SR 1601 P3 - Industriële stofzuiger NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SR 1601 P3 NILFISK in PDF-formaat.

📄 132 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice NILFISK SR 1601 P3 - page 100
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NILFISK

Model : SR 1601 P3

Categorie : Industriële stofzuiger

Download de handleiding voor uw Industriële stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR 1601 P3 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR 1601 P3 van het merk NILFISK.

GEBRUIKSAANWIJZING SR 1601 P3 NILFISK

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING INLEIDING OPMERKING De nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen die worden weergegeven in het hoofdstuk Beschrijving van de machine.

DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING

In deze handleiding staat alle informatie die de bediener nodig heeft om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, de veiligheid, de werking, het stoppen, het onderhoud, de vervangingsonderdelen en het verwijderen van de machine. De bedieners en bevoegde monteurs die met deze machine werken, moeten de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilfisk voor meer uitleg. BETREFFENDE PERSONEN Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine. De bedieners mogen geen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteurs uitgevoerd mogen worden. Nilfisk is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.

OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING

De instructiehandleiding moet in de juiste houder bij de machine worden opgeborgen. Er mogen geen vloeistoffen of andere materialen bij komen zodat de handleiding goed leesbaar blijft. CONFORMITEITSVERKLARING De conformiteitsverklaring die bij de machine wordt geleverd is een verklaring dat de machine voldoet aan de geldende wetgeving. OPMERKING Twee kopieën van de oorspronkelijke verklaring van overeenstemming zijn verstrekt samen met de machinedocumentatie. IDENTIFICATIEGEGEVENS Het serienummer en model van de machine staan op het identificatieplaatje (10) op het chassis. Het productiejaar van de machine wordt in de conformiteitsverklaring aangegeven. Het productiejaar kan ook worden afgeleid uit de eerste twee cijfers van het serienummer van de machine. Het serienummer en het model van de motor staan op het plaatje (31). Deze informatie heeft u nodig voor vervangingsonderdelen voor de machine en de motor. Gebruik de onderstaande ruimte om de identificatiegegevens van de machine en de motor op te schrijven. Model MACHINE ............................................................................... Serienummer MACHINE ................................................................... Model MOTOR .................................................................................. Serienummer MOTOR ....................................................................... ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN

Handleiding van de motor, bij de uitrusting van de machine, vormt een integraal deel van deze handleiding. Daarnaast zijn de volgende handleidingen leverbaar:

  • Catalogus met vervangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine)
  • Werkplaatshandleiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilfisk)

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD

Als er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine nodig zijn, moet u deze door bevoegd personeel of bij de servicecentra van Nilfisk laten uitvoeren. Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt. Als u hulp nodig heeft of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk, zorg dan dat u het model en het serienummer altijd bij de hand heeft.

MODIFICATIES EN VERBETERINGEN

Nilfisk streeft naar een constante perfectie van onze producten en we behouden ons het recht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent niet verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een eerder aangeschafte machine. Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires moeten expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk. BEDRIJFSCAPACITEIT Deze veegmachine is ontwikkeld en gebouwd voor het reinigen/vegen van gladde, solide vloeren en voor het verzamelen van stof en kleine vuildeeltjes in privé- en bedrijfsruimten onder gecontroleerde veilige omstandigheden door een bevoegde bediener. ALGEMENE OPMERKINGEN Alle verwijzingen naar voorwaarts, achterwaarts, vóór, rechts, links of achter in deze handleiding zijn vanuit de bediener in zijn rijpositie op de stoel bekeken (32).

VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING

Controleer de verpakking en de machine op het moment van aflevering nauwkeurig op schade. Als u beschadigingen heeft aangetroffen, bewaart u de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddellijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen. Controleer of de uitrusting van de machine overeenkomt met de volgende lijst:

  • Gebruiksaanwijzing van de veegmachine
  • Handleiding van de motor
  • Catalogus met vervangingsonderdelen van de veegmachine Als u de verpakking hebt verwijderd, verwijder dan de houten blokken bij de wielen. Controleer het peil van de koelvloeistof en de motorolie. Controleer het peil van de hydraulische olie. Volg de instructies in het deel ‘Machine gebruiksklaar maken’ en vul daarna brandstof bij. Plaats een helling bij het voorste deel van de pallet. Lees aandachtig de instructies in de hoofdstukken ‘Opstelling en controle- en bedieningspaneel’ en ‘Gebruik van de machine’ en start de motor. LET OP! Zet de veegmachine met de grootste zorg in werking. Zorg dat u alle instructies voor het gebruik perfect kent voordat u met de machine aan het werk gaat. Neem bij vragen contact op met uw supervisor of met de Nilfisk-dealer bij u in de buurt. Als de veegmachine niet goed werkt, probeer het probleem niet zelf te verhelpen tenzij uw supervisor dit heeft geadviseerd. Neem contact op met een gekwalificeerde monteur van het bedrijf of vraag om assistentie bij de Nilfisk-dealer zodat de juiste maatregelen voor de machine kunnen worden genomen. Wees zeer voorzichtig bij het gebruik van deze machine. Stropdassen, ruime kledingsstukken, lange haren, ringen en armbanden kunnen in de bewegende onderdelen terechtkomen. Voordat u werkzaamheden aan de machine uitvoert, moet u de contactsleutel (64) naar ‘O’ draaien, de sleutel verwijderen, de parkeerrem inschakelen en de accu loskoppelen. Gebruik uw gezonde verstand, houd u aan de veiligheidsvoorschriften en let goed op alle gele stickers op de machine. Laat de machine langzaam rijden op hellende oppervlakken. Als u omlaag rijdt op hellende oppervlakken, houd de rijsnelheid dan onder controle met het rempedaal (35). Stuur niet op hellende oppervlakken; blijf in een rechte lijn rijden, zowel omhoog als omlaag. De maximale hellingsgraad tijdens het transport bij een model met 3 cilinders is 15%.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING VEILIGHEID De volgende symbolen worden gebruikt om mogelijk gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen. De medewerking van de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkel preventieplan ter voorkoming van ongevallen is effectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvloer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de beste garantie tegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan. GEBRUIKTE SYMBOLEN GEVAAR! Dit symbool geeft een gevaar met mogelijk dodelijk afloop voor de bediener aan. LET OP! Dit symbool geeft een mogelijk risico op persoonlijk letsel aan. WAARSCHUWING! Dit symbool geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. Lees de blokken tekst die met dit symbool zijn gemarkeerd zorgvuldig door. OPMERKING Dit symbool geeft een waarschuwing aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. ADVIES Dit geeft aan dat de bedienershandleiding moet worden geraadpleegd voordat er een handeling wordt uitgevoerd. ALGEMENE INSTRUCTIES Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om mogelijke schade aan de machine of letsel bij personen te voorkomen. GEVAAR!

Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit. Adem geen uitlaatgassen in. Gebruik alleen in afgesloten ruimte wanneer er voldoende ventilatie en een tweede persoon aanwezig zijn.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS GEVAAR! – Voordat er reinigings- of onderhoudswerkzaamheden, vervangingen van onderdelen of omzettingen naar andere functies worden uitgevoerd, moet u eerst de contactsleutel (of startsleutel) uit het contactslot verwijderen, de parkeerrem inschakelen en de accu loskoppelen. – Deze machine mag alleen worden gebruikt door personen die op de juiste manier zijn geïnstrueerd. De machine mag niet worden gebruikt door kinderen of mensen met een handicap. – De stuurbewegingen moeten met zeer lage snelheid worden uitgevoerd. Vermijd: plotselinge stuurbewegingen, vooral op hellende wegen; sturen met de afvalcontainer omhoog. – Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond. De machine is minder stabiel op hellende oppervlakken of als de afvalcontainer vol is. Controleer regelmatig de bandenspanning. – Wanneer u in de buurt van elektrische onderdelen werkt, verwijder dan al uw sieraden. – Zorg dat er geen vonken, vlammen of rokende/gloeiende materialen bij de accu’s in de buurt kunnen komen. Bij normaal gebruik van de machine kunnen er explosieve gassen vrij komen. – Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze niet voldoende wordt ondersteund door veiligheidssteunen. – Als u onder de geopende klep van de afvalcontainer moet zijn, controleer dan of de klep niet per ongeluk dicht kan gaan. – Gebruik deze machine niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig zijn. Deze machine is niet geschikt voor het opzuigen van stoffen die gevaarlijk voor de gezondheid kunnen zijn. – Let op: de brandstof is zeer licht ontvlambaar. – Roken en open vuur in ruimten waar diesel wordt bijgevuld of opgeslagen is verboden. – Vul de brandstof altijd buiten of in een goed geventileerde ruimte bij met de motor uitgeschakeld. – Zet de motor uit en laat deze enkele minuten afkoelen voordat u de dop van de brandstoftank losdraait. – De brandstof gaat uitzetten en daarom mag de tank niet verder dan 4 cm onder de rand van de vulmond worden bijgevuld. – Controleer na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoftank goed is afgesloten. – Wanneer er tijdens het tanken brandstof naar buiten loopt, moet u alle brandstof verwijderen en de dampen laten oplossen voordat u de motor start. – Zorg dat er geen brandstof op de huid komt en dat u de dampen niet inademt. Hou buiten bereik van kinderen. – Laat de motor niet kantelen tot een hoek waarbij de brandstof naar buiten kan lopen. – Als de machine wordt vervoerd, mag de brandstoftank niet vol zijn. – Zet geen voorwerpen op de motor. – Schakel de motor uit voordat u er werkzaamheden aan uitvoert. Ontkoppel de minpool van de accu om te voorkomen dat de motor per ongeluk wordt ingeschakeld. – Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding. – Als de machine van loodaccu’s (WET) is voorzien, mag de machine zelf niet meer dan 30° ten opzichte van de vlakke grond worden gekanteld. Anders kan de uiterst corroderende vloeistof uit de accu lopen. Als de machine bij onderhoudswerkzaamheden moet worden gekanteld, moeten eerst de accu’s worden verwijderd. – Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de brandstofslang los en vervang de LPG-tank. Als er gaslekkage is, koppelt u de brandstofslang los en moet u contact opnemen met een servicecentrum van Nilfisk.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING LET OP! – Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door. – Als u in de buurt van of aan het hydraulische systeem werkt, draag dan altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril. – Let op de hete onderdelen als u in de buurt van de motor, de uitlaat, het spruitstuk en de radiateur werkt. – Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine. – Verwijder de contactsleutel om niet-geautoriseerd gebruik van de machine te voorkomen. – Een machine die onbeheerd wordt achtergelaten, moet worden vastgezet om onverwachte bewegingen te voorkomen. – Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan aangegeven op de machine. – Gebruik alleen de borstels die bij de machine worden geleverd of in de gebruiksaanwijzing worden vermeld. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen. – Sluit voordat u de machine gebruikt alle afdekkingen en/of kleppen. – Gebruik de machine niet in bijzonder stoffige ruimten. – Gebruik de machine alleen in voldoende verlichte ruimten. – Als de machine wordt gebruikt in de nabijheid van andere personen, naast de bediener zelf, dan is het noodzakelijk het zwaailicht en de zoemer voor achteruitrijden (optioneel) in te schakelen. – - Was de machine niet met directe waterstralen, een hogedrukspuit of met bijtende materialen. – Gebruik geen perslucht om de machine te reinigen, met uitzondering van de filters (zie het betreffende deel). – Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen, met name kinderen, in het werkgebied van de machine bevinden. – Zet geen flessen vloeistof op de machine. – De opslagtemperatuur van de machine moet tussen 0°C en +40°C liggen. – De temperatuur moet bij gebruik van de machine tussen de 0°C en +40°C liggen. – De vochtigheidsgraad moet tussen 30% en 95% liggen. – Zorg altijd dat de machine niet in de zon, regen of andere weersomstandigheden staat, zowel in werking als bij stilstand. Plaats de machine op een beschermde, droge plaats. deze machine is alleen voor gebruik onder droge omstandigheden; de machine mag dus niet worden gebruikt of opgeslagen onder vochtige omstandigheden. – Gebruik de machine niet als vervoermiddel of voor slepen/duwen. – Laat de borstels niet werken als de machine stilstaat om schade aan de vloer te voorkomen. – Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water. – Stoot niet tegen kasten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen kunnen omvallen. – Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan. – Vermijd plotseling stoppen als de machine omlaag rijdt. Vermijd scherpe bochten. Laat de machine bij het afdalen met een lagere snelheid rijden. – Deze machine is niet geschikt voor gebruik op straat of openbare wegen. – Verwijder om geen enkele reden de beschermingen van de machine. – Houd u strikt aan de aanwijzingen bij gewone onderhoudswerkzaamheden. – Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine. – Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controleer dan of deze niet worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum. – Vraag bij vervanging van onderdelen om ORIGINELE vervangingsonderdelen bij een bevoegd leverancier en/ of bevoegde detailhandelaar. – Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werking van de machine moet het onderhoud dat in het betreffende hoofdstuk in deze handleiding wordt aangegeven voor bevoegd personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd. – Laat de machine als hij wordt afgedankt niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (accu, kunststof, etc.). Deze moeten volgens de voorschriften naar de daarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie het hoofdstuk Verwijdering). – Tijdens de werking van de motor wordt de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen. – Laat de motor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controleer het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontaal staat. – Laat de motor nooit zonder luchtfilter draaien, omdat dit schade kan veroorzaken. – Technische werkzaamheden aan de motor moeten altijd door een bevoegd dealer worden uitgevoerd. Gebruik voor de motor alleen originele vervangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van vervangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschadigen. – Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

VEILIGHEIDSSTEUN VAN DE AFVALCONTAINER

WAARSCHUWING! Voordat er onderhoudswerkzaamheden onder of naast de opgeheven afvalcontainer kunnen worden uitgevoerd, moet u de blokkeerhendel (39) naar achteren trekken zodat de veiligheidssteun van de afvalcontainer (5) in de juiste stand staat. De veiligheidssteun zorgt dat de afvalcontainer (5) in de stand omhoog blijft staan zodat er werkzaamheden onder de container zelf kunnen worden uitgevoerd. Vertrouw nooit alleen op de hydraulische onderdelen van de machine voor het veilig ondersteunen van de afvalcontainer. DE MACHINE MET DE KRIKKEN OMHOOG ZETTEN LET OP! Werk nooit onder de machine zonder dat de veiligheidssteunen of -blokken onder de machine zijn geplaatst. Als u de machine met behulp van krikken omhoog wilt zetten, moet u de krikken op de aangewezen plekken plaatsen (zet de krikken niet onder de afvalcontainer) - zie de hefpunten met behulp van krikken (8).

TRANSPORT VAN DE MACHINE

LET OP! Controleer voordat de machine op een vrachtwagen of afgedekte aanhanger wordt vervoerd of: – Alle toegangsdeuren goed zijn gesloten. – De machine stevig is bevestigd. – De parkeerrem van de machine is ingeschakeld.

DUW-/TREKBEWEGING VAN DE MACHINE

Voor de functies van de machine is de hydraulische pomp (45) uitgerust met een deblokkeerschroef voor het aandrijvingssysteem. Het systeem voorkomt schade aan het hydraulische systeem als de machine over korte afstanden wordt gesleept/geduwd zonder het gebruik van de motor. Voor toegang tot de deblokkeerschroef moet u de klep van de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25) openen en de hydraulische pomp (45) in het voorste deel van de motor (44) lokaliseren. Draai de verzonken zeshoekschroef (A, Afb. 1) een halve slag linksom om de hydrostatische blokkering tussen de motor en pomp los te halen. WAARSCHUWING! De hydraulische pomp kan beschadigd raken als de machine wordt geduwd terwijl de schroef voor de hydraulische pomp in de normale bedrijfsstand (geblokkeerd) staat. OPMERKING Als de schroef in de deblokkeerfunctie blijft staan, kan de hydraulische pomp de beweging van de machine niet bepalen. OPMERKING Duw of sleep de machine stapvoets (3-4,5 km/u) en alleen over korte afstanden. Als de machine over een langere afstand moet worden verplaatst, zet dan de aangedreven wielen omhoog op een geschikte trolley. Als de machine niet meer hoeft te worden geduwd/gesleept, draait u de cilinderkopschroef met binnenzeskant een halve slag rechtsom om de hydraulische functies weer te herstellen.

P100320 Afbeelding 1

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

Klep motorruimte Linkerpaneel voor toegang tot hoofdborstel Accu Klep zijkant links of watertank installatie voor stofbestrijding (optioneel) Veiligheidssteun afvalcontainer Slot klep afvalcontainer Bedrijfsverlichting (optioneel) Hefpunten met krik (het achterste punt bevindt zich onder de radiateur van de motor) Zijborstel rechts Plaatje met serienummer / technische gegevens / conformiteitsmarkering Filterschuddereenheid paneelfilter Filter voor controle stof afvalcontainer

  • Paneelfilter (standaard)
  • Zakfilter (optioneel) Bevestigingshendel voor filterschuddereenheid Filter voor hydraulische olie Zijborstel links (standaard op SR 1601 MAXI)

16. Klep afvalcontainer

18. Toegangspaneel rechts voor demontage/vervanging

19. Reservoir voor hydraulische olie

25. Deblokkeerknop klep motorruimte

26. Verankeringspunten (3)

27. Service-indicator luchtfilter

28. Verstuivers water voor installatie voor stofbestrijding

29. Dop waterreservoir voor installatie voor stofbestrijding

30. Waterfilter (optioneel)

31. Plaatje met model en serienummer van de motor

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)

Bestuurdersstoel Bedieningspaneel (zie volgende deel) Stuur Rempedaal Pedaal parkeerrem (Tegelijkertijd gebruiken met het rempedaal voor de blokkering/deblokkering van de parkeerrem)

37. Pedaal voor rijbeweging vooruit/achteruit

38. Paneel herbruikbare zekeringen (zie het deel De

zekeringen controleren/vervangen/resetten)

39. Blokkeerhendel veiligheidssteun afvalcontainer

  • Trek deze naar achteren om de steun te blokkeren
  • Trek deze naar voren om de steun te deblokkeren

Stelhendel voor bestuurdersstoel Aanzuigrooster motor Sturend aangedreven achterwiel Voorwielen Motor Hydraulische pomp Radiateur motorkoelvloeistof/koeling hydraulische olie Afvalcontainer Zekeringen (zie het deel Controle/vervanging/resetten van de zekeringen)

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

OPSTELLING EN CONTROLE- EN BEDIENINGSPANEEL

51. Hendel motortoerental (stationair/maximaal)

  • (Stand naar voren) motor op bedrijfstoerental
  • (Stand naar achteren) motor op stationair toerental

52. Hendel zijborstels

  • (Stand ‘vooruit’) zijborstel omlaag
  • (Stand ‘achteruit’) zijborstel omhoog

53. Hendel hoofdborstel

  • (Stand ‘vooruit’) hoofdborstel omlaag
  • (Stand ‘achteruit’) hoofdborstel omhoog

54. Hendel afvalcontainer

  • (Stand ‘vooruit’) afvalcontainer omlaag
  • (Stand ‘achteruit’) afvalcontainer omhoog

55. Hendel voor losklep afvalcontainer

  • (Stand ‘vooruit’) losklep open
  • (Stand ‘achteruit’) losklep open

63. Controlelampje voorverwarming bougies

  • In de stand ‘O’ stopt de motor en worden alle functies van de machine uitgeschakeld.
  • Als de sleutel naar ‘I’ wordt gedraaid, worden de diverse functies van de machine ingeschakeld.
  • In de stand ‘II’ start de motor. Als de motor is gestart, moet u de sleutel loslaten; de sleutel gaat dan terug naar de stand ‘I’.

65. Schakelaar voor akoestisch waarschuwingssignaal

66. Schakelaar voor de aanzuigventilator/filterschudder

  • (Laagste stand) activering filterschudder
  • (Hoogste stand) activering aanzuigventilator en stofregeling

67. Schakelaar installatie voor stofbestrijding (optioneel)

68. Startmechanisme voor koude motor (alleen voor LPG3 en

69. Schakelaar bedrijfsverlichting (optioneel)

70. Schakelaar noodverlichting (optioneel)

71. Schakelaar richtingaanwijzers (optioneel)

72. Hendel voor afstelling stuur (optioneel, standaard op SR

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS ACCESSOIRES / OPTIES Naast de onderdelen van de standaarduitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine: Zijborstel links (standaard op SR 1601 MAXI) Hoofd- en zijborstels met hardere of zachtere haren dan de standaardborstel Stoffilter van polyester (water proof) Zakfilter van polyester Sensor verstopt filter Stofneerslagsysteem (standaard op SR 1601 MAXI) Voorverlichting Knipperlampje Antigroevenwielen Verstelbaar stuur (standaard op SR 1601 MAXI) Geveerde stoel Armleuningen stoel Veiligheidsgordel Bescherming zijborstels Beschermkap Buitenspiegels Brandblusser Achterbumpers Pieper achteruitrijden Bescherming afvalcontainer Antislipmat Neem voor meer informatie over de hierboven genoemde optionele accessoires contact op met uw leverancier. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Afmetingen en gewichten SR 1601 D3 SR 1601 LPG3 Breedte van het reinigingsvlak met hoofdborstel 900 mm (35,5 in) Breedte van het reinigingsvlak met een zijborstel

Breedte van het reinigingsvlak met twee zijborstels (standaard op SR 1601 MAXI) SR 1601 P3

Maximale hoogte machine

Maximale hoogte machine met dak (optioneel)

Minimale hoogte van de grond (zonder flaps) 110 mm (4,25 in) Maximale hefhoogte voor afvalcontainer

Afmetingen hoofdborstel (diameter x lengte) 310 x 900 mm (12,2 x 35,5 in) Diameter zijborstel 550 mm (21,5 in) Bandenspanning 6 bar (85 psi) Nuttig vermogen 365 kg (800 lb) Gewicht vooras in beweging 535 kg (1.180 lb) Gewicht achteras in beweging 410 kg (905 lb) Totaalgewicht van de machine, in werking (zonder bediener) 945 kg (2.085 lb) Totale massa

Gewicht machine bij verzending

1.000 kg (2.204,6 lb)

Gegevens oliën Inhoud brandstoftank SR 1601 D3 SR 1601 LPG3 SR 1601 P3 35 l (14 USgal)

Hoeveelheid motorkoelvloeistof (**) 4 l (4,2 qt) (*) Zie voor de overige gegevens/waarden van de motor de betreffende handleiding van de motor. (**) Raadpleeg voor de eigenschappen van de motorolie, de koelvloeistof en de tabel met referentiespecificaties de handleiding van de motor.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING Prestaties SR 1601 D3 Maximale voorwaartse snelheid (alleen voor verplaatsing) SR 1601 LPG3 12 km/h (7,5 mph) Maximale hellingsgraad in gebruik 20% (11°) Maximale hellingshoek 25% (14°) Minimale draaicirkel

Geluidsdruk op het oor van de bestuurder (ISO 11201, ISO 4871) (LpA) 69,5 ±3 dB(A) Geluidsvermogen geproduceerd door de machine (ISO 3744, ISO 4871) (LwA) 69,1 ±3 dB(A) 82 dB(A) 83 dB(A) Trillingsniveau op de arm van de bestuurder (ISO 5349-1) (*) < 2,5 m/s2 Trillingsniveau op het lichaam van de bediener (ISO 2631-1) (*) < 0,5 m/s2 Inhoud afvalcontainer Theoretisch: 315 l (11,25 cu·ft) Werkelijk: 226 l (8,00 cu·ft) Maximale belasting afvalcontainer 363 kg (800 lb) Inhoud reservoir stofneerslagsysteem (standaard op SR 1601 MAXI)

SR 1601 P3 45 l (11,9 USgal) Bij normale werkomstandigheden op een vlakke ondergrond van asfalt. ELEKTRISCH SCHEMA Legende ALT BAT BE1 BZ1 ES1 ES2 ES3 EV1 EV2 EV3

MST PLG SE1 Dynamo Accu motor Zwaailicht (optioneel) Pieper achteruitrijden (optioneel) Relais aanzuiging Relais filterschudder Veiligheidsrelais LPG (alleen uitvoering LPG3) Magneetklep brandstof (alleen uitvoeringen D3 en P3) Magneetklep LPG (alleen uitvoering LPG3) Magneetklep beveiliging LPG (alleen uitvoering LPG3) Herbruikbare zekering aanzuiging (30 A) Herbruikbare zekering filterschudder (16 A) Herbruikbare zekering waterpomp (10 A) (waar aanwezig) Herbruikbare zekering circuit contactsleutel (30 A) Herbruikbare zekering hulpfuncties motor (16 A) Zekering bedrijfslampen (10 A) (optioneel) Herbruikbare zekering ventilator cabine (optioneel) Zekering bougies (50 A) (alleen uitvoering D3) Zekeringhouder en zekering dynamo (50 A) Zekering verlichting onder motorkap (1 A) (optioneel) Akoestisch waarschuwingssignaal Regeleenheid ontsteking (alleen uitvoering LPG3 en P3) Blok contactsleutel Bedrijfsverlichting voor (optioneel) Bedrijfsverlichting voor (optioneel) Bedrijfsverlichting bestuurderszijde (optioneel) Bedrijfsverlichting achter (optioneel) Verlichting onder motorkap (optioneel) Aanzuigermotor Motor filterschudder Motor waterpomp (waar aanwezig) Ventilator cabine (optioneel) Startmotor Brandstofpomp (alleen uitvoering P3) Bougies (alleen uitvoering D3) Weerstand controlelampje bougies (alleen uitvoering D3) Sensor oliedruk

33019216(2)2009-05 A SE2 Sensor watertemperatuur SE3 Sensor filter afvalcontainer verstopt (optioneel) SE5 Vlotter brandstoftank (alleen uitvoering D3 en P3) SE6 Temperatuursensor afvalcontainer (optioneel) SE7 Motortoerentalsensor (alleen uitvoering LPG3 en P3) SE8 Sensor reserve (alleen uitvoering LPG3) SPK Bobine bougies (alleen uitvoering LPG3 en P3) STR Multifunctioneel instrument SW1 Schakelaar aanzuiging/filterschudder SW2 Schakelaar voor akoestisch waarschuwingssignaal SW3 Microschakelaar stoel SW4 Proximity achteruitversnelling (optioneel) SW5 Schakelaar ventilator cabine (optioneel) SW6 Schakelaar waterpomp (waar aanwezig) SW7 Schakelaar bedrijfsverlichting (optioneel) SW13 Schakelaar bedrijfsverlichting bestuurderszijde (optioneel) SW14 Schakelaar bedrijfsverlichting achter (optioneel) SW15 Schakelaar verlichting onder motorkap (optioneel)

Timer beveiliging LPG (alleen uitvoering LPG3)

Timer bougies (alleen uitvoering D3) Kleurcodering

Zwart Blauw Bruin Groen Grijs Oranje Roze Rood Paars Wit Geel

SR 1601 D3 / LPG3 / P3

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING

Olietank Oliefilter Pomp voor aandrijvingssysteem Bedieningspomp Motor aandrijfsysteem Stuurbekrachtiging Cilinder stuurinrichting Voorkeurklep Verdeler 3 hendels Cilinder afvalcontainer Cilinder flap Motor hoofdborstel

Cilinder hoofdborstel Verdeler 1 hendel Motor zijborstel rechts Cilinder zijborstel rechts Enkelvoudige blokkeerklep Terugslagklep Dubbele blokkeerklep Spruitstuk Motor zijborstel links (optioneel) Cilinder zijborstel links (optioneel) Radiateur

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING

MACHINE GEBRUIKSKLAAR MAKEN

LET OP! Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden: – GEVAAR – LET OP – WAARSCHUWING – ADVIES Bij het lezen van deze handleiding moet de bediener de betekenis van de symbolen op deze plaatjes goed kennen. Dek de plaatjes niet af en vervang ze onmiddellijk als ze beschadigd zijn.

Controleer de machine op schade of lekkage van olie of koelvloeistof. Controleer het peil van de motorkoelvloeistof (23) (zie het specifieke hoofdstuk). Controleer het motoroliepeil (44) (zie het specifieke hoofdstuk). Controleer het peil van de hydraulische olie (19) (zie het specifieke hoofdstuk). Controleer de brandstofindicator (57); draai waar nodig de dop (21) los en vul bij. Controleer of de bandenspanning van alle drie banden 6 bar (85 psi) is. Controleer de service-indicator van het luchtfilter (zie het specifieke hoofdstuk). Op de bestuurdersstoel:

Zorg dat u alle bedieningen en de bijbehorende functies kent. Stel de stoel zodanig af met de hendel (40) dat alle bedieningen binnen handbereik liggen. Steek de contactsleutel (64) in het contact en draai deze naar stand ‘I’:

  • Controleer of het geluidssignaal (65), de urenteller (56) en de lampen (69, optioneel) goed werken.
  • Draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Controleer de parkeerrem (35 - 36). De rem moet stevig in de ingeschakelde stand blijven staan, zonder dat hij gemakkelijk kan worden uitgeschakeld (meld defecten altijd meteen bij het servicepersoneel). Programmeer het reinigen van tevoren:

Zorg dat u op lange trajecten zo weinig mogelijk hoeft te stoppen en weg te rijden. Zorg dat u altijd enkele centimeter van de geveegde banen overlapt, zodat u het volledige oppervlak veegt. Vermijd scherpe bochten, stoot niet tegen de stijlen aan en zorg dat de zijkanten van de machine nergens tegenaan wrijven. HOOFDBORSTEL Voor deze machine zijn diverse typen hoofdborstel verkrijgbaar. Als u wilt weten welk type borstel geschikt is voor de oppervlakken en het soort vuil dat moet worden verwijderd, neem dan contact op met uw Nilfisk-leverancier. OPMERKING Raadpleeg voor de montage het hoofdstuk over onderhoud van de hoofdborstel.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS BRANDSTOF WAARSCHUWING! – Stop de motor altijd voordat u de brandstof bijvult. – Rook niet tijdens het tanken. – Tank altijd in een goed geventileerde ruimte. – Vul de brandstoftank niet in de buurt van vonken of open vuur. DIESEL- EN BENZINE-MOTOR (SR 1601 D3 / SR 1601 P3) (Alleen voor SR 1601 D3): als de machine wordt gebruikt bij een omgevingstemperatuur lager dan 0 °C (32 °F), moet u dieselbrandstof voor lage temperaturen gebruiken. (Alleen voor SR 1601 P3): vul de tank (22) met loodvrije benzine voor motorvoertuigen. OPMERKING Als de tank helemaal geen brandstof meer bevat, moet het brandstoftoevoersysteem volledig worden ontlucht voordat de motor kan worden gestart. Vul de brandstoftank (22) totdat de meter (56) een peil gelijk aan 1/4 van de tank aangeeft om dit te voorkomen. De inhoud van de brandstoftank is 35 liter (14 USgal). LPG-MOTOR Monteer een LPG-tank (50) met kenmerken die voldoen aan de geldende voorschriften in het land van gebruik. Sluit de brandstofslang aan en open de terugslagklep op de tank. Draag altijd handschoenen bij het aansluiten en loskoppelen van de brandstofslang. Als de machine niet wordt gebruikt, moet u de serviceklep van de LPG-tank sluiten. OPMERKING Plaats de LPG-tank horizontaal zodat de vloeistof kan wegstromen. Als de brandstofslang op de tank is aangesloten, moet u controleren of er geen gas lekt. GEVAAR! Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de brandstofslang los en vervang de LPG-tank. Als er gaslekkage is, koppelt u de brandstofslang los en neemt u contact op met een servicecentrum van Nilfisk.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING

GEBRUIK VAN DE MACHINE

De SR 1601 is een automatische veegmachine voor vloeren, van het type ‘met bediener’. De bedieningen zijn ontworpen voor maximaal gebruiksgemak. Als er reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd met een enkele doorgang, hoeft u de hoofdborstel alleen maar laten zakken.

Zorg dat u alle bedieningen voor de bestuurder en de bijbehorende functies kent. Bepaal de reinigingsbaan. Maak lange, horizontale banen met zo weinig mogelijk bochten. Houd het rempedaal (35) onder controle. Deze moet op zijn plaats stil staan. LET OP! Als het pedaal veert of onder druk meegeeft, mag u de machine niet verplaatsen. Meld defecten onmiddellijk bij het servicepersoneel.

DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN

Starten van de machine OPMERKING De bestuurdersstoel (32) is uitgerust met een veiligheidssensor waardoor de machine alleen kan worden ingeschakeld en rijden als er iemand op de bestuurdersstoel zit.

(Voor de uitvoering SR 1601 D3): draai de contactsleutel (64) rechtsom tot de stand ‘I’ en houd de sleutel in deze stand totdat de indicator voor de voorverwarming van de bougies (63) uit gaat. Sla deze fase over als de motor al is gestart en opgewarmd. (Voor de uitvoering SR 1601 LPG3): open de beveiligingsklep van de LPG-tank (50). Trek aan de hendel voor het startmechanisme bij een koude motor (68). (Voor de uitvoering SR 1601 P3): trek aan de hendel voor het startmechanisme bij een koude motor (68). Draai de contactsleutel (64) rechtsom in de startstand ‘II’ en laat de sleutel los zodra de motor start. Als de startmotor 15 seconden heeft gedraaid en de motor is nog niet gestart, laat u de sleutel los, wacht u 1 minuut en herhaalt u punten 1 en 2. (Voor uitvoering SR 1601 LPG3 en SR 1601 P3): laat de motor na het starten enkele seconden draaien en schakel daarna het mechanisme voor een koude start (68) uit. Laat de motor vóór gebruik van de machine 5 minuten stationair draaien door de hendel voor het motortoerental (51) in de stand ‘naar achteren’ te zetten (motor stationair). Schakel de parkeerrem uit. Zet de hendel voor het motortoerental (51) in de stand ‘naar voren’ (motor op bedrijfstoerental) en laat de machine 2 of 3 minuten met lage snelheid rijden om het hydraulische systeem op te warmen. Druk continu met uw voet op het voorste deel van het gaspedaal (37) om de machine vooruit te laten rijden of op het achterste deel om de machine achteruit te laten rijden. De bewegingssnelheid is instelbaar van nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal. LET OP! Verander tijdens het sturen niet plotseling van richting, let altijd goed op en stuur altijd bij lage snelheden, vooral als de afvalcontainer vol is of als de machine op een helling staat. Laat de machine langzaam rijden op hellende oppervlakken. Als u omlaag rijdt op hellende oppervlakken, houd de rijsnelheid dan onder controle met het rempedaal (35). Stuur niet op hellende oppervlakken; blijf in een rechte lijn rijden, zowel omhoog als omlaag. De machine stoppen

Laat het pedaal (37) los om de machine te stoppen. Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het rempedaal (36) in. Schakel de machine uit door de contactsleutel (64) op ‘O’ te zetten en daarna te verwijderen. Schakel de parkeerrem in.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS PARKEERREM

Schakel de parkeerrem in door tegelijkertijd op de pedalen (35) en (36) te drukken. Schakel de parkeerrem uit door het pedaal (35) in te drukken en weer los te laten. LET OP! Schakel de parkeerrem in voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, onderdelen vervangt of omzettingen naar andere functies uitvoert. Schakel de parkeerrem in als u de machine op hellingen parkeert.

Volg de instructies in het deel ‘De machine voorbereiden op het gebruik’ in deze handleiding.

1. Ga naar de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals beschreven in het vorige deel.

2. Controleer de afvalcontainer en laat deze met de hendel (54) zakken.

3. Gebruik de hendel (53) om de hoofdborstel te laten zakken en te activeren.

WAARSCHUWING! Zorg dat u niet te lang op een plaats blijft staan met de machine terwijl de borstels draaien: dan kunnen er markeringen op de vloer achterblijven. OPMERKING De losklep van de afvalcontainer gaat automatisch open als de hoofdborstel omlaag wordt gezet en sluit automatisch als de hoofdborstel omhoog gaat.

Druk op het bovenste deel van de schakelaar (66) om de aanzuigventilator en de stofregeling te activeren. LET OP! Als u op een natte vloer aan het werk gaat, moet u de aanzuigventilator en de stofregeling met de schakelaar (66) uitschakelen om de filter voor de stofregeling te beschermen.

Schakel de aanzuigventilator en de stofregeling weer in als de machine op een droge vloer staat. Zet de hendel (52) omlaag om de zijborstel (9) (15, standaard op SR 1601 MAXI) omlaag te zetten en te activeren. Waar aanwezig kunt u de installatie voor stofbestrijding met de schakelaar (67, optioneel) gebruiken. Laat de machine in een rechte lijn en met een geschikte snelheid vooruit rijden. Laat de machine langzamer rijden als er veel vuil moet worden opgeveegd of als het voor de veiligheid beter is om een lagere snelheid in te stellen. Zorg dat elke baan met ongeveer 15 cm (5,9 in) overlapt. De stoffilter moet zo schoon mogelijk zijn voor een goed resultaat na het vegen. U kunt de filter onder het vegen reinigen door de filterschudder te activeren; druk dan op het onderste deel van de schakelaar (66). Activeer daarna de aanzuigventilator en de stofregeling opnieuw door op het bovenste deel van de schakelaar (66) te drukken. Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de hoeveelheid stof in de te reinigen zone). OPMERKING Deze handeling kan ook worden uitgevoerd terwijl de machine beweegt. WAARSCHUWING! Als de stoffilter is verstopt en/of als de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil meer verzamelen.

Draai u af en toe om om te controleren of de machine voldoende stof en vuil verzamelt. Als er vuil achter de machine achterblijft, betekent dit dat de machine te snel rijdt, dat de hoofdborstel moet worden afgesteld of dat de afvalcontainer (47) vol is. Als de werkzaamheden zijn voltooid en telkens als de afvalcontainer (47) vol is, moet u deze legen (zie hiervoor het volgende deel).

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING

DE AFVALCONTAINER LEGEN

GEVAAR! De afvalcontainer mag alleen worden geleegd op een vlakke ondergrond. Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond OPMERKING De minimale vrije losruimte onder het plafond om de afvalcontainer omhoog te kunnen zetten is 275 cm (108,2 in).

Zet de hoofdborstel omhoog met de hendel (53). Druk op het onderste deel van de schakelaar (66) om de filterschudder te activeren en de vuilresten uit het stoffilter (12) te halen. OPMERKING De filterschudder werkt optimaal als de afvalcontainer volledig omlaag staat.

Ga met de machine naar het gebied waar de container kan worden geleegd of naar een hiervoor geschikte container. Zet de afvalcontainer helemaal omhoog met de hendel (54). OPMERKING De losklep sluit automatisch als u de hendel (54) gebruikt om de afvalcontainer omhoog te zetten. U kunt de bediening van de losklep met de hendel (55) opnieuw activeren als de container omhoog gaat om vanaf de geschikte hoogte te lossen.

Laat de machine naar voren rijden totdat de afvalcontainer onder de loscontainer staat en schakel de parkeerrem in. Open de losklep voor het afval met de hendel (55) en leeg de afvalcontainer. OPMERKING Als het afval niet in een container wordt gelost, raden wij u aan om op de minimale hoogte te lossen om te voorkomen dat het stof wegwaait. LET OP! Als er onderhouds- of reinigingswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd onder of naast een omhoog geplaatste afvalcontainer, zet de afvalcontainer dan op de maximale hoogte met de hendel (54) en trek de handgreep (39) naar achteren om ervoor te zorgen dat de veiligheidssteun (5) in de blokkeerstand staat. De veiligheidssteun zorgt dat de afvalcontainer in de stand omhoog staat zodat er werkzaamheden onder de container zelf kunnen worden uitgevoerd. Vertrouw nooit alleen op de hydraulische onderdelen van de machine voor het ondersteunen van de afvalcontainer.

Trek de blokkeerhandgreep (39) naar achteren om de veiligheidssteun (5) van de omhoog geplaatste afvalcontainer in te schakelen. Laat de afvalcontainer daarna met de hendel (54) iets zakken om hem te blokkeren.

8. Controleer de klep van de afvalcontainer en de voorste pakking. Gebruik waar nodig een borstel om het vuil daar te

verwijderen. Voor een goede werking van de machine moet de klep van de afvalcontainer perfect aansluiten op de behuizing van de borstels.

9. Ga weer op de bestuurdersstoel zitten. Schakel de parkeerrem uit.

Zet de machine naar achteren zodat u de afvalcontainer omlaag kunt zetten.

10. Zet de afvalcontainer omhoog met de hendel (54), duw de blokkeerhendel (39) naar voren zodat de veiligheidssteun (5)

deblokkeert en laat daarna de afvalcontainer zakken.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

Druk op het onderste deel van de schakelaar (66) om de filterschudder te activeren, reinig het stoffilter van de afvalcontainer en leeg de container zelf (zie het vorige deel). Zet de hoofdborstel omhoog met de hendel (53). Zet alle bedieningen in de uitgeschakelde stand. Zet de hendel voor het motortoerental (51) in de stand ‘naar achteren’ op het stationair toerental en laat de motor 25 - 30 seconden stationair draaien. (Alleen voor SR 1601 LPG3) Sluit de serviceklep op de LPG-tank (50) en laat de motor draaien totdat alle brandstof uit de leidingen is gestroomd (de motor stopt). Schakel de machine uit door de contactsleutel (64) op ‘O’ te zetten en daarna te verwijderen. Schakel de parkeerrem in. Controleer het onderhoudsschema en voer de noodzakelijk handelingen uit voordat u de machine wegzet. Zet de machine op een afgedekte plek. OPMERKING De machine kan worden gereinigd met reinigingsapparatuur onder druk maar richt de straal niet direct op of in de onderdelen. We raden u aan de machine altijd volledig af te drogen voor gebruik. Meld defecten of storingen die u tijdens het gebruik van de machine hebt opgemerkt meteen bij het servicecentrum van Nilfisk of bij het onderhoudspersoneel.

LANGE PERIODE VAN STILSTAND

Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, is het raadzaam de volgende handelingen uit te voeren:

1. Controleer of de opbergruimte van de machine schoon en droog is.

2. Leeg de watertank van de installatie voor stofbestrijding (4) en reinig de waterfilter (30, optioneel).

3. Ontkoppel de minklem (–) van de accu’s (3).

4. Controleer de motor (44) zoals wordt aangegeven in de betreffende handleiding.

EERSTE GEBRUIKSPERIODE Na de eerste gebruiksperiode (de eerste 5 uur) moet u de volgende handelingen uitvoeren:

1. Controleer de bevestiging van de bevestigings- en aansluitingsonderdelen.

2. Controleer of de zichtbare onderdelen intact zijn en geen lekkages vertonen.

3. Ververs de olie van de motor (zie het hoofdstuk Onderhoud).

ONDERHOUD De levensduur van de machine en de optimale veilige werking ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven perioden zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud. Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een servicecentrum van Nilfisk. In deze handleiding staan na het onderhoudsschema alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudsprocedures. De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die niet in het schema voor normaal en buitengewoon onderhoud staan, vindt u in de servicehandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt. LET OP! De onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een uitgeschakelde machine, met sleutel verwijderd, ingeschakelde parkeerrem en ontkoppelde accu’s. Lees eerst aandachtig de instructies in het hoofdstuk Veiligheid door, voordat u de onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING ONDERHOUDSSCHEMA OPMERKING De vermelde onderhoudsintervallen zijn bij gebruik onder normale omstandigheden. Bij machines die in zeer vuile omgevingen worden gebruikt, moeten de onderhoudsbeurten vaker worden uitgevoerd. Procedure Bij aflevering Dagelijks onderhoud Na de eerste 50 uur Elke 30 uur Elke 150 Elke 300 uur uur Elke uur Controle motorkoelvloeistof Controle motoroliepeil Controle peil hydraulische olie Controle parkeerrem Reiniging hoofdborstel en zijborstels Verversing motorolie (1) (1) Vervanging houder oliefilter (1) (1) Controle V-snaar (1) Controle circuit motorkoelvloeistof (1) (1) Controle accu Controle en reiniging waterfilter installatie voor stofbestrijding (optioneel) Reiniging luchtfilter motor (2) Reiniging radiateur motor en radiateur olie Controleer de borstels en stel ze af Controle en reiniging stoffilter afvalcontainer (methode A) (2) Controle integriteit, hoogte en werking flaps Controle integriteit pakkingen afvalcontainer Onderhoud motor (1) - (3) Smering lagers stuurinrichting en hydraulische zuigers (1) Vervanging filter reservoir hydraulische olie (1) Vervanging filter pomp hydraulische olie (1) Controle en reiniging stoffilter afvalcontainer (methode B) (2) Vervanging brandstoffilter (1) Vastdraaien schroeven en aansluitingen brandstof (1) Controle en reiniging stoffilter afvalcontainer (methode C) (2) Vervanging filter voor bijvullen hydraulische olie (1) Vervanging reservoir hydraulische olie (1) (2) (3) (4) (1) - (4) Zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding. Of vaker in stoffige ruimten. Onderhoudswerkzaamheden onder bevoegdheid van een bevoegde dealer van KUBOTA. Ververs de hydraulische olie de eerste keer na 500 uur en daarna elk jaar.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

ONDERHOUD VAN DE HOOFDBORSTEL

Vervang de hoofdborstel als de haren zijn afgesleten tot een lengte van 50 mm (2 in) zodat de borstel optimaal blijft werken. Vervanging van de hoofdborstel LET OP! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de borstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen. OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

Zet de machine op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in. Draai de contactsleutel (64) en start de machine. Zet de hoofdborstel omlaag met de hendel (53). Draai de contactsleutel (64) naar ‘O’ om de motor uit te schakelen. Open het rechterpaneel (18). Verplaats de zijflap rechts (A, Afb. 2) en bevestig deze met de bevestigingspen (B). Open de hefboomeenheid (C) in de kern van de hoofdborstel (D). OPMERKING De hefboom wordt op zijn plaats gehouden door het rechterpaneel (18).

Haal de hoofdborstel (D) uit de houder en verwijder eventueel aanwezig touw of draden die in de borstel en rond de naven zijn gedraaid. 10. Vervang de borstel en steek de nieuwe borstel in de houder; controleer of de borstel juist is geplaatst, of de opening op de kern van de hoofdborstel (D) in de pennen (E) op de naaf zijn (F) gestoken en of de borstel zelf goed in de zitting is aangebracht.

11. Sluit de hendeleenheid (C) in de kern van de hoofdborstel en steek deze weer naar binnen.

OPMERKING Controleer of de ribben op de hendel in de gleuven (G) (rechterzijde) in de kern van de borstel zijn gestoken.

12. Plaats de zijflap rechts terug en sluit het rechterpaneel (18) totdat de blokkeerhendel vastgrijpt.

P100321 Afbeelding 2

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING De hoogte van de hoofdborstel afstellen OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

Zet de machine op een vlakke en gelijkmatige ondergrond. Schakel de parkeerrem in. Draai de contactsleutel (64) en start de machine. Laat de hoofdborstel met de hendel (53) zakken en laat deze 1 minuut draaien. Hierdoor kan de hoofdborstel een strook op de vloer reinigen. Zet na 1 minuut de hoofdborstel omhoog, schakel de parkeerrem uit en verplaats de machine zodanig dat de gereinigde strook zichtbaar is. Controleer de gereinigde strook op de vloer. Als deze strook minder dan 50 mm (2 in) of meer dan 75 mm (3 in) breed is, moet de hoofdborstel worden afgesteld. Open voor het afstellen de klep van de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25), draai de knop (A, Afb. 3) los en gebruik de stelmoer (B) van de hoofdborstel, maar houd rekening met het volgende:

  • Rechtsom draaien verlaagt de druk en verkleint de gereinigde strook van de hoofdborstel.
  • Linksom draaien verhoogt de druk en vergroot de gereinigde strook van de hoofdborstel. Als de borstel is afgesteld, blokkeert u de regelaar met de knop (A). Herhaal de stappen 2-7 totdat de gereinigde strook tussen 50 en 75 mm (2 - 3 in) breed is. OPMERKING Als u de indruk niet goed kunt afstellen en de borstel verschillende indrukken maakt met de uiteinden, zie dan de werkplaatshandleiding voor de juiste stelprocedure.

P100322 Afbeelding 3

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

ONDERHOUD VAN DE ZIJBORSTEL

De zijborstel afstellen OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

Zet de machine op een vlakke en gelijkmatige ondergrond. Schakel de parkeerrem in. Draai de contactsleutel (64) en start de machine. Laat de zijborstel met de hendel (52) zakken en laat deze 1 minuut draaien. Als deze in de stand omlaag staat, moeten de zijborstels (9) (15, standaard op SR 1601 MAXI) contact met de vloer in breedte en richting maken, zoals aangegeven in de afbeelding (A en B, Afb. 4). Draai voor het afstellen de knop (A, Afb. 5) los en gebruik de stelmoer (B) van de zijborstel, maar houd daarbij rekening met het volgende:

  • Rechtsom draaien verlaagt de druk van de zijborstel.
  • Linksom draaien verhoogt de druk van de zijborstel. Als de borstel is afgesteld, blokkeert u de regelaar met de knop (A). Voer de punten 1-5 opnieuw uit om te controleren of de zijborstels op de juiste hoogte vanaf de grond zijn afgesteld. Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen. OPMERKING Voor een juiste werking moet de zijborstel (9) (15, standaard op SR 1601 MAXI) worden vervangen als de haren zijn versleten tot een lengte van 75 mm (3 in). De hoogte van de zijborstel moet altijd worden afgesteld nadat de borstel is vervangen.

P100323 Afbeelding 4

SR 1601 D3 / LPG3 / P3

P100324 Afbeelding 5 33019216(2)2009-05 A

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING Vervanging van de zijborstel LET OP! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de zijborstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.

Zet de afvalcontainer omhoog zodat de zijborstel op menshoogte staat. Koppel de klem los om de aankoppelingspen (A, Afb. 6) los te halen en verwijder de zijborstel (BB) uit de motoras. Laat de nieuwe borstel op de motoras schuiven, lijn de opening uit met de pen en steek de aankoppelingspen (A) naar binnen.

P100325 Afbeelding 6

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS ONDERHOUD VAN DE FILTER VOOR DE STOFREGELING (PANEELFILTER) Het aanzuigsysteem kan alleen goed werken als de paneelstoffilter van de afvalcontainer regelmatig wordt gereinigd. De filter gaat langer mee als u zich aan de aanbevolen onderhoudsintervallen houdt. LET OP! – Draag bij het reinigen van de filter altijd een veiligheidsbril. – Maak geen gaten in de filter. – Reinig de filter in een goed geventileerde ruimte. – Draag een beschermingsmasker om te voorkomen dat u stof inademt.

Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Open de sloten (6), zet de klep van de afvalcontainer (16) omhoog en blokkeer deze met de steunstang (17) door deze op de juiste manier te plaatsen. Controleer het bovenste deel van de filter voor stofregeling (12) op schade. Als er alleen veel stof in het bovenste deel van de filter aanwezig is, betekent dit dat er een gat in de filter zit of dat de pakking van de filter beschadigd is. Draai de vier bevestigingsknoppen (13) van de schudderfiltereenheid los. Zet de filterschuddereenheid (11) omhoog voor toegang tot het filterpaneel. Zet de filter voor stofregeling (12) omhoog zodat u de filter uit de machine kunt verwijderen. Reinig de filter met een van de volgende methoden: Methode A Zuig het stof uit de filter. Tik de filter voorzichtig tegen een vlak oppervlak (met het vuile oppervlak omlaag) om het vuil en stof te verwijderen. OPMERKING Zorg dat u het metalen lipje dat uit de pakking steekt niet beschadigt. Methode B Zuig het stof uit de filter. Blaas perslucht (maximaal 6 bar) in de schone kant van de filter (in de tegengestelde richting van de luchtstroom). Methode C Zuig het stof uit de filter. Dompel de filter 15 minuten in warm water en spoel de filter daarna af onder een zachte waterstraal (maximaal 2,5 bar). Plaats de filter pas weer terug in de machine als hij volledig droog is. OPMERKING De filter droogt optimaal door de filter horizontaal op de twee afstandsstukken te laten rusten, zodat er lucht onder de filter door kan stromen. OPMERKING U kunt de filter grondig reinigen met water en eventueel een niet-schuimend reinigingsmiddel. Hoewel het filter hierdoor schoner wordt, wordt de levensduur van het filter korter en zal dus vaker moeten worden vervangen. Het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen kan de functionele eigenschappen van het filter verminderen.

Volg voor montage van de filter de instructies in omgekeerde volgorde en let daarbij op het volgende:

  • Monteer de filter met het rooster omhoog.
  • Als de pakking op de filter is gescheurd of ontbreekt, moet deze worden vervangen. OPMERKING Reinig voordat u de filter vervangt het vuil van het verzamelplaatje van het stof dat zich onder de filter bevindt. Controleer of de strook voor vuil op het bovenste deel van het verzamelplaatje voor het stof vrij kan bewegen.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING ONDERHOUD VAN HET STOFFILTER (ZAKFILTER) Er is vrijwel geen onderhoud nodig voor het systeem met zakfilter. Het enige dat regelmatig moet worden gedaan is het activeren van de filterschudder met het onderste deel van de schakelaar (66). OPMERKING Controleer voordat u de filterschudder activeert altijd of de afvalcontainer omlaag staat.

Leeg de afvalcontainer zoals in het betreffende deel van deze handleiding om te voorkomen dat het gewicht van het afval in de container invloed uitoefent op de controle van de hoogte van de flaps. Zet de machine op een vlakke ondergrond die als referentiepunt kan dienen voor de controle van de hoogte van de flaps. Draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Schakel de parkeerrem in. Controle van de flaps

Open de kleppen rechts (18) en links (2). Verwijder de hoofdborstel; zie hiervoor het betreffende deel. Controleer ook de flaps voor en achter in de houder van de borstel. Vervang de gescheurde of versleten flaps of stel ze af tot een punt waarbij de hoogte vanaf de grond meer dan 6 mm (0,2 in) is (zie de procedure in de werkplaatshandleiding). REINIGING VAN DE WATERFILTER VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING (OPTIONEEL)

Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Koppel de snelkoppeling (A, Afb. 7) los uit de leiding van het reservoir. Demonteer het linkerpaneel (2) voor toegang tot de waterfilter (30). Verwijder de transparante afdekking (B) met de pakking (C) en verwijder daarna het filterrooster (D). Reinig deze en monteer terug in de steun (E). OPMERKING Plaats de pakking (C) en het filterrooster (D) goed in de houders van de afdekking en de steun (E).

Monteer weer in de omgekeerde volgorde van demontage.

P100329 Afbeelding 7

GEBRUIKSAANWIJZING HYDRAULISCHE OLIE

LET OP! Raak de warme onderdelen niet aan. Laat de motor en het hydraulische systeem afkoelen.

NEDERLANDS Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Open de klep voor de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25). Demonteer de zijklep links (4) met het slot, verwijder waar nodig de leiding van de waterfilter (30, optioneel). Controleer het peil van de hydraulische olie via de indicator op het reservoir (19). Het peil van de hydraulische olie moet halverwege de indicator staan. Als het peil lager is, draait u de dop (20) los en vul u hydraulische olie van het type AGIP Arnica 46 bij. Vervang de olie en de filters bij vervuiling door een mechanische storing (zie de procedure in de werkplaatshandleiding). MAX MIN P100329A Afbeelding 8

MOTOROLIE LET OP! Raak de warme onderdelen niet aan. Laat de motor afkoelen.

Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Open de klep voor de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25). Controleer het motoroliepeil met de peilstok (A, Afb. 8-910) voordat de machine wordt gebruikt. Open waar nodig de dop (B, Afb. 9-10) en vul het motoroliepeil bij. (Zie de procedure in de betreffende handleiding) Ververs de motorolie na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna elke 150 uur. Het oliefilter (C) moet altijd worden vervangen als de olie wordt ververst (zie de procedure in de werkplaatshandleiding). Gebruik de volgende tabel voor het gebruik van de juiste olie op basis van de omgevingstemperatuur. TEMPERATUURINTERVAL TYPE OLIE Hoger dan 15 °C (60 °F) SAE 10W-30 Lager dan 15 °C (60 °F) SAE 5W-30

P100329D3 Afbeelding 9

P100329P3 Afbeelding 10

Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Open de klep voor de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25). Controleer de service-indicator van het luchtfilter van de motor (27) voordat de machine wordt gebruikt. OPMERKING Als u het luchtfilter van de motor hebt gereinigd of vervangen, moet de service-indicator worden gereset door op het uiteinde te drukken. LET OP! Als er werkzaamheden aan de elementen van het luchtfilter van de motor worden uitgevoerd, moet u zeer zorgvuldig te werk gaan en ervoor zorgen dat er geen stof of vuil in de motor kan komen. Stof kan ernstige schade aan de motor veroorzaken.

Open de klep van het luchtfilter voor de motor (24) en verwijder het kartonnen voorfilter en het synthetische filter. Reinig de luchtfilters van de motor en/of voer onderhoudswerkzaamheden aan het patroon van het luchtfilter van de motor (24) uit, zie de handleiding van de motor. MOTORKOELVLOEISTOF LET OP! Verwijder de dop van de radiateur (23) niet als de motor warm is.

Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (64) naar ‘O’. Open de klep voor de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25). Laat de motor en de koelvloeistof afkoelen; draai de dop van de radiateur (23) daarna voorzichtig los zodat de overmatige druk kan wegstromen. Verwijder de dop van de radiateur (23) en controleer de koelvloeistof. Als het peil laag is, voegt u een mengsel van een deel water en een deel antivries voor motorvoertuigen toe, zie de handleiding van de motor.

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

CONTROLE / VERVANGING / RESETTEN VAN DE ZEKERINGEN

Controle van de herbruikbare zekeringen

Zet de machine op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in. Zet de contactsleutel (64) in stand ‘O’ en verwijder de sleutel. Controleer op het paneel (38) of de volgende zekeringen zijn uitgeschakeld (Afb. 11): (A) F1 (30 A), aanzuiging stof (B) F2 (16 A), filterschudder (C) F4 (30 A), contactsleutel (D) F5 (16 A), hulpsystemen motor (E) F3 (10 A), installatie voor stofbestrijding (waar aanwezig) (F) F6 (10 A), bedrijfsverlichting (optioneel) (G) F7, verlichtingssysteem (optioneel) (H) F8, ventilator cabine (optioneel) Wacht tot het onderdeel dat de zekering liet springen is afgekoeld en reset daarna de gesprongen zekering. Controle/vervanging van de zekeringen

Zet de machine op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in. Zet de contactsleutel (64) in stand ‘O’ en verwijder de sleutel. Open de klep voor de motorruimte (1) met de deblokkeerknop (25). Verwijder bij de bestuurdersstoel de beschermingsdeksels en controleer of de volgende zekeringen intact zijn (Afb. 12 en 13): (I) F9 (50 A), gloeibougies (alleen voor SR 1601 D3) (J) F10 (50 A), dynamo (K) F11 (1 A), schakelaar verlichting onder motorkap (optioneel) Vervang zekeringen die defect zijn. Plaats het beschermingsdeksel terug. Sluit de motorkap (1).

P100326 Afbeelding 11

SR 1601 D3 - SR 1601 P3 SR 1601 LPG3 P100327 Afbeelding 12

SR 1601 D3 / LPG3 / P3

P100327LPG Afbeelding 13 33019216(2)2009-05 A

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING STORINGEN LOKALISEREN Probleem Waarschijnlijke oorzaak De machine beweegt niet De hoofdborstel draait niet Accu losgekoppeld Sluit de accu aan Lege brandstoftank Tank brandstof Zekeringen voor bescherming circuit gesprongen Reset de gesprongen zekeringen Parkeerrem ingeschakeld Uitschakelen Hydraulische deblokkeerschroef niet in juiste positie Draai de schroef in de juiste positie Hendel in stand voor hoofdborstel omhoog Laat de hoofdborstel met de hendel zakken Vuil rond de transmissie van de borstel Verwijder het vuil Afvalcontainer niet volledig omlaag Laat de afvalcontainer helemaal zakken Aanzuigsysteem uitgeschakeld Schakel het aanzuigsysteem met de schakelaar in Stoffilter verstopt Reinig de stoffilter Afvalcontainer vol Leeg de afvalcontainer Controleer de integriteit en de juiste afstelling van de flaps (*) De machine verzamelt weinig vuil/stof Flaps niet heel of goed afgesteld De zijborstel werkt niet De losklep van de afvalcontainer sluit niet De motor van de filterschudder werkt niet De installatie voor stofbestrijding (optioneel) werkt niet

Oplossing Hoogte vanaf de grond hoofdborstel niet juist Stel de hoogte vanaf de grond van de borstel af Zekeringen voor bescherming circuit gesprongen Reset de gesprongen zekeringen Hendel in stand voor zijborstel omhoog Laat de zijborstel met de hendel zakken Vuil rond de transmissie van de borstel Verwijder het vuil Afvalcontainer niet volledig omlaag Laat de afvalcontainer helemaal zakken Klep voor snel lossen geblokkeerd door vuil Verwijder het vuil aan de randen van de ruimte De stekker van de motor van de filterschudder is niet goed aangesloten Herstel de verbinding Zekering voor bescherming circuit gesprongen Reset de gesprongen zekering Schakelaar defect Vervang de schakelaar (*) Spuitmonden verstopt of waterfilter verstopt Reinigen Pomp defect Vervangen Zekering voor bescherming circuit gesprongen Reset de gesprongen zekering Handelingen die door een servicecentrum van Nilfisk moeten worden uitgevoerd. Neem voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding. VERWIJDERING Als de machine wordt afgedankt, moet hij naar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht. Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en gescheiden en vervolgens volgens de geldende milieunormen naar de betreffende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht: Accu’s Polyester stoffilter Hoofdborstel en zijborstels Motorolie Olie hydraulisch systeem Filter voor olie hydraulisch systeem Kunststof leidingen en onderdelen Elektrische en elektronische onderdelen (*)

Raadpleeg met name voor het afdanken van elektrische en elektronische onderdelen uw plaatselijke Nilfisk-kantoor.