HB95054 - Oven SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HB95054 SIEMENS in PDF-formaat.
| Soort product | Inbouwoven |
| Merk | Siemens |
| Model | HB95054 |
| Afmetingen (B x H x D) | 595 x 595 x 548 mm |
| Inhoud | 71 liter |
| Voedingstype | Elektrisch, 230 V / 16 A |
| Totaal vermogen | 3400 W |
| Energieklasse | A |
| Bereidingswijzen | Hetelucht, natuurlijke convectie, onder- en bovenwarmte, grill, hetelucht + grill |
| Speciale functies | Pyrolyse, begeleid koken, ontdooien, warm houden |
| Reiniging | Pyrolytisch (zelfreinigend) |
| Deur | Koude glasplaat verwijderbaar, 4 glasplaten |
| Verlichting | LED, alleen door vakman te vervangen |
| Programmeerinrichting | Digitaal, timer en uitgestelde programmering |
| Veiligheidsopties | Kinderslot, automatische uitschakeling, deurbeveiliging |
| Meegeleverde accessoires | 1 rooster, 1 bakplaat, 1 braadpan |
| Repareerbaarheidsindex | 7.8/10 |
| Land van fabricage | Duitsland |
| Netto gewicht | Ongeveer 38 kg |
| Lengte netsnoer | 1.2 m |
Veelgestelde vragen - HB95054 SIEMENS
Gebruikersvragen over HB95054 SIEMENS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HB95054 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HB95054 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING HB95054 SIEMENS
Montageanweisung montageaanwijzing
voor de gebruiker Pagina
Waar u op moet letten
□ Aanwijzingen voor de afvoer 94
□ Vóór het aansluiten van het nieuwe apparaat 94
□ Veiligheidsvoorschriften 95
Vóór het eerste gebruik
□ Reiniging vóór gebruik 95
□ Eerste keer verhitten 95
Dit is uw nieuwe fornuis
□ Beschrijving van het apparaat 96
□ Toebehoren 97
□ Inschuifhoogten 97
Elektronische tijdschakelaar
□ Tijdinstelling 98
□ Wekker 99
□ Automatisch uitschakelen 100
□ Automatisch in- en uitschakelen 101
Bakken en braden
□ Ovenfuncties 102
☐ Oven in- en uitschakelen 103
□ Bakken 104-107
□ Braden 108+109
□ Circulatie-grillen 110+111
Grillen 112+113
Ontdooien / Drogen /
Verwarmen 114+115
Tips en trucs 116
Reinigen en onderhouden
□ Belangrijke aanwijzingen 117
□ Email en glas 117
□ Edelstalen voorkant 117
□ Oven 117
□ Verwijderen en aanbrengen van de ovendeur 118
□ Rooster verwijderen 118
Storingen en reparaties 119
Wat doet u, wanneer er iets niet werkt? 120
Montageaanwijzing
voor de installateur en keukenvakman Pagina
Belangrijke aanwijzingen 121
Meubelprogramma's 121
Inbouwen 122
Aanwijzingen voor de afvoer
□ Oude apparaten zijn geen waardeloos afval. Dankzij een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle materialen worden hergebruikt.
Maak uw oude apparaat onbruikbaar voor u het afvoert.
□ Uw nieuwe apparaat wordt beschermd door de verpakking wanneer het naar u wordt vervoerd. Alle gebruikte materialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. Lever uw bijdrage door de verpakking milieuvriendelijk af te voeren. Bij uw vakhandel of bij uw gemeente kunt u informatie vragen over de meest geschikte wijze van afvoer.
Vóór het aansluiten van het nieuwe apparaat
□ Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voordat u het nieuwe apparaat gebruikt. Ze bevat belangrijke informatie voor uw veiligheid en voor het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
□ Deze gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende uitvoeringen van het apparaat. Het is mogelijk dat er een aantal kenmerken worden beschreven die niet van toepassing zijn op uw apparaat.
□ Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift zorgvuldig, eventueel voor een volgende bezitter van het apparaat.
□ Indien het apparaat beschadigd is, mag u het niet in gebruik nemen.
□ Laat de montage en aansluiting van het apparaat uitsluitend volgens de bijgevoegde voorschriften door een erkende vakman uitvoeren. Wanneer het apparaat verkeerd wordt aangesloten, vervalt in geval van een defect de garantie.
□ Onze apparaten voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici van de klantenservice die door de fabrikant zijn opgeleid. Wanneer reparaties niet deskundig worden uitgevoerd, kunnen daaruit voor u ernstige gevaren voortkomen.
Waar u op moet letten
Veiligheidsvoorschriften
□ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten.
□ Het oppervlak van verwarmings- en kookapparatuur wordt tijdens het gebruik heet. De binnenzijden van de oven en de verwarmingselementen worden zeer heet. Kinderen altijd uit de buurt van de oven houden.
□ Blijf in de buurt wanneer u gerechten met vet of olie bereidt. Bij oververhitting kan het vet of de olie gaan branden.
□ Reinig de oven regelmatig.
Vet- en olieresten kunnen in brand
vliegen wanneer de oven wordt
ingeschakeld.
□ De aansluitsnoeren van elektrische apparaten mogen de hete kookzones niet aanraken en mogen niet tussen de hete deur van de oven beklemd raken. De isolatie zou dan beschadigd kunnen worden.
□ Bij een defect de zekering van de elektrische installatie uitschakelen.
□ Bewaar geen brandbare voorwerpen in de oven. Ze kunnen gaan branden wanneer de oven onbedoeld wordt ingeschakeld. Geen brandbare voorwerpen op het kookplateau leggen.
□ Maak de oven of het kookplateau niet met een stoom- of hogedrukreiniger schoon.
□ Leg bakpapier niet los in de oven wanneer u met hetelucht ⚙ werkt (bijv. bij het opwarmen). De heteluchtventilator kan het papier aanzuigen.
Hierdoor kunnen de verwarming en de ventilator beschadigd raken.
□ Schuif geen bakblik op de bodem van de oven en leg geen aluminiumfolie op de bodem, anders hoopt de warmte zich op. Bak- en braadtijden zijn dan niet meer juist en het email wordt beschadigd.
□ Giet nooit rechtstreeks water in de hete oven. Het email kan dan worden beschadigd.
□ Fruitsap dat van het bakblik druipt, laat vlekken achter die niet meer verwijderd kunnen worden. Gebruik voor het bakken de diepere braadslede.
□ Ga niet op de open ovendeur zitten of staan.
□ De ovendeur moet goed sluiten. De afdichtingen van de deur moeten schoon blijven.
Vóór het eerste gebruik
Reiniging vóór gebruik:
- Reinig het apparaat aan de buitenkant met een zachte en vochtige doek.
- Reinig de oven en het toebehoren met een heet sopje.
Eerste keer verhitten:
- Verwarm de lege oven ca. 30 minuten voor.
Kies daarvoor boven- en onderwarmte bij 240 C°.
Open tijdens het verhitten de ramen van uw keuken om te voorkomen dat er een onaangename geur blijft hangen.
Dit is uw nieuwe oven

Het bedieningspaneel:
□ De schakelaars zijn verzinkbaar in het paneel. Druk op de schakelaar om deze te laten verzinken en weer naar buiten te laten komen. De schakelaar moet daarvoor in de uit-stand staan.
□ Het bedieningspaneel is verlicht. Zodra u een functie instelt, wordt de verlichting ingeschakeld.
Ovenfuncties grote oven:

Ovenfuncties kleine oven:

Toebehoren
□ Standaard worden meegeleverd:
| 2 bakplaat |
| 1 bak- en braadrooster |
| 1 braadslede met rooster |
Aanwijzing:
□ Bakplaat en braadslede/bakplaat kunnen tijdens gebruik in de oven krom trekken. De oorzaak hiervan zijn de grote temperatuurverschillen op het toebehoren. Ze kunnen ontstaan wanneer slechts een gedeelte van het toebehoren bedekt is of wanneer bevroren etenswaar, een pizza bijv., op het toebehoren is gelegd.
De kromming wordt reeds tijdens het bakken, braden of grilleren minder.
Inschuifhoogten
Kleine oven
□ Uw oven beschikt over 3 inschuifhoogten. De inschuifhoogten worden van beneden naar boven met cijfers aangeduid. Deze cijfers bevinden zich op de oven.
Grote oven
□ Uw oven beschikt over 4 inschuifhoogten. De inschuifhoogten worden van beneden naar boven met cijfers aangeduid. Deze cijfers bevinden zich op de oven.
□ Bij het werken met hete lucht inschuifhoogte »2« niet gebruiken om de luchtcirculatie niet nadelig te beïnvloeden.

Opmerkingen:
□ Door de toets – of + ingedrukt te houden, kunt u de klok instellen in stappen van 10 minuten.
Tijdsinstelling
□ Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u met de elektronische tijdschakelaar de actuele tijd in te stellen.
□ Nadat het apparaat aan de elektrische stroom is aangesloten of nadat de stroom is uitgevallen, knipperen in het display de cijfers 0:00.
De tijd instellen:
- De toets tijd ⏻ indrukken.
- Met de toets – of + de actuele tijd instellen. Na enkele seconden wordt de tijd automatisch weergegeven.
Wijzingen van de tijd (bijv. van zomernaar wintertijd):
Let op! Wanneer een tijdsduur of een eindtijd is ingesteld, kunt u de tijd niet wijzingen.
- De toets tijd ⏻ indrukken.
- Met de toets - of + de actuele tijd instellen.
□ De tijd wordt niet weergegeven wanneer u de wekker, een tijdsduur of een eindtijd hebt ingesteld. Als u de actuele tijd wilt weten, drukt u op de toets tijd Ⓤ. De tijd wordt enkele seconden weergegeven op de display.

□ U kunt de wekker op elk gewenst moment instellen. Ook wanneer er al een tijdsduur of een eindtijd is ingesteld.
□ Het aflopen van de wekkertijd is altijd zichtbaar op de display.
De wekker geeft een speciaal geluidssignaal. Hieraan kunt u horen of de wekker of bijv. een ingestelde tijd is afgelopen.
Zo stellt u in:
- De toets wekker ⚙ indrukken.
- Met de toets - of + de gewenste kookwekkertijd instellen.
□ Na enkele seconden wordt de ingestelde tijd automatisch weergegeven. De wekkertijd loopt af op de display voor de elektronische klok.
□ Na afloop van de tijd klinkt een geluidssignaal. Het symbool Wekker knippert. U kunt het geluidssignaal uitschakelen door op de toets wekker 🔒 te drukken.
Correctie:
□ De toets wekker ⚠ indrukken. Met de toets – of + de tijd veranderen.
Wissen:
□ De toets wekker ⚠ tweemaal kort na elkaar indrukken.
Instellen:

Automatische tijdschakeling alleen van de grote oven
□ Via de elektronische klok kunt u de oven in- en uitschakelen.
Automatisch uitschakelen:
□ Het bakken of braden begint onmiddellijk.
-
Kies het verwarmingssysteem en de oventemperatuur.
-
Toets duur I→I indrukken.
-
Met de toets - of + de voorgestelde tijdsduur veranderen.
Na enkele seconden start de oven.
□ Na afloop van de tijd klinjkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. U kunt het signaal uitzetten door op de toets duur I→I te drukken.
□ Als het gerecht nog niet helemaal gaar is, stelt u nogmaals een tijdsduur in met behulp van de draaiknop.
□ Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u de functiekeuzeknop uit.
Corrigeren:
□ De duur kunt u op elk gewenst moment veranderen. Druk op de toets duur I→I en corrigeer de tijdsduur met de toets – of +.
Wissen:
□ Schakel de functiekeuzeknop uit.
Aanwijzingen:
□ Op de klokdisplay loopt de kookwekkertijd af. Als u de resterende bereidingstijd van het gerecht in de oven wilt weten, drukt u op de knop duur I→I. De resterende tijd wordt enkele seconden weergegeven.
□ U kunt een tijdsduur instellen tussen 1 minuut en 23 uur 59 minuten.


Automatisch in- en uitschakelen:
Denk eraan dat bederfelijke levensmiddelen niet te lang in de oven mogen blijven staan.
U hebt belangrijke afspraken, maar toch moet het eten op tijd klaar zijn. Dit is heel eenvoudig doordat de oven zichzelf op de gewenste tijdstippen in- en uitschakelt.
- Kies het verwarmingssysteem en de oventemperatuur.
- Toets duur indrukken.
- Met de toets - of + de voorgestelde tijdsduur veranderen.
- Toets einde → indrukken. De display geeft de eindtijd aan. Dit is het tijdstip waarop de oven zichzelf uitschakelt. Stel hier een later tijdstip in.
- Met de toets + de nieuwe eindtijd instellen.
□ De oven schakelt zichzelf automatisch in en uit. De klokdisplay geeft de eindtijd aan totdat de oven start. Daarna loopt de tijd terug.
□ Na afloop van de tijd klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. U kunt het signaal uitzetten door op de toets duur I→I te drukken.
□ Als het gerecht nog niet helemaal gaar is, stelt u nogmaals een tijdsduur in met behulp van de draaiknop.
□ Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u de functiekeuzeknop uit.
Corrigeren:
□ Voordat de oven start, kunt u de eindtijd vorrigeren. Druk daartoe op de toets einde →l. Verander de eindtijd met de toets – of +.
Wissen:
□ Schakel de functiekeuzeknop uit.
N.B.:
□ De eindtijd wordt enkele seconden weergegeven wanneer u op toets einde →l drukt.



Ovenfuncties grote oven
Ontdooistand
Zonder temperatuur.
Alleen voor kwetsbaar gebak (bijv. slagroomtaarten).
Boven- en onderwarmte \_\_\_\_
M.b.v. de boven en onderaan aangebrachte verwarmingselementen wordt de warmte opgewekt en door straling op het bak- en braadgoed overgebracht.
- V ooral geschikt voor het braden en bakken op één inschuifhoogte voor gevoelig gebak en magere stukken vlees, ook voor brood.
- Maar één inschuifhoogte gebruiken.
Wij adviseren: Inschuifhoogte 1 of 2.
- Nadere informaties zie bak- een braadtabellen.
Het hete-lucht systeem \_\_\_\_
Een ventilador in de achterwand van de oven doet de hete lucht in de bakoven circuleren, waardoor een bijzonder goede warmte-overbrenging naar bak- of braadgoed wordt verkregen.
- V ooral geschikt voor het ontdooien en voor het bakken op verschillende inschuifhoogten gelijktijdig.
- Ideaal voor bepaalde gebakken, zoals pizza, gevlochten brood met gist of roomsoezen.
- Inschuifhoogte 2 niet gebruiken, om de luchtcirculatie niet te belemmeren.
Het circulatie-grillen \_\_\_\_
De kombinatie van vlakgrill en ventilador.
- V ooral geschikt voor het grillen van vette stukken vlees en gevogelte.
- Circulatie-grillen met gesloten bakovendeur (energie besparend).
- Maar één inschuifhoogte gebruiken.
Wij adviseren: Inschuifhoogte 2 of 3. - Nadere informatie zie bak- en braadtabellen.
De vlakgrill \_\_\_\_
De warmte wordt d.m.v. verwarmingselementen opgewekt en door straling naar het grillgoed overgebracht.
- V ooral geschikt voor platte grillades, zoals koteletten, steaks of toostjes.
- Grillen met gesloten bakovendeur (energie besparend).
- Maar één inschuifhoogte gebruiken.
Wij adviseren: Inschuifhoogte 3 of 4.
– Nadere informaties zie tabel „Grillen“.
Klein grill-oppervlak \_\_\_\_
Voordelen:
- u itsluitend het middelste gedeelte van het grill-oppervlak wordt heet
- bijzonder geschikt voor kleine hoeveelheden
- besparing van energie
Groot grill-oppervlak \_\_\_\_
Voordelen:
- het hele grill-oppervlak wordt heet
- bijzonder geschikt voor grote hoeveelheden
Ovenfuncties kleine oven
Boven- en onderwarmte

M.b.v. de boven en onderaan aangebrachte verwarmingselementen wordt de warmte opgewekt en door straling op het bak- en braadgoed overgebracht.
- V ooral geschikt voor het braden en bakken op één inschuifhoogte voor gevoelig gebak en magere stukken vlees, ook voor brood.
- Maar één inschuifhoogte gebruiken.
Wij adviseren:
Inschuifhoogte 1 of 2.
- Nadere informaties zie bak- een braadtabellen.
De vlakgrill


De warmte wordt d.m.v. verwarmingselementen opgewekt en door straling naar het grillgoed overgebracht.
- V ooral geschikt voor platte grillades, zoals koteletten, steaks of toostjes.
- Grillen met gesloten bakovendeur (energie besparend).
- Maar één inschuifhoogte gebruiken.
Wij adviseren:
Inschuifhoogte 2 of 3.
– Nadere informaties zie tabel „Grillen“.
Klein grill-oppervlak

Voordelen:
- u itsluitend het middelste gedeelte van het grill-oppervlak wordt heet
- bijzonder geschikt voor kleine hoeveelheden
- besparing van energie
Groot grill-oppervlak

Voordelen:
- het hele grill-oppervlak wordt heet
- bijzonder geschikt voor grote hoeveelheden
Onderwarmte

Uitsluitend het verwarmingselement aan de onderzijde van de oven wordt ingeschakeld.
Voordelen:
- zeer geschikt voor gebak en gerechten die aan de onderzijde extra bruin moeten worden of een korst moeten krijgen.

Pas kort voor het einde van de bak- braadtijd gebruiken.
In- en uitschakelen grote en kleine oven
Voordat u de oven inschakelt, bepaalt u welk verwarmingssysteem u wilt gebruiken.
Inschakelen:
Draai de functiekeuzeknop tot het symbool van het gewenste verwarmingssysteem brandt.
□ Het temperatuurvoorstel wordt weergegeven op het display en de ovenverlichting wordt ingeschakeld.
□ Met behulp van de temperatuurkeuzeknop kunt u het temperatuurvoorstel naar boven of beneden wijzigen in stappen van 5° C (temperatuurgegevens zie bak- of braadtabellen).
□ Het indicatielampje voor de oventemperatuur is rood tijdens de verwarmingsfase en het naverwarmen. Het lampje gaat uit wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt. Bij het grillen brandt het lampje niet.
Uitschakelen:
Draai de functiekeuzeknop op stand 0. Alle functies zijn gewist.
N.B.:
□ Het apparaat is voorzien van een koelventilator. Na het uitschakelen van de oven blijft deze lopen tot de oven is afgekoeld.
Voorbeeld: hete lucht – grote oven
Temperatuurindicatie

Functiekeuzeknop Temperatuurkeuzeknop
Temperatuurbereiken van de verschillende verwarmingssystemen
| Systeem Voorkeurs-temperatuur in °C in °C | Temperatuurbereik C | |
| 20 20 - 80 | ||
| 170 50 - 275 | ||
| 150 50 - 275 | ||
| 190 50 - 275 | ||
| 3 1 | - | |
| 3 1 | - | |
| 170 50 - 275 | ||
Bakken in een bakvorm
□ Plaats de bakvorm altijd op het midden van het rooster.
Boven- en onderwarmte:
□ Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
□ Door het rooster om te keren, kunt u de inschuifhoogte variëren (tussenhoogten).
□ Indien het gebak aan de onderkant te donker wordt:
Controleer de inschuifhoogte. Maak de baktijd korter en kies eventueel een lagere temperatuur.
□ Indien het gebak aan de onderkant te licht wordt:
Controleer de inschuifhoogte. Maak de baktijd langer en kies een lagere temperatuur of gebruik een zwarte bakvorm.
Hete lucht: 📁
□ U kunt bakvormen van allerlei materialen en kleuren gebruiken, indien deze hittebestendig zijn.
□ Plaats een bakvorm of hoog gebak niet vlak voor het beschermrooster op de achterwand van de oven.
Bakken op een bakblik:
□ De schuine zijde van het bakblik moet altijd naar de ovendeur wijzen.
□ Schuif het bakblik altijd volledig naar achteren.
Aanwijzingen:
□ U kunt de bruinheid van het gebak beïnvloeden door de temperatuur-instelling te veranderen.
Indien gebak inzakt nadat u het uit de oven heeft genomen, dient u de volgende keer minder vloeistof te gebruiken. Kies eventueel een langere baktijd of stel de temperatuur iets lager in.

□ Alle gegevens in de tabel zijn richtwaarden die kunnen variëren afhankelijk van het soort levensmiddel.
| Soort gebak Inschuif- | Hete lucht Boven- en | onderwarmte | |||
| Temperatuur Baktijd Inschuif- Temperatuur hoogte in °C in min. hoogte in °C | |||||
| Roerdeeg | |||||
| plaatkoek met vulling | |||||
| 1 bakplaat | 1 | 150–160 | 40–50 | 1 | 180–190 |
| 2 bakplaten | 1 + 3 | 150–160 | 45–55 | - | - |
| rechthoekig gebak | 1 | 150–160 | 60–70 | 2 | 170–180 |
| gebak in ronde vorm | 3 | 150–160 | 50–70 | 2 | 170–180 |
| gebak in hoge vorm | 1 | 150–160 | 50–70 | 2 | 170–180 |
| vruchtentaartbodem (voorverwarmen) | 3 | 150–160 | 30–40 | 2 | 170–180 |
| Zandtaartdeeg | |||||
| plaatkoek met kruimels | |||||
| 1 bakplaat | 1 | 160–170 | 50–80 | 1 | 190–200 |
| 2 bakplaten | 1 + 3 | 160–170 | 50–80 | - | - |
| plaatkoek met vochtige vulling (bijv. slagroom) | 1 | 150–170 | 50–80 | - | - |
| gebak in bakvorm (bijv. kwarktaart) | 3 | 150–170 | 50–90 | 2 | 170–180 |
| vruchtentaartbodem (voorverwarmen) | 3 | 150–170 | 25–35 | 2 | 190–200 |
| Beschuitdeeg | |||||
| Beschuitrol (voorverwarmen) | 1 | 180–190 | 8–15 | 1 | 200–220 |
| waterbeschuit | - | - | 30–45 | 2 | 170–180 |
| vruchtentaartbodem | 1 | 150–170 | 20–25 | 2 | 170–180 |
| Soort gebak Inschuif- | Hete lucht Boven- en | onderwarmte | |||
| Temperatuur Baktijd Inschuif- Temperatuur | |||||
| hoogte in °C in min. | hoogte in °C | ||||
| Gistdeeg | |||||
| plaatkoek met kruimels (bijv. appelkruimelgebak) | |||||
| 1 bakplaat | 1 | 170–180 | 30–60 | 1 | 180–200 |
| 2 bakplaten | 1 + 3 | 170–180 | 40–60 | - | - |
| gevlochten gistgebak | |||||
| 500 gram meel | 3 | 160–170 | 35–50 | 1 | 180–190 |
| gebak in ronde vorm | 3 | 160–170 | 30–50 | 2 | 180–190 |
| gebak in hoge vorm | 1 | 160–170 | 30–50 | 2 | 180–190 |
| Klein gebak | |||||
| schuimgebak | 3 | 70– 90 | 110–130 | 2 | 70– 90 |
| bladerdeeg (voorverwarmen) | 3 | 180–200 | 20–30 | 2 | 200–220 |
| branddeeg (voorverwarmen) | 3 | 180–190 | 20–30 | 2 | 200–220 |
| sprits | |||||
| 1 bakplaat | - | - | 20–30 | 2 | 170–180 |
| 2 bakplaten | 1 + 3 | 150–160 | 25–35 | - | - |
| Hartig gebak | |||||
| ovenschotel met rauwe ingrediënten | 1 | 180–190 | 45–80 | 2 | 200–210 |
| pizza | 3 | 180–190 | 25–45 | 1 | 210–230 |
| quiche (voorverwarmen) | 3 | 180–190 | 40–60 | 1 | 210–230 |
| Brood 1 kg (voorverwarmen) | |||||
| aanbakken | 1 | 200–220 | 10–15 | 2 | 200–240 |
| klaar bakken | 1 | 180–210 | 45–60 | 2 | 190–210 |
Braden met boven- en onderwarmte
Aanwijzingen:
□ Vlees kan zeer voordelig bij een gewicht van meer dan 750 gr in de oven worden gebraden.
□ Braden in een open schaal: Spoel een glazen schaal of de braadslede met water uit en leg het vlees er in. De inschuifhoogte is afhankelijk van de grootte en de hoogte van het te braden vlees.
□ Leg het rooster in de braadslede en schuif ze samen op de dezelfde inschuifhoogte in de oven.
☐ Voeg voor vet vlees en gevogelte afhankelijk van de grootte van het vlees en het soort vlees ^1/8 à ^1/4 liter water toe. Bestrijk mager vlees naar voorkeur met vet of leg er reepjes spek op.
□ Een smakelijke saus verkrijgt u met het fond (braadsap) dat zich in de schaal vormt. Maak het fond los met heet water, kook het even en bind het met zetmeel, breng het op smaak en giet het, indien nodig, door een zeef.
□ Schuif het te braden vlees in de koude oven (voorverwarmen niet nodig – energiebesparing).

□ Braden in een gesloten schaal: Leg het vlees – vers of bevroren – in een braadschaal, sluit de schaal met een passend deksel af en schuif de schaal op het rooster in de oven. Door het rooster om te keren kunt u de inschuifhoogte variëren (tussenhoogten). Wij raden u aan om rundvlees in een gesloten braadschaal te bereiden.
Tips:
□ Gebruik uitsluitend braadschalen met hittebestendige handvaten.
□ Bereid grote stukken braadvlees zonder rooster, alleen in de glazen schaal.
□ Kleine stukken vlees kunt u op aluminiumfolie braden. Maak van de aluminiumfolie een vorm door de randen omhoog te zetten en leg deze op het rooster.
□ Laat het gebraden vlees na het einde van de braadtijd nog ca. 10 minuten in de uitgeschakelde en gesloten oven rusten.
N.B.:
□ Gebraad in een open schotel op het rooster.
□ Inschuifhoogte 2
Dikke, compacte stukken vlees = langere braadtijd, lagere temperatuur.
Dunne stukken vlees = kortere braadtijd, hogere temperatuur.
□ De braadtijd verandert nauwelijks wanneer u tegelijkertijd twee gelijksoortige stukken vlees die ongeveer even groot zijn braadt.
□ Alle gegevens in de tabel zijn richtwaarden die kunnen variëren afhankelijk van het soort levensmiddel.
Braadtabel
| Soort vlees Braadtijd Inschuif- Temperature in min. hoogte in °C | Boven- en onderwarmte | ||
| Varkensvlees | |||
| varkensvlees met zwoerd 2 kg (bijv. schouder of schenkel) 100 - 130 2 200 - 220 braadstuk/rollade 90 - 120 casselerrib | 70 - 80 | 2 190 - 210 | |
| varkensfilet | 30 - 45 | 3 | 200 - 230 |
| gehakt 750 gram | 60 - 70 | 2 | 190 - 210 |
| Rundvlees | |||
| runderfilet | 45 - 65 | 2 | 200 - 220 |
| rosbief (roze) | 30 - 45 | 2 | 200 - 220 |
| Kalfsvlees | |||
| braadstuk/kalfsborst | 90 - 120 | 2 180 - 200 | |
| schenkel | 100 - 130 2 190 - 210 | ||
| Lamsvlees | |||
| lamsbout | 70 - 110 | 2 200 - 220 | |
| lamsrug | 90 - 120 | 2 | 200 - 220 |
| Gevogelte | |||
| kip 1 kg | 60 - 70 | 2 | 200 - 220 |
| eend 2 - 2,5 kg | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| gans 3 kg | 130 - 180 | 1 of 2 | 180 - 200 |
| Wild | |||
| reerug | 90 - 120 | 2 | 200 - 220 |
| braadstuk | 90 - 120 | 2 190 - 210 | |
| wild zwijn/hert | 100 - 120 2 190 - 210 | ||
| Hele vis | |||
| 1 kg | 30 - 40 | 2 | 180 - 200 |
Voor gevogelte en grotere stukken vlees.
! Circulatie-grillen altijd met gesloten ovendeur.
□ Een omdraaien van het grillgoed is bij circulatie-grillen niet nodig.
Uitzondering: Gevogelte moet na de helft van de gaartijd een keer omgedraaid worden.
- De keuzeschakelaar instellen in stand 📄.
□ Het temperatuurvoorstel wordt weergegeven op het display en de ovenverlichting wordt ingeschakeld.
□ Met behulp van de temperatuurkeuzeknop kunt u het temperatuurvoorstel naar boven of beneden wijzigen in stappen van 5° C.
Grillen op het rooster:
☐ Rooster samen met het grillgoed op de passende inschuifhoogte inschuiven.
□ De braadslede altijd op inschuifhoogte 2 inschuiven.
□ Donker vlees – bijv. rundvlees, wild en lamsvlees – bruint vlugger dan licht vlees, b.v. kalfvlees, varkenvlees en gevogete.
□ Licht vlees en visfilets zijn van buiten wel vaak maar lichtjes gebruind, daarvoor van binnen gaar en sappig.
□ Verscheidene vleesstukken kunnen gelijktijdig worden gegrild, bijv. 2 kippen, 2 schenkels of 2 rollades.
□ Bij grote of meerdere braadstukken geldt principieel:
lagere temperatuur, daarentegen langere grilltijd.
Opmerking: Bij het circulatie-grillen worden vlakgrill en ventilator afwisselend in- en uitgeschakeld.

Functiekeuzeknop Temperatuurkeuzeknop
Tabel voor het circulatiegrillen 📁 grote oven
N.B.:
□ Alle gegevens in de tabel zijn richtwaarden die kunnen variëren afhankelijk van het soort levensmiddel.
Soort vlees Gewicht Inschuif- Temperatuur Grilltijd Tips hoogte in °C in min. rooster
| Varkensvleesmet zwoerd 2 kg 2 170 – 190 140 – 150 Bij bijzonder vet | |||||
| vlees de laagste temperatuur kiezen. Zwoerd kruiselings insnijden. | |||||
| Gevogeltehalve kip1–3 stuks | ca. 0,4 kg per stuk | 2 | 190–210 | 40– 50 | Keren na ca. de helft van de tijd; bestrijken met boter of zout water. |
| Hele kip1–3 stuks | ca. 1 kg per stuk | 2 | 190–210 | 60– 70 | |
| Eend | 2–2,5 kg | 2 | 160–170 | 90–110 | |
| Gans | 3 kg | 2 | 150–160 | 130–160 | De gans kan met vulling worden gegrilld.Eenmaal keren. |
Bij het grillen dient er vorzichtig te werk worden gegaan. Kinderen principieel uit de buurt houden! Grillen bij gesloten bakovendeur.
- De keuzeschakelaar instellen.
= klein grill-oppervlak voor kleine hoeveelheden. = g root grill-oppervlak voor grote hoeveelheden.
- Temperatuurkiezer instellen: Roostertrappen 1 - 2 - 3.
Grillen:
(uitsluitend met rooster en braadslede)
□ Rooster indien notig met olie bestrijken.
□ Grillgoed met keukenpapier droog deppen en kruiden (niet zouden).
☐ Rooster met grillgoed op de passende inschuifhoogte inschuiven.
□ De braadslede altijd op inschuifhoogte 1 inschuiven.

□ De inschuifhoogte kan precies worden afgestemd door het rooster met de ronding naar boven of naar te draaien.
□ Stukken vlees tot 3 cm dikte (steaks op Engelse wijze) op inschuifhoogte 4.
☐ Worstjes op inschuifhoogte 3 of 4.
□ Vis (forellen) of dikte stukken vlees goed doorbakken op inschuifhoogte 3.
Kleine oven:
Inschuifhoogte 2 of 3.

Functiekeuzeknop Temperatuurkeuzeknop
Richtlijnen voor het grillen: (voorbeelden)
Vlees, helemaal doorbakken: telkens 6 à 8 min. per zijde,
Vlees, van binnen roserood: telkens 6 à 8 min. per zijde,
Vis iin plakken: telkens 6 à 8 min. per zijde,
Forellen, telkens 6 à 10 min. per zijde, Worstjes, 3 à 5 min. per zijde.
Opmerking: Schakelt de vlakgrill automatisch uit, dan is de gewenste temperatuur bereikt. Na korte tijd schakelt de vlakgrill weer opnieuw in.
N.B.:
□ De braadslede altijd op inschuifhoogte 1 plaatsen.
□ Alle gegevens in de tabel zijn richtwaarden die kunnen variëren afhankelijk van het soort levensmiddel.
Gerecht Inschuifhoogte Grillstand Pagina Grilltijd in Grote oven Kleine oven min.
| Varkensvlees | ||||
| filetsteaks 4 3 | 3 | pag. 1 8-11 | ||
| pag. 2 4-6 | ||||
| nekstuk 4 3 | 2-3 | pag. 1 10-13 | ||
| pag. 2 7-10 | ||||
| braadworst 3-4 | 2-3 | 2-3 | pag. 1 7-10 | |
| pag. 2 5-7 | ||||
| Rundvlees | ||||
| filetsteaks 4 3 | 3 | pag. 1 10-13 | ||
| pag. 2 4-7 | ||||
| tournedos | 4 3 | 3 | pag. 1 8-11 | |
| pag. 2 4-6 | ||||
| Toast | ||||
| in plakken | 4 3 | 3 | pag. 1 4 ^1/_2 -5 ^1/_2 | |
| pag. 2 ^1/_2 -1 ^1/_2 | ||||
| met beleg | 3-4 | 2-3 | 1-2 | 8-12 |
| Vis | ||||
| kleine vissen(250-300 gram) | 3 | 2 | 1-2 | pag. 1 12-15 |
| pag. 2 5-10 | ||||
Stand „koud" (zonder Temperatuur):
- De keuzeschakelaar instellen in stand 📁.
□ Voor kwetsbare diepvriesprodukten, zoals slagroomtarten, crèmetaarten, taarten met chocolade- of zuikercouverture, fruit, aspics e.d. inschuifhoogte 1.
□ Diepvriesprodukten in een schotel of schaal (b.v. porseleinen schaal) op het rooster plaatsen.

Functiekeuzeknop Temperatuurkeuzeknop
Het hete-lucht met temperatuur:
- De keuzeschakelaar instellen in stand 📁.
- Temperatuurkiezer instellen.
□ Kippen, worst en vlees in folie, brood broodjes en ander gebak: inschuifhoogte 1. Temperatuurkiezer voor de bakoven op 50 – 70 inschakelen.
☐ Drogen van fruit, verwarmen of warm houden van spijzen: inschuifhoogte 1. Temperatuurkiezer op 70 – 90 inschakelen.
Kant-en-klaar-gerechten:
□ De aluminium-folienverpakking niet openen c.q. in een gesloten kom ontdooien. De temperatuurkiezer voor de bakoven op 160 – 180 inschakelen. (Gereed voor consumptie na 30 à 40 minuten).
□ inschuifhoogte 1.

Functiekeuzeknop Temperatuurkeuzeknop

Functiekeuzeknop Temperatuurkeuzeknop
Tabel ontdooien / drogen 📁 grote oven
Opmerking:
□ Alle getallen in de tabel zijn richtlijnen die al naar de gesteldheid van het levensmiddel kunnen variëren.
Ontdooien:
Diepvriesprodukt Inschuif- Temperatuur- Ontdooitijd hoogte bereik in °C in minuten
| Kwetsbare diepvriesprodukten 1 Funktie zoals room- en crèmetarten ^1) , kiezen (zonder 30 – 40 taarten met chocolade- resp. temperatuur- Gehele of halve taarten suikercouverture ^1) | Afzonderlijke taartstukjes schakeling) | 80 – 100 | |
| Fruit (frambozen) ^2) | 35 – 40 | ||
| aspics ^2) , kaas, worst | 90 – 100 | ||
| Kleine stukken vlees, b.v. steaks, koteletten e.d. | 1 | 50 – 70 | 60 – 70 |
| Kippen in folie ^1) , 800 – 900 g | 70 – 80 | ||
| Broodjes ^1) | 1 | 60 – 80 | 10 – 15 |
| Brood, 1 kg ^1) | 70 – 90 | ||
| Koek (tulband) ^1) | 70 – 90 | ||
| Kant-en-klar-gerechten | 1 | 170 – 190 | 30 – 40 |
^1) op het rooster stellen resp. leggen.
^2) op een platte schaal of bord doen en op het rooster stellen.
Drogen:
| Drooggoed, hoevelheid | Inschuif- Temperatuur- Droogtijd hoogte bereik in °C | ||
| Appelringen, 600 g | 1 + 3 | ± 50 | 6–8 h |
| Perepartjes, ca. 800 g | 1 + 3 | ± 50 | 9–11 h |
| Kwetsen of pruimen, ± 1,5 kg | 1 + 3 | 70–100 | 9–12 h |
| Bananen, 300 g | 1 + 3 | ± 50 | 8–10 h |
| Champignons, 800 g | 1 + 3 | 50–60 | 7–9 h |
| Keukenkruiden, 400 g (in bosjes) | 1 | 50–60 | 3–5 h |
Tips en trucs
Voor bakken:
□ Gebak van de bakplaat is aan de onderkant te licht.
□ Gebak uit een vorm is aan de onderkant te licht.
□ Taart of gebak is aan de onderkant te donker.
□ Het gebak is te droog.
□ Het gebak is van binnen klef en deegachtig of het vlees is van binnen niet gaar.
□ Bij zeer vochtige bak- en braadgerechten, bijv. fruittaart of met water bereide braadgerechten ontstaat er veel waterdamp in de oven, die op de ovendeur neerslaat en soms tot het druppen van water op de bodem van de oven of de inbouwmeubels leidt.
Neem niet benodigde bakblikken en de braadslede uit de oven.
Plaats de bakvorm niet op het bakblik, maar op het rooster.
Stel een iets lagere baktemperatuur in en controleer de inschuifhoogte.
Stel de oventemperatuur iets hoger in en kies een kortere baktijd.
Stel de bak- of braadtemperatuur iets lager in.
Let op: bak- en braadtijden kunt u niet korter maken door een hogere temperatuur (van buiten gaar, van binnen niet). Iets langere bak- of braadtijd kiezen, taartdeeg langer laten rijzen. Minder vloeistof aan het deeg toevoegen.
Door de ovendeur voorzichtig en gedurende korte tijd te openen (een of twee keer, bij een lange bak- of braadtijd vaker) kan de waterdamp uit de oven ontsnappen en daardoor de condens-vorming aanzienlijk worden verminderd.
Om energie te besparen:
□ Uitsluitend voorverwarmen wanneer het recept dit voorschrijft.
□ Donkere bakvormen nemen de hitte beter op.
□ Restwarmte: bij lange baktijden kunt u de oven 5 à 10 minuten voor het einde van de baktijd uitschakelen.
Reinigen en onderhouden
Belangrijke aanwijzingen:
□ Gebruik voor het reinigen geen schuurmiddelen of scherpe middelen en evenmin krassende voorwerpen.
□ Krab ingebrande resten van gerechten niet weg, maar week ze met een vochtige doek en afwasmiddel los.
□ Gebruik speciale reinigingsmiddelen zoals sprays niet voor aluminium of kunststof onderdelen.
Edelstalen voorkant:
Indien gewone edelstaalreinigingsmiddelen worden gebruikt, kan de opdruk worden beschadigd.
□ Gebruik geen krassende sponsjes.
□ Gebruik normaal afwasmiddel op een zachte, vochtige doek of zeem.
Email en glas:
□ Gebruik voor het reinigen een heet sopje.
□ Voor het reinigen van de voorkant van de oven, achter de ovendeur, dient u de afdichting van de ovendeur te verwijderen.
Oven:
□ Reinig de oven na elk gebruik, vooral na braden of grillen. Vuilresten branden in wanneer de oven weer wordt verhit.
Ingebrande vuilresten laten zich moeilijk verwijderen.
□ Door vaak te reinigen met het hete-luchtsysteem kunt u zorgen voor minder vuil.
⚠️ De oven mag niet warm worden gereinigd met speciale ovenreinigingsmiddelen.
□ Gebruik voor het bakken van zeer vochtig gebak de braadslede.
□ Gebruik voor het braden geschikt serviesgoed (braadschaal).
□ Wanneer de oven niet erg vuil is, wast u hem in warme toestand met een heet sopje uit.
□ Laat de oven open staan zodat hij kan drogen.
Ovendeurruit:
□ De binnenruit van de ovendeur heeft een warmtereflecterende laag om de deurtemperatuur lager te maken.
□ Dit heeft geen nadelige invloed op het zicht door de ovenruit.
□ Wanneer de ovendeur is geopend, kan deze laag een glinsterende aanblik bieden. Dit heeft een technische oorzaak en is geen kwaliteitsgebrek.
Reinigen en onderhouden
Oven:
Aanwijzing: om het apparaat gemakkelijk schoon the maken, heeft u de volgende mogelijkheden.
Ovendeur demonteren
Verwijderen:
- Open de ovendeur helemaal.
- Klap de sluithendels links en rechts helemaal open.
- Zet de ovendeur schuin omhoog en verwijder de deur naar voren toe.
Aanbrengen:
- Plaats beide scharnieren in de houders links en rechts en draai de ovendeur naar beneden.
- Klap de sluithendels links en rechts dicht.
- Sluit de ovendeur.
Ovenverlichting inschakelen
Grote en kleine oven:
□ Draai de functiekeuzeknop in stand ⚙.
Rooster verwijderen
Kleine oven:
- Draai zowel links als rechts 2 kartelschroeven uit.
- Neem het rooster voorzichtig uit de oven.

Storingen en reparaties
Bij storingen en reparaties die u niet zelf kunt oplossen, is de klantenservice u graag van dienst.
Zie voor adressen het overzicht van klantenservice-werkplaatsen.
Let op: het kost u geld, wanneer u van- wege een bedieningsfout de klantenservice inschakelt. Indien u contact opneemt met de klantenservice, vermeld dan:
E-nr. FD
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Het typeplaatje vindt u achter de ovendeur, links onder op de zijrand van de oven.
Vervangen van de ovenlamp:
Kleine oven:
- Leg een vaatdoek in de koude oven om beschadiging te voorkomen.
- Verwijder de glazen afscherming. Til hiervoor met een mes of een ander voorwerp het glas uit het kader.
-
Vervang de lamp.
-
T ype gloeilamp E 14, 230–240 volt, 25 watt, hittebestendig tot 300°C.
- D eze gloeilamp kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in de vakhandel.
Grote oven:
Let op: apparaat stroomloos maken!
- Leg een vaatdoek in de koude oven om beschadiging te voorkomen.
- Draai het kapje van de lamp naar links en verwijder het.
-
Vervang de lamp.
-
T ype gloeilamp E 14, 220–240 volt, 40 watt, hittebestendig tot 300°C.
- D eze gloeilamp kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in de vakhandel.
Vervangen van de afdichting van de ovendeur
- Verwijder eenvoudig de defecte afdichting van de ovendeur. De nieuwe afdichting kunt u verkrijgen bij de klantenservice.

Wat doet u, wanneer er iets niet werkt?
Vaak hoeft u de klantenservice niet in te schakelen. In veel gevallen kunt u zelf het probleem oplossen. In de volgende tabel vindt u enkele tips.
Belangrijke aanwijzing:
Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen uitsluitend door een vakman worden uitgevoerd. Vóór het begin van de werkzaamheden moet het apparaat beslist stroomloos worden gemaakt door het bedienen van de aardlekschakelaar of door het uitdraaien van de zekeringen in de zekeringkast in uw woning.
| Wat is er aan de hand ... Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| ... wanneer de elektrische functie helemaal niet meer werkt, de controlelampjes bijv. plotseling niet meer branden? | Zekering defect Zekering in zekeringkast controleren en indien nodig vervangen. | |
| ... wanneer vloeistof of dun deeg naar één kant loopt? | Apparaat niet waterpas opgesteld of ingebouwd | Inbouw controleren. |
| ... wanneer de elektronische tijd-schakelaar plotseling knipperend 0.00 aangeeft? | Stroomtoevoer is gedurende korte tijd onderbroken geweest | Tijd opnieuw instellen. |
| ... wanneer de oven plotseling niet meer werken? | Tijdschakelaar is ingesteld op auto-matische tijdschakeling. | Tijdschakelaar instellen op werking zonder automatische tijdschakeling. |
| ... wanneer het glas in de ovendeur beslaat? | Normaal verschijnsel, berust op het aanwezige temperatuurverschil | Oven ca. 5 minuten inschakelen bij 100°C. |
| ... w anneer er in de oven veel con-dens ontstaat? | Normaal verschijnsel bij gebak met zeer vochtig deeg (vruchten) of grote stukken braadvlees. | Ovendeur tijdens het bakken af en toe kort openen. Condenswater na gebruik opvegen. |
| ... wanneer geëmailleerde inschuif-delen matte, lichte vlekken verto-nen? | Normaal verschijnsel door neerdrup-pelend vleesvocht. | Niet mogelijk. |
| ... wanneer na langdurig gebruik het glas in de ovendeur aan de binnen-kant vuil is? | Normale vervuiling.![]() ![]() | De ovendeur verwijderen en met de voorzijde naar onderen op een zachte en schone ondergrond leg-gen.Deurruit naast de scharnieren vast-pakken, in bovenwaartse richting losmaken en verwijderen.Bij deuren met 3 ruiten:Binnenruit aan de hoeken losmaken en optillen met bijv. een vleesvork van kunststof of hout.Montage na het reinigen:Binnenruit aanbrengen en vastzet-ten.Deurruit aanbrengen en vastzetten door naast de scharnieren te druk-ken. |
Voor de installateur en keukenvakman!
Belangrijke aanwijzingen:
□ Verpakking op correcte wijze afvoeren.
☐ Deurgreep van het fornuis niet gebruiken bij het transporteren of het inbouwen van het apparaat.
□ Let op: de aansluiting en inbedrijfstelling mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
□ Voor de aansluiting dient een stroom-kabel H05VV-F te worden gebruikt.
□ Nominaal opgenomen vermogen, nominale spanning en typenummer van het apparaat:
Zie het typeplaatje achter de ovendeur, linksonder op de zijrand van de oven.
□ Het typeplaatje bevindt zich op de rechter zijkant van het apparaat.
□ De elektrische veiligheid van het apparaat is slechts gewaarborgd indien de elektrische installatie in uw woning volgens de voorschriften is geaard.
□ Het apparaat moet van het stroomnet gescheiden kunnen worden.
Als scheiding geschikt zijn schakelaars met een contactopening van meer dan 3 mm.
Daarbij horen geaarde schakelaars, zekeringen en beveiligingen.
□ Bij reparaties het apparaat altijd van het stroomnet scheiden.
□ Het aansluitschema bevindt zich op de achterzijde van het apparaat.
| 220-230V ~ | ![]() | ![]() |
| 380-400V2N~ | ![]() | ![]() |
| 380-400V3N~ | ![]() | ![]() |
Meubelprogramma's
Voor het inbouwoven kunnen fornuisombouwkasten uit alle keukenprogramma's worden gebruikt. De fineer-of kunststoflaag van de ombouwkast moet met hittebestendige lijm (90° C) zijn aangebracht. Indien kunststoflagen of lijmmiddelen niet voldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen de lagen vervormen of losraken.
Inbouwen van het inbouwoven
□ Om de isolatie uit te dampen, de oven voor het inbouwen van het apparaat warm laten worden.
□ Inbouwoven in de inbouwopening van de ombouwkast schuiven en waterpas stellen.
☐ Ovendeur openen en de randen aan de zijkant van het inbouwoven met één schroef per rand aan de ombouwkast bevestigen (zie afb.).
De twee schroeven (ze worden met het inbouwoven meegeleverd) moeten bij het inbouwen een beetje schuin naar buiten worden geplaatst.
□ Controleer of het inbouwoven stevig en waterpas ingebouwd is en de aan- gegeven inbouwmaten zijn aangehouden.
□ Het volgens de voorschriften ingebouwde apparaat moet aan alle zijden zo zijn afgeschermd dat er geen onderdelen kunnen worden aangeraakt, ook geen geïsoleerde. De afscherming mag uitsluitend met behulp van gereedschap kunnen worden verwijderd.








