BF4A - Buitenboordmotor Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BF4A Honda in PDF-formaat.
| Producttype | Buitenboordmotor |
| Merk | Honda |
| Model | BF4A |
| Motor type | Viertakt |
| Cilinderinhoud | 109 cm³ |
| Vermogen | 4 pk (2,9 kW) |
| Gewicht | 27 kg |
| Brandstoftank | 1,1 L (ingebouwd) |
| Brandstof | Loodvrije benzine (min. 86 octaan) |
| Motorolie | SAE 10W-30 (0,6 L) |
| Ontstekingssysteem | Transistorontsteking (CDI) |
| Startsysteem | Handstart (trekkoord) |
| Koeling | Waterkoeling (pomp) |
| Stuur | Tillerbesturing |
| Versnelling | Vooruit, neutraal, achteruit (FNR) |
| Schroef | 3-bladig, 229 mm diameter |
| Kiel tot schroef | 381 mm |
| Trimmogelijkheden | 5 standen |
| Veiligheid | Noodstopknop (veiligheidskoord) |
| Garantie | 3 jaar (consument) |
Veelgestelde vragen - BF4A Honda
Gebruikersvragen over BF4A Honda
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BF4A - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BF4A van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING BF4A Honda
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
© Honda Motor Co., Ltd. 2016
Dank u voor het aanschaffen van deze HONDA-buitenboordmotor.
Deze gebruikershandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de Honda BF4A/ BF5D/BF6A buitenboordmotor. Alle in deze uitgave opgenomen gegevens zijn gebaseerd op de informatie zoals deze bij het ter perse gaan beschikbaar was. Honda Motor Co., Ltd behoudt zich het recht voor om wijzigingen op ieder moment zonder voorafgaande kennisgeving door te voeren.
Honda kan niet toestaan dat deze gebruikershandleiding geheel of gedeeltelijk zonder haar schriftelijke toestemming op enigerlei wijze wordt verveelvoudigd.
Deze gebruikershandleiding dient te worden beschouwd als onderdeel van de buitenboordmotor en dient daarom bij verkoop bij de buitenboordmotor te blijven.
De veiligheidsinstructies in deze gebruikershandleiding worden middels de volgende woorden en symbolen aangegeven. Hier volgt de betekenis:
GEVAAR
Geeft aan dat dit zal leiden tot lichamelijk letsel of zelfs levensgevaar als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
WAARSCHUWING
Geeft aan dat er een grote kans bestaat op lichamelijk letsel of zelfs levensgevaar als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
⚠️ VOORZICHTIG
Geeft aan dat er een kans bestaat op lichamelijk letsel of materiële schade als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
ATENTIE
Geeft aan dat er materiële schade kan ontstaan als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.
OPMERKING: Nuttige informatie. Raadpleeg bij problemen en vragen een officiële HONDA-buitenboordmotor-dealer.
WAARSCHUWING
HONDA-buitenboordmotoren zijn zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar zijn, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer de gebruikershandleiding alvorens de buitenboordmotor te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal.
- De afbeeldingen kunnen, afhankelijk van het type, enigszins afwijken.
Honda Motor Co., Ltd. 2016, Alle rechten voorbehouden
| Model BF4A BF5D BF6A | ||||||||||
| Type | SHIND SHNU | LHIND LHNU | SHIND SHNU | SHD SHU | LHIND LHNU | LHD LHU | SHIND SHNU | SHD SHU | LHIND LHNU | LHD LHU |
| Staartstuklengte S ● L ● | ● | ● | ● | |||||||
| ● | ● | ● | ● | |||||||
| Brandstoftank Interne brandstoftank ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | |
| D r a | a | g | b | a | r | c | b | r | a | n |
| Laadsysteem | * | * | * | ● | * | ● | * | ● | * | ● |
d
*: Optie
OPMERKING: Houd er rekening mee dat de uitvoering van de buitenboordmotor afhangt van het land waar deze verkocht wordt.
De BF4A/BF5D/BF6A kent de volgende uitvoeringen, afhankelijk van de staartstuklengte, het bedieningssysteem en het laadsysteem.
- Afhankelijk van de staartstuklengte
S: Kort staartstuk
L: Lang staartstuk - Afhankelijk van bedieningssysteem H: Uitvoering met stuurhendel
- Afhankelijk van laadsysteem
N: Zonder systeem
TYPECODE (voorbeeld)

Controleer het type buitenboordmotor en lees deze gebruikershandleiding aandachtig door alvorens de motor te gebruiken.
Teksten zonder type-aanduiding gelden voor alle types/uitvoeringen.

Noteer de serienummers van de motor als referentie. Geef serienummers door bij het bestellen van onderdelen, bij het stellen van technische vragen of het indienen van garantieclaims.
Het serienummer is ingeslagen op een plaatje aan de linkerkant van de rechter motorbeugel.
Het serienummer van de motor bevindt zich op het cilinderblok.
Framenummer:
Motornummer:
INHOUD
- VEILIGHEID 6
VEILIGHEIDSMAATREGELEN 6
- PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS 9
Plaats CE-merk 11
-
IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN ..... 12
-
BEDIENING 14
Handgreep van de repeteerstarter 14
Versnellingshendel 14
Brandstofklephendel 15
Hendelaanslag 16
Chokeknop 17
Handgreep gashendel 17
Frictieknop gashendel 17
Brandstofbalgpomp 18
Dodemansschakelaar 18
Dodemanskoord/clip 18
Controlelampje oliedruk 19
Kantelhendel 20
Anodemetaal 20
Frictiebout stuuruitslag 21
Pen kantelsteun 22
Ontluchtingsdop/brandstofmeter 22
Ontluchtingsknop 23
Klemschroeven 23
Brandstofinlaatdop en brandstofinlaat (BF5D en BF6A) 23
Koppeling brandstofleiding 24
- PLAATSEN 25
Spiegelhoogte 25
Locatie 25
Inbouwhoogte 26
Bevestiging van buitenboordmotor 27
Hoek van buitenboordmotor (varen) 27
Aansluiten accu 29
Accu-laadkabel ....30
- CONTROLE VOORAF 31
Verwijderen van de motorafdekkap ....31
Plaatsen van de motorafdekkap ....31
Motorolieniveau ....32
Brandstofniveau ....34 Benzine met alcohol ....36
Elektrolytniveau 37
Overige controles ....38
- MOTOR STARTEN 39
Carburateur ontsteken met benzine ....39
Brandstoftank en ontluchtingsdop ....40
Koppeling brandstofleiding ....41
Motor starten 43
Noodstart 48
Storingzoeken bij startproblemen ....53
INHOUD
- BEDIENING 54
Invaarprocedure 54
Schakelen 54
Sturen 55
Varen 56
Kantelen van de buitenboordmotor 57
Varen in ondiep water 60
Gebruik op grote hoogte 60
- MOTOR UITZETTEN 61
Motor uitzetten 61
- VERVOER 63
Verwijderen van de brandstofleiding (optionele apparatuur voor BF5D en BF6A) ...... 63
Vervoer 64
Traileren 67
- REINIGEN EN SPOELEN 68
Met waterslangkoppeling (optionele apparatuur) ... 68
Zonder waterslangkoppeling 69
- ONDERHOUD 70
Gereedschapset en reserveonderdelen 71
ONDERHOUDSSCHEMA 72
Verversen van de motorolie 74
Verversen van de smeerolie 76
Controle startkoord 77
Onderhoud bougie 78
Onderhoud accu 80
Smering 82
Controleren/vervangen brandstofffilter ....83
Brandstoftank en brandstofffilter reinigen (draagbare brandstoftank) 85
Zekering vervangen 86
Schroef en breekpen vervangen ....87
Service aan een gezonken buitenboordmotor .....88
- OPSLAG 90
Brandstof 90
Aftappen van de benzine ....90
Buitenboordmotoropslag 91
Opslag accu 92
Opslagpositie van de buitenboordmotor ....94
-
AFVOEREN 95
-
STORINGZOEKEN 96
-
SPECIFICATIES 98
-
ADRESSEN HONDA-IMPORTEURS .....102
-
"EC DECLARATION OF CONFORMITY" (EU-CONFORMITEITSVERKLARING) OVERZICHT ....105
-
INDEX 110
1. VEILIGHEID
VEILIGHEIDSMAATREGELEN Schenk voor uw eigen veiligheid en die van anderen bijzondere aandacht aan de volgende voorzorgsmaatregelen
Verantwoordelijkheid van de gebruiker

- De Honda buitenboordmotor is zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar is, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer de gebruikershandleiding alvorens de buitenboordmotor te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal.


- Benzine is schadelijk en kan zelfs dodelijk zijn bij inslikken. Houd de brandstoftank buiten bereik van kinderen.
- Benzine is uiterst brandbaar en kan onder bepaalde omstandigheden explosief zijn. Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met een uitgeschakelde motor.
-
Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof is opgeslagen.
-
Vul de brandstoftank niet te veel. Zorg ervoor na het tanken de brandstofvuldop goed te sluiten.
- Mors geen brandstof tijdens het tanken. Gemorste brandstof of brandstofdamp kan in brand vliegen. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor te starten.

Schakel naar de neutraalstand en dan naar de achteruitstand bij een laag motortoerental. Schakel niet plotseling op hoog motortoerental over op de achteruitstand.

Bewegende onderdelen kunnen u verwonden. Plaats de motorafdekkap na een noodstart. Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap.
- Zorg ervoor dat u weet hoe u de motor in een noodsituatie snel kunt uitschakelen.
Ken alle bedieningsmogelijkheden en weet hoe deze gebruikt moeten worden. - Gebruik geen zwaardere motor dan door de fabrikant van de boot is voorgeschreven en controleer de bevestiging van de buitenboordmotor.
- Laat de buitenboordmotor niet bedienen door iemand die niet op de hoogte is van de werking.
- Zet de motor onmiddellijk stil als er iemand overboord valt.
- Laat de motor niet lopen als de boot zich in de buurt bevindt van iemand in het water.
- Bevestig het koord van de dodemansschakelaar op de juiste wijze aan de bestuurder.
-
Bestudeer, voordat u de buitenboordmotor gaat gebruiken, eerst de wetten en regels die betrekking hebben op het gebruik van boot en motor.
-
Breng geen modificaties aan de motor aan.
- Draag altijd een zwemvest als u aan boord bent.
- Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap. Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken.
- Laat de beugels, veiligheidslabels, schilden, afdekplaten en veiligheidsvoorzieningen zitten; deze zijn gemonteerd voor uw eigen veiligheid.
Brandgevaar
Benzine is uiterst brandbaar en brandstofdampen kunnen exploderen. Ga uiterst zorgvuldig te werk met benzine. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
- Verwijder de draagbare brandstoftank van de boot om brandstof te tanken.
- Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met een uitgeschakelde motor. Rook niet en voorkom open vuur en vonken.
VEILIGHEID
- Mors geen brandstof. Doe de brandstoftank niet te vol (er mag zich geen brandstof in de vulpijp bevinden). Draai de tankdop na het vullen goed dicht. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor te starten.
De uitlaat kan erg heet worden en ook na het uitzetten van de motor nog enige tijd heet blijven. Aanraking met hete motoronderdelen kan brandwonden veroorzaken en kan ontbranding veroorzaken van bepaalde materialen.
- Voorkom aanraking van hete delen van motor en uitlaatsysteem.
- Laat de motor eerst afkoelen alvorens onderhoud te plegen of te vervoeren.
Gevaar van koolmonoxidevergiftiging
Het uitlaatgas bevat koolmonoxide, een kleur- en reukloos giftig gas. Het inademen ervan kan leiden tot bewusteloosheid en de dood.
- Als u de motor laat lopen in een afgesloten of gedeeltelijk afgesloten ruimte, kan de lucht vervuild raken met een gevaarlijke hoeveelheid uitlaatgas. Zorg voor voldoende ventilatie om te voorkomen dat uitlaatgassen zich ophopen.
2. PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS
Deze labels en veiligheidsstickers waarschuwen u voor mogelijke gevaren die ernstig letsel kunnen veroorzaken.
Lees de labels, veiligheidsaanwijzingen en voorzorgsmaatregelen zorgvuldig door.
Als een label loslaat of slecht leesbaar is, vraag uw Honda-dealer dan om een nieuw exemplaar.
(Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)

PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS
Plaats CE-merk
[Type U]

(1) Modelnaam
(2) Naam motorfamilie
(3) Jaarcode
(4) Vermogen
(5) Leeggewicht (massa) (met schroef)
(6) Land van productie
(7) Framenummer
(8) Naam en adres fabrikant
(9) Naam en adres van geautoriseerde vertegenwoordiger en importeur
(10)Identificatienummer van de erkende instelling
| Jaarcode G H J K L M | |||||
| Productiejaar 2016 2017 2018 2019 2020 2021 |
De naam en het adres van de fabrikant, de geautoriseerde vertegenwoordiger en de importeur zijn geschreven in "EU-conformiteitsverklaring" OVERZICHT van deze gebruikershandleiding.
3. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN

IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN

(Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)

4. BEDIENING
Handgreep van de repeteerstarter

Als u aan de handgreep van de repeteerstarter trekt, wordt de motor gestart. Zet voor het starten van de motor de schakelhendel in de VRIJSTAND.
OPMERKING:
Het "Neutraalstartsysteem" voorkomt dat aan het startkoord getrokken kan worden als de bedieningshendel niet in stand N (neutraal) staat.
Versnellingshendel

Gebruik de selectiehendel om de boot voor- of achteruit te laten varen of om de motor los te koppelen van de schroef.
De selectiehendel kan in drie standen gezet worden.
Er kan aan het startkoord getrokken worden om de motor te starten met de schakelhendel in de neutraalstand.

VOORUIT: De boot beweegt vooruit.
NEUTRAAL: De motor is losgekoppeld van de schroef. De boot beweegt niet.
ACHTERUIT: De boot vaart achteruit.
Brandstofklephendel
AAN (BF4A) of INTERNE BRANDSTOFTANKSTAND

De brandstofklep opent en sluit de doorgang tussen de interne brandstoftank en de carburateur.
De motor kan alleen draaien als de brandstofkraanhendel in de stand AAN staat.
Als de motor niet wordt gebruikt, laat de brandstofkraanhendel dan in de stand UIT staan om overstroming van de carburateur te voorkomen en de kans op brandstoflekkage te verkleinen.
(BF5D en BF6A)
De brandstofkraanhendel heeft een stand voor de interne brandstoftank en een stand voor de draagbare brandstoftank.
Bij gebruik van de interne brandstoftank draait u de brandstofkraanhendel naar de interne brandstoftankstand.
Bij aansluiting van de draagbare brandstoftank, wordt de brandstof afgesloten in de draagbare brandstoftankstand.
Bij gebruik van de draagbare brandstoftank draait u de brandstofkraanhendel helemaal naar de draagbare brandstoftankstand.
BEDIENING
(BF4A):
| HENDELSTAND FUNCTIE | ||
| AAN | De brandstof wordt aangeleverd uit de interne brandstoftank. | |
![]() | UIT | Brandstoftoevoer is afgesloten.Stel de brandstofkraanhendel in op de "UIT"-stand tijdens het vervoer of opslaan van de buitenboordmotor. |
(BF5D en BF6A):
| HENDELSTAND FUNCTIE | |||
| INTERNE BRANDSTOFTANK | De brandstof wordt aangeleverd uit de interne brandstoftank. | ||
![]() | DRAAGBARE BRANDSTOFTANK | • De brandstof wordt aangeleverd uit de draagbare brandstoftank.• Als de draagbare brandstoftank niet is aangesloten, wordt de brandstoftoevoer afgesloten.Stel de brandstofkraanhendel in op de stand "DRAAGBARE BRANDSTOFTANK" tijdens het vervoer of opslaan van de buitenboordmotor. | |
Hendelaanslag

De stuurhendel kan omlaag worden bewogen door de hendelaanslag te verdraaien.
Chokeknop

Als de motor koud is, trek dan aan de chokeknop om de motor gemakkelijk te laten aanslaan. Trek aan de chokeknop om de motor te voorzien van een rijk mengsel.
Handgreep gashendel


Draai de gashendel links- of rechtsom om het motortoerental te regelen. Door de gashendel in de richting van de pijl te draaien, neemt het motortoerental toe.
Frictieknop gashendel

De gasfrictieknop verstelt de weerstand van de gashendelrotatie. Draai de gasfrictieknop rechtsom om de frictie voor het vastzetten van een gasstand tijdens het varen te verhogen. Draai de gasfrictieknop linksom om de frictie te verlagen, zodat u de gashendel gemakkelijk kunt verdraaien.
BEDIENING
Brandstofbalgpomp
(Optionele apparatuur voor BF5D
en BF6A)

Er is een balgpomp in de brandstofslang opgenomen, die de draagbare brandstoftank op de buitenboordmotor aansluit.
Voordat u de buitenboordmotor in werking stelt, houdt u de balgpomp zodanig vast dat de uitlaat hoger is dan de inlaat, met het pijlteken omhoog gericht, en knijpt u in de balgpomp totdat deze stevig aanvoelt. Hierdoor wordt de motor voorzien van brandstof.
Dodemansschakelaar


Druk een keer op de dodemansschakelaar om de motor uit te schakelen.
Dodemanskoord/clip

Het dodemanskoord is bedoeld om de motor onmiddellijk uit te schakelen als de bestuurder overboord valt.
De motor stopt wanneer de clip aan het eind van het koord van de dodemansschakelaar wordt uitgetrokken.
Bevestig één uiteinde van het dodemanskoord aan de bestuurder voordat de buitenboordmotor gebruikt wordt.

WAARSCHUWING
Als het dodemanskoord niet bevestigd is, kan de boot onbestuurbaar worden, bijvoorbeeld als de bestuurder overboord valt en de buitenboordmotor niet meer kan bedienen.
Voor de veiligheid van bestuurder en passagiers moet de clip aan het ene eind van het dodemanskoord aan de motorstopschakelaar bevestigd worden. Bevestig het andere uiteinde van het koord op de juiste wijze aan de stuurman.

OPMERKING:
De motor zal alleen starten als de clip van het dodemanskoord bevestigd is aan de dodemansschakelaar. In de gereedschapset zit een reserveclip voor de motorstopschakelaar. Gebruik de reserveclip om de motor in een noodsituatie te kunnen starten als de oorspronkelijke clip niet meer aanwezig is, bijvoorbeeld omdat de bestuurder overboord gevallen is.
Controlelampje oliedruk


Als het motorolieniveau te laag is of het smeersysteem van de motor niet goed werkt, gaat het controlelampje oliedruk uit en zorgt het motorbeschermingssysteem dat het motortoerental wordt beperkt.
BEDIENING
Kantelhendel

Gebruik de kantelhendel om de buitenboordmotor tijdelijk te kantelen als de boot uitdrijft, afgemeerd wordt of stilgelegd wordt in ondiep water. Door de kantelhendel omhoog te trekken ontgrendelt de buitenboordmotor, zodat deze gekanteld kan worden. Door de kantelhendel naar beneden te bewegen, wordt de buitenboordmotor vergrendeld.
WAARSCHUWING
Laat de kantelhendel zakken en blokkeer de buitenboordmotor voor het varen. De buitenboordmotor kan omhoog kantelen bij het achteruit varen, hetgeen kan leiden tot verwondingen van de passagiers.
Anodemetaal

Anodemetaal is van opofferingsmetaal dat de buitenboordmotor tegen corrosie beschermt.
ATENTIE
Schilder het anodemetaal niet. Hierdoor vermindert de werking van het anodemetaal waardoor er corrosie kan ontstaan aan de motor.
Zo kan gecontroleerd worden of het koelwater op de juiste wijze door de motor stroomt.
Controleer na het starten in de controleopening of het koelwater op de juiste wijze door de motor stroomt.
Koelwaterinlaat

Het koelwater wordt via deze opening in de motor gezogen.
Hendel motorafdekkap

Vergrendel/ontgrendel de hendel van de motorafdekkap om de afdekkap te plaatsen/verwijderen.
Frictiebout stuuruitslag

Met de frictiebout kan de stuurweerstand worden afgesteld.
Draai de stuurfrictiebout naar rechts om de weerstand te verhogen om een vaste koers aan te houden bij het varen of om tegen te gaan dat de buitenboordmotor draait wanneer u de boot vervoert.
Draai de stuurfrictiebout linksom om de frictie te verminderen.
BEDIENING
Pen kantelsteun

Gebruik de afstelstang om de hoek van de buitenboordmotor met de spiegel goed af te stellen. De hoek van de buitenboordmotor kan in vijf standen afgesteld worden door de positie van de stang te wijzigen. (bladzijde 28)
Ontluchtingsdop/brandstofmeter (Draagbare brandstoftank) (Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)

De brandstofmeter geeft het niveau van de brandstof in de tank aan. Draai de ontluchtingsknop linksom om deze te openen, zodat de dop verwijderd kan worden om de tank te vullen.
Open de ventilatie door de ontluchtingsdop 2 of 3 keer helemaal linksom te draaien voordat u de motor start.
Draai de ontluchtingsknop rechtsom en sluit deze goed voordat de buitenboordmotor vervoerd of opgeslagen wordt.
De ventilatieschroef van de tankdop sluit de brandstoftank luchtdicht af.
Ontluchtingsknop
(Interne brandstoftank)

De ventilatieschroef van de tankdop sluit de brandstoftank luchtdicht af. Open de ontluchtingsknop 2 tot 3 omwentelingen linksom alvorens de buitenboordmotor te starten. Draai de ontluchtingsknop linksom om deze te openen, zodat de dop verwijderd kan worden om de tank te vullen. Draai de ontluchtingsknop rechtsom en sluit deze goed voordat de buitenboordmotor wordt vervoerd, gekanteld of opgeslagen.
Klemschroeven

Bevestig de motorbeugels met de ophangbeugels aan de spiegel.
Brandstofinlaatdop en brandstofinlaat (BF5D en BF6A)

Verwijder de brandstofinlaatdop en sluit de brandstofleidingkoppeling aan op de brandstofinlaat als u gebruik maakt van de draagbare brandstoftank. Installeer de brandstofinlaatdop altijd als de brandstofleidingkoppeling niet is aangesloten. Zorg dat de brandstofinlaatdop goed is bevestigd.
BEDIENING
Koppeling brandstofleiding (Draagbare brandstoftank) (Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)
KOPPELING
BRANDSTOFLEIDING

De brandstofleidingkoppeling wordt gebruikt om de brandstofleiding aan te sluiten tussen de afzonderlijke brandstoftank en de buitenboordmotor.
KOPPELING BRANDSTOFLEIDING

Een niet goed gemonteerde buitenboordmotor kan tot gevolg hebben dat deze in het water valt, dat de boot niet rechtuit kan varen, het motortoerental niet kan toenemen of dat veel brandstof verbruikt wordt.
Het wordt aanbevolen de motor door een Honda-buitenboordmotor-dealer te laten bevestigen.
Raadpleeg een officiële HONDA-dealer voor werking en montage van extra opties/uitrusting.
Geschikte boot
Zorg ervoor dat de boot en de motor goed op elkaar zijn afgestemd.
Motorvermogen:
BF4A: 2,9 kW (4 PS)
BF5D: 3,68 kW (5 PS) voor U-type 3,7 kW (5 PS) voor D-type
BF6A: 4,4 kW (6 PS)
Aanbevelingen voor het vermogen zijn op nagenoeg iedere boot vermeld.
WAARSCHUWING
Gebruik geen zwaardere motor dan door de fabrikant van de boot is voorgeschreven. Anders kan dat leiden tot schade en verwondingen.
Spiegelhoogte

| Type: T (Buitenboordmotorspiegelhoogte) |
| S: 434 mm |
| L: 561 mm |
Kies een buitenboordmotor die geschikt is voor de spiegelhoogte van uw boot.
Locatie

Plaats de buitenboordmotor op de spiegel, op de hartlijn van de boot.
PLAATSEN
Inbouwhoogte
Controleer de montagehoogte van de motor door naar de anti-ventilatieplaat te kijken. Zorg ervoor dat de motor uitgeschakeld is, dat de boot in het water ligt en dat deze op de juiste manier beladen is.

De anti-ventilatieplaat van de buitenboordmotor moet 0 - 50 mm onder de onderkant van de boot worden geplaatst.
De correcte afmetingen verschillen afhankelijk van het type van de boot en de vorm van de bodem van de boot. Houd u aan de door de fabrikant voorgeschreven montagehoogte.
Als de buitenboordmotor te laag is geïnstalleerd, zal de boot niet of moeilijk in plan komen, en de motor zal water gaan sproeien dat in de boot kan dringen. De boot zal neigen tot duiken, en de stabiliteit bij hoge snelheden wordt verminderd.
Als de buitenboordmotor te hoog gemonteerd is, zal de schroef geen stuwkracht hebben.
ATENTIE
Als de motor niet draait, moet het waterniveau tot ten minste 100 mm boven de anti-ventilatieplaat staan, omdat anders de waterpomp niet voldoende koelwater kan aanzuigen, waardoor oververhitting van de motor kan ontstaan.
Bevestiging van buitenboordmotor

Bevestig de ophangbeugel aan de spiegel en draai de klemschroeven vast.
ATENTIE
- Controleer tijdens het varen regelmatig of de klemschroeven nog vastzitten.
- Bind een touw door de opening in de ophangbeugel en bevestig het andere uiteinde van het touw aan de boot. Hiermee wordt voorkomen dat de buitenboordmotor per ongeluk verloren raakt.
Hoek van buitenboordmotor (varen)

Bevestig de buitenboordmotor in de meest gunstige trimhoek voor stabiel varen en maximaal vermogen. Trimhoek te groot: Onjuist, voorzijde boot gaat "malen". Trimhoek te klein: Onjuist, voorzijde boot gaat "duiken".
De trimhoek is afhankelijk van de combinatie van boot, buitenboordmotor en schroef, en de gebruiksomstandigheden.
PLAATSEN
Stel de motor zo af dat deze haaks op het wateroppervlak staat (de schroefas staat parallel aan de bodem van de boot).

De motor kan in vijf standen gezet worden.
- Druk de verstelstang van de spiegelhoek (1) in, draai hem naar boven (2) in de ontgrendelde stand en trek hem eruit.

- Steek de verstelstang van de spiegelhoek in de gewenste opening en draai hem naar beneden om hem te vergrendelen. Trek na het vergrendelen aan de verstelstang van de spiegelhoek en controleer of deze niet loskomt.
ATENTIE
Overtuig u ervan dat de pen vergrendeld is, om schade aan de buitenboordmotor en de boot te voorkomen.
Aansluiten accu
Gebruik een accu met een capaciteit van 12 V-28 Ah of meer.
De accu is een optioneel onderdeel (moet apart aangeschaft worden).
WAARSCHUWING
Accu's produceren explosieve gassen:
Als deze ontbranden, kan dit leiden tot verwondingen en blindheid.
Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laden.
- CHEMISCH GEVAAR: De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt). Aanraking met de huid of ogen veroorzaakt ernstige brandwonden. Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken. EERSTE HULP MAATREGELEN: Als er elektrolyt in uw ogen komt, spoel ze dan minstens 15 minuten grondig uit met handwarm water en bel onmiddellijk een dokter.
• GIFTIG: Elektrolyt is giftig. EERSTE HULP MAATREGELEN:
— Uitwendig: Spoel grondig met water.
- Inwendig: Drink veel water of melk. Drink daarna melk met magnesiumpoeder of plantaardige olie en bel een dokter.
• BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
Plaats de accu in de accubak en bevestig de accubak goed aan de romp van de boot.
Plaats de accubak zodanig dat deze niet kan omvallen tijdens het varen en niet blootgesteld is aan spatwater of direct zonlicht.

De accu-laadkabels aansluiten:
-
Sluit de kabel met de rode klembeschermer aan op de pluspool (+) van de accu.
-
Sluit de kabel met de zwarte klembeschermer aan op de negatieve (-) accupool.
ATENTIE
- Sluit de positieve (+) accukabel eerst aan. Neem bij het losnemen van de kabels eerst de negatieve (−) kabel los en daarna de positieve (+) kabel.
- Als de kabels niet goed op de klemmen zijn aangesloten, wordt de accu niet opgeladen.
- Voorkom het verwisselen van de polariteit omdat hierdoor het laadsysteem van de buitenboordmotor beschadigd kan raken.
- Neem de accukabels niet los als de motor draait. Het losnemen van de accukabels bij draaiende motor kan het elektrische systeem van de buitenboordmotor beschadigen.
- Plaats geen brandstoftank in de buurt van de accu.
Accu-laadkabel (Indien van toepassing).

De accu-laadkabel levert 12 volt, 6 amp voor het laden van de accu. Het laadcircuit wordt beschermd door een 15A-zekering die op de accu-laadkabel is aangesloten.
VOORZICHTIG
- Als de accupolen omgewisseld worden, zal dit leiden tot schade aan het laadsysteem en/of de accu.
- Als de gelijkstroomlaadkabel niet in gebruik is, houd deze dan droog en schoon door hem af te dekken met de isolatiedoek.
De 12 volt-uitgangsspanning van de buitenboordmotor mag alleen gebruikt worden voor het laden van de accu. Elektrische accessoires moeten aangesloten worden op de accu zoals aangegeven.
6. CONTROLE VOORAF
De BF4A/BF5D/BF6A zijn 4-takt, watergekoelde buitenboordmotoren die draaien op loodvrije benzine. De motor is voorzien van een gescheiden smeersysteem. Controleer het volgende alvorens de buitenboordmotor te gebruiken.
VOORZICHTIG
Voer de volgende controles uit met uitgeschakelde motor.
Kijk vóór elk gebruik rondom en onder de motor naar tekenen van olie- of benzinelekkage.
Verwijderen van de motorafdekkap

VERGRENDELING VAN DE MOTORAFDEKKAP
HANDGREEP REPETEERSTARTER

- Maak de vergrendeling van de motorafdekkap los en schuif de afdekkap naar voren om hem te verwijderen. Maak de haak van de motorafdekkap los zoals wordt afgebeeld. Verwijder de motorafdekkap terwijl u de handgreep van de repeteerstarter naar boven draait.
WAARSCHUWING
Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap.
Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken.
Plaatsen van de motorafdekkap
HANDGREEP REPETEERSTARTER

- Installeren door de motorafdekkap te laten zakken terwijl u de handgreep van de repeteerstarter omhoog draait. Breng de haak van de motorafdekkap aan zoals afgebeeld en maak de vergrendeling van de motorafdekkap vast.
CONTROLE VOORAF
Motorolieniveau
ATENTIE
- Motorolie is een belangrijke factor voor wat betreft motorvermogen en levensduur. Olie zonder reinigende additieven en olie van lage kwaliteit zijn ongeschikt vanwege hun matige smeereigenschappen.
- Als de motor met te weinig olie draait, kan dit leiden tot ernstige motorschade.
OPMERKING:
Om een onjuiste meting van het motorolieniveau te voorkomen moet het niveau pas gecontroleerd worden als de motor afgekoeld is.
Gebruik Honda-viertaktolie of een overeenkomstige kwaliteitsmotorolie met een groot vuilopnemend vermogen die voldoet aan de eisen van Amerikaanse autofabrikanten voor servicecategorie SG, SH of SJ of die overschrijdt. Buitenboordmotoroliën uit de categorie SG, SH of SJ zal aangegeven staan op de verpakking. SAE 10W-30 is voorgeschreven voor algemeen gebruik bij alle temperaturen.

- Plaats de buitenboordmotor verticaal en verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31).
- Verwijder de olievuldop/oliepeilstok en veeg deze met een schone doek af.
- Steek de peilstok in het olievulgat en schroef hem vast. Verwijder de peilstok.
Controleer het olieniveau op de peilstok.
Vul tot het bovenste niveauteken bij met de voorgeschreven olie als het peil zich nabij of onder het onderste merkteken bevindt. Draai de olicvuldop goed dicht.
CONTROLE VOORAF
Als de motorolie vervuild of verkleurd is, ververs dan de olie (zie bladzijde 72 en 74 voor verversingstermijn en -procedure).
Inhoud oliecarter: 0,55 L
- Installeer de motorafdekkap en vergrendel deze goed door de vergrendeling van de motorafdekkap omlaag te drukken (zie bladzijde 31).
ATENTIE
Vul niet te veel motorolie bij. Controleer het olieniveau na het vullen.
Als de motor met te veel of te weinig olie draait, kan dit leiden tot ernstige motorschade.
Bij het controleren van het oliepeil met de peilstok ziet u mogelijk dat de motorolie melkachtig is of het oliepeil hoger is. Ververs in dat geval de motorolie. Zie de volgende tabel voor een verklaring van deze omstandigheden.
| Werkmethode Resultaat Effect | ||
| De motor met een lager toerental dan 3000 tpm laten draaien gedurende 30% van de tijd, waardoor de motor niet opwarmt. | Water condenseert in de motor en wordt met de olie gemengd waardoor de olie een melkachtige verschijning krijgt.Onverbrande brandstof vermengt zich met de olie, waardoor het olievolume toeneemt. | De motorolie verslechtert, wordt minder efficiënt en veroorzaakt een onjuiste werking van de motor. |
| Frequent starten en stoppen zonder de motor op te laten warmen. | ||
CONTROLE VOORAF
Brandstofniveau (Interne brandstoftank)
BRANDSTOFVULDOP

Open de ontluchtingsknop van de brandstoftankdop (zie bladzijde 23). Verwijder de tankdop en controleer het brandstofniveau. Vul de tank bij als deze bijna leeg is.
OPMERKING:
Open de ontluchtingsknop voor het verwijderen van de brandstoftankdop. Wanneer de ontluchtingsknop is gesloten dan is het verwijderen van de brandstoftankdop moeilijk.
Zorg dat u de brandstofvuldop na het tanken stevig vastdraait en sluit de ontluchtingsdop goed.
Gebruik loodvrije autobenzine met een octaangehalte van 91 RON of hoger (PON 86 of hoger). Het gebruik van loodhoudende benzine kan schade aan de motor veroorzaken.
Gebruik nooit benzine die oud is, vervuild is of is gecombineerd met olie. Voorkom dat er vuil, stof of water in de tank komt.
INHOUD BRANDSTOFTANK: 1,5 L
WAARSCHUWING
- Benzine is uiterst brandbaar en kan onder bepaalde omstandigheden explosief zijn.
- Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met een uitgeschakelde motor.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof is opgeslagen.
- Doe niet te veel benzine in de tank (er mag geen benzine in de vulopening staan). Zorg ervoor na het tanken de tankdop goed te sluiten.
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof of brandstofdamp kan in brand vliegen. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor te starten.
• Voorkom herhaaldelijk of langdurig contact van brandstof met de huid en het inademen van benzinedampen.
• BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
Brandstofniveau (Draagbare brandstoftank) (Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)
BRANDSTOFVULDOP
ONTLUCHTINGSDOP

BRANDSTOFVULDOP
Open de ontluchtingsknop van de brandstoftankdop (zie bladzijde 22). Controleer de brandstofmeter en vul de brandstoftank indien nodig bij.
OPMERKING:
Open de ontluchtingsknop voor het verwijderen van de brandstoftankdop. Wanneer de ontluchtingsknop is gesloten dan is het verwijderen van de brandstoftankdop moeilijk.
Zorg dat u de brandstofvuldop na het tanken stevig vastdraait en sluit de ontluchtingsdop goed.
Gebruik loodvrije benzine met een octaangetal van 91 of hoger (een pomp-octaangetal van 86 of hoger). Het gebruik van loodhoudende benzine kan schade aan de motor veroorzaken.
Gebruik nooit benzine die oud is, vervuild is of is gecombineerd met olie. Voorkom dat er vuil, stof of water in de tank komt.
INHOUD BRANDSTOFTANK: 12 L
BRANDSTOFMETER

- Benzine is uiterst brandbaar en kan onder bepaalde omstandigheden explosief zijn.
- Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met een uitgeschakelde motor.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof is opgeslagen.
- Doe niet te veel benzine in de tank (er mag geen benzine in de vulopening staan). Zorg ervoor na het tanken de tankdop goed te sluiten.
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof of brandstofdamp kan in brand vliegen. Verwijder gemorste brandstof alvorens de motor te starten.
- Voorkom herhaaldelijk of langdurig contact van brandstof met de huid en het inademen van benzinedampen.
• BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
CONTROLE VOORAF
Benzine met alcohol
Als er benzine met alcohol wordt gebruikt, controleer dan of het octaangetal minimaal zo hoog is als voorgeschreven door Honda. De benzine kan gemengd zijn met 2 soorten alcohol: ethanol of methanol. Gebruik geen benzine met meer dan 10% ethanol. Gebruik geen benzine die meer dan 5% methanol bevat of geen oplos- en conserveringsmiddelen voor methanol bevat.
OPMERKING:
- Schade aan het brandstofsysteem en slechte prestaties ten gevolge van het gebruik van benzine die meer dan de aanbevolen hoeveelheid alcohol bevat, valt niet onder de garantie.
- Probeer, alvorens brandstof bij een onbekende leverancier aan te schaffen, er achter te komen of de brandstof alcohol bevat en zo ja, het soort en de hoeveelheid. Als u bij het gebruik van bepaalde benzine ongewenste symptomen in bedrijf opmerkt, schakel dan over op een soort benzine waarvan u weet dat deze minder dan de aanbevolen hoeveelheid alcohol bevat.
CONTROLE VOORAF
Elektrolytniveau

ATENTIE
Controles en onderhoud kunnen per type accu verschillen. Het kan zijn dat onderstaande aanwijzingen niet van toepassing zijn op het type accu dat u voor uw buitenboordmotor heeft aangeschaft. Raadpleeg de instructies van de fabrikant van de accu.
Controleer of de vloeistof in de accu tussen het hoogste en laagste niveaustreepje staat en controleer de ventilatiegaatjes op verstopping.
Als het vloeistofniveau bij of onder het merkteken voor laag niveau staat, vul dan gedestilleerd water bij tot aan het merkteken voor hoog niveau.
WAARSCHUWING
Accu's produceren explosieve gassen: Als deze ontbranden, kan dit leiden tot verwondingen en blindheid. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laden.
- CHEMISCH GEVAAR: De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt). Aanraking met de huid of ogen veroorzaakt ernstige brandwonden. Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken. EERSTE HULP MAATREGELEN: Als er elektrolyt in uw ogen komt, spoel ze dan minstens 15 minuten grondig uit met handwarm water en bel onmiddellijk een dokter.
• GIFTIG: Elektrolyt is giftig. EERSTE HULP MAATREGELEN:
— Uitwendig: Spoel grondig met water.
— Inwendig: Drink veel water of melk. Drink daarna melk met magnesiumpoeder of plantaardige olie en bel een dokter.
• BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
CONTROLE VOORAF
Overige controles


(5) GEREEDSCHAPSSET (pagina 71)
Controleer de volgende zaken:
(1) De schroef en de splitpen op beschadiging en loszitten.
(2) (Optioncle apparatuur voor BF5D en BF6A) De brandstofleiding op knikken, dichtzitten of losse aansluitingen.
(3) De stuurhendel op beschadiging en op een juiste werking.
(4) De ophangbeugel op beschadiging en loszitten.
(5) De gereedschapsset op ontbrekende reserve-onderdelen en gereedschappen. (bladzijde 71)
(6) De anode op beschadiging, loszitten en overmatige corrosie.
Anodemetaal beschermt de buitenboordmotor tegen beschadiging door corrosie; deze moet tijdens het gebruik van de buitenboordmotor in direct contact met het water zijn. Vervang de anodes wanneer deze geslonken zijn tot ongeveer tweederde van de oorspronkelijke grootte, of als ze afbrokkelen.
ATENTIE
Als anodemetaal geschilderd wordt of niet meer aanwezig is, zal er corrosie ontstaan aan de motor.
Onderdelen/materialen die aan boord aanwezig moeten zijn:
- Instructieboekje
• Gereedschapset - Reservebougies, motorolie, schroef, breekpen en splitpen.
- Informatie betreffende wetten en regels.
7. MOTOR STARTEN
Carburateur ontsteken met benzine (Bij het gebruik van de interne brandstoftank)
Wanneer u de motor na aankoop van de buitenboordmotor voor het eerst start of wanneer u de motor na het aftappen van de benzine voor het eerst start, trekt u 10 keer aan de handgreep van de repeteerstarter zonder de dodemansschakelaarclip te bevestigen om de carburateur met benzine te vullen.
OPMERKING:
Als de brandstof niet wordt gevuld tot het bovenste peil van de interne brandstoftank, dan wordt er mogelijk niet voldoende brandstof in de carburateur geladen.

- Vul brandstof bij tot het bovenste niveau van de interne brandstoftank.
- Open de interne ontluchtingsdop 2 tot 3 slagen linksom.

BRANDSTOFHENDEL

- Verdraai de brandstofkraanhendel naar de AAN-stand (BF4A) of de interne brandstoftankstand (BF5D en BF6A).


- Zet de schakelhendel in stand N. U kunt de starter alleen bedienen als de schakelhendel in stand N (neutraal) staat.
MOTOR STARTEN

HANDGREEP REPETEERSTARTER
- Trek ongeveer 10 keer aan het startkoord.
ATENTIE
- Laat de handgreep van de repeteerstarter niet terugschieten. Leid de handgreep terug om schade aan het startmechanisme te voorkomen.
Brandstoftank en ontluchtingsdop (Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A) [Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank]

De brandstoftank dient goed vastgezet te zijn in de boot. Hiermee wordt voorkomen dat schade ontstaat doordat de tank kan bewegen. De brandstoftank moet op een goed geventileerde plaats gezet worden om de kans op dampophoping te voorkomen. Voorkom dat de tank aan direct zonlicht wordt blootgesteld. Vanwege de capaciteit van de brandstofpomp mag de brandstoftank niet meer dan 2 meter van de motor verwijderd zijn en zich niet lager dan 1 meter beneden de aansluiting van de brandstofslang bevinden.
- Verdraai de ontluchtingsdoppen aan de interne en draagbare kant 2 of 3 keer helemaal linksom om de ventilatie te openen. Laat de luchtdruk in de tank gelijk worden aan de buitenluchtdruk. Als de ontluchtingsdop open is, kan de lucht in de tank stromen om de ruimte op te vullen die vrijkomt als brandstof verbruikt wordt.
- Verwijder de brandstofvuldop en inspecteer de toestand van de dop en de pakking. Vervang de dop of de pakking als deze gescheurd of beschadigd is of lekkage vertoont.
Koppeling brandstofleiding (Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A) [Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank]
KOPPELING BRANDSTOFLEIDING

Controleer de brandstofleiding en de O-ringen in de aansluitingen. Vervang de brandstofleiding of de aansluitingen als ze gescheurd of beschadigd zijn of lekkage vertonen. Controleer of de leiding niet geknikt is.
- Sluit de koppeling van de brandstofleiding aan op de brandstoftank. Controleer of de koppeling van de brandstofleiding goed op zijn plaats klikt.
MOTOR STARTEN

- Verwijder de brandstofinlaatdop.
- Sluit de brandstofleidingkoppeling aan op de buitenboordmotor met de clip naar de stuurboordzijde (zoals afgebeeld).
Controleer of de koppeling van de brandstofleiding goed op zijn plaats klikt.
Wanneer u van plan bent de buitenboordmotor op te slaan, te kantelen of te vervoeren, moet u de brandstofleiding altijd ontkoppelen en de brandstofinlaatdop plaatsen.
- Verdraai de brandstofkraanhendel naar de draagbare brandstoftankstand (zie bladzijde 15).
ATENTIE
Als de brandstofleidingkoppeling aan de kant van de buitenboordmotor met kracht wordt gemonteerd in de verkeerde richting, kan de O-ring in de aansluiting beschadigd raken. Een beschadigde O-ring kan brandstoflekkage tot gevolg hebben.

- Houd de balgpomp zo dat de uitlaat hoger is dan de inlaatzijde. De pijl op de balgpomp moet naar boven wijzen. Knijp de balgpomp een aantal keer in tot de balg hard aanvoelt. Dit geeft aan dat de carburateur gevuld is. Controleer op brandstoflekkage en repareer eventuele lekkages voordat de motor gestart wordt.
ATENTIE
Raak de balgpomp niet aan als de motor draait of als de motor gekanteld wordt.
Er kan dan te veel brandstof in de carburateur stromen.
Motor starten
WAARSCHUWING
De uitlaatgassen bevatten onder andere het giftige koolmonoxide; inademing hiervan kan leiden tot bewusteloosheid en kan zelfs dodelijk zijn.
Laat de buitenboordmotor nooit draaien in een afgesloten ruimte.
ATENTIE
De schroef en koelwaterinlaat moeten zich onder water bevinden. Wanneer u de motor niet in het water laat draaien, kan de waterpomp beschadigd worden en de motor oververhit raken.
(Bij het gebruik van de interne brandstoftank)
Pomp benzine in de carburateur. Wanneer u de motor na aankoop van de buitenboordmotor voor het eerst start of wanneer u de motor na het aftappen van de benzine voor het eerst start (zie bladzijde 39).
(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank)
Sluit de brandstofleiding aan (zie bladzijdc 40).



- Bevestig de clip aan het uiteinde van het dodemanskoord aan de dodemansschakelaar. Bevestig het andere uiteinde van het koord op de juiste wijze aan de stuurman.
WAARSCHUWING
Als de bestuurder van de boot het dodemanskoord niet vastmaakt en om welke reden dan ook uit de boot valt of van zijn of haar zitplaats schiet, kan de ongecontroleerde boot de bestuurder, passagiers en omstanders ernstig verwonden. Bevestig daarom altijd het dodemanskoord voordat de motor gestart wordt.
OPMERKING:
- De motor kan alleen gestart worden als de clip dodemansschakelaar bevestigd is aan de dodemansschakelaar.
- In de gereedschapset zit een reserveclip voor de motorstopschakelaar. Gebruik de reserveclip om de motor in een noodsituatie te kunnen starten als de oorspronkelijke clip niet meer aanwezig is, bijvoorbeeld omdat de bestuurder overboord gevallen is.
MOTOR STARTEN
(Interne brandstoftank)

(Draagbare brandstoftank)
BRANDSTOFVULDOP
ONTLUCHTINGSDOP

- (Bij het gebruik van de interne brandstoftank)
Open de ontluchtingsdop 2 tot
3 slagen linksom.
(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank)
Verdraai de ontluchtingsdoppen aan de interne en draagbare kant
2 of 3 keer helemaal linksom om de ventilatie te openen.
VOORZICHTIG
Open de ontluchtingsdop altijd wanneer u gebruik maakt van de draagbare brandstoftank.
AAN (BF4A) of
INTERNE BRANDSTOFTANKSTAND

(BF4A)

(BF5D en BF6A)

INTERNE
BRANDSTOFTANKSTAND
- (Bij het gebruik van de interne brandstoftank)
Verdraai de brandstofkraanhendel naar de AAN-stand (BF4A) of de interne brandstoftankstand (BF5D en BF6A).
(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank)
Verdraai de brandstofkraanhendel naar de draagbare brandstoftankstand.
MOTOR STARTEN


- Zet de schakelhendel in stand N. U kunt de repeteerstarter alleen bedienen als de schakelhendel in stand N (neutraal) staat.


- Zet het "merkteken op de handgreep van de gashendel in lijn met het uiteinde van het merkteken "▶" op de hendel.

- Trek de chokeknop in de stand AAN als de buitentemperatuur laag is of als de motor koud is. (Hierdoor wordt de motor voorzien van een rijk mengsel.)
MOTOR STARTEN

- Trek licht aan de handgreep van de repeteerstarter tot een weerstand voelbaar is; geef dan een flinke ruk aan de handgreep in de richting van de pijl zoals hierboven te zien is.
ATENTIE
- Laat de handgreep van de repeteerstarter niet terugschieten. Leid de handgreep terug om schade aan het startmechanisme te voorkomen.
- Trek niet aan het startkoord terwijl de motor loopt. Hierdoor kan het startmechanisme beschadigd raken.
OPMERKING:
- Het "Neutraalstartsysteem" voorkomt dat aan het startkoord getrokken kan worden als de bedieningshendel niet in stand N (neutraal) staat.
- Controleer de clip van de dodemansschakelaar als de motor niet gestart kan worden.

- Controleer nadat de motor is gestart of het controlelampje voor de motoroiedruk brandt. Als het controlelampje niet gaat branden, schakel de motor dan uit en voer de volgende controles uit.
1) Is de hoeveelheid olic normaal?
2) Als de hoeveelheid olie correct is, maar het indicaticlampje niet brandt, laat u de buitenboordmotor controleren door de winkel waar u hem gekocht hebt.

- Controleer na het starten of er koelwater uit de controleopening stroomt. De hoeveelheid water die uit de controleopening stroomt kan variëren door de werking van de thermostaat, maar dit is normaal.
ATENTIE
Zet de motor stil als er geen water uit stroomt of als er stoom uit komt. Controleer of de koelwaterinlaat verstopt is
en verwijder de vervuiling indien aanwezig. Controleer de controleopening van het koelwater op verstopping. Als er nog steeds geen water uit stroomt, laat uw buitenboordmotor dan controleren door uw officiële HONDA buitenboordmotoren-dealer. Gebruik de buitenboordmotor niet zolang het probleem niet verholpen is.
- Als de chokeknop werd gebruikt om de motor te starten, druk deze dan geleidelijk in zodra de motor warm wordt.
MOTOR STARTEN
Noodstart
Als de repeteerstarter om wat voor reden dan ook niet goed werkt, kan de motor gestart worden met behulp van het noodstartkoord dat bij de buitenboordmotor werd geleverd.


- Zet de schakelhendel in stand N (neutraal).
WAARSCHUWING
Het "Neutraalstartsysteem" werkt niet bij een noodstart. Controleer of de schakelhendel in stand N (vrijstand) gezet is als de motor in een noodsituatie gestart moet worden. Plotseling onverwacht wegvaren kan leiden tot ernstige verwondingen of zelfs de dood.
- Verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31).

- Maak de gasklepkabels los uit de afdekkingshaak.
AFDEKKINGSHAKEN

- Maak de neutrale startkabel los uit de afdekkingsshaken.

- Ontkoppel de neutrale startkabel uit de repeteerbehuizing.
MOTOR STARTEN

- Verwijder de twee 6 mm-dopmoeren, de twee sluitringen, de twee 6 mm-flensbouten en de twee sluitringen. Verwijder de repeteerkast.
OPMERKING:
Raak de bouten, moeren en sluitringen niet kwijt.

- Monteer de 6 mm-flensbouten en draai ze met de hand aan.
- Breng de gasklepkabels in de kabelhaak aan.

- Breng de neutrale startkabel in de haak onder de behuizing aan.
MOTOR STARTEN

- Controleer of de schakelhendel in de N-stand (neutraal) staat.
WAARSCHUWING
Controleer of de schakelhendel in stand N (neutraal) gezet is als de motor in een noodsituatie gestart moet worden. Plotseling onverwacht wegvaren kan leiden tot ernstige verwondingen of zelfs de dood.

ATENTIE
De schroef en koelwaterinlaat moeten zich onder water bevinden. Wanneer u de motor niet in het water laat draaien, kan de waterpomp beschadigd worden en de motor oververhit raken.
11.Koppel de clip van het dodemanskoord aan de dodemansschakelaar.
Bevestig het andere uiteinde van het koord op de juiste wijze aan de stuurman.
MOTOR STARTEN

- Trek de chokeknop in de stand AAN als de buitentemperatuur laag is of als de motor koud is. (Hierdoor wordt de motor voorzien van een rijk mengsel.)

HANDGREEP GASHENDEL

- Zet het merkteken " op de handgreep van de gashendel in lijn met het uiteinde van het merkteken " op de hendel.

- Leg het geknoopte uiteinde van het startkoord in de uitsparing van de starterpoelie en wikkel het startkoord rechtsom om de starterpoelie.
- Trek licht aan het startkoord tot een weerstand voelbaar is; geef er dan een flinke ruk aan.
MOTOR STARTEN
- Als de chokeknop naar de AAN-stand uitgetrokken was om de motor te starten, druk deze dan langzaam in tot de uitgangspositie en beweeg de handgreep van de gashendel in de richting "SLOW" tot de stand waarin de motor nog net niet afslaat.
WAARSCHUWING
Raak de bewegende delen niet aan.
- Breng de motorafdekkap weer aan (zie bladzijde 31). (Breng de afdekking van het vliegwiel nog niet aan.)
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het plaatsen van de motorafdekkap. Het vliegwiel draait. Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap. Vrijdraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken en het startkoord kan schade aan de motor veroorzaken.
- Bevestig het dodemanskoord op de juiste manier aan de bestuurder en vaar naar de dichtstbijzijnde aanlegplaats.
19.Neem, wanneer u bij de dichtste aanmeerplaats bent, contact op met een erkende Honda-buitenboordmotordealer en doe het volgende.
- Laat het startsysteem en het elektrisch systeem controleren.
- Laat uw dealer de onderdelen monteren die bij de noodstartprocedure zijn verwijderd.
MOTOR STARTEN
Storingzoeken bij startproblemen
| SYMPTOOM MOGELIJKE | OORZAAK OPLOSSING | |
| De motor start niet. | De handgreep van de repeteerstarter kan niet worden uitgetrokken om de motor te starten. | Zet de schakelhendel in stand N.(bladzijde 45) |
| Clip dodemansschakelaar is niet bevestigd. | Bevestig de clip dodemansschakelaar in de motorstopschakelaar.(bladzijde 43) | |
| Ontluchtingsknop brandstoftankdop niet open. Open ontluchtingsknop brandstoftankdop.(bladzijde 44) | ||
| De brandstofkraanhendel is niet naar de juiste stand gedraaid. | Zet de brandstofkraanhendel in de juiste stand.(bladzijde 15) | |
| Balgpomp niet bediend.(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank) | Knijp in de balgpomp om brandstof toe te voeren.(bladzijde 42) | |
| Motor verzopen. Maak bougie schoon en droog. (bladzijde 78) | ||
| Geen vonken uit de bougie. | Plaats de bougiedop goed. (bladzijde 79) | |
| Brandstof bereikt de carburateur niet. Draai de aflapschroef van de carburateur los om te zien of er brandstof in de vlotterkamers is.(bladzijde 90) | ||
| Geen benzine. | Vul benzine bij. (bladzijde 34, 35) | |
8. BEDIENING
Invaarprocedure
Tijdens de invaarperiode kunnen de bewegende onderdelen van de motor op elkaar inlopen, hetgeen een positieve invloed heeft op de prestaties en de levensduur van de motor. Laat uw nieuwe buitenboordmotor als volgt inlopen.
- De eerste 15 minuten: Laat de buitenboordmotor op trawlsnelheid draaien. Geef een minimale hoeveelheid gas om een veilige trawlsnelheid in te stellen.
- De volgende 45 minuten: Laat de buitenboordmotor draaien met een maximale gasklepopening van 10% tot 30%.
- De volgende 60 minuten: Laat de buitenboordmotor draaien met een maximale gasklepopening van 50 tot 80%. Korte perioden volgas zijn toegestaan, maar vaar niet continu volgas.
- De volgende 8 uur: Vermijd langdurig volgas varen (gasklep 100% geopend). Vaar niet langer dan 5 minuten achter elkaar volgas.
Schakelen

De keuzehendel heeft drie mogelijke standen:
VOORUIT, VRIJSTAND (N) en ACHTERUIT.
Een controlelampje in de voet komt overeen met de afbeelding op de voet van de schakelhendel.
Draai de handgreep van de gashendel naar stand LANGZAAM voordat de schakelhendel bewogen wordt.

OPMERKING:
Draai de gashendel niet in de SNELLE richting naar de ACHTERUIT- en NEUTRAALstand.


ATENTIE
Neem bij het achteruit varen de nodige voorzichtigheid in acht om te voorkomen dat de schroef onder water iets raakt.
Sturen

De boot beweegt de spiegel in de tegengestelde richting van de richting waarin wordt gestuurd. Beweeg de stuurhendel naar rechts om een bocht naar links te kunnen maken. Beweeg de stuurhendel naar links om een bocht naar rechts te kunnen maken.

FRICTIEBOUT STUURUITSLAG
Stel de frictiebout van de stuuruitslag zo af dat een lichte weerstand gevoeld wordt bij het verdraaien, hierdoor zal het sturen geleidelijker gaan.
BEDIENING
Varen

- Als de schakelhendel in stand VOORUIT staat, moet de handgreep van de gashendel in de richting SNEL gedraaid worden om de snelheid te laten toenemen.
- Open het gas voor ongeveer 3/4 voor normaal varen.
Om de gashendel vast te zetten in een bepaalde stand moet de frictieknop rechtsom gedraaid worden. Om de gashendel los te zetten zodat deze handmatig geregeld kan worden moet de gasfrictieknop linksom gedraaid worden.
VOORZICHTIG
- Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap.
Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken; water kan schade aan de motor veroorzaken.
- Controleer of de kantelhendel in de vaarstand staat.
OPMERKING:
Passagiers en uitrusting dienen gelijkmatig over de boot verdeeld te worden voor de beste prestaties.
Kantelen van de buitenboordmotor
Kantel de buitenboordmotor om te voorkomen dat de schroef en het staartstuk de bodem raken als de boot afgemeerd wordt of stilgelegd in ondiep water.
- Beweeg de schakelhendel naar stand N en zet de motor uit. (zie pagina 14).
- Verdraai de brandstofkraanhendel naar de uit-stand (BF4A) of de draagbare brandstoftankstand (BF5D en BF6A) (zie bladzijde 15).
- Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 23).
- Als u een draagbare brandstoftank gebruikt, sluit u de interne ventilatie en de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22, 23), de brandstofleiding te ontkoppelen van de buitenboordmotor en de brandstofinlaatdop te installeren (zie bladzijde 23).

SCHAKELHENDEL

GREEP

Gebruik de handgreep van de kantelhendel niet om de buitenboordmotor aan op te tillen.
OPMERKING:
Laat de buitenboordmotor voor het kantelen een minuut na het stopzetten van de motor in de draaistand staan om het water uit de binnenkant van de motor af te laten voeren.
Zet de motor stop en ontkoppel de brandstofleiding van de buitenboordmotor voordat u de buitenboordmotor kantelt.
BEDIENING

58° (bij het aanmeren) 34°


18° (bij varen in ondiep water)
KANTELHENDEL

-
Zet de kantelhendel in de kantelstand en breng de buitenboordmotor omhoog naar een van de kantelstanden 18°, 34° en 58°.
-
Om de buitenboordmotor weer in de normale gebruiksstand te zetten, moet de kantelhendel vrij worden gezet en moet de buitenboordmotor een beetje gekanteld worden om deze langzaam te kunnen laten zakken.
VOORZICHTIG
- Controleer na het starten of er koelwater uit de controleopening stroomt.
- Als de buitenboordmotor gekanteld is, vaar dan met lage snelheid.
• Vaar nooit achteruit als de buitenboordmotor gekanteld is. De buitenboordmotor zal omhoog komen, zodat een ongeval kan ontstaan.

ATENTIE
Wees bijzonder voorzichtig bij het afmeren van de boot. Voorkom beschadiging van de buitenboordmotor, in het bijzonder als deze gekanteld is. Laat de buitenboordmotor niet tegen de steiger of tegen andere boten aan komen.
OPMERKING:
Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien. Als u van plan bent de buitenboordmotor op te slaan.
Deze buitenboordmotor is voorzien van een toerenbegrenzer die in werking treedt zodra het motortoerental te hoog wordt. De toerenbegrenzer kan in werking treden als de buitenboordmotor te ver gekanteld wordt of als de schroef boven het water komt, bijvoorbeeld in een scherpe bocht.
Als de toerenbegrenzer in werking treedt:
-
Draai de gashendel onmiddellijk terug en controleer de trimhoek.
-
Zet de motor uit als de trimhock in orde is, maar de toerenbegrenzer geactiveerd blijft. Controleer of de juiste schroef is gemonteerd en of deze niet beschadigd is. Verhelp het probleem of neem contact op met een officiële HONDA Marine-dealer.
BEDIENING
Varen in ondiep water
Kantel de buitenboordmotor bij het varen in ondiep water om te voorkomen dat schroef en het staartstuk de bodem raken. Zie "Kantelen van de buitenboordmotor" (bladzijde 57) voor de te volgen procedure.
ATENTIE
- Controleer of er koelwater uit de controleopening stroomt.
- Als de buitenboordmotor gekanteld is, vaar dan met lage snelheid.
Gebruik op grote hoogte
Op grote hoogte is het standaard lucht/brandstofmengsel te rijk. Hierdoor neemt het vermogen af en neemt het brandstofverbruik toe. Door een erg rijk mengsel ontstaan er aanslag op de bougie en wordt het starten moeilijker.
De werking op grote hoogte kan verbeterd worden door bepaalde aanpassingen aan de carburateur. Als de buitenboordmotor permanent op grote hoogte (hoger dan 1500 m) gebruikt wordt, laat de carburateur dan aanpassen door uw Honda-dealer.
Zelfs met een optimale sproeierbezetting neemt het motorvermogen elke 300 m hoger met 3,5% af. Als de carburateur niet aangepast wordt, zal het vermogen nog meer afnemen.
ATENTIE
Wanneer de carburateur aangepast is voor gebruik op grotere hoogtes zal het lucht/brandstofmengsel te arm zijn voor het gebruik in lager gelegen gebieden.
Bij gebruik op hoogtes beneden 1500 meter met een aangepaste carburateurafstelling kan de motor oververhit raken en ernstige motorschade het gevolg zijn. Laat uw Honda-dealer de carburateur terugstellen naar de fabrieksinstellingen wanneer u op lagere hoogtes gaat varen.
9. MOTOR UITZETTEN
Motor uitzetten

- In een noodsituatie;
Trek de clip uit de dodemansschakelaar door aan het koord te trekken.
OPMERKING:
Schakel de motor regelmatig via de dodemansschakelaar uit om er zeker van te zijn dat de dodemansschakelaar goed werkt.




- Bij normaal gebruik;
- Draai de handgreep van de gashendel naar stand LANGZAAM en beweeg de schakelhendel naar stand N.
MOTOR UITZETTEN

- Druk een keer op de dodemansschakelaar om de motor uit te schakelen.
OPMERKING:
Als de motor enige tijd volgas gedraaid heeft, laat deze dan afkoelen door enkele minuten stationair te draaien.
OPMERKING:
Als de motor niet stopt als de motorstopschakelaar ingedrukt wordt, trek dan de clip uit de dodemansschakelaar door aan het koord te trekken. Als de motor dan nog niet stopt, trek dan aan de chokeknop om de motor uit te schakelen.
-
Verwijder het koord van de dodemansschakelaar en berg dit op.
-
Als u de interne brandstoftank gebruikt, draait u de brandstofkraanhendel in de OFF-stand (BF4A) of de stand voor de draagbare brandstoftank (BF5D en BF6A) (zie bladzijde 15) en sluit u de interne ventilatie van de brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 23). Als u van plan bent de buitenboordmotor op te slaan, te kantelen of te transporteren.
Als u een draagbare brandstoftank gebruikt en van plan bent de
buitenboordmotor op te slaan, te kantelen of te vervoeren, dan sluit u de interne ventilatie en de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22, 23), de brandstofleiding te ontkoppelen en de brandstofinlaatdop te installeren.
Voordat u de buitenboordmotor vervoert:
Als u de interne brandstoftank gebruikt, draait u de brandstofkraanhendel in de OFF-stand (BF4A) of de stand voor de draagbare brandstoftank (BF5D en BF6A) (zie bladzijde 15) en sluit u de interne ventilatie van de brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 23). Als u een draagbare brandstoftank gebruikt, sluit u de interne ventilatie en de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22, 23), de brandstofleiding in de volgende procedure te ontkoppelen en de brandstofinlaatdop te installeren.
Zorg dat de brandstofinlaatdop goed is bevestigd.
OPMERKING:
Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien. Als u van plan bent de buitenboordmotor op te slaan, te kantelen of te transporteren.
WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en brandstofdamp kan exploderen waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof of brandstofdamp kan in brand vliegen. Verwijder gemorste brandstof alvorens de buitenboordmotor op te slaan of te vervoeren.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof wordt afgetapt of opgeslagen.
ATENTIE
Trek bij koud weer de buitenboordmotor uit het water, verwijder de dodemansschakelaarclip en trek enkele malen aan het startkoord om het water volledig uit de motor te verwijderen om bij kouder weer te voorkomen dat zich in de waterpomp ijs vormt.
Verwijderen van de brandstofleiding (optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)
KOPPELING BRANDSTOFLEIDING

- Druk de lip van de koppeling van de brandstofleiding in, trek de leiding los en neem deze los van de koppeling van de buitenboordmotor. Installeer dan de brandstofinlaatdop.
KOPPELING
BRANDSTOF-
LEIDING

- Trek aan de afdekkap van de koppeling van de brandstofleiding, trek aan de leiding om deze los te nemen van de draagbare brandstoftank.
VERVOER
Vervoer

Draag de buitenboordmotor met meer dan twee personen. Houd de buitenboordmotor vast bij de draagbeugel of aan de draagbeugel en het handvat onder de hendel van de motorafdekkap zoals aangegeven. Draag de motor niet aan de motorafdekkap.
OPMERKING:
Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien of tap de benzine af. Als u van plan bent de buitenboordmotor te vervoeren.
DRAAGBEUGEL

Draag de buitenboordmotor niet aan de motorafdekkap. De motorafdekkap kan losraken, waardoor de motor valt, hetgeen zal leiden tot verwondingen en schade.
ATENTIE
Voorkom beschadiging van de buitenboordmotor, gebruik deze nooit als handgreep om de boot te tillen of te verplaatsen.
Vervoer de motor als volgt verticaal of horizontaal met de stuurhendel omhoog.
OPHANGBEUGEL

- Bevestig de ophangbeugels aan een motorstandaard en plaats de buitenboordmotor in de beugels.
Verticaal vervoeren

-
Zet de schakelhendel in de ACHTERUIT-stand en vergrendel de kantelhendel.
-
Vervoer de buitenboordmotor met de stuurhendel omhoog geklapt.
VERVOER
Horizontaal vervoeren

Laat de buitenboordmotor op de beschermnokken rusten. (Met de zijkant van de stuurhendel op de buitenboordmotor naar boven)
Leg de buitenboordmotor altijd op een bescherming en voorkom beschadigingen of stoten.
ATENTIE
Een andere wijze van vervoer of opslag kan beschadigingen en olielekkage veroorzaken.
Traileren

FRICTIEBOUT STUURUITSLAG
Tijdens het vervoeren of op een trailer transporteren van de boot met bevestigde buitenboordmotor, ontkoppelt u de brandstofleiding altijd van de draagbare brandstoftank, installeert u de brandstofinlaatdop en maakt u de frictiebout van het stuur stevig vast.
ATENTIE
Vervoer de boot nooit als de buitenboordmotor in de gekantelde positie staat. De boot en de
buitenboordmotor kunnen ernstig beschadigd raken als de motor valt.
De buitenboordmotor dient tijdens vervoer op een trailer in de normale gebruiksstand te staan. Als er niet voldoende grondspeling is in deze stand, dan vervoert u de buitenboordmotor in gekantelde stand en ondersteunt u deze met een balk tegen de spiegel. Of u verwijdert de motor van de boot. De kantelhendel moet vrij staan.
OPMERKING:
Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien of tap de benzine af. Als u van plan bent de buitenboordmotor te vervoeren.
Reinig de motor en spoel deze zorgvuldig met zoet water na ieder gebruik in zout of vervuild water.
WAARSCHUWING
- Uit veiligheidsoverwegingen moet de schroef verwijderd worden.
- Zorg voor een goede bevestiging van de buitenboordmotor en laat deze nooit onbeheerd achter terwijl de motor loopt.
- Houd kinderen en huisdieren uit de buurt en kom niet te dicht bij bewegende delen tijdens deze procedure.
ATENTIE
Als de motor zonder water draait, kan dit leiden tot ernstige motorschade als gevolg van oververhitting. Controleer of er koelwater uit de controleopening stroomt als de motor loopt. Schakel de motor onmiddellijk uit als dit niet het geval is en bepaal wat de oorzaak van het probleem is.
Met waterslangkoppeling (optionele apparatuur)
WATERSLANGKOPPELING

- Kantel de buitenboordmotor omlaag.
- Was de buitenzijde van de buitenboordmotor met schoon, zoet water.
- Verwijder de plug.
- Spoel het koelsysteem met behulp van de waterslangkoppeling.
a. Sluit een waterslang aan tussen een verswaterkraan en de waterslangkoppeling.
b. Verwijder de schroef (zie bladzijde 87).
c. Draai de waterkraan open.


d. Start de motor en laat deze ten minste 10 minuten in vrijstand draaien om de binnenzijde van de motor te spoelen.
- Na het spoelen brengt u de motor tot stilstand.
Als u de interne brandstoftank gebruikt, draait u de brandstofkraanhendel in de OFF-stand (BF4A) of de stand voor de draagbare brandstoftank (BF5D en BF6A) (zie bladzijde 15) en sluit u de interne ventilatie van de brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 23).
Als u een draagbare brandstoftank gebruikt, sluit u de interne ventilatie en de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22, 23), de brandstofleiding te ontkoppelen en de brandstofinlaatdop te installeren.
-
Verwijder de slangkoppeling en installeer de plug en de schroef weer (zie bladzijde 87).
-
Kantel de buitenboordmotor omhoog en zet de kantelhendel in de GEBLOKKEERDE stand.
Zonder waterslangkoppeling

Als de waterslangkoppeling niet gebruikt kan worden, plaats de buitenboordmotor dan in een geschikte bak met zoet water.
-
Kantel de buitenboordmotor omlaag.
-
Was de buitenzijde van de buitenboordmotor met schoon, zoet water.
-
Verwijder de schroef (zie bladzijde 87).
-
Plaats de buitenboordmotor in een geschikte bak met zoet water. Het waterniveau moet tot ten minste 100 mm (4 in) boven de anti-ventilatieplaat staan.
-
Start de motor en laat deze stationair draaien gedurende minimaal 5 minuten.
-
Na het spoelen brengt u de motor tot stilstand.
Als u de interne brandstoftank gebruikt, draait u de brandstofkraanhendel in de OFF-stand (BF4A) of de stand voor de draagbare brandstoftank (BF5D en BF6A) (zie bladzijde 15) en sluit u de interne ventilatie van de brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 23).
Als u een draagbare brandstoftank gebruikt, sluit u de interne ventilatie en de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22, 23), de brandstofleiding te ontkoppelen en de brandstofinlaatdop te installeren.
-
Verwijder de waterbak en installeer de schroef weer (zie bladzijde 87).
-
Kantel de buitenboordmotor omhoog en zet de kantelhendel in de GEBLOKKEERDE stand.
12. ONDERHOUD
Periodiek onderhoud en afstellingen zijn belangrijk om de buitenboordmotor in optimale conditie te houden. Voer onderhoud en controles uit volgens het ONDERHOUDSSCHEMA.
WAARSCHUWING
Zet de motor uit alvorens hier werkzaamheden aan uit te voeren. Als de motor moet draaien, zorgt u ervoor dat de ruimte goed geventileerd is. Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte. De uitlaatgassen bevatten onder andere het giftige gas koolmonoxide; inademing hiervan kan leiden tot bewusteloosheid en kan zelfs dodelijk zijn.
Plaats, alvorens de motor te starten, de motorafdekkap terug als deze verwijderd was. Zet deze goed vast door de blokkeerbeugel omhoog te trekken.
ATENTIE
- Als de motor moet draaien, moet het waterniveau tot ten minste 100 mm (4 inch) boven de anti-ventilatieplaat staan, omdat anders de waterpomp niet voldoende koelwater kan aanzuigen, waardoor oververhitting van de motor kan ontstaan.
- Gebruik alleen originele Honda-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen voor onderhoud en reparatie.
Vervangingsonderdelen die niet dezelfde kwaliteit hebben kunnen de buitenboordmotor beschadigen. - Reinig en spoel de motor grondig na ieder gebruik in zout of vervuild water om een optimaal rendement van het koelsysteem te behouden.
Gereedschapset en reserveonderdelen
De volgende gereedschappen en reserveonderdelen worden bij de buitenboordmotor geleverd voor onderhoud, afstellingen en noodreparaties.
De reservebreekpen en de splitpen bevinden zich in de motorruimte boven de motor onder de afdekkap.
GEREEDSCHAPSSET

SLEUTEL
10 x 12 mm

NOODSTARTKOORD

PLATTE
SCHROEVENDRAAIER

TANG

GREEP

BOUGIESLEUTEL

| ONDERHOUDSINTERVAL (3)Vocr de werkzaamheden uit binnen de aangegeven termijnen of bedrijfsuren, afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt. | Elk gebruik Na gebruik | Eerste maand of na 20 uur. | Om de 6 maanden of na 100 uur. | Elk jaar of na 200 uur. | Zie bladzijde | |
| ONDERDEEL | ||||||
| Motorolie Niveau controleren o 32 | ||||||
| Ververseno o 74 | ||||||
| Staartstukolie | Verversen | o | o | 76 | ||
| Startkoord Controleren o 77 | ||||||
| Gasmechanisme | Controleren-aanpassen | o (2) | o (2) | - | ||
| Klepspeling | Controleren-aanpassen | o (2) | o (2) | - | ||
| Bougie | Controleren-aanpassen | o | 78 | |||
| Vervangen | o | 78 | ||||
| Schroef en splitpen | Controleren | o | 38 | |||
| Anode | Controleren | o (8) | 38 | |||
| Stationair toerental | Controleren-aanpassen | o (2) | o (2) | - | ||
| Smering | Invetten | o (1) | o (1) | 82 | ||
| Brandstoftank en tankfilter (intern) | Schoonmaken | o (2) | - | |||
| Brandstoftank en tankfilter (draagbaar) | Schoonmaken | o | 85 | |||
| Thermostaat | Controleren | o (2) | - | |||
OPMERKING:
(1) Smeer vaker bij gebruik in zout water.
(2) Onderhoud aan deze onderdelen dient door een officiële Honda Marine-dealer te worden uitgevoerd, tenzij u over de juiste gereedschappen en de vereiste technische vaardigheden beschikt. Zie het Honda-werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(3) Registreer bij professioneel, commercieel gebruik het aantal bedrijfsuren om de onderhoudsintervallen juist te kunnen bepalen.
(8) Als het verbruik 1/3 of meer is, vervangen.
ONDERHOUD
| ONDERHOUDSINTERVAL (3)Voer de werkzaamheden uit binnen de aangegeven termijnen of bedrijfsuren, afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt. | Elk gebruik Na gebruik | Eerste maand of na 20 uur. | Om de 6 maanden of na 100 uur. | Elk jaar of na 200 uur. | Zie bladzijde | |
| ONDERDEEL | ||||||
| Brandstofffilter Controleren o 83 | ||||||
| Vervangen o 83 | ||||||
| Brandstofleiding | Controleren | o (5) | 38, 41 | |||
| Vervangen ledere 2 jaar (indien nodig) (2) (6) - | ||||||
| Bouten en moeren | Controleer op vastzitten | o (2) | o (2) | - | ||
| Ontluchtingsslang | Controleren | o (2) | - | |||
| Koelwaterkanalen | Schoonmaken | o (4) | 68, 69 | |||
| Waterpomp | Controleren | o (2) | - | |||
| Dodemansschakelaar | Controleren | o | 18, 19 | |||
| Motorolielekkage | Controleren | o | - | |||
| Elk bedieningsonderdeel | Controleren | o | - | |||
| Toestand motor (7) | Controleren | o | - | |||
OPMERKING:
(2) Onderhoud aan deze onderdelen dient door een officiële Honda Marine-dealer te worden uitgevoerd, tenzij u over de juiste gereedschappen en de vereiste technische vaardigheden beschikt. Zie het Honda-werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(3) Registreer bij professioneel, commercieel gebruik het aantal bedrijfsuren om de onderhoudsintervallen juist te kunnen bepalen.
(4) Na ieder gebruik in zout, vervuild of modderig water moet de buitenboordmotor grondig gespoeld worden met schoon water.
(5) Controleer de brandstofslang op lekkage, scheurtjes of beschadigingen. Bij lekkage, beschadiging of scheurtjes, breng deze naar uw onderhoudsdealer voor vervanging voordat u de buitenboordmotor in gebruik neemt.
(6) Controleer de brandstofslang op lekkage, scheurtjes of beschadigingen. Vervang de brandstofslang wanneer deze lekkage, beschadigingen of scheurtjes vertoont.
(7) Bij het starten controleert u op ongebruikelijke geluiden van de motor en of er koelwater vrij uit de controleopening stroomt.
ONDERHOUD
Verversen van de motorolie
Onvoldoende of vervuilde olie kan de levensduur van bewegende onderdelen nadelig beïnvloeden.
Was uw handen met water en zeep na het omgaan met afgewerkte olie.
Olieverversingsinterval:
De eerste vervanging 20 bedrijfsuren of één maand na de aanschafdatum, daarna iedere 100 bedrijfsuren uur of 6 maanden.
Inhoud oliecarter:
0,55 L
Voorgeschreven olie:
SAE 10W-30 motorolie of gelijkwaardig, API-servicecategorie SG, SH of SJ.

- Plaats de buitenboordmotor verticaal en verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31). Verwijder de olievuldop/peilstok.

- Verwijder de aftapbout en afdichtring en tap de motorolie af.
Plaats een nieuwe afdichtring en de aftapbout en draai de bout goed vast.
KOPPEL OLIEAFTAPBOUT:
33 N·m (3,4 kgf·m)

- Vul bij met aanbevolen olie tot de bovenste markering op de peilstok. Schroef de peilstok vast, verwijder hem dan en controleer het oliepeil op de peilstok.
MAXIMUM NIVEAU 0,55 liter

-
Draai de olievuldop weer stevig vast.
-
Installeer de motorafdekkap en vergrendel deze goed door de vergrendeling van de motorafdekkap omlaag te drukken (zie bladzijde 31).
OPMERKING:
Voer afgewerkte motorolie op een milieuvriendelijke manier af. U dient de olie in een afgesloten verpakking bij een daarvoor bestemd inzamelpunt in te leveren. Niet bij het afval, in het riool of in de natuur gooien.
ONDERHOUD
Verversen van de smeerolie
Olieverversingsinterval:
De eerste vervanging 20 bedrijfsuren of de eerste maand na het eerste gebruik, daarna iedere 6 maanden of 100 bedrijfsuren.
Inhoud oliecarter:
0,10 L
Voorgeschreven olie:
SAE #90 Hypoid staartstukolie of gelijkwaardig, API Service Classificatie (GL-4)
Vervang de smeerolie bij uitgeschakelde motor, terwijl de buitenboordmotor verticaal staat.
- Plaats een geschikte opvangbak onder het olieaftapgat om de olie op te vangen, en verwijder vervolgens de oliepeilplug, de olicaftapplug en de ringen.

- Tap de gebruikte olie volledig af en installeer vervolgens een oliepompadapter in het olieaftapgat. Als water of vervuilde (melkkleurige) olic uit het aftapgat loopt als de plug verwijderd is, laat dan de buitenboordmotor controleren bij een officiële Honda Marine-dealer.
- Vul olie bij door de aftapgat, totdat de olie uit de opening van de oliepeilplug naar buiten stroomt. Plaats dan de olie-aftapplug en de nieuwe ringen terug.

KOPPEL OLIEPEILPLUG:
3,5 N·m (0,36 kgf·m)
Voorkom dat er meer dan 30 cm ^3 verloren gaat tijdens het terugplaatsen van de aftapplug.
KOPPEL OLIE-AFTAPPLUG:
3,5 N·m (0,36 kgf·m)
ONDERHOUD
Controle startkoord

Controleer het startkoord iedere
6 maanden of na iedere
100 bedrijfsuren.
Vervang het koord als het gerafeld is.
ONDERHOUD
Onderhoud bougie
Voor een goede werking van de motor moet de bougie goed afgesteld en schoon zijn.
VOORZICHTIG
De bougie kan erg heet worden en ook na het uitzetten van de motor nog enige tijd heet blijven.
Controle-verstelinterval:
Om de 100 bedrijfsuren of 6 maanden.
Vervangingsinterval:
Om de 200 bedrijfsuren of elk jaar.
Aanbevolen bougie: BKR6E-E (NGK)
ATENTIE
Gebruik alleen de aanbevolen bougie of een gelijkwaardige bougie. Een bougie met een verkeerde warmtegraad kan schade aan de motor veroorzaken.
BOUGIESLEUTEL

- Verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31).
- Verwijder de bougiedop.
- Gebruik de steeksleutel en de schroevendraaier om de bougie te verwijderen.
Nieuwe bougie

Bougie moet
vervangen worden

4. Controleer de bougie.
(1) Als de elektrode zwaar is gecorrodeerd of met koolstof vervuild, met een staaldraadborstel schoonmaken.
(2) Vervang een bougie als de middenelektrode versleten is. De bougie kan op verschillende manieren slijtage vertonen. Wanneer de afdichtringen sporen van slijtage vertonen, of wanneer de isolator is gebroken of beschadigd, vervang de bougie.
MASSA-ELEKTRODE

- Meet de elektrodenafstand met een voelermaat.
De elektrodenafstand moet 0,6 - 0,7 mm zijn. Corrigeer de afstand indien nodig door de massa-elektrode voorzichtig te verbuigen.
- Controleer of de afdichtring van de bougie in goede staat verkeert en draai de bougie met de hand in om te voorkomen dat deze er scheef ingedraaid wordt.
- Draai de bougie, als deze op de zitting aanligt, met een bougiesleutel vast om de afdichtring samen te drukken.
KOPPEL BOUGIE:
18 N·m (1,8 kgf·m)
OPMERKING:
Draai een nieuwe bougie nog een halve slag verder om de afdichtring samen te drukken. Draai een gebruikte bougie nog 1/8–1/4 slag verder om de afdichtring in te drukken.
ATENTIE
De bougie moet goed vastgedraaid worden. Als de bougie niet goed vastgedraaid is, kan deze erg heet worden en kan de motor beschadigd raken.
- Plaats de bougiedop weer terug.
- Plaats de afdekkap.
ONDERHOUD
Onderhoud accu
ATENTIE
Controles en onderhoud kunnen per type accu verschillen. Het kan zijn dat onderstaande aanwijzingen niet van toepassing zijn op het type accu dat u voor uw buitenboordmotor heeft aangeschaft. Raadpleeg de instructies van de fabrikant van de accu.
Controleer of de accukabels goed aangesloten zijn.
Verwijder de accu en reinig de aansluitingen als de accupolen vervuild of gecorrodeerd zijn.
Interval accucontrole:
Voor ieder gebruik.
WAARSCHUWING
Accu's produceren explosieve gassen: Als deze ontbranden, kan dit leiden tot verwondingen en blindheid. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laden.
- CHEMISCH GEVAAR: De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt). Aanraking met de huid of ogen veroorzaakt ernstige brandwonden. Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken. EERSTE HULP MAATREGELEN: Als er elektrolyt in uw ogen komt, spoel ze dan minstens 15 minuten grondig uit met handwarm water en bel onmiddellijk een dokter.
• GIFTIG: Elektrolyt is giftig. EERSTE HULP MAATREGELEN
— Uitwendig: Spoel grondig met water.
- Inwendig: Drink veel water of melk. Drink daarna melk met magnesiumpoeder of plantaardige olie en bel een dokter.
• BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.

Controle inbouw:
Controleer of de accukabels goed aangesloten zijn. Zet de aansluitingen goed vast als deze los zitten.

- Ontkoppel eerst de negatieve (-) aansluiting van de accu, en daarna de positieve (+) aansluiting.
-
Verwijder de accu en reinig de accuklemmen en accukabelaansluitingen met een staalborstel of schuurpapier.
Was de accu af met een beetje soda en warm water en let op dat er geen water in de accucellen komt. Droog de accu goed af. -
Sluit eerst de pluskabel (+) aan op de pluspool (rode klembeschermer) van de accu en sluit vervolgens de minkabel (-) aan op de minpool (zwarte klembeschermer) van de accu. Draai de bouten en moeren goed vast. Breng zuurvrije vaseline aan op de accupolen.
▲ VOORZICHTIG
Neem bij het losnemen van de accukabels eerst de minkabel los. Sluit bij het aansluiten van de accukabels eerst de pluskabel en daarna de minkabel aan. Houd deze volgorde aan bij het losnemen/aansluiten, omdat anders kortsluiting kan ontstaan als het gereedschap de accupolen raakt.
ONDERHOUD
Smering
Veeg de buitenzijde van de buitenboordmotor af met een doek die in schone olie gedept is. Breng corrosiewerend vet aan op de volgende onderdelen:
Smeerinterval:
De eerste smering 20 bedrijfsuren of één maand na de aanschafdatum, daarna iedere 100 bedrijfsuren of 6 maanden.
OPMERKING:
Breng anticorrosie-olie aan op de draaipunten waar vet niet kan komen.

Controleren/vervangen brandstofffilter
Het brandstofffilter is geplaatst tussen de brandstofkraan en de brandstofpomp.
Water of vuil in het brandstofffilter kan leiden tot vermogensverlies en moeilijk aanslaan. Controleer en vervang het brandstofffilter regelmatig.
Controle-interval:
Elke 100 bedrijfsuren of 6 maanden.
Verversingsinterval:
Om de 200 bedrijfsuren of elk jaar.
WAARSCHUWING
- Benzine is uiterst brandbaar en brandstofdamp kan exploderen waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Rook niet en voorkom open vuur en vonken. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
- Werk altijd in een goed geventileerde ruimte.
- Bewaar afgetapte brandstof altijd in een geschikte jerrycan.
- Mors geen brandstof bij het vervangen van het filter. Gemorste brandstof of brandstofdamp kan in brand vliegen. Verwijder gemorste brandstof voordat u de motor start.
- Verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31).
- Controleer het brandstofffilter op watervervuiling en verstopping.
- Installeer de motorafdekkap (zie bladzijde 31).

- Verdraai de brandstofkraanhendel naar de uit-stand (BF4A) of de draagbare brandstoftankstand (BF5D en BF6A) (zie bladzijde 15).
- Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 23).
- Als u een draagbare brandstoftank gebruikt, sluit u de interne ventilatie en de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22, 23), de brandstofleiding te ontkoppelen van de buitenboordmotor
en de brandstofinlaatdop te installeren (zie bladzijde 23).
- Verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31) en verwijder het brandstofffilter. Zet klemmen op beide brandstofleidingen als het brandstofffilter verwijderd wordt, om lekkage te voorkomen.
-
Plaats het nieuwe brandstofffilter zo dat de pijl op het brandstofffilter naar de pompzijde wijst. De brandstofstroom zal gehinderd worden als het filter verkeerd om geplaatst wordt.
-
Sluit het brandstofffilter met de slangklemmen goed aan op de brandstofleidingen.
- Verwijder de klemmen van de brandstofleidingen.
- Pomp brandstof naar het brandstofffilter.
(Bij gebruik van de interne brandstoftank)
Trck aan de handgreep van de repeteerstarter om benzine naar de carburateur te pompen (zie bladzijde 39) en controleer op lekken.
(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank)
Sluit de brandstofleiding aan en knijp in de balgpomp (zie bladzijde 40) op elkaar aan en controleer op lekkages.
- Als vermogensverlies of moeilijk aanslaan veroorzaakt blijkt te worden door de aanwezigheid van water of vuil in het brandstofffilter, controleer dan de brandstoftank. Reinig de brandstoftank indien nodig.
10.Installeer de motorafdekkap (zie bladzijde 31).
ONDERHOUD
Brandstoftank en brandstofffilter reinigen (draagbare brandstoftank) (Optionele apparatuur voor BF5D en BF6A)

KOPPELING BRANDSTOFLEIDING

Reinig de brandstoftank en het tankfilter ieder jaar of na iedere 200 bedrijfsuren.
- Neem de brandstofleidingkoppeling los van de brandstoftank.
- Maak de tank leeg, giet er een klein beetje benzine in en schud de tank. Tap de brandstof af en voer het af volgens de voorschriften.
ONDERHOUD

- Verwijder de vier schroeven van 5 mm met behulp van een platte schroevendraaier en verwijder dan de brandstofleidingkoppeling en het brandstoftankfilter van de tank.
- Reinig het filter in een niet-ontvlambaar oplosmiddel. Inspecteer het brandstoftankfilter en de connectorpakking. Vervang ze bij beschadiging.
- Installeer het filter en de leidingconnector weer in de brandstoftank. Draai de vier schroeven van 5 mm stevig vast.
Zekering vervangen (Indien van toepassing). De zekering is op de accu-laadkabel bevestigd.

DEKSEL ZEKERINGHOUDER
Als de zekering kapot is zal de accu niet door de motor opgeladen worden. Controleer eerst het vermogen van de aangesloten accessoires voordat de zekering vervangen wordt.
- Schakel de motor uit.
- Verwijder het deksel van de zekeringhouder en trek met uw vinger de doorgebrande zekering uit de clip.
- Druk de reservezekering in de clips.

KAPOTTE ZEKERING
15A
WAARSCHUWING
Gebruik geen zekering met een afwijkend ampèrage. Dit kan schade aan het elektrische systeem en brand veroorzaken.
ATENTIE
Als de zekering doorgebrand is, controleer dan de oorzaak en vervang de zekering door een reservezekering van dezelfde waarde. De zekering zal opnieuw doorbranden als de oorzaak niet gevonden is.
Schroef en breekpen vervangen

RESERVEBREEKPEN

RESERVESPLITPEN
Een breekpen wordt gebruikt om de schroef en de aandrijving te beschermen tegen beschadiging als de draaiende schroef in aanraking komt met een voorwerp.
Als de schroef beschadigd is na aanraking met een steen of een ander obstakel, vervang de schroef dan.
WAARSCHUWING
- Bij het vervangen de clip van de dodemansschakelaar verwijderen om per ongeluk starten van de motor te voorkomen.
- De schroef is dun en scherp. Draag bij het vervangen werkhandschoenen om uw handen te beschermen.
Vervangen
-
Verwijder de splitpen, de schroefdop en de schroef.
-
Verwijder de gebroken breekpen en plaats een nieuwe.
- Installeer de schroef of installeer een nieuwe schroef als de schroef beschadigd is. Draai vervolgens het schroefdeksel met de hand vast.
- Plaats een nieuwe splitpen en buig de uiteinden zoals in de afbeelding is aangegeven.
OPMERKING:
Gebruik een authentieke Honda-breekpen en -splitpen.
ONDERHOUD
Service aan een gezonken buitenboordmotor
Aan een gezonken buitenboordmotor moet onmiddellijk onderhoud gepleegd worden zodra deze uit het water gehaald is, om de kans op corrosie te verminderen.
Als er vlakbij een Honda- buitenboordmotordealer aanwezig is, breng de motor dan onmiddellijk naar deze dealer. Als er geen dealer in de buurt is, handel dan als volgt:
- Verwijder de afdekkap en spoel de buitenboordmotor af met zoet water om zout water, zand, modder enz. te verwijderen.
- Vang de brandstof uit de tank op in een geschikte bak.
- Draai de aftapschroef van de carburateur los, tap de inhoud van de carburateur af in een geschikte bak en draai de aftapschroef weer vast (zie bladzijde 90).
STARTKOORD

- Verwijder de bougie.
Verwijder de clip van de dodemansschakelaar en trek een aantal malen aan het startkoord om het water uit de cilinder te verwijderen.
ATENTIE
- Verwijder de clip uit de dodemansschakelaar als de motor gestart wordt met een onderbroken ontstekingscircuit (bougie verwijderd), om elektrische schade aan het ontstekingssysteem te voorkomen.
- Als de buitenboordmotor liep toen deze onder water terecht kwam, kan er ook mechanische schade zijn, zoals een verbogen drijfstang. Als de buitenboordmotor moeilijk rond te draaien is als deze gestart wordt, probeer deze dan niet verder te starten maar repareer eerst de schade.

- Vervang de motorolie (zie bladzijde 74). Als er water in het carter of de motorolie aanwezig was, moet de motorolie nogmaals ververst worden als de motor een 1/2 uur gedraaid heeft.
-
Giet een theelepel (5 - 10 cm ^3 ) motorolie in het bougiegat en trek enkele malen aan het startkoord om de cilinder inwendig te smeren. Draai de bougie weer vast en verbindt de clip van de dodemansschakelaar aan de dodemansschakelaar.
-
Probeer de motor te starten.
WAARSCHUWING
Onbeschermd ronddraaiende delen kunnen verwondingen veroorzaken. Wees bijzonder voorzichtig als de motorafdekkap geplaatst wordt. Gebruik de buitenboordmotor niet zonder motorafdekkap.
- Als de motor niet aanslaat, verwijder dan de bougie, reinig deze en maak de elektrode droog. Monteer de bougie en probeer de motor opnieuw te starten.
- Als de motor aanslaat en geen mechanische schade lijkt te hebben, laat de motor dan ten minste 1/2 uur draaien (het waterniveau moet tot ten minste 10 cm boven de anti-ventilatieplaat staan).
- Breng de buitenboordmotor zo snel mogelijk naar een Honda-buitenboordmotor-dealer voor controle en onderhoud.
13. OPSLAG
Laat voor een optimale levensduur van de motor voor opslag eerst een onderhoudsbeurt uitvoeren door een officiële Honda-buitenboordmotor-dealer. De volgende procedures kunt u echter als eigenaar zelf uitvoeren met een minimum aan gereedschap.
Brandstof
OPMERKING:
Benzine veroudert erg snel afhankelijk van factoren zoals blootstelling aan licht, temperatuur en tijd.
In het ergste geval kan benzine binnen 30 dagen bederven.
Het gebruik van vervuilde benzine kan de motor ernstig beschadigen (verstopte carburateur, vastzittende klep).
Schade als gevolg van het gebruik van slechte en/of verouderde benzine valt niet onder de garantie.
Volg om dergelijke schade te voorkomen de volgende aanbevelingen strikt op:
- Gebruik alleen de voorgeschreven benzine (zie bladzijde 34,35).
- Gebruik verse en schone benzine.
- Bewaar benzine in een goedgekeurde container om verslechtering van de kwaliteit tegen te gaan.
- Tap de interne en draagbare brandstoftank en carburateur af als het apparaat langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt.
Aftappen van de benzine
WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en brandstofdamp kan exploderen waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Rook niet en voorkom open vuur en vonken. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
- Mors geen brandstof. Gemorste brandstof of brandstofdamp kan in brand vliegen. Verwijder gemorste brandstof alvorens de buitenboordmotor op te slaan of te vervoeren.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het tanken en in ruimten waar brandstof wordt afgetapt of opgeslagen.
OPMERKING:
Sluit de ventilatie van de interne brandstoftank door de ontluchtingsknop helemaal rechtsom te draaien. Als u van plan bent de buitenboordmotor op te slaan, te kantelen of te transporteren.
-
Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank (BF5D en BF6A), ontkoppelt u de brandstofleidingkoppeling van de buitenboordmotor.
Verwijder de draagbare brandstofvuldop (zie bladzijde 35), tap de benzine uit de draagbare brandstoftank af in een geschikte afvalbak, sluit de ventilatie van de draagbare brandstoftank door de ventilatieknop helemaal rechtsom te draaien (zie bladzijde 22) en installeer de brandstofinlaatdop (zie bladzijde 23). -
Verwijder de interne brandstofdop (zie bladzijde 34) en giet de benzine uit de interne brandstoftank in een geschikte bak.
Plaats de interne brandstofvuldop.
- Verdraai de brandstofkraanhendel naar de aan-stand (BF4A) of de interne brandstoftankstand (BF5D en BF6A) en verdraai de ventilatieknop van de interne brandstoftank linksom (zie bladzijde 23).
- Verwijder de motorafdekkap (zie bladzijde 31).
- Ontkoppel de aftapslang van de luchtgeleider en sluit deze dan aan op de aftapopening van de carburateur (zie afbeelding).

-
Draai de aftapschroef van de carburateur los en tap de benzine af in een geschikte bak.
-
Draai na het aftappen de aftapschroeven goed vast. Tap de brandstof zorgvuldig af, omdat de brandstofkwaliteit na verloop van tijd slechter wordt.
- Šluit de aftapslang weer aan op de luchtgeleider.
- Draai de ventilatieknop van de interne brandstoftank helemaal rechtsom (zie bladzijde 23). Verdraai de brandstofkraanhendel naar de uit-stand (BF4A) of de draagbare brandstoftankstand (BF5D en BF6A).
- Installer de motorafdekkap (zie bladzijde 31).
(Bij gebruik van de interne brandstoftank)
Wanneer u na het aftappen van de benzine de motor start, pompt u benzine naar de carburateur (zie bladzijde 39).
OPMERKING:
Als u de buitenboordmotor voor een langere tijd gaat opslaan, raden wij u aan de brandstofleiding los te maken en de motor met 2000 tot 3000 ^-1 omw/min te laten draaien totdat hij afslaat.
Buitenboordmotoropslag
- Kantel de buitenboordmotor, verwijder de motorafdekkap en de bougiedop, trek enkele malen aan het startkoord en tap het koelwater volledig af.
VOORZICHTIG
- Als de buitenboordmotor op zijn zijde gelegd wordt zonder dat het koelwater volledig is afgetapt, kan er via de uitlaatpoort water in de motor terechtkomen. Zorg er daarom voor dat het koelwater volledig is afgetapt voordat de buitenboordmotor op zijn zijde wordt gelegd.
- Zorg ervoor dat als aan het startkoord wordt getrokken de bedrading van de bougie niet aangeraakt wordt.
OPSLAG
- Ververs de motorolie.
- Verwijder de bougie en giet ongeveer een eetlepel (5 - 10 cm ^3 ) schone motorolie in de cilinder. Laat de motor een aantal omwentelingen rondraaien om de olie te verdelen en monteer dan de bougie en de bougiedop weer.
- Trek langzaam aan de handgreep van de repeteerstarter tot er weerstand voelbaar is. Op dat punt komt de zuiger omhoog in de compressieslag en zijn de in- en uitlaatkleppen dicht. In deze stand is de motor tijdens opslag beter beschermd tegen interne corrosie.
- Sla de buitenboordmotor op in een schone, droge ruimte.
OPMERKING:
Spoel, reinig en smeer de buitenboordmotor voordat deze opgeslagen wordt, zoals omschreven op bladzijde 68, 69 en 82.
Opslag accu
ATENTIE
Controles en onderhoud kunnen per type accu verschillen. Raadpleeg de instructies van de fabrikant van de accu.
WAARSCHUWING
Accu's produceren explosieve gassen: Als deze ontbranden, kan dit leiden tot verwondingen en blindheid. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laden.
- CHEMISCH GEVAAR: De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt). Aanraking met de huid of ogen veroorzaakt ernstige brandwonden. Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding.
- Rook niet en voorkom open vuur en vonken. EERSTE HULP MAATREGELEN: Als er elektrolyt in uw ogen komt, spoel ze dan minstens 15 minuten grondig uit met handwarm water en bel onmiddellijk een dokter.
• GIFTIG: Elektrolyt is giftig. EERSTE HULP MAATREGELEN
— Uitwendig: Spoel grondig met water.
— Inwendig: Drink veel water of melk. Drink daarna melk met magnesiumpoeder of plantaardige olie en bel een dokter.
• BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.

- Ontkoppel eerst de negatieve (-) aansluiting van de accu, en daarna de positieve (+) aansluiting.
- Verwijder de accu en reinig de accuklemmen en accukabelaansluitingen met een staalborstel of schuurpapier. Was de accu af met een beetje soda en warm water en let er op dat er geen water in de accucellen komt. Droog de accu goed af.

- Vul de accu bij met gedestilleerd water tot aan de bovenste niveaulijn. Doe de accu niet te vol.
- Sla de accu op op een vlakke ondergrond, op een koele, droge, goed geventileerde plaats uit de zon.
- Controleer eenmaal per maand de soortelijke massa van het elektrolyt en laad de accu bij om de levensduur te verlengen.
OPSLAG
Opslagpositie van de buitenboordmotor
Vervoer de motor als volgt verticaal of horizontaal met de stuurhendel omhoog.
Verticale opslag

- Bevestig de ophangbeugels aan een motorstandaard en plaats de buitenboordmotor in de beugels. (Bladzijde 27.)
- Vervoer de buitenboordmotor met de stuurhendel omhoog geklapt.
Horizontale opslag

Laat de buitenboordmotor op de beschermnokken rusten. (Met de zijkant van de stuurhendel op de buitenboordmotor naar boven)
ONJUIST

Een andere wijze van vervoer of opslag kan beschadigingen en olielekkage veroorzaken.
14. AFVOEREN
Ter bescherming van het milieu mogen dit product, accu's, motorolie, enz. niet bij normaal afval worden gezet. Houd u aan de wettelijke voorschriften of raadpleeg uw dealer voor het afvoeren van deze materialen.
15. STORINGZOEKEN
| 1. Clip dodemansschakelaar is niet bevestigd. | Bevestig de clip van de dodemansschakelaar in de dodemansschakelaar.(bladzijde 43) |
| 2. Handgreep van de repeteerstarter kan niet worden bediend. | Zet de schakelhendel in stand N. (bladzijde 45) |
| 3. Geen benzine. | Vul benzine bij.(bladzijde 34,35) |
| 4. Brandstofleiding is platgedrukt of geknikt. | Controleer op verbogen of afgeknepen brandstofleiding. |
| 5. Brandstofleiding is niet goed aangesloten.(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank) | Goed aansluiten.(bladzijde 41,42) |
| 6. Ontluchtingsknop brandstoftankdop niet open. | Open de ontluchtingsknop van de brandstoftankdop.(bladzijde 22,23) |
| 7. Brandstofsysteem wordt niet gevuld door in de balgpomp te knijpen.(Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank) | Knijp in de balgpomp om brandstof toe te voeren.(bladzijde 42) |
| 8. Brandstof bereikt de carburateur niet. | Draai de aftapschroef van de carburateur los om te zien of er brandstof in de vlotterkamers zit.(bladzijde 90) |
- Motor is verzopen. Maak de bougie schoon en
droog. (bladzijde 78)
-
Bougiedop is niet goed → Plaats de bougiedop goed. geplaatst. (bladzijde 79)
-
Brandstofkraanhendel is Zet de brandstofkraanhendel niet naar de juiste stand gedraaid. in de juiste stand. (bladzijde 15)
| 1. Brandstofniveau is laag. | → Brandstof bijvullen.(bladzijde 34,35) |
| 2. Brandstofleiding isplatgedrukt of geknikt.(Bij het gebruik van dedraagbare brandstoftank) | → Controleer op verbogenof afgeknepenbrandstofleiding. |
| 3. Brandstofffilter is verstopt. | → Vervang brandstofffilter.(bladzijde 83) |
| 4. Bougie is vervuild. | → Verwijder de bougie enreinig deze.(bladzijdc 78) |
| 5. Bougie met een verkeerdewarmtegraad. | → Vervangen door een bougiemct de juiste warmtegraad.(bladzijde 78) |
| 6. Elektrodenafstand vanbougie is niet goed. | → Elektrodenafstand afstellen.(bladzijde 78) |
- Brandstofleiding is —— Controleer op verbogen of platgedrukt of geknikt. afgeknepen (Bij het gebruik van de draagbare brandstoftank) brandstofleiding.
- Brandstofffilter is verstopt. -Vervang brandstofffilter. (bladzijde 83)
- Motorolieniveau is laag. - Controleer het olieniveau en vul bij tot het juiste niveau. (bladzijde 32)
- Verkeerde schroef—Neem contact op met een gekozen. officiële HONDA Marine-dealer.
- Passagiers zijn niet → Verdeel de passagiers gelijkmatig verdeeld. gelijkmatig.
-
Buitenboordmotor is niet → Plaats de buitenboordmotor goed geplaatst. in de juiste positie. (bladzijde 25 tot 28)
-
Waterinlaat- en/of → Reinig waterinlaat- en/ watercontroleslang zijn/is verstopt.
- Motor is overbelast → Verdeel de passagiers omdat passagiers niet gelijkmatig over de boot zijn verdeeld of omdat boot te zwaar beladen is.
- Thermostaat is defect. -Neen contact op met een officiële HONDA Marine-dealer.
- Cavitatie. → Plaats de buitenboordmotor in de juiste positie. (bladzijde 25 tot 28)
- Cavitatie. → Plaats de buitenboordmotor in de juiste positie. (bladzijde 25 tot 28)
- Schroef is beschadigd. -Vervang schroef.
(bladzijde 87) - Verkeerde schroef—→ Neem contact op met een gekozen. officiële HONDA Marine-dealer.
- Trimhoek is niet juist. Stel juiste trimhoek in. (bladzijdc 27)
16. SPECIFICATIES
| MODEL BF4A | ||||
| Beschrijvings-code | BACC | |||
| TypeSHIND SHINU LHIND LHINU | ||||
| Totale lengte 524 mm | ||||
| Totale breedte 347 mm | ||||
| Totale hoogte 1020 mm 1147 mm | ||||
| Spiegelhoogte (bij een spiegelhoek van 12°) | 434 mm 561 mm | |||
| Leeggewicht (massa) *1 | 27 kg 27,5 kg | |||
| Vermogen 2,9 kW (4 PS) | ||||
| Toerenbereik | 4500 – 5500 min-1 (tpm) | |||
| Motortype | 4-slag, enkele cilinder, OHV-type | |||
| Cilinderinhoud | 127 cm3 | |||
| Elektrodenafstand | 0,6 - 0,7 mm | |||
| Startsysteem | Repeteerstarter | |||
| Ontstekingssysteem | C.D.I. | |||
*1 Met schroef
*2 Optionele apparatuur
*3 Voor U-typen
*4 Voor D-typen
| Smecersysteem | Druksmering met tandwielpomp |
| Voorgeschreven olie | Motor: API-standaard (SG, SI1, SJ) SAE 10W-30Staartstuk: API-standaard (GL-4) SAE 90Hypoidolic |
| Inhoud carter | Motor: 0,55 LStaartstuk: 0,10 L |
| Gelijkstroomvermogen *2 | 12V – 6A |
| Koelsysteem | Waterkoeling met thermostaat |
| Uitlaatsysteem | Uitlaat onder water |
| Bougie | BKR6E-E (NGK) |
| Brandstofpomp | Mechanisch |
| Brandstof | Ongelode autobenzine(91 Research-octaangetal, 86 pompoctaan of hoger) |
| Tankinhoud | Interne brandstoftank: 1,5 L |
| Inschakelen | Vooruit - neutraal - achteruit (uitvoering met schakelklauwen) |
| Stuur-inrichting | Handgreep |
| Stuurhoek | 45° (rechts en links) |
| Spiegelhoek | 5 fasen (4°, 8°, 12°, 16°, 20°) |
| Kantelhoek omhoog(bij 12° spiegelhoek) | Afstellen in 3-stappen (18°, 34° en 58°) |
| Standaard schroef(aantal bladen -diameter x spoed) | 3 – 200 × 170 mm *33 – 200 × 190 mm *4 |
Het vermogen van de Honda buitenboordmotoren wordt gemeten volgens ISO8665 (gemeten aan de schroefas).
SPECIFICATIES
| MODEL BF5D | ||||||
| Beschrijvings-code | BADC | |||||
| Type SHID SHU | SHIND SHNU | LHID LHU | LHIND LHNU | |||
| Totale lengte 524 mm | ||||||
| Totale breedte 347 mm | ||||||
| Totale hoogte 1020 mm 1147 mm | ||||||
| Spiegelhoogte (bij een spiegelhoek van 12°) | 434 mm 561 mm | |||||
| Leeggewicht (massa) *1 | 27,8 kg | 27 kg | 28,3 kg | 27,5 kg | ||
| Vermogen | 3,68 kW (5 PS)*33,7 kW (5 PS)*4 | |||||
| Toerenbereik | 4500 – 5500 min-1 (tpm) | |||||
| Motortype | 4-slag, enkele cilinder, OHV-type | |||||
| Cilinderinhoud | 127 cm3 | |||||
| Elektrodenafstand | 0,6 – 0,7 mm | |||||
| Startsysteem | Repeteerstarter | |||||
| Ontstekingssysteem | C.D.I. | |||||
*1 Met schroef
*2 SHND-, SHNU-, LHND- en LHNU-typen zijn optionele apparatuur
*3 Voor U-typen
*4 Voor D-typen
| Smeersysteem | Druksmering met tandwielpomp |
| Voorgeschreven olie | Motor: API-standaard (SG, SII, SJ) SAE 10W-30Staartstuk: API-standaard (GL-4) SAE 90Hypoidolic |
| Inhoud carter | Motor: 0,55 LStaartstuk: 0,10 L |
| Gelijkstroomvermogen *2 | 12V – 6A |
| Koelsysteem | Waterkoeling met thermostaat |
| Uitlaatsysteem | Uitlaat onder water |
| Bougie | BKR6E-E (NGK) |
| Brandstofpomp | Mechanisch |
| Brandstof | Ongelode autobenzine(91 Research-octaangetal, 86 pompoctaan of hoger) |
| Tankinhoud | Interne brandstoftank: 1,5 LDraagbare brandstoftank: 12 L |
| Inschakelen | Vooruit - neutraal - achteruit (uitvoering met schakelklauwen) |
| Stuur-inrichting Handgreep | |
| Stuurhoek | 45° (rechts en links) |
| Spiegelhock | 5 fascn (4°, 8°, 12°, 16°, 20°) |
| Kantelhoek omhoog(bij 12° spiegelhock) | Afstellen in 3-stappen (18°, 34° en 58°) |
| Standaard schroef(aantal bladen -diameter x spoed) | 3 – 200 × 170 mm *33 – 200 × 190 mm *4 |
Het vermogen van de Honda buitenboordmotoren wordt gemeten volgens ISO8665 (gemeten aan de schroefas).
SPECIFICATIES
| MODEL BF6A | ||||||
| Beschrijvings-code | BAEC | |||||
| Type SHD SHU | SHIND SHNU | LHD LHU | LIHDI JINU | |||
| Totale lengte 524 mm | ||||||
| Totale breedte 347 mm | ||||||
| Totale hoogte 1020 mm 1147 mm | ||||||
| Spiegelhoogte (bij een spiegelhoek van 12°) | 434 mm 561 mm | |||||
| Leeggewicht (massa) *1 | 27,8 kg | 27 kg | 28,3 kg | 27,5 kg | ||
| Vermogen | 4,4 kW (6 PS) | |||||
| Toerenbereik | 5000 – 6000 min-1 (tpm) | |||||
| Motortype | 4-slag, enkele cilinder, OHV-type | |||||
| Cilinderinhoud | 127 cm3 | |||||
| Elektrodenafstand | 0,6 - 0,7 mm | |||||
| Startsysteem | Repeteerstarter | |||||
| Ontstekingssystcem | C.D.I. | |||||
*1 Met schroef
*2 SHND-, SHNU-, LHND- en LHNU-typen zijn optionele apparatuur
*3 Voor U-typen
*4 Voor D-typen
| Smcersysteem | Druksmering met tandwielpomp |
| Voorgeschreven olie | Motor: API-standaard (SG, SII, SJ) SAE 10W-30Staartstuk: API-standaard (GL-4) SAE 90Hypoidolic |
| Inhoud carter | Motor: 0,55 LStaartstuk: 0,10 L |
| Gelijkstroomvermogen *2 | 12V – 6A |
| Koelsysteem | Waterkoeling met thermostaat |
| Uitlaatsysteem | Uitlaat onder water |
| Bougie | BKR6E-E (NGK) |
| Brandstofpomp | Mechanisch |
| Brandstof | Ongelode autobenzine(91 Research-octaangetal, 86 pompoctaan of hoger) |
| Tankinhoud | Interne brandstoftank: 1,5 LDraagbare brandstoftank: 12 L |
| Inschakelen | Vooruit - neutraal - achteruit (uitvoering met schakelklauwen) |
| Stuur-inrichting | Handgreep |
| Stuurhoek 45° (rechts en links) | |
| Spiegelhock | 5 fasen (4°, 8°, 12°, 16°, 20°) |
| Kantelhoek omhoog(bij 12° spiegelhock) | Afstellen in 3-stappen (18°, 34° en 58°) |
| Standaard schroef(aantal bladen -diameter x spoed) | 3 – 200 × 170 mm *33 – 200 × 190 mm *4 |
Het vermogen van de Honda buitenboordmotoren wordt gemeten volgens ISO8665 (gemeten aan de schroefas).
Lawaai en trilling
[U-type]
| MODEL BF4A BF5D BF6A | |||
| REGELSYSTEEM | T (kantelhendel) | T (kantelhendel) | T (kantelhendel) |
| Geluidsniveau ter hoogte van het oor van de gebruiker(2006/42/EC, ICOMIA 39-94) | 75 dB (A) 77 dB (A) 79 dB (A) | ||
| Onzekerheid(2006/42/EC, ICOMIA 39-94) | 2 dB (A) 2 dB (A) 3 dB (A) | ||
| Gemeten geluidsniveau(Verwijzing naar EN ISO3744) | --- | ||
| Onzekerheid(Verwijzing naar EN ISO3744) | --- | ||
| Trillingsniveau bij handen/armen(2006/42/EC, ICOMIA 38-94) | 2,8 m/s^2 | 3,0 m/s^2 | 3,1 m/s^2 |
| Onzekerheid(2006/42/EC, ICOMIA 38-94) | 0,4 m/s^2 | 0,5 m/s^2 | 0,4 m/s^2 |
Zie: ICOMIA-norm: waarin de gebruiksomstandigheden en de meetcondities staan.
17. ADRESSEN HONDA-IMPORTEURS
Neem voor meer informatie contact op met het klantencontactcentrum van Honda dat op het volgende adres of via het volgende telefoonnummer is te bereiken:
Voor Europa
OOSTENRIJK
Honda Motor Europe Ltd
Hondastraße 1
2351 Wiener Neudorf
Tel: +43 (0)2236 690 0
Fax: +43 (0)2236 690 480
http://www.honda.at
HondaPP@honda.co.at
BULGARIJE
(Estland/Letland/Litouwen)
Honda Motor Europe Ltd
Eesti filiaal
Mcistri 12
13517 Tallinn
Estonia
Tel.: +372 651 7300
Fax: +372 651 7301
honda.baltic@honda-eu.com.
KROATIË
Hongoldonia d.o.o.
Vrbaska 1c
31000 Osijek
Tel.: +38531320420
Fax: +38531320429
http://www.hongoldonia.hr
prodaja@hongoldonia.hr
DENEMARKEN
TIMA A/S
Tärnfalkcevcj 16
2650 Hvidovre
Neem voor meer informatie contact op met het klantencontactcentrum van Honda dat op het volgende adres of via het volgende telefoonnummer is te bereiken:
Voor Europa (vervolg)
HONGARIJE
Motor Pedo Co., Ltd.
Kamaraerdei ut 3.
2040 Budaors
Tel.: +36 23 444 971
Fax: +36 23 444 972
http://www.hondakisgepek.hu
info@hondakisgepck.hu
IERLAND
Two Wheels Ltd
Neem voor meer informatie contact op met het klantencontactcentrum van Honda dat op het volgende adres of via het volgende telefoonnummer is te bereiken:
Voor Europa (vervolg)
SPANJE en alle provincies.
Aansluiten accu.... 29
Afstelpen.... 22
Aftappen van de benzine.... 90
Afvoeren 95
Anodemetaal.... 20
B
Bediening 54
Bedieningselementen.... 14
Benzine met alcohol 36
Brandstof Balgpomp 18
Brandstofklephendel.... 15
Controleren/vervangen filter.... 85
Inlaatdop en brandstofinlaat 23
Leiding Verbinding .... 41 Verwijderen .... 63
niveau....34, 35
Ontluchtingsdop/brandstofmeter 22
opslag....90
Tank en ontluchtingsdop....22, 23
Tank en tankfilter reinigen 85
tankdop.... 23
Buitenboordmotor
Bevestiging.... 27
Hoek 27
opslag....91
C
Carburateur ontsteken met benzine.... 39
DC-kabel voor het laden van de accu.... 30
Dodemans- koord/clip .... 18 schakelaar.... 18 Starten.... 48
E
"EC DECLARATION OF CONFORMITY" (EU-CONFORMITEITSVERKLARING) OVERZICHT 105
Elektrolytniveau 37
INDEX
F Frictiebout stuuruitslag .... 21
G Gashendel Frictieknop .... 17 handgreep .... 17 Gebruik op grote hoogte .... 60 Gereedschapset en reserveonderdelen.... 71
H Handgreep van de repeteerstarter....14 Hendelaanslag....16
I Identificatie van de onderdelen....12 Installatie....25 Hoogte....26 Locatie....25 Invaarprocedure....54
K Kantelen van de buitenboordmotor .... 57 Kantelhendel.... 20 Klemschroeven .... 23 Koelwaterinlaat.... 21
M Met waterslangkoppeling....68 Motor starten ....39 Motor uitzetten ....61
O Onderhoud .... 70 schema .... 72 Onderhoud accu.... 80 Onderhoud bougie .... 78 Opslag .... 90 opslag Positie van de buitenboordmotor .... 94 Opslag accu.... 92 Overige controles.... 38
P Plaats CE-merk.... 11 Plaats van veiligheidslabels .... 9
R Reinigen en spoelen .... 68
S Service aan een gezonken buitenboordmotor.... 88 Smering .... 82 Specificaties .... 98
INDEX
Spiegelhoogte 25
Storingzoeken 96
Startproblemen.... 53
T
Toerenbegrenzer 59
Traileren....67
V
Varen in ondiep water 60
Veiligheid....6
Veiligheids- informatie 6
Versnellingshendel.... 14
Vervangen van breekpen.... 87
Verversen
Motorafdekkap.... 21
motorolie 32
van de motorolie.... 74
Verversen van de smeerolie 76
Vervoer 63
Verwijderen/plaatsen van de motorafdekkap .... 31
Z
Zekering vervangen.... 86
Zonder waterslangkoppeling 69

