MT LB60 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT LB60 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MT LB60 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT LB60 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT LB60 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MT LB60 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing ....95
Ladebooster
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com.
Inhoud
Verklaring van de symbolen 95
Veiligheidsaanwijzingen 95
Omvang van de levering 98
Accessoires 98
Beoogd gebruik. 98
Technische beschrijving 99
Laadbooster monteren .....102
De laadbooster aansluiten....103
Gebruik 106
Reiniging en onderhoud ....109
Problemen oplossen....110
Garantie....112
Verwijdering....112
Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of matig letsel.

LET OP!
Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
Veiligheidsaanwijzingen
Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en voorschriften van de voertuigfabrikant en erkende werkplaatsen in acht.
Algemene veiligheid

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Montage en demontage van de acculader mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
- Gebruik het toestel niet als het zichtbaar beschadigd is.
- Als de stroomkabel van het toestel beschadigd is, moet de stroomkabel, om gevaren te voorkomen, worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of gelijkwaardig bevoegd personeel.
- Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd personeel. Ondeskundige reparaties kunnen leiden tot aanzienlijke gevaren.
- Als u het toestel demonteert:
- Maak alle aansluitingen los.
-
Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen span- ningsvrij zijn.
-
Gebruik het toestel niet onder vochtige omstandigheden en dompel het niet onder in een vloeistof. Berg het toestel op op een droge plaats.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires.
- Bewerk de componenten niet zelf en maak geen aanpassingen.
- Ontkoppel het toestel van de stroomvoorziening:
– Voor elke reiniging en elk onderhoud
- Na elk gebruik
– Voor het vervangen van een zekering
- Voor het uitvoeren van elektrische laswerkzaamheden of werkzaamheden aan het elektrische systeem
Gevaar voor de gezondheid
- Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen of gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilig gebruik van het toestel en zij inzicht hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed.
Houd en gebruik het toestel buiten het bereik van zeer jonge kinderen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen.
- Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.

LET OP! Gevaar voor schade
- Controleer voor de ingebruikname of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezige stroomvoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Let op dat de negatieve en positieve polen nooit in contact komen.
Het toestel veilig monteren

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Let op een stabiele stand.
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen. - Zorg er bij het opstellen van het toestel voor dat alle kabels veilig zijn bevestigd, om struikelen te voorkomen.

LET OP! Gevaar voor schade
- Plaats de acculader niet in de buurt van warmtebronnen (verwarming, direct zonlicht, gaskachels enz.).
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Bij installatie op boten:
Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het toestel monteren door een gespecialiseerde (scheeps-)elektricien.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Neem de aanbevolen kabeldoorsneden in acht.
- Leg de kabels zodanig dat deze niet beschadigd kunnen raken door de deuren of de motorkap. Gelette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230V-netsnoer en de 12V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot.
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels op een veilige wijze.
- Trek niet aan de kabels.
Veiligheid bij het gebruik van het toestel

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel niet on de volgende omstandigheden:
– In een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– In de buurt van agressieve dampen
– In de buurt van brandbare materialen
– In explosieve omgevingen
Gevaar voor elektrische schokken
- Scheid het toestel bij werkzaamheden altijd van de stroomvoorziening.
- Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog onder spanning kunnen staan, zelfs als de zekering is gesprongen.
- Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP! Gevaar voor schade
- Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten van het toestel niet afgedekt zijn.
- Zorg voor goede ventilatie.
- Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit de contactdoos.
- Het toestel mag niet aan regen worden blootgesteld.
Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor letsel
- Accu's kunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Indien uw huid in aanraking komt met accuvloeistof, was dan het desbetreffende lichaamsdeel grondig met water. Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Draag bij het werken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen.
Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden. - Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werkt. Raak uw ogen niet aan wanneer u aan accu's werkt.
Explosiegevaar
- Probeer geen bevroren of defecte accu's te laden.
Plaats de accu in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure. - Rook niet, gebruik geen open vuur of veroorzaak geen vonken in de buurt van de motor of een accu.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
-
Let bij het aansluiten van de accu op de juiste polariteit.
-
Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig waarin de accu wordt gebruikt.
- Als u de accu moet verwijderen, koppel dan eerst de aardverbinding los. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
- Bewaar alleen volledig opgeladen accu's. Laad opgeslagen accu's regelmatig op.
- Laad diep ontladen loodaccu's onmiddellijk op om sulfatering te voorkomen.
- Controleer regelmatig het zuurniveau van open loodzuuraccu's.
Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van lithium-ion-accu's

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Gebruik alleen accu's met geïntegreerd accumanagementsysteem en celbalancering.

LET OP! Gevaar voor schade
- Installeer de accu uitsluitend in omgevingen met een omgevingstemperatuur van ten minste 0 °C.
- Voorkom diepe ontlading van de accu's.
Omvang van de levering
Aantal Beschrijving
| 1 | MT LB 50, MT LB 60 of MT LB 90 |
| 1 | Temperatuursensor met kabel (3 m) |
| 1 | Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing |
Accessoires
Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
Aanduiding Artikelnr.
| Lastrelais (12 V, 100 A/180 A) met installatiekabelset (voor installatievariant C) | 9620000184(MT02156) |
| Installatiekabelset en klemmenblok met sensorkabels en zekeringen | 9620000188(MT 93045) |
| Bypassrelais (NC, 100 A) met installatiekabelset (installatievarianten D1 en D2) | 9620001495(MT 93050) |
| Verlengkabel (5 m) met adapter voor displaypaneel voor afstandsbedie-ning | 9620000171(MT 02005) |
| Laadkabelset (2 m) met zekering (250 A) | 9620001496(MT 22002) |
| Laadkabelset (3 m) met zekering (250 A) | 9620001497(MT 22003) |
| Laadkabelset (4 m) met zekering (250 A) | 9620001498(MT 22004) |
| Laadkabelset (5 m) met zekering (250 A) | 9620001499(MT 22005) |
| Laadkabelset (6 m) met zekering (250 A) | 9620001500(MT 22006) |
Beoogd gebruik
De acculader (ook wel laadbooster genoemd) is bedoeld voor het bewaken en opladen van 12V-thuisaccu's in campers vanaf de dynamo tijdens het rijden.
De laadbooster is bedoeld voor het opladen van de volgende accutypen:
De zonnelader is niet bedoeld voor het opladen van andere typen accu's (bijv. NiCd, NiMH enz.).
De laadbooster is geschikt voor:
• Installatie in campers
• Stationair of mobiel gebruik
- Gebruik binnenshuis
De laadbooster is niet geschikt voor:
- Werking op netspanning
- Gebruik buiten
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredi-gende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product als gevolg van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
- Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserve-onderdelen
- Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
Technische beschrijving
Algemene beschrijving
MT LB 50: het toestel laad met 50 A tijdens het rijden. Het laadvermogen kan worden beperkt tot 45 A.
MT LB 60: het toestel laad met 60 A tijdens het rijden. Het laadvermogen kan worden beperkt tot 50 A.
MT LB 90: het toestel laad met 90 A tijdens het rijden. Het laadvermogen kan worden beperkt tot 75 A.
De laadbooster kan via DIP-switches aan de verschillende accutypen worden aangepast (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 106).
De temperatuursensor bewaakt de accutemperatuur tijdens het laadproces (zie hoofdstuk „Temperatuursensor“ op pagina 102).
De laadbooster is voorzien van een afneembaar displaypaneel voor afstandsbediening.
De laadbooster biedt de volgende functies:
- Microprocessorgestuurde IUOU-laadprogramma's met temperatuurcompensatie voor verschillende accutypen
- Hulplaaduitgang voor de startaccu
- Buffermodus: voldoet aan de laadkarakteristieken, zelfs wanneer de accu wordt opgeladen terwijl er verbruikers zijn aangesloten
- Filter voor boordnetonderdrukking: maakt parallelle werking van de laadbooster met andere oplaadbronnen mogelijk, bijvoorbeeld netvoedingsladers, zonnesystemen of generatoren
- Automatische compensatie van spanningsverlies veroorzaakt door de lengte van de laadkabel (huishoudaccu)
De laadbooster heeft de volgende beschermende mechanismen:
• Hoogspanningsbeveiliging
• Laagspanningsbeveiliging
- Bescherming tegen hoge temperaturen
- Bescherming tegen lage temperaturen (alleen LFP-accu's)
- Beveiliging tegen overlading van de accu
- Beveiliging tegen sperstroom
- Beveiliging tegen kortsluiting
- Beveiliging tegen omgekeerde polariteit (alleen voor aansluiting van de huishoudaccu)
Toestelbeschrijving
| Nr. in afb. 1, Aanduiding pagina 3 | ||||||
| 1 Displaypaneel | ||||||
| 2 | R | u | b | b | e | r |
| 3 Aansluitingen en bedieningselementen | ||||||
| 4 | T | e | m | p | e | r |
Aansluitingen en bedieningselementen
| Nr. in afb. 2, Aanduiding Beschrijving pagina 3 | |
| 1 Serviceaansluiting | Alleen voor bevoegd personeel |
| 2 VB-/VB+ klem (OUT) | Uitgangen voor sensordraden om de laadspanning bij de thuisaccu te meten en te regelen |
| 3 T T-aansluiting 2 aansluitingen voor temperatuursensors | |
| 4 Cl-aansluiting (Zonder functie) | |
| 5 TR-aansluiting Uitgang voor regelen van een bypassrelais | |
| 6 VS-/VS+ klem (IN) | Ingangen voor sensor-kabels om de laadspan- ning bij de startaccu te meten en te regelen |
| 7 D+-aansluiting Ingang voor D+-signaal van de wisselstroomdy-namo of contactslotsig-naal (klem 15) | |
| 8 DIP-schake-laars accutype | Instelling van het laad-programma (zie hoofd-stuk „Het laadprogramma instel-len“ op pagina 106) |
| Nr. in afb. 2, pagina 3 | Aanduiding Beschrijving | ||
| 9 | n | D I laars accucapaciteit en functionele instellingen | P Instelling van de laad-c stroom (zie hoofdstuk „De laadstroom aan-passen" op pagina 107) en andere functies |
| 10 BORD+ | Aansluiting op de plus-pool van de 12 V-huis-houdaccu | ||
| a | t | u | u |
| 11 | COM- | Aansluiting op de min-pool van de huishou-daccu/het chassis | |
| 12 START+ | Aansluiting op de plus-pool van de 12 V-star-taccu | ||
Displaypaneel
| Nr. in afb. 3, Aanduiding pagina 4 | |
| 1 | Toets Aan/uit |
| 2 Indicatielampjes | |
Indicatie-leds op het displaypaneel
| Led | Status | Beschrijving |
| Current (rood) | Aan | Laadstroom aanwezig, lichtsterkte geeft de intensiteit van de laadstroom aan |
| Batt. I (geel) | Aan | Thuisaccu is opgeladen |
| Knippert | Bescherming tegen hoge temperaturen (> 50 °C) | |
| Knippert langzaam | Alleen LFP-accu's: Bescherming tegen lage temperaturen (< 0 °C) |
Led Status Beschrijving
| Battery full (groen) | Aan Thuisaccu volledig opgela-den (100 %); U2/U3-fase | |
| Knippert Laadproces in U1-fase(loodaccu's: >75 %, LFP-accu's: >90 %) | ||
| Knippert langzaam | Laadtoestand 75 – 100 %(loodaccu's: <75 %, LFP-accu's: <90 %) | |
| Main Charging (geel) | Aan Laadproces in I/U1-fase | |
| Knippert • Overspanningsbeveili-ging van de thuisaccu (>15,5 V)• Alleen LFP-accu's: temperatuursensor is niet aangesloten | ||
| Batt. II (geel) | Aan Startaccu laadt de thuisaccu | |
| Knippert Laagspanningsbeveili-ging/overspanningsbeveili-ging van de startaccu | ||
| Knippert met een interval van 2 s | Hulplaadaansluiting voor de startaccu geactiveerd | |
| Power (rood) | Aan Spanning aanwezig; boos-terladen geactiveerd | |
| Knippert langzaam | Laagspanningsbeveiliging van de startaccu | |
| Knippert • Veiligheidsuitschakeling(hoofdstuk „Problemen oplossen" oppagina 110)• Interne storing in appa-raat (oververhitting) | ||
Acculaadfunctie
De laadkarakteristieken voor volledig geautomati-seerd continu bedrijf zonder bewaking worden IU0U-karakteristieken genoemd (zie curve in afb. 8, pagina 6).
1: I-fase (constante-stroomfase)
Aan het begin van het laadproces wordt de lege accu continu opgeladen met de maximale laadstroom (100 %). De laadstroom neemt af wanneer de accu een laadtoestand van 75 % (90 % bij lithium-ion-accu's) heeft bereikt. Diep ontladen loodaccu's worden opgeladen met een lagere laadstroom totdat de accuspanning hoger is dan 8 V. De duur van de l-fase is afhankelijk van de toestand van de accu, de belasting door de verbruikers en de laadtoestand. Om veiligheidsredenen wordt de l-fase na uiterlijk 15 uur beëindigd (in het geval van defecte accucellen of iets dergelijks).
2: U1-fase (constante-spanningsfase)
De U1-fase begint wanneer de accu volledig is opgeladen. De laadstroom wordt verlaagd. Tijdens de U1-fase wordt de accuspanning constant op een hoog niveau gehouden. De duur van de U1-fase is afhankelijk van het accutype en de mate van ontlading.
3: U2-fase (druppelladen)
De U2-fase dient om de accucapaciteit (100 %) in stand te houden. De U2-fase werkt met een lagere laadspanning en variabele stroom. Als er gelijkstroomverbruikers zijn aangesloten, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het benodigde vermogen hoger is dan de capaciteit van het toestel, wordt dit aanvullende vermogen door de accu geleverd. De accu wordt vervolgens ontladen totdat het toestel weer in de l-fase komt en de accu oplaadt. De U2-fase is beperkt tot 24 tot 48 uur, afhankelijk van het accutype.
Temperatuursensor
Als de temperatuursensor is aangesloten, past de laadbooster de laadspanning (voor loodaccu's) of de laadstroom (voor LiFePO4-accu's) aan aan de gemeten temperatuur van de accu.

INSTRUCTIE
- Voor loodaccu's: zonder de temperatuursensor wordt de laadspanning aangepast op basis van een referentie-temperatuur van 20/25 °C.
- Voor LFP-accu's: Als de temperatuursensor niet is aangesloten, werkt de laadbooster niet.
De laadkarakteristieken worden als volgt aangepast:
- Voor loodzuuraccu's zie afb. 9, pagina 6.
- Voor loodgelaccu's zie afb. 10, pagina 6.
- Voor AGM 1-accu's (14,4 V) zie afb. 11, pagina 6.
- Voor AGM 2-accu's (14,7 V) zie afb. 12, pagina 6.
- Voor LiFePO4-accu's (13,9 V) zie afb. 12, pagina 6.
- Voor LiFePO4-accu's (14,2 V) zie afb. 13, pagina 7.
- Voor LiFePO4-accu's (14,4 V) zie afb. 14, pagina 7.
- Voor LiFePO4-accu's (14,6 V) zie afb. 15, pagina 7.
Legenda
| ---- | Laadkarakteristiek zonder aangesloten temperatuursensor |
| — | Laadkarakteristiek met aangesloten temperatuursensor |
Laadbooster monteren
Montageplaats

LET OP! Gevaar voor schade
Controleer voor het boren of geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.

INSTRUCTIE
De laadbooster kan in elke montagepositie worden gemonteerd (afb. 5, pagina 4).
Neem de volgende instructies in acht bij de keuze van de montageplaats:
- Zorg ervoor dat het montageoppervlak vlak en stevig is.
- Neem de aangegeven afstanden in acht (afb. 4, pagina 4).
Het displaypaneel gebruiken
Het displaypaneel kan worden gemonteerd afhankelijk van de montagepositie van de laadbooster.
▶Ga te werk zoals weergegeven om het displaypaneel te draaien en weer aan te brengen (afb. 6, pagina 5).
▶Ga te werk zoals weergegeven om het displaypaneel als afstandsbediening te gebruiker (afb. 7, pagina 5).
De laadbooster aansluiten

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien met aantoonbare kennis en vaardigheden op het gebied van de constructie en werking van elektrische apparaten en installaties, die is opgeleid om de geva- ren die elektrische apparaten en installaties met zich meebrengen veilig te herkennen en te voorkomen.

- Neem de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellengtes en zekeringen in acht (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 104).
- Breng de zekeringen in de buurt van de accu's aan om de kabel te beschermen tegen kortsluiting en mogelijk verschroeien.
- Zorg ervoor dat de schroeven op de klemmen stevig zijn aangedraaid (aandraaimoment: 2 Nm ± 0,1). Draai de schroeven op de klemmen weer aan nadat het toestel is gemonteerd en de laatste kabel is gelegd.

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld.

INSTRUCTIE
- In het geval van twee of meer accu's is parallelle aansluiting toegestaan als de accu's van hetzelfde type, dezelfde capaciteit en dezelfde leeftijd zijn. Sluit de accu's diagonaal aan.
- Voor LFP-accu's: om de interne temperatuur van de accu te meten, gebruikt u de aansluiting voor de temperatuursensor om de voeler van de temperatuursensor aan te sluiten op de minpool van de huishoudaccu.
Neem de volgende instructies in acht bij het aan-sluiten van de laadbooster:
- Kies de geschikte aansluitvariant.
Legenda voor afb. 17, pagina 8 t/m afb. 21, pagina 12:

Huishoudaccu

Startaccu
- Sluit altijd de laadbooster aan voor aansluiten van de accu's.
- Gebruik geen adereindhulzen. Strip de kabelui-teinden als volgt:
- Signaalkabel 6 mm (0,75–1,5 mm ^2 )
- Laadkabel 12 mm
- Bepaal de kabeldoorsnede (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 104).
- Sluit de voeler van de temperatuursensor aan op de minpool van de accu (afb. 17 1, pagina 8 tot afb. 21 1, pagina 12).
- Als de startaccu en de thuisaccu niet zijn geaard naar massa op het chassis: Verbind de minpool van de accu met de minpool van de startaccu of met de massa (chassis) (afb. 17 2, pagina 8 to afb. 21 2, pagina 12).
- Bescherm de pluskabel van de huishoudaccu met een zekering I (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 104).
- Bescherm de pluskabel van de startaccu met een zekering II (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 104).
- Selecteer het oplaadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte type thuisaccu (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 106).
Kabeldoorsnede bepalen
MT LB 50
| Kabeldoor-snede | Kabellengte START+ | Voor geïso-leerde montage: kabellengte - accu | Kabel-zekering I | Kabellengte COM- naar huis-houdaccu | Kabellengte BORD+ | Kabel-zekering I |
| 6 mm2 | - | - | - | 0,5–1,5 m | 0,5–1,5 m | 50 A* |
| 10 mm2 | ≤ 5 m | ≤5 m | 80 A | 1,0–2,5 m | 1,0–2,5 m | 50 A*/60 A |
| 16 mm2 | ≤ 8 m | ≤8 m | 80 A | 1,5–4,0 m | 1,5–4,0 m | 50 A*/60 A |
| 25 mm2 | ≤11 m | ≤11 m | 80 A | 2,5–6,0 m | 2,5–6,0 m | 50 A*/60 A |
*Instelling op „UIT-limiet“
MT LB 60
| Kabeldoor-snede | Kabellengte START+ | Voor geïso-leerde montage: kabellengte - accu | Kabel-zekering II | Kabellengte COM- | Kabellengte BORD+ | Kabel-zekering I |
| 10 mm2 | - | - | - | 0,5–2,0 m | 0,5–2,0 m | 70 A |
| 16 mm2 | ≤6 m | ≤6 m | 100 A | 1,5–3,5 m | 1,5–3,5 m | 70 A |
| 25 mm2 | ≤9 m | ≤9 m | 100 A | 2,0–5,0 m | 2,0–5,0 m | 70 A |
| 35 mm2 | ≤12 m | ≤12 m | 100 A | - | - | - |
MT LB 90
| Kabeldoor-snede | Kabellengte START+ | Voor geïso-leerde montage: kabellengte - accu | Kabel-zekering II | Kabellengte COM- | Kabellengte BORD+ | Kabel-zekering I |
| 16 mm2 | - | - | - | 0,5–1,5 m | 0,5–1,5 m | 100 A |
| 25 mm2 | ≤6 m | ≤6 m | 150 A | 1,0–3,0 m | 1,0–3,0 m | 100 A |
| 35 mm2 | ≤9 m | ≤9 m | 150 A | 1,5–4,0 m | 1,5–4,0 m | 100 A |
Aansluitvariant A (afb. 17, pagina 8)
Aansluitvariant voor campers die moeten worden uitgerust met een thuisaccu en laadapparaat (standaard aansluitvariant).
▶Ga te werk zoals afgebeeld in afb. 17, pagina 8 om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant B (alleen MT LB 50) (afb. 18, pagina 9)
Aansluitvariant voor campers met een bestaand uitschakelrelais.

LET OP! Gevaar voor schade
De bestaande bekabeling en het scheidingsrelais kunnen tijdens bedrijf overbelast raken. Beperk het maximale stroomverbruik (zie hoofdstuk „Het stroomverbruik beperken“ op pagina 108) als de bestaande bekabeling niet voldoende is gedimensioneerd in overeenstemming met de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellengtes en zekeringen (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 104).
▶Monteer de laadbooster tussen het bestaande uitschakelrelais (3) en de thuisaccu.
Koppel de bestaande laadkabel los op een geschikt punt. Verbind de twee kabeluiteinden elk aan één zijde van het klemmenblok (4).
▶Ga te werk zoals afgebeeld in afb. 18, pagina 9 om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant C (MT LB 50, MT LB 60) (afb. 19, pagina 10)
Aansluitvariant voor campers die moeten worden uitgerust met een lastrelais om hogere verbruikstromen mogelijk te maken dan de laadbooster ondersteunt.
- Het lastrelais wordt geregeld via de TR-aansluiting.
- Als aangesloten verbruikers een hoge stroom van de thuisaccu afnemen (bijv. airconditioning tijdens het rijden), blijft het lastrelais gesloten om hogere laadstromen mogelijk te maken. Na vallen onder deze stroomsterkte, opent de laad-booster het lastrelais en neemt deze het laad-proces over.

- Pas de kabeldoorsnedes, kabellengtes en zekeringen aan de hoogste verbruiker (bijv. omvormer) aan.
- Let bij het aansluiten van het lastrelais op de maximale kabellengte van 0,5 m en een kabeldoorsnede van
- MT LB 50: 10 ~mm^2
- MT LB 60: 16 mm ^4

INSTRUCTIE
Gebruik het lastrelais (3) met installatie-kabelset (beschikbaar als toebehoren).
▶Ga te werk zoals afgebeeld in afb. 19, pagina 10 om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant D1 (allen MT LB 50) (afb. 20, pagina 11)
Aansluitvariant voor campers met bestaand centraal elektrisch systeem dat is uitgerust met geïntegreerd scheidingsrelais en geïntegreerde oplader.

INSTRUCTIE
- Gebruik het bypassrelais (NC, 100 A) met installatiekabelset (beschikbaar als toebehoren).
- Voor LFP-accu's: Schakel de geïntegreerde oplader uit als deze niet is uitgerust met temperatuurregeling en laadkarakteristiek voor LFP-accu's.
▶Monteer de laadbooster in de startaccukabel tussen centraal elektrisch systeem (3) en de startaccu.
▶Monteer het bypassrelais (4) parallel aan de laadbooster.
▶Ga te werk zoals afgebeeld in afb. 20, pagina 11 om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant D2 (MT LB 60, MT LB 90) (afb. 21, pagina 12)
Aansluitvariant voor campers met bestaand centraal elektrisch systeem dat is uitgerust met geïntegreerd scheidingsrelais en geïntegreerde oplader.

LET OP! Kortsluitingsgevaar
Het laadvermogen van de laadbooster is te sterk om de laadbooster in de bestaande bedrading te plaatsen. Gebruik het bypassrelais (NC, 100 A) met installatiekabelset (beschikbaar als toebehoren) om start- en thuisaccu te ontkoppelen terwijl de motor draait.

INSTRUCTIE
- Gebruik optioneel de laadkabelset (verkrijgbaar als accessoire).
- Voor LFP-accu's: Schakel de geïntegreerde oplader uit als deze niet is uitgerust met temperatuurregeling en laadkarakteristiek voor LFP-accu's.
▶Installeer de laadbooster parallel aan het bestaande centrale elektrische systeem (3) met behulp van afzonderlijke bekabeling met bijbehorende kabeldoorsnedes (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 104).
▶ Breng het bypassrelais (4) aan in de kabel van de startaccu tussen het centrale elektrische systeem (3) en de startaccu.
▶Ga te werk zoals afgebeeld in afb. 21, pagina 12 om de laadbooster aan te sluiten.
Parallelle aansluiting van twee laad- boosters (afb. 22, pagina 13)
Aansluitvariant, bij zeer hoge belastingen (bijv. air-conditioning) of voor grote accugroepen om het laadvermogen te verhogen.

VOORZICHTIG! Gevaar voor elektrische schokken
Zorg ervoor dat de aanbevolen kabeldoorsnedes, kabellengtes en zekeringen worden verdubbeld in overeenstemming met de hogere laadstromen die kunnen optreden.

INSTRUCTIE
Parallelle aansluiting is alleen toegestaan als de apparaten van hetzelfde type en dezelfde capaciteit zijn.
Zet de DIP-switches in de positie „D+“ en „Low“ (zie hoofdstuk „Modus instellen“ op pagina 108).
▶Ga als volgt te werk om de laadboosters parallel aan te sluiten zoals weergegeven in afb. 22, pagina 13.
Gebruik

INSTRUCTIE
Gebruik een kleine schroevendraaier om de DIP-schakelaars voorzichtig in de vereiste stand te zetten.
Het laadprogramma instellen

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik alleen accu's die geschikt zijn voor de aangegeven laadspanning.

INSTRUCTIE
- Selecteer het laadprogramma dat geschikt is voor het type thuisaccu gebaseerd op de specificaties van de fabrikant, de informatie in de onderstaande tabel en de technische gegevens (zie hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 113).
- De aangegeven laadtijden zijn van toepassing op een gemiddelde omgevingstemperatuur van 20 °C.
▶Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 8, pagina 3) in de posities die zijn weergegeven in onderstaande tabel om het laadprogramma voor het betreffende type huishoudaccu in te stellen.
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Gewenst laadprogramma |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | Loodzuuraccu's (14,4 V)(afb. 9, pagina 6)U1: 14,4 V (2–6 uur)U 2 : 1 3 , 5 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | Loodgelaccu's (14,4 V)(afb. 10, pagina 6U1: 14,4 V (6–12 uur)U 2 : 1 3 , 8 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | AGM-accu's (14,4 V)(afb. 11, pagina 6)U1: 14,4 V (1,5–5 uur)U 2 : 1 3 , 5 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | AGM-accu's (14,7 V)(afb. 13, pagina 7)U1: 14,7 V (1,5–5 uur)U 2 : 1 3 , 6 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | LiFePO4-accu's (13,9 V)(afb. 14, pagina 7)U1: 13,9 V (0,5–1 uur)U 2 : 1 3 , 9 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | LiFePO4-accu's (14,2 V)(afb. 15, pagina 7)U1: 14,2 V (0,5 uur)U 2 : 1 3 , 6 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | LiFePO4-accu's (14,4 V)(afb. 16, pagina 7)U1: 14,4 V (0,3–1 uur)U 2 : 1 3 , 8 V |
| BORDPbLiFePO4Gel13,9 VAcid/AGM114,2 VAGM214,4 V | LiFePO4-accu's (14,6 V)(afb. 6, pagina 5)U1: 14,6 V (0,3–0,5 uur)U 2 : 1 3 , 8 V |
De laadstroom aanpassen
▶Schuif de DIP-switch (afb. 2 9, pagina 3) naar de positie die is afgebeeld in de onderstaande tabel om de laadstroom aan te passen aan de capaciteit van de thuisaccu.
De hulplaaduitgang kan worden geactiveerd voor het automatisch druppelladen van de startaccu, bijv. bij stroomverbruik tijdens lange perioden van stationair draaien.

INSTRUCTIE
Deactiveer de hulplaaduitgang als er al een hulplaaduitgang aanwezig is in het systeem (bijv. als onderdeel van een centraal elektrisch systeem).
▶ Schuif de DIP-switch (afb. 2 9, pagina 3) in de positie die in de onderstaande tabel wordt weergegeven om de hulplaaduitgang voor de startaccu te activeren of deactiveren.
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Beschrijving |
| A |□| B | De hulplaaduitgang wordt gede-activeerd. |
| A |□| B | De hulplaaduitgang wordt geactiveerd. De startaccu wordt automatisch druppelgeladen met 0-3A/5A als de thuisaccu vol ledig is opgeladen. |
Het stroomverbruik beperken

INSTRUCTIE
Afhankelijk van de laadfase (zie hoofdstuk „Acculaadfunctie“ op pagina 101) kan het actuele stroomverbruik van de laadbooster van de startmotorkring of de dynamo tijdens het rijden hoger zijn dan de laadstroom van de thuisaccu. Verlaag het stroomverbruik:
- om een wisselstroomdynamo met laag vermogen te ontlasten
- ter compensatie van te klein bemeten bedrading in het voertuig tussen de startaccu en het centrale elektrische systeem.
▶ Schuif de DIP-switches (afb. 2 9, pagina 3) naar de positie die is aangegeven in de onderstaande tabel om het stroomverbruik van startmotorkring of dynamo te reduceren.
| DIP-schake-laarpositie (grijs) | Maximaal stroomverbruik | |||
| MT LB 50 | MT LB 60 | MT LB 90 | ||
| IN Limit < | > max | 68 A | 82 A | 125 A |
| IN Limit < | > max | 49 A* | 67 A | 100 A |
| IN Limit < | > max | 42 A* | 55 A | 82 A |
| IN Limit < | > max | 33 A* | 43 A | 64 A |
*Van toepassing bij gebruik van bestaande kabels en zekeringen en afhankelijk van de prestatie van het gebruikte centrale elektrische systeem.
Modus instellen
Afhankelijk van de ingestelde bedrijfsmodus wordt de laadbooster geactiveerd via het D+ signaal of de spanning bij de startaccu.
▶Schuif de DIP-switches (afb. 2 9, pagina 3) in de positie die is aangegeven in de onderstaande tabel om de bedrijfsmodus in te stellen.

INSTRUCTIE
- Als de laadbooster wordt geactiveerd via het D+ signaal, kan de startaccu worden ontladen als het contact wordt ingeschakeld terwijl de motor niet loopt. Gebruik een actieve D+-simulator als er geen D+-signaal beschikbaar is.
-
Als u de instellingen wilt wijzigen, koppelt u het toestel tijdelijk los van de stroomvoorziening, de startaccu en de huishoudaccu.
-
De laadbooster begint de thuisaccu op te laden zodra de waarde voor „Laadvermogen verho-gen“ op de startaccu is bereikt. De laadbooster verhoogt het laadvermogen continu van 3% van het laadvermogen tot het vereiste (maximale) laadvermogen is bereikt.
- Als de spanning gedurende 30 seconden onder de uitschakeldrempelwaarde komt, wordt de laadbooster automatisch uitgeschakeld.
- Als de spanning daalt tot onder de waarde voor „Laadvermogen reduceren" (bijv. door hoge belastingen), verlaagt de laadbooster het laadvermogen om het startmotorkring te ontlasten. Het laadvermogen is altijd ten minste 3% van het mogelijke laadvermogen.
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Beschrijving |
| D+LowVHigh | Functieselectie voor regeling via de laadspanning bij de startaccu.Toename van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ >13,5VVermindering van het laadver-mogen bij aansluiting „START+“ <13,2VUitschakelgrenswaarde: 13,0 V (30 s)Opmerking: Verbind aanslui-ting D+ met aansluiting „VS+“ via een jumper. |
| D+LowVHigh | Functieselectie voor regeling via de laadspanning bij de startaccu met lagere schakelgrenswaarde.Toename van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ >13,3VReductie van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ <13,0VUitschakelgrenswaarde: 12,8 V (30 s)Opmerking: Verbind aanslui-ting D+ met aansluiting „VS+“ via een jumper. |
| D+LowVHigh | Functieselectie voor regeling via het D+ signaal van de dynamo of het contactslotsignaal (aansluiting 15).Toename van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ >12,5VReductie van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ <12,2VUitschakelgrenswaarde: 12,0 V (30 s) |
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Beschrijving |
| Functieselectie voor regeling via het D+ signaal van de dynamo of het contactslotsignaal (aansluiting 15), geschikt voor voertuigen die voldoen aan de Euro 6, 6+ normen met sterk fluc-tuerende dynamo- en startaccus-panningen.Toename van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ >11,7VReductie van het laadvermo-gen bij aansluiting „START+“ <11,4VUitschakelgrenswaarde: 11,2V (30 s) |
De nachtmodus instellen
In de nachtmodus wordt het display donkerder. Alle leds op het displaypaneel behalve de „Current“-led worden uitgeschakeld.
Druk een keer op de aan/uit-toets op het displaypaneel om de nacht modus in of uit te schakelen.
√ Het ledlampje „Current“ gaat gedimd rood branden.
Reiniging en onderhoud

LET OP! Gevaar voor schade
- Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater.
- Gebruik geen scherpe of harde voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.
▶Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek.
▶Controleer onder spanning staande kabels regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.
Problemen oplossen
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De laadbooster werkt niet. De rode aan/uit-led gaat niet branden. | Beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten van onder spanning staande kabels. | ► Controleer onder spanning staande kabels op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.► Neem contact op met een erkende klantenservice als u geen fout kunt vin-den. |
| Er is kortsluiting ontstaan. Als de zekering van het toestel is geacti-veerd door overstroom, moet deze worden vervangen door een bevoegde klantenser-vice. | ||
| De laadbooster werkt niet. De gele led „Main Charging” knippert. | Overspanningsbeveiliging van de huis-houdaccu. Accuspanning te hoog (>15,5 V). | ► Verlaag de aangesloten spanningen. De AC/DC-ladercombinatie start automa-tisch opnieuw op wanneer de spanning daalt tot de herstart waarde (<13,2 V). |
| Aansluiting van defecte laadsystemen. | ► Controleer en verwijder defecte laadsy-stemen indien nodig. | |
| Alleen LFP-accu’s: temperatuursensor is niet aangesloten. | ► sluit de temperatuursensor aan. | |
| De laadbooster werkt niet. Alle leds knippe-ren tegelijkertijd. | Laadprogramma is niet correct ingesteld voor de gebruikte accu. | ► Controleer de instelling van het laad-programma (zie hoofdstuk „Het laad-programma instellen“ op pagina 106). |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. I”-led knippert. | Bescherming tegen hoge temperaturen van de thuisaccu: De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadspanning (12,8 V) en de maximale laadstroom wordt gehal-veerd als de temperatuur van de accu de uitschakelwaarde (>50 °C) overschrijdt. | ► Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitla-ten niet zijn afgedekt of geblokkeerd.► Laat de accu afkoelen.De laadbooster gaat automatische terug naar de volle laadmodus en -stroom wan-neer de temperatuur daalt tot de herstart-waarde (<48 °C). |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. I”-led knippert langzaam. | Alleen LFP-accu’s: Bescherming tegen lage temperaturen van de thuisaccu. De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadstroom wanneer de temperatuur van de accu daalt onder de uitschakelwaarde (<0 °C). | ► Verplaats de accu naar een warmere locatie (>0 °C).De laadbooster start automatisch opnieuw op wanneer de temperatuur de herstart-waarde (>0 °C) overschrijdt. |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. II”-led knippert. | Overspanningsbeveiliging van de star-taccu. Accuspanning te hoog (>16,5 V). | De laadbooster herstart keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wan-neer de spanning daalt tot de herstart-waarde (<16,5 V). |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. II"-led knippert. De rode aan/uit-led knippert langzaam. | Laagspanningsbeveiliging van de startaccu. Accuspanning te laag (> ingestelde waarde voor „laadvermogen verhogen“, zie hoofdstuk „Modus instellen“ op pagina 108). De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadstroom (< 30%) om de accu te beschermen. | De laadbooster keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wanneer de spanning stijgt tot de herstartwaarde (ingestelde waarde voor „reductie van laadvermogen“, zie hoofdstuk „Modus instellen“ op pagina 108). |
| De laadbooster stopt het laadproces. De rode aan/uit-led knippert. | Uitschakeling door veiligheidstimer. De I-fase heeft te lang geduurd (> 15 uur). | Reset het toestel door het regelsignaal op D+ te verwijderen. Schakel de motor uit en koppel het toestel los van het elektriciteitsnet. |
| Te veel gelijkstroomverbruikers aangesloten. | Verminder de aangesloten gelijkstroomverbruikers. | |
| De accu is defect. | Vervang de accu. | |
| Oververhitting van de laadbooster. De laadbooster start automatisch opnieuw op wanneer de temperatuur daalt. | ||
| De volledige laad-stroom wordt niet bereikt. De rode aan/uit-led brandt. | De thuisaccu is al opgeladen. | Belasting met krachtige verbruikers. |
| De sensorkabels zijn omgekeerd. | Controleer de aansluitingen bij START (VS-/VS+) en BORD (VB-/VB+). | |
| De laadstroom is niet correct ingesteld. | Controleer de instelling van de laad-stroom (zie hoofdstuk „De laadstroom aanpassen“ op pagina 107). | |
| De accu is sterk gesulfateerd. | Vervang de accu. | |
| De volledige laad-stroom wordt niet bereikt. De „Batt. II"-led knippert. | Spanning op START+ < 11 V. | Controleer de spanning op START+. Verhoog het motortoerental zodat de versterker kan regelen. |
| De accuklemmen zijn niet correct verbonden. | Controleer de verbindingen.Controleer de kabeldoorsneden en - lengtes (zie hoofdstuk „Kabeldoor-snede bepalen“ op pagina 104).Controleer de gestripte kabeluiteinden.Controleer de spanningen direct aan de klemcontacten. | |
| Verborgen uitschakelrelais aanwezig (bijv. in het centrale elektrische systeem). | Pas de aansluitvariant aan voor voertui-gen met een bestaand scheidingsrelais. | |
| DIP-switch is ingesteld op „OUT Limit“ (UIT-limiet). | Controleer de stand van de DIP-schake-laar (zie hoofdstuk „Het stroomverbruik beperken“ op pagina 108). | |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De laadbooster schakelt voortdurend tussen de actieve en de niet-actieve status. | Startaccu spanning te laag. | ► De laadstroom is te hoog voor de wisselstroomdynamo. Verlaag het laadvermogen (zie hoofdstuk „Het stroomverbruik beperken“ op pagina 108).► Controleer de startaccu en de wissel-stroomdynamo. |
| Zwak D+-signaal. | ► Controleer het D+-signaal.► Gebruik anders het contactsleutelsig-naal (klem 15) of installeer een actieve D+-simulator. | |
| De accu wordt niet meer opgeladen of kan de lading niet meer vast-houden. | De accu is defect. | ► Vervang de accu. |
| Het displaypaneel werkt niet. | Het displaypaneel is niet goed aangeslo-ten. | ► Controleer de aansluitingen (zie hoofd-stuk „Het displaypaneel gebruiken“ op pagina 102). |
| Het displaypaneel licht alleen slecht op. | Nachtmodus is geactiveerd. | ► Schakel de nachtmodus uit (zie hoofd-stuk „De nachtmodus instellen“ op pagina 109). |
Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dan contact op met de detailhandel of met het filiaal van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer).
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie de volgende documenten mee:
- Een kopie van de factuur met datum van aankoop
- De reden voor de claim of een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Verwijdering
Verpakkingsmateriaal recyclen

Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken.
Producten met niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen recyclen

Als het product niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen bevat, hoeft u die niet te verwijderen voordat u het product afvoert.
Als u het product definitief weg wilt doen, vraag dan bij het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf of uw dealer naar de betreffende afvoervoorschriften.
▶ Het product kan gratis worden afgevoerd.
Technische gegevens
| MT LB 50 | MT LB 60 | MT LB 90 | |
| Laaduitgang huishoudaccu | |||
| Laad-/buffer-/belastingsstroom, geregeld | 0 A-50 A | 0 A-60 A | 0 A-90 A |
| Gereduceerde laad-/buffer-/belastingsstroom, DIP-switchpositie „OUT LIMIT" | 0 A-45 A 0 A | -50 A 0 A-75 A | |
| Ingang startaccu | |||
| Nominale accuspanning | 12 V--- | 12 V--- | 12 V--- |
| Aanbevolen accucapaciteit 60 Ah 60 Ah 100 Ah | |||
| Bereik ingangsspanning (EURO 6 +), D+ gestuurd | 10,5-16,5 V | 10,5-16,5 V | 10,5-16,5 V |
| Uitschakeling overspanning ingang (EURO 6 +) | >16,5 V | >16,5 V | >16,5 V |
| Max. stroomgebruik | 700 W | 905 W | 1350 W |
| Max. stroomverbruik• Stroomverbruik actief, DIP-swichtpositie „IN LIMIT”• Stroomverbruik beperkt, 3 standen van de DIP - switch „IN LIMIT" | 0,1-68 A49 A, 42 A, 33 A | 0,1-82 A67 A, 55 A, 43 A | 0,1-125 A100 A, 82 A, 64 A |
| Activeringsregeling „D+“ ingang, voor D+/klem 15 | 8-16 V | 8-16 V | 8-16 V |
| TR-klem, lastrelais/max. | 12 V/1 A | 12 V/1 A | 12 V/1 A |
| Loodaccu's | |||
| • Nominale accuspanning• Aanbevolen accucapaciteit• Maximale voorlaadstroom van een diepontladen accu (< 8 V)• Minimale accuspanning voor het begin van het laden• Beschermende laadspanning bij oververhitte accu | 12 V--- | 12 V--- | 12 V--- |
| 75-300/400 Ah | 100-400/520 Ah | 150-600/800 Ah | |
| 25 A | 30 A | 45 A | |
| 0 V | 0 V | 0 V | |
| 12,8 V | 12,8 V | 12,8 V | |
| LFP-accu's | |||
| • Nominale accuspanning• Aanbevolen accucapaciteit• Beschermende laadspanning bij te lage/te hoge temperatuur van de accu | 12-13,3 V--- | 12-13,3 V--- | 12-13,3 V--- |
| 90-300/400 Ah | 100-400/520 Ah | 150-600/800 Ah | |
| 12,8 V | 12,8 V | 12,8 V | |
| Onderspanningsonderbreking | <12 V | <12 V | <12 V |
| Algemene technische gegevens | |||
| Omgekeerde stroom van accu, stand-by | 0,013 A | 0,013 A | 0,016 A |
| Spanningsrimpel | < 30 mVrms | < 30 mVrms | < 30 mVrms |
| Beperking van de laadspanning van de thuisaccu | 15 V | 15 V | 15 V |
| Externe overspanningsuitschakeling thuisaccu | 15,2 V | 15,2 V | 15,2 V |
| Beschermingsklasse/IP-code I/IP21 | |||
| Omgevingstemperatuur voor bedrijf -20 °C tot +45 °C | |||
| Omgevingsvochtigheid ≤ 95%, niet-condenserend | |||
| Afmetingen (b x d x h) | 270 x 223 x 70 mm (afb. 23, pagina 14) | ||
| Gewicht | 2,5 kg | 2,55 kg | 2,8 kg |
| Inspectie/certificering | ![]() | ||
