BF2.3D - Buitenboordmotor Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BF2.3D Honda in PDF-formaat.
| Merk | Honda |
| Model | BF2.3D |
| Categorie | Buitenboordmotor |
| Type motor | 4-takt, bovenliggende kleppen, eencilinder |
| Cilinderinhoud | 57,2 cm³ |
| Vermogen | 1,7 kW (2,3 pk) |
| Toerentalbereik | 5.000 - 6.000 min⁻¹ |
| Brandstof | Loodvrije benzine (min. 91 RON) |
| Brandstoftankinhoud | 1,0 L |
| Smeersysteem | Spatsmering |
| Voorgeschreven motorolie | SAE 10W-30, API SG/SH/SJ |
| Inhoud oliecarter | 0,25 L |
| Transmissieolie | SAE 90 Hypoid, API GL-4 |
| Inhoud transmissiehuis | 0,05 L |
| Startsysteem | Handmatige trekstarter |
| Ontsteking | Transistor-magneetontsteking |
| Koelsysteem | Geforceerde luchtkoeling |
| Uitlaatsysteem | Onderwateruitlaat |
| Bougie | NGK CR4HSB of Denso U14FSR-UB |
| Elektrodenafstand | 0,6 - 0,7 mm |
| Stuurinrichting | Hendel, 360° draaibaar |
| Kantelhoek | 75° |
| Spiegelhoek | 4 standen (5°, 10°, 15°, 20°) |
| Standaardschroef | 3 bladen, diameter 184 mm, spoed 120 mm |
| Totale lengte | 410 mm |
| Totale breedte | 280 mm |
| Totale hoogte (korte schacht) | 945 mm |
| Totale hoogte (lange schacht) | 1.100 mm |
| Gewicht (korte schacht, met centrifugaalkoppeling) | 13,0 kg |
| Gewicht (lange schacht, met centrifugaalkoppeling) | 13,5 kg |
| Veiligheidsvoorzieningen | Dodemansschakelaar met koord, kantelblokkering, frictiebout stuuruitslag |
| Onderhoudsinterval (olie verversen) | Eerste keer na 10 uur/1 maand, daarna elke 50 uur/6 maanden |
| Geluidniveau (geluidsdruk op oorhoogte) | 82 dB |
| Trillingen | 6,5 m/s² rms |
Veelgestelde vragen - BF2.3D Honda
Gebruikersvragen over BF2.3D Honda
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BF2.3D - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BF2.3D van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING BF2.3D Honda
“e-SPEC” was oorspronkelijk het symbool van ons streven om “de natuur te beschermen voor de komende generaties”.
Nu symboliseert het tevens de milieuvriendelijke technologiee"n toegepast in Honda motoren, power equipment, buitenboordmotoren enz.
Dank u voor het aanschaffen van deze Honda buitenboordmotor.
Dit instructieboekje beschrijft de bediening en het onderhoud van de Honda BF2D/BF2.3D
buitenboordmotor.
Alle in deze uitgave opgenomen informatie is gebaseerd op de meest recente beschikbare informatie bij het ter perse gaan.
Honda Motor Co., Ltd behoudt zich het recht voor om wijzigingen op ieder moment zonder voorafgaande kennisgeving door te voeren.
Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming.
Dit instructieboekje dient te worden beschouwd als onderdeel van de buitenboordmotor en dient daarom bij verkoop bij de buitenboordmotor te blijven.
De veiligheidsinstructies in dit instructieboekje worden middels de volgende woorden en symbolen aangegeven. Hier volgt de betekenis:
⚠ GEVAAR
Geeft aan dat dit zal leiden tot lichamelijk letsel of zelfs levensgevaar als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
⚠ WAARSCHUWING
Geeft aan dat er een grote kans bestaat op lichamelijk letsel of zelfs levensgevaar als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
▲LET OP
Geeft aan dat er een kans bestaat op lichamelijk letsel of materiële schade als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
ATTENTIE
Geeft aan dat er materiële schade kan ontstaan als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
OPMERKING: Verschaft nuttige informatie.
Raadpleeg bij problemen en vragen een officiële Honda-buitenboordmotor-dealer.
▲ WAARSCHUWING
Honda buitenboordmotoren zijn zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar zijn, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer het instructieboekje alvorens de buitenboordmotor te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal.
- De afbeeldingen kunnen, afhankelijk van het type, enigszins afwijken.
Honda Motor Co., Ltd. 2003, Alle Rechten Voorbehouden
OPMERKING: Houd er rekening mee dat de uitvoering van de buitenboordmotor afhangt van het land waar deze verkocht wordt.
De BF2D is verkrijgbaar in de volgende uitvoeringen, afhankelijk van de staartstuklengte, het type gashendel en de eventuele aanwezigheid van een centrifugaalkoppeling.
Type K is een buitenboordmotor die voldoet aan alle emissie-eisen die zijn opgesteld voor de Bodensee.

Controleer het type buitenboordmotor en lees dit instructieboekje aandachtig door alvorens de motor te gebruiken. Teksten zonder type-aanduiding gelden voor alle types/uitvoeringen.

Noteer de serienummers van de motor als referentie. Geef serienummers door bij het bestellen van onderdelen, bij het stellen van technische vragen of het indienen van garantieclaims.

Het serienummer is ingeslagen in de motorbeugel. Het serienummer is ingeslagen in de motorbeugel.
Serienummer:
Serienummer motor:
INHOUD
- VEILIGHEID 6
Veiligheidsmaatregelen 6
Plaats van CE-merk 9
-
IDENTIFICATIE VAN ONDERDELEN.... 10
-
BEDIENINGEN 11
Handgreep startkoord.... 11
Chokeknop.... 11
Dodemansschakelaar 11
Gashendel/handgreep gashendel 12
Frictieknop gashendel 13
Brandstofkraan.... 13
Kijkglas olieniveau.... 13
Dodemanskoord/clip 14
Kantelhefboom 15
Anode 15
Sluiting motorafdekkap.... 16
Frictiebout stuuruitslag 16
Spiegelhoek instellingsbout en verstelschroef.... 16
Ontluchtingsdop 17
Klemschroeven 17
- PLAATSEN....18
Spiegelhoogte 18
Locatie 18
Inbouwhoogte 19
Bevestiging motor 20
Hoek motor.... 20
- CONTROLE VOORAF 22
Verwijderen/plaatsen motorafdekkap 22
Motoroliepeil 23
Brandstofniveau....24
Benzine met alcohol 25
Overige controles 26
- STARTEN VAN DE MOTOR 27
Starten van de motor.... 27
Noodstart....31
Storingzoeken bij startproblemen 33
- WERKING.... 34
Werking 34
Kantelen van de motor 37
Varen in ondiep water 39
Gebruik op grote hoogte 39
-
MOTOR UITZETTEN....40
-
TRANSPORT 42
Transport 42
Transporteren 45
- REINIGEN EN SPOELEN 46
INHOUD
- ONDERHOUD 47
Gereedschapset en reserveonderdelen 48
ONDERHOUDSSCHEMA 49
Verversen van de motorolie.... 51
Verversen staartstukolie.... 52
Controle van startkoord.... 53
Onderhoud bougie.... 54
Smering....56
Vervangen van breekpen 57
Service aan een gezonken motor 58
Aftappen van de benzine.... 60
Motorolie....62
Opslag van de buitenboordmotor 62
-
STORINGZOEKEN....64
-
SPECIFICATIES....66
-
BEDRADINGSSCHEMA 69
-
ADRESSEN VAN HONDA-IMPORTEURS 70
-
INDEX....73
VEILIGHEID1.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Schenk voor uw eigen veiligheid en die van anderen bijzondere aandacht aan de volgende voorzorgsmaatregelen.
Verantwoordelijkheden van gebruiker

- De Honda buitenboordmotor is zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar is, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer het instructieboekje alvorens de buitenboordmotor te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal.

- De motor wordt tijdens het gebruik heet en zal ook na het uitzetten nog enige tijd heet blijven.
- Zorg ervoor dat u weet hoe u de motor in een noodsituatie snel kunt uitschakelen. Ken alle bedieningsmogelijkheden en weet hoe deze gebruikt moeten worden.
- Gebruik geen zwaardere motor dan door de fabrikant van de boot is voorgeschreven en controleer de bevestiging van de buitenboordmotor.
- Laat de buitenboordmotor niet bedienen door iemand die niet op de hoogte is van de werking.
- Zet de motor onmiddellijk stil als er iemand overboord valt.
- Laat de motor niet lopen als de boot zich in de buurt bevindt van iemand in het water.
- Bevestig het koord van de noodstopschakelaar op de juiste wijze aan de bestuurder.
-
Bestudeer, voordat u de buitenboordmotor gaat gebruiken, eerst de wetten en regels die betrekking hebben op het gebruik van boot en motor.
-
Breng geen modificaties aan de motor aan.
- Draag altijd een zwemvest als u aan boord bent.
- Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap. Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken.
- Laat de beugels, veiligheidslabels, schilden, afdekplaten en veiligheidsvoorzieningen zitten; deze zijn gemonteerd voor uw eigen veiligheid.
Brandgevaar
Benzine is licht ontvlambaar en brandstofdampen zijn explosief. Wees uiterst voorzichtig met benzine. UIT DE BUURT VAN KINDEREN HOUDEN.
- Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met stilstaande motor. Rook niet en voorkom open vuur en vonken.
- Mors geen brandstof. Doe de brandstoftank niet te vol (er mag zich geen brandstof in de vulpijp bevinden). Draai de tankdop na het vullen goed dicht. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor te starten.
De uitlaat kan erg heet worden en ook na het uitzetten van de motor nog enige tijd heet blijven. Aanraking met hete motoronderdelen kan brandwonden veroorzaken en kan ontbranding veroorzaken van bepaalde materialen.
- Voorkom aanraking van hete delen van motor en uitlaatsysteem.
- Laat de motor eerst afkoelen alvorens onderhoud te plegen of te vervoeren.
Gevaar voor koolmonoxidevergiftiging De uitlaatgassen bevatten onder andere het giftige koolmonoxide, een kleurloos en reukloos gas. Inademing hiervan kan leiden tot bewusteloosheid en kan zelfs dodelijk zijn.
- Als u de motor laat lopen in een afgesloten of gedeeltelijk afgesloten ruimte, kan de lucht vervuild raken met een gevaarlijke hoeveelheid uitlaatgas. Ventileer de ruimte goed om de ophoping van uitlaatgassen te voorkomen.
PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS2.
Deze labels waarschuwen voor mogelijke gevaren die ernstig letsel kunnen veroorzaken.
Lees de labels, veiligheidsaanwijzingen en voorzorgsmaatregelen zorgvuldig door.
Als een label loslaat of slecht leesbaar is, vraag uw Honda-dealer dan om een nieuw exemplaar.

Start de motor met het startkoord.
ChokeknopHandgreep startkoord Dodemansschakelaar

Als de motor koud is, trek dan aan de chokeknop om de motor gemakkelijk te laten aanslaan. Trek aan de chokeknop om de motor te voorzien van een rijk mengsel.

Druk op de dodemansschakelaar om de motor uit te schakelen.
BEDIENINGEN
Gashendel/handgreep gashendel
Beweeg de gashendel/de handgreep van de gashendel in de aangegeven richtingen om de motor sneller of langzamer te laten draaien.
Uitvoering met GASHENDEL

Uitvoering met HANDGREEP


Gebruik de frictieknop om de gashendel vast te zetten, zodat met een constante snelheid gevaren kan worden. Door de frictieknop rechtsom te draaien wordt de handgreep van de gashendel vastgezet. Deze wordt weer losgezet door de knop linksom te draaien.
Brandstofkraan KIJKGLAS OLIENIVEAUFfrictieknop gashendel

Draai de brandstofkraan open om de motor te starten.

Controleer het motorolieniveau via het kijkglas wanneer de motor uit geschakeldisende buitenboordmotor verticaal staat.
BEDIENINGEN
Dodemanskoord/clip

Het dodemanskoord is bedoeld om de motor onmiddellijk uit te schakelen als de bestuurder overboord valt.
De motor stopt wanneer de clip aan het eind van het koord van de dodemansschakelaar wordt uitgetrokken.
Bevestig het uiteinde van het dodemanskoord aan de pols van de bestuurder wanneer de buitenboordmotor gebruikt wordt.

DODEMANSKOORD

CLIP DODEMANSSCHAKELAAR
▲ WAARSCHUWING
Als het dodemanskoord niet bevestigd is, kan de boot onbestuurbaar worden, bijvoorbeeld als de bestuurder overboord valt en de buitenboordmotor niet meer kan bedienen.
Voor de veiligheid van de bestuurder en passagiers dient de clip van het dodemanskoord aan de motorstopschakelaar bevestigd te worden. Maak het andere eind van het dodemanskoord vast aan de pols van de bestuurder.
OPMERKING:
De motor zal alleen starten als de clip van het dodemanskoord bevestigd is aan de dodemansschakelaar. In de gereedschapset zit een reserveclip voor de motorstopschakelaar.

Kantel de motor bij het varen in ondiep water, bij het te-water-laten of bij het aanmeren met behulp van de kantelblokkering.
Kantel de buitenboordmotor door de draagbeugels zoals aangegeven vast te houden. De veerbelaste kantelblokkering zal automatisch in de juiste positie komen en de motor tegenhouden als deze ongeveer 75° gekanteld is.
Houd de buitenboordmotor vast en trek voorzichtig aan de kantelblokkering om de motor in de normale stand te laten zakken.
ANODEKantelhefboom

De anode beschermt de buitenboordmotor tegen corrosie.
BEDIENINGEN
Sluiting motorafdekkap

Gebruik de sluiting om de motorafdekkap vast te zetten. Verwijder de motorafdekkap niet terwijl de motor loopt.
Frictiebout stuuruitslag

Met de frictiebout kan de
stuurweerstand worden afgesteld.
Draai de bout rechtsom om de frictie te verhogen om gemakkelijker rechtuit te kunnen varen of om te voorkomen dat de motor gaat slingeren als de boot op de trailer vervoerd wordt.
Draai de bout linksom om de frictie te verminderen.
Spiegelhoek instellingsbout en verstelschroef

STELBOUT EN VLEUGELMOER
Gebruik de stelbout om de motorhoek
aftestellenindenormalestandvoc
het varen.
De motorhoek kan in vier standen afgesteld worden door de positie van de stelbout te wijzigen.
Ontluchtingsdop Klemschroeven
ONTLUCHTINGSDOP

De ventilatieknop sluit de brandstoftank luchtdicht af. Open de ventilatie van de brandstoftank door de ontluchtingsdop ten minste 2 of 3 slagen linksom te draaien.
Draai de ventilatieknop linksom om deze te openen, zodat de dop verwijderd kan worden om de tank te vullen.
Draai de ventilatieknop rechtsom en sluit deze goed voordat de buitenboordmotor vervoerd of opgeslagen wordt.

Bevestig de motorbeugels met de klemschroeven aan de spiegel.
PLAATSEN5.
ATTENTIE
Een niet goed gemonteerde buitenboordmotor kan tot gevolg hebben dat deze in het water valt, dat de boot niet rechtuit kan varen, het motortoerental niet kan toenemen of dat veel brandstof verbruikt wordt.
Het wordt aanbevolen de motor door een Honda-buitenboordmotor-dealer te laten bevestigen.
Raadpleeg een officiële Honda-dealer voor werking en montage van extra opties/uitrusting.
Geschikte Boot
Zorg ervoor dat de boot en de motor goed op elkaar afgestemd zijn:
BF2D: 1,5 kW (2,0 pk)
BF2.3D: 1,7 kW (2,3 pk)
Aanbevelingen voor het vermogen zijn op nagenoeg iedere boot vermeld.
▲ WAARSCHUWING
Gebruik geen zwaardere motor dan door de fabrikant van de boot is voorgeschreven. Anders kan dat leiden tot schade en verwondingen.
Spiegelhoogte

Kies een buitenboordmotor die geschikt is voor de spiegelhoogte van uw boot.
Locatie

Plaats de buitenboordmotor op de spiegel, op de hartlijn van de boot.
Inbouwhoogte

Controleer de montagehoogte van de motor door naar de anticavitatieplaat te kijken. Zorg ervoor dat de motor uitgeschakeld is, dat de boot in het water ligt en dat deze op de juiste manier beladen is.
De anticavitatieplaat moet zich ongeveer 150 mm onder water bevinden.
De juiste afmetingen verschillen, afhankelijk van het type boot en de vorm van de bodem van de boot. Volg de aanbevolen montagehoogte die de bootfabrikant opgeeft.
Als de buitenboordmotor te laag gemonteerd is, zal de boot "duiken" en moeilijk te planeren zijn en zal de motor water opspatten wat in de boot terecht kan komen. Het zal zorgen voor deining en de stabiliteit op hoge snelheid zal verminderen.
Als de buitenboordmotor te hoog gemonteerd is, zal de schroef geen stuwkracht hebben (sproeien).
ATTENTIE
Wanneer de buitenboordmotor extreem laag gemonteerd is, kan er water in de motor komen onder de afdekkap. Dit kan een negatieve uitwerking hebben op de prestaties en levensduur.
Controleer wanneer u de buitenboordmotor monteert, dat de motor hoog genoeg boven het waterniveau geplaatst is, bij uitgeschakelde motor en volledig geladen boot. Dit om te voorkomen dat golven, spatten, etc. onder de kap van de motor komen.
PLAATSEN

Bevestig de steun aan de spiegel en draai de klemschroeven vast.
ATTENTIE
- Controleer tijdens het varen regelmatig of de klemschroeven nog vastzitten.
- Bind een touw door de opening in de ophangbeugel en bevestig het andere uiteinde van het touw aan de boot. Hiermee wordt voorkomen dat de motor verloren raakt.
Hoek motor (varen)Bevestiging motor

Bevestig de buitenboordmotor in de meest gunstige trimhoek voor stabiel varen en maximaal vermogen. Trimhoek te groot: Onjuist, voorzijde boot komt omhoog. Trimhoek te klein: Onjuist, voorzijde boot wil duiken.
De trimhoek is afhankelijk van de combinatie van boot, buitenboordmotor en schroef, en de gebruiksomstandigheden.
<
Stel de motor zo af dat deze haaks op het wateroppervlak staat (de schroefas staat parallel aan de bodem van de boot).
Afstellen motorhoek

- Draai de vleugelmoer van de stelbout los.
- Stel de motorhoek af en draai de vleugelmoer vast. Zorg ervoor dat de boutkop en de vleugelmoer in een van de vier inkepingen van de stelsleuf vallen.
ATTENTIE
Overtuig u ervan dat de stelbout vergrendeld is, om schade aan motor en boot te voorkomen.
CONTROLE VOORAF6.
De BF2D/BF2.3D is een 4-takt buitenboordmotor met geforceerde luchtkoeling. Hij loopt op loodvrije benzine met een octaangetal van 91 RON of meer. De motor is voorzien van een gescheiden smeersysteem. Controleer het volgende alvorens de buitenboordmotor te gebruiken.
▲LET OP
Voer de volgende controles uit met uitgeschakelde motor.
Verwijderen/plaatsen motorafdekkap

Gebruik de sluiting om de motorafdekkap vast te zetten of los te maken.
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap. Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken.
ATTENTIE
- Motorolie is een belangrijke factor voor wat betreft motorvermogen en levensduur. Olie zonder reinigende additieven en olie van lage kwaliteit zijn ongeschikt vanwege hun matige smeereigenschappen.
- Als de motor met te weinig olie draait, kan dit leiden tot ernstige motorschade.
OPMERKING:
Om een onjuiste meting van het motorolieniveau te voorkomen moet het peil pas gecontroleerd worden als de motor afgekoeld is.
Voorgeschreven olie
Gebruik Honda 4-takt motorolie of een gelijkwaardige topkwaliteit hoog detergente motorolie die voldoet aan of beter is dan de vereisten van service classifikaties SG, SH of SJ van de Amerikaanse auto-industrie. De motorolie-classificatie SG, SH of SJ moet aangegeven staan op de verpakking.
SAE 10W-30 is voorgeschreven voor algemeen gebruik bij alle temperaturen.

OMGEVINGSTEMPERATUUR

KIJKGLAS OLIENIVEAU
- Plaats de buitenboordmotor verticaal en vlak en controleer het olieniveau in het kijkglas.
- Als het olieniveau onderaan het kijkglas staat, vul dan olie bij tot aan het merkteken voor het maximum niveau (zie blz. 51
CONTROLE VOORAF
0,25 L
ATTENTIE
Vul niet te veel motorolie bij. Controleer het olieniveau na het vullen. Als de motor met te veel of te weinig olie draait, kan dit leiden tot ernstige motorschade.
Brandstofniveaulnhoud oliecarter:

Verwijder de tankdop en controleer het brandstofniveau. Vul de tank bij als deze bijna leeg is.
OPMERKING:
Open de ventilatieknop voordat de vuldop verwijderd wordt. Als de ventilatieknop strak vastgedraaid is, zal de kap moeilijk te verwijderen zijn.
Draai de tankdop na het vullen goed dicht.

Gebruik loodvrije benzine van 91 RON of hoger (een benzinepomp octaan getal van 86 of hoger) Het gebruik van loodhoudende benzine kan schade aan de motor veroorzaken.
Gebruik geen brandstof waarin olie vermengd is of vuile brandstof. Houd de brandstoftank vrij van vuil, stof en water.
- Benzine is licht ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden explosief.
- Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met stilstaande motor.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof is opgeslagen.
- Doedebrandstoftankniette magzichgeenbrandstofinde vulpijp bevinden). Zorg ervoor na het bijtanken de tankdop goed te sluiten.
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof en brandstofdampen kunnen ontbranden. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor te starten.
- Voorkom herhaaldelijk of langdurig contact met de huid of inademen van dampen.
- UIT DE BUURT VAN KINDEREN HOUDEN.
BENZINE MET ALCOHOL
Als benzine met alcohol gebruikt wordt, zorg er dan voor dat het octaangetal minimaal zo hoog is als voorgeschreven door Honda. De benzine kan vermengd zijn met ethanol of met methanol. Gebruik geen benzine met meer dan 10% ethanol. Als de benzine methanol bevat, zorg er dan voor dat het mengsel ook oplos- en conserveringsmiddelen voor methanol voeve. Gebruik geen benzine met meer dan 5% methanol, zelfs niet als het mengsel oplos- en conserveringsmiddelen voor methanol bevat.
OPMERKING:
- Als benzine met alcohol gebruikt wordt, vervalt de garantie op schade aan het brandstofsysteem of problemen met het motorvermogen. Omdat nog onvoldoende bewezen is dat het gebruik van methanol onschadelijk is, kan Honda het gebruik hiervan niet goedkeuren.
- Probeer, alvorens brandstof bij een onbekende leverancier aan te schaffen, er achter te komen of de brandstof alcohol bevat en zo ja, het soort en de hoeveelheid. Als de motor ongewenste symptomen vertoont bij gebruik van benzine met alcohol of benzine waarvan wordt vermoedt dat deze alcohol bevat, gebruik dan benzine waarvan zeker is dat deze geen alcohol bevat.
CONTROLE VOORAF
Overige controles

Controleer de volgende onderwerpen:
(1) De schroef en de splitpen op beschadiging en loszitten.
(2) De stuurhendel op beschadiging en op een juiste werking.
(3) De ophangbeugel op beschadiging en loszitten.
(4) De gereedschapset op ontbrekende reserveonderdelen en gereedschappen.
(5) De anode op beschadiging, loszitten en overmatige corrosie.
De anode beschermt de buitenboordmotor tegen beschadiging door corrosie; deze moet tijdens het gebruik van de motor in direct contact met het water zijn. Vervang de anode als deze ongeveer de helft van de oorspronkelijke afmetingen heeft.
ATTENTIE
Als de anode geschilderd wordt of niet meer aanwezig is, zal er corrosie ontstaan aan de motor.
Onderdelen/materialen die aan boord aanwezig moeten zijn:
(1)Instructieboekje
(2)Gereedschapset
(3)Reservebougies, -motorolie, -schroef en -splitpennen.
(4)Informatie betreffende wetten en regels.
STARTEN VAN DE MOTOR7.
Starten van de motor
⚠ WAARSCHUWING
De uitlaatgassen bevatten onder andere het giftige koolmonoxide; inademing hiervan kan leiden tot bewusteloosheid en kan zelfs dodelijk zijn.
Laat de buitenboordmotor nooit draaien in een afgesloten ruimte.
ATTENTIE
De schroef moet onder water zijn. Wanneer u de motor niet in het water laat draaien, kan de motor oververhit raken.

- Open de ontluchtingsdop 2 tot 3 slagen.

- Zet de brandstofkraan open.
STARTEN VAN DE MOTOR

- Bevestig de clip van het dodemanskoordje aan de noodstopschakelaar. Het andere eind van het dodemanskoordje dient stevig aan de bestuurder van de boot vastgemaakt te worden.

▲ WAARSCHUWING
Als de bestuurder van de boot het dodemanskoord niet vast maakt en om welke reden dan ook uit de boot valt of van zijn of haar zitplaats schiet, kan de ongecontroleerde boot de bestuurder, passagiers en omstanders ernstig verwonden. Bevestig daarom altijd het dodemanskoord voordat de motor gestart wordt.
OPMERKING:
- De motor kan alleen gestart worden als de dodemansschakelaarclip bevestigd is aan de dodemansschakelaar.
- In de gereedschapset zit een reserveclip voor de motorstopschakelaar.
STARTEN VAN DE MOTOR
Uitvoering met GASHENDEL

Uitvoering met HANDGREEP

- Beweeg de gashendel of de handgreep naar stand START.
▲LET OP
Start de motor niet als de gashendel/handgreep van de gashendel in stand SNEL staat. De boot kan hierdoor plotseling in beweging komen.

- Als de motor koud is of de omgevingstemperatuur laag is, trek dan de chokeknop naar de ON positie (hierdoor wordt de motor voorzien van een rijk mengsel)
STARTEN VAN DE MOTOR

- Trek licht aan het startkoord tot er weerstand gevoeld wordt. Trek dan stevig in de door de pijl aangegeven richting zoals hierboven te zien.
ATTENTIE
- Laat het startkoord niet terugschieten. Laat het rustig terugkeren om beschadiging van het startmechanisme te voorkomen.
- Trek niet aan het startkoord terwijl de motor loopt, hierdoor kan de starter beschadigd raken.
- Zet de buitenboordmotor recht voordat u de handgreep van de repeteerstarter aantrekt.

Controleer of de clip dodemansschakelaar als de motor niet gestart kan worden.
Als de chokeknop werd gebruikt om de motor te starten, druk deze dan geleidelijk in zodra de motor warm wordt.
Controleer tijdens het varen of de anticavitatieplaat te allen tijde onder water blijft. Overmatige of ongelijkmatige belading zal de diepte van de motor beïnvloeden. Door te veel gewicht voorin te laden zal de motor uit het water komen, waardoor de koeling afneemt. Door te veel gewicht achterin te laden zal de motor dieper door het water gaan, waardoor de prestaties afnemen.
STARTEN VAN DE MOTOR
Noodstart
Als de trekstarter om wat voor reden dan ook niet goed werkt, kan de motor gestart worden met behulp van het reservestartkoord in de gereedschapset.

- 2/erwijder de afdekkap.

Verwijder de repeteerstarter door de drie moeren van 5 mm te verwijderen.
STARTEN VAN DE MOTOR

- Wikkel het reservestartkoord rechtsom om de poelie en trek er stevig aan om de motor te starten.
▲ WAARSCHUWING
Raak de bewegende delen niet aan.
- Monteer de repeteerstarter niet en plaats de afdekkap.
▲ WAARSCHUWING
Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken. Wees bijzonder voorzichtig als de motorafdekkap geplaatst wordt. Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap.
Storingzoeken bij startproblemen
| SYMPTOOM MOGELIJKE | OORZAAK OPLOSSING | |
| De motor slaat niet aan. | Clip dodemansschakelaar niet bevestigd. | Plaats de clip dodemansschakelaar in de motorstopschakelaar. (blz. 28) |
| De gashendel/handgreep van de gashendel staat niet in stand START. | Beweeg de gashendel/handgreep gashendel naar stand START. (blz. 29) | |
| Geen benzine. Vul benzine bij. | (blz. 24) | |
| De brandstofkraan is niet opengezet. | Zet de brandstofkraan in stand OPEN. (blz. 27) | |
| Ventilatieknop niet open. | Draai ventilatieknop open. (blz. 27) | |
| Motor verzopen. | Maak bougie schoon en droog. (blz. 54) | |
| Bougiedop is niet goed geplaatst. | Plaats de bougiedop goed. (blz. 54) |
WERKING8.
Werking 1.
Invaarprocedure
Tijdens de invaarperiode kunnen de bewegende onderdelen van de motor op elkaar inlopen, hetgeen een positieve invloed heeft op de prestaties en de levensduur van de motor. Laat uw nieuwe buitenboordmotor als volgt inlopen.
Laat de buitenboordmotor gedurende de eerste 10 gebruiksuren met lage toerentallen draaien, vermijd langdurig met volgas draaien en draai het gas niet abrupt open en dicht.
Sturen

Om de boot naar rechts te draaien, moet de stuurhendel naar links bewogen worden. Om naar links te draaien, moet de stuurhendel naar rechts bewogen worden.
FRICTIEBOUT BESTURING

Stel de frictiebout van de stuuruitslag zo af dat een lichte weerstand gevoeld wordt bij het verdraaien, hierdoor zal het sturen geleidelijker gaan.
2. Varen
Uitvoering met GASHENDEL
GASHENDEL

Uitvoering met HANDGREEP
HANDGREEP GASHENDEL

Beweeg de gashendel/handgreep van de gashendel in de richting SNEL om de snelheid te laten toenemen. Open voor normaal varen het gas voor ongeveer 2/4.
Draai de blokkeerknop van de gasbediening rechtsom om de gasbediening vast te zetten en met een constante snelheid te kunnen varen. Draai de blokkeerknop linksom om deze te deblokkeren en de hoeveelheid gas handmatig te regelen.
▲LET OP
- Niet gebruiken zonder de motorafdekkap. Onafgeschermde draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken; en water kan schade aan de motor toebrengen.
- Controleer of de kantelhendel in stand 'RUN' staat.
OPMERKING:
Passagiers en uitrusting dienen gelijkmatig over de boot verdeeld te worden voor de beste prestaties.
WERKING
3. Achteruitvaren met de buitenboordmotor
Uitvoering met GASHENDEL

Uitvoering met HANDGREEP

- Voor de uitvoering met gashendel: Zet de gashendel in stand LANGZAAM. Voor de uitvoering met handgreep: Zet de handgreep van de gashendel in stand LANGZAAM en zet deze vast door de frictieknop rechtsom te draaien.
ATTENTIE
Laat de buitenboordmotor eerst LANGZAAM draaien voordat de draairichting omgekeerd wordt (zowel van vooruit naar achteruit als van achteruit naar vooruit), anders kan de boot omslaan.

- Draai de motor 180° om achteruit te varen en klap de stuurhendel om zoals aangegeven. Wees bij de uitvoering met handgreep voorzichtig dat u de greep niet beweegt wanneer u de stuurhendel omklapt.
ATTENTIE
Neem bij het achteruit varen de nodige voorzichtigheid in acht om te voorkomen dat de schroef onder water iets raakt.
Kantelen van de motor
Kantel de motor om te voorkomen dat de schroef en het staartstuk de bodem raken als de boot afgemeerd wordt of stilgelegd wordt in ondiep water.
- Schakel de motor uit (blz. 40) en zet de brandstofkraan dicht (blz.)41
- Sluit de ventilatie van de brandstoftank door de ontluchtingsdop rechtsom te draaien (blz. 4.1
- Zorg dat de motor in stand VOORUIT staat. Kantel de motor met behulp van de draagbeugels aan de voor- en achterkant van de motorafdekkap. De veerbelaste kantelblokkering zal automatisch in de juiste positie komen en de motor tegenhouden als deze ongeveer 75° gekanteld is.
- Stel de frictiebout af om te voorkomen dat de motor beweegt.

ATTENTIE
- Wanneer de motor gekanteld wordt in stand ACHTERUIT kan motorolie in de cilinder lekken waardoor de motor niet of slecht start.
- Gebruik de stuurhendel niet om de buitenboordmotor te kantelen.
- Houd de buitenboordmotor vast bij de voorste draagbeugel en trek de kantelblokkering voorzichtig naar u toe om de motor in de normale stand te laten zakken.
WERKING
< >
Aanmeren
NEE

Wees bijzonder voorzichtig bij het afmeren van de boot. Voorkom beschadiging van de motor, in het bijzonder als deze gekanteld is. Laat de motor niet tegen de steiger of tegen andere boten aan komen.
Varen in ondiep water
ATTENTIE
Als de trimhoek te groot is tijdens het varen, kan de schroef boven het water uit komen en in de lucht gaan draaien of met een te hoog toerental gaan draaien.
Kantel de motor omhoog bij gebruik in ondiep water, om te voorkomen dat de schroef en het transmissiehuis de bodem raken (zie blz. 37). Als de buitenboordmotor omhoog gekanteld is, vaar dan met lage snelheid.
Gebruik op grote hoogte
Op grote hoogte is het standaard lucht/brandstofmengsel te rijk. Hierdoor zal het vermogen afnemen en het brandstofverbruik toenemen. Een erg rijk mengsel zal ook leiden tot sterke vervuiling van de bougie waardoor de motor moeilijker zal aanslaan.
De prestaties op grote hoogte kunnen worden verbeterd door de carburateur te modificeren. Als de buitenboordmotor permanent op grote hoogte (hoger dan 1.500 m) gebruikt wordt, laat de carburateur dan aanpassen door uw Honda-dealer.
Zelfs met een optimale sproeierbezetting zal het motorvermogen voor elke 300 m hoger 3,5% afnemen. Als de carburateur niet aangepast wordt, zal het vermogen nog meer afnemen.
ATTENTIE
Als de carburateur is afgesteld om op grotere hoogte optimaal te functioneren, zal het lucht/brandstofmengsel te arm zijn voor gebruik op lagere hoogte. Indien een motor met een gemodificeerde carburateur gebruikt wordt beneden de 1.500 m kan de motor oververhit raken en kan ernstige motorschade optreden. Laat de motor voor gebruik op lagere hoogte weer afstellen volgens de fabrieksspecificaties door uw officiële Honda-buitenboordmotordealer.
MOTOR UITZETTEN9.
Motor uitzetten

• In een noodsituatie;
Trek de clip uit de
dodemansschakelaar door aan het
koord te trekken.
OPMERKING:
Het wordt aangeraden om de motor regelmatig via het dodemanskoord uit te zetten om er zeker van te zijn dat de dodemansschakelaar goed werkt.
Uitvoering met GASHENDEL

Uitvoering met HANDGREEP

- Bij normaal gebruik;
- Beweeg de gashendel of de handgreep naar stand LANGZAAM.

- Druk op de dodemansschakelaar totdat de motor stopt.
Wanneer de motor niet stopt als u de dodemansschakelaar indrukt, trek dan aan het dodemanskoordje. Indien de motor blijft lopen, zet dan de benzinekraan op OFF en trek de chokeknop uit waarna de motor zal stoppen.

OPMERKING:
Als de motor enige tijd volgas gedraaid heeft, laat deze dan afkoelen door enkele minuten stationair te draaien.
- Zet de brandstofkraan UIT.

Draai de ontluchtingsdop dicht.
- Verwijder het koord van de motorstopschakelaar en berg dit op.
TRANSPORT10.
⚠ WAARSCHUWING
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof en brandstofdampen kunnen ontbranden. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor op te slaan of te vervoeren.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof is opgeslagen.
Transport

Draag de motor aan de draagbeugel of aan de draagbeugel en het handvat onder de sluiting van de motorafdekkap, zoals aangegeven. Draag de motor niet aan de motorafdekkap.
▲LET OP
Draag de buitenboordmotor niet aan de motorafdekkap. De motor kan vallen, waardoor letsel of beschadigingen het gevolg zijn.
ATTENTIE
Voorkom beschadiging van de motor, gebruik deze nooit als handgreep om de boot te tillen of te verplaatsen.
TRANSPORT
Vervoer de motor verticaal of horizontaal zoals aangegeven.
Verticaal vervoeren

- Bevestig de motorbeugels aan een motorstandaard en draai de klemschroeven goed vast.

Vervoer de motor zoals hierboven is aangegeven.
TRANSPORT
Horizontaal vervoeren

Laat de motor op de bescherming van deafdekkaprustenenklapde stuurhendel om.
ONJUIST

- Een andere wijze van vervoer of opslag kan beschadiging en olielekkage veroorzaken.
- Wanneer de motor gekanteld wordt in stand ACHTERUIT kan motorolie in de cilinder lekken waardoor de motor niet of slecht start.
Transporteren
FRICTIEBOUT BESTURING

Tijdens het vervoeren of transporteren van de boot, met bevestigde motor, wordt geadviseerd de motor in de normale gebruiksstand te laten staan met de frictiebout van de stuuruitslag vast aangedraaid.
ATTENTIE
Vervoer de boot nooit als de motor in gekantelde positie staat. De boot en de motor kunnen ernstig beschadigd raken als de motor valt.

De motor dient tijdens vervoer in de normale gebruiksstand te staan. Als er niet voldoende grondspeling is in deze stand, vervoer de motor dan in gekantelde stand en ondersteun deze met een balk tegen de spiegel, of verwijder de motor van de boot.
REINIGEN EN SPOELEN11.
Reinig de motor en spoel deze zorgvuldig af na ieder gebruik in zout of vervuild water. Was de buitenzijde van de buitenboordmotor met schoon, zoet water.
▲WAARSCHUWING
Controleer of de buitenboordmotor deugdelijk bevestigd is.
Periodiek onderhoud en afstellingen zijn belangrijk om de motor in optimale conditie te houden. Voer onderhoud en controles uit volgens het ONDERHOUDSSCHEMA.
⚠ WAARSCHUWING
Zet de motor uit alvorens hier werkzaamheden aan uit te voeren. Zorg ervoor dat de ruimte goed geventileerd is. Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte. De uitlaatgassen bevatten onder andere het giftige gas koolmonoxide; inademing hiervan kan leiden tot bewusteloosheid en kan zelfs dodelijk zijn.
Plaats, alvorens de motor te starten, de motorafdekkap terug als deze verwijderd was. Houd de motorafdekkap gesloten met behulp van de sluiting.
ATTENTIE
- Zorg ervoor, wanneer de motor moet draaien, dat het waterniveau minstens 150 mm boven de anticavitatieplaat staat. De motor kan anders oververhit raken.
- Gebruik voor onderhoud en reparaties alleen originele Honda onderdelen of gelijkwaardige onderdelen. Vervangende onderdelen van mindere kwaliteit kunnen de motor beschadigen.
ONDERHOUD
Gereedschapset en
reserveonderdelen
De volgende gereedschappen en reserveonderdelen worden bij de buitenboordmotor geleverd voor onderhoud, afstellingen en noodreparaties.
Gereedschapset

SLEUTEL 8 10 mm

SLEUF-/KRUISKOPSCHROEVENDRAAIER

CLIP DODEMANSSCHAKELAAR

GEREEDSCHAPSETUI

BOUGIESLEUTEL

COMBINATIETANG

NOODSTARTKOORD
Reserveonderdelen

| PUNT\NORMALE ONDERHOUDSINTERVAL (3)Voor de werkzaamheden uit binnen de aangegeven termijnen of bedrijfsuren, afhankelijk van wat het eerste wordt bereikt. | leder gebruik | Eerste maand of 10 uur. | Elke 6 maanden of 50 uur. | Elke jaar of 150 uur. | |
| Motorolie | Controleer niveau | ○ | |||
| Wissel | ○ | ○ | |||
| Transmissieolie | Wissel | ○ | ○ | ||
| Startkoord | Controleer | ○ | |||
| Gasmechanisme | Controleer-Stel af | ○(2) | ○(2) | ||
| Klepspeling | Controleer-Stel af | ○(2) | |||
| Bougies | Controleer-Stel af | ○ | |||
| Vervangen | Elke 200 uur. | ||||
| Schroef en splitpen | Controleer | ○ | |||
| Anode | Controleer | ○ | |||
| Stationair toerental | Controleer-Stel af | ○(2) | ○(2) | ||
| Koppelingsschoen en -trommel(type met koppeling) | Vervangen | ○(2) | |||
OPMERKING:
(1) Voer het onderhoud vaker uit bij gebruik in zout water.
(2) Onderhoud aan deze onderdelen dient door de officiÜle Honda-dealer uitgevoerd te worden, tenzij u beschikt over het juiste gereedschap en de vereiste kennis. Zie het Honda werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(3) Registreer bij professioneel commercieel gebruik het aantal bedrijfsuren, om de onderhoudsintervallen juist te kunnen bepalen.
ONDERHOUD
| PUNT\NORMALE ONDERHOUDSINTERVAL (3)Voor de werkzaamheden uit binnen de aangegeven termijnen of bedrijfsuren, afhankelijk van wat het eerste wordt bereikt. | leder gebruik | Eerste maand of 10 uur. | Elke 6 maanden of 50 uur. | Elke jaar of 150 uur. | |
| Voering en lagerbus zwenkbaar huis | Vervangen | El ke 3 jaar (2) | |||
| Waterdichtheid | Vervangen | El ke 3 jaar (2) | |||
| Brandstofleiding | Controleer | ○ | |||
| Vervangen | Elke 2 jaar (indien nodig) (2) | ||||
| Bouten en moeren | Controleer op vastzitten | ○ (2) | ○ (2) | ||
| Smering | Breng vet aan | ○ (1) | ○ (1) | ||
| Brandstoftank en tankfilter | Reinig | ○ (2) | |||
| Carterontluchtingsslang | Controleer | ○ (2) | |||
| Dodemansschakelaar | Controleer | ○ | |||
OPMERKING:
(1) Voer het onderhoud vaker uit bij gebruik in zout water.
(2) Onderhoud aan deze onderdelen dient door de officiUle Honda-dealer uitgevoerd te worden, tenzij u beschikt over het juiste gereedschap en de vereiste kennis. Zie het Honda werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(3) Registreer bij professioneel commercieel gebruik het aantal bedrijfsuren, om de onderhoudsintervallen juist te kunnen bepalen.
Onvoldoende of vervuilde olie kan de levensduur van bewegende onderdelen nadelig beïnvloeden.
Was na aanraking met vervuilde olie de handen met zeep en water.
Olieverversingsinterval:
De eerste vervanging 10 bedrijfsuren of één maand na de aanschafdatum, daarna iedere 50 uur of 6 maanden.
Inhoud oliecarter: 0,25 L
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 motorolie of gelijkwaardig, API Service classificatie SG, SH of SJ.

Tap de olie bij warme motor af zodat het aftappen snel en volledig gebeurt.
- Draai de brandstofkraan dicht en draai de ontluchtingsdop van de brandstoftank dicht.
- Draai de olieaftapplug los en leg de motor op de zijde van de stuurhendel.
- Verwijder de olieaftapplug en de sluitring om de olie af te tappen.
OPMERKING:
Voer de gebruikte motorolie op een milieuvriendelijke manier af. Breng de olie bij voorkeur in afgesloten
Vervefer/VaRode motorolie

verpakking naar een plaatselijke garage. Gooi de olie niet weg met het afval en laat deze niet in de grond lopen.
- Zet de motor rechtop, plaats een nieuwe ring en draai de aftapplug goed vast.
- Verwijder de afdekkap.
- Verwijder de olievuldop, vul het carter met de voorgeschreven olie (zie blz. 23ot aan het merkteken maximum niveau.
- Plaats de olievuldop.
ONDERHOUD
- Plaats de afdekkap.
Verversen staartstukolie
Olieverversingsinterval:
De eerste vervanging 10 bedrijfsuren of één maand na het eerste gebruik, daarna iedere 6 maanden of 50 uur.
Inhoud oliecarter:
0,05 L
Voorgeschreven olie:
SAE \$0 Hypoid transmissieolie of gelijkwaardig, API Service Classificatie (GL-4)
Vervang de staartstukolie bij uitgeschakelde motor, terwijl de motor verticaal staat.

- Plaats een geschikte opvangbak onder de olie aftapplug om de olie op te vangen, haal dan de niveauplug en de aftapplug eruit.

- Tap de olie volledig af en plaats vervolgens de adapter van de oliepomp in de aftapopening. Als er water of gecontamineerde olie (melkkleurig) uit de aftapplug loopt, laat dan de buitenboordmotor controleren bij een officiële Honda Marine Dealer.
- Vul olie bij door de aftapopening, totdat de olie uit de opening van de niveauplug naar buiten stroomt. Plaats dan de niveauplug en de aftapplug terug.
OLIENIVEAUPLUG AANHAALMOMENT: 3,4 N·m (0,35 kgf·m)
Voorkom dat er bij het plaatsen van de aftapplug meer dan 30 cm³ olie gemorst wordt.
OLIE AFTAPPLUG AANHAALMOMENT: 3,4 N·m (0,35 kgf·m)
Controle van startkoord

Controleer het startkoord iedere 6 ma anden of na iedere 50 gebruiks u van de buitenboordmotor. Vervang het koord als het gerafeld is.
ONDERHOUD
Onderhoud bougie
Voor een goede werking van de motor moet de bougie goed afgesteld zijn en schoon zijn.
▲LET OP
De bougie kan erg heet worden en ook na het uitzetten van de motor nog enige tijd heet blijven.
Periodieke controle/afstellen:
ledere 50 uur of 6 maanden.
Verversingsinterval:
Elke 200 uur.
Voorgeschreven bougie:
CR4HSB (NGK)
U14FSR-UB (DENSO)
ATTENTIE
Gebruik alleen de aanbevolen bougie of een gelijkwaardige bougie. Een bougie met een verkeerde warmtegraad kan schade aan de motor veroorzaken.

- Verwijder de afdekkap.
- Verwijder de bougiedop.
- Gebruik de bougiesleutel en de schroevendraaier uit de gereedschapset om de bougie te verwijderen.
- Controleer de bougie visueel. Gooi de bougie weg als er zichtbare slijtage is of als de isolator scheurtjes of splinters vertoont. Reinig de bougie met een staalborstel als deze opnieuw wordt gebruikt.

- Meet de elektrodenafstand met een voelermaatje.
De elektrodenafstand dient 0,6 θ,7 mm te zijn. Verbuig de elektrode voorzichtig indien nodig.
ONDERHOUD
- Controleer of de afdichtingsring in goede conditie verkeert en draai de bougie met de hand in om schade aan de draad te voorkomen.
- Als de bougie goed zit, draai deze dan verder vast met een bougiesleutel om de afdichtring in te drukken.
OPMERKING:
Draai een nieuwe bougie nog een halve slag verder om de afdichtring in te drukken. Draai een gebruikte bougie nog 1/8-1/4 slag verder om de afdichtring in te drukken.
- Bevestig de bougiedop.
ATTENTIE
Draai de bougie goed vast. Als de bougie niet goed vastgedraaid is, kan deze erg heet worden en kan de motor beschadigd raken.
- Plaats de afdekkap.
ONDERHOUD
Smering
Veeg de buitenzijde van de buitenboordmotor af met een doek die in schone olie gedept is. Breng waterbestendig anticorrosievet aan op de volgende onderdelen:
Periodiek smeren:
De eerste keer smeren na 10 uur of een maand na de aanschafdatum, daarna iedere 50 uur of zes maanden.
OPMERKING:
Breng anticorrosie-olie aan op de draaipunten waar vet niet kan komen.

Vervangen van breekpen

Een breekpen wordt gebruikt om de schroef en de aandrijving te beschermen tegen beschadiging als de draaiende schroef in aanraking komt met een voorwerp.
▲ WAARSCHUWING
- Verwijder bij het vervangen de clip dodemansschakelaar van de motorstopschakelaar om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart wordt.
- De schroef is dun en scherp. Draag bij het vervangen werkhandschoenen om uw handen te beschermen.
RESERVE BREEKPENNEN EN SPLITPENNEN

- Verwijder de splitpen en de schroef.
- Verwijder de gebroken breekpen en plaats een nieuwe.
- Plaats de schroef.

- Plaats een nieuwe splitpen en buig de uiteinden zoals in de afbeelding is aangegeven.
OPMERKING:
- Gebruik een originele Honda-splitpen en buig de uiteinden als volgt om.
ONDERHOUD
Service aan een gezonken motor
Aan een gezonken motor moet onmiddellijk onderhoud gepleegd worden zodra deze uit het water gehaald is, om de kans op corrosie te verminderen.
Breng de buitenboordmotor onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde Honda-buitenboordmotor-dealer. Als er geen dealer in de buurt is, handel dan als volgt.
- Verwijder de afdekkap en spoel de motor af met zoet water om zout water, zand, modder enz. te verwijderen.
- Vang de brandstof uit de tank op in een geschikte bak.
-
Draai de aftapplug van de carburateur los, tap de inhoud van de carburateur af in een geschikte bak en draai de aftapplug weer vast (zie blz.)60
-
Ververs de motorolie (zie blz. 51). Als er water in het carter of de motorolie aanwezig was, moet de motorolie nogmaals ververst worden als de motor een 1/2 uur gedraaid heeft.
- Verwijder de bougie. Haal de dodemansschakelaar clip uit de dodemansstopschakelaar en trek een aantal malen aan het startkoord om het water uit de cilinders te verwijderen.
ATTENTIE
- Verwijder de clip dodemansschakelaar uit de motorstopschakelaar als de motor gestart wordt met een onderbroken ontstekingscircuit (bougie verwijderd), om elektrische schade aan het ontstekingssysteem te voorkomen.

- Als de motor liep toen deze onder water terecht kwam, kan er ook mechanische schade zijn, zoals een verbogen drijfstang. Als de motor moeilijk rond te draaien is als deze gestart wordt, probeer deze dan niet verder te starten maar repareer eerst de schade.
-
Giet een theelepel (3-5 cm) ^3 motorolie in het bougiegat. Trek daarna een paar keer aan het startkoord om de cilinder te smeren. Draai de bougie weer vast en verbindt de clip van het dodemanskoordje aan de dodemansschakelaar.
-
Probeer de motor te starten.
⚠ WAARSCHUWING
Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken. Wees bijzonder voorzichtig als de motorafdekkap geplaatst wordt. Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap.
- Als de motor niet aanslaat, verwijder dan de bougie, reinig en droog de elektrode. Monteer de bougie en probeer de motor opnieuw te starten.
-
Als de motor aanslaat en geen mechanische schade lijkt te hebben, laat de motor dan ten minste een half uur draaien (het waterniveau moet tot ten minste 150 mm boven de anticavitatieplaat staan).
-
Breng de motor zo snel mogelijk naar een Honda-buitenboordmotor-dealer voor controle en onderhoud.
EMISSIEREGELING
Bij het verbrandingsproces komen koolmonoxide en koolwaterstoffen vrij. De beperking van de uitstoot van koolwaterstoffen is erg belangrijk, omdat deze onder bepaalde omstandigheden reageren onder invloed van zonlicht en er dan smog gevormd wordt. Koolmonoxide reageert niet op deze manier, maar is giftig. Honda Motor Co., Ltd. levert de motoren met een arme afstelling van de carburateur en met andere systemen om de uitstoot van koolmonoxide en koolwaterstoffen te reduceren.
Problemen die van invloed zijn op de emissies(VOOR SCHK en LCHK typen)
Als u een van de volgende symptomen waarneemt, laat uw buitenboordmotor dan controleren en repareren door uw officiële Honda buitenboordmotoren-dealer:
- Moeilijk starten of afslaan na het starten
- Slecht stationair lopen
- Overslaan of terugslaan tijdens acceleratie
- Slechte prestaties en hoog brandstofverbruik
13. OPSLAG
Laat voor een optimale levensduur van de motor voor opslag, eerst een onderhoudsbeurt uitvoeren door een officiële Honda-buitenboordmotor-dealer. De volgende procedures kunt u echter als eigenaar zelf uitvoeren met een minimum aan gereedschap.
OPMERKING:
Benzine verouderd erg snel als gevolg van blootstelling aan licht, temperatuur en tijd.
In het ergste geval kan benzine veroudering al optreden na 30 dagen. De motor kan ernstig beschadigd raken wanneer verouderde benzine wordt gebruikt (vervuilde carburateur, defecte kleppen).
Schade welke veroorzaakt wordt door verouderde benzine wordt niet gedekt door garantie.
Om dit te voorkomen dienen onderstaande aanbevelingen streng worden opgevolgd:
- Gebruik alleen voorgeschreven brandstof (zie blz. 24
-
Gebruik verse en schone benzine.
-
Bewaar benzine in een gecertificeerde benzinetank om snelle veroudering te vertragen.
- Wanneer verwacht wordt dat de opslag (langer dan 30 dagen) wordt dient de brandstoftank en carburateur afgetapt te worden.
Aftappen van de benzine
▲ WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en brandstofdamp kan exploderen waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Rook niet en voorkom open vuur en vonken. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof en brandstofdampen kunnen ontbranden. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor op te slaan of te vervoeren.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof is opgeslagen.

- Zet de brandstofkraan UIT.
- Verwijder de tankdop en giet de brandstof uit de tank in een geschikte bak.

Zet de brandstofkraan open, draai de aftapschroef van de carburateur los en tap de brandstof af in een geschikte bak.
- Draai de schroef vast na het aftappen.
- Controleer of de ontluchtingsdop gesloten is en de brandstofkraan dicht is.
OPSLAG
Motorolie
- Ververs de motorolie (blz.)51
- Verwijder de bougie (zie blz. 54), en verwijder de clip van de dodemansschakelaar.
- Giet een theelepel (3-5 cm) ^3 verse motorolie in de cilinder.
- Laat de motor met de repeteerstarter een aantal keren ronddraaien om de olie in de cilinder te verdelen.
- Plaats de bougie.
Opslag van de buitenboordmotor
Sla de motor als volgt verticaal of horizontaal op met de stuurhendel omgeklapt.
Sla de buitenboordmotor op in een schone en droge ruimte.
OPMERKING:
Spoel, reinig en onderhoud de buitenboordmotor voordat deze opgeslagen wordt, zoals omschreven op blz. 56
Verticale opslag

- Bevestig de motorbeugels aan een motorstandaard en draai de klemschroeven goed vast.

- Sla de motor op zoals hierboven is aangegeven.
Horizontale opslag

Laat de motor op de bescherming van deafdekkaprustenenklapde stuurhendel om.
ONJUIST

- Een andere wijze van vervoer of opslag kan beschadiging en olielekkage veroorzaken.
- Wanneer de motor gekanteld wordt in stand ACHTERUIT kan motorolie in de cilinder lekken waardoor de motor niet of slecht start.
STORINGZOEKEN14.
<
1. Clip dodemansschakelaar niet bevestigd.
Plaats de clip
dodemansschakelaar
in de
motorstopschakelaar.
(blz. 28)
2. De gashendel/handgreep van de gashendel staat niet in stand START.
Beweeg de gashendel of de handgreep naar stand START. (blz. 29)
3. Geen benzine. Vul benzine bij.
(blz. 24)
4. De brandstofkraan is niet opengezet.
Zet de benzinekraan op de "ON" positie. (blz. 27)
5. De ontluchtingsdop is niet open gedraaid.
Open de
ontluchtingsdop.
(blz. 27)
6. Bereikt de brandstof de carburateur?
Draai de aftapschroef van de carburateur los om te zien of er brandstof in de vlotterkamers is. (blz. 60)
7. Motor verzopen. Maak bougie schoon
en droog. (blz. 54)
Motor slaat niet aan





< Motortoerental schommelt of motor slaat af>
- Brandstofniveau is laag. → Brandstof bijvullen. Motor is (blz. 24)
- Brandstofffilter is verstopt. Vervang brandstofffilter.
- Bougie is vervuild. → Verwijder de bougie en reinig deze. (blz. 54)
- Bougie met een verkeerde → Vervangen door een bougie met de juiste warmtegraad. warmtegraad. (blz. 54)
- Elektrodenafstand is niet → Elektrodenafstand goed. afstellen. (blz. 54)
- Brandstofffilter is verstopt. Vervang brandstofffilter.
- Motorolieniveau is laag. Controleer het oliepeil en vul bij tot het juiste niveau. (blz. 23)
- Verkeerde schroef gekozen. → Neem contact op met een officiële Honda-
- Passagiers zijn niet gelijkmatig verdeeld. → Verdeel de passagiers gelijkmatig.
- Buitenboordmotor is niet → Plaats de goed geplaatst. buitenboordmotor in de juiste positie. (blz. 19 tot 21)
〈Motor wordt te heet〉
ovárbelast
omdat passagiers niet gelijkmatig over de boot zijn verdeeld of omdat boot te zwaar beladen is.
Verdeel de passagiers gelijkmatig. Belast de boot niet te zwaar.
2. Cavitatie. Plaats
Verdeel de passagiers gelijkmatig. Belast de boot niet te zwaar.
buitenboordmotor in
juiste positie(blz. 19)
- Cavitatie. Plaats
buitenboordmotor in juiste positie. (blz. 19)
Vervang de breekpen. (blz. 57) - De breekpen is beschadigd.
Neem contact op met een officiële Honda-buitenboordmotor-dealer. - Verkeerde schroef gekozen.
Stel juiste trimhoek in. (blz. 21) - Trimhoek is niet juist.
SPECIFICATIES15.
| Model | BF2D | ||||
| Code | BZBF BZBFBZBK BZBK BZBF | ||||
| S (Kort) | L (Lang) | ||||
| Type | SCDSD SCHD | LQBD | |||
| Totale lengte | 410 mm 410 mm | ||||
| Totale breedte | 280 mm280 mm | ||||
| Totale hoogte | 945 mm 1.100 mm | ||||
| Spiegelhoogte | 571 mm418 mm | ||||
| Leeggewicht (gewicht) | 12,5 kg | 13,0 kg | 13,5 kg | 13,5 kg | 14,0 kg |
| Vermogen | 1,5 kW (2,0 pk) | ||||
| Toerenbereik | 5.000 6.000 min ^-1 (omw/min) | ||||
| Motortype | 4-takt, kopkleppen, UÜncilinder | ||||
| Cilinderinhoud | 57,2 cm ^3 | ||||
| Klepspeling | Inlaat: 0,06 θ,10 mmUitlaat: 0,09 θ,13 mm | ||||
| Elektrodenaf-stand | |||||
| Startsysteem | Trekstarter | ||||
| Ontsteking | Transistor-magneetontsteking | ||||
| Smeersysteem | Spatsmering | ||||
| Voorgeschreven olie | Motor: API standaard SG, SH, SJ SAE 10W-30Transmissiehuis: API standaard (GL-4) SAE 90staartstukolie | ||||
| Inhoud carter | Motor: 0,25 LTransmissiehuis: 0,05 L |
| KoelsysteemStaartstuklengte Geforceerde luchtkoeling | |
| Uitlaatsysteem | Onderwater uitlaat |
| Bougie | CR4HSB (NGK) U14FSR-UB (DENSO) |
| Brandstofpomp | Membraanpomp |
| Brandstof | Loodvrije benzine (91 RON of hoger) |
| Inhoudbrandstoftank | 1,0 L |
| Stuurinrichting | Hendel |
| Stuurhoek | 360° |
| Spiegelhoek | 4 stappen (5° -10° -15° -20°) |
| Kantelhoek | 75° |
| Standaardschroef (aantalbladen-diameter ×spoed) | 3 184 120 mm0,6 0,7 mm |
Het vermogen van Honda buitenboordmotoren wordt gemeten volgens ISO8665 (aan de schroef).
SPECIFICATIES
| Model | BF2.3D | |||||||
| Code | BAWJ | BAVJ | BAWJ | BAVJ | BAWJ | BAVJ | BAWJ | BAVJ |
| S (Kort) L (Lang) | ||||||||
| Type | SU | SCU | SH | U SCH | UK | LU | LCU | LHU |
| SCHU | ||||||||
| Totale lengte | 410 mm 410 mm | |||||||
| Totale breedte | 280 mm 280 mm | |||||||
| Totale hoogte | 1.100 mm945 mm | |||||||
| Spiegelhoogte | 418 mm 571 mm | |||||||
| Leeggewicht (gewicht) | 12,5 kg | 13,0 kg | 13,0 kg | 13,5 kg | 13,5 kg | 13,5 kg | 13,5 kg | 14,0 kg |
| Vermogen | 1,7 kW (2,3 pk) | |||||||
| Toerenbereik | 5.000 6.000 min ^-1 (omw/min) | |||||||
| Motortype | 4-takt, kopkleppen, ÜÜncilinder | |||||||
| Cilinderinhoud | 57,2 cm ^3 | |||||||
| Klepspeling | Inlaat: 0,06-0,10 mmUitlaat: 0,09 0,13 mm × | |||||||
| Elektrodenafstand | 0,6-0,7 mm | |||||||
| Startsysteem | Trekstarter | |||||||
| Ontsteking | Transistor-magneetontsteking | |||||||
| Smeersysteem | Spatsmering | |||||||
| Voorgeschreven olie | Motor: API standaard SG, SH, SJ SAE 10W-30Transmissiehuis: API standaard (GL-4) SAE 90staartstukolie | |||||||
| Inhoud carter | Motor: 0,25 LTransmissiehuis: 0,05 L |
| KoelsysteemStaartstuklengte Geforceerde luchtkoeling | |
| Uitlaatsysteem | Onderwater uitlaat |
| Bougie | CR4HSB (NGK) U14FSR-UB (DENSO) |
| Brandstofpomp | Membraanpomp |
| Brandstof | Loodvrije benzine (91 RON of hoger) |
| Inhoudbrandstoftank | 1,0 L |
| Stuurinrichting | Hendel |
| Stuurhoek | 360° |
| Spiegelhoek | 4 stappen (5° -10° -15° -20°) |
| Kantelhoek | 75° |
| Standaardschroef (aantalbladen-diameter ×spoed) | 3 184 120 mm |
Het vermogen van Honda buitenboordmotoren wordt gemeten volgens ISO8665 (aan de schroef).
SPECIFICATIES
Bijgeluiden en trillingen
| Model | BF2D·BF2.3D |
| REGELSYSTEEM | T (Kantelhefboom) |
| Geluidsdruk op oorhoogte gebruiker.(98/37/EC, ICOMIA 39-94) | 82 dB |
| Trilling(98/37/EC, ICOMIA 38-94) | 6,5 (m/s ^2 ) rms |
Zie: ICOMIA Standard: Hierin staan de gebruiksomstandigheden en de meetcondities.

| BI | ZWART |
| R | ROOD |
ADRESSEN VAN HONDA-IMPORTEURS17.
Voor aanvullende informatie, kunt u contact opnemen met het Honda klant informatie centrum op het volgende adres of telefoonnummer:
Voor Europa
AUSTRIA
Honda Austria Gesellschaft
Mbh.
Hondastraße 1
2351 Wiener Neudorf
Voor aanvullende informatie, kunt u contact opnemen met het Honda klant informatie centrum op het volgende adres of telefoonnummer:
Voor Europa (vervolg)
IRELAND
Two Wheels Ltd.
Crosslands Business Park -
Ballymount Rd
Dublin 12
Voor aanvullende informatie, kunt u contact opnemen met het Honda klant informatie centrum op het volgende adres of telefoonnummer:
Voor Europa (vervolg) Voor Australië
Aftappen van de benzine 60
Anode.... 15
Bedieningen.... 11
Bedrading stolrema . 69
Benzine met alcohol 25
Brandstof Hendel 13
Niveau . 24Olieverversen.... 51
Ontluchtingsdop 17
Chokeknop 11
Controles voor het starten 22
Overige controles 26
Verwi de omplaaten motorafdekkap 22 47 Controle vanstarkoord 53 49 Emissier opslagsteem 59 60 Frictie stuurstang 16 motorolie
Gashendel Frictieknop (uitvoering met handgreep).... 13
Handgreep.... 12
hefboom 12
Gebruik op grote hoogte 39
Gereedschapset en reserveonderdelen 48
Handgreep startkoord 11
Identificatie van onderdelen 10
In geval van nood Dodemanskoord/clip dodemansschakelaar.... 14 Starten.... 31
Stopschakelaar....11
Kantelhefboom 15
Kantelen van de motor 37
.Klemschro
Motochema . 69 Bevestiging .... 20
Hoek....20
Motor 24Olieverversen....51
Oliepeil....23
Kijkglas....13
Sluiting afdekkap 16
Onderhoud bougie 54
Omlpråsteln.motorafdekkap....22....47
Frictie stuurstang 16. motorolie
van de buitenboordmotor 62
Plaatsen....18
hoogte 19
Plaatsen 18
Plaats van CE-merk....9
Plaats van veiligheidslabels....8
Reinigen en spoelen.... 46
INDEX
Service aan een motor die onder water is geweest .... 58
Smeren. 56
......Specifications . 66
Spiegelhoek instellingsbout en verstelschroef .... 108
Spiegelhoogte 18
....Starten van de motor . 27
bij startproblemen 33
Stelbout....16
Storingzoeken.... 64
bij startproblemen 33
Uitzetten van de motor.... 40
Varen in ondiep water 39
Veiligheids- 6
maatregelen 6
Verversen staartstukolie 52
Vervoeren op een trailer 45
Vervoeren 42
Werking.34
Wisselen van breekpennen.... 57
HONDA
The Power of Dreams
