KI2322FE0 - Koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI2322FE0 NEFF in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KI2322FE0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI2322FE0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI2322FE0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI2322FE0 NEFF
[nl] Gebruikershandleiding
1.1 Algemene aanwijzingen ..... 77
1.2 Bestemming van het apparaat 77
1.3 Inperking van de gebruikers .... 77
1.4 Veiliger transport 77
1.5 Veilige installatie.... 78
1.6 Veilig gebruik.... 79
1.7 Beschadigd apparaat...... 81
2 Het voorkomen van materiële schade 83
3 Milieubescherming en besparing.... 83
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 83
3.2 Energie besparen.... 83
4 Opstellen en aansluiten.... 83
4.1 Leveringsomvang 83
4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 84
4.3 Apparaat monteren 84
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden .... 84
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten.... 85
5 Uw apparaat leren kennen...... 85
5.1 Apparaat.... 85
5.2 Bedieningspaneel.... 85
6 Uitrusting.... 85
6.1 Legplateau.... 85
6.2 Klep van het vriesvak 85
6.3 Groente- en fruitlade.... 85
6.4 Boter- en kaasvak 86
6.5 Deurrekken.... 86
6.6 Accessoires.... 86
7 De Bediening in essentie...... 86
7.1 Apparaat inschakelen.... 86
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 86
7.3 Machine uitschakelen.... 86
7.4 Temperatuur instellen.... 87
8 Extra functies 87
8.1 Super-functie 87
9 Koelvak 87
9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koel-vak.... 87
9.2 Koudezones in het koelvak..... 88
9.3 Sticker "OK"...... 88
10 Vriesvak.... 88
10.1 Deur van het vriesvak...... 88
10.2 Invriescapaciteit...... 88
10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vries-vak.... 89
10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ..... 89
10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C ..... 89
10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 89
11 Ontdooien.... 90
11.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 90
11.2 Ontdooien in het vriesvak ..... 90
12 Reiniging en onderhoud...... 90
12.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging 90
12.2 Apparaat schoonmaken...... 91
12.3 De dooiwatergoot en het af-
voergat reinigen.... 91
12.4 Onderdelen eruit halen ..... 91
13 Storingen verhelpen 93
13.1 Stroomuitval.... 95
13.2 Apparaatzelftest uitvoeren..... 95
14 Opslaan en afvoeren.... 95
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen 95
14.2 Afvoeren van uw oude ap- paraat 96
nl
15 Servicedienst.... 96
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)...... 97
16 Technische gegevens...... 97

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service-dienst.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminium- nen overdragen naar de levensmiddelen.
▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 96
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
▶ Ventileer de ruimte.
▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 86
nl Veiligheid
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 96
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. - Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. - Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak- king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
■ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
■ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
■ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
■ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
■ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
■ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
■ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
■ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
■ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
■ Ontdooi het vriesvak regelmatig.
■ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 96 contact op.
De levering bestaat uit:
nl Opstellen en aansluiten
Inbouw
■ Uitrusting en accessoires ^1
■ Montagemateriaal
■ Montagehandleiding
■ Gebruiksaanwijzing
■ Klantenservice overzicht
■ Garantiebijlagé
■ Energielabel
■ Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstello- catie
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m ^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1/4
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 45 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/4
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Side-opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal er uit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 91
4.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 4
- De netstekker op vastheid controleren.
√ Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
| 1 | Bedieningspaneel→ Pagina 85 |
| 2 | Vriesvak → Pagina 88 |
| 3 | Groente- en fruitlade→ Pagina 85 |
| 4 | Typeplaatje → Pagina 97 |
| 5 | Boter- en kaasvak→ Pagina 86 |
| 6 | Deurrek voor grote flessen→ Pagina 86 |
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
| 1 | De temperatuurinsteltoets stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 2 | Super brandt, wanneer Superkoelen is ingeschakeld. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 91
6.2 Klep van het vriesvak
Bewaar op het legplateau achter de klep van het vriesvak vaak gebruikte of kortstondig te bewaren levensmiddelen.
6.3 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Verwijder het condenswater met een droge doek.
nl Bediening
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 92
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
→ Fig. 3
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 34 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets toderen of kort onder stromend water houden.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 85
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 sec. seconden ingedrukt houden.
√ Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 87
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
■ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
■ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
▶ 3 sec. Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Druk net zo vaak op de temperatuurinsteltoets tot de gewenste temperatuur op het temperatuur-display wordt weergegeven.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
→ "Sticker "OK"", Pagina 88
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 87.
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies
8.1 Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koel-vak en het vriesvak sterker.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.
→ "Invriescapaciteit", Pagina 88
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
- Druk net zo vaak op de temperatuurinsteltoets tot Suprandt.
Opmerking: Na ca. 24 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
- Druk op de temperatuurinsteltoets.
9 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
■ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
■ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
■ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
9.2 Koudezones in het koel-vak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levens-middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
9.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 87
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
10 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van - 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
10.1 Deur van het vriesvak
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.
10.2 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
4
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Bij het inladen van verse levensmiddelen, Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 87
- Verse levensmiddelen het best zo dicht mogelijk achteraan tegen de zijwanden invriezen.
10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
■ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
■ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verde- len.
10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len
■ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
■ Levensmiddelen per portie invriezen.
■ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
■ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
- Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
■ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
■ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayo- naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maanden | |
| Groente, fruit Tot 12 maanden | |
10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
⚠️ VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
■ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
■ Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
nl Ontdooien
■ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
11 Ontdooien
11.1 Ontdooien in het koel- vak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
→ Fig. 4
Het dooiwater loopt via de dooiwater-goot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 91.
11.2 Ontdooien in het vries- vak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 87
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelementen, indien voorhanden, wikkelen.
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 86 - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 85
- De diepvrieswaren inladen.
→ Pagina 89
12 Reiniging en onder- houd
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 86 - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. → Pagina 91
12.2 Apparaat schoonmaken
⚠ WAARSCHUWING Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn. - Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reini- ging. → Pagina 90
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 85
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
$$ \rightarrow \text { Fig. } ⑤ $$
12.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optiilen ① er uit trekken en verwijderen ②
$$ \rightarrow \text { Fig. } 6 $$
Klep van het vriesvak verwijderen
- De klep van het vriesvak openen en van de houder losmaken.
$$ \rightarrow \text { Fig. } 7 $$
nl Reiniging en onderhoud
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→ Fig. 8
Groente- en fruitlade verwijderen
-
De fruit- en groentelade tot de aan- slag uittrekken.
-
Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ①en verwijder deze ②.
→ Fig. 9
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld.► Voer de apparaatzelftest uit. →Pagina 95✓ Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.► Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1. Schakel het apparaat uit. →Pagina 862. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.→Pagina 86- Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.► De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→Pagina 91 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar.► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
13.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
■ Het apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui-men.
■ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weg-gooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
13.2 Apparaatzelftest uitvoeren
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 86 - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten. → Pagina 85
- Binnen 10 seconden na het in- schakelen de temperatuurinstel- knop gedurende 5 tot 7 seconden ingedrukt houden, tot een tweede akoestische signaal klinkt.
√ De apparaatzelftest start.
√ Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en Sutwee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen weerklinken en Super gedurende 10 seconden knippert, contact opne-men met de service.
14 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 86 - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
→ Pagina 90 - Het apparaat reinigen.
→ Pagina 91 - Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
14.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
15 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garanti- voorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1 / 4
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 4
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrain-de monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder
https://eprel.ec.europa.eu/ ^1 . Dit we-badres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Reparatie informatie - Koelkast
i Over dit document....67
1.1 Belangrijke informatie 67 1.1.1 Doel 67
1.2 Verklaring van symbolen....67
1.2.1 Gevarenniveaus....67
1.2.2 Gevarensymbolen....67
1.2.3 Structuur van de waarschuwingen....68
1.2.4 Algemene symbolen....68
Veiligheid....69
2.1 Algemene veiligheidsinstructies....69
2.1.1 Alle huishoudelijke apparaten 69
Gereedschappen en hulpmiddelen 70
Reparatie....71
4.1 Deurafdichting vervangen 71
4.1.1 Deurafdichting verwijderen 71
4.1.2 Deurafdichting monteren 71
4.2 Plat scharnier vervangen 74
4.2.1 Plat deurscharnier verwijderen....74
4.2.2 Plat scharnier monteren 75
4.3 Sleepscharnier vervangen....76
4.3.1 Sleepscharnier verwijderen....76
4.3.2 Sleepscharnier monteren....76
4.4 Plateau vervangen....77
4.4.1 Plateau verwijderen....77
4.4.2 Plateau monteren....77
4.5 Deurrek vervangen 78
4.5.1 Deurrek verwijderen 78
4.5.2 Deurrek monteren 78
4.6 Groente- en fruitlade vervangen 79
4.6.1 Groente- en fruitlade verwijderen 79
4.6.2 Groente- en fruitlade installeren 79
4.7 LED-zijlicht vervangen 80
4.7.1 LED-zijlicht verwijderen 80
4.7.2 LED-zijlicht installeren 81
i Over dit document
1.1 Belangrijke informatie
1.1.1 Doel
Met deze reparatieaanwijzingen wordt de klant geholpen zelf apparaten te repareren conform de toepasselijke verordening inzake ecologisch ontwerp (met ingang van 03/2021).
Ze bevatten informatie over hoe gedefinieerde reserveonderdelen kunnen worden vervangen met inbegrip van waarschuwingen en gevaren.
Neem bij vragen contact op met onze klantenservice. We stellen ons alleen aansprakelijk voor schade als de reparatieaanwijzingen correct zijn opgevolgd.
1.2 Verklaring van symbolen
1.2.1 Gevarenniveaus
De waarschuwingsniveaus worden aangegeven met een symbool en een signaal- woord. Het signaalwoord geeft de ernst van het gevaar aan.
| Waarschuwingsniveau Betekenis | |
| GEVAAR | Als de waarschuwing niet in acht wordt genomen, leidt dat tot ernstig of dodelijk letsel. |
| WAARSCHUWING | Als de waarschuwing niet in acht wordt genomen, kan dat tot ernstig of dodelijk letsel leiden. |
| VOORZICHTIG | Als de waarschuwing niet in acht wordt genomen, kan dat tot licht letsel leiden. |
| LET OP! | Als de waarschuwing niet in acht wordt genomen, kan dat tot materiële schade leiden. |
Tabel 1: Gevarenniveaus
1.2.2 Gevarensymbolen
Gevarensymbolen zijn symbolische afbeeldingen die een indicatie geven van het soort gevaar.
De volgende gevarensymbolen worden in dit document gebruikt:
| Gevarensymbol Betekenis | |
| Algemene waarschuwing | |
| Gevaar voor elektrische spanning | |
| Ontploffingsgevaar | |
| Snijgevaar |
i Over dit document
| Gevarensymbool Betekenis | ||
![]() | Beknellingsgevaar | |
![]() | Gevaar voor hete oppervlakken | |
![]() | Gevaar voor sterke magnetische velden | |
![]() | Gevaar voor niet-ioniserende straling | |
Tabel 2: Gevarensymbolen
1.2.3 Structuur van de waarschuwingen
Waarschuwingen in dit document hebben een gestandaardiseerd uiterlijk en een ge- standaardiseerde structuur.


In het volgende voorbeeld is een waarschuwing te zien waarmee voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderdelen wordt gewaarschuwd. De maatregel om het gevaar te vermijden wordt vermeld.


Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderde- len!
Dood door elektrocutie
Haal apparaten minstens 60 seconden voor u met reparaties begint van de stroomvoorziening af.
1.2.4 Algemene symbolen
De volgende algemene symbolen worden in dit document gebruikt:
| Alg. symbool Betekenis | ||
![]() | Identificatie van een speciale tip (tekst en/of afbeelding) | |
| [teed] | Identificatie van een eenvoudige tip(tekst) | |
| [deel] | Identificatie van een link naar een video-instructie | |
| [refel] | Identificatie van vereiste gereedschappen | |
| [defel] | Identificatie van vereiste voorwaarden | |
| [weerel] | Identificatie van een voorwaarde (als ...,dan ...) | |
| [devrel] | Identificatie van een resultaat | |
| [Start] | Identificatie van een toets of knop | |
| [00123456] | Identificatie van een materiaalnummer | |
| Status | Identificatie van weergegeven tekst / ven-ster (in het display van het apparaat) | |
Tabel 3: Algemene symbolen
Veiligheid
2.1 Algemene veiligheidsinstructies
2.1.1 Alle huishoudelijke apparaten
Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderdelen!
- Fouten bij reparaties aan elektrische componenten kunnen tot een elektrische schok leiden!
- Koppel het apparaat minstens 60 seconden los van het stroomnet voordat u met de werkzaamheden begint.
■ Laat na de reparatie een veiligheidstest conform VDE 0701 of de landspecifieke regelgeving uitvoeren.
Gevaar voor letsel aan scherpe randen!
■ Draag veiligheidshandschoenen.
Beknellingsgevaar tijdens reparatie, onderhoud, probleemoplossing en service vanwege zware en bewegende componenten
■ Draag veiligheidsschoenen.
■ Beveilig zware componenten tegen vallen.
■ Steek geen lichaamsdelen in bewegende componenten.
Gevaar voor de veiligheid / werking van het apparaat!
■ Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Gevaar voor schade aan elektrostatisch gevoelige componenten (ESD's)!
- Raak de modules met inbegrip van de aansluitingen en geleiderbanen niet aan.

Gereedschappen en hulpmiddelen
| Benaming Details Afbeeldingen | ||
| Beschermdoek[00342013] | 60 cm x 50 cm | ![]() |
| Zuignap[00342224] | ∅50 mm | |
| Torxbit TX20[00340865] | 6,3 mm (1/4") | ![]() |

Reparatie
4.1 Deurafdichting vervangen
Voorwaarde:
Deur is open.
4.1.1 Deurafdichting verwijderen
- Haal deurafdichting los uit de sleuf in de rechter- en linkerhoek.

- Trek deurafdichting uit gleuf.

Deurafdichting wordt verwijderd.
4.1.2 Deurafdichting monteren
| De dikte van de nieuwe deurafdichting kan licht afwijken van de dikte van de oude deurafdichting. Dit doet geen afbreuk aan de sluiteigenschappen en de werking op de lange termijn.Als uw apparaat verstelbare scharnieren of scharnierbevestigingen heeft, kunt u de sluiteigenschappen later optimaliseren.De zijgaatjes in de deurafdichting zijn functioneel (vereist voor ventilatie).Dit zijn geen productiefouten. |
Reparatie
- Controleer de sleuf voor de afdichting op schade.

- ⑨ Als de sleuf voor de afdichting is beschadigd:
- Neem contact op met de klantenservice.
- Een lichte vervorming van de deurafdichting is normaal en doet geen afbreuk aan de werking. Geadviseerd wordt de deurafdichting recht te trekken voordat u deze in het apparaat steekt.
Verwarm de deurafdichting met een haardroger of met warm water en breng het handmatig terug in zijn vorm.
- Duw de hoeken van de afdichting bovenaan en onderaan in de sleuf.

- Druk de hele afdichting stap voor stap in de sleuf.

De deurafdichting wordt gemonteerd.

Reparatie
4.2 Plat scharnier vervangen
Speciale hulpmiddelen:
Torxbit TX20 6,3 mm (1/4") [00340865]


text_image
WAARSCHUWING Zware, omvangrijke apparaten! Rug- en spierletsel ► De werkzaamheid van het v alleen worden uitgevoerd d ► Om het apparaat te verplaat ► Gebruik alleen geschikte ge







Voorwaarde:
Apparaat is losgekoppeld is van de stroomvoorziening.
√ Meubeldeur wordt verwijderd. Zie montage-instructie.
Deur is open.
4.2.1 Plat deurscharnier verwijderen

text_image
Let erop dat scharnieren niet sluiten tijdens het verwijderen/monteren.- Verwijder twee scharnierafdekkingen.

-
- Draai vier schroeven los (1).
-
Schuif de deur eruit en verwijder hem (2).

text_image
≈ 5 mm ① ② ②-
- Verwijder vier schroeven (1).
-
Verwijder schamieren (2).

Scharnieren worden verwijderd.
4.2.2 Plat scharnier monteren
▶ Monteer in omgekeerde volgorde.

Reparatie
4.3 Sleepscharnier vervangen
Speciale hulpmiddelen:
Torxbit TX20 6,3 mm (1/4") [00340865]


text_image
WAARSCHUWING Zware, omvangrijke apparaten! Rug- en spierletsel ► De werkzaamheid van het v alleen worden uitgevoerd d ► Om het apparaat te verplaat ► Gebruik alleen geschikte ge





Voorwaarde:
Apparaat is losgekoppeld is van de stroomvoorziening.
√ Meubeldeur en apparaatdeur zijn gescheiden. Zie montage-instructie.
4.3.1 Sleepscharnier verwijderen
- Draai de twee schroeven los (1).
- Verwijder het bovenste scharnier (2).
- Verwijder de deur (3).
- Draai de twee schroeven los (4).
- Verwijder het onderste scharnier (5).

Scharnieren worden verwijderd.
4.3.2 Sleepscharnier monteren
▶ Monteer in omgekeerde volgorde.

Reparatie
4.4 Plateau vervangen
Voorwaarde:
Deur is open.
4.4.1 Plateau verwijderen
▶ Trek het plateau eruit.

Plateau wordt verwijderd.
4.4.2 Plateau monteren
▶ Monteer in omgekeerde volgorde.

Reparatie
4.5 Deurrek vervangen
Voorwaarde:
Deur is open.
4.5.1 Deurrek verwijderen
▶ Licht het deurrek omhoog.

Deurrek wordt verwijderd.
4.5.2 Deurrek monteren
▶ Monteer in omgekeerde volgorde.

Reparatie
4.6 Groente- en fruitlade vervangen
Voorwaarde:
Deur is open.
4.6.1 Groente- en fruitlade verwijderen
- Trek de groente- en fruitlade zo ver mogelijk naar buiten.
-
- Til de groente- en fruitlade aan de voorkant op (1).
-
Verwijder de lade (2).

De groente- en fruitlade wordt verwijderd.
4.6.2 Groente- en fruitlade installeren
▶ Monteer in omgekeerde volgorde.

Reparatie
4.7 LED-zijlicht vervangen
Speciale hulpmiddelen:

Zuignap ∅50 mm [00342224]

Uw apparaat heeft een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Deze verlichting mag alleen maar door de klantenservice of geautoriseerde monteurs worden vervangen!


GEVAAR
Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderde- len!
Levensgevaar door elektrische schokken in geval van een ondeskundige reparatie
- Elektrische onderdelen moeten door gekwalificeerde elektriciens worden gerepareerd.
- Laat na de reparatie een veiligheidstest conform VDE 0701 of de landspecifieke regelgeving uitvoeren.


GEVAAR
Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderde- len!
Dood door elektrocutie
Haal apparaten minstens 60 seconden voor u met reparaties begint van de stroomvoorziening af.


VOORZICHTIG
Scherpe randen!
Snijletsel
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Voorwaarde:
Apparaat is losgekoppeld is van de stroomvoorziening.
Deur is open.
√ Plateaus worden verwijderd.
4.7.1 LED-zijlicht verwijderen
-
Plak twee zuignappen op de afdekking van het LED-zijlicht.
-
Trek de zuignappen in één draaiende beweging naar voren.


Afdekking van het LED-licht wordt verwijderd.

Reparatie
- Verwijder de LED-module.

LED-zijlicht wordt verwijderd.
4.7.2 LED-zijlicht installeren

Door de lampafdekking kunnen haken gemakkelijk breken tijdens het verwijderingsproces. Reserveonderdeel LED-zijlicht is de set die ook de LED-module en lichtafdekking bevatten.
▶ Monteer in omgekeerde volgorde.
4.1 Replacing door gasket 87
4.1.1 Removing door gasket 87
4.1.2 Installing door gasket 87
4.2 Replacing flat hinge 90
4.2.1 Removing flat hinge 90
4.2.2 Installing flat hinge 91
4.3 Replacing sliding hinge 92
4.3.1 Removing sliding hinge 92
4.3.2 Installing sliding hinge 92
4.4 Replacing shelf....93
4.4.1 Removing shelf....93
4.4.2 Installing shelf....93
4.5.2 Installing door rack 94
4.1 Replacing door gasket
Prerequisite:
Door is open.
4.1.1 Removing door gasket
4.1.2 Installing door gasket

4.5.1 Removing door rack
4.5.2 Installing door rack
4.4.1 Odobratie odkladacej plochy.... 317
4.4.1 Odobratie odkladacej plochy
▶ Vytiahnite odkladaciu plochu.







