-adapter tot de aanslag in de stuurunit.

Het aanbrengen van de flitser:

  • Schakel flitser en camera uit!
  • Bevestig de camerabeugel met zijn vastzetschroef in statiefaansluiting van de camera.
  • Druk op de ontgrendeling ⑤ van het occupak en draai het deksel ⑥ waarvan tegen de richting van de wijzers van de klok in, tot de eerste klik.
  • Voer het houderblokje ⑦ van de camerabeugel in de geleidegleuf van de flitser in.
  • Bevestig het houderblokje ⑦ met de klemschroef.
  • Draai het deksel ⑥ van het occupak in de richting van de wijzers van de klok tot het werk vergrendeld is - de rechthoekige nok bedekt dan de opening van de geleidegleuf.
  • Schuif de stuurunit (1) met de opgeschoven SCA-adapter, c.q. standard-voet 301 in de accessoireschoen van de camera en klem hem vast met de kartelmoer.
  • Steek de stekker van de kabel van de stuurunit in de lampstaaf.

Het afnemen van de standardvoet of een SCA-adapter:

  • Schakel flitser en camera uit!
  • Voor het van de lampstaaf afnemen van de kabel van de stuurunit drukt u de ontgrendelknop aan de lampstaaf gegen de stekker van de van de kabel en trekt u hem er tegelijk uit (Afb. 1)
  • Druk de vastzetnok gegen de stuurunit (Afb. 2).
  • Neem de standardvoet 301, c.q. de SCA-adapter af (Afb. 2).

4. Voeding

De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:

  • Metz NiMH-accupak 76-56 (wordt meegeleverd)
  • Power Pack P76 (los verkrijigbaar accessoire)

Dek de ventilatieopeningen en de aanzuigopening voor de ventilator in de reflectorkop Niet af en plank er niets op!

4.1 Werken met het NiMH-accupak 76-56

Voor de eerste ingebruikneming要去h occupak worden geladen. Het occupak kan alleen buiten de flitser worden geladen. Het oplaadapparaat 970 wordt meegeleverd.

De waarschuwingsaanduiding voor de accu verschijnt alleen bij het gebruik van het occupak. Als de accu leeg is knippert de functieaanduiding op de lampstaaf en in het display verschijnt de waarschuwingsaanduiding voor de accu.

Verwisselen en opladen van de accu

  • Schakel flitser en camera uit!
  • Druk op de ontgrendelknop ⑤ op het.accupak,draai het deksel van het occupak ong. 45^ gegen de richting van de wijzers van de klok in, tot het hoorbaar in de tweede klikstand inklikt en neem het uit (Afb.3).
  • Verbind het oplaadapparaat 970 met de aansluiting voor het opladen aan het.accupak en sluit het oplaadapparaat aan op het net.

De oplaadijd bij een geheel leeg occupak bedraagt ont. 2,5研究成果.

accupak slechts gedeeltelijk ontladen is, duurt het opladen overeenkomstig korter. Het oplaadapparaat werkt binnen een spanningsbereik van 100V ... 240 V. Het opladen worden door een microprocessor in het oplaadapparaat gecontroleerd. Als het occupak geheel is opgeladen, worden het opladen automatisch beeindigd en schakelt het oplaadapparaat om maar een onderhoudslading.

Laad het.Accupak alleen op met het originele Metz-oplaadapparaat 970!

  • Voor u het.Accupak in de lampstaaf zet, moet het deksen val het accupak gegenrichting van de wijzers van de klok in, tot de tweeede klikstand worden gedraaid.
  • Bij het inzetten moet de aansluiting voor het opladen van het occupak in de lengterichting van de aluminium rail van de lampstaaf staan.
  • Draai na het inzetten het deksel ⑥ van het occupak in de richting van de wijzers van de klok en vergrendel het.

Kenteken voor een leeg.Accupak:

draai het deksel van het occupak tot de aanslag in de richting van de wijzers van de klok.

Kenteken voor een vol occupak:

draai het deksel van het occupak tot de aanslag gegen de richting van de wijzers van de klok in.

4.2 Werken met een Power Pack P76

Als het beschikbare aantal flitsen en de flitsvolgtijden Niet aan uw gebruidsdoel voldoen, kan de flitser door een Power Pack P76 (los verkrijgbaar accessoire) worden gevoed. Het Power Pack worden met de verbindingskabel V76 (los verkrijgbaar accessoire) aan de flitser aangesloten. Daar bij hoeft er geen.accupak in de lampstaaf te zitten.

Een in de flitser ingezet accurak kan blijven zitten.

Alvorens u een Power Pack, c.q. de verbindingskabel V76 aan de flitser verbindt, moet de hoogdschakelaar 19 van de flitser in de onderste stand (AUS, c.q. OFF) worden geschoven.

De flitser moet dan met de schakelaar op het Power Pack in-, c.q. uitgeschak-keld worden (zie de gebruiksaanwijzing van het Power Pack).

Om de flitser bij het gebruik van een Power Pack te beschemen gegen thermische overbelasting, worden bij extreme belasting de flitsvolgtijd door een bewakingsschakelingaar behoefte verlngd!

Vór het aansluiten of afnemen van de verbindingskabel, c.q. van het Power Pack alle betrokken apparaten uitschakelen!

5. Bedieningselementen en aanduidingen

  • De aanduiding van de flitsparaatheid ⑧ ⑩ Licht op als de flitscondensator opgeladen is en een flits kan worden ontstoken. Bij het werken met een SCA-adapter worden de camera - voorover dat vereist is - automatisch waar de flitsssynchronisatieid omgeschakeld. De aanduiding van de flitsparaatheid vindt op de lampstaaf en op de stuurunit plaat.

  • Met de ontspanknop voor handbediening ⑧ ⑩6 kan, als de flitser opgeladen is, een flits worden ontstoken. In de TTL- en in de manual flitsfunctie wordt waar bij een flits met vol vermogen ontstoken. In de automatisch-flitsenfunctie A, c.q. bij de met de hand in te stellen deelvermogens worden een flits ontstoken, in overeenstemming met de ingestelde parameters (ISO / diafragmawaarde / deelvermogen). Lampstaaf en stuurunit beschikken beiden over een ontspanknop voor handbediening.

Bij de flitsfunctie van de lampstaaf zonder stuurunit worden door het bedieren van de handontspankopnop 16 een adresseringsflits voor het draadloze Metz-Remote-system afgegeven (zie 17).

  • De aanduiding van de belichtingscontrole ⑨ Licht gedurende ont. 3 s. op als in de TTL-, c.q. automatisch-flitsenfunctie de opname correct werd belicht. Bij het werkken met een SCA-adapter vindt, afhankelijk van het type camera, een Dienovereenkomstige aanduiding in de zoeker van de camera, c.q. in het cameradisplay plaats. Bovendien verschijnt dan de aanduiding van de belichtingscontrole in het display van de stuurunit.

5.1 Bedieningselementen en aanduidingen op de lampstaaf

  • Schuif de hoofdschakelaar in de stand ON om de flitser in te schakelen. Als de flitser opgeladen is Licht de aanduiding van flitsparaatheid 8 op. In de onderste stand van de hoofdschakelaar is de flitser uitgeschakeld.
  • Met de schakelaar voor de hulpreflector ④ kan, bijv. voor frontale opheldering bij het indirect flitsen, de hulpreflector ② worden ingeschakeld. Schuif waarvoorde schakelaar ④ in de bovenste stand. Als de hulpreflector teveellicht geeft, dan kan door de schakelaar ④ in de middelste stand te zetten de hoeveelheid Licht tot de helft, c.q. tot een kwart worden verminderd. Een ingeschakelde hulpreflector worden in het display met het symbola aangegeven. In de onderste stand van de schakelaar is de hulpreflectoruitgeschakeld.

Het werken met de hulpreflector is in principe alleen met gezwenkte hoofdreflector, dus bij het indirect flitsen zinvoll! Als de hoofdreflector Niet wordt gezwenkt worden de hulpreflectoraarom Niet geactiveerd en wordt het symbol Niet aangegeven! De onderliggende functies van stroboscoop en Metz-Remote worden door de hulpreflector Niet ondersteund.

  • Met de toets ML ⑤ kan, als de flitser opgeladen is, een instellicht (Modelling-Light, ML) worden afgegeven. Bij dit instellicht gibt het om een stroboscopische flits met hove frequentie. Bij een duur van ont. 4 s. ontstaat de indruk van quasi continulicht. Met dit instellicht kan de lichtverding en de schaduwerking reeds voor de opname worden beoordeeld. Druk voor het ontsteken van het instellicht gedurende ont. 2 s. op de toets ML ⑤. In het draadloze Metz-Remote-system wordt door het ontsteken van het instellicht op de controllerflitser ook het instellicht van alle slave-flitsers die van een instellichfunctie zijn voorzien, ontstoken.
  • Met de schakelaar LOCK 18 kunnen de toetsen van de stuurunit gegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Schuif voor het vergrendelen van de toetsen de schakelaar 18 in zijn bovenste stand (LOCK). In het display worden dan het symbol O-m aangegeven. Voor het ontgrendelen van de toetsen schuift u de schakelaar 18 in zijn onderste stand.

De ontspanknoppen voor handbediening ⑧ op de lampstaaf en de stuurunit, alsmede de toets ML ⑤ worden Niet meevergrendeld!

5.2 Bedieningselementen en aanduidingen op de stuurunit

De vier toetsen van de stuurunit hebben elk een verschillende functie. De eraan toegekende functie worden waar bijrecht boven de toets in het display van de stuurunit aangegeven.

Bij de eerste druk op de toets worden eerst de verlichting in het display van de stuurunit voor ong. 10 s. ingeschakeld. Bij elke keer dat u weer op een toets drukt, worden die tijd verlangd en worden de betreffende functie aangestuurd, c.q. geactiveerd.

Door op de toets te drukken worden de flitsfungtie (TTL, automatisch-flitsen A, manual M, stroboscoop enz.) uitgekozen. Afhankelijk van de flitsfungtie konnen dan de verschillende flitsparameters (bijv. diafragmawaarde, zoomstand van de reflector, correctiewaarde op de flitsbelichting, deelvermogen, ISO-waarde, stroboscoopfrequentie enz.), c.q. extra bijzondere functies ingesteld worden.

Verklaring van de toetsen:

Toets 'Mode' Menu oproepen en flitsfunctie instellen (Modemenu).

Toets 'Para' Flitsparameters oproepen en instelleningen bijv. diafragmawarde, ISO enz. veranderen (Parametermenu).

Toets 'SEL' Bijzondere functies opropen en instellen (keuzemenu).

Toets 'Set' Settoets voor het bevestigen van de keuze van een bijzondere functie

Toets Ontspanknop voor handbediening ⑧ . Proefflits ontsteken.

Toets Returntoets voor het bevestigen van de instellenen.

Toetsen UP / DOWN - toetsen voor het navigeren in een menu.

Toetsen + - PLUS / MINUS - toetsen voor het veranderen van de instelwaarden.

In het display van de stuurunit konnen de volgende parameters worden aangegeven:

flitsfungtie, flitsparameters, reikwijdte en de geactiveerde, bijzondere functies. De telkens actuele omvang van de aanduidingen aan symbolen hangt af van de gekozen flitsfungtie, het type camera en de SCA-adapter, c.q. standardvoet 301.

6. Flitsfuncties (Modemenu)

De flitser ondersteunt de flitsfuncties TTL, automatisch-flitsen A, manual M en stroboscoop.

Bij het werknen met een SCA-adapter van het systeme SCA 3002 worden, afhankelijk van het camerasystem (fabrikant) en type camera, extra flitsfuncties ondersteund. Deze{kunnen in het Modemenu uitgekozen, c.q. geactiveerd worden.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode' (flitsfungtie), dat in het display 'Mode' worden aangegeven.
  • Stel, met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste flitsfungtie (TTL, automatisch-flitsen A, manual M, enz.) in. De gekozen flitsfungtie verschijnt hierbij in een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakeltteringuargnadernormale aanduidingen. Als uiet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong.5s.automatischnaardernormaleaanduidingenterug.

Alle flitsfuncties, behalte 'Remote', worden ook door de hulpreflector van de flitser ondtertsteund.

Flitsfungtie met de standardvoet 301, c.q. een SCA-adapter van het systeme SCA 300

De flitsparameters voor ISO, diafragmawaaarde en brandpuntsafstand van het objectief, c.q. de reflectorstand要去en met de hand op de stuurunit van de flitser worden ingesteld (zie 7).

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de stuurunit worden in

overeenstemming met de ingestelde flitsparameters aangegeven.

Flitsfungtie met een SCA-adapter van het systeme SCA 3002

De flitsparameters voor ISO, diafragmawaarde en brandpuntsafstand van het objectief, c.q. de reflectorstand worden automatisch ingesteld als de camera de betreffende gegevensaar de flitser overdraagt (zie de gebruik-saanwijzingen van camera en SCA-adapter ).

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de stuurunit vindt in overeenstemming met de door de camera overgebrachte flitsparameters plaats.

Voorzover de camera een of meerde flitsparameters Niet overdraagt,要去en deze met de hand op de stuurunit worden ingesteld (zie 7).

6.1 TTL-flitsfunctie

De TTL-flitsfungtie is alleen möglich als camera en SCA-adapter de TTL-flitsfungtie ondersteunen (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter)!

In de TTL-flitsfungtie (standaard-TTL) meet een sensor in de camera door het objectief Been (TTL = Through The Lens) het door het onderwerp gereflecteerde Licht. Daardoor worden bij delichtmeting bijv. ook de vertragingsfactor van voor het objectief geplaatste filters en de exacte beelduitsnede in acheitgenomen. Zodra de flitser voldoende Licht haeft afgegeven schakelt de belichtingsautomatiek in de camera via de SCA-adapter de flitser uit.

  • In het display kan de max. reikwijdte van het flitslicht worden afgelezen. De korte ste flitsafstand bedraagt ont. 10% van de maximale reikwijdte. Het onderwerp zou zich ongeveer in het middelste derde deel van de aangegeven reikwijdte要去en bevinden, zodat de elektronica voldoende spelruimte voor een goede belichting worden geboden.

Voor het functioneren van de TTL-flitsfunctie zijn de instellenen van ISO en diafragmawaarde van geen belong! Als de diafragma- en ISO-waarden correct ingesteld zich, worden in het display de correcte, maximale reikwijde aangegeven.

Zie voor de instelleningen hoofdstuk 6. "Het instelleningen".

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - TTL-flitsfunctie - 1

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - TTL-flitsfunctie - 2

6.2 TTL-flitsfunctionie metmeetflits vooraf

De TTL-flitsfungtie met meetflits vooraf is een geavanceerde doordontwikkeling op de standardd TTL-flitsfungtie. Hierbij worden met behulp van een of meer-dere flitsen, voorafgaand aan de eigenlijke flitsbelichting, de reflecterende eigenschappen van het onderwerp bepaald en door de elektronica in de camera gevalueerd. Bovendien kannen de afstandsgegevens vanuit het AF-systemeum van de camera in acht worden genomen. De regeling van het flitslicht worden door de belichtingsautomatiek van de camera via een adapter van het systeme SCA 3002 uitgevoerd.

Afhankelijk van het camerasystem (fabrikant) en type camera zijn de verschillende technieken van de geavanceerde TTL-flitsfuncties met meetflits vooraf, verschillend.

De möglichke flitsfuncties worden bovendien in het menu 'Mode' aangegeven en+kunnen daarin worden geactiveerd.

Voorbeeld:

CamerasystemFlitstechniekAanduidingen in het display
Canon met SCA 3102E-TTLE TL
Olympus met SCA 3202TTL met flits voorafTL
Konica-Minolta met SCA 3302ADI-meting / TTL-met flits voorafTL
Nikon met SCA 3402i-TTLTL
i-TTL-BLTL BL
D-TTLTL
D-TTL-3DTL BL
3D-Multisensor-invilflitsenTL BL

Veel digitale camera's ondersteunen alleen de TTL-flitsfungtie met meetflits vooraf (bijv. Canon E-TTL, Minolta ADI, Nikon D-TTL, Nikon iTTL enz.). De standard TTL-flitsfungtie worden door deze camera's nicht ondersteund. Zie voor nadere details de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 6. "Het instellen".

6.3 Automatisch-flitsenfunctie A

In de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor 10 in de stuurunit van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde Licht. De fotosensor 10 heeft een meethoek van ong. 25^ en meet alleen tijdens de eigenlijke flits. Zodra de flitser voldoende flitslicht haeft uitgestaald schakelt de belichtingsautomatiek van de flitser het flitslicht uit. De fotosensor要去 hiervoor wel op het onderwerp gericht staan.

In het display wordt de maximale reikwijdte aangegeven. De kortste flitsafstand bedraagt ont. 10% van de maximale reikwijdte. Het onderwerp zou zich ongeveer in het middelsteerde deel van de aangegeven reikwijdte要去en bevinden, zodat de elektronica voldoende spelruimte voor een goede belichting worden geboden.

Sommige camera's ondersteunen de automatisch-flitsenfunctie Niet als de flitser van een adapter van het system SCA 3002 is voorzien. Gebruik in die geallen de standardvoet 301.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 6. "Het instellen".

6.4 Met de hand in te stellen flitsfungtie M (manual)

In de met de hand in te stellen flitsfungtie M (manual) geeft de flitser een nichtgeregelde flits met volle energia af voorzover er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opnamesituatie kan bijv. door de instelling van de diafragmawaaarde op de camera of door het kiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen gebeuren.

In het display wordt de afstand aangegeven die aangehouden要去 worden om het onderwerp correct te belachten.

Sommige camera's ondersteunen de manual flitsfungtie M Niet als de flitser voorzien is van een adapter van het system SCA 3002 is voorzien. Gebruik in die gevallen de standardvoet 301.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 6. "Het instellen".

6.5 Stroboscoopfunctie 111

De stroboscoopfunctie is een manual flitsfungtie. Hierbij hunnen voor een opname meerdere flitsbelichtingen worden gemaakt. Dat is vooral interestant

bij bewegingsstudies en effectopnamen (afb. 7). Bij de stroboscoopunctie worden meerdere flitsen in een bepaalde flitsfrequentie afgegeben. De functie is waarom alleen met een deelvermogen van max. 1/4 of minder te realiseren.

Voor een stroboscoopopname kan de flitsfrequentie (aantal flitsen per seconde) van 1 ... 50 Hz in stappen van 1 Hz en een totaal aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen (zie 7).

Het maximaal möglichke deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. Het is affankelijk van de ingestelde ISO- en de diafragma-waarde. U kunt voor het verkrijgen van een korte flitsduur het deelvermogen met de hand op een minimumwaarde van 1/256 instellen.

In het display wordt de bij de ingestelde parameters geldende afstand aan gegeven. Door het veranderen van de diafragmawaarde of het deelvermoen kan de aangegeven afstandswaarde worden aangepast aan de flitsafstand tot het onderwerp.

In de stroboscoopfunctie worden geen diafragma- en ISO-waarden in het display aangegeven! Bij ingeschakelde hulpreflector is geen stroboscoopfunctie möglichk.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 6. "Het instellen".

7. Flitsparameters (parametermenu)

Voor het correct functioneren van de flitser is het een vereiste dat verschillende flitsparameters zoals bijv. de zoomstand van de flitsreflector, diafragma-waarde,lichtgevoeligheid ISO enz. aan de instellenen van de camera worden aangepast.

Bij het werk met de standardvoet 301, c.q. een SCA-adapter van het systeme SCA 300要去en de flitsparameters met de hand worden ingesteld. Bij het werk met een SCAadapter van het systeme SCA 3002 worden de flitsparameters automatisch ingesteld als de camera de betreffende gegevens aan de flitser heeft doorgegeven (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter). Voor de automatische overdracht van gegevens要去 de combinatie van camera, flitser en SCA-adapter gemonteerd en ingeschakeld

zijn. Bovendien moet er een uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser hebbenplaatsgevonden. Daarvoor is het voldoende de ontspanknop op de camera even aan te tippen.

In het display worden de maximale reikwijdte in overeenstemming met de ingestelde parameters aangegeven.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (zie hieronder) worden aangegeven.
  • Met de PLUS / MINUS -toetsen stelt u dan de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt terug waar de normale weergave. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 s. terug� aan de normale weergave.

Bij automatische instelling van de flitsparameters met een SCA-adpter van het systeem SCA 3002+kunnen verschillende flitsparameters(bijv. diafragmawarde en ISO) Niet met de hand worden veranderd!

7.1 Diafragmawaarde (F)

Als er geen digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitser heeft
plaatsgevonden (bijv. bij gebruik van een adapter van het systeme SCA 300
of de standardvoet 301) moeten de diafragmawaarden (F) van 1,0 tot 45
(bij ISO 100) in afstanden van hele stops met de hand worden ingesteld.
Voor de functie van automatisch-flitsen A en de manual flitsfunctie M要去en
camera en flitser opdezelfde diafragmawaarde worden ingesteld.

Voor de TTL-flitsfungtie is het instellen van de diafragmawaarde op de flitser alleen voor het correct weergeven van de reikwijde, beschert Niet voor het correct functioneren vereist!

Bij de digitale overdracht van gegevens:tussen camera en flitser kunnen ook tussenwaarden automatisch worden ingesteld.

^业 Afhankelijk van het type camera en SCA-adapter (system SCA 3002) wordt de diafragmawaarde nicht in het display aangegeven! Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

7.2 Stand van de zoomreflector (Zoom)

Als er geen digitale overdrecht van gegevensussen camera en flitser heeftplaatsgevonden (bijv. bij gebruik van een adapter van het system SCA 300 of de standardvoet 301) können, c.q.要去en de reflectorstanden

24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 mm)

worden ingesteld. In het display worden dan M-Zoom aangegeven.

Bij de digitale overdracht van gegevens tussen camera en flitser worden de reflectorstand automatisch ingesteld. In het display worden dan A-Zoom aangegeven.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Stand van de zoomreflector (Zoom) - 1

7.3 Correctie op de flitsbelichting (EV)

Bij sterke verschillen in helderheid:tussen onderwerp en achtergrund kan een met de hand in te stellen correctiewaarde (EV) vereist zich.

Instelbaar zijn correctiewaarden van -3 diafragmawaaarden (EV) tot +3 diafragmawaaarden (EV) in stappen van eenderde diafragmawaarde (zie ook 10).

Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

Als er geen digitale overdracht van gegevens:tussen camera en flitser heeft plaatsegovonden (bijv. bij gebruik van een adapter van het system SCA 300 of de standardvoet 301) kuren, c.q.要去en de ISO-waarden voor de lichtgeeloigheid van 6 tot 6400 met de hand worden ingesteld.

Voor de functie van automatisch-flitsen A en de manual flitsfunctie M要去en camera en flitser opdezelfde ISO-waarde ingesteld worden.

Voor de TTL-flitsfungtie is het instellen van de ISO-waarde op de flitser alleen voor het correct weergeven van de reikwijdte,ECHTER NIET voor het correct functioneren vereist!

U3 Afhankelijk van het type camera en SCA-adapter (systeme SCA 3002) worden de ISO-waarde nicht in het display aangegeven!

Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

7.5 Met de hand in te stellen deelvermogen (P)

Bij het flitsen met handinstelling (manual) M en de stroboscoopfunctie is het vermogen van de flitser door het instellen van een deel van het totale flitsvermogen (deelvermogen) P aan te passen aan de opnamesituatie.

Het instelbereik loopt in de manual flitsfungtie M van P 1/1 (vol vermogen) tot P 1/256 in stappen van een derde. In de stroboscoopfungtie past het maximaal in te stellen flitsvermogen zich aan de ingestelde flitsparameters aan.

In de stroboscoopfunctie is het met de hand verlagen van het flitsvermogen alleen in hele stappen möglichk!

Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

7.6 Stroboscoop aantal flitsen (N)

In de stroboscoopfunctie kan het aantal flitsen (N) per opname worden ingesteld.

Het+aantal flitsen is per stuk van 1 tot 50 flitsen in te stellen. Het maximale, met de hand in te stellen flitsvermogen worden aanomatisch op aangepast.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

7.7 Stroboscoop-flitsfrequentie (f)

In de stroboscoopfunctie kan de flitsfrequentie (f) worden ingesteld. De flitsfrequentie geeft het aantal flitsen per seconde aan.

De flitsfrequentie is in hele stappen van 1 tot 50 in te stellen. Het maximale, met de hand in te stellen flitsvermogen worden waar automatisch op aangepast.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 7. "Het instellen".

8. Bijzondere functies (Selectmenu)

De bijzondere functies worden met de toets 'Sel' (Select) gekozen.

Aflhankelijk van het camerasystem (camerafabrikant), type camera en SCA-adapter staan verschillende bijzondere functies ter keuze.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven;
  • met de Up / Down-toetsen het gewenste menupunt, c.q. de bijzondere functie kiezen. Het gekozen menupunt worden.daar bij gegen een donker balkje aangegeven;
  • druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de keuze van de bijzondere functie;
  • met de Up / Down-toetsen de gewenste instellingkiezen. Deinstling treedt onmiddelijk in werkig;
  • druk zo vaak op de toets 'Return', dat in het display de normale aanduidingen verschijnen. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 s. terug maar de normale weergave.

8.1 Piepfunctie (Beep)

Met de piepfunctie kan de gebruiker zich enkele functies van de flitser akoe-stisch latent melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op+zijn onderwarp concentreren en hoeft hij Niet op de optische statusaanduidingen te let-ten!

De piepfunctie meldt akoestisch het bereiken van de flitsparaatheid, een correkte flitsbelichting of een fouit in de bediening.

Akoestische melding na het inschakenen van de flitser:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie na het inschakelen geeft aan dat de flitser maar is voor opname.

Piepsignalen na de opname:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie, direct na de opname geeft aan dat de opname correct belicht werden en de flitser waar paraat is. Als het piepsignal niet direct na de opname klinkt, dan werk de opname onderbelicht.
  • Een intermitterend piepsignaal, direct na de opname, is het teken voor een correct belichte opname waar bij de flitser beschit hier net onmiddelijk weer

paraat is voor een volgende opname. Die ontstaat pas nadat er weeer een continu piepje (ong. 2 s.) heeft geklonken.

Piepsignalen bij de instellingen in de automatisch-flitsenfunctie A:

  • Er klinkt een kort piepsignaal als alarm in de automatisch-flitsenfunctie de diafraAGMA- en ISO-instellenen tot het overschrijden van het toelaatbare regelbereik van de flits zou leiden. Het automatiekdiafraAGMA worden automatisch maar de dichtsbij gelegen waarde verandered.

Bij ingeschakelde Beep-functie worden in het display bovendien het symbool aangegeven.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 8. „Het instellen".

8.2 Flitsbelichtingstrupje (FB)

In de flitsfuncties TTL en automatisch-flitsen A kan automatisch een flitsbelich- tingstruppe (Flash-Bracketing FB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrupje bestaat ut drie oepenvolgende flitsopnamen met elk een andere correctie op de flitsbelichting.

Bij het instellen van een flitsbelichtingstrapje worden in het display 'FB' en de correctiewaarde aangegeven. De möglichke correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 stops in derden van stops.

Bij de aanduiding 'FB O' is het flitsbelichtingstrapje gedeactiveerd.

  • De eerste opname worden zonder correctiewaarde uitgevoerd. In het display worden bovendien 'FB1' aangegeven;
  • de Tweede opname vindt plaats met een minuscorrectie. In het display worden bovendien 'FB2' en de minuscorrectiewaarde (EV) aangegeven;
  • de derde opname vindt plaats met een pluscorrectie. In het display worden bovendien 'FB3' en de pluscorrectiewaarde (EV) aangegeven;
  • na de derde opname worden het makeen van een flitsbelichtingstripje automatisch uitgeschakeld. De aanduiding 'FB' in het display dooft.

Flitsbelichtingstrupje in de TTL-flitsfungtie

Een flitsbelichtingstripje in de TTL-flitsfunctie kan alleen worden uitgevoerd als de flitser met een geschichte adapter van het system SCA 3002 is uitge

rust en de camera een met de hand in te stellen belichtingscorrectie op de flitser ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adap-ter)! Zo Niet, dan worden de opnamen zonder correctiewarden uitgevoerd!

Flitsbelichtingstrupie in de automatisch-flitsenfunctie A

Voor een flitsbelichtingstrapje in de automatisch-flitsenfunctie A is het utrusten van de flitser met de standardvoet 301 reeds voldoende.

Bij sommige camera's is de automatisch-flitsenfunctie A nicht möglich als de flitser is voorzien van een adapter van het system SCA 3002 (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter)! Gebruik in die gevallen de standardvoet 301 in planta van de SCA-adapter!

Zie voor de instellenen hoofdstuk 8. "Het instellen".

8.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)

Bij de normale synchronisatie worden de flits ontstoken zodia de sluiter van de camera geheel open staat (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Dit is de standardfunctie die op alle camera's kan worden uitgevoerd.

Bij het werken met een SCA-adapter ondersteunen veel camera's de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR, 2nd curtain). Hierbij worden de flitser pas gegen het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit zorgt bij langere belichtingstijden (>1/30 s) en bewegendelichtbronnen voor een 'natuurlijker' weergave van de opnamesituatie. De Lichtsporen ijlen in de opname dan delichtbron achterna. De instelling moet op de camera plaatsvinden, zichoor details de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter.

  • Bij de instelling 'REAR ON' vindt de synchronisatieplaats bij het richtgaan van de sluiter.
  • Bij de instelling 'REAR OFF' is de normale synchronisatie ingesteld.
    De REAR-functie kan alleen bij het werkken met een waarvoort geschikte camera en een SCA-adapter van het systeme SCA 3002 gekozen en ingesteld worden (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter)!

Zie voor de instellenen hoofdstuk 8. "Het instellen".

8.4 Extended-zoomfungtie (Zoom Ext)

Bij de extended-zoomfunctie worden de verlichtingshoek van de reflector een stap groter gezet dan voor de brandpuntsafstand van het objctief op de camera nodig zou zich. De waaruit resulterende, bredere verlichting zorgt in ruimten voor extra strooollicht (reflecties) waardoor het flitsverlichting iets zachter van karakter worden.

Voorbeeld:

De brandpuntsafstand van het objectief op de camera f is 50~mm . In de extended-zoomfunctie stuart de flitser de stand van de reflector aan waar f = 35mm . In het display blijt 50~mm aangegeven staan.

  • Bij de aanduiding 'Ext ON' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'Ext OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.

Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie voor objectieven vanaf f = 28 mm (kleinbeeldformaat) worden ondersteund. De flitser要去en een geschikte SCA-adapter van het systeem SCA 3002 voorzien en de camera要去 de gegevens van de brandpuntsaftstand van het objctief aan de flitser doorgenveen.

Na het activeren van de extended-zoomfunctie worden in het display naast de brandpuntsafstand E-Zoom aangegeven.

Zie voor de instelleningen hoofdstuk 8. "Het instellen".

8.5 Aanpassing aan het opnameformataat (Zoom Size)

Bij het werkken met een digitale camera met een geschikte SCA-adapter van het systeme SCA 3002 kan de aanduiding voor de reflectorstand worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (afmetingen van het opname-element).

  • Bij de aanduiding 'Size ON' is de aanpassing aan het opnameformaat geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'Size OFF' is de aanpassing aan het opnameformaat gedeactiveerd.

Na het activeren van de aanpassing aan het opnameformaat worden in het display naast de brandpuntsafstand 'S-Zoom' aangegeven.

Nadere details vindt u in de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 8. „Het instellen".

8.6 Functie van bediening op afstand (Remote)

Met deze bijzondere functie kan de flitser als controller of als slave (slaaf) in de draadloze Metz-Remote-functie worden geactiveerd. Hier zijn de volgende instelleningen bij möglichk:

Remote OFF
- Remote Co1; de flitser werkdt als controller met adres 1.
- Remote Co2; de flitser werkkt als controller met adres 2.

Als de controllerfunctie is geactiveerd, knippert onder de aanduiding van de flitsfunctie het symbol Co.

Bij het werkken met stuurunit en slave-adapter SCA 3083 digital zijn boven-dien de volgende instellenen möglichk:

  • Remote SL1; de flitser werkkt als scaaffflitser met adres 1;
  • Remote SL2; de flitser werkkt als slaafflitser met adres 2.

Als de slaaffunctie is geactiveerd, knippert onder de aanduiding van de flits- functione het symbool SL.

Om de slaaffunctie uit te kuren voeren,要去 de flitser in de TTL-flits-functie worden geschakeld (zie 6)!

Nadere details omtrent de draadloze Metz-Remote-functionie vindt u in hoofd-stuk 17.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 8. „Het instellen".

8.7 Meter - Feet - omschakeling (m / ft)

De aanduiding voor de reikwijdte in het van de flitser kan maar keuze in meters m of in feet ftplaatsvinden. De instelling vindt in het menupunt m / ft plaats.

Zie voor de instellenen hoofdstuk 8. „Het instellen".

9. Zoomstand van de flitsreflector

De zoomstand van de reflector kan worden aangepast aan de brandpuntsafstanden van het objectief op de camera vanaf f = 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 mm). Voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 20 mm kan de meegeleverde groothoekdiffusor worden gebruikt.

De volgende zoomstanden zijn beschikkaar:

24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (overeenkomstig Kleinbeeldformaat 24 x 36 mm)

Bij gebruik van de groothoekdiffusor要去 de zoomreflector zich in de stand 24 mm bevinden!

Automatisch aanpassen van de zoomstand

Als de flitser is voorzien van een SCA-adapter van het systeme SCA 3002 engebrukt worden met een camera die de gevevens van de brandpuntsafstand van het objectief aan de flitser doorgeeft, past de zoomstand van zijn reflector zich automatisch aan die brandpuntsafstand aan. In het display van de flitser worden A-Zoom en de zoomstand van de reflector (in mm) aangegeven.

Met de hand aanpassen van de zoomstand

Wordt de flitser gebrukt met een SCA-adapter van het systeme SCA 300, de standardvoet 301 of met een camera die Niet de mogelijkheid tot het doorgveen van de brandpuntsafstand van het objectief heeft, moet de zoomstand van de reflector met de hand worden ingesteld. In het display worden dan M-Zoom aangegeven.

Als u een zoomobjectief gebruikt en Niet persé altoj het volle richtge-tal en de volle reikwijdtte van de flitser nodig heeft, kut u de stand van de zoomreflector op de kortste brandpuntsafstand van het zoom-objectief latent staan. Daarmee heeft u de garantie dat uw onderwerp altoj volledig worden uitgelicht. U bespaart zich daarmee ook de moeite de reflector steeds aan de brandpuntsafstand van het objectief te要去en aanpassen.

Voorbeeld:

U gebruikt een zoomobjectief met de brandpuntsafstanden van 35 tot 105 mm. In dat geval stelt u de zoomstand van de reflector gewoon in op 35 mm!

Met de hand verstellen van de zoomstand bij A-Zoom

De zoomstand van de reflector kan ook bij het werkken van de flitser met een adapter van het system SCA 3002 en een camera die gegevens doorgeft, worden veranderd om bijv. bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. hot-spot enz.):

Na het opslaan wordt in het display M-Zoom aangegeven.

Terugzellen maar de A-zooffunctie

  • Tip de ontspanknop op de camera even aan zodate er een uitwisseling van gegevensCUSSEN flitser en camera kanplaatsvinden.
  • Verander de zoomstand zo vaak, dat in het display A-Zoom worden aangegeven.

10. Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting

De belichtingsautomatiek van de flitser en de meeste camera's is afgestemd op een reflectiegraad van zo'n 25% (gemiddelde reflectiegraad van te flitsen onderwerpen). Een donkere achtergrund die veel Licht absorbeert of een lichte achtergrund die sterk reflecteert (bijv. bij gegenlichtopnamen), hunnen leiden tot over-, c.q. onderbelichting van het onderwerp.

Om bovengenoemd effect te compenseren kan de flitsbelichting via een met de hand in te stellen correctiewaarde aan de opnamesituatie worden aangepast. De grootte van deze correctiewaarde:tussen hangt af van het contrast tussen onderwerp en achtergrund!

Op de flitser kunnen in de TTL-flitsfungtie en in de functie van automatisch-flitsen A met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van-3 EV (diafragmawaarden) tot +3 EV (diafragmawaarden) in stappen van een derde EV worden ingesteld.

De meeste camera's hebben een instelmogelijkheid voor belichtingscorrecties die ook bij de TTL-flitsfunctie te gebruiken is. Let hiervoor op de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzingen van uw camera.

Donker onderwerp gegen een lichte achtergrond:

positieve correctiewaarde (ongeveer + 1 tot +2 stops EV).

Licht onderwerp gegen een donkere achtergrond:

Negativcve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 stops EV).

Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijd te van het flitslicht in het display van de flitser zich aanpassen aan de correctiewaarde en dus veranderen (afhankelijk van type camera en SCA-adapter).

Een met de hand in te stellen correctiewaarde in de TTL-flitsfunctie kan alleen danplaatsvinden als camera en SCA-adapter (alleen systeme SCA 3002) deze functie ondersteunen (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter)! Als camera en SCA-adapter deze functie Niet ondersteunen za de ingestelde correctiewaarde nicht in werk-king treden.

Bij sommige types camera要去 de met de hand in te stellen correctiewaarde op de flitsbelichting op de camera worden ingesteld. In het display van de flitser worden dan geen correctiewaarde aangegeven.

11. Invulflitsen (Afb. 5 en 6)

De flitser kan ook gebruukt worden voor invulflitsen bij daglicht, bijv. om schaduwen weg te werkden en ook bij gegenlichtopnamen een uitgebalancere de belichting te verkrijgen. Hiervoor sunt uuit een aantal möglichkheden kiezen.

11.1 Automatisch TTL-invulflitsen

Bij de meeste types camera worden bij daglicht geheel automatisch, bij automatisch-geprogrammeerde belichting 'P' en de onderwerpsprogramma's, de involflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Met de involflitskestu lastige schaduwen wegwerken en bij gegenlicht een uitgebalanceerde belichting tussen onderwerp en ache tergrund verkrijgen. Een computergestuurd meetsystem in de camera zorgt voor de geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen. Een aandui-ding op de flitser voor de automatische TTL-invflitsfunctie vindt Niet plaats, er hoeft ook niets voor te worden ingesteld.

Let er op, dat de bron van het gegenlicht nichtrecht in het objectief schijnt. Het TTL-meetsystem van de camera zou daardoor misleid konnen worden!

11.2 Systemespecifiek TTL-invulflitsen

Afhankelijk van het camerasystem (fabrikant) beschikken sommige types camera over systemdspecifieke sturingen voor de TTL-invulflits. Deze要去en ofwel op de camera zelf, dan wel op de flitser worden geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter).

Het activeren op de flitser moet in het menu 'Mode' geleuren en kan alleen danplaatsvinden als camera en SCA-adapter de betreffende sturing van de involflits ondersteunen!

NIKON

Verschillende Nikon-camera's ondersteunen samen met de adapter SCA 3402 en de mecablitz 76 MZ5 digital de matrixgusturde TTL-invulflitsfunc-tie BL, c.q. de 3DMultisensor-invulflits BL.

Let er op, dat op sommige camera's bepaalde sturingen van de invulflits Niet te activeren zich als op de camera de 'SPOT-meting (belichtingssturing) is geactiveerd, c.q. bij het kiezen van de SPOT-meting de betreffende sturing van de invulflits automatisch gedeactiveerd worden!

11.3 Automatisch-invulflitsen

Bij het invulflitten worden op de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A een correctiewaarde van ong. -1 EV ... -2 EV voor de fluitsbelichting ingesteld (zie 7.3). Daardoor ontstaat bij de opname een natuurlijk werkend genuancaerd invuleffect voor de schaduwpartijen.

12. Indirect flitsen

Door indirect te flitsen worden het onderwerp zachter verlicht en de nadrukkelijke schaduworming verminderd. Bovendien worden de natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- maarchytergrund verminderd.

Voor indirect flitsen kan de hoofdreflector ① van de flitser horizontally en verticaal worden gezwenkt. Om kleurzwemen gegen te gaan要去 het refleterende vlak neutraal van kleur, c.q. wit zich. Voor frontale opheldering kan als extra de hulpreflector ② via de schakelaar ④ worden geactiveerd (zie 5.1).

Let er bij het verticaal zwenken van de reflector op, dat hij ver genoeg wordt gezwenkt, zodate er geen flitslicht uit de reflectormeerrechtstreeks op het onderwerp kan vallen. Zwenk hem.daarom tot minstens de 60^ klikstand.

Bij gezwenkte zoomreflector verschijnt er geen aanduiding voor de reikwijdte in het display.

13. Flitssynchronisatie

13.1 Normale synchronisatie (afb. 8)

Bij de normale synchronisatie worden de flits ontstoken zodra de sluiter geheel openstaat. Dit is de standardfungtie en worden door alle camera's ondersteund. Er hooft niets voor te worden ingesteld.

13.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (afb. 8)

Bij het werknen met een SCA-adapter ondersteunen veel camera's de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (Rear, 2nd curtain). Hierbij worden de flits een onderdeel van een seconde voor het dichtgaan van de sluiter ontstoken. Dit zorgt bij lange belichtingen (>1 / 30 s.) en bewegendelichtbronnen voor een 'natuurlijk' weergave van de opnamesituatie. De Lichtsporen ijlen dan in de opname de lichtbron achterna. Het instellen moet op de camera of op de flitser worden gedaan (zie 8.3).

Zie voor details de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adap-ter.

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (afb. 8) - 1

13.3 Synchronisatie bij lange belichtingen

Bij het werkken met een SCA-adapter kan bij alles camera's ook de synchronisatie bij lange belichtingen (SLOW) worden gekozen. Hierbij worden door de camera belichtingstijden die aangepastং aan de omgevingshelderheid ingesteld. In het donker wordt dadoor de beeldachtergrund sterke tot uitrdukking gebracht. De instelling vindtplaats op de camera. Zie voor details de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter.

14. Aanduiding van de reikwijdte

De reikwijdte kan maar keuze in meters (m) of feet (ft) worden aangegeven (zie 8.7). Bij gezwenkte reflector en in de Metz-Remote-functionie verschijnt er in het display geen aanduiding van de reikwijdte!

14.1 Automatische aanpassing van de aanduiding van de reikwijdte

Sommige camera's given de flitsparameters vanlichtgevoeligheid ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm), diafragmawaarde enevt. belichtingscorrectie door maar de flitser. De flitser past waar+zijn instellenen automatisch op aan. Uit de flitsparameters en het richtgetal worden de maximale reikwijdte berekend en in het display aangegeven.

Voor het automatisch aanpassen van de aanduiding van de reikwijdte moet de flitser van een SCA-adapter van het systeme SCA 3002 voorzijen zijn. Bovendien moet de camera de vereiste flitsparametersaar de flitser doorgeven (zie hiervoor de gebruiksaanwijzingen van SCA-adapter en camera)! Tussen camera en flitser moet een uitwisseling van gegevens plaats+kennen vinden (bijv. door het even aantippen van de ontspanknp op de camera)!

14.2 Met de hand aanpassen van de aanduiding van de reikwijdte Als de flitser worden gebruikt met een SCA-adapter van het systeme SCA 300 of de standardvoet 301 of de camera de flitsparameters Niet doorgeeft要去en, voor een betrouwbare aanduiding van de reikwijdte, de flitsparame-ters van de zoomstand,lichtgevoeligheid ISO en diafragmawarde met de hand worden ingesteld.

14.3 Aanduiding van de reikwijdte in de TTL- en automatisch-flitsenfunctie A

In het display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is berekend op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp, zoals die voor de meeste opnamesituaties geldt. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, zoals die zich bij bijv. zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen+kunnen voordoen, kuren de reikwijdte beinvloeden.

Let bij de opname op de aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser. Het onderwerp zou zich ongeveer in het middelsteerde deel van de aangegeven reikwijdte要去en bevinden, zatat de elektronica voldoende spelruimte voor een goede belichting worden geboden.

De minimale flitsafstand tot het onderwerp要去, om overbelichting te vermijden, Niet korter zichen dan 10% van de aangegeven waarde! Door de diafragmawaaarde van het objectief te veranderen, kan de aanpassing aan de opnamesituatie bereikt worden.

14.4 Aanduiding van de reikwijdte bij de manual flitsfunctie M

In het display worden de afstandswaarde aangegeven die u voor een correcte belichting要去 aanhonden. Door de diafragmawaarde van het objectief te veranderen of het kiezen van een deelvermogen 'P', kan de aanpassing aan de opnamesituatie en bereikt worden.

14.5 Doven van de aanduiding van de reikwijdte

Als de reflector uit zijn normale stand worden weg gezwenkt of als de flitser in de Metz-Remote-functie werk, verschijnt er geen aanduiding van de reikwijdte in het display!

15. Flits vooraf gegen het 'rode-ogeneffect'

Het 'rode-ogeneffect' treedt altijd op als de te fotograferen personeermeer of minderrecht in de camera kijkdt, de omgeving donker is en de flitser zich dicht bij de optische as van de camera bevindt. De flitser verlicht waarbij door de pupil heen de achtergrund van de ogen.

Een ofeer flitsen,voorafgaand aan de eigenlijke flitsbelichting leiden ertoe,dat de pupillen van de personen ie's verd der dichtgaan waardoor het effect van de rode ogen vermindert.De functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter).

16. Autofocus-meetflits

Bij het werkken met een SCA-adapter van het systeme SCA 3002 worden, afthankelijk van het type camera, bij donker de AF-meetflits ② in de stuurunit geactiveerd. Daar bij worden een streeppatroon op het onderwerp gprojekteerd waarop het AF-systeme van de camera dan kan scherpstellen. De reikwijde hangt af van de Lichtsterke van het objectief. Met een standardobjec-tief reikt de werking van ong. 0,7 m tot ong. 6 m ... 9 m (zie voor nadere details de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter).

De AF-meetflits ⑫ ondersteunt alleen de centrale AF-sensor van de camera. Als er automatisch een decentrale AF-sensor door de camera worden gekozen kan hetijken, dat, afhankelijk van het type camera, de AF-meetflits Niet worden geactiveerd!

De meeste camera's ondersteunen de AF-meetflits ② alleen in de functie 'Single AF!

17. Metz-Remote-function

De Metz-Remote-functie dient het draadloos op afstand ontsteken van extra flitsers. Daar bij stuart de externe flitser op de camera als controller de extra flitsers als slaafflitser en wel zo, dat de automatische belichtingsregeling van de controller zich over alle slaafflitsersuitstrekt.

De Remote-functionie werkt met zwakke flitslicht impulsen. Daarom moet

de omgevingshelderheid zo laag möglichk zich. Het werkbereik richt zich maar onderwerp en omgevingshelderheid en loopt tot ongeveer 5 meter.

De Metz-Remote-functie worden door verschillende types flitser ondersteund:

Type mecabitzControllerfungtieSlave-functie
76 MZ-5 digitaljaja
70 MZ-5jaja
70 MZ-4jaja, met SCA 3083
54 MZ-…jaja, met SCA 3083
50 MZ-5jaja
45 CL-4 digitalneeja, met SCA 3083
44 MZ-2neeja, met SCA 3083
40 MZ-…jaja, met SCA 3083
34 CS-…neeja
28 CS-2 digitalneeja

De flitsers mecablitz 76 MZ-5 digital, 70 MZ-5 en 50 MZ-5 worden automatisch een slave-flitser als de lampstaaf zonder stuurunit worden gebruikt.

Als de lampstaaf van deze flitsers met stuurunit worden gebruikt,要去 voor de slave-functionie de stuurunit worden uitergerust met de SCA-adapter SCA 3083 digital (los verkrijigbaar accessaire)!

Denk eraan, dat de sensor ④ voor de draadloze Metz-Remote-functie in de slave-flitser het Licht van de controllerflitser要去 kan den ontvangen!

In de Metz-Remote-functie verschijnt er in het display geen aanduiding van de reikwijdte!

Bij dicht bijopnamen met een laag diafragmagetal en veel omgevingslicht kan het voorkomen, dat de voor een correcte belichting bedoelde startimpuls van de controllerflitser reeds voldoende is en er geen verdere lichtafgithe plaatsvindt. De slaafflitsers worden dan nicht ontstoken of flitsen met vertraging

(ong. 0,7 s.) en gehen daardoor alleen hun flitsparaatheid aan, dieECHTER nicht bijdraagt aan de belichting.

Om dit probleem op te losesen zich er drie möglichkheden:

  • reductie van het omgevingslicht;
  • diafragmagetal verhogen (bijv. diafragma 8 in plaats van 5,6);
  • een lagere ISO-waarde op de camera instellen, c.q. film met een lagere gevoeligheid kiezen.

Om te voorkomen dat twee remote-systemen in een ruimte elkaar zouden storen, kut u op de controllerflitser uit twee verschillende adressen er een kiezen, dat na een testflits automatisch door de slaafflitsers worden overgenommen.

Let er op, dat de slaafflitsers mecablitz 28 CS-2 digital, 34 CS-.44 MZ-2 en 45 CL-4 digital alleen Remote-kanaal 1 (Co 1) ondersteu-nen!

17.1 Controllerfunctie

  • Schakel de camera in de functie M;
  • stel op de camera een belichtingstijd in van 1/60 s. of longer;
  • kies op de camera een geschikte diafragmawaarde;
  • rust de flitser uit met een SCA-adapter, c.q. gebruik de standardvoet 301;
  • stel op de controllerflitser de functie TTL (voor Metz-TTL-Remote), c.q. automatisch-flitsen A (voor Metz-automatisch-Remote) in (zie 6).

Voor het werken als controller in de draadloze Metz-TTL-Remote-function moeten camera en SCA-adapter de standard-TTL-flitsfungtie ondersteunen!

  • Druk zo vaak op de toets 'Sel', dat in het display 'Select' worden aangegeven;
  • kies met de Up / Down -toetsen 'Remote'. Remote staat dan gegen een balkje;
  • druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de meunukeuze;

  • kies met de Up / Down -toetsen het Remote-adres 'Co' (Controller). Daar bij zijn de instellingen Co1 (Remote-adres 1), Co2 (Remote-adres 2) en OFF (Remote-functie uit) möglichk. Deinstilling treedt onmiddelijk in werkking;

  • druk zo vaak op de toets 'Return', dat in het display de normale aanduidingen verschijnen. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ont. 5 s. automatisch waar de normale weergave terug.

In het display knippert onder de aanduiding van de flitsfunctie 'Co' en geeft daarmee de controllerfunctie aan;

  • wacht tot de controller en slaafflters opgeladen zich;
  • ontsteek een testflits: druk op de knop voor ontspannen met de hand ⑧ ⑥ en programmeer zo de slaafflitsers op het op de controller ingestelde adres;
  • de slaafflters antwoord met een in tijd iets vertraagde flits en geeft daar-mee aan, dat hij geprogrammeerd is en bedrijfsklaar. Als er meerdere slaafflters gelijkertijd worden ingezet, anteWoorden alle slaafflters tege-lijk.

Als een slaaffliser geen inijdiet s vertraagd antewoord geeft dan heeft de sensor ④ in de slaaffliser de lichtimpuls van de controllerfliser Niet ontvangen.Draai dan de slaaffliser zo,dat de sensor ④ de lichtimpuls van de controllerfliser wel kan ontvangen. Ontsteek dan op de controllerfliser opnieuw een testflits.

17.2 Slave-functie zonder stuurunit

  • Schakel de flitser via zichn hoofdschakelaar 19uit;
  • demonteer de stuurunit: druk voor het afnemen van de verbindingskabel de ontgrendelknop (afb. 1) op de lampstaaf gegen te stekker van de kabel en neem deze tegelijerkelijk af;
  • stel de slaafflitser op de bestemde plaats op en schakel hem in. Bij de functie van de lampstaaf zonder stuurunit worden automatisch de slave-flitsfungtie geactiveerd;
  • wacht tot de aanduiding van flitsparaatheid ⑥ oplicht;

  • vontsteek op de controllerflitser een testflits (zie 17.1). Na succesvolle programmering geeft de slaafflitser een in tijd iets vertraagde flits af en de aanduiding voor de flitsparaatheid knippert (zie 17.4).

De zoomstand van de hoofdreflector kan met de schakelaar ⑭ in vier stappen worden ingesteld:

$$ \begin{array}{l} \text {s t a n d} 0 = 2 8 \mathrm {m m}; \quad \text {s t a n d} 1 / 4 = 3 5 \mathrm {m m}; \ \text {s t a n d} 1 / 2 = 5 0 \mathrm {m m}; \quad \text {s t a n d} 1 = 8 5 \mathrm {m m}. \ \end{array} $$

17.3 Slave-function met stuurunit

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar 19uit;
  • voorzie de stuurunit van de slave-adapter SCA 3083 digital (los verkrijgbaar accessaire). Zet de keuzeschakelaar voor de flitsfuncties op de slave-adapter in de stand 'Metz-REMOTE'.

De keuzeschakelaar voor de flitsfuncties van de slave-adapter bevindt zich op dechterzijdeijken een klepje dat geopend kan worden.
- Stel de slaaffliser op de bestemde plaats op en schakel hem in. De flitser schakelt zich automatisch in de TTL-flitsfungtie. Onder de aanduiding van de flitsfungtie 'TTL' knippert 'SL' en daarmee worden de slave-functionie aangegeven. De zoomreflector van de lampstaaf worden in de stand 28 mm gezet. In het display worden aan 'A-Zoom' bij aangegeven.
Zowel voor de Metz-TTL-Remote-flitsfungtie als voor de Metz-Automatische-Remote-flitsfungtie要去 de slaafflitser in de flits-functie 'TTL'werken!
- Wacht tot de aanduiding van flitsparaatheid ⑧ 16 oplicht. Zodra de flitser is opgeladen knippert bovendien de AF-meetflits 12 in de stuurunit;
- ontsteek op de controllerflitser een testflits (zie 17.1). Na een succesvolle programmering geeft de slaafflritser een in tijd ieets vertraagde flits af en de aanduiding van flitsparaatheid knippert (zie 17.4).
Indien noozakelijk, kan de zoomstand van de lampstaaf met de hand worden veranderd.

17.4 Controle en verandering van het slave-adres

Nadat een testflits is afgegeven, is het controlleradres Co1, c.q. Co2 vast ingesteld. Om te kuren vaststellen op welk adres de slave is ingesteld moet u kijken maar de knipperende aanduiding van flitsparaatheid.

Knippert de aanduiding van flitsparaatheid 16 op de lampstaaf een keer per secone (- - - - ), dan is controlleradres Co1 ingesteld. Dubbel knipperen van de aan duiding van flitsparaatheid 16 per secone (- - - - - - ) betekent controlleradres Co2.

Schakel, om het slave-adres te veranderen, de flitser gedurende ont. 5 s.uit. Kies een remote-kanaal op de controller en ontsteek, als die flitser paraat is, een testflits (zie 17.1).

18. Troubleshooting

Zou het ooit eens voorkomen, dat bijv. in het display van de flitseronzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet werkt zoals op grond van zich instelleningen verwacht zou mogen worden, schakel de flitser dan gedurende ong. 10 seconden via zich hoofdschakelaar uit. Controller dee zitting van de SCA-adapter of hij correct aangebracht is de accessoireschoen van de camera en controller de camera-instellen.

Vervang het occupak door een vers opgeladen pak.

De flitser zou na het opnieuw inschakenen weeR 'normaal' moeten functioneren. Is dit Niet het geval, ga er dan mee maar uw leverancier.

19. Onderhoud en verzorging

Verwijder stof en vuil met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunststof onderdelen zouden beschadigd können worden.

Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat, natuurkundig bepaald, een verandering als het apparaat gedurende langerearendigt Niet worden ingeschakeld. Daarom is het noodzakelijk het apparaatiens per

kwartaal gedurende ongeveer 10 minuten in te schakelen. Schakel de automatische uitschakelinguit. De stroombronnen要去en waar bij zoveel energie leveren dat op de flitser binnen ont. 1 min. na het inschaken, de aanduiding van flitsparaatheid oplicht.

Verzorging van de accu:

Het NiMH-Accupak 76-56 moet in opgeladen toestand (minstens ong. 80% ) worden bewaard en regelmatig worden nageladen!

Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:

in het metersystem: 76 in het feetsystem: 250

Met de hand instelbare werkdiafragma's bij ISO 100/21°:

1-1,4-2-2,8-4-5,6-8-11-16-22-32-45

Bereik van de automatische werkdiafragma's bij ISO 100 / 21°:

F1,0 tot F45 inclusief deussenwaarden (SCA 3002)

Met de hand instelbare deelvermogens:

P 1/1 ... P 1/256 in stappen van een derde

Flitsduur:

  • Ong. 1/150 ... 1/20.000 seconde.
  • In de M-functie ong. 1/150 seconde bij vol vermogen.
    Bij 1/2 vermogen ong. 1/500 seconde
    Bij 1/4 vermogen ong. 1/1000 seconde
    Bij 1/8 vermogen ong. 1/2000 seconde
    Bij 1/16 vermogen ong. 1/4000 seconde
    Bij 1/32 vermogen ong. 1/7000 seconde
    Bij 1/64 vermogen ong. 1/8000 seconde
    Bij 1/128 vermogen ong. 1/13000 seconde
    Bij 1/256 vermogen ong. 1/20000 seconde Meethoek fotosensor: Ong. 25^

Kleurtemperatuur: Ong. 5600 K

Lichtgevoeligkeit: ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-ontsteking

Aantallen flitsen:

  • Ong. 160 met Metz NiMH occupak 76-56
  • Ong. 270 met Metz Power-Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

Flitsvolgtijd:

  • Ong. 4 seconden met NiMh-accupak 76-56
  • Ong. 3 seconden met Power Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

Verlichtingshoek

Hoofdeflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

... met groothoekdifusor vanaf 20 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

Hulpreflector vanaf 35 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector

Naar boven 60^ 75^ 90^

Tegen de wijzers van de klok in 30^ .. 180°

Richting wijzers van de klok 30^ 60^ 90^

Afmetingen ong. in mm (B x H x D)

Lampstaaf 103 × 244 × 118

Stuurunit 67× 35× 89

Gewicht:

Lampstaaf zonder accu Ong. 880 gram

Sturunit Ong. 138 gram

De levering omvat

Lampstaaf, groothoekdiffusor, stuurunit, afdekplaatje, NiMH-accupak 76-56, oplaadapparaat 970, camerabeugel, standardvoet 301 (niet bij sets), gebruiksaanwijzing, SCA 300 / SCA 3002 tabel.

21. Speciale accessoires

Voor foute werkung van en schades aan de mecablitz,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zich wij Niet aansprakelijk.

Beugelplaat 70-35

voort het opzij aan de camera aanbrengen van de flitser.

Fixeerset 30-28

voort het parallel vastzieten van camera's op de camerabeugel.

  • Houser 50-35

voor regelunit bij camera's zonder Zoekerschoentje.

Kleurenfilterset 50-32

(Bestelnr. 0050323)

Voor een zachte uitlijvhting van het onderwerp.

Mecalux 11

Sensor voor optische, vertragingsvrije afstandonsontsteking van twengsvrije afstandonsontsteking van tweede flitsers door een vanaf de camera afgeveen flits. Spreekt ook aan op infrarood. Geen batterij nodig.

  • Mecabounce 50-90

(Bestelnr. 0050904)

voor een zachtere uitlichting. De huiddtinten van mensen worden natuurlijker weergegeven.

(Bestelnr.: 0006026) voor het bevestigen van de Mecalux 11.

  • NiMH-accu 76-56

(Bestelnr. 000076564) Nickel-metaalhydride-accu

Power Pack P76

(Bestelnr.: 0129768)

voormeervermogen bijhetaalflitsen.

  • Reflectieschem 50-23

(Bestelnr. 0050237)

Voor een zachte uitlichting van het onderwerp.

voort de flitsfuncties met systeemcamera's. Zie除去 gebruiksaanwijzing.

voort de flitsfunctieet systeemcamerais bij digitale gegevensoverdracht van de SCA-functie. Uitbreiding van functies ten opzichte van het SCA 300 system. Zie aparte gebruiksaanwijzing.

  • Slave adapter 3083 digital

(Bestelnr.: 0033083)

maakt optische en akoestische signalering van flitsparaatheid möglichk bij de draadloze afstandsbedieningen.

Wijzigingen en vergissingen voorbehouden!

Afvoeren van de batterijen

Batterijen horen nicht bij het huisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een waaroor bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wonneer het waarvoortgebrukke apparaat

  • uitschakelt en aangeeft, "batterijen leeg"
  • de batterijen na longer gebruik Niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen,要去en de batterijpolen met plankband worden afgeplakt.

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 1

  1. Safety instructions 73
  2. Survey of the flash functions 75
    3.Preparing the flash unit for use 76
  3. Power supply 76
    4.1 Operation with NiMH battery pack 76-56. 76
    4.2 Operation with power pack P76 77
  4. Controls and displays 77
    5.1 Controls and displays on the flash handle mount 77
    5.2 Controls and displays on the control unit 78
  5. Flash modes (Mode - menu) 78
    6.1 TTL flash mode 79
    6.2 TTL flash mode with measuring pre-flash 79
    6.3 Automatic flash mode. 80
    6.4 Manual flash mode M 80
    6.5 Stroboscopic mode. 80
  6. Flash parameters (Parameters menu) 80
    7.1 Aperture (F). 81
    7.2 Reflector position (Zoom) 81
    7.3 Flash exposure correction (EV) 81
    7.4 Light sensitivity (ISO) 81
    7.5 Manual partial light output (P). 81
    7.6 Stroboscopic flash number (N) 82
    7.7 Stroboscopic flash frequency (f). 82
  7. Special function (Select menu) 82
    8.1 Bleep function (bleep). 82
    8.2 Flashbracketing(FB) 83
    8.3 Synchronisation on the 2nd curtain (REAR) 83
    8.4 Extended zoom mode (zoom ext) 83
    8.5 Shooting format adjustment (zoom size). 84
    8.6 Remote mode (remote) 84
    8.7 Metre - feet commutation (m / ft) 84
  8. Zoom position of the flash reflector 84

  9. Manual flash exposure correction 85

  10. Fill-in flashes 85
    11.1 Automatic TTL fill-in flashes 85
    11.2 System-specific TTL fill-in flashes 86
    11.3 Auto fill-in flash 86
  11. Bounce flash 86
  12. Flash synchronisation 86
    13.1 Normal synchronisation 86
    13.2 Synchronisation on the 2nd curtain 86
    13.3 Slow synchronisation 87
  13. Maximum range display 87
    14.1 Automatic adjustment of the working range display 87
    14.2 Manual adjustment of the maximum range display 87
    14.3 Maximum range displays in TTL and automatic flash mode 87
    14.4 Maximum range display in manual flash mode M 87
    14.5 Cancelling the maximum range display 87
  14. Pre-flash function against "red-eye effect" 87
  15. Autofocus measuring beam 88
  16. Metz remote mode 88
    17.1 Controller mode 89
    17.2 Slave mode without control unit 89
    17.3 Slave mode with control unit 89
    17.4 Control and alteration of the slave address 90
  17. Troubleshooting hints. 90
  18. Maintenance and care. 90
  19. Technical data 91
  20. Optional extras 92 Battery disposal 93

Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled hunnen worden en dus geschikt+zijn voor hergebruik.

Dit symbolism betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zich levensduur gescheiden van het huisvuil apart要去en ingeleverd.

Breng dit apparaat maar een van deplaatselijke verzamelpunten of maar een kringloopwinkel.

Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 2

Table 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1/1)

In het kader de CE-markering werden bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 3

In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 4

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 5

Remarque:

METZ MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL - Remarque: - 1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 76 MZ-5 DIGITAL

Categorie : Studiosflits