MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL METZ in PDF-formaat.

📄 184 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - page 58
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL METZ

Bedienungsanleitung
Gebruiksaanwijzing
Manuale instruzioni

Mode d'emploi
Operating instruction
Manual de instructcciones

  1. Veiligheidsinstructies 58
  2. Dedicated flitsfuncties 59
  3. Flitser gereedmaken 59
    3.1 Het aanbrengen van de flitser 59
    3.2 Voeding 59
    3.3 In- en uitschakelen van de flitser 60
    3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire) 60
    3.5 Automatische uitschakeling / Auto-OFF 60
  4. Displayverlichting 61
  5. Flitsfuncties (menu 'Mode') 61
    5.1 Het instellen van de flitsfuncties 62
    5.2TTL-flitsen met meetflits vooraf 61
    5.3 Automatische TTL-invulflitsregeling 62
    5.4 Automatisch flitsenfunctie A 62
    5.5 Automatisch involflitsfungtie 62
    5.6 Flitsen met manual-instellungen 62
    5.7 Stroboscopisch flitsen 63
  6. Flitsparameters (menu 'Parameter') .64
    6.1 Het instellen van de flitsparameters 64
    6.2 Stand van de hoofdreflector (Zoom) 65
    6.3 Correcties op de flitsbelichting (EV) 65
    6.4 Met de hand in te stellen deeFvermogen 65
  7. Extra functions (menu 'Select') 65
    7.1 Het instellen van extra functies 66
    7.2 Beep-functie (Beep) 66
    7.3 Flitsbelichtingstrupje (FB) 67
    7.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext) 67
    7.5 Aanpassing aan het formaat van de opnamechip (Zoom-size) 68
    7.6 Draadloze bediening van de flitser (Remote) 68
    7.7 Schakelen tessen meter en feet (m / ft) 69
    7.8 Hulpreflector 69
    7.9 Instellicht (ML) Modelling Light 69
    7.10 Automatische uitschakeling (Standby) 70
    7.11 Vergrendeling van de toetsen (KeyLock) 70
  8. Motorisch gesturde zoomreflector 71

  9. Groothoekdiffusor 71

  10. Flitstechnieken 72
    10.1 Indirect flitsen 72
    10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart 72
    10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector 72
    10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen 72
    10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting 72
  11. Aanduiding van flitsparaatheid 73
  12. Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd 73
  13. Aanduiding van de belichtingscontrole 73
  14. Aanduiding van de flitsreikwijdte 74
  15. Flitssynchronisatie 74
    15.1 Normale synchronisatie 74
    15.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2) ..74
    15.3 Synchronisatie met large belichtingstijden / SLOW 74
    15.4 FP-HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden 75
  16. Flitsen vooraf gegen het 'rode-ogeneffect' 75
  17. Meerzone AF-meetflits 75
  18. Draadloze remote-functie 76
    18.1 Instellen en uitschakelen van de remote-functionie 76
    18.2 Instellingen op de masterflitser 76
    18.3 Instellingen op de slaafflitser 78
    18.4 Controlleren van de remote-functie 78
  19. Onderhoud en verzorging 78
    19.1 Het updaten van de firmware 78
    19.2 Reset 78
    19.3 Formeren van de flitscondensator 79
  20. Troubleshooting 79
  21. Technische gegevens 81
  22. Bijzondere toebehoren 82
    Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) 165
    Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen 166
    Tabel 5: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie 167
    Table 6: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingsypes 168
    Tabel 7: Max. Richtgetallen bij de HSS functie 168

Voorwoord

Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loont城县 der meoeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan

Deze flitser is geschikt voor:

  • Digitale Olympus camera's met TTL-flitsregeling en systeemflitsschoen, alsmede de daarmee overeenkomende camera's van Panasonic en Leica.

Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser nicht geschikt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruiks-aanwijzing open.

1. Veiligheidsinstructies

  • De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
  • In de omgeving van ontv Lambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmid-delen enz.) mag de flitser absolut而不是 worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
  • Fotografeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders fijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk hunnen veroorzaken!
  • Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van Personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding�in tot zware storingen in het kijkken, tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
  • Stel batterijen / accu's Niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonnesschijn, vuur of dergelijke!
  • Gooi verbruikte batterijen / accu's Niet in vuur!

  • Uit verbruike batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal waarom verbruike batterijen algijd uit het apparaat.

  • Batterijen können nicht worden opgeladen.
  • Stel de flitser en het laadapparaat Niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
  • Bescherm uw flitser wegen große但它 en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van de auto!
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil zijn. Als u hierop Niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector konnen verbranden.
  • Raak het venster van de reflector Niet aan als u een serie van meerdere flitsen achechterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
  • Neem de flitser Niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparatusat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden können worden.
  • Bij sérieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden,要去 u er op leten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minutes ingelast worden! Daarmee ver-mijd t overbelasting van het apparaat.
  • Bij sérieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden worden de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35mm en minder, flink heet. De flitser beschermt zich gegen oververhitting door de flitsvolgtijden automatisch langer te make.
  • De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebrukt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
  • Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

2. Dedicated flitsfuncties

Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera wordenংverschillende flitsfungties ondersteund.

  • Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera/het display van de camera
  • Automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd
  • CompatibleBel met het FourThirds - systeem
  • Automatisch flitsen / ontsteeksturing
  • TTL-flitsfungie (TTL met meetflits vooraf)
  • Automatische invulflitsstiring
  • Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL
  • Synchronisatie bij het open- of zichtaan va de sluiter (2nd curtain/Slow2)
  • FP-HSS-synchronisatie bij TTL en M
  • Automatische sturing van de motorische zoomreflector
  • Sturing van de AF-meetflits (Meerzone AF-meetflits)
  • Automatische aanduiding van de flitsreikwijdt
  • Automatisch geprogrammeerd flitsen
  • Flits vooraf ter vermindering van het 'rode ogen-effect'
  • Draadloze TTL-Remote-flitsfunction
  • Wake-Up-functie voor de flitser
  • Firmware-update via USB-aansluiting

In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het Niet möglich, alle camera-modellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie waar voor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de möglichke flitsfuncties, welche flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zich moeten worden ingesteld!

3. Flitser gereedmaken

3.1 Het aanbrengen van de flitser

Flitser op de camera monteren

Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in hetuis van de flitser verzonken.
  • Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zatat het oppervlak van de camera nicht worden beschadigd.

Flitser van de camera afnemen

Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen het huis van de flitser draaien.
  • Flitser uit de accessoireschoen schuiven.

3.2 Voeding

Batterij, c.q. accukeuze

De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:

  • 4 NiCd-accu's, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en+zijn Spaarzaam in het gebruik,ondat ze herlaadhaar zich.
  • 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zijn minderbezwaarlijk voor het milieu,ondat ze geen cadmium bevatten.
  • 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.

  • 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.

  • Power-Pack P76 met verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire).

Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd Niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. UIT.

Batterijen verwisselen

De accu's / batterijen zich leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijdCUS het ontsteken van een flits met vol vermogen, bijv. bij M'tot het opniew oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid 66eer dan 60 seconden duurt

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar 15uit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak ⑧ maar beneden en klap het open.
  • Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel van het batterijvak ⑧.
    Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen konnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en doordezelfde batterijen van een type fabrikant, met gelinge capacititeit! Verbruekte batterijen horen Niet in het housvul! Lever uw bij drage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de waarvoord bestemde verzamelplaatsen!

3.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser moet via zich hoofdschakelaar ⑤ ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.

Schuif de hoofdschakelaar ⑮ maar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitseruit te schakelen.

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd Niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zich hoofdschakelaar ⑤ uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) eruit te halen.

3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire)

Als het aantal flitsen en de flitsvolgtijden voor uw toepassing Niet voldoen, kan de flitser door een Power-Pack P76 (optioneel accessoire) van energie worden voorzien. Het Power-Pack P76 worden met de verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire) via de aansluiting ④ aan de flitser aangesloten. Daar bij hoeven er in de flitser geen batterijen / accu's ingelegd te zich.

Ingelegde batterijen / accu's mogen nicht in de flitser blijven.

Voor het aansluiten van het Power-Pack P76, c.q. de verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire)要去 de hoofdschakelaar 15 van de flitser in de linker positie (AUS, c.q. OFF) worden geschoven.

De flitser要去 dan met de hoofdschakelaar van het Power-Pack P76 in-, c.q.uitgeschakeld worden (zie de gebruiksaanwijzing van het Power-Pack P76).

U Om de flitser bij het gebruik van het Power-Pack gegen thermische overbelasting te beschermen worden bij extreme belasting de flitsvolgtijd door een bewakingsschakeling overeenkomstig verlangd! Voor het aansluten en afnemen van de verbindingskabel, c.q. het Power-Pack de flitser en het Power-Pack uitschakelen!

3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF

In de fabriek worden de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 Minutes -

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsystem van de camera ...

... maar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energie te sparen en de voeding gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flitsparaatheid 16 en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.

De hetIRST ingestelde flitsfungtie blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddelijk sheer ter beschikking. De flitser

wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) wee ingeschakeld.

Als u de flitser langere tijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altiijd via+zijn hoofdschakelaar 15uit!

Indien noozakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuut plaatsvinden of worden gedexeerde (zie 7.10).

4. Displayverlichting

Bij elke druk op de betreffende toets worden gedurende ong. 10 seconden de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits door de camera of via de handontspankop 4 ⑥ op de flitser worden de displayverlichting uitgeschakeld.

5. Flitsfunctions (menu 'Mode')

De flitser ondersteunt de flitsfuncties met meetflits vooraf, automatisch flitsen

A, Manual M en stroboscoop.

Affhankelijk van het type camera worden extra flitsfuncties ondersteund. Deze flitsfuncties konnen na een oberdracht van gegevens met de camera in het 'Mode' menu geseleerd, c.q. geactiveerd worden. Het system bepaalt, dat bij enkele typen camera's, afhankelijk van de erop ingestelde camerafunctie alleen de functie TTL worden ondersteund. Andere flitsregelingen (Automatisch flitsen A, Manual M, enz.) zijn dan nicht in te stellen, c.q. te activeren!

5.1 Het instellen van de flitsfuncties

  • Druk zo vak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven. De volgende functies staan ter beschikking:

TTL-flitsfungtie met meetflits vooraf

TLHSS TTL - flitsfungie met synchronisatie op korte belichtingstijden HSS

A Automatisch-flitsenfunctie

M Met de hand in te stellen flitsfunctie

M HSS Flitsen met manual-installingen en synchronisatie ook bij korte belich-tingstijden

Stroboscoop-flitsfungtie

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste flitsfungie (TIL, Automatisch flitsen A, manual M enz.) instellen. Deinstilling reedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.

De flitsparameters voor ISO, diafragmawaarde en brandpuntsafstand van het objectief, c.q. de stand van de zoomreflector worden automatisch ingesteld, als de camera de betreffende gegevensaar de flitser doorgeeft.

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser vindt waar aanleiding van de door de camera waar de flitser gestuurde flitsparameters plaats.

Als de camera een of meer flitsparameters nicht doorgeeft, moeten deze met de hand op de flitser worden ingesteld (zie 6).

5.2 TTL-flitsen metmeetflitsvooraf

De TTL-flitsfungtie met meetflits vooraf is een doorontwikkeling van de standarde TTL-flitsregeling bij analoge camera's. Bij de opname worden, voorafgaand aan de eigenglijke belichting een of meerdere, vrijwel onzichtbare meetflitsen door de flitser ontstoken. Het door het onderwerp gereflecteerde Licht van de meetflitsen wordt door de camera gevalueerd. Overeenkomstig deze gevevensverwerking wordt de dan volgende flitsbelichting door de camera aangepast aan de opnamesituatie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

Afhankelijk van het type camera komen de meetflitsen zo vlak voor de hoofdflits, dat ze practisch Niet van de hoofdflits+kennen worden onder-scheiden! De meetflitsen dragen Niet bij aan de eigenlijke belichting van de opname.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de flitsfungtie in. De geselecteerde flitsfungtie worden waar bijingen balkje geplaatst. De instelling treedt onmid-delloijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnameicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

Bij de meeste camera's worden bij geprogrammeerd, automatisch flitsen P en bij de onderwerpsprogramma's bij daglicht, de automatische invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

Met de involflitskestuulastige schaduwen wegwerken en bij tegenlicht een uitge-balanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrund bereiken. Een computergestuurd meetsystem in de camera zorgt voor de meest geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsijd.

Let er op, dat de bron van het gegenlicht Niet rechtsstreeks in het objctief schijt. Het meetsystem van de camera zou daardoor in de war+kunnen raken!

Voor de automatische TTL-invulflitsregeling behoeft niets te worden ingesteld en er vindt in die gevallen ook geen aanduiding vanplaats.

5.4 Automatisch flitsenfunctie

In de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor 10 van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde Licht. De fotosensor 10 heeft een meethoek van ong. 25^ en meet alleen tijdens de eigen lichtafgithe. Als de flitser voldoende Licht heeft gegeven, schakelt de belichtingsautomaat van de flitser hem onmiddelijkuit. De fotosensor 10要去honderwerp gericht zijn.

In het display wordt de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De korte ste flitsafstand bedraagt ong. 10% van de maximale reikwijdte. De flitsopnamen lukken het beste als het onderwerp zich ongeveer in het midden van de reikwijdte bevindt, diearmee worden de belichtingsautomatiek dan voldoende spelruimte voor een uitgewogen verlichting.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP en DOWN u de functie A in. De geseleerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flits controle "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

5.5 Automatisch invulflitsfunctie

Bij de automatisch invulflitsfunctie bij daglicht worden op de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A een correctiewaarde van ont. -1 EV ... -2 EV voor de flitsbelichting ingesteld (zie 6.3 en 10.5). Daardoor ontstaat bij de opname een natuurlijkwerkend ophelderingseffect voor de schaduwpartijen.

5.6 Flitsen met manual-instelingen

In de functie van flitsen met manual-instellenen M wordt door de flitser de volle energie uitgestraald zonder dat die geregold worden. De aanpassing aan de

opnamesituatie kan bijv. door de diafragma-instelling op de camera of door het kiezen van een geschikt deelvermogen worden bereikt.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP en DOWN u de functie M in. De geselecteerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het instellen van een deelvermogen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'P' voor deelvermogen worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 - 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In het display worden de afstand aangegeven, waar bij het onderwerp correct worden belicht.

Sommige camera's ondersteunen de functie van flitsen met manual-instellingen M alleen in de cameramodus Manual!

5.7 Stroboscopisch flitsen

De functie stroboscopisch flitsen is een flitsfunctie met handinstelling (manual). Hierbij hunnen meerdere flitsbelichtingen op eén enkel beeld gemaakt worden. Dat is bijzonder interestt bij bewegingsstudies en efectopnamen. In de stroboscopisch flitsenfunctie geeft de flitser meerdere flitsen met een bepaalde flitsfrequentie af. De functie is.daarom alleen met een deelvermogen van max. 1/4 of minder te realizeren.

Voor een stroboscoop-opname kan de flitsfrequentie (flitsen per seconde) van 1 ... 50Hz in stappen van 1Hz en het aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie † in. De geseleerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werk.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Aantal flitsen (N) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan het aantal flitsen (N) per opname worden ingesteld.

Het aantal flitsen kanussen 2 en 50 stapsgewijs worden ingesteld. Het waar bij maximaal mogelijkke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.

Flitsfrequentie (f) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan de flitsfrequentie (f) worden ingesteld. De flitsfrequentie geeft het aanal flitsen per seconde aan. De flitsfrequentie kanussen 1 en 50 stapsgewijs worden ingesteld Het waar bij maximaal mogelijkke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (N, c.q. f) worden aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het maximaal möglichke deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. Het is affankelijk van de ingestelde ISO- en diafragmawaarden. Om de kortst möglichke flitsduur te bereiken kunt u het deelvermogen op de minimale waarde van 1/256 instellen.

In het display worden de bij de ingestelde parameters geldende afstand aangegeven. Door het veranderen van de diafragmawaarde of het deelvermogen kan de waarde van de afstand tot het onderwerp worden aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (P = met de hand in te stellen deelvermogen) worden aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

De hulpreflector worden in de stroboscoopfunctie Niet ondersteund. Ook als de hulpreflector in het Selectmenu geactiveerd werk, flitst hij in de stroboscoopfunctie Niet mee! In het display worden het symbool voor de hulpreflector dan ook Niet aangegeven!

6. Flitsparameters (menu 'Parameter')

Voor het correct functioneren van de flitser is het nooodzakelijk dat de verschillende flitsparameters, zoals bijv. de zoomstand van de hoofdreflector, diafragma-waarde,lichtgevoeligheid ISO enz. aan de instellenen op de camera worden aangepast.

Voor de automatische aanpassing van de flitsparameters moet de combinatie van camera en flitser gemonteerd en ingeschakeld zijn. Bovendien moet er eenuitwisseling van gegevens:tussen camera en flitser hebben plaatsgevonden. Tip daartoe even de ontspanknop op de camera aan. In het display wordt de maxi-male reikwijdt, overeenkomstig de ingestelde flitsparameters aangegeven.

6.1 Het instellen van de flitsparameters

Bij het voor het eerst op een knop drukken worden de displayverlichting geactiveerd

Afhankelijk van de ingestelde flitsfunctie worden in het menu verschillende flitspparameters aangegeven. Bij camera's met digitale overdracht van de gegevens worden de flitsparameters voor de diafragmawaarde (F), de brandpuntsafstand van het objectief (Zoom) en de lichtgevoeligheid (ISO) automatisch op de flitser ingesteld. De flitsparameters voor de diafragmawaarde (F) en de lichtgevoeligheid (ISO) konnen�bij nicht worden veranderd.

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (zie hieronder) worden aangegeven.

De volgende flitsparameters zich möglich:

TTL/TTL-HSS/AM/M HSSTLabel 1
--N Stroboscoop aantal flitsen
--f Stroboscoop flitsfrequentie
-PP Met de hand in te stellen deelvermogen
FFF Diafragemawaarde
ZoomZoomZoom Reflectorstand
EV-- Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
ISOISOISO Lichtgevoeligheid
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het system bepaalt dat de diafragmawaarden nicht in het display van de flitser worden aangegeven!

6.2 Stand van de hoofdeflector (Zoom)

Als er geen digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitserplaats heeft gezonden kunnen de reflectorstanden

24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (kleinbeeld-formaat 24 × 36 ) met de hand worden ingesteld. In het display worden MZoom aangegeven

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'Zoom' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste zoomstand in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij de digitale overdracht van gegevensussen camera en flitser worden de standen van de hoofdreflector automatisch ingesteld.

In het display staat dan AZoom.

6.3 Correcties op de flitsbelichting (EV)

Bij grote helderheidsverschillen:tussen onderwerp en achtergrund kan het nodig zich een met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting (EV) uit te voeren. Er zijn correctiewaarden van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawarden (EV) in derden van een stop in te stellen (zie ook 10.5).

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'EV' (EV = Exposure Value; diafragmawaarde) aangegeven worden.
  • Met de PLUS / MINUS -toetsen de gewenste EV-waarde (= correctiewaarde)

installen. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

6.4 Met de hand in te stellen deelvermogen (P)

In de manual flitsfungtie M en de stroboscopisch-flitsenfungtie is het flitsvermögen door het met de hand (manual) instellen van een deelvermögen (P) aan te passen aan de opnamesituatie. Het instelbereik strekt zich in de manuale flitsfungtie M uit van P 1/1 (vol vermogen) tot P1/256 in stappen van 1/3.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para'(parameter), dat in het display 'P' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 ... 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie 14 past zich het maximaal instelbare deelvermogen aan de ingestelde flitsparameters aan.
In de stroboscopisch-flitsenfunctie is het verlagen van het met de hand in te stellen alleen in hele stappen möglichk!
Bij het verlagen van de het aantal flitsen (N) en de flitsfrequentie (f) worden het deelvermogen Niet verlaagd!

7. Extra functies (menu 'Select')

De extra functies worden met de toets 'Sel' (Select) gekozen. Afhankelijk van het type camera en de ingestelde flitsfunctie staan er verschillende extra functies ter beschikking. Bij camera's die bepaalde extra functies Niet ondersteunen, worden deze in het menu eventuele n iet aangegeven! Zie hiervoor ook Tabel 2!

7.1 Het instellen van extra functies

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN (het gewenste item, c.q. de extra functie. Het geselecteerde item worden voor een donker balkje getoond De volgende extra functies staan, afhankelijk van de flitsfunctie en gebruekte camera ter beschikking:

Tabel 2

TTL/TTL-HSS/AM/M HSS
-
BeepBeepBeep
RemoteRemoteRemote
FB--
StandbyStandbyStandby
MLMLML
KEYLOCKKEYLOCKKEYLOCK
ZoomExtZoomExtZoomExt
ZoomSizeZoomSizeZoomSize
m / ftm / ftm / ft
  • Druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de keuze van de extra functie.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling. Deze instelling treedt onmiddelijk in werkung
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Met de Beep-functie kan de gebruiker zich verschillende functies van het apparaat akoestisch lately melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op+zijn onderwerp en de opnamen concentreren en hoeft hij Niet te letten op optische statusaanduidingen!

De Beep-functie geeft akoestisch het bereiken van de flitsparaatheid, de correcte belichting of een fouit in de bediening aan.

Akoestische melding na het inschakenen van de flitser:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie na het inschakelen geeft de flitsparaatheid aan.

Beep-signalen na de opname:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piepje, direct na de opname geeft aan dat de opname correct ward belicht en de flitser nog steeds paraat is. Als er onmiddelijk na de opname geen piepje opklinkt, dan is de opname onderbelicht.
  • Een intermitterend (- - - ) pieje direct na de opname is het signaal voor een correct belichte opname terwijl de flitser beschuer pas na een volgende continu (ong. 2 s.) piep waar paraat is.

Beep-signalen bij deinstallingen in de automatisch-flitsenfunctie:

  • Een korte piep als alarm treedt op, wonneer bij de automatisch-flitsenfunctie de diafra magma- en ISO-instellenen tot het overschrijden van het regelbereik van het flitslicht zou leiden. Het automatiekdiafraagma worden dan automatisch in de dichtst bij liggende, toelaatbare waarde veranderd.

Bij ingeschakeld Beep-functie wordt in het display ook het symbol aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
  • Selecteer met de toetsen UP en DOWN het item 'BEEP'. Het gekozen item worden gegen een donker balkje getoond.

  • Druk op de toets 'Set' waarmeu uw keuze bevestigt.

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De insteling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

7.3 Flitsbelichtingstrupje (FB)

In de flitsfuncties TL en automatisch A kan een flitsbelichtingstrupje (FlashBracketing FB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrupje bestaat uit drie openvolgende flitsopnamen met elk een andere correctiewaarde.

Bij het instellen van een flitsbelichtingstrupje worden in het display FB en de correctiewaarde aangegeven. De correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 in derden van een diafragmawaarde.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display "Select" worden aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN het item 'FB'. Het geseleeteerde item worden一起去en een donker balkje aangegeven.
  • Druk op de toets 'Set' waarme u uw keuze bevestigt.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De insteling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het displayaar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Als 'FB 0' aangegeven worden ist het flitsbelichtingstripje gedeactiveerd.

  • De eerste opname worden zonder correctie uitgevoerd. In het display verschijnt bovendien 'FB 1'.
  • De tweede opname volgt met een minus-correctie. In het display worden bovendien 'FB 2' aangegeven en waar bij tevens de minus-correctiewaarde (EV).

  • De derde opname worden met een plus-correctie uitgevoerd. In het display worden bovendien 'FB 3' aangegeven en waar bij tevens de plus-correctiewaar de (EV).

  • Na de derde opname worden de functie flitsbelichtingstrupje automatisch gedeactiveerd. De aanduiding 'FB' in het display dooft.

Bij het instellen van het flitsbelichtingstripje worden de correctiewaarde algijd positief aangegeven!

Flitsbelichtingstrupje in de TTL-flitsfungtie

Een flitsbelichtingstripje in de TTL-flitsfungtie kan alleen worden uitgevoerd als de camera het met de hand instellen van een correctie op de flitsbelichting op de flitser ondersteunt. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als dat Niet het geval is, worden de drie opnamen zonder correctiewaarde uitgevoerd!

Flitsbelichtingstrupje in de automatisch-flitsenfunctie A

Voor het makes van een flitsbelichtingstripje in de automatisch-flitsenfunctie A is het type camera van geen betekenis.

7.4 Extended-zoomfungtie (Zoom Ext)

Bij de extended zoomfunctie worden de zoomstand van de hoofdreflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objectief gereduceerd. De waaruit voortvloeieende bredere lichtbundel zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachtere flitsverlichting.

Voorbeeld:

De brandpuntsafstand van het objectief bedraagt 50~mm . De flitser stuart, bij ingestelde extended-zoomfunctie, de zoomstand van de hoofdreflector aan op 35~mm . In het display wordenichter wel 50~mm aangegeven.

  • Bij de aanduiding 'EXT ON' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'EXT OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'ZoomExt' kiezen. Het geseleer-de item worden waar bij gegen een donker balkje getoond.

  • Druk op de topets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terug schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Na het activeren van de extended-zoomfunctie worden in het display, behalve de brandpuntsafstand, ook 'EZoom' aangegeven.

Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen voor brandpuntsaftstanden vanaf 28 mm en langer (kleinbeeld 24 × 36 ) kan wordenuitgevoerd.

7.5 Aanpassing aan het formaat van de opnamechip (Zoom-size)

Bij sommige digitale camera's kan de verlichtingshoek van de hoofdreflector worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (afmetingen van het opname-element)

  • Bij de aanduiding 'Size ON' is de aanpassing aan het chipformaat geactiveerd. De aanduiding van de zoomstand van de reflector vindtplaats in het FourThirds - formaat.
  • Bij de aanduiding 'Size OFF' is de aanpassing aan het chipformaat gedeacti-veerd.

Bij Kleinbeeld vindt de aanduiding van de zoomstand van de reflector plaats in het Kleinbeeldformat (24 x 36 mm).

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'ZoomSize'. Het geselecteerde staat gegen een donker balkje.

  • Druk op de toets 'Set' waarme u de keuze bevestigt

  • Stel met de toetsen UP en DOWN de gewenste waarde in. Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display schakelt maar de normale weergave'erug schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec.শne normale weergave terug.

Na het activeren van de aanpassing aan het chipformaat worden in het display, behalve de brandpuntsafstand, "SZoom' aangegeven.

Zie voor verdere details de gebruiksaanwijzing van uw camera.

7.6 Draadloze bediening van de flitser (Remote)

  • Bij de aanduiding 'Remote OFF' is de draadloze remote-functie gedeactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'Remote Master' werkdt de flitser als sturende masterflitser op de camera.
  • Bij de aanduiding 'Remote slave' werkdt de flitser, losgekoppeld van de camera, als slaafflster. Zie ook hoofdstuk 18.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'Remote'uit. Het gekozen item worden一起去en een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display waar aan de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

7.7 Schakelen tessen meter en feet (m / ft)

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan maar keuze in meters m of in feet ft plaatsvinden. De instelling vindt in het item m / ft plaats.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets "SEL', dat in het display "Select' wordt aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'm/ft'uit. Het geselecteerde item worden谈起 een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Bij de aanduiding 'm' worden de afstanden in meters aangegeven.

  • Bij de aanduiding 'fi' worden de afstanden in feet aangegeven.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display waar aan de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug waar de normale weergave.

7.8 Hulpreflector

De hulpreflector ⑨ Client voor het frontaal ophelderen als de hoofdreflector ⑦ oor indirect flitsen maar de zijkant ofণn boven is gezwenkt (zie 10.3).

Is de hoeveelheid Licht uit de hulpreflector ⑨ te groot, dan kan deze tot 1/2, c.q. 1/4 worden verminderd.

  • Installing 'Off': hulpreflector uitgeschakeld;
  • Installing P1/1': de hulpreflector werkt op vol vermogen;
  • Installing P1 / 2': de hulpreflector werkst op half vermogen;
  • Installing ' P1 / 4': de hulpreflector werkst op 1/4 van zijn vermogen.

Bij geactiveerde hulpreflector 念 wordt na het opslaan het symbool in het display aangegeven.

Afhankelijk van het type camera worden bij de flitsen vooraf ter vermindering van het 'rode ogen-effect' deze flitsen afgegeven door de hulpreflector, ook als alles zich Niet is geactiveerd

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item uit. Het geselecteerde item worden一起去en een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van de extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

Let ook op de aanwijzingen in paragraaf 10.3!

7.9 Instellicht (ML) 'Modelling Light'

Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge freiagentie. Bij een duur van ont. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continu Licht. Met het instellicht kan de lichtverdeling reeds voor de opname worden beoordeeld.

  • Bij de aanduiding 'ML ON' is het instellicht geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'ML OFF' is het instellicht gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'ML'uit. Het geselecteerde item verschijnt gegen een donker balkje.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

Na activeren van de instellichtfunctie worden via de aanduiding van flitsparaatheid 16, c.q. de ontspankop voor handbediening 16 het symbol 4 4 4 aangegeven. Bij druk op de handontspankop 16 van de flitser worden het instellichtontstoken.

In het draadloze Remote-system wordt de functie van het instellicht Niet ondersteund. De hulpreflector ⑨ worden door de instellichtfunctie Niet ondersteund!

7.10 Automatische uitschakeling (Standby)

In de fabriek is de flitser zo ingesteld, dat hij ong 10 minutes -

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na uitschaken van het belichtingsmeetsystem in de camera ...

... in de stand-by functie schakelt (Auto-OFF) om energie te sparen en de voeding te beschermen gegen onbedoeld ontladen. De aanduiding van flitsparaatheid ④ en de aanduidingen in het LC-display doven UIT.

De hetIRST ingestelde flitsfungtie lijft na de automatische uitschakeling in het geheugen van de flitser behouden en staat onmiddelijk na het inschaken weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. or het aantippen van de ontspankop op de camera weer ingeschakeld (Wakeup functie).

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd Niet te gebruiken, moet u het apparaat algid via+zijn hoofdschakelaar ⑤ uitschakelen!

Bij geactiveerde automatische uitschakeling worden in het display © aangegeven. De flitser schakelt als hij Niet worden gebruukt na een of tien minutes in de stroom-besparende stand-by toestand. Om hem weeer in te schakelen drukt u op een wil

lekeurige toets, c.q. op de ontspanknop van de camera. (Wake-Up functie).

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'Standby'. Het geselecteerde item worden waar bij wegen een donker balkje goontoed.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De in stelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

  • Bij de aanduiding 'Standby 10 min' vindt de automatische uitschakeling na 10 minutes plaat;

  • bij de aanduiding 'Standby 1 min' vindt de automatische uitschakeling na 1 minut plaat;
  • Bij de aanduiding 'Standby OFF' is de automatische uitschakeling gedeactiveerd.

7.11 Vergrendeling van de toetsen (KEYLOCK)

Met de functie voor het vergrendelen van de toetsen (KEYLOCK) kan den de toetsen van de flitser gegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Als de toetsvergrendeling via drie toetsen geactiveerd is, worden in het display het symbol aangegeven.

Het activeren van de toetsenvergrendeling:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'KEYLOCK'. Het geselecteerde item worden waar bij gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.

  • Stel met de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling in.

  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK YES?' worden de toetsenvergrendeling geactiveerd;
  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK NO?' worden de toetsenvergrendeling gedacti-veerd.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze te bevestigen.

Het opheffen van de toetsenvergrendeling:

Bij het drukken op een toets verschijnt in het display de aanduiding 'UNLOCK? Press these keys' Als aanwijzing dat de toetsen vergrendeld zijn verschijnt het symbol Om de toetsen te ontgrendelen moet u de beiden middelste toetsen ong. 3 seconden ingedrukt honden. Het display schakelt maar de normale weergave terug als de toetsenvergrendeling is opgeheven.

8. Motorisch gesturde zoomreflector

Het aanpassen van de zoomstand van de hoofdreflector kan bij objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 24mm (kleinbeeld 24× 36mm )plaatsvinden. Voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18mm kan de ingebouwde groothoekdiffusor ② voor de hoofdreflector ⑦ worden geklapt.

De volgende zoomstanden staan ter beschikking:

24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 en 105 (brandpuntsafstand in mm)
(om)gerekend maarkleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm

Bij gebruik van de groothoekdiffusor ② wordt de hoofdreflector ⑦ automatisch in de stand 24mm gestuurd! In het display worden, vanwege de groothoekdiffusor, 18 mm aangegeven (zie 9).

Automatische aanpassing van de zoomreflector

Hierbij past de zoomstand van de hoofdreflector ⑦ zich automatisch aan de brandpuntsafstand van het objectief aan. In het display van de flitser worden „AZoom" en de reflectorstand (mm) aangegeven.

Met de hand verstellen van de zoomstand bij AZoom

De zoomstand van de hoofdreflector ⑦ kan ook bij het gebruik op een camera die de gegevens doorgeeft, veranderd worden, bijv. om bepaalde verlichtingseffecten te verkuijen (bijv. hot-spot enz.). Zie ook 6.2

Na het opslaan wordt „MZoom" in het display aangegeven.

TerugzettenaardeA-Zoofunctie

  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensussen camera eb flitserplaats kan vinden.
  • De zoomstand zo vaak veranderen, dat in het display „AZoom" aangegeven worden.

9. Groothoekdiffusor

Met de groothoekdifusor ② worden de verlichtingshoek van de flitser aangepast aan objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat).
Trek de groothoekdifusor ② uit de hoofdreflector ⑦ tot de aanslag maar voren en LAST hem los. De groothoekdifusor klapt automatisch maar beneden.
De hoofdreflector worden automatisch in de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandswaarden en de zoomwaarde aan 18 mm gecorrigeerd.

Voor het inschuiven de groothoekdiffusor ② 90^ omhoog klappen en helemaal inschuiven.

10. Flitstechnieken

10.1 Indirect flitsen

Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en vermindert de duidelijke schaduwerking. Bovendien wordt natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- tot achtergrund gereduceerd.

Voor indirect flitsen kan de hoofdreflector ⑦ van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Om kleurzwemen in de opnamen te vermijden要去 het reflecterende vlok liefst neutraal van kleur, c.q. witহ. Voor een frontale opheldering kan extra de hulpreflector ⑨ in het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.8).

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Indirect flitsen - 1

Bij verticaal zwenken van de hoofdreflector moet u er op letten, dat hji voldoende gezwenkt worden, zodate er geen direct Licht op het onderwerp kan vallen. Zwenk dus minstens tot de 60^ klikstand.

Bij gezwenkte hoofdreflector vindt in het display geen aanduiding van de reikwijdte plaats.

10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart

Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectorkaar ① können bij Personen als volgt spitslichtjes in de ogen worden verkreten:

Zwenk de reflectorkop 90^ maar boven;
- trek de reflectorkaart ① samen met de groothoekdiffusor ② boven uit de reflectorkop maar voren;
- houd de reflecterende kaart ① vast en schuif de groothoekdiffusor ② terug in de reflectorkop.

10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector

Bij gezwenkte hoofdreflector ⑦ kan als extra voor frontale opheldering van het onderwerp de hulpreflector ⑨ via het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.8).

Het gebruiken van de hulpreflector ⑨ is in principe alleen zinvol en möglichk als de hoofdreflector ⑦ gezwenkt is. Als de hoofdreflector Niet gezwenkt is, worden

de hulpreflector bij de opname Niet ontstoken.

Is de hoeveelheid Licht vanuit de hulpreflector te groot, dan kan deze via het menu 'Select' tot 1/2 worden verminderd (zie 7.8).

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Indirect flitsen met de hulpreflector - 1

De hulpreflector worden door de functies stroboscoop, instellicht ML en remote Niet ondersteund! De hulpreflector geeft geen Licht af, als de hoof-dreflector in zijn normale stand staat of maar beneden gezwenkt worden.

10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen

In het dicht bijbereik en bij macro-opnamen kan door de parallaxfoutussen flitser en objctief aan de onderrand van het beeld het onderwerp afgeschaduwd worden. Om dit te vermiiden kan de hoofdeflector met een hoek van

-7° maar beneden worden gezwenkt. Druk waaroor op de ontgrendelknop ⑬ van de reflector en zwenk hem�<|im_start|>

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Dicht bijopnamen / macro-opnamen - 1

Is de hoofdeflectoraar beneden gezwenkt dan worden dat in het display aangegeven met "TILT".

Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand aangehouden moet worden om overbelichting te vermijden.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Dicht bijopnamen / macro-opnamen - 2

De minimale flitsafstand bedraagt ont. 10% van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Let er ook op, dat bij dichtbijopnamen het flitslicht Niet door het objektief afgeschermd worden!

10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting

De belichtingsautomaat van de flitser en van de meeste camera's is afgestemd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitseronderwerpen). Een donkere achtergrund die veel Licht absorbeert of een lichte achtergrund (bijv. bij gegenlichtopnamen) of een die sterk reflecteert kan tot over- c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden.

Om bovengenoemd effect te compenseren kan de flitsbelichting met de hand via een correctiewaarde aan het onderwerp worden aangepast. De hoogte van deze correctiewaarde hangt af van het contrastussen onderwerp en achtergrond!

Op de flitser können, zowel in de TTL - flitsfunctiones als bij automatisch flitsen, met

de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van-3 EV (diafragmawaarden) tot +3 EV (diafragmawaarden) in stappen van een derde stop worden ingesteld. Veel camera's hebben een instelmogelijkheden voor de belichtingscorrecties, die ook bij de TTL-flitsfunctie te gebruiken zijn.

Donker onderwerp gegen een lichte acheftergrund:

Positieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot +2 diafragmawaarden EV).

Licht onderwerp gegen een donkere achechtergrund:

Negatieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawaarden EV).

Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser veranderen en aan de correctiewaarden worden aan-gepast (afhankelijk van het type camera). Instelling: zie 6.4.

Het met de hand corrigeren van de flitsbelichting kan bij de TTL-flitsfunctie alleen danplaatsvinden, als de camera die functie ook ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als de camera die functie Niet ondersteunt blijft de ingestelde correctiewaarde buiten werking. Bij verzschillende types camera, bijv. compactcamera's, moet een met de hand in te stellen correctiewaarde op de flitsbelichting op de camera zich worden ingesteld. In het display van de flitser wordt dan geen correctiewaarde aangegeven.

11. Aanduiding van flitsparaatheid

Zodra de flitscondensator opgeladen is, Licht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid ⑥) op en geeft daarmee aan, dat de flitser gereid is. Dat beteKent, dat bij de volgende opname flitslicht kan worden gebruikt. Het signal van de flitsparaatheid wordenaar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker waarvan voor de overeenkomstige aanduiding.

Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera de aandui-ding van flitsparaatheid oplicht, wordt er geen flits ontstoken en kan de opname wellicht verkeerd worden belicht, als de camera reeds waar de flitsssynchronisatieid (zie 12) is omgeschakeld.

De in de flitser ingebouwde meerzone AF-meetflits ⑪ kan door AF-camera's alleen bij aangegeven flitsparaatheid geactiveerd worden (zie 17!

12. Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd

Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde camerafunctie worden de ingestelde belichtingsstijd bij het bereiken van de flitsparaatheid omgeschakeld waar de flitsssynchronisatietijd.

Verschillende camera's beschikken over een synchronisatiebereik, bijv. 1/30 s. tot 1.125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatie-tijd de camera dan aanstuurt hangt van de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het gebruekte objctief af.

Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd konnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen synchronisatie (zie ook de gebruiksaanwijzing van uw camera en 17) worden toegepast.

Bij camera's met een centraalsluiter (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera) en bij de FP-HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie 15.4) vindt geen automatische omschakeling waar de flitssynchronisatie plaat. Daardoor kan er met alle belichtingstijden geflitst worden. Als u城县 het volle vermogen van de flitser nodig heeft, gebruik dan geen kortere belichtingstijd dan 1 / 125s

13. Aanduiding van de belichtingscontrole

De aanduiding van belichtingscontrole „o.k." ⑭licht alleen op, als de opname in de TTL-flitsfungtie, c.q. de automatisch-flitsenfungtie correct werk belicht! Verschijt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' ⑭na de opname Niet, dan is de opname onderbelicht en moet u de eerstvolgend lagere diafragmawaarde instellen (bijv. diafragmawaarde 8 in plantaan dieafragmawaarde 11) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de flitsreikwijdtte in het display van de flitsser (zie 14).

14. Aanduiding van de flitsreikwijdtde

In het display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijdtveh het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is gebaseerd op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp, die voor de meeste opnamesituaties geldt. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen konnen de reikwijdtbeinvloeden.

In de TTL- en automatisch-flitsenfunctie is het het beste wanner het onderwerp zich ongeveer in het midden van de aangegeven waarde bevindt. Daarmee worden de belichtingsautomatie kvoerde spelruimte geboden voor een gelijkmatige verlichting. De minimale flitsafstand mag Niet minder dan 10% van de aangegeven waarde bedragen om overbelichting te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde worden bereikt.

In de manual flitsfungtie M worden de afstand tot het onderwerp aangegeven die voor een correcte belichting要去en aangehouden. De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragma-waarde van het objectief en door te kiezen+tussen vol en een deelvermogen P'worden bereikt.

De reikwijdte kan maar keuze in meter (m) of feet (ft) plaatsvinden (zie 7.7). Bij gezwenkte hoofdreflector worden geen reikwijdte aangegeven! Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte

De camera's geven de flitsparameters (bijv. die voor de lichtgevoeligheid ISO, brandpuntsafstand van het objectief, diafragma en correctie op de belichting) door maar de flitser. De flitser past+zijn instellingen aan automatisch op aan. Uit de flitsparameters en het richtgetal worden de maximale flitsreikwijde berekend en in het display aangegeven.

Daarvoort moetCUSen camera en flitser een uitwisseling van gegevenplaatsvinden

15. Flitssynchronisatie

15.1 Normale synchronisatie

Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichting ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standardfunctie die dan ook door alle camera's wordt ondersteund. Voor de meeste flitsopnamen is dit de meest geschikte synchronisatie. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde functie waar de flitsssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijdenussen 1 / 30 s. en 1 / 125 s. (zie de gebruiskaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft voor deze functie niets voor te worden ingesteld en vindt er ook geen aanduiding plaats.

15.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2)

Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2). Daar bij wordt de flits pas aan het einde van de belichting ontstoken. Daar bij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken, ommiddelijk voor de sluiter begint dicht te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met langere belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen met een eigenlichtbron, waar dat dan de bewegende Lichtbronnen een lichtstaart awhile den, inplaats van dat deze zich voor het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijt u bij bewegende Lichtbronnen een naturelijk van de opnamesituatie! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan� flitsssynchronisatietijd in.

De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter moet op de camera zich worden ingesteld (zie de gebruksaanwijzing van uw camera)!

15.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW

Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid tot flitsopnamen in combinatie met een lange belichtingstijd. In deze functie hebt u de mogelijkheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opname better in beeld te kriijgen. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aangepast zich aan

de lage omgevingshelderheid. Daar bij worden door de camera automatisch belichtingstijden gekozen, die langer zijn dan z 'n flitsssynchronisatietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma's (bijv. bij diafragmavoorkeuze 'Av', nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijizing van uw camera). Op de flitser hoeft u voor deze functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaat.

Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkomen!

15.4 FP-HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden

Sommige camera's ondersteunen de FP-HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Met deze flitsfungtie is het可想而知, die flitser ook bij korte belichtingsstijden dan de flitssynchronisatietijd te gebruiken. Interessant is deze fungtie bijv. bij portretopnamen in zeer lichte omgevingen en door een wijd geopend diafragma (bijv. F 2.0) de scherptediepte begrensd要去 worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de flitsfungties TTL (TTL HSS) en M (M HSS).

Natuurkundig bepaald, worden door de synchronisatie bij korte belichtingstijden FP-HSS beschert het richtgetal en daarmee ook de reikwijdtte van de flits soms flink beperkt! Let waarom op de aanduiding van de reikwijdtte in het LC-display van de flitser! De FP-HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden worden automatisch uitgevoerd als op de camera automatisch door het belichtingsprogramma of met de hand een kortere tijd dan de flitsssynchronisatietijd ingesteld is.

Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de FP-HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden ook van die belichtingstijd afhankelijk is: hoe korte de belichtingstijd, des te lager het richtgetal! De instelling vindt via het Mode-menu plaat (zie 5.1).

16. Flitsen vooraf gegen het 'rode-ogeneffect'

Het 'rode-ogeneffect' treedt op als de te fotograferen persoon meer of minderrecht in de camera kijkkt, de omgeving donker is en de flitser zich dicht bij de optische as van de camera bevindt. Het flitslicht verlichtaar bij door pupilbeen, de achtergrond van de ogen.

Sommige cameratypes beschikken over een functie van vooraf flitsen gegen het 'rode-ogeneffect'. Daar bij leiden een of meertere flitsen ertoe, dat de pupillen zich wateer sluiten, waarkee het effect van de rode ogen vermindert.

Bij sommige camera's ondersteunt de functie van flitsen vooraf alleen de in de camera ingebouwde flitser, c.q. een schijnwerper in de camerabody. Het instellen van deze functie moet dan op de camera gebeuren (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Bij gebruik van de functie van flitsen vooraf is synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2) Niet möglichk!

17. Meerzone AF-meetflits

Zodra er nicht meer voldoende omgevingslicht om voor automatisch scherp te konnen stellen, worden door de camera demeerzone AF-meetflits ⑪ in de flitser geacteveerd. Daar bij worden een streeppatroon op het onderwerp geprojecteerd waar de camera op kan scherpstellen. De reikwijdtde bedraagt, afhankelijk van de geselecteerde AF-sensor in de camera, ont. 6 ... 9 m (bij standardobjectief 1,7 / 50 mm). De maximale reikwijdtde worden met de centrale AF-sensor van de camera bereikt. Wegens de parallax:tussen objectief en de AF-meetflits in de flitser bedraagt de zicht bij-instelgrens met de AF-meetflits ont. 0,7 m tot 1 m.

Om de camera de AF-meetflits 1 te lien activeren, moet op de camera de autofocusfunctionie 'Single-AF (S)' ingesteld zich en de flitser要去 flitspa- raat zich. Sommige cameratypes ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. De meerzone AF-meetflits 1 van de flitser wordt dan Niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera's; zie de gebruik-saanwijzing van uw camera)!

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Meerzone AF-meetflits - 1

Zoomobjectieven met een geringe Lichtsterkte{kunnen de reikwijdte van de meerzone AF-meetflits behoorlijk beperken!

Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits van de flitser. Wordt dan een decentrale sensor geselec- teerd, dan worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd!

18. Draadloze remote-function

Het remote-system bestaat uit een masterflitser op de camera en een of meer slaafflitsers. De slaafflitter(s) worden (-en) draadloos door de hulpreflector van de masterflitser draadloos op afstand ontstoken. Het Licht van de hulpreflector draagt nicht bij aan de belichting van de opname.

De slaaffliser worden in een van twee möglichke groepen (A of B) ingedeeld (zie de Foto op de omslagzijde). Daar bij kan elke coop uit een ofmeer slaafflisers bestaan.

Het totale remotesystem kan zowel met de functie TTL of M worden uitgevoerd.

Het veranderen van de flitsfunctie moet in de masterflitser in de slaafgroep A worden uitgevoerd. De in deze slaafgroep A uitgevoerde verandering geldt dan voor het gehele system, dus ook voor de slaafgroepen B en op de masterflitser M.

De flitsfungtie (E-TTL of manual M) van het gehele remote-system wordt met de keuze van de flitsfungtie voor slaafgroep A vastgelegd.

Omer voor te zorgen dat meertere remote-systemen in eenzflede ruimte elkaar Niet storen,staan vier verschillende remote-kanalerterschikking.

Master- en slaafflitsers die bij eenzflede remote-systeem horen, moeten op hetzelfde kanaal worden ingesteld. De slaafflitsers要去en met hun ingebouwde sensor voor draadloze afstandsbediening ③ hetlicht van de masterflitser kannen ontvangen.

De remote-flitsfungtie ondersteunt ook de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter. In de remote-functie verschijnt er geen aanduiding van een reikwijdte in het display van de flitser.

18.1 Instellen en uitschakelen van de remote-functie

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het menupunt 'Remote'. Het geseleerde worden gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set', waarmee u de keuze van 'Remote' bevestigt.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ 'Remote Master' ⇌ voor de masterfunctie, 'Remote Slave' ⇌ voor de slaaffunctie, c.q. 'Remote OFF' voor het deactiveren van de remote-functie in. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het displayeer tot de normale aanduidingen terugkeert. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 s. automatisch waar de normale weergave terug.

18.2 Installingen op de masterflitser

De slaafgroepen A is alhijd geactiveerd. Deze kun nicht worden gedeacti-veerd! De masterflitser-M en de slaafgroep B kunnen wel geactiveerd of gedeactiveerd worden! Bij gedeactiveerde masterflitser heeft het flitslicht van masterflitser alleen nog een sturende functie en neemt het geen deel aan de belichting van de opname!

Met de toets 'Para' können na elkaar de instellingen van de masterflitser M en de slaafflitsers van de groepen A en B worden opgeroepen.

TTL-Remote

Het instellen van sloafgroep A

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display A (voor slaafgroep A) worden aangegeven.
  • Terwijl A aangegeven is, moet u zo vaak op de toets 'Mode' drukken, dat naast de A de aanduiding TTL (= TTL-Remote) verschijnt.
  • Zolang A TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV)

in stappen van een derde stop voor de slaafflitsers van groep A ingesteld worden.

  • Met de toets 'Return' → de instelling opslaan. Als u Niet op de toets 'Return
    drukt, wird de instelling na ong. 5 s. automatisch opgeslagen.

Het instellen van slaafgroep B

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display B TTL (voor slaafgroep B) worden aangegeven.
  • Zolang B TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van - 3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in stappen van een derde stop voor de slaafflitsers van groep B worden ingesteld.
  • Met de toets 'Return' de instelling opslaan. Als u Niet op de toets, Return' drukt, worden de instelling automatisch na ong. 5 s. opgeslagen.
  • Om de slaafgroep B te deactiveren moet u zo vaak op de toets 'Mode' drukken, dat in het display alleen 'B' worden aangegeven
  • Sla, door op de toets 'Return' te drukken, de instelling op. Als u zich op de toets 'Return' drukt, worden de instellenen na ong. 5 sec. automatisch opgeslagen.

Het instellen van een remote-kanaal

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Ch' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) het remote-kanaal in.
  • Sla met druk op de toets 'Return' de instelling op. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de instelleningen na ong. 5 s. automatisch opgesla-gen.

Het instellen van de zoomstand van de reflector

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Zoom' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) de zoomstand in.
  • Sla met druk op de toets 'Return' de instelling op. Als u Niet op de toets

'Return' drukt, worden de instellenen na ong. 5 s. automatisch opgeslagen. Het instellen van de masterflitser

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display M, c.q. M TTL (voor de masterflitser) worden aangegeven.
  • Druk, om de masterflitser te activeren, zo vaak op de toets 'Mode', dat in het dislay M TTL worden aangegeven. Zolang M TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in énderde van een stop voor demasterflitser worden ingesteld.
  • Druk, om de masterflitser te deactiveren zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display alleen nog M worden aangegeven.
  • Met druk op de toets 'Return' de instelling opslaan. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de instelling na ong. 5 s. automatisch opgeslagen.

Manual-Remote

Het instellen van sloafgroep A

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display A (voor slaafgroep A) worden aangegeven.
  • Zolang A aangegeven staat drukt u zo vaak op de toets 'Mode', dat naast A de aanduiding M (= manual remote) verschijnt.
  • Zolang de aanduiding A M aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een deelvermogen 1/1 tot 1/128 voor de slaafflitsers van groep A worden ingesteld.

Het instellen van slaafgroep B

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display B M (voor slaafgroep B) worden aangegeven.
  • Zolang de aanduiding B M aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een deelvermögen van 1/1 tot 1/128 voor de slaafflitsers van groep B worden ingesteld.

  • Om de slaafgroep B te deactiveren moet u zo vaak op de toets 'Mode' drukken, dat in het display alleen 'B' worden aangegeven.

Het instellen van een remote-kanaal

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Ch' aangegeven worden.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) een remote-kanaal in.

Het instellen van de zoomstand van de reflector

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Zoom' staat aangegeven.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) de zoomstand in.

Hetinstallen van de masterflitser

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display M, c.q. M TTL (voor de masterflitser) worden aangegeven.
  • Druk, om de masterflitser te activeren, zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display M M worden aangegeven. Zolang M aangegeven is, kan met de toets (-) en (+) een deelvermogen van 1/1 tot 1/128 voor de masterflitser worden ingesteld.
  • Druk, voor het deactiveren van de masterflitser zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display alleen nog M worden'aangegeven.

18.3 Installingen op de slaafflitser

  • Met de toets 'Para' na elkaar de instellingen voor het kiezen van de slaafgroep 'Group', het remote-kanaal 'Channel' en de reflectorstand 'Zoom' selecteren. Het instellen van de gewenste slaafgroep, c.q. het remote-kanaal en de zoomstand van de reflector vindt waar bij met de toetsen (-) en (+)plaats.
    De slaafflitser moet op hetzelfde remotekanaal als de masterflitser worden ingesteld! De flitsfungtie van de slaafflitser (E-TTL-Remote, c.q. manu-al-remote) kan Niet op de slaafflitser worden ingesteld, waar dat de sturing door de masterflitser automatisch plaatsvindt!
  • Sla met de toets 'Return' de installingen op. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de instelling na on g. 5 s. automatisch opgeslagen.

18.4 Controlleren van de remote-functie

  • Zet de slaafflitsers net zo neer, als voor de latere opname gewenst is.
  • Wacht af dat alle deelnemende flitsers flitsparaat zijn. Bij de slaafflitsers knippert de AF-meetflits als ze flitsparaat�. Activeer eventuel de akoestische meldingen (Beep; zie 7.2).
  • Druk op de masterflitser op de ontspanknop voor handbediening om een proefflits te ontsteken. De slaafflitser reageren elk per groep na elkaar, ie's vertraagd, met een proefflits. Als een slaafflitser geen proefferls afgeeft, contro-ler dan de instelling van het remote-kanaal en de slaafgroep. Corrigeer de positie van de slaafflitser zatat deze het Licht van de masterflitser ongehinder kan ontvangen.

19. Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zacht, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd konnen worden.

19.1 Het updaten van de firmware

De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑤ geactualiseerd en in technisch opzlicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).

Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de

19.2 Reset

De flitser kan maar de fabrieksinstelleningen worden teruggezet. Druk waaroor op de toets 'Mode' en houd deze gedurende 3 s. ingedrukt. In het display worden dan 'Reset' aangegeven. Na ong. 3 s. wisselt de aanuiding in het display maar de afleveringstoestand.

De updates van de firmware waar zijn hierin Niet betrokken!

19.3 Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een naturukundige ver-
andering, als het apparaat gedurende een langere tijd Niet wordt ingeschakeld.
Het is waaromoodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te
schakelen. De voeding moet waar bij zo veel energia leveren, dat de flitsparaaat
theid uiterlijk 1 min. na het inschakelen oplicht.

20. Troubleshooting

Zou het ook voorkomen, dat bijv. in het display van de flitseronzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneert zoals hij op grond van zich instellenen zou behoren te doeon, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ⑤ uit. Controleer of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellenen.

Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen neue, c.q. vers opgeladen accu's! De flitser zou nu na het inschakenoer 'normaal'要去en functioneren. Als dit Niet het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.

Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.

Op de flitser is alleen de flitsfungtie TTL te kiezen en in te stellen.

  • Het systeme bepaalt dat bij sommige camera's, afhankelijk van de erop ingeselde camerafunctie, alleen de flitsfungtie TTL worden ondersteund. Andere flitsregelingen (Automatisch-flitsen A, Manual M enz.) zijn dan nicht te kiezen, c.q. in te stellen! Zie hoofdstuk 5.

In het display verzischijnt de reikwijde Niet

  • De hoofdeflector staat nicht in de normale stand.
    Op de flitser staat de remote-functionie ingesteld.

In het display verschijnt de aanuiding "TILT"

  • De hoofdfreflector is voor zicht bij-, c.q. macro-opnamen maar beneden gezwenkt.

In het display verschijnt de aanuidiging "POWERPACK"

  • Op de mecablitz is een Niet toegelaten Power Pack aangesloten. Sluit alleen een Metz Power Pack P76 aan.

In het display verschijnt een batterijwaarschuwing

  • Bij het verzchijnen van de waarschuwingsaanduiding is er nog zoveel energia, dat slechts enkele flitsen+kunnen worden ontstoken. Zie ook par. 3.2 "Batterijen verrangen". Er zich echter ook oplaadapparaten waar bij de batterijwaarschuwing relatief vroeg verschijnt, hoewel er nog zo'n 50% van het aantal flitsen kan worden ontstoken. In het draadloze remotefunctieaaS het systeme een batterijwaarschuwing Niet toe.

In het display verschijnt een batterijsymbolbool

  • Op de mecablitz is een Metz Power Pack P76 aangesloten en in het batterijvak van de mecablitz bevinden zich batterijen. Haal deze batterijenuit de mecablitz.

De AF-meetflits van de flitser worden nicht geactiveerd.

  • De flitser is nicht paraat.
  • De camera staat nicht in de functie Single AF (S-AF).
  • De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.
  • Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!

De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objctief.

  • De camera geeft geen digitale gegevens aan de flitser door.
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!

In het display knippert de aanduiding van de zoomstand van de reflector.
- Waarschuwing wegens vignettering lans de randen van het beeld: de op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objectief (omgerekendaar Kleinbeeld 24× 36mm) iskleiner dan de op de flitser ingestelde zoomstand van de reflector

De hulpflector is Niet te activeren, c.q. ontsteekt geen flits.

  • In de flitsfuncties stroboscoop, remote en instellicht (ML) worden de hulpreflector Niet ondersteund. In deze functies kan de hulpreflector Niet worden geactiveerd, c.q ontsteekt hij geen flits.
  • De hoofdeflector staat in zijn normale stand of hij is maar beneden gezwenkt.

De hulpreflector flitst hoewel hij is uitgeschakeld.
- De mecablitz werkkt als master in het remotesystem. De hulpreflector van de masterflitser stuart de slaafflritser(s). Hetlicht van de hulpreflector draagt nicht bij aan de belichting van de opname.

Deinstalling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkst Niet.
- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet.

De draadloze remote-functione als masterflitser alot zich nicht instellen.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspanknp op de camera even aan.

De automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd vindt Niet plaats.
- De camera werkkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er

hoeft waar bij geen omschakeling maar een flitssynchronisatieijdplaats te vinden.

  • De camera werkkt met de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden. Daarbij vindt omschakeling maar de flitssynchronisatietijd Niet plaats.
  • De camera werkkt met een langere belichtingsstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij Niet maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruksaanwijzing van de camera).

De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.

  • Door de parallax:tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van hetbeeld Niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdiffusor voor de reflector.

De opname zich te donker.

  • Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen ver-mindert de reikwijdte van de flits.
  • Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor worden het meetsystem van de camera, c.q. van de flitser beinvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.

De opnamen zijn te Licht.

  • In het dicht bijbereik konnen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorkomen, als u bijv. een langere dan de kortste flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp要去 minstens 10% van de aangegeven reikwijde bedragen.

De flitsparameters voor de lichtgevoeligheid ISO en de diafragmawaarde F zijn op de flitser Niet te verstellen.

  • Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van gegevens laats. Daar bij worden de waarden van ISO en diafragma F automatisch op de flitser ingesteld. Het met de hand verstellen van ISO en diafragmawaarde is waar bij nicht möglichk!

Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:

in het metersystem: 58 in het feetsystem: 192

Bereik van de automatische werkdiafragma's bij ISO 100 / 21°:

F1,0 tot F45 inclusief detussenwaarden

Met de hand instelbare deelvermogens:

P 1/1 ... P 1/256 in stappen van een derde

Flitsduur (zie Tabel 4, S. 166)

Meethoek fotosensor: Ong. 25^

Kleurtemperatuur: Ong. 5600 K

Lichtgevoeligkeit: ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-ontsteking

Aantallen flitsen:

  • Ong. 180 met Metz NiMH accumapak 1600mAh
  • Ong. 180 met super-alkalimangaanbatterijen
    Ong. 430 met Metz Power-Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

Flitsvolgli:

  • Ong. 5 second met NiMh accupak 1600mAh
  • Ong. 5 seconden super-alkalimangaanbatterijen
    Ong. 2,5 second met Power Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

Verlichtingshoek

Hoofdeflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

... met grothoekdifusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

Hulpreflector vanaf 35 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector

Naarboven-7° 45° 60° 75° 90°

Tegen de wijzers van de klok in 30^ .. 180°

Richting wijzers van de klok 30^ 60^ 90^ 120^

Afmetingen ong. in mm (B x H x D)

Lampstaaf 71 × 148 × 99

Gewicht:

Flitser zonder accu Ong. 355 gram

De levering omvat

Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing, tas en standvoet.

22. Bijzondere toebehoren

Voor foute werkung van en schades aan de mecablitz,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zich wij Niet aansprakelijk.

  • Mecabounce 58-90
    (Bestelnr. 000058902)
    Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werkung is verbluffend, sondern de Foto's een zacht effect kriijgen. De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijdtedeordt ongeveer de helft korte.
  • Reflexschirm 58-23
    (Bestellnr. 000058235)
    Verzacht door+zijn zachte,gerichte licht,harde slagschaduwen.
    Power-Pack P76
    (Bestellnr. 000129768)
    voor groter aantal flitsen.
    Verbindingskabel V58-50 (bestelnr. 000058504) vereist.

Afvoeren van de batterijen

Batterijenhorenietbijhethuisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een waarvoort bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's�in de regel ontladen wonneer het waarvoorgebruikte apparaat

  • uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg"
  • de batterijen na longer gebruik Niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen,要去en de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 1

Table 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1)

Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen

Uw Metz product is ontworpen voor en opgebouwd uit kwalitatief hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled en opnieuw gebruikt hunnen worden.

Dit symbolism betekent, dat elektrische en elektronische apparaten aan het eind van hun levensduur gescheden van het huisvuil bij het afval moeten worden afgegeven.

Lever dit apparaat of bij deplaatselijke verzamelplaats of in een kringloopwinkel.

Help ons alstublieft het milieu waarin we leven, te behouden.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 2

GB

In het kader de CE-markering werden bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 3

SCA Contacten nied aanraken!

In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.

NL

METZ MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL - SCA Contacten nied aanraken! - 1

Remarque:

Inhoudsopgave Cliquez un titre pour y accéder
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 58 AF-1 O DIGITAL

Categorie : Externe flitser