METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Externe flitser

MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 48 AF-1 NIKON METZ in PDF-formaat.

📄 139 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - page 47
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Externe flitser voor Nikon camera's (i-TTL, D-TTL, TTL)
Merk METZ
Model MECABLITZ 48 AF-1 NIKON
Compatibiliteit Nikon spiegelreflex- en compactcamera's met flitsschoen (groepen A tot E)
Maximaal geleidingsgetal 48 (ISO 100, zoom 105 mm)
Flitsmodi Standaard TTL, TTL BL, i-TTL, i-TTL-BL, D-TTL, D-TTL-3D, Handmatig M, hoge snelheid synchronisatie (FP/HSS)
Synchronisatie 1e en 2e gordijn (REAR), langzame synchronisatie, hoge snelheid
Voeding 4 batterijen/accu's type AA (LR6/HR6/KR6/FR6) – NiCd, NiMH, alkaline, lithium
Levensduur (vol vermogen) Tot 460 flitsen (lithiumbatterijen), 250 (NiMH 1600 mAh), 210 (alkaline), 90 (NiCd 600 mAh)
Oplaadtijd Ongeveer 3,5 seconden (vol vermogen)
Kleurtemperatuur 5600 K
ISO-bereik 6 tot 6400
Afmetingen (L x H x D) 71 x 137 x 99 mm
Gewicht Ongeveer 425 g (zonder batterijen)
Gemotoriseerde zoomkop Bereik 24-105 mm (18 mm met ingebouwde groothoekdiffusor)
Oriëntatie zoomkop Verticaal -7° tot +90°, horizontaal tot 180° links/rechts
Speciale functies Draadloze remote slave-modus (3 groepen, 4 kanalen), pilotlicht, uitgebreide zoom, flitsbracketing (FB), belichtingscorrectie ±3 EV
Onderhoud en reiniging Reinig met een zachte, droge doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen. Verwijder de batterijen bij langdurige inactiviteit.
Veiligheid Niet in de buurt van ogen of brandbare gassen afvuren. Niet demonteren (hoogspanning). Uitschakelen voor montage/demontage.
Firmware-update Via USB-aansluiting
Optionele accessoires Mecabounce 58-90, reflecterend scherm 58-23, flitsvoet W-F127
Reset Houd de toets « Mode » ongeveer 5 seconden ingedrukt (toont « rES »)

Veelgestelde vragen - MECABLITZ 48 AF-1 NIKON METZ

Hoe stel ik de TTL-flitsmodus in?
Druk op de Mode-toets ② totdat TTL knippert op het scherm. De flitser selecteert automatisch de i-TTL of D-TTL modus, afhankelijk van de camera. Na 5 seconden wordt de instelling opgeslagen.
Wat betekent de weergave « FEE » op het scherm?
De foutmelding « FEE » verschijnt wanneer de diafragmaring van het objectief niet op de maximale opening staat, of als de handmatige flitsmodus M is ingesteld op een incompatibele programmamodus. Controleer de instellingen van het objectief en de camera.
Hoe gebruik ik de flitser in draadloze slave-modus?
Activeer de remote slave-modus (SL) via het Select-menu. Wijs een groep (A, B of C) en een kanaal (1-4) toe dat overeenkomt met de masterflitser. De slaveflitser wordt dan draadloos geactiveerd via het Nikon Advanced Wireless Lighting-systeem.
Waarom wordt het bereik niet op het scherm weergegeven?
Het bereik wordt niet weergegeven als de hoofdreflector niet in de normale stand staat (gekanteld of gedraaid), als de flitser in remote slave-modus staat, of als de camera geen gegevens doorgeeft (groep A of objectief zonder CPU). Zorg voor communicatie tussen flitser en camera.
Hoe corrigeer ik onderbelichting bij flitsen?
Stel een handmatige positieve belichtingscorrectie in (+EV) via de toetsen (+) en (-) totdat EV knippert, en pas vervolgens aan. U kunt ook het diafragma openen (kleiner f-getal) of dichter bij het onderwerp gaan staan.
Hoe maak ik de flitser schoon?
Gebruik een zachte, droge doek (eventueel met siliconen) om stof en vuil te verwijderen. Gebruik nooit reinigingsmiddelen die het plastic kunnen beschadigen.
Welke batterij kan ik het beste gebruiken?
Voor een snelle oplaadtijd gebruikt u NiMH-accu's (1600 mAh of meer). Lithiumbatterijen bieden de langste levensduur (tot 460 flitsen). Alkalische batterijen zijn geschikt voor incidenteel gebruik.
Hoe reset ik de flitser naar fabrieksinstellingen?
Houd de Mode-toets ongeveer 5 seconden ingedrukt. Het scherm toont kort « rES » en de flitser keert terug naar de fabrieksinstellingen. Firmware-updates worden niet beïnvloed.
De flitser laadt niet op, wat moet ik doen?
Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst (let op polariteit) en voldoende zijn opgeladen. Als de oplaadtijd langer dan 60 seconden duurt, vervang de batterijen dan door een nieuw setje. Als het probleem aanhoudt, schakel de flitser dan 10 seconden uit en weer aan.
Hoe gebruik ik de groothoekdiffusor?
Trek de groothoekdiffusor ⑧ naar voren tot de aanslag en laat hem los: hij klapt automatisch naar beneden. De flitser stelt de zoom in op 18 mm. Om hem op te bergen, zet u hem 90° omhoog en schuift u hem volledig terug.

Gebruikersvragen over MECABLITZ 48 AF-1 NIKON METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 48 AF-1 NIKON van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 48 AF-1 NIKON METZ

1 Veiligheidsinstructies....47

2 Dedicated flitsfuncties .... 48

3 Flitser gereedmaken 49

3.1 Het aanbrengen van de flitser 49

3.2 Voeding....49

3.3 In- en uitschakelen van de flitser 50

3.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF....50

4 LED-aanduidingen op de flitser 50

4.1 Aanduiding dat de flitser is opgeladen....50

4.2 Aanduiding van de belichtingscontrole 50

5 Aanduidingen in het display .... 50

5.1 Aanduiding van de flitsfunctie .... 51

5.2 Aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht 51

5.3 Error-aanduiding 'FEE' 52

5.5 Aanduiding van onderbelichting 'EV' 52

6 Aanduidingen in de zoeker van de camera .... 52

7 Flitsfuncties ('Mode') 52

7.1 TTL-functies 52

7.2 Manual flitsfunctie 55

8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting ..... 56

9 Bijzondere functies ('Select') 56

9.1 Motorische zoominstelling van de hoofdreflector ('Zoom') ..... 56

9.2 Remote-slaafflitsfunctie (SL) 57

9.3 Flitsbelichtingstrapje ('FB') 59

9.4 Automatische uitschakeling Ⓤ 59

9.5 Instellicht ('ML') 59

9.6 Extended-zoomfunctie ('Ex') 60

9.7 Meter-Feet-omschakeling ('m'/'ft')....60

10 Flitstechnieken 60

10.1 Indirect flitsen....60

10.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart....60

10.3 Dichtbijopnamen / macro-opnamen 61

10.4 Meetopslag van de flitsbelichting....61

11 Flitssynchronisatie....61

11.1 Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd ....61

11.2 Normale synchronisatie 62

11.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)....62

11.4 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)....62

11.5 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP, c.q. HSS) .. 62

11.6 Functie van flits vooraf tegen het 'rode ogen-effect'....63

12 Automatische AF-meetflits 63

13 Ontsteeksturing (Auto-Flash) 63

  1. Onderhoud en verzorging 64

14.1 Het updaten van de firmware 64

14.2 Reset 64

14.3 Formeren van de flitscondensator....64

15 Troubleshooting 64

17 Bijzondere toebehoren 67

Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1)....132

Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen ..... 133

Tabel 5: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes. . . 134

Tabel 6: Max. Richtgetallen bij de HSS functie....134

Voorwoord

Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen.

Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loont echter de moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan

Deze flitser is geschikt voor:

* Analoge en digitale Nikon camera's met TTL, D-TTL en i-TTL flitsregeling.

* Digitale Fuji reflexcamera's bijv. 'Fuji FinePix S3Pro'.

Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser niet geschikt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruik-iks-aanwijzing open.

1 Veiligheidsinstructies

  • De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
  • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser absoluut niet worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
  • Fotografeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders tijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk kunnen veroorzaken!
  • Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding zijn tot zware storingen in het kijken, tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
  • Stel batterijen / accu's niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonneschijn, vuur of dergelijke!
  • Gooi verbruikte batterijen / accu's niet in vuur!

  • Uit verbruikte batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal daarom verbruikte batterijen altijd uit het apparaat.

  • Batterijen kunnen niet worden opgeladen.
  • Stel de flitser en het laadapparaat niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
  • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser niet in het handschoenvak van de auto!
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geen licht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag niet vuil zijn. Als u hierop niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kunnen verbranden.
  • Raak het venster van de reflector niet aan als u een serie van meerdere flitsen achterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
  • Neem de flitser niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparaat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden kunnen worden.
  • Bij serieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden, moet u er op letten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minuten ingelast wordt! Daarmee vermijdt u overbelasting van het apparaat.
  • Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet.
  • De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
  • Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser vóór gebruik acclimatiseren!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

2 Dedicated flitsfuncties

Dedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camerasysteem ingestelde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden daarbij verschillende flitsfuncties ondersteund.

2.1 Indeling in cameragroepen

De Nikon camera's kunnen, met betrekking tot de dedicated flitsfuncties, in de volgende groepen worden ingedeeld:

Camera's in groep ACamera's zonder digitale gegevensoverdracht naar de flitser, bijv.bijv. Nikon F601, F601M, F60, F50, FM-3Adigitale compactcamera«Nikon - Coolpix»
Camera's in groep BCamera's met digitale gegevensoverdracht naar de flitser, bijv. Nikon F4, F4s, F801, F801s
Camera's in groep CCamera's met digitale gegevensoverdracht naar de flitser en 3D-multisensor-invulflitsfunctie, bijv. Nikon F5, F100, F80, F70,
Camera's in groep DDigitale Nikon spiegelreflexcamera's met D-TTL flitsfunctie (zonder CLS-ondersteuning), bijv. D1, D1x, D1H, D100, Fuji FinePix S3Pro
Camera's in groep EDigitale Nikon spiegelreflexcamera's met i-TTL flitsfunctie (CLS-compatible camera's), bijv. D50, D70, D70S, D200, D2Hs, F6, D2x, Coolpix 8400, 8800

Tabel 1

ABCDE
Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker, c.q. monitor van de camera
Aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker, c.q. monitor van de camera
Aanduiding van onderbelichting EV in het LC-display van de flitser
Automatische sturing van de flitssynchronisatietijd
TTL-flitsregeling (standaard, zonder meetflits vooraf)
Automatische invulflitssturing
Matrixgestuurde TTL-invulflitsregeling
3D-multisensor invulflitsregeling
D-TTL flitsregeling en D-TTL 3D flitsregeling
i-TTL flitsregeling en I-TTL-BL flitsregeling
Meetwaardengeheugen bij i-TTL en i-TTL-BL flisen
Met de hand in te stellen correcties op TTL-/D-TTL-/i-TTL flitsbelichtingen
Synchronisatie bij het open- of dichtgaan van de sluiter (REAR)
Automatische FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden en i-TTL, i-TTL-BL en M
Automatische, sturing van de Motorzoom reflector
Extended-zoom functie
Automatische AF-meetflitssturing
Automatisch aangegeven flitsreikwijdte
Automatisch geprogrammeerd flitsen
Functie van flits vooraf ter vermindering van het 'rode ogeneffect'
Ontsteeksturing / Auto-Flash
Draadloze afstandssturing voor flitsen (Nikon Advanced Wireless Lighting)
Wake-up functie voor de flitser

METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Indeling in cameragroepen - 1

In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk, alle camera-modellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie daarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zelf moeten worden ingesteld! Bij het gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. objectieven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op!

3 Flitser gereedmaken

3.1 Het aanbrengen van de flitser

Flitser op de camera monteren

Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag tegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in het huis van de flitser verzonken.
  • Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag tegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de camera niet wordt beschadigd.

Flitser van de camera afnemen

Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag tegen het huis van de flitser draaien.
  • Flitser uit de accessoireschoen schuiven.

3.2 Voeding

De flitser kan naar keuze worden gevoed uit:

  • 4 NiCd-accu's, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze herlaadbaar zijn.
  • 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zijn minder bezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
  • 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
  • 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.

Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. uit.

Batterijen verwisselen

De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijd tussen het ontsteken van een flits met vol vermogen, bijv. bij 'M' tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid ③ meer dan 60 seconden duurt

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar ① uit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak ⑨ naar beneden en klap het open.
  • Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterij-symbolen in en sluit het deksel van het batterijvak ⑨.

Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen kunnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door dezelfde batterijen van één type fabrikant, met gelijke capaciteit! Verbruikte batterijen horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen!

3.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser moet via zijn hoofdschakelaar ① ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.

Schuif de hoofdschakelaar ① naar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitser uit te schakelen.

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zijn hoofdschakelaar ① uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) er uit te halen.

3.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF

In de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 minuten –

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera ...

... naar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energie te sparen en de voeding tegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flitsparaatheid ③ en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.

De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddellijk weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) weer ingeschakeld.

Als u de flitser langere tijd niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via zijn hoofdschakelaar ① uit!

Indien noodzakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuut plaatsvinden of worden gedeactiveerd (zie 9.4).

4 LED-aanduidingen op de flitser

4.1 Aanduiding dat de flitser is opgeladen

Zodra de flitser gereed is om te flitsen licht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid ③ op. Deze licht op als de flitscondensator opgeladen is en geeft daarmee aan dat de flitser paraat is. Dat betekent dat bij de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De Aanduiding van flitsparaatheid wordt tevens naar de camera doorgegeven en zorgt in de zoeker van de camera voor de desbetreffende aanduiding (zie 6).

Als u een opname maakt vóórdat in de zoeker van de camera de aanduiding verschijnt dat de flitser paraat is, wordt geen flits ontstoken en kan de opname onder bepaalde omstandigheden verkeerd worden belicht als op de camera reeds naar de flitssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 11.1).

4.2 Aanduiding van de belichtingscontrole

De aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' ④ licht gedurende ong. 5 seconden op als de opname in de TTL- functies (TTL, TTL BL, ♦♦TTL, ♦♦TTL BL; zie 7) correct belicht werd!

Verschijnt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' na de opname niet, dan werd de opname onderbelicht en moet u het dichtstbij liggende, lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8 nemen) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak (bij indirect flitsen) verkleinen en de opname over maken. Let ook op de aanduiding van de flitsreikwijdte in het display van de flitser (zie 5.2). Voor de aanduidingen van de belichtingscontrole in de zoeker van de camera zie ook 6)!

5 Aanduidingen in het display

De Nikon camera's van de groepen B, C, D en E (zie Tabel 1) geven de waarden van ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm) en diafragma door naar de flitser. Deze past zijn vereiste instellingen automatisch daaraan aan. Hij berekent uit die waarden en zijn richtgetal de maximale reikwijdte van het flits-

licht. Flitsfunctie, reikwijdte, werkdiafragma en de zoomstand van de hoofdreflector worden in het display van de flitser aangegeven.

Als de flitser wordt gebruikt, zonder dat deze de betreffende gegevens van de camera heeft ontvangen (bijv. als de camera uitgeschakeld is of de flitser op een camera uit groep A is gemonteerd), worden alleen de gekozen flitsfunctie, de zoomstand van de hoofdreflector en 'Zoom' aangegeven. De aanduidingen voor diafragma en reikwijdte verschijnen pas als de flitser de vereiste gegevens van de camera heeft ontvangen.

Aanduidingen voor de diafragma en reikwijdte verschijnen alleen met de camera's uit de groepen B, C, D en E (zie Tabel 1) en als deze met een AF-objectief, c.q. een objectief, voorzien van een CPU, worden gebruikt!

Displayverlichting

Telkens als u op een toets van de flitser drukt, wordt gedurende ong. 10 sec. de verlichting van het display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits via de camera of via de ontspanknop voor handbediening ⬆ ③ op de flitser, wordt de verlichting van het display uitgeschakeld.

5.1 Aanduiding van de flitsfunctie

In het display wordt de ingestelde flitsfunctie aangegeven. Hierbij zijn, afhankelijk van het type camera, c.q. de cameragroep (zie Tabel 1) verschillende aanduidingen voor de ondersteunde TTL-flitsfunctie (bijv. TIL, TILBL, iTIL, iTIL BL) en de met de hand in te stellen flitsfunctie M mogelijk, zie 7).

5.2 Aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht

Bij gebruik van camera's uit de groepen B, C, D en E en een objectief met CPU verschijnt in het display een aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht. Hiervoor moet een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspanknop op de camera. De reikwijdte kan zowel in meters (m) of in feet (ft) worden aangegeven (zie 9.7).

Bij camera's uit groep A verschijnt er geen aanduiding van de reikwijdte, of:

  • bij gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. een met de hand scherp te stellen objectief).
  • als de kop van de reflector uit zijn normale stand (naar boven, beneden of zijwaarts) gezwenkt is.
  • de flitser in de remote-flitsfunctie (Slave SL) werkt.

Aanduidingen van de reikwijdte in de TTL-flitsfuncties

In de TTL-flitsfuncties (TL, TBL BL, ♦TTL, ♦TTL BL; zie 7.1) wordt in het display de waarde voor de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde geldt voor een reflectiegraad van het onderwerp van 25%, wat voor de meeste opnamesituaties een correcte waarde is. Grote afwijkingen van deze reflectiegraad, bij zeer sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen kunnen de reikwijdte van het flitslicht beïnvloeden.

Het onderwerp moet zich in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica heeft dan voldoende speelruimte voor een goede belichting. De minimale flitsafstand tot het onderwerp mag niet minder zijn dan 10% van de aangegeven waarde om overbelichting te vermijden! Het aanpassen aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmaopening van het objectief worden bereikt.

Aanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser M

In de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M wordt in het display de afstandswaarde aangegeven die voor het correct belichten van het onderwerp aangehouden moet worden. Het aanpassen aan de heersende opnameomstandigheden kan bijv. door het veranderen van de diafragma-waarde op het objectief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.2) worden bereikt.

Overschrijding van het bereik van de aanduidingen

In het display kunnen reikwijdten tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft worden aangegeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en grote diafragmaopeningen kan het bereik van de aanduidingen worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c.q. driehoekje achter de afstandswaarde aangegeven.

5.3 Error-aanduiding 'FEE'

Bij sommige cameramodellen, c.q. camerafuncties (bijv. program P, de vari-programma's, diafragma-automatiek S) moet de diafragmaring op het objectief op de hoogste diafragmawaarde worden gezet. Staat de diafragmaring niet in de stand van de hoogste diafragmawaarde dan verschijnt op de flitser, c.q. in de zoeker van de camera de error-aanduiding 'FEE' en de camera kan niet worden ontspannen!

De met de hand in te stellen flitserfunctie M wordt door sommige camera's in de camerafunctie program P en de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's niet ondersteund. Als u in deze camerafuncties de manual flitsfunctie M instelt, dan wordt in het display als waarschuwing 'FEE' aangegeven en de ontspanknop op de camera geblokkeerd.

Controleer in dat geval de instellingen op het objectief, c.q. die van de camera (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

5.4 Aanduiding van onderbelichting 'EV'

Sommige modellen uit de groepen C, D en E (zie Tabel 1) waarschuwen in sommige camerafuncties (bijv. bij 'P' en 'A') bij een onderbelichte flitsopname met een aanduiding in het display van de flitser, die tevens de mate van onderbelichting in EV (=stops) aangeeft (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Als na een flitsopname de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.'④ niet verschijnt, c.q. het flitssymbool in de zoeker van de camera knippert, wordt in het display korte tijd de mate van onderbelichting in waarden van - 0,3 tot - 3,0 EV in stappen van 1/3 stop aangegeven. In het grensgeval, dat de flitser geen o.k.-aanduiding geeft, c.q. als in de zoeker van de camera het flitssym-

bool knippert, de belichting echter toch correct is, verschijnt die waardeaanduiding niet!

Om een aanduiding van onderbelichting te kunnen geven moet op de flitser een TTL-flitsfunctie (bijv. BL, ↓↓BL, ↓↓BL) ingesteld zijn!

6 Aanduidingen in de zoeker van de camera

Voorbeelden voor aanduidingen in de zoeker van de camera:

Het groene pijlsymbool ↘ licht op:

Aanwijzing de flitser in te schakelen, c.q. te gebruiken.

Rood pijlsymbool ↘ licht op:

De flitser is paraat:

Het rode pijlsymbool ⚠ blijft na de opname oplichten, c.q. dooft korte tijd:

De opname werd correct belicht.

Het rode pijlsymbool ↘ knippert na de opname:

De opname werd onderbelicht.

Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.

7 Flitsfuncties ('Mode')

Afhankelijk van het type camera, c.q. de cameragroep (zie Tabel 1) staan verschillende TTL-flitsfuncties en de manual flitsfunctie ter beschikking. Voor het instellen van de flitsfunctie moet daarom vooraf een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera. Het instellen van een flitsfunctie vindt met de toets 'Mode' ② plaats.

7.1 TTL-functies

In de TTL-flitsfuncties komt u op eenvoudige wijze tot zeer goede flitsopnamen. In deze flitsfuncties wordt de belichtingsmeting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze meet het door het onderwerp gereflecteerde licht door het

objectief heen (TTL = 'Trough The Lens'). De camera berekent daarbij automatisch het vereiste flitsvermogen voor een correcte belichting van de opname. Het voordeel van de TTL-flitsfunctie ligt hierin, dat alle factoren die de belichting kunnen beïnvloeden (opnamefilters, veranderingen van diafragma- en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, verlenging van de uittrek bij dichtbijopnamen enz.) automatisch bij het regelen van het flitslicht in acht worden genomen. Het symbool '‡‡' verschijnt afhankelijk van het type camera en betekent dat er gewerkt wordt met een flits, die onmiddellijk aan de eigenlijke flitsopname voorafgaat, gewerkt wordt, bijv. bij i -TTL, D-TTL en 3D. Het symbool 'BL' (BL = balanced light) geeft aan dat bij de flitsbelichting de gegevens van de afstandsinstelling van het objectief (bijv. in de 3D-functie) in acht worden genomen, c.q. dat het om een invulflitsfunctie gaat.

Na een correct belichte opname verschijnt gedurende ong. 5 sec. de aanduiding van de belichtingscontrole ④ 'o.k.' (zie 4.2).

Let er op, of er voor uw camera beperkingen gelden ten aanzien van de ISO-waarden voor de TTL-flitsfunctie (bijv. ISO 64 tot ISO 1000; zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Voor het testen van de TTL-functie moet er zich bij analoge camera's een film in de camera bevinden!

i-TTL- en D-TTL-flitsfunctie

De i-TTL-flitsfunctie wordt door camera's uit groep E, de D-TTL-flitsfunctie door camera's uit groep D ondersteund (zie Tabel 1). De i-TTL en D-TTL-flitsfuncties zijn digitale TTL-flitsfuncties en een doorontwikkeling van de TTL-flitsfunctie van analoge camera's. Bij de opname worden vlak voor de eigenlijke belichting meerdere nauwelijks zichtbare meetflitsen door de flitser afgegeven. Het gereflecteerde licht van die voorafgaande flitsen wordt door de camera geëvalueerd. Overeenkomstig die evaluatie wordt de navolgende flitsbelichting door da camera aan de opnamesituatie aangepast (zie voor details de gebruiksaanwijzing van de camera).

Het instellen

- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display'TTL' knippert. De flitser stelt overeenkomstig het type camera de i-TTL-, c.q. D-TTL-flitsfunctie in. Bij de aanduiding wordt er geen verschil tussen i-TTL en D-TTL aangegeven. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt 'TTL' aangegeven.

i-TTL-BL en D-TTL-3D-flitsfunctie

Deze digitale TTL-flitsfuncties worden alleen door camera's uit groep E, c.q. D ondersteund, als er objectieven worden gebruikt die afstandswaarden naar de camera overbrengen (bijv. 'D-AF-Nikkor-objektieven'). Bij de opname worden door de camera's deze gegevens extra bij het doseren van het flitslicht mee berekend.

Het instellen

- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display ^TTLBL knippert. De flitser stelt overeenkomstig het type camera de i-TTL-BL-, c.q. D-TTL-3D-flits-functie in. Bij de aanduiding wordt er geen verschil tussen i-TTL-BL en D-TTL-3D aangegeven. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt 'TTLBL' aangegeven.

Bij sommige camera's wordt de BL-, c.q. de 3D- functie bij SPOT-belichtingsmeting niet ondersteund! Deze flitsfunctie (symbool 'BL') wordt daarbij automatisch gedeactiveerd, c.q. kan niet worden ingesteld. De normale i-TTL-, c.q. D-TTL-flitsfunctie wordt dan uitgevoerd.

3D-Multisensor-invulflitsfunctie

Deze analoge TTL-flitsfunctie wordt door camera's uit groep C (zie Tabel 1) ondersteund. Bij een opname wordt voor de eigenlijke belichting een serie nau-

welijks waar te nemen flitsen door de flitser afgegeven. Deze worden door de TTL-multisensor en de microcomputer in de camera geëvalueerd. De camera past de TTL-flitsbelichting dan optimaal aan de opnamesituatie aan ('Multi-Sensor-invulflitsen'). Als er objectieven gebruikt worden die de afstandswaarden naar de camera doorgeven (bijv. 'D-AF-Nikkor-objectieven'), worden deze gegevens door de camera bij het doseren van de flitsenergie in acht genomen ('3D-Multisensor-invulflitsen).

Het instellen

- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display 'TILBL' knippert. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt 'TILBL' aangegeven.

Sommige camera's ondersteunen de 3D-Multisensor-invulflitsfunctie bij de SPOT-belichtingsmeting niet! Deze flitsfunctie (symbool 'BL') wordt dan automatisch gedeactiveerd, c.q. laat zich niet instellen. In plaats daarvan wordt dan de normale TTL-functie uitgevoerd.

Matrixgestuurde TTL-invulflitsfunctie

Deze analoge TTL-flitsfunctie wordt door camera's uit groep B (zie Tabel 1) ondersteund. Hierbij worden onderwerp- en achtergrondverlichting automatisch op elkaar afgestemd, zonder dat het onderwerp zelf overbelicht wordt. De instelling van de belichting van de omgeving wordt door de camera via zijn matrixmeting bepaald.

Bij het werken met camera's uit groep A (zie Tabel 1) zorgt de camera zelf voor het instellen en aangeven van deze invulflitsfunctie, c.q. wordt hij automatisch door de camera geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser verschijnt hoeft in dat geval niets te worden ingesteld er verschijnt er geen aanduiding.

Het instellen

- Druk zo vaak op de toets 'Mode' ②, dat in het display 'TILBL' knippert. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt het symbool 'TILBL' aangegeven.

Bij sommige camera's wordt de matrixgestuurde TTL-invulflitsfunctie bij SPOT-belichtingsmeting niet ondersteund! Deze flitsfunctie (symbool 'BL') wordt dan automatisch gedeactiveerd, c.q. laat zich niet instellen. In plaats daarvan wordt dan de normale -flitsfunctie uitgevoerd.

TTL-flitsfunctie

Deze analoge TTL-flitsfunctie wordt door camera's uit de groepen A, B en C (zie Tabel 1) ondersteund. Het is de normale TTL-flitsfunctie (TTL-flitsfunctie zonder voorafgaande meetflitsen) voor analoge camera's, c.q. verschillende digitale compactcamera's.

Het instellen

- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display 'mL' knippert. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt het symbool 'mL' aangegeven.

Automatische TTL-invulflitsfunctie

Bij de meeste cameramodellen wordt bij automatisch geprogrammeerd P en de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's bij daglicht de automatische TTL-invulflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Met de invulflits kunt u vervelende schaduwen wegwerken en bij tegenlichtopnamen een uitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond bewerkstelligen. Een computergestuurd meetsysteem van de camera zorgt voor een geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen.

Let er wel op, dat de bron ven het tegenlicht niet rechtstreeks in het objectief schijnt. Het TTL-meetsysteem van de camera zou daar verkeerd op kunnen reageren!

Bij de regeling van de automatische invulflits hoeft u niets in te stellen en er wordt niets aangegeven.

7.2 Manual flitsfunctie

In de manual flitsfunctie M wordt door de flitser altijd het volle vermogen afgegeven, als er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opna- mesituatie kan bijv. door de instelling van het diafragma op de camera of door het kiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvin- den. Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P 1/128 in de M-functie, P 1/1 tot P1/32 in de M-HSS functie. In het display wordt de afstand aangege- ven waarbij het onderwerp correct wordt belicht (zie 5.2).

Het instellen

- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display 'M' knippert. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt het symbool 'M' aangegeven.

Met de hand in te stellen deelvermogens

Stel in de manual flitsfunctie M met de toetsen (+) en (-) het gewenste deelvermogen in. De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatisch opgeslagen. De aanduiding van de afstandswaarde wordt automatisch aan het deelvermogen aangepast (zie 5.2).

Sommige cameramodellen ondersteunen de functie van met de hand (manual M) in te stellen flitser alleen in de camerafunctie Manual M! In andere camerafuncties verschijnt in het display een foutmelding en wordt de ontspanknop geblokkeerd (zie 5.4)!

8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting

De automatiek van de flitsbelichting is in de meeste camera's gebaseerd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert of een lichte achtergrond die sterk reflecteert (bijv. tegenlichtopnamen), kunnen leiden tot te ruim, c.q. te krap belichte onderwerpen.

Om het bovengenoemde effect te compenseren kan de flitsbelichting via een met de hand in te stellen correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De hoogte van die correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerp en achtergrond!

Op de flitser kunnen in de TTL-flitsfuncties met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappen van 1/3 stop worden ingesteld.

Tip:

Donker onderwerp tegen een lichte achtergrond: positieve correctiewaarde. Licht onderwerp tegen donkere achtergrond: negatieve correctiewaarde.

Een belichtingscorrectie door veranderen van de diafragmaopening van het objectief is niet mogelijk, omdat de belichtingsautomatiek van de camera het veranderde diafragma weer als werkdiafragma ziet. Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdte in het display veranderen en aan de correctiewaarde worden aangepast (hangt af van het type camera)!

Het instellen

- Druk zo vaak op de toetsen (-), c.q. (+), dat in het display 'EV' knippert. Met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling uitvoeren: Stel met de toets (-) een negatieve, c.q. met de toets (+) een positieve correctiewaarde in. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.

Na het opslaan wordt 'EV' met de ingestelde correctiewaarde in de plaats van de diafragmawaarde aangegeven.

Voor het deactiveren van een correctiewaarde zo vaak op de toetsen (-), c.q. (+) drukken, dat, 'EV' zonder correctiewaarde wordt aangegeven. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong.. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het opslaan wordt in het display weer de diafragmawaarde aangegeven.

Een met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting in de TTL-flits-functies kan alleen dan plaatsvinden als de camera het instellen van een correctiewaarde op de flitser ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

Als de camera die functie niet ondersteunt moet de correctiewaarde met de hand op de camera worden ingesteld. In het display van de flitser wordt dan geen correctiewaarde aangegeven.

Vergeet vooral niet, de correctiewaarde na de opname weer op de camera terug te zetten!

9 Bijzondere functies ('Select')

Afhankelijk van het type camera c.q. groep camera's (zie Tabel 1) staan verschillende, bijzondere functies ter beschikking. Voor het oproepen en instellen van de bijzondere functies moet er daarom eerst een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera. Het oproepen van de individuele bijzondere functies vindt plaats met de knopcombinatie 'Select', dat betekent dat u tegelijk op de toetsen (-) c.q. (+) moet drukken. De bij de bijzondere functies horende en gewenste instellingen worden aansluitend met alleen de toets (-), c.q. (+) uitgevoerd.

Het instellen moet onmiddellijk na het oproepen van de bijzondere functie plaatsvinden, daar de flitser anders na enige seconden automatisch weer naar de normale flitsfunctie omschakelt!

9.1 Motorische zoominstelling van de hoofdreflector ('Zoom')

De motorische zoom van de hoofdreflector ⑩ van de flitser kan de beeldhoek van objectieven met een brandpuntsafstanden vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat) uitlichten. Door het gebruik van de ingebouwde groothoekdiffusor ⑧ vergroot de verlichtingshoek zich tot die van een 18 mm objectief.

Autozoom

Als de flitser met een camera uit de groepen B, C, D of E en een objectief met CPU wordt gebruikt, past de zoomstand van de hoofdreflector ⑩ zich automatisch aan de brandpuntsafstand van het objectief aan. Na het inschakelen van de flitser wordt in het display 'Zoom' en de actuele zoomstand van de hoofdreflector ⑩ aangegeven.

De automatische aanpassing geschiedt voor objectieven met een brandpuntsafstand van 24 mm of meer. Als u een objectief met een kortere brandpuntsafstand dan 24 mm gebruikt dan knippert in het display de aanduiding '24' als waarschuwing dat het onderwerp niet volledig kan worden uitgelicht.

Naar wens kan de stand van de hoofdreflector ⑩ met de hand worden versteld om bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. een spotlight-effect enz.).

Manual zoomfunctie

Bij camera's uit groep A of bij het gebruik van een objectief zonder CPU (bijv. een met de hand scherp te stellen objectief), moet de zoomstand van de reflector met de hand aan de brandpuntsafstand van het objectief worden aangepast. De autozoomfunctie is in die gevallen niet mogelijk! Na het inschakelen van de flitser wordt in het display 'Zoom' en de actuele stand van de reflector ⑩ aangegeven.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'Zoom' knipperend in het display naast de zoomstand (mm) aangegeven wordt.
  • Met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling uitvoeren. In het display wisselt de knipperende aanduiding daarbij naar 'M.Zoom' voor de manual

zoomfunctie. De volgende zoomstanden voor de hoofdreflector zijn mogelijk: 24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 - 105 mm (kleinbeeldformaat).

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.

Als de camera de brandpuntsafstand naar de flitser overbrengt en een manual instelling ertoe leidt, dat de hoofdreflector het onderwerp niet volledig kan uitlichten (bijv. bij een spotlight-effect), dan knippert, als waarschuwing daarvoor, de aanduiding van de zoomstand van de hoofdreflector!

Tip:

Als u niet altijd de volle energie en reikwijdte van de flitser nodig heeft, kunt u de hoofdreflector ook laten staan in de in de stand van de aanvangsbrandpuntsafstand. Daardoor is gegarandeerd dat het gehele onderwerp in het beeld altijd volledig uitgelicht wordt. U bespaart zich dan het steeds moeten aanpassen aan de brandpuntsafstand van het objectief.

Voorbeeld:

U gebruikt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35 tot 105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitser in op 35 mm.

Terugzetten naar autozoom

  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'M Zoom' knipperend naast de zoomstand (mm) wordt aangegeven.
  • Druk zo vaak op de toets (+), dat de 105 mm stand overschreden wordt. Daarbij wisselt de knipperende aanduiding van 'M Zoom' naar 'Zoom' (= autozoomfunctie) en de zoomstand van de hoofdreflector ⑩ wordt automatisch aan de brandpuntsafstand aangepast. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de de instelling automatisch opgeslagen.

Het terugzetten vanuit de manual zoomfunctie naar de autozoomfunctie vindt ook plaats als de flitser opnieuw via zijn hoofdschakelaar ① wordt ingeschakeld.

Groothoekdiffusor

Met de ingebouwde groothoekdiffusor ⑧ kan de verlichtingshoek aan objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm worden aangepast (kleinbeeldformaat).

Trek de groothoekdiffusor ⑧ uit de hoofdreflector ⑩ tot de aanslag naar voren en laat hem los. De groothoekdiffusor ⑧ klapt dan vanzelf naar beneden. De hoofdreflector wordt zodanig automatisch in de vereiste stand gezet. In het display worden de afstandsaanduidingen en de zoomwaarde naar 18 mm gecorrigeerd.

Voor het terugzetten de groothoekdiffusor ⑧ 90° naar boven klappen en hem geheel inschuiven.

Mecabounce 58-90

Als op de hoofdreflector ⑩ van de flitser een Mecabounce 58-90 (accessoire; zie 14) is gemonteerd, wordt de hoofdreflector ⑩ automatisch naar de vereiste stand gestuurd. De aanduidingen van de afstand en de zoomstand worden op 16 mm gecorrigeerd.

9.2 Remote-slaafflitsfunctie (SL)

De flitser ondersteunt het draadloze Nikon-Remote-systeem in de slaafflitsfunctie en is compatibel met het Nikon-systeem 'Advanced Wireless Lighting'. Daarbij kunnen één of meerdere slaafflitsers door een master-, c.q. controllerflitser op de camera (bijv. de mecablitz 58 AF-1N digital) draadloos op afstand worden bestuurd.

Een slaafflitser kan aan één van drie mogelijke slaafgroepen (groep A, B of C) worden toegewezen. De master-, c.q. controllerflitser kan al deze slaafgroepen tegelijkertijd sturen en daarbij de individuele instellingen van elk der slaafgroepen n acht nemen.

Opdat meerdere remote-systemen in dezelfde ruimte elkaar niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2, 3 of 4) ter beschikking. Master-, controller- en slaafflitsers die tot eenzelfde remote-systeem behoren, moeten alle op hetzelfde kanaal ingesteld worden. De slaafflitsers moeten met de ingebouw-de sensor voor de remote-functie ⑤ het licht van de master-, c.q. controllerflitser kunnen ontvangen.

Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwde flitser als master-, c.q. controllerflitser werken. Verdere aanwijzingen met betrekking tot de instellingen op de master-, c.q. controllerflitser vindt u in hun gebruiksaanwijzing.

Het instellen van de remote-slaaffunctie

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat in het display SL knippert. Voer met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling uit.
  • Bij de aanduiding 'On' is de remote-slaaffunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'OFF' is de remote-slaaffunctie gedeactiveerd.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na de activering van de remote slaaffunctie wordt in het display 'SL' aangegeven. Bovendien worden de gewenste slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH) aangegeven.

Het instellen van de slaafgroep

Als de remote-slaaffunctie is geactiveerd, moet u zo vaak op de toetscombinatie 'Select' drukken, dat in het display 'GROUP' (= slaafgroep) knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. U heeft de mogelijkheid, te kiezen tussen de groepen A, B of C.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het active- ren van de remote slaaffunctie wordt in het display „SL“ aangegeven. Bovendien wordt de gekozen slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH) aangegeven.

Het instellen van een remote-kanaal

Op de slaafflitser moet hetzelfde remote-kanaal als op de master-, c.q. controllerflitser ingesteld worden!

  • Als de remote-slaaffunctie is geactiveerd moet u zo vaak op de toetscombinatie 'Select' drukken, dat in het display 'CH' (= remote-kanaal) knippert.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. U heeft de mogelijkheid, te kiezen tussen kanaal 1, 2, 3 of 4.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de remote-slaaffunctie wordt in het dislpay SL aangegeven. Bovendien wordt de ingestelde slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH) aangegeven.

He testen van de remote flitsfunctie

  • Zet de slaafflitsers net zo neer als u ze voor de latere opname wilt gebruiken. Gebruik voor het opstellen van de slaafflitsers een flitservoetje W-F127.
  • Wacht de flitsparaatheid van alle deelnemende flitsers af. Zijn de slaafflitsers paraat, dan knippert de AF-meetflits ⑪.
  • Druk bij de master-, c.q. controllerflitser op de ontspanknop voor handbedie- ning ③ en ontsteek daardoor een testflits. De slaafflitsers reageren per slaaf- groep na elkaar iets vertraagd met een testflits. Als een slaaflitser geen testflits afgeeft, controleer dan de instelling van remote-kanaal en slaafgroep. Corrigeer de stand van de slaafflitser zodat deze het licht van de master-, c.q. controllerflitser kan ontvangen.

De soort flitsfunctie wordt automatisch door de master-, c.q. controller-flitser doorgegeven. Als de flitser als master in het draadloos remote-systeem werkt, wordt tegelijk met het ontsteken van zijn instellicht dat van de slaafflitser(s) ontstoken

9.3 Flitsbelichtingstrapje ('FB')

In de TTL-flitsfuncties (TL, TBL BL, ♦TTL, ♦TTL BL; zie 7.1) kan een flitsbelichtingstrapje FB (Flash-Bracketing) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrapje bestaat uit drie achter elkaar volgende flitsopnamen met verschillende correctiewaarden op de flitsbelichting:

  • De eerste opname wordt zonder correctie uitgevoerd.
  • De tweede opname vindt plaats met een minuscorrectie.
  • De derde opname vindt plaats met een pluscorrectie.
  • Na de derde opname wordt het flitsbelichtingstrapje automatisch gedeactiveerd.

Een flitsbelichtingstrapje kan alleen dan worden uitgevoerd als de camera een met de hand uit te voeren correctie op de flitsbelichting aan de flitser ondersteunt (zie hoofdstuk. 5 en de gebruiksaanwijzing van de camera)! In het andere geval worden de opnamen zonder correctie-waarde uitgevoerd!

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat in het display 'FB' knipperend wordt aangegeven.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. De mogelijke correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 diafragmawaarden in stappen van 1/3 stop. De correctiewaarde wordt altijd positief aangegeven.
    De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong.. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.
    Voor de eerste opname van het flitsbelichtingstrapje wordt in het display 'FB' en 'A' aangegeven. Voor de tweede opname wordt 'FB', 'B' en de minus-correctie-waarde aangegeven en voor de derde opname 'FB' en 'C' en de plus-correctie-waarde. Na de derde opname verdwijnt de aanduiding 'FB' en wordt het flits-belichtingstrapje gedeactiveerd.

Voor een volgend flitsbelichtingstrapje moet deze functie opnieuw worden ingesteld!

9.4 Automatische uitschakeling Ⓤ

De automatische uitschakeling van het apparaat kan zo worden ingesteld, dat deze na 10 minuten of na 1 minuut in werking treedt, c.q. gedeactiveerd wordt.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat het kloksymbool Ⓤ knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
  • Bij de aanduiding '10 min' is de automatische uitschakeling geactiveerd en het gebeurt na 10 minuten.
  • Bij de aanduiding '1 min' is de automatische uitschakeling geactiveerd en het gebeurt na 1 minuut.
  • Bij de aanduiding 'OFF' is de automatische uitschakeling gedeactiveerd.
    De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de automatische uitschakeling wordt in het display Ⓞ aangegeven.

9.5 Instellicht ('ML')

Bij het instellicht (ML = Modelling Light) gaat het om stroboscopisch flitslicht met een hoge frequentie. Bij een duur van ong. 5 seconden ontstaat de indruk van een quasi continulicht. Met het instellicht kunnen de lichtverdeling en schaduw-vorming reeds vóór de opname worden beoordeeld. Het instellicht wordt met de ontspanknop voor handbediening ③ ontstoken.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat in het display 'ML' knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
  • Bij de aanduiding 'ML ON' is de instellichtfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'ML OFF' is de instellichtfunctie gedeactiveerd.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de instelichtfunctie wordt in het display 'ML' aangegeven.

9.6 Extended-zoomfunctie ('Ex')

Bij de extended-zoomfunctie wordt de zoomstand van de hoofdreflector ⑩ een stap lager ingesteld dan de brandpuntsafstand van het objectief. De daaruit resulterende, verbrede, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht.

Voorbeeld:

De brandpuntsafstand van het objectief op de camera bedraagt 50 mm. In de extended-zoomfunctie stuurt de flitser de hoofdreflector naar de zoomstand van 35 mm. In het display wordt verder wel 50 mm aangegeven.

Het instellen

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'Ex' knipperend wordt aangegeven. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
  • Bij de aanduiding 'Ex On' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'Ex OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de extended-zoomfunctie wordt in het display 'Ex' aangegeven.

Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen brandpuntsafstanden van 28 mm (kleinbeeldformaat) en langer ondersteunt. De camera moet van een objectief met CPU zijn voorzien en de gegevens van de brandpuntsafstand van het objectief doorgegeven hebben naar de flitser.

9.7 Meter-Feet-omschakeling ('m'/'ft')

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan naar keuze in meters m of in feet ft plaatsvinden.

Het instellen

- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat alleen de afstandsdimensie 'm' of 'ft' knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.

  • Bij de aanduiding 'm' staat de afstands aanduiding in meters.
  • Bij de aanduiding 'ft' staat de afstandsaanduiding in feet.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.

10 Flitstechnieken

10.1 Indirect flitsen

Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien wordt natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- naar achtergrond verminderd.

Om indirect te kunnen flitsen kan de hoofdreflector ⑩ van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Ter voorkoming van kleurzwemen in de opna- men moet het reflecterende vlak neutraal van kleur, c.q. wit zijn.

Let er bij het zwenken van de hoofdreflector ⑩ op dat hij voldoende ver uitgezwenkt wordt zodat er geen rechtstreeks flitslicht uit de hoofdreflector meer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60° klikstand. Bij gezwenkte hoofdreflector ⑩ vindt er in het display geen aanduiding voor de reikwijdte meer plaats! Als de kop van de hoofdreflector gezwenkt wordt, wordt deze naar een stand van groter dan / gelijk aan 70 mm gestuurd, zodat er geen rechtstreeks strooilicht op het onderwerp kan vallen. Daarbij vindt er ook geen aanduiding van de flitsreikwijdte en de zoomstand van de hoofdreflector plaats.

10.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart

Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectiekaart ⑦ kunnen bij personen spitslichtjes in de ogen worden verkregen:

  • Zwenk de reflectorkop 90° naar boven.
  • Trek de reflectiekaart ⑦ samen met de groothoekdiffusor boven uit de reflectorkop naar voren.

- Houd de reflectiekaart ⑦ vast en schuif de groothoekdiffusor ⑧ terug in de reflectorkop.

10.3 Dichtbijopnamen / macro-opnamen

In het dichtbijbereik en bij macro-opnamen kan door het parallaxverschil tussen flitser en objectief onderaan het beeld een schaduwrand ontstaan. Om dit tegen te gaan kan de hoofdreflector ⑩ met een hoek van -7° naar beneden worden gezwenkt werden. Druk daarvoor op de ontgrendelknop ⑥ en zwenk de hoofdreflector ⑩ naar beneden.

Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten bepaalde minimumafstanden aan te houden om overbelichting te vermijden.

De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10% van de in het display aangegeven reikwijdte. Als de reflectorkop naar beneden gezwenkt is knippert als aanwijzing daarvoor de aanduiding van de reikwijdte. Let er op dat bij dichtbijopnamen het flitslicht niet door het objectief afgeschaduwd wordt!

10.4 Meetopslag van de flitsbelichting

Enkele camera's uit groep E (zie Tabel 1) zijn uitgerust met een geheugen voor de flitsbelichting (FV-geheugen). Dit wordt door de flitser in de i-TTL- en i-TTL-BL-flitsfunctie ondersteund. Hiermee kan, voorafgaand aan de eigenlijke belichting, reeds de dosering voor de navolgende opname worden vastgelegd. Dit is bijvoorbeeld vooral zinvol als de flitsbelichting afgestemd moet worden op de reflectie van een bepaalde uitsnede van het onderwerp die niet absoluut identiek hoeft te zijn aan het gehele onderwerp.

Het activeren van deze functie moet op de camera zelf worden gedaan, bijv. in een van de instellingen van persoonlijke voorkeuze. Richt het AF-meetveld in de camera op de uitsnede waarop de flitsbelichting moet worden afgestemd en stel er op scherp. Door op de AE-L/AF-L-toets op de camera (de benaming kan per type camera anders zijn) geeft de flitser een testflits af. In de zoeker van de camera ziet u dan een aanduiding voor de opgeslagen meetwaarde, bijv. 'EL'. Met behulp van het gereflecteerde licht van de testflits legt de camera de het vermogen vast waarmee de dan volgende flitsbelichting plaats moet vinden. Op het eigenlijke hoofdonderwerp kan dan met het AF-sensormeetveld van de camera worden scherpgesteld. Nadat u op de ontspanknop van de camera hebt gedrukt wordt de opname met de eerder bepaalde hoeveelheid flitslicht gemaakt!

Nadere details met betrekking tot het instellen en het gebruik vindt u in de gebruiksaanwijzing van de camera!

11 Flitssynchronisatie

11.1 Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd

Afhankelijk van de camera en de daarop ingestelde camerafunctie wordt, zodra de flitser opgeladen is de belichtingstijd omgeschakeld naar de flitssynchronisatietijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Sommige camera's hebben een synchronisatiebereik van bijv. 1/30 s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatietijd de camera dan instelt hangt af van de er op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.

Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie (zie 11.3 en 11.4) wel worden gebruikt..

Bij camera's met een centraalsluiter is er geen flitssynchronisatietijd en bij de synchronisatie op korte belichtingstijden (zie 8.5) wordt niet automatisch naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. In die gevallen kan met alle belichtingstijden worden geflitst. Als u de volle energie van de flitser nodig heeft kunt u beter geen kortere tijd dan 1/125 s. kiezen.

11.2 Normale synchronisatie

Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Deze normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera's uitgevoerd. Hij is geschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser verschijnt er voor deze functie geen aanduiding.

11.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)

Sommige camera's bieden de mogelijkheid tot synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). Daarbij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit is vooral geschikt bij belichtingen met een langere belichtingstijden (> 1/30 s.) en bewegende onderwerpen die een eigen lichtbron voeren, omdat die bewegende onderwerpen dan een lichtstaart achter zich trekken in plaats van - zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich opbouwen. Zo wordt bij bewegende lichtbronnen een 'natuurlijker' weergave van de opnamesituatie verkregen! Afhankelijk van de er op ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden in dan de flitssynchronisatietijd.

Bij sommige camera's is in bepaalde functies (bijv. bepaalde vari-, c.q. onderwerpsprogramma's of bij een functie met flits vooraf tegen het 'rode ogen-effect' de REAR-functie niet mogelijk. De REAR-functie kan dan niet worden gekozen, c.q. wordt automatisch uitgeschakeld of niet uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

De REAR-functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser wordt de REAR-functie niet aangegeven

11.4 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)

Bij de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW komt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid beter uit. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer dan de flits-synchronisatietijd zijn (bijv. belichtingstijden tot aan 30 seconden). Bij enkele cameramodellen wordt de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma's (bijv. het nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie.

Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om onscherpte door bewegen van de camera te voorkomen!

11.5 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP, c.q. HSS)

Verschillende camera's uit groep E (bijv. D80, D2Hs en D200) ondersteunen de automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfunctie is het mogelijk, ook bij kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd een flitser te gebruiken. Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omgeving, als door een ver geopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherptediepte begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functies i-TTL, i-TTL-BL en M. Natuurkundig bepaald wordt door deze synchronisatie bij korte belichtingstijden het richtgetal en daarmee tevens de reikwijdte van de flitser behoorlijk ingeperkt! Let daarom op de aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser! De synchronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld.

Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij korte belichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichtingstijd: hoe korter de belichtingstijd, des te lager het richtgetal!

Het instellen van de automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! In het display van de flitser wordt dan bijv. bovendien 'HSS' aangegeven.

11.6 Functie van flits vooraf tegen het 'rode ogen-effect'

Het 'rode ogen-effect' treedt op, als de te fotograferen persoon meer of minder recht in de camera kijkt, de omgeving donker is en de flitser zich dicht bij de camera bevindt. De flitser heldert dan door de pupil heen, de achtergrond van het oog op.

Sommige camera's beschikken over een functie van flits vooraf tegen het 'rode ogen-effect'. Daarbij leiden een of meer meerdere flitsen vooraf ertoe, dat de pupillen van de personen zich wat sluiten en daardoor het effect van de rode ogen verkleinen.

Bij sommige camera's ondersteunt de functie van flits vooraf alleen de in de camera ingebouwde flitser, c.q. een schijnwerpertje in de camerabody. Het instellen van de flits vooraf moet op de camera worden gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Bij gebruik van de functie van flits vooraf is synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) niet mogelijk! Op de flitser hoeft voor deze functie niets te worden ingesteld en er komt ook geen aanduiding voor.

Zodra de omgeving zo donker is dat automatisch scherpstellen niet meer mogelijk is, wordt door de camera automatisch de AF-meetflits in de flitser geactiveerd. Daarbij wordt een streeppatroon op het onderwerp geprojecteerd waarop de camera dan scherp kan stellen. De reikwijdte bedraagt ong. 6 m ... 9 m (bij standaardobjectief 1,7/50 mm). Vanwege de parallax tussen objectief AF-meetflits in de flitser bedraagt de dichtbij instelgrens met AF-meetflits ong. 0,7 m tot 1 m.

Om de AF-meetflits ⑪ door de camera te laten activeren, moet daarop de autofocusfunctie 'Single-AF (S)' ingesteld zijn en moet de flitser opgeladen zijn. Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. De AF-meetflits van de flitser wordt dan niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera's; zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

Zoomobjectieven met een lage grootste opening beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms behoorlijk!

Verschillende cameramodellen ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een niet-centrale sensor wordt gekozen, dan wordt de AF-meetflits van de camera niet geactiveerd!

13 Ontsteeksturing (Auto-Flash)

Is er voor een opname voldoende omgevingslicht dan verhinderen sommige camera's het ontsteken van een flits. Bij het opnemen wordt dan geen flits ontstoken.

De ontsteeksturing werkt bij verschillende camera's alleen in de functie geheel automatisch geprogrammeerd of in programma 'P', c.q. moet op de camera worden geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

14 Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel – de kunststofonderdelen zouden beschadigd kunnen worden.

14.1 Het updaten van de firmware

De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑬ geactualiseerd en in technisch opzicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).

Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de

14.2 Reset

De flitser kan naar de fabrieksinstellingen zoals bij de aflevering terug worden gezet. Druk daarvoor op de toets 'Mode' en houd deze ong. 5 seconden ingedrukt. Na ong. 5 seconden wordt kort in het display 'rES' (= Reset) aangegeven en is de flitser weer in de afleveringstoestand teruggezet.

De updates van de firmware zijn hierin niet betrokken!

14.3 Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering, als het apparaat gedurende een langere tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te schakelen. De voeding moet daarbij zo veel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschakelen oplicht.

15 Troubleshooting

Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitser onzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser niet functioneert zoals hij op grond van zijn instellingen zou behoren te doen, schakel de flitser dan gedurende ong. 10 seconden met de hoofdschakelaar ① uit. Controleer of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellingen.

Vervang de batterijen, c.q. de accu's tegen nieuwe, c.q. vers opgeladen accu's! De flitser zou nu na het inschakelen weer 'normaal' moeten functioneren. Als dit niet het geval is, ga er dan mee naar uw fotohandelaar.

Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen kunnen optreden. Onder elk punt zijn mogelijke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.

In het display verschijnt de reikwijdte niet

  • De hoofdreflector staat niet in de normale stand.
  • Op de flitser staat de remote-functie ingesteld.

De AF-meetflits van de flitser wordt niet geactiveerd.

  • De flitser is niet paraat.
  • De camera staat niet in de functie Single AF (S-AF).
    * De camera ondersteunt alleen de eigen, interne AF-meetflits.
  • Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor wordt gekozen, wordt de AF-meetflits in de flitser niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!

De stand van de zoomreflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.

- De camera geeft geen digitale gegevens aan de flitser door (camera's uit groep A).

  • Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
  • De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.
  • De flitser werkt in de manual zoominstelling 'MZoom'. Schakel om naar autozoom (zie 9.1).

De diafragma-instelling op de flitser wordt niet automatisch aan die van het objectief aangepast.

  • De camera geeft geen digitale gegevens door naar de flitser (camera's uit groep A).
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
  • De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.

In het display knippert de aanduiding voor de zoomstand van de hoofdreflector

- Waarschuwing voor schaduwvorming aan de randen van het beeld: De op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objectief (omgerekend naar het 35 mm kleinbeeldformaat 24 x 36) is kleiner dan de ingestelde zoomstand van de hoofdreflector.

De TTL-invulflitsfunctie TL BL laat zich niet instellen.

  • Er heeft geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera even aan.
  • De camera ondersteunt de TTL-invulflitsfunctie niet.
  • Op de camera is voor de belichtingsmeting spotmeting gekozen. Kies een andere meetmethode, c.q. meerveldmeting.

De instelling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkt niet.

- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flits-belichting op de flitser niet, bijv. bij camera's uit groep A.

De automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd vindt niet plaats.

  • De camera werkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hoeft daarbij geen omschakeling naar een flitssynchronisatietijd plaats te vinden.
  • De camera werkt met FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden (camera-instelling). Daarbij vindt de omschakeling naar de flitssynchronisatietijd niet plaats.
  • De camera werkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie wordt daarbij niet naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.

- Door de parallax tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdiffusor voor de reflector.

De opname zijn te donker.

  • Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen vermindert de reikwijdte van de flits.
  • Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor wordt het meetsysteem van de camera, c.q. van de flitser beïnvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.

De opnamen zijn te licht.

- In het dichtbijbereik kunnen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorkomen, als u bijv. een langere dan de kortste flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp moet minstens 10% van de aangegeven reikwijdte bedragen.

De diafragmawaarde F zijn op de flitser niet te verstellen.

- Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van gegevens laats. Het verstellen van diafragmawaarde is alleen niet mogelijk.

Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:

in het metersysteem: 48 in het feetsysteem: 157

Flitsfuncties:

Standaard-TTL ontblood van meetflits vooraf, Matrixgestuurde TTL-invulflitsregeling, 3D-multisensor invulflitsregeling, Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden, D-TTL, D-TTL-3D, i-TTL, i-TTL-BL, Manuell M

Met de hand instelbare deelvermogens:

P 1/1 ... P 1/128 in stappen van een derde

Flitsduur (zie Tabel 3, S. 132)

Kleurtemperatuur:

Ong. 5600 K

Lichtgevoeligheid:

ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie:

Laagspannings-IGBT-ontsteking

Aantallen flitsen:

  • ong. 90 met NiCd-accu (600 mAh)
  • ong. 210 met super alkalimangaanbatterijen
  • ong. 250 met NiMH-accu (1600 mAh)
  • ong. 460 met lithiumbatterijen

(telkens met vol vermogen)

Flitsvolgtijd (telkens bij vol vermogen): ong. 3,5

Verlichtingshoek

Hoofdreflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36 mm) ... met groothoekdiffusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36 mm)

Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector

Naar boven -7° 45° 60° 75° 90°

Tegen de wijzers van de klok in 30° 60° 90° 120° 150° 180°

Richting wijzers van de klok 30° 60° 90° 120°

Afmetingen ong. in mm (B x H x D)

Lampstaaf 71 x 137 x 99

Gewicht:

Ong. 425 gram

De levering omvat

Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing

17 Bijzondere toebehoren

Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zijn wij niet aansprakelijk.

- Mecabounce 58-90

(Bestelnr. 000058902)

Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is verbluffend, omdat de foto's een zacht effect krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijdte wordt ongeveer de helft korter.

- Reflexschirm 58-23

(Bestellnr. 000058235)

Verzacht door zijn zachte, gerichte licht, harde slagschaduwen.

- Opzetvoetje voor flitsers

(Bestelnr. W-F127)

voetje om flitsers als slaaf in op te stellen.

Afvoeren van de batterijen

Batterijen horen niet bij het huisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat

- uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg“

- de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

Tabel 5: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes

In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Afvoeren van de batterijen - 1

SCA Contacten niet aanraken !

In uitzonderlijke gevallen kan aanra- ken leiden.

METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - SCA Contacten niet aanraken ! - 1

Avvertenza:

METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Avvertenza: - 1

Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik.

METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Avvertenza: - 2

Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.

Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamelpunten of naar een kringloopwinkel.

Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.

METZ MECABLITZ 48 AF-1 NIKON - Avvertenza: - 3

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 48 AF-1 NIKON

Categorie : Externe flitser