333 R - Bosmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 333 R HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bosmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 333 R - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 333 R van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 333 R HUSQVARNA
Symbolen WAARSCHUWING! Motorzeisen, bosmaaiers en trimmers kunnen gevaariik zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overljden van de gebruiker of anderen. Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine niet voor u alles duideljk heeft begrepen
Draag aid + Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen + Goedgekeurde gehoorbeschermers + Een goedgekeurde oogbescherming Maximum toerental van uitgaande as, tpm 1
Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlinen. Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Machines uitgerust met een zaag- of maaiblad kunnen krachtig opzij schieten wanneer het blad in contact komt met vaste voorwerpen. Het blad kan amputatie van armen en benen veroorzaken. Houd mensen en dieren altijd minimaal 15 meter van de machine vandaan. Pilekens die de grenzen voor het plaatsen van de handvatbevestiging aangeven. Gebruik altid goedgekeurde veiligheidshandschoenen Gebruik stevige antisliplaarzen.
Alleen bedoeld voor niet-metalen flexibele snijuitrusting, dwz. trimmerkop met trimmerdraad. Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlinen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes. Startinstructie Overige op de machine aangegeven symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke en aan certificering op bepaalde markten. De motor wordt uitgezet door de stopschakelaar naar stopstand te + schuiven. N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altid van de bougie worden gehaald bij montage, controle enfof onderhoud. Gebruik altid goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Moet regelmatig schoongemaakt worden. Controleer met het blote oog. Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht.
Symbolen INHOUD Inhoud Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten INLEIDING Beste klant! WAT IS WAT? Wat is wat op de motorzeis? ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk Persoonlike veiligheidsuitrusting Veiligheidsuitrusting van de machine Snijuitrusting MONTEREN Monteren van stuur en gashandgreep Montage van snijuitrusting Bescherming monteren Monteren van bladbeschermkap, maaiblad en maaimes Monteren van bladbeschermkap en zaagblad Monteren van overige bescherm-kappen en snijuitrustingen Aanpassen van draagstel en motorzeis Standaard draagstel Triobalancedraagstel BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid Brandstof Tanken
Controle voor het starten Starten en stoppen ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies ONDERHOUD Carburateur Geluiddemper Koelsysteem Hoekoverbrenging Luchtiiter Bougie Onderhoudsschema TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens EG:-verklaring van overeenstemming
Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig. WAARSCHUWING! Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik daarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming. WAARSCHUWING! De oorspronkelike î machine mag in geen gd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden. WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en Dutch — 69
INLEIDING Beste klant! Gefeliciteerd met de aankoop van een Husqvarna-product! Husqvarna heeft een geschiedenis die terugvoert tot 1689 oen koning Karl XI aan het strand van het riviertie Huskvarna een fabriek liet bouwen voor de productie van musketten. De locatie aan de Huskvarna was logisch omdat het riviertje werd gebruikt om waterkracht op te wekken en op die manier een waterkrachtcentrale vormde. In de meer dan 300 jaar van het bestaan van de Husqvarna-fabriek zijn ontelbare producten geproduceerd, van houtfornuizen tot moderne keukenmachines, naaimachines, fietsen, motorfietsen enz. In 1956 werd de eerste motormaaier geintroduceerd, die in 1959 werd gevolgd door een motorketingzaag. Het is op dit terrein dat Husqvarna tegenwoordig actief is. Husqvarna is heden ten dage een van de meest vooraanstaande producenten ter wereld van producten voor bos en tuin met kwaliteit en prestatie als de hoogste prioriteit. De missie is het ontwikkelen, produceren en op de markt brengen van gemotoriseerde producten voor bos- en luinbouw en de bouw- en constructie-industrie. Het doel van Husqvarna is ook voarop te lopen met betrekking tot ergonomie, gebruikersvriendelikheid, veiligheid en milieubewustziin. Daarom is een grote hoeveelheïd verschillende snufjes ontwikkeld om de producten op deze terreinen te verbeteren. We zijn ervan overtuigd dat u de kwalieit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzinde servicewerkplaats. Wij hopen dat u tevreden zult zin met uw machine en dat deze u gedurende lange tid zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlik verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen. Harteljk dank voor het feit dat u een Husqvarna-product gebruikt! Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdi zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlik door te voeren.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk BELANGRIJK! De machine is uitsluitend bedoeld voor het trimmen van gras, het maaien van gras en/of het vellen van kieine bomen De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als aandrifeenheid mag gebruiken zijn de sniuitrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gegevens. Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of mediciinen heeft ingenomen die uw gezichtsvermogen, becordelingsvermogen of coërdinatievermogen negatief beinvloeden. Draag altjd persoonlike veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Persoonlike veiligheidsuitrusting Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze niet langer overeenkomt met de originele uitvoering. Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds, controle- en service-instructies van deze gebruiksaanwizing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalficeerde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Alle deksels, beschermingen en hendels moeten aangebracht zijn voor u start. Verzeker u ervan dat de bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zijn om het risico van een elektrische schok te voorkomen. Gebruikers van de machine mogten erop toezien dat er geen mensen of dieren tjdens het werk dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien meerdere gebruikers op dezelide werkplek werken, moet de veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele boomiengte bedragen, maar altjd minimaal 15 meter. WAARSCHUWING! Sta nooit toe dat inderen de machine gebruiken of in de buurt van de machine zijn. Omdat de machine is uitgerust met een terugverende stopschakelaar en kan worden gestart op lage snelheïd en met weinig kracht op de starthandgreep, kunnen zelfs kleine kinderen onder bepaalde omstandigheden de kracht hebben, die nodig is om de machine te starten. Dat kan een risico van ernstig persoonlijk letsel inhouden. Verwijder daarom de bougiekap wanneer de machine niet onder toezicht staat. Persoonlijke veiligheidsuitrusting BELANGRIJK! Een motorzeis, bosmaaier of timmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlik gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overliden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begript. Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoonlike beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlike beschermingsuitrusting elimineert de risico's niet, maar vermindert het schadelik effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt. wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe de gehoorbescherming altijd af WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep zodra de motor is gestopt. WAARSCHUWING! Het ontstekingssysteem van deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden pacemakers storen. Om het risico van ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij aan dat personen met een pacemaker contact opnemen met hun arts en de fabrikant van de pacemaker voor ze deze machine gaan bedienen. WAARSCHUWINGI! Een motor laten lopen in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan dodelijke ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftiging.
U moet een helm dragen als de stammen die u doorzaagt hoger dan 2 m zijn. O1 \ GEHOORBESCHERMING U moet gehoorbescherming met voldoende dempvermogen dragen OOGBESCHERMING Gebruik altid goedgekeurde oogbescherming. Wanneer u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES veiligheïdsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EU- landen. HANDSCHOENEN Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de snijuitrusting monteert. LAARZEN Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool. KLEDING Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende Kleding die gemakkelik vast kan haken in takken en Struikgewas. Draag altjd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uwr schouders hangt. EHBO-KIT U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben. Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen Bekik het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzinde servicewerkplaats. BELANGRIKI Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. AIs u één van onze producten Koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. As u uw machine heeft gekocht bij één van onze dealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijziinde erkende werkplaats is. WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting van de machine moet gecontrolleerd en onderhouden worden zoals beschreven in dit hofdstuk. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie.
Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om onopzettelike activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelike beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar onafhankelike terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. Controleer of de gashendel vergrendeld is in de Stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronkelike stand staat. Dutch — 73
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Druk de gashendelvergrendeling in en controler of ze teruggaat naar de oorspronkelike positie wanneer u haar loslaat. Gontroleer of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveersystemen werken. Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt en sti blift staan. AÎs de snijuitrusting roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud
Stopschakelaar De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit te schakelen. Start de motor en controleer of de motor wordt uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de stopstand wordt gezet
Beschermkap voor snijuitrusting
Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting.
Controleer of de beschermkap nietbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die speciieke sniuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.
WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. Trillingdempingssysteem
Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem dat geconstrueerd is om 20 trillingvrij en comfortabel mogelik met de zaag te kunnen werken. Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of niet scherpe, foutieve snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd geviilde, zie aanwizingen in het hoofdstuk Vijlen van het maaiblad) verhoogt het trilingsniveau
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Het trilingdempingssysteem van de machine reduceert het overbrengen van de trilingen van de motoreenheid/ snijuitrusting op de handvateenheïd van de machine. Controleer het trilingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en vervormingen. 335RX, 335FR Gontroleer of de trilingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten. WAARSCHUWING! Als men teveel wordt blootgesteld aan trilingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die gekoppeld kunnen worden aan te grote blootstelling aan trilingen. Zulke symptomen zijn: slapen, geen gevoel, “kriebels”, "speldeprikken”, piin, geen of vermindering van kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidopperviak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico's kunnen bij lage temperaturen toenemen. Snelontgrendeling Vooraan zit een makkelik bereikbare snelontgrendeling als veiligheidsmaatregel indien de motor viam vat of in een andere situatie waarin men zich snel van de machine en het draagstel moet ontdoen. Zie aanwizingen in het hoofdstuk Aanpassen van draagstel en motorzeis. Op sommige draagstellen zit ook een snelontgrendeling aan de ophanghaak. Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten. Wanneer het draagstel en de machine afgesteld zijn, moet u controleren of de snelontgrendeling van het draagstel werkt. Geluiddemper nc | De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau 20 laag mogelik te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker. Geluiddempers uitgerust met Katalysator zin ook ontworpen om schadelike stofien in de uitlaatgassen te reduceren: In landen met een warm en droog Kimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet. Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust is met zo'n net. Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle- . onderhouds- en service-instructies gevolgd worden. Dutch — 75
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is. Gontroleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met een vonkenopvangnet, moet dit regelmatig schoongemaakt worden. Een verstopt net leidt tot oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt.
WAARSCHUWINGI Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddemper bevat chemi di kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd. WAARSCHUWING! Denk erom dat: De uitlaatgassen van de motor z en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal!
al? Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gebruikt bij het vastzetten. Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van de sniuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer heet inks schroefdraad.) Haal de moer aan met de moersleutel. De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De moer moet vervangen worden nadat ze ca. 10 keer los en vast is geschroefd. Snijuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken: + Het terugslagrisico van uw machine reduceert. + Een maximum zaagprestatie krijgt. + De levensduur van de snijuitrusting verlengt. BELANGRIJK! Gebruik een snjuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter. Houd de snitanden van het blad goed en juist geslepen! Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad. Zorg ervoor dat de schranking correct is! Volg onze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vimal.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING! Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig stilstaat en demonter de kabel van de bougie voor u aan de snijuitrusting begint te werken. WAARSCHUWING! Een defecte trusting of een verkeerd gevijld blad verhogen het risico op terugslag. Snijuitrusting Een zaagblad is bedoeld om te worden gebruikt voor het afzagen van houtachtig material () EN Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras.
Een timmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras. Basisregels
Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkapl Zie het hoofdstuk Technische gegevens. O707 -- Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp zin! Volg onze instructies en gebruik de aanbevolen vimal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Hou het zaagblad correct geschrankt! Volg onze instructies en gebruik het aanbevolen schrankgereedschap. Met een verkeerd geschrankt zaagblad neemt het risico toe dat het zaagblad vastioopt en terugslaat of beschadigd raakt. Controleer de sniuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snjuitrusting mot altjd vervangen worden.
Vijlen van grasmes en grasmaaiblad + __Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wize. Het blad en mes moeten met een platte vil! met enkele kapping gevild worden. + Vijlalle sneden evenveel bij om de balans te bewaren. WAARSCHUWING! Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik uitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type. Zaagblad vijlen + __Zie de verpakking van de snjuitrusting voor vijlen op de juiste wijze Dutch — 77
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Een juist gevild blad is een noodzakelike voorwaarde om doelmatig te kunnen werken en om onnodige slitage van blad en motorzeis te voorkomen. Zorg ervoor dat u een goede steun voor het blad heeft wanneer u vijt. Gebruik een 5,5 mm ronde vi] samen met een vihouder.
Vijhoek 15°. De tanden worden afwisselend naar rechts en naar links gevilld. Indien het blad erg vaak op stenen terecht gekomen is, kan het in uitzonderlike gevallen nodig zijn om de bovenkant van de tanden bij te vijlen met een plate vi]. In dat geval moet men dat doen voor men met de ronde vil vit. En moet de bovenkant van alle tanden evenveel bijgevilld worden Corrigeer de schranking. Die moet 1 mm bedragen.
Trimmerkop BELANGRIJK! Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelikmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders ontstaan er schadelike trilingen in de machine. Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen timmerkoppen en timmerdraden. Ze zijn door de producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te passen. Dit is vooral erg belangrikk wanneer men een volautomatische timmerkop gebruikt. Gebruik uitsluitend aanbevolen snijuitrusting. Zie hoofdstuk Technische gegevens. In het algemeen heeft een kleinere machine kleine timmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand moet zin tegen de weerstand van het gras dat gemaaïd wordt De lengte van de draad is eveneens belangrik. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot. Zorg ervoor dat het mes dat op de timmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te snijden: Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt dan taaïer en gaat langer me.
MONTEREN Monteren van stuur en gashandgreep
+ Demonteer de bout bij het achterste gedeelte van de gashendel. + Duw de gashendel op het rechter gedeelte van het stuur (zie afbeelding) + Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout in het handvat boven de opening het stuur komt te liggen. + Monteer de bout opnieuw in de opening bij het achterste gedeelte van het handvat + Schroef de bout door het handvat en het stuur. Draai vast. RXFR £ @
+ Monteer de bevestigingsonderdelen volgens tekening. + Draai de vier bouten licht vast. (R) + Trek het draagstel aan en hang de machine aan de ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodat u comfortabel kunt werken wanneer de machine aan het draagstel hangt. + Draai de knop vast. (FR, RX) Montage van snijuitrusting
WAARSCHUWING! Bij het monteren van de snijuitrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen van de meenemer/steunflens op de juiste manier in de centrumopening van de snijuitrusting terecht komt. Verkeerd gemonteerde snijuitrusting kan ernstige en/of dodelijke verwondingen veroorzaken. WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken.
BELANGRIK| Om een zaag- of maaiblad te mogen gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste Stuur, bladbeschermkap en draagstel. Bescherming monteren
N.B.! Bij gebruik van trimmerkop/kunststof messen en combibeschermkap, moet de bescherming altijd gemonteerd zijn. Als grasmaaiblad en combibeschermkap worden gebruikt, moet de bescherming zijn gedemonteerd. Plaats de beschermingsgeleider in de gleuf op de combibeschermkap. Zet de bescherming vervolgens met de vier snelsluitingen vast op de beschermkap. Dutch — 79
MONTEREN De bescherming kan het eenvoudigst worden gedemonteerd met behulp van de bougiesleutel (zie afbeelding).
+ De bladbeschermkap/combibeschermkap (A) wordt vastgehaakt in de bevestiging op de steel en met een schroef vastgezet. N.B.! Let op dat de bescherming gedemonteerd is. Gebruik de aanbevolen bladbeschermkap. Zie hoofdstuk Technische gegevens. + Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. + Draaïde bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. + Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. + Plaats blad (D), steunkop (E) en steunflens (F) op de uitgaande as. + Monteer de moer (G). De moer moet met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapsset. Hou de steel van de dopsleutel zo dicht mogelik bij de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid
wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad). Monteren van bladbeschermkap en zaagblad =a|s° + Verwider de bevestigingsplaat (H). Bevestig de adapter (|) en de klem (J) met de twee bouten (K) conform de afbeelding. De bladbeschermkap (A) wordt met 4 bouten (L) op de adapter vastgezet volgens de afbeelding N.B. Gebruik de aanbevolen bladbeschermkap. Zie hoofdstuk Technische gegevens.
B É + Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
MONTEREN + Draaïde bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. + Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. + Plaats het blad (D) en de steunflens (F) op de uitgaande as. + Monteer de moer (G). De moer moet met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapsset. Hou de steel van de dopsieutel zo dicht mogelik bi de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad). + Bijhet los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daarom altijd dat uw hand door de beschermkap wordt afgeschermd bi dit werk. Dit is makkeliker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding laat zien in welk gebied u de dopsleutel moet houden bij los- resp. vastdraaien van de moer. Monteren van overige bescherm- kappen en snijuitrustingen
+ Monteer de trimmerbeschermkap/ combibeschermkap (A) voor het werken met sen trimmerkop/kunststof messen. N.B.! Let op dat de bescherming gemonteerd is. Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai de beschermkap rond de steel en zethem vast met de bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groe op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.
+ Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. + Draaï de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. + Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. + Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) tegen de rotatierichting in op zijn plaats. + Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk. Dutch — 81
MONTEREN Aanpassen van draagstel en motorzeis
WAARSCHUWING! Wanneer u met de motorzeis werkt, moet die altijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders kunt u de motorzeis niet veilig bedienen en uzelf en anderen verwonden. Gebruik nooît een draagstel met een defecte snelontgrendeling. Standaard draagstel Snelontgrendeling Vooraan zit een makkelik bereikbare snelontgrendeling Gebruik die als de motor vlam vat of in een andere noodsituatie, wanneer u zich snel van draagstel en machine moet kunnen ontdoen. Gelijkmatige schouderbelasting Een goed aangepast draagstel en machine maken uw werk er een stuk gemakkeliker op. Pas het draagstel aan voor een goede werkhouding. Span de zijriemen zo aan dat het gewicht geljkmatig over beide schouders wordt verdeeld.
1. Vellen van kleine bomen
Bij maaïen in het bos moet de machine 20 in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting iets naar voren neigt in verhouding tot de grond. Stel de hoogte af met de riem aan de ophanghaak op het draagstel. 2 Gras maaïen Bij werken met de motorzeis moet de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting parallel met de aarde terechtkomit. Triobalancedraagstel
Snelontgrendeling Kiap de rode vergrendelarm uit om de machine van het draagstel los te maken.
MONTEREN Aanpassen van draagstel 1 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit. KL 2 2 Trek de riem die rond uw borstkast loopt onder uw linkerarm aan, zodat hi lichtjes tegen uw lichaam ligt 3 Stel de schouderbanden zo af dat een gelikmatige belasting wordt verkregen. Trek de ophanghaak naar beneden om het draagstel te belasten. Baume 4 Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de instructie voor het standaard draagstel. (Bosmaaien) 5 Wiltu de ophanghaak laten zakken voor bij. het maaien van gras moet de riem van de ophanghaak (A) verplaatst worden naar de onderste bevestiging op de rugplaat 6 Om meer belasting over te brengen van de schouderbanden naar de heupband, kan de elastische band (B) harder aangetrokken worden Het juiste evenwicht 1 Vellen van kleine bomen De machine wordt gebalanceerd door het ophangoog op de machine naar voren of naar achteren te verplaatsen. Sommige modellen hebben een vast ophangoog, maar dit heeft dan meerdere gaten voor de ophanghaak. De machine heeft de juiste balans wanneer hi loodrecht aan de ophanghaak hangt. Zo kan het risico dat u in een steen Zzaagt minder worden, wanneer u het stuur moet loslaten. 2 Gras maaien Laat het blad op de geschikte maaihoogte balanceren, dwz. dichtbij de grond. Dutch — 83
BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid oliehoeveelheid een grote invloed op de mengverhouding, Start de machine nooit: 1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle WAARSCHUWING! Brandstof en gemorste brandstof af en laat de benzineresten brandstofdampen zijn zeer verdampen. brandgevaarlk en kunnen den tot 2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst CEE DDR heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen wanneer met brandelof Werkt en 2019 die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik voor gode luchiventiatie bij de water en zeep. brandstofhantering. 3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage. Benzine Transport en opbergen + Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen
Komen met vonken of open vuur, bivoorbeeld van N.B.! Gebruik altid met olie gemengde kwaliteitsbenzine elektische machines, elektrische motoren, van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.… | uitgerust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische u - gegevens) moet altjd een loodvrije met olie gemengde *__ Bi opslag en vervoer van brandstof moeten altid kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine special voor dat doel bestemde en goedgekeurde tanks worden gebruikt. + Als de machine gedurende lange td niet gebruikt zal worden, moet de brandstoftank lseggemaakt worden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwit kan. + Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling + De transportbescherming van de snijuitrusting moet tidens vervoer of opslag van de machine altjd aangebracht zin + Om een ongewenste start van de motor te voorkomen, moet de bougiekap altijd worden verwiiderd wanner de machine voor lange tijd wordt opgeborgen, wanneer de machine niet onder toezicht staat en bij alle voorkomende servicemaatregelen. WAARSCHUWINGI Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand, explosie- en inademingsrisico's. Brandstof N.B.! Uw machine is uitgerust met een twee-takt motor; gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde benzine. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg belangrik dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig afmeet. AIS u kleine brandstofhoeveelheden mengt, hebben zelis keine afwikingen van de juiste
beschadigt de katalysator. Waar milieuvriendelike benzine, de zog. alkylaatbenzine, verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden.
Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON). Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken. Tweetaktolie Voor de beste resultaten en prestaties, moet u HUSQVARNA tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren. Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil (aangeduid met TCW). Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren. Een lage oliekwalieit of een te rik olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen
BRANDSTOFHANTERING Mengverhouding 1:50 (2%) met HUSQVARNA tweetaktolie. 1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificeerd voor JASO FB/ISO EGB. on Tweetaktolie, liter Benszine, liter 2% (1:50) 3% (1:33) 5 0,10 0.15 10 0,20 0,30 15 0,30 045 20 0,40 0,60 Mengen Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine. Begin altjd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bi. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij. Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult. Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is. Als ü de machine gedurende een langere tid niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken: Tanken
WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen: Rook niet of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof. ‘Tank nooît terwijl de motor draait. Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen. Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwint. Draai de dop van de tank goed vast na het tanken. Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. WAARSCHUWINGI De katalysatorgeluiddemper wordt erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor statioi draaien. Verlies het brandgevaar niet uit het 00g vooral wanneer u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen.
+ Gebruik een benzinetank met overvulbescherming. + Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken. + Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vuit Dutch — 85
Controle voor het starten + Controleer het blad op barsten bij het centergat en bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat er tjdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddellik vervangen worden.
+ Controleer de steunflens op barsten die het gevolg kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steuntlens moet vervangen worden als hij barsten vertoont. + Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest De borging van de moer moet een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer moet 35-50 Nm zijn + Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de bladbeschermkap indien deze terugslag te verduren heeft gehad of barsten vertoont. + Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap
indien deze terugslag te verduren hebben gehad of barsten vertonen. + Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of een defecte beschermkap. + _ Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder gebreken voor de machine wordt gestart. Starten en stoppen WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken.
Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Plaats de machine op een vaste ondergrond Let arop dat de usting geen voorwerp kan raken. Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter. Starten
Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen balg van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. WAARSCHUWING! Wanneer de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke- of startgasstand begint de snijuitrusting direct te draaien.
Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de grond (N.B.! Niet met uw voetl). Pak de starthendel beet, trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot u weerstand voelt (de starthaken gripen in) en maak vervolgens snelle en krachtige trekbewegingen. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand. Zet de chokehendel onmiddelljk nadat de motor ontsteekt terug en doe hernieuwde startpogingen tot de motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en het startgas wordt automatisch uitgezet. N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en lat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden .B.! Plaats geen enkel lichaamsdeel op het gemarkeerde viak. Contact kan leiden tot brandwonden aan de huid of een elektrische schok wanneer het ontstekingsmechanisme kapot is. Gebruik altijd handschoenen. Gebruik nooit een machine met een kapot ontstekingsmechanisme. Voor een gashendel met startgasvergrendeling geldt: Startgasstand krigt u door eerst de gashendelvergrendeling en de gashendel in te drukken en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de gashendelvergrendeling en de gashendel los en dan de startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om de motor weer terug te brengen naar stationair lopen drukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel in. Stop de motor door de ontsteking af te zetten. N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altid van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. Dutch — 87
ARBEIDSTECHNIEK BELANGRIJK! In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorzeis en trimmer door. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw servicewerkplaats. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet voldoende gekwalficeerd bent Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begripen wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaïen en gras timmen. Basisveiligheidsregels 1 Controleer de omgeving: + Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine niet kunt verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden. + Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslingerd worden door de sniuitrusting. + N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de mogelikheid hulp in te roepen in geval van nood.
2. Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse
voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spikers, izerdraad, touw en dergelike, die weggeslingerd kunnen worden of vast kunnen komen zitten in de zaaguitrusting. 3 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bi dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarljke situaties leiden, zo kan de grond glad zin, de wind de valrichting van de boom beinvioeden enz. 4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Gontroleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels,
stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt. Wees extra voorzichtig wanneer u in bomen zaagt die gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor als na het doorzagen in zijn normale stand terug viiegen. AIS u op de verkeerde plaats staat of de inkeping op de verkeerde plaats maakt, kan dit ertoe leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de controle verliest. In beide gevallen kunt u ernstig gewond raken. Zorg voor een goede balans en een stabiele houding. Gebruik altid beide handen om de machine vast te houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw lichaam. De zaaguitrusting moet onder taillehoogte bliven Wanneer u zich verplaatst moet de motor uitgeschakeld worden. As het om een langere verplaatsing en vervoer gaat, moet u de transportbescherming gebruiken. Wanneer de motor loopt, mag u de machine alleen neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden.
ARBEIDSTECHNIEK Het ABC van het zagen/maaien + Gebruik altijd de juiste uitrusting + Zorg ervoor dat de uitrusting altid juist afgesteld en aangepast is. + Volg de veiligheidsvoorschriften. + Organiser het werk goed. + Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u begint. + Gebruik altijd goed scherpe bladen. + Probeer om niet in stenen te zagen. + Stuur de velrichting (maak gebruik van de wind). WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaal weg te trekken wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. de as van het zaagblad is gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime ti gebruik nog warm zijn. Bij bestaat risico van brandwonden. Werkmethodes WAARSCHUWING! Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Terugslag kan 20 heftig zijn dat de machine en/of de operator in een richting geduwd worden en mogelik de controle over de machine verliest. Terugslag kan zonder waarschuwing vooraf optreden wanneer de machine blift haken, afslaat of vastloopt. De kans op terugslag is groter in gebieden waar het moeilijk is om te zien wat u maait.
Probeer om niet te zagen in het gebied tussen 12 en 3 uur van het blad. Vanwege de rotatiesnelheid van het blad kan terugslag precies in dit gebied optreden wanneer men in grovere stammen zaagt. WAARSCHUWING! Waarschuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. nooit over de beschermkap van de snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d. kunnen omhoog geworpen worden in uw ogen en blindheïd of ernstig letsel veroorzaken. Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m EU Schakel de mac! indien lemand dichterbl| komt.Draal de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszode bevindt. WAARSCHUWINGI! Soms raken taken of kneld tussen de beschermkap en itrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert. + Voordat u begint te maaien, moet u het werkgebied controleren: de conditie van het terrein, of het afhelt, of er stenen liggen, of er kuilen zijn enz + Begin daarna bi het makkelikste einde van het werkgebied om een goede opening voor het maaiwerk te krijgen. + Werksystematisch, heen en weer, dwars over het gebied en bestrijk bij elke slag een gebied van ca. 4-5 m. Dan wordt het volle bereik van de machine naar beide kanten benut en de gebruiker krijgt een makkelik en afwisselend terrein om in te werken. + De lengte van het pad moet circa 75 m bedragen. Verplaats de brandstofvoorraad al naargelang het werk vordert. + Op hellend terrein moet u de paden loodrecht ten opzichte van de helling laten lopen. Het is veel makkeljker om dwars over een helling te lopen dan op en neer. + De paden moeten zo lopen dat men niet over sloten of andere hindernissen in het terrein hoeft te kimmen. Pas de paden ook aan de windomstandigheden aan Dutch — 89
ARBEIDSTECHNIEK zodat de gevelde stammen in het reeds gemaaide gedeelte van het terrein vallen. + Wanneer u in grovere stammen zaagt, neemt het risico op terugslag toe. Vermijd dan ook in het gebied tussen 12 en 3 uur te zagen + Om een boom naar links te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar rechts geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het met vaste hand schuin omlaag naar rechts. Duw tegelikertid met de bladbeschermkap op de stam. Zet het blad in het gebied tussen 3 en 5 uur. Geef volgad voordat u de stam met het blad raakt. + Om een boom naar rechts te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar links geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het schuin omhoog naar rechts. Zet het blad in het gebied tussen
3 en 5 uur zodat de rotatierichting van het blad het onderste gedeelte van de boom naar links duwt. Om een boom recht naar voren te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar achteren getrokken worden. Trek het blad met een snelle en besliste beweging naar achteren
Grovere stammen, d'wz. stammen die geveld moeten worden, moeten van twee kanten omgezaagd worden. Beoordeel eerste in welke richting de stam moet vallen. Maak een inkeping aan de kant waarnaar de boom moet vallen. Zaag daarna de stam door vanaf de andere kant. De druk waarmee men zaagt, moet aangepast worden aan de dikte van de stam en de hardheid van de houtsoort. Smallere stammen hebben een grotere druk nodig terwil grovere stammen minder druk nodig hebben
Als de stammen dicht bij elkaar staan, moet u de snelheid hieraan aanpassen. Les As het blad vast komt te zitten, mag u de machine nooit los trekken. In dat geval kunnen het blad, de haakse overbrenging, de steel of het stuur beschadigd raken. Laat de handvatten los, grijp de steel met beide handen beet en trek de machine voorzichtig los.
ARBEIDSTECHNIEK Struiken maaien met zaagblad + Smalle stammen en struikgewas moeten neergezaagd worden. Werk met zijdelingse zaagbewegingen. + Probeer om met één beweging meerdere stammen door te zagen. + Maaï bij een bosje opslag altid eerst rond de opslag. Begin met het afzagen van hoge stobbes aan de buitenrand van het bosje om te voorkomen dat u zich vast zaagt. Kort de stobbes vervolgens af tot de gewenste hoogte. Probeer vervolgens om met het blad in het midden te komen en vanuit het centrum van het bosje te zagen. Indien het toch moeilik mocht zijn om erbi te kunnen, moet u hogere stobbes zagen en de stammen laten vallen. Op die manier neemt het risico dat u zich vast zaagt af. + Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bi houtachtige stammen. + Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt. + Het gras wordt neergehaald met pendelende bewegingen naar de zjkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur). + Indien het blad tjdens het gras maaien een ietsje schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkeljker maakt biv. bi harken. + Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en sta vervolgens weer stevig stil. + Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt. + Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen 1Werk altijd met vol gas. 2Vermid tijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal. + Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt. Gras trimmen met trimmerkop Trimmen + Hou de trimmerkop viak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken. Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien.
NAN anus te + De draad verwidert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en struiken en de paalties van omheiningen beschadigen. + Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te korten tot 10-12 cm en het moetertoerental te verminderen. Dutch — 91
ARBEIDSTECHNIEK Schoonschrapen + Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeing verwiideren. Hou de trimmerkop viak boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde van de draad tegen de grond slaan naast bomen, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek veroorzaakt grotere slitage van de draad. + De draad versii vlugger en moet vaker aangevoerd worden wanneer men tegen stenen, bakstenen, beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer men in contact komt met bomen en houten omheiningen. + Bijhettrimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas geven zodat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slit. Maaien + De trimmeris ideal voor het maaien van gras op plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilik bij komt. Hou tjdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan beschadigen.
NAN + Tijdens normaal maaien mag de timmerkop niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelik voortdurend contact kan tot beschadigingen en sljtage van de timmerkop leiden Vegen + Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te maken. Hou de draad parallel met en boven de opperviakken die schoongeveegd moeten worden en beweeg het gereedschap heen en weer. + Bijhet maaien en vegen moet u vol gas geven om een goed resultat te krigen.
ONDERHOUD Carburateur Uw Husqvarna-product is geconstrueerd en gemaakt volgens specificaties, die de schadeljke uitlaatgassen reduceren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft verbruikt, is de motor ingereden. Om ervoor te zorgen dat deze na de periode van inrijden optimal blift functioneren en zo min mogelik schadelijke uitlaatgassen uitstoot, moet u uw dealer/servicewerkplaats (die over een toerenteller beschikt) de carburateur af laten stellen. WAARSCHUWINGI Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken. Werking + Via de gasklepbediening stuurt de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/ lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te kunnen benutten, moet de afstelling correct zin. + Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor wordt aangepast aan plaatseljke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie. + De carburateur heeft drie afstelposities: L = Lage toeren-naald H = Hoge toeren-naald T = Stelschroef voor stationair draaien + Met de L- en de H-naalden wordt de gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de luchtstroom die de opening van de gasklepbediening toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien wordt het lucht/brandstofmengsel armer {minder brandsto) en door ze tegen de Klok in te draaien, wordt het luchtbrandstoimengsel rijker {meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger toerental en een rilker mengsel een lager toerental. + De T-schroef regelt de positie van de gasklepbediening bij stationair draaien. Als de T- schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men een hoger stationair toerental en als ze tegen de Klok in wordt gedraaid, een lager stationair toerental. Basisafstelling + Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en moettidens de eerste uren dat de machine in werking is, in stand worden gehouden. Daarna moet de finafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit moet gebeuren door een gekwalificeerd deskundig person. N.B.! As de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. Aanbevolen vollasttoerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. WAARSCHUWINGI! AIs het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd.
Fijnafstelling + Wanneer de machine ‘ingereden” is, moet de finafstelling van de carburateur uitgevoerd worden Ze moet uilgevoerd worden door een gekwalficeerd deskundig persoon. Eerst wordt de Lnaald, dan de T- schroef voor het stationair toerental en tenslotte de H- naald afgesteld Voorwaarden + Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het luchtflter schoon zijn en het luchttiterdeksel gemonteerd zin. Als de carburateur afgesteld wordt wanneer het luchtfiter vuil is, krijgt men een te arm brandstofmengsel wanneer het luchtfilter wordt schoongemaakt. Dit kan tot ernstige beschadigingen van de motor leiden. + Draaï de twee L- en H-naalden voorzichtig naar het middelste punt, tussen volledig ingeschroefd en volledig uitgeschroefd. + Probeer de naalden L en H niet voorbij de stoppen af te stellen, want dit kan tot beschadigingen leiden. + Start de machine volgens de startinstructies en laat hem gedurende 10 minuten warmdraaien. N.B.! Als de sniuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. Laag toerental-naald L Zoek het hoogste stationair toerental door de lage toerental-naald langzaam met de klok mee of tegen de Kiok in te draaien. Wanneer u het hoogste toerental Dutch — 93
ONDERHOUD gevonden heeft, moet u de L-naald 1/4-toer tegen de klok in draaien. beschadigt de motor. Laat de motor niet meer dan 10 seconden op vollast-toeren draaien N.B.! Als de sniuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. Fijnafstelling van het stationair toerental
Het stationair toerental wordt afgesteld met de Stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelik is. Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelikmatig draait. Er moet een goede marge zijn tot het toerental waarbi de snijuitrusting begint te draaien. WAARSCHUWINGI Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd. Hoge toeren-naald H De hoge-toerennaald H beinvioedt het vermogen, het toerental, de temperatuur en het brandstofverbruik van de motor. Een te arm afgestelde hoge-toerennaald (te veel ingeschroefd) veroorzaakt een te hoog toerental en
Let op dat de motor belast moet zijn wanneer u de hoge toerennaald H afsteit. Monteer daarom trimmerkop T35 (2,7 mm draad) voordat u de hoge toerennaald gaat afstellen. De lengte van de draad moet standaard zin, d:w.z. tot het mes op de trimmerbeschermkap. Geef vol gas en draai de hoge-toerennaald H zeer langzaam met de klok mee totdat de motorsnelheid aîneemt. Draai vervolgens de hoge-toerennaald H zeer langzaam tegen de klok in totdat de motor ongelikmatig loopt. De hoge-toerennaald H wordt vervolgens zachtiets met de klok meegedraaid tot de motor weer gelikmatig O2 |
N.B.! Voor een optimale afstelling van de carburateur moet u een beroep doen op een gekwalficeerde dealer! servicewerkplaats, die over een toerenteller beschikt Correct afgestelde carburateur Een correct afgestelde carburateur houdi in dat de machine zonder enige aarzeling accelereert en de machine enigszins als een 4-taktmotor loopt bij de maximumsnelheid. Verder mag de snijuitrusting niet roteren bij stationair draaien. Een te arm afgestelde lage- toerennaald L kan tot startmoeilikheden en slecht accelereren leiden Een te arm afgestelde hoge-toerennaald H leidt tot een lager vermogen = minder capaciteit, slechte acceleratie en’of beschadiging van de motor. Een te rike afstelling van de twee naalden Len H leidt tot acceleratieproblemen of een te laag werktoerental. Afstellen van het startgastoerental Om het juiste startgastoerental te krijgen zit een afstelpunt aan de achterkant van de gashendel, naast de
ONDERHOUD kabel. Met deze bout (4 mm inbus) kan het startgastoerental verhoogd of verlaagd worden. Ga als volgt te werk: 1 Laat de machine stationair lopen. 2 Druk de startgasvergrendeling in volgens de instructies bij Starten en Stoppen. 3 Wanneer het startgastoerental te laag is (onder de 4000 tmin) wordt de stelschroef À met de klok mee gedraaid tot de snijitrusting begint te draaien Schroef À vervolgens nog een 1/2 slag met de klok mee.
4. Wanneer het startgastoerental te hoog is, wordt
stelschroef À tegen de klok in gedraaid tot de sniuitrusting stopt. Schroef stelschroef À vervolgens een 1/2 slag met de kiok mee. Bepaalde geluiddempers zin voorzien van een special vonkenopvangnet. Indien uw machine uitgerust is met z0'n geluiddemper, moet u het net minstens één keer per week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Op geluiddempers zonder katalysator moet het net één keer per week worden schoongemaakt en eventueel worden vervangen. Op geluiddempers met Katalysator moet het net één keer per maand worden gecontroleerd en eventueel schoongemaakt. Bi evt. beschadigingen aan het net moet dit vervangen worden. Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net raakt de machine oververhit met beschadigingen aan ciinder en zuiger tot gevolg. N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in slechte staat is. WAARSCHUWINGI Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooît voor deze correct is afgesteld of gerepareerd.
iysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! Geluiddemper | 8 N.B.! Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een Katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te checken of uw machine voorzien is van een katalysator. De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen in brand kunnen steken Koelsysteem
22% Om de werktemperatuur zo laag mogelik te houden, is de machine uitgerust met een koelsysteem.
Het koelsysteem bestaat uit: 1 Luchtinlaat in de starter. 2 Koelflenzen op de cilinder. 3 Cilinderkap (Ieidt de koellucht naar de cilinder) Dutch — 95
ONDERHOUD Maak het koelsysteem één keer per week schoon met een borstel: dit moet vaker gebeuren wanneer u in moeilike omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt Koelsysteem leidt tot oververhittng van de machine waardoor de clinder en zuiger beschadigd kunnen worden. Hoekoverbrenging De hoekoverbrenging is af fabriek gevuld met een geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik HUSQVARNA speciaalvet Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal gezien alleen vervangen worden in geval van een reparatie. Luchitfilter Hetluchtfiter dient regelmatig te worden schoongemaakt {stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermiden: + Storingen van de carburateur + Moeiljkheden bij het starten + Vermogensverlies + Onnodige slitage van de motoronderdelen. + Abnormaal hoog brandstofverbruik Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt. Luchtfilter schoonmaken Demonteer het ciinderdeksel en verwiider het filter. Maak het schoon in een warm sopje van water en zeep. Gontroleer of het fier droog is voor u het terugplaatst. Na een lange gebruiksperiode kan het uchtfiter niet meer worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig vervangen worden. Een beschadigd luchttilter moet altijd vervangen worden.
Wordt de machine onder stoffige omstandigheden gebruikt, moet het luchtfiter geolied worden. Zie de aanwizingen in het hoofdstuk Luchtiter oliën. Luchitfilter oliën Gebruik altjd HUSQVARNA fiterolie, artikelnr. 531 00 92- 48.De fiterolie bevat een oplosmiddel zodat het makkelik gelikmatig in het fiter kan worden verdeeld. Vermijd daarom contact met de huid. Doe het filter in een plastic zak en giet de fiterolie erbi. Kneed de plastic zak om de olie te verdelen. Knijp het filter in de plastic zak ui en giet de overgebleven olie weg voordat het filer op de machine wordt gemonteerd Gebruik nooit gewone motorolie. Deze zakt zeer snel door het filter naar beneden en blijft dan op de bodem liggen. De volgende factoren zijn van invioed op de conditie van de bougie: + Een incorrecte afstelling van de carburateur. + Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie). + Een vuil luchtfiter. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en Startmoeilikheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilik Start of onregelmatig onbelast draait, dent u altid eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controler of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. 0,5 mm N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietypel Andere types kunnen de zuiger/ciinder beschadigen.
ONDERHOUD Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd. Onderhoud onderous | onderhoua_ | onderhoud” Maak de machine ufwendig schoon. x Coniroleer of het draagsiel niet beschadigd is. x Controleer of het ophangoog niet beschadigd is. x Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendeï goed x werken uit veiligheidsoogpunt. Controleer of de stopschakelaar werkt. x Controleer of het handvat en het sluur heel zin en goed vast ziten x Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. x Maak het luchtfter schoon. Vervang het indien nodig. x Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te x verduren gehad heeft Controleer ofhet blad goed gecentreerdis, scherp is en geen barsien vertoont. Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trilingen die de x machine kunnen beschadigen: Coniroleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten x vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig. Controleer of de borgmoer van de snij-uirusting goed is vastgedraaid. x Controleer of de bouten en moeren en vasigedraaig zin. x Coniroleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofeidingen: x Controleer of de transporibeschermkap van het blad niet beschadigd x is en of ze goed kan vastgezet worden. Coniroleer de starter en het starierkoord X Controleer of de trilingsdempingselementen niet beschadigd zijn. X Maak de bougie uilwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang x de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft Maak het Koslsysieem van de machine schoon. X Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang x het (geldt alleen bi geluiddempers zonder katalysator) Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de x carburateur schoon. Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met x smeermiddel. Vul indien nodig bij met special vet Coniroleer of het velligheidsmechanisme van het draagstel x onbeschadigd is en goed functioneert. Controleer ofhet brandstofilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang x indien dit noodzakelik is. Controleer alle kabels en aansluitingen x Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingsirommel op slitage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerkplaats x vervangen Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring x heeft Coniroleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het x eventueel schoon (geldt alleen bij geluiddempers met katalysator). Dutch - 97
TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens Techi Motor che gegevens Cilinderinhoud, cmŸ Gilinderdiameter, mm Slaglengte, mm Stationair toerental, t’min Aanbevolen max. overtoeren, min Toerental van uitgaan as, tpm Max. motorvermogen volgens ISO 8893, KW/ omw./min. Geluiddemper met katalysator Een toerentalgeregeld ontstekingssysteem Ontstekingssysteem Producentontstekingssysteemtype Bougie Elektrodenafstand, mm Brandstot-/smeersysteem Producent/carburateurtype Inhoud benzinetank, liter Gewicht Gewicht, zonder brandstof, sniuitrusting en beschermkap, kg Lawaai-emissie {zie opm. 1) Geluidsvermogen, gemeten dB(A) Geluidsvermogen, gegarandeerd Liya dB(A) Geluidsniveaus {zie opm. 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN/ISO 11806 en ISO 7917, dB(A), min/max: Trillingsniveaus Tilingsniveaus in handvat, gemeten volgens EN/ISO 11806 en ISO 7916, m/s? Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, min: Bi stationair toerental, linker/rechter handvat, max: Bi vollast toerental, linker/rechter handvat, min Bi vollast toerental, linker/rechter handvat, max 333R 34,6 38,0 30,5
2,09 2,712,3 27/27 Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (Lwa) volgens EG-richtiin 2000/14/EG: Opm. 2: Equivalent geluidsdrukniveau wordt berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveaus in verschillende werkomstandigheden, met de volgende tijdsindeling: 1/2 nullast en 1/2 maximum snelheid. NB! De geluidsdruk bij het oor van de gebruiker en trling van de hendels zijn gemeten terwi] alle goedgekeurde snijuitrusting voor de machine was aangebracht. De tabel geeft de hoogste en laagste waarden aan.
TECHNISCHE GEGEVENS Goedgekeurde accessoires Type Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. Centrumopening in bladen/messen © 25,4 mm Schroefdraad bladas M12 Multi 255-3 (0 255 3-punts) 537 33 16-01 Grass 2554 ( 255 4-punts) 537 33 16-01 Grasmaaiblad/grasmes Multi 275-4 ( 275 4-punts) 537 33 16-01 Multi 300-3 (D 300 3-punts) 537 33 16-01 Zaagblad Scarlet 200-22 (D 200 22-punts) 537 38 77-01 Kunststof messen Tricut © 300 mm 537 33 16-01 / 537 34 94-01 T35, T35x 537 33 16-01 / 537 34 94-01 535 537 33 16-01 / 537 34 94-01 Trimmerkop T45x 537 33 16-01 / 537 34 94-01 Auto 55 537 33 16-01 / 537 34 94-01 Trimmy S 11 537 33 16-01 / 537 34 94-01 Steunkop 503 89 01-02 - EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa) Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de Husqvarna motorzeisen 333R, 335FR en 335RX met een serienummer uit 2004 en verder (het jaar met daaropvolgend het serienummer wordt duidelÿk aangegeven op het productplaae), in overeenstemming zijn met de voorschriften in de
RICHTLIJN VAN DE RAAD
- van 22 juni 1998 ‘betreffende machines” 98/37/EG, bijlage IIA. - van 15 december 2004 “betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 2004/108/EEC. - van 8 meï 2000 “betrefiende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. Becordeling van de overeenstemming uitgevoerd volgens Billage V. Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische gegevens. De volgende normen zijn van toepassing: EN292-2, CISPR 12:2005, EN ISO 11806 SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een vriilige typekeuring uitgevoerd. De certficaten hebben nummer: SEC/05/1052, 01/164/044, 01/164/046 - 335RX, 335FR, SEC/05/1051, 01/164/045, 01/164/047 - 333R. Huskvarna, 28 februari 2008 Michael Kullberg, Business manager Dutch - 99
Notice-Facile