PBK 4 C4 - Multigereedschap PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBK 4 C4 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PBK 4 C4 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBK 4 C4 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBK 4 C4 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PBK 4 C4 PARKSIDE
Combinatiegereedschap op benzine
Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Vouw voor het lezen de pagina met de afbeeldingen uit en maak u vervolgens vertrouwd met alle functies van het product.
ES
NL / BE Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften Pagina 101
Kleine Äste absägen:
1 Verklaring van de symbolen op het product.... 102
2 Inleiding.... 104
3 Productbeschrijving (afb. 1-31).... 104
5 Beoogd gebruik.... 105
6 Veiligheidsvoorschriften 106
10 Voor de ingebruikname 115
11 Bediening.... 118
12 Werkinstructies 120
13 Reiniging 122
14 Onderhoud 124
15 Opslag.... 128
16 Transport.... 129
17 Reparatie en reserveonderdelen bestellen 129
18 Afvalverwerking en hergebruik.... 130
19 Verhelpen van storingen 130
20 EU-conformiteitsverklaring 131
21 Garantiebewijs 132
22 Explosietekening 203
1 Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedienings-aanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. | ![]() | Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof wordt bijgevuld. |
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | ![]() | Belangrijk. De uitlaatgassen zijn gif-tig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventileerde bereiken. |
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | ![]() | Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamhe-den gaat uitvoeren. |
![]() | Draag een veiligheidsbril. snijlengte | ![]() | |
![]() | Draag gehoorbescherming. Instelling k | ![]() | |
![]() | Draag altijd een veiligheidshelm! Leng | ![]() | |
![]() | Draag veiligheidshandschoenen! Draairichtin tel. | ||
![]() | Stevig schoeisel dragen! Spoel. | ![]() | |
![]() | Het is belangrijk om beschermende kleding te dragen voor handen, on-derarmen, benen en voeten. | ![]() | Draairichting grastrimmer. |
![]() | Stel het product niet bloot aan re-gen. Het product mag alleen in dro-ge omgevingscondities worden ge-stationeerd, opgeslagen en ge-bruikt. | ![]() | Snijmes. |
![]() ![]() | Let op! Gevaar voor letsel door lo-pende messen.Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd niet-betrokken personen uit de buurt van het product. Weggeslingerde voorwerpen en draaiende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken. | ![]() | Diameter snijmes.Brandstof/oliemengsel 40:1 |
| Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. | ![]() | Tankinhoud. Brandstof: RON 95 / RON 98 | |
![]() | Houd afstand van andere mensen en elektriciteitskabels. | ![]() | Tankinhoud |
![]() | Kijk uit voor vallend materiaal. | ![]() | Mengverhouding van brandstof naar de 2-takt-motorolie 40:1 |
![]() | Gebruik geen zaagblad. | ![]() | Druk 10x op brandstofpomp “Primer”. |
![]() | Houd uw voeten uit de buurt van het inzetgereedschap. | ![]() | Druk 10x op brandstofpomp (primer). |
![]() | Materiaal afvoerrichting Chokehendel | draa ![]() | |
![]() | Open vuur of roken in de nabijheid van het apparaat is streng verbo-den! | ![]() | Trekstarter aantrekken. |
![]() | De motor wordt tijdens gebruik zeerheet, niet aanraken! | ![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensni-veau van het product. |
![]() | Waarschuwing! Gevaar voor terug-slag (kickback).Pas op voor terugslag van het pro-duct en vermijd contact met het uiteinde van het zaagblad. | ![]() | Het product voldoet aan de gelden-de EU-bepalingen. |
![]() | Belangrijk. De uitlaatgassen zijn gif-tig, gebruik de motor daarom niet inniet-geventileerde bereiken. |
2 Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
3 Productbeschrijving (afb. 1-31)
- Voorste handgreep
1a. Beschermbeugel
1b. Rubberen ring
1c. Vleugelmoer
1d. Houderklem
1e. Klempen
1f. Draadpen - Draagogen
- Aan/uit-schakelaar
- Inschakelblokkering
- Achterste handgreep
- Bougiestekker
6a. Bougie - Luchtfilterdeksel
7a. Bout
7b. Deksel
7c. Luchtfilter
8. Startmotor met trekkabel
9. Tankdop
10. Brandstoftank
11. Gashendel
12. Buisas
12a. Beschermplug
13. Stergreep (buisas)
Motorzeis/gazontrimmer
- Voorste buisas
14a. vergrendelpen
14b. Beschermkap
14c. Flens
14d. Opnamespindel - Veiligheidsafdekking
15a. Inbusbouten M6
15b. Draadsnijder
15c. Verlenging - snijmes
16a. Transportbescherming
16b. Klemschijf
16c. Afdekking
16d. Moer M10 - Spoelhuis
Boomzaag
- Voorste buisas
18a. vergrendelpen
18b. Beschermkap - Kettingwielafdekking
19a. bevestigingsmoer - Kettingzwaard (geleideblad)
- Zaagketting
- Zwaard- en kettingbescherming
- Olietank
23a. Oliepeilindicator - Buisasverlenging
24a. vergrendelpen
24b. Beschermkap
24c. Beschermplug - Stergreep
Heggenschaar
- Voorste buisas
26a. vergrendelpen
26b. Beschermkap - Handgreep
27a. Ontgrendelhendel (onder)
27b. Ontgrendelhendel (boven) - maaibalk
- Mesbescherming
Accessoires/Gereedschap/Overige
- Draagriem
30a. karabijnhaak
30b. Veiligheidslus - Mengfles olie-benzine
- Reservedraad
- Gereedschapstas
- Montagesleutel (SW 19/21 mm, platte schroevendraaier)
- Inbussleutel 5 mm
-
Trechter
-
kettingolie
-
veiligheidsbril
Boomzaag
-
Kettingwiel
-
Kettingspanpen
-
Geleidepen
-
Kettingspanschroef
-
Stelschroef (smering zaagketting)
Accessoires/Gereedschap/Overige
-
Brandstofpomp "Primer"
-
Choke
Motorzeis/gazontrimmer
- Deksel
46a. Ontgrendeling
46b. Drukveer
- spoel
47a. Trigger
47b. Inkeping
47c. Inkepingen (middenstang spoel)
- Draaduitvoerogen
Motorzeis/gazontrimmer
- Onderhoudsschroef
Boomzaag
- Onderhoudsschroef
Heggenschaar
- Onderhoudsschroef
Pos. Aantal Aanduiding
- 1 x Voorste handgreep
1a. 1 x Beschermbeugel
1b. 1 x Rubberen ring
1c. 1 x Vleugelmoer
1d. 1 x Houderklem
- 1 x Voorste buisas
(motorzeis/grastrimmer)
- 1 x Veiligheidsafdekking
15a. 2 x Inbusbout M6
- 1 x snijmes
16a. 1 x Transportbescherming (snijmes)
16b. 1 x Klemschijf
16c. 1 x Afdekking
16d. 1 x Moer M10
-
1 x Spoelhuis
-
1 x Voorste buisas (boomzaag)
-
1 x Kettingzwaard (geleideblad)
-
1 x Zaagketting
-
1 x Zwaard- en kettingbescherming
-
1 x Buisasverlenging
-
1 x Voorste buisas (heggenschaar)
-
1 x Mesbescherming (heggenschaar)
-
1 x Draagriem
-
1 x Mengfles olie-benzine
-
1 x Reservedraad
-
1 x Gereedschapstas
-
1 x Montagesleutel (SW 19/21 mm, platte schroevendraaier)
-
1 x Inbussleutel 5 mm
-
1 x Trechter
-
1 x kettingolie
-
1 x veiligheidsbril
1 x Benzine-multi-tuinapparaat
1 x Gebruiksaanwijzing
5 Beoogd gebruik
Het product mag alleen op de meegeleverde motorkop gemonteerd worden.
Motorzeis:
De motorzeis (gebruik van het snijmes) is geschikt voor het snoeien van lichte houtige gewassen, zwaar onkruid en kreupelhout.
Gazontrimmer:
De gazontrimmer (gebruik van de spoel met snijdraad) is geschikt voor het maaien van gazons, grasvelden en licht onkruid.
Heggenschaar:
Deze heggenschaar is geschikt voor het snoeien van heggen, bosjes en struiken.
Boomzaag (kettingzaag met telescopische steel):
De boomzaag is bedoeld om bomen te snoeien. De zaag is niet geschikt voor omvangrijke zaagwerkzaamheden, het kappen van bomen of het zagen van andere materialen dan hout.
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding

GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

WAARSCHUWING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
6 Veiligheidsvoorschriften
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik!

WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit product zijn meegeleverd.
Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken.

WAARSCHUWING
Voordat u met het product gaat werken, moet u zich vertrouwd maken met alle bedieningsonderdelen.
- Oefen het gebruik van het product en laat u de werking, het werkingsmechanisme en de werktechnieken uitleggen door een ervaren gebruiker of specialist.
- Zorg ervoor dat u het product onmiddellijk kunt stoppen in geval van nood.
- Ondeskundig onderhoud van het product kan leiden tot ernstig letsel.
- Als er zich tijdens het gebruik een ongeluk of storing voordoet, schakelt u het product onmiddellijk uit. Behandel verwondingen op de juiste manier of zoek medische hulp.
6.1 Veiligheidsmaatregelen voor bosmaaiers en grastrimmers

WAARSCHUWING
Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en gebruik gezond verstand bij werkzaamheden met het gereedschap.
Maak geen gebruik van gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten.
Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het gereedschap kan leiden tot ernstige verwondingen.

WAARSCHUWING
Zorg dat derden uit de buurt blijven. Mensen moeten een veiligheidsafstand van minstens 15 meter tot het werkgebied bewaren.
a) Gebruik het Product nooit als u op een ladder staat.
b) Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand.
c) Leun bij het gebruik van het product nooit te ver naar voren. Let altijd op een veilige stabiele positie en houdt altijd uw evenwicht. Gebruik de meegeleverde draagriem om het gewicht gelijkmatig over het lichaam te verdelen.
d) Las een pauze in en wijzig regelmatig uw werkpositie.
e) Het is noodzakelijk om voor gebruik en na laten vallen of andere stoten een dagelijkse inspectie uit te voeren om significante schade of defecten vast te stellen.
f) Nationale voorschriften kunnen het gebruik van het product beperken.
g) Draag altijd stevig schoeisel en een lange broek wanneer u het product gebruikt. Gebruik het product niet als u op blote voeten of met open sandalen loopt. Vermijd het dragen van loszittende kleding of kleding met hangende koordjes of dassen.
h) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt:
Gehoorbescherming, oogbescherming (vizier of bril), hoofdbescherming en snijbestendige werkkleding.
i) Werk alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.
j) Gebruik het product nooit met defecte veiligheids- voorzieningen of zonder veiligheidsinrichtingen.
k) Let er voor en na het inschakelen op, dat zich geen handen of voeten binnen het bereik van de draaiende trimmer bevinden.
I) Als er een vreemd voorwerp wordt geraakt, schakelt u het product onmiddellijk uit en verwijdert u de bougiedop van de bougie. Controleer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.
m) Controleer afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen op beschadigingen en kijk of ze goed zitten. Vervang ze indien nodig.
n) Controleer het product voor elk gebruik op zichtbare defecten, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen.
o) Bedien het product nooit als er mensen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn.
6.1.1 Oorzaken en vermijding van terugslag

WAARSCHUWING
Let op terugslag!
Let bij het werken op de terugslag van het product. Bij een terugslag krijgt de gebruiker een krachtige slag van het product. Hierdoor kan de gebruiker de controle over het product verliezen. Er bestaat gevaar voor verwonding! U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste techniek te werk te gaan.
Werk alleen op vrije, vlakke oppervlakken met het inzetgereedschap.
Inspecteer het te snijden gebied zorgvuldig en verwijder alle vreemde voorwerpen.
Vermijd het stoten tegen stenen, metaal of andere obstakels.
Het inzetgereedschap kan beschadigd raken en er bestaat een risico op terugslag.
- Houd het snijgereedschap scherp en schoon om beter en veiliger te kunnen werken.
- Houd het product tijdens het werk altijd goed vast met beide handen. Zorg voor een veilige stand.
6.2 Veiligheidsvoorschriften voor boomzagen

VOORZICHTIG
Houd uw handen uit de buurt van het inzetgereedschap, wanneer het product in bedrijf is.
6.2.1 Veiligheid van personen
a) Gebruik het Product nooit als u op een ladder staat.
b) Leun bij het gebruik van het product nooit te ver naar voren. Let altijd op een veilige stabiele positie en houdt altijd uw evenwicht. Gebruik de meegeleverde draagriem om het gewicht gelijkmatig over het lichaam te verdelen.
c) Ga nooit onder de tak staan die u wilt afzagen, om letsel door vallende takken te vermijden. Let ook op terugspringende takken om verwondingen te voorkomen. Werk nooit onder een hoek van ca. 60°.
d) Let erop dat er een terugslag van het apparaat kan ontstaan.
e) Breng de kettingbeschermer tijdens transport en opslag aan.
f) Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
g) Bewaar het product buiten het bereik van kinderen.
h) Laat nooit andere personen, die niet bekend zijn met deze aanwijzingen, het product gebruiken.
i) Controleer of de zaagblad en zaagketting set niet meer draait als de motor stationair draait.
j) Controleer het product op losgeraakte bevestigingselementen en beschadigde onderdelen.
k) Nationale voorschriften kunnen het gebruik van het product beperken.
I) Het is noodzakelijk om voor gebruik en na laten vallen of andere stoten een dagelijkse inspectie uit te voeren om significante schade of defecten vast te stellen.
m) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt: Gehoorbescherming, oogbescherming (vizier of bril), hoofdbescherming en snijbestendige werkkleding.
n) Draag altijd stevig schoeisel en een lange broek wanneer u het product gebruikt. Gebruik het product niet als u op blote voeten of met open sandalen loopt. Vermijd het dragen van loszittende kleding of kleding met hangende koordjes of dassen.
o) Gebruik het product niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Bedien geen producten als u moe bent.
p) Houd het product, de zaagblad en zaagketting set en de bescherming van de snijtoebehoren in een goede gebruikstoestand.
6.2.2 Overige veiligheidsvoorschriften
a) Draag bij de werkzaamheden met dit product altijd veiligheidshandschoenen, een veiligheidsbril, gehoorbescherming, stevige schoenen en een lange broek.
b) Houd het product uit de buurt van regen of vocht. Het binnendringen van water in het product verhoogt het risico op een elektrische schok.
c) Controleer voor gebruik de veiligheidstoestand van het product, in het specifiek het zwaard en de zaagketting.
d) Elektrisch gevaar, zorg voor ten minste 10 m afstand tot bovenleidingen.
6.2.3 Gebruik en behandeling
a) Start het product nooit voordat het zaagblad, de zaagketting en beschermkap van het kettingwiel correct gemonteerd zijn.
b) Zaag geen hout dat op de grond ligt en probeer geen wortels door te snijden die uit de grond steken. Voorkom in ieder geval dat de zaagketting in de grond wordt gestoken, anders wordt de zaagketting onmiddellijk bot.
c) Als u per ongeluk een hard voorwerp raakt met het product, schakel dan onmiddellijk de motor uit en controleer het product op eventuele schade.
d) Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
e) Als het product voor onderhoud, inspectie of opslag wordt stilgezet, schakelt u de motor uit, verwijdert u de bougiedop en controleert u of alle roterende onderdelen tot stilstand zijn gekomen. Laat het product afkoelen voordat u deze gaat controle-ren, instellen enz.
f) Onderhoud het product zorgvuldig. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het product wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische product eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden producten.
g) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorg-vuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
Oorzaken en vermijding van terugslag

WAARSCHUWING
Let op terugslag!
Let bij het werken op de terugslag van het product.
Bij een terugslag krijgt de gebruiker een krachtige slag van het product. Hierdoor kan de gebruiker de controle over het product verliezen.
Er bestaat gevaar voor verwonding!
U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste techniek te werk te gaan.
- Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout.
- In sommige gevallen kan contact van het uiteinde van het zaagblad een onverwachte naar achteren gerichte reactie veroorzaken waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen.
- Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van het geleideblad kan het zaagblad snel terugstoten in de richting van de gebruiker.
- Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u verschillende maatregelen treffen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van het product. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven:
a) Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij de duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen worden genomen, kan de gebruiker de terugslagkrachten onder controle houden. Laat de kettingzaag nooit los.
b) Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
c) Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste vervangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben.
d) Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Een te lage dieptebegrenzer verhoogt de kans op terugslag.
e) Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. Er bestaat gevaar voor terugslag.
f) Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de grond liggen, waar u over kunt struikelen.
6.3 Veiligheidsvoorschriften voor heggenscharen
BELANGRIJK
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN VOOR EIGEN GEBRUIK BEWAREN
Zorg dat u vertrouwd bent met de gebruikshandleiding, voordat u probeert om het product te bedienen.
6.3.1 Voorbereiding
a) DEZE HEGGENSCHAAR KAN ERNSTIGE VERWONDINGEN VEROORZAKEN! Lees zorgvuldig de aanwijzingen voor een juiste omgang, voorbereiding, instandhouding, starten en het neerzetten van de heggenschaar. Zorg ervoor dat u bekend bent met alle steldelen en een juist gebruik van de heggenschaar.
b) Kinderen mogen nooit de heggenschaar gebruiken.
c) Voorzichtig met bovenaardse stroomleidingen.
d) Het gebruik van de heggenschaar moet worden vermeden, als personen, met name kinderen, in de nabijheid verblijven.
e) Draag geschikte kleding! Draag geen wijde kleding of sieraden, omdat die door bewegende delen vastgegrepen kunnen worden. Aanbevolen wordt om stevige handschoenen, slipvaste schoenen en een veiligheidsbril te dragen.
f) Ga zeer zorgvuldig om met brandstof, het is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. De volgende punten moeten worden opgevolgd.
- Alleen speciaal daarvoor bedoelde reservoirs gebruiken.
- Bij een draaiende motor nooit de tankdeksel verwijderen of brandstof bijvullen. Laat voor het bijvullen eerst de motor en de uitlaatdelen afkoelen.
- Niet roken.
- Tank uitsluitend in de buitenlucht.
- Bewaar de heggenschaar of de brandstoftank nooit in een ruimte waarin sprake is van open vlammen, zoals bijv. in de buurt van een warmwaterbereider.
- Als er brandstof wordt gemorst, moet u niet proberen om de motor te starten maar verwijdert u de heggenschaar vóór het starten uit het bereik waar de brandstof is gemorst.
- Zet het tankdeksel na het vullen altijd terug en zorg ervoor dat deze goed gesloten is.
- Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht plaatsvinden.
g) Als het snijmechanisme een vreemd voorwerp raakt of als de bedrijfsgeluiden anders klinken of de heggenschaar trilt ongewoon sterk, moet u de motor uitschakelen en wachten tot de heggenschaar tot stilstand is gekomen. Trek de bougiedop van de bougie en neem de volgende maatregelen:
- controleer op beschadiging;
- controleer op losse onderdelen en bevestiging alle losse onderdelen;
- laat beschadigde onderdelen vervangen door gelijksoortige onderdelen of laat deze repare- ren.
h) Draag gehoorbescherming.
i) Draag een veiligheidsbril.
j) Schakel bij gevaar direct het product uit en verwijder de bougiedop. Zorg er voor dat het product eenvoudig toegankelijk is en in noodgeval zonder problemen kan worden bereikt.
6.3.2 Bedrijf
a) De motor moet worden uitgeschakeld voor:
– Reiniging of oplossen van een blokkering;
- Controleren en instandhouding van of werkzaamheden verrichten aan de heggenschaar;
- Instelling van de werkpositie van de snij-inrichting;
- De heggenschaar onbeheerd achterlaten.
b) Controleer altijd of de heggenschaar conform de voorschriften in een van de vooraf aangegeven werkposities bevindt, voordat de motor wordt gestart.
c) Tijdens het gebruik van de heggenschaar moet al-
tijd worden gegarandeerd dat men stevig en stabiel
staat, met name als opstapjes of ladders worden
gebruikt.
d) Gebruik de heggenschaar niet met een defecte of overmatig versleten snij-inrichting.
e) Om brandgevaar te vermijden, dient u in acht te ne- men dat de motor en geluiddemper vrij van afzet- tingen, bladeren of overtollig smeermiddel zijn.
f) Controleer altijd of alle grepen en veiligheidsvoorzieningen bij het gebruik van heggenschaar zijn aangebracht. Probeer nooit een onvolledige heggenschaar of met een niet toegestane ombouw te gebruiken.
g) Gebruik altijd beide handen tijdens de bediening van de heggenschaar.
h) Wees u altijd bewust van uw omgeving en blijf alert op mogelijke gevaren die u misschien niet hoort door het lawaai van de heggenschaar.
i) Gebruik het product nooit voor andere doeleinden.
6.3.3 Onderhoud en opslag
a) Als de heggenschaar wordt uitgeschakeld voor onderhoud, inspectie of opslag, zet u de motor uit, zorgt u ervoor dat alle draaiende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijdert u de bougiedop van de bougie. Laat de heggenschaar afkoelen voordat u deze gaat controleren, instellen enz.
b) Bewaar de heggenschaar waar benzinedampen niet in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken. Laat de heggenschaar altijd afkoelen voordat u deze opbergt.
c) Bij het vervoeren of opbergen van de heggen-
schaar moet de transportbeveiliging altijd aan de
snij-inrichting bevestigd zijn.
6.4 Omgang met brandstof

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even-tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde containers (jerrycans).
- De sluitkappen van het tankreservoir moeten altijd correct opgeschroefd en aangehaald worden.
- Brandstof moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.
- Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen.
- Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
- Bewaar nooit het product met brandstof in de tank binnen een gebouw. Ontstane brandstofdampen kunnen met open vuur en vonken in aanraking komen en zich ontsteken.
- Product en brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten of andere warmtebronnen neerzetten.
- Indien brandstof is overstroomd, de verbrandingsmotor pas starten, nadat de met brandstof vervuilde vlakken zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstofdampen zijn verdampt (droogvegen).
- Controleer vanwege veiligheidsredenen de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (breekbaarheid), op correcte bevestiging en ondichte plaatsen en vervang deze indien nodig.
Restrisico's
Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.
- Onopzettelijk inschakelen van het product.
- Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onderhouds- en veiligheidsvoorschriften op.

WAARSCHUWING
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
| Motor 2-taktmotor/ | luchtgekoeld |
| brandstofmengsel 40:1 | |
| Cilinderinhoud | 52 cm3 |
| Motorvermogen | 1,4 kW (1,9 PS) |
| Motortoerental stationair draaien | 3200±300 min-1 |
| Tankinhoud | 1,2 l |
| Gazontrimmer: | |
| Snijdiameter | 430 mm |
| Draaddikte | 2x∅2,5 mm |
| Motorzeis: | |
| Diameter | 255 mm |
| Snijdiameter | 1,4 mm |
| Opname diameter | 25,4 mm |
| Tandenaantal 3 | |
| Heggenschaar: | |
| Snijdiameter max. 13 mm | |
| Zwaard hoekafstelling ° +90°/0°/-75°(165°) | |
| Snijlengte 480 mm | |
| Totale lengte 2,38 m | |
| Boomzaag: | |
| Lengte geleideblad 12" | |
| Snijlengte 290 mm | |
| Geleideblad type Royal Garden | AL12-44-507P |
| Zaagkettingdeling 3/8"/9,525 mm | |
| Type zaagketting Royal Garden | 3/8LP-44 |
| Dikte aandrijfelementen 1,27 mm | |
| Aandrijfrondsel 7x9,525 mm | |
| Inhoud olietank 140 ml | |
| Totale lengte 2,13 m | |
| Max. toerental motor | |
| met spoel 9000 min | -1 |
| met snijmes 10000 min | -1 |
| met heggenschaar 10000 min | -1 |
| met kettingzaag 9300 min | -1 |
| Max. snijsnelheid | |
| met spoel 6600 min | -1 |
| met snijmes 7500 min | -1 |
| met heggenschaar | 1550 min^-1 |
| met kettingzaag | 20 m/s |
| Gewicht (met lege tank,zonder inzetgereedschap,bescherming en draagriem) | |
| Motoreenheid | 6 kg |
| Grastrimmer (opzetstuk) | 1,7 kg |
| Motorzeis (opzetstuk) | 1,57 kg |
| Heggenschaar (opzetstuk) 2,2 kg | |
| Boomzaag (opzetstuk) | 1,7 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Geluid en trilling

WAARSCHUWING
Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving.

WAARSCHUWING
Neem de wettelijke voorschriften inzake geluidsbescherming in acht.
De waarden voor geluid en vibratie zijn bepaald door middel van een gestandaardiseerde meetprocedure.
Geluidswaarden
| Gazontrimmer: | |
| Geluidsdruk L_pA | 102,3 dB |
| Geluidsvermogen L_wA | 113,9 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
| Motorzeis: | |
| Geluidsdruk L_pA | 101,6 dB |
| Geluidsvermogen L_wA | 112,6 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
| Heggenschaar: | |
| Geluidsdruk L_pA | 102,0 dB |
| Geluidsvermogen L_wA | 113,0 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
| Boomzaag: | |
| Geluidsdruk L_pA | 101,9 dB |
| Geluidsvermogen L_wA | 112,9 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
Trillingskenwaarden (hand-arm-trilling)
| Gazontrimmer a_hv | 4,15 m/s2 / 7,26 m/s2 |
| Motorzeis a_hv | 4,63 m/s2 / 6,35 m/s2 |
| Heggenschaar a_hv | 4,89 m/s2 / 6,24 m/s2 |
| Boomzaag a_hv | 5,82 m/s2 / 7,14 m/s2 |
| Meetonnauwkeurigheid K_pA | 1,5 m/s2 |
De aangegeven geluidsemissiewaarden en de aange- geven totale trillingswaarde kunnen ook worden ge- bruikt als voorlopige indicatie van de belasting.

WAARSCHUWING
De geluidsemissies en de trillingsemissiewaarde kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de het product daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het product wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat het product uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
8 Uitpakken

WAARSCHUWING
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed!
Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
9 Montage

WAARSCHUWING
Er bestaat gevaar voor ongevallen! Voer instellings- / of montagewerkzaamheden altijd uit met uitgeschakelde motor. Er bestaat gevaar voor verwonding! Laat het product altijd afkoelen voordat instellings-of montagewerkzaamheden worden uitgevoerd. Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u instellings- of montagewerkzaamheden uitvoert.
– Trek de bougiedop van de bougie. - Laat de motor afkoelen.
- Alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen moeten direct worden gemonteerd nadat de instellings- of montagewerkzaamheden zijn voltooid.

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als een onvolledig gemonteerd product wordt gebruikt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het product pas nadat het volledig ge- monteerd is.
- Voor elk gebruik een visuele inspectie uitvoeren om te controleren of het product compleet is en geen beschadigde of versleten onderdelen bevat. Veiligheids- en veiligheidsinrichtingen moeten in-tact zijn.

WAARSCHUWING
Zorg er altijd voor dat het inzetgereedschap correct is aangebracht!
- Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
Benodigd gereedschap:
• Montagesleutel (34)
• Inbussleutel, 5 mm (35)
9.1 Voorste handgreep (1) monteren (afb. 2)
Monteer de voorste handgreep (1) op de buisas (12):
-
Verwijder eerst de vleugelmoer (1c), de houderklem (1d) en de rubberen ring (1b) uit de beschermbeugel (1a).
-
Plaats de rubberen ring (1b) op de buisas (12).
- Breng de voorste handgreep (1) van bovenaf op de rubberen ring (1b) aan. Let erop dat de beschermbeugel (1a) op de voorste handgreep (1) naar links (naar de gebruiker toe) is gemonteerd.
- Hang de houderklem (1d) tussen de klempen (1e) en de voorste handgreep (1) en sluit deze door de houderklem (1d) over de schroefdraadpen (1f) te trekken.
- Bevestig de houderklem (1d) weer met de vleugelmoer (1c). Let erop dat de beschermbeugel (1a) op de voorste handgreep (1) naar links (naar de gebruiker toe) is gemonteerd.
9.2 Veiligheidsafdekking (15) monteren (afb. 3)

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als een onvolledig gemonteerd product wordt gebruikt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het product pas nadat het volledig ge- monteerd is.
-
Voor elk gebruik een visuele inspectie uitvoeren om te controleren of het product compleet is en geen beschadigde of versleten onderdelen bevat. Veiligheids- en veiligheidsinrichtingen moeten intact zijn.
-
Bevestig de veiligheidsafdekking (15) op de daar- voor bestemde houder op de buisas (14).
- Bevestig de veiligheidsafdekkingen (15) met de beide inbusschroeven M6 (15a). Gebruik een inbussleutel 5 mm (35).
9.3 Het spoelhuis (17) monteren/ demonteren (afb. 4, 5)
De voorste buisas (14) kan met het spoelhuis (17) als gazontrimmer worden gebruikt.
- Verwijder de moer M10 (16d), de afdekking (16c) en de klemschijf (16b) van de opnamespindel (14d). Let op linkse schroefdraad! Houd de flens (14c) vast met een inbussleutel 5 mm (35) en gebruik een montagesleutel (34) om de M10 moer (16d) te openen.
- De moer M10 (16d), de afdekking (16c) en de klemschijf (16b) zijn voor de montage van het spoelhuis (17) niet nodig. De flens (14c) blijft op de opnamespindel (14d) zitten.
-
Houd de flens (14c) met behulp van de inbussleutel 5 mm (35) vast.
-
Draai het spoelhuis (17) linksom op de opname-spindel (14dc) en bevestig het spoelhuis (17) hand-vast op de opnamespindel (14d). Let op linkse schroefdraad!
- De demontage van het spoelhuis (17) gebeurt in de omgekeerde volgorde.
Let erop dat de draairichting van het spoelhuis (17) overeen moet komen met de richting van de pijl op de veiligheidsafdekking (15).
9.3.1 Verlengstuk (15c) van de veiligheidsafdekking (15) aanbrengen (afb. 4)
Bij gebruik van het spoelhuis (17) moet het verlengstuk (15c) zijn gemonteerd.
- Kantel het verlengstuk (15c) in de kliksluiting van de veiligheidsafdekking (15). Gebruik de montagesleutel (34).
- Reinig na elk gebruik het verlengstuk (15c) en de veiligheidsafdekking (15).
9.4 Het snijmes (16) monteren/ demonteren (afb. 4, 6)
De voorste buisas (14) kan met het snijmes (16) als motorzeis worden gebruikt.
- Verwijder de moer M10 (16d), de afdekking (16c) en de klemschijf (16b) van de opnamespindel (14d). Let op linkse schroefdraad! Houd de flens (14c) vast met een inbussleutel 5 mm (35) en gebruik een montagesleutel (34) om de M10 moer (16d) te openen.
- De flens (14c) blijft op de opnamespindel (14d) zitten.
- Plaats het snijmes (16) op de flens (14c). Let erop dat de draairichting van het snijmes (16) overeenstemt met de richting van de pijl op de veiligheidsafdekking (15).
- Schuif vervolgens de klemschijf (16b) en de afdekking (16c) op de opnamespindel (14d).
- Bevestig het snijmes (16) met de moer M10 (16d).
- Houd de flens (14c) vast met een inbussleutel 5 mm (35) en gebruik een montagesleutel (34) om de M10 moer (16d) te monteren. Let op linkse schroefdraad!
- Verwijder de transportbescherming (16a) van het snijmes (16).
- De demontage van het snijmes (16) gebeurt in de omgekeerde volgorde.
9.4.1 Verlengstuk (15c) van de veiligheidsafdekking (15) wegnemen (afb. 4)
Bij gebruik van het snijmes (16) moet het verlengstuk (15c) worden verwijderd.
- Kantel het verlengstuk (15c) uit de kliksluitingen van de veiligheidsafdekking (15). Gebruik de montagesleutel (34).
- Trek het verlengstuk (15c) van de veiligheidsafdekking (15).
- Reinig na elk gebruik het verlengstuk (15c) en de veiligheidsafdekking (15).
9.5 Monteer het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21) (afb. 1, 7-9)

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.
LET OP
Stompe messen overbelasten het product! Gebruik het product niet met een defecte of overmatig versleten snij-inrichting.
Aanwijzingen:
- Een nieuwe zaagketting rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig na elke snede en stel deze zo nodig bij.
- Gebruik alleen zaagkettingen en zaagbladen die voor dit product ontworpen zijn.

VOORZICHTIG
Een verkeerd gemonteerde zaagketting leidt tot ongecontroleerd zaaggedrag van het product!
Let bij het monteren van de zaagketting op de voorgeschreven looprichting!
- Draai de bevestigingsmoer (19a) linksom om de kettingwielafdekking (19) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (34).
- Draai de kettingspanschroef (42) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik een montagesleutel (34).
- Leg de zaagketting (21) in een lus zodat de snijkanten rechtsom uitgelijnd zijn. Volg de symbolen (pijlen) boven het kettingwiel (39) om de zaagketting (21) uit te lijnen.
-
Steek de zaagketting (21) in de groef van het kettingzwaard (20).
-
Leid de zaagketting (21) rond het kettingwiel (39) en controleer de uitlijning van de zaagketting (21). Let er daarbij op dat de tanden van de zaagketting (21) goed in het kettingwiel (39) grijpen.
- Steek het kettingzwaard (20) in de geleidepen (41) en de kettingspanpen (40). De geleidepen (41) moet in het sleufgat zitten en de kettingspanpen (40) moet in het onderste gat van het kettingzwaard (20) zitten.
- Plaats de beschermkap van het kettingwiel (19) weer terug.
- Draai de bevestigingsmoer (19a) rechtsom tot handvast. Gebruik een montagesleutel (34).
- Controleer nogmaals de zitting van de zaagketting (21) en span de zaagketting (21) zoals beschreven onder 9.6.
- De demontage van de zaagketting (21) en het kettingzwaard (20) gebeurt in de omgekeerde volgorde.
Aanwijzing:
Draai de bevestigingsmoer pas vast na het instellen van de kettingspanning.
9.6 Zaagketting (21) spannen (afb. 1, 7, 9)

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door wegspringende zaagketting!
Een onvoldoende gespannen zaagketting kan tijdens het gebruik losraken en letsel veroorzaken.
- Controleer regelmatig de spanning van de zaagketting.
- De zaagkettingspanning is te laag als de aan-drijfschakels uit de groef aan de onderkant van het geleideblad komen.
-
Versterk de zaagketting goed als de zaagkettingspanning te laag is.
-
Draai de bevestigingsmoer (19a) met enkele slagen los. Gebruik een montagesleutel (34).
-
Stel de kettingspanning met het kettingspanwiel (42) in. Gebruik een montagesleutel (34).
-
Rechtsom - verhoogt de kettingspanning
-
Linksom - vermindert de kettingspanning
-
Draai de zaagketting (21) met de hand om te controleren of deze goed loopt. Het moet vrij in het kettingzwaard (20) glijden.
- Schroef de bevestigingsmoer (19a) weer vast.
De kettingspanning en kettingsmering hebben een aanzienlijke invloed op de levensduur van de zaagketting.
De zaagketting is correct gespannen als deze niet doorhangt aan de onderzijde van het kettingzwaard en helemaal rond kan worden getrokken met de gehandschoende hand. Wanneer u met 9 N (ca. 1 kg) trekkracht aan de zaagketting trekt, mogen de zaagketting en het kettingzwaard niet meer dan 7 mm uit elkaar liggen.
De zaagketting (21) mag er bij een gemiddelde trekkracht met de hand maximaal 9 mm kunnen worden afgetrokken.
Aanwijzing:
- De spanning van een nieuwe ketting moet na enkele minuten werken worden gecontroleerd en bijgesteld.
- Het spannen van de zaagketting moet gebeuren op een schone plaats, vrij van zaagsel en dergelijke.
- Het correct spannen van de zaagketting is voor de veiligheid van de gebruiker en vermindert of voorkomt slijtage en schade aan de ketting.
- Wij raden de gebruiker aan om de kettingspanning te controleren voordat hij voor de eerste keer aan het werk gaat.
LET OP
Tijdens het werken met de zaag warmt de zaagketting op en wordt daardoor iets langer. Dit "opnieuw verlengen" is vooral te verwachten bij nieuwe zaagkettingen.
10 Voor de ingebruikname
LET OP
Voer de montage en instellingen op het product altijd bij een uitgeschakelde motor uit en verwijder de bougiestekker.

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
LET OP
Het brandstof/oliemengsel moet tijdens de eerste inbedrijfstelling worden bijgevuld.
Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
- Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet minstens halfvol zijn.
- Controleer de conditie van het luchtfilter.
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
- Zorg voor voldoende ventilatie van het product.
- Controleer of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
Benodigd gereedschap:
• Mengfles olie-benzine (31)
- Trechter (36)
- Kettingolie (37)
10.1 Kettingolie (37) bijvullen (afb. 1, 9)

GEVAAR
Schakel het product altijd uit en laat de motor afkoelen voordat u olie bijvult. Er bestaat brandgevaar als er olie overloopt.

WAARSCHUWING
Zwaard en zaagketting mogen niet zonder olie zijn. Als u de boomzaag met weinig olie gebruikt, neemt het zaagvermogen en de levensduur van de zaagketting af, omdat de zaagketting sneller stomp wordt. Te weinig olie is te herkennen aan de rookontwikkeling of de verkleuring van het zwaard.
LET OP
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van het product. Om de zaagketting goed te smeren, moet er altijd voldoende kettingzaagolie in de olietank zijn. Controleer regelmatig de resterende hoeveelheid olie in het oliereservoir.
Aanwijzingen:
* = niet altijd meegeleverd!
- Het deksel is voorzien van een verliesbeveiliging.
- Vul bij voorkeur biologisch afbreekbare kettingolie (37) in de boomzaag.
- Voordat u het product inschakelt, moet u ervoor zorgen dat de olietankdop op zijn plaats zit en gesloten is.
- Reinig de trechter (36) voordat u deze opnieuw gebruikt.
-
Open de olietank (23). Schroef hiervoor de olietankdop (23) linksom los.
-
Gebruik een trechter (36) om te voorkomen dat er olie weglekt.
-
Vul de kettingzaagolie (37) voorzichtig bij tot de bovenste marking van de oliepeilindicator (23a) is bereikt. Inhoud olietank: max. 100 ml.
-
Draai de olietankdop (23) rechtsom los om de olietank (23) af te sluiten.
-
Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek* conform de lokale voorschriften.
-
Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u het product met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het papier kunt u zien of de kettingsmering werkt.
10.2 Controleer het peil van het brandstof/oliemengsel (afb. 1)

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even-tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
- Gebruik altijd een vers brandstof/oliemengsel.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt.
- Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en behuizing kan terechtkomen.
Vul de brandstoftank niet te vol!
- Controleer het brandstofpeil.
- Voeg brandstof toe als het brandstofpeil te laag is.
- Let op de juiste mengverhouding!
10.2.1 Brandstofmengsel
Het brandstofmengsel niet in de tank mengen.
Gebruik de olie-benzinemengfles (31).
Voeg de 2-taktolie toe volgens de brandstof-mengta-bel.
| Brandstof 2-takt motorolie (1:40) | |
| 1 liter 0,025 liter | |
| 2 liter 0,050 liter | |
| 5 liter 0,125 liter | |
10.2.2 Brandstof/oliemengsel bijvullen
Brandstof en 2-taktolie
Er moet speciale 2-takt olie voor luchtgekoelde 2-takt-motoren met een mengverhouding van 40:1 worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Gebruik nooit brandstof die niet gemengd is met 2-taktolie. Dit kan permanente motorschade veroorzaken en maakt de fabrieksgarantie op dit product on-geldig. Gebruik nooit een brandstofmengsel dat langer dan 90 dagen opgeslagen is geweest.
Aanwijzing:
Reinig de trechter (36) voordat u deze opnieuw gebruikt.
- Meng altijd de juiste hoeveelheid benzine en 2-taktolie in de meegeleverde mengfles voor olie-benzine (31).
- Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de brandstoftank (10) veroorzaken bedrijfsstoringen.
- Open voorzichtig de tankdop (9) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen. De tankdop (9) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank (10) en kan zo niet vallen.
- Schud de mengfles voor olie-benzine (31) met het brandstofmengsel voor het vullen van de tank (10) nog een keer.
- Vul de brandstoftank (10) met behulp van een trechter (36) met brandstof. Let op de max. vulhoeveelheid van 1 l. Vul de brandstof voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Sluit de tankdop (9) weer. Controleer of de tankdop (9) goed sluit.
- Reinig de tankdop (9), brandstof tank (10) en de omgeving.
10.3 Voorste buisas (14/18/26) op de buisas (12) monteren (afb. 1, 10)
LET OP
Gebruik het product niet zonder toepassingsgereedschap!
- Verwijder de beschermkap (14b/18b/26b) van de geselecteerde voorste buisas (14/18/26).
- Verwijder de beschermplug (12a) op de buisas (12) en draai de stergreep (13) los.
- Schuif de geselecteerde voorste buisas (14/18/26) op de buisas (12). Let op dat de borgpen (14a/18a/26a) op de voorste buisas (14/18/26) overeenkomt met de boring op de buisas (12).
- Fixeer de voorste booras (14/18/26) met de stergreep (13) op de buisas (12).
10.4 Buisasverlenging (24) op de buisas (12) monteren (afb. 1, 10)
LET OP
Gebruik de buisasverlenging niet met de motorzeis/gazontrimmer!
- Om hoger gelegen werkzaamheden uit te voeren kan de boomzaag of de heggenschaar in combinatie met de buisasverlenging (24) worden gebruikt. - Monteer de buisasverlenging (24) tussen de buisas (12) en een geselecteerde voorste buisas (18/26).
- Neem de beschermkap (24b) van de buisasverlen-ging (24) weg.
- Verwijder de beschermplug (12a) op de buisas (12) en draai de stergreep (13) los.
- Schuif de buisasverlenging (24) op de buisas (12). Let op dat de borgpen (24a) op de voorste buisas (24) overeenkomt met de boring op de buisas (12).
- Fixeer de buisasverlenging (24) met de stergreep (13) op de buisas (12).
- Monteer de boomzaag of heggenschaar zoals beschreven onder 10.4.1 op de buisasverlenging (24).
10.4.1 Voorste buisas (18/26) op de buisasverlenging (24) monteren
LET OP
Gebruik het product niet zonder toepassingsgereedschap!
- Verwijder de beschermkap (18b/26b) van de geselecteerde voorste buisas (18/26).
- Verwijder de beschermplug (24d) op de buisasverlenging (24) en draai de stergreep (25) los.
- Schuif de geselecteerde voorste buisas (18/26) op de buisasverlenging (24). Let op dat de borgpen (18a/26a) op de voorste buisas (18/26) overeenkomt met de boring op de buisasverlenging (24).
- Fixeer de voorste booras (18/26) met de stergreep (25) op de buisasverlenging (24).
10.5 Draagriem (30) aanbrengen (afb. 11-13)

VOORZICHTIG
Doe de draagriem om, plaats het gewenste inzetgereedschap en stel het product af volgens uw vereisten. Zorg ervoor dat het product correct in een van de voorgeschreven werkposities is geplaatst voordat u de motor start.
Aanwijzingen:
Het product mag alleen met de draagriem gebruikt worden.
Balanceer het product eerst wanneer het uitgeschakeld is.
-
Doe de draagriem (30) om.
-
Stel de riemlengte zo in, dat de karabijnhaak (30a) zich ca. een handbreedte onder de rechter heup bevindt.
- Bevestig de karabijnhaak (30a) aan het draagoog (2).
- Laat het product uitpendelen.
Aanwijzingen:
- Het product mag het inzetgereedschap maar net raken met het inzetgereedschap in een normale werkpositie.
- Controleer of de draagriem in een comfortabele positie is, zodat u het product gemakkelijker kunt vasthouden.
- In noodgevallen kan er aan de veiligheidslus (30b) aan de draagriem (30) worden getrokken. Het product wordt dan direct losgekoppeld van de draagriem (30) en valt op de grond.

WAARSCHUWING
Controleer de veiligheidslus voor elk gebruik!
11 Bediening
LET OP
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!
LET OP
Let op dat de omgevingstemperatuur, tijdens de werkzaamheden niet hoger is dan 50 °C en niet lager is dan -20 °C.

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als het product vastzit, probeer het product er dan niet met geweld uit te trekken.
- Zet de motor af.
- Gebruik een hefboomarm of wig om het product vrij te krijgen.

WAARSCHUWING
Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig voor elk gebruik. Defecte veiligheidsvoorzieningen kunnen leiden tot ernstige letsels!
Aanwijzing:
Draag altijd een veiligheidsbril (38).
11.1 Product in-/uitschakelen (afb. 1, 14)

WAARSCHUWING
Risico op letsel door terugslag!
- Gebruik het product nooit met één hand!

GEVAAR
Gevaar voor vergiftiging!
Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.
Aanwijzing:
Let er voor het inschakelen op dat het product geen voorwerpen aanraakt.
Bij gebruik van de motorzeis:
- Verwijder de transportbescherming (16a) van het snijmes (16).
Bij gebruik van de boomzaag:
- Controleer of er kettingzaagolie (37) in de olietank (23) zit.
- Vul kettingolie (37) bij voordat de olietank (23) leeg is (zie 10.1).
- Trek het zwaard- en de kettingbescherming (22) van het kettingzwaard (20) af.
Bij gebruik van de heggenschaar:
- Verwijder de mesbescherming (29) van de maalbalk (28).
11.1.1 Motor starten
LET OP
– Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
- Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.
AANWIJZING
Gebruik de brandstofpomp "Primer" alleen bij een koude machine!
AANWIJZING
Als de motor voor de eerste keer wordt gestart, zijn er meerdere pogingen nodig, totdat de brandstof van de tank naar de motor is verplaatst en deze aanspringt.
LET OP
Stel nooit een voet op het product of kniel er op.
Aanwijzingen:
- Met de gashendel kunt u het toerental traploos regelen. Hoe dieper u de gashendel indrukt, hoe hoger het toerental.
- Bij het loslaten van de gashendel gaat de motor weer stationair lopen en stopt het inzetgereedschap. Het inzetgereedschap mag bij stationair lopen niet meedraaien of bewegen!
- Houd het product tijdens het werken stevig met beide handen vast. Pak beide handgrepen vast.
11.1.1.1 In "koude" toestand
- Druk bij koudere temperaturen de brandstofpomp "Primer" (44) tien keer in. Dit vereenvoudigt het starten van de motor.
- Draai de choke (45) omhoog .
- Start de motor met starterkoord (8). Trek de greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) uit, daarna stevig met een ruk aantrekken. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze.
- Wacht even, als de motor draait, en geef dan met de gashendel (11) wat gas. De choke (45) schakelt zelfstandig naar de uitgangspositie.
- Grijp de achterste handgreep (5) en de voorste handgreep (1) vast. Bedien op de achterste handgreep (5) met uw handpalm de inschakelblokkering (4) en met uw vingers de gashendel (11).
- Het product is klaar voor gebruik.
- Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u hoofdstuk "Verhelpen van storingen" te raadplegen.
- Als er iets mis is met het product, zoals abnormale geluiden, stop dan onmiddellijk met het gebruik en zet de aan/uit-schakelaar op "0" om de motor te stoppen.

VOORZICHTIG
Na het uitschakelen loopt het product na. Wacht tot het product volledig tot stilstand is gekomen.
11.1.1.2 In "warme" toestand
- Start de motor met starterkoord (8).
Trek de greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) uit, daarna stevig met een ruk aantrekken.
Het product moet na maximaal 2 keer trekken starten.
Als het product nog steeds niet start, herhaalt u de procedure zoals bij 11.1.1.1 beschreven.
- Grijp de achterste handgreep (5) en de voorste handgreep (1) vast. Bedien op de achterste handgreep (5) met uw handpalm de inschakelblokkering (4) en met uw vingers de gashendel (11).
- Het product is klaar voor gebruik.
11.1.2 Motor uitzetten
Aanwijzing:
Laat het product korte tijd draaien (ongeveer 30 seconden) voordat u het uitschakelt, zodat de motor kan afkoelen.
- Om het apparaat uit te schakelen, zet u de aan/uit-schakelaar (3) in positie "0".
- Verwijder de bougiedop (6) uit de bougie (6a) om ongewenst starten van de motor te voorkomen.
- Monteer altijd de meegeleverde transportbeveiliging (16a), kettingzwaard- en kettingbescherming (22) en mesbescherming (29) nadat u met het product gewerkt hebt.

VOORZICHTIG
Na het uitschakelen loopt het product na. Wacht tot het product volledig tot stilstand is gekomen.
11.2 Automatische smering van de zaagketting (afb. 1, 9)
Aanwijzing:
Controleer voor het begin van de werkzaamheden het oliepeil en de werking van de kettingsmering.
- Vul de olietank (23) zoals onder 10.1 beschreven.
- Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u het product met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het papier kunt u zien of de kettingsmering werkt.
Met de regelschroef (43) kunt u de oliehoeveelheid reduceren of verhogen.
Gebruik een montagesleutel (34).
- Rechtsom - oliehoeveelheid verkleinen (-)
- Linksom - Oliehoeveelheid verhogen (+)
12 Werkinstructies

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Dit hoofdstuk behandelt de basistechniek voor het gebruik van het product.
De hier verstrekte informatie vervangt niet de jaren-lange opleiding en ervaring van een vakman.
Vermijd werkzaamheden waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent!
Onzorgvuldig gebruik van het product kan ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben!

GEVAAR
Houd een minimale afstand van 10 m tot elektriciteitsleidingen aan.
Er bestaat gevaar op persoonlijke schade door elektrische schokken.
Aanwijzingen:
Let er voor het inschakelen op dat het product geen voorwerpen aanraakt.
Enige geluidsoverlast van dit product is onvermijdelijk. Stel werkzaamheden met lawaai uit tot goedgekeurde en aangewezen tijden. Houdt u evt. aan de rusttijden.
Werk alleen op vrije, vlakke oppervlakken met het inzetgereedschap.
Inspecteer het te snijden gebied zorgvuldig en verwijder alle vreemde voorwerpen.
Vermijd het stoten tegen stenen, metaal of andere obstakels.
Het inzetgereedschap kan beschadigd raken en er bestaat een risico op terugslag.
Als het product geblokkeerd wordt door vaste voorwerpen, schakel het dan onmiddellijk uit, verwijder de bougiedop van de bougie en verwijder vervolgens het voorwerp.
- Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen.
- Let op dat overige personen zich op een veilige afstand bevinden ten opzichte van uw werkomgeving. Een ieder die de werkomgeving betreedt, moet een persoonlijke beschermingsuitrusting dragen. Fragmenten van het werkstuk of gebroken inzetstukken kunnen wegvliegen en verwondingen veroorzaken, ook buiten het directe werkbereik.
- Als er een vreemd voorwerp wordt geraakt, schakelt u het product onmiddellijk uit en verwijdert u de bougiedop van de bougie. Controleer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start
en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.
- Het gebruik van het product bij onweer is verboden - Bliksemgevaar!
- Controleer het product voor elk gebruik op zichtbare defecten, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen.
- Product inschakelen en pas daarna het te bewerken materiaal toevoeren.
- Zorg er altijd voor dat u goed en stevig staat, zodat u het product ook bij onverwachte bewegingen onder controle hebt en uw werkhouding kunt volhouden.
- Las een pauze in en wijzig regelmatig uw werkpositie.
- Oefen niet te veel druk uit op het product. Laat het product het werk doen.
- Houd het product tijdens het werk altijd goed vast met beide handen. Zorg voor een veilige stand.
- Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding.
- Controleer of de draagriem in een comfortabele positie is, zodat u het product gemakkelijker kunt vasthouden.
- U kunt het gereedschap (34/35) in de daarvoor bestemde gereedschapstas (33) bewaren.
12.1 Motorzeis/gazontrimmer
LET OP
Alle veiligheidsafdekkingen moeten aangebracht zijn wanneer u met het product werkt!
Aanwijzing:
Controleer de nylonndraad regelmatig op beschadigingen en of de snijdraad nog steeds de door de draadsnijder aangegeven lengte heeft.
- Houd het inzetgereedschap niet schuin.
- Gras kan het beste worden gesnoeid, als dit droog en niet te hoog is.
- Vermijd het aanraken van vaste obstakels (stenen, muren, hekken etc.).
- Gebruik het product niet om wildgroei of kreupelhout te maaien.
- Om technische redenen wikkelen tijdens het gras nat gras en onkruid zich om de aandrijfas onder de veiligheidsafdekking (15). Verwijder dit omdat de motor anders door hoge wrijving oververhit raakt.
12.1.1 Snijdraad langer maken (afb. 15-17)
De gazontrimmer wordt met een gevulde spoelhuis (17) geleverd.
De draad slijt tijdens de werkzaamheden.
Om ervoor te zorgen dat de nieuwe draad wordt toegevoerd, drukt u de trigger (47a) aan het spoelhuis (17) bij draaiende motor krachtig op de grond.
Als de draden aanvankelijk langer zijn dan de snijcirkel aangeeft, wordt deze automatisch door de draadsnijder (15b) tot de juiste lengte ingekort.
Aanwijzingen:
Controleer de nylonndraad regelmatig op beschadigingen en of de snijdraad nog steeds de door de draadsnijder aangegeven lengte heeft.
Als er geen einde van de draad zichtbaar is:
- Vervang de spoel (47) zoals onder 14.2.1 beschreven.
12.1.2 Gras snijden (afb. 18)
- Snij het gras, door het product naar links en rechts te zwenken.
- Snij langzaam en houd bij het snijden het product ca. 30° naar voren gekanteld.
- Snij lang gras in gedeeltes van boven naar beneden.
12.2 Heggenschaar
12.2.1 Hoekafstelling (Afb. 19, 20)

WAARSCHUWING
Schakel het product uit en verwijder de bougiedop van de bougie!

VOORZICHTIG
De mesbalk mag niet volledig naar achteren, parallel met de voorste buisas worden gezwenkt! Werk nooit met deze instelling! Deze positie dient alleen als transportstand.
De mesbalken (28) kan door het draaien van de meskop tussen +90° tot 0° worden aangepast aan de werkomstandigheden.
- Druk beide ontgrendelhendels (27a/27b) op de handgreep (27) in en stel deze in op de gewenste positie.
- Gebruik hiervoor de handgreep (27).
- Laat de beide ontgrendelhendels (27a/27b) los, totdat deze in de tanden vastgrijpen.
- Controleer voor de ingebruikname of de ontgren- delhendels (27a/27b) correct zijn vastgeklikt.
LET OP
Het inzetgereedschap mag alleen worden gebruikt als beide ontgrendelhendels zijn ingeschakeld!
12.2.2 Snijtechnieken
- Snij dikke takken eerst weg met de snoeischaar.
- Met de dubbelzijdige maabalk is het mogelijk om een snede in beide richtingen te maken of door pendelbewegingen van de ene zijde naar de andere zijde te gaan.
- Beweeg bij een verticale snede het product gelijkmatig naar voren of in een boog omhoog en omlaag.
- Beweeg bij een horizontale snede het product sikkelvormig naar de rand van de heg, zodat afgesneden takjes naar de grond vallen.
- Om lange rechte lijnen te verkrijgen, is het raadzaam om koorden te spannen.
12.2.3 Snijhoeken snijden
Het is raadzaam om heggen in een trapeze-achtige vorm te snijden, om het kaal worden van de onderste takken te voorkomen. Dit komt overeen met de natuurlijke plantengroei en hierdoor kan de heg optimaal groeien. Bij het snijden worden alleen de nieuwe jonge scheuten gereduceerd, zo vormt zich een dichte haag en een goede visuele bescherming.
- Snij eerst de zijkant van de heg bij. Beweeg daartoe het product met de groeirichting van onder naar boven. Als u van boven naar onder snijdt, bewegen de dunnere takjes naar buiten, waardoor er uitgedunde plaatsen of gaten kunnen ontstaan.
- Snij daarna de bovenkant naar wens recht, puntvormig of rond.
- Trim nu jonge planten in de gewenste vorm. De hoofdstammen moeten onbeschadigd blijven, totdat de heg de geplande hoogte heeft bereikt. Alle andere takken worden tot de helft gesnoeid.
12.2.4 Snoei op het juiste moment
- Bladhaag: juni en oktober
- Conifeerhaag: april en augustus
- Snelgroeien de haag: vanaf mei om de 6 weken
Let op voor nestelende vogels in de haag. Stel in dat geval het knippen uit of sla dit gedeelte over.
12.3 Boomzaag

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als het product vastzit, probeer het product er dan niet met geweld uit te trekken.
- Zet de motor af.
- Gebruik een hefboomarm of wig om het product vrij te krijgen.

GEVAAR
Kijk uit voor vallende takken en struikel niet.
- De zaagketting moet zijn maximale snelheid bereikt hebben voordat u begint met zagen.
- U hebt betere controle als u met de onderkant van het zwaard zaagt (met trekketting).
- De zaagketting mag tijdens en na het zagen de grond of een ander voorwerp niet raken.
- Zorg ervoor dat de zaagketting niet vast komt te zitten in de zaagsnede. De tak mag niet breken of versplinteren.
- Neem ook de voorzorgsmaatregelen tegen terugslag in acht (zie veiligheidsinstructies).
- Verwijder naar beneden hangende takken door de snede boven de tak te maken.
- Vertakte takken worden afzonderlijk op lengte afgekort.
12.3.1 Snijtechnieken (afb. 21)

WAARSCHUWING
Ga nooit onder een te zagen tak staan!
Het risico dat de tak onverwacht op u valt is erg groot.
Over het algemeen wordt aanbevolen om het product in een hoek van 60° ten opzichte van de tak te plaatsen.
Houd het product tijdens het snijden stevig met beide handen vast en zorg er altijd voor dat u in een evenwichtige positie staat en een goede houding hebt.
Kleine takken afzagen:
Plaats het aanslagvlak van de zaag tegen de tak om schokkerige bewegingen van de zaag aan het begin van de zaagsnede te voorkomen. Breng de zaag met enige druk van bovenaf omlaag door de tak.
Pas op dat u de tak niet voortijdig afbreekt als u de grootte en het gewicht verkeerd hebt ingeschat.
Maak bij grotere takken eerst een ontlastsnede voor gecontroleerd zagen. Zaag hiervoor een snede in het onderste derde deel van de tak (met de bovenkant van het zwaard) (a). Zaag vervolgens van boven naar beneden (met de onderkant van het kettingzwaard) in de richting van de eerste zaagsnede (b).
Afzagen in gedeeltes:
Zaag grote of lange takken in delen af, zodat u controle hebt over het inslagpunt (a, b, c).
- Zaag eerst de onderste takken van de boom af, zo- dat de afgezaagde takken gemakkelijker naar be- neden vallen.
- Zodra de zaagsnede klaar is, neemt het gewicht van de zaag abrupt toe voor de gebruiker, omdat de zaag niet langer op de tak steunt. Het risico bestaat dat u de controle over het product verliest.
- Trek de zaag alleen met draaiende zaagketting uit de zaagsnede om te voorkomen dat hij vastloopt.
- Zaag niet met de punt van het inzetgereedschap.
- Zaag niet in de bolle takbasis, want dan kan de boom niet genezen.
12.4 Na gebruik
- Schakel het product voor het neerleggen altijd uit en wacht tot het product tot stilstand is gekomen.
- Verwijder de accu's.
- Monteer altijd de meegeleverde kettingzwaard- en kettingbescherming, transportbescherming of de mesbescherming nadat u met het product hebt gewerkt.
- Laat het product afkoelen.
13 Reiniging

WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

WAARSCHUWING
Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken!

WAARSCHUWING
Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.
- Schakel het product uit.
- Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
- Laat het product afkoelen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.
-
Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
-
Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
- Reinig de grepen indien nodig met een doekje, bevochtigd met een sopje.
- Dompel het product om te reinigen nooit onder in water of andere vloeistoffen.
- Spuit het product nooit af met water.
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Ventilatieopeningen moeten altijd vrij zijn.
- Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kan komen.
Benodigd gereedschap:
- Lap/doek*
- Kwast*
- Handvegertje*
* = niet altijd meegeleverd!
13.1 Bougie (6a) reinigen (afb. 1, 22)
LET OP
Vervang de bougie alleen als de motor koud is!
Controleer de bougie voor de eerste keer na 20 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
- Trek de bougiedop (6) voorzichtig los. Trek niet aan de kabel, maar direct aan de stekker.
- Verwijder de bougie (6a) met de bijgeleverde montagesleutel (34).
- Verwijder eventueel vuil van de basis van de bougie (6a).
- Controleer de bougie visueel (6a). Verwijder evt. aangekoekte resten met een koperen staalborstel.
- Controleer de elektrodeafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand met een voelermaat in op 0,6 tot 0,7 mm.
- De montage volgt in omgekeerde volgorde.
AANWIJZING
Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. En een te strak vastgedraaide bougie kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
13.2 Luchtfilter (7c) reinigen (afb. 23)
LET OP
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreinigingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen.
- Voor het reinigen van het filter mogen geen scherpe reinigingsmiddelen of benzine worden gebruikt. - De elementen moeten worden gereinigd door het uitkloppen van een vlak oppervlak. Bij sterke vervuiling met zeeploog wassen, aansluitend met schoon water uitspoelen en aan de lucht laten drogen.
Luchtfilter (7c) elke 50 bedrijfsuren reinigen, zo nodig vervangen.
- Draai de bout (7a) los.
- Verwijder het luchtfilterdeksel (7) en verwijder het deksel (7b).
- Haal het luchtfilter (7c) eruit.
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde. Let op dat de uitsparingen van het deksel (7b) in de nok op het luchtfilterhuis zit.
13.3 Boomzaag
- Gebruik een kwast of handvegertje om de zaagketting schoon te maken en geen vloeistoffen.
- Reinig de groef van het kettingzwaard met behulp van een kwast of met perslucht.
- Reinig het kettingwiel.
13.4 Heggenschaar
- Reinig de maaibalk na elk gebruik met een doek bevochtigd met olie.
- Olie de maaibalk na elk gebruik met een oliekannetje of een spray.
14 Onderhoud

WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

WAARSCHUWING
Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken!

WAARSCHUWING
Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.
- Schakel het product uit.
- Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
-
Laat het product afkoelen.
-
Controleer het product voor elk gebruik op zichtbare defecten, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen.
- Controleer afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen op beschadigingen en kijk of ze goed zitten. Vervang ze indien nodig.
- Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.
- Product op een vlakke, horizontale ondergrond plaatsen.
- Spuit het product nooit af met water.
- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.
Aanwijzingen:
Onderhoud het product zorgvuldig. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het product wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische product eerst repareren.
Benodigd gereedschap:
• Montagesleutel (34)
• Kruiskopschroevendraaier*
- Bankschroef*
- Testmeter*
• Vijlmeter*
- Ronde vijl*
- Platte vijl*
• Vijlhouder*
- Vetpers*
* = niet altijd meegeleverd!
14.1 Carburatorafstelling
- Als de zaagblad- en zaagkettingset bij stationair toerental zich beweegt of als de motor bij het weg-nemen van gas uit zichzelf uitgaat, moet een instel-ling aan de carburateur worden aangebracht.
Aanwijzing:
Laat de instellingen van de carburateur (bijv. het stationair toerental) uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel wijzigen, om schade aan de motor te voorkomen.
14.2 Motorzeis/gazontrimmer
14.2.1 Spoel (47) vervangen (afb. 1, 24-28)
- Demonteer het spoelhuis (17) zoals onder 9.3 beschreven.
- Open het spoelhuis (17) door de beide ontgrendelingen (46a) op het spoelhuis (17) tegelijkertijd stevig samen te drukken.
- Verwijder het deksel (46) met de drukveer (46b) van het spoelhuis (17) en verwijder de spoel (47).
- Trek het einde van de draad van de spoel (47) uit de draaduitvoerogen (48).
-
Verwijder alle draadresten uit het spoelhuis (17).
-
Neem de nieuwe spoel (47) en trek 10 cm van beide draden uit.
-
Klem de beide draden in de tegenoverliggende in-kepingen (47b) in de spoel (47).
-
Plaats een nieuwe spoel (47) in het spoelhuis (17). De zijkant van de spoel (47) waarop de looprichting door pijlen wordt aangegeven, moet na het inzetten zichtbaar zijn.
-
De spoel (47) moet zodanig worden geplaatst dat de inkepingen (47b) in de spoel (47) op één lijn liggen met de draaduitvoerogen (48), zodat de draad gemakkelijk kan worden ingeregen.
-
Steek de beide draden in de respectievelijke draaduitvoerogen (48).
-
Spoel (47) iets heen en weer draaien totdat de ge-integreerde vergrendelingsstappen van de spoel (47) in de vergrendelingsstappen van het spoelhuis (17) glijden. Dit voorkomt onbedoelde afstelling.
-
Plaats het deksel (46) met de drukveer (46b) weer op het spoelhuis (17).
Zorg ervoor dat de ontgrendelingen (46a) op het deksel (46) precies in de uitsparingen op het spoelhuis (17) passen. Deze klikken hoorbaar vast.
Aanwijzingen:
Om ervoor te zorgen dat de nieuwe draad wordt toegevoerd, drukt u de trigger (47a) aan de spoel (47) bij draaiende motor krachtig op de grond.
Als de draden aanvankelijk langer zijn dan de snijcirkel aangeeft, wordt deze automatisch door de draadsnijder (15b) tot de juiste lengte ingekort.
14.2.2 Plaats de draad terug in de spoel (47) (afb. 1, 24-27)
U kunt ook de draad op de spoel vervangen.
U kunt hiervoor de bijgeleverde vervangingsspoel (32) gebruiken.
- Demonteer het spoelhuis (17) zoals onder 9.3 beschreven.
- Open het spoelhuis (17) door de beide ontgrendelingen (46a) op het spoelhuis (17) tegelijkertijd stevig samen te drukken.
- Verwijder het deksel (46) met de drukveer (46b) van het spoelhuis (17) en verwijder de spoel (47).
- Trek de draaduiteinden van de spoel (47) uit de draaduitvoerogen (48).
-
Verwijder alle draadresten uit het spoelhuis (17) en de spoel (47).
-
Buig de nieuwe draad in het midden (op ca. 2 meter) en steek het gebogen deel van de draad in een van de inkepingen (47c) van de middenstang van de spoel (47). Er moet nu één draadeinde in de onderste en één in de bovenste kamer van de spoel (47) zitten.
-
Wind de beide draadeinden op in de richting van de pijl "WIND CORD", die op de bovenkant van de spoel (47) staat aangegeven.
-
Neem de spoel (47) en trek 100 mm van beide draden uit.
-
Klem vervolgens de beide draden in de tegenoverliggende inkepingen (47b) in de spoel (47).
-
Ga te werk, zoals beschreven onder 14.2.1 punt 8.
14.2.3 Draadsnijder (15b) naslijpen (afb. 17)
De draadsnijder (15b) kan na verloop van tijd bot worden.
-
Als u dit merkt, draai dan de beide schroeven los waarmee de draadsnijder (15b) aan de veiligheidsafdekking (15) bevestigd is.
Gebruik de kruiskopschroevendraaier. -
Zet de draadsnijder (15b) vast in een bankschroef.
-
Slijp de snijrand van de draadsnijder (15b) met een platte vijl en let erop dat de hoek van de snijrand wordt aangehouden.
- Plaats de draadsnijder (15b) weer op de veiligheidsafdekking (15).
Aanwijzing:
Vervang of scherp de draadsnijder aan het einde van elk maaiseizoen of wanneer dit nodig is.
14.2.4 Het snijmes (16) slijpen (afb. 1)
Aanwijzing:
Als de messen niet al te bot zijn, kunt u de snijkanten zelf scherpen.
- Demonteer het snijmes (16) zoals onder 9.4 beschreven.
- Bevestig het snijmes (16) in een bankschroef.
- Slijp alle 3 lemmets van het snijmes (16) met een platte vijl en let erop dat de hoek van de snijrand wordt aangehouden (\~25°). Vijl slechts in één richting.
- Vervang het snijmes (16) uiterlijk na vijf keer naslijpen.
Bij een sterkere slijtage of beschadigingen moet het snijmes (16) direct worden vervangen.
Een ongebalanceerd snijmes (16) zorgt ervoor dat de motorzeis /grastrimmer sterk trilt; dit brengt gevaar voor letsel met zich mee!
14.2.5 Tandwielkast smeren (afb. 1, 29)
Aanwijzingen:
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen!
-
Verwijder de onderhoudsbout (49) van de motor-zeis/gazontrimmer en breng het vet in. Gebruik een inbussleutel 5 mm (35).
-
Plaats de onderhoudsbout (49) terug.
14.3 Boomzaag

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.
14.3.1 Kettingwiel (39) controlleren (afb. 1, 7-9)
- Draai de bevestigingsmoer (19a) linksom om de kettingwielafdekking (19) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (34).
-
Draai de kettingspanschroef (42) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik de montagesleutel (34).
-
Verwijder het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21).
- Controleer de inloopmarkeringen op het kettingwiel (39) met een testmeter.
- Als de inloopmarkeringen dieper zijn dan 0,5 mm, gebruik het product dan niet en raadpleeg een gespecialiseerde dealer. Het kettingwiel (39) moet vervangen worden.
- Plaats het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21) weer terug, zoals beschreven onder 9.5.
14.3.2 Kettingzwaard (20) controleren (afb. 1, 7-9)
- Draai de bevestigingsmoer (19a) linksom om de kettingwielafdekking (19) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (34).
- Draai de kettingspanschroef (42) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik een montagesleutel (34).
- Verwijder het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21).
- Meet de groefdiepte van het kettingzwaard (20) met de peilstok van een vijlmeter.
-
Het kettingzwaard (20) moet vervangen worden als een van de volgende punten van toepassing is:
-
Het kettingzwaard is beschadigd.
- De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het kettingzwaard (2 mm).
-
De groef van het kettingzwaard is versmald of gespreid.
-
Monteer het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21) zoals beschreven onder 9.5.
14.3.3 Kettingzwaard (20) vervangen (afb. 1, 7-9)
- Draai de bevestigingsmoer (19a) linksom om de kettingwielafdekking (19) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (34).
- Draai de kettingspanschroef (42) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik de montagesleutel (34).
- Verwijder het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21).
Houd voor de demontage het kettingzwaard (20) omhoog gezwenkt in een hoek van ongeveer 45 graden om het gemakkelijker te maken de zaagketting (21) van de groef van het kettingzwaard (20) te kunnen verwijderen.
- Vervang het kettingzwaard (20) en monteer het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21) zoals beschreven onder 9.5.
14.3.4 Zaagketting (21) vervangen en invoeren (afb. 1, 7-9)

GEVAAR
Ernstig letsel mogelijk door scheuren of springen van de zaagketting!
- Monteer nooit een nieuwe zaagketting op een versleten kettingrondsel of op een beschadigd of versleten geleideblad. De zaagketting kan eraf springen of breken.
- Gebruik alleen zaagkettingen en zaagbladen die voor dit product ontworpen zijn.
- Voordat u de zaagketting verwisselt, moet u de groef van het kettingzwaard reinigen, omdat de zaagketting uit het zaagblad kan springen als er vuil aanwezig is. De afzettingen kunnen ook de kettingzaagolie opzuigen. Het gevolg zou zijn dat de kettingzaagolie de onderkant van de rail niet of slechts in geringe mate bereikt en smering wordt verminderd.
- Draai de bevestigingsmoer (19a) linksom om de kettingwielafdekking (19) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (34).
- Draai de kettingspanschroef (42) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik de montagesleutel (34).
- Verwijder het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21).
- Plaats het kettingzwaard (20) en de zaagketting (21) weer terug, zoals beschreven onder 9.5.
Aanwijzing:
Draai de bevestigingsmoer pas vast na het instellen van de kettingspanning.
Bij een nieuwe zaagketting neemt de spankracht na enige tijd af. Daarom moet u de zaagketting na de eerste 5 zaagsneden, of uiterlijk na 10 minuten zagen, naspannen.
Verhoogd risico op ongelukken door een onjuist geslepen zaagketting!
Afwijkingen van de afmetingen van de snijkantgeometrie tijdens het slijpen verhogen het risico op terugslag van het product.
- Laat de zaagketting door een vakman slijpen.
De zaagketting kan in een erkende werkplaats opnieuw worden geslepen. Probeer de zaagketting niet zelf te slijpen als u niet over geschikt gereedschap en de no-dige ervaring beschikt.

VOORZICHTIG
Voor het slijpen van de ketting is speciaal gereedschap nodig om ervoor te zorgen dat de snijgereedschappen onder de juiste hoek en tot de juiste diepte worden geslepen.
Na het slijpen moeten alle snijschakels dezelfde breedte en lengte hebben.
Aanwijzingen:
Een scherpe zaagketting zorgt voor optimale zaag-prestaties. Het vreet moeiteloos door het hout heen en laat grote, lange houtspaanders achter.
Een zaagketting is bot als u het zaaggereedschap door het hout moet duwen en de houtspaanders erg klein zijn. Met een zeer botte zaagketting worden er helemaal geen spaanders geproduceerd, alleen houtstof.
- Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
- Voor het slijpen moet de zaagketting (21) strak ge-spannen zijn om correct slijpen mogelijk te maken.
- Voor het slijpen is een rondvijl met 4,0 mm diameter vereist.

VOORZICHTIG
Andere diameters beschadigen de zaagketting en kunnen tot gevaar bij de werkzaamheden leiden!
- Slijp alleen van binnen naar buiten. Leid de rondvijl van de binnenzijde van de zaagtand naar buiten. Til de rondvijl op als deze zich terugtrekken.
- Slijp eerst de tanden aan de ene zijde. Draai dan de zaagketting (21) om en slijp de tanden aan de andere zijde.
- De zaagketting (21) is versleten en moet door een nieuwe zaagketting (21) worden vervangen indien nog slechts ca. 4 mm van de zaagtanden over is.
- Na het slijpen moeten alle snijschakels even lang en breed zijn.
- Na de derde keer slijpen moet de slijpdiepte (dieptebegrenzing) worden gecontroleerd en de hoogte met behulp van een vlakvijl worden nagevijld. De dieptebegrenzing moet ca. 0,65 mm ten opzichte van de zaagtand terug worden gezet. Rond na het terugzetten van de dieptebegrenzing iets naar voren af.
14.3.5.1 Handleiding voor het slijpen van de zaagketting (21)
Gebruik uitsluitend speciale vijlen voor zaagkettingen!
Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven een verkeerd slijpresultaat. Kies de diameter van vijl op basis van de kettingsteek. Neem beslist onderstaande hoek in acht bij het slijpen van de zaagschakels.
| Type zaagketting | Vijldiameter Bovenste hoek Onderste hoek Bovenste kantelhoek (55°) | Standaard diepte-meter | |||
[600] ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | |
| Inspan-rotatiehoek | Inspan-kantelhoek Zijwaartse hoek | ||||
![]() | ![]() | ![]() | |||
| 21PBX ca. 4,8 mm 30° 10° 85° | 0,64 mm | ||||
![]() | ![]() | ||||
| Diepteaanslag | Vijl | ||||
Deze hoek moet identiek zijn voor alle zaagschakels.
Bij onregelmatig geslepen hoeken zal de zaagketting (21) onregelmatig lopen, snel slijten en voortijdig breken.
Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door regelmatig en voldoende lang te oefenen. Houd rekening met het volgende:
- Gebruik een vijlgeleider.
-
Een vijlgeleider moet worden gebruikt als de zaagketting (21) met de hand wordt geslepen. De juiste vijlhoek staat hierop aangegeven.
-
Houd de vijl horizontaal (onder de juiste hoek) ten opzichte van het kettingzwaard (20) en vijl volgens de hoekmarkering op de vijlgeleider. Steun de vijlhouder op het tanddak en de dieptemaat.
-
Vijl de zaagschakel steeds van binnen naar buiten.
-
De vijl scherpt alleen in voorwaartse beweging. Licht de vijl op tijdens de teruggaande beweging.
-
Raak de aandrijf- en verbindingsschakels niet aan met de vijl.
-
Draai de vijl regelmatig verder om eenzijdige slijtage te voorkomen.
-
Neem een stuk hard hout om bramen van de snijranden te verwijderen.
Alle zaagschakels moeten dezelfde lengte hebben omdat anders ook de hoogte zal variëren. De zaagketting (21) loopt dan onregelmatig, wat het risico op defecten vergroot.
14.3.6 Tandwielkast smeren (afb. 1, 30)
Aanwijzingen:
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvul- len!
-
Verwijder de onderhoudsbout (50) van de boomzaag en breng het vet in. Gebruik een inbussleutel 5 mm (35).
-
Plaats de onderhoudsbout (50) terug.
14.4 Heggenschaar
- Controleer de vaste zitting van de schroeven in de maaibalken.
- Lichte afslijting aan de snijtanden kunt u zelf gladmaken. Slijp daartoe de tanden met een oliesteen. Alleen scherpe snijtanden zorgen voor goede snij-prestaties.
- Stompe, verbogen of beschadigde maaibalken moeten worden vervangen.
14.4.1 Tandwielkast smeren (afb. 1, 31)
Aanwijzingen:
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen!
-
Verwijder de onderhoudsbouten (51) van de heg-genschaar en breng het vet in. Gebruik een inbussleutel 5 mm (35).
-
Plaats de onderhoudsbouten (51) terug.
15 Opslag

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, enz.
LET OP
Risico op materiële schade!
Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
- Monteer altijd de meegeleverde transportbeveiliging (16a), kettingzwaard- en kettingbescherming (22) en mesbescherming (29) voordat u het product weer opbergt.
Benodigd gereedschap:
- Opvangbak*
- Brandstof-afzuigpomp*
* = niet altijd meegeleverd!
15.1 Voorbereiding voor de opslag

WAARSCHUWING
Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
- Reinig en controleer het product op schade.
- Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde container met behulp van een brandstofzuigpomp.
- Start de motor en laat de motor net zo lang lopen, totdat de resterende brandstof is verbruikt.
- Bewaar de brandstof in reservoirs, die speciaal hiervoor zijn bestemd.
-
Verwijder de bougie (6a) en reinig deze zoals hieronder beschreven.
-
Giet 1 theelepel schone 2-taktolie in de verbrandingskamer. Trek enkele keren langzaam aan het starterkoord om de interne onderdelen te coaten.
- Schroef de bougie (6a) weer vast.
- Bewaar het product op een goed geventileerde plaats of locatie.
15.2 Brandstof/oliemengsel aftappen met een brandstofafzuigpomp (afb. 1)
Bij opslag voor langere tijd moet de brandstof worden afgetapt.
- Houd een opvangbak onder de slang van de brandstofafzuigpomp.
- Schroef de tankdop (9) er op. De tankdop (9) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank (10) en kan zo niet vallen.
- Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de brandstoftank (10) en tap het brandstof/oliemengsel met behulp van de brandstofafzuigpomp volledig af.
- Schroef de tankdop (9) er weer op.
16 Transport
Benodigd gereedschap:
- Opvangbak*
- Brandstof-afzuigpomp*
* = niet altijd meegeleverd!
Voorbereiding voor het transport
- Monteer altijd de meegeleverde transportbeveiliging (16a), kettingzwaard- en kettingbescherming (22) en mesbescherming (29) als u het product transporteert.
- Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde container met behulp van een brandstofzuigpomp.
- Voor zover operationeel, laat de motor draaien tot de rest van de brandstof verbruikt is.
- Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
- Beveilig het product tegen wegglijden met bijvoorbeeld spanbanden.
- Het product kan met de handgreep worden opge- tild en verplaatst.
17 Reparatie en reserveonderdelen bestellen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.
LET OP
Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Neem contact op met een servicecentrum of een erkende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
AANWIJZING
Belangrijke aanwijzing bij reparatie
Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het product om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
17.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
| Motorzeis/gazontrimmer: | |
| Spoel - artikelnr.: 7904800707 | |
| Vervangingsdraad - artikelnr.: 7904800708 | |
| Snijmes (3-tand) - artikelnr.: 7904800709 | |
| Transportbescherming - artikelnr.: 7904800710 | |
| Veiligheidsafdekking - artikelnr.: | 7904800711 |
| Boomzaag: | |
| Kettingzwaard - artikelnr.: | 7904800705 |
| Zaagketting - artikelnr.: | 7904800704 |
| Zwaard- en kettingbescherming - artikelnr.: | 7904800706 |
17.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter
* = niet meegeleverd!
18 Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen mili- euvriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishou-delijke afval of in het riool, maar moeten worden in-gezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
19 Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Het product kan niet worden ge-start. | De aan/uit-schakelaar is defect. Neem contact op met onze klantenservice. | |
| Motor is defect. | ||
| Motorremhendel niet ingedrukt. Motorremhendel indrukken. | ||
| Bougie defect. Bougie vervangen. | ||
| Brandstoftank leeg. Brandstof bijvullen. | ||
| Vervuilde brandstof. Brandstoftank legen en met schone brandstof vullen. | ||
| Product werkt met onderbrekingen. | Intern loszittend contact. | Neem contact op met onze klantenservice. |
| Aan/uit-schakelaar defect. | ||
| Slechte snijprestaties. | Zaagketting verkeerd gemonteerd. | Monteer de zaagketting op de juiste manier. |
| Zaagketting is bot. | Laat de zaagketting door een vakman slijpen of vervang de zaagketting. | |
| Kettingspanning onvoldoende. | Controleer de zaagketting. Span de zaagketting indien nodig. | |
| Maaibalk stomp. | Maaibalk controleren, slijpen of neem contact op met onze klantenservice. | |
| Te veel wrijving vanwege te weinig smering. | Maaibalk inoliën. | |
| Verontreinigde maaibalk. | Maaibalk reinigen. | |
| Slechte snijtechniek. | Werkinstructies in acht nemen. | |
| Product loopt zwaar/zaagketting springt eraf. | Kettingspanning onvoldoende. | Controleer de zaagketting. Span de zaagketting indien nodig. |
| Ketting wordt heet, rookontwikkeling tijdens het zagen, verkleuring van het zaagblad. | Te weinig kettingolie. | Controleer het automatische oliën. Vul indien nodig met kettingolie bij. |
| Maaibalk wordt heet. | Maaibalk stomp. | Maaibalk controleren, slijpen of neem contact op met onze klantenservice. |
| Maaibalk heeft bramen. | ||
| Te veel wrijving vanwege te weinig smering. | Maaibalk inoliën. | |
| Slecht snijresultaat. Spoel heeft n | et voldoende snijdraad. Snijdraad langer | maken/spoel vervan-gen. |
| Snij-inrichting vervuild. Snij-inrichting reinigen. | ||
| Ongewone trilling Geleideblad zit | los. Controleer of het geleideblad goed | is bevestigd. |
20 EU-conformiteitsverklaring
Vertaling van de originele conformiteitsverklaring
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.
Merk: Parkside
Art.-aanduiding: Combinatiegereedschap op
benzine -
PBK 4 C4
Art.nr. 3904820974-3904820980,
39048209915, 39048209959
IAN-nr. 478559_2410
Serienr. 01001 - 55361
EU-richtlijnen:
2014/30/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG_2005/88/EG, 2016/1628/EU, 2011/65/EU*
* Het hierboven beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Toegepaste normen:
EN ISO 11806-1:2022; EN ISO 10517:2019;
EN ISO 11680-1:2021; EN ISO 14982:2009;
AfPS GS 2019:01 PAK; EK9-BE-55(v2):2020;
EK9-BE-56(v4):2020; EK9-BE-98(v2):2020
Conformiteitsbeoordelingsprocedure:
2006/42/EG - Bijlage IV
Vermelde instantie:
TÜV SÜD
Documentatie gevolmachtigde:
Tobias Ihle
Günzburger Str. 69
D-89335 Ichenhausen
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriele bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhoudsen veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
Afhandeling van een garantieclaim
Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afgehandeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 478559_2410bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (linksonder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail contact op met de hieronder genoemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aankoopbewijs (kassabon) en met vermelding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
- U kunt deze en vele andere handleidingen bekijken en downloaden op parkside-diy.com. Met deze QR-code komt u direct op parkside-diy.com. Selecteer uw land en gebruik het zoekvenster om de gebruikshandleiding te zoeken. Als u het artikelnummer (IAN) 478559_2410 invoert, gaat u naar de gebruikshandleiding voor uw artikel.

text_image
PDF ONLINE parkside-diy.comVestiging: Duitsland Vestiging: Duitsland













tel.



































