BSK772281B - Elektrische oven AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BSK772281B AEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BSK772281B AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BSK772281B - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BSK772281B van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING BSK772281B AEG
aeg.com/register BSK772281B NL Gebruiksaanwijzing | Stoomoven 2 EN User Manual | Steam oven 29 FR Notice d'utilisation | Four vapeur 54 DE Benutzerinformation | Dampfbackofen 82 aeg.com\registerWelkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, onderhouds- enreparatie-informatie op aeg.com/supportDownload de My AEG Kitchen-app voor meer recepten, hints en probleemoplossing.Wijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, 2 NEDERLANDSzintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen..
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u welke soort onderhoud dan ook gaat uitvoeren. NEDERLANDS 3• Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat je de verwarmingselementen of het oppervlak van de apparaatruimte niet aanraakt.
- Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.
- Gebruik alleen de voedselsensor (kerntemperatuursensor) die voor dit apparaat wordt aangeraden.
- Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken. Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
- Haal, vóór pyrolytische reiniging, alle accessoires en overmatige afzettingen/morsingen uit de ovenruimte van het apparaat.
WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats. 4 NEDERLANDS• Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie- eisen voldoet.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Controleer, voordat je het apparaat monteert, of de ovendeur onbelemmerd opent.
- Het apparaat is uitgerust met een elektrisch koelsysteem. Het moet worden gebruikt met de elektrische voeding. Minimumhoogte kast (Mini‐ mumhoogte kast onder werkblad) 590 (600) mm Kastbreedte 560 mm Kastdiepte 550 (550) mm Hoogte van de voorkant van het apparaat 594 mm Hoogte van de achterkant van het apparaat 576 mm Breedte van de voorkant van het apparaat 595 mm Breedte van de achterkant van het apparaat 559 mm Diepte van het apparaat 569 mm Ingebouwde diepte van het apparaat 548 mm Diepte met open deur 1022 mm Minimumgrootte ventilatie‐ opening. Opening geplaatst aan de onderkant van de achterzijde 560x20 mm Lengte netvoedingskabel. Kabel wordt in de rechter‐ hoek van de achterzijde ge‐ plaatst 1500 mm Bevestigingsschroeven 4x25 mm
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
- Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
- Sluit de deur van het apparaat volledig voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
- Dit apparaat wordt geleverd met een stekker en een netsnoer. NEDERLANDS 5Kabeltypes die van toepassing zijn op de installatie of vervanging voor Europa: H07 RN-F, H05 RN-F, H05 RRF, H05 VV-F, H05 V2V2-F (T90), H05 BB-F Raadpleeg voor het gedeelte van de kabel het totale vermogen op het typeplaatje. U kunt ook de tabel raadplegen: Totaal vermogen (W) Sectie van de kabel (mm²) maximaal 1380 3x0.75 maximaal 2300 3x1 maximaal 3680 3x1.5 De aardedraad (groen/gele draad) moet 2 cm langer zijn dan de bruine fase- en blauwe neutrale draden.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden, elektrische schokken of een explosie.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Schakel het apparaat na elk gebruik uit.
- Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Oefen geen druk uit op de open deur.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken.
- Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
- Om schade of verkleuring van het email te voorkomen: – plaats ovenschalen of andere voorwerpen niet rechtstreeks op de bodem van het apparaat. – leg geen aluminiumfolie op de bodem van de ruimte in het apparaat. – plaats geen water direct in het hete apparaat. – bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken. – wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires.
- Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat.
- Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten. Vruchtensappen veroorzaken vlekken die permanent kunnen zijn.
- Kook altijd met de deur van het apparaat gesloten.
- Als het apparaat achter een meubelpaneel gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in werking is. Warmte en vocht kunnen achter een gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan het apparaat, de behuizing of de vloer veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het apparaat compleet is afgekoeld na gebruik.
2.4 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, vuur of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld. Er bestaat een risico dat de glasplaten kunnen breken. 6 NEDERLANDS• Vervang direct de glazen deurpanelen als deze beschadigd zijn. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
- Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar!
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Volg als u een ovenspray gebruikt de aanwijzingen op de verpakking.
- Voor het uitvoeren van de pyrolytische reiniging en de eerste voorverwarming dient u het volgende uit de ovenruimte te verwijderen: – overtollig voedselresten, olie- of vetresten/afzettingen. – alle verwijderbare voorwerpen (inclusief planken, zijrails, enz., die bij het apparaat zijn geleverd), met name alle antiaanbakpotten, pannen, dienbladen, keukengerei, enz.
- Lees zorgvuldig alle instructies voor pyrolytische reiniging.
- Houd kinderen uit de buurt van het apparaat als de pyrolytische reiniging in werking is. Het apparaat wordt zeer heet en er komt hete lucht vrij uit de voorste koelopeningen.
- Pyrolytische reiniging gebeurt op hoge temperaturen waarbij dampen kunnen vrijkomen van kookresten en constructiematerialen. Om die reden adviseren wij consumenten: – zorg voor goede ventilatie tijdens en na de pyrolytische reiniging. – zorg voor goede ventilatie tijdens en na de eerste voorverwarming.
- Tijdens en na de pyrolytische reiniging mag u geen water op de ovendeur morsen of aanbrengen om beschadiging van de glasplaten te voorkomen.
- Rookgassen die vrijkomen uit alle pyrolytische ovens / kookresten zoals beschreven, zijn niet schadelijk voor mensen, inclusief kinderen of personen met medische aandoeningen.
- Houd huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens en na de pyrolytische reiniging en de initiële voorverwarming. Kleine huisdieren (vooral vogels en reptielen) kunnen zeer gevoelig zijn voor temperatuurveranderingen en uitgestoten dampen.
- Antiaanbaklagen in potten, pannen, bakplaten, bakgerei, enz. kunnen worden beschadigd door de hoge temperatuur van de pyrolytische reiniging van alle pyrolytische ovens. Ook kunnen ze een bron zijn voor schadelijke dampen op laag niveau.
2.6 Bereiding met stoom
WAARSCHUWING! Gevaar voor brandwonden en schade aan het apparaat.
- Vrijgekomen stoom kan brandwonden veroorzaken: – De deur van het apparaat niet openen tijdens de bereiding met stoom. – De deur van het apparaat voorzichtig openen na de bereiding met stoom.
2.7 Binnenverlichting
WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
- Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G. NEDERLANDS 7• Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
- Verwijder de deurvergrendeling om te voorkomen dat kinderen of huisdieren binnen in het apparaat vast komen te zitten.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.2 Bevestiging van de oven aan de
4.1 Algemeen overzicht
Elektronische tijdschakelklok
Opening voor de voedselsensor
Inschuifrails, verwijderbaar
- Easy2Clean. Anti-aanbakbakplaat Voor bakken zonder bakpapier.
- Grill-/braadpan Om te bakken en braden of als pan om vet in op te vangen.
- Voedselsensor Om de temperatuur binnenin het voedsel te meten.
5.1 Overzicht bedieningspaneel
Aan/UitHoud ingedrukt om het apparaatin en uit te schakelen.
Menu Vermeldt de functies van het ap‐paraat. Favorie‐ ten Geeft een overzicht van de favor‐iete instellingen. DisplayGeeft de huidige instellingen vanhet apparaat weer. 10 NEDERLANDS5 Lamp‐schake‐ laar Om de verlichting in en uit teschakelen.
Snel Opwar‐ men Om de functie in en uit te schake‐len: Snel Opwarmen
Display met ingestelde toetsfuncties. 150°C 12:30 15min START 85°C F E CD
A. DagtijdB. BEGIN / STOPC. TemperatuurD. VerwarmingsfunctiesE. TimerF. Voedselsensor (alleen geselecteerdemodellen)Indicatielampjes op de displayOm de selectie/instelling te bevestigen.Om één niveau terug te gaan in het menu.Om de laatste handeling ongedaan te ma‐ ken. Om de opties in en uit te schakelen.De geluidsalarmfunctie is geactiveerd.Het geluidsalarm en de stopkookfunctie wor‐den geactiveerd.Alleen pop-upbericht is geactiveerd.De functie Uitgestelde start is geactiveerd.Om de instelling te annuleren.
6. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK
WAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Eerste reiniging
1. Haal alle accessoires en verwijderbareinschuifrails uit het apparaat.2. Reinig het apparaat en de accessoiresuitsluitend met een microvezeldoek,warm water en een mild reinigingsmiddel.3. Plaats de accessoires en deverwijderbare inschuifrails terug in hunoorspronkelijke positie.
6.2 Eerste verbinding
Het display toont een welkomstbericht na deeerste verbinding.Je moet het volgende instellen: Taal,Helderheid Display , Toetstonen ,Geluidsvolume , Dagtijd .
6.3 Eerste voorverwarming
Warm het lege apparaat voor het eerstegebruik voor.1. Haal alle accessoires en verwijderbareinschuifrails uit het apparaat.2. Stel de functie in. Stel demaximumtemperatuur in. Laat het apparaat 1 u werken.3. Stel de functie in. Stel demaximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.4. Stel de functie in. Stel demaximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.Schakel het apparaat uit en wacht tot het isafgekoeld. Het apparaat kan een vreemdegeur en rook afgeven. Zorg ervoor dat deluchtstroom in de kamer voldoende is.
NEDERLANDS 117. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Verwarmingsfuncties
STANDAARD Grillen Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren. Circulatiegrill Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor gratineren en bruinen. Hetelucht Bakken op maximaal drie rekstanden tege‐ lijkertijd en voedsel drogen. Stel de tempe‐ ratuur 20 - 40 °C lager in dan voor Boven + onderwarmte. Bevroren gerechten Perfect voor kant-en-klare maaltijden (bijv. patat, aardappelkroketjes of loempia’s). Boven + onderwarmte Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau. Onderwarmte Kies deze functie na een kookproces om het voedsel zo nodig meer aan de onder‐ kant te bruinen. Gebruik het laagste rekni‐ veau. Deeg Laten Rijzen Om het deeg te laten rijzen voor het bak‐ ken. SPECIAAL Inmaken Om groenten en fruit in te maken, plaatst u de potten in een bakplaat gevuld met wa‐ ter, met behulp van potten met bajonet of schroefdoppen van dezelfde grootte. Ge‐ bruik de eerste rekstand. Drogen Om in plakjes gesneden fruit, groenten en champignons te drogen. Om de met vocht verzadigde lucht te laten ontsnappen en het fruit beter te laten drogen, is het raad‐ zaam om de ovendeur tijdens het droog‐ proces af en toe te openen. Borden Warmen Om borden voor het serveren op te war‐ men. Ontdooien Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd is afhankelijk van de hoeveelheid ingevroren voedsel en de grootte daarvan. Gratineren Voor gerechten zoals lasagne of aardap‐ pelgratin. Voor gratineren en bruinen. Lage Temperatuur Garen Bereidingsproces bij lage temperatuur. Het is ideaal om delicate gerechten te berei‐ den (bijv. rundvlees, kalfsvlees of lams‐ vlees). Warm houden Om voedsel warm te houden. Houd er re‐ kening mee dat sommige gerechten kun‐ nen blijven koken en drogen terwijl ze warm worden gehouden. Bedek de scha‐ len indien nodig. Warmelucht (vochtig) Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Bij het ge‐ bruik van deze functie kan de temperatuur in het apparaat verschillen van de ingestel‐ de temperatuur. De restwarmte wordt ge‐ bruikt. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk "Dagelijks ge‐ bruik", opmerkingen op: Warmelucht (vochtig). 12 NEDERLANDSSTOOM Regenereren Het opwarmen van voedsel met stoom voorkomt dat het oppervlak uitdroogt. De warmte wordt behoedzaam en gelijkmatig verdeeld en geeft het voedsel de smaak en het aroma alsof het net is bereid. Deze functie kan worden gebruikt om eten direct op een bord te verwarmen. U kunt meer dan één bord tegelijkertijd opwarmen met verschillende inzetniveaus. Brood bakken Gebruik deze functie voor brood en brood‐ jes met een bijna professioneel resultaat qua krokantheid, kleur en bruine korst. Lage vochtigheid De functie is geschikt voor vlees, gevogel‐ te, ovengerechten en stoofschotels. Dank‐ zij de combinatie van stoom en warmte wordt het vlees mals en sappig met een krokant korstje. Pizza-functie Het beste voor het bakken van pizza's en andere gerechten die meer warmte van onderaf nodig hebben.
7.2 Toelichting van: Warmelucht
(vochtig) Deze functie wordt gebruikt om te voldoen aan de energie-efficiëntieklasse en ecodesign-vereisten (volgens EU 65/2014 en EU 66/2014). Testen in overeenstemming met: IEC/EN 60350-1. De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie. Bij gebruik van deze functie gaat de verlichting na 30 seconden automatisch uit. Zie het hoofdstuk 'Hints and tips’, Warmelucht (vochtig) voor bereidingsinstructies. Zie voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing het hoofdstuk ‘Energie- efficiëntie’, Energiebesparing.
7.3 Instelling: Verwarmingsfuncties
1. Het apparaat inschakelen. Op het display
verschijnt de standaard verwarmingsfunctie en de temperatuur.
2. Druk op het symbool van de
verwarmingsfunctie om het submenu te openen.
3. Selecteer de verwarmingsfunctie en druk
op . Het display toont de temperatuur.
4. Stel de temperatuur in. Druk op .
Voedselsensor - u kunt de sensor op elk gewenst moment voor of tijdens het koken aansluiten. Raadpleeg het hoofdstuk "De accessoires gebruiken, voedselsensor".
6. - druk hierop om de
verwarmingsfunctie uit te schakelen.
7. Schakel het apparaat uit.
Stoomverwarmingsfunctie
1. Het apparaat inschakelen. Selecteer het
symbool van de verwarmingsfunctie en druk erop om het submenu te openen.
2. Stel de stoomverwarmingsfunctie in.
3. Druk op .Het display toont de
temperatuurinstellingen.
4. Stel de temperatuur in.
6. Druk op de afdekking van het
waterreservoir om dit te openen.
7. Vul het waterreservoir tot het maximale
niveau (ongeveer 900 ml water) met koud water tot het geluidssignaal klinkt of het display het bericht toont. Vul de waterlade niet verder dan zijn maximum capaciteit. Er is een risico op waterlekkage, overstroming en beschadiging van meubels. WAARSCHUWING! Gebruik alleen koud kraanwater. Gebruik geen gefilterd (gedemineraliseerd) of gedestilleerd water. Gebruik geen andere vloeistoffen. Giet geen ontvlambare of alcoholische vloeistoffen in het waterreservoir.
8. Druk het waterreservoir in de
oorspronkelijke stand.
Als de ingestelde temperatuur is bereikt, klinkt er een geluidssignaal. NEDERLANDS 1310. Wanneer het waterreservoir zonder water komt te zitten, klinkt het signaal. Vul het waterreservoir bij.
11. Schakel het apparaat uit.
Leeg de waterlade wanneer je klaar bent met koken. WAARSCHUWING! Het apparaat staat aan. Er bestaat gevaar voor brandwonden. Wees voorzichtig als je het waterreservoir ledigt. Restwater kan condenseren in de holte. Open na het koken voorzichtig de ovendeur. Wanneer het apparaat koud is, droog je de ovenruimte met een zachte doek. Wacht na elk gebruik ten minste 60 min om te voorkomen dat er heet water uit de waterafvoerklep komt.
Indicatielampje waterreservoir Het reservoir is vol. Het reservoir is halfvol. Het reservoir is leeg. Vul het reservoir bij. Indien u te veel water in het reservoir schenkt, leidt de veiligheidsafvoer het overtollige water naar de bodem van de ovenruimte.
1. Schakel het apparaat uit, laat het met de
deur open staan en wacht tot het apparaat koud is.
2. Sluit de afvoerpijp aan op de outlet
3. Houd het uiteinde van de leiding onder
het niveau van en druk herhaaldelijk om het resterende water op te vangen.
4. Maak het apparaat los
en droog het met een zachte spons.
Druk op om het menu te openen. Menu-item Toepassing Kook- En Bakassistent Toont overzicht van de automatische program‐ ma's. Reinigen Toont overzicht van de schoonmaakprogram‐ ma's. Favorieten Geeft een overzicht van de favoriete instellingen. Opties Om de apparaatconfigu‐ ratie in te stellen. Instellingen Instelling Om de apparaatconfigu‐ ratie in te stellen. Service Toont de softwareversie en -configuratie. Submenu voor: Reinigen Submenu Toepassing Pyrolytische reiniging, kort Duur: 1 h. Pyrolytische reiniging, nor‐ maal Duur: 1 h 30 min. Pyrolytische reiniging, inten‐ sief Duur: 2 h 30 min. 14 NEDERLANDSSubmenu voor: Opties Submenu Toepassing Binnenverlichting Schakelt de lamp in en uit. Kinderslot Voorkomt dat het apparaat per ongeluk wordt geactiveerd. Wanneer de optie is ingeschakeld, verschijnt de tekst Kinderslot op het display als u het apparaat in‐ schakelt. Om het apparaat in te kunnen schakelen de codeletters in alfabetische volgorde selecteren. Als de optie is ingeschakeld en het apparaat is uitgescha‐ keld, is de deur van het apparaat vergrendeld. Toegang tot de timer, de afstand‐ bediening en het lampje zijn beschikbaar met de optie ingeschakeld. Snel Opwarmen Verkort de opwarmtijd. Alleen beschikbaar voor sommige functies van het appa‐ raat. Reinigingsherinnering Schakelt de herinnering in en uit. Tijdisindicatie Schakelt de klok in en uit. Digitale klokstijl Wijzigt de indeling van de weergegeven tijdsaanduiding. Submenu voor: Instelling Submenu Omschrijving Taal Stelt de taal van het apparaat in. Helderheid Display Stelt de helderheid van de display in. Toetstonen Schakelt het geluid van de aanraakvelden in en uit. Het is niet mogelijk om de toon te dempen voor: . Geluidsvolume Stelt het volume van de belangrijkste geluiden en signalen in. Dagtijd Stelt de huidige tijd en datum in. Submenu voor: Service Submenu Omschrijving Demofunctie Activerings-/deactiveringscode: 2468 Softwareversie Informatie over softwareversie. Terug naar fabrieksinstellin‐ gen Herstelt fabrieksinstellingen.
7.7 Instelling: Kook- En
Bakassistent Het submenu Kook- En Bakassistent bestaat uit een reeks extra functies en programma's die zijn ontworpen voor speciale gerechten. Elk gerecht in dit submenu is voorzien van een geschikte instelling. Je kunt de tijd en de temperatuur tijdens het koken aanpassen. Voor sommige gerechten kunt u ook koken met Voedselsensor. Tot hoeverre een gerecht wordt gekookt:
- Gaar Voor sommige gerechten kunt u ook koken met Per gewicht .
1. Het apparaat inschakelen.
4. Kies een gerecht of een voedseltype.
5. Plaats het voedsel in het apparaat en
druk op . Als de functie is afgelopen, controleert u of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig.
U kunt uw favoriete instellingen opslaan, zoals de verwarmingsfunctie, de bereidingstijd, de temperatuur of de reinigingsfunctie. U kunt 3 favoriete instellingen opslaan.
1. Het apparaat inschakelen.
4. Selecteer: Favorieten / Huidige
instellingen opslaan.
5. Druk op + om de instelling toe te voegen
aan de lijst met: Favorieten.
Deze functie voorkomt dat de functie van het apparaat per ongeluk wordt gewijzigd.
1. Het apparaat inschakelen.
2. Stel een verwarmingsfunctie in.
, - druk hier tegelijkertijd op om de functie in te schakelen. , - druk hier tegelijkertijd op om de functie in te schakelen.
Deze functie voorkomt dat het apparaat per ongeluk wordt geactiveerd.
1. Het apparaat inschakelen.
volgorde. Kinderslot is geactiveerd. Wanneer deze functie is geactiveerd, krijgt u toegang tot: Timer en lamp is beschikbaar. Druk op de codeletters in alfabetische volgorde om het apparaat in te kunnen schakelen. De deur wordt vergrendeld als deze functie wordt geactiveerd en het apparaat wordt uitgeschakeld.
8.4 Automatische uitschakeling
Als de verwarmingsfunctie actief is en er geen instellingen worden gewijzigd, wordt het apparaat om veiligheidsredenen na een bepaalde periode automatisch uitgeschakeld. (°C) (u)
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Voedselsensor, Eindtijd, Lage Temperatuur Garen .
Als het apparaat in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van het apparaat koel te houden. Als je het apparaat uitschakelt, kan de koelventilator blijven werken totdat het apparaat is afgekoeld. 16 NEDERLANDS9. KLOKFUNCTIES
9.1 Omschrijving klokfuncties
Functie Omschrijving Timer De duur van het koken instellen. Maxi‐ mum is 23 u 59 min. U kunt instellen wat er gebeurt als de tijd om is door de voorkeur in te stellen: Actie beëindigen. Actie beëin‐ digen Geluidsalarm - wanneer de tijd om is, klinkt er een signaal. U kunt deze func‐ tie op elk gewenst moment instellen, ook als de oven uitstaat. Geluidsalarm en stop met koken - als de tijd is verstreken, klinkt er een ge‐ luidssignaal en wordt de verwarmings‐ functie uitgeschakeld. Alleen pop-up bericht - wanneer de tijd is verstreken, verschijnt het bericht op het display. U kunt deze functie op elk gewenst moment instellen, ook als de oven uitstaat. Uitgestelde start Om het begin en/of het einde van het koken uit te stellen. Tijd verlen‐ ging Om de bereidingstijd te verlengen. Uptimer Om aan te geven hoe lang het apparaat in werking is. Maximum is 23 u 59 min. U kunt de functie in- en uitschakelen: Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat.
9.2 Instelling: Dagtijd
1. Het apparaat inschakelen.
2. Druk op: Dagtijd.
1. Kies de verwarmingsfunctie en stel de
U kunt de gewenste actie Einde selecteren door op te drukken.
4. Druk op . Herhaal de actie totdat het
hoofdscherm op het display verschijnt. Wanneer 10% van de bereidingstijd overblijft en het voedsel niet klaar lijkt te zijn, kun je de bereidingstijd verlengen. Je kunt ook de verwarmingsfunctie wijzigen. Druk op +1min om de bereidingstijd te verlengen.
9.4 Instelling: Uitgestelde start
1. Stel de verwarmingsfunctie en de
3. Stel de bereidingstijd in.
5. Druk op: Uitgestelde start.
6. Kies de gewenste starttijd.
7. Druk op . Herhaal de actie totdat het
hoofdscherm op het display verschijnt.
9.5 Instelling: Uptimer
1. Stel de verwarmingsfunctie en de
5. Schuif of druk op
om de baktijd op het hoofdscherm te zien.
6. Druk op . Herhaal de actie totdat het
hoofdscherm op het display verschijnt.
9.6 Timerinstellingen wijzigen
Je kunt de ingestelde tijd tijdens het koken op elk gewenst moment wijzigen.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
10.1 Accessoires plaatsen
Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de veiligheid. De inkepingen zijn ook anti- kantelmechanismen. De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt. Bakrooster Plaats het rooster tussen de geleidestangen van de roostersteun en zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan. Diepe schaal Schuif de plaat tussen de geleidestangen van de inschuifrail.
Het meet de temperatuur binnenin het voedsel. Je kunt het bij elke verwarmingsfunctie gebruiken. Er moeten twee temperaturen worden ingesteld:
- de temperatuur in het apparaat: minimaal 120 °C.
- - de kerntemperatuur van het voedsel. Voor de beste kookresultaten:
- Ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
- Niet gebruiken voor vloeibare gerechten.
- Tijdens het koken moet de naald van de voedselsensor volledig in het gerecht worden gestoken. Het apparaat berekent een geschatte bereidingseindtijd. Dit hangt af van de voedselkwaliteit, de verwarmingsfunctie en de temperatuur. Koken met: Voedselsensor WAARSCHUWING! Er bestaat een risico op brandwonden als de voedselsensor en de inschuifrails heet worden. Raak de handgreep van de voedselsensor niet met blote handen aan. Gebruik altijd ovenhandschoenen.
1. Het apparaat inschakelen.
2. Selecteer de verwarmfunctie en, indien
nodig, de oventemperatuur.
3. Plaats voedselsensor in de schaal:
Vlees, gevogelte en vis Steek de hele naald van de voedselsensor in het midden van het vlees of de vis op het dikste gedeelte. Stoofschotel Plaats de punt van de voedselsensor precies in het midden van de ovenschotel. De voedselsensor moet 18 NEDERLANDStijdens het bakken op één plaats worden gestabiliseerd. Gebruik een solide ingrediënt om dit voor elkaar te krijgen. Gebruik de rand van de bakplaat om het siliconen handvat van de voedselsensor te ondersteunen. De punt van de voedselsensor mag de bodem van de bakplaat niet raken.
4. Steek de voedselsensor in het
stopcontact in het apparaat. Zie 'Beschrijving van het product'. Het display toont de huidige temperatuur van de voedselsensor.
5. - druk om de kerntemperatuur van de
sensor in te stellen.
6. - druk om de voorkeursoptie in te
- Geluidsalarm - wanneer voedsel de kerntemperatuur bereikt, klinkt het signaal.
- Geluidsalarm en stop met koken - wanneer voedsel de kerntemperatuur bereikt, klinkt het signaal en stopt de oven.
7. Selecteer de optie en druk herhaaldelijk
op om naar het hoofdscherm te gaan.
Als het voedsel de ingestelde temperatuur bereikt, klinkt er een geluidssignaal. Controleer of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig.
9. Haal de stekker van de voedselsensor uit
het stopcontact en haal het gerecht uit het apparaat.
10.3 Dieetbakschaal voor
stoomkoken De dieetbakplaat wordt niet bij het apparaat geleverd. Neem voor meer informatie contact op met uw plaatselijke leverancier. Dieetovenschotel bestaat uit: A. Injector - voor direct stoomkoken, B. Injectorbuis - voor stoomkoken, C. Deksel, D. stalen grill, E. glazen kom.
- de hete bakplaat op koude/natte oppervlakken leggen.
- koude vloeistoffen op de bakplaat gieten als deze heet is.
- de bakplaat op een heet kookoppervlak gebruiken.
- de bakschaal schoonmaken met schuurmiddelen, schuurmiddelen en poeders. NEDERLANDS 1910.4 Stoomkoken in een dieetbakschaal
1. Plaats het voedsel op de stalen grill in de
bakplaat en dek het af met het deksel.
2. Plaats de injectorslang in het gat in het
3. Plaats de bakplaat vanaf de onderkant op
de tweede rekpositie.
4. Sluit de injectorslang aan op de
stoomtoevoer. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'.
5. Stel het apparaat in voor de
Plaats het voedsel op de stalen grill in de bakplaat. Voeg wat water toe. Gebruik het deksel niet. Wanneer u grote porties vlees kookt, plaatst u de injector in het gerecht. WAARSCHUWING! De injector kan heet zijn als het apparaat in werking is. Gebruik altijd ovenhandschoenen. Verwijder de spuitmond uit het apparaat als je geen stoomfunctie gebruikt.
1. Plaats de injector in de injectorslang. Sluit
het andere uiteinde aan op de stoomtoevoer. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'.
2. Plaats de bakplaat vanaf de bodem op de
eerste of tweede rekstand. Zorg ervoor dat de injectorslang niet vastzit. Houd de injector uit de buurt van het verwarmingselement.
3. Stel het apparaat in voor de
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijn afhankelijk van het recept, de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte ingrediënten. Je apparaat kan anders bakken of roosteren dan het apparaat dat je tot nu toe gebruikt hebt. De onderstaande hints tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten voedsel. Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept. Symbolen gebruikt in de tabellen: Soort voedsel Verwarmingsfunctie Temperatuur Accessoire Inzetniveau Kooktijd (min)
11.2 Warmelucht (vochtig) –
aanbevolen accessoires Gebruik donkere en niet-reflecterende bakjes en schalen. Ze nemen de warmte beter op dan licht en reflecterend servies.
- Pizzapan - donker, niet-reflecterend, diameter 28cm
- Bakschaal - donker, niet-reflecterend, diameter 26cm
Volg voor de beste resultaten de volgende aanwijzingen op die hieronder in de tabel staan. 20 NEDERLANDSZoete broodjes, 16 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 20 - 30 Broodjes, 9 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 30 - 40 Pizza, bevroren, 0,35
bakrooster 220 2 10 - 15 Biscuitrol bakplaat of lekschaal 170 2 25 - 35 Brownie bakplaat of lekschaal 175 3 25 - 30 Soufflé, 6 stuks keramieken vormpjes op roos‐ ter 200 3 25 - 30 Luchtige flanbodem flanvorm op rooster 180 2 15 - 25 Victoriataart met jam‐ vulling ovenschaal op rooster 170 2 40 - 50 Gepocheerde vis, 0,3
bakplaat of lekschaal 180 3 20 - 25 Hele vis, 0,2 kg bakplaat of lekschaal 180 3 25 - 35 Visfilet, 0,3 kg pizzavorm op rooster 180 3 25 - 30 Gepocheerd vlees, 0,25 kg bakplaat of lekschaal 200 3 35 - 45 Sjasliek, 0,5 kg bakplaat of lekschaal 200 3 25 - 30 Koekjes, 16 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 20 - 30 Bitterkoekjes, 24 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 25 - 35 Muffins, 12 stuks bakplaat of lekschaal 170 2 30 - 40 Hartig gebak, 20 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 25 - 30 Zandkoekjes, 20 stuks bakplaat of lekschaal 150 2 25 - 35 Taartjes, 8 stuks bakplaat of lekschaal 170 2 20 - 30 Groenten, gepo‐ cheerd, 0,4 kg bakplaat of lekschaal 180 3 35 - 45 Vegetarisch omelet pizzavorm op rooster 200 3 25 - 30 Mediterrane groenten, 0,7 kg bakplaat of lekschaal 180 4 25 - 30
11.4 Informatie voor testinstituten
Testen in overeenstemming met IEC 60350-1. NEDERLANDS 21Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat Boven + onderwarmte Bakplaat 3 170 20 - 35 Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat Hetelucht Bakplaat 3 150 - 160 20 - 35 Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat Hetelucht Bakplaat 2 en 4 150 - 160 20 - 35 Appeltaart, 2 blikken Ø20
Hetelucht Bakrooster 2 en 4 160 40 - 60 Zandtaartdeeg Hetelucht Bakplaat 3 140 - 150 20 - 40 Zandtaartdeeg Hetelucht Bakplaat 2 en 4 140 - 150 25 - 45 Zandtaartdeeg Boven + onderwarmte Bakplaat 3 140 - 150 25 - 45 Toast, 4 - 6 stuks
Warm het apparaat 10 minuten voor.
Plaats het rooster op het derde niveau en de lekbak op het tweede niveau in de oven. Warm het apparaat 10 minuten voor. Draai het voedsel halverwege de bereidingstijd om.
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
- Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen.
- Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel. Dagelijks gebruik
- Reinig na elk gebruik de binnenkant van het apparaat. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken.
- Vocht kan in de oven of op de glazen deurpanelen condenseren. Om de condens te verminderen, dien je het apparaat gedurende 10 minuten te laten werken voordat je er iets in plaatst. Bewaar voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de binnenkant van het apparaat na elk gebruik alleen met een microvezeldoek. Accessoires 22 NEDERLANDS• Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen.
- Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen.
12.2 Verwijderbare inschuifrails
Verwijder de inschuifrails om het apparaat te reinigen.
1. Schakel het apparaat uit en wacht tot het
2. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de
3. Trek de geleider bij de achterkant uit de
zijwand en verwijder het.
Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
12.3 Pyrolytische reiniging
Gebruik het om het apparaat te reinigen en de resten te verbranden. WAARSCHUWING! Er bestaat gevaar voor brandwonden. LET OP! Als er andere apparaten in dezelfde kast zijn geïnstalleerd, gebruik deze dan niet tijdens deze functie. Dit kan de oven beschadigen. Start de functie niet als je de ovendeur niet volledig hebt gesloten.
1. Schakel het apparaat uit en wacht tot het
2. Verwijder alle accessoires
3. Reinig de onderkant van de oven en de
glazen deur aan de binnenkant met warm water, een zachte doek en een mild reinigingsmiddel.
4. Het apparaat inschakelen.
5. Druk op / Reinigen.
6. Selecteer de reinigingsmodus.
Optie Duur Pyrolytische reiniging, kort 1 h Pyrolytische reiniging, nor‐ maal 1 h 30 min Pyrolytische reiniging, in‐ tensief 2 h 30 min Als het reinigen begint, wordt de deur van de oven vergrendeld en is de lamp uit. De koelventilator werkt op een hogere snelheid. - druk hierop om het reinigen te stoppen voordat het is voltooid. Gebruik het apparaat niet totdat het deurvergrendelingssymbool van het display verdwijnt.
7. Wanner de reiniging is voltooid, zet u het
apparaat uit en wacht tot het koud is om het schoon te maken.
8. Maak de binnenkant van de oven schoon
met een zachte doek. Verwijder het residu van de bodem van de oven.
12.4 Reinig het waterreservoir.
1. Schakel het apparaat uit.
2. Plaats een diepe pan onder de
citroenzuur toe: 5 theelepels. Wacht op 60 min.
4. Schakel het apparaat in en stel de functie
in: Lage vochtigheid. Stel de temperatuur in op 230 °C.
5. Schakel het apparaat uit en wacht
25 min tot het is afgekoeld.
6. Schakel het apparaat in en stel de functie
in: Lage vochtigheid. Stel de temperatuur in tussen 130 en 230 °C.
7. Schakel het apparaat uit en wacht 10 tot
8. Maak het waterreservoir leeg. Raadpleeg
in ‘Dagelijks gebruik’ het hoofdstuk ‘Legen van het waterreservoir’. NEDERLANDS 23Leeg het waterreservoir na elke stoomkooksessie om kalksteenresten te voorkomen.
9. Spoel het waterreservoir af en reinig de
resterende kalkresten met een zachte doek.
10. Reinig de afvoerpijp met warm water en
een mild reinigingsmiddel. Onderstaande tabel toont het waterhardheidsbereik (dH) met het bijbehorende calciumafzettingsniveau en de waterkwaliteit. Als het waterhardheidsniveau 4 overschrijdt, vul je het waterreservoir met flessenwater. Waterhardheid Teststrip Calciumafzet‐ ting (mg/l) Waterclassifi‐ catie Het waterre‐ servoir reini‐ gen om de Niveau dH 1 0 - 7 0 - 50 zacht 75 cycli - 2,5 maand 2 8 - 14 51 - 100 gematigd hard 50 cycli - 2 maan‐ den 3 15 - 21 101 - 150 hard 40 cycli - 1,5 maand 4 22 - 28 meer dan 151 zeer hard 30 cycli - 1 maand
12.5 Reinigingsherinnering
Wanneer de herinnering verschijnt, is reiniging aanbevolen. Gebruik de functie: Pyrolytische reiniging.Re
12.6 De deur verwijderen en
installeren De ovendeur beschikt over drie glasplaten. Je kunt de ovendeur en de interne glasplaat verwijderen om het schoon te maken. Lees de volledige instructie 'Verwijderen van installatiedeur' voordat u de glasplaten verwijdert. LET OP! Gebruik het apparaat nooit zonder de glasplaten.
openingsstand. Til hem daarna op en trek hem naar voren, verwijder hem dan van zijn plek. 24 NEDERLANDS4. Plaats de deur op een zachte doek op een stabiele ondergrond.
5. Pak de deurafdekking aan de
bovenkant van de deur aan beide kanten vast en druk deze naar binnen om de klemsluiting te ontgrendelen.
6. Trek de deurlijst naar voren om hem te
7. Houd de glasplaten van de deur bij de
bovenkant vast en trek ze er voorzichtig een voor een uit. Begin bij de bovenste plaat. Zorg dat het glas volledig uit de geleiders schuift.
8. Reinig de glasplaten met een sopje.
Droog de glazen panelen zorgvuldig. Reinig de glasplaten niet in de vaatwasser.
9. Installeer na het reinigen de glasplaten en
de ovendeur. Als de deur correct is geïnstalleerd, hoor je een klik bij het sluiten van de vergrendelingen. Zorg ervoor dat u de glasplaten ( , en ) weer in de juiste volgorde terugplaatst. Controleer op het symbool / opdruk op de zijkant van het glaspaneel. Elk van de glasplaten ziet er anders uit om demontage en montage gemakkelijker te maken. Als de deur correct wordt geïnstalleerd, klikt de rand van de deur. A B Zorg ervoor dat je de middelste glasplaat correct in de zittingen plaatst.
12.7 Het lampje vervangen
WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.
1. Schakel het apparaat uit en wacht tot het
2. Haal de stekker uit het stopcontact.
3. Leg de doek op de vloer van de oven.
LET OP! Houd de halogeenlamp altijd vast met een doek om te voorkomen dat vetresten op de lamp branden. Achterlamp
NEDERLANDS 253. Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp.
4. Installeer het glazen deksel.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Wat te doen als...
Probleembeschrijving Pauzeren en hervatten Je kunt het apparaat niet inscha‐ kelen of gebruiken. Het apparaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstal‐ leerd. Het apparaat warmt niet op. De klok is niet ingesteld. Raadpleeg het hoofdstuk "Klokfuncties" om de klok in te stellen. De deur is niet goed gesloten. De zekering is doorgeslagen. Ga na of de zekering de oorzaak van het probleem is. Als het probleem zich opnieuw voordoet, neem dan contact op met een gekwalificeerde elektricien. Kinderslot is geactiveerd. De lamp is uit. De lamp is opgebrand. Vervang de lamp. Zie voor details het hoofdstuk ‘Onderhoud en reiniging’. Er zit water in de ovenruimte van het apparaat. Het waterreservoir was met te veel water gevuld. De bereiding met stoom werkt niet. Er is kalkresidu in de stoomtoevoeropening. Er zit geen water in het waterreservoir. Het duurt meer dan drie min om het waterreservoir te legen, of het water lekt uit de stoomtoevoerope‐ ning. Er is kalkresidu in de stoomtoevoeropening. Reinig het waterreservoir. Een stroomonderbreking zal de reiniging altijd stoppen. Herhaal de reiniging als deze wordt onderbroken door stroomuitval.
Wanneer de softwarefout optreedt, geeft het display een foutmelding weer. U vindt de lijst met problemen in de onderstaande tabel. Code en omschrijving Oplossing C2 - de Voedselsensor bevindt zich in de ovenruimte van het apparaat tijdens Pyrolytische reiniging. Verwijder de Voedselsensor. C3 - de deur is niet volledig gesloten tijdens Pyrolyti‐ sche reiniging. Sluit de deur. 26 NEDERLANDSCode en omschrijving Oplossing F111 - Voedselsensor is niet correct in het stopcontact geplaatst. Steek de Voedselsensor in het stopcontact. F240, F439 - de aanraakvelden op het display werken niet goed. Reinig het oppervlak van het display. Zorg ervoor dat er geen vuil op de aanraakvelden zit. F908 - het apparaatsysteem kan geen verbinding ma‐ ken met het bedieningspaneel. Schakel het apparaat uit en weer in.
13.3 Service-informatie
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich op het voorframe van het apparaat. Het is zichtbaar wanneer u de deur opent. Verwijder het typeplaatje niet uit het apparaat. Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren: Model (MOD.) : Productnummer (PNC): Serienummer (S.N.):
14. ENERGIEZUINIGHEID
14.1 Productinformatie en productinformatieblad volgens de EU-
voorschriften voor ecologisch ontwerp en energie-etikettering Naam leverancier AEG Modelnummer BSK772281B 949494880 Energie-efficiëntie-index 81.2 Energie-efficiëntieklasse A+ Energieverbruik met een standaard belading, conventionele modus 0.93 kWh/cyclus Energieverbruik met een standaard belasting, heteluchtmodus 0.69 kWh/cyclus Aantal holtes 1 Warmtebron Elektriciteit Volume 72 l Soort oven Inbouwoven Massa 32.4 kg IEC/EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor het meten van prestaties. NEDERLANDS 2714.2 Energiebesparing Dit apparaat heeft functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken. Zorg ervoor dat de deur van het apparaat gesloten is als het apparaat in werking is. Open de deur van het apparaat niet te vaak tijdens het koken. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit. Gebruik metalen kookgerei om meer energie te besparen. Verwarm het apparaat niet voor alvorens te koken als dat niet hoeft. Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt. Koken met hete lucht Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen. Restwarmte Als een programma met Duur wordt geactiveerd en de bereidingstijd langer is dan 30 minuten, worden de verwarmingselementen bij sommige functies van het apparaat automatisch eerder uitgeschakeld. De ventilator en lamp blijven werken. Wanneer je de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte aan. U kunt die warmte gebruiken om het eten warm te houden. Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte binnen in het apparaat zal blijven koken. Je kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen. Eten warm houden Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display. Koken met de verlichting uitgeschakeld Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als je het nodig hebt. Warmelucht (vochtig) Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Als je deze functie gebruikt, gaat de verlichting na 30 sec. automatisch uit. Je kunt de verlichting weer inschakelen, maar deze handeling vermindert de verwachte energiebesparingen.
15. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente. 28 NEDERLANDSWelcome to AEG! Thank you for choosing our appliance. Get usage advice, brochures, trouble shooter, service and repair information at aeg.com/supportFor more recipes, hints, troubleshooting download My AEG Kitchen app.Subject to change without notice. CONTENTS
SimpelGids