RM 756 YC - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RM 756 YC STIHL in PDF-formaat.
| Productsoort | Zelfrijdende grasmaaier |
| Merk | STIHL |
| Model | RM 756 YC |
| Snijbreedte | 54 cm |
| Motor | Kawasaki FJ 180 V KAI, 4-takt, OHV |
| Cilinderinhoud | 179 cm³ |
| Nominaal vermogen | 2,9 kW bij 2800 tpm |
| Rijsnelheid | 0,5 tot 5,5 km/h (continue hydrostatische transmissie) |
| Snijhoogte | 25 tot 90 mm (6 standen, per wiel instelbaar) |
| Opvangbakinhoud | 80 liter |
| Gewicht | 61 kg |
| Afmetingen (L × B × H) | 176 × 59 × 116 cm |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau | 98 dB(A) |
| Trillingen (gemeten waarde) | 2,40 m/s² (onzekerheid 1,20 m/s²) |
| Veiligheidssysteem | Koppeling/Rem van het mes (BBC) – mes stopt in minder dan 3 seconden |
| Transmissie | Continue hydrostatische (achterwielen) |
| Snijhoogte-instelling | Per wiel individueel (6 standen) |
| Brandstoftankinhoud | 3 liter |
| Motorolie | Zie Kawasaki motorhandleiding – regelmatige olieverversing en controle |
| Gebruikelijke slijtageonderdelen | Snijmes, opvangbak, V-snaar, filters |
| Conformiteit | CE (richtlijnen 2000/14/EG, 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU) |
Veelgestelde vragen - RM 756 YC STIHL
Gebruikersvragen over RM 756 YC STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RM 756 YC - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RM 756 YC van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING RM 756 YC STIHL
NL Gebruiksaanwijzing
Grasfangkorb entleeren:

Verletzungsgefahr!
Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting.
STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding.
Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product.

Dr. Nikolas Stihl
BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN.
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 84
Algemeen 84
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 84
Beschrijving van het apparaat 84
Voor uw veiligheid 85
Algemeen 85
Tanken – omgaan met benzine 86
Kleding en uitrusting 86
Transport van het apparaat 87
Vóór het werken 87
Tijdens het werken 88
Onderhoud en reparaties 90
Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen 91
Afvoer 91
Toelichting van de symbolen 91
Leveringsomvang 92
Apparaat klaarmaken voor gebruik 92
Duwstang monteren 92
Snijhoogteverstelling per wiel 93
Hoogteverstelling duwstang 93
Brandstof en motorolie 93
Grasopvangbox in elkaar zetten 94
Grasopvangbox monteren- en demonteren 94
Messenremkoppeling (BBC) 94
Aanwijzingen voor werken 94
Werkgebied van de gebruiker 95
Apparaat in gebruik nemen 95
Verbrandingsmotor starten 95
Maaimes aankoppelen 95
Maaiimes loskoppelen 95
Messenremkoppeling (BBC)
controleren 96
Wielaandrijving inschakelen 96
Wielaandrijving uitschakelen 96
Verbrandingsmotor uitschakelen 96
Grasopvangbox (textiel) met textielen stoffilter 97
Onderhoud 97
Apparaat reinigen 97
Wielen 98
Verbrandingsmotor 98
Transmissie 98
Messenremkoppeling onderhouden 98
Messenslijtage controleren 98
Maaiimes demonteren en monteren 98
Maaiimes slijpen 99
Kabels onderhouden 99
Opslag en stilleggen (winterpauze) 100
Transport 100
Apparaat vastsjorren 100
Apparaat optillen of dragen 101
Milieubescherming 101
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 101
Standaard reserveonderdelen 102
Conformiteitsverklaring 102
EU-conformiteitsverklaring
Grasmaaier STIHL RM 756.0 GC/GS/YC/YS 102
Onderhoudsschema 105
Leveringsbevestiging 105
Servicebevestiging 105
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
STIHL werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden.
Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Het is mogelijk dat in deze gebruiksaanwijzing modellen worden beschreven die niet in elk land verkrijgbaar zijn.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht op het kopiëren, vertalen en het verwerken met elektronische systemen.
2.2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik 'links' en 'rechts' in de gebruiksaanwijzing: de gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren.
Hoofdstukverwijzing:
naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (⇔ 3.)
Markeringen van tekstpassages:
de beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn.
Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
- productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden.

Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel.

Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.

Aanwijzing
Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

3. Beschrijving van het apparaat
1 Beugel messenstop
2 Beugel wielaandrijving
3 Hendel gasregeling
4 RM 756 GC, RM 756 GS: Hendel versnelling
4 RM 756 YC, RM 756 YS: Hendel rijsnelheid
5 Hendel messenkoppeling
6 Duwstang
7 Bout hoogteverstelling duwstang
8 Snijhoogteverstelling per wiel
9 Bumper
10 Bougiestekker
11 Uitwerpklep
12 Grasopvangbox (textiel) met textielen stoffilter
13 Typeplaatje met machinenummer
14 RM 756 GC, RM 756 YC: Handgreep
4. Voor uw veiligheid
4.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht
worden genomen.

Vóór de eerste inbedrijfstelling moet u de hele gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de
gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend.
Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen.
Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van de machine.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening van het apparaat vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken.
Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zijn.
Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften bedient, blijven er risico's bestaan.

Levensgevaar door verstikking! Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met verpakkingsmateriaal. Houd verpakkingsmateriaal altijd buiten het bereik van kinderen.
Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven.
Controleer of de gebruiker lichamelijk, zintuigelijk en geestelijk in staat is om het apparaat te bedienen en ermee te werken. Als de gebruiker met lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke beperkingen daartoe in staat is, mag de gebruiker er alleen onder toezicht of na instructie door een verantwoordelijke persoon mee werken.
Controleer of de gebruiker meerderjarig is of conform nationale regelgeving onder toezicht voor een beroep wordt opgeleid.
Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.
Let op – gevaar voor ongevallen!
De grasmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras. Een andere toepassing is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben.
Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag de grasmaaier bijvoorbeeld niet worden ingezet voor volgende taken (onvolledige opsomming):
- het trimmen van bosjes, heggen en struiken,
– het snoeien van rankgewas, - gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken,
- het hakselen en klein hakken van boom- en heggensnoeisel,
- het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),
- het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals bijv. molshopen.
- het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox.
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve als het gaat om vakkundige montage van accessoires die door STIHL zijn goedgekeurd. Andere wijzigingen leiden tot het vervallen van uw garantie. Neem voor informatie over goedgekeurde accessoires contact op met uw STIHL vakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de verbrandingsmotor of de elektromotor wordt veranderd, is verboden.
Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.
Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.
Laat het apparaat alleen los, als het op een horizontaal vlak staat en niet vanzelf kan wegrollen.

Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen!
Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de
bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt.
Dergelijke symptomen treden voornamelijk op in de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):
- gevoelloosheid,
- p i j n ,
– slappe spieren,
– huidverkleuringen, - onaangenaam kriebelen.
Houd de duwstang tijdens het werken stevig maar niet verkrampt met beide handen op de daarvoor bedoelde plaatsen vast.
Plan de werktijden zodanig dat hoge belasting gedurende langere tijd wordt voorkomen.
4.2 Tanken – omgaan met benzine

Levensgevaarlijk!
Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen.
Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken.

Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen.
Open vóór het wegnemen van de tankdop de tankventilatieschroef.
De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld.
Tank de brandstoftank niet te vol!
Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op.


Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen).
Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd.
Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst.
Sluit vóór het transport en het in de servicestand brengen van het apparaat de tankventilatieschroef en brandstofkraan.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.
4.3 Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip.
Werk nooit op blote voeten of
bijvoorbeeld op sandalen.

Tijdens het gebruik van het apparaat dient men altijd gehoorbescherming te dragen.

Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige
handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.).

Bij het slijpen van het maairnes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.
De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen.
Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.
4.4 Transport van het apparaat
Werk uitsluitend met handschoenen aan om letsel door scherpe randen en hete onderdelen van het apparaat te voorkomen.
Het apparaat niet met draaiende verbrandingsmotor verplaatsen. Schakel de verbrandingsmotor voor het transport uit, laat het mes tot stilstand komen, sluit de tankventilatieschroef en de brandstofkraan, en trek de bougiestekker los.
Transporteer het apparaat uitsluitend met afgekoelde verbrandingsmotor.
Gebruik voor het laden geschikte hulpmiddelen (takel of laadhelling).
Laat het apparaat niet vallen.
Maak het apparaat en de erbij getransporteerde apparatuur (bijv. grasopvangbox) met geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz.) vast aan het laadoppervlak.
Maaimes bij het optillen en dragen niet aanraken.
Raadpleeg de informatie in het hoofdstuk "Transport". Daar wordt beschreven hoe het apparaat op te tillen of vast te sjorren is. (⇒ 12.)
Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.
4.5 Vóór het werken
Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen.
Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar!
Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren.
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht.
Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen
(bijv. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.
Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden.
Vóór het gebruik van het apparaat moeten alle defecte, versleten en beschadigde onderdelen worden vervangen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw STIHL vakhandelaar.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het in goede staat verkeert. Controleer vóór elk gebruik:
- of het apparaat volgens de voorschriften is gemonteerd.
- of het snijgereedschap en de complete snij-eenheid (maaimes, bevestigingselementen, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat verkeren. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, beschadigingen (kerven of scheuren) alsook slijtage. (⇒ 11.6)
– of de tankdop goed vastgeschroefd is. - of de tank en de brandstofbevattende delen en de tankdop in onberispelijke staat verkeren.
-
of de veiligheidsvoorzieningen (bijvoorbeeld de messenremkoppeling, uitwerpklep, behuizing, duwstang, beschermrooster) in perfecte toestand verkeren en naar behoren functioneren.
-
of de grasopvangbox onbeschadigd en volledig gemonteerd is; een beschadigde grasopvangbox mag niet worden gebruikt.
- of de olietankdop goed vastgeschroefd is.
Voer indien nodig alle noodzakelijke werkzaamheden uit of vertrouw deze toe aan de vakhandelaar. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
4.6 Tijdens het werken

Werk nooit als er zich dieren of personen, in het bijzonder kinderen, binnen het gevaarlijke gebied bevinden.
De op het apparaat geïnstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen niet worden verwijderd of overbrugd. In het bijzonder de messenstopbeugel nooit aan de duwstang vastzetten (bijv. door vastbinden).

Opgelet - kans op letsel! Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het
ronddraaiende mes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht. De duwstang moet steeds goed gemonteerd zijn en mag niet veranderd worden. Gebruik het apparaat nooit met neergeklapte duwstang.
Bevestig nooit voorwerpen aan de duwstang (bijv. werkkleding).
Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar.
Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, omdat de gebruiker minder stabiel staat.
Om uitglijden te voorkomen moet er bijzonder voorzichtig worden gewerkt. Indien mogelijk het apparaat niet op een vochtige ondergrond gebruiken.
Uitlaatgassen:

Levensgevaar door vergiftiging! Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.

Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen
bevatten giftig koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet.
Starten:
start het apparaat voorzichtig - de aanwijzingen in het hoofdstuk "Apparaat in gebruik nemen" (⇒ 10.) opvolgen. Bij het starten volgens deze instructies is er minder kans op letsel.
Kans op letsel!
Wanneer de startkabel snel terugspringt, worden hand en arm sneller naar de verbrandingsmotor getrokken, dan dat de
startkabel kan worden losgelaten. Deze kickback kan botbreuken, kneuzingen en verstuikingen veroorzaken.
Houd uw voeten bij het starten steeds op voldoende afstand van het snijgereedschap.
Voordat u begint te werken in het bijzonder de functie messen-rem-koppeling testen. (⇒ 8.)
Bij het starten mag het apparaat niet worden gekanteld.
Voor het starten het maalimes uitschakelen. Activeer tijdens het starten geen beugels van de wielaandrijving.
Start de verbrandingsmotor niet wanneer het uitwerpkanaal niet door de uitwerpklep of de grasopvangbox is afgedekt.
Werken op hellingen:
hellingen altijd in de dwarsrichting, nooit in de lengterichting bewerken.
Als de gebruiker bij het maaien in langsrichting de controle verliest over de grasmaaier kan hij overreden worden door het maaiende apparaat.
Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van richting verandert.
Let steeds op een goede stand bij hellingen en vermijd om met het apparaat te werken op zeer sterke hellingen.
Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 25° (46,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel!
Een stijging van de helling van 25° betekent een verticale stijging van 46,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm.

text_image
max. 25° 100 46,6Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen.
Werken:

Kans op letsel!
Houd handen of voeten nooit boven, onder of tegen draaiende onderdelen.

Probeer niet om het mes te inspecteren zolang de grasmaaier werkt. Zolang het maaimes loopt, mag de uitwerpklep niet worden geopend en/of mag de grasopvangbox niet worden weggenomen. Het ronddraaiende mes kan letsel veroorzaken.
Werk altijd stapvoets en ga bij het werken met het apparaat vooral niet rennen. Door snel te lopen met het apparaat is er meer kans op letsel door struikelen, uitglijden enz.
Wees bijzonder voorzichtig als u het apparaat omdraait of naar u toe trekt. Struikelgevaar!
Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones.
U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen.

Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Schakel de verbrandingsmotor uit, laat het werkgereedschap tot stilstand komen en trek de bougiestekker eruit,
- wanneer u het apparaat verlaat of als het apparaat zonder toezicht is,
- voordat u bijtankt. Tank alleen wanneer de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld.
- voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,
- voordat u het apparaat optilt en draagt,
- voordat u het apparaat transporteert,
- voordat werkzaamheden aan het maaiimes wordt uitgevoerd,
- voordat het apparaat wordt getest of gereinigd of voordat sommige werkzaamheden worden uitgevoerd (bijvoorbeeld omklappen van de duwstang),
Brandgevaar!
- wanneer een vreemd voorwerp is geraakt of als de grasmaaier abnormaal hard begint te trillen. Controleer in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee gaat werken.

Kans op letsel!
Hard trillen wijst meestal op een storing.
De grasmaaier mag met name niet worden gebruikt als de krukas beschadigd of verbogen is of als het maalimes beschadigd of verbogen is.
Laat de noodzakelijke reparaties door een vakman – STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan – uitvoeren, indien u niet over de benodigde kennis beschikt.
Ontkoppel het maairnes,
- wanneer u het apparaat van en naar het te bewerken gazon rijdt, of als je het voor dat doel duwt,
- voor dat het apparaat op een niet met gras begroeide ondergrond geschoven wordt of voor ermee over een dergelijke ondergrond gereden wordt.
- als het apparaat bij het schuiven of rijden over andere ondergronden dan gras moet worden opgetild,
- voor u de snijhoogte aanpast,
- voor u de uitwerpklep opent of de grasopvangbox wegneemt,
4.7 Onderhoud en reparaties
Voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden:
- apparaat op een vaste, vlakke ondergrond zetten,
- verbrandingsmotor uitschakelen en laten afkoelen,
- bougiestekker lostrekken.
Opgelet – kans op letsel!
Houd de bougiestekker van de bougie vandaan. Een

onbedoelde ontstekingsvonk kan brand of stroomschokken veroorzaken.
Bij een onbedoeld contact van de bougie met de bougiestekker kan de verbrandingsmotor ineens aanslaan.

Kans op letsel door het maaimes!
Door aan de startkabel te trekken krijgt het werkgereedschap bij ingekoppeld maaimes een draaibeweging. Houd altijd voldoende afstand tot het maaimes, in het bijzonder de handen en de voeten, wanneer u aan de startkabel trekt.
Vooral voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst laten afkoelen. De temperaturen kunnen tot 80 °C en meer oplopen. Kans op brandwonden!
Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn; ook mag motorolie niet worden gemorst.
STIHL adviseert het bijvullen of verversen van motorolie door een STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
Reiniging:
na gebruik moet het gehele apparaat zorgvuldig worden gereinigd. (⇒ 11.1)
Sluit vóór het plaatsen in de reinigingspositie de tankventilatieschroef en de brandstofkraan.
Maak de aangekoekte resten gras in de behuizing met een houten staaf los. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een borstel en water.
Gebruik nooit hogedrukreinigers en reinig het apparaat niet onder stromend water (bijvoorbeeld met een tuinslang).
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw STIHL apparaat mogelijk in het geding komt.
Om brandgevaar te voorkomen, moet u de gebieden rond de koelluchtopeningen, koelvinnen en rondom de uitlaat vrij houden van bijv. gras, stro, mos, bladeren of uitstromend vet.
Onderhoudswerkzaamheden:
Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing vermeld staan. Alle andere werkzaamheden dient u door een vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met een vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren. STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door STIHL zijn goedgekeurd of technisch gelijkwaardige onderdelen, om de kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat te voorkomen. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.
Originele STIHL gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele STIHL vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het STIHL onderdeelnummer, het STIHL logo en eventueel het STIHL symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Om veiligheidsredenen moeten brandstofbevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende vakman worden vervangen (STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan).
Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw STIHL vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien.
Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid.
Zorg voor een veilig gebruik van het apparaat en zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, en zeker de mesbout goed zijn vastgedraaid.
Inspecteer het gehele apparaat en de grasopvangbox op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten om veiligheidsredenen direct worden vervangen, om ervoor te zorgen dat de machine altijd in veilige staat is.
Wijzig de instellingen van de verbrandingsmotor nooit en jaag deze niet over zijn toeren.
Als onderdelen of veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden zijn verwijderd, moeten deze weer meteen en correct worden aangebracht.
4.8 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst.
Bewaar de machine met een lege tank en geopende tankventilatieschroef, evenals de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte.
Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geledigd zoals voor het stilleggen voor de winterpauze, mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (bijv. leegrijden door de motor te laten draaien).
Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Apparaat alleen met uitgetrokken bougiestekker bewaren.
Sla het apparaat in een veilige staat op.
Sla het apparaat zodanig op een horizontale ondergrond op, dat het niet per ongeluk kan wegrollen.
4.9 Afvoer
Afvalproducten zoals gebruikte olie of brandstof, gebruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen. Ze moeten derhalve op de juiste wijze worden afgevoerd.
Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder om ongevallen te voorkomen vooral de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af.
Kans op letsel door het maaiimes!
Laat ook een grasmaaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maairnes altijd buiten het bereik van kinderen.
5. Toelichting van de symbolen

Let op!
Lees vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing.

Kans op letsel!
Houd andere personen uit de gevarenzone.

Kans op letsel!
Vóór werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhoud- en reinigingswerkzaamheden de bougiestekker eruit trekken.

Kans op letsel!
Houd handen en voeten uit de buurt van de messen!
De snijvoorziening loopt na het uitschakelen nog een aantal seconden na (rem van de verbrandingsmotor/messen- rem).

Draag tijdens het werk gehoorbescherming.

Opgelet - kans op letsel!
Kom bij een draaiende verbrandingsmotor nooit binnen het werkbereik van het mes.
Snelheidsverstelling:
RM 756 YS, RM 756 YC:

Maximale snelheid

Minimale snelheid
Gasregeling:

Choke-positie

Start-positie

Stopstand


Wielaandrijving inschakelen.
6. Leveringsomvang

Nr. Omschrijving Aantal
A Basisapparaat met duwstang 1
B Frame grasopvangbox 1
C Weefsel grasopvangbox 1
D Klep grasopvangbox 1
E Kabelbinders 2
F Beschermslang 1
- Gebruiksaanwijzing 1
- Gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor 1
RM 756 GS, RM 756 YS:
G Bout met vlakke kop 4
Nr. Omschrijving Aantal
H Borgmoer 4
RM 756 GC, RM 756 YC:
I Zelftappende schroef 1
J Handgreep 1
7. Apparaat klaarmaken voor gebruik

Gevaar voor letsel!
Neem de veiligheidsaanwijzingen in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 4.)in acht.
- Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond.
7.1 Duwstang monteren
RM 756 GC, RM 756 YC:
- 1 Draai de bout (1) eruit en verwijder deze met de ring (2). Maak de bouten (3) los.
- 2 Schuif de duwstang (4) in de duwstangbevestiging (5) en klap deze omhoog totdat het sleufgat in de duwstang zich boven de boring in de behuizing bevindt. Let er hierbij op dat de kabels correct zijn geplaatst (zie afbeelding).
- 3 Draai de bout (1) met de ring (2) vast. Let er hierbij op dat de beschermplaat (6) mee vast wordt gedraaid.
- 4 Haal de bouten (3) met 21 - 29 Nm aan. Stel de duwstang in op de gewenste werkhoogte en houd deze vast; draai de bout (1) vast.

- Controleer op correcte montage: de duwstang dient vast gemonteerd te zijn, de kabels liggen achter en buiten de duwstang.
RM 756 GC, RM 756 YC: Handgreep monteren

- 1 Schuif de handgreep (J) zoals afgebeeld met de groef (4) omhoog wijzend in de duwstangbuis.
- 2 Schroef de zelftappende schroef (I) erin en zorg ervoor dat deze in de groef van de handgreep zit. Aandraaimoment:
3 - 4 Nm
RM 756 GS, RM 756 YS:

- 1 Bovenstuk duwstang (1) met de open uiteinden in het onderstuk duwstang (2) plaatsen en houden. Bouten (G) van buiten naar binnen door de boringen steken, borgmoeren (H) erop plaatsen en deze met 19 - 27 Nm vastdraaien.
- 2Duwstang op de gewenste werkhoogte instellen en houden, bout (3) vastdraaien.
- Correcte montage controleren: het bovenstuk duwstang dient vast met het onderstuk duwstang verbonden te zijn, de kabels liggen achter en buiten de duwstang.
7.2 Beschermslang monteren

- Alle kabels in de beschermslang (F) leggen.
- Kabelbinders (E) door de bovenste opening in het rechter onderstuk duwstang (1) geleiden en beschermslang (F) daarmee bevestigen.
- Beschermslang (F) met kabelbinder (E) zoals afgebeeld aan het rechter bovenstuk duwstang bevestigen.

Bij de eerste inbedrijfstelling moeten de kabels worden gecontroleerd en zo nodig precies worden afgesteld. (⇒ 11.9)
7.3 Snijhoogteverstelling per wiel

De snijhoogte kan per wiel met de bijbehorende hendel worden ingesteld op zes verschillende posities.
Laagste snijhoogte (1): 25 mm
Hoogste snijhoogte (6): 90 mm
Snijhoogte instellen:
- Hendel (1) voor het wiel indrukken, naar de gewenste positie verstellen en in de bijbehorende inkeping laten vastklikken.
Dit proces voor alle 4 wielen uitvoeren.

Schade aan het apparaat vermijden!
Voorkom dat het apparaat omkiept door eerst de snijhoogte van de achterwielen te verstellen en vervolgens pas de voorwielen te verstellen.
Wees ook voorzichtig bij het verstellen naar een lagere snijhoogte; het totale apparaatgewicht rust op het laatste wiel.
7.4 Hoogteverstelling duwstang

De werkhoogte van de duwstang kan in 3 standen worden ingesteld.
- Bout (1) losdraaien.
- De duwstang (2) met beide handen vasthouden en door op en neer te bewegen op een aangename werkhoogte instellen en vasthouden.
- Bouten (1) erin en vastdraaien.
7.5 Brandstof en motorolie


Schade aan het apparaat vermijden!
Vul voor de eerste start motorolie bij. Voor het vullen met motorolie en tanken een aangepast vulhulpstuk (bijv. trechter) gebruiken.
Motorolie
Gegevens over de te gebruiken motorolie en de vulhoeveelheid olie vindt u in de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor.


Controleer regelmatig de inhoud van de olie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
Zorg ervoor dat de olie niet onder of boven het juiste peil komt te staan.
Olietankdop voor het in gebruik nemen van de verbrandingsmotor goed vastschroeven.
Brandstof
Gebruik uitsluitend recente milieuvriendelijke merkbrandstof:
- Loodvrije benzine

Gegevens over de juiste brandstofkwaliteit – octaangetal vindt u in de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor.
Zie voor informatie over de inhoud van de brandstoftank het hoofdstuk "Technische gegevens". (⇒ 17.)
Brandstof bijtanken
• Tankventilatieschroef (1) openen.
• Tankdop (2) eraf schroeven.
- Brandstof bijtanken (gebruik een trechter).
• Tankdop (1) terug opschroeven.

Tankventilatieschroef (1) en brandstofkraan (3) vóór het in gebruik nemen van de verbrandingsmotor openen.
7.6 Grasopvangbox in elkaar zetten

- Weefsel van grasopvangbox (C) over het frame van de grasopvangbox (B) trekken. De steunstangen (1) en de handgreep (2) moeten zich aan de buitenzijde van het weefsel bevinden.
- De geïntegreerde kunststof profielen (3) over het frame van de opvangbox schuiven en vastdrukken. Begin onder de geleideplaat (4) van het frame van de opvangbox met vastdrukken.
- Klep (D) eerst links en vervolgens rechts op het frame van de opvangbox vasthaken en vervolgens door krachtig te drukken aan beide kanten in de juiste positie vergrendelen.
7.7 Grasopvangbox monteren- en demonteren

Monteren:
- Uitwerpklep (1) openen en vasthouden.
- Grasopvangbox aan de handgreep (2) vasthouden en met de geleideplaat (3) in de uitwerpschacht (4) voeren.
- De houders (5) op de bevestigingen (6) links en rechts tussen het apparaat en de duwstang plaatsen en de grasopvangbox met een lichte ruk monteren.
- Uitwerpklep (1) loslaten.
Demonteren:
- Uitwerpklep (1) optillen.
- Grasopvangbox aan handgreep (2) vasthouden en losshaken.
- Uitwerpklep (1) sluiten.
8. Messenremkoppeling (BBC)

De grasmaaier is van een messenremkoppeling (BBC) voorzien.
Dit houdt in dat het maairnes na het loskoppelen snel tot stilstand komt, terwijl de verbrandingsmotor nog doordraait.
Om letsel of schade aan het apparaat te vermijden dient u zich voor de eerste ingebruikname vertrouwd te maken met het BBC-systeem.
Bediening met twee handen: het maaiimes kan bij draaiende verbrandingsmotor enkel als volgt gemonteerd worden:
Messenstopbeugel (1) naar de duwstang drukken, vasthouden en vervolgens de messenkoppelingshendel (2) met de andere hand naar boven trekken en laten vastklikken.

Kans op letsel!
Overbrug om veiligheidsredenen nooit de beugel door deze bijvoorbeeld aan de duwstang vast te binden.
Controleer de werking van de messenremkoppeling voor elke inbedrijfstelling. (⇒ 10.4)

Schade aan het apparaat vermijden!
Vermijd overbelasting, omdat dit tot hogere slijtage van de messenremkoppeling en uiteindelijk tot oververhitting kan leiden. (⇔ 9.)
9. Aanwijzingen voor werken
Overbelasting van de messenremkoppeling voorkomen
Overbelasting kan optreden:
- wanneer er bij een volle grasopvangbox wordt doorgemaaid;
- wanneer het maaikanaal verstopt is;
- wanneer er bij hoog gras met een te hoge snelheid wordt gemaaid.
Het maalimes blokkeert, het gras wordt hierdoor niet meer gesneden en de verbrandingsmotor slaat af.
Maai daarom nooit met een verstopt maaikanaal of een volle grasopvangbox en stem de rijsnelheid af op de omstandigheden. Gebruik indien nodig de mulchkit (speciaal accessoire).
Einde van de werkzaamheden
Aan het einde van de werkzaamheden dienen de behuizing en verbrandingsmotor steeds te worden ontdaan van ontvlambaar materiaal (gras, bladeren enz.) en regelmatig te worden schoongemaakt, om brandgevaar te voorkomen.
Een fraai en vol gazon ontstaat,
- wanneer met lage snelheid gemaaid wordt.
- wanneer het gazon vaak gemaaid en kort gehouden wordt.
- wanneer bij warm en droog weer het gazon niet te kort gemaid wordt, omdat het anders verbrandt door de zon en lelijk wordt.
- wanneer met scherpe maaimessen gewerkt wordt - daarom de maaimessen regelmatig laten slijpen (dealer).
- wanneer de snijrichting regelmatig wordt gewisseld.
9.1 Werkgebied van de gebruiker

- Bij het starten en bij draaiende verbrandingsmotor moet de gebruiker zich om veiligheidsredenen altijd in het werkgebied bevinden achter de duwstang. Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht.
- De grasmaaier mag uitsluitend door één persoon bediend worden, derden moeten zich buiten de gevarenzone bevinden. (⇒ 4.)
10. Apparaat in gebruik nemen

Gevaar voor letsel!
Lees vóór het in bedrijf stellen het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇔ 4.)
10.1 Verbrandingsmotor starten
- Olie- en brandstofpeil controleren. (⇒ 7.5)
- Tankventilatieschroef (1) en brandstofkraan (2) openen.
-
Zet bij een koude verbrandingsmotor de gasregeling (3) in de chokepositie (4).
Zet bij een warme verbrandingsmotor of bij warm weer de gasregeling (3) in de Start-positie (5). -
Trek de startkabel (6) langzaam tot de compressorweerstand uit en trek de kabel vervolgens krachtig tot armlengte verder uit om een terugslag te voorkomen.
Haal de kabel langzaam terug, zodat deze correct door de startmotor wordt opgerold.
Herhaal het starten totdat de verbrandingsmotor aanslaat.
- Hendel gasregeling (3) in de Start-positie (5) zetten.





Kans op letsel!
Wanneer de startkabel snel terugspringt, worden hand en arm sneller naar de verbrandingsmotor getrokken dan de kabel kan worden losgelaten.
Dit kan leiden tot botbreuken, kneuzingen en verstuikingen.
10.2 Maaimes aankoppelen


Schade aan het apparaat vermijden!
Maaiimes niet in hoog gras en enkel bij maximaal toerental van de verbrandingsmotor aankoppelen.
Altijd snel aankoppelen om onnodige slijtage van de messenkoppeling te voorkomen.
- 1 Messenstopbeugel (1) naar de duwstang drukken en vasthouden.
- 2Hendel messenkoppeling (2) tot aan de aanslag naar achteren trekken en laten vastklikken.
- Tijdens het werken messenstopbeugel (1) ingedrukt houden.
10.3 Maaimes loskoppelen
• 1 Messenstopbeugel (1) loslaten.

De hefboom van de messenkoppeling (2) wordt losgekoppeld en gaat naar de uitgangsstand terug. Het maaiimes wordt losgekoppeld en afgeremd, de verbrandingsmotor blijft lopen.
10.4 Messenremkoppeling (BBC) controleren
Voordat u begint te werken moet de werking van de messenremkoppeling driemaal worden getest:
- koppel het maaiimes bij draaiende verbrandingsmotor aan. (⇒ 10.2) Het draaiende maaiimes herkent u aan een duidelijk hoorbaar windgeruis.
- Schakel het maairnes uit (laat de beugel van de messenstop los). (⇒ 10.3)
De messenremkoppeling ontkoppelt het mes van de aandrijving van de verbrandingsmotor en remt het mes af. Het windgeruis valt eveneens weg en mag maximaal drie seconden duren. Bij een stilstaand mes mag er geen windgeruis meer hoorbaar zijn.
Meten van de nalooptijd
De nalooptijd duurt even lang als het windgeruis na het uitschakelen. Dit kan met een stopwatch worden gemeten.
Als de messenremkoppeling niet werkt zoals beschreven (bijvoorbeeld een te lange nalooptijd of u hoort nog steeds windgeruis bij afgekoppeld mes), mag het apparaat niet in bedrijf worden genomen.

Kans op letsel!
Zet in dit geval de verbrandingsmotor af, trek de bougiestekker los en laat door getraind personeel de noodzakelijke reparaties uitvoeren. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
10.5 Wielaandrijving inschakelen
RM 756 YC, RM 756 YS:
De grasmaaiers zijn voorzien van een hydraulische transmissie. De snelheid kan bij een ingeschakelde wielaandrijving traploos worden geregeld.
- Start de verbrandingsmotor. (⇒ 10.1)
- 1Stel de gewenste snelheid in met de hendel rijsnelheid (1). STIHL raadt aan langzaam te vertrekken en daarom een lage snelheid te selecteren.
- 2Trek de beugel van de wielaandrijving (2) naar de duwstang en houd deze vast. De wielaandrijving schakelt in en de grasmaaier zet zich vooruit in beweging.
Aandrijfsnelheid:
Traploos van

0,5 km/u
tot

5,5 km/u
RM 756 GC, RM 756 GS:
De grasmaaier is voorzien van een drieversnellingstransmissie. De drie vooruitversnellingen kunnen bij ingeschakelde wielaandrijving naar willekeur worden gewisseld.
- Start de verbrandingsmotor. (⇒ 10.1)

- 1 Schakel de gewenste versnelling in met de versnellingshendel (1). STIHL raadt aan langzaam te vertrekken en daarom de eerste versnelling in te schakelen.
- 2 Trek de beugel van de wielaandrijving (2) naar de duwstang en houd deze vast. De wielaandrijving schakelt in en de grasmaaier zet zich vooruit in beweging.
Aandrijfsnelheid:
1e 2,5 km/u
versnelling:
2e 3,7 km/u
versnelling:
3e 5,0 km/u
versnelling:
10.6 Wielaandrijving uitschakelen
- 1 Schakel de wielaandrijving uit door de beugel van de wielaandrijving (1) los te laten.

10.7 Verbrandingsmotor uitschakelen
- Schakel de verbrandingsmotor uit door de hendel van de gasregeling (1) in de Stop-positie (2) te zetten.

10.8 Grasopvangbox (textiel) met textielen stoffilter

Aan de bovenzijde van grasopvangbox is een textielen stoffilter (1) aangebracht dat voorkomt dat het apparaat fijn stof in de richting van de gebruiker blaast.
Inhoudsindicatie:
Door de luchtstroom die door het draaien van het maairnes wordt veroorzaakt en waardoor de grasopvangbox wordt gevuld, wordt de textielen stoffilter in het midden iets opgetild (opgebold).
Bij een volle grasopvangbox neemt deze luchtstroom af en zakt de textielen stoffilter terug op de grasopvangbox.
Grasopvangbox ledigen:

Kans op letsel!
Voor het ledigen steeds de maaimessen uitschakelen. (⇒ 10.3)
Let op het gewicht!
Een volle grasopvangbox kan wel tot 22 kg zwaar zijn.

Schade aan het apparaat vermijden!
De grasopvangbox steeds op tijd ledigen om een verstopping van het maaikanaal te vermijden. Verstoppingen kunnen het maaimes blokkeren en onnodige slijtage van de messenremkoppeling veroorzaken.
• Maaiimes loskoppelen. (⇒ 10.3)
- Grasopvangbox loshaken. (⇒ 7.7)
- Grasopvangbox aan de handgreep (2) en de aan de achterzijde opgenaaide nylonband (3) vasthouden en maaigoed ledigen.
Voordat u aan onderhouds-- of reinigingswerkzaamheden aan de machine begint, dient u het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 4.), in het bijzonder de paragraaf "Onderhoud en reparaties" (⇒ 4.7), zorgvuldig te lezen en alle veiligheidsinstructies op te volgen.

Trek voor alle onderhouds-- en reinigingswerkzaamhede n de bougiestekker eruit!
11.1 Apparaat reinigen
Onderhoudsinterval: na elk gebruik
Door het apparaat met zorg te behandelen, beschermt u het tegen beschadigingen en verlengt u de levensduur.
Richt waterstralen (hogedrukreiniger) nooit op onderdelen van de verbrandingsmotor, pakkingen, lagers en elektrische onderdelen. Dit kan leiden tot beschadigingen of dure reparaties.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw STIHL apparaat mogelijk in het geding komt. Als u vuil niet met water, met een borstel of met een doek kunt verwijderen, raadt STIHL aan een speciaal reinigingsmiddel te gebruiken (bijvoorbeeld STIHL speciale reiniger).
Maak eerst de aangekoekte grasresten in de behuizing en in het uitwerpkanaal met een houten staaf los.

Voorkom schade aan het apparaat!
Reinig vooral de behuizing, alle afdekkingen en het gebied rondom de verbrandingsmotor en het maaimes uiterst zorgvuldig.
Reinigingspositie:
- Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
- Neem de grasopvangbox weg. (⇒ 7.7)
- Sluit de tankventilatieschroef. (⇒ 7.5)
- Stel bij de achterwielen links en rechts de grootste snijhoogte in. (⇒ 7.3)
- Draai de bout (1) eruit en verwijder deze samen met de ring (2).
- Til de duwstang op totdat de uitsparing (3) boven de boring (4) in de behuizing ligt.
- Draai de bout (1) met de ring (2) zodanig vast, dat de duwstang stabiel is gefixeerd in de servicestand.
- Til het apparaat aan de voorkant op, open de uitwerpklep en kantel de duwstang naar achteren. Controleer of het apparaat stabiel staat.
Plaats het apparaat na het reinigen op alle vier de wielen, monteer de duwstang weer in de werkstand en stel de gewenste snijhoogte in.
11.2 Wielen
De lagers van de wielen zijn onderhoudsvrij.
11.3 Verbrandingsmotor
Onderhoudsinterval: zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Voor een lange gebruiksduur is het van belang de olie op peil te houden, regelmatig de olie te verversen en het luchtfilter te vervangen alsook het naleven van de aanbevolen oliewissel-intervallen.
Voor informatie over motorolie en vulhoeveelheid olie verwijzen wij u eveneens naar de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor.
De koelvinnen moeten altijd schoon worden gehouden om een goede koeling van de verbrandingsmotor te garanderen.
11.4 Transmissie
RM 756 YC, RM 756 YS:
Onderhoudsinterval: na elke 1000 uren gebruikstijd/ minstens één keer per jaar
De hydraulische transmissie mag uitsluitend door getraind personeel worden onderhouden. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
RM 756 GC, RM 756 GS:
De transmissie met drie versnellingen is onderhoudsvrij.
11.5 Messenremkoppeling onderhouden
Onderhoudsinterval: jaarlijks
De messenremkoppeling is aan natuurlijke slijtage onderhevig. Deze mag uitsluitend door getraind personeel worden onderhouden. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
11.6 Messenslijtage controleren
Onderhoudsinterval: voor elk gebruik


Kans op letsel!
Messen slijten sterk verschillend, afhankelijk van de plaats van gebruik en inzetduur. Als u het apparaat op een zandige ondergrond of dikwijls in droge omstandigheden inzet, is dit zwaarder voor het mes en verslijt het sneller dan gemiddeld.
Een versleten mes kan afbreken en zware letsels veroorzaken. De instructies voor het mesonderhoud moeten dus steeds in acht worden genomen.
Testprocedure

Kans op letsel!
Let op de veiligheidsinstructies in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid". (⇒ 4.7)
- Zet het apparaat in de reinigingsstand. (⇒ 11.1)
-
Maaimessen (1) reinigen en op kerven of scheuren controleren.
-
Mesdikte Ⓐ op meerdere plaatsen met een schuifmaat (2) nameten.
- Mesdikte zoals afgebeeld op de punten B en C links en rechts op het mes nameten.
Slijtagegrenzen:
De mesdikte Ⓐ moet overal minstens 2,5 mm zijn.
De mesdikte moet op punt Ⓑ ten minste 80 mm en op punt Ⓔ ten minste 55 mm zijn.
Als niet het meegeleverde maalimes bij de grasmaaier, maar bijv. het als accessoire verkrijgbare mulchmes op de grasmaaier gemonteerd is, gelden overeenkomstige andere slijtagegrenzen.
11.7 Maaimes demonteren en monteren


Kans op letsel! Werk uitsluitend met handschoenen.

Demontage
- Zet het apparaat in de reinigingsstand. (⇒ 11.1)
- Maaimes (1) vasthouden en mesbout (2) losdraaien.
- Mesbout (2), borgring (3) en maaimes (1) verwijderen.
Montage

Schade aan het apparaat vermijden!
Het maairmes moet vervangen worden als er kerven of scheuren zichtbaar zijn of wanneer een slijtagegrens (⇒ 11.6) bereikt wordt.
- Montagevlak en messenhouder reinigen.
• Mesbout met Loctite 243 insmeren. - Bevestig het maairnes (1) zoals afgebeeld op de meshouder (4).
- Plaats de borgring (3) zoals afgebeeld en draai deze met de mesbout (2) met 60 - 65 Nm vast.

Kans op letsel!
Het voorgeschreven aandraaimoment moet worden gerespecteerd. De borgring (3) moet bij elke montage van een mes vernieuwd worden. De mesbout (2) moet bij elke mesvervanging vernieuwd worden.
11.8 Maaimes slijpen
Als het maairesultaat na verloop van tijd verslechtert, is het maairnes waarschijnlijk bot geworden.
Neem bij het slijpen de volgende punten in acht:
• Maaiimes demonteren. (⇒ 11.7)
- Koel het maairnes tijdens het slijpen, bijv. met water. Het mes mag niet blauw worden, omdat anders de snijresultaten minder worden.
- Slijp het maairnes gelijkmatig om vibraties door onbalans te voorkomen.
- Houd de slijphoek van 30° aan.
- Houd tijdens het slijpen rekening met de slijtagegrenzen.
- Eventueel ontstane bramen verwijderen.
11.9 Kabels onderhouden
De gaskabel mag uitsluitend door getraind personeel worden onderhouden. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Kabel messenremkoppeling afstellen

Onderhoudsinterval: indien nodig
Het afstellen van de kabel is nodig:
- als het maairnes na het inschakelen stilstaat;
- als het inschakelen van het apparaat vertraagd werkt;
- als het toerental van het ingeschakelde maairnes tijdens het maaien afneemt.
Kabel afstellen
- Draai de moer (1) los en span de kabel (2) met de moer (3). Draai vervolgens de moer (1) weer vast.
Controle
De juiste afstelling wordt gecontroleerd door het meten van de veerlengte.
- 1Meet de lengte van de ontspannen veer (4) met een schuifmaat.
- Schakel het maaiimes in – start de verbrandingsmotor niet. (⇒ 10.2)
- 2Meet de lengte van de gespannen
veer (4).
Verschil in lengte: minstens 3 mm - Stel indien nodig de kabel opnieuw af.

Als het inschakelen van het maairnes ondanks een correct afgestelde kabel niet goed werkt, moet de messenremkoppeling door een vakhandelaar worden gecontroleerd. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Kabel van de wielaandrijving Hydro afstellen
Onderhoudsinterval: Vóór de eerste ingebruikname en indien nodig
Het afstellen van de kabel is nodig:
- voordat het apparaat voor het eerst in gebruik wordt genomen;
- wanneer de maximale rijsnelheid niet wordt gehaald;
- wanneer de wielaandrijving permanent ingeschakeld is. Dit betekent dat de grasmaaier zich ongewild in beweging zet bij het uittrekken van de startkabel, hoewel de beugel van de wielaandrijving niet is geactiveerd.
Kabel afstellen

- Trek de hendel voor de rijsnelheid (1) helemaal naar achteren.
- Draai de moeren (2, 3) los om de kabel (4) te ontspannen.
- Start de verbrandingsmotor. (⇒ 10.1)
-
Trek de beugel van de wielaandrijving naar de duwstang en houd deze vast. (⇒ 10.5)
-
Span de kabel (4) met de moer (3) tot de wielaandrijving wordt ingeschakeld. Laat de beugel van de wielaandrijving vervolgens los, schakel de verbrandingsmotor uit en haal de moer (2) aan.
- Controle: Als de beugel van de wielaandrijving niet wordt bediend, is de kabel licht gespannen en kan het apparaat worden teruggetrokken – de wielen blokkeren hierbij niet.
Kabel van de versnelling instellen

RM 756 GC, RM 756 GS
Onderhoudsinterval: Indien nodig
Het afstellen van de kabel is nodig:
- als bepaalde versnellingen niet goed werken.
Kabel afstellen
- Span de kabel (1) met behulp van de twee moeren zodanig (2, 3) aan de onderkant van de duwstang, dat alle drie de versnellingen correct werken.
Kabel wielaandrijving afstellen

RM 756 GC, RM 756 GS
Onderhoudsinterval: Indien nodig
Het afstellen van de kabel is nodig:
- wanneer de wielaandrijving bij geactiveerde beugel van de wielaandrijving niet werkt.
- wanneer de wielaandrijving permanent ingeschakeld is. Dit betekent dat de grasmaaier zich ongewild in beweging zet bij het uittrekken van de startkabel, hoewel de beugel van de wielaandrijving niet is geactiveerd.

Kans op letsel!
De kabel van de wielaandrijving moet goed zijn ingesteld wanneer met het apparaat wordt gewerkt.
Spanning van de kabel controleren:
- 3e versnelling inschakelen en aan de startkabel trekken; de grasmaaier wordt niet aangedreven.
- Trek de beugel van de wielaandrijving naar de duwstang en houd deze vast en trek aan de startkabel – de grasmaaier wordt aangedreven.
Kabel afstellen:
- Span de kabel (1) met behulp van de twee moeren zodanig (2, 3) aan de onderkant van de duwstang, dat de wielaandrijving ongeveer bij de helft van het traject van de beugel van de wielaandrijving wordt ingeschakeld.
11.10 Opslag en stilleggen (winterpauze)
Apparaat in een droge, afgesloten, stofvrije ruimte opslaan. Bewaar het apparaat altijd buiten het bereik van kinderen.
Eventuele storingen voor het opslagen corrigeren. Het apparaat moet steeds gebruikklaar zijn.
Brandstof uit de brandstoftank aftappen en carburateur ledigen voor de opslag (bijv. door leegrijden).
Neem bij een langere stilstand van het apparaat (winterpauze) bijkomend de volgende punten in acht:
- Maak alle onderdelen aan de buitenkant van het apparaat zorgvuldig schoon.
- Smeer alle bewegende delen goed in met olie of vet.
- Schroef de bougie eruit (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor) en giet ca. 3 cm³ motorolie in de bougieboring in de verbrandingsmotor. Laat de verbrandingsmotor een paar keer zonder bougie doordraaien (aan de startkabel trekken).

Brandgevaar!
Houd de bougiestekker wegens ontstekingsgevaar uit de buurt van het bougiegat.
- Bougie terug inschroeven (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Ververs de olie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
12. Transport

Kans op letsel!
Lees voor het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid", in het bijzonder het hoofdstuk "Transport van het apparaat" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 4.4)
12.1 Apparaat vastsjorren
Apparaat enkel op een zuivere, vlakke laadbodem, op alle 4 wielen staand vervoeren.

- Apparaat met aangepaste bevestigingsmiddelen beveiligen tegen verschuiven. Kabels of gordels aan het onderstuk van de duwstang (1) en aan de bumper (2) bevestigen.
12.2 Apparaat optillen of dragen
Til en draag de grasmaaier altijd met twee personen.
Alle modellen:

- houd de grasmaaier aan de bumper (1) en aan de duwstang (2) vast en til deze op.
RM 756 GC, RM 756 YC – extra draagvariant:

- trek de handgreep (3) tot aan de aanslag uit het onderstuk duwstang.
- Rechts: houd de grasmaaier aan de bumper (1) en aan de duwstang (2) vast en til deze op. Links: houd de grasmaaier aan de bumper (1) en aan de handgreep (3) vast en til deze op.
- Schuif na het transport de handgreep (3) tot aan de aanslag in het onderstuk duwstang.
Grasresten horen niet in de vuilnisbak, maar moeten worden gecomposteerd.
De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn met
recycleerbaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen.
Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Raadpleeg bij het afvoeren de informatie in het hoofdstuk 'Afvoeren' (⇒ 4.9)
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten.
14. Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Grasmaaiers met benzinemotor (STIHL RM)
De firma STIHL aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materiële schade en persoonlijk letsel die het gevolg zijn van het niet in acht nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing, met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die optreden door gebruik van niet toegestane aanbouw- of vervangingsonderdelen.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw STIHL apparaat te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het STIHL apparaat zijn ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduur tijdig worden vervangen.
Dit omvat onder andere:
- Maaimes
- Grasopvangbox (textiel)
- V - r i e m
- Stootstrippen
- Banden
- Maaikanaalinzetstuk
2. Inachtneming van de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing
Het STIHL apparaat moet zo zorgvuldig mogelijk worden gebruikt, onderhouden en opgeslagen, zoals omschreven in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt, is de gebruiker zelf verantwoordelijk.
Dit geldt met name voor:
- niet door STIHL goedgekeurde wijzigingen aan het product.
- het gebruik van niet door STIHL goedgekeurde gebruiksstoffen (smeermiddelen, benzine en motorolie, zie gegevens van de fabrikant van de verbrandingsmotor).
- Het gebruik van gereedschappen of accessoires die niet voor het apparaat zijn goedgekeurd, niet geschikt zijn of van een minder goede kwaliteit zijn.
- niet reglementair gebruik van het product.
- gebruik van het product bij sport- of wedstrijdevenementen.
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover deze
onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgelaten.
STIHL raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Als deze werkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker verantwoordelijk is.
Hiertoe behoren onder andere:
- corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag.
- beschadigingen aan het apparaat door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen.
- beschadigingen door niet tijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die niet in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd.
15. Standaard reserveonderdelen
Maaiimes
6378 702 0100
Mesbout
9008 319 2460
Borgring
0000 702 6600

De bevestigingselementen van het maairnes (mesbout, borgring) moeten bij de vervanging van een mes of bij een mesmontage vernieuwd worden. Vervangingsonderdelen zijn bij de STIHL vakhandelaar verkrijgbaar.
16. Conformiteitsverklaring
16.1 EU-conformiteitsverklaring Grasmaaier STIHL
RM 756.0 GC/GS/YC/YS
STIHL Tirol GmbH
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
- Type: Grasmaaier
- Merk: STIHL
- Type: RM 756.0 GC, RM 756.0 GS, RM 756.0 YC, RM 756.0 YS
– Snijbreedte: 54 - Productiecode: 6378
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2000/14/EC,
2006/42/EC, 2014/30/EU en 2011/65/EU
en overeenkomstig de op de
productiedatum geldende versies van de
volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-2, EN 14982.
Bevoegde instantie:
Voor het bepalen van het gemeten en gewaarborgde geluidsniveau is gehandeld volgens richtlijn 2000/14/EC, bijlage VIII.
– Gemeten geluidsniveau: 97,4 dB(A)
– Gegarandeerd geluidsniveau: 98 dB(A)
De technische documentatie is bewaard bij STIHL Tirol GmbH.
Het bouwjaar en het machinenummer staan op de grasmaaier vermeld.
Langkampfen, 02-01-2021.
STIHL Tirol GmbH
namens

Matthias Fleischer, Hoofd Onderzoek en Ontwikkeling
namens

Sven Zimmermann, Hoofd Kwaliteit
| Serienummer 6378 | |
| Verbrandingsmotor,soort | 4-takt-verbrandingsmo-tor |
| Fabrikant Kawasaki | |
| FJ 180 V KAI | |
| Type | OHV |
| Cilinderinhoud 179 ccm | |
| Behuizingsmateriaal | Magnesiumspuitgietwerk |
| Nominaal vermogenbij nominaal toerental | 2,9 - 2800kW - omw./min. |
| Brandstoftank | 3 l |
| Startsysteem | Trekkoord |
| Snijvoorziening | Mesbalk |
| Snijbreedte | 54 cm |
| Toerental mesbalk | 2800 omw./min. |
| Aandrijving mesbalk | BBC |
| Aandraaimomentmesbout | 60 - 65 Nm |
| Wiel-∅ voor | 207 mm |
| Wiel-∅ achter | 232 mm |
| Capaciteitgrasopvangbox | 80 l |
| Snijhoogte | 25 - 90 mm |
| Aangegeven trillingsemissiewaarde vol-gens EN 12096: | |
| Gemeten waarde a_hw | 2,40 m/sec ^2 |
| Onzekerheid K_hw | 1,20 m/sec ^2 |
| Meting conform EN ISO 5395-2,EN 20643 | |
RM 756.0 GC/RM 756.0 GS/RM 756.0 Y
C/RM 756.0 YS
Conform 2000/14/EC
/ S.I. 2001/1701:
Gegarandeerd
geluidsniveau L WAd 98 dB(A)
Onzekerheid KWA 1 dB(A)
Conform EN ISO
5395-2:
Geluidsdrukniveau
op werkplek L_pA 86 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 dB(A)
L/B/H 176/59/116 cm
RM 756.0 GC
| Wielandrijving | 3 V (3 |
| achterwiel | versnellingen) |
| Gewicht | 60 kg |
RM 756.0 GS
| Wielandrijving | 3 V (3 |
| achterwiel | versnellingen) |
| Gewicht | 60 kg |
RM 756.0 YC
| Wielaandrijving achterwiel | Hydraulische transmissie, traploos |
| Gewicht | 61 kg |
RM 756.0 YS
| Wielaandrijving achterwiel | Hydraulische transmissie, traploos |
| Gewicht | 60 kg |
17.1 REACH
REACH duidt op een EG-verordening inzake het registeren, analyseren en toestaan van chemicaliën.
Voor informatie over het voldoen aan de REACH-verordening (EG) nr. 1907/2006 gaat u naar www.stihl.com/reach
18. Defectopsporing
✗ Neem eventueel contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
Zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Storing:
De verbrandingsmotor start niet
Mogelijke oorzaak:
– Gashendel staat in stand Stop
- Choke is niet geactiveerd
– Geen brandstof in de tank
– Slechte, vervuilde of oude brandstof in de tank
– Er wordt te weinig brandstof aangevoerd
– Bougie vol roet of beschadigd
- Verkeerde afstand elektroden
- Bougiestekker is van de bougie losgetrokken.
- Verbrandingsmotor is na meermaals opstarten "verzopen"
– Luchtfilter is vuil
– Kabel van de gasregeling defect (bijv. geknikt)
Oplossing:
– Gashendel helemaal naar voren in de chokestand of in de stand Start zetten (⇒ 10.1)
– Gashendel in chokestand zetten (⇒ 10.1)
- Brandstof bijvullen (⇒ 7.5)
- Brandstofsysteem en carburator reinigen; altijd verse merkenbrandstof gebruiken 📄, ✗, (⇒ 7.5)
- Brandstofleiding testen 📄, ✕
– Bougie reinigen of vervangen 📄 - Afstand elektroden instellen ✗
- Bougiestekker aansluiten; verbinding tussen bougiekabel en stekker controleren. ✗
- Draai de bougie los en droog deze; zet de gashendel in de stand STOP en start meermaals zonder bougie; schroef de bougie er weer in en steek de bougiestekker vast.
– Luchtfilter reinigen/vervangen 📄
– Kabel gasregeling herstellen ✗
Storing:
Slecht starten of verminderen van het vermogen van de verbrandingsmotor
Mogelijke oorzaak:
– U maait met een te lage snijstand of met een te hoge snelheid
– Er zit water in de brandstoftank en carburator; de carburator is verstopt
- Brandstoftank vervuild
- Luchtfilter vuil
- Bougie vol roet
Oplossing:
– Snijhoogte aanpassen of de maaisnelheid verkleinen
- Brandstoftank leegmaken,
brandstofleiding en carburator reinigen
- Brandstoftank reinigen ✗
- Luchtfilter reinigen/vervangen 📄, ✗
- Bougie reinigen ✗
Storing:
De verbrandingsmotor slaat tijdens het bedrijf af
Mogelijke oorzaak:
- Brandstofkraan gesloten
– Tankventilatieschroef gesloten
– Messenremkoppeling overbelast
- Brandstofkraan openen (⇒ 10.1)
– Tankventilatieschroef openen ( 10.1)
- Maaikanaal reinigen, volle grasopvangbox ledigen ( 9.).
Oplossing:
Storing:
Geen aandrijving bij het indrukken van de beugel van de wielaandrijving
Mogelijke oorzaak:
- Kabel wielaandrijving verkeerd afgesteld
- Kabel van de wielaandrijving defect (bijv. geknikt)
- V-riem versleten
Oplossing:
- Instelling controlleren (⇒ 11.9)
- Kabel vervangen ✗
- V-riem vervangen ✗
Storing:
Verbrandingsmotor wordt zeer heet
Mogelijke oorzaak:
– Te laag oliepeil in de verbrandingsmotor
- Koelvinnen zijn vuil
Oplossing:
- Motorolie bijvullen of indien nodig verversen 📄
- Koelvinnen reinigen (⇒ 11.3)
Storing:
Onzuivere snede, gras wordt geel
Mogelijke oorzaak:
– Maaimes is bot of versleten
- De snelheid vooruit is in verhouding tot de snijhoogte te hoog
- Toerental van de verbrandingsmotor is te laag
– Maaiimes slijpen of vervangen (⇒ 11.6)
– Snelheid vooruit verminderen en/of juiste snijhoogte kiezen (⇒ 9.), (⇒ 7.3)
– Hendel gasregeling in Start-Positie schuiven ( 10.1)
Oplossing:
Storing:
Maaikanaal verstopt
Mogelijke oorzaak:
– Maaimes is versleten
– Maaien van te hoog of te vochtig gras
- Toerental van de verbrandingsmotor is te laag
– Maaimes vervangen (⇒ 11.6)
– Snijhoogte en maaisnelheid aan de te maaien oppervlakte aanpassen ( 9.), ( 7.3)
– Hendel gasregeling in Start-positie schuiven ( 10.1)
Oplossing:
Storing:
Sterke vibraties tijdens gebruik
Mogelijke oorzaak:
– Snijeenheid defect
– Maaimes in onbalans
- Bevestiging van de verbrandingsmotor is los
Oplossing:
- Maaimes, messenas en mesbouten controleren, mesbouten vastschroeven (⇒ 11.7)
– Maaiimes slijpen/vervangen (⇒ 11.8) - Bevestigingsbouten van de verbrandingsmotor aandraaien ✗
Storing:
Bij het plaatsen in de reinigingspositie loopt er benzine uit de tankdop
Mogelijke oorzaak:
- Tankventilatieschroef is te vast dichtgedraaid
Oplossing:
- Tankdop vervangen ✗
19. Onderhoudsschema
19.1 Leveringsbevestiging

text_image
Model: ____ Serienummer: Datum: Volgende onderhoudsbeurt Datum:19.2 Servicebevestiging
Geef deze gebruiksaanwijzing bij onderhoudswerkzaamheden aan uw STIHL vakhandelaar.
Hij geeft in de voorgedrukte velden aan welke servicewerkzaamheden er zijn uitgevoerd.
Service uitgevoerd op
Datum volgende servicebeurt
Service uitgevoerd op
Datum volgende servicebeurt