DCS579 - Zaag DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCS579 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCS579 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCS579 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCS579 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCS579 DEWALT
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 109
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische gegevens
| DCS578 DCS578-XE DCS579 DCS579-XE | |||||
| Spanning V | DC | 54 54 54 54 | |||
| Type 2/3 2/3 2/3 2/3 | |||||
| Accutype Li-Ion Li-Ion Li-Ion Li-Ion | |||||
| Snelheid zonder druk min | -1 | 5800 5800 5800 5800 | |||
| Zaagbladdiameter mm | 190 184 190 184 | ||||
| Maximale snijdiepte mm | 67 64 61 58 | ||||
| Asgat mm | 30 20 30 20 | ||||
| Instellen van de afschuinhoek | 57 57 57 57 | ||||
| Gewicht (zonder accu) | kg | 3,6 | 3,6 | 3,7 | 3,7 |
| Geluidswaarden en/of vibratiewaarden (triax-vectorsom) volgen EN62841-2-5 | |||||
| L_PA (emissie geluidsdrukniveau) | dB(A) | 94 | - | 94 | - |
| L_WA (niveau geluidsvermogen) | dB(A) | 105 | - | 105 | - |
| K(onzekerheid voor het gegeven geluidsniveau) | dB(A) | 3 | - | 3 | - |
| Vibratie-emissiewaarde a_h,w= | m/s2 | <2,5 - <2,5 | - | ||
| Onzekerheid K= | m/s2 | 1,5 - | 1,5 - | ||
Het vibratie- en/of geluids-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN62841 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste beoordeling van blootstelling.
WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie- en/of geluids-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluids-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.
Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratieen/of geluid moet ook rekening worden gehouden met de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur.
Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten van trilling en/of geluid, zoals: het onderhouden van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling) en de organisatie van werkpatronen.
EG-conformiteitsverklaring
Richtlijn Voor Machines

Snoerloze cirkelzaag DCS578, DCS579
DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder
Technische gegevens in overeenstemming zijn met:
2006/42/EG, EN62841-1:2015, EN62841-2-5:2014.
Deze producten voldoen ook aan de Richtlijn 2014/30/EU en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing.
De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.

text_image
M. RergelMarkus Rompel
D-65510, Idstein, Duitsland
27.05.2020
| Accu's Laders/Laadtijden (Minuten) | ||||||||||
| Cat # V | Ah Gewicht (kg) | DCB104 DCB107 DCB112 DCB113 DCB115 DCB118 DCB132 DCB119 | ||||||||
| DCB546 | 18/54 | 6,0/2,0 | 1,05 | 60 | 270 | 170 | 140 | 90 | 60 | 90 |
| DCB547 | 18/54 | 9,0/3,0 | 1,46 | 75* | 420 | 270 | 220 | 135* | 75* | 135* |
| DCB548 | 18/54 | 12,0/4,0 | 1,44 | 120 | 540 | 350 | 300 | 180 | 120 | 180 |
WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.
Definities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.
GEVAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie de, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.
WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevaarlijke stredige die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.
VORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.
W op risico van een elektrische schok.
Wop brandgevaar.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING: Lees alle voligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/ of ernstig persoonlijk letsel.
De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.
1) Veiligheid Werkplaats
a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht.
Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische
gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische Veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
3) Persoonlijke Veiligheid
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/ of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding weg bij bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Ieder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze kan worden losgenomen, uit het elektrisch gereedschap en voer daarna pas aanpassingen uit, wissel daarna pas accessoires of berg daarna pas het gereedschap op. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen
die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen.
Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrisch gereedschap en accessoires goed. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.
5) Gebruik en Verzorging van Gereedschap op Accu
a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu's. Gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Werk niet met een accu of met gereedschap dat beschadigd is of waaraan wijzigingen zijn
aangebracht. Beschadigde of gemodificeerde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of een risico van letsel.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan open vuur of uitzonderlijk hoge temperatuur. Brand of een temperatuur boven de 130 °C kunnen de accu doen exploderen.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt opgegeven. Door op onjuiste wijze opladen of opladen bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigd raken en het risico van brand toenemen.
6) Service
a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeerd.
b) Probeer nooit beschadigde accu's te repareren. De reparaties aan accu's mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door geautoriseerde servicecentra.
Aanvullende specifieke veiligheidsregels
Zaagprocedures
a) ▲ GEVAAR: Houd handen uit de buurt van de snijzone en het blad. Houd uw tweede hand op de hulphendel of op de motorbehuizing. Indien beide handen de zaag vasthouden, kunnen ze gesneden worden door het blad.
b) Reik niet onder het werkstuk. De bescherming kan u niet beschermen tegen het blad onder het werkstuk.
c) Stel de snijdiepte af op de dikte van het werkstuk.
Er moet minder dan een volle tand van de bladtanden
zichtbaar zijn onder het werkstuk.
d) Houd nooit een werkstuk dat u zaagt, in uw handen of tegen uw been gedrukt. Het is belangrijk om het werk goed te ondersteunen om blootstelling van het lichaam, het vastraken van het blad of controleverlies tot een minimum te beperken.
e) Houd het gereedschap vast bij de geïsoleerde greepoppervlakken wanneer u een handeling uitvoert waarbij het accessoire van het zaaggereedschap in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Contact met bedrading die onder stroom staat, kan metalen onderdelen van het gereedschap onder stroom zetten en de gebruiker een elektrische schok geven.
f) Als u afscheurt, gebruik altijd een langsgeleider of een geleiding met rechte rand. Dit verbetert de nauwkeurigheid van het snijden en verlaagt het risico dat het blad klem raakt.
g) Gebruik altijd bladen met correcte grootte en vorm (diamant versus rond) van boomopeningen. Bladen die niet overeenstemmen met de montagehardware van
de zaag zullen excentrisch draaien met controleverlies als gevolg.
h) Gebruik nooit beschadigde of onjuiste bladsluitringen of bout. De bladsluitringen en bout werden speciaal ontworpen voor uw zaag, voor optimale prestaties en bedieningsveiligheid.
Aanvullende specifieke veiligheidsregels Oorzaken van terugslag en bijbehorende waarschuwingen
- Terugslag is een plotse reactie op een klem geraakt of verkeerd gericht zaagblad, wat ertoe leidt dat een niet-bestuurde zaag optilt uit het werkstuk naar de bediener toe;
- Als het blad klem raakt of stevig vastzit doordat de snede nauwer wordt, dan blokkeert het blad en de motorreactie stuurt het werktuig snel terug naar de bediener;
- Indien het blad gedraaid raakt of verkeerd gericht in de snede, dan kunnen de tanden aan het achtereinde van het blad in het bovenoppervlak van het hout dringen waardoor het blad uit de opening klimt en terugspringt naar de bediener.
Terugslag is het gevolg van onjuist gebruik van het werktuig en/of verkeerde werkomstandigheden en kan voorkomen worden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder aangegeven.
a) Behoud een stevige greep met beide handen op de zaag en plaats uw armen zo om de terugslagkrachten te weerstaan. Plaats uw lichaam aan beide kanten van het blad, maar niet in lijn met het blad. Terugslag zou ertoe kunnen leiden dat de zaag achterwaarts springt, maar terugslagkrachten kunnen beheerst worden door de bediener indien passende voorzorgsmaatregelen genomen worden.
b) Wanneer een schijf vast komt te zitten, of wanneer het doorslijpen om wat voor reden dan ook wordt onderbroken, laat de drukschakelaar dan los en houdt de eenheid bewegingloos in het materiaal totdat de schijf volledig tot stilstand komt. Probeer de eenheid nooit achteruit of uit het werkstuk te trekken terwijl de schijf in beweging is. Hierdoor kan terugslag optreden. Onderzoek waardoor de schijf bleef steken en neem maatregelen om dat een volgende keer te voorkomen.
c) Bij het opnieuw starten van een zaag in het werkstuk, centreer dan het zaagblad in de snede en controleer of de zaagtanden niet in het materiaal vastzitten. Als de schijf vastzit, kan het werktuig naar boven schieten of een terugslag veroorzaken wanneer het werktuig opnieuw wordt aangezet.
d) Ondersteun grote panelen om het risico dat het blad klem raakt en terugslag te beperken. Grote panelen hebben de neiging door te buigen onder hun eigen gewicht. Het paneel dient aan beide kanten ondersteund te worden, bij de doorslijpplek en in de buurt van beide uiteinden.
e) Gebruik geen doffe of beschadigde bladen. Niet gescherpte of onjuist afgestelde bladen maken enge
sneden, wat leidt tot overmatige wrijving, klemraken van het blad en terugslag.
f) Bladdiepte en sluithendels van hoekafstelling moeten stevig vastzitten alvorens te snijden. Indien de bladafstelling verschuift bij het snijden, dan kan dit leiden tot klemraken en terugslag.
g) Wees extra voorzichtig bij een maken van een versteksnede in bestaande muren of andere blinde zones. Het uitstekend blad kan voorwerpen snijden die terugslag kunnen veroorzaken.
Veiligheidsvoorschriften voor zagen met een pendulum-zaagbladbeschermkap
a) Controleer voor elk gebruik of de onderste beschermkap correct sluit. Gebruik de zaagmachine niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet onmiddellijk sluit. Klem of bind de onderste beschermkap nooit in de geopende stand vast. Als de zaagmachine op de vloer valt, kan de onderste beschermkap worden verbogen. Open de beschermkap met de terugtrekhendel en controleer of hij vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en zaagdiepten het zaagblad of andere delen niet aanraakt.
b) Controleer de functie van de veer voor de onderste beschermkap. Laat voor gebruik de beschermkap en de veer nakijken als zij niet naar behoren functioneren. Door beschadigde delen, plakkende aanslag of ophoping van spanen kan de onderste beschermkap vertraagd functioneren.
c) Open de onderste beschermkap alleen met de hand bij bijzondere zaagwerkzaamheden, zoals invallend zagen en haaks zagen. Open de onderste beschermkap met de terugtrekhendel en laat hem los zodra het zaagblad in het werkstuk is binnengedrongen. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch werken.
d) Let er altijd op dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt voordat u de zaagmachine op een werkbank of op de vloer legt. Een onbeschermd uitlopend zaagblad beweegt de zaagmachine tegen de zaagrichting en zaagt wat er in de weg komt. Let op de uitlooptijd van het zaagblad nadat de machine is uitgeschakeld.
Aanvullende veiligheidsvoorschriften voor cirkelzagen
- Draag oorbeschermers. Blootstelling aan lawaai kan leiden tot gehoorverlies.
- Draag een stofmasker. Blootstelling aan stofdeeltjes kan voor ademhalingsproblemen en mogelijke verwondingen zorgen.
-
Gebruik geen bladen met een grotere of kleiner diameter dan aanbevolen. Zie de technische gegevens voor de juiste zaagcapaciteiten. Gebruik enkel de bladen gespecificeerd in deze handleiding die voldoen aan EN847-1.
-
Gebruik alleen zaagbladen waarop een snelheid wordt vermeld die gelijk is aan of hoger is dan de snelheid die op het gereedschap wordt vermeld.
- Voorkom oververhitting van de tanden van het zaagblad.
- Installeer vóór gebruik de stofafzuigpoort op de zaag.
- Gebruik nooit schurende afsnijwielen.
- Gebruik geen accessoires voor de toevoer van water.
- Zet het werkstuk met klemmen of op een andere praktische manier vast en ondersteun het werkstuk op een stabiele ondergrond. Wanneer u het werkstuk vasthoudt met de hand of het tegen uw lichaam gedrukt houdt, is het instabiel en kunt u de controle verliezen.
Overige risico's
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn:
• Gehoorbeschadiging.
- Risico op persoonlijk letsel door rondvliegende deeltjes.
- Risico van brandwonden omdat accessoires tijdens het gebruik heet worden.
- Risico van persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
DEWALT laders hoeven niet te worden afgesteld en zijn zo ontworpen dat zij zeer gemakkelijk in het gebruik zijn.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt met dat van uw stroomvoorziening.

Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN60335; daarom is geen aarding nodig.
Als het netsnoer is beschadigd, mag het alleen worden vervangen door DEWALT of door een geautoriseerd servicebedrijf.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm ^2 ; de maximale lengte is 30 m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte batterijladers (raadpleeg Technische Gegevens).
- Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat geen loeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrische schok.
WAARSCHUWING: Wij adviseren een aardlekschakelaar rechten reststroomwaarde van 30mA of minder te gebruiken.
VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk hafalico van letsel, laad alleen oplaadbare accu's op van het merk DEWALT. Andere typen accu's zouden uit elkaar kunnen springen en persoonlijk letsel en schade kunnen veroorzaken.
VOORZICHTIG: Houd toezicht op kinderen zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit, kunnen de niet-afgedekte laadcontacten binnenin de lader door materiaal of een voorwerp worden kortgesloten. Bepaalde materialen die geleidend zijn, zoals, maar niet uitsluitend, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalachtige deeltjes, kunnen beter bij de holtes van de lader worden weggehouden. Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat reinigen.
- Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan die in deze handleiding worden beschreven. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor een andere toepassing dan het opladen van oplaadbare accu's van DEWALT. Andere toepassingen kunnen leiden tot het gevaar van brand, elektrische schok of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
- U kunt beter niet aan het snoer trekken wanneer u de stekker van de lader uit het stopcontact trekt. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker.
- Het is belangrijk dat u het snoer zo plaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en het snoer niet op een andere manier kan beschadigen of onder spanning kan komen te staan.
- Gebruik alleen een verlengsnoer als het er werkelijk niet anders kan. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie tot gevolg hebben.
- Plaats niet iets boven op een lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak omdat hierdoor de ventilatiesleuven kunnen worden geblokkeerd en de lader binnenin veel te heet wordt. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. De lader wordt geventileerd door sleuven boven en onder in de behuizing.
-
Gebruik de lader niet met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker—laat deze onmiddellijk vervangen.
-
Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de lader naar een erkend servicecentrum.
- Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een erkend servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand.
- Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de fabrikant, een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten.
- Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat schoonmaken. Er is dan minder risico van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu verwijderd.
• Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te sluiten. - De lader is ontworpen voor de 230V stroomvoorziening van een woning. Probeer de lader niet te gebruiken op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
Een accu opladen (Afb. [Fig.] A)
- Steek de lader in een geschikt stopcontact voordat u de accu insteekt.
- Plaats de accu 16 in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje (opladen) knippert herhaaldelijk en dat duidt erop dat het laadproces is gestart.
- Een volledig opgeladen accu wordt aangegeven door het rode lampje dat constant AAN blijft. De accu is nu volledig opgeladen en kan worden gebruikt of kan in de acculader blijven zitten. Duw, als u de accu uit de lader wilt nemen, op de accu-vrijgaveknop 17 op de accu.
OPMERkInG: U kunt maximale prestaties en levensduur van lithium-ion-accu's garanderen door de accu's volledig op te laden voordat u deze voor het eerst in gebruik neemt.
Werking van de lader
Raadpleeg onderstaande indicatoren voor de laadstatus van de accu.
Laadindicaties

text_image
bezig met opladen volledig opgeladen hete/koude accuvertraging** Het rode lampje blijft knipperen, maar er brandt ook een geel indicatielampje wanneer de functie actief is. Wanneer de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt, gaat het gele lampje uit en hervat de lader de laadprocedure.
De geschikte lader(s) laden niet een kapotte accu op. Wanneer er niet een lampje op de lader gaat branden, betekent dat dat de batterij niet goed is.
OPMERkInG: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de lader.
Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum.
Hot/Cold Pack Delay (Vertraging Hete/Koude Accu)
Wanneer de lader waarneemt dat een accu te warm of te koud is, wordt onmiddellijk een Hot/Cold Delay gestart en wordt het laden uitgesteld tot de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De lader schakelt dan automatisch over op de accu-laadstand. Deze functie waarborgt een maximale levensduur van de accu.
Een koude accu zal minder snel worden opgeladen dan een warme accu. De accu zal minder snel opladen gedurende de gehele laadcyclus en zal niet op maximumsnelheid gaan opladen, ook niet als de accu warmer wordt.
De lader DCB118 is voorzien van een interne ventilator voor het koelen van de accu. De ventilator gaat automatisch draaien wanneer de accu moet worden gekoeld. Gebruik de lader nooit als de ventilator niet goed werkt of als de ventilatiesleuven zijn geblokkeerd. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de lader kunnen komen.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat de accu niet te veel wordt geladen, niet te heet wordt of te veel wordt ontladen. Het product zal automatisch uitgeschakeld worden, als het elektronisch beschermingssysteem actief wordt. Als dit gebeurt, zet u de Lithium-ion-accu op de lader, totdat deze volledig geladen is.
Montage aan de wand
Deze laders kunnen aan de wand worden gemonteerd of rechtop op een tafel of werkoppervlak staan. Plaats bij wandmontage de accu dichtbij een stopcontact en uit de buurt van een hoek of andere obstakels die de doorstroming van lucht kunnen verhinderen. Gebruik de achterzijde van de lader als sjabloon voor de plaatsing van de montageschroeven aan de wand. Monteer de lader stevig met gipsplaatschroeven (afzonderlijk aan te schaffen), van tenminste 25,4 mm lang waarvan de schroefkop een diameter heeft van of 7 – 9 mm, in hout geschroefd tot op een optimale diepte, waarbij ongeveer 5,5 mm van de schroef uitsteekt. Houd de sleuven aan de achterzijde van de lader tegenover de uitstekende schroeven en steek montagesleuven volledig op de schroeven.
Instructies voor het reinigen van de lader
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. No van, voordat u met de reiniging begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. U kunt stof en vet van de buitenzijde van de lader verwijderen met een doek of een zachte, niet-metalen borstel. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
Accu
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu's
Als u vervangende accu's bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt.
De accu is niet volledig opgeladen als deze uit de verpakking komt. Voordat u de accu en oplader gebruikt, dient u de onderstaande veiligheidsinstructies te lezen. Volg vervolgens de oplaadprocedures zoals die zijn uitgelegd.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten.
- Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van de accu in de lader. Wijzig de accu op geen enkele manier als deze niet past in een lader die niet geschikt is, omdat de accu kan openbarsten waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
• Laad de accu's alleen op in DEWALT-laders. - Spat NIET met water en dompel de accu niet onder in water of andere vloeistoffen.
- Bewaar of gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan dalen onder 4 °C (34 °F) (zoals in een schuurtje of een metalen loods in de winter), of hoger kan worden dan 40 °C (104 °F) (zoals in een schuurtje of een metalen loods in de zomer).
- Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion accu's worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij.
- Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep. Als accuvloeistof in de ogen komt spoelt u 15 minuten met water in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt. Als medische hulp nodig is dient u te vermelden dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp.
WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Aede Hoeistof kan ontvlambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld.
WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan door de accu te openen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu's terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled.
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Berg de accu melt op en vervoer de accu niet op een manier dat metalen voorwerpen in contact kunnen komen
NEDERLANDS
met de aansluitpunten van de accu. Bijvoorbeeld, steek de accu niet in een schortzak, broekzakken, gereedschapskisten, gereedschapsdozen, laden, enz., waar een losse spijkers, schroeven, sleutels, enz. liggen.
VOORZICHTIG: Plaats het gereedschap wanneer niet in gebruik is, op z'n zijkant op een stabiel oppervlak waar het niet kan vallen of omvallen.
Sommige gereedschappen met grote accu's kunnen rechtop staan op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgegooid.
Transport
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Tijdens het transport karten accu's mogelijk vlam vatten als de aansluitingen van de accu onbedoeld in aanraking komen met geleidende materialen. Controleer dat tijdens het transport de aansluitingen van de accu afgeschermd zijn en goed geïsoleerd van materialen die ermee in contact kunnen komen en kortsluiting kunnen veroorzaken.
OPMERKING: Lithium-ion batterijen mogen niet in gecontroleerde bagage worden gestopt.
DEWALT accu's voldoen aan alle van toepassing zijn verzendvoorschriften zoals deze zijn bepaald door de bedrijfstak en door wettelijke normen, zoals Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen van de UN; Voorschriften voor Gevaarlijke Goederen van de International Air Transport Association (IATA), Voorschriften Internationale Maritieme Gevaarlijke Goederen (IMDG) en de Europese Overeenkomst Betreffende het Internationale Vervoer van Gevaarlijke Goederen over de Weg (ADR). Lithium-ion cellen en accu's zijn getest in overeenstemming met Hoofdstuk 38,3 van de Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen Handleiding van Testen en Criteria.
In de meeste gevallen zal bij de verzending van een DEWALT-accu deze naar verwachting worden geclassificeerd als volledig gereguleerd Klasse 9 Gevaarlijk materiaal. Over het algemeen zullen alleen verzendingen die een lithium-ion-accu bevatten met een energie-classificatie hoger dan 100 Wattuur (Wh), moeten worden verzonden als volledig gereguleerd Klasse 9. Bij alle lithium-ion-accu's wordt de Wattuur-classificatie op de accu vermeld. Verder adviseert DEWALT in verband met complicaties met de voorschriften, lithium-ion-accu's niet als luchtvracht alleen te verzenden, ongeacht de Wattuur-classificatie. Zendingen van gereedschap met accu's (combo-sets) kunnen naar verwachting per luchtvracht worden verzonden, als de Wattuur-classificatie van de accu niet hoger is dan 100 Wh. Ongeacht of een verzending wordt geacht een vrijstelling te hebben of volledig voorgeschreven, is voor de verantwoordelijkheid van de verzender de meest recente voorschriften voor verpakking, labeling/markering en vereisten ten aanzien van documentatie.
De informatie die in dit hoofdstuk van de handleiding wordt verstrekt, wordt verstrekt in goed vertrouwen en wordt geacht nauwkeurig te zijn op het moment dat het document werd opgesteld. Er wordt echter geen garantie gegeven, impliciet of expliciet. Het is voor de verantwoordelijkheid van de koper ervoor te zorgen dat zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften.
De FLEXVOLT™-accu vervoeren
De DEWALT FLEXVOLT™-accu heeft twee standen: Gebruiks- en Transport-.
Stand: Wanneer de FLEXVOLT™-accu op zichzelf staat of in een DEWALT 18V-product zit, werkt de accu als een 18V-accu. Wanneer de FLEXVOLT™-accu in een 54V- of een 108V-product (twee 54V-accu's) zit, werkt de accu als een 54V-accu.
Transport-stand: Wanneer de kap op de FLEXVOLT ^IV -accu is bevestigd, staat de accu in de transport-stand. Houd de kap op de accu bij verzending.
In de Transport-stand zijn reeksen van cellen binnen in de accu elektrisch van elkaar geïsoleerd, waardoor 3 accu's ontstaan met een lagere Wattuur-classificatie (Wh), vergeleken bij 1 accu met een hogere Wh-classificatie. Door dit grotere aantal van 3 accu's met een lagere Wattuur-classificatie kan de accu vrijgesteld zijn van bepaalde voorschriften voor verzending die worden opgelegd aan accu's met een hogere Wattuur-capaciteit.

Voorbeeld, de transport Wh waarde kan 3 x 36 Wh aangeven, dit betekend 3 batterijen van elk 36 Wh. De Wh waarde tijdens gebruik kan 108 Wh aangeven (1 bat Voorbeeld van markering met etiket gebruik en transport

Use: 108 Wh
Transport: 3x36 Wh
Aanbevelingen voor opslag
- De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu's op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn.
- Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader.
OPMERKING: Accu's kunnen beter niet volledig ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen.
Labels op de oplader en accu
Behalve de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen de volgende pictogrammen op de labels op de lader en op de accu staan:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.



Zie Technische gegevens voor de oplaadtijd.
Niet doorboren met geleidende voorwerpen.

Laad geen beschadigde accu's op.

Niet blootstellen aan water.

Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk worden vervangen.

Uitsluitend opladen tussen 4 °C en 40 °C.

Alleen voor gebruik binnenshuis.

Bied de accu als chemisch afval aan en houd rekening met het milieu.

Laad DEWALT-accu's alleen op met de aangewezen DEWALT-laders. Wanneer u andere accu's dan de aangewezen DEWALT-accu's oplaadt met een DEWALT-lader dan kunnen deze barsten of kan dit leiden tot andere gevaarlijke situaties.

Gooi de accu niet in het vuur

GEBRUIK (zonder transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 108 Wh aan (1 batterij van 108 Wh).

TRANSPORT (met ingebouwde transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 3 x 36 Wh aan (3 batterijen van 36 Wh).
Accutype
De DCS578 en de DCS579 werken op een 54-V accu. Deze accu's kunnen worden gebruikt: DCB546, DCB547, DCB548. Raadpleeg Technische Gegevens voor meer informatie.
Inhoud van de verpakking
De verpakking bevat:
1 Cirkelzaag
1 Zaagblad cirkelzaag
1 Zaagbladsleutel
1 Langsgeleiding
1 Mondstuk Stofafzuiging
1 Lader (alleen T-modellen)
1 Li-Ion-accu (T1 modellen)
2 Li-Ion-accu's (T2 modellen)
3 Li-Ion-accu's (T3 modellen)
1 Gebruiksaanwijzing
OPMERkInG: Bij de N-modellen worden geen accu's, laders en gereedschapskoffers geleverd. Bij de NT-modellen worden geen accu's en laders geleverd. B-modellen zijn voorzien van een Bluetooth®-accu.
OPMERkInG: Het merkteken met het woord Bluetooth® en logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth®, SIG, Inc. en ieder gebruik van dergelijke merktekens
door DEWALT is onder licentie. Overige handelsmerken en merknamen zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
- Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt.
Markering op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.

Draag gehoorbescherming.

Draag oogbescherming.

Zichtbare straling. Staar niet in het licht.
Positie Datumcode (Afb. H)
De datumcode 18, die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint.
Voorbeeld:
2020 XX XX
Jaar van fabricage
Beschrijving (Afb. A, H)
WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel e do nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
1 Aan/Uit-schakelaar
2 Vergrendelknop Aan/Uit-schakelaar
3 Hoofdhandgreep
4 Spanthaak (Inbegrepen bij bepaalde modellen)
5 Vergrendeling zaagblad
6 Eindkap
7 Hulphandgreep
8 Aanpassingshendel afschuinhoek
9 Aanpassingsmechanisme afschuinhoek
10 LED-werklamp
11 Grondplaat
12 Onderste zaagbladbeschermkap
13 Zaagbladklemschroef
14 Hendel onderste beschermkap
15 Bovenste zaagbladbeschermkap
16 Accu
17 Accuvrijgaveknop
18 Datumcode (Afb. H)
19 Rail-afstelmechanisme (0° zagen)
21 Knop ladingmeter (op accu)
20 Rail-afstelmechanisme (zagen onder een hoek van 1 - 45°)
nEDERLanDS
Gebruiksdoel
Deze robuuste cirkelzagen zijn ontworpen voor professionele toepassing bij het zagen van hout. Zaag geen metaal, kunststof, beton, metselwerk of vezelcementmateriaal. GEBRUIK DEZE
ZaaG nIET met accessoires voor de toevoer van water.
GEBRUIk DEZE ZaaG nIET met schurende schijven of bladen.
GEBRUIk DEZE ZaaG nIET bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
Deze zagen voor zware toepassingen zijn professioneel elektrische gereedschap. Laat kinderen
LaaT GEEn kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers dit gereedschap bedienen.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen nooit alleen worden gelaten met dit product zodat ze ermee zouden kunnen spelen.
MONTAGE EN AANPASSINGEN
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig pelleonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
WAARSCHUWING: gebruik alleen de accusets en laders VOR DEFWALT.
De accu in het gereedschap zetten en uit het gereedschap verwijderen (Afb. A)
OPMERkInG: Voor het beste resultaat is het belangrijk dat u de accu 16 volledig oplaadt.
De accu in de handgreep van het gereedschap installeren
- Houd de accu tegenover de rails 16 in de handgreep van de lamp (Afb. A).
- Schuif de accu in de handgreep totdat de accu stevig vastzit in het gereedschap en controleer dat de accu niet los raakt.
De accu uit het gereedschap halen
- Druk op de accu-ontgrendelknop 17 en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap.
- Zet de accu in de lader zoals wordt beschreven in het ladergedeelte van deze handleiding.
Vermogenmeter (Afb. A)
Er zijn DEWALT-accu's met een vermogenmeter en deze bestaat uit drie groene LED-lampjes die een aanduiding geven van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft.
U kunt de vermogenmeter inschakelen door de knop van de vermogenmeter 21 in te drukken. Een combinatie van de drie groene LED-lampjes gaat branden en dat geeft een
aanduiding van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. Wanneer de lading in de accu onder het bruikbare niveau ligt, gaat de vermogenmeter niet branden en moet de accu worden opgeladen.
OPMERkInG: De brandstofmeter geeft slechts een indicatie van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. De meter geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
Zaagbladen wisselen
Het zaagblad installeren (Afb. B–E)
- Neem de accu uit.
-
Trek met de hendel van de onderste beschermkap 12 de onderste zaagbladbeschermkap 14 in en plaats het zaagblad op de zaagas tegen de binnenste klemring 22, en let er daarbij op dat het zaagblad in de juiste richting draait (de richting van de pijl die de rotatie aangeeft op het zaagblad en de tanden moeten in dezelfde richting wijzen als die van de rotatiepijl op de zaag). Ga er niet vanuit dat de afdruk op het zaagblad altijd naar u toe is gericht wanneer deze goed is geïnstalleerd. Wanneer u de onderste zaagbladbeschermkap intrekt voor het installeren van het zaagblad, controleer dan de staat en de werking van de onderste zaagbladbeschermkap zodat u er zeker van kunt zijn dat deze goed werkt. Controleer dat deze vrij beweegt en niet het zaagblad of een ander onderdeel raakt, onder alle hoeken en bij alle zaagdiepten.
-
Plaats de buitenste klemring 23 op de zaagas met de schuine zijde naar buiten gericht. Controleer dat de diameter van 30 mm op de zaagbladzijde van de klem past in het gat van 30 mm in het zaagblad, zodat het zeker is dat het zaagblad wordt gecentreerd.
-
Draai met de hand de zaagbladklemschroef 13 op de zaagas (de schroef heeft rechtse draad en moet naar rechts worden vastgedraaid).
-
Druk de zaagbladvergrendeling 5 in terwijl u de zaagas draait met de zaagbladsleutel 24 die onder het accucompartiment is opgeborgen, tot de zaagbladvergrendeling ingrijpt en het zaagblad niet meer draait.
-
Zet de zaagbladklemschroef stevig vast met de zaagbladsleutel.
OPMERKING: Schakel de zaagbladvergrendeling nooit in zolang de zaag loopt, en schakel de vergrendeling ook nooit in in een poging het gereedschap te stoppen. Schakel de zaag nooit in terwijl de asvergrendeling is ingeschakeld. Dit zal leiden tot ernstige beschadiging van uw zaag.
Het zaagblad vervangen (Afb. B–E)
- Neem de accu uit.
- Maak de zaagbladklemschroef 13 los door de zaagbladvergrendeling 5 in te drukken en draai de zaagas met de zaagbladsleutel 24, die onder het accucompartiment is opgeborgen, totdat de
zaagbladvergrendeling ingrijpt en het zaagblad niet meer draait. Draai met de zaagbladvergrendeling ingeschakeld de zaagbladklemschroef met de zaagbladsleutel naar links (de schroef heeft rechtse draad en moet naar links worden losgedraaid).
- Verwijder de zaagbladklemschroef 13 en de buitenste klemring 23. Verwijder het oude zaagblad.
- Haal alle zaagsel weg die zich mogelijk heeft verzameld in de buurt van de beschermkap en de klemring en controleer de staat en de werking van de onderste beschermkap, zoals eerder is uiteengezet. Breng hier geen smering aan.
- Selecteer het juiste zaagblad voor de toepassing (zie Zaagbladen). Gebruik altijd zaagbladen van de juiste afmeting (diameter) met een middengat van de juiste afmeting en vorm voor de montage op de zaagas. Zorg er altijd voor dat de maximale aanbevolen snelheid (tpm) op het zaagblad overeenkomt met of hoger is dan de snelheid (tpm) van de zaag.
- Volg stap 1 tot en met 5 onder Het Zaagblad installeren en let erop dat het zaagblad in de juiste richting draait.
Onderste zaagbladbeschermkap
WAARSCHUWING: De onderste
Zaagbladbeschermkap is een veiligheidsvoorziening die het risico van ernstig persoonlijk letsel beperkt. Gebruik de zaag nooit als de onderste beschermkap ontbreekt, beschadigd is, verkeerd gemonteerd is of niet goed werkt. U kunt er niet op vertrouwen dat de onderste zaagbladbeschermkap u onder alle omstandigheden beschermt. Uw veiligheid is afhankelijk van het opvolgen van de volgende waarschuwingen en aanwijzingen voor een veilig gebruik en ook van een goede werking van de zaag. Controleer voor ieder gebruik dat de onderste zaagbladbeschermkap goed sluit. Als de onderste zaagbladbeschermkap ontbreekt of niet goed werkt, laat de zaag dan nazien voordat u het gereedschap weer gebruikt. De veiligheid en betrouwbaarheid van het product kunnen alleen worden gewaarborgd als reparatie, onderhoud en afregeling worden uitgevoerd door een geautoriseerd servicecentrum of een andere gekwalificeerde service-organisatie, waarbij altijd identieke vervangende onderdelen moeten worden gebruikt.
De onderste beschermkap controleren (Afb. A)
- Zet het gereedschap uit en trek de stekker uit het stopcontact.
- Draai de hendel van de onderste beschermkap 14 uit de geheel gesloten positie naar de geheel geopende positie.
- Laat de hendel los en zie erop toe dat de beschermkap 12 naar de geheel gesloten posite terugkeert.
Het gereedschap moet in een officieel erkend servicecentrum worden nagezien, als de beschermkap:
- niet terugkeert in de geheel gesloten positie,
• met horten en stoten of langzaam beweegt, of
- contact maakt met het zaagblad of met een deel van het gereedschap onder alle hoeken en bij alle zaagdiepten.
Zaagbladen
WAARSCHUWING: Beperk het risico van oogletsel zoveel mogelijk, gebruik altijd oogbescherming. Carbide is een hard maar bros materiaal. Voorwerpen in het werkstuk, die er niet in horen, zoals draad of spijkers, kunnen tot gevolg hebben dat de punt scheurt of breekt. Werk alleen met de zaag wanneer een goede zaagbladbeschermkap is geplaatst. Monteer vóór gebruik het zaagblad stevig en let op de juiste draairichting, gebruik altijd een schoon, scherp zaagblad.
WAARSCHUWING: Zaag geen metaal, kunststof, beton, metcelwerk of vezelcementmateriaal met deze zaag.
190 mm Diameter
Toepassing Tanden
Snel overlangs zagen 18
Overlangs zagen 24
Algemene toepassing 40
184 mm Diameter
Toepassing Tanden
Overlangs zagen 24
Algemene toepassing 36
Afwerking 60
Neem, als u hulp nodig hebt bij het gebruik van zaagbladen, contact op met de D EWALT-dealer ter plaatse.
Terugslag
Terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld, vastgelopen of verkeerd uitgelijnd zaagblad, waarbij een zaag zonder controle omhoog komt uit het werkstuk in de richting van de gebruiker. Wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt doordat de zaagsnede zich sluit, loopt het zaagblad vast en wordt de unit door de reactie van de motor snel in de richting van de gebruiker geduwd. Als het zaagblad krom wordt of verkeerd uitgelijnd raakt in de zaagsnede, kunnen de tanden aan achterste rand van het zaagblad zich in het oppervlak van het materiaal vreten, waardoor het zaagblad uit de zaagsnede komt en in de richting van de gebruiker springt.
Het is waarschijnlijker dat terugslag zich zal voordoen onder de volgende omstandigheden.
1. ONJUISTE ONDERSTEUNING VAN HET WERKSTUK (AFB. X)
a. Doorzakken of onjuist omhoog brengen van het af te zagen stuk materiaal kan het vastklemmen van het zaagblad tot gevolg hebben en leiden tot terugslag (Afb. X).
b. Wanneer materiaal wordt doorgezaagd dat alleen aan de uiteinden wordt ondersteund, kan dat leiden tot terugslag. Naarmate het materiaal verzwakt, zakt het door, waardoor de zaagsnede zich sluit en het zaagblad klem komt te zitten (Afb. X).
NEDERLANDS
c. Het afzagen van een vrijdragend of overhangend stuk materiaal van onderaf in een verticale richting kan terugslag tot gevolg hebben. Het vallende afgezaagde stuk kan een zaagblad afklemmen.
d. Wanneer lange smalle stroken worden afgezaagd kan dat terugslag tot gevolg hebben. De af te zagen strook kan doorzakken waardoor de zaagsnede zich sluit en het zaagblad bekneld raakt.
e. Het ophalen van de onderste beschermkap op een oppervlak onder het materiaal dat wordt gezaagd, kan verminderde controle van de gebruiker over het gereedschap tot gevolg hebben. De zaag kan gedeeltelijk uit de zaagsnede omhoogkomen en daardoor kan de kans dat het zaagblad wordt verbogen, toenemen.
2. ONJUISTE INSTELLING VAN DE ZAAGDIEPTE OP DE ZAAG (AFB. H)
U maakt de meest efficiënte zaagsnede als het zaagblad zo ver uitsteekt dat er slechts een tand uitsteekt, zoals in Afbeelding H wordt getoond. Zo kan de schoen het zaagblad ondersteunen en wordt het verbuigen en knellen in het materiaal tot een minimum beperkt. Zie het hoofdstuk met de titel Zaagdiepteafstelling
3. BUIGING VAN HET ZAAGBLAD (VERKEERDE UITLIJNING IN DE ZAAGSNEDE)
a. Wanneer u harder duwt bij het zagen, kan het zaagblad buigen.
b. Wanneer u probeert de zaag in de zaagsnede te draaien (probeert terug te komen op de gemarkeerde lijn) kan dat tot gevolg hebben dat het zaagblad buigt.
c. Buiten uw macht reiken of de zaag bedienen in een verkeerde lichaamshouding (uit evenwicht), kan buigen van het zaagblad tot gevolg hebben.
d. Het verplaatsen van uw handen of een andere lichaamshouding aannemen kan buigen van het zaagblad tot gevolg hebben.
e. Het ondersteunen van de zaag om het zaagblad vrij te maken, kan verbuigen van het zaagblad tot gevolg hebben.
4. GEBRUIK VAN BOTTE OF VUILE ZAAGBLADEN
Bij gebruik van botte zaagbladen wordt de zaag meer belast. Om dat te goed te maken zal de gebruiker gewoonlijk harder duwen waardoor de unit nog meer wordt belast en het verbuigen van het zaagblad in de zaagsnede nog erger wordt. Versleten zaagbladen zullen misschien ook onvoldoende vrije ruimte hebben waardoor de kans op vastlopen en de belasting toeneemt.
5. HET OPNIEUW STARTEN VAN EEN ZAAGSNEDE TERWIJL DE TANDEN VAN DE ZAAG VASTSTAAN TEGEN HET MATERIAAL
De zaag moet eerst op volle bedrijfssnelheid worden gebracht en pas daarna mag een zaagsnede worden gestart of opnieuw worden gestart, nadat de unit is gestopt met het zaagblad in de zaagsnede. Als u de zaag niet eerst op volle snelheid laat komen, kan dat leiden tot vastlopen en terugslag.
Alle andere omstandigheden die knellen, vastlopen, buigen of een verkeerde uitlijning tot gevolg kunnen hebben, kunnen leiden tot een terugslag. Raadpleeg de hoofdstukken Nadere veiligheidsinstructies voor alle zagen en Zaagbladen voor procedures en technieken die het optreden van terugslag zoveel mogelijk voorkomen.
Zaagdiepteafstelling (Afb. F–H)
- Maak de hendel voor de diepteafstelling 25 los door de hendel omhoog te halen.
- Zet voor het verkrijgen van de juiste zaagdiepte het juiste merkteken op de strook voor de diepteafstelling 27 tegenover uitsparing 26 op de bovenste zaagbladbeschermkap.
- Zet de diepteafstellingshendel vast.
- Zet voor de meest efficiënte werking met een zaagblad met een carbide tip de diepteafstelling zo, dat ongeveer de helft van een tand onder het oppervlak van het te zagen hout uitsteekt.
- In Afbeelding H wordt een methode getoond voor het controleren van de juiste zaagdiepte. Leg een stuk van het materiaal dat u wilt gaan zagen langs het zaagblad, zoals in de afbeelding wordt getoond, en kijk hoeveel van een tand buiten het materiaal steekt.
Afstelling van de hendel voor de zaagdiepteafstelling (Afb. G)
Misschien wilt u de stand van de hendel voor de zaagdiepteafstelling 25 wijzigen. De hendel kan na verloop van tijd losraken en voor het vastzetten de grondplaat raken.
De hendel vastzetten:
- Houd de hendel voor de diepteafstelling 25 vast en draai de moer 28 los.
- Stel de hendel voor de diepteafstelling af door de hendel ongeveer 1/8 slag in de gewenste richting te draaien.
- Moer weer vastzetten.
Afstelling afschuinhoek (Afb. A, I)
U kunt het mechanisme voor de afschuinhoek 9 afstellen tussen 0° en 57°.
U kunt door gebruik te maken van de markeringen voor de fijnafstelling op de draaibeugel 29 nauwkeurige zaagresultaten bereiken.
- Maak de hendel voor de aanpassing van de afschuinhoek 8 los door de hendel omhoog te halen.
- Kantel de grondplaat in de gewenste hoek door de nauwkeurige aanwijzer voor de afschuinhoek 30 tegenover het merkteken van de gewenste hoek op de draaibeugel 29 te zetten.
- Zet de hendel voor de aanpassing van de afschuinhoek vast door de hendel omlaag te brengen.
Vast punt schuine zaagsnede (Afb. I)
De DCS578 en de DCS579 zijn uitgerust met een functie voor de instelling van een vaste punt voor de afschuinhoek. Wanneer u de grondplaat kantelt, hoort u een klik en voelt u dat de
grondplaat vastklikt op 22,5 graad en op 45 graden. Zet, als één van deze standen de gewenste hoek is, de hendel 8 vast door de hendel omlaag te brengen. Als u een andere hoek wilt instellen, kantelt u de grondplaat verder totdat de grove aanwijzer 31 van de afschuinhoek of de fijne aanwijzer 30 van de afschuinhoek tegenover het gewenste merkteken staat.
Indicator zaaglengte (Afb. J)
De markeringen aan de zijkant van de grondplaat 11 tonen de lengte van de sleuf die in het materiaal wordt gezaagd bij de volledige zaagdiepte. De markeringen geven stappen van 5 mm aan.
De Parallelle Langsgeleiding monteren en afstellen (Afb. K)
De parallelle langsgeleiding 33 wordt gebruikt voor het zagen parallel aan de rand van het werkstuk.
Monteren
- Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding 32 wat losser zodat de parallelle langsgeleiding kan passeren.
- Steek de parallelle langsgeleiding 33 in de grondplaat 11, zoals wordt afgebeeld.
- Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding 32 vast.
Afstellen
- Draai de afstellingsknop van de langsgeleiding 32 los en zet de parallelle langsgeleiding 33 op de gewenste breedte. U kunt de afstelling aflezen van de schaalverdeling van de langsgeleiding.
- Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding 32 vast.
Het mondstuk van de stofafzuiging monteren (Afb. A, F, L)
De cirkelzagen van het type DCS578/DCS579 worden geleverd met een poort voor stofafzuiging.
DE POORT VOOR STOFAFZUIGING INSTALLEREN
- Maak de hendel voor de afstelling van de zaagdiepte 25 helemaal los.
- Plaats de grondplaat 11 in de laagste positie.
- Houd de linkerhelft van de poort voor de stofafzuiging 34 tegenover de bovenste zaagbladbeschermkap 15, zoals wordt afgebeeld. Het is belangrijk dat u de nok in de uitsparing op het gereedschap steekt. Wanneer u dit op juiste wijze uitvoert, zal het mondstuk geheel over de oorspronkelijke diepte van de zaagsnedeaanwijzer klikken.
- Zet het rechtergedeelte tegenover het linker.
- Plaats de schroeven en draai ze stevig vast.
Geleiderailsysteem (Afb. M)
DCS579
Met behulp van geleiderails, als accessoires in verschillende lengte verkrijgbaar, kunt u met de cirkelzaag nauwkeurige, rechte en schone zaagsneden maken en tegelijkertijd het oppervlak van het werkstuk beschermen tegen beschadiging. In combinatie met aan te schaffen accessoires kunt u met het geleiderailsysteem nauwkeurig onder een hoek en in verstek zagen en installatiewerk uitvoeren.
Er zijn klemmen 37 leverbaar waarmee u de geleiderail 35 kunt vastzetten op het werkstuk 36 (Afb. M). Door middel van deze klemmen 37 kunt u de geleiderail 35 stevig op het werkstuk 36 bevestigen en veilig werken. Wanneer u de geleiderail eenmaal op de zaaglijn hebt ingesteld en stevig op het werkstuk hebt bevestigd, zal het werkstuk niet kunnen verschuiven tijdens het zagen.
BELanGRIJk: De schaalverdeling voor de instelling van de hoogte is ingesteld voor gebruik van de zaag zonder een geleiderail. Wanneer u de zaag op de geleiderail gebruikt, zal het verschil in hoogte ongeveer 5,0 mm zijn.
De cirkelzaag op de geleiderail (Afb. A, N)
U bereikt de beste zaagresultaten wanneer de ruimte tussen de cirkelzaag en de geleiderail (Afb. N, 35) heel klein is. Hoe kleiner deze ruimte is, des te beter is de afwerking van de zaaglijn op het werkstuk.
De ruimte kan worden ingesteld met de twee railaanpassingen 19 20 (Afb. A) voor elk kanaal in de grondplaat, voor zagen op 0° 19 en voor schuin afzagen op 1 - 45° 20. De railaanpassingen zijn precisienokken door middel waarvan de ruimte tussen het gereedschap en de geleiderail kan worden verminderd. Wanneer u deze aanpassingen hebt ingesteld, wordt zijdelingse verplaatsing van de zaag tijdens het zagen tot een minimum beperkt terwijl het zagen gelijkmatig kan worden uitgevoerd.
OPMERkInG: De aanpassingen zijn in de fabriek op de minimale ruimte ingesteld en zullen misschien moeten worden aangepast voordat u met het gereedschap aan de slag kunt. Volg deze instructies voor het instellen van de cirkelzaag op de geleiderail.
DEnk ERaan: Stel de railaanpassingen op de zaag in op de geleiderail.
- Maak de schroef binnen in de railaanpassing los zodat aanpassing tussen de zaag en de geleiderail mogelijk wordt.
- Trek de onderste beschermkap terug en plaats het gereedschap op de geleiderail, let er daarbij op dat het zaagblad in de hoogste positie staat.
- Draai de aanpassing tot de zaag op de geleiderail wordt vergrendeld
BELanGRIJk: Controleer dat de zaag stevig op de rail is bevestigd door te proberen de zaag naar voren te duwen. Het is belangrijk dat de zaag niet kan verschuiven. - Draai de aanpassing wat naar achteren totdat de zaag gemakkelijk langs de rail schuift.
- Houd de railaanpassing op zijn plaats en draai de schroef weer vast.
OPMERkInG: Pas het systeema LTIJD aan voor gebruik op andere rails.
De railaanpassingen zijn nu zo ingesteld dat zijdelingse afwijking bij het werken met de zaag op de geleiderail tot een minimum wordt beperkt.
nEDERLanDS
Voor u met de zaag aan de slag gaat, moet de anti- splinterkap 38 op de geleiderail worden afgesteld. Raadpleeg De Anti-Splinterkap afstellen.
De anti-splinterkap afstellen (Afb. N)
de geleiderail 35 is voorzien van een anti-splinterkap 38 die voorafgaand aan het eerste gebruik moet worden afgesteld. De anti-splinterkap 38 bevindt zich aan weerszijden van de geleiderail (Afb. N). Het doel van deze anti-splinterkap is de gebruiker een zichtbare zaaglijn te geven en het ontstaan tijdens het zagen van spaanders te beperken langs de zaagrand van het werkstuk.
BELanGRIJk: Lees aLTIJD de aanwijzingen in De cirkelzaag instellen op de geleiderail en volg deze aanwijzingen op voordat u de splinterkap zaagt!
Stappen voor het afstellen van de Anti-Splinterkap (Afb. O-R)
- Plaats de geleiderail 35 op een stuk hout (restant) 39 met een minimumlengte van 100 mm, dat uitsteekt over het werkstuk (Afb. O). Bevestig de geleiderail met een klem stevig op het werkstuk. Zo wordt de nauwkeurigheid gewaarborgd.
- Stel de zaag in op een zaagdiepte van 20 mm.
- Plaats de voorzijde van de zaag op het overhangende deel van geleiderail, waarbij u ervoor zorgt dat het zaagblad voor de rand van de rail is geplaatst (Afb. P).
- Schakel de zaag in en zaag de splinterkap langzaam langs de gehele lengte in één ononderbroken beweging. De rand van splinterkap komt nu precies overeen met de zaagrand van het zaagblad (Afb. Q).
U kunt de anti-splinterkap op de andere zijde van geleiderail afstellen door de zaag van de rail te halen en de rail 180° te draaien. Herhaal stap 1 tot en met 4.
OPMERkInG: U kunt, als u dat wilt, de splinterkap op 45° schuin afzagen, en vervolgens stap 1 tot en met vier 4 herhalen. Hierdoor is de ene zijde van de rail geschikt voor parallelle zaagsneden en de andere zijde van de rail afgesteld op schuine zaagsneden op 45° (Afb. R).
OPMERkInG: Als de anti-splinter is afgesteld voor parallelle zaagsneden aan beide zijden, zal, wanneer de zaag is ingesteld op schuine zaagsneden, het zaagblad niet langs de rand van de anti-splinterkap lopen. Dit komt omdat het kantelpunt van het apparaat niet stationair is en het zaagblad naar buiten beweegt wanneer de zaag schuin wordt geplaatst.
Zaagsnede-indicator (Afb. S–U)
De voorzijde van de zaagschoen heeft een indicator voor de zaagsnede 41 voor verticaal zagen en onder een schuine hoek zagen. Met deze indicator kunt u de zaag langs zaaglijnen geleiden, die u op het te zagen materiaal hebt afgetekend. De zaagsnede-indicator wijst naar de linker (buiten)zijde van het zaagblad, waardoor de sleuf of "zaagsnede" die door het draaiende zaagblad wordt gezaagd, rechts van de indicator uitkomt. Leid de zaag langs de afgetekende zaaglijn zodat de zaagsnede uitkomt op het restmateriaal. Afbeelding T toont de zaag in de parallelle zaagstand ten opzichte van de geleiderail. Afbeelding U toont de zaag in de stand voor schuine zaagsneden ten opzichte van de geleiderail.
Voor ingebruikneming
- Controleer dat de beschermkappen goed zijn gemonteerd. De zaagbladbeschermkap moet gesloten zijn.
- Controleer dat het zaagblad draait in de richting van de pijl op het zaagblad.
- Gebruik geen zeer versleten zaagbladen.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de vondigheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig personlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Juiste positie van de handen (Afb. V)
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk lekste verminderen, dient u ALTIJD de handen in de juiste positie te hebben, zoals afgebeeld.
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsekte verminderen, houdt u het ALTIJD stevig vast, anticiperend op een plotseling reactie.
Voor een juiste plaatsing van uw handen zet u één hand op de hoofdhandgreep 3 en de andere op de hulphandgreep 7.
LED-werklicht (Afb. A)
Het LED-werklicht 10 wordt ingeschakeld wanneer u de aan/uit-schakelaar indrukt. Wanneer u de Aan/Uit-schakelaar loslaat, blijft het werklicht tot wel 20 seconden lang branden.
OPMERkInG: Het werklicht is bedoeld voor het verlichten van het werkoppervlak in de onmiddellijke nabijheid en het is niet de bedoeling dat u het licht gebruikt als zaklantaarn.
In- en uitschakelen (Afb. A)
Om veiligheidsredenen is de Aan/Uit-schakelaar 1 van uw gereedschap voorzien van een vergrendelknop 2.
Ontgrendel het gereedschap door de vergrendelknop in te drukken.
U kunt de machine in werking zetten door op de Aan/Uitschakelaar 1 te drukken.
Zodra u de Aan/Uit-schakelaar loslaat wordt de vergrendelknop automatisch ingeschakeld zodat wordt voorkomen dat de machine onbedoeld wordt gestart.
OPMERKING: Schakel het gereedschap niet in of uit wanneer het zaagblad het werkstuk of andere materialen raakt.
Ondersteuning van het werkstuk (Afb. W–Z)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig op- onlijk letsel, ondersteun het werkstuk goed en houd de zaag stevig vast zodat u niet de controle over het gereedschap kunt verliezen.
Afb. W en Y laten de juiste zaagpositie zien. Afb. X en Z laten een onveilige werksituatie zien. Houd handen weg bij de zaag.
Vermijd terugslag, ondersteun ALTIJD board- en plaatmateriaal DICHTBIJ de zaagsnede, (Afb. W en Y). ONDERSTEUN board- of plaatmateriaal NIET ver van de zaagsnede (Afb. X, Z).
NEEM ALTIJD DE ACCU UIT VOORDAT U AANPASSINGEN UITVOERT! Plaats het werk met de "goede" zijde — de zijde die er het mooist moet uitzien — omlaag. De zaag zaagt omhoog, dus splinters zullen te zien zijn aan de zijde van het werkstuk die omhoog gericht is tijdens het zagen.
Zagen (Afb. Y)
WAARSCHUWING: Probeer nooit dit gereedschap te gebruiken door het ondersteboven op een werkoppervlak te zetten en het materiaal naar het gereedschap te voeren. Zet het werkstuk altijd stevig met klemmen vast en voer het gereedschap naar het werkstuk, waarbij u het gereedschap stevig met beide handen vasthoudt, zoals in Afbeelding Y wordt getoond.
Plaats het bredere gedeelte van de grondplaat van de zaag op dat gedeelte van het werkstuk dat stevig wordt ondersteund, niet op een gedeelte dat valt wanneer de zaagsnede is voltooid. Als voorbeeld, illustreert Afbeelding Y de JUISTE manier voor het afzagen van het uiteinde van een stuk materiaal. Zet het werk altijd met klemmen vast. Probeer niet korte stukken materiaal met de hand vast te houden! Denk er aan dat u vrijdragend en overhangend materiaal moet ondersteunen. Ga voorzichtig te werk wanneer u materiaal van onderaf afzaagt.
Het is belangrijk dat de zaag op volle snelheid draait voordat het zaagblad het te zagen materiaal raakt. Wanneer u met zagen begint met het zaagblad tegen het materiaal dat moet worden gezaagd of met het zaagblad dat vooruit wordt geduwd in de zaagsnede, kan dat terugslag tot gevolg hebben. Duw de zaag naar voren met een snelheid waarbij het zaagblad zonder veel moeite kan zagen. Hardheid en taaiheid kunnen variëren, zelfs in hetzelfde stuk materiaal, en knoestige of vochtige delen kunnen de zaag zwaar belasten. Duw de zaag, wanneer dit gebeurt langzamer vooruit, maar wel zo stevig dat de zaag kan blijven werken zonder veel verlies van snelheid. Wanneer u de zaag met geweld voortduwt, kan dat leiden tot ruwe zaagsneden, terugslag en oververhitting van de motor. Als het zo is dat uw zaagsnede begint af te wijken van de zaaglijn, probeer dan niet de zaaglijn weer te bereiken. Laat de schakelaar los en laat het zaagblad volledig tot stilstand komen. U kunt dan de zaag terugtrekken, opnieuw aanleggen en een nieuwe zaagsnede beginnen enigszins binnen de verkeerde zaagsnede. U moet in ieder geval de zaag terugtrekken als u de zaagsnede moet verplaatsen. Wanneer u met geweld een correctie probeert uit te voeren binnen de zaagsnede, kan de zaag vastlopen en dat kan leiden tot terugslag.
LOOPT DE ZAAG VAST, LAAT DE AAN/UIT-SCHAKELAAR DAN LOS EN TREK DE ZAAG TERUG UIT DE ZAAGSNEDE. HET IS BELANGRIJK DAT HET ZAAGBLAD RECHT IN DE ZAAGSNEDE ZIT EN VRIJ VAN DE ZAAGRAND VOORDAT U OPNIEUW BEGINT.
Laat de schakelaar los, wanneer u de zaagsnede voltooit, laat het zaagblad tot stilstand komen en til vervolgens pas de zaag van het werk. Wanneer u de zaag optilt, zal de geveerde telescopische beschermkap zich automatisch onder het zaagblad sluiten. Denk eraan dat het zaagblad pas is afgedekt als de beschermkap is gesloten. Reik niet om welke reden dan ook onder het werk. Wanneer u de telescopische beschermkap met de hand moet terugtrekken (zoals dat moet bij het begin van insteekzagen), doe dat dan altijd met de terugtrekhendel.
OPMERkInG: Let er bij het zagen van dunne stroken vooral goed op dat de kleine afgezaagde delen niet binnen de onderste beschermkap terechtkomen.
Insteekzagen (Afb. AA)
WAARSCHUWING: Zet de zaagbladbeschermkap nooit van een opgehaalde stand. Verplaats de zaag nooit naar achteren bij het insteekzagen. Hierdoor kan de zaag zich omhoog werken uit het werkoppervlak en dat kan leiden tot letsel.
Een insteekzaagsnede is een zaagsnede die wordt gemaakt in een vloer, wand of een ander vlak oppervlak.
- Stel de grondplaat van de zaag zo af dat het zaagblad op de gewenste diepte zaagt.
- Kantel de zaag naar voren en laat de voorzijde van de grondplaat op het te zagen materiaal rusten.
- Trek met de hendel van de onderste beschermkap de onderste beschermkap omhoog. Laat de achterzijde van de grondplaat zakken tot de tanden van het zaagblad bijna de zaaglijn raken.
- Laat de zaagbladbeschermkap los (door het contact met het werk kan de kap vrij opengaan wanneer u de zaagsnede begint). Neem uw hand van de hendel van de beschermkap en pak de hulphandgreep 7 stevig vast, zoals in Afbeelding AA wordt getoond. Plaats uw lichaam en arm zo dat u weerstand kunt«» bieden aan terugslag, als deze zich voordoet.
- Controleer dat het zaagblad niet voordat u de zaag start contact maakt met het zaagoppervlak.
- Start de motor en laat de zaag geleidelijk zakken tot de grondplaat vlak op het zagen materiaal rust. Breng de zaag naar voren langs de zaaglijn tot de zaagsnede is voltooid.
- Laat de aan/uit-schakelaar los en trek het zaagblad pas uit het materiaal als het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen.
- Ga aan het begin van iedere nieuwe zaagsnede steeds weer te werk zoals hierboven wordt vermeld,
Stofafzuiging (Afb. DD)
WAARSCHUWING: Risico van het inademen van stof. Beperk het risico van persoonlijk letsel, draag ALTIJD een goedgekeurd stofmasker.
NEDERLANDS
Er wordt een stofafzuigpoort 34 meegeleverd bij uw gereedschap.
Met de stofafzuigpoort kunt u het gereedschap op een externe stofzuiger aansluiten met behulp van het AirLock™-systeem (DWV9000-XJ) of een standaard 35mm-aansluiting voor een stofzuiger.
WAARSCHUWING: Gebruik ALTIJD stofafzuiging die doorpen is in overeenstemming met de van toepassing zijnde richtlijnen voor stofemissie bij het zagen van hout. Slangen van de meeste gewone stofzuigers passen rechtstreeks in de stofafzuigingspoort.
Spanthaak (Afb. A)
(Inbegrepen bij bepaalde modellen)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig plasmonlijk letsel, gebruik de spanthaak van het gereedschap niet om het gereedschap aan uw lichaam te hangen. Gebruik de spanthaak NIET om het gereedschap vast te zetten of tijdens het gebruik aan een persoon of voorwerp vast te maken. Hang het gereedschap NIET boven uw hoofd en hang geen voorwerpen op aan de spanthaak.
WAARSCHUWING: Beperk het risico van letsel dat zou k been ontstaan doordat de cirkelzaag op gebruikers of omstanders valt, let er vooral goed op dat de zaag stevig wordt ondersteund wanneer u de spanthaak gebruikt, en plaats het gereedschap op een veilige en stabiele plaats wanneer u het niet gebruikt. Houd de ruimte eronder vrij zodat het risico dat het gereedschap of het afgezaagde materiaal valt en iemand of iets eronder raakt, wordt beperkt.
De cirkelzaag heeft een handige spanthaak 4 waarmee het gereedschap op een geschikte en stabiele structuur kan worden gehangen wanneer u het even niet gebruikt. Gebruik de spanthaak niet om het gereedschap vast te zetten of tijdens het gebruik aan een persoon of voorwerp vast te maken.
ONDERHOUD
Uw DEWALT gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig poonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht.

Smering
In het gereedschap wordt gebruikgemaakt van zelfsmerende kogellagers en deze hoeven niet opnieuw te worden
gesmeerd. U wordt echter geadviseerd het gereedschap één keer per jaar naar een servicecentrum te brengen of op te sturen voor grondige schoonmaak, inspectie en smering van de tandwielkast.

Reiniging
WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof uit de hoochebehuizing met droge lucht, zo vaak u ziet dat vuil zich in en rond de luchtopeningen ophoopt. Draag goedgekeurde oogbescherming en een goedgekeurd stofmasker als u deze procedure uitvoert.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen dere bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicaliën kunnen het materiaal dat in deze onderdelen is gebruikt verzwakken. Gebruik een doek die uitsluitend met water en milde zeep is bevochtigd. Zorg dat er nooit enige vloeistof in het gereedschap komt; dompel nooit enig onderdeel van het gereedschap in een vloeistof.
Onderste beschermkap
De onderste beschermkap moet altijd vrij kunnen draaien en sluiten uit een geheel open of geheel gesloten positie. Controleer altijd of de beschermkap goed werkt door de kap voorafgaand aan zaagwerkzaamheden geheel te openen en los te laten. Als de beschermkap langzaam sluit of niet geheel sluit, moet de kap worden schoongemaakt of worden nagezien. Gebruik de zaag pas weer als de beschermkap goed werkt. Maak de beschermkap schoon met droge lucht of een zachte borstel en verwijder alle opgehoopte zaagsel en vuil uit het pad van de beschermkap en rond de veer van de beschermkap. Als hiermee het probleem niet is verholpen, moet het gereedschap worden nagezien door een erkend servicecentrum.
Afstelling van de grondplaat (Afb. E, BB, CC)
Uw grondplaat is in de fabriek zo afgesteld dat het zaagblad haaks op de grondplaat staat. Als, na langdurig gebruik, u het zaagblad opnieuw moet uitlijnen, volg dan onderstaande aanwijzingen:
Afstellen Voor Zaagsneden Van 90 Graden
- Zet de zaag terug in de stand voor 0 graden
- Plaats de zaag op zijn zijkant en trek de onderste beschermkap terug.
- Stel de zaagdiepte in op 51 mm.
-
Maak de hendel voor de aanpassing van de afschuinhoek los (Afb. CC, 8). Plaats een winkelhaak tegen het zaagblad en de grondplaat, zoals in Afbeelding BB wordt getoond.
-
Draai met een inbussleutel (24, Afb. E) de instelschroef 42, Afb. BB) op de onderzijde van de grondplaat tot het zaagblad en de grondplaat beide gelijk liggen met de haak. Zet de hendel voor het aanpassen van de afschuinhoek weer vast.
Afstellen van de hendel voor aanpassing van de afschuinhoek (Afb. CC)
Het kan wenselijk zijn de hendel voor aanpassing van de afschuinhoek af te stellen. De hendel kan na verloop van tijd losraken en voor het vastzetten de grondplaat draken.
De hendel vastzetten:
- Houd de hendel voor aanpassing van de afschuinhoek vast en draai de vergrendelmoer voor de afschuinhoek 40 los.
- Stel de hendel voor aanpassing van de afschuinhoek af door deze 1/8 in de gewenste richting teïdraaien.
- Moer weer vastzetten.
Zaagbladen
Een bot zaagblad maakt dat het zagen inefficiënt verloopt, de motor wordt overbelast, er uitzonderlijk veel splinters ontstaan en de mogelijkheid van de terugslag kan toenemen. Vervang zaagbladen wanneer het niet langer gemakkelijk is de zaag door de zaagsnede te duwen, wanneer de motor zwaar wordt belast of wanneer het zaagblad uitzonderlijk heet wordt. Het is een goede gewoonte extra zaagbladen beschikbaar te hebben zodat scherpe zaagbladen onmiddellijk beschikbaar zijn voor gebruik. Botte zaagbladen kunnen op veel plaatsen wordengeslepen.
Uitgeharde kit kan van het zaagblad worden verwijderd met wasbenzine, terpentine of zelfs een reinigingsmiddel voor de oven. Zaagbladen met een antihecht-coating kunnen worden gebruikt bij toepassingen waarbij uitzonderlijk veel materiaal zich aan het zaagblad hecht, zoals bij onder druk geïmpregneerd hout.
Optionele accessoires
WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet de EWALT zijn aangeboden niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen dient u uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product te gebruiken.
GEBRUIK BIJ DEZE ZAAG GEEN ACCESSOIRES VOOR DE TOEVOER VANWATER.
VOER EEN VISUELE INSPECTIE UIT VAN CARBIDE ZAAGBLADEN VOORAFGAAND AAN GEBRUIK VERVANGEN IN HET GEVAL VAN BESCHADIGING.
Neem contact op met uw leverancier voor verdere informatie over de geschikte accessoires.
Bescherming van het milieu

Gescheiden inzameling. Producten en batterijen die zijn voorzien van dit symbool, mogen niet bij het normale huishoudelijke afval worden weggegooid. Producten en batterijen bevatten materialen die
kunnen worden teruggewonnen en gerecycled, zodat de vraag naar grondstoffen afneemt. Recycle elektrische producten en batterijen volgens de lokale voorschriften. Nadere informatie is beschikbaar op www.2helpU.com.
Herlaadbare accu
Deze duurzame accu moet herladen worden als hij niet krachtig genoeg blijkt tijdens het uitvoeren van klussen die daarvoor vlot verliepen. Aan het einde van zijn technische levensduur dient u dit werktuig weg te gooien met respect voor het milieu:
- Gebruik de accu helemaal op en verwijder deze vervolgens uit het werktuig.
- Lithium-ion-cellen recyclebaar. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De por ingezamelde accu's zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt.