ECO 25.0-3-S - Batterijlader Fronius - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ECO 25.0-3-S Fronius in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ECO 25.0-3-S Fronius
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ECO 25.0-3-S - Fronius en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ECO 25.0-3-S van het merk Fronius.
GEBRUIKSAANWIJZING ECO 25.0-3-S Fronius
NL | Bedieningshandleiding

Verklaring veiligheidsaanwijzingen 125.
Algemeen.125
Om-ge-vings-con-di-ties 126
Gekwalificeerd personeel 126
Informatie over de geluidsemissie 126
Compatibiliteit van systeemcomponenten 127.
Algemeen.128
Apparaatconcept.128
Beoogd gebruik .129
Waarschuwingen op het apparaat 129
Stringzekeringen 130
Criteria voor de juiste keuze van stringzekeringen 131
Datacommunicatie en Fronius Solar Net 133
Fronius Solar Net en gegevensverbinding 133
Datacommunicatiegedeelte 133
Beschrijving van de LED 'Fronius Solar Net' 134
Voorbeeld 135
Info over multifunctionele stroominterface 136
Dynamische vermogensreductie via omvormer 137
Fronius Datamanager 2.0 138
Bedieningselementen, aansluitingen en afleesfuncties van Fronius Datamanager 2.0....138
Fronius Datamanager tijdens de nacht of bij onvoldoende beschikbare DC-spanning 141
Eerste gebruik 141
Meer informatie over Fronius Datamanager 2.0 143
Bedieningselementen en aanduidingen 144
Bedieningselementen en aanduidingen 144
Display 145
Navigatie op menuniveau 146
Displayverlichting activeren 146
Automatisch deactiveren van de displayverlichting / Overschakelen naar de afleesmodus 146
'NU'
Menuniveau oproepen 146
In de menuoptie NU weergegeven waarden 147
In de menuoptie LOG weergegeven waarden 147
De menuoptie SETUP 149
Voorkeursinstelling 149
Software-updates 149
Navigeren in de menu-optie SETUP 149
Menurecords instellen algemeen 150
Toepassingsvoorbeeld: Tijd instellen 150
Menuopties in het Setup menu 152
Stand-by 152
DATCOM 152
USB 153
Relais (spanningsvrij schakelcontact) 154
Energy Manager(in menu-optie Relais) 156
Tijd / datum 157
Display-instellingen 157
Energieopbrengst.159....
Ventilatoren 159
De menuoptie INFO 160....
Meetwaarden 160
Status vermog.mod. 160
Netstatus 160
Apparaatinformatie 160
Versie 161
Toetsenblokkering in- en uitschakelen.162.
Algemeen 162
Toetsenblokkering in- en uitschakelen 162
USB-stick als datalogger en voor het actualiseren van de invertersoftware.163
USB-stick als datalogger 163
Passende USB-sticks 163
USB-stick voor het bijwerken van de invertersoftware 164
USB-stick verwijderen 164
Het Basic-menu 165
Het Basic-menu openen 165
De Basic-menurecords 165
Instellingen bij ingebouwde optie "DC SPD" 167
De inverter spanningsloos maken en weer inschakelen 168.
Inverter stroomloos schakelen 168
Statusdiagnose en storingen opheffen.
Weergave van statuscodes 169
Volledig uitvallen van het display 169
Statuscodes in de e-Manual 169
Klantenservice 169
Exploitatie in omgevingen met een sterke stofontwikkeling 169
Algemene gegevens en veiligheidsvoorzieningen Fronius Symo 3.0-3 - 20.0-3, Fronius Eco 170
25.0-3 - 27.0-3
WLAN 177
Verklaring van de voetnoten 178
Geïntegreerde DC-scheidingsschakelaar Fronius Symo 3.0 - 8.2 178
Geïntegreerde DC-scheidingsschakelaar Fronius Symo 10.0 - 12.5.... 179
Geïntegreerde DC-scheidingsschakelaar Fronius Symo 15.0 - 20.0, Fronius Eco 179
Aangehouden normen en richtlijnen 180
Garantiebepalingen en verwijdering
Fronius-fabrieksgarantie 181
Verwijdering 181
Veiligheidsvoorschriften
Verklaring veilig- heidsaanwijzin- gen

WAARSCHUWING!
Duidt op een onmiddellijk dreigend gevaar.
Wanneer dit gevaar niet wordt vermeden, heeft dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

GEVAAR!
Duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie.
Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben.

VOORZICHTIG!
Duidt op een situatie die mogelijk schade tot gevolg kan hebben.
Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit lichte of geringe verwondingen evenals materiële schade tot gevolg hebben.
OPMERKING!
Duidt op de mogelijkheid van minder goede resultaten en mogelijke beschadiging van de apparatuur.
Algemeen Het apparaat is volgens de laatste stand van de techniek conform de officiële veiligheidseisen vervaardigd. Onjuiste bediening of misbruik levert echter gevaar op voor
- het leven van de gebruiker of dat van derden; - het apparaat en andere bezittingen van de gebruiker.
Alle personen die met inbedrijfname, onderhoud en reparatie van het apparaat te maken hebben, moeten:
- beschikken over de juiste kwalificaties; - kennis hebben over het omgaan met elektrische installaties; - deze bedieningshandleiding volledig lezen en exact opvolgen.
De bedieningshandleiding moet worden bewaard op de plaats waar het apparaat wordt gebruikt. Naast de bedieningshandleiding moet bovendien de overkoepelende en lokale regelgeving ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu worden nageleefd.
Alle aanwijzingen met betrekking tot veiligheid en gevaren op het apparaat:
- in leesbare toestand houden;
- niet beschadigen;
- niet verwijderen;
- niet afdekken, afplakken of overschilderen.
De aansluitklemmen kunnen hoge temperaturen bereiken.
| U mag uitsluitend met het apparaat werken als alle veiligheidsvoorzieningen volledig operationeel zijn. Zijn de veiligheidsvoorzieningen niet volledig operationeel, dan levert dit potentieel gevaar op voor:- het leven van de gebruiker of dat van derden;- het apparaat en andere bezittingen van de gebruiker. | |
| Niet volledig operationele veiligheidsvoorzieningen moet u, voordat het apparaat wordt ingeschakeld, door een geautoriseerd bedrijf laten herstellen. | |
| Omzeil veiligheidsvoorzieningen nooit en stel ze nooit buiten werking. | |
| De plaatsen waar de aanwijzingen met betrekking tot veiligheid en gevaren op het apparaat zijn aangebracht, vindt u in het hoofdstuk 'Algemeen' in de bedieningshandleiding van het apparaat. | |
| Storingen die de veiligheid in gevaar kunnen brengen, dienen vóór het inschakelen van het apparaat te worden verholpen. | |
| Het gaat immers om uw veiligheid! | |
| Om-ge-vings-con-di-ties | Het gebruik of opslaan van het apparaat buiten het aangegeven bereik geldt niet als beoogd gebruik. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade. |
| Gekwalificeerd personeel | De onderhoudsinformatie in deze bedieningshandleiding is uitsluitend bestemd voor gekwalificeerde vakspecialisten. Een elektrische schok kan dodelijk zijn. Voer geen andere handelingen uit dan de handelingen die in de documentatie zijn beschreven. Dat geldt ook wanneer u voor dergelijke werkzaamheden bent gekwalificeerd. |
| Alle kabels en leidingen moeten goed zijn bevestigd, onbeschadigd en geïsoleerd zijn, en een voldoende dikke kern hebben. Loszittende verbindingen, door hitte aangetaste of beschadigde kabels, evenals kabels en leidingen met een te dunne kern moet u direct door een geautoriseerd bedrijf laten herstellen. | |
| Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerd bedrijf worden uitgevoerd. | |
| Bij niet-originele onderdelen is niet gewaarborgd dat deze voldoende robuust en veilig zijn geconstrueerd en geproduceerd. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen (dit geldt ook voor genormeerde onderdelen). | |
| Breng zonder toestemming van de fabrikant geen wijzigingen aan het apparaat aan. | |
| Onderdelen die niet in onberispelijke staat verkeren, dient u direct te vervangen. | |
| Informatie over de geluidsemis-sie | Het maximale geluidsvermogensniveau van de inverter staat in de technische gegevens vermeld. |
| De koeling van het apparaat wordt m.b.v. een elektronische temperatuurregeling zo geluidsarm mogelijk verzorgd. Het geluidsniveau is afhankelijk van het gelever-de vermogen, de omgevingstemperatuur, de mate van vervuiling van het apparaat, enz. | |
| Voor dit apparaat kan geen werkplekspecifieke emissiewaarde worden gegeven, aangezien het daadwerkelijke geluidsniveau sterk afhankelijk is van de montage- |
situatie, de kwaliteit van het stroomnet, de omringende muren en de algemene omgevingseigenschappen.
EMV-maatregelen
In uitzonderlijke gevallen kan er, ondanks het naleven van de emissiegrenswaarden, sprake zijn van beïnvloeding van het geëigende gebruiksgebied (bijvoorbeeld als zich op de installatielocatie storingsgevoelige apparatuur bevindt of als de installatielocatie is gelegen in de nabijheid van radio- of televisieontvangers). In dat geval is de gebruiker verplicht afdoende maatregelen te treffen om de storing op te heffen.
Gegevensbescherming
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het beveiligen van gegevens die afwijken van de fabrieksinstellingen. Voor schade die ontstaat door gewiste persoonlijke instellingen is de fabrikant niet aansprakelijk.
Auteursrecht Het auteursrecht op deze handleiding berust bij de fabrikant.
Tekst en afbeeldingen komen overeen met de stand van de techniek bij het ter perse gaan. Wijzigingen voorbehouden. Aan de inhoud van deze handleiding kan de gebruiker geen rechten ontlenen. Hebt u een voorstel tot verbetering? Ziet u een fout in deze handleiding? Wij zijn u dankbaar voor uw opmerkingen.
Compatibiliteit van systeem-componenten
Alle ingebouwde componenten in de PV-installatie moeten compatibel zijn en over de vereiste configuratiemogelijkheden beschikken. De ingebouwde componenten mogen de werking van de PV-installatie niet beperken of negatief beïnvloeden.

VOORZICHTIG!
Risico door niet-compatibele of beperkt compatibele componenten in de PV-in- stallatie.
Niet-compatibele componenten kunnen de werking en/of functionaliteit van de PV-installatie beperken en/of negatief beïnvloeden.
Er mogen alleen door de fabrikant goedgekeurde component in de PV-installatie worden geïnstalleerd.
▶ Voordat componenten worden geïnstalleerd die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd, moet eerst bij de fabrikant navraag worden gedaan over de compatibiliteit van de betreffende componenten.

Apparaatconcept

text_image
(1) (2) (3) (4) (5) (6)Constructie:
(1) Deksel
(2) Inverter
(3) Muursteun
(4) Aansluitpaneel incl. hoofdschakelaar gelijkstroom (DC)
(5) Datacommunicatiegedeelte
(6) Deksel datacommunicatie
De inverter vormt de door de zonnepanelen opgewekte gelijkstroom om in wisselstroom. Deze wisselstroom wordt synchroon aan de netspanning aan het openbare elektriciteitsnet geleverd.
De inverter werd uitsluitend voor het gebruik in netgekoppelde PV-installaties ontwikkeld, het van het openbare stroomnetwerk onafhankelijk opwekken van stroom is niet mogelijk.
Door zijn constructie en zijn wijze van werken biedt de inverter bij de montage en in bedrijf een maximum aan veiligheid.
De inverter monitort automatisch het openbare elektriciteitsnet. Bij abnormale nettoestanden (bijvoorbeeld netuitschakeling, onderbreking enz.) schakelt de inverter onmiddellijk uit en wordt de teruglevering aan het elektriciteitsnet onderbroken.
De netmonitoring vindt plaats door spanningsmonitoring, frequentiemonitoring en het monitoren van de eilandverhoudingen.
De inverter werkt volautomatisch. Zodra na zonsopgang voldoende energie van de zonnepanelen ter beschikking staat, begint de inverter met de elektriciteitsnetmonitoring. Bij voldoende zonne-instraling start de inverter met de terugleveringsmodus.
De inverter werkt daarbij zo dat het maximaal mogelijke rendement door de zon- nepanelen wordt geleverd.
Zodra het energieaanbod voor het terugleveren aan het elektriciteitsnet onvoldoende is, onderbreekt de inverter de verbinding tussen de vermogenselektronica en het stroomnetwerk volledig en schakelt deze het bedrijf uit. Alle instellingen en opgeslagen gegevens blijven behouden.
Wanneer de temperatuur van de inverter te hoog wordt, verlaagt de inverter automatisch het huidige uitvoervermogen om zichzelf te beschermen.
Oorzaken voor een te hoge temperatuur kunnen een hoge omgevingstemperatuur of een te geringe warmteafvoer zijn (bijv. bij montage in schakelkasten zonder adequate warmteafvoer).
De Fronius Eco heeft geen interne omhoogconverter. Hierdoor zijn er beperkingen bij de zonnepaneel- en stringkeuze. De minimale DC-ingangsspanning ( U_DC min ) is afhankelijk van de netspanning. Voor de correcte toepassing staat hiervoor echter een zeer geoptimaliseerd apparaat ter beschikking.
Beoogd gebruik De inverter is uitsluitend bestemd om de gelijkstroom van de zonnepanelen in wisselstroom om te zetten en deze aan het openbare elektriciteitsnet te leveren. Als gebruik niet overeenkomstig de bedoeling geldt:
- elk ander of afwijkend gebruik
- wijzigingen aan de inverter die niet uitdrukkelijk door Fronius worden aanbevolen
- het inbouwen van onderdelen die niet uitdrukkelijk door Fronius worden aanbevolen of verkocht.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor de hieruit voortvloeiende schade. Aanspraak op garantie vervalt.
Tot het beoogde gebruik behoort ook:
- het volledig lezen en opvolgen van alle aanwijzingen, zoals alle aanwijzingen m.b.t. de veiligheid en gevaren, die in de gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding zijn beschreven
- de naleving van de onderhoudswerkzaamheden
- montage conform de installatiehandleiding
Bij het aanleggen van de PV-installatie erop letten dat alle componenten uitsluitend binnen hun toelaatbare werkgebied worden gebruikt.
Alle door de fabrikant van het zonnepaneel aanbevolen maatregelen voor een duurzaam behoud van de eigenschappen van het zonnepaneel moeten in acht worden genomen.
De bepalingen van de energiemaatschappij ten aanzien van de teruglevering en verbindingsmethoden moeten in acht worden genomen.
Waarschuwingen op het apparaat
Op en in de inverter bevinden zich waarschuwingen en veiligheidssymbolen. Deze waarschuwingen en veiligheidssymbolen mogen niet worden verwijderd of overgeschilderd. De waarschuwingen en symbolen waarschuwen voor een verkeerde bediening die kan resulteren in ernstig letsel en zware materiële schade.

Veiligheidssymbolen:

Gevaar op ernstig lichamelijk letsel en zware materiële schade door een onjuiste bediening

De beschreven functies pas gebruiken nadat de volgende documenten volledig zijn gelezen en begrepen:
- deze gebruiksaanwijzing - alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten van de PV-installatie, in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften

Gevaarlijke elektrische spanning

Ontlaadtijd van condensatoren afwachten!

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, en de hiervan afgeleide nationale wetten, moeten afgedankte elektrische apparaten apart worden ingezameld en milieuvriendelijk worden verwerkt. Retourneer gebruikte apparaten aan uw handelaar of breng ze naar een erkend inzamelpunt in uw omgeving. Het negeren van deze EU-richtlijnen heeft mogelijk schadelijke effecten op het milieu en uw gezondheid!
Tekst van de waarschuwingen:
WAARSCHUWING!
Een elektrische schok kan dodelijk zijn. Vóór het openen van het apparaat ervoor zorgen dat de ingangszijde en de uitgangszijde van het apparaat spanningsvrij zijn. Ontlaadtijd van de condensatoren afwachten (5 minuten).
Symbolen op het kenplaatje:

CE-aanduiding - geeft aan dat aan de geldende EU-richtlijnen en - verordeningen is voldaan.

UKCA-aanduiding - geeft aan dat aan de geldende richtlijnen en verordeningen van het Verenigd Koninkrijk is voldaan.

WEEE-aanduiding - afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moet conform Europese richtlijnen en nationale wetgeving gescheiden worden ingezameld en op een milieuvriendelijke manier worden gerecycled.

RCM-aanduiding - conform de eisen van Australië en Nieuw-Zeeland gecontroleerd.

ICASA-aanduiding - conform de eisen van de Independent Communications Authority of South Africa gecontroleerd.

CMIM-aanduiding - conform de eisen van IMANOR voor invoervoorwaarden en de naleving van de Marokkaanse normen gecontroleerd.
Stringzekeringen

GEVAAR!
Een elektrische schok kan dodelijk zijn.
Gevaar door spanning op zekeringhouders. De zekeringhouders staan onder spanning wanneer op de DC-aansluiting van de inverter spanning aanwezig is, zelfs als de DC-schakelaar uitgeschakeld is. Vóór alle werkzaamheden aan de zekeringhouder van de inverter moet u ervoor zorgen dat de DC-zijde spanningsvrij is.
Door het gebruik van stringzekeringen in de Fronius Eco worden zonnepanelen extra afgezekerd.
Doorslaggevend voor het afzekeren van de zonnepanelen is de kortsluitingsstroom I_SC en de waarde van de maximale seriële stringzekering (bijv. Maximum Series Fuse Rating) in het gegevensblad van het betreffende zonnepaneel.
De maximale stringzekering per aansluitklem bedraagt 20 A.
De maximale MPP-stroom (nominale stroom, bedrijfsstroom) I_max bedraagt 15 A per string.
Om drie strings aan te sluiten, moet u de strings 1.1, 2.1 en 2.3 gebruiken. Om vier strings aan te sluiten, moet u de strings 1.1, 1.2, 2.1 en 2.2 gebruiken.
Als de inverter wordt gebruikt in combinatie met een externe stringverzamelbox, moet er een DC Connector Kit (artikelnummer: 4,251,015) gebruikt worden. In dit geval worden de zonnepanelen extern in de stringverzamelbox afgezekerd en moeten in de inverter de metalen pennen worden gebruikt.
De nationale bepalingen met betrekking tot afzekering moeten worden nageleefd. De uitvoerende elektrotechnicus is voor de juiste keuze van de stringzekeringen verantwoordelijk.
OPMERKING!
Om brand te voorkomen, vervangt u defecte zekeringen alleen door nieuwe gelijkwaardige zekeringen.
De inverter wordt optioneel met de volgende zekeringen geleverd:
- 6 stringzekeringen van 15 A op de ingang DC+ en 6 metalen pennen op de ingang DC-
- 12 metalen pennen

Criteria voor de juiste keuze van stringzekeringen
Om te voorkomen dat de zekering in het normale bedrijf voortijdig wordt geactiveerd, raden we aan om bij de afzekering van solarmodulestrings per afzonderlijke solarmodulestring de volgende criteria in acht te nemen:
- I_N > 1.5 × I_SC
- V_N >/= max. nullastspanning van de PV-generator
- Afmetingen van de zekeringen: Doorsnede 10 x 38 mm
I_N Nominale stroom van de zekering
I_SC Kortsluitingsstroom bij standaardtestomstandigheden (STC) volgens het gegevensblad van de zonnepanelen
V_N Nominale spanning van de zekering
OPMERKING!
De nominale stroomwaarde van de zekering mag de op het gegevensblad van de zonnepanelenfabrikant aangegeven maximale afzekering niet overschrijden.
Als er geen maximale afzekering is aangegeven, moet u deze bij de fabrikant van het zonnepaneel opvragen.
Datacommunicatie en Fronius Solar Net
Fronius Solar Net en gege- vensverbinding
Voor individueel gebruik van de systeemuitbreidingen is door Fronius het Solar Net ontwikkeld. Het Fronius Solar Net is een gegevensnetwerk dat de koppeling van meerdere inverters aan de systeemuitbreidingen mogelijk maakt.
Het Fronius Solar Net is een bussysteem met ringtopologie. Voor de communicatie van een of meer op het Fronius Solar Net aangesloten inverters met een systeemuitbreiding is één geschikte kabel toereikend.
Om elke inverter eenduidig in het Fronius Solar Net te definiëren, moet aan de betreffende inverter eveneens een individueel nummer worden toegewezen. Toewijzen van een individueel nummer volgens paragraaf 'De menuoptie SET-UP'.
Verschillende systeemuitbreidingen worden door het Fronius Solar Net automatisch herkend.
Om tussen meerdere identieke systeemuitbreidingen onderscheid te kunnen maken, moet op de systeemuitbreidingen een individueel nummer worden ingesteld.
Nadere informatie over de afzonderlijke systeemuitbreidingen staat in de overeenkomstige gebruiksaanwijzingen aangegeven of online op http://www.fronius.com
Meer informatie over de bekabeling van Fronius DATCOM-componenten vindt u onder:

→ http://www.fronius.com/QR-link/4204101938
Datacommuni- catiegedeelte

text_image
(1) (2) (3) (4) (5)(6) (7) (8) (9) PIN 2 PIN 1 IN OUT PIN 1 PIN 2 PIN 3Afhankelijk van de uitrusting kan de inverter met de Fronius Datamanager-ins- teekkaart (8) zijn uitgerust.
| Item Product | |
| (1) Schakelbare multifunctionele stroominterface.Zie de paragraaf 'Toelichting bij multifunctionele stroominterface' voor meer informatieVoor de aansluiting op de multifunctionele stroominterface de 2-polige contrastekker gebruiken die bij de inverter is meegeleverd. | |
| (2) IN aansluiting Solar Net / Interface Protocol(3) OUT aansluiting Solar Net / Interface ProtocolIn- en uitgang voor 'Fronius Solar Net' / Interface Protocol, voor de verbinding met andere DATCOM-componenten (bijv. inverter, Fronius Sensor Box enz.)Bij een koppeling van meerdere DATCOM-componenten moet op elke vrije IN- of OUT-aansluiting van een DATCOM-component een eindstekker zijn aangesloten.Bij inverters met Fronius Datamanager-insteekkaart worden 2 afsluits-tekkers bij de inverter meegeleverd. | |
| (4) LED 'Fronius Solar Net'geeft aan of er voor het Solar Net voeding ter beschikking staat | |
| (5) LED 'Data-overdracht'knippert bij toegang tot de USB-stick. Gedurende deze tijd mag de USB-stick niet worden verwijderd. | |
| (6) USB A-busvoor het aansluiten van een USB-stick met maximale afmetingen van 65 × 30 mm ( 2,6 × 2,1 inch)De USB-stick kan fungeren als datalogger voor de inverter waarop hij is aangesloten. De USB-stick wordt niet met de inverter meegeleverd. | |
| (7) Spanningsvrij schakelcontact (relais) met contrastekkermax. 250 V AC / 4 A ACmax. 30 V DC / 1 A DCmax. 1,5 mm ^2 (AWG 16) kabeldoorsnedePin 1 = sluitercontact (normaal open)Pin 2 = wortel (gemeenschappelijk)Pin 3 = openercontact (normaal gesloten)Voor een meer gedetailleerde uitleg, zie de paragraaf 'Menupunten in het Setup-menu / Relais'.Voor aansluiting op het spanningsvrije schakelcontact gebruikt u de contrastekker die bij de inverter is meegeleverd. | |
| (8) Fronius Datamanager met WLAN-antenneofafdekking voor het vak met optionele kaarten | |
| (9) Deksel voor vak met optionele kaarten |
Beschrijving van de LED 'Fronius Solar Net'
De LED 'Fronius Solar Net' brandt:
Voeding voor de datacommunicatie binnen het Fronius Solar Net / Interface Protocol is in orde
De LED 'Fronius Solar Net' knippert om de 5 seconden kort:
Storing bij de datacommunicatie in het Fronius Solar Net
- Te hoge stroom (een stroom van > 3 A, bijvoorbeeld veroorzaakt door kortsluiting in de Fronius Solar Net Ring)
- Te lage spanning (geen kortsluiting, de spanning in het Fronius Solar Net < 6,5 V, bijvoorbeeld als er in het Fronius Solar Net te veel DATCOM-componenten zijn en de voeding onvoldoende is)
In een dergelijk geval is een extra voeding van de Fronius DATCOM-componenten via een externe voedingseenheid (43,0001,1194) aan een van de Fronius DATCOM-componenten noodzakelijk.
Voor het vaststellen van een te lage spanning zo nodig ook andere Fronius DATCOM-componenten op storingen controleren.
Na uitschakeling vanwege een te hoge stroom of een te lage spanning tracht de inverter elke 5 seconden de stroomtoevoer naar het Fronius Solar Net weer te herstellen, zolang de storing nog bestaat.
Als de storing is verholpen, wordt de stroomtoevoer naar het Fronius Solar Net binnen 5 seconden hersteld.
Voorbeeld Registratie en archivering van de omvormer- en sensordata met behulp van de Fronius Datamanager en de Fronius Sensor Box:

Datanetwerk met 3 omvormers en een Fronius Sensor Box:
- Omvormer 1 met Fronius Datamanager
- Omvormer 2 en 3 zonder Fronius Datamanager!
= eindstekker
De externe communicatie (Fronius Solar Net) vindt plaats door de omvormer via het datacommunicatiegedeelte. Het datacommunicatiegedeelte heeft twee RS 422-interfaces als in- en uitgang. De verbinding komt tot stand via RJ45-stekkers.
BELANGRIJK! Omdat de Fronius Datamanager als datalogger fungeert, mag ge- en andere datalogger in de Fronius Solar Net Ring aanwezig zijn.
Per Fronius Solar Net Ring slechts een Fronius Datamanager!
Fronius Symo 3 - 10 kW: Alle overige Fronius Datamanagers uitbouwen en het vrije vak met optionele kaarten met de bij Fronius optioneel verkrijgbare blindafdekking (42,0405,2020) afdekken of een omvormer zonder Fronius Datamanager gebruiken (light-versie).
Fronius Symo 10 - 20 kW, Fronius Eco: Alle overige Fronius Datamanagers uitbouwen en het vrije vak met optionele kaarten door het vervangen van de afdekking (artikelnummer - 42,0405,2094) afdekken of een omvormer zonder Fronius Datamanager gebruiken (light-versie).
Info over multi-functionele stroominterface
Op de multifunctionele stroominterface kunnen meerdere schakelingvarianten worden aangesloten. Deze kunnen echter niet tegelijkertijd worden bediend. Als er bijvoorbeeld een SO-teller op de multifunctionele stroominterface is aangesloten, kan geen signaalcontact voor de overspanningsbeveiliging worden aangesloten (en omgekeerd).
Pin 1 = meetingang: max. 20 mA, 100 ohm meetweerstand (belasting)
Pin 2 = max. kortsluitingsstroom 15 mA, max. nullastspanning 16 V DC of GND
Schakelvariant 1: Signaalcontact voor overspanningsbeveiliging
De optie DC SPD (overspanningsbeveiliging) geeft afhankelijk van de instelling in het menu Basic (submenu Signaal ingang) een waarschuwing of een fout op het display weer. Meer informatie over de optie DC SPD vindt u in de installatiehandleiding.
Schakelvariant 2: SO-teller
Een teller voor het berekenen van het eigenverbruik per SO kan direct op de omvormer worden aangesloten. Deze SO-teller kan worden geplaatst bij het leveringspunt of in de verbruiksleiding.
BELANGRIJK! Het is mogelijk dat de omvormer-firmware bijgewerkt moet worden als u een SO-teller op de omvormer aansluit.

text_image
Pin 2 Pin 1 Pin 2 S0 + Pin 1 S0 -De SO-teller moet voldoen aan de norm IEC62053-31 Klasse B.
Aanbevolen max. impulsfrequentie van de So-teller:
PV-vermogen kWp [kW] max. impulsfrequentie per kWp
30 1000
20 2000
10 5000
≤ 5,5 10000
Met deze teller kan op twee manieren een dynamische vermogensreductie worden doorgevoerd:
- Dynamische vermogensreductie via omvormer voor meer informatie, zie hoofdstuk Dynamische vermogensreductie via om- vormer op pagina 137
- Dynamische vermogensreductie via Fronius Datamanager 2.0 zie voor meer informatie: manuals.fronius.com/html/4204260191/#0_m_0000017472
Dynamische vermogensreductie via omvormer
Energiebedrijven of netwerkbeheerders kunnen terugleveringsbegrenzingen voor een omvormer voorschrijven. De dynamische vermogensreductie houdt daarbij rekening met het eigenverbruik in het eigen huishouden voordat het vermogen van de omvormer gereduceerd wordt.
Een teller voor het berekenen van het eigenverbruik per SO kan direct op de omvormer worden aangesloten - zie hoofdstuk Info over multifunctionele stroominterface op pagina 136
Een terugleveringslimiet kan in het Basic-menu onder Signaalingang - SO-meter worden ingesteld - zie hoofdstuk De Basic-menurecords op pagina 165.
Instelmogelijkheden SO-meter:
- Terugleveringslimiet elektriciteitsnet
Veld voor het invoeren van het maximale terugleveringsvermogen in W. Als deze waarde wordt overschreden, regelt de omvormer binnen de door de nationale normen en voorschriften vereiste tijd terug naar de ingestelde waarde.
- Impulsen per kWh
Veld voor het invoeren van de impulsen per kWh van de SO-teller.
Er is met deze configuratie geen teruglevering mogelijk.
Bij gebruik van de So-teller en vermogensreductie via de omvormer moet de So-teller in de verbruiksafsplitsing zijn ingebouwd.

flowchart
graph TD
A["太阳能电池"] --> B["电表/示波器"]
C["火电塔"] --> D["显示器"]
D --> E["TV"]
E --> F["监控设备"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#ccf,stroke:#333
style E fill:#cfc,stroke:#333
So-teller in verbruiksafsplitting
Als een dynamische vermogensreductie achteraf met de Fronius Datamanager 2.0 wordt geconfigureerd (gebruikersinterface van de omvormer - menu Netwerkbeheerder-editor - dynamische vermogensreductie), moet de dynamische vermogensreductie via de omvormer (Display van de omvormer - Basic-menu - Signaalingang - So-meter) worden gedeactiveerd.
Fronius Datamanager 2.0
Bedieningselementen, aansluitingen en afleesfuncties van Fronius Datamanager 2.0

text_image
(1) (2) (3) (4) (5) A IP B SLAVE MASTER R 130 Ω OFF ON -1 - -10- RS 415 LAN (6)(7)Nr. Functie
(1) Schakelaar IP voor het omschakelen van het IP-adres:
Schakelaarstand A standaard IP-adres en openen van WLAN-toegangspunt
Voor een directe verbinding met een pc via LAN werkt de Fronius Datamanager 2.0 met het vaste IP-adres 169.254.0.180.
Als de schakelaar IP in de stand A staat, wordt daarnaast een to-egangspunt voor een directe WLAN-verbinding met de Fronius Datamanager 2.0 geopend.
Toegangsgegevens voor dit toegangspunt: Netwerknaam: FRONIUS_240.XXXXXX Sleutel: 12345678
Toegang tot de Fronius Datamanager 2.0 is mogelijk:
- met de DNS-naam 'http://datamanager'
- met het IP-adres 169.254.0.180 voor de LAN-interface
- met het IP-adres 192.168.250.181 voor het WLAN-to-egangspunt
Schakelaarstand B toegewezen IP-adres
De Fronius Datamanager 2.0 werkt met een toegewezen IP-adres Fabrieksinstelling dynamisch (DHCP) Het IP-adres kan op de website van Fronius Datamanager 2.0 worden ingesteld.
Nr. Functie
(2) LED WLAN
- knippert groen: de Fronius Datamanager 2.0 staat in de Service-modus
(Schakelaar IP op de Fronius Datamanager 2.0-insteekkaart staat in stand A of de Service-modus werd via het inverter-display geactive-erd, het WLAN-toegangspunt is geopend) - brandt groen: bestaande WLAN-verbinding
- Knippert afwisselend groen/rood: overschrijding van de tijd dat het WLAN-toegangspunt na het activeren is geopend (1 uur)
- brandt rood: niet-bestaande WLAN-verbinding
- knippert rood: defecte WLAN-verbinding
- brandt niet wanneer de Fronius Datamanager 2.0 in de Slave-modus staat
(3) LED Verbinding Solar.web
- brandt groen: bestaande verbinding met Fronius Solar.web
- brandt rood: benodigde, maar niet bestaande verbinding met Fronius Solar.web
- brandt niet: wanneer er geen verbinding met Fronius Solar.web is vereist
(4) LED Voeding
- brandt groen: wanneer er voldoende voeding wordt geleverd via Fronius Solar Net, is Fronius Datamanager 2.0 gereed voor gebruik.
- brandt niet: bij gebrekkige of niet beschikbare voeding door het Fronius Solar Net - een externe voeding is vereist of
wanneer de Fronius Datamanager 2.0 in de Slave-modus staat
- knippert rood: er vindt een update plaats
BELANGRIJK! Tijdens het updateproces de voeding niet onderbreken.
- brandt rood: het update-proces is mislukt
(5) LED Verbinding
- brandt groen: wanneer er een ononderbroken verbinding is binnen 'Fronius Solar Net'
- brandt rood: wanneer er een onderbroken verbinding is binnen 'Fronius Solar Net'
- brandt niet wanneer de Fronius Datamanager 2.0 in de Slave-modus staat
(6) Aansluiting LAN
Blauw gemarkeerde Ethernet-interface voor aansluiting van de Ethernet-kabel
Nr. Functie
(7) I/O's
digitale in- en uitgangen

Uitgang van de interne spanning 12,8 V
of
Ingang voor externe voedingsspanning
12,8 - 24 V DC (+ 20%)
Digitale ingangen: 0 - 3, 4 - 9
Spanningspiek: low = min. 0 V - max. 1,8 V; high = min. 3 V - max. 24 V DC (+ 20%)
Ingangsstroom: afhankelijk van ingangsspanning; ingangsweerstand = 46 kOhm
Digitale uitgangen: 0 - 3
Schakelvermogen bij voeding door de Fronius Datamanager 2.0-insteek-kaart: 3,2 W in totaal voor alle 4 de digitale uitgangen
Schakelvermogen bij voeding door een externe voedingseenheid met min. 12,8 - max. 24 V DC (+20%), aangesloten op Uint/Uext en GND: 1 A, 12,8 - 24 V DC (elk via externe voedingseenheid) per digitale uitgang
De aansluiting op de I/O's vindt plaats met de meegeleverde contrastekker.
(8) Antennevoet
voor vastschroeven van de WLAN-antenne
Nr. Functie
(9) Schakelaar Modbus-afsluiting (voor Modbus RTU)
interne busafsluiting met weerstand van 120 Ohm (ja/nee)
Schakelaar in stand 'on': Afsluitweerstand 120 Ohm actief Schakelaar in stand 'off': geen afsluitweerstand actief

BELANGRIJK! In een RS485-bus moet de afsluitweerstand bij het eerste en laatste apparaat actief zijn.
(10) Schakelaar Fronius Solar Net Master / Slave
voor het schakelen tussen Master- en Slave-bedrijf in een Fronius Solar Net Ring
BELANGRIJK! In het Slave-bedrijf zijn alle LED's op de Fronius Data-manager 2.0-insteekkaart uit.
Fronius Datamanager tijdens de nacht of bij on-voldoende beschikbare DC-spanning
De parameter Nachtmodus in de Setup-menuoptie Display-instellingen is in de fabriek op UIT ingesteld.
Om deze reden is de Fronius Datamanager tijdens de nacht of bij onvoldoende beschikbare DC-spanning niet bereikbaar.
Om de Fronius Datamanager toch te activeren: de inverter aan AC-zijde uit- en weer inschakelen en binnen 90 seconden op een willekeurige functietoets op het display van de inverter drukken.
Zie ook het hoofdstuk 'Menupunten in het Setup-menu', 'Display-instellingen' (Nachtmodus).
Eerste gebruik Met de Fronius Solar.start App wordt het eerste gebruik van de Fronius Datamanager 2.0 aanzienlijk makkelijker. De Fronius Solar.start App is in de betreffende App Store beschikbaar.



Voor het eerste gebruik van de Fronius Datamanager 2.0
- moet de Fronius Datamanager 2.0-insteekkaart in de omvormer ingebouwd zijn, of
- een Fronius Datamanager Box 2.0 moet zich in de Fronius Solar Net Ring bevinden.
BELANGRIJK! Om een verbinding met de Fronius Datamanager 2.0 tot stand te brengen, moet 'Automatisch een IP-adres verkrijgen (DHCP)' bij het betreffende eindapparaat (bijv. laptop, tablet enz.) zijn geactiveerd.
OPMERKING!
Als in de PV-installatie slechts één omvormer aanwezig is, kunnen de volgende stappen 1 en 2 worden overgeslagen.
Het eerste gebruik start in dit geval bij stap 3.
1 Omvormer met Fronius Datamanager 2.0 of Fronius Datamanager Box 2.0 met Fronius Solar Net verbinden
2 Bij een koppeling van meerdere omvormers in Fronius Solar Net:
Schakelaar voor Fronius Solar Net Master / Slave op Fronius Datamanager 2.0-insteekkaart goed zetten
- één omvormer met Fronius Datamanager 2.0 = master
- alle andere omvormers met Fronius Datamanager 2.0 = slave (de LED's op de Fronius Datamanager 2.0-insteekkaarten branden niet)
3 Apparaat in de servicemodus schakelen
- WLAN-toegangspunt via Setup-menu van de omvormer activeren

De omvormer stelt het WLAN-toegangspunt in. Het WLAN-toegangspunt blijft 1 uur geopend. De IP-schakelaar op de Fronius Datamanager 2.0 kan door activering van het WLAN-toegangspunt in schakelaarpositie B blijven.
Installatie via Solar.start App
4 Fronius Solar.start downloaden

5 Fronius Solar.start App uitvoeren
Installatie via webbrowser
4 Eindapparaat aan het WLAN-to-egangspunt koppelen
$$ \begin{array}{l} \text { SSID } = \text { FRONIUS_240.xxxxx(5} \ \text { tot8cijfers) } \end{array} $$
- Naar een netwerk met de naam FRONIUS_240.xxxxx zoeken
- Verbinding met dit netwerk maken
- Wachtwoord 12345678 invoeren
(Of eindapparaat en omvormer met Ethernet-kabel verbinden)
5 In browser het volgende invoeren http://datamanager
of
192.168.250.181 (IP-adres voor WLAN-verbinding)
of
169.254.0.180 (IP-adres voor LAN-verbinding)
De startpagina van de installatiewizard wordt weergegeven.
Hartelijk welkom bij de inbedrijfname-assistent.
In slechts enkele stappen naar een comfortabele systeembewaking.

SOLAR.WEB-ASSISTENT
Verbind de installatie met Fronius Solar web en gebruik onze app voor mobiele apparaten.

TECHNICUS-ASSISTENT
OVERIGE INSTELLINGEN
! Alleen voor getraind personeel of vakpersoneel
De Technicus-assistent is bedoeld voor de installateur en bevat normspecifieke instellingen. De uitvoering van de Technicus-assistent is optioneel.
Als de Technicus-assistent uitgevoerd wordt, zeker het toegewezen Service-wachtwoord noteren. Dit Service-wachtwoord is voor het instellen van de menu-optie Netwerkbeheerder-editor vereist.
Als de Technicus-assistent niet uitgevoerd wordt, zijn er geen regels voor vermogensreductie ingesteld.
De uitvoering van de Fronius Solar.web-assistent is verplicht!
6 Voer de Fronius Solar.web-assistent uit en volg de instructies op het scherm
De Fronius Solar.web-startpagina wordt weergegeven. of
De website van de Fronius Datamanager 2.0 wordt weergegeven.
7 Indien nodig de Technicus-assistent uitvoeren en de instructies op het scherm volgen
Meer informatie over Fronius Datamanager 2.0
Meer informatie over Fronius Datamanager 2.0 en de overige opties voor inbedrijfname vindt u onder:

→ http://www.fronius.com/QR-link/4204260191NL
Bedieningselementen en aanduidingen
Bedieningselementen en aanduidingen

(1) Display voor het weergeven van waarden, instellingen en menu's
Controle- en status-LED's
(2) Initialiserings-LED (rood) brandt - tijdens de initialiseringsfase bij het opstarten van de inverter - wanneer er tijdens het opstarten van de inverter in de initialiseringsfase een hardwaredefect ontstaat
(3) Status-LED (oranje) brandt wanneer - de inverter zich na de initialiseringsfase in de automatische start-up- of zelftestfase bevindt (zodra de solarmodules na zonsopgang voldoende vermogen leveren) - er statuscodes (STATE codes) op het display van de inverter worden weergegeven - de inverter in het Setup-menu in de stand-bymodus werd geschakeld (= handmatige uitschakeling van de terugleveringsmodus) - de software van de inverter bijgewerkt wordt
(4) Bedrijfs-LED (groen) brandt - wanneer de PV-installatie na de automatische startfase van de inverter storingvrij werkt - zolang energie aan het stroomnet wordt geleverd
Functietoetsen - vervullen afhankelijk van procedure verschillende functies:
(5) Toets 'links / op'
voor navigatie naar links en naar boven
(6) Toets 'neer / rechts'
voor navigatie naar beneden en naar rechts
(7) Toets 'Menu / Esc'
voor het wisselen in het menuniveau
voor het verlaten van het Setup-menu
(8) Toets 'Enter'
voor het bevestigen van een keuze
De toetsen werken capacitief. Aanraking met water kan de werking van de toetsen beïnvloeden. Voor een optimale werking van de toetsen eventueel met een doek droogwrijven.
Display De voeding van het display wordt verzorgd via de AC-netspanning. Afhankelijk van de instelling in het menu Setup kan het display de gehele dag ter beschikking staan.
BELANGRIJK! Het display van de inverter is geen geijkt meetapparaat.
Afhankelijk van het systeem kan een geringe afwijking van enkele procenten optreden. Voor het opstellen van een nauwkeurige afrekening voor het energiebedrijf is daarom een geijkte meter vereist.

text_image
| NU | Uitgangsvermogen 2992 w Menuoptie Toelichting parameters Weergave van waarden en eenheden evenals Status-codes Functies van de functietoetsenAfleesbereiken op het display, afleesmodus

text_image
Energie-Manager (**) Inverter-nr. | geheugensymbool | USB-verb.*** Menuoptie Standby Wi-Fi-toegangspunt USB Relais voorafgaande menurecords huidig geselecteerd menurecord volgende menurecords (*) Functies van de functietoetsenAfleesbereiken op het display, Setup-modus
(*) Schuifbalk
(**) Symbool Energie-Manager
wordt weergegeven wanneer de functie 'Energie-Manager' is geactiveerd
Geheugensymbool - wordt kortstondig weergegeven bij het opslaan van de ingestelde waarden,
USB-verbinding wanneer een USB-stick is aangesloten
Navigatie op menuniveau
Displayverlichting activeren
1 Druk op een willekeurige toets
De displayverlichting wordt ingeschakeld.
In de menuoptie SETUP bestaat onder de record 'Instellingen - verlichting' de mogelijkheid om de displayverlichting permanent in te schakelen of continu uit te schakelen.
Automatisch de- activeren van de displayverlicht- ing / Overschakelen naar de afleesmodus 'NU'
Als 2 minuten lang geen toets wordt ingedrukt, dan gaat de displayverlichting automatisch uit en schakelt de inverter de afleesmodus 'NU' in (indien de displayverlichting op 'Automatisch' is ingesteld).
Het automatisch overschakelen naar de afleesmodus 'NU' geschiedt vanuit iedere willekeurige positie tenzij de inverter handmatig in de bedrijfsmodus 'Stand-by' is gezet.
Na het automatisch overschakelen naar de menuoptie 'NU' wordt de huidige teruggeleverde elektriciteit weergegeven.
Menuniveau oproepen

text_image
| NU | Uitgangsvermogen 2992 W1 Druk de knop 'Esc' te verlaten

Het display verandert van menuniveau.
2 Kies met behulp van de knoppen 'links' of 'rechts' de gewenste menuoptie
3 Roep de gewenste menuoptie op door de knop 'Enter' oproepen
De menuopties
- NU
weergave van huidige waarden
- LOG
opgeslagen gegevens van de huidige dag, van actueel kalenderjaar en sinds het eerste gebruik van de inverter
- GRAFIEK
dagdiagram geeft het verloop van het uitvoervermogen tijdens de dag grafisch weer. De schaal van de tijdas past zich automatisch aan. Druk op de knop 'Terug' om de weergave te sluiten
- SETUP
setup-menu
- INFO
informatie over apparaat en software
In de menuoptie NU weergegeven waarden
Uitvoervermogen (W) - afhankelijk van het apparaattype (MultiString) worden na het indrukken van de Enter-toets de afzonderlijke uitvoervermogens voor MPP-tracker 1 en MPP-tracker 2 (MPPT1/MPPT2) weergegeven
AC-blindvermogen (VAr)
Netspanning (V)
Uitgangsstroom (A)
Netfrequentie (Hz)
Solarspanning (V) - U PV1 van MPP-tracker 1 en U PV2 van MPP-tracker 2 (MPPT1 / MPPT2) als MPP-tracker 2 is geactiveerd (zie 'Het menu Basic' - 'De Basic-menurecords')
Zonnestroom (V) - I PV1 van MPP-tracker 1 en I PV2 van MPP-tracker 2 (MPP-T1 / MPPT2) als MPP-tracker 2 is geactiveerd (zie 'Het menu Basic' - 'De Basic-menurecords')
Fronius Eco: De totale stroom uit beide meetkanalen wordt weergegeven. In Solarweb worden beide meetkanalen afzonderlijk weergegeven.
Tijd / Datum - tijd en datum op de inverter of in de Fronius Solar Net Ring
In de menuoptie LOG weergege- ven waarden
Geleverde energie (kWh / MWh)
tijdens de geobserveerde periode aan het stroomnet geleverde energie.
Na het indrukken van de Enter-toets worden de afzonderlijke uitvoervermogens voor MPP-tracker 1 en MPP-tracker 2 (MPPT1 / MPPT2) weergegeven als MPP-tracker 2 is geactiveerd (zie 'Het menu Basic' - 'De Basic-menure-cords')
In verband met verschillende meetmethoden kunnen afwijkingen ten opzichte van afleeswaarden van andere meetapparaten ontstaan. Voor het verrekenen van de geleverde energie zijn alleen de afleeswaarden van de door de elektrici- teitsmaatschappij ter beschikking gestelde, geijkte meter bindend.
Maximaal uitvoervermogen (W)
hoogste, tijdens de geobserveerde periode aan het stroomnet geleverd vermogen.
Na het indrukken van de Enter-toets ◆worden de afzonderlijke uitvoervermogens voor MPP-tracker 1 en MPP-tracker 2 (MPPT1 / MPPT2) weergegeven als MPP-tracker 2 is geactiveerd (zie 'Het menu Basic' - 'De Basic-menure-cords')
Rendement
tijdens de geobserveerde periode verdiend geld
Net als bij de geleverde energie kunnen ook bij Inkomsten afwijkingen ten opzichte van andere meetwaarden ontstaan.
Instelling van munteenheid en rekenkoers wordt in de paragraaf 'Menuopties in het Setup-menu', subpunt 'Energieopbrengst' beschreven.
De werkinstelling hangt van de desbetreffende landinstellingen af.
CO2-besparing
tijdens de geobserveerde periode bespaarde koolstofdioxide
Instelling van de CO2-factor wordt in de paragraaf 'Menuopties in het Setup-menu' subpunt 'CO2-factor' beschreven.
Maximale netspanning (V) [Weergave Fase - Neutraal of Fase - Fase] hoogste tijdens de geobserveerde periode gemeten netspanning Na het indrukken van de Enter-toets worden de afzonderlijke netspanningen aangevoerd
Maximale solarspanning (V) hoogste, tijdens de geobserveerde periode gemeten solarspanning Na het indrukken van de Enter-toets ◆worden de spanningswaarden voor MPP-tracker 1 en MPP-tracker 2 (MPPT1 / MPPT2) weergegeven als MPP-tracker 2 is geactiveerd (zie 'Het menu Basic' - 'De Basic-menurecords')
Bedrijfsuren Bedrijfsduur van de inverter (HH:MM).
BELANGRIJK! Voor de correcte weergave van de dag- en jaarwaarden moet de tijd correct zijn ingesteld.
De menuoptie SETUP
Voorkeursinstel- ling
De inverter is na de volledige uitvoering van de inbedrijfname (bijvoorbeeld met behulp van de installatiewizard) voorgeconfigureerd volgens de landspecifieke setup.
Via de menuoptie SETUP kunnen de voorkeursinstellingen van de inverter eenvoudig worden gewijzigd om zo goed mogelijk aan uw specifieke wensen en eisen te voldoen.
Software-updates
BELANGRIJK! Naar aanleiding van software-updates kunnen functies op uw apparaat beschikbaar zijn die in deze gebruiksaanwijzing niet zijn beschreven (of omgekeerd). Bovendien kunnen enkele afbeeldingen in geringe mate afwijken van de bedieningselementen op uw apparaat. De werking van deze bedieningselementen is echter gelijk.
Navigeren in de menu-optie SET-UP
De menu-optie SETUP openen

In het menuniveau met de knop 'links' of 'rechts' de menuoptie 'SETUP' selecteren
2 De knop 'Enter' te verlaten

Het eerste item van de menu-optie SETUP wordt weergegeven: 'Standby'
Tussen de items bladeren

3 Met de knoppen 'omhoog' of 'omlaag' ♠↓ tussen de beschikbare items blade- ren
Een item verlaten

4 Op de knop 'Terug' drukken om een item → te verlaten
Het menuniveau wordt weergegeven
Indien er 2 minuten geen knop wordt ingedrukt,
- dan schakelt de inverter vanuit iedere willekeurige positie binnen het menuniveau over naar de menu-optie 'NU' (uitzondering: Setup-menu-item'Standby'),
- dan gaat de displayverlichting uit voor zover de displayinstelling Verlichting niet op ON is ingesteld (zie Displayinstellingen - Verlichting).
- De momenteel teruggeleverde elektriciteit wordt weergegeven of de momenteel uitstaande statuscode wordt weergegeven.
Menurecords in- stellen algemeen
1 Open het gewenste menu
2 Selecteer met behulp van de toets 'op' of 'neer' de gewenste record
3 Druk op de toets 'Enter'
De ter beschikking staande instellingen worden weergegeven:
4 Selecteer m.b.v. de toetsen 'op' of 'neer' de gewenste instelling
5 Druk op de toets 'Enter' om de keuze op te slaan en over te nemen.
Druk om de keuze niet op te slaan de toets 'Esc' in.
De eerste positie van een in te stellen waarde knippert:
4 Kies m.b.v. de toets 'op' of 'neer' een getal voor de eerste positie
5 Druk op de toets 'Enter'
De tweede positie van de waarde knippert.
6 Herhaal stap 4 en 5 tot ...
de complete, in te stellen waarde knippert.
7 Druk op de toets 'Enter'
8 Herhaal stappen 4 - 6 zo nodig voor eenheden of andere in te stellen waarden tot de eenheid of de in te stellen waarde knippert.
9 Druk op de toets 'Enter' om de wijzigingen op te slaan en over te nemen.
Druk om de wijzigingen niet op te slaan de toets 'Esc' in.
De actueel geselecteerde record wordt weergegeven.
De actueel geselecteerde record wordt weergegeven.
Toepassingsvo- orbeeld: Tijd in- stellen

text_image
|SET-UP | 1 | DATCOM USB Relais Tijd/datum Display-instelling1 Setup-menu-item 'Tijd / Datum' selecteren
2 De knop 'Enter' ihdrukken

text_image
| SET-UP | 1 | Tijd instellen Datum instellen Weergavenot. tijd Weergavenot. datum Zomer-/wintertijdHet overzicht van de instelbare waarden wordt weergegeven.
3 Met de knoppen 'omhoog' of 'omlaag' 'Tijd instellen' selecteren
4 De knop 'Enter' ♦hdrukken

text_image
|SET-UP | 1 Tijd 10:57:11De tijd wordt weergegeven. (HH:MM:SS, 24-uurs weergave), het cijfer voor de tientallen van de uren knippert.
5 Met de knoppen 'omhoog' of 'omlaag' +- een waarde voor het cijfer voor de tientallen van de uren selecteren
6 De knop 'Enter' ♦hdrukken

text_image
|SET-UP | 1 Tijd 10:57:11Het cijfer voor de eenheden voor de uren knippert.
7 Handeling 5 en 6 voor de eenheden van de uren herhalen voor de minuten en seconden tot ...

de ingestelde tijd knippert.
8 De knop 'Enter' thdrukken

text_image
| SET-UP | 1 | Tijd instellen Datum instellen Weergavenot. tijd Weergavenot. datum Zomer-/wintertijdDe tijd wordt opgeslagen, het overzicht van de instelbare waarden wordt weergegeven.
4 De knop 'Esc' indrukken

text_image
|SET-UP | 1 | DATCOM USB Relais Tijd/datum Display-instellingSetup-menu-item 'Tijd / Datum' wordt weergegeven.
Stand-by Handmatige activering / deactivering van de stand-bymodus
- Er vindt geen teruglevering aan het net plaats.
- De Startup-LED licht oranje op.
- Op het display wordt afwisselend STANDBY/ENTER weergegeven
- In de stand-bymodus kan geen andere menuoptie in het menuniveau worden opgeroepen of ingesteld.
- Het automatisch wisselen naar de afleesmodus 'NU' wordt niet geactiveerd als gedurende 2 minuten geen toets wordt ingedrukt.
- De stand-bymodus kan alleen handmatig door het indrukken van de toets 'Enter' worden beëindigd.
- Tenzij er sprake is van een fout (statuscode) kan de terugleveringsmodus te allen tijde worden hervat door op de toets 'Enter' te drukken
Stand-bymodus instellen (handmatig uitschakelen van de terugleveringsmodus):
1 Het item 'Stand-by' selecteren
2 De functietoets 'Enter' indrukken
Op het display verschijnt afwisselend 'STANDBY' en 'ENTER'.
De stand-bymodus is nu geactiveerd.
De Startup-LED licht oranje op.
Hervatting van de terugleveringsmodus:
In de standby-modus verschijnt op het display afwisselend 'STANDBY' en 'ENTER'.
1 Om de terugleveringsmodus te hervatten, moet u de functietoets 'Enter' indrukken
Het item 'Stand-by' wordt weergegeven.
Parallel daaraan doorloopt de inverter de Startup-fase.
Nadat de terugleveringsmodus weer is ingeschakeld, licht de bedrijfsstatus-LED groen op.
DATCOM Controle van de datacommunicatie, invoer van het inverternummer, protocolinstellingen
Instelbereik Status / Inverternummer / Protocoltype
Status
geeft datacommunicatie via Fronius Solar Net of een in de datacommunicatie opgetreden fout aan
Inverternummer
instelling van het nummer (=adres) van de inverter bij een installatie met meer-dere aan elkaar gekoppelde inverters
Instelbereik 00 - 99 (00 = inverter adres 100)
Fabrieksinstelling 01
BELANGRIJK! Bij het integreren van meerdere inverters in een datacommuni-catiesysteem moet aan iedere inverter een eigen adres worden toegewezen.
Protocoltype
legt vast welk communicatieprotocol de data overbrengt:
Instelbereik Fronius Solar Net / Interface *
Fabrieksinstelling Fronius Solar Net
* Het protocoltype Interface werkt uitsluitend zonder Fronius Datamanager-kaart. Eventueel aanwezige Fronius Datamanager-kaarten moeten uit de inverter worden verwijderd.
USB Firmware-updates uitvoeren of gedetailleerde waarden van de inverter op de USB-stick opslaan
Instelbereik Hardware veilig verwijderen / Software-update / Logginginterval
Hardware veilig verwijderen
Om een USB-stick zonder verlies van data uit de USB A-bus bij de insteekeenheid voor datacommunicatie te trekken.
De USB-stick kan worden verwijderd:
- wanneer het OK-bericht wordt weergegeven
- wanneer de LED 'Data-overdracht' niet meer knippert of brandt
Software-update
voor het actualiseren van de inverter-firmware met behulp van een USB-stick.
Werkwijze:
1 Het firmware-updatebestand 'froxxxx.upd' downloaden (bijv. via http://www.fronius.com; xxxxx staat voor het desbetreffende versienummer)
OPMERKING!
Voor het probleemloos bijwerken van de inverter-software mag de hiervoor bestemde USB-stick geen verborgen partities en geen versleuteling bevatten (zie het hoofdstuk 'Geschikte USB-sticks').
2 Het firmware-updatebestand in het buitenste dataveld op de USB-stick opslaan
3 Deksel van het datacommunicatiegedeelte op de inverter openen
4 USB-stick met het firmware-updatebestand aansluiten op de USB-bus in het datacommunicatiegedeelte van de inverter
5 In het Setup-menu de menuoptie 'USB' en vervolgens 'Software-update' selecteren
6 Op de knop 'Enter' drukken
7 Wachten tot op het display de actuele firmware-versie op de inverter versus de nieuwe firmware-versie wordt weergegeven:
- Eerste pagina: Recerbo-software (LCD), toetsen-controllersoftware (KEY), landensetup versie (Set)
- Tweede pagina: Vermogensfasedeel software (PS1, PS2)
8 Na elke bladzijde de functietoets 'Enter' indrukken
De inverter begint met het kopiëren van de data.
'BOOT' en de opslagvoortgang van de afzonderlijke tests worden in % weergegeven tot de data voor alle elektronische componenten zijn gekopieerd.
Na het kopiëren werkt de inverter een voor een de benodigde elektronische componenten bij.
'BOOT', de desbetreffende componenten en de bijwerkingsvoortgang worden in % weergegeven.
Als laatste stap actualiseert de inverter het display.
Het display blijft gedurende ca. 1 minuut donker, de controle- en status-LED's knipperen.
Nadat het bijwerken van de firmware is afgesloten, schakelt de inverter over naar de startup-fase en vervolgens naar de terugleveringsmodus. De USB-stick met behulp van de functie 'Hardware veilig verwijderen' loskoppelen.
Bij het actualiseren van de inverter-firmware blijven individuele instellingen in het Setup-menu behouden.
Logging-interval
Activeren / deactiveren van de USB-logging-functie, evenals instelling van een logging-interval
Eenheid Minuten
Instelbereik 30 Min / 20 Min / 15 Min / 10 Min / 5 Min / No Log
Fabrieksinstelling 30 min
30 min Het logging-interval bedraagt 30 minuten; elke 30 minu- ten worden er nieuwe logging-data op de USB-stick op- geslagen.
20 min
15 min
10 min
5 min Het logging-interval bedraagt 5 minuten; elke 5 minuten worden er nieuwe logging-data op de USB-stick opgeslagen.
No Log (Geen logboek) Geen opslag van data
BELANGRIJK! Voor een goed werkende USB-logging-functie moet de tijd correct zijn ingesteld. De tijdsinstelling wordt behandeld onder 'Menupunten in het Setup-menu' - 'Tijd / datum'.
Relais (span- ningsvrij scha- kelcontact)
Met behulp van het spanningsvrije schakelcontact (relais) op de inverter kunnen statuscodes (State Codes), de toestand van de inverter (bijv. de terugleveringsmodus) of de functies van de Energy Manager worden weergegeven.
Instelbereik Relaismodus / Relaistest / Inschakelpunt* / Uitschakelpunt*
* wordt alleen weergegeven als onder 'Relaismodus' de functie 'E-Manager' is geactiveerd.
Relaismodus
de volgende functies kunnen via de relaismodus worden afgebeeld:
- alarmfunctie (permanent / ALL / GAF)
- actieve uitgang (ON / OFF)
- Energy Manager (E-Manager)
Instelbereik ALL / permanent / GAF / OFF / ON / E-Manager
Fabrieksinstelling ALL
Alarmfunctie:
ALL / permanent: Schakelen van het spanningsvrije schakelcontact bij permanente en tijdelijke servicecodes (bijv. korte onderbreking van de terugleveringsmodus, een servicecode treedt vaker dan een bepaald aantal keer per dag op - instelbaar in het menu 'BASIC')
GAF Zodra de modus GAF is geselecteerd, wordt het relais ingeschakeld. Zodra het vermogensdeel een fout meldt en van de normale terugleveringsmodus op een fouttoestand overgaat, wordt het relais geopend. Daardoor kan het relais voor alle faalveilige functies worden gebruikt.
Mogelijke toepassing
Bij gebruik van eenfasige inverters op een meerfasige locatie kan een fasecorrectie nodig zijn. Wanneer bij een of meer inverters een fout optreedt en de verbinding met het net wordt verbroken, moet de verbinding van de andere inverters eveneens worden verbroken om het fasenevenwicht te behouden. De 'GAF' relaisfunctie kan in verbinding met de Datamanager of een extern beschermingsapparaat worden gebruikt om op te merken of door te geven dat een inverter niet wordt teruggeleverd of van het stroomnet wordt afgesloten, en om de overige inverters via een commando op afstand eveneens van het stroomnet af te sluiten.
Actieve uitgang:
ON ('AAN'): Het spanningsvrije NOC-schakelcontact is continu ingeschakeld zolang de inverter in bedrijf is (zolang het display verlicht is of iets weergeeft).
OFF ('UIT'): Het spanningsvrije NOC-schakelcontact is uitgeschakeld.
Energy Manager:
E-Manager: Raadpleeg voor meer informatie over de functie Energy Manager het hoofdstuk 'Energy Manager'.
Relaistest
Controleren of het spanningsvrije schakelcontact periodiek schakelt
Inschakelpunt (alleen bij geactiveerde functie 'Energy Manager')
voor het instellen van de vermogenslimiet die bepaalt wanneer het spanningsvrije schakelcontact moet worden ingeschakeld
Fabrieksinstelling 1.000 W
Instelbereik ingesteld uitschakelpunt tot het maximale vermogen van de inverter (W of kW)
Uitschakelpunt (alleen bij geactiveerde functie 'Energy Manager')
voor het instellen van de vermogenslimiet die bepaalt wanneer het spanningsvrije schakelcontact moet worden uitgeschakeld
Fabrieksinstelling 500
Instelbereik O tot ingesteld inschakelpunt van de inverter (W of kW)
Energy Manager (in menu-optie Relais)
Met behulp van de functie Energy Manager (E-Manager) kan het spanningsvrije schakelcontact zo worden aangestuurd dat dit als actor fungeert.
Zodoende kan een op het spanningsvrije schakelcontact aangesloten verbruiker worden aangestuurd door instelling van een in- of uitschakelpunt dat afhankelijk is van het aan het net geleverde vermogen (werkelijk vermogen).
Het spanningsvrije schakelcontact wordt automatisch uitgeschakeld:
- als de inverter geen stroom levert aan het openbare stroomnetwerk
- als de inverter handmatig in de stand-bymodus wordt gezet
- als er een werkelijk vermogen wordt voorgeschreven dat < 10% van het nominale vermogen van de inverter bedraagt.
Voor het activeren van de functie Energy Manager het punt 'E-Manager' selecteren en op de toets 'Enter' drukken.
Als de functie 'Energy Manager' actief is, wordt linksboven op het display het symbool 'Energy Manager' weergegeven:
- bij uitgeschakeld spanningsvrij schakelcontact NO (open contact)
bij ingeschakeld spanningsvrij schakelcontact NC (gesloten contact)
Voor het deactiveren van de functie Energy Manager een andere functie (ALL / Permanent / OFF / ON) selecteren en op de toets 'Enter' drukken.
OPMERKING!
Instructies voor het instellen van het in- en uitschakelpunt
Een te klein verschil tussen het in- en uitschakelpunt evenals schommelingen in het werkelijke vermogen kunnen tot frequente schakelcycli leiden.
Om frequent in- en uitschakelen te voorkomen, moet het verschil tussen het in- en uitschakelpunt minimaal 100 - 200 W zijn.
Houd bij het kiezen van het uitschakelpunt rekening met de vermogensopname van de aangesloten verbruiker.
Houd bij het kiezen van het inschakelpunt rekening met weersinvloeden en de verwachte zoninstraling.
Voorbeeld
Inschakelpunt = 2000 W, uitschakelpunt = 1800 W
Als de inverter ten minste 2.000 W of meer levert, wordt het spanningsvrije schakelcontact van de inverter ingeschakeld.
Als het vermogen van de inverter daalt tot onder 1.800 W, wordt het spanningsvrije schakelcontact uitgeschakeld.
Interessante toepassingsmogelijkheden, zoals een warmtepomp of een airco met zoveel mogelijk eigen verbruik, kunnen met dit systeem snel worden gerealiseerd
Tijd / datum Instellen van tijd, datum, weergaveformaten en automatische omschakeling van de zomer- en wintertijd
Instelbereik Tijd instellen / Datum instellen / Weergaveformaat tijd / Weergaveformaat datum / Zomer-/wintertijd
Tijd instellen
Instelling van tijd (uu:mm:ss of uu:mm am/pm - afhankelijk van instelling onder weergaveformaat tijd)
Datum instellen
Instelling van datum (dd.mm.jjjj of mm/dd/jjjj - afhankelijk van instelling onder weergaveformaat datum)
Weergaveformaat tijd
Instelling van het weergaveformaat voor de tijd
Fabrieksinstelling afhankelijk van de landspecifieke setup
Weergaveformaat datum
Instelling van het weergaveformaat voor de datum
Instelbereik mm/dd/yyyy of dd.mm.yy
Fabrieksinstelling afhankelijk van de landspecifieke setup
Zomer-/wintertijd
Activeren / deactiveren van het automatisch omschakelen van zomertijd en wintertijd
BELANGRIJK! Gebruik de automatische zomer-/wintertijdomschakeling alleen als er in een Fronius Solar Net Ring geen LAN- of WLAN-compatibele systeem-componenten aanwezig zijn (bijv. Fronius Datalogger Web, Fronius Datamanager of Fronius Hybrid Manager).
Instelbereik on (aan) / off (uit)
Fabrieksinstelling on (aan)
BELANGRIJK! Het correct instellen van de tijd en datum is voorwaarde voor de correcte weergave van de dag- en jaarwaarden evenals de daggrafiek.
Display-instellingen
Instelbereik Taal / Nachtmodus / Contrast / Verlichting
Taal
Instelling van de displaytaal
Instelbereik Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Nederlands, Ts- jechisch, Slowaaks, Hongaars, Pools, Turks, Portugees, Roemeens
Nachtmodus
De nachtmodus stuurt de Fronius DATCOM en de displayfunctie van de inverter aan tijdens de nacht of bij onvoldoende DC-spanning
Instelbereik AUTO / ON (AAN) / OFF (UIT)
Fabrieksinstelling OFF ('UIT')
AUTO: De Fronius DATCOM-functie is altijd actief zolang een Fronius Datamanager op een actief, ononderbroken Fronius Solar Net is aangesloten. Het display van de inverter is tijdens de nacht donker en kan worden geactiveerd door op een willekeurige functietoets te drukken.
ON De Fronius DATCOM-functie is altijd actief. De inverter stelt de 12 ('AAN' VDC spanning voor de voeding van het Fronius Solar Net zonder onderbreking ter beschikking. Het display is altijd actief.
BELANGRIJK! Is de Fronius DATCOM-nachtmodus bij aangesloten Fronius Solar Net-componenten ingesteld op AAN of op AUTO, dan wordt het stroomverbruik van de inverter gedurende de nacht verhoogd tot 7 W.
OFF Geen Fronius DATCOM-bedrijf 's nachts, de inverter heeft daarom ('UIT'): 's nachts geen netspanning nodig om Fronius Solar Net van stroom te voorzien. Het display van de inverter is 's nachts uitgeschakeld, de Fronius Datamanager is dan niet beschikbaar. Om de Fronius Datamanager toch te activeren: de inverter aan AC-zijde uit- en weer inschakelen en binnen 90 seconden op een willekeurige functietoets op het display van de inverter drukken.
Contrast
Instelling van het contrast op het display van de inverter
Instelbereik 0 - 10
Fabrieksinstelling 5
Omdat het contrast temperatuurafhankelijk is, kunnen wisselende omgevingsvoorwaarden de instelling van de menu-optie 'Contrast' noodzakelijk maken.
Verlichting
Instelling van de displayverlichting van de inverter
De menu-optie 'Verlichting' betreft uitsluitend de achtergrondverlichting van het display van de inverter.
Instelbereik AUTO / ON (AAN) / OFF (UIT)
Fabrieksinstelling AUTO
AUTO: De displayverlichting van de inverter wordt door het indrukken van een willekeurige toets ingeschakeld. Wordt 2 minuten lang geen toets ingedrukt, dan gaat de displayverlichting weer uit.
ON De displayverlichting van de inverter is bij actieve inverter permanent ingeschakeld. ):
OFF De displayverlichting van de inverter is permanent uitgeschakeld. ('UIT'):
Energieop-brengst
De volgende instellingen kunnen hier worden gewijzigd/ingesteld:
- Teller afwijking / kalibratie
- Valuta
- Leveringstarief
- CO2-factor
Instelbereik Valuta / Voedingstarief
Teller afwijking / kalibratie kalibreren van de teller
Valuta
instelling van de valuta
Instelbereik 3 posities, A-Z
Verrekentarief
instelling van valuta en verrekentarief voor de vergoeding van de geleverde energie
Instelbereik 2 cijfers, 3 decimaaltekens
Fabrieksinstelling (afhankelijk van de landspecifieke setup)
CO2-factor
instelling van de CO2-factor van de geleverde energie
Ventilatoren voor het controleren van de werking van de ventilatoren
Instelbereik Test ventilator 1 / Test ventilator 2 (afhankelijk van apparaat)
- selecteer de gewenste ventilator met de toetsen 'op' en 'neer'
- Het testen van de geselecteerde ventilator wordt door het indrukken van de toets 'Enter' gestart.
- De ventilator draait zo lang tot het menu door het indrukken van de toets 'Esc' wordt verlaten.
BELANGRIJK! Op het display van de inverter wordt weergegeven of de ventilator in orde is. Of de ventilator goed functioneert, kan alleen worden gecontroleerd door te horen en te voelen.
De menuoptie INFO
Meetwaarden PV Iso. - Isolatieweerstand van PV-installatie
ext. Lim. - external Limitation
U PV 1 / U PV 2 (U PV 2 is bij de Fronius Symo 15.0-3 208 niet beschikbaar)
Huidige DC-spanning op de DC-ingangsklemmen, ook wanneer de inverter in het geheel niet aan het stroomnet levert (van 1e of 2e MPP-tracker)
* MPP-tracker 2 moet via het Basic-menu geactiveerd (ON) zijn
GVDPR - Netspanningsafhankelijke vermogensreductie
Fan #1 - procentuele waarde van het nominale ventilatorvermogen
Status ver- mog.mod.
BELANGRIJK! Op grond van een zwakke zoninstraling verschijnen elke ochtend en avond logischerwijs de statuscode STATE 306 (Power low) en STATE 307 (DC low). Aan deze statuscodes ligt momenteel geen fout ten grondslag.
Status van de laatst opgetreden storing in de inverter kan worden weergegeven.
- Na het indrukken van de toets 'Enter' worden de status van de vermogens-module en de laatst opgetreden storing weergegeven
- Blader met behulp van de toets 'op' of 'neer' door de lijst
- Druk de toets 'Terug' in om de status- en storingslijst te verlaten
Netstatus De 5 laatst opgetreden netstoringen kunnen worden weergegeven:
- Na het indrukken van de toets 'Enter' worden de 5 laatst opgetreden netstoringen weergegeven
- Met behulp van de toets 'op' of 'neer' door de lijst bladeren
- Druk de toets 'Terug' in om de lijst met netstoringen te verlaten
Apparaatinfor- matie
Voor het weergeven van instellingen die relevant zijn voor een energiebedrijf. De weergegeven waarden zijn afhankelijk van de betreffende landspecifieke setup of van apparaatspecifieke instellingen van de omvormer.
Algemeen: Apparaattype - exacte naam van de omvormer
Fam. - omvormerfamilie van de omvormer
Serienummer - serienummer van de omvormer
Landinstelling: Setup - ingestelde landspecifieke setup
Version - versie van de landspecifieke setup
Origin activated - geeft aan dat de normale landinstelling is geactiveerd.
Group - groep voor het bijwerken van de omvormer-software
MPP-tracker:
Tracker 1 - weergave van het ingestelde trackinggedrag (MPP AUTO / MPP USER / FIX)
Tracker 2 (alleen bij Fronius Symo met uitzondering van Fronius Symo 15.0-3 208) - weergave van het ingestelde trackinggedrag (MPP AUTO / MPP USER / FIX)
| Netmonitoring:GMTi - Grid Monitoring Time - opstarttijd van de omvormer in sec (seconden)GMTr - Grid Monitoring Time reconnect - herinschakeltijd in sec (seconden) na een netstoringULL - U (spanning) Longtime Limit - spanningsgrenswaarde in V (Volt) voor de gemiddelde spanningswaarde gedurende 10 minutenLLTrip - Longtime Limit Trip - activeringstijd voor ULL-monitoring: hoe snel de omvormer moet uitschakelen | |
| Netspanning-grens-waarden interne grenswaarde: | Umax- hoogste interne netspanningswaarde in V (volt)TTMax- Trip Time Max - activeringstijd voor overschrijding van de bovenste interne netspanning-grenswaarde in cyl*Umin- laagste interne netspanningswaarde in V (volt)TTMin- Trip Time Min - activeringstijd voor onderschrijding van de onderste interne netspanning-grenswaarde in cyl* |
| Netspanning-grens-waarden externe grenswaarde | UMax- hoogste externe netspanningswaarde in V (volt)TTMax- Trip Time Max - activeringstijd voor overschrijding van de bovenste externe netspanning-grenswaarde in cyl*UMin- laagste externe netspanningswaarde in V (volt)TTMin- Trip Time Min - activeringstijd voor onderschrijding van de onderste externe netspanning-grenswaarde in cyl* |
| Lichtnetfrequentie-grenzen: | FILmax- hoogste interne lichtnetfrequentiewaarde in Hz (Hertz)FILmin- laagste interne lichtnetfrequentiewaarde in Hz (Hertz)FOLmax- hoogste externe lichtnetfrequentiewaarde in Hz (Hertz)FOLmin- laagste externe lichtnetfrequentiewaarde in Hz (Hertz) |
| Q-modus: weergave welke blindvermogensinstelling momenteel op de omvormer is ingesteld (bijv. OFF, Q / P, enz.) | |
| AC-vermogensgrens inclusief weergave softstart en/of AC- lichtnetfrequentie derating: | Max PAC- maximaal uitvoervermogen dat kan worden gewijzigd met de functie 'Manual Power Reduction' (Handmatige vermogensreductie)GPIS- Gradual Power Incrementation at Startup - weergave (%/sec) of de softstart-functie op de omvormer is geactiveerdGFDPRe- Grid Frequency Dependent Power Reduction enable limit - geeft de ingestelde lichtnetfrequentiewaarde in Hz (Hertz) weer: vanaf wanneer er een vermogensreductie plaatsvindtGFDPRv- Grid Frequency Dependent Power Reduction derating gradient - geeft de ingestelde lichtnetfrequentiewaarde in %/Hz aan: hoe sterk de vermogensreductie is |
| AC-spanningsderating: | GVDPRe- Grid Voltage Depending Power Reduction enable limit - drempelwaarde in V vanaf welke de spanningsafhankelijke vermogensreductie begintGVDPRv- Grid Voltage Depending Power Reduction derating gradient - re-ductiegradiënt in %/V waarmee het vermogen wordt gereduceerdMessage– geeft aan of de verzending van een infobericht via Fronius Solar Net geactiveerd is |
^* cyl = netperioden (cycli); 1 cyl komt overeen met 20 ms bij 50 Hz of 16,66 ms bij 60 Hz
Versie Weergave van het versienummer en serienummer van in de inverter ingebouwde printplaten (bijvoorbeeld voor servicedoeleinden)
Weergavebereik Display / Display Software / Checksum SW / Datageheugen / Datageheugen #1 / Vermogensmodule / Vermogensmodule SW / EMV-filter / Power Stage #3 / Power Stage #4
Toetsenblokkering in- en uitschakelen
Algemeen De inverter is met een toetsenblokkeerfunctie uitgerust.
Bij geactiveerde 'Setup Lock' functie kan het Setup-menu niet worden opgeroepen, bijvoorbeeld als beveiliging tegen onbedoeld verstellen van de setup-gegevens.
Voor het activeren / deactiveren van de toetsenblokkeerfunctie moet de code 12321 worden ingegeven.
Toetsenblokke- ring in- en uit- schakelen

1 Druk de knop 'Menu' te verlaten Het menuniveau wordt weergegeven.
2 Druk de niet-voorgeprogrammeerde knop 'Menu / Esc' 5x in □□□□

text_image
CODE Toegangscode - 0000 + - +In het menu 'CODE' wordt 'Toegangscode' weergegeven, de eerste positie knippert.
3 Voer de code 12321 in: Kies met behulp van de knoppen 'plus' of 'min' de waarde voor de eerste positie van de code
4 De knop 'Enter' te verlaten

text_image
| CODE | Toegang:code 12321De tweede positie knippert.
5 Herhaal handeling 3 en 4 voor de tweede, derde, vierde en vijfde positie van de code tot ...
de ingestelde code knippert.
6 De knop 'Enter' te verlaten

text_image
| VERGR | Set-upmenu blokkeren OFF + - + +In het menu 'LOCK' (Vergrendelen) wordt 'Toetsblokkering' weergegeven.
7 Kies met behulp van de knoppen 'plus' of 'min' de knopblokkering in of uit:
ON (AAN) = knopblokkering is ingeschakeld (de menuoptie SETUP kan niet worden opgeroepen)
OFF (UIT) = knopblokkering is uitgeschakeld (de menuoptie SETUP kan worden opgeroepen)
8 De knop 'Enter' te verlaten
USB-stick als datalogger en voor het actualiseren van de invertersoftware
USB-stick als datalogger
Een op de USB A-bus aangesloten USB-stick kan als datalogger voor een inverter fungeren.
De op de USB-stick opgeslagen logging-data kunnen te allen tijde
- via het meegelogde FLD-bestand in de software Fronius Solar.access worden geïmporteerd,
- via het meegelogde CSV-bestand direct in de programma's van andere aanbieders (bijvoorbeeld Microsoft® Excel) worden bekeken.
Oudere versies (tot Excel 2007) hebben een regelbeperking van 65536 tekens.
Meer informatie over "Data op de USB-stick", "Datahoeveelheid en opslagcapaciteit" en "Buffergeheugen" vindt u onder:
Fronius Symo 3 - 10 kW:

→ http://www.fronius.com/QR-link/4204260172DE
Fronius Symo 10 - 20 kW, Fronius Eco:

→ http://www.fronius.com/QR-link/4204260175DE
Passende USB-sticks
Door het grote aantal op de markt verkrijgbare USB-sticks kan niet worden gega-randeerd dat iedere USB-stick door de inverter wordt herkend.
Fronius adviseert uitsluitend gecertificeerde, voor industrieel gebruik geschikte USB-sticks te gebruiken (let op het USB-IF-logo!).
De inverter ondersteunt USB-sticks met de volgende bestandssystemen:
- FAT12
- FAT16
- FAT32
Fronius raadt aan de gebruikte USB-sticks alleen te gebruiken voor het registre- ren van loggingdata of voor het bijwerken van de invertersoftware. De USB-sticks mogen geen andere data bevatten.
USB-symbool op het inverterdisplay, bijvoorbeeld in de afleesmodus 'NU':

text_image
1 NU Uitgangsvermögen 2992wHerkent de inverter een USB-stick, dan wordt rechtsboven op het display het USB-symbol weergegeven.
Bij het aanbrengen van de USB-stick erop letten of het USB-symbol wordt weergegeven (kan ook knipperen).
Opmerking! Let er bij buitentoepassingen op dat de functie van gebruikelijke USB-sticks vaak slechts in een beperkt temperatuurbereik is gegarandeerd. Stel bij buitentoepassingen veilig dat de USB-stick bijv. ook bij lage temperaturen werkt.
USB-stick voor het bijwerken van de inverter- software

Met behulp van de USB-stick kunnen ook eindgebruikers via het Setup-menu de software van de inverter bijwerken: het update-bestand wordt van te voren op de USB-stick opgeslagen en vanaf de USB-stick naar de inverter gekopieerd.
USB-stick ver- wijderen
Opmerking m.b.t. de veiligheid voor het verwijderen van een USB-stick:

BELANGRIJK! Om het verlies van data te voorkomen, mag een aangesloten USB-stick alleen onder de volgende voorwaarden worden verwijderd:
- alleen via de menuoptie SETUP, menurecord 'USB / Hardw. veilig verw.'
- wanneer de LED 'Data-over-dracht' niet meer knippert of brandt.
Het Basic-menu
Het Basic-menu openen

1 De knop 'Menu' -ndrukken
Het menuniveau wordt weergegeven.
2 Druk de niet-voorgeprogrammeerde knop 'Menu / Esc' 5x in □□□□

text_image
CODE Toegangscode - 0000 + - + ↓In het menu 'CODE' wordt 'Access Code' (Toegangscode) weergegeven, de eerste positie knippert.
3 Voer de code 22742 in: Kies met behulp van de knoppen 'plus' of 'min' de waarde voor de eerste positie van de code
4 De knop 'Enter' ♦hdrukken

text_image
| CODE | Toepang:code | 22742De tweede positie knippert.
5 Herhaal handeling 3 en 4 voor de tweede, derde, vierde en vijfde positie van de code tot ...
de ingestelde code knippert.
6 De knop 'Enter' ♦hdrukken
Het Basic-menu wordt weergegeven.
7 Kies met behulp van de knoppen 'plus' of 'min' het gewenste item
8 Bewerk het geselecteerde item door de knop 'Enter' ◀h te drukken
9 Om het Basic-menu te verlaten, de knop 'Esc' -ndrukken
De Basic-men-urecords
In het Basic-menu worden de volgende voor de installatie en het bedrijf van de omvormer belangrijke parameters ingesteld:
- MPP-tracker 2: ON / OFF (AAN / UIT) (alleen bij MultiMPP Tracker-apparaten met uitzondering van Fronius Symo 15.0-3 208)
- DC-bedrijfsmodus: MPP AUTO / FIX / MPP USER
- MPP AUTO: normale bedrijfstoestand; de omvormer zoekt automatisch het optimale werkpunt
- FIX: voor het invoeren van een vaste DC-spanning waarmee de omvormer werkt
- MPP USER: voor het invoeren van de laagste MP-spanning waarvandaan de omvormer zijn optimale werkpunt zoekt
- Herstelspanning: voor invoeren van herstelspanning
- MPPT-startspanning: voor invoeren van startspanning
USB-logboek
Activeren of deactiveren van de functie, alle foutmeldingen op een USB-stick opslaan AUTO / OFF / ON (AUTOM. / UIT / AAN)
- 'ON' (AAN): Alle foutmeldingen worden automatisch op een aangesloten USB-stick opgeslagen.
Signaalingang
- Werkwijze: Ext Sig. / So-Meter / OFF Werkwijze Ext Sig.:
- Type activering: Warning (waarschuwing wordt op display weergegeven) / Ext. Stop (omvormer wordt uitgeschakeld)
- Type aansluiting: N/C (normally closed, verbreekcontact) / N/O (normally open, maakcontact)
Werkwijze SO-meter - zie hoofdstuk Dynamische vermogensreductie via omvormer op pagina 137.
- Terugleveringslimiet elektriciteitsnet
Veld voor het invoeren van het maximale terugleveringsvermogen in W. Als deze waarde wordt overschreden, regelt de omvormer binnen de door de nationale normen en voorschriften vereiste tijd terug naar de ingestelde waarde. - Impulsen per kWh
Veld voor het invoeren van de impulsen per kWh van de SO-teller.
SMS / Relais
- Gebeurtenisvertraging
voor het invoeren van de tijdsvertraging waarmee een SMS wordt verstuurd of het relais moet schakelen 900 - 86.400 seconden - Gebeurtenissenteller:
voor het invoeren van aantal gebeurtenissen dat tot signalering leidt: 10 - 255
Isolatie-instelling
- Isolatiewaarschuwing: ON / OFF
- Drempelwaarde waarschuwing: voor het invoeren van een drempelwaarde die een waarschuwing tot gevolg heeft
- Drempelwaarde fout: voor het invoeren van een drempelwaarde die een fout tot gevolg heeft (niet in alle landen beschikbaar)
TOTAL Reset
zet in de menuoptie LOG de max. en de min. spanningswaarden evenals de max. teruggeleverde elektriciteit weer op nul.
Het terugzetten van de waarden kan niet ongedaan worden gemaakt.
Om de waarden weer op nul te zetten, drukt u de toets 'Enter' in.
'BEVESTIGEN' wordt weergegeven.
Druk de toets 'Enter' opnieuw in.
De waarden worden teruggezet, het menu wordt weergegeven
Instellingen bij ingebouwde op-tie "DC SPD"
Als de optie: DC SPD (overspanningsbeveiliging) in de inverter ingebouwd is, moeten de volgende menupunten standaard ingesteld worden:
Type aansluiting: N/C

De inverter spanningsloos maken en weer inscha- kelen
Inverter stroom-loos schakelen

text_image
1 AC~ OFF OFF 2 ON- Schakel de veiligheidsschakelaar van de kabel uit.
- Zet de DC-scheidingsschakelaar in de stand 'Uit'.
Voer de eerder genoemde stappen in omgekeerde volgorde uit om de inverter weer in bedrijf te stellen.
Statusdiagnose en storingen opheffen
Weergave van statuscodes
De inverter beschikt over een systeemzelfdiagnose die een groot aantal mogelijke fouten zelfstandig herkent en op het display weergeeft. Hierdoor kunnen defecten van de inverter en de PV-installatie alsmede installatie- en bedieningsfouten snel worden opgespoord.
Indien de systeemzelfdiagnose een concrete fout heeft gevonden, wordt de bijbehorende statuscode op het display weergegeven.
BELANGRIJK! Kortstondig aangegeven statuscodes kunnen gevolg zijn van het regelgedrag van de inverter. Werkt de inverter vervolgens storingsvrij verder, dan is geen fout aanwezig.
Volledig uitval- len van het dis- play
Blijft het display langere tijd na zonsopgang donker:
- AC-spanning op aansluitingen van inverter controleren: de AC-spanning moet 220/230 V (+ 10% / - 5%) respectievelijk 380/400 V (+ 10% / - 5%) bedragen.
Statuscodes in de e-Manual
De meest recente statuscodes zijn te vinden in de e-Manual-versie van deze bedieningshandleiding:https://manuals.fronius.com/html/4204101909/de.html#o_t_0000000061

text_image
manuals.fronius.com/htm- l/4204101909/#0_t_0000 000061 STATE CODES Fronius Symo / EcKlantenservice BELANGRIJK! Neem contact op met uw Fronius leverancier of een door Fronius geschoolde servicemonteur, wanneer
- een storing vaak of permanent optreedt
- een storing optreedt die niet in de tabellen is vermeld
Exploitatie in omgevingen met een sterke sto- fontwikkeling
Bij exploitatie van de inverter in omgevingen met een sterke stofontwikkeling: zo nodig de koellichamen en ventilatoren aan de achterzijde van de vermogensmodule, evenals de inlaatluchtopeningen in de montagesteun met schone perslucht uitblazen.
Technische gegevens
Algemene gegevens en veiligheidsvoorzieningen Fronius Symo 3.0-3 - 20.0-3, Fronius Eco 25.0-3 - 27.0-3
| Algemene gegevens | |
| Koeling Geregelde geforceerde ventilatie | |
| Beschermingsklasse IP 65 (Symo | 3.0-3 - 8.2-3)IP 66 (Symo 10.0-3 - 20.0-3)IP 66 (Eco 25.0-3 - 27.0-3) |
| Afmetingen h x b x d 645 x 431 x | 204 mm (Symo 3.0-3 - 8.2-3)725 x 510 x 225 mm (Symo 10.0-3 - 20.0-3)725 x 510 x 225 mm (Eco 25.0-3 - 27.0-3) |
| Toelaatbare omgevingstemperatuur | -25 °C - +60 °C |
| Toelaatbare luchtvochtigheid 0 - | 100% |
| EMV-emissieklasse B | |
| Overspanningscategorie DC / AC | 2 / 3 |
| Vervuilingsgraad 2 | |
| Omvormertopologie niet geïsoleerd, zonder transformator | |
| Veiligheidsvoorzieningen | |
| DC-isolatiemeting geïntegreerd | |
| Gedrag bij DC-overbelasting Werkpuntverschuiving, vermogensbegrenzing | |
| DC-scheidingsschakelaar geïntegreerd | |
| Lekstroombeveiliging geïntegreerd | |
| Actieve eilandherkenning | Frequentieverschuivingsmethode |
| Fronius Symo | 3.0-3-S | 3.7-3-S | 4.5-3-S |
| Ingangsgegevens | |||
| MPP-spanningsbereik | 200 - 800 V DC | 250 - 800 V DC | 300 - 800 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2 / -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC | ||
| Min. ingangsspanning | 150 V DC | ||
| Max. ingangsstroom | 16 A | ||
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator 8) | 24 A | ||
| Max. terugleveringsstroom van de om-vormer naar het PV-veld3) | 32 A (RMS)4) | ||
| Uitgangsgegevens | |||
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) | 3000 W | 3700 W | 4500 W |
| Fronius Symo 3.0-3-S 3.7-3-S 4.5-3-S | |||
| Max. uitvoervermogen 3000 W 3700 W | 4500 W | ||
| Nominaal schijnvermogen 3000 VA 3700 | VA 4500 VA | ||
| Nominale netspanning 3~ NPE 400 / 230 | V of 3~ NPE 380 / 220 V | ||
| Min. netspanning 150 V / 260 V | |||
| Max. netspanning 280 V / 485 V | |||
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V | 4,5 / 4,3 A 5,6 / | 5,4 A 6,8 / 6,5 A | |
| Max. uitgangsstroom 9 A | |||
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz 1) | ||
| Initiële kortsluitingswisselstroom / fa-se Ik | 9 A | ||
| Totale harmonische vervorming < 3% | |||
| Vermogensfactor cos phi | 0,7 - 1 ind./cap.2) | ||
| Inschakelstroom 5) | 38 A / 2 ms | ||
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijdsduur | 21,4 A / 1 ms | ||
| Algemene gegevens | |||
| Maximaal rendement | 98% | ||
| Europ. rendement | 96,2% | 96,7% | 97% |
| Eigenverbruik 's nachts | < 0,7 W en < 3 VA | ||
| Gewicht | 16 kg | ||
| Geluidsemissie | 58,3 dB(A) ref. 1pW | ||
| Fronius Symo | 3.0-3-M 3.7-3-M 4.5-3-M | ||
| Ingangsgegevens | |||
| MPP-spanningsbereik | 150 - 800 V DC | 150 - 800 V DC | 150 - 800 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2/ -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC | ||
| Min. ingangsspanning | 150 V DC | ||
| Max. ingangsstroom | 2 x 16,0 A | ||
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator (MPPT1 / MPPT2)8) | 31 A / 31 A | ||
| Max. terugleveringsstroom van de om-vormer naar het PV-veld3) | 48 A (RMS)4) | ||
| Uitgangsgegevens | |||
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) | 3000 W 3700 | W 4500 W | |
| Max. uitvoervermogen 3000 W 3700 W | 4500 W | ||
| Nominaal schijnvermogen 3000 VA 3700 | VA 4500 VA | ||

| Fronius Symo 3.0-3-M 3.7-3-M 4.5-3-M | |||
| Nominale netspanning 3~ NPE 400 / 230 V of 3~ NPE 380 / 220 | |||
| Min. netspanning 150 V / 260 V | |||
| Max. netspanning 280 V / 485 V | |||
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V | 4,6 / 4,4 A 5,6 / | 5,4 A 6,8 / 6,5 A | |
| Max. uitgangsstroom 13,5 A | |||
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz 1) | ||
| Initiële kortsluitingswisselstroom / fa-se IK | 13,5 A | ||
| Totale harmonische vervorming < 3% | |||
| Vermogensfactor cos phi | 0,85 - 1 ind./cap.2) | ||
| Inschakelstroom 5) | 38 A / 2 ms | ||
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijdsduur | 24 A / 6,6 ms | ||
| Algemene gegevens | |||
| Maximaal rendement 98% | |||
| Europ. rendement 96,5% 96,9% 97,2% | |||
| Eigenverbruik 's nachts < 0,7 W en < 3 VA | |||
| Gewicht | 19,9 kg | ||
| Geluidsemissie | 59,5 dB(A) ref. 1 pW | ||
| Fronius Symo 5.0-3-M 6.0-3-M 7.0-3-M | |||
| Ingangsgegevens | |||
| MPP-spanningsbereik | 163 - 800 V DC | 195 - 800 V DC | 228 - 800 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2 / -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC | ||
| Min. ingangsspanning | 150 V DC | ||
| Max. ingangsstroom | 2 x 16,0 A | ||
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator (MPPT1 / MPPT2)8) | 31 A / 31 A | ||
| Max. terugleveringsstroom van de om-vormer naar het PV-veld3) | 48 A (RMS)4) | ||
| Uitgangsgegevens | |||
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) | 5000 W | 6000 W | 7000 W |
| Max. uitvoervermogen | 5000 W | 6000 W | 7000 W |
| Nominaal schijnvermogen | 5000 VA | 6000 VA | 7000 VA |
| Nominale netspanning 3~ NPE 400 / 230 V of 3~ NPE 380 / 220 | |||
| Min. netspanning 150 V / 260 V | |||
| Fronius Symo 5.0-3-M 6.0-3-M 7.0-3-M | |||
| Max. netspanning 280 V / 485 V | |||
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V | 7,6 / 7,3 A 9,1 / | 8,7 A 10,6 / 10,2 A | |
| Max. uitgangsstroom 13,5 A | |||
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz ^1) | ||
| Initiële kortsluitingswisselstroom / fa-se IK | 13,5 A | ||
| Totale harmonische vervorming < 3% | |||
| Vermogensfactor cos phi | 0,85 - 1 ind./cap. ^2) | ||
| Inschakelstroom ^5) | 38 A / 2 ms | ||
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijdsduur | 24 A / 6,6 ms | ||
| Algemene gegevens | |||
| Maximaal rendement 98% | |||
| Europ. rendement 97,3% 97,5% 97,6% | |||
| Eigenverbruik 's nachts < 0,7 W en < 3 VA | |||
| Gewicht | 19,9 kg | 19,9 kg | 21,9 kg |
| Geluidsemissie | 59,5 dB(A) ref. 1 pW | ||
| Fronius Symo | 8.2-3-M |
| Ingangsgegevens | |
| MPP-spanningsbereik (PV1 / PV2) | 267 - 800 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2 / -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC |
| Min. ingangsspanning | 150 V DC |
| Max. ingangsstroom (I PV1 / I PV2) | 2 x 16,0 A |
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator (MPPT1 / MPPT2)8) | 31 A / 31 A |
| Max. terugleveringsstroom van de omvormer naar het PV-veld3) | 48 A (RMS)4) |
| Uitgangsgegevens | |
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) | 8200 W |
| Max. uitvoervermogen | 8200 W |
| Nominaal schijnvermogen | 8200 VA |
| Nominale netspanning | 3~ NPE 400 / 230 V of 3~ NPE 380 / 220 |
| Min. netspanning | 150 V / 260 V |
| Max. netspanning | 280 V / 485 V |
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V | 12,4 / 11,9 A |
| Max. uitgangsstroom | 13,5 A |
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz1) |

| Fronius Symo 8.2-3-M | |
| Initiële kortsluitingswisselstroom / fase IK | 13,5 A |
| Totale harmonische vervorming < 3% | |
| Vermogensfactor cos phi | 0,85 - 1 ind./cap.2) |
| Inschakelstroom 5) | 38 A / 2 ms |
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijdsduur 24 A / 6,6 ms | |
| Algemene gegevens | |
| Maximaal rendement 98% | |
| Europ. rendement 97,7% | |
| Eigenverbruik 's nachts < 0,7 W en < 3 VA | |
| Gewicht 21,9 kg | |
| Geluidsemissie 59,5 dB(A) ref. 1 pW | |
| Fronius Symo 10.0-3-M 10.0-3-M-OS 12.5-3-M | |||
| Ingangsgegevens | |||
| MPP-spanningsbereik | 270 - 800 V DC | 270 - 800 V DC | 320 - 800 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2 / -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC | 900 V DC | 1000 V DC |
| Min. ingangsspanning | 200 V DC | ||
| Max. ingangsstroom (MPP1 / MP-P2)(MPP1 + MPP2) | 27,0 / 16,5 A (14 A voor spanningen < 420 V)43,5 A | ||
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator (MPP1 / MPP2)8) | 56 / 34 A | ||
| Max. terugleveringsstroom van de omvormer naar het PV-veld3) | 40,5 / 24,8 A (RMS)4) | ||
| Uitgangsgegevens | |||
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) | 10.000 W | 10.000 W | 12.500 W |
| Max. uitvoervermogen | 10.000 W | 10.000 W | 12.500 W |
| Nominaal schijnvermogen | 10.000 VA | 10.000 VA | 12.500 VA |
| Nominale netspanning | 3~ NPE 400 / 230 V of 3~ NPE 380 / 220 | ||
| Min. netspanning | 150 V / 260 V | ||
| Max. netspanning | 280 V / 485 V | ||
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V | 15,2 / 14,4 A | 15,2 / 14,4 A | 18,9 / 18,1 A |
| Max. uitgangsstroom | 20 A | ||
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz1) | ||
| Fronius Symo 10.0-3-M 10.0-3-M-OS 12.5-3-M | |||
| Initiële kortsluitingswissel-stroom / fase IK | 20 A | ||
| Totale harmonische vervorming < 1,75% < 1,75% < 2% | |||
| Vermogensfactor cos phi | 0 - 1 ind./cap.2) | ||
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijdsduur | 64 A / 2,34 ms | ||
| Algemene gegevens | |||
| Maximaal rendement 97,8% | |||
| Europ. rendement UDCmin / UDC-nom / UDCmax | 95,4% / 97,3% / 96,6% | 95,4% / 97,3% / 96,6% | 95,7% / 97,5% / 96,9% |
| Eigenverbruik 's nachts 0,7 W en 117 VA | |||
| Gewicht 34,8 kg | |||
| Geluidsemissie 65 dB(A) (ref. 1 pW) | |||
| Fronius Symo 15.0-3-M 17.5-3-M 20.0-3-M | |||
| Ingangsgegevens | |||
| MPP-spanningsbereik | 320 - 800 V DC | 370 - 800 V DC | 420 - 800 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2/ -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC | ||
| Min. ingangsspanning | 200 V DC | ||
| Max. ingangsstroom (MPP1 / MPP2) (MPP1 + MPP2) | 33,0 / 27,0 A51,0 A | ||
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator (MPP1 / MPP2)8) | 68 / 56 A | ||
| Max. terugleveringsstroom van de om-vormer naar het PV-veld3) | 49,5 / 40,5 A | ||
| Uitgangsgegevens | |||
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) | 15.000 W | 17.500 W | 20.000 W |
| Max. uitvoervermogen | 15.000 W | 17.500 W | 20.000 W |
| Nominaal schijnvermogen | 15.000 VA | 17.500 VA | 20.000 VA |
| Nominale netspanning | 3~ NPE 400 / 230 V of 3~ NPE 380 / 220 | ||
| Min. netspanning | 150 V / 260 V | ||
| Max. netspanning | 280 V / 485 V | ||
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V | 22,7 / 21,7 A | 26,5 / 25,4 A | 30,3 / 29 A |
| Max. uitgangsstroom | 32 A | ||
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz1) | ||
| Initiële kortsluitingswisselstroom / fase IK | 32 A | ||

| Fronius Symo 15.0-3-M 17.5-3-M 20.0-3-M | |||
| Totale harmonische vervorming < 1,5% < 1,5% < 1,25% | |||
| Vermogensfactor cos phi | 0 - 1 ind./cap.2) | ||
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijdsduur | 64 A / 2,34 ms | ||
| Algemene gegevens | |||
| Maximaal rendement 98% | |||
| Europ. rendement UDCmin / UDCnom / UDCmax | 96,2% / 97,6% / 97,1% | 96,4% / 97,7% / 97,2% | 96,5% / 97,8% / 97,3% |
| Eigenverbruik 's nachts 0,7 W en 117 VA | |||
| Gewicht 43,4 kg | |||
| Geluidsemissie 65 dB(A) (ref. 1 pW) | |||
| Fronius Eco 25.0-3-S 27.0-3-S | ||
| Ingangsgegevens | ||
| MPP-spanningsbereik | 580 - 850 V DC | 580 - 850 V DC |
| Max. ingangsspanning (bij 1000 W / m2 / -10 °C in nullastbedrijf) | 1000 V DC | |
| Min. ingangsspanning | 580 V DC | |
| Max. ingangsstroom | 44,2 A | 47,7 A |
| Max. kortsluitingsstroom PV-generator 8) | 98 A | |
| Max. terugleveringsstroom van de omvor-mer naar het PV-veld 3) | 48 A (RMS)4) | |
| Startingangsspanning | 650 V DC | |
| Max. capaciteit van de PV-generator naar aarde | 5000 nF | 5400 nF |
| Grenswaarde van de isolatieweerstandstest tussen PV-generator en aarde (bij levering) 7) | 100 kΩ | |
| Instelbaar bereik van isolatieweerstands-test tussen PV-generator en aarde 6) | 100 - 10.000 kΩ | |
| Grenswaarde en uitschakeltijd van plotse-linge reststroombewaking (bij levering) | 30 / 300 mA / ms60 / 150 mA / ms90 / 40 mA / ms | |
| Grenswaarde en uitschakeltijd van conti-nue reststroombewaking (bij levering) | 300 / 300 mA / ms | |
| Instelbaar bereik van continue reststroom-bewaking 6) | - mA | |
| Cyclische herhaling van isolatieweer-standstest (bij levering) | 24 h | |
| Instelbaar bereik voor cyclisch herhalen van isolatieweerstandstest | - | |
| Fronius Eco 25.0-3-S 27.0-3-S | ||
| Uitgangsgegevens | ||
| Nominaal uitvoervermogen (Pnom) 25.000 W | 27.000 W | |
| Max. uitvoervermogen 25.000 W 27.000 W | ||
| Nominaal schijnvermogen 25.000 VA 27.000 | VA | |
| Nominale netspanning 3~ NPE 400 / 230 V of 3~ NPE 380 / 220 | ||
| Min. netspanning 150 V / 260 V | ||
| Max. netspanning 275 V / 477 V | ||
| Nominale uitgangsstroom bij 220 / 230 V 37,9 / 36,2 A 40,9 / 39,1 A | ||
| Max. uitgangsstroom 42 A | ||
| Nominale frequentie | 50 / 60 Hz1) | |
| Totale harmonische vervorming | < 2% | |
| Vermogensfactor cos phi | 0 - 1 ind./cap.2) | |
| Max. uitgangsdifferentieelstroom per tijds-duur | 46 A / 156,7 ms | |
| Algemene gegevens | ||
| Maximaal rendement | 98% | |
| Europ. rendement UDCmin / UDCnom / UDCmax | 97,99% / 97,47% / 97,07% | 97,98% / 97,59% / 97,19% |
| Eigenverbruik 's nachts | 0,61 W en 357 VA | |
| Gewicht (light-versie) | 35,69 kg (35,44 kg) | |
| Geluidsemissie | 72,5 dB(A) (ref. 1 pW) | |
| Inschakelstroom 5) | 65,7 A / 448 μs | |
| Veiligheidsvoorzieningen | ||
| Max. overstroombeveiliging | 80 A | |
WLAN
| WLAN | |
| Frequentiebereik | 2.412 - 2.462 MHz |
| Gebruikte kanalen / vermogen | Kanaal: 1-11 b,g,n HT20Kanaal: 3-9 HT40<18 dBm |
| Modulatie | 802.11b: DSSS (1 Mbps DBPSK, 2 Mbps DQPSK, 5,5/11 Mbps CCK)802.11g: OFDM (6/9 Mbps BPSK, 12/18 Mbps QPSK, 24/36 Mbps 16-QAM, 48/54 Mbps 64-QAM)802.11n: OFDM (6,5 BPSK, QPSK, 16-QAM, 64-QAM) |
Verklaring van de voetnoten
1) Vermelde waarden zijn standaard waarden; afhankelijk van de bestelling wordt de omvormer speciaal op het betreffende land afgestemd.
2) Afhankelijk van landspecifieke setup of apparaatspecifieke instellingen (ind. = inductief; cap. = capacitief)
3) Maximale stroom van een defect zonnepaneel naar alle andere zonnepanelen. Van de omvormer zelf naar de PV-zijde van de omvormer is het O A.
4) Veiliggesteld door de elektrische constructie van de omvormer
5) Piekstroom bij inschakelen van de omvormer
6) Vermelde waarden zijn standaard waarden; deze waarden moeten afhankelijk van de eisen en het PV-vermogen worden aangepast.
7) Vermelde waarde is een maximale waarde; als de maximale waarde wordt overschreden, kan dit de werking negatief beïnvloeden.
8) I_SC PV = I_SC max ≥ I_SC (STC) × 1,25 na bijv.: IEC 60364-7-712, NEC 2020, AS/NZS 5033:2021
Geïntegreerde DC-scheidings- schakelaar Fronius Symo 3.0 - 8.2
| Productnaam Benedict LS32 E 77 | 67 |
| Toegekende isolatiespanning 1000 V DC | |
| Toegekende doorgangsweerstand | 8 kV |
| Geschikt voor isolatie Ja, alleen DC | |
| Gebruikscategorie en/of PV-gebruikscategorie | volgens IEC/EN 60947-3 gebruikscategorie DC-PV2 |
| Toegekende korte-duurstroom-weerstand (Icw) | Toegekende korte-duurstroomweerstand (Icw): 1000 A |
| Toegekend kortsluitingsinscha-kelvermogen (Icm) | Toegekend kortsluitingsinschakelvermogen (Icm): 1000 A |
| Toegekende bedrijfsstroom en toegekend uitschakelvermogen | Toegekende bedrijfsspanning (Ue) [V d.c.] | Toegekende bedrijfsstroom (Ie) [A] | I(make) / I(break) [A] | Toegekende bedrijfsstroom (Ie) [A] | I(make) / I(break) [A] |
| 1P | 1P | 2P | 2P | ||
| ≤ 500 14 56 32 128 | |||||
| 600 8 32 27 108 | |||||
| 700 3 12 22 88 | |||||
| 800 3 12 17 68 | |||||
| 900 2 8 12 48 | |||||
| 1000 | 2 | 8 | 6 | 24 | |
Geïntegreerde DC-scheidings- schakelaar Fro- nius Symo 10.0 - 12.5
| Productnaam Benedict LS32 E 78 | 57 |
| Toegekende isolatiespanning 1000 V DC | |
| Toegekende doorgangsweerstand | 8 kV |
| Geschikt voor isolatie Ja, alleen DC | |
| Gebruikscategorie en/of PV-gebruikscategorie | volgens IEC/EN 60947-3 gebruikscategorie DC-PV2 |
| Toegekende korte-duurstroomweerstand (Icw) | Toegekende korte-duurstroomweerstand (Icw): 1000 A voor 2-polig, 1700 A voor 2+2-polig |
| Toegekend kortsluitingsinschakelvermogen (Icm) | Toegekend kortsluitingsinschakelvermogen (Icm): 1000 A voor 2-polig, 1700 A voor 2+2-polig |
| Toegekend uitschakel-vermogen | Toegekende bedrijfsspan- ning (Ue) [V d.c.] | Toegekende bedrijfsstroom (Ie) [A]2P | I(make) / I(break) [A]2P | Toegekende bedrijfsstroom (Ie) [A]2 + 2P | I(make) / I(break) [A]2 + 2P |
| ≤ 500 32 128 | 50 200 | ||||
| 600 27 108 | 35 140 | ||||
| 700 22 88 | 22 88 | ||||
| 800 17 68 | 17 68 | ||||
| 900 12 48 | 12 48 | ||||
| 1000 6 24 | 6 24 |
Geïntegreerde DC-scheidings- schakelaar Fron- nius Symo 15.0 - 20.0, Fronius Eco
| Productnaam Benedict LS32 E 7858 | |
| Toegekende isolatiespanning 1000 V DC | |
| Toegekende doorgangsweerstand | 8 kV |
| Geschikt voor isolatie Ja, alleen DC | |
| Gebruikscategorie en/of PV-gebruikscategorie | volgens IEC/EN 60947-3 gebruikscategorie DC-PV2 |
| Toegekende korte-duurstroom-weerstand (Icw) | Toegekende korte-duurstroomweerstand (Icw): 1400 A voor 2-polige, 2400 A voor 2+2 polig |
| Toegekend kortsluitingsinscha-kelvermogen (Icm) | Toegekend kortsluitingsinschakelvermogen (Icm): 1400 A voor 2-polige, 2400 A voor 2+2 polig |
| Toegekend uitschakel-vermogen | Toegekende bedrijfsspan- ning (Ue) [V d.c.] | Toegekende bedrijfsstroom (Ie) [A]2P | I(make) / I(break) [A]2P | Toegekende bedrijfsstroom (Ie) [A]2 + 2P | I(make) / I(break) [A]2 + 2P |
| ≤ 500 55 220 | 85 340 | ||||
| 600 55 220 | 75 300 | ||||
| 700 55 220 | 60 240 | ||||
| 800 49 196 | 49 196 | ||||
| 900 35 140 | 35 140 | ||||
| 1000 20 80 | 25 100 |
Aangehouden normen en richtlijnen
CE-aanduiding
Aan alle vereiste en geldende normen en richtlijnen ten aanzien van de geldende EU-richtlijn wordt voldaan, zodat de apparatuur het CE-aanduiding draagt.
Schakeling ter voorkoming van eilandwerking
De inverter beschikt over een goedgekeurde schakeling ter voorkoming van e- landwerking.
Netuitval
De standaard in de inverter geïntegreerde meet- en veiligheidsprocedures zorgen ervoor dat bij een netuitval (uitschakeling door het energiebedrijf of leidingschade) de levering aan het net onmiddellijk wordt onderbroken.
Garantiebepalingen en verwijdering
Fronius-fab-rieksgarantie
Gedetailleerde, landspecifieke garantievoorwaarden zijn beschikbaar op internet: www.fronius.com/solar/warranty
Om de volledige garantieperiode voor uw nieuw geïnstalleerde Fronius-inverter of -opslag te krijgen, registreert u zich op: www.solarweb.com.
Verwijdering Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moet conform Europese richtlijnen en nationale wetgeving gescheiden worden ingezameld en op een milieuvriendelijke manier worden gerecycled. Gebruikte apparaten moeten bij de dealer of via een plaatselijk, erkend inzamel- en afvoersysteem worden ingeleverd. Een correcte afvoer van het oude apparaat bevordert een duurzame recycling van materiële hulpbronnen. Het negeren ervan kan leiden tot mogelijke gezondheids-/milieueffecten.

