GM-D515 - Ontvanger PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GM-D515 PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GM-D515 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GM-D515 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GM-D515 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING GM-D515 PIONEER
Instellen van dit toestel 3
Versterkingsregelaar en Regelaar lage tonen .... 3
Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC) 3
Regelaar voor drempelfrequentie 3
Spanningsindicator 4
HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar (CH A en CH B) .... 4
Aansluiten van het toestel 5
Aansluitschema 6
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt ...... 7
Verbinden van de luidspreker- uitgangsaansluitingen 8
Aansluiten van de luidsprekerdraden 9
Installatie 11
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis .... 11
Dank U zeer voor de aanschaf van dit PIONEER-product. Lees deze gebruiks-aanwijzing goed door, voordat het toestel in gebruik genomen wordt.
Bij problemen
Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde PIONEER service-centrum, wanneer de eenheid niet juist functioneert.
Over dit product
Dit product is een 5-kanaals Klasse D versterker. Sluit luidsprekers met het volle bereik aan op de kanalen A en B en een subwoofer op het SUB kanaal. Als voor het SUB kanaal zowel L (links) als R (rechts) zijn aangesloten op de RCA (tulpstekker) ingang, zal het geproduceerde geluid een mix zijn van de L en R signalen.

WAARSCHUWING
Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.
WAARSCHUWING
- Gebruik altijd de los verkrijgbare, speciale rode accu- en aardedraden ([RD-223] ×2). Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
- Raak de versterker niet met natte handen aan. U zou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze nat is.
- Voor de verkeersveiligheid dient u het volume zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en ander verkeer nog goed kunt horen.
- Controleer de verbindingen van de spanningsto-evoer en luidsprekers inden de zekering van het los verkrijgbare accudraad of de zekering van de versterker regelmatig doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en ampérage.
- Om een onjuiste werking van de versterker en luidsprekers te voorkomen, schakelt het beschermingscircuit van de versterker de spanning naar de versterker uit indien de omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding met de spanningsbron en luidsprekers. Zoek de oorzaak en los het probleem op.
- Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de oorzaak niet kunt vinden.
- Om een elektrische schok of kortluiting te voorkomen tijdens het aansluiten en installeren, moet de negative (-) pool van de accu worden ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.
- Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
Versterkingsregelaar en Regelaar lage tonen
U kunt de versterkingsregelaars A en B en de regelaar voor de weergave van de lage tonen (CH SUB) instellen in overeenstemming met de uitgangssignalen van de auto-stereo naar de Pioneer versterker. Zet deze regelaars normaliter in de "NORMAL (NORM.)" stand. Indien de weergave te zacht klinkt, zelfs met het volume van de auto-stereo verhoogd, moet u deze regelaars naar rechts draaien. Draai deze regelaars naar links indien het geluid vervormt wanneer het volume van de auto-stereo wordt verhoogd.
- Wanneer u slechts één ingang verbindt, moet u de versterkingsregelaars voor luidsprekeruitgangen A en B in dezelfde stand draaien.
- Wanneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer auto-stereo met RCA gebruikt, met een maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van de auto-stereo.
- Wanneer u de lage tonen wilt versterken, draai de regelaar voor de lage tonen naar rechts.
Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC)
Als u een slag of dreun hoort bij het luisteren naar een MW/LW (MG/LG)-uitzending op uw autostereo, kunt u de stand van de BFC-schakelaar wijzigen met een kleine schroevedraaier met platte kop.

Regelaar voor drempelfrequentie
U kunt een drempelfrequentie van 40 t/m 240 Hz kiezen.
Spanningsindicator
De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld.

text_image
de spanning wordt ingeselnakeld. 1000 WMTS CLASS D/MOSSET 6 Descent Appliance (OK-753)HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar (CH A en CH B)
Stel de HPF-keuzeschakelaar als volgt in, naargelang het type luidspreker dat is aangesloten op de luidsprekeruitgangsaansluiting en het autostereosysteem:
HPF-keuze- Uit te voeren Type Opmerkingen schakelaar audio frequentiebereik luidspreker
Uitgeschakeld (OFF) Full range Full range (links)
HPF (rechts) Laag frequentiebereik tot Full range Als u het zeer lage hoog frequentiebereik frequentiebereik wil
afsnijden, omdat het niet nodig is voor de luidspreker die u gebruikt.

WAARSCHUWING
- Voorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid en ontkoppel de nagatieve (–) accupool van het voertuig.
- Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer-of plakband vast. Bescherm de bedrading door de gedeelten in de buurt van metalen delen met isoleerband af te dekken.
- Leid de draden niet langs plaatsen die heet worden, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met kortsluiting tot gevolg.
-
Zorg dat de bedrading de werking van bewegende of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto niet hindert.
-
Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit werkt anders namelijk niet wanneer het voor de veiligheid zou moeten functioneren.
- Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het draad zou dan namelijk worden overschreden, met oververhitting tot gevolg.
- Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:
Om beschadiging en/of letsel te voorkomen
- Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor verschillende luidsprekers.
- Dit toestel is ontworpen voor auto's met een accu van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de accuspanning na voor u het toestel installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.
- De accu raakt mogelijk uitgeput indien de auto-stereo langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de auto-stereo uit wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact aanstaat, ongeacht of de auto-stereo wel of niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
Luidsprekers die op de versterker worden aangesloten moeten overeenstemmen met de hieronder vermelde normen. Indien dat niet het geval is, kan dit leiden tot brand of beschadiging van de luidspreker. Gebruik luidsprekers met een impedantie van 4 t/m 8 ohm. Gebruik een subwoofer met een impedantie van 2 t/m 8 ohm.
- Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner.
- Snoeren voor dit toestel en overeenkomende snoeren voor andere toestellen hebben mogelijk verschillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit toestel met een ander toestel daarom de handleiding van beide toestellen en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.
Luidsprekerkanaal Luidsprekertype Vermogen
| Kanaal A (CH A) Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 100 W | |||
| Kanaal B (CH B) Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 100 W | |||
| Subwooferkanaal (CH SUB) min. 178 W (4 Ωaandrijving) | Subwoofer | Nominale | ingang: |
| min. 338 W (2 Ωaandrijving) | |||
Aansluitschema

flowchart
graph TD
A["Aardingssnoer (zwart) [RD-223"] (los verkrijgbaar) Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis.] --> B["Zekering (30 A) ×2"]
B --> C["Speciaal rood accusnoer [RD-223"] (los verkrijgbaar) Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.]
B --> D["Zekering (30 A) ×2"]
D --> E["Doorvoerbuisje"]
E --> F["RCA-ingangspenaansluiting A"]
E --> G["RCA-ingangspenaansluiting B"]
E --> H["Zekering (25 A) ×3"]
H --> I["Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor richtlijnen i.v.m. het aansluiten van luidsprekers."]
H --> J["RCA-ingangspenaansluiting SUB"]
J --> K["Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar) Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een systeem-afstandsbedieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar."]
J --> L["Externe uitgang (Subwoofer uitgang)"]
L --> M["Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)."]
L --> N["Externe uitgang (Voor- en achter-uitgang)"]
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt
- Gebruik altijd de los verkrijgbare, speciale rode accu- en aardedraden ([RD-223] ×2). Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
1. Trek het accudraad van het motorgedeelte naar de cabine van de auto.
- Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoeraansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

text_image
Zekering (30 A) Motor- compartment Interieur van het voertuig Zekering (30 A) Positieve aansluiting Steek het rubberen O- vormige doorvoerbuisje in de carrosserie van de auto. Boor een gat van 14 mm in de car- rosserie van de auto.2. Draai het accudraad, aardedraad en systeemafstandsbedieningsdraad ineen.

text_image
Incendraaien3. Bevestig verbindingsstukjes aan de uiteinden van de draden. De verbindingsstukjes zijn niet bijgeleverd.
- Klem de verbindingsstukjes met een tangetje aan de draden.

text_image
Verbindingsstukje Aardingssnoer Verbindingsstukje Accudraad4. Sluit de draden aan.
- Zet de draden stevig met de schroeven van de aansluitingen vast.

text_image
GND aarde-aansluiting Aansluiting voor systeemaftstandsbediening Spannings- aansluitpunt (POWER) Draad voor systeemaftstands- bediening Aardingssnoer AccudraadWAARSCHUWING
Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot schade en letsel, met inbegrip van lichte brandwonden.
Verbinden van de luidspreker- uitgangsaansluitingen
- Verwijder ongeveer 10 mm isolatie van het uiteinde van de luidsprekerdraden met een tang, en draai de draadstrengen ineen.

text_image
Ineendraaien 10 mm- Bevestig verbindingsstukjes aan de uiteinden van de luidsprekerdraden. De verbindingsstukjes zijn niet bijgeleverd.
- Klem de verbindingsstukjes met een tangetje aan de draden.

text_image
Verbindingsstukje Luidsprekerdraad- Verbind de luidsprekerdraden met de luidsprekeruitgangsaansluiting.
- Zet de luidsprekerdraden goed met de schroeven van de aansluiting vast.

text_image
Aansluitpuntschroef Luidspreker- uitgangsaansluiting Luidsprekerdraad
text_image
Aansluitpuntschroef Luidspreker- uitgangsaansluiting LuidsprekerdraadAansluiten van de luidsprekerdraden
⚠ WAARSCHUWING:
A & B kanalen
Diagram A - Correct

text_image
8 Ohm + Luid- spreker 8 Ohm + Luid- spreker + - Pioneer versterkerA & B kanalen 4 Ohm installatie
Diagram B - Incorrect

text_image
4 Ohm - Luid- spreker 4 Ohm - Luid- spreker + - Pioneer versterkerA & B kanalen 2 Ohm installatie
Installeer of gebruik uw Pioneer versterker NIET door luidsprekers van 4 Ohm (of lager) parallel te schakelen om zo een luidsprekerimpedantie van 2 Ohm (of lager) te krijgen voor de A & B kanalen (diagram B). Installeer of gebruik uw Pioneer versterker NIET door luidsprekers met een luidsprekerimpedantie van minder dan 4 Ohm in te schakelen voor de A & B kanalen. Een onjuiste installatie kan leiden tot schade aan de versterker, rook en oververhitting. Het oppervlak van de versterker kan ook te heet worden om aan te raken en dit kan resulteren in lichte brandwonden.
Om op de juiste manier een impedantie van 4 Ωte realiseren in uw installatie, dient u twee luidsprekers van 8 Ωparallel te schakelen zoals op de afbeelding (diagram A) of dient u een enkele luidspreker van 4 Ω te gebruiken. Voor gebruik van de A & B kanalen van de versterker dient u het aansluitdiagram te volgen zoals afgebeeld op de voorzijde van uw versterker en twee luidsprekers van 8 Ωparallel te schakelen om een belasting van 4 Ωte verkrijgen, of een enkele luidspreker van 4 Ωper kanaal te gebruiken.
Als u vragen of opmerkingen hebt, neem dan a.u.b. contact op met uw plaatselijke erkende Pioneer dealer, of bel de klantendienst van Pioneer.
⚠ WAARSCHUWING:
Subkanaal
Diagram C - Correct

text_image
4 Ohm + Luid- spreker 4 Ohm + Luid- spreker Sub + Sub - Pioneer versterkerSubkanaal 2 Ohm installatie
Diagram D - Incorrect

text_image
2 Ohm - Luid- spreker 2 Ohm - Luid- spreker Sub + Sub - Pioneer versterkerSubkanaal 1 Ohm installatie
Installeer of gebruik uw Pioneer versterker NIET door luidsprekers van 2 Ohm (of lager) parallel te schakelen om zo een luidsprekerimpedantie van 1 Ohm (of lager) te krijgen voor het Subkanaal (diagram D). Installeer of gebruik uw Pioneer versterker NIET door luidsprekers met een luidsprekerimpedantie van minder dan 2 Ohm in te schakelen voor het Subkanaal. Een onjuiste installatie kan leiden tot schade aan de versterker, rook en oververhitting. Het oppervlak van de versterker kan ook te heet worden om aan te raken en dit kan resulteren in lichte brandwonden.
Om op de juiste manier een impedantie van 2 Ωte realiseren in uw installatie, dient u twee luidsprekers van 4 Ωparallel te schakelen zoals op de afbeelding (diagram C) of dient u een enkele luidspreker van 2 Ω te gebruiken. Voor gebruik van het Subkanaal van de versterker dient u het aansluitdiagram te volgen zoals afgebeeld op de voorzijde van uw versterker en twee luidsprekers van 4 Ωparallel te schakelen om een belasting van 2 Ωte verkrijgen, of een enkele luidspreker van 2 Ωper kanaal te gebruiken.
Als u vragen of opmerkingen hebt, neem dan a.u.b. contact op met uw plaatselijke erkende Pioneer dealer, of bel de klantendienst van Pioneer.
Sluit de luidsprekersnoeren aan zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.

text_image
Luidspreker uitgang aansluiting (Rinks) Luidspreker uitgang A (Rechts) RCA-ingangspenaansluiting A (CH A) (Rechs) RCA-ingangspenaansluiting B (CH B) RCA-ingangspenaansluiting SUB (CH SUB) (Rechts) Luidspreker uitgang B (Links) Subwoofer uitgangCombinaties van in- en uitgangsaansluitingen
Ingang

- Als u alleen de RCA (tulpstekker) ingangsaansluiting A gebruikt, zullen de signalen voor kanaal A, kanaal B en het SUB kanaal worden weergegeven via kanaal A.
- Als u alleen de RCA (tulpstekker) ingangsaansluitingen A en B gebruikt, zullen de signalen voor kanaal A en kanaal B onveranderd blijven, maar zal de weergave via het SUB kanaal een mix zijn van de signalen voor de kanalen A en B.
- Als u alleen de RCA (tulpstekker) ingangsaansluitingen A en SUB gebruikt, zullen de signalen voor de kanalen A en B worden weergegeven via kanaal A, maar zal de weergave via het SUB kanaal onveranderd blijven.
- Wanneer u geen gebruik maakt van de RCA (tulpstekker) ingangsaansluiting B of SUB mag u er niets anders op aansluiten.

WAARSCHUWING
- Niet installeren op:
—Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers zou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt.
—Plaasten waar de bestuurder door de eenheid tijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer voor de bestuurdersstoel.
- Kontroleer dat draden niet in de weg van de stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk kortsluiting kunnen veroorzaken.
- Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van de schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen van het voertuig door worden gesneden met brand tot gevolg.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
- Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier die is beschreven om de installatie uit te voeren zoals het hoort. Als andere onderdelen dan diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is het mogelijk dat inwendige onderdelen van de versterker schade oplopen of loskomen, zodat de versterker niet meer werkt.
- Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:
Om slechte werking en/of letsel te voorkomen
- Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt gehinderd, en let derhalve op de volgende punten tijdens het installeren.
—Zorg dat er voor een goede vrije ruimte boven de versterker is. —Bedek de versterker niet met een vloermat of kleed.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en
luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vlocistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
- Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder.
- De beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uw wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig op een stabiele plaats.
- Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de versterker en het systeem naar behoren werken.
- Na het installeren van de versterker, moet u controlleren dat het reservewiel, de krik en het gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwijderd.
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis
- Zet de versterker op de plaats waar hij moet worden geïnstalleerd. Steek de bijgeleverde tapschroeven (4 × 18 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier op de schroeven zodat ze een inkeping maken op de plaats waar de gaten voor de installatie moeten komen.
- Boor gaten met een diameter van 2,5 mm op de plaatsen die zijn gemerkt en installeer de versterker, ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis.

text_image
Tapschroeven (4 ×18 mm) Vloermat of chassisBoor een gat met een diameter van 2,5 mm
Technische gegevens
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 — 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatieve klem aan massa
Stroomverbruik 43,8 A (met continu spanning, 4 Ω)
Gemiddeld stroomverbruik* 10,9 A (4 Ω voor vijf kanalen)
Zekering 25 A × 3
Afmetingen 350 (B) × 52 (H) × 268 (D) mm
Gewicht 3,9 kg (Excl. bedrading)
Maximale spanningsuitvoer .... Kanaal A/B: 100 W × 4 (4 Ω)
Kanaal SUB: 300W× 1(4) / 600W× 1(2)
Contiunue uitgangsvermogen 65 W × 4 (4 Ω) + 225 W × 1 (4 Ω)
Aansluitimpedantie 4 Ω (Kanaal A/B: 4 — 8 Ω toelaatbaar)
(Kanaal SUB: 2 — 8 Ωtoelaatbaar)
Frequentieweergave Kanaal A/B: 10 — 40.000 Hz (+0 dB, -1 dB)
Kanaal SUB: 5 — 240 Hz (+0,5 dB, -3 dB)
Signaal/ruisverhouding 95 dB (IEC-A netwerk)
Vervorming Kanaal A/B: 0,01% (10 W, 1 kHz)
Kanaal SUB: 0,03% (10 W, 120 Hz)
Laag-doorlaatfilter (kanaal SUB) ...... Afsnijfrequentie: 40 — 240 Hz
Afsnijsteilheid: -12 dB/oct
Hoog-doorlaatfilter (kanaal A/B) ...... Afsnijfrequentie: 40 — 240 Hz
Afsnijsteilheid: -12 dB/oct
Lage tonen regeling (kanaal SUB) -22 — +12 dB
(125 mV—6,5 V)
Niveau / versterkingsregeling (kanaal A/B) 200 mV — 6,5 V
Maximale ingangsniveau/-impedantie RCA: 6,5 V/22 kΩ
Opmerking:
- Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar.
\*Gemiddeld stroomverbruik
- Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.