MECABLITZ 44 AF-4 OLYMPUS - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 44 AF-4 OLYMPUS METZ in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MECABLITZ 44 AF-4 OLYMPUS METZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 44 AF-4 OLYMPUS - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 44 AF-4 OLYMPUS van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 44 AF-4 OLYMPUS METZ
1 Veiligheidsaanwijzingen 37
2 De flitser voorbereiden 38
2.1 Aanbrengen van de flitser 38
2.1.1 Flitser op de camera aanbrengen 38
2.1.2 Flitser van de camera afnemen 38
2.2 Voeding 38
2.2.1 Batterijen-c.q.accukeuze 38
2.2.2 Batterijen wisselen (afb. 4) 39
2.3 In- en uitschakelen van de flitser 39
2.4 Automatische uitschakeling / Auto-OFF (aftb. 5) 39
3 Geprogrammeerd automatisch flitsen (volautomatisch flitsen) 40
4 Functies van de flitser 40
4.1 Tlfl flitsfunctie (afb. 6) 40
4.1.1 Automatisch TTL invulflitsen bij daglicht (afb. 8 en 9) 41
4.2 Met de hand in te stellen correctie op de TTL flitsbelichting . . . . . .41
4.3 Aanduiding van de belichtingscontrole in de TTL flitsfunctie (afb. 4) 42
4.4 Flitsen met handinstelling 42
4.4.1 Flitsen met handinstelling 'M' en vol vermogen 42
4.4.2 Flitsen met handinstelling MLo met deelvermogen 42
5 Camerafuncties 42
5.1 Automatisch geprogrammeerd P en de onderwerpsprogramma's .42
5.2 Diafragma-automatiek S 43
5.3 Tijdautomatiek A 43
5.4 Manual M 43
5.5 Flitschnieken 43
5.5.1 Indirect flitsen 43
5.5.2 Dicht bijopnamen / macro-opnamen 43
5.6 Flitssynchronisatie 43
NL
5.6.1 Normale synchronisatie (afb. 7) 43
5.6.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functei) 44
5.6.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden/SLOW 44
5.6.4 FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS 44
6 Flitser-en camerafunctions 45
6.1 Aanduiding dat de flitser opgeladen is (flitsparaatheid) 45
6.2 Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd 45
6.3 Aanduidingen in het LC-display 45
6.3.1 Aanduiding van de reikwijdte in de TTL flitsfunctie 45
6.3.2 Aanduiding van de reikwijdte bij flitsen met handinstelling M, c.q. MLo .46
6.3.3 Overschrijden van het aanduidingenbereik 46
6.3.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte 46
6.3.5 Meter-Feet- omschakeling (m-ft) 46
6.4 Verlichting van het LC-display 46
6.5 Motor-zoomreflector 46
6.5.1 'Auto-Zoom' 46
6.5.2 Met de hand in te stellen zoomstand 'M. Zoom' 47
6.5.3 Extended-zoomfunctie 47
6.6 Autofocus-meetflits 48
6.7 Flitsen vooraf gegen het 'rode-ogeneffect' (Red-Eye-Reduction) 48
6.8 Automatisch flitsen / ontsteeksturing 48
6.9 Terug maar de basisinstellungen 49
7 Speciale aanwijzingen voor de camera: 49
8 Accessoires 49
9 Troubleshooting 49
10 Onderhoud en verzorging 49
11 Technische gegevens 50
Voorwoord
Wij bedanken u, dat u uw keuze op een Metz product hebt latent vallen. Wij zich blij u als klant te mogen begroeten.
Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten met het in gebruik nemen van uw flitser. Het loontichter absolut de moeite eerst de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dán leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan.
Deze flitser is is geschikt voor digitale Olympus camera's met TTL-flitsregeling.
Voor camera's van andere fabrikanten is de flitser nicht geschikt!
Sla s.v.p. ook de afbeeldingen op het omslag van de gebruiksanwij- sing open.
1 Veiligheidsaanwijzingen
- De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
- In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplos-middelen enz.) mag de flitser absolut而不是 worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
- Fotograefeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders fijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk können veroorzaken!
- Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding zijn tot zware storingen in het kijken, tot blindheid aan toe!
- Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
- Stel batterijen / accu's Niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonneschijn, vuur of dergelijke!
-
Gooi verbruike batterijen / accu's Niet in vuur!
-
Uit verbruike batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal waarom verbruike batterijen altijd uit het apparaat.
- Batterijen können nicht worden opgeladen.
- Stel de flitser en het laadapparaat Niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen) !
- Bescherm uw flitser gegen große hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van de auto!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil zijn. Als u hierop Niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector konnen verbranden.
- Raak het venster van de reflector Niet aan als u een serie van Meerdere flitsen achechterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
- Neem de flitser Niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparaat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden+kunnen worden.
- Bij serieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden,要去 er op letten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minutes ingelast worden! Daarmee vermijdt u overbelasting van het apparaat.
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als alles volledig uitgeklapt kan worden!
- Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
Dedicated flitsfuncties
Dedicated flitsfuncties zijn special op een camerasystem afgestemde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden verschillende flitsfuncties ondersteund.
De volgende dedicated flitsfuncties worden door de flitser ondersteund:
- Aanduiding dat de flitser is opgeladen in de zoeker van de camera en/of het cameradisplay
- Automatisch omschakelen maar de flitssynchronisatietijd
- TTL-flitsregeling
- Automatische invulflitsregeling
- Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting
- Synchronisatie bij het open- of dichtgaan van de sluiter (2nd curtain / SLOW 2)
- FP-flitsynchronisatie bij korte belichtingstijden HSS
- Automatisch motorisch gesturde reflectorstand
- Automatische AF-meetflitssturing
Aanduiding van de flitsreikwijdte - Automatisch geprogrammeerd flitsen
- Vooraf flitsen om het 'rode-ogeneffect' te verminderen
- Automatisch flitsen / ontsteeksturing
- Wake-Up-functie voor de flitser
Binnen het kader van deze gebruiksaanwijzing is het Niet möglichk om alle cameramodellen met elk hun eigen flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Let waarom op de aanwijzingen in de gebruiksaanwij- zing van uw camera met betrekking tot het flitsen, om te zien welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. door uzelf op uw camera zichdienen te worden ingesteld!
2 De flitser voorbereiden
2.1 Aanbrengen van de flitser
Het gewelijktidig gebruiken van de mecablitz en de in de camera ingebouwde flitser is alleen toegelaten als de cameraflitser geheel in zijn werkstand kan worden uitgeklapt! Een nicht geheel uitgeklpte flitser kan bij de opname worden beschadigd!
2.1.1 Flitser op de camera aanbrengen
Schakel camera en flitser voor het aanbrengen of afnemenuit!
- Draai de kartelmoer (Afb.3) tot de aanslag gegen de flitser. De borgpen in de voet is nu geheel in het flitserhuis verzonzken.
- Schuif de flitser met de aansluivoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera.
- Draai de kartelmoer (Afb.3) tot de aanslag gegen het camerahuis en klem zo de flitser vast. Bij camera's die geen veiligheidsgat hebben, blijft de borgpen in het flitserhuis verzonken, zatat het oppervlak van de accessoireschoen Niet worden beschadigd.
2.1.2 Flitser van de camera afnemen
Schakel camera en flitser voor het aanbrengen of afnemenuit!
- Draai de kartelmoer (Afb.3) tot de aanslag gegen het flitserhuis.
- Schuif de flitser uit de accessoireschoen van de camera.
2.2 Voeding
2.2.1 Batterijen-c.q.accukeuze
De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:
-
4 NiCd-accu's, type IEC KR6 (AA / penlight), deutsche bieden zeer korte oplaadfijden en+zijn spaarzaam in het gebruik odomat ze opgeladen kunnen worden.
-
4 Nikkel-metaalhydride accu's, type IEC HR6 (AA / penlight) met een duidelijk hogere capacititeit dan NiCd-accu's en minder milieubelastend,ondat de geen cadmium bevatten.
- 4 Alkalimangaanbatterijen, type IEC LR6 (AA / AM3 / penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde prestaties.
- 4 Lithiumbatterijen, type IEC FR6 (AA / penlight), onderhoudsvrije voeding met hogere capaciteit en geringere zelfontlading.
Neem, als u de flitser gedurende langere tijd Niet gebruikt, de voeding s.v.p. uit het apparaat.
2.2.2 Batterijen wisselen (afb. 4)
De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt als de oploadtijd van de flitser (de tijdCUSHT het ontsteken van een flits met vol vermogen, bij M tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van de flitsparaatheid) langer duurt dan 60 seconden.
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar (5) (Afb.2)uit.
- Schuif het deksel van het batterijvak ⑥ (Afb.2) in de richting van de pijl en klap het open.
- Leg de batterijen in de lengterichting in, overeenkomend met de aangegeven batterijsymbolen en sluit het deksel van het batterijvak ⑥ (Afb.2).
Let bij het inleggen van de batterijen / accu's op de juiste polariteit overeenkomend met de symbolen in het batterijvak (Afb.2). Verwissele polen hunnen beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door batterijen met gelijke capaciteit van een zelfde fabrikant!
Verbruike batterijen / accu's horen nicht in het huisvuil! Lever een bijdrage aan het milieu en geef de batterijen, c.q. de accu's af op de waarvoor bedoelde inzamelingspunten!
2.3 In- en uitschakelen van de flitser
De flitser worden via zich hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2), die zich op het deksel van het batterijvak ⑥ (Afb.2) bevindt, ingeschakeld. In de bovenste stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.
Schuif de schakelaar maar de onderste stand om de flitser uit te schakelen.
Als u de flitser gedurende een langere tijd Niet gaat gebruiken, bevelen wij aan hem via de hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2)uit te schaken en de voeding (batterijen, accu's) eruit te halen.
2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF (afb. 5)
In de fabriek is de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 3 Minutes -
- na het inschakelen,
- na het ontsteken van een flits,
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera,
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsystem van de camera...
... waar de standby-functie overschakelt (Auto-OFF) om energie te sparen en de voeding te beschermen gegen voortijdig ontladen. De aanduiding van flitsparaatheid ② (Afb.1) en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.
Bij sommige types camera schakelt de flitser gegelijkdig met de camera waar de standby-functionie.
DeIRST gebruike functie-instelling blijft na het automatisch uitschakelen ingesteld staan en is onmiddelijk na het opnieuw inschakelen weir ter beschikking. De flitser wordt wee ingeschakeld door op de toets 'Mode' (Fig.1) of 'Zoom' ③ (Fig.2) te drukken, c.q. door aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up functie).
Als u de flitser gedurende een langere tijd Niet gaat gebruiken,要去 hij in principe via de hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2)uitgeschakeld worden!
Indien u dat wenst, kurz u de automatische uitschakeling deactiveren:
Deactiveren van de automatische uitschakeling
- Schakel de flitser via+zijn hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2) in.
-
Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)), dat in het LC-display '3m' (voor 3 minutes) worden aangegeven.
-
Druk zo vaak op de toets 'Zoom' ③ (Fig.2), dat in het LC-display 'OFF' knippert.
- De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-displayeer terug maar de normale weergave.
Activeren van de automatische uitschakeling:
- Schakel de flitser via+zijn hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2) in.
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (=toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)), dat in het LC-display '3m' (voor 3 minutes) worden aangegeven.
- Druk zo vaak op de toets 'Zoom' (3) (Fig.2), dat in het LC-display 'On' knippert. De instelling treedt onmiddelijk in werkig. Na ont. 5's. schakelt de flitser waar terug maar de normale weergave.
3 Geprogrammeerd automatisch flitsen (volautomatisch flitsen)
Bij het automatisch geprogrammeerd flitsen stelt de camera zichstandig diafragma en belichtingstijd in en stuart hij de flitser zo, dat in de meeste gevallen, ook bij invulflitsen, samen met het flitslicht een optimaal resultaat worden verkreten.
Installingen op de camera
Stel op uw camera de functie program 'P', of een van de onderwerpsprogramma's (landschap, portret, sport enz.)in. Stel op de camera de autofocus-functionie 'Single-AF (S)' in.
Gebruik bij 'nachtopname-program' een statief, om het gevaar van bewogen opnamen bij lange belichtingstijden te vermijden!
Installing op de flitser
Stel op de flitser de functie 'TTL' (zie 4.1) in.
4 Functies van de flitser
4.1 TTL flitsfungtie (afb. 6)
De TTL flitsfungtie is een automatische flitsfungtie, waar bij het meten van de hoeveelheid door het onderwerp gereflecteerd flitslicht door een sensor in de camera plaatsvindt. De TTL flitsfungtie met een digitale Olympiscamera is in principe een op een deelvermogen berustende richtgetalautomatiek met een voor de meting benodigde flits vooraf.
Hierbij worden in een onderdeel van een seconde, voorafgaand aan de opname en afhankelijk van het type camera, een of twee onzichtbare meetflitsen ontstoken.
De sturing van de intensiteit van de hoofdflits vindtplaats via befaling van het vereiste richtgetal, c.q. deelvermogen door de elektronica in de camera na het evalueren van deze vooraf ontstoken meetflits(en).
Bij de TTL flitsregeling worden eventuele aanwezige voorzetstukken en filters op het objectief in acht genomen. De TTL flitsfunctie worden in alle camera-functies zoals bijv. Program P, A, S, en M ondersteund.
De TTL flitsfungtie van de digitale Olympuscamera's mag Niet worden verwisseld met de standard TTL flitsregeling van analoge camera's!
Instellen van de TTL flitsfungtie
- Breng de flitser aan op de camera.
- Schakel flitser en camera in
- Tip de ontspanknop van de camera even aan, zatat er een gevevensuit wisselingussen flitser en camera plaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het LC-display 'TTL' knippert.
- Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display waar aan de normale weergave terug.
Bij grohe helderheitsverschillen, bijv. donker onderwerp in de sneeuw kan een correctie op de belichting nodig blijken (zie 4.2).
4.1.1 Automatisch TTL invulflitten bij daglicht (afb. 8 en 9)
Bij de meeste camera's worden bij automatisch geprogrammeerd opnemen 'P' en de onderwerpsprogramma's, bij daglicht automatisch de involflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
Met de involflits kurz u ververlende schaduwen wegwerken en bij gegenlicht een uitgebalancerde verlichting tussen onderwerp en achtergrund bereiken. Een computergestuurd meetsystem in de camera zorgt waarbij voor de geschikte combinatie van belichtingsstijd, werkdiafragma en flitsvermogen.
Let erop, dat de bron van het gegenlicht Niet rechtsstreeks in het objec-tief schijt. Het TTL meetsystem van de camera zou daardoor in de war konnen raken!
Op de flitser hoeft voor het automatisch TTL involflitsen niets te worden ingesteld en verschijt er ook geen aanduiding voor deze functie.
4.2 Met de hand in te stellen correctie op de TTL flitsbelichting
De automatische TTL flitsbelichting van de meeste camera's is ingesteld op een reflectie van 25% (de gemiddelde reflectiegraad van te flitsen onderwerpen). En donkere achtergrond die veellicht absorbiert of een lichte achtergrond die veellicht reflecteert hunnen leiden tot te ruime of te krappe belichting van het onderwerp.
Om bovengenoemd effect te compenseren kan bij sommige camera's de TTL flitsbelichting met de hand met een bepalde waarde aan de opnamesituatie worden aangepast. De hoogte van deze correctiewaarde hang af van het verschil in helderheidussen onderwerp en achtergrund! Het instellen van de gewenste correctiewaarde要去 op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
Donker onderwerp gegen een lichte achtergrund: positieve correctiewaarde. Licht onderwerp gegen een donkere achtergrund: negatieve correctiewaarde. Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanuiding van de reikwijdtte in het LC-display van de flitser veranderen en aangepast worden aan de correctiewaarde (afthankelijk van het type camera) !
Een correctie op de flitsbelichting door het veranderen van de diafragmawaarde is Niet möglich, waar de belichtingsautomaat van de camera de veranderde diafragmawaarde weeer als normal werkdiafragma ziet.
Vergeet Niet de correctie op de TTL flitsbelichting na de opname wee terug te zetten!
Met sommige camera's (bijv. E-1 en E-300) kan een correctiewaarde ook op de flitser worden ingesteld:
Installingen op de flitser:
- Breng de flitser op de camera aan.
- Schakel flitser en camera in.
- Tip de ontspanknop van de camera even aan, zodat er een gevevensuit-wisselingussen flitser en camera plaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toetscombinatie „Select" (= toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)), dat in het LC-display EV (Exposure Value = diafragmawarde) worden aangegeven. Behalve EV worden tevens de ingestelde correctiewaarde knipperend aangegeven.
- Terwijl de aanduiding voor de correctiewaarde knippert,kest u met de toets 'Zoom' ③ (Fig.2) een positieve, c.q. met de toets 'Mode' een negatieve correctiewaarde instellen.
Het instelbereik voor een correctiewaarde loopt van -3 tot +3 diafragma-waarden in stappen van 1/3 diafragmawaarde (0,3 EV). De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ont. 5 s. schakelt het LC-display waar aan de normale weergave terug. EV en de correctiewaarde blijven in het LC-display van de flitser aangegeven staan.
Het deactiveren van de met de hand in te stellen correctiewaarde op de TTL flitsbelichting op de flitser
- Druk zo vaak op de toetscombinatie „Select" (=toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)), dat in het LC-display EV worden aangegeven.
- Behalve EV worden tevens de ingestelde correctiewaarde knipperend aangegeven.

- Terwijl de aanduiding van de correctiewaarde knippert,kest u met de toets 'Zoom' ③ (Fig.2), c.q. met de toets Mode als correctiewaarde 0.0 instellen waarmee de correctie is opgeheven.
De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-displayeer aan de normale weergave terug. EV en de aanduiding voor de correctiewaarde 0.0 verdwijnen.
4.3 Aanduiding van de belichtingscontrole in de TTL flitsfunctie (afb. 7)
De aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' verschijt alleen in het LC-display van de flitser als de opname in de TTL flitsfunctie correct werden belicht!
Als de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' na de opname Niet verschijnt, dan werkde opname te krap belicht en moet u het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8) of de afstand waar het onderwerp, c.q. het reflecterend vlok (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser (zie 6.3.1).
4.4 Flitsen met handinstelling
Zet de camera in de functie tijdautomatiek 'A', c.q. in de met de hand in te stellen functie 'M'. Diafragmawaarde en belichtingstijd (bij 'M')要去en op de camera in overeenstemming met de opnamesituatie worden gekozen (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
4.4.1 Flitsen met handinstelling 'M' en vol vermogen
In deze functie ontsteekt de flitser alslied een Niet-geregelde flits met zich volle vermogen. U voert de aanpassing de opnamesituatie uit door bijv. het instellen van de diafragmawaarde op de camera.
In het LC-display van de flitser worden de afstand van de flitser tot het onderworp aangegeven die voor een correcte flitsbelichting要去 worden aangehouden (zie ook 6.3.2).
Installingen om te flitsen met handinstelling M
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2) in.
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het LC-display 'M' knippert.
- Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ont. 5 s. schakelt het LC-display waar aan de normale weergave terug.
4.4.2 Flitsen met handinstelling MLo en deelvermogen
In deze functie geeft de flitser altijd een Niet-geregelde flits af met een met de hand in te stellen deel van zich totale vermogen (Low). U voert de aanpassing aan de opnamesituatie uit door bijv. het instellen van de diafragmawaarde op de camera.
In het LC-display van de flitser worden de afstand van de flitser tot het onderworp aangegeven die voor een correcte flitsbelichting moet worden aangehoven (zie ook 6.3.2).
Instellen voor flitsen met handinstelling in de flitsfunctie MLo:
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2) in.
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het LC-display 'MLo' knippert.
- Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display waar aan de normale weergave terug.
5 Camerafuncties
5.1 Automatisch geprogrammeerd opnemen P en de onderwerps-programma's
De camera kiest zichstandig, volgens het ingestelde cameraprogramma, een combinatie van diafragmawaarde en belichtingstijd. De belichtingstijd die hierbij door de camera worden ingesteld hangt af van de helderheid van de omgeving.
Schakel de flitser in de TTL flitsfungtie. De lichtafgifte van de flitser in de TTL flitsfungtie, c.q. de TTL invulflitsfungtie worden geheel automatisch door de camera geregeld.
5.2 Diafragma-automatiek S
In de camerafunctie 'S' moet u zich op de camera een belichtingstijd instellen. Door de camera worden dan automatisch een diafragmawaarde gekozen in overeenstemming met de helderheid van de omgeving. Schakel de flitser in de TTL flitsfungtie.
5.3 Tijdautomatiek A
In de camerafunctie 'A'要去 u zich op de camera een diafragmawarde instellen. Door de camera wordt dan automatisch een belichtingstijd gekozen in overeenstemming met de helderheid van de omgeving.
Schakel de flitser in de TTL flitsfungtie of stel hem met de hand in.
5.4 Manual M (flitsen met handinstelling)
In de camerafunctie 'M'要去 op de camera een diafragmawarde en een belichtingstijd instellen.
Schakel de flitser in de TTL flitsfungtie of stel hem met de hand in.
5.5 Flitstechnieken
5.5.1 Indirect flitsen
Rechtstreeks geflitste zijn heel vaak direct te herkennen aan hunyperend harde enduidelijke schaduwen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- maarachtergrond storend. Door indirecte flitsen kuren dezeverschijnselenverregaand worden vermeden,ondataarbij onderwerp enachtergrond metverstrooidlichtzachtengelijkmatigverlicht worden.De reflector worden hierbij zo gezwenkt,dat hij geschikte reflecterendevlakken (bijv.hetplafondofde wanden van de ruimte)verlicht.
De reflector van de flitser kan tot 900 vertical gezwenkt worden. Om de reflectorkop maar beneden te zwenken要去 de ontgrendelknop ④ (Fig.2) indrukken.
Bij het zwenken van de reflectorkop moet u er op letten, dat u voldoende ver zwenkt, zodate er geen rechtstreeks flitslichteer op het onderwerp kan vallen. Zwenk waarom minstens tot de 60^ klikstand. In het LC-display verdwijnen de afstandsaanduidingen. De afstand van de flitser via het reflecterende
vlak van plafond of wand tot het onderwerp is nu immers een onbekende grotheid.
Het door het reflecterende vlak verstrooid gereflecteerde licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflecterende vlak moet neutraal van kleur, c.q. wit zijn en mag geen structuur (bijv. houten balken in het plafond) hebben die schaduwen zonden konnen vormen. Voor kleureffecten kurz u een reflecterend vlak in de gewenste kleur kiezen.
Let er op, dat bij indirect flitsen de reikwijdte van het flitslicht sterk afneemt. Voor een normale kamerhoogte kutu zich voor het bepalen van de maximale reikwijdte behelpen met de volgende vuistregel:
$$ \text {r e i k w i j d t e} = \frac {\text {r i c h t g e t a l}}{\text {v e r l i c h t i n g s a f s t a n d} \times 2} $$
5.5.2 Dicht bijopnamen / macro-opnamen
Om parallaxfouten op te heffen kan de reflector van de flitser in een hoek van -7^ maar beneden worden gezwenkt. Druk waar voor op de ontgrendel-knop ④ (Fig.2) van de reflector en zwenk de reflector maar beneden.
Bij opnamen in het dichtbijkereik moet u er op letten, dat u een bepaalde minimale verlichtingsafstand moet aanhouden om een te ruime belichting te vermijden.
De minimale verlichtingsafstand bedraagt ont. 10 procent van de in het LC-display aangegeven, maximale reikwijdte. Daar er bij het maar beneden zwenken van de reflector geen reikwijdte worden aangegeven,kest u zich oriendenten aan de reikwijdte die de flitser aangeeft als de reflector zich in+zijn normale stand bevindt.
Bij normale synchronisatie wordt de flitser ontstoken zodia de sluiter van de camera geheel open staat ('synchronisatie bij het opengaan van de sluiter'). De normale synchronisatie is de standardfunctie en wordt door alle camera's uitgevoerd. Hij is voor de meeste flitsopnamen geschikt. De camera
wordt, afhankelijk van de erop ingestelde functie, maar de flitssynchronisatie-tijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn belichtingstijden:tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en verschijnt er voor deze functie ook geen aandui-ding.
5.6.2 Synchronisation bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) (afb. 11)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flitser te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functionie, 2nd curtain, c.q. SLOW2). Hierbij wordt de flits pas vlak voor het einde van de belichting ontstoken. Dit is vooraal een voordeel bij belichtingen met een langere belichtingsstijd (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen die een eigénlichtbron voeren,ondat de bewegende lichtbronnen dan een 'lichtstaart'chter zich aan krijgen, in plaats van, zoals bij synchronisatie bij het opengoan van de sluiter, die voor zich opbouwen. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijt u van bewegende lichtbronnen een 'natuurlijker'weergave! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingsstijden dan+zijn flitsssynchronisatietijd in.
De instelling van de 'synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter' moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser verschijnt er geen aanduiding voor deze functie.
Bij sommige camera's is in bepaalde functies (bijv. bepaalde onderwerpsprogramma's of bij de 'Red-Eye-Reduction', zie 6.7) de REAR-functie nicht möglich. De REAR-functie kan dan nicht worden gekozen, c.q. de REAR-functie worden automatisch gedeactiveerd of gewoon Niet uitgevoerd. Zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van uw camera.
Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om bewogen opnamen te vermijden. Schakel deze functie na de opname waar uit komt de camera anders ook bij overigens 'normale' flitsopnamen onnodig Lange belichtingstijden zou+kunnen instellen.
5.6.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden / SLOW
Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid om te flitsen in combinatie met een lange belichtingstijd 'SLOW'. Deze functie biedt de mogelijkheid om bij een lage omgeveingshelderheid de achtergrond in het onderwerp better op op de Foto uit te lately komen. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aan de omgeveingshelderheid zijn aangepast. Hierbij worden door de camera automatisch een belichtingstijd ingesteld die langer is dan zich flitssynchronisatietijd (bijv. belichtingstijden tot 30 s.). Bij sommige camera's worden de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma's (bijv. nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan deze op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft hiervoorti te worden ingesteld en verschijnt er ook geen aanduiding voor deze functie.
Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om bewogen opnamen te vermijden!
5.6.4 FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS
Camera's met speletsluiter (bijv. E-1 en E-300) ondersteunen, in combinatie met de mecablitz 44 AF-4 O de FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden. Dit worden door de afkorting 'HSS' (HSS = High-Speed-Synchronisation; wat synchronisatie bij korte belichtingstijden betekent) in het LC-display van de flitser aangegeven. Afhankelijk van het type camera worden bovendien in de zoeker van de camera, c.q. in het cameradisplay 'FP' aangegeven (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
De FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS) kan in de TTL flitsfungtie en in de manual flitsfungtie op de flitser extra worden geactiveerd. Bij flitsen met handinstelling (manual) kan hierbij ook een deelvermogen (MLo HSS) worden gewerkt.
Bij deze functie is het möglichk om ook bij korteere tijden dan de flitssynchronisatietijd (die afhankelijk is van het type camera) een flitser in te zieten.
Interessant is deze functie bijv. bij portretopnamen in zeer lichte omgevingen, als met behulp van een groe diafragmaopening de scherptediepte gemini-maliseerd moet worden.
Natuurkundig bepaald, worden door de FP-synchronisatie bij korte belich tingstijden het richtgetal en de reikwijdte van de flits flink beperkt! Let op de aanduiding van de reikwijdte en de technische gegevens van de flitser!
Bij de FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS) is het richtgetal, c.q. de reikwijdte van de flits mede afhankelijk van de belichtings-tijd!
Het instellen
- Verbind flitser en camera met elkaar en schakel ze in.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat de gegevensuitwisse-ling:tussen flitser en camera kan plaatsvinden.
- Druk op de flitser zo vaak op de toets 'Mode', dat de gewenste flitsfunctie TTL, c.q. M of MLo en tegelijkertijd HSS in het display van de flitser knippenen.
- Deinstalling worden na 5 s. automatisch opgeslagen.
6 Flitser- en camerafuncties
6.1 Aanduiding dat de flitser opgeladen is (flitsparatheid ② (Afb.1))
Zodra de condensator in de flitser opgeladen is Licht op de flitser de aandui-ding van flitsparaatheid ② (Afb.1) op (bliksemsymbolool) die daarmee aan-geeft, dat de flitser gereed is. Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname een flits kan worden gebruikt. De aanduiding wordt ook waar de camera overgebracht en zorgtervoord, dat in de zoeker van de camera, c.q. in het display van de camera een overeenkomstige aanduiding verschijnt.
Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera delea aanduiding verschijnt dan wordt er geen flits ontstoken en kan de opname wellicht foult belicht worden als de camera wel al reeds op de flitssynchronisatietijd (zie 6.2) ingesteld staat.
6.2 Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd
Bij gebruik van een flitser op camera's met een spreetsluiter (bijv. E1 en E300), worden de er op ingestelde belichtingstijden automatisch waar de flitssynchronisatietijd van de camera (zie de gebruiksaanwijzing van uw
camera) omgeschakeld. Daardoor konnen geen kortere tijden dan de flits-synchronisatietijd worden ingesteld. Uitzondering: de flitsfunctie met FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie 5.6.4).
Sommige camera's beschikken over een bereik van synchronisatietijden, bijv. 1/30 s. tot 1/180 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatietijd de camera dan instelt hangt af van de ingestelde camera-functie, de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsfstand van het gebruekte objctief.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd konnen, afhankelijk van de ingestelde camerafunctie en de gekozen flitssynchronisatie (zie ook 5.6.2 en 5.6.3), ook worden gebruikt.
Bij sommige types digitale camera's vindt geen automatische omschakeling maar een flitssynchronisatietijd plaat. Die camera's werken dan met een centraalsluiter. Daarmee kan bij alle belichtingstijden worden geflist. Als u het volle vermogen van de flitser nodig hebft kunt u better geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s. kiezen.
6.3 Aanduidingen in het LC-display
De camera's geven de waarden van gevoeligheid (ISO), brandpuntsafstand (mm) en diafragma door maar de flitser. Deze past de vereiste instellenen waar automatisch op aan. Hij berekent uit deze waarden en zich richtgetal de maximale reikwijdtde van het flitslicht. Flitsfungtie, reikwijdtde en de stand van de zoomreflector worden aangegeven in het LC-display van de flitser. Als de flitser worden gebrukt zonder dat hij de gevevens van de camera ontvangen heeft (bijv. als de camera uitgeschakeld is), dan worden de gekozen flitsfungtie, de stand van de reflector en 'M.Zoom' aangegeven.
6.3.1 Aanduiding van de reikwijdte in de TTL flitsfungtie
In het LC-display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde heeft betrekking op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp wat voor de meeste opname-situates voldoet. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen, konnen de reikwijdte van het flits-
licht beinvloeden.
Let bij het opnemen op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser. Het onderwerp kan zich het Beste bevinden in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde. Daarmee worden de elektronica voldoende spelruimte geboden. De minimale afstand tot het onderwerp mag Niet kleiner zijn dan 10% van de aangegeven waarde om te ruime belichtingen te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opname-situatie kan met behulp van de diafragmawaarde worden bereikt.
6.3.2 Aanduiding van de reikwijde bij flitsen met handinstelling M, c.q. MLo
In het LC-display van de flitser worden de afstand aangegeven die voor een correcte flitsbelichting van het onderwerp要去 worden aangehouden. De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan door het veranderen van het diafragma en door de keuze van vol vermogen M of een deel ervan MLo worden bereikt (zie 4.4).
6.3.3 Overschrijden van het aanduidingenbereik
De flitser kan reikwijden tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft aangeven. Bij verzier hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en große diafragmaopeningen kan het bereik van deze aanduiding worden overschreten. Dit wordt aangegeven met een pijl, c.q. driheok anschter de afstandswaarde.
6.3.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte
Als de reflectorkop uit zijn normale standaar boven, c.q. maar beneden wordt gezwenkt verdwijnt de aanduiding van de reikwijde ut het LC-display van de flitser!
6.3.5 Meter - Feet - omschakeling (m - ft)
De aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser kan maar keuze in meter (M) of in feet (ft) worden aangegeven. Om de aanduiding te wisselen要去 als hieronder beschreiben te werk gaan:
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar (Afb.2) ut.
- Druk op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets
'Zoom' ③ (Fig.2)) en houddezehingedrukt.
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar ⑤ (Afb.2) in.
- Laat de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)) los.
- De afstandsaanduiding is nu van m maar ft of andersom van ft maar m gewisseld.
6.4 Verlichting van het LC-display
Als u op de toets 'Mode', c.q. de toets 'Zoom' ③ (Fig.2) drukt, worden gedurende ong. 10 s. de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits worden deze verlichting van het LC-display uitgeschakeld.
Bij de eerste aanraking van de genoemde toeansen vindt er geen verandering van de instellenen op de flitser plaats!
Als in de TTL flitsfungtie de opname correct belicht werk, danlicht gedurende de 'o.k.' aanduiding (zie 4.3) tevens de verlichting van het LC-display op.
6.5 Motor-zoomreflector
De reflector van de flitser kan onderwerpen, opgenomen met brandpuntsafstanden vanaf 24mm (kleinbeeld 24× 36mm ) gelijkmatig verlichen.
6.5.1 'Auto-Zoom'
Als de flitser worden gebruikt op een camera die de gevevens van de brandpuntsafstand waar de flitser doorgeeft, past de zoomreflector zich automatisch aan de gebruekte brandpuntsafstand aan. Na het inschakelen van de flitser worden in zijn LC-display 'Auto Zoom' en de actuèle reflectorstand (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm ) aangegeven.
Die automatische aanpassing van de reflectorstand vindt voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 24mm (kleinbeeldformaat 24× 36mm ) plaat. Wanner een brandpuntsafstand van minder dan 24mm worden inge-zet, dan knippert in het LC-display de aanduiding '24' mm als waarschuwing dat het onderwerp aan de randen Niet gelijkmatig door de flitser kan worden verlicht.
Voor opnamen met objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 20mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm ) kan een groothoekdifusor (specialaaccessaire, die hoofdstuk 8) worden gebruikt. De reflector van de flitser要去 zich hiervoor in de stand van 24 ~mm bevinden.
6.5.2 Met de hand in te stellen zoomstand 'M. Zoom'
Naar keuze kan de stand van de zoomreflector met de hand worden versteld voor het bereiken van bepaalde verlichtingseffecten (bijv. hot-spot enz.): door herhaald drukken op de toets 'Zoom' ③ (Fig.2) op de flitser können na elkaar de volgende reflectorstanden worden gekozen:
24mm - 28mm - 35mm - 50mm - 70mm - 85mm - 105mm
In het LC-display van de flitser worden 'M.Zoom' (voor manual zoominstelling) en de actuèle zoomstand (mm) aangegeven. De instelling treedt onmiddelijk in werkig. Na ont. 5 s. schakelt het LC-display waar aan de normale weergave terug.
Als de met de hand ingestelde stand van de zoomreflector ertoe leidt dat het onderwerp Niet gelijkmatig langus de randen kan worden verlicht, knippert als waarschuwing de aanduiding van de reflectorstand in het display van de flitser.
Voorbeeld:
- U werkt met een objektief met een brandpuntsafstand van 50~mm .
- Op de flitser heeft u met de hand (aanduiding 'M.Zoom') als reflectorstand 70 mm ingevoerd.
In het LC-display van de flitser knippert nu de aanduiding '70 'mm voor de zoomstand,ondat de randen van het onderwerp Niet gelijkmatig+kennen worden verlicht.
Terugzettenaar 'Auto-Zoom'
Voor het terugzettenaar 'Auto Zoom' zich er verschillende mogelijkheden:
- Druk zo vaak op de toets 'Zoom' (3) (Fig.2) op de flitser, dat in het display 'Auto Zoom' worden aangegeven. De instelling treedt onmiddelijk in werkking. Na ont. 5 s. keert het LC-display waar aan de normale weergave terug.
Of:
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar even uit. Na het opnieuw inschakelen worden 'Auto Zoom' waar in het display van de flitser aangegeven.
6.5.3 Extended-zoomfunctie
Bij de Extended-zoomfunctie (Ex) worden de verlichtingshoek van de flitser ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objectief op de camera, een stap lager gezet! De waaruit resulterende, grotere verlichtingshoek zorgt bij binnenopnamen voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachtere verlichting van het onderwerp.
Voorbeeld voor de Extended-zoombfunction:
De brandpuntsafstand van het objectief bedraagt 35mm . In de Extendedzoomfunctie staat flitser de reflectorstand waar 28mm . In het LC-display worden echter toch 35mm aangegeven!
De Extended-zoomfunctie is in de functie 'Auto Zoom' alleen met brandpuntsaftstanden vanaf 28 mm möglichk. Daar de aanvangsstand van de reflector 24 mm bedraagt worden bij objectieven met brandpuntsaftstanden van minder dan 28 mm in het LC-display '24' mm knipperend aangegeven. Dit geldt als waarschuwing dat een voor de Extended-zoomfunctie vereiste aanpassing van de stand van de reflector Niet aangestuurd kan worden.
Opnamen met objectieven met een brandpuntsafstand van 24 mm worden ook in de Extended-zoomfunctie correct verlicht!
Inschakelen van de Extended-zoomfunctie
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (=toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)), dat in het LC-display 'Ex' verschijnt.
- Druk zo vaak op de toets 'Zoom' ③ (Fig.2), dat in het LC-display 'On' knippert.
- De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display waar maar de normale weergave terug.
Het symbol 'Ex' voor de Extended-zoomfunctie blijft na deinstelling in het LC-display van de flitser aangegeven staan!
Let er op, dat door de grotere verlichtingshoek van de Extendedzoomfunctie een verzorting van de reikwijdte van het flitslicht ontstaat!
Uitschakelen van de Extended-zoomfunctie
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (=toets 'Mode' ① (Fig.1) + toets 'Zoom' ③ (Fig.2)), dat in het LC-display 'Ex' verschijnt.
- Druk zo vaak op de toets 'Zoom' (3) (Fig.2), dat in het LC-display 'Off' knippert.
- Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display waar maar de normale weergave terug.
Het symbol 'Ex' voor de Extended-zoomfunctie worden Nietmeer in het LC-display van de flitser aangegeven!
6.6 Autofocus-meetflits
Zodra er zich mehr voldoende omgevingslicht is om automatisch scherp te kuren stellen worden door de elektronica in de camera een autofocus-meetflits geactiveerd. De autofocususschijnwerper zende hierbij een streeppatroon uit dat op het onderwerp worden gprojekteerd. Op dat streeppatroon kan de camera dan automatisch scherpmellen. De reikwijdte van de AF-meetflits bedraagt ont. 6 m ... 9 m ( bij standardobjectief 1,7/50 mm). Vanwege de parallax:tussen het objectief en de AF-oodlicht-schijnwerper bedraagt de minimale dichtbij-instelgrens van de autofocus-meetflits ont. 0,7 m tot 1 m. Om de AF-meetflits door de camera te latent activeren, moet op de camera als AF-functie „Single-AF (S)“ ingesteld zijn (zie de gebruiskaanwijzing van uw camera). Zoomobjektieven met een lage Lichtsterkte beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms heel sterk!
Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen de centrale AF-sensor van de camera. Bij camera's met meerde AF-sensoren bevelen wij aan, alleen het centrale AF-meetveld te activeren (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
Als de fotograaf met de hand, of de camera zichstandig een centrale AF-meetsensor uiktiest, kan het gebeuren dat de AF-schijnwerper van de flit
ser, afhankelijk van het type camera eventueleel nicht geactiveerd worden. Sommige camera's gebruiken in dat geval de in de camera ingebouwde schijnwerper voor het AF-meetlicht (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
6.7 Flitsen vooraf gegen het 'rode-ogeneffect' (Red-Eye-Reduction)
Bij het 'rode-ogeneffect' gaat het in prince om een natuurkundig effect. Dit effect treedt allijd op als de te fotograferen persoon meer of minder recht in de camera kijk, het relatief donker is en de flitser zich op of vlak naast de camera bevindt. De flitser heldert hierbij de achtergrond van de ogen op. Het doorbloede netvlies worden door de pupil hebenzichtbaar en door de camera als rode vlek geregistreerd.
De functie ter vermindering van het 'rode-ogeneffect' (Red-Eye-Reduction) brengt hier een duidelijke verbetering in. Bij gebruik van deze functie ontsteekt de flitser, voorafgaand aan de eigenlijke flitsopname, enkele zichtbare, zwakke flitsen, waarna de hoofdflits volgt. Deze voorafgaande flitsen zorgen er voor, dat de pupillen van de Personen zich wat sluiten, waardoor het effect van de rode ogen verminderert.
De functie van de Voorafgaande flitsen moet op de camera worden ingesteld en worden door de meeste camera's alleen in de TTL-flitsfungtie ondersteund. De geactiveerde vooraf-flits worden in het LC-display van de camera met een bepaald symbol aangeduid (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en vindt er geen aanduiding plaat.
Gebruik van de functie met voorafgaande flitsen is bij synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter Niet möglichk!
6.8 Automatisch flitsen / ontsteeksturing
Is er voldoende omgevingslicht aanwezig voor een belichting in de normale modus, dan verhinderen veel camera's het ontsteken van een flits. Bij het bedieren van de ontspanknop op de camera worden geen flits ontstoken. De ontsteeksturing werkt bij verschillende camera's alleen in de functie 'geheel geprogrammeerd opnemen' of program 'P', c.q. hij要去 op de camera worden geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
6.9 Terug maar de basisinstellungen
De flitser kan in zijn basisinstelling teruggezet worden door minstens drie seconden de toets 'Mode' ingedrukt te houden.
De volgende instellingen worden dan teruggezet
- Flitsfungtie 'TTL'
- Automatische uitschakeling 'Auto-Off' worden geactiveerd (3m On)
- Automatische zoomfunctie 'Auto-Zoom'
- De Extended-zoomfunctie 'Ex' worden gedexeactiveerd.
- Een eventuele ingestelde correctiewaarde voor de flitsbelichting worden gedeactiveerd.
7 Speciale aanwijzingen voor de camera:
Vanwege het veelvoud aan types camera en hun eigenschappen is het binnen het kader van deze gebruiksaanwijzing Niet möglichk gedetailleerd op alle cameraspecifieke mogelijkheden, instellenen, aanduidingen enz. in te gaan. Informaties en aanwijzingen voor de inzet van een flitser kut uuit de betreffende hoofdstukken van de gebruiksaanwijzing van uw camera halen!
8 Accessoires
Wij geen garantie voor fout functioneren en schade aan de flits-ser,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten!
Groothoekdiffusor 44-21 (bestelnr. 000044217) Voor het gebruik bij objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 20~mm . De reikwijdten verminderen vanwege het Lichtverlies met een factor van ong. 1,4.
- Set kleurenfilters 44-32 (bestelnr. 00004432A)
Omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting en een holder filter om filterfoies van een kleur maar keuze op te nemen.
- Mecabounce 44-90 (bestelhr. 000044900)
Met deze diffusor bereikt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werkking is groots,,ondat de opnamen een soft effect verkrijgen. De gezichtskleur van personen worden natururlijker weergegeven. De reikwijdten verminderen vanwege het lichtverlies tot ongeveer de helft. - Reflectieschermpje 54-23 (bestelnr. 000054236)
Maakt door+zijn zachtte licht harde slagschaduwen milder.
9 Troubleshooting
Zou het ooit eens voorkomen, dat bijv. in het LC-display van de flitser onzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet werkt zoals op grond van zichin instellingen verwacht zou mogen worden, schakel de flitser dan gedurende ontg. 10 seconden via zichin hoofdschakelaaruit. Controller of hij cor-rect aangebracht is de accessoireschoen van de camera en controllere de camera-instelingen.
De flitser zou na het opnieuw inschakelen weeer 'normaal' moeten functioneren. Is dit Niet het geval, ga er dan mee maar uw leverancier.
10 Onderhoud en verzorging
Verwijder stof en vuil met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunststof onderdelen zouden beschadigd können worden.
Formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat, natuurkundig bepaald, een verandering als het apparaat gedurende langere fictid Niet wordt ingeschakeld. Daarom is hetoodzakelijk het apparaat eens per kwartaal voor ongeveer 10 minuten in te schaken. Schakel de automatische uitschakelinguit (zie 2.4!). De batterijen, c.q.accu's moeten waar bij zoveel energie leveren dat op de flitser binnen ong. 1 min. na het inschaken, de aanduiding van flitsparaatheid ② (Afb.1) oplicht.
Maximaal richtgefal bij ISO 100/21°; Zoom 105mm:
In het metersystem: 44 In het Feetsystem: 144
Flitsfungtie:
TTL, manual M, c.q. MLo
FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS (afhankelijk van het type camera)

Flitsduur:
Ong. 1/200 ... 1/20.000 seconde (in de TTL-flitsfungtie)
In de M - functie ong. 1/200 seconde bij vol vermogen
In de MLo - functie ong. 1/5000 seconde
Kleurtemperatuur:
ong. 5600 K
Gevoeligkeit:
ISO 6 tot ISO 6400
Synchronisation:
Laagspanningsontsteking
Aantal flitsen:
ong. 85 met NiCd-accu (600 mAh)
ong. 205 met NiMH-accu (1600 mAh)
ong. 240 met super-alkalimangaanbatterijen
ong. 400 met lithiumbatterijen
(telkens bij vol vermogen)
Oplaadtijden:
ong. 4 s. met NiCd-accu
ong.4s.met NiMH-accu
ong. 5 s. met super-alkalimangaanbatterijen
(telkens bij vol vermogen)
Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectorkop:
Naar boven / beneden: 60^, 75^, 90^ / -7^
Maten ong. in mm:
75× 125× 108(B× H× T)
Gewicht:
Flitser met voeding: ong. 400 gram
Levering omvat:
Flitser, gebruksaanwijzing
Wijzigingen en vergissingen voorbehonden!


Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteme
Richtgetal (ft) = Richtgetal (m) x 3,3
Richtgetallentabel voor met de hand ingesteld deelvermogen MLo in meters
Richtgetal (ft) = Richtgetall (m) × 3,3
Guide number table for manual partial light output level MLo in the metric system Guide number (ft) = Guide number (m) × 3.3
In het kader de CE-markering werden bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.
Contacten nicht aanraken!
In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.
C E Avertenza: ①