WEPBA 24-230 MVT Quick - Schuurmachine METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WEPBA 24-230 MVT Quick METABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WEPBA 24-230 MVT Quick METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schuurmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WEPBA 24-230 MVT Quick - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WEPBA 24-230 MVT Quick van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING WEPBA 24-230 MVT Quick METABO
nl Originele gebruiksaanwijzing 29
Originele gebruiksaanwijzing
1. Verklaring van overeenstemming
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze haakse slijpers, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3.
2. Correct gebruik
De machines zijn met originele Metabo-accessoires geschikt voor het schuren, het schuren met schuurpapier, het werken met draadborstels en het doorslijpen van metaal, beton, steen en soortgelijke materialen zonder gebruik van water.
Voor schade door ondeskundig gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk.
De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten worden nageleefd.
3. Algemene veiligheidsvoorschriften

Let voor uw veiligheid en die van de machine op de passages die voorzien zijn van dit symbool!

WAARSCHUWING – Lees ter vermindering van het risico van letsel de handleiding.

WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen.
Worden de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik.
Geef uw elektrische gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
4. Speciale veiligheidsvoorschriften
4.1 Gemeenschappelijke veiligheidsvoorschriften om te schuren, het schuren met schuurpapier, het werken met draadborstels en het doorslijpen:
Toepassing
a) Dit elektrisch gereedschap kan worden gebruikt als schuurmachine, schuurmachine met schuurpapier, draadborstel en slijpmachine. Let op alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen,
afbeeldingen en gegevens die u bij het apparaat ontvangt. Neemt u de volgende aanwijzingen niet in acht, dan kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
b) Dit elektrisch gereedschap is niet geschikt om te polijsten. Toepassingen waarvoor het elektrisch gereedschap niet bestemd is, kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk letsel.
c) Gebruik geen accessoires die door de fabrikant niet speciaal voor dit elektrisch gereedschap bestemd en aanbevolen zijn.
Wanneer u de accessoires aan uw elektrisch gereedschap kunt bevestigen, garandeert dit nog geen veilig gebruik.
d) Het toelaatbare toerental van het gebruikte gereedschap dient minstens zo hoog te zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat aangegeven. Accessoires die sneller draaien dan toelaatbaar kunnen breken en in het rond vliegen.
e) De buitendiameter en de dikte van het gebruikte gereedschap dienen overeen te komen met de maataanduidingen van uw elektrisch gereedschap. Verkeerd bemeten inzetgereedschap kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd.
f) Inzetgereedschap met draadinzet dient exact op de slijpspindel van het elektrische gereedschap te passen. Bij inzetgereedschap dat met een flens bevestigd is, moet het opnamegat precies op de flensvorm passen.
Inzetgereedschap dat niet precies op de opname van het elektrische gereedschap past, draait ongelijkmatig en trilt zeer sterk, hetgeen kan leiden tot verlies van controle.
g) Gebruik geen beschadigd inzetgereedschap. Controleer inzetgereedschap, zoals schuurschijven, voor het gebruik altijd op afsplinteringen en scheuren, steunschijven op scheuren, (sterke) slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Wanneer het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap gevallen is, controleer het dan op beschadigingen of gebruik onbeschadigd inzetgereedschap. Wanneer u het inzetgereedschap hebt gecontroleerd en ingebracht, zorg er dan voor dat u en eventuele andere personen in de buurt buiten bereik van het roterende inzetgereedschap blijven en laat het apparaat een minuut lang draaien op het hoogste toerental. In deze testperiode breekt beschadigd inzetgereedschap meestal.
h) Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting. Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Zo nodig draagt u een stofmasker, gehoorbescherming,
veiligheidshandschoenen of een speciale schort, die u bescherming bieden tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rondvliegende vreemde voorwerpen, die bij
NEDERLANDSnl
verschillende toepassingen ontstaan, beschermd te worden. Stof- of adembeschermingsmaskers dienen het stof dat bij de toepassing ontstaat te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor beschadigd raken.
i) Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand van uw werkgebied bevinden. Iedereen die het werkgebied betreedt, dient een persoonlijke veiligheidsbescherming te dragen. Gebroken inzetgereedschap of brokstukken van het werkstuk kunnen wegvliegen en letsel buiten het directe werkgebied veroorzaken.
j) Houd het apparaat alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Door contact met een spanningvoerende leiding kunnen ook metalen onderdelen van het apparaat onder spanning worden gezet en kan een elektrische schok worden veroorzaakt.
k) Houd het netsnoer uit de buurt van draaiend inzetgereedschap. Wanneer u de controle over het apparaat verliest, kan het netsnoer worden doorgesneden of gegrepen en kan uw hand of uw arm in het draaiende inzetgereedschap terecht komen.
I) Leg het elektrisch gereedschap nooit weg voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met de ondergrond waardoor u mogelijk de controle over het elektrisch gereedschap verliest.
m) Laat het elektrisch gereedschap niet draaien wanneer u het draagt. Door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap kan uw kleding worden gegrepen en kan het inzetgereedschap zich in uw lichaam boren.
n) Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van uw elektrisch gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing, en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken.
o) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van brandbaar materiaal. Door vonken kunnen deze materialen vlam vatten.
p) Gebruik geen inzetgereedschap waarvoor vloeibare koelmedia nodig zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmedia kan leiden tot een elektrische schok.
4.2 Veiligheidsaanwijzingen met het oog op terugslagen
Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van draaiend inzetgereedschap dat blijft haken of blokkeert, zoals een slijpschijf, steunschijf, draadborstel, enz. Indien het draaiende inzetgereedschap blokkeert of blijft haken, wordt het onmiddellijk stopgezet. Hierdoor wordt ongecontroleerd elektrisch gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap in op de plaats van de blokkering versneld.
Wanneer er bijv. een slijpschijf in het werkstuk blijft haken of blokkeert, kan de rand van de slijpschijf, die invalt in het werkstuk, vastraken, met het uitbreken van de slijpschijf of een terugslag als mogelijk gevolg. De slijpschijf beweegt zich dan naar of vanaf de bediener, afhankelijk van de draairichting van de schijf bij de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen schuurschijven ook breken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van het elektrisch gereedschap. Deze kan worden verhinderd door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven.
a) Houd het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een dergelijke positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik, indien voorhanden, altijd de extra greep om tijdens de startfase een zo groot mogelijke controle over de terugslagkrachten of reactiemomenten te hebben. De bediener kan door geschikte veiligheidsmaatregelen te nemen de terugslag- en reactiemomenten beheersen.
b) Zorg ervoor dat uw hand nooit in de buurt van draaiend inzetgereedschap komt. Het inzetgereedschap kan zich bij een terugslag over uw hand bewegen.
c) Vermijd met uw lichaam het gebied, waarin het elektrisch gereedschap bij een terugslag naartoe wordt bewogen. De terugslag brengt het elektrisch gereedschap in de tegenovergestelde richting van de beweging van de slijpschijf bij het punt van blokkering.
d) Werk bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen, enz. Zorg ervoor dat het inzetgereedschap niet van het werkstuk terugspringt en klem raakt. Het roterende inzetgereedschap heeft de neiging om bij hoeken, scherpe randen of ingeval het terugspringt klem raakt. Dit leidt tot verlies van controle of een terugslag.
e) Gebruik geen ketting- of getand zaagblad. Dit inzetgereedschap leidt vaak tot een terugslag of verlies van controle over het elektrisch gereedschap.
4.3 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het schuren en doorslijpen:
a) Gebruik uitsluitend schuurmiddelen die voor uw elektrisch gereedschap zijn goedgekeurd en de hiervoor geschikte beschermkap. Schuurmiddelen die niet geschikt zijn voor het elektrisch gereedschap kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn onveilig.
b) Gebogen slijpschijven dienen zo te zijn aangebracht, dat het slijpvlak zich onder de rand van de beschermkap bevindt. Een verkeerd aangebrachte slijpschijf die buiten de rand van de beschermkap uitsteekt kan niet naar behoren worden afgeschermd.
c) De beschermkap moet stevig aan het elektrische gereedschap zijn aangebracht en, voor een optimale veiligheid, zo zijn ingesteld
dat een zo klein mogelijk deel van het slijplichaam open naar de bediener wijst. De beschermkap beschermt de gebruiker tegen brokstukken, toevallig contact met het slijplichaam en vonken, waardoor kleding vlam kan vatten.
d) De slijpmiddelen mogen alleen worden gebruikt voor de aanbevolen toepassingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld: Slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf.
Doorslijpschijven zijn bestemd voor de materiaalafname met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerking op deze schuurmiddelen kan de schijf breken.
e) Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste grootte en vorm voor de door u gekozen slijpschijf. Geschikte flenzen steunen de slijpschijf en gaan zo het risico tegen dat deze breekt. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen zich onderscheiden van de flenzen voor andere schuurschijven.
f) Gebruik geen versleten slijpschijven van groter elektrisch gereedschap. Schuurschijven voor groter elektrisch gereedschap zijn niet geschikt voor de hogere toerentallen van kleiner elektrisch gereedschap en kunnen breken.
4.4 Meer speciale veiligheidsvoorschriften voor het doorslijpen:
a) Voorkom een te hoge aandrukkeracht of een blokkering van de doorslijpschijf. Voer geen overmatig diepe snedes uit. Bij een overbelasting van de doorslijpschijf wordt ook de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren en daarmee de kans op een terugslag of breuk van het schuurmiddel verhoogd.
b) Mijd het gebied voor en achter de roterende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u af beweegt, kan ingeval van een terugslag het elektrisch gereedschap met de draaiende schijf direct naar u toe worden geslingerd.
c) Indien de doorslijpschijf beklemd raakt of u het werk onderbreekt, schakel het apparaat dan uit en houd het rustig vast totdat de schijf tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de nog draaiende doorslijpschijf uit de snede te trekken, dit kan een terugslag veroorzaken. Stel de oorzaak van het klem raken vast en hef deze op.
d) Schakel het elektrisch gereedschap zolang het zich niet in het werkstuk bevindt nooit opnieuw in. Laat de doorslijpschijf eerst het volle toerental bereiken voordat u voorzichtig verder gaat met de snede. Anders kan de schijf blijven haken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken.
e) Zorg voor een ondersteuning van platen of grote werkstukken om het risico van een terugslag als gevolg van een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote
werkstukken kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Het werkstuk dient aan beide kanten van de schijf, en zowel bij de doorslijpsnede als aan de rand, ondersteund te worden.
f) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij "invalsnedes" in bestaande wanden of andere gebieden die niet ingezien kunnen worden. De invallende doorslijpschijf kan bij het snijden in gas-of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken.
4.5 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het schuren met schuurpapier:
a) Gebruik geen schuurbladen met te grote afmetingen maar houd u met betrekking tot de grootte van de schuurbladen aan de opgaven van de fabrikant. Schuurbladen die over de steunschijf uitsteken kunnen letsel veroorzaken en leiden tot het blokkeren of scheuren van de schuurbladen of een terugslag.
4.6 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het werken met draadborstels:
a) Let erop dat de draadborstels ook tijdens het gewone gebruik stukken draad verliest. Overbelast de draden niet door een te hoge aandrukkracht. Wegvliegende stukken draad kunnen heel gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid dringen.
b) Wordt het gebruik van een beschermkap aanbevolen, zorg er dan voor dat de beschermkap en de draadborstel niet met elkaar in aanraking kunnen komen. De diameter van schijf- en komborstels kan door aandruk- en centrifugale krachten vergroot worden.
4.7 Overige veiligheidsvoorschriften:

WAARSCHUWING – Draag altijd een veiligheidsbril.
Maak gebruik van elastische tussenlagen, wanneer deze bij het schuurmateriaal ter beschikking gesteld worden en vereist zijn.
Neem de opgaven van de fabrikant van het gereedschap of de accessoires in acht! Zorg ervoor dat de schijven beschermd zijn tegen vet en stoten!
Schuurschijven dienen zorgvuldig, volgens de aanwijzingen van de fabrikant, te worden bewaard en gebruikt.
Doorslijpschijven mogen nooit worden gebruikt voor het voorslijpen! Doorslijpschijven mogen niet blootgesteld worden aan zijwaartse druk.
Het werkstuk dient stevig te liggen en beveiligd te zijn tegen wegglijden, bijv. met behulp van spaninrichtingen. Grote werkstukken dienen voldoende te worden ondersteund.
Wordt er inzetgereedschap met schroefdraadinzet gebruikt, dan mag het einde van de spil de gatenbodem van het schuurgereedschap niet raken. Let erop dat de schroefdraad in het inzetgereedschap lang genoeg is om de spillengte op te nemen. De schroefdraad van het inzetgereedschap moet bij de schroefdraad op de spil passen. Zie voor de lengte en de schroefdraad van de spil pagina 3 en hoofdstuk 14. Technische gegevens.
NEDERLANDSnl
Het gebruik van een stationaire afzuiginrichting wordt aanbevolen. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max.
aanspreekstroom van 30 mA voor de machine. Indien de haakse slijper door de aardlekschakelaar is uitgeschakeld moet de machine gecontroleerd en gereinigd worden. Zie hoofdstuk 9. Reiniging.
Beschadigde, onronde resp. vibrerende gereedschappen mogen niet gebruikt worden.
Schade aan gas- of waterleidingen, elektrische leidingen en dragende wanden (statica) voorkomen.
De stekker altijd uit het stopcontact halen voordat er instellings-, ombouw- of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
Een beschadigde of gebarsten extra greep dient te worden vervangen. Indien de extra greep defect is de machine niet gebruiken.
Een beschadigde of gebarsten beschermkap dient te worden vervangen. Indien de beschermkap defect is de machine niet gebruiken.
Schakel de machine niet in wanneer veiligheidsvoorzieningen of onderdelen van het gereedschap ontbreken of defect zijn.
Machines met zachte aanloop (herkenbaar aan de „WE...“ in de typeaanduiding): Wanneer de machine bij het inschakelen zeer snel tot het maximale toerental versnelt, is er sprake van een elektronische fout. Andere elektronische veiligheidsfuncties staan niet meer ter beschikking. Laat de machine direct repareren (zie hoofdstuk 12.).
Kleine werkstukken bevestigen. Bijv. in een bankschroef spannen.
De stofbelasting verminderen:

Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: Lood (in loodhoudende verf), mineraal stof (uit bakstenen, beton e.d.), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld.
Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen.
Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv. stofmaskers die in staat zijn om de microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren.
Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling).
Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving.
Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikte accessoires (zie hoofdstuk 11.). Daardoor komen minder stofdeeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht.
Gebruik een geschikte stofafzuiging.
Verminder de stofbelasting door:
- de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten,
- een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te plaatsen,
- de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op.
- Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.
5. Overzicht
Zie pagina 2.
1 Quick-spanmoer *
2 Steunflens *
3 S p i l
4 W .A...: Autobalancer-steunflens (niet afneembaar) *
5 Spilvastzetknop
6 Elektronische signaalindicatie *
7 Blokkering (tegen onbedoeld inschakelen, dan wel voor de continu-inschakeling) *
8 Drukschakelaar (voor het in-/uitschakelen)
9 Knop (voor het draaien van de hoofdhandgreep)
10 Hoofdhandgreep
11 Extra greep/extra greep met trillingsdemping
12 Beschermkap
13 Spanmoer *
14 Tweegaatssleutel *
15 Spanner (voor het zonder gereedschap verstellen van de beschermkap)
16 Schroef (voor het instellen van de spankracht van de spanner)
* afhankelijk van de uitrusting/niet in de omvang van de levering
6. Ingebruikname

Controleer voordat de machine in gebruik wordt genomen, of de op het typeplaatje aangegeven spanning met de netspanning overeenkomt.

Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. aanspreekstroom van 30 mA voor de machine.
Alleen verlengkabels met een minimale doorsnede van 1,5 mm ^2 gebruiken. Verlengkabels dienen voor het op te nemen vermogen van de machine geschikt te zijn (zie de technische gegevens). Bij gebruik van een kabelrol de kabel altijd volledig afrollen.
6.1 Extra greep aanbrengen
Alleen werken wanneer de extra greep (11) is aangebracht! De extra greep (naar wens) in het draadgat links, midden of rechts met de hand stevig inschroeven.
6.2 Beschermkap aanbrengen
(voor het werken met steunschijven)

Voor de ingebruikname: beschermkap monteren.
Voor het voorslijpen uit veiligheidsoverwegingen de beschermkap (12) te worden gebruikt.
Voor het voorslijpen dient uit veiligheidsoverwegingen de speciale beschermkap voor het voorslijpen (zie hoofdstuk 11. Accessoires) te worden gebruikt.
Zie pagina 2, afbeelding F.
- Spanner (15) openen. De beschermkap (12) aanbrengen in de weergegeven positie.
- De beschermkap zo draaien dat het gesloten gebied naar de gebruiker wijst.
- Spanner sluiten.
- Indien nodig, de spankracht van de spanner verhogen door de schroef (16) (bij geopende spanner) vast te draaien.

Alleen inzetgereedschap gebruiken waarover de beschermkap tenminste 3,4 mm uitsteekt.
6.3 Draaibare hoofdhandgreep
Alleen met vergrendelde hoofdhandgreep (10) werken.
Zie pagina 2, afbeelding C.
- Knop (9) indrukken.
- De hoofdhandgreep (10) kan nu naar beide kanten 90° gedraaid en vergrendeld worden.
- Controleer of de hoofdhandgreep (10) goed bevestigd is: Hij dient vergrendeld te zijn en er mag niet aan kunnen worden gedraaid.
6.4 Netaansluiting
De stopcontacten moeten met trage smeltzekeringen of leidingbeveiligingsschakelaars beschermd zijn.
Maschines met "WE..." in de typeaanduiding: (Met ingebouwde automatische aanloopstroombegrenzing (zachte aanloop).) De netstopcontacten kunnen ook met snelle smeltzekeringen of leidingbeveiligingsschakelaars beschermd zijn.
7. Schuurschijf aanbrengen
Voor alle ombouwwerkzaamheden: Stekker uit het stopcontact halen. De machine moet uitgeschakeld zijn en de spil stilstaan.
Voor het werken met doorslijpschijven uit veiligheidsoverwegingen de beschermkap van de doorslijpschijf (zie hoofdstuk 11. Accessoires) gebruiken.
7.1 Spil vastzetten
De spilvastzetknop (5) alleen bij stilstaande spil indrukken!
- Spilvastzetknop (5) indrukken en Spil (3) met de hand draaien totdat de spilvastzetknop voelbaar vast klikt.
7.2 De slijpschijf erop plaatsen
Zie pagina 2, afbeelding D.
Maschines met de aanduiding W 2..., WE 2...:
- De steunflens (2) op de spil plaatsen. Hij is op de juiste wijze op de spil aangebracht als hij zich niet op de spil laat draaien.
- De schuurschijf, zoals in afbeelding D aangegeven, op de steunflens (2) plaatsen. De slijpschijf dient gelijkmatig op de steunflens te liggen.
Maschines met de aanduiding W...A 2...:
De autobalancer-steunflens (4) wordt stevig op de spil aangebracht. Een afneembare steunflens is, zoals bij andere haakse slijpers gebruikelijk, niet vereist.
De steunvlakken van de autobalancer- steunflens (4), schuurschijf en Quickspanmoer (1) of spanmoer (13) dienen schoon te zijn. Indien nodig reinigen.
- Deslijpschijf op de autobalancer-steunflens plaatsen. De schuurschijf dient gelijkmatig op de autobalancer-steunflens te liggen.
7.3 Quick-spanmoer bevestigen/losmaken (afhankelijk van de uitrusting)
Quick-spanmoer (1) bevestigen:
Wanneer het inzetgereedschap in het spangebied dikker dan 8 mm is, mag de quick-spanmoer niet gebruikt worden! Gebruik dan de spanmoer (13) met tweegaatssleutel (14).
Alleen een correcte en onbeschadigde quickspanmoer gebruiken: De pijl moet naar de uitsparing van de buitenring wijzen (zie afbeelding, pagina 2).
- Spil vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- De Quick-spanmoer (1) op de spil (3) plaatsen. Zie afbeelding, pagina 2.
- De quick-spanmoer met de hand met de klok mee vastzetten.
- Door tegen de klok in krachtig aan de slijpschijf te draaien de quick-spanmoer vastzetten.
Bij machines met de aanduiding W...B... is bij de laatste 180° een verhoogde weerstand merkbaar.
De quick-spanmoer (1) losdraaien:
- Spil vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- De Quick-spanmoer (1) tegen de klok in afschroeven.
NEDERLANDSnl
7.4 Spanmoer bevestigen/losmaken (afhankelijk van de uitrusting)

Spanmoer (13) bevestigen:
De 2 kanten van de spanmoer zijn verschillend. De spanmoer als volgt op de spil schroeven:
Zie pagina 2, afbeelding E.
- A) Bij dunne slijpschijven:
De rand van de spanmoer (13) is naar boven gericht zodat de dunne slijpschijf zeker kan worden gespannen.
B) Bij dikké slijpschijven:
De rand van de spanmoer (13) is naar beneden gericht zodat de spanmoer veilig op de spil kan wordne aangebracht.
- Spil vastzetten. De spanmoer (13) met de tweegaatssleutel (14) met de wijzers van de klok mee vastzetten.
Bij machines met de aanduiding W...B... is bij de laatste 180° een verhoogde weerstand merkbaar.
Spanmoer losmaken:
- Spil vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De spanmoer (13) met de tweegaatssleutel (14) tegen de wijzers van de klok in afschroeven.
8. Gebruik
8.1 In-/uitschakelen

De machine altijd met beide handen leiden!

Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap naar het werkstuk brengen.

Voorkom onverhoeds aanlopen: De machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het contact wordt gehaald of wanneer zich een monderbreking heeft voorgedaan.

Bij continue inschakeling loopt de machine verder wanneer hij uit de hand wordt nakken. Houd de machine daarom altijd met e handen aan de hiervoor bestemde grepen vast, zorg ervoor dat u stevig staat en geconcentreerd.

Voorkom dat de machine stof en spaanders op wervelt of naar binnen zuigt. De machine et uitschakelen pas wegleggen wanneer de r tot stilstand is gekomen.
Zie pagina 2, afbeelding A.
Momentinschakeling:
Inschakelen: De blokkering (7) in de richting van de pijl schuiven en vervolgens de drukschakelaar (8) indrukken.
Uitschakelen: Laat de drukschakelaar (8) los.
Continue inschakeling (afhankelijk van de uitvoering):
Inschakelen: De blokkering (7) in de richting van de pijl schuiven en vervolgens de drukschakelaar (8) indrukken en ingedrukt houden. De machine is nu ingeschakeld. Nu de blokkering (7) nogmaals in de richting van
de pijl schuiven om de drukschakelaar (8) te vergrendelen (continue inschakeling).
Uitschakelen: De drukschakelaar (8) indrukken en loslaten.
Machines met de aanduiding W...B: Moment inschakeling (met dode manschakelaar)
Zie pagina 2, afbeelding B.
Inschakelen: drukschakelaar (8) naar voren schuiven en vervolgens de drukschakelaar (8) naar boven drukken.
Uitschakelen: laat de drukschakelaar (8) los.
8.2 Tips voor het werk
Schuren:
De machine matig aandrukken en over het oppervlak heen- en weer bewegen, zodat het werkstukoppervlak niet te heet wordt. Voorslijpen: Voor een goed werkresultaat dient u met een invalshoek van 30° - 40° te werken.
Doorslijpen:

Bij het doorslijpen altijd in tegengestelde richting (zie afbeelding) werken. Anders bestaat het gevaar dat de machine ongecontroleerd uit de snede springt. Werk met een matige,
aan het materiaal aangepaste voorwaartse beweging. Niet schuin wegdraaien, niet drukken, niet slingeren.
Schuren met schuurpapier:
De machine matig aandrukken en over het oppervlak heen- en weer bewegen, zodat het werkstukoppervlak niet te heet wordt.
Werken met draadborstels:
De machine matig aandrukken.
9. Reiniging

Motorreiniging: Bij het bewerken kunnen deeltjes in het binnenste
van het elektrisch gereedschap terecht komen. Dit heeft invloed op de koeling van het elektrisch gereedschap. Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op de veiligheidsisolatie van het elektrisch gereedschap en elektrische gevaren veroorzaken.
Elektrisch gereedschap regelmatig, vaak en grondig door alle voorste en achterste luchtspleten uitzuigen of met droge lucht uitblazen. Trek eerst de stekker van het elektrisch gereedschap uit het stopcontact en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril en stofmasker.
Knop (9) voor de instelling van de handgreep: De knop regelmatig schoon zuigen of met droge lucht schoon blazen (in ingedrukte toestand, in alle 3 posities van de hoofdhandgreep). Trek eerst de stekker van het elektrisch gereedschap uit het stopcontact en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril en stofmasker.
10. Storingen verhelpen
Maschines met "WE..." in de typeaanduiding:
- Overbelastingsbeveiliging: De elektronische signaalindicatie (6) gaat aan en het lasttoerental neemt STERK af. De motortemperatuur is te hoog! De machine in onbelast toerental laten lopen tot hij afgekoeld is en de elektronische signaalindicatie uitgaat.
- Overbelastingsbeveiliging: De elektronische signaalindicatie (6) gaat aan en het lasttoerental neemt LICHT af. De machine wordt overbelast. Werk met gereduceerde belasting verder tot de elektronische signaalindicatie uitgaat.
- Elektronische veiligheidsuitschakeling: De elektronische signaalindicatie (6) brandt en de machine werd zelfstandig UITGESCHAKELD. Bij een te hoge stroom-toenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de machine uitgeschakeld. Machine bij de drukschakelaar (8) uitschakelen. Vervolgens weer inschakelen en normaal verder werken. Zorg ervoor dat zich verder geen blokkeringen voordoen. Zie hoofdstuk 4.2.
- Herstartbeveiliging: De elektronische signaalindicatie (6) KNIPPERT en de machine loopt niet. De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is, of is de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan loopt de machine niet aan. De machine uit- en weer inschakelen.
- De machine versnelt bij het inschakelen zeer snel tot het maximale toerental, d.w.z. de automatische aanloopstroombegrenzing (zachte aanloop) werkt niet. Er is sprake van een elektronische fout, andere elektronische veiligheidsfuncties staan niet meer ter beschikking. Laat de machine direct repareren (zie hoofdstuk 12.).
- Inschakelingen genereren kortstondige spanningsdips. Bij ongunstige netomstandigheden kunnen andere apparaten worden beïnvloed. Bij netimpedanties kleiner dan 0,2 Ohm worden geen storingen verwacht.
11. Accessoires
Gebruik alleen originele Metabo accessoires.
Gebruik alleen accessoires die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken.
Accessoires stevig aanbrengen. Wordt de machine in een houder gebruikt: De machine goed bevestigen. Verlies van controle kan tot letsel leiden.
Zie pagina 4.
A Voorslijpschijf (alleen gebruiken wanneer de beschermkap is aangebracht)
B Lamellensteunschijf (alleen gebruiken wanneer de beschermkap is aangebracht)
C Beschermkap voor doorslijpschijf.
D Doorslijpschijf (alleen gebruiken wanneer de beschermkap voor de doorslijpschijf is aangebracht)
E Diamant-doorslijpschijven (alleen met gemonteerde (doorslijp)beschermkap gebruiken)
F Beschermkap voor slijpkom (op de machine plaatsen en met schroef (f) bevestigen. De slijpkom bevestigen zoals beschreven in hoofdstuk 7. Eventueel gebogen tweegaatssleutel gebruiken. De beschermkap met de vleugelschroeven zo instellen dat de slijpkom max. 3 mm naar voren staat.)
G Slijpkommen (voor werkzaamheden met slijpkommen moet uit veiligheidsoverwegingen de speciale beschermkap voor slijpkom worden gebruikt.)
H Gebogen tweegaatssleutel (voor het bevestigen/losmaken van de spanmoer (13) bij slijpkommen)
I Beschermkap voor doorslijpschijf met geleidegroeven (op de machine plaatsen en bevestigen met schroef.) (Met aansluitstuk voor het afzuigen van het steenstof dat bij het doorslijpen van steenplaten met een geschikt afzuigapparaat ontstaat.)
J Handbescherming (aan te brengen onder de extra zijdelingse greep)
K Verlengstuk (voor het werken met steunschijven. Vergroot de afstand tussen spil en steunschijf met ca. 35 mm)
L Steunschijf voor fiberslijpschijven (alleen aanbrengen met de meegeleverde steunschijfspanmoer). (Alleen gebruiken wanneer de handbescherming is aangebracht.)
M Fiberslijpschijven (alleen gebruiken wanneer de handbescherming is aangebracht).
N Staaldraadborstel (alleen gebruiken wanneer de handbescherming is aangebracht).
O Metalen slijpstandaard
P Spanmoer (13)
Q Quick-spanmoer (1)
Zie voor het complete programma toebehoren www.metabo.com of de hoofdcatalogus.
12. Reparatie
Reparaties aan elektrische gereedschap mogen uitsluitend door een erkende elektricien worden uitgevoerd!
Een defecte stroomkabel mag alleen worden vervangen door een speciale, originele beschermde stroomkabel van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service.
Bij machines met de aanduiding W...B... moet bij het vervangen van het koolstofset ook de remvoering worden vernieuwd.
Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com.
Onderdeellijsten kunt u via www.metabo.com downloaden.
Het ontstane slijpstof kan schadelijke stoffen bevatten: Op de juiste wijze als afval behandelen.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren.

Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/
EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dient oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
$$ K _ {h, S G / D S} = \text { onzekerheid (trilling) } $$
Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau:
$$ L _ {p A} = \text { geluidsdrukniveau } $$
$$ L _ {W A} ^ {\prime} = \text { geluidsvermogensniveau } $$
$$ K _ {p A}, K _ {W A} = \text { onzekerheid } $$

Draag gehoorbescherming!
Toelichting bij de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden.
D_max =max. diameter van het inzetgereedschap t_max,1 =max. toelaatbare dikte van het inzetgereedschap in het spanbereik bij gebruik van de spanmoer (13)
t_max,2 =max. toelaatbare dikte van het inzetgereedschap in het spanbereik bij gebruik van de quick-spanmoer (1)
t_max,3 =voorslijpschijf/doorslijpschijf: max. toelaatbare dikte van het inzetgereedschap
M = s c h r o e f d r a a d a
I = lengte van de schuurspil n = onbelast toerental (hoogste toerental)
P_1 =nominaal vermogen
P_2 =afgegeven vermogen
m = gewicht zonder netsnoer
Meetgegevens volgens de norm EN 60745.
□ Machine van beveiligingsklasse II
\~ Wisselstroom
De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm).

Emissiewaarden
Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrische gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrische gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op grond van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.
Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 60745:
a_h, SG = trillingsemissiewaarde (oppervlakken schuren)
a_h, DS = trillingsemissiewaarde (schuren met steunschijf)