FT10CN - Verwarming Perel - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FT10CN Perel in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FT10CN Perel
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FT10CN - Perel en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FT10CN van het merk Perel.
GEBRUIKSAANWIJZING FT10CN Perel
Aan alle ingezetenen van de Europese Unie Belangrijke milieu-informatie betreffende dit product Dit symbool op het toestel of de verpakking geeft aan dat, als het na zijn levenscyclus wordt weggeworpen, dit toestel schade kan toebrengen aan het milieu. Gooi dit toestel (en eventuele batterijen) niet bij het gewone huishoudelijke afval; het moet bij een gespecialiseerd bedrijf terechtkomen voor recyclage. U moet dit toestel naar uw verdeler of naar een lokaal recyclagepunt brengen. Respecteer de plaatselijke milieuwetgeving. Hebt u vragen, contacteer dan de plaatselijke autoriteiten betreffende de verwijdering.
Bedankt voor uw aankoop! Lees deze handleiding grondig door voor u het toestel in gebruik neemt. Werd het toestel beschadigd tijdens het transport, installeer het dan niet en raadpleeg uw dealer.
2. Veiligheidsvoorschriften
Lees en begrijp deze handleiding en de veiligheidsinstructies vóór ingebruikname. Installeer dit toestel volgens de plaatselijke geldende voorschriften, deze kunnen van land tot land variëren. Gebruik dit toestel niet in bewoonbare ruimten van residentiële gebouwen. Raadpleeg de lokale wetgeving alvorens het toestel te gebruiken in openbare gebouwen. Dit toestel is niet geschikt voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan of instructie hebben gekregen over het gebruik van het toestel van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd dieren op een veilige afstand van het toestel. Een verkeerd gebruik van dit toestel kan leiden tot letsels of de dood als gevolg van brandwonden, brand, ontploffing, elektrische schokken of vergiftiging. De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op symptomen van de griep: hoofdpijn, duizeligheid en/of misselijkheid. Hebt u deze symptomen, dan is het mogelijk dat het toestel niet correct functioneert. Als u deze symptomen vertoont, zorg dat u onmiddellijk frisse lucht krijgt. Laat het toestel herstellen door een vakman. Alle reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden (bv. vervangen van een beschadigde voedingskabel, herstellen van de brander) moeten worden uitgevoerd door de fabrikant, zijn dienst-na-verkoop of een vakman om gevaar te vermijden, zelfs als het toestel van het lichtnet ontkoppeld is. Velleman nv is niet aansprakelijk voor schade of kwetsuren bij (verkeerd) gebruik van dit toestel.
Gebruik dit toestel enkel met de brandstof, netspanning en frequentie, die op het typeplaatje zijn aangegeven. Het toestel mag alleen worden gebruikt wanneer een goede luchttoevoer kan worden gegarandeerd. Gebruik het toestel alleen in de openlucht of in een goed geventileerde ruimte. Installeer het toestel volgens de geldende nationale voorschriften en normen met betrekking tot brand- en ongevalspreventie. Het toestel heeft voldoende luchttoevoer nodig om correct te functioneren. Het mag alleen gebruikt worden in de openlucht of in een goed geventileerde ruimte. Een goede luchttoevoer is gegarandeerd wanneer het volume van de ruimte met 1 m³ per 100 W- vermogen overeenkomt. Het volume van de ruimte mag niet groter zijn dan 100 m³. Een
arandeerd wanneer het totale volume van de ventilatieo
25 cm² bedraagt voor elk kW thermisch vermogen, voor een minimale oppervlakte van 250 cm². Gebruik het toestel uitsluitend als gasverwarming of ventilator en respecteer de instructies in de gebruikershandleiding. Ruikt u gas, dan is het toestel mogelijk defect of is er een gaslek. Schakel het toestel onmiddellijk uit: draai de drukregelaar dicht, ontkoppel het toestel van het lichtnet en contacteer uw verdeler. De flexibele slang mag niet worden gebogen, gekneld of geforceerd wanneer u het toestel gebruikt of hanteert. Plaats de gasfles op een goed beschermde plaats. Plaats de gasfles achter het toestel en nooit voor de warme luchtuitlaat. Richt het toestel nooit naar de gasfles. Steek nooit objecten in de ventilatieopeningen. Sluit het toestel alleen aan op een geaard stopcontact. Blokkeer nooit, geheel of gedeeltelijk, de luchtinlaat (achterkant) en/of de luchtuitlaat (voorkant). Gebruik geen extra leidingen om de lucht van of naar het toestel te kanaliseren. Houd een veiligheidsafstand van minstens 2 m tot muren en andere voorwerpen. Gebruik het toestel alleen op een hittebestendig oppervlak. Om brandgevaar te voorkomen, plaats het toestel op een vlak, stabiel en hittebestendig oppervlak. Gebruik het toestel niet in ruimten waar explosieve stoffen, gassen, vloeistoffen of andere ontvlambare materialen (stoffen, hout, papier, brandstoffen, enz.) aanwezig zijn. Gebruik een brandwerende bescherming wanneer u het toestel gebruikt in de nabijheid van trappen, gordijnen en andere ontvlambare materialen. Houd een veiligheidsafstand van 2.5 m tussen de warme delen van het toestel en ontvlambare (stoffen, hout, papier, petroleum, enz.) of thermolabiele materialen (met inbegrip van de voedingskabel). Laat onderhoud- en reparatiewerkzaamheden door een bekwame vakman uitvoeren. Ontkoppel het toestel van het lichtnet en van elke gastoevoer als het toestel onbeheerd is en als de veiligheidsvoorschriften niet kunnen worden nageleefd. Als het toestel niet inschakelt of als er storing optreedt bij het inschakelen, ontkoppel het toestel van het lichtnet en van de gasfles. Controleer of de ventilator geblokkeerd is en of er voldoende luchttoevoer is voor u het toestel opnieuw inschakelt. Transporteer, hanteer of reinig nooit een ingeschakeld toestel. Vervang de gasslang enkel door een gelijkaardige slang of een slang die bestand is tegen de gebruikte gasdruk. Respecteer de plaatselijke voorschriften. De gasslang moet 1.5 m lang zijn. Zorg ervoor dat de flexibele slang niet gebogen of geknikt is. Gebruik een gasslang niet om warme lucht te kanaliseren. Wanneer het toestel gedurende een lange tijd niet wordt gebruikt, ontkoppel het toestel van het lichtnet, draai de drukregelaar dicht, ontkoppel de gasslang en draai de gastoevoer dicht. Laat het toestel jaarlijks onderhouden door een bekwame vakman. Gebruik dit toestel niet in kelders of ondergrondse ruimtes. Gebruik dit toestel enkel met de meegeleverde slang en drukregelaar. Indien de slang of de drukregelaar beschadigd is, mag deze enkel vervangen worden door een origineel reserveonderdeel (bestelcode: FT11) te bestellen bij de fabrikant of een erkende verdeler. GEBRUIK DIT TOESTEL NIET OM WOONRUIMTES IN HUIZEN TE VERWARMEN; VOOR GEBRUIK IN OPENBARE GEBOUWEN, RAADPLEEG DE NATIONALE REGELGEVING.
Gebruik het toestel niet in niet-geventileerde ruimten. Onvoldoende ventilatie zal leiden tot een slechte verbranding. Een slechte verbranding kan leiden tot CO-vergiftiging en ernstige letsels of de dood. De symptomen kunnen zijn: hoofdpijn, duizeligheid en ademhalingsproblemen. Blokkeer nooit de luchtinlaat en luchtuitlaat van het toestel.FT10CN/FT15CN/FT30CN
GASGEUR. Om lekken te kunnen detecteren, wordt een geurstof aan gas toegevoegd. Een gaslek wordt daardoor waarneembaar. LP-gassen zijn zwaarder dan lucht en blijven tegen de grond hangen. U kunt de gasgeur dicht bij de vloer waarnemen. Een gasgeur vraagt om onmiddellijke actie.
Doe niets waardoor het brandstofgas zou kunnen ontbranden. Bedien geen elektrische schakelaars. Ontkoppel geen voedings- of verlengkabels. Gebruik geen lucifers of aansteker. Gebruik uw telefoon niet. Evacueer onmiddellijk iedereen uit het gebouw. Sluit alle toevoerkleppen of de hoofdbrandstoftoevoerklep aan de meter als u aardgas gebruikt. Verlaat de zone of het gebouw en bel uw gasleverancier en de brandweer. Blijf weg uit het gebouw of van de zone totdat deze opnieuw veilig is verklaard door de brandweer en de gasleverancier. Laat de gasleverancier en de brandweer een controle uitvoeren.
4. Algemene richtlijnen
Raadpleeg de Velleman
service- en kwaliteitsgarantie achteraan deze handleiding.
5. De gasfles aansluiten en vervangen
Vervang de gasfles enkel in de openlucht, buiten het bereik van open vuur of andere warmtebronnen. Gebruik de volgende onderdelen om de gasfles aan te sluiten: 1 flexibele slang voor vloeibaar gas (meegelev.) 1 drukregelaar voor vloeibaar gas (meegelev.) Aansluiting
1. Sluit de gasfles aan op het toestel zonder te forceren.
2. Monteer de drukregelaar op de gasfles.
3. Controleer of de aansluiting van drukregelaar gasdicht is (volgens de gebruikte gasfles).
4. Draai het ventiel van de gasfles of van de drukregelaar open, als de gasfles geen ventiel
5. Controleer met een zeepoplossing of de aansluiting correct afgedicht is: luchtbellen kunnen
wijzen op een gaslek. Gebruik geen open vlam om op gaslekken te controleren. De aansluitingen kunnen een linkse schroefdraad hebben. Draai daarom in tegenwijzerzin. Controleer of er een klem tussen de drukregelaar en de gasfles aanwezig is. U kunt ook een meerdere gasflessen met elkaar verbinden om een grotere autonomie te verkrijgen. Regel de druk (zie lijst met technische gegevens) met de drukregelaar. Gebruik enkel goedgekeurde gasslangen.
Gebruik gasflessen van 30 kg met een thermisch vermogen van 30 kW. Gebruik grotere gasflessen voor een hoger thermisch vermogen. Gebruik gasflessen met een geschikte capaciteit, om problemen door gedeeltelijke brandstofvergassing te vermijden. De meegeleverde drukregelaar of een gelijkaardig model geeft de correcte druk (zie specificaties) weer. Controleer of de toevoerslang niet beschadigd is. Gebruik alleen geschikte, flexibele slangen. Respecteer altijd de plaatselijke wetgeving. Zorg ervoor dat de flexibele slang niet gebogen of geknikt is.FT10CN/FT15CN/FT30CN
V. 01 – 20/06/2019 16 ©Velleman nv
6. Aansluiting op het net
Voor u het toestel op het lichtnet aansluit, controleer of de netspanning en frequentie overeenstemmen met de specificaties op het typeplaatje. Respecteer altijd de plaatselijke wetgeving wanneer u het toestel op het lichtnet aansluit. Sluit het toestel alleen aan op een geaard stopcontact. Ontkoppel het toestel van het lichtnet voor elk onderhoud of reiniging.
Controleer altijd of het stopcontact geaard is.
7. Het toestel inschakelen
1. Open het gasventiel.
2. Zet de schakelaar op I.
3. Houd de gastoevoerknop ingedrukt. Druk meermaals op de ontstekingsknop.
4. De vlam brandt. Houd de gastoevoerknop gedurende 15 seconden ingedrukt om het
veiligheidsmechanisme te activeren.
5. Laat de gastoevoerknop los. De vlam blijft branden.
Bij stroomuitval schakelt het veiligheidsmechanisme binnen enkele seconden het toestel automatisch uit. Ook bij een gasgebrek schakelt dit mechanisme het toestel uit. In beide gevallen, volg de bovenstaande stappen om het toestel opnieuw in te schakelen.
6. Regel de gastoevoer.
7. Houd de ontstekingsknop niet langdurig ingedrukt. Zoek naar de oorzaak van het probleem
als het toestel niet inschakelt.
8. Het toestel controleren
Controleer de waakvlam. Controleer of de waakvlam blijft branden.
Wees voorzichtig want de lucht die uit het toestel geblazen wordt, kan extreem heet zijn. Blijf op een veilige afstand.
9. Het toestel inschakelen
1. Draai de gasfles dicht.
2. Draai de drukregelaar dicht of ontkoppel van de gasfles.
3. Laat het toestel minstens 60 seconden afkoelen.
4. Schakel het toestel uit door schakelaar in de 'O'-positie te zetten.
5. Ontkoppel van het lichtnet door de stekker uit het stopcontact te trekken.
6. Ontkoppel de flexibele slang van het toestel.FT10CN/FT15CN/FT30CN
V. 01 – 20/06/2019 17 ©Velleman nv
10. Het toestel in de nabijheid van personen of dieren gebruiken
Gebruik het toestel in een goed geventileerde ruimte waar de concentratie schadelijke stoffen niet overschreden wordt. Een goede luchttoevoer is gegarandeerd wanneer het volume van de ruimte (in m³) minstens 30 keer zo groot is als het nominaal vermogen (in kW) van alle ingeschakelde toestellen in die ruimte. Een luchttoevoer door ramen en deuren of andere openingen is gegarandeerd als hun volume (in m³) van minstens 0.003 keer zo groot is als het nominaal vermogen (in kW) van alle ingeschakelde toestellen in die ruimte. Gebruik het toestel niet om stallen of andere dierenverblijven permanent te verwarmen.
11. Gebruik buiten het bereik van personen of dieren
Dit toestel mag enkel worden gebruikt wanneer de nodige luchttoevoer kan worden gegarandeerd. Het nodige luchtvolume is gegarandeerd als het volume van de ruimte (in m³) minstens 10 keer zo groot is als het nominaal thermisch vermogen (in kW) van alle ingeschakelde toestellen in die ruimte. Een normale luchttoevoer moet gegarandeerd zijn door middel van deuren en ramen.
12. Ventilatie tijdens de zomer
Dit toestel kan ook als ventilator gebruikt worden. Om het toestel als ventilator te gebruiken, ontkoppel het van de gasfles en zet de schakelaar op I.
Volg de juiste procedure en ontkoppel het toestel van het lichtnet als het toestel reeds eerder is gebruikt in verwarmingsmodus. Zie hoofdstuk Het toestel uitschakelen.
13. Reiniging en onderhoud voor de gebruiker
Alle reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden (bv. vervangen van een beschadigde voedingskabel, herstellen van de brander) moeten worden uitgevoerd door de fabrikant, zijn dienst-na-verkoop of een vakman om gevaar te vermijden, zelfs als het toestel van het lichtnet ontkoppeld is. Reinig het toestel na elk gebruik en voordat u het toestel opbergt. Controleer regelmatig de brander wanneer het toestel in een stoffige omgeving wordt gebruikt. Controleer de flexibele gasslang en de netaansluiting alvorens het toestel te gebruiken. Contacteer een vakman wanneer u twijfelt over de kwaliteit van de gasslang. Herstel of reinig nooit een ingeschakeld toestel. Ontkoppel het toestel van het lichtnet voor elk onderhoud, herstel of reiniging. Zie hoofdstuk Het toestel uitschakelen. Voor de reiniging van het toestel zijn geen speciale gereedschappen vereist. Controleer altijd of er geen gaslek is in het circuit of bij de aansluitingen, en zorg ervoor dat de gasdruk correct is voor elke reiniging van het toestel. Onderhoud dient minstens 1x per jaar te gebeuren. Laat reparaties uitsluitend uitvoeren door een vakman. Open het toestel nooit zelf! Ontkoppel de gasslang en bewaar het toestel op een droge, propere, stofvrije en veilige plaats buiten het bereik van kinderen. Sluit steeds eerst de afsluiter van de gasfles wanneer het toestel niet gebruikt wordt. Te gebruiken met cilinders van ong. Ø 30 cm, H 55 cm. Gebruik enkel een gasslang conform EN 16436-1:2014+A1 klasse 2 met een diameter van min.
6.3 mm en een aanbevolen lengte van 1.5 m.
Gebruik dit toestel uitsluitend met een regulator conform EN 16129 (G31:700 mbar).FT10CN/FT15CN/FT30CN
V. 01 – 20/06/2019 18 ©Velleman nv
Problemen en oplossingen probleem mogelijke oorzaak mogelijke oplossing De ventilator werkt niet. Geen spanning. Controleer of het toestel is aangesloten op het lichtnet en de verliesstroomschakelaar of zekering in orde is. De ventilator is geblokkeerd. Neem contact op met een technicus. Defecte voedingskabel of schakelaar. Neem contact op met een technicus. De piëzo-ontsteking functioneert niet. De elektrode in verkeerde positie (afstand tot de brander is te groot of te klein). Neem contact op met een technicus. Geen gas op de brander. Het gasventiel is dicht. Open het gasventiel. De gasfles is leeg. Vervang de gasfles zoals beschreven in De gasfles aansluiten en vervangen.
gasaansluitingen/verbindingen zijn niet goed afgesloten. Sluit onmiddellijk de gastoevoer en neem contact op met een technicus. Er ontsnapt gas en/of er is een gasgeur waarneembaar.
gasaansluitingen/verbindingen zijn niet goed afgesloten. Sluit onmiddellijk de gastoevoer en neem contact op met een technicus. De brander springt aan maar gaat weer uit bij het loslaten van de gasventielknop. Het thermo-element werd niet genoeg opgewarmd of is defect. Herhaal de ontsteking en houd de gasventielknop minstens 30 seconden ingedrukt na het aansteken. Contacteer een technicus bij blijvende problemen. Er komt teveel gas binnen, te grote vlam. De drukregelaar is defect. Vervang de drukregelaar. De brander valt uit. Onvoldoende luchttoevoer. Controleer of de ventilator perfect werkt. Zorg voor een optimale luchtcirculatie door eventuele voorwerpen voor de aanzuigkant of luchtuitlaat te verwijderen. Respecteer de voorgeschreven veiligheidsafstanden: - Luchtinlaat > 2.5 m - Luchtuitlaat > 3.5 m - Zijkant > 2 m - Bovenkant > 2 m Het toestel is oververhit. Laat het toestel 5 minuten afkoelen voor u het inschakelt. Contacteer een technicus bij blijvende problemen. Onvoldoende gastoevoer (de gasfles is bijna leeg). De gasfles aansluiten en vervangen.FT10CN/FT15CN/FT30CN
V. 01 – 20/06/2019 19 ©Velleman nv
14. Onderhoudsinstructies voor de technicus
Alle reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan gevaarlijke onderdelen moeten worden uitgevoerd door de fabrikant, zijn dienst-na-verkoop of een vakman om gevaar te vermijden, zelfs als het toestel van het lichtnet ontkoppeld is. Waarschuwing - Gebruik alleen originele reserveonderdelen die speciaal voor dit toestel zijn ontworpen. Gebruik geen generieke componenten. Ongeschikte reserveonderdelen kunnen ernstige of dodelijke letsels veroorzaken. Het gebruik van originele reserveonderdelen valt onder de garantie. De technicus moet deze handleiding lezen alvorens reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan dit verwarmingstoestel uit te voeren. Contacteer de fabrikant voor meer technische ondersteuning, informatie over reserveonderdelen of andere informatie over dit verwarmingstoestel. Gebruik dit verwarmingstoestel nooit op een niet-geoorloofde manier. Voor het onderhoud, de vervanging en de reiniging van de onderdelen zijn geen speciale gereedschappen vereist. Controleer altijd of er geen gaslek is in het circuit of bij de aansluitingen, en zorg ervoor dat de gasdruk correct is voor elke vervanging of reparatie. Controleer de goede werking van het toestel zoals hieronder beschreven. Hiervoor hebt u een gaslekdetector en een gaslekspray nodig. Stap 1 - Sluit de gaslekdetector aan op de gasmeter. Sluit een op nul afgestelde gaslekdetector aan op het testpunt van uw gasmeter. Stap 2 - Open de gaskraan. Open de gaskraan van de meter tot een druk van ongeveer 10 mbar. Sluit vervolgens de kraan. Stap 3 - Controleer de gaslekdetector. Controleer de gaslekdetector na 1 minuut. Het water in de buis mag niet zichtbaar bewegen. Stijgt de druk, dan houdt de gasklep het gas niet volledig tegen en lekt deze. U moet de gasklep verder nakijken. Spuit wat gaslekspray op de gasklep om na te gaan of deze lekt. Bij een lek vormen er zich belletjes rondom de klep. Bij een lek moet de klep gerepareerd of vervangen worden door een erkend gastechnicus. Stap 4 - Verhoog de druk. Is er geen lek, draai de kraan dan zachtjes open en verhoog de druk tot 20 mbar. Sluit vervolgens de kraan. Stap 5 - Wacht gedurende een minuut. Laat de temperatuur gedurende een minuut stabiliseren. Tijdens deze periode zet het gas uit of krimpt het, en past het zicht aan de temperatuur binnenin de leiding aan. Na een minuut kunt u de eventueel gedaalde druk terug naar 20 mbar aanpassen. Stap 6 - Controleer de gaslekdetector. Controleer de gaslekdetector gedurende twee minuten. De gasdruk mag nu niet meer dalen. Bij een daling, sluit de afsluitkraan op de meter om te zien of de meter niet lekt en de daling te wijten is aan het aangesloten gastoestel. De druk in de leiding mag niet dalen indien de afsluitkraan is dichtgedraaid. Stap 7 - Verwijder de gaslekdetector en verzegel het testpunt. Bij een veilige test, verwijder de gaslekdetector en verzegel het testpunt op de gasmeter. Open de kraan en spuit wat gaslekspray op het testpunt en alle gasleidingen naar de gasklep als extra controle op gaslekken. Laat een ingeschakeld toestel nooit onbeheerd achter. Problemen en oplossingen probleem mogelijke oorzaak mogelijke oplossing De piëzo-ontsteking functioneert niet. De piëzo-ontsteking en/of elektrode is defect. Controleer de piëzo- ontsteking en de elektroden en vervang het defecte onderdeel indien nodig. Geen of losse verbinding tussen elektrode en piëzo- ontsteking. Controleer de verbinding en repareer deze indien nodig.FT10CN/FT15CN/FT30CN
V. 01 – 20/06/2019 20 ©Velleman nv
Geen gas Het mondstuk is verstopt. Reinig het mondstuk voorzichtig met druklucht. Gebruik in geen geval een naald of een gelijkaardig puntig voorwerp. Het magneetventiel is defect. Vervang het magneetventiel. De brander springt aan maar gaat weer uit bij het loslaten van de gasventielknop. De thermoschakelaar of het thermo-element is defect. Controleer de thermo- schakelaar en het thermo- element en vervang het defecte onderdeel indien nodig. reserveonderdelen Raadpleeg de afbeeldingen op pagina 2 en 3 van deze handleiding. FT10C + FT15C FT30C No. Omschrijving # No. Omschrijving # 1 rooster 1 1 rooster 1 2 mantel 1 2 mantel 1 3 handgreep 1 3 handgreep 1 4 aansluiting aarding 1 4 binnenste mantel 1 5 binnenste mantel 1 5 beugel binnenste mantel 4 6 beugel binnenste mantel 4 6 aansluiting aarding 1 7 brander 1 7 brander 1 8 thermoschakelaar 1 8 thermo-element 1 9 thermo-element 1 9 thermoschakelaar 1 10 ventilator 1 10 ontstekingsnaald 1 11 motor 1 11 ventilator 1 12 aanzuigrooster 1 12 motor 1 13 bevestigingsplaat klep 1 13 aanzuigrooster 1 14 voedingskabel 1 14 ontbrandingsplaatje 2 15 kabelbinder 1 15 beugel mondstuk 1 16 regelaar 1 16 condensator 1 17 beveiligingskap ingangsaansluiting 1 17 magneetklep 1 18 voet 1 17-1 gasuitlaatklep 1 19 klepfilter 1 17-2 magneetklep 1 20 schakelaar 1 17-3 gasleiding 1 21 dubbele ontsteker 1 17-4 gasmondstuk 1 22 waterdichte afdekkap 1 18 voedingskabel 1 23 magneetklep 1 19 voet 1 23-1 gasuitlaatklep 1 20 beveiligingskap ingangsaansluiting 1 23-2 magneetklep 1 21 kabelbinder 1 23-3 gasleiding 1 22 schakelaar 1 23-4 gasmondstuk 1 23 dubbele ontsteker 1 24 waterdichte beschermkap 1 24 waterdichte afdekkap 1 25 beugel mondstuk 1 25 waterdichte beschermkap 1 26 ontstekingsnaald 1 26 regelaar 1 27 condensator 1FT10CN/FT15CN/FT30CN
Product Draagbare, direct gasgestookte luchtverwarmer met gedwongen convectie (A3) Handelsmerk Perel Model FT10CN Toestelcategorie I
Type gas G31 (propaan) Land van bestemming BE, FR, GB, IE, NL Toevoerdruk (mbar) 700 Nominale belasting (kW) 10 Gasverbruik (kg/u) 0,73 Elektrische ingang 220-240 V~, 50 Hz, 304 mA, 70 W IP-norm IPX4 Classificatie temperatuur luchttoevoer Toestellen voor ruimteverwarming
Product Draagbare, direct gasgestookte luchtverwarmer met gedwongen convectie (A3) Handelsmerk Perel Model FT15CN Toestelcategorie I
Type gas G31 (propaan) Land van bestemming BE, FR, GB, IE, NL Toevoerdruk (mbar) 700 Nominale belasting (kW) 15 Gasverbruik (kg/u) 1,09 Elektrische ingang 220-240 V~, 50 Hz, 304 mA, 70 W IP-norm IPX4 Classificatie temperatuur luchttoevoer Toestellen voor ruimteverwarming
Product Draagbare, direct gasgestookte luchtverwarmer met gedwongen convectie (A3) Handelsmerk Perel Model FT30CN Toestelcategorie I
Type gas G31 (propaan) Land van bestemming BE, FR, GB, IE, NL Toevoerdruk (mbar) 700 Nominale belasting (kW) 30 Gasverbruik (kg/u) 2,18 Elektrische ingang 220-240 V~, 50 Hz, 304 mA, 70 W IP-norm IPX4 Classificatie temperatuur luchttoevoer Toestellen voor ruimteverwarming
Gebruik dit toestel enkel met originele accessoires. Velleman nv is niet aansprakelijk voor schade of kwetsuren bij (verkeerd) gebruik van dit toestel. Voor meer informatie over dit product en de laatste versie van deze handleiding, zie www.perel.eu. De informatie in deze handleiding kan te allen tijde worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. © AUTEURSRECHT Velleman nv heeft het auteursrecht voor deze handleiding. Alle wereldwijde rechten voorbehouden. Het is niet toegestaan om deze handleiding of gedeelten ervan over te nemen, te kopiëren, te vertalen, te bewerken en op te slaan op een elektronisch medium zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.FT10CN/FT15CN/FT30CN
Velleman® service- en kwaliteitsgarantie Velleman® heeft sinds zijn oprichting in 1972 een ruime ervaring opgebouwd in de elektronicawereld en verdeelt op dit moment producten in meer dan 85 landen. Al onze producten beantwoorden aan strikte kwaliteitseisen en aan de wettelijke bepalingen geldig in de EU. Om de kwaliteit te waarborgen, ondergaan onze producten op regelmatige tijdstippen een extra kwaliteitscontrole, zowel door onze eigen kwaliteitsafdeling als door externe gespecialiseerde organisaties. Mocht er ondanks deze voorzorgen toch een probleem optreden, dan kunt u steeds een beroep doen op onze waarborg (zie waarborgvoorwaarden). Algemene waarborgvoorwaarden consumentengoederen (voor Europese Unie):
- Op alle consumentengoederen geldt een garantieperiode van 24 maanden op productie- en materiaalfouten en dit vanaf de oorspronkelijke aankoopdatum.
- Indien de klacht gegrond is en een gratis reparatie of vervanging van een artikel onmogelijk is of indien de kosten hiervoor buiten verhouding zijn, kan Velleman® beslissen het desbetreffende artikel te vervangen door een gelijkwaardig artikel of de aankoopsom van het artikel gedeeltelijk of volledig terug te betalen. In dat geval krijgt u een vervangend product of terugbetaling ter waarde van 100% van de aankoopsom bij ontdekking van een gebrek tot één jaar na aankoop en levering, of een vervangend product tegen 50% van de kostprijs of terugbetaling van 50 % bij ontdekking na één jaar tot 2 jaar.
- Valt niet onder waarborg: - alle rechtstreekse of onrechtstreekse schade na de levering veroorzaakt aan het toestel (bv. door oxidatie, schokken, val, stof, vuil, vocht...), en door het toestel, alsook zijn inhoud (bv. verlies van data), vergoeding voor eventuele winstderving. - verbruiksgoederen, onderdelen of hulpstukken die onderhevig zijn aan veroudering door normaal gebruik zoals bv. batterijen (zowel oplaadbare als niet-oplaadbare, ingebouwd of vervangbaar), lampen, rubberen onderdelen, aandrijfriemen... (onbeperkte lijst). - defecten ten gevolge van brand, waterschade, bliksem, ongevallen, natuurrampen, enz. - defecten veroorzaakt door opzet, nalatigheid of door een onoordeelkundige behandeling, slecht onderhoud of abnormaal gebruik of gebruik van het toestel strijdig met de voorschriften van de fabrikant. - schade ten gevolge van een commercieel, professioneel of collectief gebruik van het apparaat (bij professioneel gebruik wordt de garantieperiode herleid tot 6 maand). - schade veroorzaakt door onvoldoende bescherming bij transport van het apparaat. - alle schade door wijzigingen, reparaties of modificaties uitgevoerd door derden zonder toestemming van Velleman®.
- Toestellen dienen ter reparatie aangeboden te worden bij uw Velleman®-verdeler. Het toestel dient vergezeld te zijn van het oorspronkelijke aankoopbewijs. Zorg voor een degelijke verpakking (bij voorkeur de originele verpakking) en voeg een duidelijke foutomschrijving bij.
- Tip: alvorens het toestel voor reparatie aan te bieden, kijk nog eens na of er geen voor de hand liggende reden is waarom het toestel niet naar behoren werkt (zie handleiding). Op deze wijze kunt u kosten en tijd besparen. Denk eraan dat er ook voor niet-defecte toestellen een kost voor controle aangerekend kan worden.
- Bij reparaties buiten de waarborgperiode zullen transportkosten aangerekend worden.
- Elke commerciële garantie laat deze rechten onverminderd. Bovenstaande opsomming kan eventueel aangepast worden naargelang de aard van het product (zie handleiding van het betreffende product).
SimpelGids