tx.5 - Thermostaat Sygonix - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis tx.5 Sygonix in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over tx.5 Sygonix
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding tx.5 - Sygonix en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. tx.5 van het merk Sygonix.
GEBRUIKSAANWIJZING tx.5 Sygonix
NL Gebruiksaanwijzing
Kamerthermostaat met touchscreen,,tx.5“
Pagina 131 - 173
CE
Inhaltsverzeichnis
Seite
- Inleiding 132
- Voorgeschreven gebruik 133
- Leveringsomvang 133
- Verklaring van symbolen 133
- Veiligheidsvoorschriften 134
- Bedieningselementen 137
- Montage en aansluiting ....138
- Programming (basisprincipes) 142
a) Algemene informatie voor de bediening ....142
b) Instelmenu oproepen/verlaten....142
c) Aanduiding voor ingeschakelde verbruiker....145
a) Kamerthermostaat in-/uitschakelen 168
b) Manuele temperatuurvoorkeuze ....169
c) Manuele temperatuurvoorkeuze voor 1....24 uur ......170
d) Manuele temperatuurvoorkeuze voor 1....99 dagen ..... 171
- Storingen verhelpen 172
- Onderhoud en reiniging.... 173
- Afvoer....173
- Technische gegevens....173
1. Inleiding
Geachte klant,
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product.
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving.
Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te garanderen!
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de ingebruikname en bediening. Let hierop, ook wanneer u dit product aan derden doorgeeft.
Bewaar deze handleiding om haar achteraf te raadplegen!
Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
Contact:
Telefoonnummer: +49 180 5 665544*
E-mailadres: service@sygonix.com
Website: www.sygonix.com
* 0,14 €/min. van een Duits vast netwerk, maximum 0,42 €/min. van een mobiel netwerk, prijzen uit het buitenland kunnen afwijken.
2. Voorgeschreven gebruik
De kamerthermostaat kan een aangesloten verbruiker temperatuurafhankelijk in- of uitschakelen. De temperatuurmeting vindt plaats via een interne sensor.
Als accessoire is een bijkomende externe temperatuursensor verkrijgbaar die vb. voor de besturing in combinatie met vloerverwarming kan worden gebruikt.
De bediening van de kamerthermostaat gebeurt via een touch- screen.
De veiligheidsinstructies en alle andere informatie in deze gebruiksaanwijzing dienen absoluut in acht te worden genomen.
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Euro pese wetgeving. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
3. Leveringsomvang
■ Kamerthermostaat
- Gebruiksaanwijzing
4. Verklaring van symbolen
Het bliksemsymbool wordt gebruikt wanneer er gevaar be- staat voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok.
! Dit symbool verwijst naar speciale gevaren bij het gebruik, de ingebruikneming of bediening.
Het „pijl“-symbool wijst op speciale tips en bedieningsvoorschriften.
5. Veiligheidsvoorschriften
Lees eerst de volledige gebruiksaanwijzing. Ze bevat belangrijke informatie voor de correcte montage en het correct gebruik.
! Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk!
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor materiële schade of persoonlijk letsel als gevolg van ondeskundig gebruik of het niet in acht nemen van de veiligheidsvoorschriften! In dergelijke gevallen vervalt elke aanspraak op garantie!
Let op!
De installatie van het product mag alleen door een erkend elektrovakman (bijv. elektricien) worden uitgevoerd, die vertrouwd is met de betreffende voorschriften (bijv. KEMA/KIVI/IEEE)!
Door ondeskundige werkzaamheden aan de netspanning brengt u niet alleen uw eigen veiligheid, maar ook die van anderen in gevaar!
Wanneer u niet over de nodige vakkennis beschikt voor de aansluiting en montage, voer dan de aansluiting en montage niet zelf uit maar laat deze dan over aan een vakman.
- Om veiligheids- en toelatingsredenen (CE) is het eigenhandig ombouwen en/of wijzigen van het product niet toegestaan. U mag het product nooit demonteren (behalve de in deze gebruiksaanwijzing beschreven werkwijzes bij aansluiting en montage).
- Het product is geen speelgoed, en is niet geschikt voor kinderen.
- Het product is enkel geschikt voor een gebruik in droge, gesloten binnenruimtes. Het mag niet vochtig of nat worden.
!
- Het product mag alleen met netspanning worden aangedreven (zie deel „Technische gegevens“). Probeer het product nooit met een andere spanning te gebruiken, hierdoor gaat het kapot.
Installatiegewijs moet een installatie worden voorzien die alle polen van de netspanning kan ontkoppelen (vb. aardlekschakelaar).
- Het product mag alleen worden gebruikt wanneer het vast op een plaats is gemonteerd.
- Het product is opgebouwd in veiligheidsklasse II
- Gebruik het product niet in ruimten of onder ongunstige omstandigheden waarbij brandbare gassen, dampen of stoffen aanwezig zijn of aanwezig kunnen zijn! Er is explosiegevaar!
- Indien kan worden aangenomen dat gebruikzonder gevaren niet meer mogelijkis, dan moethet product buiten bedrijf worden gesteld (bijhorende zekering uitdraai en, resp. slagpenzekering uitschakelen; bijhorende aardlekschakelaar uitschakelen) en worden beveiligd tegen onopzettelijk gebruik.
Laat het product aansluitend door een vakman controleren.
U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:
- het product zichtbaar is beschadigd
- het product niet of niet juist werkt (flikkerend licht, opstijgende rook of brandgeur, hoorbare krakende geluiden, verkleuringen op het product of aangrenzende oppervlakken)
- het product onder ongunstige omstandigheden opgeslagen werd
-
wanneer er zware transportbelasting is opgetreden
-
Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
! Behandel het product voorzichtig, door stoten, schokken of een val - zelfs van geringe hoogte - kan het beschadigen. - Gelieve u tot onze technische helpdesk of een andere vakman te wenden indien u vragen heeft die niet opgehelderd worden in deze gebruiksaanwijzing.
6. Bedieningselementen

1 LCD-scherm met touchscreenfunctie
2 Toets „+“
3 Toets „-“
4 Toets „MENU“
5 Toets „OK“
6 Schroefklemmen
7 Contacttongen voor de aansluiting van het bedienpaneel
8 Openingen voor schroefbevestiging
9 Schroeven ter fixering van het bedienpaneel op de montageplaat
7. Montage en aansluiting
! Houd rekening met het hoofdstuk „Veiligheidsvoorschriften“!
- Monteer de kamerthermostaat uitsluitend op een stabiele ondergrond, vb. aan een inbouwdoos in de muur. De kamerthermostaat mag uitsluitend worden gebruikt wanneer het vast op een plaats is gemonteerd.
- De kamerthermostaat dient in de bouwkundige onderverdeling beveiligd te worden met een 10/16A zekering. Hiervoor moet een aardlekschakelaar (FI) geschakeld worden.
- De installatie mag alleen worden uitgevoerd als de kamerthermostaat spanningsvrij is.
Schakel de elektrische netleiding stroomloos door het verwijderen van de betrokken zekering resp. het uitschakelen van de zekeringautomaat en vervolgens ook de bijhorende aardlekschakelaar. Zorg ervoor dat deze niet onbevoegd weer worden ingeschakeld, b.v. met behulp van een waarschuwingsbordje.
- Controleer of de bekabeling geheel spanningsvrij is, bv. met een geschikt meetapparaat.
- Draai beide schroeven (10) een stukje uit zodat het bedienpaneel van de montageplaat kan worden afgenomen.
- Aan de montageplaat vindt u 10 schroefklemmen, waaraan de netleiding, de verbruiker(s) en een externe temperatuursensor (niet inbegrepen, als accessoire verkrijgbaar) kunnen worden aangesloten.
Let daartoe op de aansluitafbeelding op de volgende bladzijde.
Aansluitafbeelding:

text_image
COM2 NC2 NO2
text_image
COM1 NC1 NO1
text_image
RT2 RT1 NC1 COM1 NO1 NC2 COM2 NO2 N L + + + + + + + + + 9 N LN, L Aansluitklemmen voor netspanning
COM1, NC1, NO1 Aansluitklemmen voor verwarmingsapparaat
COM2, NC2, NO2 Aansluitklemmen voor koelapparaat
RT1, RT2 Aansluitklemmen voor externe temperatuursensor
De kamerthermostsaat biedt de mogelijkheid om zowel
- een verwarmings- (elektrische radiator) als een koelapparaat (ventilator, airconditioning) aan te sluiten. Daarom is het absoluut nodig dat de correcte aansluitklemmen worden gekozen, zie boven.
Opdat het respectievelijk apparaat afhankelijk van de temperatuur correct in-/uitgeschakeld wordt, moet in het instelmenu „INSTALL SETTINGS“ in de functie H1 „HEAT OR COOL“ de gewenste bedrijfsmodus worden gekozen („HEAT“ = verwarmingsmodus, „COOL“ = koelmodus).
- Let bij de aansluiting op dat de leidingsaders niet te lang worden gestript en daardoor eveneens een kortsluiting veroorza-ken.
Zoals reeds bij de aansluitafbeelding is beschreven, moet worden opgelet dat een verwarmingsapparaat aan de klemmen COM1 en NO1 wordt aangesloten en/of een koelapparaat aan de klemmen COM2 und NO2.
Na de ingebruikname moet in het instelmenu afhankelijk van het aangesloten apparaat, de verwarmings- of koelmodus worden geselecteerd.
Het is ook denkbaar om tegelijk een verwarmings- en koelapparaat aan te sluiten. Zo kunt u in de kamerthermostaat in de winter in de verwarmingsmodus gebruiken (een elektrische radiator wordt temperatuurgestuurd in-/uitgeschakeld) en in de zomer naar de koelmodus omschakelen (vb. een ventilator wordt temperatuurgestuurd in-/uitgeschakeld).
Het gebruik van een tegelijk aangesloten koel- en verwarmingsapparaat is alleen afwisselend mogelijk, afhankelijk van welke bedrijfsmodus („HEAT“ = verwarmingsmodus, „COOL“ = koelmodus) u in het instelmenu hebt gekozen.
In de verwarmingsmodus werkt het koelapparaat niet, in de koelmodus werkt het verwarmingsapparaat niet.
- Als u een externe temperatuursensor wilt aansluiten (niet inbegrepen, maar als accessoire verkrijgbaar) heeft de polariteit bij de aansluiting geen belang.
- Leg de kabel zo dat deze niet is ingeklemd of door scherpe randen wordt beschadigd.
- Leg de montageplaat, vb. op de inbouwdoos en bevestig deze met twee geschikte schroeven. Daarbij moet u opletten dat de contacttongen (8) naar boven wijzen en de schroeven (10) naar beneden.
Controleer of de montageplaat goed aangesloten is.
- Plaats het bedienpaneel vervolgens aan de bovenzijde in de montageplaat (ongeveer in een hoek van 20°).
Druk het bedienpaneel dan een beetje naar beneden en draai het vlak op de montageplaat.
- Tenslotte maakt u het bedienpaneel met beide schroeven (10) op de montageplaat.
- Controleer de vaste zitting van het bedienpaneel op de montageplaat.
- Schakel nu de netspanning weer in.
- Op het scherm verschijnt daarom de temperatuuraanduiding (vb. 22,0 °C) en de klok „0:00“.
Als er geen enkele aanduiding verschijnt, ontkoppelt u alle polen onmiddellijk van de netspanning (zekering verwijderen, resp. zekeringsautomaat uitschakelen, bijhorende aardlekschakelaar uitschakelen). Controleer pas daarna de correcte aansluiting, resp. raadpleeg een vakman.
- Als de kamerthermostaat gedurende langere tijd van de net-spanning losgekoppeld wordt (vb. stroomuitval), moet u de datum en tijd opnieuw instellen, resp. corrigeren. De overige programmeringen blijven behouden.
Bij kortere onderbrekingen van de netspanning blijven datum en tijd behouden aangezien de kamerthermostsaat via een interne steunfunctie over een condensator beschikt.
8. Programming (basisprincipes)
a) Algemene informatie voor de bediening
- Met de toets „MENU“ (4) kunt u het instelmenu van de kamerthermostaat oproepen, een functie verlaten (een menuniveau terugkeren), resp. naar de normale weergave terugkeren.
- De toets „OK“ (5) dient ter bevestiging.
- Met beide toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u naargelang het men-univeau functies selecteren, resp. instellen uitvoeren.
- De onderste displayregel geeft de overeenkomstige tekstmeldingen weer, vb. in welke functie de kamerthermostaat zich nu bevindt. Daardoor wordt de programmering sterk vereenvoudigd.
- Als u gedurende 15 seconden op geen enkele toets drukt, wordt het instelmenu automatisch verlaten zonder de laatst uitgevoerde wijziging op te slaan.
b) Instelmenu oproepen/verlaten
Druk daarvoor kort op de toets „MENU“ (4). In de onderste dispa- lyregel verschijnt „USER SETTINGS“.
Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u omschakelen tussen „USER SETTINGS“ en „INSTALL SETTINGS“. Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
Zoals reeds beschreven in hoofdstuk 8. a), kunt u met de toets „MENU“ (4) een functie verlaten (een menuniveau terugkeren), resp. het instelmenu volledig verlaten (de tijd en de huidig geme- ten temperatuur verschijnt dan opnieuw).
De volgende functies zijn in beide menu's beschikbaar (precieze- re beschrijving in de onderstaande subhoofdstukken):
Programmering van de temperatuur/tijden (P1....P7)
- Functie G3 „PROGRAM SETBACK“
Temperatuurverandering voor alle programma's
- Functie G4 „PROGRAM COPY“
Programma kopieerfunctie
- Functie G5 „CLOCK SETTINGS“
Omschakeling 12u-/24u-modus en instelling van datum en tijd
- Functie G6 „SUMMERTIME SET“
Automatische omschakeling van de zomer-/wintertijd aan/uit
- Functie G7 „FLORT SETTINGS“
Instellingen voor vloerverwarming; externe temperatuursensor nodig (als accessoire verkrijgbaar)
- Functie G8 „TEMP LIMITS“
Instelling van de bovenste en onderste temperatuurgrens voor de programmering
- Functie G9 „TEMP CALIBRATE“
Temperatuurkalibrering
- Functie G10 „SWING SETTING“
Instelling van de temperatuurhysterese (bij welke temperatuurafwijking van de richttemperatuur de verbruiker wordt in-/uitgeschakeld)
Weergave van de tijdsduur in dewelke de aangesloten verbruiker geactiveerd was
- Functie G12 „KEYLOCK“
Toetsenbordblokkering activeren
- Functie G13 „BACKLIGHT“
Achtergrondverlichting (bij druk op de toets) aan/uit
▶ Menu „INSTALL SETTINGS“
- Functie H1 „HEAT OR COOL“
Omschakelen tussen verwarmings- en koelbedrijf (afhankelijk van de gewenste bedrijfsmodus, resp. de aangesloten verbruiker (verwarmings- of koelapparaat)
- Functie H2 „VALVE PROTECT“
Kalkbescherming voor radiatorventiel aan/uit
- Functie H3 „FROST PROTECT“
Vorstbescherming aan/uit
- Functie H4 „OPTIMUM START“
De aangesloten verbruiker wordt evt. vroeger geactiveerd om de gewenste temperatuur sneller te bereiken
- Functie H5 „RESET ALL“
Kamerthermostaat naar de fabrieksinstellingen terugzetten
Na het inschakelen van de netspanning moet u eerst de datum en de tijd programmeren (functie G5).
Selecteer dan in functie H1 ofwel de verwarmingsmodus („HEAT“) of de koelmodus („COOL“). In de basisinstelling is de verwarmingsmodus actief.
Met behulp van de functie G1 moet een van de 3 pro- grammageheugens worden geselecteerd, aansluitend kunt u in functie G2 met de programmering van de tem- peratuur/tijd beginnen.
De programmeringen voor een bepaalde dag laat u, indien nodig, met de functie G4 naar een of meerdere andere dagen kopieren.
c) Aanduiding voor ingeschakelde verbruiker
Rechts naast de kamertemperatuuraanduiding wordt een symbool weergegeven als het overeenkomstig relais is geactiveerd (en zo een aangesloten verbruiker is ingeschakeld).
- Verwarmingsmodus: Symbool „”
Relais voor aansluitklemmen COM1/NC1/NO1 is geactiveerd - Koelmodus: Symbool „*“
Relais voor aansluitklemmen COM2/NC2/NO2 is geactiveerd
- Vervolgens kunt u met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste functie selecteren (zie onderstaand subhoofdstuk, resp. korte beschrijving in hoofdstuk 8, b).
- Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
- Als u een functie, resp. het instelmenu wilt verlaten, drukt u op de toets „MENU“ (4).
a) Functie G1 „PROGRAM SELECT“
De kamerthermostaat beschikt over 3 van elkaar onafhankelijke geheugenopslagplaatsen voor schakeltijden/temperaturen.
Als u naargelang het seizoen verschillende programma's wilt gebruiken (vb. voor afwisselende besturing van een verwarmings- of koelapparaat, zie informatie in hoofdstuk 7), kunt u in geheugen 1, 2 en 3 de respectievelijk passende tijden/temperaturen kunt opslaan.
- Na de selectie van functie G1 „PROGRAM SELECT“ en bevestig- ging met de toets „OK“ (5) knippert het geheugennummer (1, 2 of 3) op het scherm.
- Selecteer een van de 3 geheugens met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2).
- Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
- Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
b) Functie G2 „PROGRAM SETTING“
Hier kunnen de gewenste tijden en temperaturen worden geprogrammeerd, binnen dewelkde de kamerthermostaat de aangesloten verbruiker temperatuurgestuurd in-, resp. uitschakelt.
Zo kan vb. worden vastgelegd dat vanaf 6.00u een temperatuur van 20,0 °C moet gelden en vanaf 9.00u voor de rest van de dag een temperatuur van 18,0°C.
Al naargelang of u in het menu „INSTALL SETTINGS“ de verwarmings-, resp. koelmodus hebt geselecteerd, wordt de aan de kamerthermostaat aangesloten verbruiker overeenkomstig in- of uitgeschakeld.
In de verwarmingsmodus wordt de aangesloten verbruiker (vb. een elektrische verwarming) ingeschakeld als de door de temperatuursensor gemeten temperatuur onder de door u geprogrammeerde temperatuurwaarde zakt.
Om te frequent in-/uitschakelen te vermijden moet de temperatuur eerst van de in de functie G10 „SWING SETTING“ ingestelde temperatuurhysterese afwijken voor de aan de kamerthermostaat aangesloten verbruiker wordt ingeschakeld (resp. uitgeschakeld).
Voorbeeld:
Geprogrammeerde temperatuurwaarde: 20,0 °C
Temperatuurhysterese: 0,5 °C
In-/uitschakelen: bij 19,5 °C, resp. 20,5 °C
Per dag kunnen tot 7 verschillende tijden worden geprogrammeerd (weergave in het scherm P1....P7) waarop de temperatuur kan veranderen (met een interval van 10 minuten).
Zo kunt u vb. in het eerste geheugen „P1“ voor 6.00u een temperatuur van 20,0 °C programmeren en in het tweede geheugen „P2“ voor 9.00u een temperatuur van 18,0 °C.
Ga voor de programmering in de volgende stappen te werk:
-
Na de selectie van de functie G2 „PROGRAM SETTING“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knipperen de getallen voor de weekdagen, resp. dagblokken aan de bovenste schermrand.
-
Selecteer een van de afzonderlijke dagen, resp. een van de dagblokken met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2).
$$ , 1 ^ {\prime \prime} = \text { maandag } $$
$$ , 2 ^ {\prime \prime} = \text { dinsdag } $$
$$ , 3 ^ {\prime \prime} = w o e n s d a g $$
$$ , 4 ^ {\prime \prime} = \text { donderdag } $$
$$ , 5 ^ {\prime \prime} = v r i j d a g $$
$$ , 6 ^ {\prime \prime} = z a t e r d a g $$
$$ , 7 ^ {\prime \prime} = z o n d a g $$
$$ , 1 2 3 4 5 ^ {\prime \prime} = \text { maandag tot vrijdag } $$
$$ , 6 7 ^ {\prime \prime} = z a t e r d a g e n z o n d a g $$
$$ , 1 2 3 4 5 6 7 ^ {\prime \prime} = \text { maandag tot zondag } $$
- Als de gewenste weekdag of blok in het scherm knippert, drukt u op de toets „OK“ (5).
- De tijdsaanduiding linksboven op het scherm begint te knipperen (indien er nog geen tijd is geprogrammeerd, knippert „-:-:-“). Naast de tijdsaanduiding wordt het nummer van het geheugen weergegeven (P1.....P7).
- Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de tijd in (met een interval van 10 minuten) vanaf wanneer de temperatuur moet gelden, vb. 6.00u. Houd de respectievelijke toets langer ingedrukt om snel te gaan.
- Druk op de toets „OK“ (5). Rechtsboven op het scherm knippert „SET AT“ en daaronder de temperatuurwaarde („SET AT“ betekent zoveel als „ingesteld op...“).
- Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste temperatuurwaarde in, vb. 20,0 °C. Houd de respectievelijke toets langer ingedrukt om snel te gaan.
- Druk op de toets „OK“ (5).
- Herhaal nu stappen 4 tot 8 voor de volgende tijden. Als u als tijd „-:-:-“ instelt (ligt tussen 23.50u en 0.00u), wordt de instelling van de tijd/temperatuur beëindigd en bevindt de kamerthermostaat zich opnieuw in programmeerstap 1.
U kunt nu de volgende dag programmeren, indien gewenst (kopieerfunctie zie hoodstuk 9. d).
Met de toets „MENU“ (4) kunt u indien nodig telkens naar de vorige programmeerstap terugkeren.

Let op:
Een foutieve programmering van de tijden wordt automatisch verhinderd, zodat de schakelprocessen niet door elkaar raken.
Als u vb. in geheugen „P1“ vanaf 6.00u een temperatuur van 20,0 °C en in geheugen „P2“ vanaf 9.00u een temperatuur van 18,0 °C hebt ingesteld, kan in geheugen „P3“ geen tijd onder 9.10u worden geprogrammeerd.
c) Functie G3 „PROGRAM SETBACK“
Als u de temperatuurwaarde van alle programma's vb. met 1 °C wilt veranderen, moet u de hele programmering niet volledig wijzigen.
Het volstaat om in de functie G3 „PROGRAM SETBACK“ een gecorrigeerde waarde (-3,0 °C......+3,0 °C) in te stellen.
Als u vervolgens in de functie G2 „PROGRAM SETTING“ uw temperaturen controleert, wordt daar de overeenkomstig gecorrigeerde waarde weergegeven.
Voorbeeld:
In programma „P1“ is als tijd 6.00u en als temperatuurwaarde 20,0 °C ingesteld.
Na de programmering van „-1,0 °C“ in de functie „PROGRAM SETBACK“ staat nu in het programma „P1“ als temperatuurwaarde 19,0 °C.
Als u in de functie „PROGRAM SETBACK“ opnieuw „0,0 °C“ instelt, staat in het programma „P1“ opnieuw een temperatuur van 20,0 °C.
Ga als volgt te werk:
-
Na de selectie van functie G3 „PROGRAM SETBACK“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert het temperatuur correctiewaarde op het scherm.
-
Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de correctiewaarde in (-3,0 °C......+3,0 °C).
-
Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
- Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
Lop:
Als door de correctiewaarde de onderste of bovenste temperatuurgrens (instelling zie hoofdstuk 9. h) onder-, resp. overschreden zou worden, verandert de opgeslagen temperatuur!
Voorbeeld:
Onderste temperatuurgrens: +5,0 °C
Bovenste temperatuurgrens: +45 °C
Correctiewaarde: 0,0 °C
Als u de correctiewaarde op -3,0 °C instelt, geeft de functie G2 de volgende temperatuur weer:
Laat ons aannemen dat u de correctiewaarde terug op 0,0 °C instelt, dan geeft de functie G2 de volgende temperaturen weer:
$$ P 1 = \mathbf {8}, \mathbf {0} ^ {\circ} \mathbf {C}, P 2 = 1 2, 0 ^ {\circ} \mathrm{C}, P 3 = 4 5, 0 ^ {\circ} \mathrm{C}, P 4 = 2 0, 0 ^ {\circ} \mathrm{C} $$
Als u de correctiewaarde op +3,0 °C instelt, geeft de functie G2 de volgende temperatuur weer:
Als u de correctiewaarde op 0,0 °C instelt, geeft de functie G2 de volgende temperaturen weer:
De opgeslagen temperatuur voor P1 en P3 heeft zich omwille van de temperatuurgrens veranderd (boven vet gemarkeerd). Indien nodig, moeten de temperaturen in de functie G2 „PROGRAM SETTING“ daarom overeenkomstig manueel opnieuw worden ingesteld!
d) Functie G4 „PROGRAM COPY“
Met deze functie kunt u het volledige programa (tijden/temperaturen) van een bepaalde dag naar een andere dag kopieren.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van de functie G4 „PROGRAM COPY“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert aan de bovenste schermrand het getal voor de weekdag en in de onderste schermregel staat „PROGRAM COPY“.
- Selecteer met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de dag, waarvan u het programma wilt kopieren (bron).
- Bevestig de keuze met de toets „OK“ (5). In de onderste regel staat „PROGRAM PLASTER“.
- Selecteer met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de dag, waarvan u het programma met de brongegevens wilt overschrijven (doel).
Bij het overschrijven gaan alle evt. aanwezige tijden/temperaturen van de doeldag verloren.
Wilt u de kopieerfunctie annuleren, drukt u zoals gewoonlijk (evt. meermaals) op de toets „MENU“ (4).
-
Bevestig de keuze met de toets „OK“ (5). In de onderste regel staat nu „PROGRAM SUCCEED“, de gegevens werden gekopieerd.
-
Aan de bovenste schermrand knippert nu opnieuw het ge- tal voor de weekdag en in de onderste schermregel staat „PROGRAM PLASTER“.
Indien gewenst, kunt u de brongegevens naar een andere dag kopieren. Ga verder naar stap 4.
Om de kopieerfunctie te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
e) Functie G5 „CLOCK SETTINGS“
Hier kunt u de tijdsweergave omschakelen van 12u- naar 24u-modus en de datum en tijd instellen.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie G5 „CLOCK SETTINGS“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert de aanduiding „12H“, resp. „24H“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u tussen de 12u- en 24u-modus omschakelen.
In de 12u-modus wordt in de eerste daghelft „AM“ na de tijd weergegeven, in de tweede daghelft „PM“. - Bevestig de keuze met de toets „OK“ (5). Op het scherm knippert nu het jaar (aanduiding „YEAR“ onderaan het scherm).
- Stel met de toetsen „-“ (3) of „+“ (2) het jaar in (voor snelle verstelling telkens de toets langer ingedrukt houden). Als de aanduiding „0000“ verschijnt, drukt u eenmaal kort op de toets „-“ (3).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5). Op het scherm knippert de maand (aanduiding „MONTH“ onderaan het scherm).
- Stel met de toetsen „-“ (3) of „+“ (2) de maand in (voor snelle verstelling telkens de toets langer ingedrukt houden).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5). Op het scherm knippert de datum (aanduiding „DAY“ onderaan het scherm).
- Stel met de toetsen „-“ (3) of „+“ (2) de datum in (voor snelle verstelling telkens de toets langer ingedrukt houden).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5). Op het scherm knipperen de uren van de tijd (aanduiding „HOUR“ onderaan het scherm).
-
Stel met de toetsen „-“ (3) of „+“ (2) de uren in (voor snelle verstelling telkens de toets langer ingedrukt houden).
-
Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5). Op het scherm knipperen de uren van de tijd (aanduiding „MIN“ onderaan het scherm).
- Stel met de toetsen „-“ (3) of „+“ (2) de minuten in (voor snelle verstelling telkens de toets langer ingedrukt houden).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
f) Functie G6 „SUMMERTIME SET“
De zomer-/wintertijdomschakeling kan automatisch worden uitgevoerd. Daarbij gebeurt de omschakeling naar de zomertijd op de laatste zondag in maart, de omschakeling naar de wintertijd op de laatste zondag in oktober.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie G6 „SUMMERTIME SET“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert de aanduiding „YES“, resp. „NO“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u kiezen tussen:
„YES“ = automatische omschakeling
„NO“ = geen automatische omschakeling
- Bevestig de keuze met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
g) Functie G7 „FLORT SETTINGS“
Door het gebruik van een bijkomende externe temperatuursensor (niet inbegrepen, als accessoire verkrijgbaar) die aan de klemmen RT1 en RT2 moet worden aangesloten, krijgt de kamerthermostaat meerdere gebruikstoepassingen, vb. de bijkomende bewaking van de vloertemperatuur van een vloerverwarming.
Na het inschakelen van de functie G7 „FLORT SETTINGS“ en de instelling van een temperatuur bewaakt de kamerthermostaat zowel de intern ingebouwde temperatuursensor als de externe sensor.
Angezien een vloerverwarming slechts heel langzaam reageert, kan in de functie G7 voor de externe temperatuurensor slechts een enkele vaste temperatuur worden ingesteld, die de hele dag en elk uur geldt.
Voorbeeld voor de verwarmingsmodus:
In de verwarmingsmodus wordt een kamertemperatuur van 23,0 °C ingesteld, de hysterese op 0,5 °C en de vloertemperatuur op 20,0 °C.
Als de kamerthermostaat een kamertemperatuur van meer dan 23,5 °C meet OF de vloertemperatuur boven de 20,5 °C ligt, wordt de aangesloten verbruiker uitgeschakeld.
Als de kamertemperatuur onder de 22,5 °C ligt EN de vloertemperatuur ligt onder de 19,5 °C, dan wordt de aangesloten verbruiker ingeschakeld en het symbool „verschijnt.
Voorbeeld voor de koelmodus:
In de koelmodus wordt een kamertemperatuur van 25,0 °C ingesteld, de hysterese op 0,5 °C en de vloertemperatuur op 27,0 °C.
Als de kamerthermostaat een kamertemperatuur van minder dan 24,5 °C meet OF de vloertemperatuur onder de 26,5 °C ligt, wordt de aangesloten verbruiker uitgeschakeld.
Als de kamertemperatuur boven de 25,5 °C ligt EN de vloertemperatuur ligt onder de 27,5 °C, dan wordt de aangesloten verbruiker ingeschakeld en het symbool „*“ verschijnt.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie G7 „FLORT SETTINGS“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert de aanduiding „YES“, resp. „NO“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u kiezen tussen:
„YES“ = externe sensor geactiveerd
„NO“ = externe sensor gedeactiveerd
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De waarde voor de temperatuurinstelling voor de externe sensor knippert in het scherm.
- Stel de temperatuur in met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).

de functie G7 „FLORT SETTINGS“ werd ingeschakeld (instelling „YES“), toont het scherm u vervolgens afwisselend de temperatuurmeetwaarde van de interne en externe sensor:
Interne sensor: aanduiding „ROOM Temperature“
Externe sensor: aanduiding „FLOOR Temperature“
h) Functie G8 „TEMP LIMITS“
U kunt hier de onderste en bovenste temperatuurgrens voor de programmering in de functie G2 instellen.
Door de beperking tot een kleiner temperatuurbereik (vb. slechts op +5....+30 °C) wordt de programmering versneld en kan men niet per ongeluk een verkeerde temperatuur programmeren.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van de functie G8 „TEMP LIMITS“ en de bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert de waarde voor de onderste temperatuurgrens op het scherm (aanduiding „TEMP MINLIMIT“ onderaan het scherm).
- Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de onderste temperatuurgrens in.
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De waarde voor de bovenste temperatuurgrens knippert in het scherm (aanduiding „TEMP MAXLIMIT“ onder in het scherm).
- Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de bovenste temperatuurgrens in.
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
i) Functie G9 „TEMP CALIBRATE“
In deze functie is het mogelijk om de temperatuur aan de hand van een referentiewaarde te kalibreren, resp. een temperatuur-offset in te stellen.
Ervan uitgaand dat de temperatuuraanduiding van een andere thermometer +22,0 °C aangeeft en de aanduiding van de kamerthermostaat +21,8 °C, dan kunt u in de functie G9 een offset van +0,2 °C instellen. Vervolgens verschijnt op het scherm van de kamerthermostaat eveneens +22,0 °C.
De functie kan ook worden gebruikt om de kamertemperatuur overeenkomstig te verhogen of verlagen. Als de kamerthermostaat vb. aan een buitenmuur is gemonteerd, dan is de kamertemperatuur daar anders dan aan een muur binnen in het gebouw. Door de simpele instelling van een offset kan dan de sturing van de aangesloten verbruiker worden beïnvloed zonder de programmering in de functie G2 omslachtig te moeten veranderen.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie G9 „TEMP CALIBRATE“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert de offset-temperatuurwaarde.
- Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste offset in (bereik -5,0.....+5,0 °C).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
Als een andere waarde dan 0,0 °C werd ingesteld, werd de temperatuurweergave op het scherm met de ingestelde waarde verhoogd, resp. verlaagd.
j) Functie G10 „SWING SETTING“
Opdat het niet tot een te vaak in-/uitschakelen van de aangesloten verbruiker komt, kan in de functie G10 de zogenaamde hysterese worden ingesteld.
Daarbij wordt de verbruiker pas ingeschakeld, wanneer een bepaalde afwijking tot de richttemperatuur wordt over-, resp. onderschreden (afhankelijk van de bedrijfsmodus H1 („HEAT OR COOL“, verwarmen of koelen).
Hysterese = 0,5 °C, geprogrammeerde temperatuur = +20,0 °C
Verbruiker wordt ingeschakeld bij <= +19,5 °C
Verbruiker wordt uitgeschakeld bij >= +20,5 °C
Hysterese = 0,5 °C, geprogrammeerde temperatuur = +20,0 °C
Verbruiker wordt ingeschakeld bij <= +20,5 °C
Verbruiker wordt uitgeschakeld bij >= +19,5 °C
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie G10 „SWING SETTING“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert de temperatuurwaarde voor de instelling van de hysterese.
- Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste waarde voor de hysterese in (bereik 0,2....2,0 °C).
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
Zet op dat het bij te lagen waarden voor de hysterse tot een zeer frequent in-/uitschakelen van de verbruiken komt!
Opdat u de bedrijfsduur van de verbruiker kunt controleren, kan in deze functie de tijd worden weergegeven hoe lang de verbruiker ingeschakeld was.

Let op:
Het daadwerkelijke „energieverbruik“ (vermogensopname) wordt niet weergegeven, maar alleen de tijd tijdens dewelke de aangesloten verbruiker ingeschakeld was.
De inschakelduur wordt daarbij omgerekend in weken (168 uur), maanden (720 uur) en jaren (8640 uur) en overeenkomstig op het scherm weergegeven.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van de functie G11 „ENERGY CONSUME“ en bevestiging met de toets „OK“ (5), verschijnt linksonder op het scherm „WEEK“ (week) en rechts daarnaast de inschakelduur.
Elke week staat voor een inschakelduur van 168 uur.
De teller na „WEEK“ verhoogt altijd pas als de verbruiker 168 uur geactiveerd was
Voorbeeld: Na de eerste ingebruikname van de kamerthermostaat verhoogt de teller bij „WEEK“ bij een inschakelduur van 8 uur per dag pas na 21 dagen tot „1“.
- Drukt u op de toets „OK“ (5) en „MONTH“ (maand) wordt weergegeven.
Elke maand staat voor een inschakelduur van 720 uur.
- Drukt u op de toets „OK“ (5) en „YEAR“ (jaar) wordt weergegeven.
Elk jaar staat voor een inschakelduur van 8640 uur.
-
Drukt u op de toets „OK“ (5) en in de onderste schermregel wordt „RESET“ weergegeven en in het display knippert „NO“.
-
Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kan nu tussen „YES“ en „NO“ worden gewisseld.
„YES“ = inschakelduur (waarden bij „WEEK“/“MONTH“/“YEAR“) terugzetten
„NO“ = annuleren (waarden worden niet teruggezet)
- Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
I) Functie G12 „KEYLOCK“
Om te voorkomen dat de instellingen van de kamerthermostaat gewijzigd worden, kan een toetsenvergrendeling worden geactiveerd.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van de functie G12 „KEYLOCK“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) wordt in de onderste schermregel „RESET“ weergegeven en op het scherm knippert „NO“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kan nu tussen „YES“ en „NO“ worden gewisseld.
„YES“ = toetsenvergrendeling activeren
„NO“ = annuleren
- Bevestig de keuze met de toets „OK“ (5).
a) Selectie van „NO“ (annuleren):
De kamerthermostaat bevindt zich opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
b) Selectie van „YES“ (toetsenvergrendeling activeren)
Wacht tot de normale weergave opnieuw verschijnt (na ca. 15 seconden).
Bij geactiveerde toetsenvergrendeling wordt op het scherm naast de tempertatuur een klein slotsymbool weergegeven.
Bij het drukken op de toets „-“ (3) of „+“ (2) gebeurt nu niets meer; bij het drukken op de toets „MENU“ (4), resp. „OK“ (5) verschijnt de melding „CODE“ en daaronder knippert het getal „0“.
Om de toetsenvergrendeling op te heffen, voert u met behulp van de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de code „3“ in en drukt u op de toets „OK“ (5).
De toetsenvergrendeling is daarop opnieuw geactiveerd.
m) Functie G13 „BACKLIGHT“
Bij elke druk op de toets wordt de achtergrondverlichting gedurende 15 seconden geactiveerd en dooft daarop automatisch uit (basisinstelling).
Indien gewenst, kunt u de achtergrondverlichting permanent deactiveren.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie G13 „BACKLIGHT“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert rechtsonder de aanduiding „SHORT“, resp. „OFF“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kan nu tussen „SHORT“ en „OFF“ worden gewisseld.
„SHORT“ = achtergrondverlichting wordt bij elke druk op de toets gedurende 15 seconden geactiveerd
„OFF“ = achtergrondverlichting uitgeschakeld
- Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
10. Menu „INSTALL SETTINGS“
- Druk kort op de toets „MENU“ (4), zoals beschreven in hoofdstuk 8. b). In de onderste dispalyregel verschijnt „USER SETTINGS“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u omschakelen tussen „USER SETTINGS“ en „INSTALL SETTINGS“.
Selecteer „INSTALL SETTINGS“ en druk dan op de toets „OK“ (5).
- Vervolgens kunt u met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste functie selecteren (zie onderstaand subhoofdstuk, resp. korte beschrijving in hoofdstuk 8. b).
- Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
- Als u een functie, resp. het instelmenu wilt verlaten, drukt u op de toets „MENU“ (4).
a) Functie H1 „HEAT OR COOL“
De instelling van deze functie beslist of de kamerthermostaat in verbinding met een verwarmings- of koelapparaat wordt gebruikt.
Afhankelijk van de geselecteerde bedrijfsmodus („HEAT“ = verwarmingsmodus, „COOL“ = koelmodus) wordt het overeenkomstig relais aan de aansluitklemmen COM1/NC1/NO1 resp. COM2/NC2/NO2 geschakeld als de gemeten temperatuur de waarde in de programmering over- of onderschrijdt (vanaf welk verschil is afhankelijk van de instelling van de hysterese).
■ „HEAT“ = verwarmingsmodus
De verbruiker wordt ingeschakeld als de gemeten temperatuur onder de waarde in de programmering ligt.
Deze bedrijfsmodus moet worden gebruikt als een verwarming moet worden gestuurd.
- „COOL“ = koelmodus
De verbruiker wordt ingeschakeld als de gemeten temperatuur boven de waarde in de programmering ligt.
Deze bedrijfsmodus moet worden gebruikt als een koelapparaat/ventilator moet worden gestuurd.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie H1 „HEAT OR COOL“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert rechts in het scherm de aanduiding „HEAT“, resp. „COOL“ in de rechterrand van het scherm.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kan nu tussen „HEAT“ en „COOL“ worden gewisseld.
$$ , \text { HEAT } ^ {\prime \prime} = \text { verwarmingsmodus } $$
$$ , \text { COOL } ^ {\prime \prime} = \text { koelmodus } $$
- Bevestig de keuze met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
Let bij de eerste ingebruikname van de kamerthermo-
staat op dat de correcte bedrijfsmodus is ingesteld, afhankelijk van het feit of u een verwarmings- of koelapparaat wilt aansturen.
In de basisinstelling is „HEAT“ (verwarmingsmodus) vooringesteld.
b) Functie H2 „VALVE PROTECT“
Bij aansturing van een elektrisch aangedreven radiatorventiel kan deze functie helpen om het verkalken van het ventiel te vermijden.
Als de kalkbeschermfunctie is ingeschakeld, wordt de aangesloten verbruiker elke dag om 10.00u (in de voormiddag) gedurende 1 tot 10 minuten (instelbaar) geactiveerd, onafhankelijk van de respectievelijk aanwezige programmering.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie H2 „VALVE PROTECT“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert „OFF“ ofwel een getal tussen 1 en 10.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kan de kalkbeschermfunctie overeenkomstig worden ingesteld:
„OFF“ = kalkbeschermfunctie uitgeschakeld
„1“......“10“ = openingsduur van het ventiel in minuten, kalkbeschermfunctie ingeschakeld
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).

functie mag enkel worden ingeschakeld als de kamerthermostaat een daarvoor geschikte verbruiker aanstuart.
c) Functie H3 „FROST PROTECT“
De functie „FROST PROTECT“ is uitsluitend in de verwarmingsmodus (zie hoofdstuk 10. a) beschikbaar of als de kamerthermostaat werd uitgeschakeld (zie hoofdstuk 11 a).
Om een verwarming op vloeistofbasis tegen vorst te beschermen, kan de vorstbeschermfunctie worden geactiveerd.
Daarbij wordt de aangesloten verbruiker onafhankelijk van het ingestelde programma geactiveerd als de temperatuur te sterk daalt (temperatuurgrens tussen +5,0....+7,0 °C instelbaar).
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie H3 „FROST PROTECT“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert „OFF“ ofwel een temperatuurwaarde.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kan de vorstbeschermfunctie overeenkomstig worden ingesteld:
$$ \text { "OFF" } = \text { vorstbeschermfunctie uitgeschakeld } $$
Temperatuurwaarde „5,0 °C“....“7,0 °C“ = temperatuurgrens; bij het onderschrijden wordt de contactdoos van de kamerthermostaat geactiveerd
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
d) Functie H4 „OPTIMUM START“
De functie „OPTIMUM START“ is uitsluitend in de verwarmingsmodus (zie hoofdstuk 10. a) beschikbaar.
Naargelang de aangesloten verwarming, kamergrootte en omgevingsomstandigheden kan de aangesloten verbruiker evt. vroeger worden geactiveerd om de gewenste temperatuur sneller te bereiken. De kamerthermostaat merkt daarbij hoe lang het de dag voordien heeft geduurd en start daarop de aangesloten verbruiker overeenkomstig vroeger.
Voorbeeld: De starttijd van de verbruiker is programmering voor elke van de week om 06:00 uur.
Als het opwarmen vb. op maandag 30 minuten heeft geduurd om de gewenste temperatuur te bereiken, wordt de verbruiker op dinsdag al om 05:30 uur geactiveerd.
Als de gewenste temperatuur op dinsdag echter na een opwarmtijd van 25 minuten wordt bereikt, wordt de verbruiker op woensdag pas om 05:35 uur geactiveerd.
Zoals u ziet, verandert de tijd wanneer de verbruiker wordt geactiveerd automatisch, afhankelijk van de duur van het opwarmproces de dag voordien.
Ga als volgt te werk:
- Na de selectie van functie H4 „OPTIMUM START“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert „YES“ ofwel „NO“.
- Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u kiezen tussen:
„YES“ = functie „OPTIMUM START“ ingeschakeld
„NO“ = functie „OPTIMUM START“ uitgeschakeld
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
e) Functie H5 „RESET ALL“
Via deze functie wordt de kamerthermostaat naar de fabrieksin- stellingen teruggezet.
Alle instellingen en programmeringen gaan daarbij on- herroepelijk verloren.
Ga voor de programmering uitsluitend te werk zoals in de voorgaande hoofdstukken beschreven.
Ga als volgt te werk:
-
Na de selectie van functie H5 „RESET ALL“ en bevestiging met de toets „OK“ (5) knippert „YES“ ofwel „NO“.
-
Met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) kunt u kiezen tussen:
$$ \begin{array}{l} , Y E S ^ {\prime \prime} = \text { reset uitvoeren } \ , N O ^ {\prime \prime} = \text { annuleren } \ \end{array} $$
- Bevestig uw keuze met de toets „OK“ (5).
Als u „YES“ selecteert, worden alle instellingen naar de fabrieksinstellingen teruggezet. Dit duurt enkele seconden (tijdens dewelke alle toetsen van het touchscreen geen functie hebben).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in het vorige menu ter selectie van de functies.
Om het menu te verlaten en naar de normale weergave terug te keren, drukt u evt. meermaals op de toets „MENU“ (4).
11. Overige functies
a) Kamerthermostaat uit-/inschakelen
Als de kamerthermostaat tijdelijk moet worden uitgeschakeld, vb. om een lopend programma voor enkele dagen te onderbreken, gaat u als volgt te werk:
- Houd in de normale weergave van de kamerthermostaat (tijd/temperatuur op het scherm) de toets „MENU“ (4) gedurende 10 seconden ingedrukt.
Daarop verschijnt linksonder op het scherm „OFF“.
De kamerthermostaat is tijdelijk gedeactiveerd.
- Om de kamerthermostaat in te schakelen, houdt u in de normale weergave van de universele thermostaat (tijd/temperatuur op het scherm) de toets „MENU“ (4) gedurende 10 seconden ingedrukt.
Daarop verdwijnt de aanduiding „OFF“ linksonder op het scherm, de kamerthermostaat werkt nu opnieuw overeenkomstig de programmering.
b) Manuele temperatuurvoorkeuze
U kunt op elk moment de bestaande programmering pauzeren en de gewenste temperatuur manueel instellen.
Deze functie is uitsluitend mogelijk als een programmering aanwezig is (zie hoofdstuk 9. b).
Bij de eerste ingebruikname (of na een reset) is dit niet het geval, daarom kan op elk moment ook geen manuele temperatuurinstelling worden uitgevoerd.
- De kamerthermostaat moet zich in de normale weergave bevinden (tijd/temperatuur op het scherm).
Zoals hierboven beschreven, moet een programmering aanwezig zijn.
- Stel de gewenste manuele temperatuur met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) in (een handsymbool verschijnt).
De temperatuur kan binnen de ingestelde temperatuurgrenzen (zie hoofdstuk 9. h) worden gekozen.
- Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in de nor- male weergave.
- Zolang het handsymbool op het scherm zichtbaar is, kan de temperatuur met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) op elk moment worden veranderd.
De manuele bedrijfsmodus wordt automatisch beëindigd, wan- neer het volgende schakelpunt aan de hand van de programme- ring wordt bereikt (vb. de volgende dag).
U kunt de manuele bedrijfsmodus ook zelf beëindigen door kort op de toets „MENU“ (4) of „OK“ (5) te drukken.
Als de manuele bedrijfsmodus werd beëindigd, verdwijnt het handsymbool. De temperatuursturing neemt nu opnieuw het ingestelde programma over.
c) Manuele temperatuurvoorkeuze voor 1....24 uur
De manuele temperatuurvoorkeuze (zie hoofdstuk 11. b) kan ook voor een vaste tijd van 1....24 uur gelden. Tijdens deze periode wordt de bestaande programmering niet uitgevoerd.
Dze functie is uitsluitend mogelijk als een programmering aanwezig is (zie hoofdstuk 9. b).
Bij de eerste ingebruikname (of na een reset) is dit niet het geval, daarom kan op elk moment ook geen manuele temperatuurvoorkeuze voor een bepaalde periode worden uitgevoerd.
- De kamerthermostaat moet zich in de normale weergave bevinden (tijd/temperatuur op het scherm).
Zoals hierboven beschreven, moet een programmering aanwezig zijn.
- Stel de gewenste manuele temperatuur met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) in (een handsymbool verschijnt).
De temperatuur kan binnen de ingestelde temperatuurgrenzen (zie hoofdstuk 9. h) worden gekozen.
- Druk daarvoor eenmaal kort op de toets „MENU“ (4).
Op het scherm verschijnt onderaan „LOCK HOUR“ en rechts daarnaast knipperen de uren („1H“....“24H“).
-
Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste tijd (1.... 24 uur) in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende toets langer ingedrukt te houden.
-
Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in de normale weergave.
U kunt de manuele temperatuurvoorkeuze voortijdig beëindigen door kort op de toets „MENU“ (4) of „OK“ (5) te drukken.
Als de manuele temperatuurvoorkeuze werd beëindigd, verdwijnt het handsymbool. De temperatuursturing neemt nu opnieuw het ingestelde programma over.
d) Manuele temperatuurvoorkeuze voor 1....99 dagen
Deze functie (ook vakantiefunctie genoemd) maakt het mogelijk om de temperatuur gedurende langere tijd op een vaste waarde in te stellen. Tijdens deze periode wordt de bestaande programmering niet uitgevoerd.
Dze functie is uitsluitend mogelijk als een programmering aanwezig is (zie hoofdstuk 9. b).
Bij de eerste ingebruikname (of na een reset) is dit niet het geval, daarom kan op elk moment ook geen manuele temperatuurvoorkeuze voor een bepaalde periode worden uitgevoerd.
- De kamerthermostaat moet zich in de normale weergave bevinden (tijd/temperatuur op het scherm).
Zoals hierboven beschreven, moet een programmering aanwezig zijn.
- Stel de gewenste manuele temperatuur met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) in (een handsymbool verschijnt).
De temperatuur kan binnen de ingestelde temperatuurgrenzen (zie hoofdstuk 9. g) worden gekozen.
- Druk tweemaal kort op de toets „MENU“ (4), onder de temperatuuraanduiding verschijnt „HOLIDAY“.
Op het scherm verschijnt onderaan „LOCK DAY“ en rechts daarnaast knipperen de dagen („1d“....“99d“).
-
Stel met de toetsen „-“ (3) en „+“ (2) de gewenste tijd (1.... 99 dagen) in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende toets langer ingedrukt te houden.
-
Bevestig de instelling met de toets „OK“ (5).
De kamerthermostaat bevindt zich daarop opnieuw in de normale weergave.
U kunt de manuele temperatuurvoorkeuze voortijdig beëindigen door kort op de toets „MENU“ (4) of „OK“ (5) te drukken.
Als de manuele temperatuurvoorkeuze werd beëindigd, verdwijnt het handsymbool. De temperatuursturing neemt nu opnieuw het ingestelde programma over.
12. Storingen verhelpen
Verbruiker schakelt te vaak in/uit
- Stel in het menu „USER SETTINGS“ in de functie G10 „SWING SETTING“ een hogere waarde in (basisinstelling is 0,5 °C).
Manuele temperatuurvoorkeuze niet mogelijk
- Voer eerst een programmering uit, zie hoofdstuk 9. b).
Kamertemperatuur te hoog of te laag
- Stel in het menu „USER SETTINGS“ in de functie G9 „TEMP CALIBRATE“ een offsetwaarde in om de regeling aan de plaatselijke omstandigheden aan te passen.
Anders kunt u met behulp van de functie G3 „PROGRAM SETBACK“ de temperaturen van de aanwezige programmering direct wijzigen.
Instelbaar temperatuurbereik te klein
- Stel in het menu „USER SETTINGS“ in de functie G8 „TEMP LIMITS“ de gewenste bovenste en onderste temperatuurgrens correct in.
Af fabriek vooringesteld is een onderste temperatuurgrens van +5,0 °C en een bovenste grens van +45,0 °C.
Indien nodig kan dit temperatuurbereik overeenkomstig worden beperkt.
13. Onderhoud en reiniging
Service en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een specialist/gespecialiseerde reparatieplaats. In het product bevin- den zich geen onderdelen die door u onderhouden dienen te wor- den; opent u het daarom nooit.
Gebruik voor de reiniging van de buitenkant een schone, droge en zachte doek. Druk niet te sterk op het display of de behuizing, dit leidt tot krassporen.
Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of andere chemische oplosmiddelen, omdat deze schade kunnen veroorzaken aan het oppervlak of zelfs de functionering aantasten.
14. Afvoer

Elektronische apparaten zijn recycleerbare stoffen en horen niet bij het huisvuil!
Het product dient na afloop van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften te worden afgevoerd.
Bedrijfsspanning: 230 V/AC, 50 Hz
Aansluitvermogen: 3680 W (230 V/AC, 16 A)
Temperatuurschakelpunten: max. 7 per dag
Temperatuurstuurbereik: +5 °C tot +45 °C
Hysterese: 0,2 °C tot 2,0 °C
Vorstbescherming: Ja (in-/uitschakelbaar)
Kalkbeschermingsfunctie: Ja (in-/uitschakelbaar)
Schakelcontact: Relais, eenpolig
(een relais voor verwarmingsmodus, een relais voor koelmodus)
Afmetingen: 97 x 85 x 36 mm (B x H x D)
Gewicht: 220 g
sygonix®
Nr. 38912CImpressum
Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de firma Sygonix GmbH, Nordring 98a, D-90409 Nürnberg (www.sygonix.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bij voorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. Deze gebruiks aanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden. © Copyright 2013 by Sygonix GmbH.
V2_0313_01_AB