MAKITA LS1016 - Afkortzaag

LS1016 - Afkortzaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LS1016 MAKITA in PDF-formaat.

📄 144 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MAKITA LS1016 - page 67
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over LS1016 MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Afkortzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LS1016 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LS1016 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING LS1016 MAKITA

Voor dit gereedschap worden de volgende symbolen gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis van deze symbolen begrijpt alvorens het gereedschap te gebruiken.

Símbolos

- Alleen voor EU-landen

Geef elektrische apparaten niet met het huisvuil mee!

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.

Verklaring van algemene gegevens

1Aanslagpen35Asvergrendeling66Kroon-profiellijstaanslag L (los verkrijgbaar)
2Zeskante bout(en)36Zaagbladkast
3Veiligheidskap37Pijltje67Kroon-profiellijstaanslag R (los verkrijgbaar)
4Zaagsnedeplaat38Buitenflens
5Zaagblad39Binnenflens68Kroon-profiellijstaanslag L
6Zaagbladtanden40As69Kroon-profiellijstaanslag R
7Linkse verstek snede41Ring70Kroon-profiellijst
8Rechte snede42Stofuitlaat71Spanschroef
9Rechtse verstek snede43Stofzak72Vulblok
10Ingedrukt houdt44Sluitstrip73Aluminium werkstuk
11Schroef45Stofvanger74Groeven zagen met het zaagblad
12Stelbout46Afdekking
13Draaibaar voetstuk47Knop75Driehoeksliniaal
14Aanslaghendel48Cilinder76Verstekschaal
15Schuifpijp49Zaagsel77Schaalverdeling voor schuine hoek
16Bovenvlak van draaibaar voetstuk50Steun
51Draaibaar voetstuk78Stelbout voor hoek van 0°
17Omtrek van zaagblad52Klembouten79Schaalverdeling
18Geleider53Bovenste geleider80Stelbout voor linkse 45°
19Stelschroef54Onderste geleiderschuine hoek
20Aanslagarm55Spanschroefknop81Stelbout voor rechtse 45°
21Greep56Spanschroefarmschuine hoek
22Nok57Spanschroefstang82Werkstuk
23Hendel(s)58Spanschroefplaat83Laserlijn
24Vergrendelingshendel59Spanschroefmoer84Verticale spanschroef
25Schaalverdeling60Houder85Schroevendraaier
26Ontgrendelknop61Kroon-profiellijst met een wandhoek van 52/38°86Schroef (één stuk)
27Wijzer87Laserstraallens
28Ontgrendelknop62Kroon-profiellijst met een wandhoek van 45°88Limietmerkstreep
29Trekschakelaar89Borstelhouderdop
30Gat voor hangslot63Kwarthol-profiellijst met een wandhoek van 45°90Borgschroef
31Laserschakelaar91Lampschakelaar
32Dopsleutel64Binnenhoek92Lamp
33Sleutelhouder65Buitenhoek93Rood indicatievlak
34Middenkap

TECHNISCHE GEGEVENS

ModelLS1016/LS1016L/LS1016F/LS1016FL
Diameter zaagblad
Voor alle niet-Europese landen255 mm – 260 mm
Voor alle Europese landen260 mm
Diameter zaagbladgat
Voor alle niet-Europese landen25,4 mm
Voor alle Europese landen30 mm
Max. zaagcapaciteiten (H x B) met 260 mm diameter zaagblad
VerstekhoekSchuine hoek
45° (links)45° (rechts)
42 mm x 310 mm68 mm x 310 mm29 mm x 310 mm
58 mm x 279 mm91 mm x 279 mm43 mm x 279 mm
45° (rechts en links)42 mm x 218 mm68 mm x 218 mm29 mm x 218 mm
58 mm x 197 mm91 mm x 197 mm43 mm x 197 mm
52° (rechts en links)-68 mm x 190 mm-
91 mm x 171 mm
60° (rechts)-68 mm x 155 mm-
91 mm x 139 mm
Kroon-profiellijst van 45° (met gebruik van kroon-profiellijstaanslag)168 mm
Plint (H) (met gebruik van horizontale spanschroef)120 mm

Toerental onbelast (min ^-1 ).... 3 200

Lasertype (LS1016L, LS1016FL).... Rode laser 650 nm, <1,6mW (Laser Klasse 2M)

Afmetingen (L x B x H)....718 mm x 640 mm x 671 mm

Netto gewicht

Voor alle niet-Europese landen

LS1016....23,6 kg

LS1016L/LS1016F 23,7 kg

LS1016FL....23,8 kg

Voor alle Europese landen

LS1016....24,1 kg

LS1016L/LS1016F 24,2 kg

LS1016FL....24,3 kg

Veiligheidsklasse

回/11

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
    • Gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2003

Doeleinden van gebruik

Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Bij gebruik van de geschikte zaagbladen kan ook aluminium worden gezaagd.

Stroomvoorziening

Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom worden gebruikt. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd volgens de Europese standaard en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden gebruikt.

GEA010-1

Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap

⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.

Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.

ENB034-6

AANVULLENDE

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP

  1. Draag oogbescherming.
  2. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Raak het freewheelende zaagblad niet aan, aangezien dit nog ernstige verwonding kan veroorzaken.
  3. Gebruik de zaag niet zonder dat de veiligheids-kappen zijn aangebracht.

Controleer vóór elk gebruik of de veiligheidskap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de veiligheidskap niet goed beweegt en niet snel over het zaagblad sluit. Klem of bind de veiligheidskap nooit in de geopende stand vast.

  1. Zaag nooit met het werkstuk in uw hand. Gebruik altijd de spanschroef om het werkstuk goed vast te zetten op het draaibaar voetstuk en tegen de geleider. Gebruik nooit uw hand om het werkstuk tijdens het zagen vast te houden.
  2. Reik nooit in de nabijheid van het zaagblad.
  3. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen alvo-rens het werkstuk te verwijderen of instellingen te veranderen.
  4. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens het zaagblad te verwisselen of onderhoud aan het gereedschap uit te voeren.
  5. Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvo- rens het gereedschap te dragen.
  6. De aanslagpen die de zaagkop in de omlaagpositie vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen.
  7. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid van ontvlambare gassen of vloeistoffen. Door de elektrische werking van het gereedschap kan een explosie en brand worden veroorzaakt indien blootgesteld aan brandbare vloeistoffen of gassen.
  8. Controleer het zaagblad zorgvuldig op barsten of beschadiging, alvorens het gereedschap te gebruiken. Een gebarsten of beschadigd zaagblad dient onmiddellijk te worden vervangen.
  9. Gebruik alleen flenzen die voor dit gereedschap zijn bestemd.
  10. Pas op dat u de as, de flenzen (vooral hun montagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadiging van deze onderdelen kan zaagbladbreuk veroorzaken.
  11. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vastgezet is, zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen.
  12. Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval, stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan zagen.
  13. Vermijd het zagen op spijkers. Inspecteer het werkstuk en verwijder alle eventuele spijkers alvorens met het zagen te beginnen.
  14. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens de trekschakelaar in te drukken.
  15. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste positie niet in aanraking komt met het draaibaar voetstuk.

  16. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de zaag bij het starten en stoppen even op- en neergaat.

  17. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet in contact is met het werkstuk.

  18. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste installatie of op een slecht gebalanceerd zaagblad kunnen wijzen.

  19. Wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait, alvorens het werkstuk te zagen.

  20. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets abnormaals opmerkt.

  21. Probeer niet om de trekschakelaar in de INGE-SCHAKELD positie te vergrendelen.

  22. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet wanneer het werk saai is en uit herhalingen bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van veiligheid misleiden, aangezien zaagbladen altijd uiterst gevaarlijk zijn.

  23. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan verwonding veroorzaken.

  24. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere materialen dan aluminium, hout of soortgelijk materiaal.

  25. Sluit verstekzagen tijdens het zagen aan op een stofvanginrichting.

  26. Selecteer de zaagbladen in overeenstemming met het te zagen materiaal.

  27. Wees voorzichtig wanneer u gleuven zaagt.

  28. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze versleten is.

  29. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn gemaakt.

  30. Sommig stofafval van de zaagbediening bevat chemicaliën die kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsdefecten kunnen veroorzaken. Een paar voorbeelden van deze chemicaliën zijn:

- Ilood van materiaal dat met loodhoudende inkt is geverfd - larseen en chroom van chemisch behandeld timmerhout

Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe vaak u dit soort werk uitvoert. Om blootstelling aan deze chemicaliën tot een minimum te beperken, dient u in een goed geventileerde omgeving te werken en gebruik te maken van goedgekeurde veiligheidsapparatuur zoals stofmaskers die speciaal ontworpen zijn voor het filtreren van microscopische deeltjes.

  1. Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om het voortgebrachte geluid tot een minimum te beperken.

  2. De gebruiker dient volledig vertrouwd te zijn met het gebruik, de afstelling en de bediening van het gereedschap.

  3. Gebruik juist aangescherpte zaagbladen. Neem altijd de maximale snelheid, die op het zaagblad is aangeduid, in acht.

  4. Probeer niet om afgezaagde stukken of andere delen van het werkstuk uit het zaaggebied te verwijderen terwijl het gereedschap nog draait en de zaagkop niet in de uitgangspositie staat.

  5. Gebruik alleen zaagbladen die worden aanbevolen door de fabrikant en voldoen aan EN847-1.

  6. Draag handschoenen wanneer u zaagbladen of ruw materiaal hanteert (zaagbladen dienen zo vaak als praktisch mogelijk is in een houder te worden gedragen).
  7. Indien uitgerust met een laser, mag de laser niet worden verwisseld met een ander type laser. Reparaties moeten correct worden uitgevoerd.

BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN

INSTALLEREN

Het gereedschap op de werktafel monteren

Bij de verscheping uit de fabriek is het handvat door middel van de aanslagpen in de omlaagpositie vergrendeld. Ontgrendel de aanslagpen door het handvat iets omlaag te drukken en aan de aanslagpen te trekken. (Fig. 1)

WAARSCHUWING:

- Zorg ervoor dat het gereedschap niet kan bewegen op de ondergrond. Als de verstekzaag tijdens het zagen beweegt ten opzichte van de ondergrond, kan dat leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel.

Dit gereedschap dient op een vlak en stabiel oppervlak te worden gemonteerd door middel van vier bouten die u vastdraait in de boutgaten in de voet van het gereedschap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelijk verwondingen veroorzaakt. (Fig. 2)

BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES

WAARSCHUWING:

- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controlleren of af te stellen. Als het gereedschap niet wordt uitgeschakeld en de stekker niet uit het stopcontact wordt getrokken, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel na per ongeluk inschakelen.

Veiligheidskap (Fig. 3 en 4)

Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de veiligheidskap automatisch omhoog. De veiligheidskap keert terug naar haar oorspronkelijke positie wanneer het zagen is voltooid en het handvat omhoog wordt gebracht.

WAARSCHUWING:

- Zet de beschermkap nooit vast en verwijder nooit de beschermkap of de veer die eraan is bevestigd. Een blootliggend zaagblad als gevolg van een buiten werking gestelde veiligheidskap kan tijdens gebruik leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Voor uw persoonlijke veiligheid dient de veiligheidskap altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onregelmatigheid in de werking van de veiligheidskap dient onmiddellijk te worden hersteld. Controleer of de veer goed werkt zodat de veiligheidskap goed terugkeert.

WAARSCHUWING:

- Gebruik het gereedschap nooit wanneer de veiligheidskap of de veer beschadigd, defect, of verwijderd zijn. Het gebruik van het gereedschap met een beschadigde, defecte of verwijderde veiligheidskap kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Als de doorzichtige veiligheidskap vuil is of met zaagsel is bedekt zodat het zaagblad en/of het werkstuk niet meer goed zichtbaar is, haal dan de stekker uit het stopcontact en maak de veiligheidskap met een bevochtigde doek goed schoon. Gebruik geen oplosmiddelen of een schoonmaakmiddel op petroleumbasis op de kunststoffen veiligheidskap omdat hierdoor de veiligheidskap kan worden beschadigd.

Als de veiligheidskap vuil is geworden en voor correct gebruik moet worden schoongemaakt, volgt u de onderstaande stappen:

Terwijl het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken, gebruikt u de bijgeleverde sleutel om de zeskante bout waarmee de middenkap is bevestigd los te draaien. Draai de zeskante bout linksom los en breng de veiligheidskap en de middenkap omhoog.

In deze positie kan de veiligheidskap grondiger en gemakkelijker worden schoongemaakt. Voer de bovenstaande procedure in de omgekeerde volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het schoonmaken is voltooid. Verwijder de veer van de veiligheidskap niet. Als de veiligheidskap beschadigd is door ouderdom of blootstelling aan ultraviolet licht, neemt u contact op met een Makita-servicecentrum om een nieuwe veiligheidskap te bestellen.

DE VEILIGHEIDSKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN.

Afstellen van de zaagsnedeplaten (Fig. 5, 6 en 7)

Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in de draaitafel. De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het zaagblad niet met de zaagsnedeplaten in contact komt. Stel de zaagsnedeplaten als volgt af alvorens het gereedschap in gebruik te nemen.

Haal eerst de stekker van het gereedschap uit het stopcontact. Draai alle schroeven (2 aan de linkerzijde en 2 aan de rechterzijde) waarmee de zaagsnedeplaten zijn vastgemaakt los. Trek de schroeven vervolgens weer aan in zulke mate dat de zaagsnedeplaten nog gemakkelijk met de hand kunnen worden bewogen. Breng het handvat volledig omlaag en druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omlaagpositie te vergrendelen. Draai de borgschroef waarmee de bovenste schuifstangen zijn vastgezet linksom los en duw de borghendel waarmee de onderste schuifstangen zijn vastgezet naar voren. Trek de slede helemaal naar u toe. Stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de voorste schroeven aan (niet te hard aantrekken). Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en stel de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. Trek de achterste schroeven aan (niet te hard aantrekken).

Nadat de zaagsnedeplaten zijn afgesteld, ontgrendelt u de aanslagpen en brengt u het handvat omhoog. Trek vervolgens alle schroeven stevig aan.

KENNISGEVING:

- Zorg na het instellen van de schuine hoek ervoor dat de zaagsnedeplaten goed worden afgesteld. Een juiste afstelling van de zaagsnedeplaten zorgt voor een goede ondersteuning van het werkstuk waarbij splinteren wordt geminimaliseerd.

Handhaven van de maximale zaagcapaciteit (Fig. 8, 9 en 10)

Dit gereedschap is in de fabriek ingesteld voor het leveren van maximale zaagcapaciteit met een 260 mm zaagblad.

Trek de stekker van het gereedschap uit het stopcontact voordat u afstellingen maakt.

Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, moet u altijd de laagste positie van het zaagblad controleren en zonodig als volgt afstellen:

Trek eerst de stekker uit het stopcontact. Breng de aan- slaghendel omlaag om het zaagblad in de positie te zet- ten die is aangegeven in de afbeelding. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider en breng het handvat hele- maal omlaag. Gebruik de dopsleutel en draai de stelbout naar links of naar rechts totdat de omtrek van het zaag- blad ietwat onder het bovenvlak van het draaibaar voet- stuk komt te zitten op het punt waar het voorvlak van de geleider in aanraking komt met het bovenvlak van het draaibaar voetstuk.

Draai met de hand het zaagblad rond (met de stekker uit het stopcontact verwijderd!) terwijl u het handvat volledig neergedrukt houdt, en controleer of het zaagblad met geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking komt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig.

Zet na het maken van afstellingen altijd de aanslaghendel terug in de oorspronkelijke stand door deze linksom te draaien.

WAARSCHUWING:

- Na het monteren van een nieuw zaagblad controleert u, terwijl de stekker van het gereedschap uit het stopcontact is getrokken, altijd dat het zaagblad geen enkel onderdeel van het onderstel raakt wanneer de handvat zo ver mogelijk omlaag wordt geduwd. Als het zaagblad het onderstel raakt, kan dit een terugslag veroorzaken en leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Aanslagarm (Fig. 11)

Met de aanslagarm kunt u de laagste positie van het zaagblad gemakkelijk instellen. Om in te stellen draait u de aanslagarm in de richting van het pijltje zoals afgebeeld. Stel de stelschroef zodanig in dat het zaagblad bij de gewenste positie stopt wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht.

Instellen van de verstekhoek (Fig. 12)

Duw het handvat in tot de nok aangrijpt en draai deze rechtsom tot hij stopt. Houd de vergrendelknop ingedrukt en verdraai het draaibaar voetstuk. Wanneer u het handvat hebt verdraaid naar de positie waarop de aanwijspunt de gewenste hoek op de verstekschaalverdeling aangeeft, draait u het handvat 90° linksom om het draaibaar voetstuk te vergrendelen.

LET OP:

- Nadat u de verstekhoek hebt veranderd, zet u altijd het draaibaar voetstuk vast door het handvat 90° linksom te draaien.

KENNISGEVING:

- Voor het verdraaien van het draaibaar voetstuk dient u het handvat volledig omhoog te brengen.

Instellen van de schuine hoek (Fig. 13, 14 en 15)

Om de schuine hoek in te stellen, draait u de hendel op de achterkant van het gereedschap naar links los. Duw de vergrendelingshendel helemaal naar voren, zoals aangegeven in de afbeelding, terwijl u het gewicht van de zaagkop ondersteunt zodat de druk van de vergrendelpen wordt afgehaald.

Wanneer u de slede naar rechts kantelt, kantelt u de slede iets naar links nadat u de hendel hebt losgezet en drukt u op de ontgrendelknop. Terwijl u de ontgrendelknop ingedrukt houdt, kantelt u de slede naar rechts.

Kantel het zaagblad totdat de wijzer naar de gewenste hoek op de schuine-hoek schaalverdeling wijst. Draai daarna de hendel weer stevig naar rechts vast om de arm te vergrendelen.

Wanneer de vergrendelingshendel naar de voorkant van de zaag is getrokken, kunt u het zaagblad vergrendelen met behulp van de klikstops onder linkse en rechtse hoe- ken van 22,5° en 33,9° ten opzichte van het draaibaar voetstuk.

Wanneer de vergrendelingshendel naar de achterkant van de zaag is geduwd, zoals aangegeven in de afbeelding, kan het zaagblad onder iedere gewenste hoek worden vergrendeld binnen het opgegeven bereik voor de schuine hoek.

LET OP:

- Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u de arm altijd vast te zetten door de hendel naar rechts vast te draaien.

KENNISGEVING:

  • Bij het kantelen van het zaagblad moet het handvat helemaal omhoog staan.
  • Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u de zaagsnedeplaten weer in de juiste positie te zetten volgens de aanwijzingen in de paragraaf “Afstellen van de zaagsnedeplaten”.

Schuifvergrendeling afstellen (Fig. 16)

Om de onderste schuifstang te vergrendelen, trekt u de borghendel naar de voorkant van de zaag.

Om de bovenste schuifstangen te vergrendelen, draait u de borgschroef rechtsom.

Werking van de schakelaar

Voor Europese landen (Fig. 17)

Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om de hetgereedschap te starten, duw de hendel naar links, druk de ontgrendelknop in en druk daarna de trekschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekschakelaar los.

WAARSCHUWING:

- Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de “UITGESCHA-KELD” (OFF) positie terugkeert. Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Het gereedschap gebruiken zonder dat de trekschakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel.

In de trekschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten.

Voor alle niet-Europese landen (Fig. 18)

Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, druk de ontgrendelknop in en druk vervolgens de trekschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekschakelaar los.

WAARSCHUWING:

- Alvorens de stekker in een stopcontact te steken, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de "UITGESCHA-KELD" (OFF) positie terugkeert. Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de ontgrendelknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar namelijk breken. Het gereedschap gebruiken zonder dat de trekschakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel.

In de trekschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten.

WAARSCHUWING:

  • Gebruik geen slot met een beugel of kabel met een diameter kleiner dan 6,35 mm. Met een dunnere beugel of kabel wordt het gereedschap mogelijk niet goed in de uit-stand vergrendeld, waardoor onbedoelde bediening kan plaatsvinden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trekschakelaar. Ieder gereedschap met een defecte trekschakelaar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd voordat het gereedschap wordt gebruikt of ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt.
  • Voor uw veiligheid is dit gereedschap voorzien van een ontgrendelknop die ongewild starten van het gereedschap voorkomt. Gebruik het gereedschap NOOIT indien het gaat draaien wanneer u gewoon de trekschakelaar indrukt zonder de ontgrendelknop in te drukken. Een trekschakelaar die moet worden gerepareerd kan leiden tot onbedoelde bediening en ernstig persoonlijk letsel. Breng het naar een Makita servicecentrum voor reparatie ALVORENS het verder te gebruiken.
  • NOOIT de uit-vergrendelknop vastplakken of op een andere manier buiten werking stellen. Een trekschakelaar met een buiten werking gestelde uit-vergrendelknop kan leiden tot onbedoelde bediening en ernstig persoonlijk letsel.

Aanzetten van de lampen (Fig. 19)

Alleen voor modellen LS1016F en LS1016FL

LET OP:

  • De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet in water en gebruik hem niet in de regen of in een natte omgeving. Dit kan namelijk een elektrische schok en uitwa seming veroorzaken.
  • Raak de lens van de lamp niet aan, aangezien deze tijdens of onmiddellijk na het gebruik uiterst heet is en brandwonden kan veroorzaken.
  • Stel de lamp niet bloot aan schokken of stoten, aangezien de lamp daardoor beschadigd kan raken of minder lang zal meegaan.
  • Richt de stralenbundel van de lamp niet langdurig naar uw ogen. Dit kan namelijk oogletsel veroorzaken.

- Bedek de brandende lamp niet met een doek, karton of soortgelijke voorwerpen. Dit kan namelijk brand of ont-branding veroorzaken.

Om de lamp in te schakelen, drukt u op het bovenste deel (I) van de schakelaar. Om de lamp uit te schakelen, drukt u op het onderste deel (O) van de schakelaar.

Beweeg de lamp om de gewenste plek te verlichten.

OPMERKING:

- Gebruik een droge doek om vuil op de lens van de lamp eraf te vegen. Pas op dat u geen krassen maakt op de lens, omdat de verlichtingssterkte daardoor kan verminderen.

Elektronische aansturing

Constante-snelheidsregeling

- Het gereedschap is uitgerust met een elektronische toerentalregeling die ervoor zorgt dat ook onder belasting het zaagblad op constante snelheid ronddraait. Een constante draaisnelheid van het zaagblad levert een zeer gladde zaagsnede op.

Zachte-startfunctie

- Deze functie laat het gereedschap geleidelijk starten door het startkoppel te beperken.

Werking van de laserstraal

Alleen voor modellen LS1016L en LS1016FL

LET OP:

  • Kijk nooit in de laserstraal. Een directe laserstraal kan oogletsel veroorzaken.
  • LASERSTRALING. KIJK NIET IN DE LASERSTRAAL EN GEBRUIK GEEN OPTISCHE INSTRUMENTEN OM ER RECHTSTREEKS NAAR TE KIJKEN. LASERPRODUCT VAN KLASSE 2M.

Om de laser in te schakelen, drukt u op de bovenkant (I) van de schakelaar. Om de laserstraal uit te schakelen, drukt u op het onderste deel (O) van de schakelaar. (Fig. 20)

U kunt de laserlijn verplaatsen naar de linker- of rechterzijde van het zaagblad door de stelschroef als volgt in te stellen. (Fig. 21)

  1. Draai de stelschroef naar links los.
  2. Schuif de losgedraaide stelschroef zo ver mogelijk naar links of rechts.
  3. Draai de stelschroef stevig vast bij de positie waar deze niet verder kan worden verschoven.

De laserlijn is in de fabriek zodanig ingesteld dat deze zich binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad (zaagpositie) bevindt.

OPMERKING:

- Wanneer de laserlijn vaag en slecht zichtbaar is vanwege direct zonlicht, verplaatst u het werkgebied naar een plaats met minder direct zonlicht.

Afstellen van de laserlijn (Fig. 22)

U kunt de laserlijn verplaatsen naar de linker- of rechterzijde van het zaagblad, afhankelijk van de zaagbewerking. Voor het verplaatsen van de laserlijn, zie de uitleg onder "Werking van de laserstraal".

OPMERKING:

- Plaats een houten hulpstuk tegen de geleider wanneer u de zaaglijn instelt met de laserlijn aan de zijkant van de geleider voor gecombineerd zagen (45° schuine hoek en 45° rechtse verstekhoek).

A) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de linkerzijde van het werkstuk
- Verplaats de laserlijn naar de linkerzijde van het zaagblad.
B) Wanneer u de juiste afmeting krijgt aan de rechterzijde van het werkstuk
- Verplaats de laserlijn naar de rechterzijde van het zaagblad.

Doe de zaaglijn op het werkstuk overeenkomen met de laserlijn.

INEENZETTEN

WAARSCHUWING:

- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens het gereedschap te gebruiken. Als u het gereedschap niet uitschakelt en zijn stekker niet uit het stopcontact trekt, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Opbergen van de copsleutel (Fig. 23)

De copsleutel wordt bewaard op de plaats aangegeven in de afbeelding.

Als u de copsleutel nodig hebt, trekt u deze uit de sleutelhouder.

Na gebruik van de copsleutel, plaatst u deze terug in de sleutelhouder.

Installeren of verwijderen van het zaagblad

WAARSCHUWING:

- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvo- rens het zaagblad te installeren of te verwijderen. Als het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

- Gebruik voor het installeren of verwijderen van het zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dops-leutel. Als u de sleutel niet gebruikt kan de zeskante bout te strak of onvoldoende strak worden aangedraaid, waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ont-staan.

Druk de aanslagpen naar binnen om het handvat in de omhoogpositie te vergrendelen. (Fig. 24)

Gebruik de copsleutel om de zeskante bout, die de middenkap op zijn plaats houdt, naar links los te draaien. Breng de veiligheidskap en de middenkap omhoog. (Fig. 25)

Druk de asvergrendeling in om de as te vergrendelen en draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechts los. Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en het zaagblad. (Fig. 26)

OPMERKING:

- Als de binnenflens verwijderd is, vergeet u niet deze aan te brengen op de as met zijn uitsteeksel van het zaagblad af gericht. Als de binnenflens verkeerd wordt aangebracht, zal de flens tegen het gereedschap aanlopen.

WAARSCHUWING:

- Voordat het zaagblad op de as wordt aangebracht, moet u ervoor zorgen, dat de juiste ring, passend voor het asgat van het zaagblad, is aangebracht tussen de binnen- en buitenflens. Als een ring met een verkeerd asgat wordt gebruikt, kan het zaagblad verkeerd worden gemonteerd waardoor het zaagblad kan verschuiven en sterke trillingen worden veroorzaakt, wat kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel.

Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad op de as, ervoor zorgend dat de pijltjes op het zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wijzen.

Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en draai met de copsleutel de zeskante bout (linkse schroefdraad) stevig naar links vast terwijl u daarbij de asvergrendeling ingedrukt houdt. (Fig. 27 en 28)

Breng de veiligheidskap en de middenkap terug naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de zeskante bout naar rechts vast om de middenkap vast te zetten. Trek de aanslagpen naar buiten om het handvat uit de omhoog-positie te halen. Breng het handvat naar omlaag om te controleren of de veiligheidskap goed beweegt. Zet de asvergrendeling in de vrije stand alvorens te gaan zagen. (Fig. 29)

Stofzak (Fig. 30)

Door de stofzak te gebruiken werkt u schoner en kan het zaagsel eenvoudiger worden opgeruimd. Bevestig de stofzak op de stofmond.

Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, verwijdert u hem van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak de stofzak leeg en tik er lichtjes op voor het verwijderen van achtergebleven stofdeeltjes die de stofopvang zouden kunnen belemmeren.

OPMERKING:

- U kunt schoner werken door een stofzuiger op de zaag aan te sluiten.

Stofvanger (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 31, 32 en 33)

Steek de stofvanger in de stofuitlaat.

Leeg de stofvanger wanneer dat nodig is.

Als u de stofvanger wilt legen, drukt u op de knop om het deksel te openen zodat u het zaagsel kan weggooien. Plaats het deksel terug in zijn oorspronkelijke stand tot het op zijn plaats wordt vergrendeld. De stofvanger kan eenvoudig worden verwijderd door eraan te trekken en tegelijkertijd te draaien bij de stofuitlaat op het gereedschap.

OPMERKING:

- Als u een Makita-stofzuiger aansluit op uw gereedschap, kunt u nog schoner werken.

KENNISGEVING:

- Maak de stofvanger leeg voordat het opgevangen zaagsel de cilinder bereikt.

Vastzetten van het werkstuk

WAARSCHUWING:

- Het is uiterst belangrijk om het werkstuk altijd goed vast te klemmen in het juiste type spanschroef of kroon-profiellijstaanslagen. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel en schade aan het gereedschap en/of het werkstuk.

- Nadat u klaar bent met zagen, mag u het handvat pas omhoog brengen nadat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Als u het handvat omhoog brengt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel en schade aan het werkstuk.

- Wanneer u een werkstuk zaagt dat langer is dan het voetstuk van de cirkelzaag, moet het werkstuk worden ondersteund over de gehele lengte buiten het voetstuk en op dezelfde hoogte zodat het werkstuk horizontaal blijft. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelijke terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werkstuk op zijn plaats te houden. Dun materiaal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het zaagblad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen. (Fig. 34)

Geleiders instellen (VERSCHUIFBARE GELEIDERS, elk bestaande uit een bovenste en onderste geleider)

WAARSCHUWING:

- Alvorens het gereedschap te gebruiken, controleert u dat de bovenste en onderste geleiders stevig vastgezet zijn.

- Alvorens een schuine snede te zagen, controleert u of geen enkel onderdeel van het gereedschap, met name het zaagblad, in geen enkele stand de bovenste en onderste geleiders raakt wanneer het handvat helemaal omlaag en omhoog wordt gebracht, of de slede door het hele bereik wordt bewogen. Als het gereedschap of zaagblad de geleider raakt, kan dat leiden tot een terugslag of een onverwachte beweging van het werkstuk en ernstig persoonlijk letsel.

De onderste geleiders kunnen naar binnen en naar buiten worden verschoven door de klembouten los te draaien. (Fig. 35)

Een rood indicatievlak wordt zichtbaar wanneer de onderste geleiders naar binnen worden bewogen, en verdwijnt wanneer de onderste geleiders naar buiten worden bewogen.

De bovenste geleiders kunnen worden verwijderd of naar binnen en buiten worden verschoven door de hendels los te draaien. (Fig. 36)

Bij zagen van een schuine snede stelt u de stand van de onderste en bovenste geleiders zo dicht mogelijk bij het zaagblad af voor een zo goed mogelijke ondersteuning van het werkstuk en controleert u of geen enkel onderdeel van het gereedschap, met name het zaagblad, in geen enkele stand de bovenste en onderste geleiders raakt wanneer het handvat geheel omlaag en omhoog wordt gebracht, of de slede in de onderste stand geheel naar voren of naar achteren wordt getrokken of geduwd. (Fig. 37)

Maak, voordat u echt begint te zagen, eerst een proefbeweging met uitgeschakelde cirkelzaag en de stekker uit het stopcontact getrokken, om de speling tussen de bewegende delen en de geleiders te controleren.

Alvorens te zagen, zet u de onderste geleiders goed vast door de klembouten vast te draaien, en zet u de bovenste geleiders goed vast door de hendels vast te draaien.

Nadat het zagen van de schuine snede klaar is, moet u niet vergeten de bovenste geleiders terug te schuiven naar hun oorspronkelijke plaatsen en vast te zetten.

Verticale spanschroef (Fig. 38)

De verticale spanschroef kan op twee plaatsen worden gemonteerd: aan de linkerkant of aan de rechterkant van het draaibaar voetstuk. Steek de spanschroefstang in het gat in het draaibaar voetstuk.

Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm vast door de schroef vast te draaien. Als de schroef waarmee de spanschroef arm is vastgezet de slede raakt, monteert u de schroef aan de tegenoverliggende zijde van de arm. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat volledig omlaag wordt gebracht en de slede helemaal naar achteren of naar voren wordt getrokken of geduwd. Indien dit wel het geval is, moet u de positie van de spanschroef veranderen.

Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en het draai-baar voetstuk. Plaats het werkstuk in de gewenste zaag-positie en zet het stevig vast door de knop van de spanschroef vast te draaien.

Door de spanschroefknop 90° linksom te draaien, kan de spanschroefknop omhoog en omlaag worden bewogen zodat snel plaatsen en verwijderen van het werkstuk mogelijk is. Om na het plaatsen het werkstuk vast te zetten, draait u de spanschroefknop rechtsom.

WAARSCHUWING:

- Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen het draaibaar voetstuk en de geleider worden gedrukt. Als het werkstuk niet goed is vastgeklemd tegen de geleiders, kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en zo mogelijk schade aan het zaagblad veroorzaken, waardoor het werkstuk weggeslagen kan worden en u de controle kunt verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 39 en 40)

De horizontale spanschroef kan in twee posities aan de linkerzijde of de rechterzijde van het voetstuk worden geïnstalleerd.

Voor het maken van versteksneden van 15° of meer, installeert u de horizontale spanschroef aan de tegenovergestelde zijde van de richting waarin het draaibaar voetstuk zal worden gedraaid.

Door de moer van de spanschroef naar links te tikken wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u deze snel naar binnen en naar buiten bewegen. Om het werkstuk te grijpen, duwt u de knop van de spanschroef naar voren totdat de spanschroefplaat in aanraking komt met het werkstuk en dan tikt u de spanschroefmoer naar rechts. Draai vervolgens de spanschroefknop naar rechts om het werkstuk vast te zetten.

Met de horizontale spanschroef kunt u werkstukken met een maximale breedte van 215 mm vastzetten.

WAARSCHUWING:

  • Draai de spanschroefmoer altijd rechtsom tot het werkstuk stevig klem zit. Als het werkstuk niet goed is vastgeklemd, kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en zo mogelijk schade aan het zaagblad veroorzaken, waardoor het werkstuk weggeslagen kan worden en u de controle over het gereedschap kunt verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Bij het zagen van een dun werkstuk, zoals een plint, tegen de geleider, gebruikt u altijd de horizontale span-schroef.

Houders (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 41)

U kunt de houders aan beide zijden van het gereedschap aanbrengen om de werkstukken goed horizontaal te houden. Steek de houderstangen in de gaten in het voetstuk en stel hun lengte af in overeenstemming met het werkstuk. Zet vervolgens de houders stevig vast met de schroeven.

WAARSCHUWING:

- Ondersteun een lang werkstuk altijd zodanig dat het horizontaal ligt met de draaibaar voetstuk om een nauwkeurige zaagsnede te verkrijgen en om gevaarlijk verlies van controle over het gereedschap te voorkomen. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelijke terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

BEDIENING

KENNISGEVING:

  • Alvorens het gereedschap wordt ingeschakeld, dient het handvat uit zijn laagste positie te worden gehaald door de aanslagpen naar buiten te trekken.
  • Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen. Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zonder dat de draaisnelheid van de zaag aanzienlijk vermindert.
  • Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen. Indien het handvat met geweld naar beneden wordt gedrukt of zijwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.
  • Voor glijdend zagen duwt u de slede langzaam en zonder te stoppen naar de geleider. Als de slede tijdens het zagen wordt gestopt, zal een merkteken in het werkstuk achterblijven en zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.

WAARSCHUWING:

- Zorg ervoor dat het zaagblad niet in aanraking is met het werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt. Wanneer u het gereedschap inschakelt terwijl het zaagblad reeds het werkstuk aanraakt, kan dat leiden tot een terugslag en ernstig persoonlijk letsel.

1. Drukkend zagen (zagen van kleine werkstukken) (Fig. 42)

Werkstukken die maximaal 68 mm hoog en 160 mm breed zijn kunt u als volgt zagen.

Nadat u de aanslaghendel rechtsom hebt gedraaid en de slede in de gewenste stand hebt geduwd, duwt u de slede helemaal in de richting van de geleider en draait u de borgschroef rechtsom vast, en trekt u de borghendel naar de voorkant van de zaag om de slede te vergrendelen. Klem het werkstuk goed vast met het juiste type spanschroef of kroon-profiellijstaanslagen.

Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de laagste positie om het werkstuk te zagen. Nadat het zagen is beeindigd, schakelt u de machine uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten.

WAARSCHUWING:

- Draai de borgschroef stevig rechtsom vast en trek de borghendel stevig naar de voorkant van de zaag zodat de slede niet beweegt tijdens het zagen. Door een onvoldoende vast aangedraaide borgschroef kan een terugslag worden veroorzaakt, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

2. Glijdend (duwend) zagen (zagen van brede werkstukken) (Fig. 43 en 44)

Draai de borgschroef linksom en duw de borghendel naar voren zodat de slede weer vrij kan bewegen. Klem het werkstuk vast met het juiste type spanschroef.

Trek de slede volledig naar u toe. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Druk het handvat omlaag en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten.

WAARSCHUWING:

  • Bij het glijdend zagen, trekt u eerst de slede helemaal naar u toe en brengt u het handvat helemaal omlaag, waarna u de slede helemaal naar de geleider duwt. Begin nooit met zagen zonder de slede helemaal naar u toe te trekken. Als u glijdend zaagt zonder dat de slede helemaal naar u toe is getrokken, kan een onverwachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Probeer nooit glijdend te zagen door de slede naar u toe te trekken. Door de slede zagend naar u toe te trekken, kan een onverwachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Glijdend zagen mag nooit worden uitgevoerd terwijl het handvat in de laagste positie is vergrendeld.
  • Draai de vastzetknop van de slede nooit los terwijl het zaagblad nog draait. Dit kan ernstige verwonding veroorzaken. Een losse slede tijdens het zagen kan een onverwachte terugslag veroorzaken die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

3. Verstekzagen

Zie de paragraaf "Instellen van de verstekhoek" hierboven.

4. Schuine sneden zagen (Fig. 45)

Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de schuine hoek in te stellen (Zie "Instellen van de schuine hoek" hierboven). Draai de hendel weer goed vast om de gekozen schuine hoek vast te houden. Zet het werkstuk vast met een spanschroef. Zorg dat de slede volledig naar de gebruiker toe is getrokken. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad op volle toeren draait. Breng het handvat langzaam omlaag tot in de laagste positie door druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad, en DUW DE SLEDE NAAR DE GELEIDER OM HET WERKSTUK TE ZAGEN. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOT-DAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad in zijn hoogste positie terug te zetten.

WAARSCHUWING:

  • Nadat het zaagblad is ingesteld op een schuine snede, controleert u voordat u begint te zagen of de slede en het zaagblad vrij kunnen bewegen over de hele lengte van de te maken zaagsnede. Wanneer de beweging van de slede of het zaagblad tijdens het zagen wordt onderbroken, kan een terugslag worden veroorzaakt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Houd bij het maken van een schuine snede uw handen uit de buurt van het pad van het zaagblad. De hoek van het zaagblad kan verwarrend werken op de gebruiker met betrekking tot het werkelijke zaagpad dat tijdens het zagen beschreven wordt, en aanraking van het zaagblad zal leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Het zaagblad mag niet omhoog gebracht worden voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Tijdens het zagen van een schuine snede kan het afgezaagde deel van het werkstuk tegen het zaagblad aanliggen. Als het zaagblad omhoog wordt gebracht terwijl het nog ronddraait, kan het afgezaagde deel door het zaagblad weggeslingerd worden waardoor het uiteenvalt en ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.

KENNISGEVING:

- Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien u verticale druk op het draaibaar voetstuk uitoefent of de drukrichting tijdens het zagen verandert, zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn.

- Voordat u een schuine snede kunt zagen, kan het noodzakelijk zijn de bovenste en onderste geleiders in te stellen. Raadpleeg de tekst onder het kopje "Geleiders instellen".

5. Gecombineerd zagen

Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelijk met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoeken aangegeven in de onderstaande tabel.

VerstekhoekSchuine hoek
Links en rechts 0° – 45°Links en rechts 0° – 45°

Als u gecombineerd zagen wilt uitvoeren, raadpleegt u de beschrijvingen onder "Drukkend zagen", "Glijdend zagen", "Verstekzagen" en "Schuine sneden zagen".

6. Kroon-profiellijsten en kwarthol-profiellijsten zagen

Kroon-profiellijsten en kwarthol-profiellijsten kunnen worden gezaagd op een gecombineerd-verstekzaag waarbij de sierlijsten plat op het draaibaar voetstuk liggen.

Er zijn twee veelvoorkomende typen kroon-profiellijsten en één veelvoorkomend type kwarthol-profiellijsten: kroon-profiellijsten met een wandhoek van 52/38°, kroon-profiellijsten met een wandhoek van 45°, en kwarthol-profiellijsten met een wandhoek van 45°. Zie de afbeeldingen. (Fig. 46)

Er zijn verbindingen van kroon-profiellijsten en van kwar-thol-profiellijsten die passen in binnenhoeken van 90° (zie (1) en (2) in Fig. 47 en 48), en om buitenboeken van 90° (zie (3) en (4) in Fig. 47 en 48).

Opmeten

Meet de lengte van de wand en leg het werkstuk op het draaibaar voetstuk om de kant die tegen de wand komt af te zagen op de gewenste lengte. Zorg er altijd voor dat de lengte van het afgezaagde werkstuk gemeten op de achterkant hetzelfde is als de lengte van de wand. Zaag de uiteinden onder de benodigde hoek af. Gebruik altijd meerdere proefwerkstukken om de benodigde zaaghoek te controleren.

Bij het zagen van kroon-profiellijsten en kwarthol-profiellijsten stelt u de verstekhoek en schuine hoek in, zoals aangegeven in tabel (A), en legt u de sierlijst op het bovenoppervlak van het draaibaar voetstuk, zoals aangegeven in tabel (B).

Tabel (A)

Sierlijst-gedeelte in Fig. 47 en 48Schuine hoekVerstekhoek
Hoek 52/38°Hoek 45°Hoek 52/38°Hoek 45°
Binnenhoek(1)Links 33,9°Links 30°Rechts 31,6°Rechts 35,3°
(2)Links 31,6°Links 35,3°
Buitenhoek(3)
(4)Rechts 31,6°Rechts 35,3°

Tabel (B)

Sierlijst-gedeelte in Fig. 47 en 48Kant van de sierlijst die tegen de geleider moet liggenAfgewerkt werkstuk
Binnenhoek(1)Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen.Het afgewerkte werkstuk ligt aan de linkerkant van het zaagblad.
(2)Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen.
Buitenhoek(3)Het afgewerkte werkstuk ligt aan de rechterkant van het zaagblad.
(4)Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen.

Voorbeeld:

In het geval u een kroon-profiellijst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (1) in Fig. 47 en 48:

  • Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° LINKS.
  • Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
  • Leg de kroon-profiellijst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de geleider.
  • Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd LINKS van het zaagblad nadat het zagen klaar is.

Voor het zagen van een schuine snede rechts

Tabel (A)

Sierlijst-gedeelte in Fig. 47 en 48Schuine hoekVerstekhoek
Hoek 52/38°Hoek 45°Hoek 52/38°Hoek 45°
Binnenhoek(1)Rechts 33,9°Rechts 30°Rechts 31,6°Rechts 35,3°
(2)Links 31,6°Links 35,3°
Buitenhoek(3)
(4)Rechts 31,6°Rechts 35,3°

Tabel (B)

Sierlijst-gedeelte in Fig. 47 en 48Kant van de sierlijst die tegen de geleider moet liggenAfgewerkt werkstuk
Binnenhoek(1)Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen.Het afgewerkte werkstuk ligt aan de rechterkant van het zaagblad.
(2)Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen.
Buitenhoek(3)Het afgewerkte werkstuk ligt aan de linkerkant van het zaagblad.
(4)Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen.

Voorbeeld:

In het geval u een kroon-profiellijst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (1) in Fig. 47 en 48:

  • Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° RECHTS.
  • Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
  • Leg de kroon-profiellijst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider.
  • Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd RECHTS van het zaagblad nadat het zagen klaar is.

Kroon-profiellijstaanslagen (los verkrijgbaar) maken het gemakkelijker profiellijsten te zagen doordat het niet nodig is het zaagblad te kantelen. Breng ze aan op het voetstuk van het gereedschap, zoals aangegeven in de afbeeldingen.

(Fig. 49 en 50)

Fig. 49: met verstekhoek van 45° rechts

Fig. 50: met verstekhoek van 45° links

Leg de kroon-profiellijst met de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de kroon-profiellijstaanslagen, zoals aangegeven in de afbeelding (Fig. 51). Stel de kroon-profiellijstaanslagen in overeenkomstig het formaat van de kroon-profiellijst. Draai de schroeven vast om de kroon-profiellijstaanslagen vast te zetten. Raadpleeg tabel (C) voor de verstekhoek.

Tabel (C)

Sierlijst-gedeelte in Fig. 47 en 48VerstekhoekAfgewerkt werkstuk
Binnenhoek(1)Rechts 45°Werkstuk rechts naast zaagblad
(2)Links 45°Werkstuk links naast zaagblad
Buitenhoek(3)Werkstuk rechts naast zaagblad
(4)Rechts 45°Werkstuk links naast zaagblad

7. Zagen van aluminium werkstukken

Gebruik vulblokken of afgedankte blokstukken voor het vastzetten van aluminium werkstukken, zoals afgebeeld in Fig. 52, om vervorming van de aluminium te voorkomen. Gebruik voor het zagen ook zaagolie, om te voorkomen dat aluminium zaagsel zich op het zaagblad vastzet.

WAARSCHUWING:

- Probeer nooit om dikke of ronde aluminium werkstukken te zagen. Dikke of ronde aluminiumprofielen kunnen moeilijk vast te zetten zijn en kunnen zich tijdens het zagen loswerken, wat kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel.

8. Zagen van groeven (Fig. 53)

Sokkel-type zaagsneden kunnen als volgt worden gemaakt:

Stel de laagste positie van het zaagblad in met behulp van de stelschroef en de aanslagarm, om de snijdiepte van het zaagblad te beperken. Zie de paragraaf "Aanslagarm" hierboven.

Nadat de laagste positie van het zaagblad is ingesteld, kunt u evenwijdige groeven over de breedte van het werkstuk zagen door glijdend (duwend) te zagen zoals afgebeeld. Verwijder daarna het zaagmateriaal tussen de groeven met behulp van een beitel.

WAARSCHUWING:

  • Probeer niet dit type zaagsnede uit te voeren met een breder zaagblad of sokkelzaagblad. Als u probeert een groef te zagen met een breder zaagblad of een sokkelzaagblad, kan dat resulteren in een onverwacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Breng de aanslagarm terug naar zijn oorspronkelijke positie voor andere zaagbedieningen dan het zagen van groeven. Als u een zaagsnede probeert te zagen met de aanslagarm in de verkeerde positie, kan dat resulteren in een onverwacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Dragen van het gereedschap

Zorg dat de stekker van het gereedschap uit het stopcontact is getrokken. Zet het zaagblad vast op een verticaalverstekhoek van 0° en de draaitafel op de maximale horizontaal-verstekhoek naar rechts. Zet de schuifstangen zodanig vast dat de onderste schuifstang is vergrendeld in de stand waarbij de slede geheel naar de gebruiker is getrokken, en de bovenste schuifstangen zijn vergrendeld in de stand waarbij de slede geheel naar voren is getrokken in de richting van de geleider (zie het gedeelte "Schuifvergrendeling afstellen"). Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen naar binnen te drukken. (Fig. 54)

Draag het gereedschap door beide zijden van de gereedschapsvoet vast te houden zoals afgebeeld. Het gereedschap is gemakkelijker om dragen wanneer u de houders, stofzak, enz., ervan verwijdert. (Fig. 55)

WAARSCHUWING:

- De aanslagpen is uitsluitend bedoeld te worden gebruikt tijdens het dragen en bewaren van het gereedschap, en mag nooit worden gebruikt tijdens het zagen. Het gebruik van de aanslagpen tijdens het zagen kan onverwachte bewegingen van het zaagblad veroorzaken die kunnen leiden tot een terugslag en ernstig persoonlijk letsel.

LET OP:

- Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. Als tijdens het dragen onderdelen van het gereedschap bewegen of verschuiven, kunt u uw balans of de controle over het gereedschap verliezen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel.

ONDERHOUD

WAARSCHUWING:

  • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud. Als u het gereedschap niet uitschakelt en zijn stekker niet uit het stopcontact trekt, kan het gereedschap per ongeluk starten, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen. Als u probeert te zagen met een bot en/of vuil zaagblad, kan een terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

KENNISGEVING:

- Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor het verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.

Afstellen van de zaaghoek

Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlijning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelijnd:

1. Verstekhoek

Duw de slede in de richting van de geleider en draai de borgschroef rechtsom vast, en trek de borghendel naar de voorkant van de zaag om de slede te vergrendelen.

Draai het handvat waarmee het draaibaar voetstuk is vastgezet linksom. Draai de draaitafel zodat de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Draai daarna de draaitafel een beetje naar rechts en naar links zodat hij in de 0° verstek-inkeping komt te zitten. (Laat de draaitafel zoals hij is indien de wijzer niet naar 0° wijst.) Draai de zeskante bouten van de geleider los met de dopsleutel.

Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Gebruik een driehoeksliniaal of een winkelhaak e.d. om de zijde van het zaagblad haaks te zetten ten opzichte van het vlak van de geleider. Draai vervolgens de zeskantbouten van de geleider op volgorde vast vanaf de rechterkant. (Fig. 56)

Controleer of de wijzer wijst naar 0° op de verstekschaal. Indien de wijzer niet naar 0° wijst, draait u de bevestigingsschroef van de wijzer los en stelt u de wijzer juist in zodat hij naar 0° wijst. (Fig. 57)

2. Schuine hoek

Duw de vergrendelingshendel helemaal naar voren om de arm uit zij stand te ontgrendelen.

1) 0° schuine hoek

Duw de slede in de richting van de geleider en draai de borgschroef rechtsom vast, en trek de borghendel naar de voorkant van de zaag om de slede te vergrendelen. Breng het handvat helemaal omlaag en vergrendel het in de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Draai de hendel aan de achterzijde van de machine los. (Fig. 58)

Draai de zeskant bout op de rechterzijde van de armhouder twee of drie slagen naar links om het zaagblad naar rechts te doen hellen. (Fig. 59)

Zet de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het bovenvlak van het draagbaar voetstuk door de zeskant bout op de rechterzijde van de armhouder voorzichtig naar rechts te draaien; gebruik hiervoor een driehoekslineaal of een winkelhaak e.d. Draai daarna de hendel stevig vast. (Fig. 60)

Controleer of de wijzers op de armhouder allebei 0° op de schuine-hoek schaalverdeling op de arm aanwijzen. Indien niet, maak dan de bevestigingsschroeven van de wijzers los en verstel de wijzers zodanig dat zij naar 0° wijzen. (Fig. 61)

2) 45° schuine hoek (Fig. 62)

Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0° schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van de linkse 45° schuine hoek, draait u de hendel los en kantelt u het zaagblad volledig naar links. Controleer of de wijzer op de armhouder wijst naar 45° op de schuine-hoek schaalverdeling op de arm. Indien niet, dan verdraait u de stelbout voor de linkse 45° schuine hoek op de zijkant van de arm totdat de wijzer naar 45° wijst.

Ga op dezelfde wijze te werk voor het instellen van de rechtse 45° schuine hoek.

Afstellen van de positie van de laserlijn

(Fig. 63 en 64)

Alleen voor modellen LS1016L en LS1016FL

WAARSCHUWING:

- Aangezien de stekker van het gereedschap in het stopcontact moet zitten voor het afstellen van de laserlijn, moet u bijzonder voorzichtig zijn het gereedschap niet per ongeluk in te schakelen. Als het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

LET OP:

  • Kijk nooit direct in de laserstraal. Rechtstreeks oogcontact met de laserstraal kan leiden tot ernstige beschadiging van de ogen.
    • LASERSTRALING Kijk niet in de laserstraal.

KENNISGEVING:

- Denk eraan dat stoten tegen het gereedschap ertoe kan leiden dat de uitlijning van de laserlijn verandert, of de laser kan beschadigen waardoor de levensduur ervan korter wordt.

Afstellen van de laserlijn aan de linkerzijde van het zaagblad

MAKITA LS1016 - Afstellen van de laserlijn aan de linkerzijde van het zaagblad - 1

1 Schroef voor verandering van het verplaatsingsbereik van de stelschroef
2 Stelschroef
3 Inbussleutel
4 Laserlijn
5 Zaagblad

Afstellen van de laserlijn aan de rechterzijde van het zaagblad

MAKITA LS1016 - Afstellen van de laserlijn aan de rechterzijde van het zaagblad - 1

1 Stelschroef
2 Zaagblad
3 Laserlijn

Voer beide afstellingen als volgt uit.

  1. Haal de stekker van het gereedschap uit het stopcontact.
  2. Teken de zaaglijn op het werkstuk en plaats het werkstuk op de draaitafel. Zet het werkstuk voorlopig niet vast met een spanschroef of een soortgelijk bevestigingsmiddel.

  3. Breng het zaagblad omlaag door het handvat omlaag te brengen en controleer de positie van het zaagblad in vergelijking met de zaaglijn. (Bepaal de te zagen positie op de zaaglijn.)

  4. Nadat u de zaaglijn in de juiste positie ten opzichte van het zaagblad hebt gebracht, brengt u het handvat weer omhoog. Klem het werkstuk vast met de verticale spanschroef zonder het werkstuk uit de gecontroleerde positie te verschuiven.
  5. Steek de stekker in het stopcontact en zet de laserschakelaar aan.
  6. Stel de positie van de laserlijn als volgt af.

De positie van de laserlijn verandert wanneer u het verplaatsingsbereik van de stelschroef voor de laser verandert door twee schroeven te draaien met een inbussleutel. (Het verplaatsingsbereik van de laserlijn is in de fabriek ingesteld binnen 1 mm vanaf het zijvlak van het zaagblad.)

Om het verplaatsingsbereik van de laserlijn verder weg van het zijvlak van het zaagblad in te stellen, draait u de stelschroef los en vervolgens draait u de twee schroeven naar links. Draai de stelschroef los en draai de twee schroeven naar rechts om het verplaatsingsbereik dichter bij het zijvlak van het zaagblad in te stellen.

Zie het gedeelte "Werking van de laserstraal" hierboven en stel de stelschroef zodanig in dat de zaaglijn op het werkstuk precies overeenkomt met de laserlijn.

OPMERKING:

  • Controleer regelmatig of de positie van de laserlijn nauwkeurig is.
  • In geval van een defect in de laserinrichting dient u het gereedschap door een erkend Makita servicecentrum te laten repareren.

Schoonmaken van de lens van de laser (Fig. 65 en 66)

Alleen voor modellen LS1016L en LS1016FL

Als de laserstraallens vuil is of met zaagsel is bedekt zodat de laserlijn niet meer goed zichtbaar is, verwijder dan de stekker uit het stopcontact en reinig de laserstraallens voorzichtig met een bevochtigde, zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen of benzinehoudende schoonmaakmiddelen op de lens.

Om de laserstraallens te verwijderen, verwijdert u eerst het zaagblad volgens de aanwijzingen onder "Installeren of verwijderen van het zaagblad" en daarna verwijdert u de lens.

Draai met een schroevendraaier de bevestigingsschroef van de lens los zonder de schroef te verwijderen.

Trek de lens eruit zoals afgebeeld.

OPMERKING:

- Als de lens niet eruit komt, draai dan de schroef iets verder los zonder deze te verwijderen en probeer opnieuw om de lens eruit te trekken.

Vervangen van de koolborstels (Fig. 67 en 68)

Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Vervang de koolborstels wanneer deze tot aan de limietmerkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels.

Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast.

Nadat de koolborstels vervangen zijn, steekt u de stekker van het netsnoer in het stopcontact en laat u de koolborstels inlopen door het gereedschap gedurende 10 minuten onbelast te laten draaien. Test vervolgens de werking van de elektrische rem van het gereedschap door de aan/uit-schakelaar los te laten. Als de elektrische rem niet goed werkt, laat u het gereedschap repareren door een Makita-servicecentrum.

Na het gebruik

  • Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereedschap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de veiligheidskap schoon volgens de instructies die in de paragraaf "Veiligheidskap" werden beschreven. Smeer de glijdende onderdelen in met machine-olie om roestvorming te voorkomen.
  • Wanneer u de machine opbergt, moet u de slede zo ver mogelijk naar u toe trekken zodat de schuifstangen helemaal in het draaibaar voetstuk komen te zitten.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van Makita vervangingsonderdelen.

ACCESSOIRES

WAARSCHUWING:

  • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Het gebruik van enige andere accessoires of hulpstukken kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Gebruik de Makita-accessoires of -hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Misbruik van een accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita service-centrum.

• Zaagbladen met stalen, hardmetalen tanden

VerstekzagenZaagblad voor soepel en nauwkeurig zagen in diverse materialen.
CombinatieZaagblad voor algemeen gebruik voor snel langszagen, afkorten en verstekzagen.
AfkortenZaagblad voor soepeler zagen dwars op de houtnerf. Zaagt schoon dwars op de houtnerf.
Glad afkortenZaagblad voor zaagsneden dwars op de houtnerf die niet meer geschuurd hoeven te worden.
Verstekzagen van non-ferrometalenZaagblad voor verstekzagen in aluminium, koper, messing, buizen en andere non-ferrometalen.
  • Spanschroef compleet (Horizontale spanschroef)
    • Verticale spanschroef
  • Dopsleutel 13
  • Houder
  • Stofzak
  • Set kroon-profiellijstaanslagen
  • Driehoeksliniaal
  • Stofvanger
  • Inbussleutel (voor LS1016L en LS1016FL)

Alleen voor Europese landen

EU-Verklaring van Conformiteit

Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makita-machine(s):

Aanduiding van de machine: Schuifbare afkortverstekzaag Modelnr./Type: LS1016, LS1016L, LS1016F, LS1016FL in serie zijn geproduceerd en

Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EC

En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten: EN61029

De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten:

Makita International Europe Ltd., Michigan, Drive, Tongwell, Milton Keynes, MK15 8JD, Engeland

ESPAÑOL

De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN61029:

Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 90 dB (A)

Geluidsenergie-niveau (LWA): 103 dB (A)

Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A)

Draag oorbeschermers

ENG238-2

Trilling

De emissiewaarde van de trillingen vastgesteld volgens EN61029:

Trillingsemissie ( a_h ): 2,5 m/s ^2 of lager

Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s²

De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.

De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

WAARSCHUWING:

  • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
  • Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

ESPAÑOL

ENG102-3

Ruido

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : LS1016

Categorie : Afkortzaag