VOLTCRAFT VC871 - Multimeter

VC871 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis VC871 VOLTCRAFT in PDF-formaat.

📄 220 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VOLTCRAFT VC871 - page 170
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC871 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC871 van het merk VOLTCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING VC871 VOLTCRAFT

Gebruiksaanwijzing Digitale multimeter VC871 Bestelnr. 2576867 Pagina

11.2 Waarschuwingbijverkeerdekeuzevandebus ..............................184

2 Inleiding Bedankt voor uw aankoop van dit product. Bijtechnischevragenkuntuzichwendentotonzehelpdesk. Voormeerinformativekuntukijkenopwww.conrad.nl of www.conrad.be. 3 Bedoeld gebruik – Meting en weergave van elektrische grootheden in het bereik van meetcate- gorie CAT III tot max. 1000 V of CAT IV tot max. 600V tegen aardpotentiaal, conform EN 61010-1 en alle lagere categorieën. – Metenvangelijkspanningtotmax.1000V – Meten van wisselspanning tot max. 1000 V – Metenvangelijkstroomenwisselstroomtotmax.10A. – Frequentiemeting van 10 Hz tot 60 MHz (max. 20 Vrms) – Weergave van pulsverhouding (Duty Cycle) in % – Meten van capaciteiten tot 60 mF – Weerstandsmetingentot60MΩ – Metingvanhetwerkelijkevermogentotmax.2500Wviabeschermcon- tact-meetadapter – Meten van temperatuur van -40 tot +1000 °C – Continuïteitstest (de weerstandsdrempel kan worden ingesteld op 1~1000Ω.) – Diodetest – Bluetooth

-Interface voor app-bediening De meetfuncties worden via de draaiknop geselecteerd. Het meetbereik wordt in veel meetbereiken automatisch geselecteerd (behalve continuïteitstest, diodetest en stroommeetbereiken). In het AC-spannings- en AC-stroommeetbereik worden echte effectieve meetwaar- den (True RMS) weergegeven tot een frequentie van 1 kHz. Dit maakt de exacte metingvansinusoïdeenniet-sinusoïdemeetwaarden(spanning/stroom)mogelijk. Depolariteitwordtbijnegatievemeetwaardenautomatischmethetteken(-)weer-171 gegeven. Eenlageimpedantie(LoZ)-functiemaaktspanningsmeting mogelijk met vermin- derde interne weerstand. Dit onderdrukt fantoomspanningen die kunnen optreden inhoogohmigemetingen.Metingenmetverminderdeimpedantiezijntoegestaanin meetcircuits tot maximaal 1000 V en maximaal 3 sec. Beidestroommeetingangenzijnbeveiligdtegenoverbelastingmetkeramischehoog- vermogenzekeringen.Despanninginhetmeetcircuitmag1000Vnietoverschrijden. Demultimeterwordtgevoeddoordriestandaardmicro-batterijen(typeAAA).Ge- bruikhetapparaatalleenmethetaangegevenbatterijtype.Accu’szijnvanwegede lagere celspanning niet toegestaan. Eenautomatischeuitschakelingschakelthetapparaatnaeenvoorafingesteldetijd uitalsergeenknopophetapparaatwordtingedrukt.Ditvoorkomtvoortijdigeontla- dingvandebatterij.Dezefunctiekanwordenuitgeschakeld. Aan de voorkant en aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een schakel- bare LED-lamp die als zaklantaarn kan worden gebruikt. Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een uitklapbare standaard. Hier- mee kan het meetapparaat zo worden neergezet dat het beter kan worden afgele- zen. Aan de achterkant is ook een statiefschroefdraad geïntegreerd. Gebruikdemultimeternietwanneerdebehuizingofhetbatterijvakopenisofalshet batterijdekselontbreekt.Eenbeschermingsmechanismevoorkomtdathetbatterij- vakwordtgeopendwanneerdemeetsnoerenzijnaangesloten. Metingeninexplosiegevaarlijkeomgevingenofvochtigeruimtes,bijvoorbeeldon- derongunstigeomgevingsomstandigheden,zijnniettoegestaan.Ongunstigeom- gevingsomstandigheden zijn: Vocht of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen,dampenofoplosmiddelen,onweerofsoortgelijkeomstandighedenzoals sterke elektrostatische velden enz. Gebruikvoordemetingenalleenmeetsnoerenen-accessoiresdieopdespecica- tiesvandemultimeterzijnafgestemd. Demultimetermagalleenwordengebruiktdoorpersonendievertrouwdzijnmetde ge––ldendemeetvoorschriftenenallemogelijkegevaren.Hetgebruikvanpersoon- lijkebeschermingsmiddelenwordtaanbevolen. Elk ander gebruik dan hierboven beschreven zal het product beschadigen en kan andere gevaren met zich meebrengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schok172 enz.Hetgeheleproductmagnietwordengewijzigdofwordenomgebouwd! Leesdegebruiksaanwijzinggoeddoorenbewaardezeomlaternogmaalstekun- nen raadplegen. Deveiligheidsrichtlijnendienenaltijdinachttewordengenomen! Aangegevenmerknamenzijneigendomvanhunrespectievelijkefabrikanten. USB Type-C

zijngedeponeerdehandelsmerkenvanUSBImplemen- ters Forum.173 4 Beschrijving van de onderdelen A AB

, APO, geluid, zaklantaarn,itsvoorgevaarlijkespanning) (2) REC-weergave actief (3) MAX-MIN-weergave actief (4) Systeemdatumentijd (5) HOLD-weergave actief (6) Weergave relatieve waarde (7) Weergavevoorgelijk-/wisselstroom (8) Weergave van de meetwaarden (9) Weergave van de meeteenheid (10) Weergave van staafdiagram (11) LoZ lage impedantie actief (12) Functies voor de knoppen F1 tot F4 (13) Laagdoorlaatlteractief (14) MAX/MIN- en AUTO-Range-functie D Functieknoppen E Draaiknop voor het kiezen van de gewenste meetfunctie F Meetbussen G Statief-verbindingsdraad H Uitklapbare standaard I Schroefvoorbatterij-enzekeringvak J Magnetische meetpenhouder voor de meegeleverde meetpennen Opgelet, sterke magneet! Houd het apparaat uit de buurt van pacemak- ers,debrillatorsofbankkaarten..175 5 Leveringsomvang

Beschermcontact-meetadapter voor AC-vermogensmeting

Gebruiksaanwijzing 6 Gebruiksaanwijzingen voor download Gebruik de link www.conrad.com/downloads (of scan de QR-code) om de volledige gebruiksaanwijzingen te downloaden (of nieuwe/huidige versies indien beschik- baar). Volg de instructies op de webpagina. 7 Verklaring van symbolen Devolgendesymbolenzijntevindenophetproduct/apparaatofindetekst: Het symbool waarschuwt voor gevaren die tot letsel kunnen leiden. Het symbool waarschuwt voor gevaarlijke spanning, die tot letsel als gevolg van een elektrische schok kan leiden. Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie)176 CAT I Meetcategorie I voor het meten van elektrische en elektronische appa- ratendienietdirectopdevoedingzijnaangesloten(bijv.opbatterijen werkende apparaten, extra lage veiligheidsspanning, signaal- en stuur- spanning, etc.) CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische ap- paratendiemetbehulpvaneenstekkerdirectzijnaangeslotenophet elektrische stroomnet. Onder deze categorie vallen ook alle lagere cat- egorieën(bijv.CATIvoorhetmetenvansignaal-enstuurspanningen). CAT III MeetcategorieIIIvoormetingenaaninstallatiesingebouwen(bijv.stop- contacten of groepen). Onder deze categorie vallen ook alle lagere cat- egorieën(bijvoorbeeldCATIIvoormetingenaanelektrischeapparaten). Het uitvoeren van metingen in CAT III is alleen toegestaan met behulp van meetpennen met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpennen met afdekdoppen. CAT IV Meetcategorie IV voor het meten aan de bron van laagspanningsinstal- laties(bijv.hoofdverdeling,huisdistributiepuntenvandeenergieverzorg- er,etc.)enbuitenshuis(bijv.werkaanaardkabels,vrijeleidingen,enz.). Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën. Het uitvoeren van metingen in CAT IV is alleen toegestaan met behulp van meetpunten met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpunten met afdekdoppen. Aardpotentiaal177 8 Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en informatie voor correct gebruik in deze handleiding niet in acht neemt, dan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor letsel of materiële schade. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijk- heid/garantie.

Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huis- dieren.

Laathetverpakkingsmateriaalnietzomaarrondslingeren.Ditkangevaarlijkma- teriaal worden voor spelende kinderen.

Als u vragen hebt die niet met dit document kunnen worden beantwoord, neem dan contact op met onze technische klantenservice of ander gespecialiseerd personeel.

Laat onderhouds-, aanpassings- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door een vakman of een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren.

Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of vallen van kleine hoogte kunnen het product beschadigen.

Omeenelektrischeschoktevermijden,dientueropteletten,datudetemeten aansluitingen/meetpuntentijdensdemetingniet,ooknietindirect,aanraakt.Pak demeetpuntentijdenshetmetennietvastbovendevoelbarehandgreepmar- keringen.

8.3 Gebruiksomgeving

Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.

Bescherm het product tegen extreme temperaturen, sterke schokken, ontvlam- bare gassen, dampen en oplosmiddelen.

Bescherm het product tegen hoge vochtigheid en nattigheid.

Bescherm het product tegen direct zonlicht.178

Zet het product nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte isovergebracht.Decondensdiehierbijontstaatkaninbepaaldegevallenhet product onherstelbaar beschadigen. Laat de oplader eerst op kamertempera- tuur komen, voordat u hem in gebruik neemt.

Gebruikhetapparaatnietkortvoor,tijdensofdirectnaonweer(blikseminslag!/ energierijkeoverspanningen!).Leteropdatuwhanden,schoenen,kleding,de vloer,schakelingenenschakelcomponentenenz.altijddroogzijn.

Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddellijke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Andersbestaatdemogelijkheiddathetproductnietnaarbehorenfunctioneert.

Raadpleegeenexpertwanneerutwijfeltoverhetjuistegebruik,deveiligheidof het aansluiten van het apparaat.

Neem in industriële omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht.

Inscholenenopleidingsinstituten,hobby-enwerkplaatsen,evenalsbijmensen metbeperktelichamelijkeengeestelijkevaardighedenmoetwerkenmetmeet- apparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel.

Controleervoorelkemetingofhetmeetapparaatopdejuistemeetfunctieis ingesteld.

Verwijderdemeetkabelsaltijdvanhettemetenobjectvoordatuhetmeetbereik wijzigt.

Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadi- gingen. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (ge- scheurd,losgetrokkenenzovoort).Demeegeleverdemeetkabelszijnvoorzien vaneenslijtage-indicator.Bijbeschadigingwordtereentweedeisolatielaagmet een andere kleur zichtbaar. De meetapparatuur mag dan niet langer worden gebruikt en moet worden vervangen.

De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en de aardpotenti- aalmagniethogerzijndan1000VDC/ACinCATIIIof600VDC/ACinCATIV.

Weesbijzondervoorzichtigtijdensdeomgangmetspanningen>33Vwissel- spanning(AC)en>70Vgelijkspanning(DC)!Bijdezespanningenkunt uin gevalvancontactmeteenelektrischekabeleenlevensgevaarlijkeelektrische179 schokkrijgen.

Bijhetgebruikvanmeetpennenzonderafdekkappen mogen metingen tussen het meetapparaat en aardpo- tentiaal niet boven de meetcategorie CAT II uitgevoerd worden.

Bijmetingen vanaf demeetcategorie CAT III moeten meetpennenmetafdekkappen(max.4mmvrijecon- tactlengte)worden gebruikt,om onbedoeldekortsluiting tijdensde metingte voorkomen.Dezezijnbijdeleveringinbegrepenofreedsopdemeetpennen gemonteerd.

Alshetnietlangermogelijkishetproductveiligtegebruiken,stelhetdanbuiten bedrijfenzorgervoordatniemandhetperongelukkangebruiken.ZieerABSO- LUUT vanaf het product zelf te repareren. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: – zichtbaar is beschadigd, – niet meer naar behoren werkt, – gedurendelangeretijdonderongunstigeomstandighedenwerdopgeslagenof – onderhevig is geweest aan ernstige transportgerelateerde belastingen.180 9 Productbeschrijving De gemeten waarden worden weergegeven op de multimeter (hierna DMM ge- noemd) op een digitaal display. De weergave van de meetwaarden van de DMM bevat60000counts(count=kleinsteweergavewaarde).Dejuistebustoewijzing wordtbewaaktdoordeDMM.Alsdebustoewijzingnietjuistis,klinktereenwaar- schuwingstoonenverschijntereenwaarschuwingsmeldingophetdisplay.Ditver- hoogtdebedrijfszekerheidvanhetmeetapparaatvoordegebruiker. AlsdeDMMlangeretijdnietwordtgebruikt,schakelthetapparaatautomatischuit. Debatterijenwordenhierdoorbespaardenhetmaakteenlangeregebruiksperiode mogelijk.Deautomatischeuitschakelingkanvoorafwordeningesteldenkanhand- matig worden gedeactiveerd. Het meetapparaat kan zowel in de hobby als in het professionele veld worden ge- bruikt tot de meetcategorie CAT III 1000 V/CAT IV 600 V. DeDMMkanmetdebeugelaandeachterzijdezowordenneergezetdatdezebeter kan worden afgelezen. Hetbatterij-enzekeringvakkanalleenwordengeopendalsallemeetkabelsvan hetmeetapparaatzijnverwijderd.Alshetbatterij-enzekeringvakisgeopend,ishet nietmogelijkdemeetkabelsindemeetbussentesteken.Ditverhoogtdeveiligheid voor de gebruiker. Een schakelbare Bluetooth

-interface maakt bediening via een smartphone/tablet met Bluetooth

LE4.0-interfacemogelijk.Degratismeet-appkanvoorAndroid-of iOS-apparatenwordengeïnstalleerdviadegebruikelijkedownloadportals.Indeapp kunnen ook meetwaarderegistraties worden uitgevoerd. Vanaf Androidversie 4.3 of nieuwer, vanaf iOS 7.0. (vanaf iPhone 5 of nieuwer). Draaiknop (E) De verschillende meetfuncties worden via de draaiknop geselecteerd. In de mees- temeetfunctiesisdeautomatischebereikselectie“Autorange”actief.Hierbijwordt altijdhetdesbetreffendegeschiktemeetbereikingesteld.Destroom-meetbereiken moetenhandmatigwordeningesteld.Begindestroommetingenaltijdophethoog- ste meetbereik en schakel indien nodig om naar een lager meetbereik. Opdedraaiknopziteenindicatielampjeomdeinstelpositieduidelijkaantegeven. Met de knop “SELECT” schakelt u naar een subfunctie als een meetfunctie dubbel bezetis(bijv.omschakelenweerstandsmeting-diodetestencontinuïteitstestofAC/181 DC-omschakeling). Met elke keer drukken schakelt u de functie om. Het meetapparaat is uitgeschakeld wanneer de schakelaar op “OFF” staat. Zet het meetapparaataltijduitwanneeruhetnietgebruikt. 10 Aanduidingen en symbolen op het display Devolgendesymbolenenaanduidingenzijnzichtbaarophetapparaatofophetdis- play.Erkunnenanderesymbolenophetdisplayaanwezigzijn(displaytest).Deze hebben echter geen functie. TrueRMS Echte effectieve-waardemeting Δ Deltasymboolvoorrelatievewaardemeting(=referentiewaardemeting) M Symbool voor mega (exp.6) k Symbool voor kilo (macht 3) Ω Ohm(eenheidvanelektrischeweerstand) Hz Hertz (eenheid van frequentie) n Symbool voor nano (macht -9) µ Symbool voor micro (macht -6) m Symbool voor milli (macht -3) V Volt (eenheid van elektrische spanning) A Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) F Farad (eenheid van elektrische capaciteit) W Watt (eenheid van actief elektrisch vermogen) VA Volt-Ampère(eenheidvanschijnbaarelektrischvermogen) COSФ/PF Cos-Phi(eenheidvanelektrischevermogensfactor) Wh Wattuur (eenheid van elektrische energie) mAh ampère-uur (eenheid van elektrische lading) °C/°F graden Celsius/graden Fahrenheit (eenheid van temperatuur) REL Knop voor meting van relatieve waarden (=referentiewaarden) SELECT Knop voor omschakeling van de subfuncties SETUP Setup-menu182 BLE Bluetooth

-interface activeren HOLD Knop voor het vasthouden van de huidige meetwaarde. OL Overload = overbelasting; het meetbereik is overschreden Check inPut Waarschuwingsmelding “Verkeerde selectie keuze van de bus” OFF Schakelaarstand “Meetapparaat uit” Symbool voor de diodetest Symbool voor de akoestische continuïteitsmeting Symbool voor het capaciteitsmeetbereik Symbool voor wisselstroom Symboolvoorgelijkstroom COM Meetaansluiting referentiepotentiaal Symbool voor zaklamp Symbool voor USB-vermogensmeter Symbool voor Bluetooth

-interface </> Pijltjestoetsenomhetfunctiemenuteverschuiven MAX/MIN Houdt de maximale of minimale meetwaarde vast COMP Waardevergelijking; vergelijkt de huidige meetwaarde met de ingestelde maximale en minimale waarden voor een snelle be- oordeling. RECORD Automatische meetwaarderegistraties. De meetwaarden worden mobiel naar de meet-app gestuurd. Een knipperende punt in het weergave „REC“ geeft het opslagproces aan RECORD STOP Beëindigt de meetwaarderegistratie SAVE Handmatige opslag van meetwaarden LOG Uitlezen van de handmatige geheugenwaarden PEAK Weergave piekwaarde (alleen in AC-modus) Lo 1kHz-laagdoorlaatlteronderdrukthoogfrequentestoorsignalen (alleen in ACV-modus) FREQ Frequentieweergave (alleen in AC-modus) 4-20mA Lusstroommeting (alleen in het DC mA-bereik)183 11 Meten Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kun- nen voorkomen! Levensgevaar! Het meten is alleen mogelijk als het batterij- en zekeringvak ges- loten is. Als het vak open is, zijn alle meetbussen mechanisch tegen insteken beveiligd. Controleer voor het begin van de metingen de aangesloten meet- kabels op beschadigingen zoals bijv. sneden, scheuren of geplette segmenten. Defecte meetkabels mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaar! Pak de meetpunten tijdens het meten niet vast boven de voelbare handgreepmarkeringen. Er mogen altijd alleen de twee voor het meten benodigde meet- kabels op het meetapparaat aangesloten zijn. Verwijder om veilig- heidsredenen alle ongebruikte meetsnoeren van het meetapparaat. Het meten van stroomkringen > 33 V/AC en > 70 V/DC mag alleen worden uitgevoerd door een vakman en door personen die ver- trouwd zijn met de geldende voorschriften en alle daaruit voortvloe- iende mogelijke gevaren. Controleer voor elke meting het meetapparaat op correcte werking met behulp van eenbekendemeetgrootheid.Eenonjuisttestresultaatduidtopeenmogelijkesto- ring. Het meetapparaat moet gecontroleerd worden. Zodra "OL” (voor overload = overbelast) wordt weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.184

11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten

Draai de draaiknop (E) in de overeenkomstige meetfunctie. Demeetbereikenwordenbehalvebijdestroommeetbereikenautomatischophet besteweergavebereikingesteld.Beginbijhetmetenvandestroomaltijdmethet hoogstemeetbereikenschakeleventueelovernaareenlagermeetbereik.Verwij- dervoorhetomschakelenaltijddemeetkabelsvanhettemetenobject. Zet de draaiknop op “OFF” om het apparaat uit te schakelen. Zet het meetapparaat altijduitwanneeruhetnietgebruikt. Sluitdemeetkabelsbijopslagbijvoorkeur aan op de hoogohmige meetbussen COM en V. Dit kan een eventuele verkeerde bediening voorkomen wanneer het apparaat later weer wordt gebruikt. De meetkabelstekkers zijn bij levering voorzien van beschermende transportkappen. Verwijder deze voordat u ze in de meetbussen steekt. Vóór ingebruikname van het meetapparaat moeten eerst de meege- leverde batterijen worden geplaatst. Raadpleeg het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud" om de batterij op een juiste manier te plaatsen of te vervangen.

11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus

DeDMMisvoorzienvaneenmeetbuscontrole.Bijeenverkeerdeaansluiting,die voor de gebruiker en de DMM gevaar kan opleveren, geeft de DMM een hoorbare en zichtbare waarschuwing weer. Zodra de meetkabels in de stroommeetbussen zitten en er naar een andere meet- functie(behalvestroommeting)omgeschakeldwordt,laatdeDMMnadrukkelijkeen waarschuwing horen en zien. Dit is ook het geval als de meetingang tussen de 10A-meetbus en de mA/µA-meetbus verwisseld is. Klinkt het alarm en wordt op het display “Check InPut” (gevolgd door de betreffende bus) weergegeven, controleer dan direct de keuze van de meetbus of de ingestelde meetfunctie. Onderbreek bij een waarschuwing onmiddellijk de meetprocedure en controleer of de meetfunctie en aansluitingen correct ingesteld zijn.185

11.3 Meten van gelijkspanning “V ”

Gavoorhetmetenvangelijkspanningalsvolgttewerk:

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “V ”. Op het display verschijnt“ ” en de eenheid “V”. Voor kleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik “mV”.

Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM-aansluiting.

Sluit nu de beide meetpennen pa- rallel aan op het te meten object (batterij,schakelingenz.).Hetrode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool.

De betrokken polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde in het display weerge- geven. Iserbijgelijkspanningvoordemeetwaardeeen"-"(min)-tekentezien,danis degemetenspanningnegatief(ofzijndemeetkabelsverwisseld). Hetspanningsbereik"VDC"toonteeningangsweerstandvan≥10MOhm,het meetbereik"mVDC"≥10MOhm.

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit.186

11.4 Meten van wisselspanning “V ”

Ga voor het meten van wisselspanning als volgt te werk:

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “V ”. Druk op de knop “SELECT” om over te schake- len naar het AC-bereik. Op het dis- play verschijnt “ ” en de een- heid “V”.

Voor kleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik “mV”

Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM-aansluiting.

Sluit nu de beide meetpennen pa- rallel aan op het te meten object (generator, schakeling enz.).

De meetwaarde wordt op het dis- play weergegeven.

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit. Hetspanningsbereik"V/AC"heefteeningangsweerstandvan≥10MΩ.Daar- doorwordtdeschakelingbijnanietbelast.187

11.5 LoZ-spanningsmeting

MetdeLoZ-meetfunctiekuntugelijk-enwisselspanningmetenmeteenlagere impedantie(ong.400kΩ).Delagereinterneweerstandvanhetmeetapparaatre- duceert het verkeerd meten van lek- en fantoomspanningen. Het meetcircuit wordt echtersterkerbelastdanbijdestandaardmeetfunctie. OmdeLoZ-meetfunctietegebruiken, druktutijdens despanningsmetingop de knop “LoZ”. De meetimpedantie wordt verlaagd zolang de knop ingedrukt wordt gehouden.TijdensdeLoZ-meetfunctieklinkteenakoestischsignaalenlichtdein- dicator (B) op. Inhetdisplayverschijnthetsymbool“Loz”(C11). De LoZ-meetfunctie mag alleen worden gebruikt tot een maximale spanning van 1000 V. De LoZ-meting mag maximaal 3 seconden duren. Na het gebruik van de LoZ-functie is een hersteltijd van 1 minuut nodig.

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kun- nen voorkomen! Levensgevaar! De maximaal toelaatbare spanning in het meetcircuit mag 1000 V niet overschrijden. Metingen aan de 10A-meetingang mogen maximaal 10 seconden en alleen met tussenpozen van 10 minuten worden uitgevoerd. Begin de stroommeting altijd op het hoogste meetbereik en schakel indien nodig naar een lager meetbereik. Zet voordat u het meetap- paraat verbindt of wisselt van meetbereik altijd de stroom op de schakeling uit. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus bev- eiligd tegen overbelasting. Meet op het bereik A in geen geval stromen van meer dan 10 A resp. in het mA/µA-gebied stromen groter dan 600 mA: anders spreken de zekeringen aan.188 Voerdestroommetingzosnelmogelijkuit.Continuemetingenmoetenworden vermeden. Als het meetbereik wordt overschreden, wordt een optisch en akoestisch alarm weergegeven. Voerdevolgendeprocedureuitomgelijkstroom(A)temeten:

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “10A”, mA, of µA”.

Detabeltoontdeverschillendemeetfunctiesendemogelijkemeetbereiken. Selecteerhetmeetbereikendebijbehorendemeetbussen. Meetfunctie Meetbereik Meetbussen µA <6000 µA COM + mAµA mA 6 mA – 600 mA COM + mAµA 10A 600 mA – 10 A COM + 10A

Sluit nu in stroomloze toestand de

beide meetpennen in serie met het temetenobject(batterij,schakeling enz.). De betreffende schakeling moet hiervoor worden onderbro- ken.

Nadat de aansluiting tot stand is gebracht, neemt u de stroomkring inbedrijf.Demeetwaardewordtop het display weergegeven.

Zet na de meting de stroom in de schakeling weer uit en verwijder vervolgens de meetkabels van het gemetenobject.ZetdeDMMuit.189 Voer de volgende procedure uit om wisselstroom (A) te meten

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “10A”, mA, of µA”. Druk op de knop “SELECT” om naar het AC-meetbereik te schakelen. Het display geeft “ “ weer. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer teruggeschakeld enz.

Sluithetmeetapparaataanopdebijbehorendemeetingangenenhetmeetcir- cuitzoalsbeschrevenonder“Gelijkstroommeting”envolgdeverderebeschre- ven stappen.

11.7 Frequentiemeting/Duty Cycle in %

De DMM kan de frequentie van een signaalspanning van 10 Hz - 10 MHz meten en weergeven. Het maximale ingangsbereik bedraagt 20 Vrms. Deze meetfunctie is niet geschikt voor netspanningmetingen. Houd rekening voor de ingangswaarden in de technische gegevens. Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk:

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “Hz”. Op het display verschijnt“Hz”.

De frequentie wordt in het hoofd- display weergegeven met de bij- behorende eenheid. De pulsver- houding van de positieve halve golf verschijnt in % in het subdisplay. Door te drukken op de knop “SE- LECT” kan de weergave “Hz/%” worden verwisseld.

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit.190

11.8 Meten van weerstand

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanning- sloos en ontladen zijn. Ga voor het meten van de weerstand als volgt te werk:

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie“Ω”.

Steek de rode meetkabel in de Ω-meetaansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaan- sluiting.

Controleer de meetkabels op gelei- ding door de twee meetennen met elkaar te verbinden. Er wordt een weerstand weergegeven van ca. 0 -0,5Ω(deeigenweerstandvande meetkabels).

Voor metingen met lage weerstand <600 Ω drukt u met kortgesloten meetpunten kort op de knop F3 “REL”, om te voorkomen dat de eigen weerstand van de meetkabels wordt opgenomen in de volgende weer- standsmeting.Hetdisplaygeeft0Ωweer.

Verbindnudebeidemeetpennenmethetmeetobject.Alshetgemetenobject geenhogeweerstandheeftofonderbrokenis,danverschijntdemeetwaardeop hetdisplay.Wachttotdatdewaardeophetdisplayzichheeftgestabiliseerd.Bij weerstandenvan>1MΩkanditenkelesecondenduren.

Het meetbereik is overschreden of de stroomkring is onderbroken als het dis- play “OL” (voor overload = overbelast) weergeeft.

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit.191 Als u een weerstandsmeting uitvoert, dient u erop te letten, dat de meetpunten, dieumetdemeetpennenvoorhetmetenaanraakt,vrijzijnvanverontreinigin- gen,olie,soldeerlakofsoortgelijke.Dergelijkeomstandighedenkunnenhet meetresultaat beïnvloeden. De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde wordt weergegeven. Als er "OL" wordt weergegeven, kan deze functie niet worden geactiveerd.

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn.

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie .

Druk 2x op de toets “SELECT” om de meetfunctie om te schake- len. Op het display verschijnt het diodesymbool en de eenheid Volt (V). Door nogmaals op de knop te drukken schakelt u door naar de volgende meetfunctie, etc.

Steek de rode meetkabel in de Ω-meetaansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaan- sluiting.

Controleer de meetkabels op gelei- ding door de twee meetennen met elkaar te verbinden. Vervolgens moet zich een meetwaarde van ca. 0.0000 V instellen.

Sluit de beidemeetpennen aan ophet meetobject (diode).Verbindde rode meetkabel met de anode (+) en de zwarte meetkabel met de kathode (-).

Het display toont de doorlaatspanning “UF” in Volt (V). Als het display “OL” weergeeft, wordt de diode verkeerd om (UR) gemeten of is de diode defect (onderbroken). Voer ter controle nog een meting met omgekeerde polen uit.192

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit.

11.10 Continuïteitstest

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn.

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie .

Druk 1x op de knop “SELECT” om de meetfunctie om te schakelen. Ophetdisplayverschijnthetsym- bool voor de continuïteitstest en het symboolvoordeeenheid“Ω”.Door nogmaals op de knop te drukken schakelt u door naar de volgende meetfunctie, etc.

Steek de rode meetkabel in de Ω-meetaansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaan- sluiting.

Een vooraf ingestelde meetwaarde van≤50Ωwordtherkendalscon- tinuïteitenerklinkteenpieptoon.Vanaf>50Ωisergeenpieptoonmeer.Het meetbereikloopttot1000Ω.

Het meetbereik is overschreden of de stroomkring is onderbroken als het dis- play “OL” (voor overload = overbelast) weergeeft.

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit.193

11.11 Capaciteitsmeting

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn. Houd bij elektrolytische condensatoren absoluut rekening met de juiste polariteit.

Schakel de DMM in en kies het meetbereik .

Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM-aansluiting.

Het display toont de eenheid “nF”.

Verbind vervolgens beide meet- pennen (rood = positieve pool/ zwart = negatieve pool) met het meetobject (condensator). Het display geeft na een korte periode de capaciteit weer. Wacht totdat de waarde op het display zich heeft gestabiliseerd.Bijcapaciteiten>60 µF kan dit enkele seconden duren.

Zodra “OL” (voor overload = over- belast) wordt weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.

VerwijdernahetmetendemeetkabelsvanhettemetenobjectenzetdeDMM uit. Opbasisvandegevoeligemeetingangkanbij"open"meetkabelseenweer- gaveophetdisplayverschijnen.Drukvoorhetmetenvankleinecapaciteiten (<600nF)opdeknop"REL".Hierbijwordthetdisplaygeresetop"0".DeAuto- range-functiewordtdaarbijechtergedeactiveerd.194

11.12 Temperatuurmeting

Tijdens het meten van de temperatuur mag enkel de temperatu- ursensor aan de te meten temperatuur onderhevig worden gesteld. Over- of onderschrijd de bedrijfstemperatuur van de DMM niet om foutieve metingen te vermijden. De contact-temperatuursensor mag alleen op spanningsvrije opper- vlakken worden gebruikt.

Alle temperatuursensoren van het type K kunnen worden gebruikt om de tempe- ratuur te meten. De temperatuur kan in °C of °F worden weergegeven. De mee- geleverde draadsensor is geschikt voor het bereik van -20 tot +230°C. Met een optionele sensor kan het gehele meetbereik (-40 tot +1000 °C) worden gebruikt.

COM meetfunctie “°C°F”.

Steek de meegeleverde draad- temperatuursensor met de juiste polariteit in de °C (+) en COM (-) meetbus.

Op het display wordt de tempera- tuurwaarde met de bijbehorende eenheid weergegeven.

Het omschakelen van °C naar °F gebeurt met de toets “SELECT”.

Zodra “OL” (voor overload = over- belast) wordt weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.

Als er geen sensorprobe is aanges- loten, is de uitlezing op het display niet relevant en moet deze worden gene- geerd.

De vermogensmeting mag alleen worden gebruikt in het bereik van

0 - 2500 W. Wees bijzonder voorzichtig als de vermogensmeting

moet worden uitgevoerd zonder de meetadapter. Het laagohmige stroommeetcircuit mag niet worden verwisseld met het hoog- ohmige spanningsmeetcircuit, anders kunnen er kortsluitingen en vonken ontstaan. Gebruik alleen dubbel of versterkt geïsoleerde meetaccessoires. Vermijd open contactvlakken. De vermogensmeting voor het stroommeetpad mag alleen via de meetingang 10A worden aangesloten. De aansluiting “mAųA” mag niet worden gebruikt!

De vermogensmeting kan worden gebruikt voor wisselstroom ( ), gelijk- stroom ( ) of USB (vermogen en energiecapaciteit). De meetadapter voor wisselstroomisbijdeleveringinbegrepenenwordthierbeschreven.DeUSB- meetadapterisoptioneelverkrijgbaar.

11.13.1 Ga als volgt te werk om het AC-vermogen te meten:

Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie. In het display ver- schijnthetsymbool„ “.

Steek de meegeleverde contact- doos-meetadapter met de juiste polariteit in het meetapparaat. Het meetsnoer met het label “10A” in de 10 A-meetaansluiting, het meetsnoer “COM” in de COM- meetaansluiting en het meetsnoer “V” in de V-meetaansluiting.

Steek de meetadapter in een goed geaard stopcontact.

De te meten verbruiker kan nu in de meetadapter worden gestoken. Zorg ervoor datbijhetinstekendebelastingisuitgeschakeldomvonkentevoorkomen.De verbruiker kan dan in gebruik worden genomen.

Inhethoofddisplayverschijnthetactievevermogeninwatt,inhetsubdisplay 10A VCOM 230 VAC196 verschijnthetschijnbarevermogenin“VA”.

De gemeten waarden kunnen gewijzigd worden met de toets “F1 Display”: Spanning “V” en stroom “A”, vermogensfactor “PF” en frequentie “Hz”.

Schakelnahetmetendeverbruikeruitentrekdestekkereruit.Verwijderde meetadapter uit het stopcontact en schakel de DMM uit.

11.13.2 Ga als volgt te werk om DC-vermogen te meten:

Opmerking – De DC-adapter is een optioneel item. – U kunt deze aanschaffen op www.conrad.com onder bestelnr.: 2890767 Optionele adapter hieronder weergegeven: VOORWAARDEN: D De multimeter is UIT gezet. D De DC-stroomvoorziening is UIT gezet. D De testbelasting is UIT gezet (indien van toepassing).

1. Sluit de DC-adapterkabels aan op de overeenkomstige aansluitingen van de

multimeter: DC-adapter:[10A,COM,V/Ω250V]→multimeter:[10A,COM,°CHzVΩ].

2. Sluit de DC-stroomvoorziening aan op de DC-adapter met gebruik van ges-

chiktekabels(bijv.,4mmmannelijkenaarmannelijkebanaanstekkers). – Sluit de “OUTPUT” (+) van de DC-stroomvoorziening aan op de rode “INPUT”-poort (+) van de stroomadapter. – Sluit de “OUTPUT” (-) van de DC-stroomvoorziening aan op de zwarte “INPUT”-poort (-) van de stroomadapter.

3. Sluit de testkabel aan op de “OUTPUT”-poorten van de DC-adapter.197

Zorg ervoor dat de belasting UIT is gezet om vonkvorming te voorkomen wanneer u deze aansluit.

6. Druk op de knop SELECT en het “ ”-symboolzalopdedisplayverschijnen.

7. Schakel de DC-stroomvoorziening AAN.

– De hoofddisplay toont het actieve vermogen in Watt en de subdisplay toont de stroom “A”. – Druk op de knop F1 om te wisselen tussen “V”(spanning) en “W” (actief vermogen).

10. Wanneer het testen is gedaan, maakt u de meetopstelling spanningsloos en

koppelt u de kabels los.

11. Schakel de multimeter uit UIT.

11.13.3 Ga als volgt te werk om USB-vermogen te meten:

Opmerking – De USB-adapter is een optioneel item. – U kunt deze aanschaffen op www.conrad.com onder bestelnr.: 2890769 Optionele adapter hieronder weergegeven: VOORWAARDEN: D De multimeter is UIT gezet. D De USB-stroomvoorziening is spanningsloos gemaakt / UIT gezet. D De testbelasting is UIT gezet (indien van toepassing).198

1. Sluit de USB-adapterkabels aan op de overeenkomstige aansluitingen van de

multimeter: USB-adapter:[5A,COM,V/Ω48V]→multimeter:[10A,COM,°CHzVΩ]

2. Sluit een USB-stroomvoorziening aan op de “INPUT” (USB-C

of USB-A)- poorten van de USB-adapter met gebruik van geschikte kabels.

3. Sluit de testbelasting aan op de “OUTPUT” (USB-C

Zorg ervoor dat de belasting UIT is gezet om vonkvorming te voorkomen wanneer u deze aansluit.

Als een USB-voeding met PD (Power Delivery), QC (Quick Charge) of GaN (galliumnitride)-technologie wordt aangesloten op een “INPUT”-poort, dan mag de testkabel uitsluitend worden aangesloten op de USB-C

Testkabelsenaangeslotenbelastingenmoetencompatibelzijnmet de gerelateerde stroomvoorzieningstechnologie (bijv. PD, QC of GaN), anders kunnen er onnauwkeurige metingen optreden of geen uitvoerzijn.

6. Druk 2x op de knop SELECT en het USB-symbool “ ” zal op de display

7. Schakel de USB-stroomvoorziening AAN.

– De hoofddisplay toont het actieve vermogen in Watt en de subdisplay toont de stroom “A”. – Druk op de knop F1 om te wisselen tussen “V”(spanning) en “W” (actief vermogen). – Druk meerdere keren op de knop F4:tellenvandeverstrekentijdstarten/ stoppen en de totale stroom en het stroomverbruik van de aangesloten belasting(en) weergeven.

10. Wanneer het testen is gedaan, maakt u de meetopstelling spanningsloos en

koppelt u de kabels los.

11. Schakel de multimeter uit UIT.199

12 Extra functies Met de functieknoppen (F1 - F4) kunnen verschillende extra functies worden geacti- veerd. Dezeextrafunctiesvariërenafhankelijkvandemeetfunctie.Bijelkedrukop deknophoortueenakoestischsignaalterbevestiging.Sommigeextrafunctieszijn nietbeschikbaarinsommigemeetfuncties.Dezewordendandonkergrijsweerge- geven en kunnen niet worden geactiveerd.

Met de knop RANGE kan handmatig een vast meetbereik worden ingesteld. De Au- torange-functiewordtdaarbijgedeactiveerd.Elkedrukopdeknopgaatéénmeet- bereik verder. Om de AUTO-functie weer te activeren, houdt u de knop ong. 1 sec. ingedrukt.Erklinkteenpieptoonen“AUTO”verschijntophetdisplay.

12.2 MAX/MIN-functie

DeMAX/MIN-functiemaakthetmogelijkommeetwaardenuiteenreeksmetingen voorkortetijdopteslaan.Hetgeselecteerdebereik(MAXofMIN)wordtvastgehou- den en weergegeven. Met elke keer drukken schakelt u de functie om. Om de MAX/ MIN-functie weer te activeren, houdt u de knop ong. 1 sec. ingedrukt. Er klinkt een pieptoonen“AUTO”verschijntophetdisplay.

DeREL-functiemaakteenreferentiewaardemogelijk,omeventueelprestatieverlies zoalsbijvoorbeeldbijweerstandsmetingentevermijden.Deactueelweergegeven waardewordtdaarbijopnulgezet.Erisnueennieuwereferentiewaardeingesteld. Omdezefunctieteactiveren,druktuopdeknop“REL”.Ophetdisplayverschijnt “Δ”ende meetweergavewordtop nulgezet.Deautomatischemeetbereikkeuze wordthierbijgedeactiveerd. Om deze functie uit te schakelen, schakelt u om naar een andere meetfunctie of houdt u de knop nogmaals ongeveer 1 seconde ingedrukt. De REL-functie is niet actief in de meetfunctie "Continuïteitstest”. De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde wordt weerge- geven. Als er "OL" wordt weergegeven, kan deze functie niet worden geactiveerd.200

De Hold-functie houdt de momenteel weergegeven meetwaarde op het display vast, omdezeinallerusttekunnenlezenenopschrijven. Controleer bij de controle van spanningvoerende leidingen of deze functie aan het begin van de test is uitgeschakeld. Dit zou anders tot verkeerde metingen kunnen leiden! Om de Hold-functie in te schakelen, drukt u kort op de knop “HOLD”; een pieptoon bevestigt deze actie en “HOLD” wordt weergegeven op het display. Om de Hold-functie uit te schakelen, drukt u opnieuw op de knop “HOLD” of veran- dert u de meetfunctie.

12.5 Auto power-off functie

DeDMMschakeltautomatischuitnaeenvoorafingesteldetijdalsergeenknop ofdedraaiknopwordtingedrukt.Dezefunctiebeschermtenspaartdebatterijen verlengtdegebruiksduur.Deactievefunctiewordtaangegevendoorhettijdsymbool linksboven in het display. DeDMMgeefteenkortepieptoonongeveer1minuutvoordathijuitschakelt.Het uitschakelen wordt aangegeven met een lang geluidssignaal. Deze uitschakelpro- cedure kan worden onderbroken door op een willekeurige knop of de draaiknop te drukken. Om de DMM weer aan te zetten na een automatische uitschakeling, zet u de draai- knop in de stand “OFF” of drukt u op de knop “SELECT”. De automatische uitschakeling kan via de Setup-functie worden ingesteld en hand- matig worden uitgeschakeld.

De COMP-functie maakt een automatische meetwaarde-vergelijking met vooraf ingesteldegrenswaardenmogelijk.Hiermeeiseensnellebeoordelingvanmeet- waardenmogelijk,bijvoorbeeldbijlangeremeetreeksen.

De RECORD-functie maakt mobiele meetregistratie mogelijk via de Bluetooth

interface naar de meet-app op een smartphone of tablet.201

Meerderemeetfunctieszijnvoorzienvansubfuncties(bijv.AC/DC).Desubfuncties zijninhetdraaibereikgemarkeerd.Drukopdetoets“SELECT”omditteselecteren. Met elke keer drukken schakelt u een subfunctie verder.

Via het Setup-menu kunnen verschillende systeeminstellingen naar wens worden ingesteld. Houd de toets “SELECT” ong. 2 s ingedrukt om het instellingenmenu te openen of te sluiten. De functietoetsen “F1” en “F2” dienen als navigatietoetsen. De menupunten kunnen worden geselecteerd. Metdetweepijltoetsen“<”en“>”kunnendeinstelveldenwordengeselecteerd. Metdefunctietoetsen“F3”en“F4”kandewaardekunnenwordengewijzigd. Om het setup-menu te verlaten, houdt u de toets “SETUP” ong. 2 s ingedrukt. Brightness Displayverlichting Sound Knoptonen Color Mode Weergaveschema (licht/donker) Auto Power Off Automatische uitschakeling (MAX = uitgeschakeld) Display Uitschakeltijdvandedisplayverlichting Key Light Positieverlichting op de draaiknop TorchLight Uitschakeltijdzaklantaarn(MAX=uitgeschakeld) Cont Threshold Grenswaarde voor de akoestische continuïteitstest (1-1000Ω) SetTime Systeemtijdinstelling(uren:minuten:seconden) Set Date Datum instellen DateFormat Datumformaat(DD=dag,MM=maand,JJ=jaar) CompareType Vergelijkingstype(INNER=binnentolerantie,OUTER=buiten halve tolerantie) Compare Min Onderste tolerantiewaarde Compare Max Bovenste tolerantiewaarde Record Num Aantal geheugenwaarden (1 - 10000 waarden) Record Rate Opslaginterval (1 - 10000 s)202 Factory Reset Terugzetten naar fabrieksinstellingen Device Info Weergave systeeminformatie

12.10 Zaklantaarnfunctie

DeDMMheefttweewitteLED-lampjesgeïntegreerd.Dezekunnenalszaklantaarn worden gebruikt. Druk ong. 2 s op de toets “>” met het zaklampsymbool ingedrukt om de zaklamp- functie te activeren.Defunctieknoppen“F1”tot“F4”zijnnutoegewezenaanfunc- ties voor lampbediening. F1 TORCH activeert en deactiveert de lampfunctie. F2 FRONT Activeert de LED aan de voorkant F3 BACK Activeert de LED aan de achterkant F4 EXIT Het lampmenu verlaten

-functie “BLE” Het meetapparaat kan via de geïntegreerde Bluetooth

-interface meetgegevens naar een smartphone of tablet sturen en kan van daaruit beperkt worden aang- estuurd. Voor de interfacebediening is een smartphone of tablet met een Bluetooth

4.0-interface vereist. De app “Voltcraft VC800-Series” is gratis verkrijgbaar bij “Google Play” of Apple’s “App Store”. en moet voor gebruik worden geïnstalleerd. Installeer de app op uw smartphone of tablet. Activeer de Bluetooth

-functie op uw smartphone of tablet. Activeer de Bluetooth

-functie op het meetapparaat. Houd hiervoor de toets “BLE” ong. 2 seconden ingedrukt. De geactiveerde interface wordt aangegeven met een pieptoon en het Bluetooth

-symbool links op de bovenste regel van het display. Open deapp op uw smartphone of tablet en maak een nieuw project aan met het grote “plusteken” in het midden van het scherm. Selecteer uw meetapparaat “VC871”uitdelijstmetbeschikbareapparaten.Zodrahetmeetapparaatendeapp zijnverbonden,verschijnterophetmeetapparaateenkettingsymboolnaasthet interfacesymbool. De dataverbinding is tot stand gebracht. Het meetapparaat geeft de meetgegevens door aan de app en kan er beperkt mee worden aangestuurd. De draaischakelaarfunctie kan niet worden bediend!203 Voordebedieningenconguratieindeappwordtverwezennaardeaparte bedieningshandleiding van de app. Deze is beschikbaar op de URL vermeld in het hoofdstuk „Nieuwste produc- tinformatie“. 13 Problemen oplossen Probleem Reden Oplossing De multimeter werkt niet. Isdebatterijleeg? Controleerdebatterijsta- tus.Batterijvervangen. Geen verandering van meetwaarde. Is er een verkeerde meetfunctie ingesteld (AC/DC)? Controleer het display (AC/DC) en schakel zo nodig om naar een andere functie. Zijndeverkeerde meetbussen gebruikt? Controleer of de meetka- belsgoedzijnaanges- loten en vastzitten. Is de Hold-functie geactiveerd? Schakel de Hold-functie uit. Keine Messung im 10A-Messbereich möglichGeenmetingmogelijkin het 10A-meetbereik Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Controleer de 10 A zekering Keine Messung im mA/µA-Messbereich möglich Keine Messung im mA/µA-Messbereich möglich Geenmetingmogelijkin het mA/µA-meetbereik Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Is de zekering in het mAµA-meetbereik defect? Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? Controleer de 600 mA zekering204 14 Reiniging en onderhoud Belangrijk: – Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, reinigingsalcohol of an- dere chemische oplosmiddelen. Deze kunnen de behuizing beschadigen en ervoor zorgen dat het product niet goed werkt. – Dompel het product niet onder in water.

Om de nauwkeurigheid van de multimeter gedurende een lange periode te garande- ren,moetdezeeenmaalperjaarwordengekalibreerd. Het meetapparaat is onderhoudsvrij met uitzondering van incidentele reiniging, evenalsvervangingvanbatterijenenzekeringen. Hetvervangenvandebatterijendezekeringenvindtuverderopindegebruiks- aanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetsnoeren, bijv. op beschadiging van de behuizing of afknel- len van de snoeren.

Voordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsinstructies in acht te nemen: Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, behalve als dit met de hand mogelijk is, kunnen onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden. Voor een reiniging of reparatie moeten de aangesloten kabels van de meetapparatuur en van alle meetobjecten worden gescheiden. Zet de DMM uit. Gebruik voor de reiniging geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of dergelijke.Daardoorwordthetoppervlakvanhetmeetinstrumentaangetast.De dampenzijnbovendienschadelijkvoordegezondheidenexplosief.Gebruikvoor de reiniging ook geen scherp gereedschap zoals schroevendraaiers of staalborstels e.d.205 Gebruik voor de reiniging van het apparaat, het display en de meetsnoeren een schone,pluisvrije,antistatischeenenigszinsvochtigedoek.Laathetapparaatcom- pleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt.

14.3 Batterij- en zekeringvak openen

Omveiligheidsredenenmogendebatterijendezekeringenalleenwordenvervan- genalsallemeetkabelsvanhetmeetapparaatzijnverwijderd.Hetbatterij-enzeke- ringvak (I)kannietwordengeopendalsdemeetkabelszijnaangesloten. Bovendienwordenbijhetopenenallemeetbussenmechanischgeblokkeerdom te voorkomen dat de meetkabels later worden aangesloten wanneer de behuizing openis.Devergrendelingwordtautomatischontgrendeldzodrahetbatterij-enze- keringvak weer dicht is. Debehuizingiszoontworpendat,wanneerhetbatterij-enzekeringvakopenstaat, menalleentoegangheefttotdebatterijendezekeringen.Debehuizinghoeftniet volledig te worden geopend en gedemonteerd. Deze maatregelen verhogen de veiligheid en het bedieningsgemak voor de gebrui- ker. Ga voor het openen als volgt te werk:

Koppel alle meetsnoeren van het meetapparaat los en schakel het uit.

Klap de achterste standaard uit.

Draaideachtersteschroefuithetbatterijvak(I) los en verwijderdeze.

Schuifhetdekselvanhetbatterij-enzekeringvak(P) omhoog en til het van het meetapparaat. Het deksel kanalleenwordenverwijderdalsallemeetkabelsvan demeterzijnverwijderd.

Dezekeringenenhetbatterijvakzijnnutoegankelijk.

Sluit de behuizing in omgekeerde volgorde en draai hetbatterij-enzekeringvakvast.

Het meetapparaat is nu weer klaar voor gebruik.

14.4 De zekering vervangen

Beidestroomingangenzijnbeveiligdmetkeramischehoogvermogenzekeringen.Als ergeenmetinginditbereikmeermogelijkis,moetdezekeringwordenvervangen. Voor het vervangen gaat u als volgt te werk:

Ontkoppel de aangesloten meetkabels van de te meten stroomkring en uw meetapparaat. Zet de DMM uit.

Open de behuizing zoals beschreven in het hoofdstuk “Meetapparaat openen”.

Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekeringen hebben de volgende waarden:

Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Om veiligheidsredenen is het gebruik van gerepareerde zekeringen of het kortsluiten van de zekeringhouder niet toegestaan. Dit kan brand of een explosie tot gevolg hebben. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand.

14.5 Plaatsen en vervangen van de batterij

Erzijndriemicrobatterijen(AAA)nodigomhetmeetapparaattelatenwerken.Bij deeersteingebruiknameofwanneerhetrodebatterijsymbool op het display verschijnt,moetendrienieuwe,volledigopgeladenbatterijenwordengeplaatst. Gavoorhetplaatsenofvervangenvandebatterijalsvolgttewerk:

Koppel het meetapparaat en de aangesloten meetkabels los van alle meetcir- cuits.Verwijderallemeetkabelsvanhetmeetapparaat.ZetdeDMMuit.

Opendebehuizingzoalsbeschreveninhethoofdstuk“Batterij-enzekeringvak openen”.207

Vervang de gebruikte batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type. Plaatsdenieuwebatterijenmetdejuistepolariteitinhetbatterijvak.Letopde polariteitsaanduidinginhetbatterijvak.

Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten. Zelfs lekbes- tendige batterijen kunnen gaan roesten, waardoor er chemicaliën uit kunnen lekken die schadelijk zijn voor de gezondheid en het ap- paraat kunnen beschadigen. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kin- deren of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als er een batterij is ingeslikt. Haal om lekkage te voorkomen de batterijen uit het apparaat wan- neer het langere tijd niet wordt gebruikt. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwon- den veroorzaken als deze met uw huid in aanraking komen. Draag daarom geschikte handschoenen als u dergelijke batterijen aan- raakt. Zorg ervoor dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi batterijen niet in het vuur. Normalebatterijenmogennietopgeladenofuitelkaargehaaldworden.Erbestaat dan explosiegevaar. Ukuntgeschiktealkalischebatterijenbestellenmetgebruikvanhetvolgend bestelnummer: Bestelnr. 65 22 78 (gelieve 3x te bestellen). Gebruikalleenalkalinebatterijenomdatdezekrachtigzijnenlangmeegaan.208 15 Verwijdering

Alle elektrische en elektronische apparaten die op de Europese markt worden gebracht, moeten van dit symbool zijn voorzien. Dit symbool geeftaandatditapparaataanheteindevanzijnlevensduurgescheiden vanongesorteerdhuishoudelijkafvalmoetwordenafgevoerd. Elke eigenaar van oude apparatuur is verplicht om oude apparatuur gescheidenvanongesorteerdhuishoudelijkafvalaftevoeren.Deein- dgebruikerszijnverplichtomgebruiktebatterijenenaccu'sdienietdoor hetoudeapparaatzijnomsloten,netalslampendiezonderhetoude apparaattevernietigenkunnenwordenverwijderd,voorafgiftebijeen inzamelingspuntteverwijderen. Distributeursvanelektrischeenelektronischeapparatuurzijnwettelijkverplichtom oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlever- mogelijkheden(meerinformatieoponzewebsite):

bijdedoorConradgecreëerdeinzamelpunten

Bij de verzamelplaatsen van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de door fabrikanten en verkopers in de zin van de ElektroG ingestelde recy- clingsysteem Deeindgebruikerisverantwoordelijkvoorhetwissenvanpersoonlijkegegevensop hetteverwijderenoudeapparaat. Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland eventueel andere verplich- tingen kunnen gelden voor het retourneren en de recycling van oude apparatuur.209

15.2 Batterijen/accu’s

Verwijderbatterijen/accu’sdiemogelijkinhetapparaatzittenengooizeafzonderlijk van het product weg. U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wet- telijkverplichtallelegebatterijenenaccu’sinteleveren;verwijderingviahethuisvuil is niet toegestaan. Batterijen/accu’sdieschadelijkestoffenbevatten,zijngemarkeerdmet nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevo- erd.Deaanduidingenvoordezwaremetalendiehetbetreftzijn:Cd= cadmium,Hg=kwik,Pb=lood(deaanduidingstaatopdebatterijen/ accu’s,bijv.onderdelinksafgebeeldevuilnisbaksymbool). Ukuntverbruiktebatterijen/accu’sgratisbijdeinzamelingspuntenvanuwgemeen- te,onzelialenofoveralwaarbatterijen/accu’swordenverkocht,afgeven.Uvoldoet daarmeeaandewettelijkeverplichtingenendraagtbijaandebeschermingvanhet milieu. Dekblootliggendecontactenvanbatterijen/accu’svolledigmeteenstukjeplakband afalvorenszewegtewerpen,omkortsluitingtevoorkomen.Zelfsalsbatterijen/ accu’sleegzijn,kande rest-energiediezij bevatten gevaarlijkzijnin gevalvan kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie). 16 Conformiteitsverklaring (DOC) Hiermee verklaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hir- schaudathetproductvoldoetaanrichtlijn2014/53/EU.

De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internetadres: www.conrad.com/downloads. Voer het bestelnummer van het product in het zoekveld in; vervolgens kunt u de EU-conformiteitsverklaring downloaden in de beschikbare talen.210 17 Technische gegevens:

17.1 Stroomvoorziening

Bedrijfsspanning ........................... 3microbatterijen(3x1,5V,typeAAA)

17.2 Omgevingsvoorwaarden

Gebruikstemperatuur .................... 0 tot +40 °C Bedrijfsvochtigheid ....................... ≤80%RV(niet-condenserend) Opslagtemperatuur ....................... -10 tot +60 °C Opslagvochtigheid ........................ ≤80%RV(niet-condenserend) Gebruikshoogte ............................ max. 2000 m boven NAP

Opgavevandenauwkeurigheidin±(%vandeaezing+weergavefoutincounts (=aantalkleinsteposities)).Denauwkeurigheidisgeldigvooréénjaarbijeen temperatuurvan+23°C(±5°C)bijeenrelatieveluchtvochtigheidvankleinerdan 80%nietcondenserend.Buitendittemperatuurbereikgeldteentemperatuurcoëf- ciënt:+0,1x(gespeciceerdenauwkeurigheid)/1°C. De meting kan worden beïnvloed als het apparaat binnen een hoogfrequente elektromagnetische veldsterkte wordt gebruikt. Gelijkspanning V/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 60,000 mV* 0,001 mV ±(0,2% + 30) 600,00 mV* 0,01 mV ±(0,08% + 5) 6,0000 V 0,0001 V ±(0,08% + 6) 60,000 V 0,001 V ±(0,08% + 6) 600,00 V 0,01 V ±(0,1% + 6) 1000,0 V 0,1 V ±(0,15% + 6) *alleen via de meetfunctie "mV" beschikbaar Overbelastingsbeveiliging1000V;impedantie:10MΩ Bijeenkortgeslotenmeetingangiseenweergavevan≤10countsmogelijk. DeLoZ-lageimpedantiemetingisnietgespeciceerd.212 Wisselspanning V/AC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 mV* 0,1 mV ±(0,8% + 10) 6,000 V 0,001 V ±(0,8% + 5) 60,00 V 0,01 V ±(0,8% + 5) 600,0 V 0,1 V ±(0,8% + 5) 1000 V 1 V ±(1,0% + 5) *alleen via de meetfunctie "mV" beschikbaar Gespeciceerdmeetbereik:10-100%vanhetmeetbereik Frequentiebereik 45 Hz - 1 kHz; Overbelastingsbeveiliging 1000 V; Impedantie: 10MΩ Bijeenkortgeslotenmeetingangiseenweergavevan10countsmogelijk TrueRMS piekwaarde (Crest Factor (CF)) 6 V tot 600 V DeLoZ-lageimpedantiemetingisnietgespeciceerd. TrueRMS piekwaarde voor niet-sinusvormige signalen plus tolerantie: CF >1,0 - 2,0 + 3% CF >2,0 - 2,5 + 5% CF >2,5 - 3,0 + 7%213 Gelijkstroom A/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,00 µA 0,01 µA ±(0,5% + 10) 6000,0 µA 0,1 µA ±(0,5% + 5) 60,000 mA 0,001 mA ±(0,6% + 10) 600,00 mA 0,01 mA ±(0,6% + 5) 6,0000 A 0,0001 A ±(1,0% + 10) 10,000 A 0,001 A ±(1,2% + 7) Overbelastingsbeveiliging: Zekering Zekeringen: µA/mA = keramische hoogvermogenzekering 600mA 1000V 10 A = keramische hoogvermogenzekering F10AH1000V Meetduur 10 A-ingang: 10 sec. met meetpauze van 10 minuten Lusstroom 4 - 20 mA/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid

Overbelastingsbeveiliging 1000 V, 10 A Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, omdat hier spanningen hoger dan 33 V/ACrms 70 V/DC op kun- nen staan! Levensgevaar! Vermogensmeting AC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid

50/60 Hz 0,1 Hz ±(1,0% + 10) Overbelastingsbeveiliging 1000 V, 10 A Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, omdat hier spanningen hoger dan 33 V/ACrms 70 V/DC op kun- nen staan! Levensgevaar!219 Vermogensmeting USB Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 240,0 W 0,1 W ±(2,0% + 10) 0 48,00 V 0,01 V ±(0,5% + 5) 5,00 A 0,01 A ±(1,0% + 5)

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLTCRAFT

Model : VC871

Categorie : Multimeter