TORONTO BT400 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TORONTO BT400 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TORONTO BT400 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TORONTO BT400 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING TORONTO BT400 BLAUPUNKT
-toets Afneembaar bedieningspaneel ontgrendelen -toets In menu: menupunt oproepen Radioweergave: geheugenniveau kiezen MP3-/WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave: naar volgende map/volgende CD gaan Aan-/uit-toets Kort indrukken: autoradio inschakelen In bedrijf: autoradio onderdrukken (Mute) Lang indrukken: autoradio uitschakelen Volumeregelaar -toets Im het menu: instelling veranderen Radioweergave: zender instellen Andere weergavesoorten: titelselectie SRC-toets Audiobron kiezen CD-opening Display USB-aansluiting -toets (Eject) CD uitwerpen Front-AUX-IN-bus Toetsenblok 1 - 5
= DIS/ESC-toets In menu: menu verlaten In bedrijf: weergave omschakelen > -toets In het menu: instelling veranderen Radioweergave: zender instellen Andere weergavesoorten: titelselectie ? MENU•OK-toets Kort indrukken: menu oproepen, instellingen bevestigen Lang indrukken: scan-functie starten @ -toets In menu: menupunt oproepen Radioweergave: geheugenniveau kiezen MP3-/WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave: naar vorige map/vorige CD gaan -toets A Gesprek aannemen/afwijzen B -toets Gesprek aannemen, snelkiezen
Veiligheidsinstructies 105 Gebruikte symbolen 105 Verkeersveiligheid 105 Algemene veiligheidsinstructies 105 Conformiteitsverklaring105 Reinigingsinstructies 106 Afvoerinstructies106 Leveringsomvang 106 Speciale toebehoren (niet meegeleverd)..106 In bedrijf nemen 107 Bedieningspaneel plaatsen/verwijderen ..107 Tunerregio instellen 107 In-/uitschakelen 107 Volume 108 Demo-modus in-/uitschakelen 108 Versienummers weergeven 108 Verkeersinformatie108 Radioweergave 109 RDS 109 Naar radioweergave omschakelen 109 Geheugenniveau kiezen109 Zenders instellen 109 Zender opslaan/opgeslagen zenders oproepen 110 Zenders kort weergeven 110 Zenders automatisch programmeren (Travelstore) 110 PTY 110 Displayweergave instellen111 CD-/MP3-/WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaarweergave 111 Basisinformatie 111 Overschakelen naar de CD-/MP3-/ WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave 112 CD plaatsen 113 CD verwijderen 113 USB-datadrager aansluiten/verwijderen ...113 Titel kiezen 113 Map/CD kiezen (alleen bij MP3-/WMA-/ C‘n‘C- resp. CD-wisselaar- weergave) 113 Snelle zoekdoorloop 114 Weergave onderbreken 114
Afspeellijst-modus (alleen in MP3-/ WMA-weergave)114 Alle titels kort weergeven 114 Titels in willekeurige volgorde weergeven ..114 Afzonderlijke titels, resp. CD's of mappen herhaald afspelen 115 Displayweergave instellen115 Bluetooth® 115 Bluetooth®-menu 116 Apparaat koppelen en verbinden 116 Telefoonfuncties 117 Bluetooth®-Streaming-weergave 118 Andere functies in het Bluetooth®-menu ..119 Externe audiobronnen120 Front-AUX-IN-bus 120 AUX-ingang aan achterzijde 120 Klankinstellingen121 Audiomenu oproepen en verlaten 121 Instelling in audiomenu uitvoeren121 Uitgebreid audiomenu oproepen en verlaten 122 Instelling in het uitgebreide audiomenu uitvoeren 122 Gebruikersinstellingen 123 Gebruikersmenu oproepen en verlaten ....123 Instelling in gebruikersmenu uitvoeren123 Fabrieksinstellingen 126 Nuttige informatie 127 Garantie127 Service 127 Technische gegevens 127 Inbouwhandleidnig 381
05_Toronto400BT_nl.indd 104
03.03.2009 13:27:07 Uhr
Veiligheidsinstructies
De autoradio is conform de huidige stand van de techniek en erkende veiligheidstechnische voorschriften geproduceerd. Toch kunnen er gevaren ontstaan wanneer u de veiligheidsinstructies in deze handleiding niet aanhoudt. Deze handleiding bevat belangrijke informatie voor het eenvoudig en veilig inbouwen en bedienen van de autoradio. • Lees deze handleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u de autoradio gebruikt. • Bewaar deze handleiding zodanig, dat deze te allen tijde voor alle gebruikers toegankelijk is. • Geef de autoradio altijd samen met deze handleiding aan derden door. Houd u tevens de handleidingen van de apparaten aan die in combinatie met deze autoradio worden gebruikt.
Gebruikte symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: GEVAAR! Waarschuwt voor persoonlijk letsel VOORZICHTIG! Waarschuwt voor beschadiging van de CD-speler Het CE-teken bevestigt dat de EU-richtlijnen zijn aangehouden. W Geeft een handeling aan • Geeft een opsomming aan
Verkeersveiligheid Houd de volgende instructies aan m.b.t. de verkeersveiligheid: • Gebruik het apparaat zodanig, dat u uw voertuig altijd veilig kunt besturen. Stop bij twijfel op een geschikte plek en bedien uw apparaat terwijl het voertuig stil staat.
• Bedieningsdeel alleen bij stilstaand voertuig verwijderen of bevestigen. • Luister altijd met een redelijk volume, om uw gehoor te beschermen en om akoestische waarschuwingssignalen (bijv. politie) te kunnen horen. Tijdens mute-pauzes (bijv. bij het wisselen van audiobron) is het veranderen van het volume niet hoorbaar. Verhoog niet het volume tijdens deze geluidsonderdrukking.
Algemene veiligheidsinstructies Houd de volgende instructies aan, om uzelf tegen letsel te beschermen: • U mag het apparaat niet openen of veranderen. In dit apparaat bevindt zich een klasse-1laser welke letsel aan uw ogen kan veroorzaken. • Verhoog het volumen niet tijdens onderdrukkingspauzes, bijv. bij het wisselen van audiobron. Het wijzigen van het volume is niet hoorbaar tijdens de geluidsonderdrukking. Correct gebruik Deze autoradio is voor inbouw en gebruik in een voertuig met 12 V boordspanning ontworpen en moet in een DIN-opening worden ingebouwd. Let op de vermogensgrenzen in de technische gegevens. Laat reparaties en eventueel de inbouw door een vakman uitvoeren.
NEDERLANDS Veiligheidsinstructies
Inbouwinstructies U mag de autoradio alleen inbouwen, wanneer u ervaring heeft met de inbouw van autoradio's en bekend bent met het elektrische systeem van het voertuig. Houdt u daarom de Inbouwhandleiding aan het einde van deze handleiding aan.
Conformiteitsverklaring Hiermee verklaart Blaupunkt GmbH dat deze autoradio Toronto 400 BT in overeenstemming is met de vereisten en de andere relevante voorschriften van de richtlijn 1999/5/EG.
05_Toronto400BT_nl.indd 105
03.03.2009 13:27:07 Uhr
Reinigingsinstructies | Afvoerinstructies | Leveringsomvang
Reinigingsinstructies Oplos-, reinigings- en schuurmiddelen alsmede cockpit-spray en kunststofonderhoudsmiddelen kunnen stoffen bevatten welke het oppervlak van de autoradio aantasten. • Gebruik voor de reiniging van de autoradio uitsluitend een droge, of licht vochtige doek. • Reinig indien nodig de contacten van het bedieningspaneel met een zachte, in schoonmaakalcohol gedrenkte doek.
Afvoerinstructies Voer uw afgedankte apparaat niet af met het huisvuil! Gebruik voor het afvoeren van het oude apparaat de beschikbare retour- en verzamelsystemen.
Speciale toebehoren (niet meegeleverd) Informeer bij uw Blaupunkt-vakhandel of via het internet onder www.blaupunkt.com over speciale accessoires, bijvoorbeeld: • De stuurwiel- of handafstandsbediening van Blaupunkt voor betrouwbare en comfortabele bediening van de basisfuncties (in-/uitschakelen met de afstandsbediening niet mogelijk) • De C‘n‘C-geschikte interfaces van Blaupunkt (C‘n‘C = Command and Control) voor aansluiting van extra datadragers en apparaten (bijv. via de iPod®/USB-interface) • Blaupunkt-CD-wisselaar • Blaupunkt- of Velocity-versterker
Leveringsomvang In de leveringsomvang zijn inbegrepen: 1 Autoradio 1 Bedienings-/inbouwhandleiding 1 Etui voor het bedieningspaneel 1 Frame 1 Onderdelenset 2 Demontagegereedschappen 1 USB-aansluitkabel Opmerking: Wij raden het gebruik van originele Blaupunkttoebehoren aan (www.blaupunkt.com).
Bedieningspaneel plaatsen/verwijderen Uw autoradio is ter bescherming tegen diefstal uitgerust met een afneembaar bedieningspaneel (Release-Panel). Bij uitlevering bevindt het bedieningspaneel zich in de meegeleverde etui. Om de radio na inbouw in bedrijf te nemen, moet u eerst het bedieningspaneel plaatsen (zie paragraaf "Bedieningspaneel plaatsen" in dit hoofdstuk). Neem het bedieningspaneel steeds mee wanneer u het voertuig verlaat. Zonder dit bedieningspaneel is de autoradio voor een dief waardeloos. Voorzichtig Beschadiging van het bedieningspaneel Laat het bedieningspaneel niet vallen. Transporteer het bedieningspaneel zo dat het tegen stoten is beschermd en de contacten niet vuil kunnen worden. Stel het bedieningspaneel niet aan direct zonlicht of andere warmtebronnen bloot. Voorkom directe aanraking van de contacten van het bedieningspaneel met de huid. Bedieningspaneel plaatsen W Schuif het bedieningspaneel in de houder aan de rechter rand van de behuizing. W Duw het bedieningspaneel voorzichtig in de linker houder totdat het vergrendelt. Bedieningspaneel afnemen W Druk op de toets 1, om het bedieningspaneel vrij te geven. De linkerkant van het bedieningspaneel komt los uit het apparaat en door een vergrendeling wordt voorkomen dat het paneel er uit valt. W Pak het bedieningspaneel aan de linker zijde vast en trek deze door de weerstand van de vergrendeling recht naar voren uit de bevestiging. Opmerking: De autoradio schakelt automatisch uit, zodra het bedieningspaneel wordt verwijderd.
Tunerregio instellen Deze autoradio is gemaakt voor gebruik in verschillende regio's met verschillende frequentiebereiken en zendertechnologieën. Af fabriek is de Tunerregio "EUROPE" (Europa) ingesteld. Daarnaast zijn de tunerregio's "USA", "THAI" (Thailand) en "S AMERICA" (Zuid-Amerika) beschikbaar. Wanneer u de autoradio buiten Europa gebruikt, dan moet u eventueel eerst een geschikte tunerregio instellen: W Schakel de autoradio eventueel eerst uit. W Houdt tegelijkertijd de toetsen MENU•OK ? en 4 < ingedrukt en druk op de aan-/uittoets 3. De autoradio wordt ingeschakeld. Op het display verschijnt de actueel ingestelde tunerregio. W Druk net zo vaak op de toets @ / 2 totdat de gewenste tunerregio wordt weergegeven. W Druk op de toets MENU•OK ?.
NEDERLANDS In bedrijf nemen
In-/uitschakelen met de aan-/uit-toets W Voor het inschakelen drukt u op de aan-/uittoets 3. De autoradio schakelt in. W Om het apparaat uit te schakelen houdt u aan-/uit-toets 3 langer dan 2 seconden ingedrukt. De autoradio schakelt uit. Opmerking: Wanneer u de autoradio bij uitgeschakeld voertuigcontact aan zet, dan schakelt de radio zich automatisch na 1 uur uit, zodat de accu van het voertuig niet leeg raakt. In-/uitschakelen via het contact van het voertuig Wanneer de autoradio conform de inbouwhandleiding, met het contactslot van de auto is verbonden en niet met aan-/uit-toets 3 is uitge-
05_Toronto400BT_nl.indd 107
03.03.2009 13:27:07 Uhr
In bedrijf nemen | Verkeersinformatie
schakeld, wordt het met het contact in-, resp. uitgeschakeld.
Volume Volume instellen Het volume kan in stappen van 0 (uit) tot 50 (maximaal) worden ingesteld. W Draai aan de volumeregelaar 4, om het volume te wijzigen. Opmerking: Wanneer een telefoon of navigatiesysteem is aangesloten op de autoradio zoals omschreven in de inbouwhandleiding, dan wordt de autoradio bij een telefoongesprek, resp. bij een navigatiemededeling onderdrukt, zodat u de weergave van de telefoon, resp. het navigatiesysteem ongestoord kunt horen. Op het display verschijnt tijdens de onderdrukking "TELEPHONE". Autoradio zacht zetten (mute) U kunt het volume snel naar een door u ingestelde waarde reduceren. W Druk kort op de aan-/uit-toets 3 om de autoradio zacht te zetten, resp. om het vorige volume weer te activeren. Op het display wordt tijdens de onderdrukking "MUTE" weergegeven. Lees voor het instellen van het mute-volume in het hoofdstuk "Gebruikersinstellingen" de paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "MUTE LVL".
Demo-modus in-/uitschakelen De demomodus toont u de functies van de autoradio als lichtkrant op het display. U kunt de demomodus in- resp. uitschakelen: W Schakel de autoradio eventueel eerst uit. W Houd tegelijkertijd de toetsen MENU•OK ? en 2 < ingedrukt en druk op de aan-/uittoets 3. De autoradio wordt ingeschakeld. Op het display wordt kort "DEMO MODE" weergeven,
wanneer u de demomode heeft ingeschakeld. Door het indrukken van een willekeurige toets wordt de demomodus onderbroken en kunt u het apparaat bedienen.
Versienummers weergeven U kun de versienummers van de verschillende apparaatcomponenten laten weergeven. W Schakel de autoradio eventueel eerst uit. W Houdt tegelijkertijd de toetsen MENU•OK ? en 1 < ingedrukt en druk op de aan-/ uit-toets 3. De autoradio wordt ingeschakeld. Op het display verschijnt het versienummer van de eerste componenten. Het eerste teken geeft het component aan: P = Processor, E = EPROM, A = Accordo, B = Bluetooth®. W Druk op de toets 5 / >, om de versienummers van de andere componenten weer te geven. W Druk op de toets MENU•OK ?, om naar de laatst beluisterde audiobron terug te gaan.
Verkeersinformatie In de tunerregio "EUROPE" kan een FM-zender verkeersberichten markeren m.b.v. een RDS-signaal. Wanneer de voorrang voor verkeersberichten is ingeschakeld, wordt een verkeersbericht automatisch weergegeven, ook wanneer de autoradio momenteel niet op de radioweergave is ingesteld of wanneer een zender van het MW of LW golfgebied is ingesteld. Bij ingeschakelde voorrang wordt in het display het filesymbool ( ) weergegeven. Tijdens een weergegeven verkeersbericht wordt "TRAFFIC" in het display weergegeven. Lees voor het in- en uitschakelen van de voorrang in het hoofdstuk "Gebruikersinstellingen" de paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "TRAF". Opmerkingen: • Het volume wordt voor de duur van het doorgeschakelde verkeersbericht verhoogd. U kunt het minimale volume voor
05_Toronto400BT_nl.indd 108
03.03.2009 13:27:08 Uhr
Verkeersinformatie | Radioweergave
• Om een doorgegeven verkeersbericht af te breken, drukt u op de toets DIS/ESC =.
Radioweergave RDS In de tunerregio "EUROPE" zenden veel FM-zenders naast hun programma tevens een RDS-signaal (Radio Data System) uit, dat de volgende extra functies mogelijk maakt: • De zendernaam wordt in het display getoond. • De autoradio herkent verkeersberichten en nieuwsuitzendingen en kan deze in iedere weergavesoort (bijv. tijdens CD-weergave) automatisch doorgeven. • Alternatieve frequentie (F): wanneer de RDSfunctie geactiveerd is, schakelt de autoradio automatisch naar de als beste te ontvangen frequentie van de ingestelde zender. • Regionaal (REG): Sommige zenders verdelen hun programma op bepaalde tijden in regionale programma's met verschillende inhoud. Bij ingeschakelde REG-functie schakelt de autoradio alleen over naar alternatieve frequenties, wanneer die hetzelfde regionale programma uitzenden. Voor het in- en uitschakelen van de RDS- resp. REG-functie leest u in hoofdstuk "Gebruikersinstellingen" de paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren" (menupunten "RDS", "REG").
Naar radioweergave omschakelen W Druk net zo vaak op de toets SRC 6 totdat "TUNER" wordt weergegeven: Het actuele geheugenniveau verschijnt eenmaal als lichtkrant op het display.
Geheugenniveau kiezen De volgende geheugenniveaus zijn in de verschillende tunerregio's beschikbaar: Regio
EUROPE Geheugenniveaus
FM1, FM2, FMT, MW, LW USA FM1, FM2, FMT, AM, AMT THAI FM1, FM2, FMT, AM S AMERICA FM1, FM2, FMT, AM, AMT W Druk net zo vaak op de toets @ / 2 totdat het gewenste geheugenniveau wordt weergegeven. Opmerking: Op elk geheugenniveau kunnen maximaal 5 zenders worden geprogrammeerd.
Zenders instellen U hebt verschillende mogelijkheden om een zender in te stellen: Zenders handmatig instellen W Druk toets 5 / > één- of meerdere malen in om de frequentie stapsgewijs te wijzigen, resp. lang om de frequentie snel te wijzigen.
verkeersberichten instellen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren".
Opmerkingen: • Voor de tunerregio "EUROPE": in het golfgebied FM wordt bij ingeschakelde RDSwerking automatisch de volgende zender van de zenderketen ingesteld. • Voor de tunerregio "EUROPE", "USA" en "S AMERICA": in het golfgebied FM wordt bij ingeschakelde PTY-functie het actueel gekozen programmatype weergegeven en kan worden gewijzigd (zie hoofdstuk "PTY"). Zoekafstemming starten W Druk gedurende ca. 2 seconden op toets 5 / > om de zoekafstemming te starten. De eerstvolgende ontvangbare zender wordt ingesteld.
Opmerkingen: • Voor de tunerregio "EUROPE": in het golfgebied FM worden bij ingeschakelde voorrang voor verkeersinformatie ( ) alleen verkeersinformatiezenders ingesteld. • Voor de tunerregio's "EUROPE", "USA" en "S AMERICA": in het golfgebied FM wordt bij ingeschakelde PTY-functie de volgende zender met het actueel gekozen programmatype ingesteld (zie hoofdstuk "PTY"). • De gevoeligheid van de zoekdoorloop kan worden ingesteld (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "SENS").
Zender opslaan/opgeslagen zenders oproepen W Kies het gewenste geheugenniveau. W Stel evt. de gewenste zender in. W Druk op de voorkeuzetoets 1 - 5 < gedurende ca. 2 seconden, om de actuele zender onder de toets op te slaan. - resp. W Druk kort op de voorkeuzetoets 1 - 5 < om de opgeslagen zender te kiezen.
Zenders kort weergeven Met de scanfunctie wordt elke ontvangbare zender van het actuele golfgebied kort weergegeven. W Druk de toets MENU•OK ? gedurende ca. 2 seconden in, om het kort weergeven te starten, resp. kort, om de actueel ingestelde zender verder te beluisteren. Tijdens het kort weergeven worden op het display afwisselend "SCAN" en de actuele frequentie alsmede het geheugenniveau resp. de zendernaam weergegeven.
"Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "SCAN TIME").
Zenders automatisch programmeren (Travelstore) Met Travelstore kunt u de 5 sterkste zenders van de regio automatisch zoeken en op een geheugenniveau opslaan. Eerder opgeslagen zenders van dit geheugenniveau worden hierbij gewist. In de tunerregio "EUROPE" en "THAI" kunt u met Travelstore 5 FM-zenders op het geheugenniveau FMT opslaan. In de tunerregio "USA" en "S AMERICA" kunt u daarnaast 5 AM-zenders op het geheugenniveau AMT opslaan. W Kies een geheugenniveau van het gewenste golfgebied, bijv. FM1 of AM. W Druk gedurende ca. 2 seconden op de toets @/ 2. De tuner begint dan met de automatische zoekafstemming; op het display wordt "FM TSTORE" resp. "AM TSTORE" weergeven. Wanneer het opslaan voltooid is, wordt de zender op geheugenpositie 1 van geheugenniveau FMT, resp. AMT weergegeven. Opmerking: Voor de tunerregio "EUROPE": bij ingeschakel) de voorrang voor verkeersinformatie ( worden uitsluitend verkeersinformatiezenders opgeslagen.
PTY In de tunerregio's "EUROPE", "USA" en "S AMERICA" kan een FM-zender zijn actuele programmatype doorgeven, bijv. CULTUUR, POP, JAZZ, ROCK, SPORT of WETENSCHAP. Met de PTY-functie kunt u zo doelgericht naar uitzendingen van een bepaald programmatype zoeken, bijv. naar rock- of sportuitzendingen. Let erop, dat PTY niet door alle zenders wordt ondersteund.
Opmerking: Voor de radioweergave kan de duur van fragment per zender worden ingesteld (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf
Programmatype kiezen Opmerking: In de tunerregio "EUROPE" kunt u de taal instellen, waarin de programmatypen worden weergegeven (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "PTY LANG"). W Druk kort op de toets
Het actueel gekozen programmatype wordt kort weergegeven en u kunt een ander programmatype kiezen. W Druk indien gewenst net zo vaak op de toets 5 / > totdat het gewenste programmatype wordt weergegeven. Zender zoeken W Druk gedurende ca. 2 seconden op de toets 5 / >. Zodra de zoekdoorloop begint, verschijnt kort "SEARCH" op het display. Daarna wordt het actuele programmatype weergegeven. Zodra een zender is gevonden, verschijnt kort "PTY FOUND". Zolang het programmatype van de ingestelde zender overeenstemt met het actueel gekozen programmatype, worden in het display afwisselend het programmatype en de zendernaam, resp. de frequentie weergegeven. Opmerkingen: • Wanneer er geen zender met het gekozen programmatype wordt gevonden, wordt kort "NO PTY" weergeven en klinkt een pieptoon. De laatst weergegeven zender wordt opnieuw ingesteld. • Wanneer de ingestelde of een andere zender uit de zenderketen op een later tijdstip
het gewenste programmatype uitzendt, dan schakelt de autoradio automatisch van de actuele zender, resp. actuele audiobron, (bijv. CD) naar de zender met het gewenste programmatype. Houd er rekening mee dat deze functie niet door alle zenders wordt ondersteund.
Displayweergave instellen W Druk op de toets DIS/ESC =, om tussen deze beide weergaves te wisselen: Weergave
Betekenis Zendernaam ABCDEF resp. resp. geheugenniveau/ FM1 102.90 frequentie FM1 11:32 Geheugenniveau/tijd
CD-/MP3-/WMA-/C‘n‘C-/ CD-wisselaar- weergave Basisinformatie CD-/MP3-/WMA-weergave U kunt met deze autoradio audio-CD's (CDDA) en CD-R/RWs met audio-, MP3- of WMA-bestanden alsmede MP3- of WMA-bestanden op USB-datadragers afspelen.
NEDERLANDS Opmerking: Om de PTY-functie te gebruiken, moet u deze afzonderlijk in het menu inschakelen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "PTY").
Gevaar voor vernieling van de CD-speler! Niet ronde contour-CD's (shape CD's) en CD's met een doorsnede van 8 cm (miniCD's) mogen niet worden gebruikt. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beschadigingen aan de CD-speler door ongeschikte CD's. Opmerkingen: • Voor optimaal functioneren moet u alleen CD's gebruiken met het Compact-Disc-logo. • Blaupunkt kan geen garantie geven voor het optimaal functioneren van tegen kopieren beveiligde CD's en op de markt leverbare lege CD's en USB-datadragers.
CD-/MP3-/WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave
Houdt bij het voorbereiden van een MP3-/WMAdatadrager de volgende instructies aan: • Benaming van titels en mappen: – Max. 16 tekens (CD) resp. 24 tekens (USB) incl. de bestandsextensie ".mp3" resp. ".wma" (bij meer tekens wordt het aantal van de door de autoradio herkenbare titels en mappen beperkt) – Geen speciale tekens of umlauten • CD-formaat: audio-CD (CDDA), CD-R/RW, Ø: 12 cm • CD-dataformaat: ISO 9669 Level 1 en 2, Joliet • CD-brandsnelheid: max. 16-voudig (aanbevolen) • USB-formaat/-bestandssysteem: mass storage device (massageheugen)/FAT32 • Extensie van audiobestanden: – .MP3 voor MP3-bestanden – .WMA voor WMA-bestanden • WMA-bestanden alleen zonder Digital Rights Management (DRM) en aangemaakt met Windows Media Player vanaf versie 8 • MP3-ID3-tags: versie 1 en 2 • Bitrate voor het aanmaken van audiobestanden: – MP3: 32 tot 320 kbps – WMA: 32 tot 192 kbps • Max. aantal titels: 20 000 C‘n‘C-weergave De C'n'C-interface van Blaupunkt (C'n'C = Command and Control) zorgt voor een nog comfortabelere bediening van apparaat en datadragers, die via een C'n'C-compatibele Blaupunkt-interface op de autoradio zijn aangesloten. Controleer voordat u een C'n'C-geschikte Blaupunkt-interface aansluit de modus van de AUXingang op de achterzijde. Lees daarvoor de paragraaf "AUX-ingang op achterzijde" in het hoofdstuk "Externe audiobronnen".
CD-wisselaar-weergave U kunt op de autoradio de volgende CD-wisselaar aansluiten: • Blaupunkt CDC A03 • Blaupunkt CDC A08 • Blaupunkt IDC A09 Informatie over de behandeling van CD's, het plaatsen van CD's en voor de bediening van de CD-wisselaar vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw CD-wisselaar. Controleer voordat u een CD-wisselaar aansluit de modus van de AUX-ingang op de achterzijde. Lees daarvoor de paragraaf "AUX-ingang op achterzijde" in het hoofdstuk "Externe audiobronnen".
Overschakelen naar de CD-/MP3-/ WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave W Druk net zo vaak op de toets SRC 6 tot de gewenste audiobron wordt weergegeven: • "CD": geplaatste CD. • "MP3": geplaatste CD, die al als MP3-CD herkend is. • "USB": aangesloten USB-datadrager. • Naam van het via C‘n‘C aangesloten apparaat • "CDC / AUX": aangesloten CD-wisselaar (wanneer geen andere externe audiobron is aangesloten). Opmerkingen: • De betreffende audiobron kan uitsluitend worden geselecteerd, wanneer een corresponderende CD is geplaatst, resp. een corresponderend apparaat (bijv. een USBdatadrager of een CD-wisselaar) is aangesloten. • Wanneer de autoradio de data van een aangesloten apparaat of datadrager voor de weergave eerst moet lezen, verschijnt zolang "READING" in het display. Dit kan bij grote datahoeveelheden wel tot 1 minuut duren. Wanneer er sprake is van een storing in het apparaat of datadrager of wanneer de overgedragen data niet weer-
CD-/MP3-/WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave
• Leest de aangesloten CD-wisselaar vervolgens de geplaatste CD's (bijv. na een onderbreking in de voeding of na een magazijnwisseling), dan wordt gedurende die periode "MAG SCAN" weergegeven. Wanneer de CD-wisselaar geen CD's of geen magazijn bevat, dan wordt "NO DISC" weergegeven.
CD plaatsen Opmerking: Het automatische transport van de CD mag niet worden gehinderd of geholpen. W Schuif de CD met de bedrukte zijde naar boven in de CD-opening 7, totdat een weerstand waarneembaar wordt. De CD wordt automatisch naar binnen getrokken en uw data worden gecontroleerd (op het display wordt zolang "READING" weergegeven). Daarna begint de weergave in CD- resp. MP3-weergave. Op het display wordt bij geplaatste CD het CD-symbool getoond. Opmerking: Wanneer de geplaatste CD niet kan worden weergegeven, wordt kort "CD ERROR" weergegeven en wordt de CD na ca. 2 seconden uit het apparaat geschoven.
CD verwijderen Opmerkingen: • Een naar buiten geschoven en niet weggenomen CD wordt na ca. 10 seconden automatisch weer naar binnen getransporteerd. • U kunt ook CD's naar buiten laten schuiven wanneer de autoradio is uitgeschakeld of er een andere audiobron actief is.
:, om een geplaatste W Druk op de toets CD er uit te schuiven.
USB-datadrager aansluiten/ verwijderen Om een USB-datadrager aan te kunnen sluiten, moet de meegeleverde USB-kabel op de autoradio worden aangesloten (zie inbouwhandleiding). W Schakel de autoradio uit, zodat de datadrager op de juiste wijze wordt aan- en afgemeld. W Sluit de USB-datadrager op de USB-kabel aan, resp. ontkoppel deze. Op het display wordt bij aangesloten USBdatadrager het USB-symbool weergegeven. Wordt de USB-datadrager na het aansluiten resp. na het inschakelen van de autoradio de eerste keer als audiobron geselecteerd, dan worden vervolgens de data ingelezen (op het display wordt gedurende deze periode "READING" weergegeven). Opmerkingen: • Wanneer de aangesloten USB-datadrager niet weergegeven kan worden, wordt kort "USB ERROR" weergegeven. • De voor het inlezen benodigde tijd hangt af van het model en de grootte van de USBdatadrager.
gegeven kunnen worden, wordt een overeenkomstige melding op het display weergegeven (bijv. "ERROR" of "USB ERROR").
Titel kiezen W Druk kort op de toets 5 / vorige/volgende titel te gaan.
Opmerking: Wanneer de actuele titel langer dan 3 seconden wordt weergegeven, wordt de titel opnieuw gestart door één keer op 5 te drukken.
Map/CD kiezen (alleen bij MP3-/ WMA-/C‘n‘C- resp. CD-wisselaarweergave) W Druk op de toets @/ 2, om naar de vorige/volgende map resp. vorige/volgende CD te gaan. Opmerking: U kunt zo ook tussen afspeellijsten van een via C‘n‘C aangesloten apparaat wisselen.
Alle titels kort weergeven
W Houdt de toets 5 / net zolang ingedrukt tot de gewenste positie is bereikt.
Met de scanfunctie worden alle beschikbare titels weergegeven. W Druk gedurende ca. 2 seconden op toets MENU•OK ? om het kort weergeven te starten, resp. kort, om de actueel kort weergegeven titel verder te beluisteren.
Weergave onderbreken W Druk op toets 3 <, om de weergave te onderbreken ("PAUSE") resp. weer te hervatten.
Afspeellijst-modus (alleen in MP3-/WMA-weergave) De autoradio kan afspeellijsten afspelen, die met een MP3-manager zoals bijv. WinAmp of Microsoft Media Player zijn gemaakt. De afspeellijsten moeten zijn opgeslagen in de root-map van de CD resp. de USB-datadrager. De volgende afspeellijstformaten kunnen herkend worden: M3U, PLS. Titel in afspeellijst-modus kiezen W Druk gedurende ca. 2 seconden op de toets 2 < om naar de afspeellijst-modus over te schakelen: Op het display wordt kort "LIST MODE" weergegeven. De eerste titel van de eerste afspeellijst wordt afgespeeld. Opmerking: Wanneer de datadrager geen afspeellijsten bevat, wordt kort "NO LIST" weergegeven.
Tijdens het kort weergeven worden op het display afwisselend "SCAN" en het actuele titelnummer resp. de bestandsnaam weergegeven. Opmerkingen: • Bij weergave van CD-wisselaar is de duur van fragment per titel ca. 10 seconden. Voor alle andere weergavesoorten kan de duur van fragment per titel worden ingesteld (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "SCAN TIME"). • In de afspeellijst-modus (MP3-weergave) worden uitsluitend de titels van de actuele afspeellijst kort weergegeven.
Titels in willekeurige volgorde weergeven W Druk op de toets 5 MIX <, om te schakelen tussen de weergavemodi: Bedrijf Weergave
CD MIX ALL W Druk kort op de toets 5 / > om naar de vorige/volgende titel van de actuele afspeellijst te gaan.
W Druk op de toets @ / 2, om naar de vorige/volgende afspeellijst te gaan. Op het display wordt kort de naam van de gekozen afspeellijst weergegeven en de eerste titel van de afspeellijst wordt afgespeeld. Afspeellijst-modus verlaten W Druk gedurende ca. 2 seconden op toets 2 <: Op het display wordt kort "LIST OFF" weergegeven. De actuele titel wordt verder afgespeeld.
Bij C‘n‘C-bedrijf kunnen afhankelijk van het aangesloten apparaat verdere weergavemodi beschikbaar zijn 2 Niet in MP3-afspeellijst-modus
Afzonderlijke titels, resp. CD's of mappen herhaald afspelen
CDC W Druk op de toets 4 RPT <, om tussen de weergavemodi te schakelen: Bedrijf Weergave CD RPT TRACK MP3/ RPT TRACK WMA/ RPT DIR 2 C‘n‘C 1 CDC Alg.
Betekenis Titel herhalen Titel herhalen Map herhalen
Bij C‘n‘C-bedrijf kunnen afhankelijk van het aangesloten apparaat verdere weergavemodi beschikbaar zijn 2 Niet in MP3-afspeellijst-modus Wanneer de RPT-functie actief is, wordt het RPT-symbool op het display weergegeven.
Displayweergave instellen W Druk één of meerdere malen op toets DIS/ ESC = om tussen deze weergaven te wisselen: Bedrijf
01 ABC Betekenis Titelnummer en speeltijd Titelnummer en tijd Bestandsnaam
Betekenis Titelnummer en speeltijd Titelnummer en kloktijd CD-nummer en titelnummer
Artiest en albumnaam moeten als ID3-tag zijn opgeslagen en worden slechts gedurende ca. 10 seconden en eventueel als lichtkracht weergegeven; anders wordt de bestandsnaam weergegeven.
Opmerking U kunt de weergave van CD-tekst van een audio-CD in- en uitschakelen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "CD TEXT"). Bij ingeschakelde CD-tekst wordt bij aanvang van elke titel de betreffende CDtekst eenmaal als lichtkrant weergegeven.
Bluetooth® U kunt de autoradio via Bluetooth® met andere Bluetooth®-geschikte apparaten zoals mobiele telefoons of MP3-spelers verbinden. Zo kunt u de autoradio met zijn geïntegreerde microfoon als handsfree-installatie voor verbonden mobiele telefoons gebruiken en de audioweergave van andere Bluetooth®-apparaten regelen en via de luidsprekers van de autoradio weergeven (Bluetooth®-Streaming). De Bluetooth®-technologie is een draadloze verbinding met beperkte reikwijdte. Daarom moeten Bluetooth®-apparaten voor het realiseren en handhaven van een verbinding zich in de buurt van de autoradio (in het voertuig) bevinden. Om een Bluetooth®-verbinding op te zetten, moet u de autoradio en het Bluetooth®-apparaat eerst koppelen. Wanneer u de apparaten koppelt, wordt aansluitend een automatisch een Bluetooth®-verbinding gerealiseerd. Deze verbinding blijft bestaan zolang het Bluetooth®-apparaat binnen de reikwijdte blijft. Wanneer de verbinding wordt onderbroken, bijv. omdat u met de telefoon
NEDERLANDS Wanneer de MIX-functie actief is, wordt het MIX-symbool op het display weergegeven.
buiten de reikwijdte komt, wordt de verbinding automatisch weer hersteld, wanneer u zich weer binnen de reikwijdte bevindt. U kunt steeds slechts één mobiele telefoon en streaming-apparaat met de autoradio verbinden. Wanneer u een nieuw apparaat met de autoradio verbindt, wordt in dat geval de eventuele verbinding met een actueel verbonden apparaat automatisch verbroken. De autoradio laat echter tot maximaal 5 verschillende Bluetooth®-apparaten gekoppeld en u kunt elk van deze apparaten steeds snel en gemakkelijk weer verbinden met de autoradio. Wanneer u een zesde apparaat koppelt, dan wordt het Bluetooth®-apparaat dat als eerste werd gekoppeld verdrongen.
Bluetooth®-menu In het Bluetooth®-menu vindt u alle functies voor het koppelen, verbinden en beheren van Bluetooth®-apparaten. Bluetooth®-menu oproepen W Druk op de toets MENU•OK ?. @, om het menupunt W Druk op toets "BLUETOOTH" te selecteren. W Druk op de toets menu te openen.
>, om het Bluetooth®-
W Druk net zo vaak op de toets @ / 2 totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. Opmerkingen: • Het Bluetooth®-menu wordt automatisch ca. 30 seconden nadat voor het laatst toetsen zijn ingedrukt verlaten en u keert terug naar de weergave van de actuele audiobron. • Wanneer een Bluetooth®-proces bezig is (bijv. het herstellen van de verbinding met het laatst verbonden apparaat), dan zijn de functies van het Bluetooth®-menu geblokkeerd. Wanneer u gedurende deze periode probeert het Bluetooth®-menu te openen, dan wordt in het display "LINK BUSY" weergegeven. Om terug te keren naar de actuele audiobron, drukt u op de toets DIS/ESC =. Druk, om de Bluetooth®-procedure af
te breken en het Bluetooth®-menu te opeA. nen, op toets Bluetooth®-menu verlaten W Druk kort op toets DIS/ESC = om het Bluetooth®-menu te verlaten.
Apparaat koppelen en verbinden Mobiele telefoon koppelen en verbinden W Selecteer in het Bluetooth®-menu het menupunt "PAIR". W Druk op toets nen.
>, om het submenu te ope-
Het menu "PHONE" (Telefoon) is geselecteerd. W Druk op toets te koppelen.
>, om een mobiele telefoon
In het display wordt "PAIRING" weergegeven en het Bluetooth®-symbool knippert. De autoradio kan nu gedurende ca. 2 minuten door een Bluetooth®-mobiele telefoon worden herkend en er mee worden verbonden. W Zoek op uw mobiele telefoon de autoradio (Bluetooth®-naam: "TORONTO 400 BT"). Zodra de autoradio door de mobiele telefoon is gevonden en verbonden moet worden, verschijnt in het display "ENTER PIN" en de PIN "1234". W Realiseer vervolgens vanaf uw mobiele telefoon de verbinding. Voer daarbij de door de autoradio weergegeven PIN in. Op het display wordt "PAIRED" (gekoppeld) en vervolgens "CONNECTED" (verbonden) weergegeven zodra de autoradio en de mobiele telefoon gekoppeld en verbonden worden. Opmerking: Wanneer geen verbinding gerealiseerd kan worden, wordt kort "CON FAIL" (verbinding mislukt) weergegeven.
W Druk op toets nen.
>, om het submenu te ope-
Het menu "PHONE" (Telefoon) is geselecteerd. W Druk op toets @, om het menupunt "STREAMING" te selecteren. W Druk op toets >, om een streaming-apparaat te koppelen. Op het display wordt de actueel opgeslagen PIN (standaard "1234") weergegeven. Voer indien nodig de PIN van het streaming-apparaat in: W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. W Druk op toets 5 / >, om tussen de 4 posities van de PIN te wisselen. W Druk op toets MENU•OK ?, om de ingevoerde PIN te bevestigen. Opmerking: Niet alle streaming-apparaten vragen om invoer van hun PIN op de autoradio. Bij sommige streaming-apparaten moet u in plaats hiervan de PIN van de autoradio invoeren. Voor dergelijke apparaten kunt u de actuele PIN van de autoradio eenvoudig door op toets MENU•OK ? te drukken bevestigen en vervolgens op het streaming-apparaat invoeren. In het display wordt "PAIRING" weergegeven en het Bluetooth®-symbool knippert. De autoradio kan nu gedurende ca. 2 minuten door het streaming-apparaat worden herkend en er mee worden verbonden. W Zoek vanuit uw streaming-apparaat de autoradio (Bluetooth®-naam: "TORONTO 400 BT") en realiseer de verbinding. Voer daarbij eventueel de PIN van de autoradio in. Op het display wordt "PAIRED" (gekoppeld) en vervolgens "CONNECTED" (verbonden)
weergegeven zodra de autoradio en het streaming-apparaat gekoppeld en verbonden worden. Opmerking: Wanneer geen verbinding gerealiseerd kan worden, wordt kort "CON FAIL" (verbinding mislukt) weergegeven.
Telefoonfuncties Inkomend gesprek aannemen/afwijzen Bij een inkomend gesprek worden op het display afwisselend "INCOMING" (inkomend) en het nummer van de beller weergegeven. De actuele audiobron wordt onderdrukt en een beltoon wordt via de autoradioluidspreker weergegeven. Opmerking: Wanneer het nummer van de beller niet wordt overgedragen, wordt i.p.v. het nummer "PRIVATE NUMBER" (geheim nummer) weergegeven. Wanneer het nummer van de beller is opgeslagen met een naam, dan worden naam en nummer weergegeven (zie hoofdstuk "Telefoonnummer opslaan"). W Druk op toets nemen.
NEDERLANDS Bluetooth®-streaming-apparaat koppelen en verbinden W Selecteer in het Bluetooth®-menu het menupunt "PAIR".
B, om het gesprek aan te
Op het display worden "CALL" en de lopende gesprekstijd weergegeven. W Druk op toets A, om het gesprek af te wijzen resp. om het lopende gesprek af te sluiten. Op het display wordt "CALL END" weergegeven. Oproep doen W Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "DIAL NEW". W Druk op de toets
U kunt nu een telefoonnummer tot maximaal 20 posities invoeren: W Druk net zo vaak op toets @/ 2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven.
W Druk op toets 5 / >, om tussen de posities van het nummer te wisselen. B, om het ingevoerde W Druk op toets nummer te bellen. Op het display worden afwisselend "OUTGOING" en het gekozen nummer weergegeven. Opmerking: Wanneer het gekozen nummer van de beller is opgeslagen met een naam, dan worden naam en nummer weergegeven (zie hoofdstuk "Telefoonnummer opslaan"). Zodra uw gesprekspartner het gesprek accepteert, wordt in het display afwisselend "CALL" en de lopende gesprekstijd weergegeven.
W Druk gedurende ca. 2 seconden op de gewenste voorkeuzetoets 1 - 5 < om nummer en naam op te slaan. Opmerking: Een eerder onder de voorkeuzetoets opgeslagen nummer wordt overschreven. Snelkiezen Met snelkiezen kunt u het laatst gekozen nummer of een opgeslagen nummer (zie hoofdstuk "Telefoonnummer opslaan") bellen. B. W Druk op toets Op het display wordt het laatst gekozen nummer weergegeven.
Telefoonnummer opslaan W Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "DIAL NEW".
Opmerking: Wanneer momenteel geen mobiele telefoon is verbonden, dan wordt het Bluetooth®-menu geopend. Het menupunt "PAIR" is gekozen.
W Druk op de toets >. U kunt nu een telefoonnummer tot maximaal 20 posities invoeren:
W Druk eventueel op een voorkeuzetoets 1 - 5 <, om het daar opgeslagen nummer op te roepen.
W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. W Druk op toets 5 / >, om tussen de posities van het nummer te wisselen. W Druk gedurende ca. 2 seconden op de gewenste voorkeuzetoets 1 - 5 < om alleen het nummer op te slaan. - of W Druk op toets MENU•OK ?, om een naam voor de positie in te voeren. U kunt nu een naam met max. 9 posities invoeren: W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. W Druk op toets 5 / >, om tussen de posities van de naam te wisselen.
B, om het nummer te belW Druk op toets len. Op het display worden afwisselend "OUTGOING" en het gekozen nummer weergegeven.
Bluetooth®-Streaming-weergave Bluetooth®-Streaming-weergave starten W Druk net zo vaak op toets SRC 6 totdat "BT STREAM" op het display wordt weergegeven. De weergave begint. Opmerkingen: • De Bluetooth®-Streaming-weergave kan nu worden gekozen, wanneer een geschikt Streaming-apparaat is verbonden. • Wanneer de verbinding met het Streamingapparaat tijdens de weergave verloren gaat, wordt kort "CON LOST" (verbinding verloren) weergegeven en de autoradio schakelt over naar de vorige audiobron.
Andere functies in het Bluetooth®menu Bluetooth®-PIN veranderen De autoradio heeft af fabriek Bluetooth®-PIN "1234", die u bijv. bij het koppelen van een mobiele telefoon moet invoeren op de mobiele telefoon. U kunt deze PIN wijzigen. W Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "PIN EDIT". W Druk op toets nen.
>, om het submenu te ope-
W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. W Druk op toets 5 / >, om tussen de 4 posities van de PIN te wisselen. W Druk op de toets MENU•OK ?. Gekoppelde apparaten beheren In het Bluetooth®-menu kunt u de gekoppelde Bluetooth®-apparaten (mobiele telefoons en streamingapparaten zoals MP3-spelers) beheren. In de apparaatlijsten voor mobiele telefoons ("PHN LIST") en streaming-apparaten ("STR LIST") worden de gekoppelde apparaten weergegeven. Hier kunt u: • De verbinding met actueel verbonden Bluetooth®-apparaat verbreken • Een verbinding met een gekoppeld Bluetooth®apparaat maken • Een Bluetooth®-apparaat ontkoppelen W Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "PHN LIST" resp. "STR LIST". W Druk op toets nen.
>, om het submenu te ope-
Het eerste apparaat in de lijst wordt weergegeven.
Opmerking: Wanneer geen apparaat is gekoppeld, wordt kort "EMPTY" (lijst leeg) weergegeven. W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat het gewenste apparaat wordt weergegeven. U kunt kiezen uit de volgende opties: W Druk op toets B, om het weergegeven apparaat te verbinden. Op het display wordt "CONNECTNG" (verbinden) weergegeven. Zodra het apparaat verbonden is, wordt kort "CONNECTED" (verbinden) weergegeven en keert u terug naar het Bluetooth®-menu. Wanneer het apparaat reeds verbonden is, wordt kort "CON EXIST" (verbinding bestaat al) weergegeven en keert u terug naar de lijst van de gekoppelde mobiele telefoons resp. streaming-apparaten. A, om de verbinding met W Druk op toets het weergegeven apparaat te verbreken. Op het display wordt kort "DISCONNTD" (gescheiden) weergegeven en u keert terug naar het Bluetooth®-menu. Indien het apparaat niet was verbonden, wordt kort "NO CONNCT" (geen verbinding) weergegeven en u keert terug naar de lijst van gekoppelde mobiele telefoons resp. streaming-apparaten.
NEDERLANDS Titel kiezen W Druk kort op de toets 5 / >, om naar de vorige/volgende titel te gaan.
W Druk gedurende ca. 2 seconden op toets A om het weergegeven apparaat te ontkoppelen. Op het display wordt kort "DELETED" (verwijderd) weergegeven en u keert terug naar het Bluetooth®-menu. Alle gekoppelde apparaten ontkoppelen W Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "DELETE ALL". W Druk op toets >, om alle gekoppelde apparaten te ontkoppelen. In het display wordt "CONFIRM" (bevestigen) weergegeven. W Druk nogmaals op toets
Op het display wordt kort "DELETED" (ontkoppeld) weergegeven.
Externe audiobronnen
Externe audiobronnen Front-AUX-IN-bus Gevaar! Verhoogd letselgevaar door stekker. In geval van een ongeluk kan de uitstekende stekker in de front-AUX-IN-bus letsel veroorzaken. Het gebruik van rechte stekkers of adapters leidt tot een verhoogd risicoletsel. Daarom verdient gebruik van haakse stekkers aanbeveling, bijv. de Blaupunkt toebehorenkabel (7 607 001 535). Zodra een externe audiobron zoals bijvoorbeeld een draagbare CD-/ MiniDisc- of MP3-speler op de front-AUX-IN-bus is aangesloten, kan deze met de toets SRC 6 worden geselecteerd. Op het display wordt dan "FRONT AUX" weergegeven.
AUX-ingang aan achterzijde Via de AUX-ingang aan de achterzijde (Rear-AUXIN) kunt u verschillende externe audiobronnen op de autoradio aansluiten: • C‘n‘C-geschikte apparaten uit het Blaupunkttoebehorenprogramma (bijv. een C‘n‘C-geschikte Bluetooth®/USB- of iPod®/USB-interface; C‘n‘C = Command and Control). • CD-wisselaar • Andere externe audiobronnen zoals bijvoorbeeld draagbare CD-spelers, MiniDisc-spelers, MP3-spelers of een niet C‘n‘C-compatibele Blaupunkt-interface. Opmerking: Voor het aansluiten van een externe audiobron via de AUX-ingang op de achterzijde heeft u een adapterkabel nodig. Deze kabel (Blaupunkt-nr. 7 607 897 093) is verkrijgbaar bij uw Blaupunkt-vakhandel. Controleer voordat u een bepaald apparaat aansluit, eerst de modus van de AUX-ingang op de achterzijde en wijzig eventueel de instelling (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt
"CDC"). Let er op dat u de instellingen uitsluitend wijzigt zolang er geen apparaat op de AUX-ingang aan de achterzijde is aangesloten. Verwijder eerst eventueel aangesloten apparaten bij uitgeschakelde autoradio. C'n'C-weergave starten W Druk net zo vaak op toets SRC 6 totdat de naam van het via C'n'C aangesloten apparaat op het display verschijnt. De weergave begint. Opmerkingen: • De C'n'C-weergave kan alleen worden gekozen wanneer een geschikt apparaat op een C'n'C-interface is aangesloten. • Lees voor de bediening van de radio in C‘n‘C-bedrijf het hoofdstuk "CD-/MP3-/ WMA-/C‘n‘C-/CD-wisselaar- weergave". • U kunt gebruik makend van een geschikte adapterkabel tot maximaal 3 C'n'C-compatibel Blaupunkt-interfaces op de autoradio aansluiten. Om er voor te zorgen dat de autoradio de verschillende interfaces kan onderscheiden, kunt u aan elke interface een individueel apparaatnummer toekennen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "C‘N‘C"). AUX-weergave starten W Druk net zo vaak op toets SRC 6 totdat "CDC / AUX" op het display verschijnt. De weergave begint. Opmerking: U kunt voor de AUX-ingang op de achterzijde een eigen naam invoeren, welke in AUX-weergave op het display wordt weergegeven, wanneer u de aangesloten audiobron heeft geselecteerd (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "AUX EDIT").
In het audio-menu kunt u de volgende klankkleurinstellingen veranderen: • Bas en treble instellen • Volumeverdeling links/rechts (balans) resp. voor/achter (fader) instellen • Versterking van de lage tonen bij laag volume (X-Bass) instellen. In het uitgebreide audio-menu kunt u daarnaast de volgende instellingen uitvoeren: • 3-band-equalizer instellen: – Middentonenniveau instellen. – Bas-, midden- en hoge tonen frequentie kiezen. – Kwaliteitsfactor voor bas en middentonen instellen. • Uitgebreide X-Bass-instellingen uitvoeren (niveau en frequentie) • Equalizer-voorinstellingen kiezen Opmerking: De instellingen voor bassen midden- en hoge tonen worden steeds voor de actuele audiobron opgeslagen.
Audiomenu oproepen en verlaten W Druk kort op toets MENU•OK ? om het gebruikersmenu te openen. W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat het menupunt "AUDIO" is geselecteerd. W Druk op toets openen.
>, om het audiomenu te
W Druk net zo vaak op de toets @ / 2 totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. W Voer de instelling uit (zie volgende paragraaf). W Druk kort op toets MENU•OK ? om een ander menupunt te selecteren. - of W Druk kort op toets DIS/ESC = om het menu te verlaten.
Opmerking: Het menu wordt automatisch ca. 15 seconden nadat voor het laatst toetsen zijn ingedrukt verlaten en u keert terug naar de weergave van de actuele audiobron.
Instelling in audiomenu uitvoeren BAS Niveau lage tonen. Instellingen: -7 tot +7. W Druk op toets >, om het submenu te openen. W Druk op toets uit te voeren.
TREBLE Niveau hoge tonen. Instellingen: -7 tot +7. W Druk op toets >, om het submenu te openen. W Druk op toets uit te voeren.
Balans Volumeverdeling links/rechts. Instellingen: L9 (links) tot R9 (rechts). W Druk op toets >, om het submenu te openen. W Druk op toets uit te voeren.
NEDERLANDS Klankinstellingen
FADER volumeverdeling voor/achter. Instellingen: R9 (achter) tot F9 (voor). W Druk op toets >, om het submenu te openen. W Druk op toets uit te voeren.
X-BASS Versterking van de lage tonen bij gering volume. Instellingen: 0 (uit) tot 3 (grootste versterking). W Druk op toets >, om het submenu te openen.
W Druk op toets uit te voeren.
Uitgebreid audiomenu oproepen en verlaten W Kies in het audiomenu het menupunt "ENHANCED". W Druk op toets > om het ENHANCEDmenu te openen. W Druk net zo vaak op de toets @ / 2 totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. W Voer de instelling uit (zie volgende paragraaf). W Druk kort op toets MENU•OK ? om een ander menupunt te selecteren. - of W Druk kort op toets DIS/ESC = om het menu te verlaten.
Instelling in het uitgebreide audiomenu uitvoeren E-BASS Basfrequentie en kwaliteitsfactor instellen. Instellingen: • Basfrequentie: 60/80/100/200 Hz • Kwaliteitsfactor: 1,0/1,25/1,5/2,0 W Druk op toets te openen.
> om het submenu E-BASS W Druk op toets @ / 2 om tussen de submenu's "FREQ" (frequentie) en QFAC (kwaliteitsfactor) te wisselen. W Druk op de toets 5 / > om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen. E-TREBLE Hoge frequenties instellen. Instellingen: 10/12, 5 tot 15/17,5 kHz. W Druk op toets > om het submenu E-TREBLE te openen.
W Druk op de toets 5 / > om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen. E-MIDDLE Middenniveau en -frequentie alsmede kwaliteitsfactor instellen. Instellingen: • Middenniveau: -7 tot +7 • Middenfrequentie: 0,5/1,0/1,5/2,5 kHz • Kwaliteitsfactor: 0,5/0,75/1,0/1,25 W Druk op toets > om het submenu E-MIDDLE te openen. W Druk op toets @ / 2 om te wisselen tussen de submenu's "GAIN" (niveau), "FREQ" (frequentie) en QFAC (kwaliteitsfactor). W Druk op de toets 5 / > om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen. E-XBASS X-Bass niveau en -frequentie instellen. Instellingen: • X-Bass niveau: 0 (uit) tot 3 • X-Bass frequentie: 30/60/100 Hz > om het submenu W Druk op toets E-XBASS te openen. @/ 2 om tussen W Druk op toets de submenu's "GAIN" (niveau) en "FREQ" (frequentie) te wisselen. W Druk op de toets 5 / > om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen. PRESETS Equalizer-voorinstellingen kiezen. Instellingen: POP, ROCK, CLASSIC, P-EQ OFF (geen voorinstelling). W Druk op toets > om het submenu PRESETS te openen. W Druk op toets @ / instellingen te wisselen.
03.03.2009 13:27:13 Uhr
Gebruikersinstellingen
Gebruikersmenu oproepen en verlaten W Druk kort op toets MENU•OK ? om het menu te openen. W Druk net zo vaak op de toets @ / 2 totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. W Voer de instelling uit (zie volgende paragraaf). W Druk kort op toets MENU•OK ? om een ander menupunt te selecteren. - of W Druk kort op toets DIS/ESC = om het menu te verlaten. Opmerking: Het menu wordt automatisch ca. 15 seconden nadat voor het laatst toetsen zijn ingedrukt verlaten en u keert terug naar de weergave van de actuele audiobron.
Instelling in gebruikersmenu uitvoeren CDC Modus van de AUX-ingang op de achterkant instellen. Instellingen: ON (voor aansluiten van een CDwisselaar of een andere externe audiobron), OFF (voor aansluiting van een C‘n‘C-geschikt Blaupunkt-interface). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
W Druk kort op toets MENU•OK ? om de gekozen instelling te bevestigen. De autoradio schakelt automatisch uit en met de gekozen instelling weer in.
C‘N‘C Aan aangesloten C‘n‘C-geschikte interfaces een individueel apparaatnummer toekennen (C‘n‘C = Command and Control). Lengte: 4 posities, cijfers: 0-9, A-F (hexadecimaal). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets @ / 2 om de interface te kiezen ("DEV 1 - 3"). W Druk op toets te wijzigen.
> om het apparaatnummer
W Druk op toets 5 / tussen de posities.
Het teken op de gekozen positie knippert, wanneer dit is gekozen. W Druk op toets @ / 2 om op de geselecteerde positie een cijfer te kiezen. W Druk kort op toets MENU•OK ? om het ingevoerde apparaatnummer te bevestigen. CDTEXT Weergave van CD-tekst in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
NEDERLANDS Gebruikersinstellingen
> om tussen de instellingen
W Druk kort op toets MENU•OK ? om de gekozen instelling te bevestigen. TA VOLUME (alleen voor tunerregio "EUROPE") Minimale volume voor verkeersberichten instellen. Instellingen: 1 – 50. W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets @ / 2 of draai aan de volumeregelaar 4 om de instelling uit te voeren.
05_Toronto400BT_nl.indd 123
03.03.2009 13:27:13 Uhr
Gebruikersinstellingen
SENS Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen. Instellingen: LO1 (geringste) – HI6 (hoogste). W Druk op toets >, om het submenu te openen. W Druk op toets uit te voeren.
SCAN TIME Duur van fragment in stappen van 5 seconden instellen. Instelling: 5 – 30. W Druk op toets >, om het submenu te openen. W Druk op toets uit te voeren.
CLOCK SET De tijd van de klok instellen. W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets 5 / > om te wisselen tussen minuten en uren. De minuten- resp. urenweergave knippert wanneer deze is geselecteerd. W Druk op toets @ / 2 om de minuten, resp. uren in te stellen. W Druk kort op toets MENU•OK ? om de ingevoerde tijd te bevestigen. Opmerking: In de 12-uur tijdmodus (12H MODE) wordt achter de tijd een "A" voor 's ochtends resp. een "P" voor 's middags weergegeven. 12H/24H MODE 12-resp. 24-uur-tijdmodus kiezen. Instellingen: 12H, 24H. W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
CLOCK Weergave van de tijd bij uitgeschakelde radio en uitgeschakeld voertuigcontact in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
W Druk kort op toets MENU•OK ? om de gekozen instelling te bevestigen. BEEP Bevestigingstoon in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
W Druk kort op toets MENU•OK ? om de gekozen instelling te bevestigen. MUTE LVL Volume voor onderdrukking instellen. Instellingen: 0 – 50. W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets @ / 2 of draai aan de volumeregelaar 4 om de instelling uit te voeren. ON VOLUME Inschakelvolume instellen. Instellingen: 0 – 50 of LAST VOL (voor het uitschakelen van de autoradio laatst ingesteld volume). Bij de instelling "LAST VOL" is het inschakelvolume begrensd op max. 25. W Druk op toets > om de instelling "LAST VOL" te kiezen. - of W Druk op toets 5 om het inschakelvolume tussen 0 en 50 in te stellen.
05_Toronto400BT_nl.indd 124
03.03.2009 13:27:14 Uhr
Gebruikersinstellingen
REG (alleen voor tunerregio "EUROPE") Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: REG-functie in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
PTY LANG (alleen voor tunerregio "EUROPE") Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: taal voor de weergave van de programmatypen kiezen. Instellingen: ENGLISH, FRANCAIS, DEUTSCH. W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets @ / instellingen te wisselen.
PTY (alleen voor tunerregio "EUROPE", "USA", "S AMERICA") Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: PTY-functie in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
DISP COL Kleuren voor de displayverlichting mengen uit de basiskleuren rood, groen en blauw (RGB). Instellingen voor R, G en B steeds 0 tot 16. W Druk op toets 5 om het submenu "4096 COL" te kiezen (instellen van R, G en B), resp. de toets > om het submenu "256 COL" te kiezen (instellen van R en G, B blijft ongewijzigd).
W Druk op toets nen.
> om het submenu te ope-
W Druk op toets 5 / tussen de kleuren.
De waarde van de geselecteerde kleur knippert. W Druk op toets @/ 2 om de waarde van de geselecteerde kleur in te stellen. W Druk kort op toets MENU•OK ? om de gekozen instelling te bevestigen. SCAN Continue kleurwisseling van de displayverlichting in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
W Druk kort op toets MENU•OK ? om de gekozen instelling te bevestigen. Wanneer de continue kleurwisseling is ingeschakeld, wijzigt de kleur van de displayverlichting voortdurend over het hele kleurenspectrum.
NEDERLANDS W Druk op toets @ / 2 of draai aan de volumeregelaar 4 om de instelling uit te voeren.
COL SCAN Kleur van de displayverlichting tijdens een kleurzoekdoorloop selecteren. W Druk op toets > om de kleurzoekdoorloop te starten. Op het display wordt afwisselend "SCANNING" en "OK (MENU)" weergegeven en de kleur van de displayverlichting wijzigt voortdurend. W Druk kort op toets MENU•OK ? om de juist ingestelde kleur te selecteren. DIM DAY/DIM NIGHT Displayhelderheid voor overdag (DIM DAY) resp. 's nachts (DIM NIGHT) instellen. Instellingen: 1 – 16. W Druk op toets > om het submenu te openen.
05_Toronto400BT_nl.indd 125
03.03.2009 13:27:14 Uhr
Gebruikersinstellingen | Fabrieksinstellingen
W Druk op toets uit te voeren.
Wanneer uw autoradio is aangesloten zoals staat beschreven in de handleiding en uw voertuig beschikt over de betreffende aansluiting, dan volgt de omschakeling van de displayhelderheid voor dag en nacht tegelijk met het in- en uitschakelen van de voertuigverlichting. AUX EDIT Naam voor de AUX-ingang aan de achterkant bij AUX-weergave invoeren. Lengte: 9 posities; tekens: A-Z, 0-9. W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets 5 / tussen de posities.
Het teken op de gekozen positie knippert, wanneer dit is gekozen. W Druk op toets @ / 2 om op de geselecteerde positie een teken te selecteren. W Druk kort op toets MENU•OK ? om de ingevoerde naam te bevestigen. TRAF (alleen voor tunerregio "EUROPE") Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: voorrang voor verkeersberichten in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
RDS (alleen voor tunerregio "EUROPE") Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: RDS-functie in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit). W Druk op toets > om het submenu te openen. W Druk op toets te wisselen.
> om tussen de instellingen
Fabrieksinstellingen Fabrieksinstellingen in gebruikersmenu:
* Alleen in tunerregio "EUROPE" U kunt de oorspronkelijke fabrieksinstellingen van de autoradio herstellen: W Druk kort op toets MENU•OK ? om het menu te openen. W Druk net zo vaak op toets @ / 2 totdat het menupunt "NORMSET" is geselecteerd. W Druk langer dan 4 seconden op de toets MENU•OK ?. Op het display wordt kort "NORM ON" weergegeven. De autoradio schakelt automatisch uit en weer in met de fabrieksinstellingen. Opmerking: Wanneer u de toets MENU•OK ? korter dan 4 seconden indrukt, wordt "NORM OFF" op het display weergegeven en blijven de actuele instellingen bewaard.
Nuttige informatie | Technische gegevens
Garantie Voor onze producten die binnen de Europese Unie gekocht zijn, bieden wij een fabrieksgarantie. Voor buiten de EU gekochte apparaten gelden de garantiebepalingen van de betreffende vertegenwoordigingen in die landen. De garantievoorwaarden kunt u raadplegen op www.blaupunkt.com of direct opvragen bij: Blaupunkt GmbH Hotline Robert-Bosch-Str. 200 D-31139 Hildesheim
Service In enkele landen biedt Blaupunkt een reparatieen afhaalservice aan. Op www.blaupunkt.com kunt u nagaan of deze service ook in uw land beschikbaar is. Mocht u van deze dienst gebruik willen maken, dan kunt u via het internet het afhalen van uw autoradio aanvragen.
Technische gegevens Voedingsspanning Bedrijfsspanning:
10,5 - 14,4 V Opgenomen vermogen Bij weergave: 10 A 10 sec. na het uitschakelen: < 3,5 mA Versterker Uitgangsvermogen:
Tuner Golfgebied Europa/Thailand: FM: 87,5 - 108 MHz AM (MW): 531 - 1 602 kHz LW (alleen Europa): 153 - 279 kHz Golfgebieden USA: FM : AM (MW):
Afmetingen en gewicht B x H x D (mm): 182 x 53 x 155 Gewicht: ca. 1,30 kg
4 x 26 Watt sinus bij 14,4 V aan 4 Ohm. 4 x 50 W max. vermogen
Wijzigingen voorbehouden
Inbowhandleiding • Monteringsvejledning
NL – Inbowhandleiding Adviezen voor de veiligheid Wilt u dedurende het monteren en aansluiten de volgende veiligheidsadviezen in acht nemen.
• De minpool van de batterij afklemmen! De veiligheidsadviezen van de fabrikant in acht nemen.
• Bij het gaten boren erop letten dat geen voertuigonderdelen worden beschadigd.
• De dwarsdoorsnede van de plus- en minkabel mag niet minder dan 1,5 mm² zijn.
SW – Monteringsanvisning Skyddsanvisningar Vänligen beakta följande skyddsanvisningar under pågående montage och anslutning.
radio aansluiten! De voor uw voertuig vereiste adapterkabel is bij de BLAUPUNKT-vakhandel verkrijgbaar!
till radion! Din BLAUPUNKT fackhandel tillhandahåller för resp fordonstyp erforderlig adapterkabel.
• Afhankelijk van de uitvoering kan uw auto af-
• Beroende på konstruktionstyp kan fordonet
• Stekker aan de voertuigkant niet aan de
wijken van deze beschrijving. Voor schade door fouten in montage of aansluiting en schade als gevolg daarvan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid. Mochten de hier vermelde aanwijzingen voor de montage voor u niet van toepassing zijn, dan kunt u contact opnemen met uw Blaupunkt-vakhandel, uw autofabrikant of onze telefoon-hotline. Bij inbouw van een versterker of cd-wisselaar moeten eerst de massacontacten van de apparaten worden verbonden voordat de stekkers voor de line-in- of line-out-bussen worden aangesloten.
avvika från denna beskrivning. Vi frånsäger oss allt ansvar för skada eller följdskada pga. felaktig montering eller anslutning. Om här givna monteringsanvisningar ej stämmer överens med faktiska förhållanden, vänligen kontakta Blaupunkt fackhandel, representant för fordonets tillverkare eller vår telefonkundtjänst. Vid montering av förstärkare eller cd-växlare måste först apparatstommen jordas, innan stickpropparna ansluts till in- eller utgångarna (hylstag line-in resp line-out). Jord från andra apparater får inte anslutas till bilradions jord (höljet).
De massa van andere apparaten mag niet aan de massa van de autoradio (huis) worden aangesloten.
Notice-Facile