MT BCB404030 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT BCB404030 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MT BCB404030 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT BCB404030 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT BCB404030 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MT BCB404030 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing .... 107
DA Batteristyreboosteren
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com.
Inhoud
Verklaring van de symbolen .....107
Veiligheidsaanwijzingen....107
Omvang van de levering ..... 110
Accessoires ....110
Beoogd gebruik. 111
Technische beschrijving ..... 111
De accuregelbooster monteren ..... 115
De accuregelbooster aansluiten ..... 116
Gebruik 120
Reiniging en onderhoud ....124
Problemen oplossen....125
Garantie....127
Verwijdering....127
Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of matig letsel.

LET OP!
Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
Veiligheidsaanwijzingen
Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en voorschriften van de voertuigfabrikant en erkende werkplaatsen in acht.
Algemene veiligheid

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Montage en demontage van de acculader mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
- Gebruik het toestel niet als het zichtbaar beschadigd is.
- Als de stroomkabel van het toestel beschadigd is, moet de stroomkabel, om gevaren te voorkomen, worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of gelijkwaardig bevoegd personeel.
- Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd personeel. Ondeskundige reparaties kunnen leiden tot aanzienlijke gevaren.
- Als u het toestel demonteert:
- Maak alle aansluitingen los.
-
Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen span- ningsvrij zijn.
-
Gebruik het toestel niet onder vochtige omstandigheden en dompel het niet onder in een vloeistof. Berg het toestel op op een droge plaats.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires.
- Bewerk de componenten niet zelf en maak geen aanpassingen.
- Ontkoppel het toestel van de stroomvoorziening:
– Voor elke reiniging en elk onderhoud
- Na elk gebruik
– Voor het vervangen van een zekering
- Voor het uitvoeren van elektrische laswerkzaamheden of werkzaamheden aan het elektrische systeem
Gevaar voor de gezondheid
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed.
- Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen of gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilig gebruik van het toestel en zij inzicht hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Houd en gebruik het toestel buiten het bereik van zeer jonge kinderen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen.
- Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.

LET OP! Gevaar voor schade
- Controleer voor de ingebruikname of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezige stroomvoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Let op dat de negatieve en positieve polen nooit in contact komen.
Het toestel veilig monteren

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Let op een stabiele stand.
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen. - Zorg er bij het opstellen van het toestel voor dat alle kabels veilig zijn bevestigd, om struikelen te voorkomen.

LET OP! Gevaar voor schade
- Plaats de acculader niet in de buurt van warmtebronnen (verwarming, direct zonlicht, gaskachels enz.).
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Bij installatie op boten:
Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het toestel monteren door een gespecialiseerde (scheeps-)elektricien.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Neem de aanbevolen kabeldoorsneden in acht.
- Leg de kabels zodanig dat deze niet beschadigd kunnen raken door de deuren of de motorkap. Gelette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230V-netsnoer en de 12V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot.
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels op een veilige wijze.
- Trek niet aan de kabels.
Veiligheid bij het gebruik van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Raak blanke leidingen nooit met blote handen aan. Dit geldt vooral bij gebruik op het wisselstroomnet.
- Om bij gevaar het toestel snel van het wisselstroomnet te kunnen loskoppelen, moet het stopcontact zich in de buurt van het toestel bevinden en gemakkelijk toegankelijk zijn.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel niet on de volgende omstandigheden:
– In een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– In de buurt van agressieve dampen
– In de buurt van brandbare materialen
– In explosieve omgevingen
Gevaar voor elektrische schokken
- Voordat u het toestel start, moet u ervoor zorgen dat het netsnoer en de stekker droog zijn en de stekker vrij is van roest of vuil.
- Scheid het toestel bij werkzaamheden altijd van de stroomvoorziening.
- Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog onder spanning kunnen staan, zelfs als de zekering is gesprongen.
- Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP! Gevaar voor schade
- Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten van het toestel niet afgedekt zijn.
• Zorg voor goede ventilatie. - Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit de contactdoos.
- Het toestel mag niet aan regen worden blootgesteld.
Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor letsel
- Accu's kunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Indien uw huid in aanraking komt met accuvloeistof, was dan het desbetreffende lichaamsdeel grondig met water. Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Draag bij het werken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen. Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden.
- Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werkt. Raak uw ogen niet aan wanneer u aan accu's werkt.
Explosiegevaar
- Probeer geen bevroren of defecte accu's te laden.
Plaats de accu in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure. - Rook niet, gebruik geen open vuur of veroorzaak geen vonken in de buurt van de motor of een accu.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
- Let bij het aansluiten van de accu op de juiste polariteit.
- Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig waarin de accu wordt gebruikt.
- Als u de accu moet verwijderen, koppel dan eerst de aardverbinding los. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
- Bewaar alleen volledig opgeladen accu's. Laad opgeslagen accu's regelmatig op.
- Laad diep ontladen loodaccu's onmiddellijk op om sulfatering te voorkomen.
- Controleer regelmatig het zuurniveau van open loodzuuraccu's.
Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van lithium-ion-accu's

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Gebruik alleen accu's met geïntegreerd accu-managementsysteem en celbalancering.

LET OP! Gevaar voor schade
- Installeer de accu uitsluitend in omgevingen met een omgevingstemperatuur van ten minste 0 °C.
- Voorkom diepe ontlading van de accu's.
Omvang van de levering
Aantal Beschrijving
| 1 MT BCB30/30 of MT BCB40/40 of MT BCB60/40 |
| 1 Temperatuursensor met kabel (3 m) |
| 1 Verlengkabel (5 m) met adapter voor dis-playpaneel voor afstandsbediening |
| 1 Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing |
Accessoires
Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
Aanduiding Artikelnr.
| Lastrelais (EBL) met installatiekabelset en klemmenblok voor laadkabel met 2 ringkabelschoenen (voor installatie-variant C1) | 9620000273 (MT93080) |
| Bypassrelais met installatiekabelset (voor installatievariant C2) | 9620001495 (MT93050) |
| Lastrelais (12 V, 100 A/180 A) met schroefklemmen M5 (voor installatie-variant D) | 9620000184 (MT02156) |
| Actieve D+-simulator 9620000336 | (MT02159) |
| Laadkabelset (2 m) met zekering (250 A) | 9620001496 (MT 22002) |
| Laadkabelset (3 m) met zekering (250 A) | 9620001497 (MT 22003) |
| Laadkabelset (4 m) met zekering (250 A) | 9620001498 (MT 22004) |
| Laadkabelset (5 m) met zekering (250 A) | 9620001499 (MT 22005) |
| Laadkabelset (6 m) met zekering (250 A) | 9620001500 (MT 22006) |
Beoogd gebruik
De acculader (ook wel accuregelbooster genoemd) is bedoeld voor het opladen van 12V-accu's in voertuigen tijdens het rijden en op netspanning. Bovendien kan het apparaat worden gebruikt als een stabiele stroomvoorziening voor consumenten om de accu's volledig opgeladen te houden. Als er geen oplaadbron beschikbaar is, zorgt de pulserende werking ervoor dat loodzuuraccu's worden hersteld.
De accuregelbooster is bedoeld voor het opladen van de volgende accutypen:
De accuregelbooster is niet bestemd voor het opladen van andere typen accu's (bijv. NiCd, NiMH enz.).
De accuregelbooster is geschikt voor:
• Installatie in campers
• Stationair of mobiel gebruik
- Gebruik binnenshuis
De accuregelbooster is niet geschikt voor:
- Gebruik buiten
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredigende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product als gevolg van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
- Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserve-onderdelen
- Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
Technische beschrijving
Algemene beschrijving
MT BCB30/30: Het toestel laadt op met 30 A op het 230V-elektriciteitsnet en 30 A tijdens het rijden.
MT BCB40/40: Het toestel laadt op met 40 A op het 230V-elektriciteitsnet en 40 A tijdens het rijden.
MT BCB60/40: Het toestel laadt op met 40 A op het 230V-elektriciteitsnet en 60 A tijdens het rijden.
Als geen van deze laadbronnen beschikbaar is, zorgt de geïntegreerde pulsgever voor het accuonderhoud.
De accuregelbooster heeft 3 bedrijfsmodi:
- Werking op netspanning: Opladen van de huishoudaccu, druppelladen van de startaccu en voeding van 12V-apparatuur via het 230V-elektriciteitsnet.
- Werking als versterker: Opladen van de huis-houdaccu door de wisselstroomdynamo tijdens het rijden.
- Werking als pulsgever: De pulsgever kan worden geactiveerd wanneer er geen laadbron beschikbaar is om de accu te beschermen tegen sulfatering.
De accuregelbooster biedt de volgende functies:
- Microprocessorgestuurde IUOU-laadprogramma's met temperatuurcompensatie voor verschillende accutypen
- Hulplaaduitgang voor de startaccu
- Buffermodus: voldoet aan de laadkarakteristieken, zelfs wanneer de accu wordt opgeladen terwijl er verbruikers zijn aangesloten
- Filter voor boordnetonderdrukking: zorgt voor parallelle werking van de accuregelbooster met andere oplaadbronnen, bijvoorbeeld netvoedingsladers of generatoren.
- Automatische compensatie van spanningsverlies veroorzaakt door de lengte van de laadkabel (huishoudaccu)
De accuregelbooster heeft de volgende beschermende mechanismen:
• Overspanningsbeveiliging
• Onderspanningsuitschakeling
• Oververhittingsbeveiliging
- Bescherming tegen lage temperaturen (alleen LFP-accu's)
- Beveiliging tegen kortsluiting
- Beveiliging tegen omgekeerde polariteit (alleen voor aansluiting van de huishoudaccu)
De accuregelbooster kan via DIP-schakelaars aan de verschillende accutypen worden aangepast (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 120).
De temperatuursensor bewaakt de accutemperatuur tijdens het laadproces (zie hoofdstuk „Temperatuursensor“ op pagina 115).
De accuregelbooster is voorzien van een afneembaar displaypaneel voor afstandsbediening.
Toestelbeschrijving
| Nr. in afb. 1, Aanduiding pagina 3 |
| 1 Aansluitkabel |
| 2 Displaypaneel |
| 3 R u b b e r |
| 4 Serviceaansluiting |
| 5 Aansluitingen en bedieningselementen |
| 6 T e m p e r |
| 7 Verlengkabel (5 m) met adapter voor dis-playpaneel voor afstandsbediening |
Aansluitingen en bedieningselementen
| Nr. in afb. 2, pagina 3 | Aanduiding Beschrijving | |
| 1 | S e ting | r Alleen voor beivoegd c personeel |
| 2 | D I laars accutype | P Instelling van het laad-c programma (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 120). |
| 3 | D I laars accucapaciteit en functionele instellingen | P Instelling van de laad-c stroom (zie hoofdstuk „De laadstroom aanpassen“ op pagina 121) en andere functies. |
| 4 Ntz-aansluiting Uitgang voor 12V-signaal indien aangesloten op elektriciteitsnet (max. 100 mA) | ||
| 5 | B M ting | SAlleen voor LFPaccu’s:a ingang voor regelsignaal van extern accu-managementsysteem |
| 6 D+-aansluiting Ingang voor D+-signaal van de wisselstroomdynamo of contactslotsignaal (klem 15) | ||
| 7 Cl-aansluiting | Optioneel | |
| e n v o | Aansluiting voor een Cl-bussysteem (caravanindustrie)t jOpmerking:De accuregelbooster moet door de voertuigfabrikant, uitbreidingspartner of eens systemintegrator in het managementsysteem voor de CI-BUS aan boord worden geïntegreerd. | |
| a t u u | ||
| Nr. in afb. 2, pagina 3 | Aanduiding | Beschrijving |
| 8 TR-aansluiting Uitgang voor het regelen van een maakrelais (aansluitvariant D) of een verbreekrelais (aansluitvariant C1) | ||
| 9 S-/S+-aansluiting | Ingangen voor leesdra-den om de laadspan-ning bij de accu te meten en te regelen | |
| 10 T T-aansluiting 2 aansluitingen voor temperatuursensors | ||
| 11 BORD+ Aansluiting op de plus-pool van de 12V-huis-houdaccu | ||
| 12 COM- Aansluiting op de min-pool van de huishou-daccu/het chassis | ||
| 13 START+ Aansluiting op de plus-pool van de 12V-star-taccu | ||
Displaypaneel
| Nr. in afb. 3, Aanduiding pagina 4 | ||||||
| 1 | T | o | e | t | s | A |
| 2 | L | e | d | l | a | m |
Ledlampje op het displaypaneel
| Led Status Beschrijving | ||
| Current (rood) | Aan | Laadstroom aanwezig; laadmodus netspanning of versterker |
| Uit | Laadstroom < 0,2 A | |
| Led Status Beschrijving | ||
| Batt. I (geel) | Aan | Huishoudaccu wordt opgeladen in de laadmodus netspanning of versterker |
| Knippert lang-zaam | Bescherming tegen hoge temperaturenAlleen LFP-accu's: Bescherming tegen lage temperaturen | |
| Knippert snel | Alleen LFP-accu's: Temperatuur < 0 °C, verminderde laadstroom waardoor de laadtijden langer zijn | |
| Uit | Niet opladen | |
| Battery full (groen) | Aan | Huishoudaccu volledig opgeladen (100%); U2/U3-fase |
| Knippert | Laadproces in U1-fase (loodaccu's: < 75%, LiFePO4-accu's: < 90%) | |
| Knippert lang-zaam | Laadtoestand 75 - 100% (loodaccu's: > 75%, LiFePO4-accu's: > 90%) | |
| Main Charging (geel)p j | Aan | Laadproces in I/U1-fase |
| Knippert u | OverspanningsbeveiligingTemperatuursensor is niet aangesloten (alleen LFP-accu's) | |
| Batt. II (geel) | Aan | Laadmodus versterker; startaccu laadt de huis-houdaccu op |
| Uit | Opladen met versterker niet geactiveerd | |
| Knippert | Spanning startaccu te laag | |
Led Status Beschrijving
| Power (groen) | Aan Spanning aanwezig; laadmodus netspanning of versterker | |
| Knippert langzaam | Veiligheidsuitschakeling (hoofdstuk „Problemen oplossen" op pagina 125)Bescherming tegen oververhitting | |
| Knippert met een interval van 2 s | AC-vermogensbegrenzingsfunctie geactiveerdNachtmodus geactiveerd | |
| Knippert met een interval van 20 s | Pulserende bedrijfsmodus | |
Acculaadfunctie
In de volgende situaties wordt een hoofdlaadcyclus van de huishoudaccu gestart:
- Na stilstand van de wisselstroomdynamo of een stroomstoring
- Nadat de spanning voor 30 s onder de resetspanning van 12,75 V voor loodaccu's of 13,10 V voor LFP-accu's is gedaald

INSTRUCTIE
In alle laadfasen (U1-fase tot U3-fase) is bijna de gehele mogelijke laadstroom beschikbaar voor de aanvullende voeding van gelijkstroomverbruikers zonder de accu te ontladen.
De laadkarakteristieken voor volledig geautomati-seerd continubedrijf zonder bewaking worden aangepaste IUOU-karakteristieken genoemd (zie curve in afb. 6, pagina 5).
1: analysefase
De accu is diepontladen (>10%). De acculading wordt geanalyseerd met een toenemende laadstroom.
2: I-fase (constante-stroomfase)
Aan het begin van het laadproces wordt de lege accu continu opgeladen met de maximale laadstroom (100%). De laadstroom neemt af wanneer de accu een laadtoestand van 75% (90% bij LFP-accu's) heeft bereikt. Accu's met een spanning van 0 V worden opgeladen met een lagere laadstroom totdat de accuspanning hoger is dan 9 V. De duur van de l-fase is afhankelijk van de toestand van de accu, de belasting door de gelijkstroomverbruikers en de laadtoestand. Om veiligheidsredenen wordt de l-fase na uiterlijk 15 uur beëindigd (in het geval van defecte accucellen of iets dergelijks).
3: U1-fase (constante-spanningsfase)
De U1-fase begint wanneer de accu volledig is opgeladen. De laadstroom wordt verlaagd. Tijdens de U1-fase wordt de accuspanning constant op een hoog niveau gehouden. De duur van de U1-fase is afhankelijk van het accutype en de mate van ontlading.
4: U2-fase (druppelladen)
De U2-fase dient om de accucapaciteit (100%) in stand te houden. De U2-fase werkt met een lagere laadspanning en variabele stroom. Als er gelijkstroomverbruikers zijn aangesloten, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het vereiste vermogen de capaciteit van het toestel overschrijdt, wordt dit aanvullend vermogen door de accu geleverd. De accu wordt vervolgens ontladen totdat het toestel weer in de l-fase komt en de accu oplaadt. De U2-fase is beperkt tot 24 tot 48 uur, afhankelijk van het accutype.
5: U3-fase (bufferladen)
Bij langdurig gebruik op het elektriciteitsnet voorkomt de U3-fase verdere ontlading van de accu (bijv. als deze langere tijd niet wordt gebruikt, bij seizoensgebruik of als deze gedurende de winter wordt opgeslagen). Verder minimaliseert deze fase knalgasvorming en hij voorkomt plaatcorrosie.
Twee keer per week schakelt de oplader voor korte tijd terug naar de U1-fase (max. 1 uur) om de accu te reactiveren. Dit voorkomt vermoeidheidsverschijnselen zoals sulfatering of elektrolytstratificatie.
Temperatuursensor
Als de temperatuursensor is aangesloten, past de accuregelbooster de laadspanning (voor loodaccu's) of de laadstroom (voor LFP-accu's) aan aan de gemeten temperatuur van de accu.

INSTRUCTIE
- Voor loodaccu's: zonder de temperatuursensor wordt de laadspanning aangepast op basis van een referentie-temperatuur van 20 °C.
- Voor LFP-accu's: Als de temperatuursensor niet is aangesloten, werkt de accuregelbooster niet.
De laadkarakteristieken worden als volgt aangepast:
- Voor loodzuuraccu's zie afb. 7, pagina 5
- Voor gelaccu's zie afb. 8, pagina 5
- Voor AGM-accu's zie afb. 9, pagina 5
- Voor LFP-accu's (13,9 V) zie afb. 10, pagina 5
- Voor LFP-accu's (14,2 V) zie afb. 11, pagina 6
- Voor LFP-accu's (14,4 V) zie afb. 12, pagina 6
- Voor LFP-accu's (14,6 V) zie afb. 13, pagina 6
Legenda
| ...... | Laadkarakteristiek zonder aangesloten temperatuursensor |
| — | Laadkarakteristiek met aangesloten temperatuursensor |
De accuregelbooster monteren
Montageplaats

LET OP! Gevaar voor schade
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere onderdelen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.

INSTRUCTIE
De accuregelbooster kan zowel liggend als hangend worden geïnstalleerd (afb. 5, pagina 4).
Neem de volgende instructies in acht bij de keuze van de montageplaats:
- Zorg ervoor dat het montageoppervlak vlak en stevig is.
- Neem de aangegeven afstanden in acht (afb. 4, pagina 4).
Het displaypaneel gebruiken
Het displaypaneel kan worden gemonteerd afhankelijk van de montagepositie van de accuregel-booster.
▶Ga te werk zoals weergegeven om het displaypaneel te draaien en weer aan te brengen (afb. 15, pagina 7).
▶Ga te werk zoals weergegeven om het displaypaneel als afstandsbediening te gebruiker (afb. 16, pagina 7).
De accuregelbooster aansluiten

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien met aantoonbare kennis en vaardigheden op het gebied van de constructie en werking van elektrische apparaten en installaties, die is opgeleid om de geva- ren die elektrische apparaten en installaties met zich meebrengen veilig te herkennen en te voorkomen.

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Neem de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellengtes en zekeringen in acht (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 117).

Breng de zekeringen in de buurt van de accu's aan om de kabel te beschermen tegen kortsluiting en mogelijk verschroeien.

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld.

INSTRUCTIE
Voor LFP-accu's van Dometic Büttner: om de interne temperatuur van de accu te meten, gebruikt u de aansluiting voor de temperatuursensor om de voeler van de temperatuursensor aan te sluiten op de minpool van de huishoudaccu.
Neem de volgende instructies in acht bij het aan- sluiten van de accuregelbooster:
- Kies de geschikte aansluitvariant.
Legenda voor afb. 17, pagina 8 t/m afb. 21, pagina 12:

Huishoudaccu

Startaccu
- Sluit altijd de accuregelbooster aan voor aansluiten van de accu's.
- Gebruik geen adereindhulzen. Strip de kabelui-teinden als volgt:
- Signaalkabel 9 mm (0,75 - 1,5 mm ^2 )
- Laadkabel 12 mm
- Bepaal de kabeldoorsnede (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 117).
- Sluit de voeler van de temperatuursensor aan op de minpool van de accu (afb. 17 1, pagina 8 tot afb. 21 1, pagina 12).
- Verbind de minpool van de accu met de minpool van de startaccu of met de massa (chassis) (afb. 17 2, pagina 8 to afb. 21 2, pagina 12).
- Sluit een lichtbron aan op Ntz (afb. 17 3, pagina 8 tot afb. 21 3, pagina 12). De signaal-lamp kan worden gebruikt als een netdetectiesignaal, bijvoorbeeld wanneer de oplader is uitgeschakeld.
- Bescherm de pluskabel van de huishoudaccu met een zekering I (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 117).
- Bescherm de pluskabel van de startaccu met een zekering II (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 117).
Kabeldoorsnede bepalen
MT BCB30/30
| Kabeldoor-snede | Kabellengte START+ | Voor geïsoleerde montage: Kabel-lengte – accu | Kabel-zekering I | Kabellengte COM- | Kabellengte BORD+ | Kabel-zekering I |
| 4 mm2 | - | - | - | 0,5–1,5 m | 0,5–1,5 m | 40 A |
| 6 mm2 | <5 m | <5 m | 50 A | 1,0–2,5 m | 1,0–2,5 m | 40 A |
| 10 mm2 | <8 m | <8 m | 50 A | 2,0–4,0 m | 2,0–4,0 m | 40 A |
| 16 mm2 | <12 m | <12 m | 50 A | 3,0–6,0 m | 3,0–6,0 m | 40 A |
MT BCB40/40
| Kabeldoor-snede | Kabellengte START+ | Voor geïsoleerde montage: Kabel-lengte – accu | Kabel-zekering II | Kabellengte COM- | Kabellengte BORD+ | Kabel-zekering I |
| 6 mm2 | - | - | - | 0,5–1,5 m | 0,5–1,5 m | 60 A |
| 10 mm2 | <5 m | <5 m | 80 A | 1,0–2,5 m | 1,0–2,5 m | 60 A |
| 16 mm2 | <9 m | <9 m | 80 A | 2,0–4,0 m | 2,0–4,0 m | 60 A |
| 25 mm2 | <14 m | <14 m | 80 A | 3,0–6,0 m | 3,0–6,0 m | 60 A |
MT BCB60/40:
| Kabeldoor-snede | Kabellengte START+ | Voor geïsoleerde montage: Kabel-lengte – accu | Kabel-zekering II | Kabellengte COM- | Kabellengte BORD+ | Kabel-zekering I |
| 6 mm2 | - | - | - | - | - | - |
| 10 mm2 | - | - | - | 0,5 – 2,0 m | 0,5 – 2,0 m | 80 A |
| 16 mm2 | <7 m | <7 m | 100 A | 1,5 – 3,0 m | 1,5 – 3,0 m | 80 A |
| 25 mm2 | <10 m | <10 m | 100 A | 2,5 – 5,0 m | 2,5 – 5,0 m | 80 A |
Aansluitvariant A (afb. 17, pagina 8)
Aansluitvariant voor voertuigen die moeten worden uitgerust met een huishoudaccu en een laadtoestel.
MT BCB30/30:
- De maximale laadstroom tijdens het rijden bedraagt 30 A.
- Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppella-den van de startaccu plaats met een maximum van 4 A.
MT BCB40/40:
- De maximale laadstroom tijdens het rijden bedraagt 40 A.
- Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppella-den van de startaccu plaats met een maximum van 5 A.
MT BCB60/40:
- De maximale laadstroom tijdens het rijden bedraagt 60 A.
- Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppella-den van de startaccu plaats met een maximum van 10 A.

INSTRUCTIE
Als de accuregelbooster is geactiveerd via klem 15 kan de startaccu worden ont-laden wanneer het contact wordt ingeschakeld terwijl de motor niet draait. Gebruik een actieve D+-simulator als er geen D+-signaal beschikbaar is.
▶Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 17, pagina 8.
Aansluitvariant B (afb. 18, pagina 9)
Aansluitvariant voor voertuigen met een bestaand scheidingsrelais.

LET OP! Gevaar voor schade
De bestaande bekabeling en het scheidingsrelais kunnen tijdens bedrijf overbelast raken. Beperk het maximale stroomverbruik (zie hoofdstuk „Stroomverbruik van het startmotorcircuit tijdens boosterbedrijf reduceren“ op pagina 123) als de bestaande bekabeling niet voldoende is gedimensioneerd in overeenstemming met de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellengtes en zekeringen (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 117).

INSTRUCTIE
- Bij werking op het elektriciteitsnet wordt alleen de huishoudaccu opgeladen.
- Als het scheidingsrelais open is, kan er geen onderhoudslading van de startaccu worden uitgevoerd.
▶ Breng de accuregelbooster aan tussen het bestaande uitschakelrelais (4) en de accu.
Koppel de bestaande laadkabel los op een geschikt punt (5). Verbind de twee kabeluiteinden elk aan één kant van het klemmenblok.
▶ Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 18, pagina 9.
Aansluitvariant voor campers met bestaand centraal elektrisch systeem dat is uitgerust met geïntegreerd scheidingsrelais en geïntegreerde oplader. MT BCB30/30: Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppelladen van de startaccu plaats met een maximum van 4 A.
MT BCB40/40: Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppelladen van de startaccu plaats met een maximum van 5 A.

INSTRUCTIE
- Druppelladen van de startaccu is alleen mogelijk als het centrale elektrische systeem een speciale laaduitgang voor de startaccu heeft.
- Bij gebruik op netspanning worden de laadstromen van de geïntegreerde oplader en de accuregelbooster opgeteld.
- Gebruik het lastrelais (EBL) met installatiekabelset (verkrijgbaar als accessoire).
- Voor LFP-accu's: Schakel de geïntegreerde oplader uit als deze niet is uitgerust met temperatuurregeling en laadkarakteristiek voor LFP-accu's.
▶Installeer de accuregelbooster in de accukabel tussen het centrale elektrische systeem (4) en de accu.
Koppel de bestaande laadkabel los op een geschikt punt. Verbind de twee kabeluiteinden elk aan één kant van het klemmenblok.
▶Sluit het lastrelais (5) aan op de TR-aansluiting.
▶ Schuif de DIP-schakelaar in de stand „V“ (zie hoofdstuk „De functie voor de TR-aansluiting selecteren“ op pagina 123).
▶Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 19, pagina 10.
Aansluitvariant C2 (afb. 20, pagina 11) (MT BCB60/40)
Aansluitvariant voor campers met bestaand centraal elektrisch systeem dat is uitgerust met geïntegreerd scheidingsrelais en geïntegreerde oplader. Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppelladen van de startaccu plaats met een maximum van 10 A.

LET OP! Kortsluitingsgevaar
Het laadvermogen van de accuregel-booster tijdens het rijden is te sterk om de accuregelbooster in de bestaande bedrading te installeren. Gebruik het lastrelais (EBL) met installatiekabelset (verkrijgbaar als accessoire) om de startaccu en huishoudaccu los te koppelen terwijl de motor draait.

INSTRUCTIE
- Gebruik het bypassrelais met installatiekabelset (verkrijgbaar als accessoire).
- Bij gebruik op netspanning worden de laadstromen van de geïntegreerde oplader en de accuregelbooster opgeteld.
- Voor LFP-accu's: Schakel de geïntegreerde oplader uit als deze niet is uitgerust met temperatuurregeling en laadkarakteristiek voor LFP-accu's.
▶Installeer de accuregelbooster parallel in het bestaande centrale elektrische systeem (4).
▶Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 20, pagina 11.
Aansluitvariant D (afb. 21, pagina 12)
Aansluitvariant als het elektriciteitsverbruik tijdens het rijden hoger is dan het laadvermogen.

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Let bij het aansluiten van het lastrelais op de maximale kabellengte van 0,5 m met de vereiste kabeldoorsnede van
- Deze variant is niet geschikt voor LFP-huishoudaccu's.
- Gebruik het lastrelais (12 V, 100 A/180 A) met installatiekabelset (verkrijgbaar als accessoire).
- Het vermogen van de wisselstroomdynamo moet ten minste twee keer zo hoog zijn als het verbruik van de verbruikers.
- Tijdens het rijden worden alleen de verbruikers gevoed. De huishoudaccu wordt niet opgeladen.
MT BCB30/30: Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppelladen van de startaccu plaats met een maximum van 4 A.
MT BCB40/40: Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppelladen van de startaccu plaats met een maximum van 5 A.
MT BCB60/40: Bij werking op het elektriciteitsnet vinden het opladen van de huishoudaccu en het druppelladen van de startaccu plaats met een maximum van 10 A.
▶ Schuif de DIP-schakelaar in de stand „D+“ (zie hoofdstuk „De functie voor de TR-aansluiting selecteren“ op pagina 123).
▶ Sluit het lastrelais (4) (12 V, 100 A/180 A) aan op de TR-aansluiting.
▶Installeer de installatiekabelset (5) tussen startaccu, lastrelais en huishoudaccu.
▶Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 21, pagina 12.
Gebruik

INSTRUCTIE
Gebruik een kleine schroevendraaier om de DIP-schakelaars voorzichtig in de vereiste stand te zetten.
Het laadprogramma instellen
▶Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2, 2, pagina 3) in de stand die is weergegeven in onderstaande tabel om het laadprogramma in te stellen voor het desbetreffende type huishoudaccu.

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik alleen accu's die geschikt zijn voor de aangegeven laadspanning.

INSTRUCTIE
- Selecteer het laadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte accutype op basis van de specificaties van de fabrikant of de informatie in onderstaande tabel.
- De aangegeven laadtijden zijn van toe-passing op een gemiddelde omgevingstemperatuur van 20 °C.
- De led „Current“ gaat sterker of zwakker branden afhankelijk van de geleverde laadstroom.
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Gewenst laadprogramma | U1 Volledig opladen | U2 Volledig druppelladen | U3 Bufferladen | |
| BORD | Loodzuuraccu's (14,4 V)(afb. 7, pagina 5) | 14,4 V(0,5–5 h) | 13,5 V(24 h) | 13,2 V(regeneratie2 keer per week:14,4 V binnen 1 h) | |
| PbLiFePO4 | |||||
| Gel13,9 V | |||||
| Acid/AGM114,2 V | |||||
| AGM214,4 V | |||||
| BORD | Gelaccu's (14,4 V)(afb. 8, pagina 5) | 14,4 V(4–12 h) | 13,8 V(48 h) | 13,5 V(regeneratie2 keer per week:14,4 V binnen 1 h) | |
| PbLiFePO4 | |||||
| Gel13,9 V | |||||
| Acid/AGM114,2 V | |||||
| AGM214,4 V | |||||
| BORD | AGM-accu's (14,4 V)(afb. 7, pagina 5) | 14,4 V(0,5–4 h) | 13,5 V(24 h) | 13,2 V(regeneratie2 keer per week:14,4 V binnen 1 h) | |
| PbLiFePO4 | |||||
| Gel13,9 V | |||||
| Acid/AGM114,2 V | |||||
| AGM214,4 V | |||||
| BORD | AGM-accu's (14,7 V/14,8 V)(afb. 9, pagina 5) | 14,7 V(0,5–3 h) | 13,6 V(24 h) | 13,2 V(regeneratie2 keer per week:14,4 V binnen 1 h) | |
| PbLiFePO4 | |||||
| Gel13,9 V | |||||
| Acid/AGM114,2 V | |||||
| AGM214,4 V | |||||
| BOND | LFP-accu's (13,9 V)(afb. 10, pagina 5) | 13,9 V(0,5–1 h) | 13,9 V(24 h) | 13,5 V(geen regeneratie) | |
| PbLiFePO4 | |||||
| Gel13,9 V | |||||
| Acid/AGM114,2 V | |||||
| AGM214,4 V | |||||
| BOND | LFP-accu's (14,2 V)(afb. 11, pagina 6) | 14,2 V(0,5 h) | 13,6 V(24 h) | 13,4 V(geen regeneratie) | |
| PbLiFePO4 | |||||
| Gel13,9 V | |||||
| Acid/AGM114,2 V | |||||
| AGM214,4 V | |||||
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Gewenst laadprogramma | U1 Volledig opladen | U2 Volledig druppelladen | U3 Bufferladen |
| BORD Pb LiFePO4 Gel 13,9 V Acid/AGM1 14,2 V AGM2 14,4 V | LFP-accu's (14,4 V)(afb. 12, pagina 6) | 14,4 V(0,3–1 h) | 13,6 V(24 h) | 13,5 V(geen regeneratie) |
| BORD Pb LiFePO4 Gel 13,9 V Acid/AGM1 14,2 V AGM2 14,4 V | LFP-accu's (14,6 V)(afb. 13, pagina 6) | 14,6 V(0,3 h) | 13,8 V(24 h) | 13,5 V(geen regeneratie) |
De laadstroom aanpassen
▶Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 3, pagina 3) in de stand die is weergegeven in onderstaande tabel om de laadstroom aan te passen aan de capaciteit van de huishoudaccu.

INSTRUCTIE
- In het geval van twee of meer accu's is parallelle aansluiting toegestaan als de accu's van hetzelfde type, dezelfde capaciteit en dezelfde leeftijd zijn. Sluit de accu's diagonaal aan.
- Als er twee of meer accu's parallel zijn aangesloten, stel dan de totale capaciteit in Ah in op BORD+-aansluiting.
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Model | Ontvangen capaciteit huishoudaccu | Laadstroom bij gebruik op netspanning | Laadstroom bij gebruik als versterker |
| < □□ A Boost< □□ A Netz | MT BCB30/30 | 60 – 150 Ah | 20 A | 20 A |
| MT BCB40/40 | 80 – 220 Ah | 30 A | 30 A | |
| MT BCB60/40 | 100 – 220 Ah | 30 A | 45 A | |
| < □□ A Boost< □□ A Netz | MT BCB30/30 | 75 – 180 Ah | 20 A | 30 A |
| MT BCB40/40 | 100 – 280 Ah | 30 A | 40 A | |
| MT BCB60/40 | 150 – 420 Ah | 30 A | 60 A | |
| < □□ A Boost< □□ A Netz | MT BCB30/30 | 90 – 220 Ah | 30 A | 20 A |
| MT BCB40/40 | 120 – 300 Ah | 40 A | 30 A | |
| MT BCB60/40 | 100 – 300 Ah | 40 A | 45 A | |
| < □□ A Boost< □□ A Netz | MT BCB30/30 | 90 – 300 Ah | 30 A | 30 A |
| MT BCB40/40 | 120 – 400 Ah | 40 A | 40 A | |
| MT BCB60/40 | 150 – 560 Ah | 40 A | 60 A |
De pulserende bedrijfsmodus instellen

LET OP! Gevaar voor schade
De pulsgever vervangt de oplaadbron niet. Controleer de accu op zelfontlading en laad de accu regelmatig op.

INSTRUCTIE
- Gebruik op netspanning heeft priori- teit boven de werking als versterker en pulserend bedrijf. De startaccu en huishoudaccu worden opgeladen en worden volledig opgeladen gehou- den.
- Als u de bedrijfsmodus wilt wijzigen, koppelt u het toestel tijdelijk los van de stroomvoorziening, de startaccu en de huishoudaccu.
- Pulserend bedrijf wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het laadprogramma voor LFP-accu's wordt ingesteld.
▶ Schuif de DIP-schakelaar (afb. 2 3, pagina 3) in de stand die is weergegeven in onderstaande tabel om de pulserende bedrijfsmodus te active-ren of deactiveren.
√ De groene led „Power“ knippert om de 20 s.
√ Pulsgever is geactiveerd. De huishoudaccu is getraind.
DIP-schake-
laarpositie
(grijs)

Functie
De pulsgever wordt automatisch geactiveerd wanneer noch de netspanningsmodus, noch versterkingsmodus is ingesteld.
Opmerking: Deactivering van pulsgever bij spanning op klem BORD+ van < 12,00 V

Pulsgever is gedeactiveerd.
De veiligheids- of bufferspanning instellen (alleen voor LFP-accu's met accumanagementsysteem)
- Sluit de BMS-signaaluitgang van de LFP-accu aan op de BMS-aansluiting.
- Schuif de DIP-schakelaar (afb. 2 3, pagina 3) in de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om het BMS-regelsignaal in te stellen.
| DIP-schake-laarpositie (grijs) | BMS-regelsignaal |

12 V (hoog)

0V (laag)

INSTRUCTIE
Als de BMS-signaaluitgang is aangesloten, worden veiligheids- of bufferspanning geactiveerd door een signaal op de BMS-aansluiting.
- Schuif de DIP-schakelaar (afb. 2 3, pagina 3) in de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om de veiligheids- of buffer-spanning in te stellen.
| DIP-scha-kelaarposi-tie (grijs) | Functieselectie |
| A |□□| B | Veiligheidsspanning van 12,8 VOpmerking: Bij geactiveerde veilig-heidsspanning:Het laadproces wordt gestoptGelijkstroomverbruikers worden gevoed met 12,8 V zonder de accu te ontladen |
| A |□□| B | Bufferspanning van 13,2 VOpmerking: Activeer de bufferspan-ning als de accu langere tijd niet wordt gebruikt, bij seizoensgebruik of als deze gedurende de winter wordt opgeslagen. |
De functie voor de TR-aansluiting selecteren

INSTRUCTIE
Selecteer de functie voor de TR-aansluiting afhankelijk van de aansluitvariant.
▶ Schuif de DIP-schakelaar (afb. 2 3, pagina 3) in de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om de functie voor de TR-aansluiting in te stellen.
| DIP-scha-kelaarpo-sitie (grijs) | Aansluitvariant |

C1
Opmerking: Functieselectie is vereist voor aansluitvarianten met bestaand centraal elektrisch systeem met een geïntegreerd scheidingsrelais. Om onderbreking van de boordvoeding te voorkomen, wordt de TR-aansluiting met een vertraging van 10 s omgeschakeld naar het D+-signaal in overeenstemming met het signaal van het geïntegreerde scheidingsrelais. Daarnaast wordt de TR-aansluiting uitgeschakeld wanneer D+ onder 6 V daalt.

D
Opmerking: Functieselectie is vereist voor aansluitvarianten waarbij het elektriciteitsverbruik tijdens het rijden hoger is dan het laadvermogen, omdat het op TR aangesloten lastrelais afhankelijk van belasting (loodaccu's) of afhankelijk van temperatuur (LFP-accu's) wordt geschakeld.
De AC-ingangsstroom begrenzen (voor opladen via netspanning)
▶ Schuif de DIP-schakelaar (afb. 2 3, pagina 3) in de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om de AC-ingangsstroom te beperken.
| DIP-schake-laarpositie (grijs) | Functieselectie |
| Limit Netz |□| max | Alle ingestelde laadstromen (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 120) worden met 25% verminderd:• 20 A wordt verlaagd tot 15 A• 30 A wordt verlaagd tot 22,5 A• 40 A wordt verlaagd tot 30 A |
| Limit Netz |□| max | De laadstroom komt overeen met de ingestelde waarden (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 120). |
Stroomverbruik van het startmotorcircuit tijdens boosterbedrijf reduceren

INSTRUCTIE
Afhankelijk van de laadfase (zie hoofdstuk „Acculaadfunctie" op pagina 114) kan het stroomverbruik van de accuregelbooster van het startmotorcircuit hoger zijn dan de laadstroom voor de accu tijdens het rijden. Verlaag het stroomverbruik:
- om een wisselstroomdynamo met laag vermogen te ontlasten
- ter compensatie van te klein bemeten bedrading in het voertuig tussen de startaccu en het centrale elektrische systeem.
▶ Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 3) in de stand die is weergegeven in onderstaande tabel om het stroomverbruik van het startmotorcircuit tijdens boosterbedrijf te verlagen.
| DIP-schake-laarpositie (grijs) | Functieselectie |
| Limit Boo max | Het stroomverbruik wordt met ongeveer 25% verlaagd. |
| Limit Boo max | De accuregelboster werkt op vol vermogen. |
De nachtmodus instellen

INSTRUCTIE
Bij gebruik van de nachtmodus blijft het systeem voor 10 uur in deze modus en keert het vervolgens terug naar de nor- male werking.
In de nachtmodus wordt de koelventilator in de laagste stand gezet voor een stille werking. Het bedieningspaneel wordt gedimd. Alle leds op het bedieningspaneel behalve de led „Current“ worden uitgeschakeld.
Druk één keer op de knop On/Off op het bedieningspaneel om de nachtmodus te activeren of te deactiveren.
√ Het ledlampje „Current“ gaat gedimd rood branden.
√ Het groene ledlampje „Power“ knippert langzaam.
De AC-vermogensbegrenzingsfunctie activeren

INSTRUCTIE
- Door de AC-vermogensbegrenzingsfunctie te activeren wordt tegelijkertijd de nachtmodus geactiveerd.
- De AC-vermogensbegrenzingsfunctie kan dus ook worden geactiveerd zonder netaansluiting.
- Wanneer de AC-vermogensbegrenzingsfunctie wordt gebruikt, blijft het systeem in deze modus tot er verdere wijzigingen worden aangebracht.
Als de AC-vermogensbegrenzingsfunctie is geactiveerd, werkt de accuregelbooster met verlaagd vermogen op zwakke lokale elektriciteitsnetwerken, bijvoorbeeld campings met zwakke zekeringen, netvoeding of generatorbedrijf.
De AC-vermogensbegrenzingsfunctie beperkt het elektriciteitsverbruik van het toestel tot <2 A terwijl de laadstroom >25 A kan bedragen.
Houd de knop On/Off op het displaypaneel voor 4 seconden ingedrukt om de AC-vermogensbegrenzingsfunctie te activeren of te deactiveren.
√ Het groene ledlampje „Power“ knippert in een interval van 2 s.
Het druppelladen voor LFP-accu's instellen
Met druppelladen kunnen LFP-accu's langdurig worden opgeladen op netspanning met 50–80% van de capaciteit met een permanente laadspanning van 13,2 V.
▶Houd de knop On/Off op het displaypaneel voor 8 s ingedrukt om het druppelladen te activeren of te deactiveren.
√ De groene led „Battery full“ en de gele led „Main Charging“ knipperen afwisselend.
Reiniging en onderhoud

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Koppel de accu's los alvorens reiniging en onderhoud uit te voeren.

LET OP! Gevaar voor schade
- Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater.
- Gebruik geen scherpe of harde voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.
▶Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek.
▶Controleer onder spanning staande kabels regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.
Problemen oplossen
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De accuregelbooster werkt niet. De groene led „Power” brandt niet. | Beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten van onder spanning staande kabels. | ► Controleer onder spanning staande kabels op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.Neem contact op met een erkende klantenservice als u geen fout kunt vinden. |
| Er is kortsluiting ontstaan. Als de zekering van het toestel is geactiveerd door overstroom, moet deze worden vervangen door een bevoegde klantenservice. | ||
| De accuregelbooster werkt niet. De gele led „Main Charging“ knippert. | Overspanningsbeveiliging van de huis-houdaccu. Accuspanningen zijn te hoog (>15,5 V). | ► Verlaag de aangesloten spanningen.De accuregelbooster start automatisch opnieuw op wanneer de spanning daalt tot de herstartwaarde (< 13,2 V). |
| Aansluiting van defecte laadsystemen. | ► Controleer en verwijder defecte laadsystemen indien nodig. | |
| Alleen LFP-accu’s: temperatuursensor is niet aangesloten. | ► Alleen LFP-accu’s: sluit de temperatuursensor aan. | |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. I”-led knippert langzaam. | Oververhittingsbeveiliging: de accuregel-booster schakelt over naar een lagere laadspanning (12,8 V) en de maximale laadstroom wordt gehalveerd als de temperatuur van de accu de uitschakelwaarde (>50 °C) overschrijdt. | ► Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten niet zijn afgedekt of geblokkeerd.► Laat de accu afkoelen.De accuregelbooster keert automatisch terug naar de volledige laadspanning wanneer de temperatuur daalt tot de herstartwaarde (< 48 °C). |
| Uitschakeling bij lage temperaturen (alleen voor LFP-accu’s): de accuregel-booster schakelt over naar een lagere laadspanning (12,8 V) als de temperatuur van de accu onder de uitschakelwaarde daalt (< 20 °C). | ► Verplaats de accu naar een warmere locatie.De accuregelbooster keert automatisch terug naar de volledige laadspanning wanneer de temperatuur de herstartwaarde overschrijdt (> 18 °C). | |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. I”-led knippert snel. | Bescherming tegen lage temperaturen (alleen voor LFP-accu’s): De accuregel-booster schakelt over naar een lagere laadstroom als de temperatuur van de accu onder de uitschakelwaarde daalt (< 0 °C). | ► Zet de accu op een andere plek (> 0 °C).De accuregelbooster start automatisch opnieuw wanneer de temperatuur de startwaarde (> 0 °C) overschrijdt. |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele „Batt. II”-led knippert. | Onderspanningsbeveiliging: De accuregelbooster schakelt over naar een lagere laadstroom (< 30 %) om de accu te beschermen. | De accuregelbooster keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wanneer de spanning stijgt tot de herstartwaarde. |
| De accuregelbooster werkt niet. Alle leds knipperen tegelijkertijd. | Laadprogramma is niet correct ingesteld voor de gebruikte accu. | ► Controleer de Instelling van het laadprogramma (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen” op pagina 120). |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| Versterkermodus werkt niet. De „Batt. II”-led gaat niet branden. | Spanning op aansluiting D+ < 8 V. | ► Controleer de spanning op aansluiting D+. |
| Versterker schakelt voortdurend tussen actieve toestand en rusttoestand. | Spanning startaccu te laag | ► De laadstroom is te hoog voor de wissel-stroomdynamo. Verlaag het laadvermogen (zie hoofdstuk „Stroomverbruik van het start-motorcircuit tijdens boosterbedrijf reduce-ren“ op pagina 123).► Controleer de startaccu en de wisselstroom-dynamo. |
| Zwak D+-signaal. | ► Controleer het D+-signaal.► Gebruik anders het contactsleutelsignaal (klem 15) of installeer een actieve D+-simula-tor. | |
| De accuregelboos-ter stopt het laad-proces. Het groene ledlampje „Power” knippert langzaam. | Uitschakeling door veiligheidstimer. De I-fase heeft te lang geduurd (>15 uur). | ► Reset het toestel door het regelsignaal op D+ te verwijderen. Schakel de motor uit en koppel het toestel los van het elektriciteits-net. |
| Te veel gelijkstroomverbruikers aangeslo-ten. | ► Verminder de aangesloten gelijkstroomver-bruikers. | |
| De accu is defect. | ► Vervang de accu. | |
| Oververhitting van de accuregelbooster. De accuregelbooster start automatisch opnieuw wanneer de temperatuur daalt. | ||
| De accu wordt niet meer opgeladen of kan de lading niet meer vasthouden. | De accu is defect. | ► Vervang de accu. |
| De volledige laad-stroom wordt niet bereikt. De led „Power” brandt. | De huishoudaccu is al opgeladen. | ► Belasting met krachtige verbruikers. |
| De accuklemmen zijn niet correct verbon-den. | ► Controleer de verbindingen.► Controleer de kabeldoorsneden en -lengtes (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen“ op pagina 117).► Controleer de gestripte kabeluiteinden.► Controleer de spanningen direct aan de klemcontacten. | |
| De laadstroom is niet correct ingesteld. | ► Controleer de instelling van de laadstroom (zie hoofdstuk „De laadstroom aanpassen“ op pagina 121). | |
| De accu is sterk gesulfateerd. | ► Vervang de accu. | |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De volledige laad-stroom wordt niet bereikt. De led „Power” knippert in een interval van 2 s. | AC-vermogensbegrenzingsfunctie is geactiveerd. | ► Deactiveer de AC-vermogensbegrenzingsfunctie. |
| De volledige laad-stroom wordt niet bereikt in de ver-sterkermodus. De „Batt. II”-led knip-pert. | Spanning op START+ < 11 V. | ► Controleer de spanning op START+. Ver-hoog het motortoerental zodat de accure-gelbooster kan regelen. |
| Scheidingsrelais aanwezig. | ► Pas de aansluitvariant aan voor voertuigen met een bestaand scheidingsrelais. | |
| DIP-schakelaar is ingesteld op „Limit Boo”. | ► Controleer de stand van de DIP-schakelaar (zie hoofdstuk „Stroomverbruik van het start-motorcircuit tijdens boosterbedrijf reduce-ren” op pagina 123). | |
| Bedieningspaneel is slechts gedimd verlicht. | Nachtmodus is geactiveerd. | ► Schakel de nachtmodus uit (zie hoofdstuk „De nachtmodus instellen” op pagina 124). |
Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing.
Als het product defect is, neem dan contact op met de detailhandel of met het filiaal van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer).
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie de volgende documenten mee:
- Een kopie van de factuur met datum van aankoop
- De reden voor de claim of een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Verwijdering
Verpakkingsmateriaal recyclen

Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken.
Producten met niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen recyclen



Als het product niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen bevat, hoeft u die niet te verwijderen voordat u het product afvoert.
Als u het product definitief weg wilt doen, vraag dan bij het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf of uw dealer naar de betreffende afvoervoorschriften.
▶ Het product kan gratis worden afgevoerd.
Technische gegevens
| MT BCB30/30/20 | MT BCB40/40/30 MT | BCB60/60/40 | |
| Laaduitgang huishoudaccu | |||
| Loodaccu's | |||
| Nominale accuspanning | 12 V--- | 12 V--- | 12 V--- |
| Aanbevolen accucapaciteit | 75 – 300 Ah | 100 – 400 Ah | 150 – 560 Ah |
| Maximale voorlaadstroom van een die-pontladen accu (<8 V) | 15 A 20 A 20- | 30 A | |
| Minimale accuspanning voor het begin van het laden | 0 V 0 V 0 V | ||
| Beschermende laadspanning bij overver-hitte accu | 12,8 V 12,8 V 1 | 2,8 V | |
| LFP-accu's | |||
| Nominale accuspanning | 12 – 13,3 V--- | 12 – 13,3 V--- | 12 – 13,3 V--- |
| Aanbevolen accucapaciteit | 60 – 300 Ah | 80 – 400 Ah | 100 – 560 Ah |
| Beschermende laadspanning bij te lage/te hoge temperatuur van de accu | 12,8 V 12,8 V 1 | 2,8 V | |
| Laadingang/-uitgang startaccu | |||
| Nominale accuspanning | 12 V--- | 12 V--- | 12 V--- |
| Aanbevolen accucapaciteit | 60 Ah | 80 Ah | 100 Ah |
| Werking op netspanning | |||
| Nominale bedrijfsspanning | 230 V~ /45 – 65 Hz | 230 V~ /45 – 65 Hz | 230 V~ /45 – 65 Hz |
| Spanningsbereik | |||
| • Volledig laadvermogen | 190 – 265 V~ | 190 – 265 V~ | 190 – 265 V~ |
| • Kortstondig (5 s) | 300 V~ | 300 V~ | 300 V~ |
| Bedrijfsspanningsbereik | 90 – 265 V~ /45 – 65 Hz | 90 – 265 V~ /45 – 65 Hz | 90 – 265 V~ /45 – 65 Hz |
| Laadvermogen bij 110 V~ | ca. 90% | ca. 70% | ca. 70% |
| Sinusoïdaal stroomverbruik, arbeidsfactor-correctie (CosPhi = 1) | Ja | Ja | Ja |
| Max. opgenomen vermogen (AC) | 520 W | 700 W | 700 W |
| Max. stroomverbruik | |||
| • 207 V (AC) | 2,5 A | 3,4 A | 3,4 A |
| • „AC Power Limit" 207 V~ | 2 A | 2 A | 2 A |
| Laad-/buffer-/belastingsstroom, geregeld voor BORD (IUOU) | 0 A – 3 0 A | 0 A – 4 0 A | 0 A – 4 0 A |
| Laad-/houdstroom, geregeld voor START | 0 A – 4 A | 0 A – 5 A | 0 A – 10 A |
| MT BCB 30/30/20 | MT BCB 40/40/30 | MT BCB 60/60/40 | |
| „Ntz”-signaaluitgang, indicatie-lampje/max. | 12 V/1 A | 12 V/1 A | 12 V/1 A |
| Werking als versterker | |||
| Ingangsspanningsbereik START (EURO 6 +), D+-geregeld | 10,5–16,0 V | 10,5–16,0 V | 10,5–16,0 V |
| Ingangsoverspanningsonderbreking START (EURO 6 +) | >16,5 V >16,5 V >16,5 V | ||
| Max. opgenomen vermogen bij START 470 W 630 W 930 W | |||
| Max. stroomverbruik bij START• DIP-schakelaarstand „max“• DIP-schakelaarstand „Limit Boo“ | 0,1–42 A0,1–32 A | 0,1–57 A0,1–43 A | 0,1–82 A0,1–65 A |
| Laad-/buffer-/belastingsstroom, geregeld voor START | 0 A–30 A 0,1 A–40 A 0,1 A–60 A | ||
| Activeringsregeling „D+“-ingang, voor D+, klem 15, contact | 8–16 V 8–16 V 8–16 V | ||
| TR-aansluiting, hogelastrelais/max. | 12 V/1 A | 12 V/1 A | 12 V/1 A |
| Werking als pulsgever | |||
| Dubbele-piekstroomimpulsen, kortston-dig | >100 A | >100 A | >100 A |
| Onderspanningsonderbreking | <12 V | <12 V | <12 V |
| Algemene technische gegevens | |||
| Sperstroom van accu, stand-by, geen nets-panning | 0,016 A | 0,016 A | 0,016 A |
| Spanningsrimpel | <30 mVrms | <30 mVrms | <30 mVrms |
| Beperking van de laadspanning BORD | 15 V | 15 V | 15 V |
| Externe overspanningsonderbreking BORD | 15,2 V | 15,2 V | 15,2 V |
| Beschermingsklasse/IP-code | I/IP21 | ||
| Omgevingstemperatuur voor bedrijf | -20 °C tot +45 °C | ||
| Omgevingsvochtigheid | ≤95%, niet-condenserend | ||
| Afmetingen (b x d x h) | 270 x 300 x 70 mm (afb. 22, pagina 13) | ||
| Gewicht | 3,65 kg | 3,80 kg | 3,95 kg |
| Inspectie/certificering | CE UK CA | ||