C07921 - 04-10 - Haard inzet DEVILLE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis C07921 - 04-10 DEVILLE in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DEVILLE C07921  - 04-10 - page 67
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DEVILLE

Model : C07921 - 04-10

Categorie : Haard inzet

Download de handleiding voor uw Haard inzet in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C07921 - 04-10 - DEVILLE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C07921 - 04-10 van het merk DEVILLE.

GEBRUIKSAANWIJZING C07921 - 04-10 DEVILLE

4.2 - Accessoires als Extra

4.2 - Accessoires als Extra

3.2 - Benodigde ruimte

4.3 - Elektrische aansluiting van de blaasinrichting

VERPLICHT GEKOPPELD MOET ZIJN

5.2.1 - Aard van het rookkanaal

5.2.1.1 - Bij een nieuwe buis

5.2.1.2 - Bij een bestaande buis

5.2.2 - Minimale doorsnede van de buis

5.2.3 - Enkele algemene aanbevelingen

5.3 – AARD EN KENMERKEN VAN DE AANSLUITBUIS TUSSEN DE HAARD

5.6 - AARD VAN DE MUREN EN WANDEN DIE AAN HET APPARAAT GRENZEN

5.6.1 - Advies voor ingebruikname

5.6.2 - Inbouwnoteringen - Bescherming van de wanden en aankledingen met brandbare of door de

hitte aangetaste materialen - Convectietraject

5.6.2.1 - Dispositie haard

5.6.2.2 - Dispositie inzethaard

5.6.2.3 - Verdeling van warme lucht

5.7 – AANBEVELINGEN EN VOORBEELDEN VAN INSTALLATIE

5.7.1 - Installatie in een te bouwen nieuwe schoorsteen

5.7.2 - Installatie in een bestaande open haard die in vuurvaste materialen wordt gebouwd

normaal voorzien voor een open vuur

5.8 - VOORBEREIDING EN PLAATSING VAN DE HAARD IN DE OPEN HAARD

5.8.1 - Uit te voeren algemene handeling

5.8.2 – De plaatsing van het apparaat

6 - VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK VAN HET APPARAAT ..................................................................... 72

6.1 - Eerste ontsteking

6.4.3 - Asverwijdering

6.4.4 - Regels voor veiligheid

6.4.5 - Blaasinrichting

7 – VEEG- EN ONDERHOUDSADVIES VAN HET APPARAAT EN HET ROOKKANAAL ............................ 74

7.2 - Onderhoud van de ventilator

7.3 - Algemeen onderhoud

8 - ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR GARANTIE ................................................................................... 75

De langzame verbranding: Wij raden u aan om de tekst van deze handleiding aandachtig en helemaal te lezen voor het beste gebruik van uw apparaat DEVILLE en de grootste tevredenheid. Het niet- naleven van de instructies van montage, installatie en gebruik stelt degene die ze uitvoert verantwoordelijk. Verkregen met een trekking van 6 Pa, luchtschuif in gesloten positie. Herladen op een bed van gloeiende kooltjes van ongeveer 300 g (d.w.z. 3 cm dik). Hogere brandtijd dan 3 uur met een niet gespleten hardhouten blok van 3,5 kg. Hogere brandtijd dan 10 uur met 1 of 2 niet gespleten hardhouten blokken (bij voorkeur grote doorsneden), totale massa 10,5 kg.

DOCUMENTEN (U.T.D.). Het apparaat moet door een gekwalificeerd bedrijf geplaatst worden. Alle plaatselijke en nationale reglementeringen, evenals Europese normen, moeten bij het gebruik van het apparaat gerespecteerd worden. Het apparaat mag niet aangepast worden. De voorwaarden voor normale brandsnelheid helpen bij het verkrijgen van een maximale capaciteit die niet moet worden overschreden voor een veilige werking. De maximum belading bedraagt 15 kg hout.

3 - BESCHRIJVING EN BENODIGDE RUIMTE

De voornaamste onderdelen van uw apparaat worden weergegeven op Fig. 1.

De verbrandingskamer is in 4 mm staal, de bodem van de haard is verstevigd met een gietijzeren haardplaat. Een plaatijzeren behuizing zorgt voor een traject van afkoelingslucht rondom de verbrandingskamer en beschermt de wanden van de stralingsschoorsteen: het is een waarborg voor veiligheid en prestatie. Het apparaat is in overeenstemming met de wezenlijke vereisten van de richtlijn 89/106/CEE Bouwproducten volgens de bijlage ZA van de norm EN 13229. Het is een verwarmingsapparaat voor onafgebroken gebruik met verbranding op rooster van uitsluitend hout, met een half gesloten verbrandingskamer, ontworpen om in een te bouwen schoorsteen of een bestaande haard geplaatst te worden. De deur is in gietijzer, met afdichtingstukken, die de dichtheid en een grote werkingsautonomie waarborgen. De regelschuif, die in het onderste gedeelte van de deur zit, maakt het mogelijk om een brandsnelheid te kiezen. Noteer het serienummer van het apparaat dat op de kenmerksticker staat, die op het apparaat en het garantiebewijs geplakt is, in het volgende hokje: Serienummer Een toegang van secondaire lucht is rond de ruit van de deur verwezenlijkt om deze schoon te houden en om een betere houtverbranding te waarborgen. Een blaasinrichting met twee snelheden maakt het mogelijk om een warme luchtstroom te activeren. Deze uitrusting stelt u in staat om een warme luchtstroom in 4 verschillende richtingen te verzenden (aangrenzende ruimtes). Niet uitgerust met omhulsel (s), zal hij de convectie in de ruimte waar uw schoorsteen wordt geplaatst verbeteren. Deze zal noodzakelijk zijn om het apparaat te identificeren bij aanvragen van onderdelen. Apparaat conform aan de Richtlijn Elektro-magnetische Verenigbaarheid 89/336/CEE aangepast door de richtlijn 93/68/CEE.

2 - NOMINALE WARMTE CAPACITEIT

Het vermogen van de blaasinrichting: 100 m³/h Nominale capaciteit 11 kW Trekking 12 Pa Massa vermogen van de rook 8 g/s De nominale warmtecapaciteit gebruik : 11 kW. bij Temperatuur van de rook 324 °C Netto gewicht van het apparaat Naakt gewicht (zonder deur, ventilatieraam, rooster, haardplaat) onafgebroken C07921 109 kg 65 kg

3.2 - Benodigde ruimte (Fig. 2)

. Verkregen bij een trekking van 12 Pa, gedurende een brandtijd van 1 uur, met een belading van 4,5 kg niet gespleten hard hout (haagbeuk, eik…) van 8 cm doorsnede ongeveer, d.w.z. 2 houtblokken.

. Om deze capaciteitsregeling ongeveer te verkrijgen, herladen op een bed van gloeiende kooltjes van 400 g d.w.z. 4,5 cm dik. Uw inzethaard kan geïntegreerd worden in een nieuwe schoorsteen DEVILLE. . De aangekondigde capaciteit is de gemiddelde capaciteit die tijdens deze proef van 1h is verkregen, met de luchtschuif maximaal open.

4.2 – Optionele accessoires

Het apparaat kan op verzoek uitgerust worden met :

Warme luchtuitlaten ∅ 125 mm ref. C07006.EU02 die het mogelijk maken om de warmte in de aangrenzende ruimtes te verdelen (Fig. 3).

  • Dit geheel, dat optioneel wordt geleverd, moet voor de installatie van de haard in de schoorsteen geplaatst zijn.
  • Om de montage uit te voeren, dient u de aanwijzingen van de handleiding bij deze optie te volgen. Het gebruik van oorspronkelijk geïsoleerde materialen voorkomt het plaatsen van een isolatie terplekke, met name v.w.b. de wanden van de bron (minimale warmteweerstand: 0,43 m ² k/W).

5.2.1.2 - Bij een bestaande buis

De installateur neemt de verantwoordelijkheid voor de bestaande delen. Hij moet de staat van de buis controleren en de vereiste aanpassingen doen voor zijn goede werking en de conformiteit met de reglementering. Een barbecue kit C07012.EA01 (Fig. 3).

blaasinrichting aansluiting van

- Het apparaat wordt met een flexibele kabel van een ongeveer 1,5 m geleverd, voor aansluiting op het elektrische netwerk. Het uiteinde bevindt zich aan de onderkant van het deel linksachter van uw inzethaard en u moet eraan trekken (niet te hard) om het eruit te krijgen. U dient op de installatie te voorzien een multipolair scheidingsapparaat met een openingafstand van de contacten van minstens 3mm: dit hulpmiddel maakt het mogelijk om het apparaat van het elektrische netwerk te isoleren. De installatie moet in overeenstemming met de NFC 15100 zijn, in het bijzonder de connectie van de aarde (groene en gele draad) zal uitgevoerd moeten worden. - De nominale capaciteit van de blaasinrichting bedraagt 19 W - voedingsspanning 230 V. - Het kan noodzakelijk zijn om de ventilator of inzethaard uit zijn behuizing te halen: U dient hiervoor voldoende kabellengte te reserveren zodat deze verrichtingen uitgevoerd kunnen worden zonder druk op de kabel te veroorzaken. De buis dient schoongemaakt te worden en vervolgens een zorgvuldig onderzoek te ondergaan om het volgende te controleren :

  • De compatibiliteit van de buis met zijn gebruik.
  • De luchtledigheid en de dichtheid (bijlage II van UTD 24-1). Als de buis niet compatibel is, dient een buisstelsel met behulp van een titulair procedé met een positief technisch advies aangebracht te worden, of een nieuwe buis.

5.2.2 - Minimale doorsnede van de buis

Reglementering Vierkant recht hoekig framewerk Ronde buizen Mogelijke werking open deuren Minimale doorsnede 4 dm ² Werking gesloten deuren Minimale doorsnede 2,5 dm ² Minimale doorsnede 200 mm Minimale doorsnede 153 mm In alle gevallen moet de doorsnede van de buis tenminste gelijk zijn aan die van de aansluitbuis op het apparaat.

5.2.3 - Enkele algemene aanbevelingen

De installatie mag niet door de gebruiker gewijzigd worden.

Wij wijzen hierna op de te respecteren elementaire aanbevelingen, deze vervangen in geen enkel geval de strikte toepassing van het geheel van UTD 24-2-2. Een goede buis moet van weinig warmte geleidende materialen gemaakt worden opdat hij warm kan blijven.

aankleding van buis buitentemperatuur te beperken tot :

5.1 - Benaming van de verschillende

onderdelen van het rookafvoer traject (Fig. 4) moet

- 50 °C, in de bewoonbare ruimtes - 80 °C, in de niet- bewoonbare of onbereikbare ruimtes.

5.2 - Aard en afmetingkenmerken van het

rookkanaal waaraan het apparaat verplicht gekoppeld moet zijn

5.2.1 - Aard van het rookkanaal

Hij moet absoluut dicht zijn, zonder ruwheid en stabiel.

Hij moet geen plotselinge afdelingsveranderingen bevatten (helling ten opzichte van de loodlijn lager dan 45°).

Hij moet tenminste 0,4 m boven de nok van het dak en de naburige daken uitkomen.

Twee apparaten moeten niet op dezelfde buis aangesloten worden.

Hij moet uitkomen in de ruimte waar het apparaat geplaatst zal worden, op een hoogte van tenminste 50 mm.

Zijn binnenkant moet tenminste 16 cm verwijderd worden van elk hout en brandbare materie.

5.2.1.1 - Bij een nieuwe buis

Gebruik van de volgende materialen :

  • Bakstenen framewerk conform met NF P 51311.
  • Beton framewerk conform met NF P 51-321.
  • Samengestelde metalen buizen conform met NF D 35-304 en NF D 35-303 of die met een positief technisch advies voor dit gebruik.
  • Bakstenen conform met NF P 51-301.
  • Vuurvaste bakstenen conform met NF P 51-302.

Het framewerk moet met het mannelijk deel naar beneden geplaatst worden om de overgang van gietsels naar de buitenkant te vermijden.

De buis mag niet meer dan twee schuine standen bevatten, dat wil zeggen meer dan een niet verticaal deel:

Aangezien de evaluatie van de te verwachten trekking m.b.t. de kenmerken van de buis weinig zeker zijn, wordt aanbevolen om systematisch een temperend luikje te plaatsen. - Als het een gemetselde buis is : De hoek van schuine standen mag niet groter dan 45° zijn voor een gelimiteerde totale hoogte van de buis van 5 meter. Voor een hogere hoogte, de hoek van de schuine stand is beperkt tot 20°. - Als het een geïsoleerde metalen buis is : De hoek van schuine standen mag niet groter dan 45° zijn met een hoogtebeperking van 5 m tussen de top en de onderkant van de schuine stand. De totale hoogte van de buis is niet beperkt.

5.3 – Aard en kenmerken van de aansluitbuis

tussen de haard en het rookkanaal Een aansluitbuis moet tussen het apparaat en het rookafvoerkanaal geplaatst worden.

Deze buis dient van een starre of flexibele buis gemaakt te worden, geschikt voor alle brandstoffen, te rechtvaardigen met een positief technisch advies voor een rechtstreekse afvoer van een gesloten haard. Let op dat zijn verboden: aluminium, aluminiumstaal en gegalvaniseerd staal.

Let op dat toegestaan zijn: zwart plaatijzer (dikte min. 2 mm), geëmailleerd plaatijzer (dikt min.0,6 mm), roestvrij staal (dikte min. 0,4 mm).

Deze buis moet zichtbaar zijn langs het hele traject door een valdeur of toegangsrooster en machinaal veegbaar (Fig. 5). Zijn uitzetting mag niet ten koste gaan van de dichtheid van de verbindingen van de boven- en benedenloop alsmede van zijn mechanische welzijn en van het rookkanaal. Zijn samenstelling en, in het bijzonder, de aansluiting met het rookkanaal moeten de accumulatie van roet verhinderen, met name op het moment van vegen.

Het luikje maakt het mogelijk om een goede werking van de haard te verkrijgen, zelfs onder omstandigheden met sterke trekkingen (hoge buizen). Het luikje moet gemakkelijk zichtbaar en toegankelijk zijn (Fig. 6).

Het luikje voor getemperde trekking heeft geen invloed op de werking van het apparaat wanneer de deur open is.

De werking van het apparaat vereist een aanvullende luchttoevoer dan die noodzakelijk voor de vernieuwing van reglementaire lucht. Deze luchttoevoer is verplicht wanneer de woning wordt uitgerust met een machinale ventilatie.

De intake van de luchttoevoer dient geplaatst te worden ofwel direct buiten, ofwel in een ruimte die naar buiten wordt geventileerd, en moet door een rooster beschermd worden (zie geadviseerde dispositie Fig. 7). A: GUNSTIG Voorkant onder dominerende wind: bevordert de stroming van de verse lucht en de rook. B: ONGUNSTIG Voorkant tegenover dominerende wind.

De output van toevoer van lucht dient direct in de schoorsteen geplaatst te worden en zo dichtbij mogelijk bij het apparaat uitmonden. Zij moet afsluitbaar zijn wanneer zij direct in de ruimte uitmondt.

De doorsnede van de luchttoevoer dient minstens gelijk te zijn aan een kwart van de doorsnede van het rookkanaal met een minimum van zijn : - 70 cm² voor gebruik met alleen gesloten deur. - 200 cm² voor gebruik met mogelijk open deur (voor bepaalde haarden alleen maar zie gebruikshandleiding).

De verbindingen met het apparaat enerzijds en het rookkanaal anderzijds dienen met strikte inachtneming van UTD 24-2-2 en de specificaties van de fabrikant van de buis verwezenlijkt te worden, door alle geadviseerde componenten te gebruiken (uiteinden, overgangen, enz.). Het kan noodzakelijk zijn om extractie van de machinale ventilatie te stoppen om de toevoer van rook in de ruimte te vermijden bij opening van de deur.

5.6 - Aard van de muren en wanden die aan het

5.6.1 - Advies voor ingebruikname

Alle brandbare of afbreekbare materialen onder invloed van de temperatuur dienen verwijderd te worden, op en in de wanden (vloeren, muren en plafonds) op de plaats van de schoorsteen en de haard.

5.4 - Voorwaarden voor trekking

5.5 - Ventilatie van de ruimte waar het apparaat

wordt geplaatst De dichtheid, de isolatie, de doorgangen van plafond en vloer, de verschillen aan vuur dienen met strikte inachtneming van UTD 24-2-2 verwezenlijkt te worden.

De trekking noodzakelijk voor de goede werking met gesloten deur: - 6 Pa bij verlaagde snelheid (0,6 mm EG). - 12 Pa bij normale snelheid (1,2 mm EG). De trekking wordt gemeten op de aansluitbuis op ongeveer 50 cm boven de buis van het apparaat.

De aankleding van het apparaat dient met onbrandbare materialen verwezenlijkt te worden, MO geklasseerd.

De vloer dient van onbrandbare materialen te zijn onder het apparaat tot tenminste 400 mm van de voorkant van het apparaat.

Wanneer de bovenbalk in brandbaar materiaal is (houten balk bijvoorbeeld), is het noodzakelijk om deze te beschermen door onbrandbaar materiaal, een ventilatieraam of door een voorzet (zie UTD 24-2-2 en voorbeeld Fig. 14).

Als de steunmuur een lichte wand is of een muur met een opgenomen brandbare isolatie, dient er een verdubbeling met onbrandbare materialen verwezenlijkt te worden (cellulair beton van 10 cm met een luchtlaagje van 2 cm over de hele breedte van de schoorsteen met een overschot van 5 tot 10 cm).

Om verhitting van de aankleedwanden te beperken tot 65 K (K = graden Celsius boven de kamertemperatuur), en een goede werking van het apparaat te verkrijgen, is het noodzakelijk om de volgende disposities in acht te nemen. Voorts garanderen de aangegeven minimale inbouwafmetingen toegang tot bedieningsorganen, een voldoende bewegingsvrijheid voor de beweegbare organen, de toegang en het demonteren van de te vervangen onderdelen. Dit apparaat staat twee verschillende disposities van het luchtconvectie traject toe: bestaand

5.6.2.1 - Dispositie Haard:

Zij correspondeert over het algemeen met de bouw van de schoorsteen rond de haard.

De te verwarmen lucht volgt 2 verschillende trajecten (Fig. 8) :

De verticale wanden (2 zijwanden, de achterkant en de frontale wand) met een isolatiemateriaal beschermen : Rockwool, geleidingsvermogen lager dan 0,04 W/m °C, dikte 30 mm, bedekt met een laagje aluminium, gericht op de straling van de haard.

De vloer beschermen : Door het apparaat op een plaat van gesmolten cement te leggen, geleidingsvermogen 2 W/m °C, dikte 40 mm, 80 mm van de bodem verwijderd.

De minimale inbouwafmetingen dienen in acht genomen te worden en het luchtconvectie traject verwezenlijkt, weergegeven op Fig. 11 (aankleding die rond de haard gebouwd moet worden).

Een verlaagd geïsoleerd plafond plaatsen (Fig. 17).

5.6.2.2 - Dispositie Inzethaard:

5.6.2 - Inbouwnoteringen - Bescherming van de

wanden en aankledingen met brandbare of door de hitte aangetaste materialen Convectietraject.

Zij correspondeert over het algemeen met het plaatsen van het apparaat in een bestaande schoorsteen : de toevoer van de te verwarmen lucht door de onderkant of de brandstapel en de afvoer van warme lucht door de afzuiging is niet haalbaar.

De te verwarmen lucht volgt 2 verschillende trajecten (Fig. 9) :

Traject 1 : geïntegreerd in het apparaat (dubbele laag) met ingang door de voorkant d en uitgang door de voorkant e (de warme luchtuitlaten door de bovenkant b zijn afgesloten).

Traject 2: gebaseerd op het bouwwerk met ingang door de 2 zijkanten c en uitgang door de voorkant van het bouwwerk a.

In dat geval dienen de volgende handelingen gedaan te worden (Fig. 10) :

Controleer dat de afsluiter van de frontale warme luchtuitlaat is gedemonteerd (C) : . Warme luchtuitlaat door de voorkant.

Traject 1: geïntegreerd in het apparaat (dubbele laag) met ingang door de voorkant d en uitgang door de bovenkant b. . Rockwool, geleidingsvermogen lager dan 0,04 W/m °C, dikte 30 mm, bedekt met een laagje aluminium, gericht op de straling van de haard. Traject 2: gebaseerd op het bouwwerk met ingang door de brandstapel f en tussen de voorzet en het apparaat c en uitgang door de afzuiging a.

In dat geval dienen de volgende handelingen gedaan te worden (Fig. 10):

De warme luchtuitlaten openen die op de bovenkant van de dubbele laag (A) zijn voorgesneden. Beschermen de verticale wanden (2 zijwanden en de achterkant) met een isolatiemateriaal :

De bodem moet uit bakstenen of vuurvast beton bestaan : . Geleidingsvermogen lager dan 0,1 W/m °C, dikte 110 mm.

Neem de minimale inbouwafmetingen weergegeven op Fig. 12 in acht.

5.6.2.3 Verdeling van warme lucht :

De afsluiter van de frontale warme luchtuitlaat (B) monteren. De verdeling van de warme lucht in de aangrenzende ruimtes kan verwezenlijkt worden door :

Verwijder de afsluiters die op de bovenkant van de haard zijn voorgesneden, door, met behulp van een boor van Ø 6, op de aangewezen plaatsen 3 gaten van Ø 2 te boren die hiervoor voorzien zijn. Vervang de afsluiters door buizen van Ø 125 voor warme luchtuitlaat als optie (Fig. 3).

Plaats de afdekplaten op de dubbele laag van het verhittingslichaam.

Bescherm de doorgangen van verdeling van warme lucht thermisch (minstens 16 cm tussen de warme luchtbuis en brandbare materialen) en geïsoleerde warme luchtbuizen gebruiken. De gekozen materialen dienen een voortreffelijke hittebestendigheid (MO geklasseerd) te hebben. Ga vanaf het apparaat in verticale buizen naar de grootst mogelijke hoogte om de convectie circulatie te bevorderen, beperk horizontale buizen en het aantal bochten.

Verzekeren u van een lucht „terugkeer“ traject van de te verwarmen ruimtes naar de ruimte waar het apparaat is geplaatst, of leg deze aan. Zorg ervoor dat de werking van het warme lucht traject het ventilatie dispositief van de woning niet verstoort.

Figuur 17, gegeven als voorbeeld, vertegenwoordigt de plaatsing in een schoorsteen DEVILLE.

De manier van aansluiting vertegenwoordigt de meest gangbare, d.w.z. : - Aansluiting op gemetselde buis in afwachting aan het plafond door een speciaal element. - Andere mogelijkheden bestaan : raadpleeg de UTD 24-2-2 LET OP : De warme luchtbuizen mogen de verschillende onderdelen van het rookafvoer traject niet raken en nog minder door het rookkanaal gaan.

Een warme luchtuitlaat van 800 cm ² met minimale doorsnede dient in de voorkant of aan de zijkanten ingericht te worden op tenminste 300 mm van het plafond om de hitte af te voeren en de temperatuur binnen het geheel te verlagen.

Er kan eveneens een luchtuitlaat in de ruimte gelegen achter de schoorsteen voorzien zijn of op de verdieping erboven, zie paragraaf verdeling van warme lucht.

5.7.2 - Installatie in een bestaande haard gebouwd in

vuurvaste materialen en normaal voorzien voor een open vuur Aansluiting schoorsteenkant (zie voorbeeld Fig. 14) :

  • Het is absoluut noodzakelijk om op geïsoleerde wijze de basis van het rookkanaal af te dichten . Elke luchttoevoer hierin zal ten koste gaan van de goede werking van het apparaat. Het is belangrijk om zich gedurende de werking ervan te overtuigen dat het „convectie“lucht vermogen door de inlaatopeningen gaat en door de warme luchtuitlaten weer naar buiten gaat. Als dat niet het geval is, dient de doorsnede van de uitlaat die werkt totdat de andere uitlaten warme lucht blazen verminderd te worden : het gebruik van regelbare uitlaten maakt het mogelijk om deze stabilisatie gemakkelijk te verwezenlijken.
  • Plaats een afdichting op de hele omtrek van de flens in staal . Daarvoor :

Het bovenste deel van de kroon van de mortel zal in de vorm van een trechter zijn. met vuurvaste mortel.

  • Plaats de aansluitbuis in de verzegelde flens en zorg ervoor dat deze geblokkeerd blijft in de hoge positie. De afdekplaat, gemonteerd voor de opening van luchtuitlaat in de voorkant, kan geregeld worden om het vermogen van de warme luchtuitlaten te laten afwisselen; echter zij behoudt een „veiligheid“ luchtdoorvoer opening van 10mm : dit maakt het mogelijk om oververhitting van het apparaat te vermijden wanneer geen enkel van de 4 uitlaten van Ø 125 open is.

Het einde van de buis mag niet de flens overschrijden na inschuiven in de buis van het apparaat.

De aansluitbuis dient een doorsnede van ten minste 153 mm te hebben. Aansluiting apparaatkant : NOTA : Wanneer de schoorsteen klaar is, dient de oppervlakte temperatuur van de wanden van de steunruimtes voor de schoorsteen de 50°C niet te overschrijden gedeeltelijk toegankelijk (Fig. 13).

5.7 - Aanbevelingen en installatievoorbeelden

Plaats het apparaat in de haard (zie paragraaf 5.8) en schuif de buis in de vertrekbuis van het apparaat (Fig. 14). - Als er voldoende ruimte is, doe de buis in de buis door de handen tussen het hogere deel van het apparaat en de basis van de flens te steken . Het apparaat dient op een bodem met een voldoende draagkracht geïnstalleerd te worden. Als een bestaande bouw niet aan deze voorwaarde voldoet, moeten adequate maatregelen (bijvoorbeeld, de installatie van een draagkracht verdelingsplaat) getroffen worden om de bodem genoeg draagkracht te geven. - Als er niet voldoende ruimte boven het apparaat is om er de handen door te steken, zal de samenvoeging van de buis gemakkelijk gaan door in dit stuk van buis, een tiental cm van zijn basis, een spil van te voren te plaatsen die het mogelijk zal maken om de buis te pakken om die op de buis te schuiven, door de hand door het binnenste van het apparaat te steken. Deze spil kan op zijn plaats blijven zonder problemen voor de werking (Fig. 15).

5.7.1 - Installatie in een te bouwen nieuwe

NOTA : De aansluitbuis en de flens zijn in roestvrij staal met een minimale dikte van 0,4 mm.

Maak na de eerste ontsteking (zie paragraaf 6.4.1), een gematigd vuur gedurende de eerste uren door de lading van het apparaat te beperken (een houtblok van ∅ 15 cm) met de luchtschuif op intermediaire snelheid (Fig. 20) : progressieve verhoging van de temperatuur van het geheel van de elementen van de schoorsteen en een normale uitzetting van het apparaat.

Gedurende het eerste gebruik kan een geur van verf van het apparaat komen : ventileer de ruimte om deze onaangenaamheid te beperken.

  • Figuren 18 en 19, gegeven als voorbeeld, vertegenwoordigen 2 vaak voorkomende gevallen van installatie : - Fig. 18 : Bestaande buis, van omhulsel voorzien. Mogelijkheid van warme luchtuitlaat zuigmond en bestaande afzuiging. door

- Fig. 19 : Bestaande buis, zonder enige wijziging behouden.

. Het ontwerp, de staat of de afmetingen van de schoorsteen maken niet het mogelijk om een warme luchtuitlaat te verwezenlijken door de zuigmond. De warme lucht gaat volledig onder de voorzet en de balk weg. . Een houten balk moet in dit geval perfect beschermd worden. . De gemetselde flens dient zo laag mogelijk verwezenlijkt te worden. . De inbouwnoteringen van Fig. 12 moeten in acht genomen worden. Hard hout : eik, haagbeuk, beuk, kastanje, enz. in houtblok van 50 cm lengte. Maximum laadhoogte : 20 cm. Wij raden u aan om zeer droog hout te gebruiken (maximum vochtigheid 20%), d.w.z. 2 jaar opslag onder dak na het hakken, om een beter rendement te verkrijgen en om vervuiling van het rookkanaal en de ruiten te vermijden. Vermijd het gebruik van harsachtig hout (dennen, sparren …) dat een meer frequent onderhoud van het apparaat en het kanaal nodig maakt.

5.8 - Voorbereiding en plaatsing van de haard

6.2.2 - Verboden brandstoffen

5.8.1 – Uit te voeren algemene handeling

Alle andere brandstoffen dan het hout zijn verboden, met name steenkool en zijn derivaten. Maak het verhittingslichaam lichter om de installatie in de haard te vergemakkelijken door hiervoor de polystyreen stut weg te nemen die het ventilatieraam blokkeert, het ventilatieraam en de gietijzeren onderdelen te verwijderen die in de haard en de deur zijn (zie paragraaf 7.1 voor het demonteren van het ventilatieraam). Het verbranden van klein hout, snoeihout, plankjes, stro, en karton is gevaarlijk en dient vermeden te worden. Het apparaat moet niet als afvalverbrandingsoven gebruikt worden.

6.3 - Gebruik van de bedieningsorganen en

5.8.2 – De plaatsing van het apparaat

Na het apparaat in de schoorsteen geplaatst te hebben, plaats alle verwijderde onderdelen terug : handel daarvoor in omgekeerde volgorde van het demonteren. Handvat van deur : Dit dient door middel van de koude hand bediend te worden. Luchtregel schuif : Deze dient door middel van de koude hand bediend te worden. NOTA : Voordat u het apparaat aanzet, de zelfklevende etiketten verwijderen. Koude hand : Deze dient om de luchtregel schuif en het handvat van deur te bedienen, en om de asbak uit te trekken.

6 – VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK VAN

HET APPARAAT Krabber : Deze wordt voor asverwijdering gebruikt en dient om de houtblokken in de haard te rangschikken al naar gelang de evolutie van de verbranding. Deze „gesloten haard„ is een echt verwarmingsapparaat :

Brandt uw handen niet onnodig, gebruik de accessoires. Hoog rendement. Werking in verlaagde snelheid van lange duur. ONTSTEKINGSREGISTER De positie Ontsteking wordt verkregen door de schuif direct met de hand te bedienen : deze positie moet alleen gebruikt worden als het apparaat “koud” is en door de volgende handelingen uit te voeren (Fig.20) :

6.1 - Eerste ontsteking

Na implementatie van de schoorsteen en plaatsing van het apparaat dient u de droogtijd van de materialen die voor de bouw worden gebruikt in acht te nemen (2 tot 3 weken).

  • Handeling n°1 : Duw de primaire luchtregel schuif naar rechts tot de positie van vergrendeling in `' Positie Ontsteking '.

De onafgebroken werking in verminderde snelheid, vooral gedurende de korte dooiperiodes (ongunstige trekking) en met vochtig hout, heeft een onvolledige verbranding tot gevolg die het deponeren van roet en teer bevordert : o Wissel periodes van stationair draaien af met een terugkeer naar de normale snelheid. o Gebruik met kleine lading de voorkeur geven.

Na een werking in verminderde snelheid kan de ruit zich wegens een lichte roetvorming verduisteren. Dit verdwijnt normaal bij een werking met hogere snelheid door pyrolyse.

De verbrandingskamer moet altijd gesloten blijven, behalve bij het herladen, om elke overstroming van rook te vermijden.

  • Handeling n°3 : Handhaaf de regelschuif in de hoge positie en duw deze naar rechts : u bent in “Positie Ontsteking''. Gebruik na de ontsteking, om in de positie van normale, intermediaire of langzame snelheid terug te komen, de pook om de luchtregel schuif te verplaatsen die warm kan zijn.

Zet de luchtschuif in positie ontsteking (Fig. 20).

Plaats op het rooster verfrommeld papier en klein zeer droog hout (takjes), en vervolgens gespleten takken van grotere doorsnede (∅ 3 tot 5 cm).

Steek het papier in brand en doe de deur dichter (laat deze enigszins op een kier om het vlam vatten te versnellen en om tegelijk te voorkomen dat rook buiten het apparaat komt).

Wanneer de lading “klein hout” goed brand, open de deur en laad het apparaat met de aanbevolen brandstof.

6.4.3 - Asverwijdering

De verlangde snelheid wordt verkregen door de bedieningsorganen te bewegen (Fig. 20) en door een lading te kiezen die met de behoeften overeenstemt.

Om een verlaagde snelheid te verkrijgen van lange duur, leg de lading op een bed van net gloeiende kooltjes.

De lucht die voor de verbranding van het hout wordt gebruikt, komt onder het rooster aan wanneer de luchtschuif open is. Deze lucht verzorgt ook de afkoeling van het rooster. Het is dus absoluut noodzakelijk, voor optimale prestaties en het vermijden van de verslechtering van het rooster als het gevolg van oververhitting, om zijn obstructie te vermijden door regelmatig tot asverwijdering en evacuatie van de assen over te gaan. - De krabber maakt het mogelijk om asverwijdering van het rooster uit te voeren (Fig. 1). - De asbak onder het rooster wordt gemakkelijk uitgetrokken door het te trekken met behulp van de koude hand.

Het niveau van de assen moet nooit het gietijzeren rooster van het apparaat bereiken.

6.4.4 - Regels voor veiligheid

Om een snelle ontvlamming te verkrijgen, breng het vuur weer met “klein hout” op gang, laad, houd de deur eventueel gedurende enkele minuten op een kier om de ontvlamming te versnellen, terwijl u het apparaat onder toezicht houdt, sluit vervolgens de deur. Deze handeling maakt het mogelijk om de opleving te versnellen, met name als het hout vochtig is.

Voer veranderingen van snelheid (overgang van de normale snelheid naar de verlaagde snelheid bijvoorbeeld) uit voor het herladen, gedurende de verbrandingsfase van de gloeiende kooltjes, om het apparaat en het rookkanaal geleidelijk van regime te laten veranderen.

Om de toevoer van rook en asregen in de ruimte te vermijden, vereist de opening van de deur op het moment van het herladen verschillende voorzorgen : Gebruik nooit water om het vuur te blussen. De ruit van het apparaat is zeer warm : Pas op voor brandwonden met name voor de kinderen. Het apparaat ontwikkelt, door straling door de beglazing, een belangrijke hitte : plaats geen materialen of hitte gevoelige objecten : op een afstand lager dan 1,50 m van ruiten zone. Doe de inhoud van de asbak in een metalen of onbrandbare bak die uitsluitend voor dit gebruik is gereserveerd. De assen, schijnbaar afgekoeld, kunnen zeer warm zijn zelfs na enkele afkoelingstijd. Plaats geen gemakkelijk brandbare materialen in de nabijheid van het apparaat en de brandstapel. Sla vooral geen hout onder het apparaat op. Zet bij schoorsteenbrand de luchtschuif in gesloten positie.

6.4.5 - Blaasinrichting

- Gebruik (Fig. 21) : - Stop de ventilator om te vermijden dat de assen opgezogen worden die dan voor het apparaat dreigen te vallen. Een snelheid van ventilatie kiezen : Kleine snelheid, selecteur 13 in positie I. Grote snelheid, selecteur 13 in positie II. - Zet de deur op een kier, las een pauze in om de trekking te beginnen die met de werking open deur overeenstemt, open vervolgens langzaam de deur. Het apparaat verhitten. Kies de automatische (A) of manuele werking (M) met selecteur 14.

In positie M : geforceerde start en stop van de ventilator. Deze positie laat een directe start van de blaasinrichting toe en vereist een handmatige stop.

7.3 Algemeen onderhoud

In positie A : automatische start van de ventilator wanneer het gehele apparaat warm is, over het algemeen in het uur dat de ontsteking volgt. Zijn werking wordt onderbroken wanneer het apparaat koud is, over het algemeen als het vuur uit is.

Maak de ruiten met een vochtige doek en as schoon. Indien noodzakelijk, gebruik een specifiek schoonmaakproduct met inachtneming van de gebruiksinstructies : u dient te wachten tot het apparaat volledig is afgekoeld om dit te doen.

Maak regelmatig de secondaire luchttoevoerschuif schoon (Fig.24). Om zowel van een directe start als van het automatische stop te genieten, gebruik dan de positie M bij de ontstekingen zet deze vervolgens in positie A als het apparaat warm is. Deze zal dan automatisch stoppen. - Verwijder met een stofzuiger de deeltjes en het stof die tussen de luchtgeleiding strook en het glas klemzitten. Gebruik indien noodzakelijk een fijn plaatje of stuk karton om het schoonmaken (losmaken van de deeltjes) te vergemakkelijken. Deze deeltjes belemmeren de vorming van de secondaire luchtlaag die de beglazing beschermt tegen het rechtstreekse contact met de rook en die de verbranding van het hout voltooit.

- Krab met het uiteinde van een metalen voorwerp het onderste pookje van de luchttoevoerschuif om de roet te verwijderen die zich er heeft kunnen aankoeken. Mechanisch vegen van het rookkanaal is verplicht, dit moet verschillende keren per jaar verwezenlijkt worden waarvan tenminste één maal gedurende het verhittingsseizoen. Een certificaat moet door de ondernemer opgesteld worden. Bij het vegen zal het nodig zijn :

Dit moet u doen zodra het glas vuil is en verplicht na het doven van de haard. Als er gelokaliseerde en zeer duidelijke sporen van roet (Fig.24) verschijnen die zich vermenigvuldigen, dient de luchtgeleiding strook gedemonteerd te worden om deze volledig schoon te maken (Fig.25) : . Verwijder de deur en leg deze plat neer. . Verwijder de 3 schroeven. . Verwijder de luchtgeleiding strook A en maak deze schoon. . Plaats alles terug en controleer dat de set geadviseerde beglazing wordt gerespecteerd. Om het ventilatieraam te demonteren (Fig.23) : - Demonteer het ventilatieraam door het op te tillen en het naar voren te trekken. - Laat het achterste deel van het ventilatieraam naar beneden zakken en haal het eruit. - Om het ventilatieraam weer te monteren : in omgekeerde volgorde van het demonteren handelen.

Dit moet door een gekwalificeerde professional gedaan worden. Controleer volledig de staat van het apparaat en in het bijzonder de elementen die de afdichting waarborgen : de afdichtingen en de vergrendeling, de ondersteunende onderdelen (deur, frame). Controleer de staat van het rookkanaal en de aansluitingsbuis : alle connecties moeten er mechanisch goed uitzien en goed afdichten. Maak met een stofzuiger de binnenkant van de afzuiger schoon om de accumulatie van stof te vermijden; maak zo nodig het warme lucht convectie traject vrij.

Maak regelmatig de roosters van de warme luchtuitlaten van de afzuiger schoon. Door het fijne rooster zitten deze snel verstopt : kiest een aangepaste frequentie.

Controleer de doeltreffendheid van de sluitingsklink van de deur en, indien noodzakelijk, doe het volgende (Fig. 26) : - De sluiting van de deur moeilijker maken : . Achtereenvolgens door het ontspannen van schroef en aanspannen van schroef . . Draai de 2 schroeven een kwartslag en herhaal de handeling indien nodig. Bij een afwijking : het apparaat of de installatie door een erkend professional laten herstellen.

7.2 – Onderhoud, onderhoud van de ventilator

NOTA : Deze verrichting verhoogt de druk van de afdichting van de deur op het apparaat. - De demontage van de blaasinrichting (Fig.22) : Verwijder de 2 schroeven die de blaasinrichting vastzetten. Haal de blaasinrichting eruit door aan het rooster te trekken. - De sluiting van de deurmakkelijker maken : . Achtereenvolgens door het ontspannen van schroef en aanspannen van schroef . . Draai de 2 schroeven een kwartslag en herhaal de handeling indien nodig. - De montage van de blaasinrichting : Handel in omgekeerde volgorde. NOTA : Deze verrichting vermindert de druk van de afdichting van de deur op het apparaat. - Elektrische tekening (Fig. 21)

MODALITEITEN Buiten de wettelijke garantie, door verborgen fouten, garandeert DEVILLE het materiaal bij duidelijke fouten of niet-overeenstemming van het geleverde materiaal met het bestelde materiaal. Ongeacht de te nemen disposities m.b.t. de vervoerder, moeten de bezwaren die bij de ontvangst van het materiaal m.b.t. duidelijke fouten of de niet-overeenstemming, bij DEVILLE door de koper kenbaar gemaakt worden binnen vijf dagen na vaststelling ervan via aangetekende brief met ontvangstbewijs. De koper dient een rechtvaardiging m.b.t. de echtheid van de fouten of de vastgestelde afwijkingen te leveren. De koper dient verder DEVILLE in staat te stellen om deze fouten of afwijkingen te kunnen vaststellen en deze te herstellen. Tevens dient de koper de afwijkende materialen ter beschikking van DEVILLE te stellen, volgens de instructies van laatstgenoemde. Elke retourzending van materiaal, door welke reden dan ook, moet van tevoren door DEVILLE goedgekeurd worden.

De garantie van DEVILLE dekt, met uitsluiting van elke vergoeding of schadevergoeding, de gratis vervanging of de reparatie van het materiaal of het kapotte element (behalve door slijtage) door zijn diensten met uitsluiting van het arbeidsloon, de verplaatsings- en transportkosten. Op de geëmailleerde apparaten, worden de haarscheurtjes nooit als een fabricagefout beschouwd. Zij zijn het gevolg van uitzettingverschillen plaatijzer - email of gietijzer - email en wijzigen de aanhechting niet. De kostbare reserveonderdelen worden zes maanden vanaf factuurdatum gegarandeerd; elke aanvullende garantie die door een kleinhandelaar van DEVILLE wordt toegekend, verplicht DEVILLE niet. Het indienen van het garantiebewijs dat de zegel op datum van de kleinhandelaar DEVILLE draagt, is verplicht wanneer de garantie wordt aangevoerd. Dit certificaat moet tijdens de reparatieaanvraag van het apparaat onder garantie ingediend worden, ofwel moet een verwijderbaar deel van dit certificaat, volgens de eigen organisatie van DEVILLE, binnen de verleende termijnen teruggestuurd worden. Zo niet, dan kan de datum op de factuur van DEVILLE niet in overweging genomen worden. Acties onder de garantie hebben geen verlenging daarvan tot gevolg.

De duur van de contractuele garantie die door DEVILLE wordt gewaarborgd, bedraagt 2 jaar (5 jaar voor het verwarmingslichaam van inzethaarden) vanaf de aankoopdatum van het apparaat door de gebruiker, onder voorbehoud dat de bezwaren voorzien in de modaliteiten hierboven binnen de verleende termijnen kenbaar werden gemaakt. De reparatie, de vervanging of de wijziging van onderdelen gedurende de garantieperiode kan de duur van deze niet verlengen, noch kan dit in geen enkel geval vergoeding voor verschillende kosten , te late levering, ongevallen of willekeurige schades geven.

De garantie is niet in de volgende gevallen van toepassing, zonder dat deze lijst uitputtend is : Installatie en montage van de apparaten waarbij de verantwoordelijkheid niet bij DEVILLE ligt. Bijgevolg kan DEVILLE niet verantwoordelijk gesteld worden voor materiële schade of ongevallen ten gevolge van een installatie niet- overeenkomstig de wettelijke en reglementaire disposities (bijvoorbeeld het ontbreken van een aardverbinding; een slechte trekking van een installatie); Normale slijtage van het materiaal of abnormaal gebruik van het materiaal, met name in geval van industrieel of commercieel gebruik of gebruik van het materiaal onder andere omstandigheden dan waarvoor bedoeld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de niet-naleving van de voorwaarden die in de handleiding van DEVILLE worden voorgeschreven : blootstelling aan buitencondities die het apparaat aantasten zoals een overdreven vochtigheid of een abnormale verandering van de elektrische spanning; Afwijkingen, verslechteringen of ongevallen door schokken, vallen, nalatigheid, gebrek aan toezicht of onderhoud van de koper; Wijziging, verandering of tussenkomst uitgevoerd door niet door DEVILLE erkend personeel of onderneming, of verwezenlijkt met niet originele of niet door de fabrikant erkende reserveonderdelen.

5. BIJZONDERE VOORWAARDEN VAN GARANTIE

Deze voorwaarden completeren en verduidelijken de algemene voorwaarden voor garanties hierboven en hebben voorrang op deze, zie bijlage “Bijzondere voorwaarden voor verkoop DEVILLE - Garantie“.

Voorgestansde uitbreekopenningen voor aansluit-ing heteluchtkanalen Klep met vitrokeramische ruit

Bruin Geel Zwart Wit Geel en groen Ventilator schakelaar 2snelheden Een schakelaar AUTO/MANU Ventilator Thermostaat Faseleider Schakelaar met aarde (verplicht aan te sluiten) Nulleider Fig. 23