DV 14DVA - Boormachine HITACHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DV 14DVA HITACHI in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloze boormachine |
| Merk | Hitachi |
| Model | DV 14DVA |
| Nominale spanning | 14,4 V |
| Accutype | Ni-Cd |
| Accucapaciteit | 1,5 Ah (typisch) |
| Onbelaste snelheid (snelheid 1) | 0 - 600 tpm |
| Onbelaste snelheid (snelheid 2) | 0 - 1800 tpm |
| Maximaal koppel | 30 Nm |
| Boorcapaciteit (staal) | 10 mm |
| Boorcapaciteit (hout) | 25 mm |
| Boorkoptype | Sleutelboorkop, 10 mm |
| Gewicht (met accu) | 1,5 kg |
| Afmetingen (L x B x H) | 200 x 65 x 180 mm |
| Voeding | Oplaadbare accu Li-Ion of Ni-Cd |
| Oplader inbegrepen | Ja |
| Laadtijd | Ongeveer 1 uur |
| Belangrijkste functies | Boren, schroeven, hamerboren |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek; boorkop smeren |
| Veiligheid | Boorkoprem, spindelblokkering, hulphendel |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Beschikbaar bij erkende dealer; reparatie door professional |
| Garantie | 1 jaar |
Veelgestelde vragen - DV 14DVA HITACHI
Gebruikersvragen over DV 14DVA HITACHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DV 14DVA - HITACHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DV 14DVA van het merk HITACHI.
GEBRUIKSAANWIJZING DV 14DVA HITACHI
Deze gebruiksaanwijzing s.v.p. voor gebruik zorgvuldig doorlezen.
-
De plaats waar gewerkt wordt schoonhouden. Niet opgeruimde werkplaatsen en werkbanken verhogen het gevaar van ongelukken.
-
Voorkom gevaarlijke situaties. Stel het apparaat niet bloot aan regen of overmatige vochtigheid. Gebruik het apparaat niet op plaatsen die overmatig dampig zijn.
Zorg voor goede verlichting tijdens de werkzaamheden.
Gebruik de boor en de acculader niet in de buurt van brandbare of explosieve materialen.
Voorkom gebruik van de boor en acculader in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen.
-
Het gereedschap buiten het bereik van kinderen houden. Bezoekers dienen een veilige afstand te bewaren.
-
Onbenodigd gereedschap en de acculader opruimen. Wanneer het gereedschap en de acculader niet gebruikt worden, dienen deze op een hooggelegen of af te sluiten plaats te worden opgeborgen. Het toestel en de acculader dienen op een plaats te worden opgeborgen waar de temperatuur onder de 40°C is.
-
Forceer het gereedschap niet. Bij normale draaisnelheden levert het apparaat de beste prestaties.
-
Gebruik het juiste gereedschap. Een klein hulpstuk niet gebruiken voor werkzaamheden waarvoor een groot vermogen vereist is.
-
Draag de juiste kleding. Geen loshangende kleding of sierraden dragen, die vast kunnen raken in bewegende delen. Rubberhandschoenen en schoeisel zijn aanbevolen wanneer buiten gewerkt wordt.
-
Gebruik van een veiligheidsbril is aanbevolen. Ook een stofmasker of gezichtsbescherming is aan te raden, vooral wanneer de werkzaamheden stof veroorzaken.
-
Wees voorzichtig met het snoer van de acculader. Het toestel nooit aan het snoer dragen, en aan het snoertrekkend uit het stopkontakt verwijderen. Bescherm het snoer tegen hitte, olie en scherpe voorwerpen.
-
Veilig werken. Gebruik klemmen of een bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Op deze wijze heeft u beide handen vrij om het gereedschap te bedienen.
-
Buig niet te ver naar voren. Zorg er steeds voor een goede houding om het evenwicht te bewaren.
-
Het gereedschap zorgvuldig onderhouden. Houd de boren scherp en schoon zodat een goed prestatievermogen mogelijk is. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor smering en verwisselen van de hulpstukken.
-
Wanneer de acculader niet gebruikt wordt of gerepareerd wordt, dient de stekker uit het stopkontakt verwijderd te worden.
-
Verwijder moersleutels en andere sleutels. Maak er een gewoonte van om alle sleutels te verwijderen voordat het apparaat aangezet wordt.
-
Onverwacht inschakelen vermijden. Draag het toestel niet met de vinger aan de schakelaar.
-
Gebruik uitsluitend de bijbehorende acculader. Gebruik geen andere acculaders om gevaar te voorkomen.
-
Alleen gebruik maken van originele Hitachi onderdelen.
- Gebruik de boor en de acculader uitsluitend voor doeleinden die in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn.
- Het gebruik van accessoires en toebehoren anders dan in deze gebruiksaanwijzing of in de HITACHI katalogus beschreven zijn, vehoogd het risico op lichamelijk letsel.
- Reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een geautoriseerde service dienst. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade en/of letsel veroorzaakt door reparatie uitgevoerd door ongeautoriseerde service diensten en/of verkeerd gebruik van het gereedschap.
- Verwijder geen schroeven of andere onderdelen van de boor en de acculader om de integriteit van het ontwerp te verzekeren.
- Gebruik de acculader met het voltage dat op het naamplaatje is aangegeven.
- Raak geen bewegende onderdelen of toebehoren aan tenzij de accu is verwijderd.
- Laad de accu altijd op voordat het toestel gebruikt wordt.
- Gebruik uitsluitend de voorgeschreven accu. Gebruik geen normale droge-cel accu, een oplaadbare of auto-accu voor de boor.
- Maak geen gebruik van een transformator met een spanningsverhoger.
- Laad de accu niet op met de wisselstroomdynamo van de auto of met gelijkstroom.
- De accu alleen binnenshuis opladen. De acculader en accu worden warm tijdens het opladen, dus vermijd direkt zonlicht; zorg voor goede ventilatie.
- Wanneer op een hoge plaats gewerkt wordt, dient voorzichtigheid in acht genomen te worden. Zorg dat er geen mensen onder u staan.
- De onderdelentekening in deze handleiding is uitsluitend bestemd voor de geautoriseerde service dienst.
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR SNOERLOZE KLOPBOORMACHINE
-
Laad de batterij bij een temperatuur van 0 – 40°C. Een temperatuur van onder 0°C kan overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. De accu kan niet bij een temperatuiur van boven de 40°C geladen worden. De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 – 25°C.
-
Gebruik de acculader niet kontinu. Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere accu begonnen wordt.
-
Voorkom dat stof of vuil in de aansluitopening van de accuterecht komt.
-
Demonteer de oplaadbare accu of acculader niet.
- Voorkom kortsluiting van de oplaadbare accu. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
- Gooi de accu niet in het vuur. Een brandende accu kan ontploffen.
-
Alvorens in een muur, vloer of het plafond te boren, moet u eerst kontroleren dat er geen spanningssnoeren, gasleidingen, etc. achter het te boren vlak liggen.
-
Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht werd, nadat deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik.
Gooi een ultgewerkte accu niet weg.
-
Het gebruik van een uitgeputte batterij zal de acculader beschadigen.
-
Steek nooit een voorwerp in de ventilatie- openingen van de acculader.
Als een voorwerp of ontylambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de acculader wordt gestoken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de acculader.
- Bij het monteren van de boor of houtboor in de sleutelloze boorkop dient u de spanbus stevig vast te zetten. Als de spanbus niet stevig vastzit, kan de boor of houtboor slippen of uit het apparaat vallen en ongelukken veroorzaken.
TECHNISCHE GEGEVENS
BOORMACHINE
| Model DV14DVA | |||
| Onbelaste snelheid (Laage/Hoge) | 0 – 350/0 – 1200/min. | ||
| Onbelaste slag-verhouding (Laage/Hoge) | 0 – 6300/0 – 21600/min. | ||
| Kapaciteit | Boren H | Steen (Laage/Hoge) 14 mm/10 mm (Diepte 30 mm) | |
| out (Laage/Hoge) 30 mm/18 mm (Dikte 18 mm) | |||
| Metaal (Laage/Hoge) 13 mm/6,5 mm (Dikte 1,6 mm) | |||
| Drijven | Kolomschroef 6 mm | ||
| Houtschroef (Laage/Hoge) | 6,8 mm (diameter) × 63 mm (lengte)/4,8 mm (diameter) × 40 mm (lengte) | ||
| Oplaadbare batterij (EB14B) | Ni-Cd batterij, 14,4 V | ||
| Gewicht | 2,3 kg | ||
ACCULADER
| Model | UC14YF / UC14YF2 |
| Oplaadspanning | 7,2 V – 14,4 V |
| Gewicht | 1,3 kg |
STANDAARD TOEBEHOREN
| DV14DVA | 1 Acculader (UC14YF or UC14YF2)....12 Plastic doos....1 |
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
EXTRA TOEBEHOREN (los verkrijgbaar)
- Batterij (EB14S, EB14B, EB14H)

- Zeskante copsleutel (voor bouten en moeren)
| Dopsleutel Nr. Schroefmaat | |
| 7 4 mm | |
| 8 5 mm | |
| 10 6 mm | |
Dopsleutel Nr.

- Boorkop voor boksteen
Diameter, 6,5 mm 8 mm 9,5 mm 10 mm
De extra toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
TOEPASSINGEN
○Boren in steen en betonblokken, etc.
○Indraaien en uitdraaien van machineschroeven, houtschroeven, tapbouten, etc.
○Boren van verschillende metalen.
○Boren van verschillende houtsoorten.
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
- Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk tegen de accuvergrendeling om de batterij te verwijderen (Zie Afb. 1 en 2).
VOORZICHTIG
Sluit de batterij nooit kort.
- Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij met de polen juist aangebracht (Zie Afb. 2).
OPLADEN
Voor het gebruik van de klopboormachine dient de batterij als volgt opgeladen te worden.
- Sluit het netsnoer van het oplaadapparaat op het stopkontakt aan.
Wanneer de stekker van de acculader in het stopkontakt wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen. (met tusserpozen van 1 sekonde).
- Steek de batterij in het acculader.
Plaats de batterij zodanig dat het naamplaatje naar het waarschuwingslabel van de acculader wijst. Druk de batterij verder totdat deze de bodemplaat raakt. (Zie Afb. 1 en 3.)
OPGELET
○Zorg dat de batterij in de juiste richting van plus en min wordt geplaatst. Opladen zal anders niet mogelijk zijn en daarbij zou u bijvoorbeeld de aansluitpunten van de lader kunnen beschadigen.
- Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen. (met tussenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 1).
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in tabel 1, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controlelampje | |||
| Voor het laden | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 seconde) | |
| Tijdens opladen | Brandt (ROOD) | Blift branden | |
| Na opladen | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 seconde) | |
| Opladen onmogelijk | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,1 sekonde.Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet.(Uit voor 0,1 sekonde) | Er is iets mis met de accu of met het oplaad-apparaaat. |
| Opladen onmogelijk | Brandt (GROEN) | Blift branden | De temperatuur van de accu is te hoog, waardoor het opladen onmogelijk is. |
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij
De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in de onderstaande tabel; batterijen die erg warm zijn dient u voor het opladen even af te laten koelen.
Tabel 2 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| EB14S, EB14B | -5^ – 60^ |
| EB14H | 0^ – 45^ |
(3) Tijd die benodigd is voor het opladen De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 3 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 3 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Batterij\Acculader | UC14YF UC14YF2 | |
| EB14S Circa. 45 | min. Circa. 45 min. | |
| EB14B Circa. 60 | min. Circa. 60 min. | |
| EB14H – Circa. 70 | min. | |
OPMERKING
De tijd voor het opladen verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage.
- Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt.
- Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit.
OPMERKING
Verwijder na gebruik eerst de batterijen uit de lader en bewaar de batterijen op de juiste manier.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
VOORZICHTIG
○Als de batterij bij gebruik te warm geworden is (door gebruik in de volle zon e.d.), bestaat de kans dat het controlelampje niet rood oplicht. Mocht dit zich woordoen, laat de batterij dan eerst even afkoeken alvorens u deze oplaadt.
○Wanneer het controlelampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controleer de opening van de laatste dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
○Aangzien de ingebouwde micoprocessor van de UC14YF/UC14YF2 een drietal sekonden nodig heeft om te reageren op het loskoppelen van de batterij, dient u minimaal drie sekonden te wachten voordat u de batterij weer aansluit om het laden te vervolgen. Als de batterij binnen de drie sekonden wordt aangesloten, bastaat de kans dat deze niet goed wordt opgeladen.
VOOR HET GEBRUIK
- Gereedmaken en kontroleren van de werkplaats Kontroleer of de werkplaats geschikt is door nauwkeurig de genormde voorzorgsmaatregelen op te volgen.
BEDIENING
- Kontroleer de plaats van de kap.
De drie funkties, schroevedraaier, boor en drilboor, kunnen worden ingesteld met de kap in deze machine.
(1) Voor gebruik als een schroevedraaier, moet u het nummer op de kap van "1" tot "5" in lijn brengen met de driehoek markering op de machine.
(2) Voor gebruik als boor, moet u de boormarkering "###" op de kap in lijn met de driehoek markering op de machine brengen.
(3) Voor gebruik als drilboor, moet u de hamer marking "T" op de kap in lijn brengen met de driehoek marking op de machine. (Zie Afb. 4, 5.)
LET OP
Breng het nummer en de markering op de kap in lijn met de driehoek marking op de machine. Het middenpunt van de nummers en markeringen op de kap kunnen niet worden vergrendeld.
2. Afstelling van het aantrekkoppel
(1) Draaikoppel
Instelling van het draaikoppel van de boor dient te gebeuren op basis van de schroefdiameter. Wan neer teveel kracht bij het aandraaien gebruikt wordt, zal de schroef beschadigd en misschien onbruikbaar worden. Plaats de boorkap in een stand die overeenkomt met het soort schroef in gebruik.
(2) Aanduiding van het draaikoppel
Het draaikoppel kan aan het soort schroef en materiaal op dat moment van toepassing aangepast worden. De cijfers „1“, „2“, „3“, „4“ en „5“ op de kap van de machine geven de verschillende instelmogelijkheden aan. Stand „1“ vertegenwoordigt het kleinste koppel en „5“ het grootst instelbare koppel (Zie Afb. 4, 5).
(3) Instelling van het draaikoppel
Verdraai de boorkap tot de gewenste instelling verkregen is. Draai de boorkap door of terug naar een hogere of lagere stand, als het huidige draaikoppel te groot, respektievelijk te klein is.
VOORZICHTIG
○Het kan voorkomen dat de motor stopt wanneer het apparaat als een dril gebruikt wordt.
Zorg ervoor dat de boor klopboormachine niet vast loopt tijdens gubruik.
○Wanneer te lang gedraaid wordt kan de schroef breken.
3. Wisseling van rotatie naar impakt en uitsluitend rotatie (Zie Afb. 4, 5)
U kunt van "Rotation (uitsluitend rotatie)" naar "Impact (impakt + rotatie)" schakelen door de boormarkering "###" of de hamermarkering "T in lijn te brengen met de driehoek markering op de machine.
○Voor het boren van gaten in metaal, hout of plastic, moet u "Rotation (uitsluitend rotatie)" gebruiken.
○Voor het boren van gaten in steen of beton, moet u "Impact (impakt + rotatie)" gebruiken.
LET OP
Indien "Impact" is ingesteld voor het boren dat normaliter met "Rotation" wordt uitgevoerd, zal de kracht van het boren sterker zijn maar wordt het boorstuk of andere delen mogelijk beschadigd.
4. Veranderen van de draaisnelheid
Gebruik de toerenschakelaar om de draaisnelheid te veranderen. Druk op de vergrendeltoets en schuif de toerenschakelaar in de richting van de pijl (Zie Afb. 6 en 7). Door de toerenschakelaar op „LOW“ (laag toerental) te zetten, draait de boor met lage snelheid. Wanneer de toets „HIGH“ (hoog toerental) gezet wordt, draait de boor op hoge snelheid.
VOORZICHTIG
○Wanneer de draaisnelheid met de toerenschakelaar veranderd wordt, dient de schakelaar uitgezet te worden, en de keuzeschakelaar dient op „O” (OFF) gezet te worden.
De motor wordt beschadigd wanneer de draaisnelheid veranderd wordt tijdens het draaien van de motor.
○ Als u de toerenschakelaar op "HIGH" (hoog toerental) zet, terwijl de kap op "4" of "5" staat, kan het gebeuren dat de koppeling doorslipt en dat de motor vast komt te staan. Zet in dat geval de toerenschakelaar op "LOW" (laag toerental).
○Schakel de netspanning onmiddelijk uit wanneer de motor vast loopt. Dit om te voorkomen dat de motor of accu beschadigd wordt.
5. Manieren en suggesties voor gebruik
De volgende tabel geeft aanwijzingen voor gebruik onder verschillende omstandigheden en manieren waarop het apparaat gebruikt kan worden.
Tabel 4
| Werk Bruikbaar bereik Suggesties | ||
| Boren | Steen: 14 mm | Gebruikt voor boren. |
| Hout: 30 mm | ||
| Staal: 13 mm | ||
| Aluminium: 13 mm | ||
| Drijven | Kolomschroef: 6 mm | Gebruik een boor en dopsleutel die met de diameter van de schroef overeenkomen. |
| Moer: 6 mm | ||
| Houtshcroef: 6,8 mm (diameter) × 63 mm (lengte) | Gebruik na het voorboren van gat. | |
6. Aantrekkoppel en draaikoppel
Tabel 5
| Toepassing Kapstand | Kiezen van het toerental (kapstand) | |||
| L (laag toerental) H (hoog toerental) | ||||
| Drijven | Kolomschroef 1 – 5 | Voor schroeven met een diameter van 4 mm of kleiner. | Voor schroeven met een diameter van 6 mm of kleiner. | |
| Houtschroef 1 – 5 | Voor schroeven met een diameter van 6,8 mm of kleiner. | Voor schroeven met een diameter van 4,8 mm of kleiner. | ||
| Boren | Steen | [4432] | Voor diameters van 14 mm of keliner. | Voor diameters van 10 mm of keliner. |
| Hout | ![]() | Voor diameters van 30 mm of keliner. | Voor diameters van 18 mm of keliner. | |
| Metaal | [AG60] | Diam. boor: max. 13 mm. | Diam. boor: max. 6,5 mm. | |
VOORZICHTIG
○Bovenstaande voorbeelden in Tabel 5 kunnen als standaard gezien worden voor de verschillende types schroeven en materialen, alhoewel verschillende schroeven en materialen gebruikt worden in de praktijk. Voor verschillende types dient het juiste draaikoppel te worden gekozen.
7. Monteren en verwijderen van de boren
(1) Monteren van een boor/draaistuk
Steek de boor of het draaistuk enz. in de snelspan-boorhouder, pak de ring stevig vast en houd deze op zijn plaats terwijl u de klembus naar rechts draait (klokwaarts, van voren af gezien). (Zie Afb. 8)
○Mocht de klembus tijdens gebruik losraken, draai hem dan nog iets vaster. Steviger aandraaien van de klembus vergroot de kracht van het apparaat.
(2) Verwijderen van een boor/draaistuk
Pak de ring stevig vast en houd deze op zijn plaats terwijl u de klembus naar links draait (tegen de klok in, van voren af gezien). (Zie Afb. 8)
VOORZICHTIG
Wanneer de klembus niet losgeschroefd kan worden, dient u het gereedschap in een bankschroef vast te zetten. Zet vervolgens de koppeling op 1–3 en draai de klembus linksom terwijl u de koppeling bediend.
Gebruik de klopboormachine altijd met de draairichting naar rechts wanneer deze gebruikt wordt slagboor.
- Bediening van de schakelaar:
○De boor gaat draaien wanneer aan de trekker getrokken wordt. Wanneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor.
○De draaisnelheid van de boor kunt u regelen door in meer of mindere mate aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
○Als u de schakelaar loslaat, wordt de ingebouwde rem in werking gesteld zodat het apparaat onmiddellijk stopt met draaien.
11. Voor het boren van baksteen en metaal
Overmatige druk bij het boren verhoogt niet de snelheid. De boorkop zal hierdoor echter wel worden beschadigd met een kortere levensduur tot gevolg, of de klus wordt mogelijk niet goed uitgevoerd. Gebruik de boor met een druk van 10 - 15 kg bij het boren in steen.
OPMERKING
Het gebruik van de EB14H batterij bij lage temperaturen (onder nul) kan soms een zwakker aantrekkoppel en slechtere werking van het gereedschap tot gevolg hebben. Dit is slechts tijdelijk en de werking zal weer normaal zijn als de batterij weer op normale temperatuur is.
ONDERHOUD EN INSPEKTIE
1. Inspektie van de boor
Slijp of vervang de boor wanneer slijtage gekonstateerd wordt; gebruik van eengekonstateerd wordt; gebruik van een stompe boor vermindert de efficiântie en kan de motor beschadigen.
2. Inspektie van bevestigingsschroeven
Kontroleer deze schroeven regelmatig om te verzekeren dat ze goed aangedraaid zijn.
Draai loszittende schroeven onmiddellijk vast. Dit om ongelukken te voorkomen.
3. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doek, of wat soppig water, wanneer de behuizing bevuild is. Gebruik geen vloeis toffen zoals terpentine of benzine om te voorkomen dat de afwerking beschadigd wordt.
4. Opbergen
Bewaar de klopboormachine op een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C, en buiten het bereik van kinderen.
AANTEKENING
Op grond van het voortdurende research en ont wikkelingsprogramma van HITACHI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN50144.
Het doorsnee A-gewogen geluiddruknivo is 91 dB (A). Het standaard A-gewogen geluiddruknivo: 104 dB (A) Draag gehoorbescherming.
Typische gewogen effektieve versnellingswaarde: 6,0 m/s²
1 Acculader (UC14YF or UC14YF2)....12 Plastic doos....1