78097 - Boor Sthor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 78097 Sthor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 78097 Sthor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 78097 - Sthor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 78097 van het merk Sthor.
GEBRUIKSAANWIJZING 78097 Sthor
- boor - schroefmachine
- accu
- schakelaar
- draairichtingsschakelaar
- boorhouder
- draaimomentschakelaar
- acculader
- laadindicator van de accu
- accuklem
GR
Draag een veiligheidsbril
Draag gehoorbescherming
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.
De boor - schroefmachine is een universeel draagbaar gereedschap dat geen externe stroombron nodig heeft, ontworpen voor doe-het-zelvers om gaten te maken in verschillende materialen (bijv. hout en materialen op houtbasis, metalen) en voor het schroeven en losdraaien van schroeven en bouten. De bijzondere voordelen zullen worden gewaardeerd door doe-het-zelvers die diverse montage- en afwerkingswerkzaamheden uitvoeren.
De hoekslijpmachine is een elektrisch gereedschap dat bedoeld is voor het slijpen en snijden van metaal en minerale bouwmaterialen zoals baksteen, natuursteen, kunstmatig steen, beton, tegels etc. met behulp van slijpschijven en -stenen die worden geselecteerd op basis van het betreffende materiaal. Het apparaat mag in geen geval worden gebruikt voor het bewerken van andere materialen dan hierboven genoemd, bijv. voor het slijpen en snijden van hout of voor polijstwerk.
Correcte, betrouwbare en veilige werking van de slijpmachine hangt af van juiste exploitatie.
Lees daarom voorafgaand aan ingebruikname van het apparaat de volledige gebruikershandleiding en bewaar deze goed. Draag altijd oogbescherming!
Gebruik geen slijpstenen met een maximale omtreksnelheid van onder de 80 m/s!
Gebruik geen slijpstenen met een maximale rotatiesnelheid die lager is dan de rotatiesnelheid van de slijpschijf.
De leverancier stelt zich niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het niet naleven van de veiligheidsregels en aanbevelingen.
UITRUSTING
Het product wordt in complete toestand geleverd maar moet worden gemonteerd voorafgaand aan de werkzaamheden. Tezamen met het product worden geleverd: accu, oplaadstation (oplader).
* geldt alleen voor modellen uitgerust met een accu en oplader
** geldt alleen voor accu's met de capaciteit die wordt vermeld in deze tabel
De opgegeven geluidsemissiewaarde is gemeten volgens een standaardtestmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven geluidsemissiewaarde kan worden gebruikt bij de initiele beoordeling van de blootstelling.
De aangegeven totale trillingswaarde is gemeten met behulp van de standaard testmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven totale trillingswaarde kan worden gebruikt bij de eerste beoordeling van de blootstelling.
Let op! De trillingsemissie tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.
Let op! Er moeten veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden gespecificeerd, die gebaseerd zijn op een beoordeling van de blootstelling onder reële gebruiksomstandigheden (met inbegrip van alle onderdelen van de bedrijfscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap wordt uitgeschakeld of stationair draait en de activeringstijd).
ALGEMENE WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID VAN HET ELEKTRISCHE GEREEDSCHAP
Waarschuwing! Lees aandachtig alle waarschuwingen betreffende de veiligheid, illustraties en specificaties die met dit elektrisch toestel / machine werden meegeleverd. Niet-naleving ervan kan tot elektrocutie, brand of ernstige letsels leiden.
Bewaar zorgvuldig alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
Het begrip „elektrotoestel / machine gebruikt in de waarschuwingen verwijst naar alle toestellen / machines elektrisch aangedreven, zowel draad als draadloze toestellen.
Veiligheid op de werkplek
De werkplek dient goed belicht en proper te zijn. Wanorde en een slechte belichting kunnen ongevallen veroorzaken.
Het is verboden om met elektrotoestellen / machines in een omgeving van vergrote ontploffingsgevaar met brandbare vloeistoffen, gassen of dampen te werken. Elektrotoestellen / machines generen vonken en kunnen stof of dampen ontsteken.
Laat kinderen en omstanders op de werkplaats niet toe. Concentratieverlies kan tot verlies van controle leiden.
Elektrische veiligheid
De stekker van de voedingskabel moet in de netwerkdoos passen. Het is verboden om de stekker op een om het even welke wijze de modifiëren. Het is verboden om stekkeradapters met geaarde elektrotoestellen / machines te gebruiken.
Een niet-gemodifieerde stekker verkleint het risico op elektrocutie.
Vermijd contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingstoestellen of koelkasten. Aarding van het lichaam vergroot het risico op elektrocutie. Stel elektrotoestellen / machines niet bloot aan atmosferische neerslag of vocht. Water en vocht die binnen het elektrotoestel / machine raakt, vergroot het risico op elektrocutie.
Overbelast de voedingskabel niet. Gebruik de voedingskabel niet om de stekker van de voedingskabel te dragen, te trekken of de stekker uit de netwerkdoos te ontkoppelen. Vermijd contact van de voedingskabel met warmte, oliën, scherpe randen of bewegende delen. Beschadiging of verstrengeling van de voedingskabel vergroot het risico op elektrocutie.
In geval van uitvoering van de werkzaamheden buiten de gesloten ruimte dienen verlengsnoeren bestemd voor werking buiten gesloten ruimtes te worden gebruikt. Gebruik van een verlengsnoer die aangepast is voor buitenwerking verkleint het risico op elektrocutie.
NL
In geval wanneer het gebruik van het elektrotoestel / machine in een vochtig milieu niet kan worden vermeden, dient een aardlekschakelaar (RCD) te worden gebruikt als bescherming tegen de voedingsspanning. Gebruik van RCD verkleint het risico op elektrocutie.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, wees bewust wat er wordt verricht en gebruik gezond verstand tijdens de werking met een elektrotoestel / machine. Gebruik het elektrotoestel / machine niet bij vermoeidheid of onder invloed van drugs of geneesmiddelen.
Zelfs een moment van onoplettendheid kan tot ernstige persoonlijke letsels leiden.
Gebruik persoonslijke beschermingsmidddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Gebruik van persoonlijke beschemringsmiddelen zoals antistofmaskers, anti-slip veiligheidsschoenen, helmen en oorbeschermers verkleint het risico op ernstige letsels.
Zorg ervoor dat het toestel niet toevallig wordt ingeschakeld. Controleer of de elektrische schakelaar in positie „uitgeschakeld” staat alvorens de voeding en/of de accu aan te sluiten of het elektrotoestel / machine op te heffen of te verplaatsen. Verplaatsen van het elektrotoestel / machine met de vinger op de schakelaar of het aansluiten van het elektrotoestel / machine wanneer de schakelaar zich in positie „ingeschakeld” bevindt, kan tot ernstige letsels leiden.
Alvorens het elektrotoestel / machine uit te schakelen, verwijder alle sleutels en andere instrumenten die gebruikt werden voor de afstelling. Een achtergelaten sleutel op roterende onderdelen van het elektrotoestel / machine kan ernstige letsels veroorzaken. Reik niet en hel niet te ver over. Neem een stabiele houding gedurende de uitvoering van de werkzaamheden aan. Dit zal een betere controle over het elektrotoestel / machine mogelijk maken tijdens onverwachte situaties.
Draag gepaste kledij. Gebruik geen losse kledij en draag geen juwelen. Houd het haar en de kledij ver van bewegende onderdelen van het elektrotoestel / machine. Losse kledij, juwelen of lang haar kunnen worden vastgegrepen door de bewegende onderdelen.
Indien de toestellen aangepast zijn tot het aansluiten van stofafzuiging-of ophoping, controleer of ze correct aangesloten en gebruikt werden. Gebruik van stofafzuiging verkleint het risico op stofgerelateerde gevaren.
Zorg ervoor dat de verworven ervaring van veelvuldig gebruik van het elektrotoestel / machine er niet toe zal leiden dat de veiligheidsvoorschriften roekeloos worden genegeerd. Roekeloze handelingen kunnen in een fractie van een seconde ernstige letsels veroorzaken.
Gebruik en zorg voor het elektrotoestel / machine
Overbelast elektrotoestel / machine niet. Gebruik het elektrotoestel / machine bestemd voor de gekozen toepassing.
Een geschikt elektrotoestel / machine zal een betere en veilige werking garanderen indien het gebruikt voor de ontwikkelde belasting wordt.
Gebruik het elektrotoestel / machine niet indien de elektrische schakelaar het in- en uitschakelen niet mogelijk maakt. Het elektrotoestel / machine dat niet controleerbaar is met behulp van de netwerkschakelaar is gevaarlijk en dient door de technische dienst te worden hersteld. Ontkoppel de stekker van de voedingskabel van de netwerkdoos en/of demonteer de accu, indien hij van het elektrotoestel / machine kan worden ontkoppeld alvorens het elektrotoestel / machine af te stellen, accessiores te vervangen of op te slagen. Zulke voorzorgsmaatregelen zullen ervoor zorgen dat een toevallige inschakeling van het elektrotoestel / machine wordt vermeden.
Bewaar het toestel op een plaats die ontoegankelijk voor kinderen is. Laat personen die niet vertrouwd zijn met de instructie het elektrotoestel / machine niet gebruiken. Elektrotoestellen / machines kunnen in handen van ongeschoolde gebruikers gevaarlijk zijn.
Onderhoud het elektrotoestel / machine en zijn accessoires. Controleer het elektrotoestel / machine op het gebied van slechte aanpassingen of het klem zitten van bewegende onderdelen, beschadiging van onderdelen en om het even welke andere omstandgiheden die de werking van het elektrotoestel / machine kunnen beïnvloeden. Schade dient te worden hersteld alvorens het elektrotoestel / machine te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het elektrotoestel / machine.
Snijdende werktuigen dienen proper en scherp te zijn. Snijdende werktuigen met scherpe randen die goed onderhouden zijn zullen zich minder beklemmen en kunnen tijdens de werking beter worden gecontroleerd.
Gebruik elektrotoestellen / machines, accessoires en aanvullende werktuigen ed. overeenkomstig met deze instructie en houd rekening met hun soort en de arbeidsomstandigheden. Gebruik van toestellen bestemd voor andere werkzaamheden dan hun bestemming kan een gevaarlijke situatie veroorzaken.
Houd het handvat en de oppervlakken bestemd om te worden gegrepen altijd droog, proper en vrij van olie en vet. Gladde handvaten en oppervlakken laten geen veilig gebruik toe en houden het elektrotoestel / machine niet onder controle in gevaarlijke situaties.
Herstellingen
Laat het elektrotoestel / machine herstellen enkel bij de bevoegde technische diensten die originele reserveonderdelen gebruiken. Dit zal de gepaste veiligheid van het elektrotoestel garanderen.
Veiligheidsinstructies voor alle activiteiten
Gebruik gehoorbeschermers bij hamerboren. Blootstelling aan lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
NL
Gebruik de extra handgre(e)pen. Verlies van controle kan persoonlijk letsel veroorzaken.
Grijp het apparaat goed vast vóór het gebruik. Dit apparaat genereert een hoog koppel en zonder goed vasthouden tijdens het gebruik kan verlies van controle over de machine lichamelijke letsels veroorzaken.
Houd het gereedschap met geïsoleerde handgrepen vast bij werkzaamheden waarbij het snijdend accessoire in contact kan komen met een verborgen kabel of netsnoer. Een snijdend accessoire dat in contact komt met een draad onder spanning kan de metalen delen van het gereedschap "onder spanning" zetten en de bediener een elektrische schok bezorgen.
Veiligheidsinstructies bij het gebruik van lange boren
Werk nooit met een hogere snelheid dan de maximale boorsnelheid. Bij hogere snelheden zal de boor waarschijnlijk knikken als deze losgelaten wordt voor een vrije rotatie zonder contact met het werkstuk, wat verwondingen kan veroorzaken.
Begin altijd met werken op lage snelheid en wanneer het uiteinde van de boor in contact komt met het te verwerken materiaal. Bij hogere snelheden zal de boor waarschijnlijk knikken als deze losgelaten wordt voor een vrije rotatie zonder contact met het werkstuk, wat verwondingen kan veroorzaken.
Druk alleen in de richting van de booras en niet te veel druk uitoefenen. De boor kan buigen, waardoor een breuk of verlies van controle kan ontstaan, met lichamelijk letsel tot gevolg.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR SCHIJFSCHUURMACHINES EN POLIJSTMACHINES
Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het slijpen, slijpen met schuurpapier, slijpen met draadborstels en snijden. Lees alle waarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij het elektrische apparaat geleverd zijn. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot elektrocutie, brand en/of ernstig lichamelijk letsel.
Het is verboden om het apparaat te gebruiken als polijstmachine of op andere wijze dan omschreven in de handleiding. Gebruik van het apparaat voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is, kan een risico vormen en leiden tot lichamelijk letsel.
Gebruik geen accessoires die niet speciaal door de producent zijn ontworpen voor dit apparaat. Het feit dat een bepaalde accessoire op het apparaat past, wil nog niet zeggen dat veilig werk hiermee gegarandeerd is.
De maximale rotatiesnelheid van de accessoires moet gelijk aan of hoger zijn dan de maximale rotatiesnelheid van het apparaat. Accessoires met een lagere rotatiesnelheid dan die van het apparaat kunnen tijdens werking in stukken breken.
De buitenste diameter en de dikte van de accessoires moet binnen het bereik vallen van afmetingen voor het apparaat. Accessoires met ongeschikte afmetingen kunnen niet correct worden afgeschermd en bediend.
De afmetingen van de opening voor het vastzetten van de wielen, schijven, borgringen en andere accessoires moeten passen op de afmetingen van de spil van het apparaat. Accessoires waarvan de grootte van de opening niet overeenkomst met de dikte van de spil, zullen na het starten van het apparaat gaan vibreren, hetgeen kan leiden tot verlies van controle over het apparaat.
Geen beschadigde accessoires gebruiken. Controleer voor ieder gebruik de staat van de accessoires en kijk deze na op splinters, barsten, slijtage en overmatig gebruik. Indien een accessoire valt, deze controleren op schade of een nieuwe onbeschadigde accessoire monteren. Na inspectie en installatie van de accessoires dienen de gebruiker en andere aanwezigen plaats te nemen buiten het rotatievlak van de accessoires. Vervolgens het apparaat gedurende één minuut opstarten met maximale rotatiesnelheid. Tijdens de test zullen beschadigde accessoires kapotgaan.
Gebruik persoonlijke beschermmiddelen. Gebruik naar gelang het soort werk gezichtsbescherming of een veiligheidsbril. Indien vereist een anti-stofmasker, gehoorbescherming, handschoenen en een schort dragen ter bescherming tegen kleine deeltjes van de accessoires of materialen die ontstaan tijdens de bewerkingen. Oogbescherming moet doeltreffend zijn tegen vliegende deeltjes die tijdens de werkzaamheden kunnen ontstaan. Het anti-stofmasker moet in staat zijn tot filtratie van stof die ontstaat tijdens het werk. Te langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot gehoorbeschadiging.
Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden waarbij de schijf contact kan maken met een verborgen elektrische kabel onder spanning of een voedingskabel, de slijpmachine vasthouden aan de geïsoleerde grepen. Contact van de schijf met een kabel onder spanning kan ertoe leiden dat de metalen onderdelen van het apparaat onder spanning komen te staan, wat vervolgens elektrocutie van de bediener kan veroorzaken.
Houd een veilige afstand tussen de werkplek en de aanwezigen. Personen die de werkplek betreden, moeten persoonlijke beschermmiddelen toepassen. Afgebroken deeltjes die ontstaan tijdens het werk of stukjes van beschadigde accessoires kunnen buiten de directe werkplek terechtkomen.
Houd de voedingskabel ver uit de buurt van de roterende onderdelen van het apparaat. In geval van verlies van de controle over het apparaat kan de kabel doorgesneden of vastgegrepen raken en kan de hand of arm van de bediener worden aangetrokken door draaiende onderdelen van de machine.
Het apparaat nooit neerzetten voordat de roterende onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen. Roterende onderde- lenkunnen de vloer 'vastgrijpen' waardoor het apparaat buiten controle raakt.
Het apparaat niet inschakelen tijdens verplaatsing. Abusievelijk contact met roterende onderdelen kan leiden tot het vastgrijpen en aantrekken van kleding en contact van het apparaat met het lichaam van de bediener.
De ventilatie-openingen van het apparaat moeten regelmatig worden gereinigd. De motorventilator zuigt stof dat tijdens werk ontstaat de
machine in. Overmatige ophoping van stukjes metaal aanwezig in het stof vergroot het risico op elektrocutie.
Het apparaat niet gebruiken in de buurt van licht ontvlambare materialen. Vonken die tijdens werkzaamheden ontstaan,
NL
kunnen brand veroorzaken.
Geen accessoires gebruiken die koeling door vloeistof nodig hebben. Water en koelvloeistof kunnen leiden tot elektrocutie.
Waarschuwingen in verband met het wegkaatsen van het apparaat richting de gebruiker
Het wegkaatsen van het apparaat in de richting van de gebruiker is een plotselinge reactie op een geblokkeerde of klemgeraakte rotatieschijf, poleerstrip van de borstel of andere accessoire. Blokkering of vastklemming leidt tot krachtige onderbreking van de draaiende accessoire, waardoor het apparaat wegkaatst in de tegengestelde richting t.o.v. de draairichting van de accessoire. Wanneer de slijpschijf bijv. geblokkeerd of klem raakt door het bewerkte product, kan de rand van de schijf in het oppervlak van het materiaal snijden, waardoor de schijf kan losraken of wegschiet.
De schijf kan ook wegschieten in de richting van de bediener of van hem vandaan, naar gelang de draairichting van de slijpsteen op de plek van de blokkade. Ook kunnen de slijpschijven breken onder deze omstandigheden.
Het wegkaatsen van het apparaat in de richting van de bediener is het gevolg van onjuist gebruik en/of het niet naleven van de richtlijnen in deze gebruikershandleiding. Deze verschijnselen kunnen worden voorkomen door de onderstaande aanbevelingen op te volgen.
Door stevig vasthouden van het apparaat en de juiste positie van het lichaam en de armen kan weerstand worden geboden aan de ontstane tegengestelde krachten. Gebruik altijd een extra handgreep indien deze is meegeleverd. Dit zorgt voor maximale controle tijdens wegkaatsing of onverwachte rotatie tijdens het starten van het apparaat. De bediener kan de rotatie of het wegkaatsen van het apparaat controleren indien hij geschikte veiligheidsmaatregelen toepast.
Nooit de handen in de buurt van roterende onderdelen van het apparaat houden. Roterende onderdelen kunnen tijdens wegkaatsing in contact komen met de handen.
Niet verblijven in een zone waarin het apparaat terecht kan komen tijdens wegkaatsing. Het wegkaatsen vindt plaats in tegengestelde richting t.o.v. de draairichting van de slijpschiif, op de plek waar deze vast is komen te zitten.
Wees extra voorzichtig tijdens werk in de buurt van hoeken, scherpe randen etc. Vermijd het wegkaatsen en vastraken van de slijpschijf. Tijdens bewerking hoeken of randen treedt een verhoogd risico op het vastraken van de slijpschijf op, wat leidt tot verlies van de controle over het apparaat of wegkaatsing van het apparaat.
Gebruk geen schijven met snijketting of zaagschijven. Het snijvlak leidt tot dikwijls wegkaatsen en controleverlies over het apparaat.
Waarschuwingen in verband met het slijpen en snijden met slijpschijven.
Gebruik alleen schijven die bedoeld zijn voor werking met het apparaat en afsschermingen die zijn ontworpen voor het gegeven schijftype. Schijven die niet geschikt zijn voor het apparaat, kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn gevaarlijk.
Het slijp-oppervlak van bolle schijven moet zich na montage onder de afschermingsrand van de schijf bevinden. Een onjuist gemonteerde schijf die buiten de afschermingsrand uitsteekt, kan niet voldoende worden beveiligd.
De afscherming moet veilig worden vastgezet aan het apparaat in een positie die maximale veiligheid biedt, zodat een zo klein mogelijk gebied van de schijf ontbloot is in de richting van de gebruiker. De afscherming helpt de gebruiker te beschermen tegen wegvliegende deeltjes van de schijf en voorkomt abusievelijk contact met de schijf.
De schijf moet worden gebruikt conform het beoogde doeleinde. Bijvoorbeeld: niet slijpen met een schijf die bedoeld is om mee te snijden. Slijpschijven voor snijden zijn bedoeld voor belasting van de omtrek. Zijkrachten op zulke schijven kunnen leiden tot het losraken.
Gebruik altijd onbeschadigde vastzetschijven die de juiste grootte hebben t.o.v. de slijpschijf. De juiste vastzetschijven verminderen het risico op beschadiging van de slijpschijf. Vastzetschijven voor snijschijven kunnen verschillen van vastzetschijven voor slijpschijven.
Geen gebruikte slijpschijven van grotere apparaten gebruiken. Een slijpschijf met grotere diameter is niet geschikt voor de hogere rotatiesnelheden van kleinere apparatuur en kan barsten.
Waarschuwingen in verband met het slijpen met schuurpapier.
Geen te grote schijven gebruiken met schuurpapier. Volg bij de selectie van de slijpsteen de aanwijzingen van de fabrikant op. Schuurpapier dat aanzienlijk groter is dan de schijf kan snijwonden veroorzaken en vergroot tevens het risico op vastraken, scheuren of terugkaatsen in de richting van de gebruiker.
Waarschuwingen in verband met werk met draadborstels
Wees voorzichtig daar ook tijdens normaal werk draaddeeltjes losvliegen van de borstel. De draden niet overbelasten door teveel kracht op de borstel uit te oefenen. De draden kunnen eenvoudig doordringen tot lichte kledij en/of de huid.
Indien aanbevolen wordt om afschermingen te gebruiken tijdens werk met een draadborstel, voorkom dan elke vorm van contact tussen de borstel en de afdichting. De diameter van de draadborstel kan toenemen door de belasting en middelpuntvliedende kracht.
VOORBEREIDING OP DE WERKZAAMHEDEN
LET OP! Alle handelingen die in dit hoofdstuk worden vermeld, dienen plaats te vinden na het afsluiten van de spanning. De accu
NL
moet afgekoppeld zijn van het apparaat!
Veiligheidsinstructies opladen accu
Let op! Zorg er voorafgaand aan het opladen voor dat de behuizing van de voeding, de kabel en de stekker niet gebarsten of beschadigd zijn. Het is verboden om het oplaadstation of de voeding te gebruiken wanneer deze onjuist werken of beschadigd zijn! Voor het opladen van de accu mogen uitsluitend het bijgeleverde oplaadstation en de bijgeleverde voeding worden gebruikt. Gebruik van een andere voeding kan leiden tot brand of beschadiging van het apparaat. Het opladen van de accu mag uitsluitend plaatsvinden in een gesloten, droge ruimte die is beveiligd tegen toegang van onbevoegden en met name kinderen. Het oplaadstation en de voeding mogen niet worden gebruikt zonder toezicht van een volwassene! Indien de ruimte waarin het opladen plaatsvindt, verlaten moet worden, haal het apparaat dan van de stroom door de voeding uit het stopcontact te trekken. Indien er rook, een vreemde geur o.i.d. uit de oplader komt, trek de stekker van de oplader dan direct uit het stopcontact!
De boormachine wordt geleverd met niet-opgeladen accu. Daarom dient deze voorafgaand aan de werkzaamheden te worden opgeladen conform de procedure die hieronder beschreven is, met behulp van de meegeleverde voeding en het oplaadstation. Li-Ion-accu's (lithium-ion) beschikken niet over een 'geheugen', zodat ze op ieder gewenst moment kunnen worden opgeladen. Het is echter aanbevolen om de accu leeg te laten lopen tijdens normaal werk en vervolgens volledig op te laden. Indien dergelijke hantering vanwege het type werk niet altijd mogelijk is, dient deze procedure tenminste eens per 10 à 15 werkcycli te worden herhaald. De accu mag in geen geval worden ontladen door elektroden aan te sluiten. Dit leidt tot onherstelbare schade! De oplaadstatus van de accu mag ook niet worden nagegaan door een elektrode aan te sluiten en het vonken te controleren.
Bewaren van de accu
Zorg voor de juiste opslagomstandigheden om de levensduur van de accu te verlengen. Deze duurt ongeveer 500 oplaad-ontlaadcycli. Bewaar de accu bij een temperatuur van 0 tot 30 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 50%. Laad de accu op tot ca. 70% wanneer je deze langere tijd wilt opslaan. In geval van langere opslag de accu eens per jaar opladen. Vermijd overmatig opladen van de accu, daar dit de levensduur verkort en kan leiden tot onherstelbare schade.
De accu zal tijdens opslag langzaam ontladen vanwege lekstroom. Het zelfontladingsproces hangt af van de opslagtemperatuur; hoe hoger deze is, des te sneller is de batterij leeg. In geval van onjuiste opslag van de batterij kan lekkage van het elektrolyt plaatsvinden. In geval van lekkage het elektrolyt verzamelen met een neutraal middelen. De ogen in geval van contact met het elektrolyt grondig uitwassen en vervolgens onmiddellijk een arts raadplegen. Gebruik van het apparaat met beschadigde accu is verboden.
In geval van volledig verbruik van de accu moet deze worden afgegeven bij een gespecialiseerd verzamelpunt voor de verwerking van dergelijk afval.
Accutransport
Lithium-ion-accu's zijn volgens de wet gevaarlijk materiaal. De gebruiker van het apparaat kan apparaten met accu of de accu zelf over land vervoeren. Hierbij hoeft niet te worden voldaan aan aanvullende voorwaarden. In geval van het opdragen van transport aan derden (bijv. verzending door een koerier) dienen de regels voor transport van gevaarlijke materialen te worden nageleefd. Neem voorafgaand aan de verzending contact op met een persoon die over de juiste kwalificaties beschikt.
Het is verboden om beschadigde accu's te vervoeren. Tijdens het transport moeten de gedemonteerde accu's uit het apparaat verwijderd worden en de blootliggende contacten worden beveiligd door ze bijv. met isoleertape af te plakken. Beveilig de accu's zo in de verpakking dat ze zich niet binnenin de verpakking kunnen bewegen tijdens het transport. Leef ook de landelijke voorschriften na op het gebied van transport van gevaarlijke materialen.
Opladen van de accu
Let op! Koppel voorafgaand aan het opladen de voeding van het oplaadstation van het stroomnet af door de stekker uit het stopcontact te trekken. De accu en de klemmen ontdoen van vuil en stof met een zacht en droog doekje.
De accu beschikt over een ingebouwde oplaadindicator. Door op de knop te drukken gaan de diodes (II) branden. Hoe sterker ze dit doen, hoe voller de accu is opgeladen. Wanneer de diodes na indrukken van de knop niet gaan branden, is de accu leeg.
Steek de accu in het oplaadcontact (II).
Sluit de oplader aan op het stroomnet.
Er gaat een rode diode branden ter indicatie dat het opladen bezig is.
Na voltooing van het opladen gaat de rode diode uit en gaat er een groene diode branden, wat betekent dat de accu volledig is opgeladen.
Trek de stekker uit het stopcontact.
Verwijder de accu uit het oplaadstation door op de accugrendelknop te drukken.
Let op! Indien na het aansluiten van de oplader op de stroom de groene diode brandt, is de accu volledig opgeladen. In dat geval begint de oplader niet met opladen.
NL
BOOR WERKING
Toerentalinstelling en koppelkeuze
De boor - schroefmachine heeft twee mechanische schakelingen (III). Afhankelijk van de gekozen maximumsnelheid, selecteert u er één. Voor het aandraaien en losdraaien van de schroeven wordt een lagere snelheid aanbevolen, terwijl voor het boren een hogere snelheid wordt aanbevolen.
Het koppel wordt afgesteld met behulp van een ring die achter de boorkop is geplaatst (IV). Hoe groter de instelling, hoe hoger het koppel dat het toestel aanbiedt. Het is raadzaam om het koppel niet hoger in te stellen dan het nodig is voor de juiste werking, anders kunnen de schroefdraden worden vernield. In geval dat de schroeven rechtstreeks in het materiaal worden gedraaid, dient het juiste koppel proefondervindelijk te worden gekozen. De proef kan op afvalmateriaal worden uitgevoerd. Indien het maximale koppel, dat veilig is voor een gegeven verbinding, niet gekend is, dient de kleinste waarde te worden ingesteld. Deze kleinste waarde dient gradueel te worden vehoogd totdat de juiste waarde voor het werk wordt bereikt. Indien het toestel het maximaal instelbare koppel bereikt, zal een veiligheidskoppeling om de overbelasting te verhinderen, in werking treden. Stop vervolgens met het indraaien.
Indien het product reeds uitgerust werd met een slagfunctie, beschikt het dan over een hamersymbool dat zichtbaar is op de ringinstelling. Instelling van de ring op het hamersymbool zal het slagmechanisme inschakelen. Boren met slagfunctie dient te worden gebruikt om in het beton te boren en mag niet worden gebruikt om in hout of kunststof te boren.
Om gaten met het toestel te boren, dient de ring op het boor- of hamersymbool te worden ingesteld waardoor de veiligheidskoppeling ontkoppeld wordt en waarna op de boor het maximale koppel zal worden overgedragen.
Opgelet! Gebruik om te boren geen instellingen die met cijfers worden aangegeven. De inwerkingtreding van de veligheidskoppeling tijdens het boren kan de vernieling van het materiaal of de boor veroorzaken en het risico op letsels verhogen.
Het bevestigen van de boren in de boorhouder
Selecteer een cilindrische schachtboor die geschikt is voor de klus.
Plaats de boor in de boorhouder. Draai de boorhouder met de hand vast totdat de boorbit goed vastzit (V).
Stel het hoogste koppel in. Stel de draaiknop in op het boor- of hamersymbool.
Instellen van de draairichting
Zet de richtingsschakelaar in de gewenste stand. De draairichting wordt aangegeven met een pijl (VI). De pijlpunt toont de bewegingsrichting van de boren en de schroeven met de klok mee.
Let op! De draairichting mag alleen worden gewijzigd als de voedingsspanning wordt uitgeschakeld! Verander niet van draairichting terwijl de boor/schroefmachine draait!
Het bevestigen van schroevendraaierbits in de boorhouder
Plaats de bithouder in het gat van de boorhouder en vervolgens het juiste schroevendraaierbit voor de klus of bevestig de bit direct in de boorhouder (VII).
Handelingen ter voorbereiding op het werk
Voordat u aan het werk gaat:
Zet het werkstuk vast in een bankschroef of met timmermansklemmen.
Gebruik de juiste werkinstrumenten voor het werk. Zorg ervoor dat ze geslepen zijn en in goede staat verkeren.
Draag werkkleding en oog- en gehoorbescherming.
Pak het gereedschap met beide handen vast (VIII).
Neem een zekere en stabiele houding aan.
Zet het gereedschap aan door met uw vinger op de elektrische schakelaar te drukken.
Let op! Wanneer er tijdens het gebruik verdachte geluiden, gekraak, gefluit enz. te horen zijn, moet u het gereedschap onmiddel- lijk uitschakelen en de accu uit het gereedschap halen.
DE BOOR GEBRUIKEN
Let op! Gebruik gehoorbeschermers bij gebruik van het apparaat!
Gebruik van de rechter- of linkerrotatierichting
Gebruik de rechtse rotatie bij het boren met de veelgebruikte rechtse rotatieboren.
Gebruik linksom draaien als de rechtsdraaiende boor in het materiaal vastloopt en bij het losdraaien van de schroeven. Gebruik een minimum toerental bij het losdraaien van de schroeven.
Boren in hout
Vóór het boren wordt aanbevolen het te bewerken materiaal vast te zetten met timmermansklemmen of in een bankschroef, en vervolgens met een pons of spijker te bepalen waar er geboord moet worden. Bevestig in de boorhouder de juiste boor, stel het
NL
draaimoment in, sluit het gereedschap aan op de accu en begin met boren.
Bij het maken van de gaten "doorheen" het materiaal is het aan te raden om een stuk hout onder het materiaal te plaatsen, zodat de rand van het gat bij de uitlaat niet gekarteld raakt.
Bij het maken van gaten met grote diameters is het aan te raden om eerder een kleiner geleidingsgat te boren.
Boren in metalen
Klem het werkstuk altijd goed vast. In het geval van dun plaatwerk is het aan te raden om er een stuk hout onder te leggen om ongewenst plooien e.d. te voorkomen. Markeer vervolgens de gaten met de pons en begin met boren.
Gebruik stalen boren. In geval van boren in wit gietijzer is het aan te raden om hardmetalen boren met hardmetalen punten te gebruiken. Bij het boren van grotere gaten is het aan te raden om eerder een kleiner geleidingsgat te maken.
Gebruik machineolie bij het boren in staal om de boor te koelen.
Gebruik terpentijn of paraffi ne als koelmiddel voor aluminium.
Gebruik geen koelmiddelen bij het boren in messing, koper of gietijzer. Verwijder vóór het koelen regelmatig de boor uit het materiaal om haar te laten afkoelen.
Boren in harde, compacte keramische materialen (beton, harde bakstenen, steen, marmer, enz.)
Voordat u het juiste gat maakt, boort u een kleiner gat zonder de klopfunctie te gebruiken. Maak het juiste gat met de klopboorfunctie geactiveerd. Gebruik hardmetalen slagboren in goede staat.
Boren in glazuur, zachte baksteen, gips, enz
Gebruik klopboren. Zet de slag niet aan. Druk het gereedschap stevig aan met een constante kracht tijdens het boren. Verwijder van tijd tot tijd de boor uit het boorgat om stof en afval te verwijderen.
Gebruik van het gereedschap om schroeven vast of los te draaien
Hiervoor wordt aanbevolen: de laagst mogelijke snelheid te gebruiken en de juiste tips te gebruiken.
De boren kunnen direct aan de boorhouder worden bevestigd of met een speciale magnetische boorhouder.
Om de schroef los te draaien, schakelt u de draairichting naar de linkerdraairichting.
Gebruik van opzetstukken
Het gereedschap mag niet worden gebruikt voor het aandrijven van hulpstukken.
Aanvullende opmerkingen
Druk tijdens het werken niet te veel op het te verwerken materiaal en maak geen plotselinge bewegingen om het gereedschap en de boor - schroefmachine niet te beschadigen.
Gebruik regelmatig pauzes tijdens het gebruik.
Overbelast het gereedschap niet. De temperatuur van de buitenoppervlakken mag nooit hoger zijn dan 60 °C.
Na afloop van de werkzaamheden het apparaat uitschakelen, de accu loskoppelen en onderhoud en inspectie uitvoeren.
MONTAGE VAN HAAKSE SLIJPER ACCESSOIRES
Montage van de afscherming van de slijpschijf
Breng de afscherming van de schijf aan op het cilindrische gedeelte van de behuizing, rondom de spil, en zet de afscherming met behulp van een schroef of klem zo vast dat deze recht, stevig en zeker gemonteerd is. Plaats de afscherming van de slijpschijf zo dat het niet-afgeschermde gedeelte van de schijf zo ver mogelijk bij de handen van de bediener vandaan is. De slijpmachine nooit gebruiken zonder juist gemonteerde afscherming!
Tezamen met de slijpmachine wordt een afscherming geleverd die alleen juiste bescherming beidt tijdens het slijpen met behulp van slijpschijven en schijven die gebruik maken van schuurpapier en sommige draadborstels. De schijf mag na montage op de spil niet buiten de randen van de afscherming komen. Neem in geval van ander soort toegestaan werk contact op met de fabrikant om afscherming te bestellen die geschikt is voor dit type werk.
Montage extra handgreep
Monteer de handgreep door deze goed vast te draaien aan de kop van het apparaat. De handgreep beschikt over een houder waar een sleutel kan worden bewaard voor het vastzetten van slijpstenen. Dit maakt het opbergen van de sleutel eenvoudiger.
Na afloop van de werkzaamheden waarbij de sleutel vereist is, deze in de houder plaats en er voor zorgen dat deze niet vanzelf kan verplaatsen door zijn eigen gewicht.
BEDIENEN VAN DE SLIJPSCHIJVEN
LET OP! De montage van de slijpschijven mag uitsluitend plaatsvinden wanneer het apparaat van de voedingsspanning is afgekoppeld.. Demonteer de accu van het apparaat!
NL
Montage van de slijpschijven
Koppel de voedingsspanning af van het apparaat Demonteer de accu van het apparaat!
Let er tijdens montage op dat rand A (X) aan de onderzijde van de spil en de borgringen precies op elkaar liggen.
Plaats de bovenste borgring op de spil.
Plaats de slijpschijf op de spil en de bovenste borgring
Schroef de onderste borgring stevig vast op de spil.
Druk de blokkade van de spil in en draai de onderste borgring aan m.b.v. de sleutel. Laat vervolgens de blokkadeknop weer los.
Monteer de accu in het apparaat, schakel het apparaat in en observeer de werking gedurende ca. 1 min. zonder het apparaat te belasten.
Demonteer de accu en controleer of de schijven nog vast zitten.
Plaatsing van de borgringen
Let erop dat de schijven op de montageplek pop de spil verschillend van dikte kunnen zijn.
De plaatsing van de borgringen (XI) verschilt naar gelang de gebruikte slijpschijven: dun (dikte tot 3,2 mm) of dik (dikker dan 3,2 mm). Geen schijven gebruiken die dikker zijn dan 6 mm.
Demontage van de slijpschijven
Schakel de slijpmachine uit en demonteer de accu.
Druk de blokkade van de spil in en draai de onderste borgring los m.b.v. de sleutel. Verwijder vervolgens de slijpschijf van de spil.
Ontdoe de spil en de borgringen van stof en andere verontreinigingen die tijdens het werk zijn ontstaan.
Soorten slijpschijven
Voor werk met de slijpmachine kan elke slijpsteen worden genomen die geschikt is voor gebruik met hoekslijpmachines met een toegestane rotatiesnelheid van tenminste 80 m/s en montage- en buitenste diameters zoals vermeld in de tabellen met technische gegevens.
Indien de slijpschijf is uitgerust met een opening zonder schroefdraad, moeten borgringen worden gebruikt voor montage.
Het is ook mogelijk om schijven te monteren met een buitenste diameter zoals vermeld in de tabel met technische gegevens en uitgerust met een M14 gat met schroefdraad. In een dergelijk geval hoeven er geen borgringen te worden gebruikt en kan de schijf direct op de spil vastgedraaid worden en klem worden gezet met een knop. De schijf moet strak worden aangedraaid met een platte sleutel (die niet behoort tot de uitrusting van de slijpmachine).
In geval van schijven die de montage van schuurpapier met klittenband mogelijk maken, mogen alleen schijven met schuurpapier worden gebruikt een diameter zoals vermeld in de technische gegevenstabel. Plaats de schuurcirkels centraal op de schijf. De rand van de cirkel mag niet over de schijfrand heen uitsteken.
Ook is het mogelijk om diamantschuurschijven te gebruiken met afmetingen zoals vermeld in de technische gegevenstabel, bedoeld voor droog snijden en slijpen. Deze montage dient net zo plaats te vinden als in geval van slijpschijven.
Voor het bewerken van metaal wordt aanbevolen om slijpschijven te gebruiken van materialen die bedoeld zijn voor de bewerking van het gegeven materiaal. Lees de documenten die mee zijn geleverd met de slijpschijf.
Voor het bewerken van keramisch materiaal kunnen slijpschijven worden gebruikt die bedoeld zijn voor de bewerking van steen of diamantschijven, bedoeld voor droog werk.
Draadborstels en schijven met schuurpapier zijn geschikt voor het verwijderen van oude laklagen van een metalen ondergrond.
Het is verboden om het montagegat of spilgat te bewerken of reductieringen te gebruiken om de diameter van het montagegat aan te passen op de diameter van de spil. Het is verboden om slijpschijven te gebruiken met een andere montagediameter dan vermeld in de technische gegevenstabel. Het is verboden om schijven te gebruiken met snijketting of zaagschijf vanwege het feit dat hiermee het risico wordt vergroot op het wegkaatsen van het apparaat in de richting van de gebruiker.
Let op! Het is verboden om andere schijven te gebruiken dan toegestaan volgens deze handleiding, zelfs wanneer ze zouden passen op de spil van de slijpmachine. Ongeschikte schijven kunnen mogelijk de belasting die ontstaat tijdens werk niet weerstaan.
Beschadigde of uiteenvallende slijpschijven vormen een risico op ernstig lichamelijk letsel of de dood.
GEBRUIK VAN DE SLIJPMACHINE
Demonteer de accu van het apparaat!
Controleer voorafgaand aan het werk of de behuizing, afscherming en accu niet beschadigd zijn.
Indien er schade wordt ontwaard is verder gebruik van het apparaat verboden!
Monteer de afscherming van de slijpschijf en het handvat.
De slijpmachine nooit gebruiken zonder gemonteerde afscherming van de slijpschijf.
Selecteer het juiste type slijpschijf voor het betreffende werk en monteer de schijf op de spil van de slijpmachine.
Het te bewerken materiaal zo plaatsen dat het niet kan verschuiven of verplaatsen tijdens de bewerking. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een bankschroef of klemmen. De slijpschijf roteert met hoge snelheid en onjuiste montage van het te bewerken materiaal kan het verplaatsen ervan tijdens het werk veroorzaken, wat het risico op ernstig letsel vergroot.
In geval van snijden het te snijden materiaal vastzetten aan beide zijden van de snijlijn, echter op zo'n manier dat de snijschijf
NL
niet kan worden gehinderd tijdens het werk. Plaats ondersteuningen in de buurt van de randen van het te snijden materiaal en in de buurt van de snijlijn.
Draag oog- en gehoorbescherming en veiligheidshandschoenen.
Controleer of de schakelaar in de "uit - 0" positie staat, de schakelaar is ingedrukt. Sluit vervolgens de accu aan op het elektrische gereedschap.
Neem een passende houding aan om het evenwicht te waarborgen en bedien het gereedschap met de schakelaar.
De aan/uit-schakelaar heeft een veiligheidsvergrendeling om te voorkomen dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Be- weeg het slot naar links of rechts, houd het in deze positie en druk vervolgens op de schakelaar (XIV). Zodra het gereedschap is gestart, kan de druk op het slot worden losgelaten. De schakelaar heeft niet de mogelijkheid om de aan-stand te vergrendelen; hij moet tijdens de werking te allen tijde worden vastgehouden. Als u de druk op de schakelaar loslaat, wordt het gereedschap uitgeschakeld. De schijf kan nog enige tijd doordraaien nadat de druk op de schakelaar is opgeheven.
Plaats het juiste oppervlak op de schiijf aan de hand van het te bewerken materiaal:
- in geval van slijpschijven voor slijpen, slijpen met de zijkanten en/of voorzijde van het oppervlak,
- in geval van stripschijven, slijpen met het zijoppervlak zodat de strips van het schuurpapier evenwijdig bewegen aan het te bewerken materiaal,
- in geval van schijven met klittenband voor de montage van schuurpapier, slijpen met het zijoppervlak,
- in geval van draadborstels bewerkingen uitvoeren met het uiteinde van de draden en niet met het zijoppervlak,
- in geval van snijschijven snijden met de voorzijde en niet slijpen met het vooroppervlak van de snijschijven.
Tijdens slijpen met het zijoppervlak de slijpmachine in een maximale hoek van 30 graden houden t.o.v. het te bewerken oppervlak (XV). De slijpmachine vloeiend van u af en naar u toe bewegen.
Tijdens het snijden moet de snijschijf zich in een rechte hoek bevinden t.o.v. het te snijden oppervlak. Niet snijden in een andere hoek. Het is verboden om de snijhoek t.o.v. het te snijden materiaal te veranderen tijdens het snijden. Snijd alleen in een rechte lijn.
Het niet opvolgen van de bovenstaande aanbevelingen vergroot het risico op vastraken van de snijschijf in het bewerkte materiaal, hetgeen kan lieden tot wegkaatsen van het apparaat in de richting van de gebruiker of barsten of uiteenvallen van de schijf.
Beweeg de slijpmachine tijdens het snijden in de richting van de rotaties van de schijf (XVI).
Oefen tijdens het werk niet teveel druk uit op het te bewerken materiaal en maak geen abrupte bewegingen, zodat de snijschijf niet vast komt te zitten of barst en scheurt.
Het apparaat mag niet overbelast raken. Zorg dat de temperatuur van het buitenoppervlak niet boven de 60°C komt
Het apparaat schakelt zich uit zodra de schakelaar niet meer wordt ingedrukt.
Na afloop van het werk de slijpmachine uitschakelen, de accu demonteren en inspectie verrichten.
Let op! De schijf kan nog enige tijd rond blijven draaien na het uitschakelen van het apparaat. Wacht totdat de slijpsteen volledig tot stilstand gekomen is voordat u de slijpmachine neerzet. Wacht met inspecteren totdat het schijf afgekoeld is. Tijdens werkzaamheden kunnen zowel de schijf als het te bewerken materiaal zeer heet worden.
Onthoud! Bij het werk met een hoekslijpmachine:
altijd oogbescherming dragen.
geen slijpschijven gebruiken met een maximale omtreksnelheid van onder de 80 m/s.
geen slijpstenen gebruiken met een maximale rotatiesnelheid die lager is dan de rotatiesnelheid van de slijpschijf.
ONDERHOUD EN INSPECTIES
OPGELET! Vóór aanvang van de afstelling, technisch onderhoud of onderhoud dient de stekker uit het stopcontact te worden uitgetrokken. Controleer de technische staat van het product na zijn werking door middel van een externe inspectie en een evaluatie van: behuizing en handgreep, elektrisch snoer met stekker, werking van de elektrische schakelaar en doorlaatbaarheid van ventilatieroosters, vonken van borstel, geluidsniveau van lagers en tandwieltjes, opstart en werkinguniformiteit. Tijdens de garantieperiode mag de gebruiker aanvullende elektrotoestellen niet monteren of componenten of bestanddelen vervangen, omdat dit tot garantieverlies zal leiden. Alle bij de inspectie of de werking geobserveerde onregelmatigheden zijn een signaal om het toestel bij de service te laten herstellen. Na beeindiging van de werkzaamheden dienen de behuizing, ventilatieroosters, schakelaars, aanvullende handgreep en covers te worden schoongemaakt bvb. met een luchtstroom (met een druk die niet groter is dan 0,3 MPa), penseel of droge vod zonder gebruik van chemische middelen en schoonmaakvloeistoffen. Gereedschap en houders dienen met een droge, propere vod te worden schoongemaakt.