Xenyx X1204USB - Mengpaneel BEHRINGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Xenyx X1204USB BEHRINGER in PDF-formaat.
| Producttype | Analoge mixer |
| Kanalen | 12 ingangskanalen (8 mono + 2 stereo) |
| Bussen | 4 bussen (main mix, monitor, FX en subgroep) |
| USB-connectiviteit | Ja, USB 2.0 voor opname/weergave |
| Voorversterkers | 8 Xenyx microfoonvoorversterkers met +48V fantoomvoeding |
| EQ per kanaal | 3-bands EQ met verstelbare middenfrequentie |
| Ingebouwde effecten | 24-bit multi-FX processor met 16 presets |
| Compressors | Kanaal insert en main mix compressor |
| Afmetingen (B x D x H) | 10.6 x 12.6 x 3.5 inch (269 x 320 x 89 mm) |
| Gewicht | 7.3 lbs (3.3 kg) |
| Voeding | Intern, 100-240V AC, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik | 30W |
| Frequentierespons | 20 Hz - 20 kHz (+0.5/-1 dB) |
| Totale harmonische vervorming | < 0.005% bij nominaal niveau |
| Reinigingsinstructies | Gebruik een droge, pluisvrije doek; vermijd vloeistoffen |
| Veiligheidsmaatregelen | Lees de handleiding; niet blootstellen aan vocht; gebruik een geaard stopcontact |
| Onderdelen / Repareerbaarheid | Neem contact op met erkende Behringer servicecentra; beperkt aantal door gebruiker te vervangen onderdelen |
| Algemene informatie | Analoge mixer ideaal voor live geluid en opname |
Veelgestelde vragen - Xenyx X1204USB BEHRINGER
Gebruikersvragen over Xenyx X1204USB BEHRINGER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Xenyx X1204USB - BEHRINGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Xenyx X1204USB van het merk BEHRINGER.
GEBRUIKSAANWIJZING Xenyx X1204USB BEHRINGER
Belangrijke veiligheidsvoorschriften


Waarschuwing Aansluitingen die gemerkt zijn met het symbool voeren een zodanig hoge
spanning dat ze een risico vormen voor elektrische schokken. Gebruik uitsluitend kwalitatief hoogwaardige, in de handel verkrijgbare luidsprekerkabels die voorzien zijn van 1/4" TS stekkers. Laat uitsluitend gekwalificeerd personeel alle overige installatie- of modificatiehandelingen uitvoeren.

Dit symbool wijst u altijd op belangrijke bedienings - en onderhoudsvoorschriften in de bijbehorende documenten.
Wij vragen u dringend de handleiding te lezen.

Attentie Verwijder in geen geval de bovenste afdekking (van het achterste gedeelte)
anders bestaat er gevaar voor een elektrische schok. Het apparaat bevat geen te onderhouden onderdelen. Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden.

Attentie Om het risico op brand of elektrische schokken te beperken, dient u te
voorkomen dat dit apparaat wordt blootgesteld aan regen en vocht. Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan neerdruppelend of opspattend water en er mogen geen met water gevulde voorwerpen – zoals een vaas – op het apparaat worden gezet.

Attentie Deze onderhoudsinstructies zijn uitsluitend bedoeld voor gekwalificeerd
onderhoudspersoneel. Om elektrische schokken te voorkomen, mag u geen andere onderhoudshandelingen verrichten dan in de bedieningsinstructies vermeld staan. Reparatiewerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden door gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
- Lees deze voorschriften.
- Bewaar deze voorschriften.
- Neem alle waarschuwingen in acht.
- Volg alle voorschriften op.
- Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
- Reinig het uitsluitend met een droge doek.
- Let erop geen van de ventilatie-openingen te bedekken. Plaats en installeer het volgens de voor- schriften van de fabrikant.
-
Het apparaat mag niet worden geplaatst in de buurt van radiatoren, warmte-uitlaten, kachels of andere zaken (ook versterkers) die warmte afgeven.
-
Maak de veiligheid waarin door de polarisatie- of aardingsstekker wordt voorzien, niet ongedaan. Een polarisatiestekker heeft twee bladen, waarvan er een breder is dan het andere. Een aardingsstekker heeft twee bladen en een derde uitsteeksel voor de aarding. Het bredere blad of het derde uitsteeksel zijn er voor uw veiligheid. Mocht de geleverde stekker niet in uw stopcontact passen, laat het contact dan door een elektricien vervangen.
- Om beschadiging te voorkomen, moet de stroomleiding zo gelegd worden dat er niet kan worden over gelopen en dat ze beschermd is tegen scherpe kanten. Zorg zeker voor voldoende bescherming aan de stekkers, de verlengkabels en het punt waar het netsnoer het apparaat verlaat.
- Het toestel met altijd met een intacte aarddraad aan het stroomnet aangesloten zijn.
- Wanneer de stekker van het hoofdnetwerk of een apparaatstopcontact de functionele eenheid voor het uitschakelen is, dient deze altijd toegankelijk te zijn.
- Gebruik uitsluitend door de producent gespeci- ficeerd toebehoren c.q. onderdelen.

- Gebruik het apparaat uitsluitend in combinatie met de wagen, het statief, de driepoot, de beugel of tafel die door de producent is aangegeven, of die in combinatie met het apparaat wordt verkocht.
Bij gebruik van een wagen dient men voorzichtig te zijn bij het verrijden van de combinatie wagen/apparaat en letsel door vallen te voorkomen.
- Bij onweer en als u het apparaat langere tijd niet gebruikt, haalt u de stekker uit het stopcontact.
- Laat alle voorkomende reparaties door vakkundig en bevoegd personeel uitvoeren. Reparatiewerk-zaamheden zijn nodig als het toestel op enige wijze beschadigd is geraakt, bijvoorbeeld als de hoofd-stroomkabel of -stekker is beschadigd, als er vloeistof of voorwerpen in terecht zijn gekomen, als het aan regen of vochtigheid heeft bloot-gestaan, niet normaal functioneert of wanneer het is gevallen.

- Correcte afvoer van dit product: dit symbool geeft aan dat u dit product op grond van de AEEA-richtlijn (2012/19/EU) en de nationale wetgeving van uw land niet met het gewone huishoudelijke afval mag
weggooien. Dit product moet na afloop van de nuttige levensduur naar een officiële inzamelpost voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) worden gebracht, zodat het kan worden gerecycleerd. Vanwege de potentieel gevaarlijke stoffen die in elektrische en elektronische apparatuur kunnen voorkomen, kan een onjuiste afvoer van afval van het onderhavige type een negatieve invloed op het milieu en de menselijke gezondheid hebben. Een juiste afvoer van dit product is echter niet alleen beter voor het milieu en de gezondheid, maar draagt tevens bij aan een doelmatiger gebruik
van de natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over de plaatsen waar u uw afgedankte apparatuur kunt inleveren, kunt u contact opnemen met uw gemeente of de plaatselijke reinigingsdienst.
- Installeer niet in een kleine ruimte, zoals een boekenkast of iets dergelijks.
- Plaats geen open vlammen, zoals brandende kaarsen, op het apparaat.
- Houd rekening met de milieuaspecten van het afvoeren van batterijen. Batterijen moeten bij een inzamelpunt voor batterijen worden ingeleverd.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in tropische en gematigde klimaten tot 45 °C.
WETTELIJKE ONTKENNING
Music Tribe aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enig verlies dat kan worden geleden door een persoon die geheel of gedeeltelijk vertrouwt op enige beschrijving, foto of verklaring hierin. Technische specificaties, verschijningen en andere informatie kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Alle handelsmerken zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren. Midas, Klark Teknik, Lab Gruppen, Lake, Tannoy, Turbosound, TC Electronic, TC Helicon, Behringer, Bugera, Aston Microphones en Coolaudio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Music Tribe Global Brands Ltd. © Music Tribe Global Brands Ltd. 2021 Alle rechten voorbehouden.
BEPERKTE GARANTIE
Voor de toepasselijke garantievoorwaarden en aanvullende informatie met betrekking tot de beperkte garantie van Music Tribe, zie de volledige details online op community.musictribe.com/pages/support#warranty.
SE
Graag maken wij u erop attent dat extreme volumes uw gehoor en/of uw koptelefoon of luidsprekers kunnen beschadigen. Zet de MAIN MIX-faders en de telefoons-regelaar in het hoofdgedeelte volledig omlaag voordat u het apparaat inschakelt. Zorg er altijd voor dat u het juiste volume instelt.
1.1 Algemene mengpaneelfuncties
Een mengpaneel vervult drie hoofdfuncties:
- Signaalverwerking: Voorversterking, niveau-aanpassing, mixen van effecten, frequentie-egalisatie.
- Signaalverdeling:: Sommatie van signalen naar de aux-sends voor effectverwerking en monitormix, distributie naar een of meerdere opnamesporen, eindversterker(s), controlekamer en 2-sporenuitgangen.
- Mengen: Instellen van het volumeniveau, frequentieverdeling en positionering van de individuele signalen in het stereoveld, niveauregeling van de totale mix passend bij de opnameapparatuur/crossover/eindversterker(s). Alle andere mixerfuncties kunnen in deze hoofdfunctie worden opgenomen.
De interface van Behringer-mengpanelen is voor deze taken geoptimaliseerd, zodat u eenvoudig het signaalpad kunt volgen.
1.2 De gebruikershandleiding
De gebruikershandleiding is bedoeld om u zowel een overzicht van de bedieningselementen als gedetailleerde informatie over het gebruik ervan te geven. Om u te helpen de verbanden tussen de bedieningselementen te begrijpen, hebben we ze in groepen gerangschikt op basis van hun functie. Als u meer wilt weten over specifieke problemen, bezoek dan onze website op http://behringer.com, waar u uitleg vindt over bijvoorbeeld effecten en dynamische toepassingen.
1.3 Voordat je begint
1.3.1 Verzending
Uw mengpaneel is in de fabriek zorgvuldig verpakt om een veilig transport te garanderen. We raden u echter aan om de verpakking en de inhoud zorgvuldig te onderzoeken op tekenen van fysieke schade die tijdens het transport kan zijn ontstaan.
Als het apparaat beschadigd is, stuur het dan NIET naar ons terug, maar informeer onmiddellijk uw dealer en het transportbedrijf, anders worden claims voor schade of vervanging mogelijk niet gehonoreerd.
1.3.2 Eerste gebruik
Zorg ervoor dat er voldoende ruimte rond het apparaat is voor koeling en om oververhitting te voorkomen, plaats uw mengpaneel niet op apparaten met hoge temperaturen, zoals radiatoren of eindversterkers. De console wordt via de meegeleverde kabel op het lichtnet aangesloten. De console voldoet aan de vereiste veiligheidsnormen. Doorgebrande zekeringen mogen alleen worden vervangen door zekeringen van hetzelfde type en hetzelfde vermogen.
Houd er rekening mee dat alle units goed moeten worden geaard. Voor uw eigen veiligheid mag u nooit aardingsconnectoren van elektrische apparaten of stroomkabels verwijderen of buiten werking stellen.
Zorg ervoor dat alleen gekwalificeerde mensen het mengpaneel installeren en bedienen. Tijdens installatie en gebruik moet de gebruiker voldoende elektrisch contact met de aarde hebben, anders kunnen elektrostatische ontladingen de werking van het apparaat beïnvloeden.
1.3.3 Online registratie
Registreer uw nieuwe Behringer-apparatuur direct na uw aankoop door naar http://behringer.com te gaan en de voorwaarden van onze garantie aandachtig te lezen.
Mocht uw Behringer-product defect raken, dan is het onze bedoeling om het zo snel mogelijk te laten repareren. Neem voor het regelen van garantieservice contact op met de Behringer-dealer waar het apparaat is gekocht. Als uw Behringer-dealer niet bij u in de buurt is gevestigd, kunt u rechtstreeks contact opnemen met een van onze dochterondernemingen. Overeenkomstige contactgegevens zijn opgenomen in de originele verpakking van de uitrusting (Global Contact Information/European Contact Information). Mocht uw land er niet bij staan, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde distributeur. Een lijst met distributeurs vindt u in het ondersteuningsgedeelte van onze website (http://behringer.com).
Door uw aankoop en apparatuur bij ons te registreren, kunnen wij uw reparatieclaims sneller en efficiënter verwerken.
Bedankt voor je medewerking!
2. Bedieningselementen en connectoren
Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende bedieningselementen van uw mengpaneel. Alle bedieningselementen, schakelaars en connectoren komen uitgebreid aan bod.
2.1 Monokanalen
2.1.1 Microfoon- en lijningangen

Afb. 2.1: Aansluitingen en bedieningselementen van microfoon-/lijningangen
MIC
Elk mono-ingangskanaal biedt een gebalanceerde microfooningang via de XLR-connector en beschikt ook over een schakelbare +48 V fantoomvoeding voor condensatormicrofoons. De XENYX-voorversterkers bieden een onvervormde en ruisvrije versterking, zoals meestal alleen bekend is van dure buitenboordvoorversterkers.
Demp uw afspeelsysteem voordat u de fantoomvoeding activeert om te voorkomen dat inschakelbonzen naar uw luidsprekers worden gestuurd. Let ook op de instructies in hoofdstuk 2.4.2 "Spanningsvoorziening, fantoomvoeding en zekering".
LIJN IN
Elke mono-ingang heeft ook een gebalanceerde lijningang op een 1/4"-connector. Op deze ingangen kunnen ook ongebalanceerde apparaten (mono-jacks) worden aangesloten.
Houd er rekening mee dat u alleen de microfoon of de lijningang van een kanaal tegelijk kunt gebruiken. Je kunt nooit beide tegelijk gebruiken!
LAAG UITGESNEDEN
De monokanalen van de mengpanelen hebben een high-slope LOW CUT-filter voor het elimineren van ongewenste laagfrequente signaalcomponenten (75 Hz, 18 dB/octaaf).
VERDIENEN
Gebruik de TRIM-regelaar om de ingangsversterking aan te passen. Deze knop moet altijd volledig tegen de klok in worden gedraaid wanneer u een signaalbron aansluit of loskoppelt op een van de ingangen.
COMPRESSOR
Elk monokanaal heeft een ingebouwde compressor die het dynamische bereik van het signaal verlaagt en de waargenomen luidheid verhoogt. De luide pieken worden onderdrukt en de stille delen worden versterkt.
Draai de COMP-knop met de klok mee om meer compressie-effect toe te voegen. De aangrenzende LED met licht wanneer het effect is ingeschakeld.
2.1.2 Equalizer
Alle mono-ingangskanalen zijn voorzien van een 3-bands equalizer. Alle banden bieden een boost of cut tot 15 dB. In de middenpositie is de equalizer inactief. Het circuit van de Britse EQ's is gebaseerd op de technologie die wordt gebruikt in de bekendste topklasse consoles en zorgt voor een warm geluid zonder ongewenste neveneffecten. Het resultaat zijn extreem muzikale equalizers die, in tegenstelling tot eenvoudige equalizers, geen neveneffecten zoals faseverschuiving of bandbreedtebeperking veroorzaken, zelfs niet bij extreme gain-instellingen van ±15 dB.

Afb. 2.2: De equalizer van de ingangskanalen
De bovenste (HI) en de onderste band (LO) zijn shelving-filters die alle frequenties boven of onder hun grensfrequentie verhogen of verlagen. De grensfrequenties van de bovenste en onderste band zijn respectievelijk 12 kHz en 80 Hz. De middenband is geconfigureerd als een piekfilter met een middenfrequentie van 2,5 kHz.
2.1.3 Aux verzendt

Afb. 2.3: De AUX SEND-regelaars in de kanaalstroken
Aux sends nemen signalen via een besturing van één of meerdere kanalen op en sommeren deze signalen naar een zogenaamde bus. Dit bussignaal wordt naar een aux-send-connector gestuurd en vervolgens naar bijvoorbeeld een actieve monitorluidspreker of een extern effectapparaat gestuurd. Het rendement van een extern effect kan dan via de aux-retouraansluitingen weer in de console worden gebracht.
Voor situaties die effectverwerking vereisen, worden de aux-sends meestal postfader geschakeld, zodat het effectvolume in een kanaal overeenkomt met de positie van de kanaalfader. Als dit niet het geval zou zijn, zou het effectsignaal van het kanaal hoorbaar blijven, zelfs als de fader op nul wordt gedraaid. Bij het opzetten van een monitormix worden de aux-sends over het algemeen naar prefader geschakeld; dwz ze werken onafhankelijk van de positie van de kanaalfader. Beide aux-sends zijn mono, zijn afkomstig van de equalizer en bieden tot +15 dB versterking.
Als u op de MUTE/ALT 3-4-schakelaar drukt, wordt aux send 1 gedempt, op voorwaarde dat deze post-fader wordt geschakeld. Dit heeft echter geen invloed op de aux send 2 van de X1204USB.
AUX 1 (MA)
In de X1204USB kan aux send 1 pre-fader worden geschakeld en is dus bijzonder geschikt voor het opzetten van monitormixen. In de 1204USB is de eerste aux-send gelabeld met MON en is deze permanent pre-fader geschakeld.
PRE
Als de PRE-schakelaar wordt ingedrukt, wordt aux send 1 pre-fader gesourced.
AUX2 (FX)
De aux-send met het label FX is bedoeld voor het verzenden naar effectapparaten en is dus ingesteld om post-fader te zijn.
In de X1204USB wordt de FX-send rechtstreeks naar de ingebouwde effectprocessor geleid.
Als u de interne effectprocessor wilt gebruiken, mogen de STEREO AUX RETURN 2-aansluitingen niet in gebruik zijn.
X1204USB: u kunt ook een externe effectprocessor aansluiten op aux send 2, maar de interne effectmodule wordt gedempt.
2.1.4 Routingschakelaar, solo en kanaalfader

Afb. 2.4: Panorama- en routebesturing
PAN
De PAN-regeling bepaalt de positie van het kanaalsignaal binnen het stereobeld. Deze besturing heeft een constante vermogenskarakteristiek, wat betekent dat het signaal altijd op een constant niveau wordt gehouden, ongeacht de positie in het stereopanorama.
DEMPEN/ALT 3-4
U kunt de MUTE/ALT 3-4-schakelaar gebruiken om het kanaal om te leiden van de hoofdmixbus naar de Alt 3-4-bus. Dit dempt het kanaal van de hoofdmix.
MUTE-LED
De MUTE-LED geeft aan dat het betreffende kanaal is omgeleid naar de submix (Alt 3-4 bus).
CLIP-LED
De CLIP-LED licht op wanneer het ingangssignaal te hoog wordt aangestuurd. Draai in dat geval de GAIN-regelaar omlaag en controleer, indien nodig, de instelling van de kanaal-EQ.
SOLO
De SOLO-schakelaar (alleen X1204USB) wordt gebruikt om het kanaalsignaal naar de solo-bus (Solo In Place) of naar de PFL-bus (Pre Fader Listen) te leiden. Hierdoor kunt u een kanaalsignaal afluisteren zonder het hoofduitgangssignaal te beïnvloeden. Het signaal dat u hoort komt van voor (PFL, mono) of na (solo, stereo) zowel de panregeling als de kanaalfader (zie hoofdstuk 2.3.6 "Niveaumeters en monitoring").
De kanaalfader bepaalt het niveau van het kanaalsignaal in de hoofdmix (of submix).
2.2 Stereokanalen
Elk stereokanaal heeft twee gebalanceerde lijnniveau-ingangen op 1/4"-connectoren voor linker- en rechterkanalen. Als alleen de connector met de markering "L" wordt gebruikt, werkt het kanaal in mono. Stereokanalen zijn ontworpen om typische lijnniveausignalen te verwerken.
Beide ingangen kunnen ook worden gebruikt met ongebalanceerde jacks.
PEIL
Voor niveau-aanpassing zijn de stereo-ingangen voorzien van een LEVEL-schakelaar die kan worden geselecteerd tussen +4 dBu en -10 dBV. Bij -10 dBV (thuisopnameniveau) is de ingang gevoeliger dan bij +4 dBu (studioniveau).
2.2.2 Equalizer stereokanalen
De equalizer van de stereokanalen is natuurlijk stereo. De filterkarakteristieken en crossover frequenties zijn gelijk aan die van de monokanalen. Een stereo-equalizer heeft altijd de voorkeur boven twee mono-equalizers als frequentiecorrectie van een stereosignaal nodig is. Er is vaak een discrepantie tussen de instellingen van het linker- en het rechterkanaal bij gebruik van aparte equalizers.
2.2.3 Aux stuart stereokanalen
De aux-sends van de stereokanalen werken in principe op dezelfde manier als die van de monokanalen. Omdat aux-zendpaden altijd mono zijn, wordt het signaal op een stereokanaal eerst opgeteld tot mono voordat het de aux-bus bereikt.
2.2.4 Routingschakelaar, solo en kanaalfader
BAL
De functie van de BAL(ANCE)-regelaar komt overeen met de PAN-regelaar in de monokanalen.
De balansregeling bepaalt de relatieve verhouding tussen de linker- en rechteringangssignalen voordat beide signalen naar de hoofdstereomixbus worden geleid.
De MUTE/ALT 3-4-schakelaar, de MUTE-LED, de CLIP-LED, de SOLO-schakelaar en de kanaalfader werken op dezelfde manier als de monokanalen.
2.3 Aansluitpaneel en hoofdgedeelte
Waar het handig was om de signaalstroom van boven naar beneden te volgen om inzicht te krijgen in de kanaalstroken, kijken we nu van links naar rechts naar de mengtafel. De signalen worden als het ware vanaf hetzelfde punt op elk van de kanaalstroken verzameld en vervolgens samen naar het hoofdgedeelte geleid.
2.3.1 Aux stuart 1 en 2

Afb. 2.6: AUX SEND-regelaars van de hoofdsectie
Een kanaalsignaal wordt naar aux-zendbus 1 gerouteerd als de AUX 1-regelaar op het corresponderende kanaal omhoog staat.
AUX VERZENDEN 1 (MA)
De AUX SEND-regelaar MON fungeert als master-regelaar voor aux-send 1 en bepaalt het niveau van het gesommeerde signaal. In de X1204USB wordt de MON-besturing AUX SEND 1 genoemd.
AUX SEND 2 (FX)
Op dezelfde manier bepaalt de FX-regelaar (AUX SEND 2) het niveau voor aux send 2.
SOLO
U kunt de SOLO-schakelaar (alleen X1204USB) gebruiken om de aux-sends afzonderlijk te monitoren via de CONTROL ROOM/PHONES-uitgangen en deze te controleren met de niveaumeters.
Als u het signaal van slechts één AUX-bus wilt afluisteren, mag geen van de andere SOLO-SCHAKELAARS worden ingedrukt en moet de MODE-schakelaar in de SOLO-stand staan (niet ingedrukt).
2.3.2 Aux-zendconnectoren 1 en 2

Afb. 2.7: Aux Send-aansluitingen
AUX VERZENDEN 1
Als u aux send 1 pre-fader gebruikt, zou u de AUX SEND 1-connector meestal via een eindversterker (of een actief monitorsysteem) op monitoren aansluiten. Als u aux send 1 post-fader gebruikt, ga dan te werk zoals beschreven onder aux send 2.
AUX VERZENDEN 2
De AUX SEND 2-connector voert het signaal uit dat u van de afzonderlijke kanalen hebt opgepikt met behulp van de FX-regelaar. U kunt deze aansluiten op de ingang van een effectapparaat om het FX-bussignaal te verwerken. Zodra een effectenmix is gemaakt, kan het verwerkte signaal vervolgens van de uitvoer van het effectapparaat terug naar de STEREO AUX RETURN-aansluitingen worden geleid.
2.3.3 Stereo aux-retouraansluitingen

Afb. 2.8: Stereo aux-retouraansluitingen
STEREO AUX RETOUR 1
De STEREO AUX RETURN 1-aansluitingen dienen over het algemeen als het retourpad voor de effectenmix die wordt gegenereerd met behulp van de post-fader aux-send. Hier sluit u het uitgangssignaal van het externe effectapparaat aan. Als alleen de linker aansluiting wordt gebruikt, werkt de AUX RETURN automatisch in mono.
- U kunt deze connectoren ook als extra lijningangen gebruiken.
STEREO AUX RETOUR 2
De STEREO AUX RETURN 2-aansluitingen dienen als retourpad voor de effectenmix die wordt gegenereerd met behulp van de FX-regelaar. Als deze connectoren al als extra ingangen fungeren, kunt u het effectsignaal via een ander kanaal terug naar de console leiden, met als bijkomend voordeel dat de kanaal-EQ kan worden gebruikt om de frequentierespons van het effectenretoursignaal aan te passen.
In dit geval moet de FX-regelaar van het kanaal dat als effect return wordt gebruikt volledig tegen de klok in worden gedraaid, anders kunnen er feedbackproblemen optreden!
Als u de interne effectprocessor wilt gebruiken, mogen er geen connectoren worden aangesloten op STEREO AUX RETURN 2.
STEREO AUX RETOUR 1 is een stereoregelaar die het niveau van het signaal in de hoofdmix bepaalt. Als STEREO AUX RETURN 1 wordt gebruikt als effectretour, kunt u het effectsignaal toevoegen aan elk "droog" kanaalsignaal.
In dit geval moet het effectapparaat worden ingesteld op 100% effect.
STEREO AUX RETOUR MAA
De STEREO AUX RETURN MON-regelaar heeft een speciale functie: hij kan worden gebruikt om een effect toe te voegen aan een monitormix. Bijvoorbeeld:
Monitor mix met effect
In dit geval moet het effectapparaat als volgt worden ingesteld: AUX SEND 2 is aangesloten op de L/Mono-ingang van uw effectapparaat, terwijl de uitgangen zijn aangesloten op STEREO AUX RETURN 1. Sluit de versterker van uw monitorsysteem aan op AUX SEND 1. De AUX SEND 1 master control bepaalt het volume van de monitormix. U kunt nu de STEREO AUX RETURN MON-regelaar gebruiken om het niveau van het effectsignaal dat naar de monitormix wordt geleid, aan te passen.
Met de hoofdtelefoondistributieversterker Behringer POWERPLAY PRO HA4600/HA4700/HA8000 kun je gemakkelijk vier (of acht met de HA8000) stereo hoofdtelefoonmixen voor je studio leveren.
STEREO AUX RETOUR 2 (FX)
De STEREO AUX RETURN 2-regelaar bepaalt het niveau van de signalen die worden ingevoerd in de AUX RETURN 2-aansluitingen die naar de hoofdmix worden geleid.
HOOFDMENGSEL/ALT 3-4
De MAIN MIX/ALT 3-4-schakelaar leidt het signaal dat is aangesloten op STEREO AUX RETURN 2 naar ofwel de hoofdmix (niet ingedrukt) of submix (Alt 3-4, ingedrukt).
2.3.5 Tape-ingang / tape-uitgang

Afb. 2.10: 2-polige connectoren
CD/TAPE-INGANG
De CD/TAPE INPUT RCA-aansluitingen zijn bedoeld voor het aansluiten van een 2-track machine (bijv. DAT-recorder). Ze kunnen ook worden gebruikt als stereo line-ingang. Als alternatief kan ook het uitgangssignaal van een tweede XENYX of Behringer ULTRALINK PRO MX882 worden aangesloten. Als u een hifi-versterker met een bronkeuzeschakelaar op de CD/TAPE INPUT aansluit, kunt u eenvoudig schakelen tussen extra bronnen (bijv. cassetterecorder, cd-speler, enz.).
CD/TAPE-UITGANG
Deze connectoren zijn parallel bedraad met de MAIN OUT en dragen het hoofdmixsignaal (ongebalanceerd). Sluit de CD/TAPE OUTPUT aan op de ingangen van uw opnameapparaat. Het uiteindelijke uitgangsniveau kan worden aangepast via de uiterst nauwkeurige MAIN MIX-fader.
Als u een compressor of een noise gate aansluit na de 2-track output, zullen de faders waarschijnlijk geen bevredigend fade-out effect kunnen creëren.
2.3.6 Niveaumeter en monitoring

Afb. 2.11: Controlekamer/telefoonsectie, niveaumeter
CD/BAND
De TAPE-schakelaar leidt het signaal van de TAPE IN-aansluitingen naar de niveaumeter, de CONTROL ROOM OUT-uitgangen en de PHONES-aansluiting. Dit is een eenvoudige manier om opgenomen signalen via monitorluidsprekers of hoofdtelefoons te controleren.
ALT 3-4
Op dezelfde manier leidt de ALT 3-4-schakelaar het signaal van de Alt 3-4-bus naar hetzelfde pad voor bewakingsdoeleinden.
HOOFDMENGSEL
De MAIN MIX-schakelaar stuurt het hoofdmixsignaal naar de bovengenoemde uitgangen en naar de niveaumeter.
TELEFOON/CTRL R (kamer)
Gebruik deze knop om respectievelijk het uitgangsniveau van de controlekamer en het volume van de hoofdtelefoon in te stellen.
CD/BAND NAAR HOOFD
Wanneer de CD/TAPE TO MAIN-schakelaar wordt ingedrukt, wordt de 2-track-ingang naar de hoofdmix gerouteerd en dient zo als een extra ingang voor bandmachines. U kunt hier ook MIDI-instrumenten of andere signaalbronnen aansluiten die geen verdere bewerking nodig hebben. Tegelijkertijd schakelt deze schakelaar de hoofdmix-naar-tape-uitgangslink uit.
STROOM
De blauwe POWER-LED geeft aan dat het apparaat is ingeschakeld.
+48 V
De rode LED “+48 V” brandt wanneer de fantoomvoeding is ingeschakeld. De fantoomvoeding is nodig voor condensatormicrofoons en wordt geactiveerd met de schakelaar aan de achterkant van het apparaat.
Sluit geen microfoons aan op de mixer (of de stagebox/wallbox) terwijl de fantoomvoeding is ingeschakeld. Sluit microfoons aan voordat u de voeding inschakelt. Bovendien moeten de monitor/PA-luidsprekers worden gedempt voordat u de fantoomvoeding activeert. Wacht na het inschakelen ca. één minuut om systeemstabilisatie mogelijk te maken.
HOOGTE METER
De zeer nauwkeurige niveaumeter geeft nauwkeurig het juiste signaalniveau weer.
NIVEAU-INSTELLING:
Bij opnemen op een digitaal apparaat mag de piekmeter van de recorder niet hoger zijn dan 0 dB. Dit komt omdat, in tegenstelling tot analoge opnamen, enigszins te hoge niveaus onaangename digitale vervorming kunnen veroorzaken.
Bij opnemen op een analoog apparaat moeten de VU-meters van het opnameapparaat ca. +3 dB bij laagfrequente signalen (bijv. kickdrum). Vanwege hun traagheid hebben VU-meters de neiging om een te laag signaalniveau weer te geven bij frequenties boven 1 kHz. Daarom mag een Hi-Hat bijvoorbeeld maar tot -10 dB worden aangestuurd. Snaredrums moeten worden aangedreven tot ca. 0dB.
De piekmeters van uw XENYX geven het niveau vrijwel onafhankelijk van de frequentie weer. Voor alle signaaltypes wordt een opnameniveau van 0 dB aanbevolen.
MODUS (alleen 1204FX)
De MODE-schakelaar bepaalt of de SOLO-schakelaar van het kanaal werkt als PFL (Pre Fader Listen) of als solo (Solo In Place).
PFL
Druk op de MODE-schakelaar om de PFL-functie te activeren. De PFL-functie moet in de regel worden gebruikt voor het instellen van de versterking. Het signaal is pre-fader afkomstig en toegewezen aan de mono PFL-bus. In de "PFL"-instelling werkt alleen de linkerkant van de piekmeter. Stuur de afzonderlijke kanalen naar de 0 dB-markering van de VU-meter.
Solo
Als de MODE-schakelaar niet is ingedrukt, is de stereo-solobus actief. Solo is een afkorting voor "Solo In Place". Dit is de gebruikelijke methode om naar een individueel signaal of naar een groep signalen te luisteren. Zodra een solo-schakelaar wordt ingedrukt, worden alle kanalen in de controlekamer (en hoofdtelefoons) die niet zijn geselecteerd gedempt, waardoor stereopanning behouden blijft. De solo-bus kan de uitgangssignalen van de kanaalpanregelaars, de aux-sends en de stereolijningangen dragen. De solo-bus wordt in de regel post-fader geschakeld.
De PAN-regeling in de kanalenlijst biedt een constante vermogenskarakteristiek. Dit betekent dat het signaal altijd op een constant niveau is, ongeacht de positie in het stereopanorama. Als de PAN-regelaar volledig naar links of rechts vanuit het midden wordt bewogen, wordt het niveau in dat kanaal met 4 dB verhoogd. Dit zorgt ervoor dat, wanneer ingesteld in het midden, het audiosignaal niet luider is. Daarom worden bij geactiveerde solo-functie (Solo in Place) audiosignalen van de kanalen met PAN-regelaars die niet volledig naar links of rechts zijn verplaatst, op een lager volume weergegeven dan in de PFL-functie.
Solosignalen worden in de regel via de controlekamer-uitgangen en hoofdtelefoonaansluiting afgeluisterd en door de niveaumeters weergegeven. Als een solo-schakelaar wordt ingedrukt, worden de signalen van de tape-ingang, Alt 3-4 en de hoofdmix geblokkeerd van de controlekamer-uitgangen, de hoofdtelefoonaansluiting en de niveaumeter.
HOOFD SOLO (alleen 1204FX)
De MAIN SOLO-LED licht op zodra een kanaal- of aux-send-soloschakelaar wordt ingedrukt. De MODE schakelaar moet ook op "Solo" gezet worden.
PFL (alleen 1204FX)
De PFL-LED geeft aan dat de piekmeter is ingesteld op de PFL-modus.

Afb. 2.12: PHONES-aansluiting
TELEFOON
Op deze 1/4" TRS-connector kunt u een hoofdtelefoon aansluiten. Het signaal op de PHONES-aansluiting komt van de uitgang van de controlekamer.
2.3.7 Alt 3-4 en main mix fader

Afb. 2.13: Alt 3-4 en Main Mix-fader
Gebruik de zeer nauwkeurige kwaliteitsfaders om het uitgangsniveau van de Alt 3-4-subgroep en de hoofdmix te regelen.
2.4 Achteraanzicht van 1204USB/X1204USB
2.4.1 Hoofdmixuitgangen, Alt 3-4 uitgangen en controlekameruitgangen

Afb. 2.14: Main Mix-uitgangen, Alt 3-4-uitgangen en Control Room-uitgangen
HOOFDUITGANGEN
De MAIN-uitgangen voeren het MAIN MIX-signaal en zijn aangesloten op gebalanceerde XLR-connectoren met een nominaal niveau van +4 dBu.
ALT 3-4 UITGANGEN
De ALT 3-4-uitgangen zijn ongebalanceerd en dragen de signalen van de kanalen die u met de MUTE-schakelaar aan deze groep hebt toegewezen. Dit kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een subgroep naar een andere mengtafel te leiden, of het kan worden gebruikt als een opname-uitgang die samenwerkt met de hoofduitgang. Dit betekent dat u tot vier sporen tegelijk kunt opnemen. Als kers op de taart kun je bij wijze van spreken Y-kabels aansluiten op deze vier uitgangen en vervolgens je 8-track recorder zo aansluiten dat je 2 x 4 sporen hebt (bv. kanaal 1 voedt spoor 1 en spoor 2, enz.). In de eerste opnamegang neem je op op de sporen 1, 3, 5 en 7 en in de tweede doorgang op de sporen 2, 4, 6 en 8.
De controlekameruitgang wordt normaal gesproken aangesloten op het monitorsysteem in de controlekamer en levert de stereomix of, indien nodig, het solosignaal.
USB-ingang/-uitgang

Afb. 2.15 USB-ingang/-uitgang
De XENYX-mixerlijn heeft ingebouwde USB-connectiviteit, waardoor stereosignalen van en naar de mixer en een computer kunnen worden gestuurd. Het geluid dat van de mixer naar een computer wordt gestuurd, is identiek aan de MAIN MIX. Audio die vanaf een computer naar de mixer wordt gestuurd, kan met de 2-TR/USB TO MAIN-knop naar de hoofdmix worden gerouteerd.
Sluit de USB type B-stekker aan op de USB-aansluiting op de mixer en het andere uiteinde in een vrije USB-poort op uw computer. Er zijn geen vereiste stuurprogramma's, maar we raden pc-gebruikers aan om het meegeleverde ASIO-stuurprogramma te installeren. Het stuurprogramma kan ook worden gedownload van behringer.com.
Voeding, fantoomvoeding en zekering

Afb. 2.16: Voedingsspanning en zekering
ZEKERINGHOUDER
De console wordt aangesloten op het lichtnet via de meegeleverde kabel die voldoet aan de vereiste veiligheidsnormen. Doorgebrande zekeringen mogen alleen worden vervangen door zekeringen van hetzelfde type en dezelfde classificatie.
IEC NETAANSLUITING
De netaansluiting is via een kabel met IEC-netstekker. Bij de apparatuur wordt een passende voedingskabel geleverd.
STROOM
Gebruik de POWER-schakelaar om het mengpaneel aan te zetten.
PHANTOM
De PHANTOM-schakelaar activeert de fantoomvoeding voor de XLR-aansluitingen van de monokanalen die nodig is om condensatormicrofoons te laten werken. De rode +48 V LED brandt als de fantoomvoeding is ingeschakeld. In de regel kunnen dynamische microfoons nog steeds worden gebruikt met ingeschakelde fantoomvoeding, op voorwaarde dat ze in een gebalanceerde configuratie zijn bedraad. Neem bij twijfel contact op met de microfoonfabrikant!
Sluit na het inschakelen van de fantoomvoeding geen microfoons aan op de mixer (of de stagebox/wallbox). Sluit de microfoons aan voordat u de fantoomvoeding inschakelt. Bovendien moeten de monitor/PA-luidsprekers worden gedempt voordat de fantoomvoeding wordt geactiveerd. Wacht na het inschakelen ca. één minuut om het systeem te laten stabiliseren.
- Voorzichtigheid! Gebruik nooit ongebalanceerde XLR-connectoren (PIN 1 en 3 aangesloten) op de MIC-ingangen als u de fantoomvoeding wilt gebruiken.
SERIENUMMER
Let op de belangrijke informatie over het serienummer in hoofdstuk 1.3.3.
3. Digitale effectprocessor

Afb. 3.1: Digitale effectmodule (alleen X1204USB)
Hier vindt u een lijst met alle presets die in de multi-effectprocessor zijn opgeslagen. Deze ingebouwde effectenmodule produceert hoogwaardige standaardeffecten zoals reverb, chorus, flanger, delay en verschillende combinatie-effecten. De geïntegreerde effectenmodule heeft het voordeel dat er geen bedrading nodig is. Op deze manier wordt het gevaar van aardlussen of ongelijke signaalniveaus in het begin geëlimineerd, wat de bediening volledig vereenvoudigt.
Deze effectpresets zijn ontworpen om te worden toegevoegd aan droge signalen. Als je de FX TO MAIN-regelaar beweegt, mix je het kanaalsignaal (dry) en het effectsignaal.
Dit geldt ook voor het mixen van effectsignalen met de monitormix. Het belangrijkste verschil is dat de mixverhouding wordt aangepast met de FX TO MON-regelaar. Uiteraard moet voor beide toepassingen een signaal via de FX-regelaar in de kanaalstrip in de effectprocessor worden ingevoerd.
Op de volgende pagina vindt u een afbeelding die laat zien hoe u uw voetschakelaar correct aansluit.
PEIL
De LED-niveaumeter op de effectenmodule moet een voldoende hoog niveau aangeven. Zorg ervoor dat de clip-LED alleen bij piekniveaus oplicht. Als het constant brandt, overbelast u de effectprocessor en dit kan onaangename vervorming veroorzaken. De FX-regelaar (AUX SEND 2) bepaalt het niveau dat de effectmodule bereikt.
PROGRAMMA
U kunt de effectpreset selecteren door aan de PROGRAM-regelaar te draaien. Op het display knippert het nummer van de huidige preset. Om de geselecteerde preset op te roepen, drukt u op de knop; het knipperen stopt. U kunt de geselecteerde preset ook oproepen met de voetschakelaar.
4. Installatie
4.1 Kabelaansluitingen
Voor de verschillende aansluitingen van en naar de console heb je een groot aantal kabels nodig. Onderstaande afbeeldingen tonen de bedrading van deze kabels. Gebruik alleen hoogwaardige kabels.

Afb. 4.1: ¼" TS-connector voor voetschakelaar
4.1.1 Audio-aansluitingen
Gebruik a.u.b. in de handel verkrijgbare RCA-kabels om de 2-track in- en uitgangen te bedraden.
Uiteraard kunt u ook ongebalanceerde apparaten aansluiten op de gebalanceerde in-/uitgangen. Gebruik monostekkers of zorg ervoor dat ring en huls in de stereostekker zijn overbrugd (of pinnen 1 en 3 in het geval van XLR-connectoren).
Voorzichtigheid! Gebruik nooit ongebalanceerde XLR-connectoren (pin 1 en 3 aangesloten) op de MIC-ingangen als u van plan bent om de fantoomvoeding te gebruiken.
Afb. 4.5: ¼" TRS-connector voor koptelefoon
1. Introduktion

Varning!
NL Belangrijke informatie
- Registreer online. Registreer uw nieuwe Music Tribe-apparatuur direct nadat u deze hebt gekocht door naar musictribe.com te gaan. Door uw aankoop te registreren via ons eenvoudige online formulier, kunnen wij uw reparatieclaims sneller en efficiënter verwerken. Lees ook de voorwaarden van onze garantie, indien van toepassing.
- Storing. Mocht uw door Music Tribe geautoriseerde wederverkoper niet bij u in de buurt zijn gevestigd, dan kunt u contact opnemen met de door Music Tribe Authorized Fulfiller voor uw land vermeld onder "Support" op musictribe.com. Als uw land niet in de lijst staat, controleer dan of uw probleem kan worden opgelost door onze "Online Support", die u ook kunt vinden onder "Support" op musictribe.com. U kunt ook een online garantieclaim indienen op musictribe.com VOORDAT u het product retourneert.
- Stroomaansluitingen. Voordat u het apparaat op een stopcontact aansluit, moet u ervoor zorgen dat u de juiste netspanning voor uw specifieke model gebruikt. Defecte zekeringen moeten zonder uitzondering worden vervangen door zekeringen van hetzelfde type en dezelfde waarde.