MV 4500 - Industriële stofzuiger NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MV 4500 NILFISK in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MV 4500 NILFISK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MV 4500 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MV 4500 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING MV 4500 NILFISK
Conformiteitsverklaring
Ondergerektende verzekerdt de bovengewone modeled mengeproduceden in overeerstenming met de volgende richtijnen en standards.

De nummers:tussen haakjes verwijzenaar de onderdelen die worden afgebeeld in het hoofdstuk Beschrijving van de machine.
DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
Deze handleiding heet tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, deeiligheid, de werkig, het stoppen, het onderhoud, de verwangingsonderdelen en de verwijdering van de machine.
De bedieren en bevoegde technici die met deze machine werkken,要去 de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilfisk voormeer uitleg.
BETREFFENDE PERSONEN
Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine.
De bedierenogenen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteursogen worden uitgevoerd. Nilfisk is nicht verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.
OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING
De bedierenshandleiding moet in de juiste houder bij de machine worden opgeborgen. Er mogen geen vloeistoffen of andere materialen bij komen zodat de handleiding goed leesbaar blijft.
CONFORMITEITSVERKLARING
De conformiteitsverklaring (Afb. A) die bij de machine worden geleverd, is een verklaring dat de machine voldoet aan de geldende wetgeving.

OPMERKING
Er is een kopie van de oorspronkelijke conformiteitsverklaring verstrekt, samen met de machinedocumentatie.

OPMERKING
Wanner de machine is goedgekeurd voor gebruik op de weg, worden een specifiek conformiteitscertificaat meegeleverd.
IDENTIFICATIEGEGEVENS
Het serienummer en model van de machine staan op het identificatieplaatje (1, Afb. A).
Het productiejaar van de machine staat in de conformiteitsverklaring. Het productiejaar kan ook worden afgeleid uit de eerste twee cijfers van het serialummer van de machine.
Deze informatatie is nodig als u verwangingsonderdelen voor de machine bestelt. Gebruik de onderstaande ruimte om de identificatiegegevens van de machine op te schrijven.
Model MACHINE
Serienummer MACHINE

WAARSCHUWING!
Het serienummer van de machine is op het frame van de machine (25, Afb. E) gestanst.
ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN
- Catalogus met verrangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine): 33016726
- Werkplaatshandelieiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilfisk): 33016728
Elektrisch schema (cd meegeleverd bij de machine): 33017836
VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD
Als er onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan de machine nodig+zijn, moet u deze door bevoegt personeel of bij servicecentra van Nifisk latent uitvoeren. Er月至e alen originele verrangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt.
Als u hulp nodig heeft of verwangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk, zorg dan dat u het model en het serienummer altijd bij de hand heeft.
MODIFICATIES EN VERBETERINGEN
Nilfisk streeft aan een constante perfectie van ons nee producten en we behoorden ons hetrecht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent nicht verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een erder aangeschafte machine.
Eventuele aanpassingen en/of toevoegingen van accessoires要去en expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk.
VEILIGHEID
De volgende symbolen worden gebrukt om möglichk gevaarlijke situatuies aan te gehen. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen.
Samenwerking met de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkelpreventieplan ter voorkoming van ongevallen is efectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvoer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het Niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtigte bediener is de Beste garantie gegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan.
GEBRUIKTE SYMBOLEN

GEVAAR!
Dit symbol geeft een gevaar met möglichk dodelijkke afloop voor de bediener aan.

LET OP!
Dit symbol geeft een möglichk risico op persoonlijk letseI aan.

WAARSCHUWING!
Dit symbol geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties.
Lees de blokken tekst die met dit symbol zijn gemarkeerd zorgvuldig door.
OPMERKING
Dit symbol geeft een opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties.

ADVIES
Raadpleeg de bedienershandleiding voor het uitvoeren van werkzaamheden.
ALGEMENE INSTRUCTIES
Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om möglichke schade aan de machine of letsel bij Personen te voorkomen.

GEVAAR!
-meerderjarig+zijn
- in bezit zich van het benodigde rijbewijs
- normal psychophysisch gedrag vertonen
- niedonderinvloedzijn van middelen die de reactiesnelheidkunnenverminderen (alcohol, psychopharmaca,drugs,enz.)
- Deze machine mag alleen worden gezruikt door special opgeleid en bevoegd personeel. De bestuurdernoet:
- Voordat er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, moet de contactsleuteluit het contact worden verwijderd.
- Deze machine mag alleen worden gebruikt door special opgeleid en bevoegd personeel. De machine mag nicht worden gebruikt door kinderen of mensen met een handicap.
- Wonneer u in de buurt van bewegende onderdelen werkct, verwijder dan al uw sieraden.
- Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze nicht voldoende worden ondersteund door verilgheidssteunen.
- Gebruik deze machine Niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig়.
- Let op: de brandstof is zeerlicht ontvlambaar.
- Rook Niet en gebruik geen open vuur bij de vulmond of bij opslagpunten voor de brandstof.
- De brandstof met een uitgeschakelde dieselmotor buiten of in een goed-geventileerde ruimte bijvullen.
- Vul de tank nooit volledig met brandstof, maar zorg dat de brandstof minimaal 4 cm onder de rand van de vulmond staat zodate brandstof kan uitzetten.
- Controller na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoftank goed is gesloten.
- Als u tijdens het vullen brandstof heeft geknoeid, maak de plek dan goed schoon en LAST de dampen verdwijnen voordat u de motor aan zet.
Zorg dat er geen brandstof op de huid komt en dat u de dampen nicht inademt. Houd buiten bereik van kinderen. - Voordat er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, moet de contactsleutel uit het contact worden verwijderd, .de parkeerrem worden aangetrokken en de accu worden ontkoppeld.

GEVAAR!
- Telkens als er werkzaamheden worden verricht onder de geopende motorkap/kleppen, moet u ervoor zorgen dat de motorkap/kleppen Niet per ongeluk können dichtvallen.
- Wanneer er onderhoud moet worden uitgevoerd verwijl de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog staat, vergrendel de container dan met de blokkeerstang.
- Tijdens het transport van de machine mag de brandstoftank Niet vol zijn.
- De uitlaatgassen van de dieselmotor bevatten koolmonoxide, een giftig, reukloos en kleurloos gas. Zorg dat u het nicht inademt. Sla de motor Niet op een afgesloten plaats op.
- Zet geen voorwerpen op de motor.
Zet de dieselmotor altiud uit voordat u er aan gaat werken. Ontkoppel de minpool van de accu om te voorkomen dat de motor per ongeluk worden ingeschakeld.
Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de dieselmotor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.

LET OP!
- De machine要去 zich voorzien van een kentekenbewijs en een kenteken om zich op de openbare weg te mogen begeven.
- Gebruik de machine Niet voor andere doelen dan waarvoorde machine is ontworpen.
- Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen of voorwerpen in het werkgebied van de machine bevinden.
- Laat de machine nooit onbeheerdchyter verwijl de parkeerrem Niet is ingeschakeld.
Stoot Niet gegen ksten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen konnen omvallen. - Let bijzonder goed op bij het omhoog brengen en legen van de materiaal-/afvalcontainer.
- Leeg de materiaal-/afvalcontainer op een stevige en vlakke ondergrond.
- Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan.
Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door. - Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dathaar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine.
- Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedrukspuit (lucht of water).
Vermijd aanraking met het accuzuur, raak geen hete onderdelen aan.
Laat de borstels Niet werken als de machine stilstaat om schade aan de vloer te voorkomen. - Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water.
- Reinig de machine nicht met bijtende producten.
- Gebruik de machine nicht in bijzonder stoffige ruimten.
- Verwijder de beschermingsdelen van de machine nooit met de hand; hou u nauwkeurig aan de instructies voor normal onderhoud.
- Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine.
- Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controller dan of deze nicht worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat Niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum.
Vraag bij verwanging van onderdelen om ORIGINELE verwangingsonderdelen bij een bevoegde leverancier en/of bevoegde detailhandelaar. - Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werkking van de machine要去 het onderhoud dat in het betreffende hoofdstuk in deze handleiding worden aangegeven voor bevoegt personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd.
- Laat de machine als hij worden afgedankt Niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (olie, accu, kunststofmaterialen, enz.). Deze要去en volgens de voorschriftenaar deaarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie hiervoor het hoofdstuk Verwijdering).
- Bij normaal gebruik veroorzaken de trillingen van de machine geen gevaarlijke situatuies. Het trillingsniveau dat op het lichaam van de bediener worden uitgeoefend is 0,31 m/s² (ISO 2631-1) bij maximaal bedrijfsoerental (1.850 toeren/min).
- Tijdens de werkung van de dieselmotor worden de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen.
- Laat de dieselmotor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controller het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontally staat.
- Laat de dieselmotor nooit draaien zonder de luchtfilter om de motor Niet te beschadigen.
- Het vloeistofkoelsystem van de dieselmotor staat onder druk. Het systeem pas controeren na het uitzetten en lien afkoelen van de motor. Ook als de motor is afgekoeld,要去 de dop van het expansievat voorzichtig openen.
- De motor heeft een ventilator;udeau niet naderen wanner de motor warm is odomat de ventilator aan zou kunnen.gaan ook al staat de machine UIT.

LET OP!
- Technische werkzaamheden aan de dieselmotor要去en algid door een bevoegde person worden uitgevoerd.
- Gebruik voor deDieselmotor alleen originele verrangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van verrangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschaden.
Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de dieselmotor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.


LET OP!
Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide UIT.
Adem geen uitlaatgassen in.
Gebruik alleen in afgesloten ruimte wanner er voldoende ventilatie en een tweede person aanwezig zijn.
VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING
Controleer bij aflevering van de machine zorgvuldig of de verpakking en de machine Niet zich beschadigdijdens het transport.
Als u beschadigingen heeft aangetroffen, bewaart u de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddelijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen.
Controleer of de uitrusting van de machine overeenkomt met de volgende lijst:
-
Technische documentation:
-
Bedienershandleiding van de veegmachine
- Catalogus met verrangingsonderdelen van de veegmachine
- Handleiding van de dieselmotor
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE
BEDRIJFSCAPACITEIT
Deze machine is ontworpen en gebouwd als multifunctionele machine voor onderhoudswerkzaamheden in stedelijkke gebieden met bijbehorende uitrusting, onder veilige omstandigheden door een bevoegde bediener.
ALGEMENE OPMERKINGEN
Alle verwijzingen aan voorwaarts en achterwaarts, vór enchter, rechts en links in deze handleiding zichn vanuit de bediener in zich rijpositie met de handen op het stuur (41, Afb. C) bekeken.
BESCHRIJVING
Beschrijving van het bedieningspaneel en de standardknoppen (Zie Afb. B)
- Bevestigingsknop armleuning
- Gashendel
- Parkeerrem
- Rempedaal
- Gaspedaal
- Contactsleutel
- Voorbereiding luidsprekers
- Kraantje voor spuitmonden stofbestrijdingssysteme borstels links/rechts
- Kraantje spuitmonden installmentstofbestrijding derde borstel
- Kraantje spuitmonden installmentie stofbestrijding aanzuigmond
- Keuzehendel rijrichting
- Aansteker
- Ruimte autoradio (voorbereiding)
- Binnenlicht
- Blikjeshouder
- Elektrisch paneel (*)
- Bedieningsschakelaar snelkoppeling
-
Reservoir voor remotie
-
Regelaar
- Knop voor openen flap
- Schakelaaroodlachten
- Sturbediening (^**)
- Keuzeschakelaar voor ventilatiestand cabine
- Keuzeschakelaar voor inschakeling en afstelling temperatuur klimaatregeling
- Keuzeschakelaar verwarmingstemperatuur
- Bestuurdersstoel
- Neerklapbare passagiersstoel
- Stelhendel horizontale stand steol
- Stelknop voor vering stoel
- Stelhendel rugleuning
- Ruimte bedieningspaneel zoutstrooi-uitrusting
- Opbergnet
- Ruimte uitrusting
- Potentiometer voor afstelling tractiesysteme
- Stelhendel hoogte stoel
- Ventilatieopening
- Armleuning
- Identificatieplaatje
Beschrijving van het bedieningspaneel en de standaardknoppen
(Zie Afb. C)
-
Controlelampje voor richtingaanwijzers links
-
Controleampje voor temperatuur koelvloeistof
-
Controlelampje ingeschakelde parkeerrem
-
Controleampje motoroliedruk
-
Controlelampje verstopt luchtfilter
-
Controleampje grootlicht
-
Controlelampje voorverwarming bouygies dieselmotor
-
Controlelampje voor materiaal-/afval-/watercontainer straatveegui Trusting omhoog
-
Controlelampje accu
-
Controleampje verstopt oliefilter
-
Controlelampje water in brandstof
-
Regelaar druk op de grond van borstels
-
Toerentalregelaar voor borstels (^***)
-
Drukregelaar snelkoppeling
-
Schakelaar spuitmonden zijkanten straatveegui Trusting
-
Schakelaar achechterlichten cabine
-
Schakelaar positielichen/dimlichten
-
Dashboard
-
Schakelaar differentieelvergrendeling
-
Hendel voor blokkering stuurhendelstand
-
Schakelaar verbreding borstels
-
Schakelaar voor nauwkeurige afstelling snelkoppeling
-
Schakelaar weergave display
-
Schakelaar voor materiaal-/afval-/watercontainer straatveeguitrusting omhoog
-
Schakelaar voor bedrijsverlichting voor
-
Controleampje storing motor
-
Schakelaar voor regeling bladveren
-
Schakelaar waterpomp
-
Schakelaar voor aanzuigmond omlaag en draaiing borstels
-
Controleampje temperatuur olie hydraulisch systeem
-
Schakelaar voor inschakeling hydraulisch systemen en aanzuigturbine
-
Schakelaar voor vergrendeling klep
-
Controlelampje voor richtingaanwijzers rechts
-
Display (^ * * )
-
Analoge snelheidsmeter
-
Analoge temperatuurmeter koelvloeistof
-
Analoge brandstofpeilmeter
-
Controlelampje reservebrandstof
-
Controlelampje achechterlichten
-
Controlelampje waterpeil in tanks van stofbestrijdingssysteme
-
Stuur
-
Zonneklep
(*) Zie verder de onderdelen van het elektrisch paneel.
(^**) Zie hierna de functies van de stuurbediening.
(***) Afstelling van snelheid zoutstrooi-uitrusting, sneeuwruimer met borstel of pomp voor straatveeguitrusting, waar aanwezig.
(^****) Zie hierna de functies van het display.
Functies van het elektrisch paneel:
F3: Zekeringenkastje (zie het deel Elektrische beschermingen)
F4: Zekeringenkastje (zie het deel Elektrische beschermingen)
F6: Zekeringenkastje (zie het deel Elektrische beschermingen)
K1.1: Relais voeding schakelaar voor inschakeling hydraulisch system
K1.2: Relais voeding schakelaars bedrijfsverlichting
K1.3: Relais voeding keuzeschakelaar rijrichting
K1.4: Relais terugkeer ruitenwisser
K2: Relais voor voeding voorzieningen in cabine
K6: Relais bedrijfsverlichting
K8: Lijnrelais
K185: Relais uitschakeling hydraulisch system
P7: Elektronische installment voor bediening snelkoppeling
P8: Elektronische installmentefuncties/voorzieningen
P10: Elektronische installmentie motor accessoires
P11: Elektronische installmentie tractiesystem
X9: Regeleenheid wisselen lampen
X41: Intervalstand ruitenwisser
Functies van de sturbediening:
- Inschakeling grootlicht door de hendel (1, Afb. D) omlaag te zetten of de schakelaar (17, Afb. C) in de tweede stand te zetten.
- Tijdelijke inschakeling van grootlicht door de hendel (1, Afb. D) omhoog te houden.
- Inschakeling richtingaanwijzer rechts door de hendel (1, Afb. D) maar voren tezetten.
- Inschakeling richtingaanwijzer links door de hendel (1, Afb. D) maar achefteren te zetten.
- Inschakeling geluidssignaal door de knop (6, Afb. D) op het uiteinde van de hendel (1) in te drukken.
- Inschakeling ruitensproeier door de knop (2, Afb. D) op de hendel (1) in te drukken.
- Activering intervalstand ruitenwisser met de marketing (3, Afb. D) in de stand 'I' (4).
- Active ruitenwisser continu met de marketing (3, Afb. D) in de stand 'II' (5).
Functies van het display:
Weergave status machine:
-
Op de eerste regul kan het volgende worden weergegeven:
-
urenteller
-
kilometerstand totaal km
-dagteller trip
Gebruik de schakelaar (23, Afb. C) om de gewenste weergave te kiezen.
- Op de tweede regel worden de snelheidsmeter weergegeben km/h.
Beschrijving van de instellenen van de machine (Zie Afb. E)
- Brandstofreservoir
- Watertank rechtsvoorn
- Watertank rechtsachter
- Cylinder sturinrichting
- Aangedreven viel rechtsachter
- Aangedreven viel rechtsvoorn
- Filter klimaatregeling
- Aftapdop watertanks rechterkant
- Vuldop brandstoftank
- Luchtfilter motor
- Pomp voor aandrijvingsysteme
- Pomp turbine
- Bedieningspomp
- Luchtfilter cabine
- Elektroventilator condensator
- Onderste steun watertank rechtsvooor
- Bovenste steun watertank rechtsvooor
- Accu
- Aftapdop olietank hydraulisch system
- Hendel handbediende pomp
- Compressor
- Aftapleiding koelvloeistof
- Filter pomp stofbestrijdingsssysteme
- Condensator klimaatregeling
- Framenummer
Beschrijving van de instellenen van de machine (Zie Afb. F)
- Cabine
- Selnkoppeling
- Indicator oliepeil hydraulische system
- Olietank hydraulisch system
- Watertank linksvoor
- Watertank linksachter
- Aangedreven viel linksachter
- Aangedreven viel linksvoir
- Aftapdop watertanks linkerkant
- Vuldop watertank linksvoor
- Vuldop watertank rechtsvoor
- Vuldop watertank linksachter
- Vuldop watertank rechtsachter
- Vuldop tank voor olie van hydraulisch systeme
- Gecombineerde radiateur
- Vloeistofreservoir ruitenwisser
- Vlotter brandstof
- Uitlaatfilter
- Uitlaatfilter
- Dieselmotor
- Vuldop motorolie
- Expansievat
- Achterlicht
- Achteruuitrijlicht
- Onderste koplamp
- Knipperlampje
- Motor achechterkant voorruit
- Trekhaak
- Buitenspiegel rechts
- Buitenspiegel links
- Zekering F7
- Kastje elektrische onderdelen
- Zekering F2
- Zekering F5
- Zekering F6.9
- Handbediende pomp
- Schakelaar ontkoppeling accu
- Onderste steun watertank linksvoor
- Bovenste steun watertank linksvoor
- Watervulslang
- Zekering F6.3
- Zekering F6.17
- Brandstofvoorfilter
- Brandstofpomp
- Brandstofffilter
- Filter motorolie
- Filter tanks stofbestrijdingsysteme
- Bedrijfsverlichting voor
- Bedrijfsverlichting anschter
- Dimlichten boven
- Grootlicht boven
| Afmetingen en gewichten | Waarden |
| Lengte machine in uitvoering voor materiaalvervoer | 4.570 mm |
| Lengte machine in uitvoering veegmachine | 4.930 mm |
| Lengte machine in uitvoering straatveegmachine | 5.560 mm |
| Lengte zoutstrooi-uitrusting | 660 mm |
| Lengte blad sneeuwruimer | 420 mm |
| Lengte borstel sneeuwruimer | 910 mm |
| Lengte derde borstel | 670 mm |
| Breedte machine in uitvoering voor materiaalvervoer | 1.130 mm |
| Breedte machine in uitvoering veegmachine | 1.300 mm |
| Breedte machine in uitvoering straatveegmachine | 1.650 mm |
| Breedte zoutstrooi-uitrusting | 1.530 mm |
| Breedte blad sneeuwruimer | 1.530 mm |
| Breedte borstel sneeuwruimer | 1.540 mm |
| Afstand:tussen voor- enchterwielen | 2.290 mm |
| Spoorbredsde voor-/achterwielen | 930 mm |
| Hoogte machine (zonder knipperlicht) | 1.980 mm |
| Hoogte machine (met knipperlicht) | 2.200 mm |
| Minimale hoogte vanaf de grond (zonder flaps) | 190 mm |
| Maximale hoogte voor loosen afval | 800 mm |
| Pneumatische voor-/achterbanden | 215 - 75 - R16 |
| Pneumatische bandenspanning | 5,0 Bar |
| Diameter borstel links/rechts | 740 mm |
| Afmetingen derde borstel | 740 mm |
| Gewicht machine in uitvoering voor materiaalvervoer | 2.260 kg |
| Gewicht machine in uitvoering veegmachine | 2.600 kg |
| Gewicht machine in uitvoering straatveegmachine | 2.480 kg |
| Gewicht zoutstrooi-uitrusting | 200 kg |
| Gewicht blad sneeuwruimer | 100 kg |
| Gewicht borstel sneeuwruimer | 200 kg |
| Gewicht derde borstel | 25 kg |
| Prestaties | Waarden |
| Maximale voorwaartse snelheid (alleen voor verplaatsing) | 32 km/u |
| Maximale werkslnelheid | 19 km/u |
| Maximale hellingsgraad bij leeg | 25% |
| Maximale hellingshoek bij volledige belasting | 18% |
| Minimale interne draaicirkel | 2.200 mm |
| Bladveren voor omhoog | 70 mm |
| Bladveren darüber omhoog | 100 mm |
| Snelheid borstels links/rechts | 0 - 200 toeren/min. |
| Snelheid derde borstel | 0 - 200 toeren/min. |
| Snelheid borstel sneeuwruimer | 215 toeren/min. |
| Verzamelsystem | Aanzuigend |
| Breedte van reinigingsvlak met borstels links/rechts | 1.900 mm |
| Breedte van reinigingsvlak met borstels links/rechts en derde borstel | 2.500 mm |
| Breedte van ruimvlak met sneeuwblad | 1.500 mm |
| Breedte van ruimvlak met sneeuwborstel | 1.300 mm |
| Filtersystem | Metaalgaas |
| Maximaal geluid op de bestuurdersstoel (geluidsniveau) (ISO/EN3744) bij maximaal bedrijfstoerental | 79 dB(A) |
| Gegarandeerd geluidsvermogen (2000/14/EC) bij maximaal bedrijfstoerental | 108 dB(A) |
| Inhoud afvalcontainer | 2.200 liter |
| Inhoud tank straatveeguitrusting | 1.700 liter |
| Maximale belasting afvalcontainer | 1.800 kg |
| Stofbestrijding | Met water |
| Inhoud watertanks stofbestrijdingssystem | 210 liter |
| Verlichting- en signaleringssystem | Goedgekeurd voor de weg |
| Aandrijving | Hydrostatisch met differentieel op alle vier de aangedreven wielen |
| Stuurinrichting | Gelede sturing met sturbekrachtiging |
| Servicerem | Hydraulisch, op alle wielen |
| Parkeerrem | Mechanisch, op alle voorwielen |
| Bediening | Elektro-hydraulisch |
| Inzetduur | 12 uu |
| Gegevens dieselmotor IVECO (*) | Waarden |
| Merk | Iveco |
| Type | SOFIM 8140.43E |
| Cilinders | 4 |
| Maximaal bedrijfstoerental | 1.850 toeren/min. |
| Maximaal toerenal bij verplaatsing | 3.100 toeren/min. |
| Maximaal vermogen bij 3.100 toeren/min | 83 kW |
| Maximaal vermogen bij 1.850 toeren/min | 56 kW |
| Minimaal toerenal | 800 toeren/min. |
| Koelvloeistof dieselmotor | 50% antivries en 50% water |
| Type antivriesvloeistof | AGIP Antifreeze Extra (*** ) |
| Capaciteit koelsysteme | 16 liter |
| Cylinderinhoud | 2.800 cc |
| Verbruik bij machine in gebruik bij 1.800 toeren/min | 6 liter/uur |
| Verbruik bij verplaatsing bij 3.000 toeren/min | 6 liter/uur |
| Type motorolie | AGIP Sigma Turbo 15W40 (**) |
| Inhoud smeersystem (oliecarter, filter en leidingen) | 6,3 liter |
| Capaciteit oliecarter dieselmotor | 5,2 liter |
() Zie voor de overige gegevens/waarden van de dieselmotor de betreffende handleiding.
(^) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de motorolie en de tabel met specificaties ter referentie.
(^*) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de koelvloeistof en de tabel met specificaties ter referentie.
| EIGENSCHAPPEN AGIP ANTIFREEZE EXTRA | ||
| Kookpunt | °C | 170 |
| Kookpunt bij oplossing met 50% water | °C | 110 |
| Vriespunt bij oplossing met 50% water | °C | -38 |
| Kleur | / | Turquoise |
| Volumetrische massa bij 15°C | kg/l | 1,13 |
| Goedgekeurde en specifieke vloeistof- fen: |
| CUNA NC 956-16 97 |
| FF.SS cat. 002/132 |
| ASTM D 1384 |
| EIGENSCHAPPEN AGIP SIGMA TURBO 15W40 | ||
| GRADATIE SAE | / | 15W40 |
| Viscositeit bij 100°C | mm2/s | 13,7 |
| Viscositeit bij 40°C | mm2/s | 100 |
| Viscositeit bij -15°C | mm2/s | 3.300 |
| Viscositeitindex | / | 138 |
| Ontbrandingspunt COC | °C | 230 |
| Vloeipunt | °C | -27 |
| Volumetrische massa bij 15°C | kg/l | 0,885 |
| Goedgekeurde en specifieke vloeistof- fen: |
| ACEA E3-96 |
| API Service CG-4/SG |
| CCMC D5, PD-2 |
| US Department of the Army MIL-L-2104 E |
| US Department of the Army MIL-L-46152 E |
| MACK EO-L |
| MAN M 3275 |
| Mercedes Benz 228.3 |
| VOLVO VDS2 |
| MTU typ 2 |
| Gegevens oliën | Waarden |
| Inhoud brandstoftank | 72 liter |
| Inhoud oliereservoir hydraulisch system | 80 liter |
| Gegevens hydraulisch systeme | Waarden |
| Capaciteit olie hydraulisch systeme | 101 liter |
| Maximale druk aandrijfsysteme | 350 Bar |
| Maximale druk bedieningssysteme | 170 Bar |
| Maximale druk turbinesysteme | 110 Bar |
| Maximale druk stuursysteme | 120 Bar |
| Type olie hydraulisch systeme | AGIP ARNICA 46 (*)(**) |
| Type olie in pomp stofbestrijdingssysteme | SAE 30W |
| Gegevens elektrisch systeme | Waarden |
| Spanning systeme | 12 V |
| Startaccu | 12 V – 100 Ah |
() Als de machine worden gebruikt in omgevingen met temperaturen lager dan +10^ , raden wij u aan de olie te verrangen door olie met een viscositeit van 32 cSt. Bij temperaturen onder 0^ 要去 u oliën met een nog lagere viscositeit gebruiken.
(^*) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de olie van het hydraulisch systemen en de tabel met specificaties ter referentie.
| EIGENSCHAPPEN AGIP ARNICA 46/32 | |||
| 46 | 32 | ||
| Viscositeit bij 100°C | mm2/s | 45 | 32 |
| Viscositeit bij 40°C | mm2/s | 7,97 | 6,40 |
| Viscositeitsindex | / | 150 | 157 |
| Ontbrandingspunt COC | °C | 215 | 202 |
| Vloeipunt | °C | -36 | -36 |
| Volumetrische massa bij 15°C | kg/l | 0,87 | 0,865 |
| Goedgekeurde en specifieke vloeistoffen: |
| ISO-L-HV |
| ISO 11158 |
| AFNOR NF E 48603 HV |
| AISE 127 |
| ATOS Tab. P 002-0/I |
| BS 4231 HSE |
| CETOP RP 91 H HV |
| COMMERCIAL HYDRAULICS |
| Danieli Standard 0.000.001 (AGIP ARNICA 22,46,68) |
| EATON VICKERS I-286-S3 |
| EATON VICKERS M-2950 |
| DIN 51524 t.3 HVLP |
| LAMB LANDIS-CINCINNATI P 68, P69, P70 |
| LINDE |
| PARKER HANNIFIN (DENISON) HF-0 |
| REXROTH RE 90220-1/11.02 |
| SAUER-DANFOSS 520L0463 |
| Gegevens klimaatregeling | Waarden |
| Type gas | Reclin 134A |
| Hoeveelheid gas | 0,8 kg |
HYDRAULISCH SYSTEEM
(Zie Afb. BL)
- Aangedreven viel rechtsachter
- Aangedreven viel linksachter
- Differentieelvergrendeling
- Aangedreven viel rechtsvoorn
- Aangedreven viel linksvoor
- Pomp voor aandrijvingsysteme
- Dieselmotor
- Motor aanzuigventilator
- Radiateurolie hydraulisch system
- Dubbele bedieningspomp
- Verdeler aanzuigventilator
- Oliefilter hydraulisch system
- Oliefilter hydraulisch system (regeleenheid)
- Voorkeurklep
- Handbediende pomp
- Sturbekrachtiging
- Cylinder sturinrichting
- Drukverlager
- Cylinder voor rechterklep omhoog
- Cylinder voor linkerklep omhoog
- Vergrendelcilinder rechterklep
- Vergrendelcylinder linkerklep
- Cylinder waterrecirculation afvalcontainer
- Kraantje voor vergrendeling opening achterklep
- Cylinder omhoog brengen afvalcontainer
- Olietank hydraulisch system
- Indicator oliepeil hydraulische system
- Lossen olietank hydraulisch system
- Vullen olietank hydraulisch system
- Cylinder voor koppeling omhoog
- Kraantje voor vergrendeling van snelkoppeling
- Cylinder voor Kanteling sneeuwruimer met blad/borstel
- Cylinder voor Kanteling straatveeguitrusting
- Cylinder voor verbreding borstel rechts
- Cylinder voor verbreding borstel links
- Cylinder rechts voor aanzuigmond omhoog
- Cylinder links voor aanzuigmond omhoog
- Cylinder voor borstel rechts omhoog
- Cylinder voor borstel links omhoog
- Cylinder voor kanteling schraper rechts straatveeguitrusting
- Cylinder voor Kanteling schraper links straatveeguitrusting
- Cylinder voor Kanteling derde borstel
- Cylinder voor verbreding derde borstel
- Elektroverdeler accessoires
- Bladveer voor
- Bladveer awhile
- Hoofdverdeler
- Cylinder flap
- Elektromagnetische klep borstels
- Elektromagnetische klep aanzuigmond
- Motor borstel rechts
- Motor borstel links
- Motor derde borstel
- Motor sneeuwruimeruitrusting met borstel
- Waterpomp onder hoge druk
- 5-wegsverdeler
HYDRAULISCH SCHEMA VEEGMACHINE
(Zie Afb. BM)
- Watertanks
- Waterreservoir
- Filter vullen
- Filter waterpomp
- Waterpomp
- Kraantje
- Snelkoppeling reinigingsspuitmond
- Reinigingsspuitmond
- Spuitmond slang handbediening
- 4-wegsverdeler
- Kraantje spuitmonden borstels links/rechts
- Kraantje spuitmond derde borstel
- Kraantje spuitmonden aanzuigmond
- Spuitmond zichborstel rechts
- Spuitmond zichborstel links
- Spuitmond derde borstel
- Spuitmonden aanzuigmond
- 6-wegsverdeler
- Oprolmechanisme
- Kraantje spuitmond slang handbediening
HYDRAULISCHE INSTALLATIE STRAATVEEGUITRUSTING
(Zie Afb. BN)
- Watertanks
- Waterreservoir
- Filter vullen
- Filter waterpomp
- Waterpomp stang straatveeguitrusting
- Uitlaatkaantje
- Snelkoppeling reinigingsspuitmond
- Reinigingsspuitmond
- Magneetklep aansturing stang straatveeguitrusting
- Stang straatveeguitrusting
- Spuitmond zijkant rechts
- Spuitmond zijkant links
- Snelkoppelingen stang straatveeguitrusting
- Hydraulische motor inschakeling pomp
- Oprolmechanisme
De machine is voorzien van drie kastjes met smeltzekeringen (F3, F4 en F6 ) in de cabine en drie maxizekeringen in het elektrokastje (46, Afb. B). Hieronder worden de beveiligingscircuits voor de bovengenoemde zekeringen vermeld.
F2: Zekering cabine en starten motor (40 A) (47, Afb. C)
Zekeringenkastje "F3" 16-wegs (16, Afb. B)
F3.1: Zekering geluidssignaal (10 A)
F3.2: Zekering plafondlamp, schakelaar positielichten, stuurbediening +30 (25 A)
F3.3: Zekering +30 schakelaar voor noodverlichting en autoradio (15 A)
- F3.4: Zekering positielachten, kentekenverlichting, bedieningspaneel, verlichting schakelaars op rechterportier, verlichting autoradio en alarmpieper (7,5 A)
- F3.5: Zekering positielichten rechts aanhanger, positielichten rechtsachter, verlichting aansteker, verlichting schakelaar verbreding borstel, verlichting keuzeschakelaar borstels, verlichting schakelaar kantelen materiaal-/afval-/watercontainer voor straatveegmachine, verlichting schakelaar sluiting klep, verlichting schakelaar hydraulisch systemem, verlichting schakelaar draaiing borstels, verlichting schakelaar watersysteme voor stofbestrijdingsystemem, verlichting schakelaar aanzuigmond, verlichting schakelaar machine omhoog, verlichting diagnoseschakelaar, verlichting schakelaar bedrijsverlichting, verlichting schakelaar differentieelvergrendeling, verlichting schakelaar bedrijsverlichting anschter, verlichting schakelaar positielichten, controlelampje positielichten en verlichting dashboard (7,5 A)
F3.6: Zekering dimlachten (10 A)
F3.7: Zekering controleampje grootlicht, grootlicht (10 A)
F3.8: Vrijezekering (10 A)
F3.9: Vrijezekering (10 A)
F3.10: Zekering +15 schakelaar moodlichten (10 A)
F3.11: Zekering voeding knipperlicht (10 A)
F3.12: Zekering relais K1-3, K185, toestemming starten, voeding dashboard, voeding regeleenheid sturbediening (7,5 A)
F3.13: Zekering voeding schakelaar voor differentieelvergrendeling (10 A)
F3.14: Zekering voeding bedieningspaneel, +15 autoradio en display (10 A)
F3.15: Zekering relais bedrijfsverlichting (10 A)
F3.16: Vrije zekering (10 A)
Zekeringenkastje "F4" 16-wegs (16, Afb. B)
F4.1: Vrijezekering (5 A)
F4.2: Zekering lagere snelheid (5 A)
F4.3: Vrijezekering (10 A)
F4.4: Zekering relais remlichten (15 A)
F4.5: Zekering voeding motor ruitenwisser, stuurbediening, relais ruitenwisser (15 A)
F4.6: Zekering elektromagnetische klep ventilatie (20 A)
F4.7: Vrijezekering (20 A)
F4.8: Zekering voeding gloeilamp oliepeil remmen, microschakelaar remlichten, schakelaar (P), vlotter brandstof en regeleenheid wisselen lampen (7,5 A)
F4.9: Zekering relais bedrijfsverlichting (20 A)
F4.10: Zekering voeding schakelaar voor regeling hoogte bladveren en relais voor beveiliging snugheid (7,5 A)
F4.11: Zekering voeding keuzeschakelaar snelheid ventilatie cabine en ventilator condensator klimaatregeling (25 A)
F4.12: Zekering relais K1.1 en schakelaar inschakeling hydraulisch system (5 A)
F4.13: Zekering relais bedrijsverlichting acheer (15 A)
F4.14: Zekering relais bedrijfsverlichting voor (10 A)
F4.15: Vrije zekering
F4.16: Vrije zekering
F5: Zekering bougies (50 A) (34, Afb. F)
Zekeringenkastje "F6" 16-wegs (16, Afb. B)
F6.1: Zekering aansteker (20 A)
- F6.2: Zekering brandstofpomp (7,5 A)
- F6.3: Zekering filter voorverwarming brandstof (15 A) (41, Afb. F)
- F6.4: Zekering compressor (15 A)
- F6.5: Zekering startsystem met brandstof (7,5 A)
F6.6: Zekering voeding diagnoseaansluiting (5 A)
F6.7: Zekering beveiligingsrelais EDC (5 A)
- F6.8: Vrijezekering
F6.9: Zekering EDC (30 A) (35, Afb. F)
- F6.10: Zekering lijnventilator cabine (20 A)
- F6.11: Zekering relais toestemming regeleenheid EDC en voeding sensor water in brandstof (5 A)
- F6.12: Zekering voeding sensor snelheid, microschakelaar materiaal-/afval-/watercontainer straatveeguitrusting en schakelaar weergavedisplay (7,5 A)
F6.13: Zekering voeding uitrusting anschter, leiding watertank en controle peel watertanks (7,5 A)
- F6.14: Zekering voeding keuzeschakelaar borstels, manipulator, schakelaar voor bediening selnkoppeling en regeleenheid programmakeuze (10 A)
- F6.15: Zekering voeding schakelaar Kantelingerde borstel en verbreding borstels (10 A)
F6.16: Zekering voeding schakelaar vergrendeling klep, schakelaar aanzuigmond omlaag en draaien borstels links/rechts, schakelaar voor materiaal-/afval-/watercontainer straatveegui Trusting omhoog en schakelaar waterpomp (10 A)
- F6.17: Zekering relais startsystem met brandstof (10 A) (42, Afb. F)
F7: Zekering voeding bedieningen (circuit contactsleutel) (60 A) (52, Afb. F)
ACCESSIONS / OPTIES
Naast de onderdelen van de standarduiitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires/uitrusting, op basis van het gebruik van de machine:
Uitvoering veegmachine:
- Borstels links/rechts(*)
Aanzuigmond - Afvalcontainer
- Handmatige aanzuigslang
Derde borstel(*) (optioneel) - Camera(*) (optioneel)
Uitvoering sneeuwruimer:
- Borstel of blad sneeuwruimuitrusting
- Camera(*) (optioneel)
Uitvoering zoutstrooi-uitrusting:
Zoutstrooi-eenheid acheter
- Materialalcontainer
- Camera(*) (optioneel)
Uitvoering straatveeguitrusting:
Stang straatveeguitrusting
Watercontainer
- Camera(*) (optioneel)
Uitvoering materiaalvervoer:
- Materialcontainer
- Camera(*) (optioneel)
(*) Er kuren borstels worden gemonteerd met zachtere of hardere haren dan de standaarduitvoering, op basis van het te behandelen oppervlak.
GEBRUIK

LET OP!
Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden:
- GEVAAR
- LET OP
WAARSCHUWING - ADVIES

LET OP!
Dek deplaatjes Niet af en verrang ze onmiddelijk als ze beschadigd zijn.
VOOR HET STARTEN
- Vul waar nodig brandstof bij via de vuldop (9, Afb. E).

WAARSCHUWING!
Vul de tank nooit volledig met brandstof, maar zorg dat de brandstof minimaal 4 cm onder de rand van de vulmond staat zodat de brandstof kan uitzetten.

WAARSCHUWING!
Gebruik alleen diesel en geen biodiesel.
- Controller of er geen deurtjes of kleppen open staan op de machine en of de arbeidsomstandigheden normala+zijn.
STARTEN EN STOPPEN VAN DE DIESELMOTOR
Starten van de dieselmotor
- Op de bestuurdersstoel (26, Afb. B) gaan zitten en controlleren of de parkeerrem (3) is geactiveerd.
- Stel de stoelpositie waar wens af met de hendels (28, 29, 30 en 35, Afb. B).
- Ontgrendel de hendel (20, Afb. C) en stel eventueel de stand van het stuurwiel af.
- Stel de buitenspiegels af voor better zichtijdens het manoeuvreren.
- Stel de hoogte van de armleuning (37, Afb. B) af met de knuppen (1).
- Zet de gashendel (2, Afb. B) in stand '0'.
- Zet de keuzehendel voor de rijrichting (11, Afb. B) in de neutralstand (midden).

LET OP!
Controleer of de schakelaar voor inschakeling hydraulisch system (31, Afb. C) isuitgeschakeld, helemaal naar boven gedrukt.
-
Steek de contactsleutel (6, Afb. B) in het contact. Draai de sleutel een slag rechtsom en LAST hem in deze stand staan. Op dat moment gaan de volgende controelampjes branden:
-
Controlelampje voorverwarming bougies dieselmotor (7, Afb. C)
- Controlelampje accu (9, Afb. C)
- Controleampje oliedruk dieselmotor (4, Afb. C)
-
Controleampje parkeerrem ingeschakeld (3, Afb. C)
-
Draai bij het uitgaan van het controelampje voorverwarming bougies (7, Afb. C), de contactsleutel met de klok mee tot hij nicht verder kan en loslaten bij het starten van de dieselmotor.

WAARSCHUWING!
Laat de contactsleutel bij het starten van de dieselmotor Niet te lang ingeschakeld (maximaal 20 seconden) om de startmotor Niet te beschaden. Wanner de motor Niet start, wacht dan even voordat u opnieuw probeert.
Voordat u opnieuw probeert te starten, de sleutel terugdraien, gegen de klok in, tot de beginpositie.
Als de dieselmotor na twee pogingen nog Niet is gestart,要去 u de hulp inroepen van degene die verantwoordelijk is voor de machine.
- Controller of alle controelampjesuit,zijn als de machine in beweging is.
- Laat de motor enkele minuten draaien zodat de motor warm wordt, vooral als de omgevingstemperatuur laag is.
Stoppen van de dieselmotor
- Laat de machine enkele minuten stilstaan bij stationair toerental zodat het systeme zich kan stabiliseren.
- Draai de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in en verwijder de sleutel.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.

LET OP!
Controleer of de schakelaar voor inschakeling hydraulisch system (31, Afb. C) isuitgeschakeld, helemaal naar boven gedrukt.
GEBRUK VAN DE MACHINE
De machine in de basisuitvoering (zonder optionele uitrusting) kan alleen worden gebruikt in de verplaatsingsmodus. Raadpleeg voor de installmente en het gebruik van optionele uitrusting het hoofdstuk Gebruik van de uitrusting.
Wanner de machine moet worden verplaatst (zonder vegen), moet u als volgt te werk gaan:
- Vergrendel voor de zekerheid de stand van de snelkoppeling (2, Afbig. F) door de hendel van het vergrendelkraantje (1, Afb. BF) 90^ te draaien.
- Start de dieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Controller of de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting omlaag staat door het onderste deel van de schakelaar (24, Afb. C) in te drukken.

OPMERKING
De beweging van de materiaal-/afval-/watercontainer, zowel omhoog als omlaag, worden aangegeven met een geluidssignaal.

WAARSCHUWING!
Als de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting omhoog staat, beweegt de machine met een maximale snelheid van 5km / u . Het gaspedaal is dan minder gevoelig, wat aangeeft dat de machine een beweging maakt die nicht togetestaan is bij het gebruik van de machine.
- Controller mechanism de stand van de aanzuigmond, waar bij de slag van de ketting (1, Afb. AV) korter is, zodat de buitenste ring (2) loskomt en een van de volgende ringen (3) in de haak (4) vastgrijpt.

OPMERKING
Deze functie voorkomt dat de aanzuigmond op de grond steunt bij een defect in het hydraulisch system.
- Zet de gashendel (2, Afb. B) maar voren totdat op het display (34, Afb. C) 1.300 omw/min worden aangegeven.
- Zet de keuzehendel voor de rijrichting (11, Afb. B) waar voren om vooruit te gaan enaar achteren om achechteruit te gaan. In dat geval worden het geluidssignaal voor de achechteruit geactiveerd.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B)uit.
- Druk geleidelijk het gaspedaal (5, Afb. B) in.
- Begin met verplaatsen en manoeuvreer de machine met de handen op het stuurwiel (41, Afb. C).
- De bewegingssnelheid is instelbaar van nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal.

LET OP!
Houd erijdens de manoeuvres rekening mee dat de machine geleed is.

LET OPI!
Controleerijdens het manoeuvreren of er geen mensen in de buurt van de gelede onderdelen van de machine aanwezig zich.
- Gebruik de machine op basis van het type uitrusting dat is gemonteerd en volg de instructies in het hoofdstuk Gebruik van de uitrusting.
-
Er zijn drie möglichkheden om de snelheid van de machine te verminderen:
-
Laat het gaspedaal langzaam los (motorrem op alle vier wielen).
- Druk het rempedaal in (servicerem op alle vier wielen).
-
Schakel de parkeerrem in (hulprem op de voorwienen).
-
Stop de machine na de werkzaamheden zoals aangegeven in het deel Starten en stoppen van de dieselmotor.
GEBRUIK VAN HET DASHBOARD
1. Display (34, Afb. C)
- Weergave status machine:
- op de eerste regel kan het volgende worden weergegeven: urenteller 2 , kilometerteller en dagteller . Gebruik de schakelaar (23, Afb. C) om de gewenste weergave te kiezen.
- Op de tweede regel worden de snelheidsmeter weergegeven [km / h]
2. Lampjes
- Controleampje accu (9, Afb. C)
- Controleampje oiedruk dieselmotor (4, Afb. C)
- Controleampje oliefilter verstopt (10, Afb. C)
- Controleampje luchtfilter verstopt (5, Afb. C)
- Controlelampje voorverwarming bougies dieselmotor (7, Afb. C)
- Controlelampje parkeerrem (3, Afb. C)
- Controlelampje olietemperatuur hydraulisch system (30, Afb. C).
- Controleampje storing motor (26, Afb. C)
Het contrôlelampje brandt of knippert, afhankelijk van het type storing, om aan te geven dat er een of moer problemen zijn. Het type probleem wordt aangegeven door een knipperende code (blink code). Deze code wordt aangegeven door het aantal keren dat het contrôlelampje langzaam en snel knippert, wat wordt aangegeven als de schakelaar (23, Afb. C) wordt ingedrukt. Als de knippercode bijvoorbeeld '6.4' is, gaat het contrôlelampje 6 keer langzaam en 4 keer snel knipperen. Neem contact op met een bevoegd servicecentrum van Nilfisk voor de betekenis van de code.
- Controleampje peil in watertanks voor stofbestrijdingsssystem (40, Afb. C)
- 505 Controlelampje positielichten (39, Afb. C)
- Controlelampje großlicht (6, Afb. C)
- Controlelampje reserve brandstof (38, Afb. C)
- Controlelampje water in brandstof (11, Afb. C)

LET OP!
Wanner het bovengenoemde controleampje gaat branden, moet u de motor eerst stoppen om schade aan het elektrisch systeme te voorkomen. Neem contact op met een bevoegt servicecentrum van Nilfisk om het probleem op te losesen.
- Controleampje voor materiaal-/afval-/watercontainer straatveegui Trusting omhoog (8, Afb. C)
Als het contrôlelampje brandt, rijdt de machine met een maximale snelheid van 5km / u . U kunt de functies van de machine weer in werkung stellen door de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting helemaal omlaag te zetten zoals aangegeven in het deel Gebruik van de machine. - Controleampje temperatuur koelvloeistof (2, Afb. C)
- Controleampje richtingaanwijzers links (1, Afb. C)
- Controlelampje richtingaanwijzers rechts (33, Afb. C)
3. Snelheidsmeter (35, Afb. C)
- Analoge meter voor brandstofpeil (37, Afb. C)
- Analoge meter voor temperatuur koelvloeistof (36, Afb. C)
GEBRUK VAN DE RUITENWISSSER
Gebruik voor het inschakelen van de ruitenwisser de stuurbediening (22, Afb. B), met de functies die in het hoofdstuk Beschrijving van de machine worden beschreven.
GEBRUK VAN DE VERWARMING VAN DE STUURCABINE
- Stel de luchttemperatuur af met de keuzehendel (25, Afb. B). Draai de knop rechtsom om de luchttemperatuur te verhogen.
- Stel de ventilatiestand af door de keuzehendel (23, Afb. B) te draaien. Er zich drie snelheden.

LET OPI!
Belemmer de luchtstroom uit de ventilatieopening (36, Afb. B) Niet.

OPMERKING
In de cabine zijn vrij ventilatieopengen aanwezig.
GEBRUK VAN DE KLIMAATREGELAAR VAN DE STUURCABINE
- U kurz de klimaatregeling inschakelen door de keuzehendel (24, Afb. B) rechtsom te draaien in de eerste stand.
- Stel de temperatuur af met de keuzehendel (24, Afb. B). U kurz de luchttemperatuur verlagen door deutsche rechtsom te draaien.
- Stel de ventilatiestand af door de keuzehendel (23, Afb. B) te draaien. Er zich drie snelheden.
- Wanner u de klimaatregeling wilt uitschakelen, zet u de keuzehendel (24, Afb. B) in de beginstand.

LET OP!
Belemmer de luchtstroom uit de ventilatieopening (36, Afb. B) Niet.

OPMERKING
In de cabine zijn vrij ventilatieopengen aanwezig.
WERKING VAN HET VERLIGHTINGSSYSTEEM
- U knot het verlichtings- en signaleringsystemeinschakelen met de schakelaar (17, Afb. C). In de eerste stand worden de positelijkten ingeschakeld, in de tweede stand worden de dimachten ingeschakeld. Gebruik voor het inschakenen van het grootlicht de stuurbediening (22, Afb. B), met de functies die in het hoofdstuk Beschrijving van de machine worden beschreiben.

OPMERKING
In de basisuitvoering en de veegmachine-uitvoering van de machine gaan de onderste lampen branden, met geinstalleerde uitrusting aan de voorkant gaan de bovenste lichten branden.

LET OP!
Wanner er uitrusting zonder elektrische aansluitingen is geinstalleerd, moet u de meegeleverde stekker in het juiste contact steken.
- U knot het verlichtings- en signaleringssysteme voor inschakenen met de schakelaar (25, Afb. C). In de eerste stand worden de onderste lampen van de aanzuigmond ingeschakeld, in de tweede stand worden de bedrijfsverlichting voor ingeschakeld.
- U kurz het verlichtings- en signaleringsystemeachter inschakelen met de schakelaar (16, Afb. C).
- Schakel de verlichting uit voordat u de motor stopt. De machine is voorzien van een geluidssignaal om aan te geben dat de verlichting nog is ingeschakeld verwijl de motor uit is.
INSCHAKELING VAN DE NOODlichtEN
- Schakel deoodlichten in met de schakelaar (21, Afb. B).
AFSTELLING VAN DE BESTUURDERSSTOEL
- De bestuurdersstoel (26, Afb. B) kan horizontaal worden versteld door de hendel (28) waar de buitenkant te zetten totdat de meest comfortabele positie worden bereikt. Laat de hendel daarna los.
- U kunt de vering van de stoel (26, Afb. B) afstellen door de knop (29) te draaien. Verhoog de hoeveelheid vering door de knop linksom te draaien, verlaag de hoeveelheid vering door de knop rechtsom te draaien (kijk op de knop).
- De hellingsgraad van de bestuurdersstoel (26, Afb. B) kan worden versteld door de hendel (30) omhoog te zetten totdat de meest comfortabele positie worden bereikt. Laat de hendel daarna los.
- U kurz de hoogte van de stoel (26, Afb. B) afstellen door de hendel (35) te draaien.
INSCHAKELING VAN DE BLOKKEERSTANG VAN DE MATERIALIAL-/AFVAL-/WATERCONTAINER VAN DE STRAATVEEGUITRUSTING
Telkens wonneer er onder de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting moet worden gewerkt, moet u de container helemaal omhoog zieten door het bovenste deel van de schakelaar voor het omhoog zieten van de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting (24, Afb. C) in te drukken en daarna de blokkeerstang (1, Afb. AG) in de juisteuitsparing (2) te zieten. U kunt de blokkeerstang uit de betreffende houder (3, Afb. AG) verwijdenen door deze waar de cabine (4) te verplaatsen.
HANDMATIG OMHOOG ZETTEN VAN DE MATERIALAAL-/AFVAL-/WATERCONTAINER VOOR DE STRAATVEEGUITRUSTING
U kurz de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting handmatig omhoog zetten (bij storing aan de dieselmotor, het hydraulisch systeme, etc.) door als volgt te werk te gaan:
Handmatig omhoog zetten van de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting
Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Wanner de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting vol is, moet u deze handmatig legen.
- Schakel de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde linksom te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Open de watertank rechtsvoor (2, Afb. E) door de steunen los te halen (16 en 17) met een inbussleutel d.8.
- Verwijder de hendel (20, Afb. E) van de handbediende pomp (1, Afb. G).
- Zet de hendel (2, Afb. G) in de uitsparing (3) van de handbediende pomp.
- Schakel voorzichtig de pomp (1, Afb. G) in met de hendel (2) en breng de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting zo ver omhoog dat de blokkeerstang (1, Afb. AG) kan worden geplaatst.
Handmatig olaag zetten van de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting
- Verwijder de blokkeerstang (1, Afb. AG) enzet deze terug op+zijnplaats.
- De materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting kan ook omlaag worden gezet door het onderste deel van de schakelaar (24, Afb. C) in te drukken als het dashboard (43) van voeding worden voorzien.
- Bij een algemene storing (waar bij het dashboard Niet van voeding worden voorzien) kan de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omlaag worden gezet door de ontgrendelschroef (4, Afb. G) in het onderste deel van de handbediende pomp (1) los te draaien. Om de contramoer los te draaienkest u een inbussleutel d.10 gebruiken en de schroef met een inbussleutel d.3 losdraaien.
- Wanner de materialial-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting omlaag staat, draait u de schroef en contramoer vast.
GEBRUK VAN DE REINIGINGSINSTALLATIE ONDER HOGE DRUK
De machine is voorzien van een distributiesystem voor hogedruk water om te gebruiken voor de reiniging van de machine zich of voor andere doeleinden. Deze installmentie worden gevoed vanuit de tanks van het stofbestrijdingssystem.
De gebruiksprocedure worden hiernavolgend beschreiben.
- Start de dieselmotor Zoals worden beschreiben in het deel Starten en stoppen van de dieselmotor.
- Stel het toerental van de motor af met de gashendel (2, Afb. B). Laat de motor met maximaal 1.850 omw/min draaien.

WAARSCHUWING!
Wanner het toerental hoger is dan 1.850 omw/min, worden alle functies van de motor uitgeschakeld.
- Haal de spuitmond (1, Afb. I) van achteren uit de houlders.
- Sluit de slang van de spuitmond (2, Afb. I) aan op het contact op de achterkant van de machine (3).
- Draai de klep (4, Afb. I) 90^ om de watertoevoer maar de hogedrukpomp te leiden.
- Schakel de waterpomp in door het onderste deel van de schakelaar (28, Afb. C) in te drukken en los te lately.

LET OP!
Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

OPMERKING
Controleer of de tanks (2 en 3, Afb. E) en (5 en 6, Afb. F) Niet leeg zichn.
- Gebruik de spuitmond door op de hendel van de betreffende spuit (5, Afb. I) te drukken.
- Voer na gebruik van de spuitmond de punten 1 tot en met 6 in omgekeerde volgorde UIT.
DE WATERTANKS VAN HET STOFBESTRIJDINGSSYSTEM VULLEN/LEGEN
Vul/leeg wa nodig de watertanks van het stofbestrijdingssystem ( 2 en 3 Afb. E) en (5 en 6, Afb. F) en ga waar bij als volgt te werk.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Wanner er een waterreservoir aanwezig is, gaat u als volgt te werk:
Haal de vulslang (40, Afb. F)uit de uitsparing.
- Sluit het uiteinde (1, Afb. AE) aan op het waterreservoir (4) en het andere uiteinde (2) op de aansluiting (3) op de achterkant van de machine.
- Open de klep van het waterreservoir totdat de tanks worden gezuld.
- Haal de vulslang los van beiden delen enplaats deze waar terug.
-
Wanner er een normale watertoevoer is, gebrukt u een slang en vul u de tanks via de vuldoppen (10, 11, 12, 13, Afb. F).
-
Wanner de tanks (2 en 3, Afb. E) en (5 en 6, Afb. F)要去en worden geleegd, gebruikt u de aftapdoppen (8, Afb. E) en (9, Afb. F).

OPMERKING
De tanks zich onderling verbonden.
DIFFERENTIEELVERGRENDELING
Wanner een van de wielen slipt door omstandigheden (modder, ijs, etc.),要去 het differentieel vergrendelen door op het bovenste deel van de schakelaar (19, Afb. C) te drukken.

OPMERKING
De differentieelvergrendeling blijft actief tot de maximale snelheid van 6km / u
VERVANGING VAN DE BANDEN
- Controller of de machine op een vlokke en stevige ondergrond staat, vooral wanner de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting vol is.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Controller of de machine ook met een opgeheven wiliet nicht zich kan bewegen (de parkeerrem werkt alleen op de voorwienen). Zet eventueel de machine vast met wieblokken die op de grond blijven staan.
- Gebruik een hydraulische krik met een minimale draagkracht van 3 ton.
Demontage/montage van een weiteriel
- Plaats de krik (1, Afb. L) (niet meegeleverd) in de juiste uitsparing (2), aangegeven door de sticker, onder het achterchassis (3) zoals in de afbeelding.
- Schakel voorzichtig de krik (1, Afb. L) met de hendel (9) in en breng het te demonteren wie (4) omhoog totdat het ie's van de grond afkomt.
- Verwijder de bevestigingsmoeren, en verwijder en verrang het wieI.
- Zet het wiel terug door de punten 6 tot en met 8 in omgekeerde volgorde uit te voeren. Bevestigingkoppel bevestigingsmoeren wie! 200 N·m
Demontage/montage van een voorwiel
- Plaats de krik (5, Afb. L) (niet meegeleverd) in de juiste uitsparing (6), aangegeven door de sticker, onder het voorchassis (7) zoals in de afbeelding.
- Schakel voorzichtig de krik (5, Afb. L) met de hendel (10) in en breng het te demonteren viel (8) omhoog totdat het ie's van de grond afkomt.
- Verwijder de bevestigingsmoeren, en verwijder en verrang het wieI.
- Monteer het viel door de punten 10 tot en met 12 in omgekeerde volgorde uit te voeren. Bevestigingkoppel bevestigingsmoeren viel: 200 N·m
TREKBEWEGING VAN DE MACHINE
Voor trekbewegingen van de machine gaat u als volgt te werk.
- Leeg de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting. Als de hoeveelheid materiaal minimaal is, is het Niet nodig de container te legen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B)uit.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Sleep de machine door deze aan de trekhaak (28, Afb. F) te bevestigen, aangegeven door de sticker.

WAARSCHUWING
Tijdens het slepen moet u een zeer lage snelheid aanhouden.
NA GEBRUIK VAN DE MACHINE
Plaats de machine na gebruik als volgt:
- Material-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting omlaag (zie het deel Gebruik van de machine).
- Motor uitgeschakeld (zie het deel Starten en stoppen van de dieselmotor).
- Verlichting uittgeschakeld.
- Parkeerrem ingeschakeld.
- Contactsleutel verwijderd.
VERVOER/BEWEGING
Om de machine te vervoeren/verplaatsen要去 de machine met banden in de bevestigingspunten bevestigen, zodat de machine stevig vastzit aan het vervoersmiddel.

LET OP!
Het verankeren van de machine moet worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
Verankering op het laadbord
Voer de volgende handelingen uit voor de verankering van de machine tijdens het vervoer:
- De machine opstellen in verplaatsingmodus (zie de procedure in het betreffende.Deel).
- Haal de contactsleuteluit de contactschakelaar (6,Afb.B).
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Sluit alle kleppen, kappen, etc.
- Bevestig de machine op het laadbord met geschikte banden (1, Afb. BH) zoals in Afb. BH.
- Blokker de vier wielen met weltblokken (2, Afb. BH).
Verplaatsing van de machine op het laadbord
U=knt de machine als volgt op het laadbord plaatsen:
- Gebruik een vorkhefttruck met een geschikt draagvermögen (35/40 ton).
- Plaats het laadbord in de aangegeven punten op het laadbord zichl.

WAARSCHUWING
Wanner u nied-geschikte punten gebruikt, moet u controleren of de machine in balans is.
LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als de machine langer dan 30 Tage nicht worden gebruikt, raden wij u het volgende aan:
- Zet de machine in de ruststand; ga hierbij te werk zoals worden beschreiben in het deel Na gebruik van de machine.
-
De machine opslaan in een gesloten, droge en schone ruimte die afgeschermd is van de weersomstandigheden en die voldoet aan de volgende omgevingswaarden:
-
Temperatuur: van +1°C tot +50°C
Vochtigheid: maximaal 95% -
Ontkoppel de minpool van de accu.
- Behandel de dieselmotor zoals beschreiben in de betreffende handleiding.
Na de eerste gebruiksperiode (de eerste 8aar)要去 u de volgende handelingenuitvoeren:
- Controller of alle bevestigings- en aansluitingselementen nog goed vast zitten; controller of alle zichbare onderdelen nog intact+zijn en geen lekkage vertonen.
- Voer algid de controles en verrangingen uit die in het schema voor normalaal onderhoud worden vermeld.
GEBRUIK VAN DE UITRUSTING

WAARSCHUWING!
Reinig voor de montage van uitrusting de snelkoppelingen, voordat u de hydraulische aansluitingen uitvoert.
VEEGUITRUSTING
Installatie van de zuigmond
Gebruik voor de installmentie van de zuigmond een hefbrug met voldoende draagkracht. Zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding.

OPMERKING
Aangezien de installment van de zuigmond ingewiekeld is, raden we u aan deze Niet te monterenijdens het gebruik van andere utrusting.
Installatie van de borstels links/rechts
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Bevestig de plaat met spil (1, Afb. M) op het chassis (2) met de meegeleverde schroeven (3). Voer bezelfde procedure aan beiden kanten uit.
- Installer de twee meegeleverde spillen (4, Afb. M) op het chassis (2) in de aanwezige gaten M12.
- Plaats de borsteleenheid (5, Afb. M) in de spil van de plaat (1) en bevestig deze met de schroef (6). Voer bezelfde procedure aan beiden kanten uit.
- Steek de trekstang (7, Afb. M) in de spil (4) en bevestig deze door de splitpen (8) maar binnen te steken. Voerdezelfde procedure aan beiden kanten UIT.
- Sluit de slangen aan volgens de aanwijzingen in Afb. N.
- Bevestig na het aansluten de twee slangen (E, Afb. N) door de verbinding in een opening in deplaat (1) te steken.
- Start de dieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Laat de zuigmond zakken door op het onderste deel van de schakelaar (29, Afb. C) te drukken. De borstels beginnen ook te draaien.
- Laat de borstels links/rechts zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Laat de borstels enkele seconden op de grond draaien en herhaal daarna de punten van 9 tot en met 11 in omgeekerde volgorde.
- Controller of de borstel rechts de grond raakt in een draaicirkel tussen 11 en 4 uur en dat de borstel links de grond raakt in een draaicirkel tussen 8 en 1 uur. Zie Afb. N.
- Wanner de indruk Niet overeenkomt met de specificaties, moet u de Kanteling van de borstels met de trekstangen (7, Afb. M) corrigeren.
Installatie van de afvalcontainer
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Verwijder de blokkeerspil (1, Afb. O) van de cilinder uit de afvalcontainer.
- Verwijder de veiligheidsspillen (2, Afb. O)uit de geleiders (3) om de geleiders los te halen. Voer de procedure voor beiden geleidersuit.
- Ga met het achechterste deel van de machine onder de afvalcontainer (4, Afb. O) steunend op de poten (5 en 12) totdat deze op de scharnieren van de afvalcontainer (6) op de geleiders (3) van de machine steunt.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet de hefcilinder (13, Afb. O) maar links zodate deze de motor van de ventilator Niet raakt.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Druk op het bovenste deel van de schakelaar (27, Afb. C) om de machine omhoog te zetten totdat de openings voor aankoppelingussen geleider/scharnier+zijn uitgelijnd.
- Installer de beveiligingspillen (2, Afb. O) in de geleiders door deze met de splitpen (7) te bevestigen. Voer de procedure voor andere geleiders uit.
- Controller of de waarnemingssensoren voor aanwezigheid van de spil (8, Afb. O) en de waarnemingssensor voor aanwezigheid van de afvalcontainer (9) worden aangegeven (led brandt).

WAARSCHUWING!
Wanner een van de drie sensoren Niet wordt aangegeven, kan de afvalcontainer alleen omlaag staan.
- Zet de hefcilinder (13, Afb. O) in de juiste uitsparing (10), installer de blokkeerspil (1) door deze met de splitpen (11) te bevestigen.
-
Laat de bundel slangen/kabels aangesloten op de afvalcontainer maar buiten=komen zoals in Afb. P en controllerer waar bij of ze boven de spil rechts (2, Afb. O) lopen.
-
Voer de aansluitingen UIT zoals aangegeven in Afb. P.
- Breng de afvalcontainer iets omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken om deze te ontlasten en verwijder daarna de voorste poten (5, Afb. O).
- Laat de afvalcontainer helemaal zakken door op het onderste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken om deze te ontlasten en verwijder daarna dechterste poten (12, Afb. O).
- Laat de machine zakken door op het onderste deel van de schakelaar (27, Afb. C) te drukken.

WAARSCHUWING!
Voordat u verder gaat met verwijdenen, moet u controeren of de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting leeg is. Verwijder daarna de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting in de omgekeerde volgorde van de montage. Als de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting op de poten staat en in de opslag worden gezet, blokkeert u de wielen van de poten om te voorkomen dat de machine kan bewegen.

OPMERKING
De afvalcontainer is voorzien van een identificatieplaatje (1, Afb. P).
Gebruik van de borstels links/rechts
- Start de dieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Zet de gashendel (2, Afb. B) maar voren totdat op het display (34, Afb. C) 1.300 omw/min worden aangegeven.
- Schakel de aanzuigturbine in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Schakel de waterpomp in door het onderste deel van de schakelaar (28, Afb. C) in te drukken en los te lately.
- Open het kraantje (10, Afb. B) om de spuitmonden van de aanzuigmond te voeden.
- Open het kraantje (8, Afb. B) om de spuitmonden van de borstels te voeden.
- Laat de zuigmond zakken door op het onderste deel van de schakelaar (29, Afb. C) te drukken. De borstels beginnen ook te draaien.
- Houd waar nodig de aanzuigmond omhoog met de ketting (1, Afb. AV).
- U kunt de hoogte afstellen door de slag van de ketting te verkleinen, zodat de buitenste ring (2, Afb. AV) loskomt, en een van de volgende ringen (3) aan de haak (4) vast te make. Kies de ring op basis van de gewenste hoogte.

OPMERKING
Als de regelaar (13, Afb. C) op het nulpunt staat, draaien de borstels nicht.
- Verwijder de beveiligingsspil (9, Afb. M) van de arm van de borstels door de splitpen (10) te verwijdersen zDat het omlaag zetten kan beginnen met de specifieke bediening.

WAARSCHUWING!
Na de werkcyclus en bij verplaatsing moet u de beveiligingsspil (9, Afb. M) in beiden Armen van de borstels steken.
- Stel de bredte van de borstels af met de schakelaar (21, Afb. C).
- Laat de borstels links/rechts zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Stel de druk op de grond van de borstels links/rechts af met de regelaar (12, Afb. C).
- Stel de draaisnelheid van de borstels links/rechts af met de regelaar (13, Afb. C).
- Start de machine door de keuzehendel voor de rijrichting (11, Afb. B) waar voren te zieten en het gaspedaal (5) in te drukken.

WAARSCHUWING!
Bij groe hoveelheden vuil Aunt u de flap openen door op de schakelaar (20, Afb. B) te drukken. Wonneer het groe vuil is verzameld, waar u de schakelaar los.
- Na de werkzaamheden vergrendelt u de achterklep door het kraantje (1, Afb. Q) te sluiten.
- Wanner u de loszone nadert, ontgrendelt u de achterklep door het kraantje (1, Afb. Q) te openen, zet u de afvalcontainer omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken en leegt u de afvalcontainer.

LET OP!
Leeg de afvalcontainer op een stevige, vlakke ondergrond en controller of de container stabel staat.

WAARSCHUWING!
Als u tijdens het legen van de afvalcontainer merkt dat de achechterste klep Niet normalaal open gaat,kest u de vergrendelingscilinders (1, Afb. BG) controleren door de inspectieluiken (2) te verwijderen. Voer bezelfde procedure aan beiden kantenuit.
- Laat de afvalcontainer zakken door op het onderste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken.
- Vergrendel de achterklep door op het bovenste deel van de schakelaar (32, Afb. C) te drukken.
- Vergrendel de achechterklep door het kraantje (1, Afb. Q) te sluiten.

WAARSCHUWING!
Controleerijdens deze procedure of de achechterklep ook=echt sluit.
Gebruik van de handmatige aanzuigslang
- Vergrendel de achechterklep door het kraantje (1, Afb. Q) te sluiten.
- Start deDieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Zet de gashendel (2, Afb. B) maar voren totdat op het display (34, Afb. C) 1.300 omw/min worden aangegeven.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Zet de afvalcontainer omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken.
- Zet de reductor voor aanzuiging (1, Afb. R) (deze bevindt zich in de cabine) op de verbindingsslang (2)ussen de aanzuigmond en de afvalcontainer.
- Laat de afvalcontainer zakken door op het onderste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken.
- Schakel de aanzuigturbine in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Draai de klep (4, Afb. I) 90^ om de watertoevoer maar de hagedrukpomp te leiden.
- Schakel de waterpomp in door het onderste deel van de schakelaar (28, Afb. C) in te drukken en los te lately.
- Haal de slang uit de uitsparing en begin met reinigen.
- Open waar nodig de kogelklep (H, Afb. P) om het water UIT de spuitmond van de achterste slang te lately lopen.
- Open voordat u de afvalcontainer leegt het kraantje (1, Afb. Q).
DERDE BORSTEL
Installatie van de derde borstel
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Laat de snelkoppeling zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet de volledige derde borstel (1, Afb. S) op de snelkoppeling (2) door deutsche met de knop te bevestigen (3).
- Koppel de slang (H, Afb. N) los en sluit deze aan op de slang (D, Afb. S).
- Dicht de slang af met een opening in deplaat (1, Afb. N).
- Koppel de slang (E, Afb. N) los en sluit Zo ean op de slang (E, Afb. S).
- Dicht de slang af met een opening in deplaat (1, Afb. N).
- Voer de overige aansluitingen uit zoals aangegeven in Afb. S.
Gebruik van de derde borstel
- De derde borstel moet samen met de borstels links/rechts worden gebruikt.
- Verwijder de beveiligingsspil (4, Afb. S) van de arm van de derde borstel door de splitpen (5) te verwijdenen zDat het verplaatsen kan beginnen met de specifieke bediening.

WAARSCHUWING!
Na de werkcyclus en bij verplaatsing moet u de beveiligingsspil (4, Afb. S) in de arm van de derde borstel steken.
- Laat de derde borstel zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Wonneer de gewenste hoogte is bereikt, stopt u de derde borstel door de schakelaar (17, Afb. B) in de tussenstand te zetten. U kunt de hoogte van de grond van de borstel aanpassen door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten; druk daarna op het onderste deel van de schakelaar (22, Afb. C) en stel de hoogte van de derde borstel af met de regelaar (14).
-
Bedien de derde borstel met de manipulator (19, Afb. B) zoals hierna worden beschreiben:
-
manipulator waar voren: de arm van de derde borstel gaat open
- manipulator maarachten: de arm van de derde borstel sluit
- manipulator maar rechts: de derde borstel Kantelt maar rechts
-
manipulatoraar links:de derde borstel Kanteltaar links
-
Stel de draaisnelheid van de derde borstel af met de regelaar (13, Afb. C). In deze stand worden ook de draaisnelheid van de borstels links/rechts geregeld.
- Gebruik waar nodig het stofbestrijdingsystem met het betreffende kraantje (9, Afb. B).
Installatie van de materiaalcontainer
- Raadpleeg voor installmentie van de materiaalcontainer het deel Installatie van de afvalcontainer.

OPMERKING
De materiaalcontainer is voorzien van een identificatieplaatje (13, Afb. T).
Installatie van de zoutstrooi-uitrusting
- Verwijder dechterste rand (1, Afb. T) van de materiaalcontainer.
- Verwijder de zijrand rechts (2, Afb. T) en de zijrand links (3) van de materiaalcontainer.
- Verwijder de spil links (5, Afb. T) en de spil rechts (6)uit de zoutstrooi-uitrusting (7).
- Laat de zoutstrooi-uitrusting leunen op het achterste deel van de materiaalcontainer (8, Afb. T) en stel deze in hoogte af met de krukken (4).
- Lijn de openingsen van de scharnieren van de zoutstrooi-uitrustinguit met die van de materiaalcontainer en installer daarna de spill rechts (6, Afb. T) en de spill links (5).
- Installer de zijranden om te voorkomen dat de spillen maar buiten komen.
- Installer de onderste bevestigingsarm (9, Afb. T) van de zoutstrooi-uitrusting op het niveau van het Achterwiel rechts, steek de spel (10) maar binnen en bevestig deze met de splitpen (11).
- Voer de hydraulische en elektrische aansluitingen uit zoals aangegeven in Afb. U.
- Haal de voeten van de poten (12, Afb. T) weg door de krukken (4) los te draaien en de poten te verwijderen.
- Verwijder in de cabine de afdekking in de ruimte van het bedieningspaneel voor de zoutstrooi-uitrusting (31, Afb. B).
- Sluit het bedieningsspaneel (1, Afb. V) aan door de stekker van het bedieningsspaneel voor de zoutstrooi-uitrusting in de ruimte van het bedieningsspaneel voor de zoutstrooi-uitrusting (31, Afb. B) aan te sluiten.
- Wanner de aansluitingen zijn voltooid, monteert u het bedieningsspaneel in de hiervoor bestemde ruimte.
Gebruik van de zoutstrooi-uitrusting
- Vul de materiaalcontainer met zout, waar möglichk homogenen en zonder vuil.
- Dek de materiaalcontainer af met de meegeleverde doek.
- Start de dieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Controller of de hendel (1, Afb. U) omhoog staat en of de flap is gesloten.
- Zet de materiaalcontainer omhoog door op het onderste deel van de schakelaar (34, Afb. C) te drukken; vul daarna de zoutstrooi-uitrusting.
- Wanner de zoutstrooi-uitrusting is gezuld, laut u de materiaalcontainer zakken door op het onderste deel van de schakelaar (24, Afb. C) te drukken.
- Leeg eventueel de trechter door de flap van de zoutstrooi-uitrusting te openen door de hendel (1, Afb. U) omlaag te zetten.
- Activeer het bedieningspaneel voor de zoutstrooi-uitrusting (7, Afb. V) door de schakelaar (1) in de stand '1' te zetten.
- Activeer de bak van de zoutstrooi-uitrusting door op de schakelaar (5, Afb. V) te drukken. Stel de straal van het zout af met de hendel (6, Afb. V).
- Stel de parameters van de zoutstrooi-uitrusting af op basis van de vereisten. Druk op het bovenste deel van de schakelaar (2, Afb. V) om het stelsystem handmatig aan te passen. In deze stand kunt u de hoeveelheid zout instellen met de knop (4, Afb. V). De hoeveelheid zout kan variieren van 1 tot 9 zoals aangegeven op het display (8, Afb. V). Druk op het onderste deel van de schakelaar (2, Afb. V) om het stelsystem automatisch aan te passen. De hoeveelheid zout worden dan automatisch afgestemd op de snugheid van de machine.

WAARSCHUWING!
Wanner de trechter van de zoutstrooi-uitrusting leeg is, gaat het controleampje (3, Afb. V) branden.

WAARSCHUWING!
Bij een storing in de elektrische bediening is er in het achechterste deel van de zoutstrooi-uitrusting een hydraulisch bedieningsspaneel (2. Afb. U) aangebracht: de regelaar links (3, Afb. U) varieert de hoeveelheid zout, de regelaar rechts (4) regelt de straal van het zout.
- Start de machine door de keuzehendel voor de rijrichting (11, Afb. B) waar voren te zetten en het gaspedaal (5) in te drukken.
- Zet na afloop van de werkzaamheden de hendel (1, Afb. U) omhoog en spoel de machine, de materiaalcontainer en alle uitrusting zorgvuldig met een zachte waterstraal.
SNEEUWRUIMERUITRUSTING MET BORSTEL
Installatie van de sneeuwruimborstel
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Laat de snelkoppeling zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Steek de volledige sneeuwruimborstel (1, Afb. Z) in de snelkoppeling (2) en bevestig.Deze met de knop (3).
- Zet de snelkoppeling omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en de steunpoot (1, Afb. AA) te verwijderen door de knop (2) los te halen.
- Sluit de slangen aan zoals aangegeven in Afb. Z.
Gebruik van de sneeuwruimer met borstel

WAARSCHUWING!
Als de uitrusting worden gebruikt met de aanzuigmond op de machine gemonteerd, moet de aanzuigmond omhoog worden gezet zoals aangegeven in de punten 8 en 9 in het deel Gebruik van de borstels links/rechts.
- Start de dieselmotor zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Zet de gashendel (2, Afb. B) maar voren totdat op het display (34, Afb. C) 1.300 omw/min worden aangegeven.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Laat de sneeuwruimborstel zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Wanner de gewenste hoogte is bereikt, stopt u de sneeuwruimborstel door de schakelaar (17, Afb. B) in de tussenstand te zetten. U kunt de hoogte van de grond van de sneeuwruimborstel aanpassen door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten; druk daarna op het onderste deel van de schakelaar (22, Afb. C) en stel de hoogte van de sneeuwruimborstel af met de regelaar (14).
- Kantel de stang door de manipulator (19, Afb. B) waar links of rechts te zetten.
- U kurz de draaisnelheid van de sneeuwruimborstel afstellen met de regelaar (13, Afb. C).
- Start de machine door de keuzehendel voor de rijrichting (11, Afb. B) waar voren te zetten en het gaspedaal (5) in te drukken.
SNEEUWRUIMUITRUSTING MET BLAD
Installatie van het sneeuuwblad
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Laat de selnkoppeling zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet het volledige sneeuwblad (1, Afb. AB) op de snelkoppeling (2) door deze met de knop te bevestigen (3).
- Zet de selnkoppeling omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en de steunpoot (4, Afb. AB) omhoog te zetten en de splitpen (5) terug te plaatsen.
- Sluit de slangen van de cilinder aan zoals aangegeven in Afb. AB.
Gebruik van de sneeuwruimuitrusting met blad

WAARSCHUWING!
Als de uitrusting worden gebruikt met de aanzuigmond op de machine gemonteerd,要去 de aanzuigmond omhoog worden gezet zoals aangegeven in de punten 8 en 9 in het deel Gebruik van de borstels links/rechts.
- Start de dieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Activeer het hydraulisch systeme door op de schakelaar (31, Afb. C) te drukken.
- Laat het blad zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten.
- Wanner de gewenste hoogte is bereikt, stopt u het sneeuwruimblad door de schakelaar (17, Afb. B) in de tussenstand te zieten. U kunt de hoogte van de grond van het sneeuwruimblad aanpassen door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zieten; druk daarna op het onderste deel van de schakelaar (22, Afb. C) en stel de hoogte van het sneeuwruimblad af met de regelaar (14).
- Kantel de stang door de manipulator (19, Afb. B) waar links of rechts te zetten.
- Start de machine door de keuzehendel voor de rijrichting (11, Afb. B) waar voren te zetten en het gaspedaal (5) in te drukken.
STANG STRAATVEEGUITRUSTING
Installatie van de stang voor de straatveegui Trusting
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Laat de snelkoppeling zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Steek de slang van de straatveeguiustrusting (1, Afb. AC) in de snelkoppeling (2) en bevestig.Deze met de knop (3).
- Breng de selnkoppeling omhoog door het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) in te drukken en de drie steunpoten (4, Afb. AC) weg te halen.
- Voer de hydraulische en elektrische aansluitingen uit zoals aangegeven in Afb. AC.
Installatie van de watercontainer voor de straatveegui Trusting
- Raadpleeg voor installmentie van de watercontainer voor de straatveegui Trusting het deel Installatie van de afvalcontainer.
- Voer de hydraulische en elektrische aansluitingen uit zoals aangegeven in Afb. AD.
- Vul de watercontainer voor de straatveegui Trusting door de vulslang (C, Afb. AD) op een waterreservoir aan te sluiten. Wanner de watercontainer voor de straatveeguiusting vol is en het contropeil wordt geschreden, dan komt het water uit de aftapslang. Koppel dan de vulslang los van het waterreservoir.

WAARSCHUWING!
Wanner de watercontainer voor de straatveegui Trusting vol is, kan de container Niet omhoog worden gezet.

OPMERKING
De watercontainer voor de straatveegui Trusting is voorzien van een identificatieplaatje (2, Afb. AD).
Wanner u de watercontainer voor de straatveegui Trusting wilt legen, moet u de klep (1, Afb. AD) openen.
Gebruik van de stang voor de staatveeguitrusting

WAARSCHUWING!
Als de uitrusting worden gebruikt met de aanzuigmond op de machine gemonteerd,要去 de aanzuigmond omhoog worden gezet zoals aangegeven in de punten 8 en 9 in het deel Gebruik van de borstels links/rechts.
- Start de dieselmotor Zoals in het hoofdstuk Starten van de dieselmotor.
- Zet de gashendel (2, Afb. B) maar voren totdat op het display (34, Afb. C) 1.300 omw/min worden aangegeven.
- Schakel het hydraulisch system in door op het onderste deel van de schakelaar (31, Afb. C) te drukken en deze in de eerste stand te zetten.
- Laat de stang voor de straatveeguitrusting zakken door op het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en deze in de tweede stand te zetten. Wanner de gewenste hoogte is bereikt,zet u de schakelaar weein de middelste stand.
- Zet de stang voor de straatveegui Trusting omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken en\ deze in de tweede stand te zetten. Wanner de gewenste hoogte is bereikt, zeit u de schakelaar weer in de middelste stand.
- De hoogte kan ook worden afgesteld met de regelaar (14, Afb. C); druk het onderste deel van de schakelaar (17, Afb. B) in de tweede stand en druk op het onderste deel van de schakelaar (22, Afb. C).
- Schakel de waterstraal in door op het onderste deel van de schakelaar (29, Afb. C) te drukken.
- Schakel de waterpomp in door het bovenste deel van de schakelaar (28, Afb. C) in te drukken.
- Activeer de stang van de straatveegui Trusting door op het onderste deel van de schakelaar (28, Afb. C) te drukken.
- Stel de druk van de waterstraal af met de regelaar (13, Afb. C).
- Gebruik eventueel de spuitmonden aan de zijkant (buitenkant) (5, Afb. AC) door deze in de horizontale stand te zetten en de manipulator (19, Afb. B) maar voren of�uchteren te zetten.

OPMERKING
De spuitmonden aan de zijkant gezven alleen een straal in de horizontale stand.
- Kantel de stang door de manipulator (19, Afb. B) waar links of rechts te zetten.
- Waar nodig kut u ook de spuitmonden aan de zijkant (binnenkant) (6, Afb. AC) inschakelen door op het onderste deel (spuitmond links) of het bovenste deel (spuitmond rechts) van de schakelaar (15, Afb. C) te drukken.
- Als er meer druk要去 worden uitgeoefend op de bovengenoemde spuitmonden, schakelt u de stang voor de straatveeguitrusting uit door de schakelaar (28, Afb. C) in de tussenstand te zetten.
- Waar nodig kut u de spuitmond van het reinigingsystemeem onder hoge druk gebruik die zich in de cabine bevindt.
De machine kan (op verzoek) worden uitergerust met een cameraset waarmee het achechterste deel van de machine en het gebied onder de cabine in de gaten kan worden gehonden.
De cameraset bestaat uit een voorste camera (3, Afb. Bl), een achterste camera (5) en een monitor (1) in de cabine.
U kunt de gewenste beelden weergeven door de monitor (1, Afb. Bl) in te schakelen met de knop ON/OFF (2) en de Kanteling met de knuppen (3) af te stellen.
Raadpleeg de handleiding van de monitor die bij de uitrusting van de machine hoort voor informatie over andere functies.
ONDERHOUD
De levensduur van de machine en de optimale veilige werkung ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte onderhoudsschema. De aangegeven intervallen zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud.

LET OP!
De onderhoudswerkzaamheden要去en uitgevoerd op een uitgeschakelde machine (contactsleutel verwijderd) en met de ontkoppelingssschakelaar voor de accu (37, Afb. F) in de stand OFF (zie Afb. AF). Leesijken eerst aandachtig de instructies in het hoofdstuk Veiligheid door, voordat u de onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

LET OP!
Onderhoudsprocedures waar bij de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting omhoog moet worden gezet,要去en worden uitgevoerd met de blokkeerstang (1, Afb. AG) in de uitsparing (2). U(Int 2. Kunt de blokkeerstang uit de betreffende houder (3, Afb. AG) verwijderen door deze maar de cabine (4) te verplaatsen.

WAARSCHUWING!
Voer geen onderhoudswerkzaamheden uit verwijl de hefinrichting van de machine is geactiveerd (bladveren aan het einde van de slag).

OPMERKING
Bij onderhoudswerkzaamheden要去 algid originele verrangingsonderdelen worden gebruikt.
Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum.
In deze handleiding staan na het onderhoudsschema alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudsprocedures.
De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die Niet in het vastgelegde onderhoudsschema staan, vindt u in de servicehandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt.
ONDERHOUDSSCHEMA
| Onderhoud | Langere perioden | Elk gebruik | Elke 40 eur | Elke 100 eur | Elke 150 eur | Elke 200 eur | Elke 400 eur | Elke 600 eur | Elke 800 eur | Elke 1.600 eur | Elke 1.800 eur |
| Controle oliepeil van dieselmotor | |||||||||||
| Controle remoliepeil | |||||||||||
| Controle oliepeil hydraulische systeme | |||||||||||
| Controle koelvloeistofpeil dieselmotor | |||||||||||
| Reiniging luchtfilter dieselmotor | |||||||||||
| Vervangting luchtfilter dieselmotor | |||||||||||
| Controle en reiniging gecombineerde radiateur | |||||||||||
| Controle bougies | (6) | (6) | (6) | (6) | (6) | (6) | |||||
| Vervangting bougies | (2) | ||||||||||
| Vervangting brandstofffilter dieselmotor | |||||||||||
| Vervangting ketting dynamo | (6) | ||||||||||
| Vervangting distributieketting | (2) | ||||||||||
| Verversing koelvloeistof dieselmotor | |||||||||||
| Reinigung filter brandstofpomp | |||||||||||
| Vervangting filter brandstoffpomp | |||||||||||
| Verversing olie dieselmotor | |||||||||||
| Vervangting oliefilter dieselmotor | |||||||||||
| Vervangting ventilatorriem | (6) | ||||||||||
| Controle afdekking slang | |||||||||||
| Verversing olie remmen | (4) (6) | ||||||||||
| Vervangting oliefilter pomp aandrijvingsysteme | |||||||||||
| Vervangting oliefilters hydraulisch systeme | |||||||||||
| Verversing olie hydraulische systeme | |||||||||||
| Onderhoud | Langere perioden | Elk gebruik | Elke 40 uu | Elke 100 uu | Elke 150 uu | Elke 200 uu | Elke 400 uu | Elke 600 uu | Elke 800 uu | Elke 1.600 uu | Elke 1.800 uu |
| Smering bladveerassen | |||||||||||
| Smering spill geleed frame | |||||||||||
| Smering bolvormige koppeling krik | |||||||||||
| Vervangning ketting compressor klimaatregelaar | (6) | (6) | |||||||||
| Vervangning luchtfilter stuurcabine | |||||||||||
| Controle druk koelgas | (9) | (6) | |||||||||
| Vervangning koelgas | (3) (9) | ||||||||||
| Vervangning gascilinder koelgas | (3) (9) | ||||||||||
| Controle verlichtingssystem | |||||||||||
| Reiniging herwinningssystem | |||||||||||
| Controle bandenspanning | |||||||||||
| Reiniging waterfilters | |||||||||||
| Vervangning waterfilter tanks | |||||||||||
| Vervangning waterfilter pompen | |||||||||||
| Reiniging spuitmonden | |||||||||||
| Controle oliepeil pompstofbestrijdingsystem | |||||||||||
| Verversing olie pompstofbestrijdingsystem | (6) | (6) | |||||||||
| Vervangning pakkingen, koppelingen, kleppen | (1)(6) | ||||||||||
| Vervangning riem waterpomp | (6) | (6) | |||||||||
| Vervangning borstels | |||||||||||
| Vervangning pakkingen onderste flapaanzuigmond | |||||||||||
| Vervangning pakkingen bovenste flapaanzuigmond | |||||||||||
| Vervangning pakkingen aan zijkanteanzuigmond | |||||||||||
| Vervangning pakkingen flap | |||||||||||
| Vervangning pakkingen aan zijkante | |||||||||||
| Vervangning pakkingen weiterklep | |||||||||||
| Vervangning pakkingen verbindingslang | |||||||||||
| Reiniging optionele uitrusting | |||||||||||
| Controle verbindungsstkuten slangenoptionele uitrusting | |||||||||||
| Smering bewegende delen optioneleuitrusting | (8) | ||||||||||
| Bijwerking beschadigde lak optioneleuitrusting | (8) | ||||||||||
| Controle toestand leidingen en schroevenbauten optionele uitrusting | (8) | ||||||||||
| Controle accuvloeistof | |||||||||||
| Controle accuklemenmen |
(1) Elke 1.000 uur
(2) Onderhoudswerkzaamheden die bij de servicecentra van IVECO要去en worden uitgevoerd
(3) Elke 2aar
(4) Elke 2.500 uur
(5) Elke 10.000 uur
(6) Zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandelieiding bij de servicecentra van Nilfisk.
(7) Na de eerste 200研究员
(8) Elk jaan
(9) Wend u tot gespecialiseerd personeel
GEWONE ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN DE AFVALCONTAINER REINIGEN

LET OP!
Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).
Wanner de afvalcontainer is geleegd, moet u de machine op eenplaats aangewezen voor reiniging/spoelen zetten en het volgende doeen:
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet de afvalcontainer omhoog en open deze volgens de aanwijzingen in het betreffende.Deel.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).
- Reinig de afvalcontainer met een hogedrukspuit. Wanneer u het reinigingssystemeonder hoge druk van de machine gebruikt, moet u de aanwijzingen in het betreffende deel volgen.
- Koppel de slang (C, Afb. P) los uit de aansluiting (C, Afb. P) en controller of er water uit de slang loopt. Wanner de slang is verstopt, moet u deze reinigen.
- Richt een waterstraal in de aansluiting (C, Afb. P) en controller of er water uit de aanzuigmond komt.
- Wanneer de leiding is verstopt, moet u deleze reinigen.
CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN HET HYDRAULISCHE SYSTEEM
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- De meter (3, Afb. F)要去 aangeven dat de olietank van het hydraulisch systeem vol is.
- Als dat nicht het geval is, verwijdert u de dop (14, Afb. F) en vult u bij. Zie voor de bruikbare soorten olie het hoofdstuk Technische eigenschappen.

OPMERKING
Vul bij metdezelfde olie als in de tank.
CONTROLE VAN DE REINIGING VAN DE KOELRIBBEN VAN DE GECOMBINEERDE RADIATEUR

LET OPI!
Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).
- Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de handrem (3, Afb. B) aan.
- Zet de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog zoals worden aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).
- Reinig de ribben van de gecombineerde radiateur (15, Afb. F) met een straal perslucht (maximaal 6 Bar). Richt waar nodig de straal perslucht in de tegenovergestelde richting van de koelluchtcirculatie.
- Controller of de betreffende ventilator vrij kan draaien als u werkt vanaf de binnenkant van de radiateur (15, Afb. F).
- Voer de punten 3 tot en met 6 in de omgekeerde volgorde UIT.
CONTROLE VAN HET VLOEISTOFPEIL VAN DE ACCU

LET OP!
Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het controlleren of reinigen van de accu.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog zoals worden aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).
- Controller het peil van de elektrolyt in de accu (18, Afb. E) en vul indien nodig bij met gedistilleerd water.
- Reinig indien nodig de accu.
- Controller of de aansluitingen op de polen van de accu goed vastgedraaid en nicht verroest zich.
- Verwijder de blokkerstang (1, Afb. AG) en LAST de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting zakken zoals aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
CONTROLE VAN HET REMOLIEPEIL
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Controller of het oliepeil in de tank (18, Afb. B) tussen de markeringen DANGER en MAX staat. Vul waar nodig bij met bezelfde olie als in het circuit.
- Meestal gebruike olie: DOT4.
- Hoeveelheid olie: 0,7 liter.
CONTROLE VAN DE WERKING VAN HET GELUIDSSIGNAAL VAN DE AchterUIT
- Controller of het geluidssignaal aangaat als de machine in z'n weiteruit worden gezet.
CONTROLE VAN DE BANDENSPANNING
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
-
De bandenspanning要去als volgt+zijn:
-
Voorbanden: 5,0 Bar
- Achterbanden: 5,0 Bar

LET OP!
Respecteer de waarden voor de bandenspanning op de betreffende stickers.
De waarden op de banden verwijzenaar standarddbelastingen en -snelheden, maar komen Niet overeen met de bedrijsomstandigheden van de machine.
CONTROLE VAN HET OILIEPEIL VAN DE DIESELMOTOR
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Laat de motor afkoelen.
- Open de watertank linksvoor (5, Afb. F) door de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Verwijder de oliepeilstok (1, Afb. AL) en controllerer of de olie in de tank bij de marketing MAX of in elk gevalussen de markeringen MIN en MAX staat.
- Als dat nicht het geval is, verwijdert u de dop (21, Afb. F) en vult u bij. Zie het hoofdstuk Technische eigenschappen.
CONTROLE VAN HET KOELVLOEISTOFPEIL VAN DE DIESELMOTOR
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Controller of het peil van de koelvloeistof in het expansievat (22, Afb. F) tussen de markeringen voor MIN en MAX staat.
- Vul waar nodig bij met vloeistof van hetzelfde type of gelijkwaardig. Zie het hoofdstuk Technische eigenschappen.
SMERING VAN DE BEWEGENDE ONDERDELEN
Smeer de bewegende onderdelen met behulp van de juiste smeerinrichtingen voorzien van de betreffende stickers.
De gemiddelde hoeveelheid te injectoren vet要去en:
4-5 pompjes bij gebruik van een handbediende pomp.
Injectie van 15 - 20 seconden, bij gebruik van een luchtpomp.
De smeerpunten zijn:
- Bladveren rechtsvoor en linksvoor (1, Afb. AP)
- Bladveren rechtsachter en linksachter (2, Afb. AP)
Scharnier machine (3 en 4, Afb. AP)
Kop stuurcilinder (5, Afb. AP)
Kop trekstang snelkoppeling (6, Afb. AP)
CONTROLE VAN HET OLIEPEIL IN DE POMP VAN HET STOFBESTRIJDINGSSYSTEEM
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Open de watertank linksvoor (5, Afb. F) door de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Gebruik de peilmeter (1, Afb. AQ) om te controleren of de olie in de pomp van het stofbestrijdingssystem (2) bijna bij het maximumpeil staat.
- Als dat nicht het geval is, verwijdert u de dop (3, Afb. AQ) en vult u bij. Zie het hoofdstuk Technische eigenschappen.
CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN DE POMP VAN HET STRAATVEEGSYSTEEM
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Open de awhile klep van de watercontainer voor de straatveegui Trusting met een inbussleutel d.8.
- Gebruik de peilmeter (1, Afb. AR) om te controleren of de olie in de pomp (2) bijna bij het maximumpeil staat.
- Als dat nicht het geval is, verwijdert u de dop (3, Afb. AR) en vult u bij. Zie het hoofdstuk Technische eigenschappen.
REINIGING/VERVANGING VAN DE SPUITMOND VAN DE HANDMATIGE AANZUIGSLANG
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Draai de slang (1, Afb. AS) los uit het verbindingsstuk (2).
- Draai het verbindingsstuk (2, Afb. AS) los UIT de hendel (3).
- Draai de spuitmond (4, Afb. AS) los uit het verbindingsstuk (2).
- Reinig met perslucht of cervang de spuitmond (4, Afb. AS).
REINIGING/VERVANGING VAN DE SPUITMONDEN VAN DE BORSTELS
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Zet de borstels links/rechts omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken.
- Draai de bevestigingsring (1, Afb. AT) los.
- Reinig de spuitmond (2, Afb. AT) en de filter (3) met perslucht en verwijder daarna eventuele kalkaanslag of verrang waar nodig de filter (3) en/of de spuitmond (2).
- Plaats de filter (3, Afb. AT) en de spuitmond (2) terug en bevestig ze met de bevestigingsring (1).
- Voer de procedure voor beiden borstels UIT.
REINIGING/VERVANGING VAN DE SPUITMONDEN VAN DE AANZUIGMOND
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Laat de zuigmond zakken door op het onderste deel van de schakelaar (29, Afb. C) te drukken.
- Haal het verbindingsstuk (1, Afb. AU) met de slang uit de uitsparing op de aanzuigmond (2).
- Draai de spuitmond (3, Afb. AU) los uit het verbindingsstuk (1).
- Reinig met perslucht of cervang de spuitmond (3, Afb. AU).
BUITENGWONE ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN
VERVERSING VAN DE OLIE EN VERVANGING VAN DE FILTERS VAN HET HYDRAULISCH SYSTEEM

LET OP!
De olie van het hydraulisch system is zeer bijtend, draag waar altijd rubberen handschoenen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog zoals worden aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).
- Open de watertank rechtsvoor (2, Afb. E) door de bovenste en onderste steunen (17 en 16, Afb. E) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Plaats een geschikte opvangbak om olie op te vangen aan de rechterkant van de machine onder de aftapdop (19, Afb. E) van de olietank van het hydraulisch system.
- Draai de aftapdop (19, Afb. E) los en verwijder.Deze. Laat alle olie uit het hydraulisch systeml lopen.
- Wanner alle olie uit het reservoir is gedruppeld, draait u de dop (19, Afb. E) wee vast.
- Verwijder de dop van de olietank (14, Afb. F).
- Verwijder de afdekking van de afzuigfilter van de motor (18, Afb. F).
- Verwijder de houdereenheid (1, Afb. AH).
- Verwijder de dop van de filter (2, Afb. AH)uit de houder (3) en verrang deze.
- Voer de punten 9 tot en met 11 in de omgekeerde volgorde UIT.
- Verwijder de afdekking van de afzuigfilter van de motor (19, Afb. F).
- Verwijder de houdereenheid (1, Afb. Al).
- Haal de veer (2, Afb. Al) los uit de houdereenheid (3).
- Verwijder de houder (4, Afb. Al)uit de bak (5) en verrang deze.
- Voer de punten 13 tot en met 16 in de omgekeerde volgorde UIT.
- Vul de olietank van het hydraulisch system (4, Afb, F) via de vuldop (14). Zie voor de bruikbare soorten olie het hoofdstuk Technische eigenschappen.

LET OP!
De verwijderde olie en filters moeten worden bezorgd bij speciale inzamelingsbedrijven die voldoen aan de geldende milieuuwetgeving.
VERVANGING VAN DE FLAPS VAN DE AANZUIGMOND
Wanner de flaps zich gescheurd of versleten, moet u ze als volgt verrangen:
1. Start de dieselmotor Zoals werden beschreiben in de specifieke paragraaf.
2. Zet de aanzuigmond omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (29, Afb. C) te drukken.
3. Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
4. Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
5. Verwijder de 4 schroeven (2, Afb. AM) en de afdichtrubber (3). Vervang de pakking (1, Afb. AM) enplaats de onderdelen daarna terug.
6. Verwijder de 2 schroeven (4, Afb. AM) en de afdichtrubber (5). Vervang de pakking (6, Afb. AM) enplaats de onderdelen daarna terug.
7. Verwijder de 4 schroeven (7, Afb. AM) en de afdichtrubber (8). Vervang de pakking (9, Afb. AM) enplaats de onderdelen daarna terug.
8. Verwijder de 2 moeren (10, Afb. AM) en houd waar bij de 2 schroeven (11) in de aanzuigmond vast. Verwijder de afdichtrubber (12, Afb. AM), verwang de pakking (13) enplaats daarna de onderdelen terug.
9. Verwijder de 4 moeren (14, Afb. AM) en de afdichtrubber (15). Vervang de pakking (16, Afb. AM) enplaats de onderdelen daarna terug.
VERVANGING VAN DE BORSTELS
Wanner de borstels zijn versleten,要去 u ze als volgt verrangen:
- Start de dieselmotor Zoals werden beschreiben in de specifieke paragraaf.
- Zet de borstels omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Verwijder de schroef (1, Afb. AN) om de borsteelenheid los te halen van de motoras (2). Verwijder om de borstel (5, Afb. AN) los te halen de 3 moeren (3) maar houd waar bij de 3 schroeven (4) vast.
- Vervang de borstel (5, Afb. AN).
- Voer de procedure van punt 5 in omgeekerde volgorde UIT.
VERVANGING VAN DE PAKKING VAN DE VERBINDINGSSLANG
Wanner de pakking van de aanzuigslang gescheurd is, moet u deze als volgtervangen:
- Start de dieselmotor Zoals werden beschreiben in de specifieke paragraaf.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Zet de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog zoals worden aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).
- Verwijder de pakking (1, Afb. AO).
- Reinig de volledige rand van de slang (2, Afb. AO) en breng een laag lijm (siliconen) aan.
- Breng de neue pakking aan en zorg dat de lijm op beiden uiteinden vasthecht.
- Verwijder de blokkerstang (1, Afb. AG) en LAST de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting zakken zoals aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
VERVERSING VAN DE OLIE VAN DE DIESELMOTOR
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Plaats een geschikte opvangbak voor olie onder de dieselmotor (20, Afb. F) bij de aftapdop (1, Afb. AZ) van het oliecarter onder in de motor.
- Draai de aftapdop (1, Afb. AZ) los met een inbussleutel d.10 en LAST alle olie uH het smeersystemeam van de dieselmotor naar buiten lopen.
- Wanner alle olie uit het reservoir is gedruppeld, draait u de dop (1, Afb. AZ) wee vast.
- Voeg olie toe aan de dieselmotor (20, Afb. F) via de vuldop (21, Afb. C).

OPMERKING
Gebruik hetzelfde type olie als in de motor. Zie het hoofdstuk Technische eigenschappen in het deel Gegevens dieselmotor.

LET OPI!
De verwijderde olie en filters要去en worden bezorgd bij speciale inzamelingsbedrijven die voldoen aan de geldende milieuuwetgeving.
VERVANGING VAN DE OLIEFILTER VAN DE DIESELMOTOR
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Open de watertank linksvoor (5, Afb. F) door de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Plaats een geschikte opvangbak voor olie in het werkgebied voor hetplaatsen van het olieffilter (46, Afb. F).
- Draai (met de hand of een speciale sleutel) de oliefilter (46, Afb. F) los en verrang deze.
- Monteer de neue filter aan de hand van de instructies bij het originele verrangingsonderdeel.

OPMERKING
Gebruik alkijd originele verrangingsonderdelen.

LET OP!
De verwijderde olie en filters要去en worden bezorgd bij speciale inzamelingsbedrijven die voldoen aan de geldende milieuuwetgeving.
- Sluit de watertank linksvoor (5, Afb. F) en vergrendel de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F).
DE LUCHTFILTER VAN DE DIESELMOTOR VERVANGEN

LET OP!
Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Open de watertank rechtsvoor (2, Afb. E) door de bovenste en onderste steunen (17 en 16, Afb. E) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Zet de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog zoals worden aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).
- Verwijder de afdekking van de luchtfilter van de motor (1, Afb. BA) door de steunen (2) los te halen.
- Verwijder de houder van de luchtfilter (3, Afb. BA).
- Verwijder de veiligheidshouser van de luchtfilter (4, Afb. BA).
- Reinig (of verwang waar nodig) en monteer de houders.
- Voer de punten 2 tot en met 8 in de omgekeerde volgorde UIT.
VERVERSING VAN DE KOELVLOEISTOF VAN DE DIESELMOTOR
- Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de handrem (3, Afb. B) aan.
- Zet de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveegui Trusting omhoog zoals worden aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Plaats de blokkeerstang (1, Afb. AG).

LET OP!
Het koelcircuit staat onder druk; voer geen controles uit voordat de motor is afgekoeld en open ook in dat geval voorzichtig de dop van het expansievat (22, Afb. F).

WAARSCHUWING!
De verwijderde koelvloeistof要去 een special verwerkingsbedrijf worden gebracht in overeenstemming met de geldende milieuuwetgeving.
- Plaats een geschikte opvangbank voor koelvloeistof onder de machine bij de aftapslang (22, Afb. E).
- Verwijder de koelvloeistof uit de radiateur (15, Afb. F) door de aftapslang (22, Afb. E) los te koppelen.
- Na de LASTe druppels sluit u de aftapslang (22, Afb. E) aan op het T-verbindingsstuk.
- Vul het koelsystem met de voorgeschreven vloeistof.
-
Bestanddelen van de koelvloeistof:
-
50% antivries AGIP (zie het hoofdstuk Technische eigenschappen onder Gegevens dieselmotor)
-
50% water
-
Vul het peil van de koelvloeistof in het expansievat (22, Afb. F) bij tot hetCUSden de markeringen voor MIN en MAX staat.
- Draai na het vullen de dop van het expansievat weever vast.
- Start de dieselmotor Zoals in het deel Starten en stoppen van de dieselmotor en controllerer het peil van de koelvloeistof.
- Verwijder de blokkeerstang (1, Afb. AG) en LAST de materiaal-/afval-/watercontainer voor de straatveeguitrusting zakken zoals aangegeven in het deel Gebruik van de machine.
DE BRANDSTOFLUCHTFILTER VAN DE DIESELMOTOR VERVANGEN
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Open de watertank linksvoor (5, Afb. F) door de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Draai (met de hand of een speciale sleutel) de brandstofffilter (45, Afb. F) los en verrang deque.
- Monteer de neue filter aan de hand van de instructies bij het originele verrangingsonderdeel.

OPMERKING
Gebruik alkijd originele verrangingsonderdelen.

LET OPI!
De verwijderde filter要去 een special verwerkingsbedrijf worden gebracht in overeenstemming met de geldende milieuwetgeving.
- Sluit de watertank linksvoor (5, Afb. F) en vergrendel de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F).
VERVANGING VAN DE BRANDSTOFLUCHTFILTER VAN DE DIESELMOTOR
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (17, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (14, Afb. B) in.
- Open de watertank linksvoor (5, Afb. F) door de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F) los te halen met een inbussleutel d.8.
- Snijd de twee banden (4, Afb. BB) door en haal de voorfilter (2) los.
- Verwijder de twee slangen (1, Afb. BB)uit de verbindingsstukken van de voorfilter (2) door de twee banden (3) los te halen.
- De verwijderde slangen können brandstof verliezen, zorg dus voor een geschikte opvangbak.
- Voer de punten 5 en 6 in omgeekerde volgorde UIT.

OPMERKING
Gebruik alkijd originele verrangingsonderdelen.

LET OP!
De verwijdderde filter要去 een special verwerkingsbedrijf worden gebracht in overeenstemming met de geldende milieuuwetgeving.
- Sluit de watertank linksvoor (5, Afb. F) en vergrendel de bovenste en onderste steunen (39 en 38, Afb. F).
VERVANGING VAN DE LUCHTFILTER VAN DE CABINE
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde tegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Verwijder de 4 schroeven (2, Afb. BC) en verwijder daarna het carter linksachter (1).
- Verwijder de filter (3, Afb. BC) en verrang deze.
- Voer de punten 3 en 4 in omgekeerde volgorde UIT.
REINIGING/VERVANGING VAN DE HODERS VAN DE WATERFILTERS
- Zet de machine op een stevige, vlakke ondergrond.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Verwijder de aftapdopen (8, Afb. E) en (9, Afb. F) en leeg de watertanks (2 en 3, Afb. E) en (5 en 6, Afb. F).
- Wanner er een straatveegui trusting is gemonteerd, moet u de watercontainer legen zoals aangegeven in het deel Stang straatveegui trusting.
- Draai de afdekking (1, Afb. BD) van de waterfilter los en verwijder deze samen met de filter.
- Haal de afdekking (1, Afb. BD) en de filter (2) los, en was en reinig ze. Indien nodig de filter verrangen.
- Monteer de filter en afdekking.
-
De volgende waterfilters zijn op de machine gemonteerd:
-
Filter tanks stofbestrijdingssystem (47, Afb. F)
- Filter pomp stofbestrijdingsystem (23, Afb. E)
- Filter watercontainer straatveegui Trusting (3, Afb. BD)
- Aftapfilter waterpomp straatveeguitrusting (4, Afb. BD)
REINIGING/VERVANGING VAN DE SPUITMONDEN VAN DE STANG VAN DE STRAATVEEGUITRUSTING

OPMERKING
Voer deze procedure u wanner u merkt dat de spuitmonden gedeeltelijk zich verstopt.
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Doe de motor uit door de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
- Zet de stang van de straatveeguitrusting omhoog door op het bovenste deel van de schakelaar (17, Afb. B) te drukken.
- Draai de spuitmonden (1, Afb. BE) los.
- Reinig met perslucht of cervang de spuitmond (1, Afb. BE).
- Voer de procedureuit voor alle spuitmonden op de stang van de straatveegui trusting.
VERVANGING VAN DE ZEKERINGEN
- Schakel de parkeerrem (3, Afb. B) in.
- Draai de contactsleutel (6, Afb. B) tot het einde gegen de klok in en verwijder de sleutel.
- Zet de ontkoppelingsschakelaar van de accu (37, Afb. F) in de stand OFF. Zie het hoofdstuk Onderhoud.
- Controller de werkung van de zekeringen, aan de hand van het deel Elektrische beschemmingen, om de positie te bepalen van de zekering die要去 worden verrangen. De zekeringen hebben twee locaties (16, Afb. B - 32, Afb. F).
- Verwijder de bescherming van het zekeringenkastje en verrang de betreffende zekering. Raadpleeg voor de waarden van de gezekeringen het deel Elektrische beschermingen.
- Monteer de bescherming van het zekeringenkastje.
- Zet de ontkoppelingssschakelaar van de accu (37, Afb. F) in de stand ON. Zie het hoofdstuk Onderhoud.
- Wanner de storing aanhoudt, neem dan contact op met een bevoegt servicecentrum van Nilfisk.
ONDERHOUD IN DE WINTER
Volg tijdens de wintermaanden zorgvuldig de onderhoudsprocedures die hier worden beschreiben.
Gebruik winterbrandstoffen die in de handel verkrijgbaar zijn.
Zorg dat de brandstoffank alsijd zo vol möglichk blijft.
Procedure voor opslag van machines die bij temperaturen onder 0^ werkken
- Leeg de watertanks.
- Leeg en reinig/ervang het waterfilter.
- Voeg antivries toe aan de watertanks (controller de hoeveelheid per liter op de verpakking van de antivries).
- Start de dieselmotor zoals werk beschreiben in de specifieke paragraaf.
- Laat de antivriesvloeistof onder hoge druk door het watersystem stromen totdat de vloeistof uit de spuitmond komt door de pomp te activeren met de hendel in de cabine (zie de betreffende delen). Stop de pomp wonneer de antivriesvloeistof maar buiten stroomt.
Procedures voor de tweede opslagmaand
- Vervang de motorolie en het bijbehorende filter (zie de betreffende delen).
- Vul de brandstoftank (zie het betreffende.Deel).
- Smeer de machine.
- Laad de accu op.
- Controller de bandenspanning (zie het betreffende.Deel).
Procedures voor de derde opsglaand
- Herhaaldezelfde procedures voor de tweede maand.
- Sluit elke maand een acculader aan en houd de accu 12/24 eer opgeladen.
VEILIGHEIDSFUNCTIES
Op de machine zijn de volgende verilgheidsfuncties voorzien:
GELUIDSSIGNAAL VAN DE ACHTERUIT
De machine is voorzien van een sensor met overeenkomend geluidssignaal om aan te geben dat het voertuig in zichchteruit staat.
BEGRENZINGSSENSOR VOOR STARTEN VAN DE DIESELMOTOR BIJ GEACTIVEERDE RIJHENDEL
De machine is voorzien van een sensor die het starten van de dieselmotor beperkt wonneer de rijhendel Niet in de neutralstand (midden) staat.
BEGRENZINGSSENSOR VOOR STARTEN VAN DE MACHINE WANNEER DE BEDIENER NIET OP DE STOEL ZIT
De machine is voorzien van een sensor in het zitkussen van de stoel die zorgt dat de machine Niet start wanneer de bediener nicht op de stoel zit.

OPMERKING
De machine staat in de neutralstand, maar het hydraulisch systeme blijft in werkinq.
VERWIJDERING
Als de machine worden afgedankt, moet hij maar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht.
Voordat de machine worden afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en gescheiden en cervolgens volgens de geldende milieunormen maar de betreffende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht:
Borstels
Motorolie
- Filter motorolie
Olie hydraulisch system
Oliefilters hydraulisch system
Kunststoff onderdelen
- Elektrische en elektronische onderdelen

OPMERKING
Raadpleeg met name voor het aflanken van elektrische en elektronische onderdelen uwplaatselijkke Nilfisk-kantoor.