GCV160 - Niet gecategoriseerd Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GCV160 Honda in PDF-formaat.
| Producttype | 4-takt benzinemotor |
| Cilinderinhoud | 160 cm³ |
| Vermogen | 4,0 pk (2,9 kW) |
| Starttype | Startkabel (recoil start) |
| Brandstoftankinhoud | 0,95 L |
| Aanbevolen motorolie | SAE 10W-30 (0,6 L) |
| Bougie | NGK BPR6ES |
| Luchtfiltertype | Schuimfilter |
| Afmetingen (L x B x H) | 400 x 350 x 380 mm |
| Drooggewicht | 12,5 kg |
| Uitgaande as | Horizontaal met spie (veer) |
| Brandstof | Loodvrije benzine (RON 91 of hoger) |
| Olie verversen | Elke 50 uur of een keer per seizoen |
| Onderhoud luchtfilter | Reinig elke 25 uur, vervang bij beschadiging |
| Onderhoud bougie | Reinig en stel de afstand (0,7-0,8 mm) in elke 100 uur |
| Smeersysteem | Spatsmering |
| Ontstekingssysteem | Elektronische ontsteking (transistor) |
| Nominaal toerental | 3600 tpm |
| Typische toepassingen | Grasmaaiers, generatoren, freesmachines |
| Veiligheid | Noodstop via stroomonderbreker, niet gebruiken in gesloten ruimtes |
| Reserveonderdelen | Filtres, bougies, joints, carburateur, oliepomp beschikbaar |
Veelgestelde vragen - GCV160 Honda
Gebruikersvragen over GCV160 Honda
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GCV160 - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GCV160 van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING GCV160 Honda
(oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)
GCV140 • GCV160
GCV190

(Uiterlijk kunnen afwijken, in uiteindelijke toepassing)
![Honda Motor Co., Ltd. [1] [2] (Toepassing soorten) [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10]](/content/2026/05/875023/images/4a7a2d8085d70a69676a9a37e0417f924b2d7665541656088fb39d0de0298f62.jpg)
COMPONENT LOCATIE
| 1 Brandstof vuldop 6 Bougie |
| 2 Startergreep 7 Geluiddemper |
| 3 Brandstoftank 8 Elektrische starter (if equipped) |
| 4 Motorgebied voor bedieningselementen * 9 Oli |
| 5 luchtfilter 10 Serienummer van de motor |
| ok | |
* Al naar gelang het motortype verschilt de plaats met de bedieningselementen van de motor. Raadpleeg de onderstaande individuele diagrammen om het type bedieningselement van de motor te bepalen wanneer het deel van de Werking en andere delen van de handleiding worden gelezen.
INLEIDING
Hartelijk dank voor het kopen van een Honda-motor. Wij willen u helpen de beste resultaten te behalen met uw nieuwe motor en, deze veilig te bedienen. Deze handleiding bevat informatie over hoe u dat kunt doen; lees deze aandacht alvorens de motor te bedienen. Mocht er zich een probleem voordoen, of als u vragen hebt over uw motor, raadpleeg dan een gevolmachtigde service dealer.
Alle informatie in deze uitgave is gebaseerd op de laatst beschikbare productinformatie op het moment van drukken. American Honda Motor Co., Inc. behoudt zich het recht voor op elk moment zonder berichtgeving veranderingen aan te brengen, zonder zich aan enige verplichting bloot te stellen. Geen enkel deel van deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming worden verveelvoudigd.
Deze handleiding moet als een permanent deel van de motor worden beschouwd en dient bij de motor te blijven als deze wordt verkocht.
Bekijk de voorschriften opnieuw die met de door deze motor aangedreven uitrusting zijn geleverd, voor aanvullende informatie over het starten van de motor, uitschakelen, werking, bijstellingen en alle speciale onderhoudsinstructies.
INHOUD
VEILIGHEIDSBERICHTEN ...... Pagina 54
CONTROLES VÓÓR IN BEDRIJFSTELLING....Pagina 54
WERKING....Pagina 55
VEILIGE BEDIENING VOORZORGSMAATREGELEN. . . Pagina 55
DE MOTOR STARTEN/STOPPEN (Alle soorten) ..... Pagina 55
UW MOTOR ONDERHOUDEN ...... Pagina 56
ONDERHOUDSVEILIGHEID ...... Pagina 57
ONDERHOUDSSCHEMA....Pagina 57
OPNIEUW VOLTANKEN ...... Pagina 57
MOTOROLIE....Pagina 58
VONKAFLEIDER (Indien uitgerust)....Pagina 59
UW MOTOR OPSLAAN ...... Pagina 59
Uw veiligheid en de veiligheid van anderen is bijzonder belangrijk. We hebben in deze handleiding en op de motor in belangrijke veiligheidsberichten voorzien. Lees deze berichten met aandacht.
Een veiligheidsbericht maakt u opmerkzaam op mogelijke gevaren die u of anderen kunnen bezeren. Elk veiligheidsbericht wordt voorafgegaan door een veiligheid alarmsymbol ▲ en één van de drie volgende woorden: GEVAAR, WAARSCHUWING of VOORZICHTIG.
Deze waarschuwingswoorden betekenen:
GEVAAR
WAARSCHUWING
U WORDT GEDOOD of LOOPT ERNSTIG LETSEL OP als u de voorschriften niet opvolgt.
U KUNT worden GEDOOD of ERNSTIG LETSEL OPLOPEN als u de voorschriften niet opvolgt.
⚠️ VOORZICHTIG
U KUNT LETSEL oplopen als u de voorschriften niet opvolgt.
Elk bericht vertelt u wat het gevaar is, wat er kan gebeuren, en wat u kunt doen om letsel te vermijden of te verminderen.
U zult ook andere belangrijke berichten zien die worden voorafgegaan door het woord MEDEDELING.
Dit woord betekent:
MEDEDELING
Uw motor of andere eigendommen kunnen worden beschadigd als u de voorschriften niet opvolgt.
Het doel van deze berichten is om schade aan uw motor, aan andere eigendommen of het milieu te voorkomen.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
- Begrijp de werking van alle bedieningselementen en leer hoe de motor in geval van nood snel kan worden gestopt. Zorg ervoor dat de bediener adequate instructie ontvangt alvorens de uitrusting te bedienen.
- Sta kinderen niet toe om de motor te gebruiken. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt terwijl de motor in gebruik is.
- De uitlaatgassen van uw motor bevatten giftige koolmonoxide. Laat de motor niet zonder adequate ventilatie draaien en laat de motor nooit binnenshuis draaien.
- De motor en de uitlaatgassen worden tijdens de werking erg heet. Houd de motor tijdens werking tenminste 1 meter weg van gebouwen en andere uitrusting. Houd brandbare materialen uit de buurt en zet niets op de motor als deze draait.
LOCATIEVEILIGHEIDSSTICKER
Deze sticker waarschuwt u voor risico's die ernstig letsel tot gevolg kunnen hebben. Lees deze zorgvuldig. Pagina 1.
Als de sticker losraakt of niet meer goed leesbaar is, kunt u bij uw Honda onderhoudsdealer een nieuwe sticker krijgen.
CONTROLES VÓÓR IN BEDRIJFSTELLING
IS UW MOTOR GEREED OM TE WERKEN?
Voor uw veiligheid, en om de levensduur van uw uitrusting te maximaliseren, is het erg belangrijk om wat tijd te nemen om de conditie ervan te controleren, alvorens u de motor laat draaien. Zorg ervoor om elk gevonden probleem op te lossen, of dit door uw service dealer te laten corrigeren, alvorens u de motor laat draaien.
⚠ WAARSCHUWING
Het onjuist onderhouden van deze motor of het falen een probleem vóór het draaien te corrigeren kan een storing veroorzaken waardoor u ernstig letsel kunt oplopen of wordt gedood.
Voer altijd een inspectie uit vóór elke werking en corrigeer elk probleem.
Alvorens controles vóór de werking uit voeren, zorg ervoor dat de motor horizontaal staat en de vliegwiel remhefboom zich in de STOP of OFF (UIT) stand bevinden.
Controleer altijd de volgende items voordat u de motor start:
- Brandstofpeil (zie pagina 57).
- Oliepeil (zie pagina 58).
- Luchtfilter (zie pagina 58).
- Algemene inspectie: controleer op vloeistoflekken en losse of beschadigde onderdelen.
- Controleer de door deze motor aangedreven uitrusting.
Bekijk opnieuw de voorschriften die bij de uitrusting zijn geleverd en die door deze motor worden aangedreven over alle voorzorgsmaatregelen en procedures die opgevolgd dienen te worden alvorens de motor te starten.
WERKING
VEILIGE BEDIENING VOORZORGSMAATREGELEN
BefAlvorens de motor voor de eerste keer te laten draaien, bekijk hierboven weer het VEILIGHEIDSINFORMATIE deel op pagina 54.
Start de motor voor uw eigen veiligheid niet in een gesloten ruimte zoals een garage. De uitlaatgassen van uw motor bevatten giftige koolstofmonoxidegassen die zich in een gesloten ruimte snel kunnen concentreren en ziektes of de dood kunnen veroorzaken.
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten giftig koolstofmonoxidegas dat zich in een gesloten ruimte tot gevaarlijke niveaus kan concentreren. De inademing van koolstofmonoxide kan leiden tot bewustzijnsverlies of de dood.
Laat de motor nooit draaien in een gesloten of zelfs een gedeeltelijk gesloten ruimte waar mogelijk mensen aanwezig zijn.
Bekijk opnieuw de voorschriften die bij de uitrusting zijn geleverd en die door deze motor worden aangedreven voor alle veiligheid voorzorgsmaatregelen die opgevolgd dienen te worden bij het starten, uitschakelen en werking.
Gebruik de motor niet op hellingen groter dan 20°.
GEBRUIKSFREQUENTIE
Als uw grasmaaier onregelmatig of periodiek wordt gebruikt (meer dan 4 weken tussen elk gebruik), raadpleeg dan het onderdeel Brandstof van het hoofdstuk OPLSAG (pagina 60) voor aanvullende informatie over brandstofverval.
DE MOTOR STARTEN/STOPPEN (Alle soorten)
Raadpleeg de onderstaande individuele diagrammen om het type bedieningselement van de motor te bepalen wanneer het deel van de Werking en andere delen van de handleiding worden gelezen.
- Brandstofklep: Draai de brandstofklep [1] in de stand ON.
- Handmatige Choke (Toepassing soorten): Schuif de chokestang [1] naar de ON (AAN) stand (koude motor).
Schuif de chokestang dan naar de stand OFF (UIT) zodra de motor warm genoeg is om zonder de choke te draaien.
- Gasklep Instelling: Het wordt voor de beste motorprestatie aanbevolen om de motor met de gasklep in de FAST (SNEL) (of hoge) stand te laten draaien.
- Startergreep: Trek lichtjes aan de startergreep [4] totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
MEDEDELING
Laat de startergreep niet tegen de motor terugspringen. Laat hem langzaam teruggaan om schade aan de starter te voorkomen.
- Opnieuw Gestart: Laat de motor minimaal drie minuten warmdraaien voordat u deze afzet om ervoor te zorgen dat het Auto Choke System™ makkelijk opnieuw kan worden gestart en optimaal presteert. Bij temperaturen lager dan 21°C moet u de motor langer laten warmdraaien.
- Brandstofklep: Draai de brandstofklep (kraan) in de stand OFF. Als uw uitrusting gedurende 3 tot 4 weken niet zal worden gebruikt, dan raden we aan om de brandstop uit de carburator van de motor te verwijderen. U kunt dit doen door de brandstofklep in de stand OFF (Uit) te zetten, de motor opnieuw te starten en de resterende brandstof op te gebruiken.
Type 1: Vliegwiel Rem, Choke/Gasklep op Afstand
DE MOTOR STARTEN
- Plaats de gasklepregeling zodanig dat de choke/gasklephefboom* [2] zich in de CHOKE stand beweegt (koude motor).
- Plaats de remregeling van het vliegwiel zodanig dat de remhefboom* [3] van het vliegwiel in de RUN stand staat.
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
- Schuif de choke/gasklephefboom [2] dan naar de FAST (SNELLE) (of hoge) stand, zodra de motor warm genoeg is om zonder de choke te draaien.
DE MOTOR STOPPEN
- Schuif de choke/gasklephefboom* [2] naar de SLOW (LANGZAME) stand.
- Deblokkeer de vliegwiel remhefboom* [3] om de motor te stoppen.
Type 2: Vliegwiel Rem, Automatisch Choke, Gasklep Op Afstand
DE MOTOR STARTEN
- Plaats de gasklepregeling zodanig dat de gasklephefboom* [2] zich in de SNELLE stand beweegt.
- Plaats de remregeling van het vliegwiel zodanig dat de remhefboom* [3] van het vliegwiel in de RUN stand staat.
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
DE MOTOR STOPPEN
- Schuif de gasklephefboom* [2] naar de SLOW (LANGZAME) stand.
- Deblokkeer de vliegwiel remhefboom* [3] om de motor te stoppen.
Type 3: Vliegwiel Rem, Automatische Choke Retour, Vaste Gasklep
DE MOTOR STARTEN
- Schuif de chokehefboom [2] naar de chokestand (koude motor) N.
- Plaats de remregeling van het vliegwiel zodanig dat de remhefboom* [3] van het vliegwiel in de RUN stand staat.
De chokehefboom begint zich automatisch naar de OFF (UIT) stand te bewegen wanneer de vliegwiel remhefboom in de RUN (DRAAIEN) stand is geschoven.
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
De gasklep is bij dit type van tevoren ingesteld.
DE MOTOR STOPPEN
Deblokkeer de vliegwiel remhefboom* [3] om de motor te stoppen.
Type 4: Vliegwiel Rem, Automatisch Choke, Vaste Gasklep
DE MOTOR STARTEN
- Plaats de remregeling van het vliegwiel zodanig dat de remhefboom* [3] van het vliegwiel in de RUN stand staat.
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
DE MOTOR STOPPEN
Deblokkeer de vliegwiel remhefboom* [3] om de motor te stoppen.
* Zie de handleiding voor de uitrusting.
Type 5: Schoepremkoppeling, Choke / Gasklep Op Afstand
DE MOTOR STARTEN
- Plaats de gasklepregeling zodanig dat de choke/gasklephefboom* [2] zich in de CHOKE stand beweegt (koude motor).
- Zorg ervoor dat de regelhefboom van de schoepremkoppeling* is uitgeschakeld (zie uitrustingshandleiding).
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
- Schuif, zodra de motor start, de choke/gasklep/stophefboom langzaam naar de FAST (SNELLE) stand, Laat de motor op bedrijfstemperatuur warmdraaien en schakel dan de regelhefboom van de schoepremkoppeling* in .
DE MOTOR STOPPEN
- Koppel de regelhefboom van de schoepremkoppeling los*.
- Schuif de choke/gasklep/stophefboom [2]naar de SLOW (LANGZAME) stand en laat de motor voor een paar seconden stationair draaien, schuif de choke/gasklep/stophefboom naar de STOP-stand.
* Zie de handleiding voor de uitrusting.
Type 6: Schoepremkoppeling, Gasklep Op Afstand, Automatisch Choke
DE MOTOR STARTEN
- plaats de gasklepregeling zodanig dat de gasklephefboom* [2] zich in de SNEL stand beweegt.
- Zorg ervoor dat de regelhefboom van de schoepremkoppeling is uitgeschakeld*.
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
- Schuif, zodra de motor start, de choke/gasklep/stophefboom langzaam naar de FAST (SNELLE) stand, Laat de motor op bedrijfstemperatuur warmdraaien en schakel dan de regelhefboom van de schoepremkoppeling* in.
DE MOTOR STOPPEN
- Koppel de regelhefboom van de schoepremkoppeling los*.
- Schuif de choke/gasklep/stophefboom [2] naar de SLOW (LANGZAME) stand en laat de motor voor een paar seconden stationair draaien, schuif de choke/gasklep/stophefboom naar de STOP-stand.
Type 7: Handmatige Choke, Handmatige Gasklep
DE MOTOR STARTEN
- Schuif de chokehefboom [2] naar de ON N (AAN) stand (koude motor).
- Schuif de gasklephefboom [2] naar de stand FAST (SNEL).
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
- schuif de chokehefboom [2] dan naar de stand OFF ||| (UIT) zodra de motor warm genoeg is om zonder de choke te draaien.
DE MOTOR STOPPEN
Schuif de gasklephefboom naar de stand SLOW (LANGZAAM), schuif de gasklephefboom naar de stand STOP.
Type 8: Handmatige Choke, Vaste Gasklep, Motorstopschakelaar
DE MOTOR STARTEN
- Schuif de chokestang [2] naar de (AAN) stand (koude motor).
- Draai de motor stopschakelaar [3] in de stand ON (AAN).
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
De motorsnelheid is bij dit type van tevoren ingesteld.
- Schuif de chokestang dan naar de stand OFF (UIT) zodra de motor warm genoeg is om zonder de choke te draaien.
DE MOTOR STOPPEN
- Schuif de chokestang [2] naar de (AAN) stand (koude motor).
- Draai de motor stopschakelaar [3] in de stand ON (AAN).
- Trek lichtjes aan de startergreep totdat een weerstand wordt gevoeld, trek dan hard.
- schuif de chokestang [2] dan naar de stand OFF (UIT) zodra de motor warm genoeg is om zonder de choke te draaien.
De automatische gashendel functie werkt alleen wanneer de motor is volledig op temperatuur.
DE MOTOR STOPPEN
- Verwijder de belasting van de motor, zodat de auto throttle geeft de motor stationair draaien.
- Zet de motorschakelaar [3] in de OFF (UIT) stand.
* Zie de handleiding voor de uitrusting.
UW MOTOR ONDERHOUDEN
HET BELANG VAN ONDERHOUD
Goed onderhoud is essentieel voor een veilige, economische en probleemloze werking. Het helpt ook om milieuverontreiniging te verminderen.
WAARSCHUWING
Het onjuist onderhouden van deze motor of het falen een probleem vóór het draaien te corrigeren kan een storing veroorzaken waardoor u ernstig letsel kunt oplopen of wordt gedood.
Volg altijd de inspectie, onderhoudsaanbevelingen en schema's in deze gebruikershandleiding op.
Om u te helpen juist voor uw motor te zorgen, bevatten de volgende pagina's een onderhoudsschema, routine inspectieprocedures en eenvoudige onderhoudsprocedures met gebruik van fundamenteel handgereedschap. Het is het beste om andere onderhoudstaken die moeilijker zijn of die speciale gereedschappen vereisen door professionelen te laten uitvoeren, deze worden normaliter door Honda-monteurs uitgevoerd of door andere gekwalificeerde monteurs.
Het onderhoudsschema heeft betrekking op normale bedrijfscondities. Indien u uw motor onder zeer moeilijke omstandigheden laat draaien, zoals langdurige hoge belasting of werking onder hoge temperaturen, of de motor wordt onder natte en stoffige omstandigheden gebruikt, raadpleeg dan uw service dealer voor aanbevelingen die van toepassing zijn op uw individuele behoeften en gebruik.
Vergeet niet dat een door Honda gevolmachtigde service dealer uw motor het beste kent en volledig is uitgerust voor onderhoud en reparatie.
Gebruik alleen echte Honda-onderdelen of hun gelijke voor reparatie en vervanging om de beste kwaliteit en betrouwbaarheid te verzekeren.
ONDERHOUDSVEILIGHEID
Sommige van de belangrijkste veiligheid voorzorgsmaatregels volgen. We kunnen u echter niet voor elk mogelijk gevaar waarschuwen dat zich bij het plegen van onderhoud kan voordoen. U alleen kunt bepalen of u een bepaalde taak wel of niet dient uit te voeren.
⚠ WAARSCHUWING
Het nalaten onderhoudsinstructies en voorzorgsmaatregelen juist op te volgen kan tot gevolg hebben dat u ernstig letsel oploopt of wordt gedood.
Volg de procedures en voorzorgsmaatregelen in deze gebruikershandleiding altijd op.
VEILIGHEID VOORZORGSMAATREGELEN
- Zorg ervoor dat de motor is uitgeschakeld alvorens u met onderhoud of reparatie begint. Dit verwijdert verscheidene mogelijke gevaren:
- Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen van de motor. Wees er zeker van dat er adequate ventilatie is wanneer u werkt de motor.
- Brandwonden door hete onderdelen.
Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen alvorens deze aan te raken.
- Letsel door bewegende delen.
Laat de motor alleen draaien wanneer hier instructies voor worden gegeven.
- Lees de instructies voordat u begint en zorg ervoor dat u het vereiste gereedschap en talent hebt.
- Wees voorzichtig wanneer er in de omgeving van benzine wordt gewerkt om de kans op brand of ontploffing te verminderen. Gebruik alleen een onbrandbaar oplosmiddel en geen benzine om onderdelen schoon te maken. Houd sigaretten, vonken en vlammen uit de buurt van alle aan brandstof gerelateerde onderdelen.
ONDERHOUDSSCHEMA
Elk tijdvak uitvoeren (of na het aantal aangegeven bedrijfsuren als dat eerder bereikt is). ^(1)
| Servicetijdvak | Actie | Pagina |
| Voor Elk gebru | Controleren: Motorolie | pagina 58 |
| Controleren: Luchtfilter | pagina 58 | |
| Na 1ste maand of 5 uur | Verwisselen: Motorolie pagina 58 | |
| Elke 3 mnd of 25 uur | Reinigen: Luchtfilter (2) | pagina 58 |
| Elke 6 mnd of 50 uur | Verwisselen: Motorolie (3) | pagina 58 |
| Reinigen: Luchtfilter (2) | pagina 58 | |
| Controleren: Vliegwiel schoeprem (indien zij zijn uitgerust) | pagina 59 |
| Servicetijdvak | Actie | Pagina |
| Elk jaar of 100 uur | 6 mnd items hierboven, plus:Controleren-Bijstellen: BougieReinigen: Vonkafleider (indien zij zijn uitgerust)(6)Controleren: Schoepremkoppeling (indien zij zijn uitgerust)Controleren-Bijstellen: Stationaire toerental.Reinigen: Brandstoftank en filterControleren-Bijstellen: Klepspeeling | pagina 59pagina 59(5)(4)(4)(4) |
| Elk 2 jaar of 100 uur | Per jaar items hierboven, plus:Verwisselen: LuchtfilterVerwisselen: Bougie | pagina 58pagina 59 |
| Elk 2 jaar Controleren: Brandstoflijn (vervangen indien nodig) | (4) | |
(1) Registreer voor commercieel gebruik de bedrijfsuren om de juiste tussentijden voor onderhoud te bepalen.
(2) Pleeg meer onderhoud wanneer gebruik in stoffige gebieden plaatsvindt.
(3) Verwissel motorolie elke 25 uur wanneer gebruik onder zware belasting of in hoge omgevingstemperaturen plaatsvindt.
(4) Deze items dienen door een gevolmachtigde Honda service dealer te worden onderhouden, behalve als u het juiste gereedschap hebt en u bent mechanisch vakkundig. Raadpleeg de Honda-werkplaatshandleiding voor onderhoudsprocedures.
(5) Zie uw uitrustingshandleiding of Honda motor werkplaatshandleiding.
(6) In Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd.
Als dit onderhoudsschema niet wordt opgevolgd, kan dit leiden tot defecten die niet door de garantie worden gedekt.
OPNIEUW VOLTANKEN
Deze motor is gecertifieerd voor werking op loodvrije benzine, met een research-octaangetal van 91 of hoger.
We raden aan om na elk gebruik bij te tanken zodat er zo weinig mogelijk lucht in de brandstoftank aanwezig is.
Vul het brandstofpeil bij als het laagis en doe dit in een goed geventileerde ruimte, terwijl de motor uit staat. Laat de motor eerst afkoelen als deze heeft gedraaid. Vul de motor nooit binnen waar de benzinedampen in aanraking kunnen komen met vlammen of vonken.
U mag normale loodvrije benzine gebruiken met maximaal 10% ethanol (E10) of 5% methanol van de inhoud. Daarnaast moet methanol cosolvents en corrosievertragers bevatten. Gebruik van benzine met hogere percentages ethanol of methanol dan hier aangegeven, kunnen problemen veroorzaken met starten en/of de rijprestaties. Tevens kan het de metalen, rubber en plastic onderdelen van het brandstofsysteem beschadigen. Bovendien is ethanol hygroscopisch, dit betekent dat het water aantrekt en vasthoudt in het brandstofsysteem. Beschadiging van de motor en problemen met rijprestaties die het resultaat zijn van gebruik van benzine met een percentage ethanol of methanol dat groter is dan hier aangegeven, vallen niet onder de garantie.
Gelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis (meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk UW MOTOR OPSLAAN (pagina 60) voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof.
Gebruik nooit oudbakken of bevuilde benzine of een olie/benzinemengsel. Houd vuil of water buiten de brandstoftank.
⚠ WAARSCHUWING
Benzine is licht ontvlambaar en explosief. Bij het hanteren van brandstof is het risico van brandwonden of zwaar letsel zeer groot.
- Zet de motor af en houd hem buiten
- het bereik van hitte, vonken en open vuur.
- Hanteer brandstof uitsluitend buitenshuis.
- Dweil gemorste benzine onmiddelijk op.
Brandstof toevoegen
zie F1 op pagina 4.
- Verwijder de dop van de brandstoftank.
- Voeg brandstof toe tot aan de onderkant van de markering van het brandstofpeil inde nek van de brandstoftank [1]. Niet te vol vullen. Veeg gemorste brandstof op alvorens de motor te starten.
- Zet de dop van de brandstoftank vast [2]. Draai de dop goed aan. Ga ten minste 3 meter uit de buurt van de brandstofbron en locatie voordat u de motor start.
MEDEDELING
Brandstof kan verf en sommige soorten plastic beschadigen. Wees voorzichtig geen brandstof te morsen wanneer uw brandstoftank opnieuw wordt volgetankt. Schade veroorzaakt door gemorste brandstof wordt niet gedekt door de uw motorgarantie.
Brandstoftank
Sla uw brandstof in een nette, plastic, afgesloten container op die geschikt is voor brandstofopslag. Sluit het ventilatiegat af (indien voorzien) en stel de de tank niet bloot aan direct zonlicht. Als de brandstof langer dan 3 maanden wordt opgeslagen, raden we aan bij het vullen van de tank een stabiliseringsmiddel aan de brandstof toe te voegen.
Als u op het einde van het seizoen nog brandstof in uw opslagtank heeft, dan raadt het milieubeschermingsagentschap aan om deze benzine in de brandstoftank van uw auto te gieten.
MOTOROLIE
Motorolie is zeer belangrijk voor de prestaties en de levensduur van de motor. Gebruik daarom detergente olie voor 4-taktmoteren.
Aanbevolen olie
Zie F2 op pagina 4.
Gebruik viertakt motorolie die aan de eisen van API-serviceclassificering SJ of gelijke. Voldoet, of deze overtreft. Controleer altijd het API-service etiket op het olieblik om er zeker van te zijn dat het de letters SJ of gelijke bevat.
SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Andere op de tabel aangegeven viscositeiten mogen worden gebruikt wanneer de gemiddelde temperatuur in uw gebied binnen het aangegeven bereik ligt.
Oliepeilcontrole
Zie F2, F3 op pagina 4.
- Controleer de olie met de motor uitgeschakeld en in horizontale stand.
-
Verwijder de olievuldop/peilstok [1] en veeg deze schoon.
-
Steek de olievuldop/peilstok in de olievulnek, zoals aangegeven, maar schroef deze niet in, verwijder deze vervolgens om het oliepeil te controleren.
- Indien het oliepeil dicht bij of onder de laagste markering [2] op de peilstok ligt, verwijder dan de olievuldop/peilstok, en vul met de aanbevolen olie tot aan de hoogste markering [3]. Niet te vol vullen.
- Plaats de olievuldop/peilstok weer terug.
Olieverversing
Zie F3 op pagina 4.
Laat de motorolie weglopen wanneer de motor warm is. Warme olie loopt snel en volledig weg.
- Draai de brandstofklep (kraan) in de OFF (UIT) stand om de kans op brandstoflekkage te verminderen.
- Zet een geschikte container naast de motor om de gebruikte olie op te vangen.
- Verwijder de olievuldop/peilstok en laat de olie in de container weglopen door de motor in de richting van de olievulnek te kantelen [1].
Voer gebruikte olie op een met het milieu verenigbare manier af. We suggereren dat u voor terugwinning gebruikte olie in een gesloten container naar uw plaatselijke recyclingcentrum of benzinestation brengt. Gooi het niet in de afval en giet het niet op de grond of door een afvoer.
- Vul tot de hoogste grensmarkering op de peilstok met de aanbevolen olie (zie hierboven) met de motor in een horizontale stand.
MEDEDELING
Door de motor met een laag oliepeil te laten draaien kan er zich motorschade voordoen.
- Plaats de olievuldop/peilstok weer goed terug.
LUCHTFILTER
Een goed onderhouden luchtfilter zorgt ervoor dat er geen vuil in uw motor kan komen. Als er vuil in de carburator komt, dan kan dit in dit kanalen komen en ervoor zorgen dat de motor vroegtijdig verslijt. Deze kleine kanalen kunnen worden verstopt, wat werking- of startproblemen kan veroorzaken. Gebruik altijd een luchtfilter die geschikt is voor uw motor zodat u er zeker kunt zijn dat hij zoals bedoeld afdicht en werkt. U dient het filter vaker te reinigen als u de motor in erg stoffige gebieden gebruikt.
MEDEDELING
Door de motor zonder filter te bedienen, of met een beschadigd filter, komt vuil de motor binnen waardoor snelle motorslijtage wordt veroorzaakt. Dit soort schade wordt niet gedekt door de uw.
Inspectie
Zie F4 op pagina 4.
- Druk op de vergrendeltabs [1] boven op het deksel van het luchtfilter [2] en verwijder het deksel. Controleer het filter [3] om er zeker van te zijn dat het schoon en in goede conditie is.
- Zet het filter en het deksel van het luchtfilter weer terug.
Reiniging
Zie F4 op pagina 4.
- Tik het filter verscheidene keren tegen een hard oppervlak om het vuil te verwijderen, of spuit perslucht niet meer dan 207 kPa door
het filter vanaf de schone kant gezien van de kant van de motor. Probeer nooit om vuil af te borstelen. Borstelen forceert vuil in de vezels.
- Veeg vuil met een vochtige doek van de behuizing van het luchtfilter en deksel [4]. Wees voorzichtig en voorkom dat vuil het luchtkanaal [5] binnendringt dat naar de carburateur leidt.
BOUGIE
Zie F5 op pagina 4.
Aanbevolen bougie:
NGK - BPR6ES toepassingen met hogedrukreiniger
NGK - BPR5ES alle andere toepassingen
De aanbevolen bougie heeft het juiste hittebereik voor normale motor bedrijfstemperaturen.
MEDEDELING
Verkeerde bougies kunnen motorschade veroorzaken.
Voor goede prestatie moet de bougie de juiste opening hebben en geen neerslag hebben.
- Verwijder de bougiedop en vuil van het vonkgebied.
- Gebruik de juiste maat bougiesleutel [1] om de bougie te verwijderen.
- Inspecteer de bougie. Vervang de bougie indien deze is beschadigd, erg vuil is, de sluitring [2] in slechte staat verkeerd of als de elektrode versleten is. Indien de bougie opnieuw wordt gebruikt, maak deze dan met een staalborstel schoon.
- Meet de opening van de elektrode met een passende ijkmaat. De juiste opening is 0,70 - 0,80 mm. Indien bijstelling nodig is, stel de opening dan bij door de zij-elektrode voorzichtig te buigen.
- Installeer de bougie voorzichtig met de hand om de schroefdraad niet te beschadigen (niet kruislings inschroeven).
- Draai de bougie nadat deze is ingeschroefd met de juiste maat bougiesleutel goed vast om de sluitring samen te drukken.
Wanneer er een nieuwe bougie wordt geïnstalleerd, draai deze dan met een 1/2 slag goed vast nadat de bougie op zijn plaats zit, om de sluitring samen te drukken.
Wanneer de oorspronkelijke bougie opnieuw wordt geïnstalleerd, draai deze dan met een 1/8 – 1/4 slag goed vast nadat de bougie op zijn plaats zit, om de sluitring samen te drukken.
MEDEDELING
Draai de bougie op de juiste wijze vast. Een losse bougie kan erg heet worden en de motor beschadigen. Het te strak aandraaien van de bougie kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
- Plaats de bougiedop weer terug op de bougie.
VLIEGWIEL REMINSPECTIE (Indien uitgerust)
Zie F6, F7 op pagina 4.
- Verwijder de drie flensmoeren [1] van de terugloopstarter [2] en verwijder de terugloopstarter van de motor.
- Verwijder de brandstoftank [3] van de motor zonder de brandstofbuis [4] los te maken. Indien de brandstoftank brandstof bevat, houd de tank dan horizontaal terwijl u deze verwijdert en plaats hem naast de motor in een horizontale stand.
- Controleer de dikte van de remschoen [5]. Indien deze minder dan 3 mm is, breng uw motor dan naar uw gevolmachtigde Honda service dealer.
- Installeer de brandstoftank en de terugloopstarter en draai de drie moeren goed vast.
VONKAFLEIDER (Indien uitgerust)
Zie F8 op pagina 4.
In Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd.
De vonkafleider moet elke 100 uur worden onderhouden om deze naar ontwerp te laten werken.
Indien de motor heeft gedraaid is de geluiddemper heet. Laat deze afkoelen alvorens de vonkafleider te onderhouden.
Verwijdering vonkafleider
- Verwijder de drie bouten van 6 mm [1] van de beschermer van de geluiddemper [2] en verwijder de beschermer van de geluiddemper.
- Verwijder de speciale schroef [3] van de vonkafleider [4] en verwijder de vonkafleider van de geluiddemper [5].
Vonkafleider reiniging & inspectie
- Gebruik een borstel om koolstofneerslag van het scherm van de vonkafleider te verwijderen. Wees voorzichtig en beschadig het scherm niet. Vervang de vonkafleider als deze breuken of gaten heeft.
- Installeer de vonkafleider in omgekeerde volgorde als de verwijdering.
UW MOTOR OPSLAAN
Juiste opslag is essentieel om uw motor probleemvrij te houden en hem er goed uit te laten zien. De volgende stappen helpen om te voorkomen dat roest en aantasting uw motorfuncties en aanzien schaden en dragen ertoe bij dat de motor gemakkelijker start wanneer u hem weer gebruikt.
Reiniging
Indien de motor heeft gedraaid, laat hem dan vóór het reinigen tenminste een half uur afkoelen. Reinig alle externe oppervlakken, retouche beschadigde verf en bedek andere plaatsen die kunnen roesten met een dunne laag olie.
MEDEDELING
Het gebruik van een tuinslang of onder druk werkende reinigingsapparatuur kan water in de opening van het luchtfilter of de geluiddemper forceren. Water in de luchtreiniger doordrenkt het luchtfilter en water dat door het luchtfilter of de geluiddemper gaat kan de cilinder binnendringen en schade veroorzaken.
Brandstof
MEDEDELING
Afhankelijk van de streek waar u uw apparaat gebruikt, kan de kwaliteit van de brandstofsamenstelling slechter zijn en kan deze sneller oxideren. Een kwaliteitsafname en oxidatie van de brandstof kan al na 30 dagen voorkomen, en kan schade toebrengen aan de carburator en /of het brandstofsysteem. Gelieve uw onderhoudsdealer te raadplegen voor lokale aanbevelingen in verband met de bewaring.
Benzine veroudert tijdens de opslag. Oude benzine veroorzaakt startproblemen harsafzetting waardoor de brandstoftoevoer verstopt raakt. Als de benzine in uw maaier tijdens de berging veroudert, moeten de carburateur en andere onderdelen van de brandstoftoevoer mogelijk gerepareerd of vervangen worden.
Hoe lang u benzine in de tank en de carburateur kunt laten zitten zonder dat dit motorstoring veroorzaakt, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het type mengsel, de temperatuur in de berging en hoe vol de tank is. Door de lucht in een niet-volle tank veroudert de benzine eerder. Bij een hoge temperatuur in de berging zal de benzine sneller verouderen. Benzine kan al binnen enkele maanden verouderen, of nog eerder als u de tank met benzine had gevuld die niet vers was.
Als je een container voor het tanken van benzine, er zeker van zijn dat het alleen verse benzine bevat.
Als de brandstof langer dan 3 maanden wordt opgeslagen, raden we aan bij het vullen van de tank een stabiliseringsmiddel aan de brandstof toe te voegen.
Schade aan de brandstoftoevoer of problemen met de motor doordat u de berging niet zorgvuldig hebt voorbereid, vallen niet onder de garantie.
Kortstondige opslag (30-90 dagen)
Als uw uitrusting gedurende 30 tot 90 dagen niet wordt gebruikt, dan raden we het volgende aan om brandstofgerelateerde problemen te vermijden:
- Voeg benzinestabilisator toe volgens de instructies van de fabrikant.
Bij het toevoegen van een benzinestabilisator, vul de brandstoftank met verse benzine. Indien slechts gedeeltelijk gevuld is, de lucht in de tank brandstof verslechtering tijdens de opslag te bevorderen.
Opmerking:
- Alle stabiliseringsmiddelen hebben een beperkte houdbaarheid en hun prestatie zal na verloop van tijd vervallen.
-
Brandstofstabilizeringsmiddelen vervangen niet gewone brandstof.
-
Na het toevoegen van een benzine stabilisator laat u de motor gedurende 10 minuten buiten draaien om te verzekeren dat de onbehandelde benzine in het brandstofsysteem is vervangen door de behandelde benzine.
-
Stop de motor en draai de brandstofklep naar de DICHT-stand.
- Start de motor en laat de motor draaien totdat deze stopt door gebrek aan brandstof in het brandstofreservoir van de carburateur. Laat de motor minder dan 3 minuten draaien.
Langdurige opslag (langer dan 90 dagen)
Start de motor en laat hem lang genoeg draaien totdat er geen benzine meer in het brandstofsysteem is (inclusief de brandstoftank). Laat geen benzine in de motor als u de machine langer dan 90 dagen niet gaat gebruiken.
Motorolie
- Verwissel de motorolie (zie pagina 58).
- Verwijder de bougie (zie pagina 59).
- Giet 5 – 10 cc schone motorolie in de cilinder.
- Trek verscheiden keren aan de terugloopstarter om de olie te distribueren.
- Installeer de bougie opnieuw.
Opslag voorzorgsmaatregelen
Indien uw motor met benzine in de brandstoftank en in de carburateur wordt opgeslagen, dan is het belangrijk om het gevaar voor de ontbranding van benzinedamp te verminderen. Selecteer een goed geventileerd opslaggebied, weg van alle apparatuur die met een vlam werkt, zoals een oven, boiler of droogtrommel voor kleding. Vermijd eveneens elk gebied met een vonk producerende elektrische motor of waar elektrisch gereedschap wordt bediend.
Waar mogelijk, vermijd opslaggebieden met hoge vochtigheid omdat dit roesten en aantasten bevordert.
Indien er benzine in de brandstoftank zit, laat dan de brandstofklep (kraan) in de OFF (UIT) stand staan.
Houd de motor tijdens opslag horizontaal. Kantelen kan het lekken van brandstof of olie veroorzaken.
Bedek de motor voor het tegengaan van stof, nadat de motor en de uitlaat zijn afgekoeld. Een hete motor of uitlaatsysteem kan sommige materialen ontbranden of smelten. Gebruik geen dun plastic als een stofhoes. Een bedekking die niet poreus is sluit vocht rond de motor op waardoor roest en aantasting wordt bevorderd.
Uit opslag halen
Controleer uw motor zoals dit staat beschreven in het deel CONTROLES VÓÓR IN BEDRIJFSTELLING van deze handleiding (zie pagina 54).
Indien de brandstof was afgevoerd tijdens de voorbereidingen voor opslag, vul de tank dan met verse benzine. Indien u een benzineblik voor het opnieuw voltanken hebt staan, zorg er dan voor dat dit blik alleen verse benzine bevat. Benzine oxideert en verslechtert over tijd waardoor het starten moeilijk wordt.
Indien de cilinder tijdens de opslag voorbereidingen met olie was bedekt, dan zal de motor bij het starten kort roken. Dit is normaal.
VERVOEREN
Houd de motor tijdens het vervoer horizontal om de kans op brandstoflekken te verminderen. Draai de brandstofklep (kraan) in de stand OFF (UIT).
Neem de instructies door die zijn geleverd bij de apparatuur die wordt aangedreven door deze motor voor alle procedures die moeten worden gevolgd bij transport.
| MOGELIJKE OORZAAK CORRECTIE | |
| Brandstofklep (kraan) OFF (UIT). | Schuif de hefboom naar ON (AAN). |
| Choke OFF (UIT). Schuif de | hefbom van de choke/gasklep,chokestang of chokehefboom naar deCHOKE ON (AAN) stand, behalve als demotor warm is. |
| Ontstekingsschakelaar ofmotor stopschakelaar OFF (UIT). | Schuif de vliegwiel remhefboom naar deRUN stand.(Gasklephefboom in de FAST (SNELLE)stand. Motor stopschakelaar op ON (AAN). |
| Geen brandstof. Opnieuw voltanken. | |
| Slechte brandstof, motoropgeslagen zonder debenzine te hebbenbehandeld of afgevoerd, ofopnieuw volgetankt metslechte benzine. | Opnieuw voltanken met verse benzine. |
| Bougie is slecht, vuil ofheeft onjuiste opening. | Vervang de bougie (p. 59). |
| Bougie nat met brandstof (overstroomde motor). | Drogen en bougie opnieuw installeren. Startde motor met de choke/gasklephefboom inde FAST (SNELLE) stand.(Choke OFF (UIT) stand.) |
| Brandstofffilter verstopt,carburateur defect,ontsteking defect, kleppenzitten vast enz. | Vervang of repareer defecte componentenwaar nodig. |
| MOGELIJKE OORZAAK CORRECTIE | |
| Filter verstopt. Filter reinigen of vervangen (p. 58). | |
| Slechte brandstof, motor opgeslagen zonder de benzine te hebben behandeld of afgevoerd, of opnieuw volgetankt met slechte benzine. | Opnieuw voltanken met verse benzine. |
| Brandstofffilter verstopt, carburateur defect, ontsteking defect, kleppen zitten vast enz. | Vervang of repareer defecte componenten waar nodig. |
Serienummer van de motor en type locatie
Zie figure op pagina 53.
Noteer het serienummer van de motor en het type in de onderstaande ruimte. U hebt deze informatie nodig wanneer onderdelen worden besteld en bij het inwinnen van technische- of garantievragen.
| MOTORTYPE SERI | ENUMMER TYPE | |
| GCV160 or 190 __ | ____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____ -____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-____-_____ | |
| Aanschafdatum | ||
Carburateurbijstellingen voor werking op grote hoogtes
Het standaard carburateur lucht-brandstofmengsel is te rijk op grote hoogtes. Prestatie vermindert en brandstofverbruik vermeerdert. Een erg rijk mengsel vervuilt ook de bougie en veroorzaakt slecht starten. Het voor langere tijd werken op een hoogte die verschilt van die waarop de motor was gecertificeerd, kan de uitstotingen verhogen.
Prestatie op grote hoogtes kan door specifieke wijzigingen aan de carburateur worden verbeterd. Indien u altijd uw trimmer op hoogtes boven 1.500 meter gebruikt, laat dan uw service dealer de wijziging aan de carburateur uitvoeren. Wanneer deze motor op grote hoogte met wijzigingen aan de carburateur wordt gebruikt, dan voldoet deze aan elke norm voor uitstotingen gedurende zijn gebruiksduur.
Zelfs met carburateurwijzigingen zullen de paardenkrachten van de motor met ongeveer 3,5% met elke stijging van 300 meter verminderen. Het hoogte-effect op paardenkrachten wordt groter dan dit als er geen carburateurwijziging is uitgevoerd.
MEDEDELING
Wanneer de carburateur voor gebruik op grote hoogtes is gewijzigd, dan is het lucht-brandstofmengsel te arm voor gebruik op lagere hoogtes. Werking op hoogtes onder 1.500 meter met een gewijzigde carburateur kan het oververhitten van de motor en ernstige motorschade tot gevolg hebben. Laat uw service dealer de carburateur terugzetten op de oorspronkelijke fabrieksspecificaties voor gebruik op lage hoogtes.
Specificaties
GCV140
| TYPE TREKSTARTER | |
| Lengte x Breedte x Hoogte | 367 x 331 x 360 mm |
| Droog gewicht 9,8 kg | |
| Motortype Viertakt, bovenliggende nokkenas, enkele cilinder | |
| Cilinderinhoud [Boring x Slag] | 160 cm ^3 [64 x 50 mm] |
| Motorolie-inhoud 0,50 L | |
| Inhoud brandstoftank | 0,91 L |
| Brandstofverbruik | 1,1 L/h bij 3.000 rpm |
| Koelsysteem | Gestuwde lucht |
| Ontstekingssysteem | Getransistoriseerd magneetapparaat |
| PTO-asrotatie | Tegen de klok in |
GCV160
| TYPE | TREKSTARTER | ELEKTRISCH |
| Lengte x Breedte x Hoogte | 367 x 331 x 360 mm | 367 x 354 x 360 mm |
| Droog gewicht | 9,8 kg | 11,6 kg |
| Motortype Viertakt, bovenliggende nokkenas, enkele cilinder | ||
| Cilinderinhoud [Boring x Slag] | 160 cm^3 [64 x 50 mm] | |
| Motorolie-inhoud 0,50 L | ||
| Inhoud brandstoftank | 0,91 L | |
| Brandstofverbruik | 1,1 L/h bij 3.000 rpm | |
| Koelsysteem | Gestuwde lucht | |
| Ontstekingssysteem | Getransistoriseerd magneetapparaat | |
| PTO-asrotatie | Tegen de klok in | |
| Oplaadsysteem:mesremkoppeling vliegwieirem | 12 VDC, 0.15 A min. bij 2.900 rpm | |
| 12 VDC, 0.20 A min. bij 2.900 rpm | ||
GCV190
| TYPE | TREKSTARTER | ELEKTRISCH |
| Lengte x Breedte x Hoogte | 367 x 331 x 368 mm | 367 x 354 x 368 mm |
| Droog gewicht | 12,3 kg | 13,3 kg |
| Motortype Viertakt, bovenliggende nokkenas, enkele cilinder | ||
| Cilinderinhoud [Boring x Slag] | 187 cm^3 [69 x 50 mm] | |
| Motorolie-inhoud 0,50 L | ||
| Inhoud brandstoftank | 0,91 L | |
| Brandstofverbruik | 1,3 L/h bij 3.000 rpm | |
| Koelsysteem | Gestuwde lucht | |
| Ontstekingssysteem Getransistoriseerd magneetapparaat | |
| PTO-asrotatie Tegen de kok in | |
| Oplaadsysteem:mesremkoppelingvliegwieirem | 12 VDC, 0.15 A min. bij 2.900 rpm |
| 12 VDC, 0.20 A min. bij 2.900 rpm | |
Snelle naslaginformatie
| Brandstof Type Benzine met een research-octaangetal van 91 of hogerr (pagina 57). | |
| Motorolie Type SAE 10W-30, API SJ, voor algemeen gebruik. Raadpleeg pagina 58.* Hoeveelheid bij te vullen: 0,35 ~ 0,40 liter | |
| Carburateur Stationair draaien | 1.400 ± 5.750 rpm |
| Bougie Type NGK BPR6ES (toepassingen met hogedrukreiniger)NGK BPR5ES (alle andere toepassingen) | |
| Onderhoud Vóór elk gebruik | Controleer het oliepeil van de motor.Raadpleeg pagina 58.Luchtfilter controleren. Raadpleeg pagina 58. |
| Eerste 5 uur Motorolie verwisselen. Raadpleeg pagina 58. | |
| Volgend Raadpleeg het onderhoudsschema op pagina 57. | |
* Werkelijke hoeveelheid kan verschillen wegens resterende olie in de motor. Gebruik altijd de peilstok om het werkelijke oliepeil te bevestigen.
Bedradingsschema
TREKSTARTER (alle typen)
![ZWART [2][1] [3] MOTOR SCHAKELCONTACT DRAAIEN OPEN STOP SLUITEN](/content/2026/05/875023/images/6e9d60334797d45c9fe2d767001506bdaad8c6caac0ac23802432cd233f88828.jpg)
ELEKTRISCH STARTER (met vliegwielrem)

ELEKTRISCH STARTER (met mesremkoppeling)
Geleverd door apparatuurfabrikant

Afstellingsspecificaties
| ITEM | SPECIFICATIE | ONDERHOUD |
| Bougie-opening | 0,7 – 0,8 mm | Raadpleeg pagina 59. |
| Klepspeling (koud) | IN: 0,15 ± 0,04 mmEX: 0,20 ± 0,04 mm | Zie uw gevolmachtigde Honda-dealer |
| Overige specificaties | Geen overige bijstellingen nodig. | |
CONSUMENTENINFORMATIE
Honda-uitgaven
Deze uitgaven geven u aanvullende informatie over het onderhouden en repareren van uw motor. U kunt ze bestellen bij uw gevolmachtigde onderhoudsdealer van Honda-motor.
| Werkplaatshandleiding | Deze handleiding behandelt volledige onderhoud- en revisieprocedures. Deze handleiding is bedoeld om door een vakkundig monteur te worden gebruikt. |
| Onderdelencatalogus | Deze handleiding voorziet in een volledige, geïllustreerde onderdelenlijst. |
Informatie over dealerzoekfunctie
Bezoek onze website: http://www.honda-engines-eu.com
Klantenservice-informatie
De onderhoudsmonteurs bij uw dealervestiging zijn goed opgeleide vakmensen. Zij zullen vrijwel elke vraag waarmee u zit kunnen beantwoorden. Als u een probleem heeft dat uw dealer niet naar tevredenheid oplost, bespreek dit dan met het management van de dealervestiging. De werkplaatsmanager, algemeen manager of de eigenaar kunnen u helpen. Vrijwel alle problemen worden op deze wijze opgelost.
Het Honda-kantoor
Als u schrijft of belt, geef dan de volgende informatie door:
- De naam van de fabrikant en het modelnummer van de apparatuur waaraan de motor is gemonteerd
- Motoruitvoering, serienummer en type (zie pagina 1)
- Naam van de dealer die de motor aan u verkocht
- Naam, adres en contactpersoon van de dealer die het onderhoud aan uw motor verricht
• Aanschafdatum - Uw naam, adres en telefoonnummer
- Een gedetailleerde beschrijving van het probleem
INFORMASI GARANSI INTERNASION- AL UNTUK MESIN SERBA GUNA Honda
De Honda algemeen-gebruik motor die op dit EOM product is gemonteerd, is gedekt door een Honda garantie, waarbij het volgende in acht moet worden genomen:
- De garantievoorwaarden voldoen aan die voor de algemeen-gebruik motoren opgesteld door Honda voor ieder land.
- De garantievoorwaarden zijn van toepassing op motordefecten die veroorzaakt zijn door fabricage- of specificatiefouten.
- De garantie geldt niet in landen waar geen Honda distributeur is.
Repareren van het product onder de garantie:
Breng uw OEM product naar een dealer die Honda elektrische producten verkoopt of naar de dealer waarvan u het product heeft gekocht, tezamen met het bewijs van aankoop zodat de dealer kan zien dat het product nog onder de garantie is. Indien de dealer van oordeel is dat de motor gerepareerd moet worden, zal deze onder de garantie worden gerepareerd.