Sygonix SY-5040174 - Rookmelder

SY-5040174 - Rookmelder Sygonix - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SY-5040174 Sygonix in PDF-formaat.

📄 16 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Sygonix SY-5040174 - page 13
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over SY-5040174 Sygonix

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SY-5040174 - Sygonix en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SY-5040174 van het merk Sygonix.

GEBRUIKSAANWIJZING SY-5040174 Sygonix

Plaats geen oplaadbare accu's in de rookmelder.

Gebruik uitsluitend niet-oplaadbare batterijen om zeker te zijn van een lang en veilig gebruik.

Batterijen horen niet in kinderhanden.

Laat batterijen niet rondslingeren; er bestaat dan gevaar dat ze door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als er een batterij is ingeslikt.

Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken; gebruik daarom in een dergelijk geval geschikte veiligheidshandschoenen.

Batterijen mogen niet kortgesloten, geopend of in het vuur geworpen worden. Er bestaat explosiegevaar!

Conventionele niet-oplaadbare batterijen mogen niet opgeladen worden: explo- siegevaar!

Let bij het plaatsen van de batterijen op de juiste polariteit (plus/+ en min/-). 6 Keuze van de montageplek

6.1 Algemene informatie

Een brand is niet alleen gevaarlijk vanwege het vuur, maar vooral ook door de giftige rook die bij verbranding ontstaat. Met name tijdens de slaap kunt u na slechts enkele malen inademen al bewusteloos raken. Dit is de reden dat u de montageplek zorgvuldig moet kiezen.

6.2 Aanbevolen montageplaatsen voor rookmelders

1. Plafond 3. Optimale montageplaats voor de rookmelder

2. Hitte, vuur, rook 4. Hoek (dode ruimte, hier nooit monteren!)

Voorbeeld woonruimte Voorbeelden Montageplaats voor minimale bescherming:

1. Keuken (geen rookmelder)

3. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kinderkamer)

4. Bad (geen rookmelder)

5. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kantoor)

Montageplaats voor maximale bescherming:

1. Keuken (geen rookmelder)

3. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kinderkamer)

4. Bad (geen rookmelder)

5. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kantoor)

Gebruiksaanwijzing Draadloze rookmelder Bestelnr. 2520087 1 Beoogd gebruik De rookmelder werkt volgens het strooilichtprincipe en herkent zelfs de kleinste hoeveelheden rookdeeltjes die de behuizing binnendringen. Het welgevormde design past onopvallend in elke woonsituatie. Door het lage stroomverbruik is een looptijd van 5 jaar mogelijk. De montage en bedrijf mag alleen plaatsvinden in droge en stofvrije binnenruimten waar bij normaal gebruik geen stoom- of rookontwikkeling ontstaat. De draadloze rookmelder dient voor het vroegtijdig herkennen van rook in woon- en slaap- kamers en geeft bij rookherkenning een luid, hoog signaal af om de bewoners tijdig te waar- schuwen. Door een geïntegreerde draadloze zender/ontvanger kunnen tot 24 identieke draadloze rook- melders met elkaar worden verbonden. Als een van de draadloze rookmelders alarm slaat bij rookontwikkeling, geven ook de andere draadloze rookmelders een alarmsignaal. De veiligheidsrichtlijnen dienen altijd in acht te worden genomen! Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwij- zing door aan derden. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het pro- duct. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting en brand. Het gehele product mag niet worden gewijzigd of worden omgebouwd! Dit product voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Alle vermelde be- drijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden. 2 Leveringsomvang

Gebruiksaanwijzing 3 Nieuwste productinformatie Download de meest recente gebruiksaanwijzing via onderstaande link www.conrad.com/down- loads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op. 4 Symbolen in dit document Het symbool waarschuwt voor gevaren die tot persoonlijk letsel kunnen leiden. Lees de informatie zorgvuldig door. Het pijlsymbool geeft bijzondere informatie en advies over de bediening aan. 5 Veiligheidsinstructies In geval van schade die ontstaat door het niet naleven van deze gebruiksaan- wijzing komt de waarborg/garantie te vervallen! Wij zijn niet aansprakelijk voor gevolgschade! Wij zijn niet aansprakelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroor- zaakt door verkeerd gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsinstruc- ties! Bovendien komt in dergelijke gevallen de waarborg/garantie te vervallen!

Vanwege de veiligheid en goedkeuring is het niet toegestaan dit product eigenhandig om te bouwen en/of te veranderen.

Het product is geen speelgoed en dient buiten bereik van kinderen te worden gehouden!

Gebruik het product niet in ziekenhuizen of medische instellingen. Hoewel het product slechts relatief zwakke radiosignalen uitzendt, kunnen deze daar de functie van levensbe- houdende systemen storen. Hetzelfde geldt eventueel ook op andere plaatsen.

Het product mag niet vochtig of nat worden!

Plak niets op product (bijvoorbeeld behang), schilder nooit over!

Gebruik het product niet in ruimten of onder ongunstige omgevingsomstandigheden waar brandbare gassen, rook of stof aanwezig zijn of kunnen zijn. Er bestaat explosiegevaar!

Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren, het kan voor kinderen gevaar- lijk speelgoed zijn.

Ga voorzichtig om met het product. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.7.1 Montage en batterijen plaatsen

De draadloze rookmelder kan niet werken zonder batterijen of met lege batterijen.

Gebruik voor de veiligheid nooit oplaadbare accu‘s, maar alleen niet-oplaadbare batterijen.

De draadloze rookmelder kan om veiligheidsredenen niet zonder geplaatste batterijen op de montageplaat worden bevestigd.

Maak de montageplaat door deze te draaien los van de draadloze rookmelder en verwijder deze (draai het bovenste gedeelte linksom tegen de klok in).

Gebruik de montageplaat als boorsjabloon en teken de boorgaten in de twee buitenste verzonken ope- ningen af.

Bevestig de montageplaat met geschikte schroeven en eventueel pluggen. Zorg er bij het vastschroeven of boren voor dat er geen kabels of leidingen bescha- digd worden. Vanwege het hoge gewicht raden wij om veilig- heidsredenen af te monteren met een kleefpad.

Plaats de batterij met de juiste polariteit. Let op de betreffende markeringen in het bat- terijvak.

Plaats de draadloze rookmelder op de montageplaat en vergrendel deze door deze naar rechts te draaien (draai het bovenste gedeelte met de klok mee naar rechts).

Controleer de functie van de draadloze rookmelder na installatie door kort op de toets „Test“ te drukken in het midden van de draadloze rookmelder. De draadloze rookmelder geeft daarna 2x drie pieptonen en de toets knippert rood. Lees ook de paragraaf „Func- tietest“.

Als de batterij leeg raakt, knippert de rode LED-indicator tweemaal per 40 seconden. Ge- lijktijdig klinkt er tweemaal een korte pieptoon. Vervang direct de lege batterij door een nieuwe.

Test de draadloze rookmelder eenmaal per week en na elke batterijwissel door kort op de toets „Test“ te drukken in het midden van de draadloze rookmelder. De draadloze rook- melder geeft daarna 2x drie pieptonen en de toets knippert rood. Raadpleeg het hoofdstuk „Functietest“. Ga als volgt te werk:

Maak de montageplaat door deze te draaien los van de rookmelder en verwijder deze (draai het bovenste gedeelte linksom tegen de klok in).

Vervang de batterij. Plaats de nieuwe batterij met de juiste polariteit. Let op de betreffende markeringen in het batterijvak.

Plaats de rookmelder op de montageplaat en vergrendel deze door deze naar rechts te draaien (draai het bovenste gedeelte met de klok mee naar rechts). De rookmelder kan om veiligheidsredenen niet zonder geplaatste batterijen op de montageplaat worden be- vestigd.

7.3 Meerdere draadloze rookmelders koppelen

Meerdere identieke draadloze rookmelders kunnen met elkaar worden verbonden. Als later een van de draadloze rookmelders alarm slaat, geven kort daarop ook de andere draadloze rookmelders alarm (als deze zich binnen het bereik bevinden). Op deze manier wordt niet alleen rook in de woonkamer door de draadloze rookmelder in de woonkamer geactiveerd, maar ook door alle andere draadloze rookmelders in de hele woning (indien aangesloten). Montageplaats voor minimale bescherming:

3. Slaapkamer/andere woonruimte

(bijv. kinderkamer) Montageplaats voor maximale bescherming:

3. Slaapkamer/andere woonruimte

Voor een optimale bescherming moet in elke ruimte een rookmelder worden geïnstalleerd. Uitgesloten zijn ruimtes zoals keukens, badkamers of andere ruimtes waar tijdens gebruik stoom wordt ontwikkeld.

Plaats de rookmelder in de buurt van slaapkamers. Probeer bovendien de vluchtroutes uit de slaapkamers veilig te maken, omdat deze ruimtes zich meestal het verst van de uitgang bevinden. Als er meer dan een slaapkamer is, brengt u in iedere slaapkamer nog een rookmelder aan.

Dit geldt ook voor ander kamers met slaapgelegenheid (zoals kinderkamers, logeerkamers enz.).

Plaats rookmelders om trappen te beveiligen, omdat trappen gemakkelijk kunnen dienen als schoorstenen voor rook en vuur en om verspreiding te voorkomen.

Houd er rekening mee dat op elke verdieping minimaal één rookmelder moet worden ge- plaatst.

Plaats een rookmelder in elke kamer waar elektrische apparaten of apparatuur zijn (bijv. televisie in de woonkamer). Juist bij dergelijke apparaten bestaat vaak het gevaar van sterke, giftige rookontwikkeling.

In grotere ruimtes is het raadzaam om meer dan één rookmelder te installeren.

Rook en andere verbrandingsresten stijgen naar boven naar het plafond en verspreiden zich horizontaal. Breng de rookmelder op het plafond in het midden van de kamer aan, omdat dit punt het dichtst bij alle andere punten in de ruimte ligt.

De montage aan het plafond wordt aanbevolen voor normale woningen. In caravans of campers kan montage op de verticale wanden echter nuttig zijn om een warmtebarrière te vermijden die zich bij het plafond kan vormen.

Als de rookmelder aan het plafond wordt gemonteerd, zorg er dan voor dat deze minimaal 50 cm van de zijmuur en 60 cm van elke hoek verwijderd is.

De rookmelder moet indien mogelijk in het midden van het plafond worden geïnstalleerd.

De rookmelder moet worden bevestigd op een steunbalk van het plafond of een vergelijk- baar punt. Let goed op de minimale afstand naar de hoeken van de kamer en de muren. In ruimtes met schuine plafonds (bovenste verdieping) is het raadzaam om op elk schuin dak een rookmelder te monteren.

De rookmelder moet op minimaal 150 cm afstand van lampen, afzuigventilatoren, aircondi- tioners en luchtinlaat/-uitlaat worden gemonteerd.

6.3 Afgeraden montageplaatsen voor rookmelders

U moet de volgende montageplaatsen vermijden:

Keuken/badkamer en wc: De in deze ruimtes aanwezige kook- en waterdampen kunnen een vals alarm veroorzaken.

Garages: In garages kunnen de uitlaatgassen van voertuigen een vals alarm veroorzaken.

In de buurt van (< 1,5 m) TL-armaturen.

Ruimten waarin de temperatuur onder +5 °C daalt of boven +38 °C stijgt.

Dakgevel: Hier kan zich warme lucht ophopen (bijv. in de zomer of bij verwarming van het huis), wat voorkomt dat de rook van een gevaarlijke smeulende brand bij de rookmelder kan komen.

Plafonds in caravans enz: Zonlicht verwarmt het dak van de ruimte en daarmee ook de lucht in het bovenste deel van de caravan. Door de warme lucht kan de rook van een gevaarlijke smeulende brand niet bij de rookmelder komen.

Muren in permanente woongebouwen: Hierbij wordt de rook laat waargenomen, wat de alarmering vertraagt.

Hoeken in gebouwen: Hierbij wordt de rook laat waargenomen, wat de alarmering vertraagt. 7 Bedieningselementen

1. Toets „Test“ met rode LED

2. Opening van de signaalgever

Plaats geen oplaadbare accu's in de rookmelder.

Gebruik uitsluitend niet-oplaadbare batterijen om zeker te zijn van een lang en veilig gebruik.

Batterijen horen niet in kinderhanden.

Laat batterijen niet rondslingeren; er bestaat dan gevaar dat ze door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als er een batterij is ingeslikt.

Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken; gebruik daarom in een dergelijk geval geschikte veiligheidshandschoenen.

Batterijen mogen niet kortgesloten, geopend of in het vuur geworpen worden. Er bestaat explosiegevaar!

Conventionele niet-oplaadbare batterijen mogen niet opgeladen worden: explo- siegevaar!

Let bij het plaatsen van de batterijen op de juiste polariteit (plus/+ en min/-). 6 Keuze van de montageplek

6.1 Algemene informatie

Een brand is niet alleen gevaarlijk vanwege het vuur, maar vooral ook door de giftige rook die bij verbranding ontstaat. Met name tijdens de slaap kunt u na slechts enkele malen inademen al bewusteloos raken. Dit is de reden dat u de montageplek zorgvuldig moet kiezen.

6.2 Aanbevolen montageplaatsen voor rookmelders

1. Plafond 3. Optimale montageplaats voor de rookmelder

2. Hitte, vuur, rook 4. Hoek (dode ruimte, hier nooit monteren!)

Voorbeeld woonruimte Voorbeelden Montageplaats voor minimale bescherming:

1. Keuken (geen rookmelder)

3. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kinderkamer)

4. Bad (geen rookmelder)

5. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kantoor)

Montageplaats voor maximale bescherming:

1. Keuken (geen rookmelder)

3. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kinderkamer)

4. Bad (geen rookmelder)

5. Slaapkamer/andere woonruimte (bijv. kantoor)

6. WoonkamerGa als volgt te werk:

Als de draadloze rookmelder al aan het plafond is gemonteerd, verwijder deze dan van het plafond voor het aanmeldproces. Leg de draadloze rookmelder naast de nieuw aan te melden draadloze rookmelder.

1. Druk lang op de toets „Test“ (ong. 8 seconden). Wacht totdat de rode LED in het midden

van de toets „Test“ knippert. Dit betekent dat het alarm in de inleermodus staat.

2. Herhaal stap (1) voor een andere draadloze rookmelder.

3. Druk nu kort op de toets „Test“ op een van de twee draadloze rookmelders om de verbin-

ding met het netwerk tot stand te brengen. Nadat de verbinding is gelukt, stopt de rode LED-indicator met knipperen op de draadloze rookmelder wanneer de toets niet is inge- drukt. Voer stap 1 t/m 3 binnen 2 minuten uit. Als gedurende 2 minuten niet op de toets wordt gedrukt, wordt de inleermodus verlaten! Als u een derde draadloze rookmelder wilt verbinden, herhaal dan stap 1 t/m 3. Er kunnen maximaal 24 identieke draadloze rookmelders met een netwerk worden verbonden.

7.4 Draadloze rookmelder uit het netwerk verwijderen:

Druk nogmaals op de toets „Test“ totdat de LED-indicator uitgaat en de draadloze rookmel- der het loskoppelen met een pieptoon bevestigt.

Tijdens de normale werking knippert de rode LED naast de toets „TEST“ elke 40 seconden kort.

Druk kort op de toets „TEST“ om de alarmtoon te testen. De draadloze rookmelder geeft vervolgens 2x drie pieptonen en de toets knippert rood. Dit geeft een correcte werking van de draadloze rookmelder en de batterijen aan. Als er geen alarmtoon klinkt of de LED-in- dicator niet knippert, zijn de batterijen mogelijk leeg. Vervang de batterijen en voer een nieuwe functietest uit. Helpt ook dit niet, vervang dan de draadloze rookmelder.

Als er meerdere draadloze rookmelders op een netwerk zijn aangesloten, piepen alle draadloze rookmelders tijdens de functietest. De draadloze rookmelders piepen dan bedui- dend langer om voldoende tijd te hebben om alle geïnstalleerde draadloze rookmelders op de functie „Alarm“ te controleren. Als u niet alle kamers kunt creëren, druk dan nogmaals op de toets „Test“ op een draadloze rookmelder. Als voor u het signaal bij de functietest te hard of oncomfortabel is, draag dan ge- hoorbescherming tijdens de functietest! In het geval van een echt alarm is het toch beter om een luid alarm te hebben om zelfs een persoon in diepe slaap of slechtho- rend veilig te waarschuwen. Het wordt sterk aanbevolen om de draadloze rookmelder wekelijks te testen om een goede werking te garanderen. Een functietest van de draadloze transmissie is mogelijk door bijvoorbeeld sigarettenrook in een van de draadloze rookmelder te blazen. In de accessoirehandel zijn ook speciale testsprays te koop. Bij alle draad- loze rookmelders moeten het alarm afgaan.

7.6.1 Normale bedrijfsstand

In de normale bedrijfsstand knippert de rode LED-indicator eenmaal per 40 seconden.

Wanneer de rookconcentratie het alarmpunt bereikt, knippert de rode LED-indicator en piept de draadloze rookmelder.

Door kort op de toets „Test“ te drukken, knippert het rode LED-indicator, geeft het alarm 2x drie pieptonen en stopt het weer automatisch.

7.6.4 Batterij is bijna leeg.

Als de batterij leeg raakt, knippert de rode indicator tweemaal per 40 seconden. Gelijktijdig klinkt er tweemaal een korte pieptoon. Vervang direct de lege batterij door een nieuwe.

De rode LED-indicator knippert elke 40 seconden tweemaal en het alarm piept elke 40 secon- den tweemaal.

Als de draadloze rookmelder in zijn eigen alarmstatus staat, dan kunt u draadloze rookmelder in de ruststand (alarm uit) zetten door lang op de toets „Test“ te drukken. De ruststand duurt 9 minuten, als de rookconcentratie nog te hoog is begint de draadloze rookmelder weer te alarmeren. Als de draadloze rookmelder een alarm meldt, controleer dan eerst of de brand- haard echt bestaat. Als u rook of een brand ontdekt, informeert u eerst uw gezins- leden als die aanwezig zijn en verlaat u allen het gebouw. Bel de brandweer. Als er geen vuur of rook is, controleer het apparaat dan op functionaliteit. Raadpleeg ook de hoofdstukken „Wat te doen bij alarm“ en „Vals alarm“. 8 Problemen oplossen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Alarm direct na inscha- kelen Veel rook Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw wanneer de rook is verdwenen Interne stroomkring beschadigd (apparaat defect) Vervang de draadloze rookmelder Signaaltoon elke 40 se- conden na inschakelen Lage batterijspanning (zwakke batterij) Nieuwe batterij plaatsen Na het inschakelen klinkt elke 40 seconden tweemaal een pieptoon Interne stroomkring beschadigd (apparaat defect) Vervang de draadloze rookmelder Geen alarm bij het testen Batterij verkeerd geplaatst Plaats de batterij terug en let op de polariteit Lage batterijspanning (zwakke batterij) Nieuwe batterij plaatsen Interne stroomkring beschadigd (apparaat defect) Vervang de draadloze rookmelder Geen of alleen stil alarm Lage batterijspanning (zwakke batterij) Nieuwe batterij plaatsen Alarmgever defect Vervang de draadloze rookmelder Als er andere problemen/storingen optreden, dan kunt u de batterij verwijderen en even wachten (ong. 1 minuut) en de batterij opnieuw plaatsen (let op polariteit) en controleren of de draadloze rookmelder weer normaal werkt. Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, demonteer dan de draadloze rookmelder niet! Neem voor meer informatie contact op met de verkoper of fabrikant. 9 Vluchtplan opstellen en noodsituaties oefenen

Maak een plattegrond van uw woning of huis waarop alle deuren en ramen te zien zijn en wijs indien mogelijk twee vluchtroutes toe aan elke ruimte. Voor ramen op de tweede verdieping kan een (touw)ladder nodig zijn.

Doe beroep op een familiebijeenkomst om het vluchtplan te bespreken en aan elke per- soon uit te leggen wat te doen in geval van brand/rook.

Wijs een plek buiten uw huis aan als ontmoetingspunt.

Maak iedereen vertrouwd met het alarmgeluid van de draadloze rookmelder. Iedereen moet weten dat als ze dit geluid horen, onmiddellijk het huis moet verlaten.

Voer minimaal elke 6 maanden een rook-/brandalarm uit. Oefenen helpt bij het testen van uw vluchtplan in een noodgeval. Het kan gebeuren dat u bij een brand uw kinderen niet kunt bereiken. Het is belangrijk dat ze weten wat ze moeten doen en hoe ze zich moeten gedragen. 10 Wat te doen bij een alarm?

Als een van de draadloze rookmelders rook herkent, laten alle draadloze rookmelders een luide alarmtoon horen. Het alarm stopt als er geen rook meer in de lucht is.

Verlaat bij alarm direct de woning of het huis volgens het door u opgestelde vluchtplan. Elke seconde telt, dus verspil geen tijd door u aan te kleden of door het meenemen van kostbaarheden.

Open bij het verlaten geen enkele deur zonder eerst het oppervlak te voelen. Als dit heet is of als u rook onder de deur uit ziet komen, mag u de deur niet openen! Gebruik in plaats hiervan de alternatieve vluchtroute. Als het oppervlak van de deur koel aanvoelt, drukt u er met uw schouder tegen, open de deur zonder veel kracht te gebruiken en wees erop voorbereid u weer terug te trekken als hitte of rook het doorlopen naar de achtergelegen ruimte onmogelijk maken.

Blijf laag bij de grond als er veel rook is in de lucht. Adem door een doek die (indien moge- lijk) met water is bevochtigd.

Zodra je de woning of het huis hebt verlaten, ga dan naar het afgesproken ontmoetingspunt en zorg ervoor dat iedereen daar is.

Bel de brandweer vanuit het huis van de buren, niet uit uw eigen huis!

Ga niet terug naar de woning of het huis totdat de brandweer u dit toestaat.11 Vals alarm Sigarettenrook of damp die vrijkomt bij het koken kan de draadloze rookmelder activeren. Een vals alarm kan ook optreden door stofontwikkeling bij slijpwerkzaamheden (zoals bij het renoveren van een ruimte) en door het gebruik van te veel haarlak/deodorant in een ruimte. Het roken van sigaretten in de kamer zal normaal gesproken de draadloze rook- melder niet activeren, alleen als de rook direct op de draadloze rookmelder wordt geblazen. Als de draadloze rookmelder een alarm meldt, controleer dan eerst of de brandhaard echt bestaat. Als u rook of een brand ontdekt, informeert u eerst uw gezinsleden als die aanwezig zijn en verlaat u allen het gebouw. Bel de brandweer. Als er brand is of als er rookt hangt, controleert u of het alarm kan zijn afgegaan door de boven vermelde oorzaken. 12 Reiniging en onderhoud Afgezien van het af en toe vervangen van de batterijen is het product voor u onderhoudsvrij. Reinig de buitenkant van het product met een schone, zachte, droge en pluisvrije doek. Stof op de draadloze rookmelder kan eenvoudig worden verwijderd met een zachte, schone, langharige borstel en een stofzuiger. Dit moet minstens één keer per jaar worden gedaan in ruimtes met meer stof (bijvoorbeeld in een slaapkamer). Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen of chemische oplossingen, omdat dit schade kan toebrengen aan de behuizing of afbreuk kan doen aan de werking. Om veiligheidsredenen moet de draadloze rookmelder na 8 jaar gebruik worden vervangen door een nieuwe. 13 Bereik De opgegeven reikwijdte betreft de zgn. reikwijdte in het open veld (reikwijdte bij direct visueel contact tussen zender en ontvanger zonder storende invloeden). In de praktijk bevinden er zich echter muren, plafonds en dergelijke tussen de zender en de ontvanger, waardoor het bereik overeenkomstig wordt gereduceerd. Door de verschillende invloeden op de draadloze overdracht kan geen speciek bereik wor- den gegarandeerd. Normaal gesproken is het gebruik in een eengezinswoning echter zonder problemen mogelijk. Het bereik kan aanzienlijk gereduceerd worden door: – Muren, plafonds van gewapend beton, droogbouwwanden met metalen versterking – Gecoate/gemetalliseerde ruiten van isolatieglas – Nabijheid van metalen & geleidende voorwerpen (bijv. radiatoren) – De nabijheid van een menselijk lichaam – Andere apparaten op dezelfde frequentie (bijv. draadloze koptelefoons, draadloze luid- sprekers) – nabijheid tot elektrische motoren/apparaten, trafo‘s, netvoedingadapters, computers 14 Verwijdering

Alle elektrische en elektronische apparaten die op de Europese markt worden ge- bracht, moeten van dit symbool zijn voorzien. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval moet worden afgevoerd. Elke eigenaar van oude apparatuur is verplicht om oude apparatuur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval af te voeren. De eindgebruikers zijn verplicht om gebruikte batterijen en accu's die niet door het oude apparaat zijn omsloten, net als lampen die zonder het oude apparaat te vernietigen kunnen worden verwijderd, voor afgifte bij een inzamelingspunt te verwijderen. Verkopers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude appara- tuur gratis terug te nemen. Conrad biedt u de volgende gratis retourmogelijkheden aan (meer informatie op onze internetpagina):

Bij de door Conrad gecreëerde inzamelpunten

Bij de verzamelplaatsen van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de door fabri- kanten en verkopers in de zin van de ElektroG ingestelde recyclingsysteem De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonlijke gegevens op het te verwijderen oude apparaat. Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland eventueel andere verplichtingen kunnen gelden voor het retourneren en de recycling van oude apparatuur.

14.2 Batterijen/accu’s

Verwijder eventueel geplaatste batterijen/accu‘s en gooi ze apart van het product weg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle gebruikte batterijen/accu‘s in te leveren; het weggooien bij het huisvuil is verboden. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevensta- and symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuil- nisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelij- ke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu. Dek blootliggende contacten van batterijen/accu‘s volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/accu‘s leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie). 15 Conformiteitsverklaring (DOC) Hiermee verklaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau dat het product voldoet aan richtlijn 2014/53/EU.

DC 3 V (CR123A/5 jaar) Gebruik de testfunctie om te controleren of de melder correct werkt nadat u de batterij hebt vervangen. Bereik: >100 m (open vlakte) Frequentieband: 868.3 MHz Rookmelder ZR150SR Gedistribueerd door Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau Getest volgens: EN 14604:2005 EN 14604: 2005/AC:2008 WEEE-Reg.-Nr.: DE28001718 Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Copyright 2022 by Conrad Electronic SE *2520087_v4_0622_02_m_dh_nl

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Sygonix

Model : SY-5040174

Categorie : Rookmelder