McGuard PM-AP HR - Bewegingsdetector GROTHE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis McGuard PM-AP HR GROTHE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over McGuard PM-AP HR GROTHE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bewegingsdetector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding McGuard PM-AP HR - GROTHE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. McGuard PM-AP HR van het merk GROTHE.
GEBRUIKSAANWIJZING McGuard PM-AP HR GROTHE
RESETMcGuard aanwezigheidssensor voor hoge plafonds (opbouw) PM-AP HR Bedienings- en montagehandleiding Voedingsspanning 220V-240V~50 / 60Hz Last I voor verlichting: Gloeilampen : Max. 2000W AC-halogeenlampen : Max. 1000W LV-halogeenlampen : Max. 1000VA / 600W (Magnetisch) Max. 1000VA / 900W (Elektronisch) Fluorescentielampen : Max. 1000VA / 600W (unkompensiert) Max. 900VA / 100μF 25 x (1 x 18W); 12 x (2 x 18W); 15 x (1 x 36W); 7 x (2 x 36W); 10 x (1 x 58W); 5 x (2 x 58W) Ledlampen : Max. 400W Spaarlampen : Max. 600VA / 400W (inkl. CFL + PL Lampe) Detectiebereik 360° rondom, tot Ø 16 m bij een hoogte van 10 m LUX instelbaar van ca. 10 lux tot (∞) en instelling “ ” (leerbereik: 10 lux - 2000 lux) Auto Off tijd instelbaar van ca. 5 s tot 30 min, en Test & Bedrijfs - 0C° bis +45C° temperatuur Beschermingsgraad IP54 instelling Technische gegevens
De installatie en montage van elektrische apparaten moeten door een gekwalificeerde vakman worden uitgevoerd. In het geval van een storing dient u contact op te nemen met een vakman. LET OP - Volgens EN 60898-1 moet voor de last I een stroomonderbreker van 250 VAC/10 A, type C worden geïnstalleerd.- Geen montage op geleidende oppervlakken.- Laat de afdekking niet constant open.- Schakel de spanning uit, als u de lamp vervangt.- Een hoge inschakelstroom kan het apparaat vernielen.
1 INHOUD VAN DE VERPAKKING
Afbeelding Artikel Aantal Sensor
- Met het krachtige relais en de geavanceerde technologie kunnen alle soorten lampen worden geschakeld. - Voor een gemakkelijke en snelle instelling is een afstandsbediening beschikbaar.- Indien de verlichting de ingestelde waarde overstijgt, kan de sensor met een knop (verbreekcontact) worden aangestuurd.- Met de afstandsbediening kan het licht worden geschakeld. - De waarde van het omgevingslicht kan met de afstandsbediening worden aangeleerd.- Voor het testen en instellen is een rode indicatieled ingebouwd. - Een verbindingsklem maakt een eenvoudige en snelle bedrading mogelijk.
Schakel de voedingsspanning uit en lees de volledige handleiding, voor u met de installatie begint.
3.1 De montageplaats kiezen
3.1.1 Er wordt aanbevolen om de sensor op een hoogte van 10 meter te monteren. Het detectiebereik dekt 360° en kan tot een diameter van 16 meter bedragen (zie afbeelding 2).Afbeelding 2Afbeelding 13.1.2 Nuttige tips bij de installatieOmdat de sensor op temperatuursveranderingen reageert, dient u de volgende omstandigheden te vermijden (zie afbeeldingen 3-A en 3-B). - Richt de sensor niet op dingen die heen en weer bewegen in de wind, bijv. gordijnen of grote planten. - Richt de sensor niet op sterk reflecterende oppervlakken, zoals een spiegel of monitor.- Monteer de sensor niet in de buurt van hete oppervlakken, bijv. straalkachels, airco’s, verlichtingsarmaturen of droogautomaten.Afbeelding 3-AAfbeelding 3-B
3.2.1 Auto Modus.- In de Auto-modus gaat de lamp automatisch branden, zodra een beweging wordt gedetecteerd en het omgevingslicht de ingestelde waarde onderschrijdt. Indien geen beweging wordt gedetecteerd en de vertragingstijd afgelopen is, schakelt de sensor de verbruikter uit. - Afhankelijk van het veranderende omgevingslicht kan de sensor vertraagd schakelen, om onnodig schakelen bij snel veranderende omstandigheden te voorkomen.Het omgevingslicht gaat van licht naar donker:Als het omgevingslicht 10 seconden de ingestelde lux onderschrijdt, gaat het licht na 10 seconden automatisch aan. (De led brandt 10 seconden.)Het omgevingslicht gaat van donker naar licht: Als het omgevingslicht 5 minuten lang de ingestelde lux overschrijdt, zijn er naargelang de tijdinstelling verschillende reacties. Tijdinstelling > 5 min: Het licht gaat na 5 minuten automatisch uit. Tijdinstelling < 5 min: Het licht gaat uit wanneer de tijd afgelopen is en geen beweging werd gedetecteerd. Indien een beweging wordt gedetecteerd, wordt de tijd gereset en gaat het licht 5 minuten later uit.3.2.2 Functie drukknopDe last kan handmatig worden ingeschakeld door middel van een externe drukknop (verbreekcontact > 10 A), zie afbeelding 4 - 6. Als de last uit is, kan deze met een korte druk (< 1 s) op de knop worden ingeschakeld, waarbij de instelling van de helderheid niet actief is. Nadat de last handmatig werd ingeschakeld, schakelt deze, indien geen beweging wordt gedetecteerd, na de ingestelde tijd automatisch weer uit.3.3 Bekabeling3.3.1 Een last wordt door één sensor geschakeld (zie afbeelding 4).3.3.2 Een sensor activeert de tijdschakelaar van de trappenhuisverlichting (de tijd moet op ingesteld zijn) (zie afbeelding 6). 3.4 Installatie3.4.1 Opbouwmontage op plafond3.4.1.1 Gebruik een platte schroevendraaier om de afdekking weg te nemen (zie afbeelding 7). Afbeelding 5 Afbeelding Artikel Aantal
Anleiding Gummi-scheibe IR-FB optional Last Drukknop (verbreek-contact)3.3.2 Een last wordt door twee sensoren geschakeld (zie afbeelding 5).Afbeelding 4 Last Drukknop (verbreek-contact)Drukknop (verbreek-contact)Afbeelding 6 Last Drukknop (verbreek-contact)Drukknop (verbreek-contact)Tijdschakelaartrappenhuisverlichting3.4.1.2 Draai de vier schroeven uit het bovenste deel en neem dit vervolgens van het onderste deel af (zie afbeelding 8). Afbeelding 7Afbeelding 8SpleetAfdekkingBovenste deelOnderste deel NL3.4.1.3 Het onderste deel heeft 5 uitbreekbare openingen op een afstand van 56 mm tot 84 mm voor verschillende bevestigingsmogelijkheden (zie afbeelding 9A). Kies twee gaten met hetzelfde cijfer, om de gewenste afstand te bereiken (zie afbeelding 9B).
3.4.1.4 De leidingen kunnen aan de onder- of zijkant naar binnen worden
geleid. Om de leidingen aan de zijkant naar binnen te leiden, moeten eerst de betreffende openingen worden uitgebroken. Daarna kunnen de leidingen in de kast worden gestoken. Strip de draden 6-8 mm (zie afbeelding 10). Afbeelding 9A
De looptest dient om het detectiebereik te controleren en in te stellen. Zet de tijdknop op ‘Test’ en voer een looptest uit. De controle van de helderheid is uitgeschakeld. OPMERKING Na het inschakelen van de spanning heeft de sensor een opwarmfase van ca. 60 s nodig. Tijdens deze periode zijn de led en last 60 s aan, onafhankelijk van de instellingen. Daarna schakelen deze weer uit. Na de opwarmfase werkt de sensor volgens de instellingen. Testverloop
4.3.2.1 De tester moet zich binnen het detectiebereik bevinden.
4.3.2.2 De voedingsspanning moet ingeschakeld zijn.
4.3.2.3 Ga van buiten af door het detectiebereik, tot de led 2 s brandt en
vervolgens weer uitgaat. De volgende activering moet in een interval van 2 s zijn.
4.3.2.4 Stel de meterknop in, om het bereik aan te passen.
4.3.2.5 Herhaal stappen 4.3.2.4 en 4.3.2.4, tot de instellingen aan de wensen
van de gebruiker beantwoorden. Uit te breken openingenUit te breken openingen Nr.
A B 56mm 60mm 70mm 80mm 84mm Afstand tussen A en B Afbeelding 9BOpening voor leidingAfbeelding 10
3.4.1.5 Kies de geschikte opening, om het onderste deel met twee
schroeven aan het plafond te monteren (zie afbeelding 11). Afbeelding 11
3.4.1.6 Let op de bedrading (zie afbeelding 4 - 6) en neem bij de montage
van de sensor afbeelding 12 in acht. Afbeelding 12 Onderste deel Bovenste deel Afdekking
3.4.1.7 Plaats de afdekking weer op het bovenste deel en schakel de
voedingsspanning in.
3.4.2 Opbouwmontage met een inbouwdoos
3.4.2.1 Trek de leiding uit de inbouwdoos (zie afbeelding 13), strip
vervolgens de draden 6-8 mm. . Afbeelding 13
3.4.2.2 Breek de openingen uit en steek de leiding in het onderste deel (zie
afbeelding 14). Bild 14
3.4.2.3 Kies de geschikte afstand tussen de bevestigingsgaten, om het
onderste deel op een ronde inbouwdoos te monteren (zie afbeelding 15).
3.4.2.4 Let op de bedrading (zie afbeelding 4 - 6) en neem bij de montage
van de sensor afbeelding 12 in acht.
4.1 Instelling van tijd, meter, lux
Knopf Funktion Einstellungen Instelling van de afstands-gevoeligheidInstelling van de inschakel-drempel omgevingslichtInstelling van de uitschakel-vertraging voor het lichtBereik: Instelbaar van ‘-’ (ca. Ø 2 m) tot „+“ (ca. Ø 16m), h=10m. Bereich: Bereik: Instelbaar van ca. 10 lux tot ‘ ’ (∞). learn: Het actuele omgevingslicht (10Lux -2000 Lux) kan worden ingelezen. Bereik : Instelbaar van ca. 5 s tot 30 minTest : Test-modus (last en rode led zijn 2 s aan, 2 s uit) : Korte impulsen voor trappenhuis- verlichtingsschakelaar (Last ist 1 s aan, 9Sek. aus)
4.2 Lux Learn-functie met knop
4.3.1 Functie van de led
De ingebouwde led is een indicator voor de ontvangst van het infraroodsignaal en voor de status ‘Test-modus’ (zie afbeelding 17).
4.3.1.1 Wanneer de IR-afstandsbediening wordt gebruikt en de sensor een
signaal ontvangt, knippert de led 2 seconden snel, om de ontvangst te bevestigen.
4.3.1.2 De led kan als indicator voor de looptest worden gebruikt, zodat geen
last aangesloten hoeft te zijn.
Zet de knop vanuit een andere stand op ‘ ’ en
Zet de knop in een andere stand dan ‘ ’.
Afbeelding 10-B De led knippert 25 s langzaam en de last is uit. Led en last blijven 5 s lang aan (de actuele helderheid is
De led knippert 5 s snel en de last is uit (de actuele helderheid bevindt zich buiten het bereik van 10 - 2000 lux). Led en last zijn uit. De sensor schakelt om naar de Auto-modus. - Indien de actuele helderheid zich buiten het bereik van 10 - 2000 lux bevindt, leert de sensor gedurende 25 s. Daarna knippert de rode led 5 s snel. Indien de actuele helderheid minder dan 10 lux bedraagt, wordt de waarde op 10 lux ingesteld. Indien de helderheid meer dan 2000 lux is, wordt deze niet in aanmerking genomen. - Om de sensor in de aanleermodus niet te beïnvloeden, dient de monteur op voldoende afstand van de sensor te blijven. OPMERKING
Rode led Afbeelding 17Afbeelding 18
4.2.1 Zet de knop op , wanneer het omgevingslicht de gewenste
helderheid heeft (zie afbeelding 10-A).
4.2.2 Indien de knop al op staat, moet hij langer dan 1 s in een andere
stand worden gedraaid en vervolgens weer op worden gezet (zie afbeelding 16-B).
4.2.3 Dan is de last uit. De led begint langzaam te knipperen en geeft
daarmee aan dat de Learn-modus ingeschakeld is. Het aanleren duurt 25 seconden. Daarna zijn de last en led 5 s lang aan of knippert de led 5 s snel, terwijl de last uit is, om het succesvolle aanleren te melden (zie afbeelding 16-C).
4.2.4 Na het aanleerproces schakelt de sensor om naar de Auto-modus; led
en last zijn uit. Afbeelding 10-CAfbeelding 14Afbeelding 15Afbeelding 20
4.4 Gebruik van de lensafdekking
4.4.1 De sensor wordt geleverd met 2 lensafdekkingen, om ongewenste
detectiezones te kunnen afschermen. Iedere afdekking heeft 3 lagen (laag A, laag B, laag C). Elke laag bevat 6 kleine segmenten. Elk van deze kleine segmenten kan een detectiehoek van 30° afschermen. Voorbeeld: De sensor is op een hoogte van 10 meter gemonteerd. Indien de volledige afdekking wordt gebruikt, heeft het detectiebereik een diameter van 1 m. Indien laag C wordt afgesneden, heeft het detectiebereik een diameter van 12 m. Indien ook laag B wordt afgesneden, heeft het detectiebereik een diameter van 14 m. Indien geen afdekking wordt gebruikt, heeft het detectiebereik een diameter van 16 m. De volledige lensafdekking wordt gebruikt. Lagen A en B van de lensafdekking worden gebruikt. Laag A van de lensafdekking wordt gebruikt. Een deel van de lensafdekking wordt gebruikt. Het schaduwdeel van de lensafdekking op afbeelding 19 geeft de afgesneden delen aan. Indien de sensor niet normaal werkt, dient u aan de hand van de volgende tabel de mogelijke oorzaken en voorgestelde oplossingen te controleren. Hopelijk kan de storing hiermee worden opgelost. 5 STORINGEN OPLOSSEN Probleem Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing Het licht schakelt niet in.
3. De lux-knop is niet
1. Schakel de voedingsspanning in.
2. Raadpleeg het hoofdstuk
4. Vervang de last door een nieuwe.
Het licht schakelt niet uit.
1. De vertragingstijd is
onbedoeld geactiveerd.
1. Stel de vertragingstijd korter in.
2. Blijf buiten het detectiebereik; zo
vermijdt u een activering tijdens de test
3. Controleer of de aansluiting
helemaal volgens het aansluitschema is uitgevoerd. De led brandt niet.
spanning beschikbaar.
3. De tijdknop staat
aangesloten. Overschrijding van
2. Schakel de voedingsspanning in.
3. De tijdknop moet op ‘Test’ staan.
4. Controleer of de aansluiting
helemaal volgens het aansluitschema is uitgevoerd (afbeelding 4 tot 6). Begeef u in het detectiebereik. Onbedoelde activering Er bevinden zich hittebronnen, sterk reflecterende objecten of in de wind bewegende dingen binnen het detectiebereik. Zorg ervoor dat de sensor niet op hittebronnen, zoals airco’s, elektrische blazers, verwarmingen, of op sterk reflecterende objecten gericht is. Zorg ervoor dat er zich geen bewegende dingen binnen het bereik van de sensor bevinden.
6.1 De sensor kan ook met de afstandsbediening worden bediend, wat de
bediening gemakkelijker en comfortabeler maakt.
6 OPTIONEEL VERKRIJGBAAR APPARAAT
6.2 Functies knoppen
Knop Functie Knoppen van de afstandsbediening vergrendelen - Met een druk op de knop worden de knoppen van de afstands- bediening vergrendeld en zijn alle knoppen zonder functie (behalve de knop ).Knoppen van de afstandsbediening ontgrendelen - Met een druk op de knop worden de knoppen van de afstandsbediening weer ontgrendeld. De afstandsbediening kan weer voor het instellen van de sensor worden gebruikt. Geen signaal
2. Er worden twee of
meer knoppen tegelijk ingedrukt.
van de batterij is niet uitgetrokken. De laadstatus van
2. Druk slechts op één knop tegelijk.
3. Trek de strip uit de
afstandsbediening. Vervang de batterij door een Afbeelding 19
4.4.2 Bevestiging van de lensafdekking: Achter de decoratieve lijst bevindt
zich een sleuf en de lensafdekking is uitgerust met een cirkelvormige haak. De lensafdekking en decoratieve lijst passen in elkaar (zie afbeelding 20). Last 8 uur inschakelen - Met een druk op de knop wordt de last aan de sensor 8 uur ingeschakeld.- Na 8 uur schakelt de sensor weer uit en wordt de Auto-modus weer actief. Als de knop tijdens deze 8 uur nogmaals wordt ingedrukt, schakelt de sensor weer om naar de Auto-modus. Indien de voeding van de sensor 5 seconden onderbroken wordt, schakelt de sensor weer om naar de Auto-modus. - Met een druk op de knop schakelt de sensor om naar de Off- modus.Last 8 uur uitschakelen - Met een druk op de knop wordt de last aan de sensor 8 uur ingeschakeld.- Na 8 uur schakelt de sensor weer uit en wordt de Auto-modus weer actief. Als de knop tijdens deze 8 uur nogmaals wordt ingedrukt, schakelt de sensor weer om naar de Auto-modus. Indien de voeding van de sensor 5 seconden onderbroken wordt, schakelt de sensor weer om naar de Auto-modus. - Met een druk op de knop schakelt de sensor om naar de On- modus.Omschakeling tussen Auto-modus en Semi Auto-modus - Met een druk op de knop wordt de sensor in de Auto-modus geschakeld. De rode led knippert 2 seconden snel, of deze nu gesloten is of niet. Indien de knop nogmaals wordt ingedrukt, wordt de sensor in de Semi Auto-modus geschakeld. De led brandt 2 seconden. Slaat de laatst ingestelde waarden op en kopieert deze naar een andere sensor1. Stel de gewenste lux en tijden bij een sensor in met behulp van de afstandsbediening.
2. Houd de knop 3 s ingedrukt en richt de afstandsbediening naar de
sensor. De instellingen voor lux en tijd worden in de afstandsbediening opgeslagen. De led van de sensor knippert.3. Richt de afstandsbediening naar de nieuwe sensor en houd de knop 1 seconde ingedrukt. De opgeslagen instellingen kunnen naar de nieuwe sensor worden gekopieerd.4. Indien u de instellingen op nog een andere sensor wilt overdragen, herhaalt u de bovenstaande stap. Indien geen gegevens in de afstandsbediening zijn opgeslagen, vertoont de sensor na een druk op de knop geen reactie.5. Als de batterij langer dan 5 seconden wordt verwijderd of als de knop wordt ingedrukt, worden alle gegevens uit de afstandsbediening verwijderd. De instellingen van de sensor resetten Met een druk op de knop worden alle instellingen in de sensor verwijderd. De instellingen van de knoppen aan de sensor zijn nu van toepassing; alle opgeslagen gegevens zijn uit de afstandsbediening verwijderd. Instellen van de lux-waardeMet een druk op de betreffende knop wordt het gekozen lichtniveau in de sensor ingesteld.Inlezen van het actuele lichtniveau Als de ingestelde waarde niet aan de wensen van de klant voldoet, kan het actuele lichtniveau worden ingelezen. Voer hiervoor de volgende stappen uit:Druk op de knop tot de rode led van de sensor in de aanleermodus knippert. De aanleertijd bedraagt 10 seconden. Dan is de daadwerkelijke waarde van het lichtniveau ingelezen, wat wordt bevestigd doordat de last en led 5 seconden branden en vervolgens uitgaan. De sensor schakelt dan weer naar de Auto-modus om. Opmerking: Als het omgevingslicht buiten het bereik van 10-2000 lux ligt, zal de sensor 10 seconden lang aanleren. Daarna knippert de led 5 seconden snel en wordt de alternatieve waarde van 10 lux of ∞ opgeslagen, naargelang de waarde onder de 10 lux of boven de 2000 lux ligt.Instellen van de vertragingstijdMet een druk op de betreffende knop wordt de gekozen tijd in de sensor ingesteld. Dit wordt bevestigd doordat de indicatieled 2 seconden knippert.Korte Impuls-modus Met een druk op de knop schakelt de sensor om naar de Korte Impuls-modus. De led knippert 2 seconden, om dit te bevestigen. Wanneer de sensor een beweging detecteert, is de last 1 seconde aan en vervolgens 9 seconden uit. De sensor reageert op bewegingen en het ingestelde lichtniveau. Test-modusMet een druk op de knop schakelt de sensor om naar de Test-modus. De led knippert 2 seconden, om dit te bevestigen. Wanneer de sensor een beweging detecteert, zijn de last en led 2 seconden aan (onafhankelijk van het ingestelde lichtniveau). Indien de afstandsbediening niet normaal werkt, dient u aan de hand van de volgende tabel de mogelijke oorzaken en voorgestelde oplossingen te controleren. Hopelijk kan de storing hiermee worden opgelost.
6.3 Storingen afstandsbediening oplossen
Probleem Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing De sensor ontvangt geen signalen.
3. De sensor werkt niet
1. Gebruik in een hoek van < 35° en
richt de afstandsbediening direct naar de sensor.
2. Vervang de batterij door een
nieuwe batterij. 3.Controleer de problemen van de sensor. Zie hoofdstuk 5 ‘Storingen oplossen’. 7 GARANTIE GROTHE GMBH bewegingsmelders zijn met moderne technieken geproduceerd en zijn onderworpen aan een strikte kwaliteitscontrole. Mochten zich toch gebreken aan uw apparaat voordoen,biedt GROTHE GmbH volgens het hiernavolgende garantie. 1.) Onze garantie omvat reparatie of levering van een apparaat als dit aantoonbaar fouten vertoont in functie of materiaal. 2.) De garantie heeft geen betrekking op normale slijtage of Transportschade en ook niet op schade ten gevolge van het niet opvolgen van de inbouwinstructies of ondeskundige installatie. De garantie vervalt automatisch als het apparaat na het defect geopend werd. 3.) De garantietermijn bedraagt 24 maanden na aankoop van het apparaat door de consument. De in acht genomen garantietermijn moet door bewijs van aankoopdatum op de meegeleverde rekening, leveringsbon of dergelijke documenten aantoonbaar zijn. Stuur in geval van een defect het apparaat met bijgevoegde beschrijving van het defect naar het volgende adres: GROTHE GmbH Löhestrasse 22 D - 53773 Hennef info@grothe.de www.grothe.de IR-FB
SimpelGids