KT 66 BL - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KT 66 BL METABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KT 66 BL METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KT 66 BL - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KT 66 BL van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING KT 66 BL METABO
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 29
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
1. Conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze invalcirkelzagen, geïdentificeerd door middel van type en serienummer *1), voldoet aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 4.
De invalcirkelzaag is geschikt voor het zagen van hout, kunststof of soortgelijke materialen. Er mag geen metaal mee worden gezaagd, afgezien van dun aluminium plaatwerk (dunner dan 2 mm) en met aluminium afgewerkte hout- en verlijmde panelen.
Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik.
De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen.
3. Algemene veiligheidsinstructies

Let voor uw veiligheid en die van het elektrische gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool!

WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico op letsel te verminderen.

WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen,eldingen en technische specificaties die en met dit elektrische gereedschap
worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen met het oog op toekomstig gebruik.
Geef uw elektrische gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
4. Speciale veiligheidsinstructies
4.1 Het zagen

a) GEVAAR: Kom met uw handen niet in het zaagbereik of aan het zaagblad. Houd uw tweede hand de extra handgreep of het prhuis vast. Wanneer u het zaagblad met te handen vasthoudt, kan het zaagblad geen i aan uw handen veroorzaken.
b) Kom met uw handen niet onder het werkstuk. Onder het werkstuk kan de beschermkap u niet beschermen tegen het zaagblad.
c) Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er dient minder dan een volle tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn.
d) Houd het te zagen werkstuk nooit in uw hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele ondergrond. Het is van belang het werkstuk goed te bevestigen om het risico van lichamelijk contact, het klemmen van het zaagblad of het verlies van controle zo veel mogelijk tegen te gaan.
e) Accugereedschap: Houd het elektrisch gereedschap vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert, waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen kan raken. Contact met een spanningsvoerende leiding zet ook de metalen apparaatonderdelen van het elektrisch gereedschap onder spanning en leidt tot een elektrische schok.
e) Kabelgebonden geredschap: Houd het elektrisch gereedschap vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert, waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen stroomkabel kan raken. Contact met een spanningsvoerende leiding zet ook de metalen apparaatonderdelen van het elektrisch gereedschap onder spanning en leidt tot een elektrische schok.
f) Gebruik bij het zagen in de lengterichting altijd een aanslag of een rechte kantgeleiding. Hierdoor wordt de zaagprecisie verbeterd en de mogelijkheid dat het zaagblad klemt tegengegaan.
g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met de juiste opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen scheef en leiden tot verlies van controle.
h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-onderlegschijfjes of -schroeven. De zaagblad-onderlegschijfjes en -schroeven zijn speciaal voor uw zaag geconstrueerd, met het oog op optimale prestaties en veiligheid.
4.2 Terugslag - oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstructies
- Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een zaagblad dat blijft haken, klemt of verkeerd is afgesteld. Deze reactie leidt ertoe dat een ongecontroleerde zaag omhoog komt en zich uit het werkstuk in de richting van de bediener beweegt.
- Wanneer het zaagblad blijft haken of klem komt te zitten in de zich sluitende zaagvoeg, raakt het geblokkeerd. Door de motorkracht wordt de zaag dan in de richting van de bediener teruggeslagen;
- Wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd afgesteld, dan kunnen de tanden van de achterste zaagbladkant in het houten oppervlak blijven haken, waardoor het zaagblad uit de zaagvoeg naar buiten komt en terugspringt in de richting van de bediener.
NEDERLANDSnl
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de zaag. Deze kan worden verhinderd door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven.
a) Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in een dergelijke positie dat u de kracht van de terugslag kunt opvangen. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad en zorg ervoor dat het nooit in één lijn met uw lichaam komt. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar achteren springen, maar de bediener kan de terugslagkrachten beheersen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen.
b) Indien het zaagblad beklemd raakt of u het werk onderbreekt, schakel de zaag dan uit en houd hem rustig in het materiaal totdat het zaagblad tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of hem naar achteren te trekken zolang het zaagblad beweegt, anders kan er een terugslag plaatsvinden. Stel de oorzaak van het beklemd raken van het zaagblad vast en hef deze op.
c) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Blijft het zaagblad haken, dan kan het uit het werkstuk komen of een terugslag veroorzaken op het moment dat de zaag opnieuw wordt gestart.
d) Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaagvoeg als bij de rand.
e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd afgestelde tanden resulteren door een te nauwe zaagvoeg in een grotere wrijving, het klemmen van het zaagblad en een terugslag.
f) Trek voor het zagen de zaagdiepte- en zaaghoekinstellingen vast. Wanneer u tijdens het zagen de instellingen verandert, kan het zaagblad beklemd raken en treedt er mogelijk een terugslag op.
g) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij invalidnes in bestaande wanden of andere gebieden waarvan u niet weet wat zich daarin bevindt. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
4.3 Functie van de beschermkap
a) Controleer voor ieder gebruik altijd of de beschermkap correct sluit. Gebruik de zaag niet wanneer de beschermkap niet vrij kan bewegen en niet direct sluit. Klem of maak de beschermkap nooit vast; hierdoor is het zaagblad onbeschermd. Wanneer de zaag per ongeluk op de grond valt, kan de beschermkap worden verbogen. Zorg ervoor dat de beschermkap zich vrij beweegt en bij geen enkele snijhoek en -diepte het zaagblad of andere delen raakt.
b) Controleer de toestand en functie van de
veer van de beschermkap. Gebruik de zaag niet
zolang de beschermkap en veer niet correct
functioneren. Door beschadigde onderdelen,
kleverige afzettingen of ophopingen van spanen
werkt de onderste beschermkap trager.
c) Beveilig de grondplaat van de zaag bij een 'dompelsnede' die niet in een rechte hoek wordt uitgevoerd tegen zijdelings verschuiven. Een zijdelings verschuiven kan het aandrijfwiel vast laten klemmen en zodoende een terugslag veroorzaken.
d) Leg de zaag nooit op de werkbank of op de vloer zolang het zaagblad niet wordt bedekt door de beschermkap. Door een onbeschermd, nalopend zaagblad wordt de zaag tegen de zaagrichting in bewogen en zaagt hij wat hij op zijn weg tegenkomt. Let hierbij op de nalooptijd van het zaagblad.
4.4 Overige veiligheidsvoorschriften
Gebruik geen kleine slijpschijven.
Pak de draaiende onderdelen van de machine niet vast! Verwijder spaanders en dergelijke uitsluitend bij een stilstaande machine.

Draag een geschikt stofmasker.

Draag gehoorbescherming.

Draag een veiligheidsbril.
De hendel (14) alleen bij een verwijderd accupack/uitgetrokken netsnoer en helemaal naar boven gezwenkt motorgedeelte draaien.
Het zaagblad mag niet door zijwaartse tegendruk worden afgeremd.
Het beweeglijke motorgedeelte moet vrij bewogen kunnen worden en automatisch, gemakkelijk en exact in de eindstand terugkeren. Het mag tijdens het zagen niet worden vastgeklemd.
Bij het zagen van materialen met sterke stofontwikkeling moet de machine regelmatig gereinigd worden. Het correct functioneren van de veiligheidsinrichtingen (bijv. het beweeglijk motorgedeelte) moet gewaarborgd zijn.
Er mogen geen materialen worden gebruikt waarbij tijdens de bewerking stoffen of dampen vrijkomen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid (bijv. asbest).
Controleer het werkstuk op vreemde voorwerpen. Tijdens het werk steeds erop letten dat er niet in spijkers e.d. gezaagd wordt.
Bij blokkeren van het zaagblad onmiddellijk de motor uitschakelen.
Probeer niet om extreem kleine werkstukken te zagen.
Tijdens het bewerken moet het werkstuk goed vastliggen en beveiligd zijn tegen verschuiven.
Verharste of met lijmresten vervuilde zaagbladen schoonmaken. Vuile zaagbladen leiden tot een hogere wrijving, het beklemd raken van het zaagblad en een verhoogd risico van terugslag.
Zorg ervoor dat de zaagtanden niet oververhit raken. Voorkom dat het materiaal bij het zagen van kunststof smelt. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal.
Voor het reinigen (bijv. van het afzuigkanaal) moet het gereedschap worden uitgeschakeld, het zaagblad stil staan en het accupack worden verwijderd/de stekker uit het stopcontact worden getrokken.
Accupack uit het gereedschap halen / stekker uit het stopcontact trekken voordat u het gereedschap instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt.
De stofbelasting verminderen:
WAARSCHUWING - Sommige stofdeeltjes die worden geproduceerd bij het schuren, zagen, slijpen, boren en ander werk bevatten chemicaliën waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn:
- lood van loodhoudende verf,
- mineraalstof van bakstenen, cement en andere metselwerkmaterialen, en
- arseen en chroom uit chemisch behandeld hout. Het risico dat u hierbij loopt varieert, afhankelijk van hoe vaak u met dit soort werk bezig bent. Om de blootstelling aan deze chemicaliën te verminderen: Werk in een goed geventileerde ruimte en werk met goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers die speciaal zijn ontwikkeld voor het filteren van microscopische deeltjes.
Dit geldt ook voor stof van andere materialen, zoals sommige houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Andere bekende ziektes zijn bijvoorbeeld allergische reacties, aandoeningen van de luchtwegen. Laat geen stof in uw lichaam komen.
Neem de richtlijnen en nationale voorschriften in acht die van toepassing zijn op uw materiaal, personeel, toepassing en locatie (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvoer).
Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar ze ontstaan en voorkom dat ze neerslaan in de omgeving.
Gebruik geschikte toebehoren voor speciale werkzaamheden. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht.
Gebruik een geschikte stofafzuiging.
Verminder de stofbelasting door:
- de vrijkomende deeltjes en de afvoerluchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of omstanders of op neergeslagen stof te richten,
-
een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken,
-
de werkplek goed te ventileren en schoon te houden door te stofzuigen. Vegen of blazen wervelt het stof op.
- Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.
4.5 Speciale veiligheidsinstructies voor accumachines:
Bij een defecte machine dient u het accupack uit de machine te halen.

Accupacks tegen vocht beschermen!
Geen defecte of vervormde accupacks gebruiken!

Accupacks niet aan vuur blootstellen!
Accupacks niet openen!
Contacten van de accupacks niet aanraken of kortsluiten!
Het accupack uit de machine nemen wanneer deze niet wordt gebruikt.
Accupack uit de machine nemen, voordat instel- of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden.
Verzeker u ervan dat de machine bij het insteken van het accupack uitgeschakeld is.

Uit defecte Li-ion-occupacks kan een licht zure, brandbare vloeistof lekken!

Wanneer accuvloeistof eruit lekt en met de huid in aanraking komt, onmiddellijk onder stromend water afspoelen. Wanneer er
accuvloeistof in uw ogen terecht komt, was deze dan uit met schoon water en zoek onmiddellijk een arts op voor behandeling!
Op de verzending van Li-ion accupacks is het voorschrift voor het transport van gevaarlijke stoffen (UN 3480 en UN 3481) van toepassing. Voor het versturen van Li-ion accupacks moet u informatie inwinnen omtrent de actueel geldende voorschriften. Vraag eventueel ook informatie op bij uw transportbedrijf. Gecertificeerde verpakking is bij Metabo verkrijgbaar.
Verstuur accupacks alleen als de behuizing onbeschadigd is en er geen vloeistof uit lekt. Voor het verzenden haalt u het accupack uit de machine. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren).
5. Overzicht
Zie pag. 2, en 3. Afbeelding dient als voorbeeld.
1 2 vergrendelarmen (voor de parallelle aanslag)
2 Zaaglijnaanwijzer
3 Stelschroef (voor het instellen van de 45°-zaagbladhoek).
4 Schaal (hoek voor schuin zagen)
5 2 borgschroeven (schuin zagen)
6 Ondersnijdingsknop
NEDERLANDSnl
7 Stelschroef (voor het instellen van de 0°-zaagbladhoek).
8 Markering (voor het aflezen van de zaagbreedte tijdens het gebruik van de parallelle aanslag)
9 Afleesrand "FS" (zaagdiepte aflesen bij het gebruik van de geleiderail "FS")
10 Afleesrand (zaagdiepte aflezen)
11 Handgreep
12 Handgreep (extra greep) (motorbehuizing kan als alternatief een extra greep zijn)
13 Vergrendelknop (zaagdiepte instellen)
14 Hendel (voor het wisselen van het zaagblad)
15 Draaiknop (voor het instellen van een
spelingsvrije bevestiging op de geleiderails)
16 Geleidingsplaat
17 Blokkeerknop
18 Drukschakelaar
19 Ontgrendeling accu-pack*
20 Elektronische signaalindicatie *
21 Stelknop voor de voorinstelling van het
toerental
22 Knop voor de indicatie van de capaciteit *
23 Capaciteits- en signaalindicatie *
24 Accupack *
25 Zeskantsleutel/opbergvak voor zeskantsleutel
26 Geleidingsgroeven voor het plaatsen van de machine op de geleiderails van diverse fabrikanten
27 Stofzak
28 Afsluitstuk (afzuigaansluiting/spaanafvoer)
29 Stelknop voor de fijnafstelling van de zaagdiepte
30 Beschermglas
31 Zaagblad-bevestigingsschroef
32 Buitenste zaagbladflens
33 Zaagblad
34 Binnenste zaagbladflens
* afhankelijk van het model
6. Inbedrijfstelling, instellen
6.1 Speciaal voor accugereedschap:
Accupack uit de machine nemen, voordat instel- of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden. Verzeker u ervan dat de machine bij het insteken van het accupack uitgeschakeld is.
Accu-pack
Wij raden het gebruik aan van een LiHD-occupack met minimum 5,5 Ah. Bij gebruik van andere accupacks moet rekening worden gehouden met een verminderd vermogen.
Het accupack (24) voor gebruik opladen.
Laad het accupack bij vermogensverlies weer op.
U vindt de instructies voor het opladen van het accupack in de gebruiksaanwijzing van de Metabolader.
Bij Li-Ion-occupacks met capaciteits- en
signaalindicatie (23) (afhankelijk van de uitvoering):
- Druk op knop (22) waarna de laadtoestand wordt aangegeven door de led-lampen.
- Wanneer een led-lampje knippert, is het accupack bijna leeg en moet weer worden opgeladen.
Verwijderen:
Toets voor de accupack-ontgrendeling (19) indrukken en accupack (24) eruit trekken.
Plaatsen:
Accupack (24) erop schuiven totdat het vast klikt.
6.2 Speciaal voor kabelgebonden elektrisch gereedschap:
Vergelijk vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje aangegeven spanning en frequentie overeenkomen met de netspanning.
Schakel altijd een voor alle stroomsoorten gevoelige aardlekschakelaar type B (RCD) met een max. inschakelstroom van 30 mA voor het gereedschap.
Altijd de stekker uit het stopcontact halen voordat er instellingen of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
6.3 Zaagdiepte instellen
De meest effectieve instelling van de zaagdiepte is zodanig dat de tanden van het zaagblad met niet meer dan een halve tandhoogte onder het werkstuk uitsteken. Zie afb. pagina 2.
In mm-stappen instellen:
Vergrendelknop (13) indrukken en verschuiven. Aan de afleesrand (10) de ingestelde zaagdiepte aflezen.
(Bij gebruik van de geleiderails "FS" aan de afleesrand-"FS" (9) aflezen.)
Fijnafstelling (voor zeer nauwkeurige instelling van de zaagdiepte):
Door het draaien van de stelknop (29) kan de zaagdiepte zeer fijn worden ingesteld.
De nauwkeurige zaagdiepte door afmeten van het uitstekende zaagblad vaststellen of door een proefsnede het resultaat testen.
6.4 Zaagblad schuin zetten voor schuin zagen
Voor het instellen de beide arrêteerschroeven (5) losdraaien. Het motordeel tegen de geleideplaat (16) kantelen. De ingestelde hoek kan op de schaal (4) afgelezen worden. De beide borgschroeven (5) weer vastdraaien.
Voor een schuine zaaghoek van minder dan 0° of groter dan 45° (ondersnede):
Ondersnijdingsknop (6) drukken en vervolgens schuin zetten. (Bij het volgende verstellen wordt de ondersnijdingsfunctie automatisch gedeactiveerd.)
6.5 Toerental voorinstellen
Met de stelknop (21) het toerental instellen.
Aanbevolen toerental, zie pag. 4.
6.6 Afzuigaansluiting/spaanafvoer instellen
De aansluiting (28) kan voor het afzuigen of de spaanafvoer in de gewenste stand gedraaid worden. Hiervoor de aansluiting tot aan de aanslag inschuiven, draaien en weer uittrekken. De aansluiting kan zo in 7 stappen draaibestendig vastgezet worden.
Afzuiging van zaagspanen:
Voor het afzuigen van zaagspanen een geschikt afzuigapparaat met afzuigslang op de afsluitstuk (28) aansluiten.
Stofzak:
Afsluitstuk (28) verwijderen (afsluitstuk tot aan de aanslag erin schuiven. Zo draaien dat het naar boven is gericht. Eraf trekken en opzij leggen). Stofzak (27) bevestigen.
6.7 Beschermglas instellen
Beschermglas (30) verschuiven: bovenste positie voor schuine sneden, middelste positie voor sneden van 0°, onderste positie bij gebruik van geleiderails.
7. Gebruik
7.1 Multifunctioneel bewakingssysteem van de machine
Schakelt de machine zelfstandig uit, dan heeft de elektronica de zelfbeveiligingsmodus geactiveerd. Er klinkt een waarschuwingssignaal (continu piepgeluid). Dit gaat na max. 30 seconden of na het loslaten van de drukschakelaar (18) uit.
Ondanks deze beveiligingsfunctie kan bij bepaalde toepassingen overbelasting en als gevolg daarvan beschadiging van de machine optreden.
Oorzaken en oplossingen:
-
Accupack bijna leeg (de elektronica beschermt het accupack tegen schade als gevolg van diepteontlading). Knippert er een led-lampje (23), dan is het accupack bijna leeg. Eventueel op knop (22) drukken en de laadtoestand aan de hand van de led-lampjes (23) controleren. Is het accupack bijna leeg, dan moet het weer opgeladen worden!
-
Een lang aanhoudende overbelasting van de machine leidt tot temperatuuruitschakeling. De machine werkt met gereduceerd vermogen totdat de temperatuur weer normaal is.
Bij sterke oververhitting gaat de machine helemaal uit.
Laat de machine of het accupack afkoelen.
Opmerking: Voelt het accupack zeer warm aan, dan kunt u het accupack in uw "AIR COOLED"-laadapparaat sneller laten afkoelen.
Opmerking: De machine koelt sneller af wanneer men hem onbelast laat draaien.
- Bij een te hoge stroomsterkte (die zich bijv. voordoet bij een lang aanhoudende blokkering) wordt de machine uitgeschakeld.
Machine bij de drukschakelaar (18) uitschakelen. Vervolgens normaal verder werken (houd u hierbij, naast alle andere veiligheidsinstructies, vooral aan de veiligheidsinstructies in hoofdstuk 4.2 Terugslag...). Zorg ervoor dat zich verder geen blokkeringen voordoen.
- Bij een terugslag wordt het gereedschap uitgeschakeld. U hoort een waarschuwingssignaal (3 x piepgeluid en 3 x knipperen van de elektronische signaalindicatie (20).
Gereedschap met behulp van de drukschakelaar (18) uitschakelen en het zaagblad tot stilstand laten komen. Centreer het zaagblad in de zaagvoeg en controleer of de zaagtanden niet vastzitten in het werkstuk. Vervolgens normaal verder werken (houd u hierbij, naast alle andere veiligheidsinstructies, vooral aan de veiligheidsinstructies in hoofdstuk 4.2 Terugslag...).
7.2 Aan- en uitschakelen
Als de vergrendelknop (17) naar voren wordt geschoven kan het motorgedeelte naar beneden worden bewogen. Hierbij komt het zaagblad tevoorschijn uit de beschermkap. Pas op, gevaar voor letsel.
Inschakelen: vergrendelknop (17) naar voren schuiven en vasthouden, vervolgens op de drukschakelaar (18) drukken.
Uitschakelen: laat de drukschakelaar (18) los.
7.3 Tips voor het werk
Schakel de machine niet in of uit terwijl het zaagblad het werkstuk raakt.
Laat het zaagblad eerst zijn volle toerental bereiken, voordat u de snede uitvoert.
Tijdens het zagen de machine niet uit het materiaal nemen wanneer het zaagblad draait. Eerst het zaagblad tot stilstand laten komen.
Bij het blokkeren van het zaagblad de machine onmiddellijk uitschakelen.
Leg de machine pas neer als het zaagblad tot stilstand is gekomen.
Invalzaagsnede: Het motorgedeelte bevindt zich in de onderste positie, het zaagblad steekt niet uit de geleidingsplaat. De machine met beide handen stevig vasthouden en met de geleidingsplaat op het werkstuk zetten. Machine inschakelen. Motorgedeelte langzaam op de ingestelde zaagdiepte laten zakken en vervolgens langzaam in de zaagrichting duwen.
Zagen volgens aftekening: hiervoor dient de zaaglijnaanwijzer (2). De linkerzijde (rood gemarkeerd) toont het zaagverloop bij een loodrecht zaagblad. De rechterkant toont het zaagverloop bij een zaagblad dat 45° schuin staat.
Zagen volgens een aan het werkstuk bevestigde lijst: om een exacte snijrand te krijgen, kan men een lijst op het werkstuk aanbrengen en de handcirkelzaag met behulp van de voetplaat langs deze lijst leiden.
NEDERLANDSnl
Zagen met parallelle aanslag (zie hoofdstuk Toebehoren):
Voor snedes parallel aan een rechte rand. De parallelle aanslag kan van beide zijden in zijn houder worden geplaatst. De zaagbreedte kan op de markering (8) afgelezen worden. Met de beide vergrendelarmen (1) bevestigen. De nauwkeurige zaagbreedte kan het beste vastgesteld worden aan de hand van een proefzaagsnede.
Zaag met geleiderails (zie hoofdstuk Toebehoren):
Voor tot op een millimeter nauwkeurige, rechte, splintervrije zaagranden. De antisliplaag zorgt ervoor dat de geleideplaat stevig op het werkstuk wordt geplaatst en beschermt het werkstukoppervlak tegen krassen. Zie het hoofdstuk Toebehoren. Draaiknop (15) is bestemd voor het instellen van een spelingsvrije bevestiging.
Alleen bij accu-gereedschap:

Verwarming van het accupack:
onder extreem zware gebruiksvoorwaarden (bijv. bij het zagen van dikke houten planken) kan het accupack door de sterke belasting heet worden (> 60 °C). Ter bescherming van de levensduur van het accupack, dient het eerst af te koelen voordat de werkzaamheden worden voortgezet.
8. Onderhoud
8.1 Zaagbladwissel

Het zaagblad moet stil staan.

Accupack uit het gereedschap halen / de stekker uit het stopcontact trekken.

Ook bij een stilstaand zaagblad bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Draag gheidshandschoenen.
Zie afb. pagina 3.
- Vergrendelknop (13) indrukken en verschuiven.
- Zo verschuiven dat de afleesrand (10) op het symbool "zaagbladwissel" staat.

text_image
13 10 FS- Vergrendelknop (13) weer loslaten.
- Hendel (14) met de klok mee tot aan de aanslag draaien.
- Vergrendelknop (17) naar voren schuiven en motorgedeelte een beetje laten zakken. Vergrendelknop (17) weer loslaten.
- Motorgedeelte naar beneden drukken, totdat het bij de aanslag vergrendelt.
Vervangen
Zaagas langzaam met de in de zaagblad- bevestigingsschroef (31) geplaatste zeskantsleutel (25) draaien, tot de vergrendeling vastklikt.
De zaagblad-bevestigingsschroef tegen de klok in eruit draaien en de buitenste zaagbladflens (32) eraf halen. Het zaagblad verwijderen.
Let erop, dat de binnenste zaagbladflens (34) correct wordt geplaatst: de binnenste zaagbladflens (34) heeft 2 zijden, diameter 20 mm en 5/8" (16 mm). Let op een nauwkeurige plaatsing van de zaagblad opnameboring ten opzichte van de binnenste zaagbladflens (34)! Verkeerd gemonteerde zaagbladen lopen onregelmatig en leiden tot een verlies van de controle.
Nieuw zaagblad plaatsen. Let op juiste draairichting. De draairichting is m.b.v. pijlen op zaagblad en beschermkap aangegeven. De steunvlakken tussen de binnenste zaagbladflens (34), het zaagblad (33), de buitenste zaagbladflens (32) en zaagblad-bevestigingsschroef (31) moeten schoon zijn.
De buitenste zaagbladflens (32) plaatsen. Let erop dat de buitenste zaagbladflens (32) in de juiste richting is geplaatst.
De zaagblad-bevestigingsschroef (31) met zeskantsleutel (25) vastdraaien (max. 5 Nm).

Alleen scherpe, onbeschadigde zaagbladen gebruiken. Geen vervormde of gescheurde bladen gebruiken.

Geen zaagbladen van hooggelegeerd snelarbeidsstaal (HSS) gebruiken.

Geen zaagbladen gebruiken die niet voldoen aan de karakteristieken.
Alleen zaagbladen met een diameter overeenkomstig het opschrift op de zaag gebruiken.

Het zaagblad moet geschikt zijn voor het onbelaste toerental.

Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal.

Gebruik alleen originele Metabo zaagbladen. Zaagbladen die zijn ontworpen voor het zagen hout of dergelijke materialen, moeten voldoen EN 847-1.
Machine gereed voor gebruik maken
Hendel (14) tegen de klok in tot aan de aanslag draaien. Het motorgedeelte zwenkt naar boven.
8.2 Zaagbladhoek corrigeren
De zaagbladhoek is in de fabriek ingesteld.
Indien nodig kan de zaagbladhoek op 0° en op 45° worden ingesteld. Stelschroef (7) (op 0°) of (3) (op 45°) draaien.
9. Reiniging

Accupack uit het gereedschap halen / de stekker uit het stopcontact trekken.
De machine moet regelmatig ontdaan worden van afgezet stof. Daarbij moeten de ventilatiesleuven aan de motor met een stofzuiger gereinigd worden. De feilloze werking van de beschermingsvoorzieningen (het motorgedeelte moet bijv. vrij beweeglijk zijn, zelfstandig, eenvoudig en nauwkeurig terugkeren naar zijn eindpositie.) moet worden gewaarborgd.
10. Toebehoren
Gebruik uitsluitend originele Metabo of CAS (Cordless Alliance System) accupacks en toebehoor.
Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken.
Zie pagina 5.
A De parallelle aanslag
B Geleiderail
C Snelspaninrichting Voor het bevestigen van de geleiderail.
D Cirkelzaagbladen. Voor zuivere zaagresultaten bij lengte- en dwarssneden in zacht- en hardhout.
E Acculader
F Accupacks met verschillende capaciteiten. Koop alleen accupacks met een spanning die aansluit bij uw elektrisch gereedschap
G Metabo alleszuiger
H Zuigslang
Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus.
11. Reparatie

Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkende ricien worden uitgevoerd!
Een defecte stroomkabel mag alleen worden vervangen door een speciale, originele beschermde stroomkabel van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service.
Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com.
Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en recycling van afgedankte gereedschappen, verpakkingen en toebehoren.
Verpakkingsmateriaal moet overeenkomstig hun codering volgens de gemeentelijke richtlijnen worden afgevoerd. Meer informatie vindt u op www.metabo.com onder Service.
Accupacks mogen niet bij het huisvuil worden gegooid! Lever defecte of afgedankte accupacks in bij de Metabo-handelaar!
Accupacks niet in het water gooien.

Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/
EG inzake gebruikte elektrische en elektronische machines en de vertaling hiervan in de nationale
wetgeving moet afgedankt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Ontlaad eerst het accupack in het elektrisch gereedschap alvorens het af te voeren. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren).
Toelichting op de gegevens van pagina 4. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden.
U = spanning van het accupack
P_1 =nominaal ingangsvermogen
P_2 =afgegeven vermogen
n_0 =toerental bij onbelast draaien
n_1 =toerental onder belasting
T_max =maximale zaagdiepte
T_90^ =zaagdiepte instelbaar (90°)
T_45^ =zaagdiepte instelbaar (45°)
A =hoek voor schuin zagen instelbaar
∅ = zaagblad-diameter
d = zaagblad-asgatdiameter
a =max. basiselementdikte van het zaagblad
b =max. snijkantbreedte van het zaagblad m =gewicht
Meetgegevens vastgesteld volgens de norm EN 62841.
Toegestane omgevingstemperatuur tijdens het gebruik:
-20 °C tot 50 °C (beperkt vermogen bij temperaturen beneden 0 °C). Toegestane omgevingstemperatuur tijdens de opslag: 0 °C tot 30 °C
== gelijkstroom
□ Machine van beveiligingsklasse II
\~ wisselstroom
De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm).
Emissiewaarden Deze waarden ma
Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrische gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrische gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling werkpauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste geschatte waarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.
Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 62841:
a_h,D =trillingsemissiewaarde (zagen van spaanplaat) K_h,D =onzekerheid (trilling)
Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau:
L_pA =geluidsdrukniveau
L_WA =geluidsvermogensniveau
NEDERLANDSnl
K_pA, K_WA= onzekerheid
Tijdens het werken kan het geluidsniveau 80 dB(A) overschrijden.

Draag gehoorbescherming!