HPS11530 - Draagbare batterij VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HPS11530 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Draagbare batterij in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HPS11530 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HPS11530 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING HPS11530 VOLTCRAFT
Beste klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product is voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Om deze status te handhaven en een veilige werking te garanderen, dient u als eindgebruiker deze gebruiksaanwij- zing in acht te nemen! Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wijst op een risico voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok. Dit symbool met het uitroepteken in een driehoek wordt gebruikt om belangrijke informatie in deze ge- bruiksaanwijzing te onderstrepen. Lees deze informatie altijd aandachtig door. Het pijl-symbool duidt op speciale informatie en advies voor het gebruik. Alleen voor binnenshuis gebruik in droge ruimtes. Dit product is CE-getest en voldoet aan de vereiste Europese richtlijnen. Aardingsdraadverbinding; deze schroef mag niet los worden gedraaid.73
De labtransformator dient als potentiaalvrije gelijkspanningsbron om laagspanningsverbruikers te gebruiken. De in- stelbare uitgang kan worden getapt met maximaal 5 A aan de voorkant en tot de volledige nominale stroom aan de achterkant. De vooruitgang is beperkt tot 5 A en beschermd tegen overbelasting. Bij het in serie schakelen van de uit- gangen van meerdere voedingen kunnen spanningen van >75 V/DC ontstaan, die gevaarlijk zijn wanneer aangeraakt. Daarom moeten uit veiligheidsoverwegingen bij hogere spanningen geïsoleerde kabels/meetkabels worden gebruikt. De aansluiting aan de voorkant gebeurt met 4 mm veiligheidsbussen en aan de achterkant met hoogstroom-bus- schroefconnectoren. De uitgangen (voor- en achterkant) zijn met elkaar verbonden. De aansluitkabels moeten groot genoeg zijn. Als de geleidersectie te klein is, kan dit leiden tot oververhit- ting en brand. De uitvoergegevens van de laboratoriummeetapparatuur zijn als volgt: Type Uitgangsspanning Uitgangsstroom
De stroom en spanning kunnen continu worden ingesteld via digitale draaiknoppen met behulp van grove en jne instellingen, zodat de waarden snel en nauwkeurige kunnen worden ingesteld. De waarden worden weergegeven op de gestructureerde LC-display. Een vermogenslimiet voor constant voedingsgebruik kan vooraf worden ingesteld zonder een kortsluitbalk. De transformator kan op afstand worden bediend. Een externe spanning (0 - 5 V/DC) of externe potentiometer (5 kOhm) kan worden gebruikt om de uitgangsspanning en uitgangsstroom in te stellen. De DC-uitgang wordt in- en uitgeschakeld via een schakelcontact. Model HPS-11560 is bovendien voorzien van een afstandssensorfunctie (SENSE). Op deze manier kan de span- ningsval bij hoge laststromen worden gecompenseerd. De uitgangsspanning van de elektrische verbruiker blijft abso- luut stabiel en onafhankelijk van de belasting. Drie vrij programmeerbare geheugenplekken kunnen worden toegewezen aan verschillende vaste spanningen en stroomlimieten. De keuzeschakelaar zit op de achterzijde van het apparaat. Het apparaat is beschermd tegen overbelasting en kortsluiten en is voorzien van een veiligheidsonderbreking in het geval van overtemperatuur. De labtransformator is ontworpen in overeenstemming met beschermingsklasse 1. Het is alleen goedgekeurd voor aansluiting op schokvrije stopcontacten en een wisselstroom van 230 V/AC, veelal gebruikt in huishoudens. Het stopcontact moet zich dicht in de buurt van het apparaat bevinden en eenvoudig te bereiken zijn, anders moet er een noodstop worden gemonteerd. Gebruik onder ongunstige omstandigheden is niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zijn: - vocht of hoge luchtvochtigheid - stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen - Onweer of dergelijke omstandigheden zoals krachtige elektrostatische velden, enz.74 Dit product is alleen bedoeld voor gebruik binnenshuis. Gebruik het niet buitenshuis. Contact met vocht, bijv. in de badkamer, moet absoluut worden vermeden. Om veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niets aan dit product veranderen. Als het product voor andere doel- einden wordt gebruikt dan hierboven beschreven, kan het worden beschadigd. Bovendien kan onjuist gebruik resulte- ren in kortsluiting, brand, elektrische schokken of andere gevaren. Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze op een veilige plek. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden worden doorgegeven. Alle bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
- Kabel met aardingscontact
- Gebruiksaanwijzing 1Meest recente gebruiksaanwijzing Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afge- beelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.
5. Eigenschappen en functies
- Deze labtransformator werkt met hoogontwikkelde combinatieschakelingstechnologie en actieve PFC (powerfac- tor-correctie). Dit garandeert een stabiele uitgangsspanning en een hoge mate van effectiviteit. De DC-uitgangen zijn geïsoleerd en voorzien van een beschermende isolatie tegen de netspanning. Voor de secundaire DC-aanslui- ting zitten er twee gekleurde veiligheidscontacten aan de voorkant max. 5A) en twee hoogbelaste schroefklemmen aan de achterkant (volledig nominaal stroombereik).
- De gestructureerde display toont de spanning en stroom (V = Volt = elektrische spanningseenheid, A = Ampère = elektrische stroomeenheid) en de statusweergave in het geval van verstoringen in het apparaat.
- Het apparaat is voorzien van verschillende ingebouwde beschermingsmechanismen, zoals overbelastingsbeveili- ging, stroombegrenzing, oververhittingsbeveiliging, enz. voor een veilige en betrouwbare werking.
- De transformator wordt gekoeld door een temperatuurgestuurde ventilator. Zorg daarom voor voldoende lucht- circulatie.
- De uitgangsspanning en uitgangsstroom van de transformator zijn oneindig instelbaar.75
6. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. In- dien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaan- wijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemene informatie
- Dit apparaat is geen speelgoed. Houd het buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, brandbare gassen, stoom en oplosmiddelen.
- Stel het product niet aan mechanische spanning bloot.
- Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende een langere periode onder slechte omstandigheden is opgeslagen of - onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs een val van geringe hoogte kunnen het pro- duct beschadigen.
- Op industrieterreinen moeten de voorschriften ter voorkoming van ongevallen van de industriële arbei- dersvereniging voor elektrische apparatuur en voorzieningen worden gevolgd. Transformators gebruikt in scholen, trainingsfaciliteiten, hobby- en DIY-werkplaatsen dienen alleen te worden gehanteerd wan- neer onder toezicht van getraind, verantwoordelijk personeel.
- Zorg ervoor dat uw handen, uw schoenen, uw kleding, de vloer en alle schakelaars en de transformator droog zijn.
- Onder spanning staande onderdelen kunnen worden blootgesteld als afdekkingen worden geopend of onderdelen worden verwijderd, tenzij dit met de hand kan worden gedaan.
- Koppel het apparaat los van alle spanningsbronnen voordat u deze opent.
- Condensatoren in het apparaat kunnen nog steeds zijn opgeladen, zelfs als het apparaat is losgekop- peld van alle spanningsbronnen.
- Schakel de labtransformator niet onmiddellijk in nadat deze van een koude naar een warme omgeving is gebracht. In ongunstige omstandigheden kan de resulterende condensatie het apparaat vernietigen. Laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen voordat u deze inschakelt.
- De plug-in transformator genereert hitte tijdens gebruik; zorg ervoor dat deze goed wordt geventileerd. Dek nooit de ventilatieopeningen af van het apparaat af!
- Stel het apparaat nooit bloot aan direct zonlicht. Houd het apparaat uit de buurt van hittebronnen. Het apparaat kan anders oververhit raken.76
- Laat transformators en aangesloten elektrische verbruikers niet onbeheerd achter wanneer werkzaam.
- Plaats geen met vloeistof gevulde containers, zoals een vaas of plantenpot, op of naast de transforma- tor. Als deze omvallen, kan het apparaat onherstelbaar worden beschadigd en bestaat er een groot risico op brand. Bij het werken met transformators is het dragen van metalen of geleidende sieraden, zoals kettingen, armbanden, ringen, enz. verboden.
- De transformator is niet ontworpen voor bevestiging aan mensen of dieren.
- Raadpleeg een expert als u vragen hebt over gebruik, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
- Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een technicus of een daartoe bevoegd servicecentrum.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing worden beantwoord, kunt u contact opne- men met onze technische dienst of ander technisch personeel. b) Aangesloten apparaten
- Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aan- gesloten in acht.77
7. Bedieningselementen
1 Aan-/uitschakelaar om het apparaat in te schakelen (I=AAN =/0=UIT) 2 Spanningsweergave “V” 3 Stroomweergave “A” 4 Statusweergave uitgang “C.V.“ (constante spanningsmodus) 5 Statusweergave uitgang “C.C.“ (stroombegrenzer/constante stroommodus) 6 Statusweergave “REAR CONTROL” toont actieve afstandsbediening of vaste spanningsmodus 7 Spanningsregeling (met toetsfunctie voor grove / jne afstelling) 8 Regeling van stroombegrenzer (met toetsfunctie voor grove / jne afstelling) 9 Aansluiting minpool (max. 5 A!) 10 Aansluiting pluspool (max. 5A!) 11 Hoogbelaste aansluiting pluspool (schroefklem met contactfunctie)78 12 Hoogbelaste aansluiting minpool (schroefklem met contactfunctie) 13 Schuifschakelaar voor het selecteren van de 4 bedrijfsmodi “MODE” 14 Aansluiting afstandssensor “SENSE” (alleen HPS-11560) 15 Schuifschakelaar voor het selecteren van de vrij instelbare vaste spanningsplekken “RECALL” 16 Verbinding afstandsbediening “Remote Control” 17 Temperatuurgestuurde interne ventilator Niet afdekken! 18 Geaarde laagvermogensaansluiting voor netvoedingskabel 19 Zekeringhouder voor de netzekering79
Deze labtransformator is geen lader. Gebruik geschikte laders met een laadstroomonderbreking om accu’s op te laden. De oppervlakte van de behuizing zal opwarmen wanneer lang in gebruik onder nominale belasting. Opge- let! Kans op brandwonden! Zorg daarom voor voldoende ventilatie voor de transformator en gebruik deze nooit gedeeltelijk of volledig afgedekt om schade te voorkomen. Bij het aansluiten van een elektrische verbruiker, dient u ervoor te zorgen dat u deze niet aansluit terwijl in- geschakeld. Een ingeschakelde elektrische verbruiker kan vonken genereren wanneer aangesloten op de uitgangen van de transformator, waardoor de aansluitingen of de aangesloten kabels en/of hun klemmen vervolgens beschadigd kunnen raken. Als u de transformator niet nodig hebt, schakel deze dan uit en koppel hem los van de netvoeding. De displays blijven enkele seconden branden na het uitschakelen om de interne condensatoren te ontlasten en de laatst ingestelde parameters op te slaan. Zorg altijd voor voldoende kabeldoorsnede voor de DC-aansluitkabels, aangezien overbelasting brand in de kabel kan veroorzaken. a) De voedingskabel aansluiten
1. Sluit de meegeleverde aardingskabel aan op de installatiepoort (18) voor laagspanningsapparatuur op de trans-
formator. Zorg voor een stevige aansluiting.
2. Sluit de voedingskabel aan op een schokvrij stopcontact met beschermende aarding. De maximale lengte van de
voedingskabel naar het stopcontact mag geen 3 m overschrijden. b) Het apparaat installeren Plaats de labtransformator op een stabiel, vlak en stevig oppervlak. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen in de behuizing niet worden afgedekt. c) Algemene informatie De labtransformator wordt gestuurd door een microprocessor en bediend via twee digitale bedieningen (incrementele encoders zonder eindpositie) met sensorfunctie. Hierdoor is een jne grove bediening mogelijk. Er wordt een systeemcontrole uitgevoerd nadat u het apparaat inschakelt. De teststatus wordt weergegeven op de twee displays. De weergaven verschijnen in deze volgorde: Weergave van de huidige softwarestatus.80 Een segmenttest om te bepalen of alle individuele segmenten van de display werken. Vervolgens worden de LED-displays “C.V.”, “C.C.” en “REAR CONTROL” getest. Een systeemtest van de beveiligingen begint daarna. De overspanningsbeveiliging wordt getest. De overbelastingsbeveiliging wordt getest. De overtemperatuurbeveiliging wordt getest. Ventilatortest Het snelheidsbereik van de ventilator wordt kort getest. De ventilatorsnelheid zal eventjes hoorbaar verhogen De afstandsbedieningsfunctie voor “uitgang uit” wordt getest. Het apparaat schakelt na deze stap op de normale gebruiks- weergavemodus. De transformator kan in 4 modi worden gebruikt. Deze modi worden geselecteerd met de schuifschakelaar “MODE” (13) op de achterzijde. De volgende modi zijn beschikbaar: Normal Normale werking. Spanning en stroom worden ingesteld op de voorzijde. Preset Geheugenwerking Er kunnen drie vaste spanningen in het apparaat worden opgeslagen en direct worden geselecteerd via deze “Vooraf ingesteld”-functie. De geheugenplekken worden geselec- teerd met de schuifschakelaar “RECALL” (15). De bedieningen op de voorzijde zijn inactief. Remote Ctrl Werking via afstandsbediening De transformator kan op afstand worden bediend via een externe spanning of externe potentiometer. De afstandsinstellingen kunnen worden uitgevoerd voor zowel spanning als stroom. De bedieningen op de voorzijde zijn inactief.81 Set Werking via instellingen. De drie geheugenplekken kunnen vrij vooraf worden geprogrammeerd. Selecteer de geheugenplek met de schuifschakelaar “RECALL” (15) en voer de instellingen uit met de bedieningen (7, 8). De afzonderlijke gebruiksmodi staan hieronder met meer details beschreven. d) Toegevoegde functies De transformator wordt automatisch gereset telkens wanneer u deze inschakelt. In het geval dat u het apparaat tijdens gebruik wilt resetten en niet wilt herstarten, voer dan een handmatige reset uit.
1. Houd de bedieningsknop VOLTAGE ongeveer 30 seconden ingedrukt om de MENU-modus te openen. “CCO” en
“no” worden weergegeven.
2. Draai de bedieningsknop CURRENT totdat “CCO” en “YES” worden weergegeven.
3. Druk eenmaal op de bedieningsknop CURRENT om het apparaat te resetten. “YES” zal op de display verschijnen
om een geslaagde reset te bevestigen.
4. Druk op de bedieningsknop VOLTAGE om de MENU-modus te verlaten.
e) Normale werking De transformator kan tijdens de normale werking worden bediend via de bedieningen op de voorkant.
1. Zorg ervoor dat de schuifschakelaar “MODE” op de stand “Normal” staat.
2. Koppel aangesloten elektrische verbruikers los van de uitgang (9 en 10 of 11 en 12).
3. Gebruik de aan-/uitschakelaar (1) om de transformator in te stellen. De display (2 en 3) zal
oplichten en na een korte zelftest verschijnen de stroom- en spanningsweergaven. Stel de stroomlimiet in voordat u spanningswaarden instelt. als de stroomwaarde te hoog is, dan kunnen uw aansluitkabels beschadigd raken; als het te laag is (<1 A), dan kan de uitgangs- spanning worden beperkt.82 1De stroomlimiet instellen Het beperken van de uitgangsstroom is een beveiligingsmechanisme ter bescherming van de elektrische verbruiker of aansluitkabels. De stroomlimiet kan vooraf worden ingesteld bij de uitgang zonder enige kortsluiting. De transformator verstrekt vervolgens de maximaal ingestelde stroom.
1. Koppel alle aangesloten elektrische verbruikers los van de transformator.
2. Gebruik de aan-/uitschakelaar (1) om de transformator in te stellen. De display (2 en 3) zal oplichten en na een
korte zelftest verschijnen de stroom- en spanningsweergaven.
3. Stel de stroomlimiet in via de bediening “CURRENT” volgens uw specieke toepassing.
4. Draai de bedieningsknop en een stroomlimietwaarde verschijnt.
Als er binnen 3 seconden geen instelling wordt gemaakt, zal de display terug naar de stroomweergave schakelen.
5. Draai de bedieningsknop naar links of rechts om de stroomlimiet in te stellen. Na het inschakelen blijft de sectie
met de jne instellingen (0,1 A) altijd actief. Dit wordt aangegeven door een ietwat lichter cijfer. Druk lichtjes op de draaiknop vanaf de voorkant. Telkens wanneer u op de knop drukt, verandert de decimale positie (.0 of 0.1) van het instelbereik. Draaien verandert de waarde. De instellingen kunnen grof (gehele getallen) of jn (per tienden) worden gemaakt. Wanneer de gewenste stroomwaarde is ingesteld, schakelt de display na 3 seconden terug op de normale weergave. Als de vooraf ingestelde stroom tijdens de normale werking wordt bereikt, schakelt de transformator op de stroomlimietmodus en wordt de spanningswaarde verlaagd. Deze werking wordt aangegeven door de rode statusweergave “C.C.“ (5). 2Uitgangsspanning instellen De uitgangsspanning kan worden ingesteld via de bediening “VOLTAGE” (7). De grove en jne instelling wordt op dezelfde wijze ingesteld als het instellen van de stroomlimiet. Het is met het grote instelbereik mogelijk dat de spanningsinstelling ongeveer 1 - 2 seconden in beslag neemt wanneer u van een hoge naar een lage spanningswaarde wisselt. In de normale modus werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. Dit betekent dat de transforma- tor een constante, vooraf ingestelde uitgangsspanning verstrekt. Deze werking wordt aangegeven door de groene statusweergave “CV“ (4). 3Een belasting aansluiten Wanneer u een elektrische verbruiker aansluit, dient u ervoor te zorgen deze uitgeschakeld op de trans- formator aan te sluiten. Het maximale stroomverbruik van het aan te sluiten apparaat mag de capaciteit vermeld in de technische specicaties niet overschrijden. Voor een aansluiting in serie van de uitgangen met meerdere voedingen, kan de resulterende spanning bij contact fataal zijn (>70 V/DC). U mag vanaf deze spanningswaarde alleen geïsoleerde accessoires gebruiken. Gebruik geen niet-geïsoleerde metalen kabels en contacten. Al deze blootgestelde gebieden moeten worden afgedekt met geschikt, vlambestendig isolatiemateriaal of door andere maatregelen en worden beschermd tegen direct contact en kortsluiting. Zorg voor een kabeldiameter die groot genoeg is voor de beoogde stroom.83 De transformator heeft twee uitgangen. Deze uitgangen hebben altijd dezelfde uitgangsspanning. Het verschil ligt echter in de stroomvoercapaciteit. Bij de vooraansluitingen (9 en 10) kan slechts een stroom van max. 5 A worden getapt. Er is een geauto- matiseerde stroomlimiet geïntegreerd. De schroefaansluitingen op de achterkant zijn bestemd voor volledig nominale stroom. Vanaf een uitgangsstroom van 20 A, raden wij de schroefklemfunctie van de achteraansluitingen aan om oververhitting van de stekkeraansluitingen te voorkomen.
1. Koppel alle aangesloten elektrische verbruikers los van de uitgang.
2. Gebruik de aan-/uitschakelaar (1) om de transformator in te stellen. De gebruiksweergave (2/3) zal oplichten en
de stroom- en spanningsweergaven verschijnen op de display.
3. Stel de parameters in volgens uw specicaties zoals beschreven in het hoofdstuk “Starten”.
4. Controleer nogmaals of de juiste uitgangsspanning is ingesteld.
5. Sluit de pluspool (+) van de elektrische verbruiker aan op de rode aansluiting “+” en de minpool (-) van de elektri-
sche verbruiker op de blauwe aansluiting “-” van de betreffende uitgang (voorkant = “AUX. OUTPUT”, achterkant = “MAIN OUTPUT”).
6. U kunt de aangesloten elektrische verbruiker nu inschakelen.
Het stroomverbruik van de aangesloten elektrische verbruiker wordt op de display (3) weergegeven in Ampère (A). f) Geheugenwerking “Vooraf ingesteld” en “Instellen” U kunt met de “Instellen”-functie drie vaste spanning, inclusief stroominstellingen, in het apparaat opslaan en deze direct selecteren via de “Vooraf ingesteld”-functie. Alle drie geheugenplekken (P1, P2, P3) zijn vooraf in de fabriek ingesteld. Deze worden als volgt toegewezen: Geheugen Type P1 P1 P1 Spanning Stroom Spanning Stroom Spanning Stroom HPS-11530 5 V Maximum 13,8 V Maximum 15 V Maximum HPS-11560 15 V HPS-13015 25 V HPS-13030 25 V HPS-16015 55 V84 Zorg ervoor dat er geen elektrische verbruikers zijn aangesloten.
1. Activeer de "Vooraf ingesteld”-functie via de schuifschakelaar “MODE” (13)
aan de achterzijde. Stel de schakelaar in op de stand “Preset”. De LED-display “REAR CONTROL” (6) op de voorkant zal oplichten. De draaibedieningen op de voorzijde zijn nu inactief.
2. Selecteer de gewenste geheugenplek “P1, P2 of P3” op de achterschuifscha-
kelaar De corresponderende uitgangsspanning wordt aangegeven op de display (2).
3. U kunt de elektrische verbruiker nu aansluiten en inschakelen.
Schuif de schakelaar “MODE” (13) terug naar de stand “Normal” om de vaste spanningsfunctie te deactiveren. De LED-display “REAR CONTROL” (6) zal uitschakelen. Het apparaat schakelt terug op de normale transformator- werking (koppel altijd eerst alle DC-verbruikers los!). 1Geheugenplekken toewijzen met “Instellen” Aan alle drie geheugenplekken kunnen gebruiker-specieke waarden worden toegewezen voor uitgangsspanning en stroomlimiet. Zorg ervoor dat er geen elektrische verbruikers zijn aangesloten. Ga hiertoe als volgt te werk:
1. Activeer de "Instellen”-functie via de schuifschakelaar “MODE” (13) aan de
achterzijde. Stel de schakelaar in op de stand “Set”. De LED-display “REAR CONTROL” (6) op de voorkant zal oplichten.
2. Selecteer de gewenste geheugenplek “P1, P2 of P3” op de achterschuifscha-
kelaar “RECALL” (15). De betreffende waarden voor stroom en spanning wor- den aangegeven op de display (2/3). De draaibedieningen op de voorzijde (7 en 8) kunnen worden gebruikt om de gewenste uitgangsspanning en stroomlimiet in te stellen. Herhaal deze stappen indien nodig met de andere geheugenplekken.
3. Wanneer alle parameters zijn ingesteld, schuift u de schakelaar “MODE” (13) terug naar de stand “Preset” voor de
vaste spanningswerking of naar de stand “Normal” voor de standaard werking. g) Vooraf ingestelde uitgangswaarden (P1/P2/P3) resetten naar de standaard fabriekswaarden U kunt in deze transformator vooraf drie spanningswaarden (inclusief stroominstellingen) instellen door middel van de drie geheugenplekken: P1, P2 en P3. Als u de geheugenplekken wilt resetten naar de standaard fabriekswaarden, gaat u als volgt te werk:
1. Houd de bedieningsknop VOLTAGE ongeveer 30 seconden ingedrukt om de MENU-modus te openen. “CCO” en
“no” worden weergegeven.85
2. Draai de bedieningsknop VOLTAGE totdat “rPr” en “no” worden weergegeven.
3. Draai de bedieningsknop CURRENT totdat “rPr” en “YES” worden weergegeven.
4. Druk eenmaal op de bedieningsknop CURRENT om de vooraf ingestelde waarden te resetten. “YES” zal oplichten
wanneer de waarden succesvol zijn gereset.
5. Druk op de bedieningsknop VOLTAGE om de MENU-modus te verlaten.
h) Werking via afstandsbediening “Remote Ctrl” U kunt met de ingebouwde “Remote control”-aansluiting (16) de spanning en stroom instellen via een externe span- ningsbron of een externe instelbare weerstand (kort “poti” genoemd). De afstandsbediening wordt aangesloten op de ingebouwde stekker “Remote Control” (16) aan de achterzijde. Er is een afstandsaansluiting meegeleverd voor deze aansluiting. Bij bediening op afstand moet ook het stroomregelpad worden aangesloten, omdat de uitgang anders overschakelt naar de stroomlimietmodus "C.C." en de uitgangsspanning begrenst. 1Voorbereiding van de afstandsbedieningsaansluiting
1. Draai de laterale schroef van de meegeleverde aansluiting en verwijder het voorste zwarte contact door deze
2. Steek vanaf de achterzijde vijf aansluitkabels met een geleiderdiameter van minstens 0,34mm
door de metalen huls. Soldeer deze kabels voorzichtig aan kabelschoenen nr. 1, 2, 3, 4 en 5 van het zware contact. Zorg ervoor dat er geen kortsluitingen worden gecreëerd. De nummers van de kabelschoenen staan aangegeven op de zwarte isolator.
3. Markeer de uiteinden van de kabels met de corresponderende contactnummers (1-5) om verwarring te vermijden.
4. Steek de zwarte contactstekker in de omgekeerde volgorde in de metalen huls en schroef stevig vast.86
De contacten zijn als volgt toegewezen: Contact 1 Interne stuurspanning + 5 V/DC (<50 mA) Contact 2 Spanningsinstelling Contact 3 Stroominstelling Contact 4 Referentiemassa (“Aarde”) Contact 5 Uitgang aan/uit Contact 6 - 8 Niet toegewezen 2Bediening via externe spanningsbron De transformator kan op afstand worden bediend met een externe spanningsbron van 0 tot 5 V/DC voor het volle spannings- en stroombereik. Maak de aansluiting als volgt:
1. Sluit de aansluitkabels van de afstandsaansluitingen aan zoals staat afgebeeld:
Spanningsinstelling “U”: Spanningsinstelling “I”: Aansluiting 2 op de pluspool (+) van de externe stuurspanning Aansluiting 3 op de pluspool (+) van de externe stuurspanning Aansluiting 4 op de minpool (-) van de externe stuurspanning Aansluiting 4 op de minpool (-) van de externe stuurspanning De spanning op de afstandsbedieningsaansluiting mag niet hoger zijn dan 5 V. De aansluitingen mogen niet worden kortgesloten.
2. Schakel de transformator uit en sluit het afstandscontact vervolgens aan op de afstandsaansluiting op de achter-
zijde. Schroef de externe bevestigingsring erop.
5. Stel de MODE-schakelaar op de achterzijde in op de stand “Remote Ctrl”. De “REAR CON-
TROL”-display zal oplichten.
6. De gewenste uitgangswaarde kan nu worden ingesteld via de externe spanningsbron. Contro-
leer het gehele instellingsgedeelte op juiste werking. De uitgangsspanning kan worden gecon- troleerd op de display. Sluit de achterhoofduitgang (11, 12) kort met een kabel van voldoende dikte om de stroombediening te controleren (minstens 8 mm
). Controleer het gehele instellingsgedeelte op juiste werking.
7. Als deze afstandsbedieningsfunctie niet langer nodig is, stelt u de MODE-schakelaar in op de stand “Normal”.87
3Bediening via een instelbare weerstand (poti) De transformator kan op afstand worden bediend met een externe poti (5 Kohm) voor het volle spannings- en stroom- bereik. Maak de aansluiting als volgt:
1. Sluit de aansluitkabels van de afstandsaansluitingen aan zoals staat afgebeeld.
Spanningsinstelling “U”: Spanningsinstelling “I”: Aansluiting 1 op één uiteinde van de weerstand Aansluiting 1 op één uiteinde van de weerstand Aansluiting 2 op het middelste schuifcontact van de weerstand Aansluiting 3 op het middelste schuifcontact van de weerstand Aansluiting 4 op het tweede uiteinde van de weer- stand Aansluiting 4 op het tweede uiteinde van de weer- stand Aansluitingen 1 en 4 mogen niet worden kortgesloten.
2. Schakel de transformator uit en sluit het afstandscontact vervolgens aan op de afstandsaansluiting op de achter-
zijde. Schroef de externe bevestigingsring erop.
3. Schakel de transformator in.
4. Stel de MODE-schakelaar op de achterzijde in op de stand “Remote Ctrl”. De “REAR CON-
TROL”-display zal oplichten. De gewenste uitgangswaarden kunnen nu worden ingesteld via de externe poti.
5. Controleer het gehele instellingsgedeelte op juiste werking. De uitgangsspanning kan worden
gecontroleerd op de display. Sluit de achterhoofduitgang (11, 12) kort met een kabel van voldoende dikte om de stroombediening te controleren (minstens 8 mm
). Controleer het gehele instellingsgedeelte op juiste werking.
6. Als deze afstandsbedieningsfunctie niet langer nodig is, stelt u de MODE-schakelaar in op de stand “Normal”.
4Afstandsbedieningsuitgang (aan/uit) De DC-uitgang kan worden in- en uitgeschakeld via een schakelcontact. Maak de aansluiting als volgt:
1. Sluit de aansluitkabels van de afstandsaansluitingen aan zoals staat afgebeeld.
2. Sluit aansluitingen 4 en 5 aan met een geïsoleerd schakelcontact.
Wanneer de uitgang is uitgeschakeld, toont de status “C.V.” (4) terwijl “C.C.” (5) knippert. de display zal vervolgens de huidige instellingen van de uitgangsspanning (2) en uitgangsstroom (3) aangeven.
3. Wanneer de uitgang is uitgeschakeld, kunt u de uitgangswaarden instellen met de bedieningsknoppen voor span-
ning (7) en stroomlimiet (8).88 Er mag geen spanning worden toegepast op contacten 4 en 5.
4. Schakel de transformator uit en sluit het afstandscontact vervolgens aan op de afstandsaansluiting op de achter-
zijde. Schroef de externe bevestigingsring erop.
5. Schakel de transformator in.
6. Stel de MODE-schakelaar op de achterzijde in op de stand “Remote Ctrl”. De “REAR CON-
TROL”-display zal oplichten. Als het schakelcontact is geopend, dan is de DC-uitgang actief; wanneer gesloten, is de DC-uit- gang uitgeschakeld. Controleer of de schakelfunctie correct werkt. Wanneer de DC-uitgang is uitgeschakeld, wordt “O P OFF” weergegeven.
7. Als deze afstandsbedieningsfunctie niet langer nodig is, stelt u de MODE-schakelaar in op de stand “Normal”.
9. “SENSE”-FUNCTIE (ALLEEN HPS-11560)
De HPS-11560 heeft een automatische spanningsregeling voor de hoogbelaste achteruitgang. Hiervoor worden twee afzonderlijke meetkabels parallel op de aansluitkabels aangesloten. De potentiaalval die optreedt op de aansluitka- bels wordt op deze twee meetkabels gemeten. De labtransformator compenseer automatische voor deze spannings- val, zodat de daadwerkelijk ingestelde spanning aan de elektrische verbruiker wordt geleverd. Maak de aansluiting als volgt: Sluit de toevoerkabels van de transformator altijd eerst aan op de elektrische verbruiker. Let goed op de juiste polariteit. Druk het klempalletje op de SENSE-achteraansluiting met een kleine schroevendraaier naar binnen en steek de kabels in de klemopeningen. Controleer of ze er stevig zijn ingestoken. Sluit nu de twee “SENSE”-kabels aan op de elektrische verbruiker en let daarbij op de juiste polariteit. De geleider- doorsnede voor de “SENSE”-kabels moet minstens 0,34 mm
zijn. Maak de verbinding altijd in de omgekeerde volgorde los (als eerste alle “SENSE”-kabels en daarna de aansluitkabels).89 Zorg ervoor dat de SENSE-kabel zo dicht mogelijk bij het aansluitpunt van de elektrische verbruiker contact maakt. Let op de juiste polariteit. Sluit de “SENSE”-kabels nooit kort.
10. Beveiligingsmechanismen
De transformator is voorzien van verschillende geïntegreerde automatische beveiligingseenheden die de transforma- tor beschermen tegen beschadiging. De geactiveerde beveiligingsmechanismen worden aangegeven met lettercodes en de DC-uitgang wordt om veiligheidsredenen op hetzelfde moment uitgeschakeld. Wanneer er een beveiligingsmechanisme actief is, moet de elektrische verbruiker onmiddellijk worden uitgeschakeld en losgekoppeld van de transformator. U kunt de uitgang opnieuw activeren door de transformator uit te schakelen. Wacht totdat alle displays uitschakelen. Schakel de transformator weer in. De transformator dient weer normaal te werken. Neem contact op met onze klan- tendienst als dit niet het geval is. De volgende weergaven zijn mogelijk: 1Overspanningsbeveiliging Een hogere externe spanning dan geleverd door de transformator was waargeno- men op de DC-uitgang. De uitgang wordt uitgeschakeld. De stroomniveaus voor uitschakeling staan vermeld in de technische gegevens. De stroomniveaus voor uitschakeling staan vermeld in de technische gegevens. Oververhittingsbeveiliging De geïntegreerde temperatuursensor heeft bepaald dat de systeemtemperatuur te hoog is. De uitgang wordt uitgeschakeld om oververhitting te voorkomen. Schakel de transformator uit en laat deze minstens 30 minuten afkoelen. Controleer na het inschakelen of de ventilator of ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. De ventilator moet na het inschakelen tijdens de zelftestfase hoorbaar star- ten. Neem contact op met onze klantendienst als dit niet het geval is. De uitgang wordt uitgeschakeld om oververhitting te voorkomen. Overbelastingsbeveiliging In het geval van overbelasting bij de DC-uitgang, wordt de vermogensbegrenzing gewoonlijk ingeschakeld. Als dit niet het geval is, wordt de tweede beveiligings- functie geactiveerd. Schakel de transformator onmiddellijk uit wanneer deze waarschuwingsmelding verschijnt en controleer de aansluitgegevens van de elektrische verbruiker. Kop- pel de elektrische verbruiker los van de DC-uitgang van de transformator. Schakel de transformator weer in en controleer of deze correct werkt. Neem con- tact op met onze klantendienst als de foutmelding aanhoudt.90
11. Problemen oplossen
Met het aanschaffen van deze labtransformator, hebt u nu een product dat betrouwbaar en veilig werkt. Toch kunnen er problemen of fouten optreden. Daarom beschrijven wij hieronder hoe u mogelijke storingen kunt verhelpen: Neem te allen tijde de veiligheidsinstructies in acht! Storing Mogelijke oorzaak De transformator schakelt niet in. Schakelt de bedrijfsweergave op de transformator in (2)? Controleer de netspanning (controleer eventueel ook de netvoedingsze- kering in het apparaat of de stroomonderbreker). De aangesloten elektrische verbrui- kers werken niet. Is de spanning correct ingesteld? Is de polariteit correct? Controleer de technische gegevens van de elektrische verbruikers. De “REAR CONTROL”-display zal op- lichten. Het apparaat kan niet worden bediend via de draaibedieningen. De werking via afstandsbediening is actief. Stel de “MODE”-schuifschakelaar op de achterkant in op de stand “Normal”. De “O P PFF”-display brandt. De DC-uitgang was uitgeschakeld via de afstandsbedieningsuitgang (16). Koppel de aansluiting tussen contacten 4 en 5 los. De uitgang wordt weer ingeschakeld. De uitgangsstroom is beperkt tot 5 A, al zijn de stroominstellingen hoger. De vooraansluiting is beperkt tot niet meer dan 5 A. Voor hogere stroomwaarden, moet de elektrische verbruiker worden aangesloten op de hoofduitgang aan de achterzijde. De “CC”-led brandt. Constante stroomwerking De vooraf ingestelde stroom was overschreden. Controleer het stroom- verbruik op uw elektrische verbruiker en verhoog de stroomlimiet op uw transformatie, indien van toepassing. De “C.V.”-display brandt. Constante stroomwerking De transformator werkt normaal. De uitgang levert de ingestelde constante spanning. OVP Overspanningsbeveiliging Zie hoofdstuk “Beveiligingsmechanismen” OtP Overtemperatuurbeveiliging Zie hoofdstuk “Beveiligingsmechanismen” OLP Overbelastingsbeveiliging Zie hoofdstuk “Beveiligingsmechanismen”91 Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat, zoals beschadiging aan de behuizing, enz. Zekeringen zijn vervangingsonderdelen en worden niet gedekt door de garantie. Reparaties anders dan hierboven beschreven mogen alleen worden uitgevoerd door een geautoriseerde specialist. Als u vragen heeft over het gebruik van het apparaat, neem dan gerust contact op met onze technische ondersteuning.
12. Onderhoud en reiniging
Gebruik in geen enkel geval agressieve schoonmaakmiddelen, ontsmettingsalcohol of andere chemische oplossingen omdat deze schade toe kunnen brengen aan de behuizing en zelfs afbreuk kan doen aan de werking van het product.
- Naast het af en toe reinigen of vervangen van de zekering, is deze labtransformator onderhoudsvrij.
- Koppel het product vóór iedere reiniging los van de stroomvoorziening.
- Reinig het product met een droog, pluisvrij doekje. 1De zekering vervangen Als het niet langer mogelijk is om de labtransformator in te schakelen, dan is de netvoedingszekering (19) aan de achterzijde waarschijnlijk defect. Ga als volgt te werk om de netvoedingszekering te vervangen:
1. Schakel de transformator uit en verwijder alle aansluitkabels en
de netstekker van het apparaat.
2. Gebruik een geschikte schroevendraaier om de zekeringhou-
der (19) aan de achterzijde uit de beugel te klikken.
3. Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering met
jne draad (5 x 20 mm) van hetzelfde type en dezelfde nomi- nale stroom. De zekeringwaarde staat vermeld in het hoofdstuk “Technische gegevens”.
4. Druk de zekering in de zekeringhouder.
1Product Elektronische apparaten zijn recyclebaar afval en horen niet bij het huisvuil. Als het product niet meer werkt moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking afvoeren. Op deze wijze voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.92
Uitgangsvermogen 450 W 900 W 450 W 900 W 600 W Uitgangsspanning 1 - 15 V/DC 1 - 15 V/DC 1 - 30 V/DC 1 - 30 V/DC 1 - 60 V/DC Uitgangsstroom 0 - 30 A 0 - 60 A 0 - 15 A 0 - 30 A 0 - 10 A Restrimpel bij nomi- nale belasting (eff) 5 mV/50 mA 5 mV/100 mA 5 mV/20 mA 5 mV/40 mA 5 mV/10 mA Respons van span- ningsregeling bij 100% verandering van belasting 50 mV Respons van spanningsregeling bij uctuatie in netvoeding (170 - 264 V/AC) 20 mV Respons van stro- omregeling bij
ring van belasting 150 mA 200 mA 100 mA 150 mA 100 mA Respons van stro- omregeling bij uc- tuatie in netvoeding (170 - 264 V/AC) 50 mA Nauwkeurigheid van weergave +/- (0,2% + 0,3 V), +/- (0,2% + 0,3 A) OVP-uitschakel- niveau van de U-uitgang +2 V (1 - 5 V) +3 V (5 - 15 V) +2 V (1 - 5 V) +3 V (5 - 15 V) +2 V (1 - 5 V) +3 V (5 - 20 V) +4 V (20 - 30 V) +2 V (1 - 5 V) +3 V (5 - 20 V) +4 V (20 - 30 V) +2 V (1 - 5 V) +3 V (5 - 20 V) +4 V (20 - 60 V) Bedrijfsspanning 200 – 240 V/AC, 50/60 Hz Stroomingang (max.) 2,4 A 4,7 A 2,4 A 4,5 A 3,1 A Mate van effectiviteit 85% 85% 86% 86% 89% Clock signal 65 - 85 kHz 65 - 85 kHz 75 - 95 kHz 75 - 95 kHz 65 - 85 kHz Prestatiefactor met actieve PFC >0,95 Ventilator van apparaat Temperatuurgestuurd (0 - 100%)93
Notice-Facile