AMICA BOXI 955 000 SM - Fornuis

BOXI 955 000 SM - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BOXI 955 000 SM AMICA in PDF-formaat.

📄 256 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice AMICA BOXI 955 000 SM - page 99

Gebruikersvragen over BOXI 955 000 SM AMICA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BOXI 955 000 SM - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BOXI 955 000 SM van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING BOXI 955 000 SM AMICA

Weight ca.10,5 kg; Meets the requirements of European standards EN 60335-1; EN 60335-2-6.33 BESTE GEBRUIKER, Een kookplaat combineert uitzonderlijk gebruiksgemak met uitstekende prestaties. Na het lezen van de handleiding kent de bediening van de kookplaat voor u geen geheimen meer. Iedere kookplaat die de fabriek verlaat is vóór het inpakken op controleplekken grondig ge- controleerd op veiligheid en functionaliteit. Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen voordat u het apparaat inscha- kelt. Naleving van de aanwijzingen die erin zijn opgenomen beschermt u tegen onjuist gebruik. Bewaar de gebruiksaanwijzing en zorg dat u hem altijd binnen handbereik heeft. Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig op om ongevallen te voorkomen. Attentie! Het apparaat alleen gebruiken nadat u deze gebruiksaanwijzing hebt doorgelezen. Het apparaat is uitsluitend bestemd om te koken. Iedere andere toepassing van het apparaat (bijv. om ruimtes te verwarmen) is oneigenlijk en kan gevaarlijk zijn. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die het gebruik van het apparaat niet beïnvloeden.

  • Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: l Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, l Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, l Richtlijn voor ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.34 INHOUDSOPGAVE Basisinformatie p. 33
  • Aanwijzingen voor veilig gebruik p. 35
  • Beschrijving van het product p. 40
  • Installatie p. 41
  • Bediening p. 47
  • Reiniging en onderhoud p. 59
  • Handelwijze bij storingen p. 61
  • Technische gegevens p. 6335

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK

Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzon- der voorzichtig bij het aanraken van de verwarming- selementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaat- svindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamhe- den verrichten. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.36

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK

Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzame- len op de kookoppervlakte. Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebarsten, om elektrische schokken te voorkomen. Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden. Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. Het apparaat is niet bedoeld voor aansturing met een externe tijdschakelaar of een apart systeem voor afstandsbesturing. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het apparaat.37

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK

● Lees de gebruiksaanwijzing door voordat u de inductiekookplaat voor de eerste maal gebruikt. Alleen dan kunt u zeker zijn dat de kookplaat veilig functioneert en kunnen beschadigingen voorkomen worden. ● Als de inductiekookplaat in de buurt van een radio- of televisieontvanger of andere zendap- paratuur is geplaatst, moet het juist functioneren van de sensorbediening getest worden. ● De kookplaat moet door een gekwaliceerde elektricien geïnstalleerd worden. ● De kookplaat mag niet in de buurt van koelapparatuur geïnstalleerd worden. ● Het meubel waarin het apparaat geplaatst wordt, moet bestand zijn tegen temperaturen tot 100°C. Dit geldt ook voor het neer, de randlijsten, kunststofoppervlaktes, lijm en laklagen. ● Het apparaat mag pas gebruikt worden nadat het is ingebouwd. Alleen op deze manier bent u beschermd tegen het onbedoeld in aanraking komen met onder spanning staande onderdelen. ● Elektrische apparaten mogen alleen gerepareerd worden door gekwaliceerde specialisten. Onvakkundige reparaties leveren ernstig gevaar op voor de gebruiker. ● Het apparaat is pas afgesloten van het lichtnet, als de zekering in de meterkast is uitgescha- keld of wanneer de stekker uit het stopcontact is getrokken. ● De stekker van de aansluitkabel moet na de installatie van de plaat bereikbaar zijn. ● Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. ● Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met lichame- lijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, tenzij dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. ● Personen met implantaten die helpen bij de lichaamsfuncties (bv. pacemaker, insuli- nepompje of gehoorapparaten), moeten controleren of de werking van die apparaten niet wordt gestoord door de inductiekookplaat (de werkingsfrequentie van de induc- tiekookplaat bedraagt 20-50 kHz). ● Bij stroomuitval verdwijnen alle instellingen. Bij terugkeer van de spanning moet u bijzonder voorzichtig zijn. Zolang de kookzones heet zijn brandt de restwarmteindicator „H” en, net zoals bij het eerste gebruik, de sleutel van het kinderslot. ● De in het elektronische systeem ingebouwde restwarmteindicator laat zien of de kookzone is ingeschakeld of nog heet is. ● Als de wandcontactdoos zich in de buurt van een kookzone bevindt, let er dan op dat de kabel niet in aanraking komt met de hete plekken. ● Bij gebruik van vetten en oliën, mag u het apparaat niet zonder toezicht laten vanwege brandgevaar. ● Gebruik geen kookgerei van plastic of aluminiumfolie. Dit materiaal smelt bij hoge tempera- turen en kan de keramische glasplaat beschadigen. ● Suiker, citroenzuur, zout enz. mogen zowel in vloeibare als in vaste vorm net als plastic niet in aanraking komen met een hete kookzone. ● Mocht er per ongeluk toch suiker of kunststof op een hete kookzone terechtkomen, schakel deze dan niet uit voordat u de suiker of de kunststof met behulp van een scherpe schraper verwijderd heeft. Bescherm uw handen tegen verbranding en verwondingen.38 ● Bij het gebruik van de inductiekookplaat mogen slechts pannen en braadpannen met een vlakke bodem gebruikt worden, zonder scherpe randen of bramen, omdat anders permanente krassen ontstaan op de plaat. ● De verwarmingsoppervlakte van de inductiekookplaat is bestand tegen temperatuurschok- ken. Hij is zowel hitte- als koudebestendig. ● Voorkom het vallen van voorwerpen op de kookplaat. De inslag van harde en puntige vo- orwerpen, zoals een kruidenpotje, kunnen het barsten of versplinteren van de keramische glasplaat veroorzaken. ● Overkokende gerechten kunnen via beschadigde plekken in aanraking komen met onder spanning staande delen van de inductiekookplaat. ● Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebarsten, om elektrische schokken te voor- komen. ● Gebruik de oppervlakte van de kookplaat niet als snijplank of werkvlak. ● Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksel en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden. ● Bouw de kookplaat niet in boven een oven zonder ventilator of boven een afwasmachine, koelvrieskast of wasmachine. ● Bij inbouw van de kookplaat in het werkblad kunnen metalen voorwerpen die zich in de kastjes bevinden verhit raken door de lucht die uit het ventilatiesysteem van de kookplaat komt. Het gebruik van een direct scherm wordt daarom aanbevolen (zie afb. 2). ● Houdt u aan de aanwijzingen voor reiniging en onderhoud van de keramische glasplaat. Indien u het apparaat onjuist behandelt, vervalt uw recht op garantie.

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK39

Het apparaat is beveiligd te- gen transportschade. Na het uitpakken moet het verpak- kingsmateriaal zo verwerkt worden dat er geen risico voor het milieu ontstaat. Al het materiaal dat voor de verpakking is ge- bruikt is milieuvriendelijk, het kan voor 100% hergebruikt worden en het is gelabeld met het bijbehorende symbool. Attentie! Het verpakkingsmateriaal (poly- ethyleenzakjes, stukken polystyreen etc.) bij het uitpakken buiten het bereik van kinderen houden. UITPAKKEN

VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE

APPARATUUR Dit merkteken informeert dat dit apparaat na aoop van zijn le- vensduur niet samen met ander huishoudelijk afval verwijderd mag worden. De gebruiker is verplicht om het aan te bieden bij een inzamelpunt voor gebru- ikte elektrische en elektronische apparatuur. De inzamelende instanties, waaronder loka- le inzamelpunten, winkels en gemeentelijke instanties vormen een geschikt systeem voor de inzameling van deze apparatuur. De juiste behandeling van gebruikte elektrische en elektronische apparatuur leidt tot het ver- mijden van consequenties die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid en de natu- urlijke omgeving en die voortkomen uit de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen en verkeerde opslag en verwerking van der- gelijke apparatuur. Dit product is in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/Ue en de Poolse wet op gebruikte elektrische en elektroni- sche apparatuur, gemerkt met het symbool van een doorgekruiste verrijdbare afvalbak. ENERGIE BESPAREN Wie verantwoordelijk omga- at met energie, beschermt niet alleen zijn portemon- nee, maar handelt ook mi- lieuvriendelijk. Help da- arom mee om zuinig te om te gaan met elektriciteit! Dit kan op de volgende manier: ●Gebruik geschikt kookgerei. Door pannen te gebruiken met een vlakke en dikke bodem bespaart u tot 1/3 elektriciteit. Vergeet niet het deksel op de pan te leggen, anders is uw energieverbruik tot viermaal hoger! ●Kookzones en kookgerei schoon ho- uden. Vuil verstoort de warmteoverdracht - sterk ingebrand vuil kan vaak alleen verwijderd worden met middelen die het milieu zwaar belasten. ●Vermijd onnodig optillen van het deksel tijdens het koken. ●Bouw de kookplaat niet in de buurt van koel-/vriesapparatuur in. Hun energieverbruik zal daardoor onnodig toenemen.40

BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

Beschrijving van kookplaat Bedieningspaneel

1. Tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat

2. Tiptoets wijziging vermogensniveau

3. Kookzone-indicatie

7. Tiptoets pauzefunctie

8. Tiptoets warmhoudfunctie

10. Signaaldiode tiptoets kinderslot

11. Signaaldiode kookwekker

Inductiekookzone booster 160-180 mm (linksachter) Inductiekookzone booster Ø 180 mm (rechtsachter) Inductiekookzone booster Ø 210-220 mm (linksvoor) Inductiekookzone booster Ø 180 mm (rechtsvoor)

INSTALLATIE Voorbereiding van het werkblad voor inbouw van de kookplaat. l De dikte van het werkblad van het meubel dient 28 tot 40 mm te bedragen, de diepte van het werkblad minimaal 600 mm. Het werkblad moet vlak en waterpas zijn. Aan de kant van de muur moet het werkblad worden afgedicht en beveiligd tegen vocht en overlopen. l Aan de voorkant moet de afstand tussen de rand van de opening en de rand van het werkblad minimaal 60 mm bedragen, aan de achterkant minimaal 50 mm. l De afstand tussen de rand van de opening en de zijkant van het keukenkastje moet mi- nimaal 55 mm bedragen. l De bekleding van de inbouwmeubelen en de lijm waarmee deze is vastgelijmd moeten bestand zijn tegen temperaturen van 100°C. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan kan het oppervlak vervormen of de bekleding loslaten. l Bescherm de randen van de opening met materiaal dat bestand is tegen vocht. l Maak de opening in het werkblad volgens de afmetingen uit afb. 1. l Laat onder de kookplaat een ruimte vrij van minimaal 25 mm om te zorgen voor goede luchtcirculatie. Daarmee voorkomt u oververhitting van de oppervlakte rondom de kook- plaat, afb. 2.42 Het is verboden om de kookplaat in te bouwen boven een oven zonder ventilatie. Afb. 2 Inbouw in het werkblad van een dragend kastje. Inbouw in het werkblad boven een oven met ventilatie. INSTALLATIE 5 10mm÷ 5 10mm÷ 500x10mm 25mm 30mm 500x20mm43 INSTALLATIE Montage van de schuimrubber dichting * Inbouw van het apparaat zonder dichting is verboden. Breng de dichting als volgt op het apparaat aan: Plak de meegeleverde schuimrubber dichting op de onderkant van het frame van de kookplaat, voordat u het apparaat in het werkblad inbouwt. - verwijder de beschermende folie van de dichting; - plak de dichting vervolgens op de onderkant van het frame (afb.).

  • in sommige modellen is de afdichting aan de plaat vastgelijmd44 INSTALLATIE Installatie van kookplaat ● Sluit de kookplaat aan met een elektrische kabel volgens het meegeleverde aansluitsche- ma. ● maak het werkblad stofvrij, leg de kookplaat in de opening en druk hem stevig tegen het werkblad (Afb. 3). Afb. 3

2- dichting van de kookplaat

3 - keramische plaat

INSTALLATIE Aansluiting van de kookplaat op het lichtnet Attentie! De aansluiting van de kookplaat op het lichtnet mag uitsluitend uitgevoerd worden door een erkend installateur. Eigenmachtige aanpassingen of wijzigingen van de elektrische installatie zijn verboden. Aanwijzingen voor de installateur De kookplaat is uitgerust met een aansluitblok dat verschillende aansluitmogelijkheden biedt, die geschikt zijn voor verschillende typen elektrische installaties. Het aansluitblok maakt de volgende aansluitingen mogelijk: - monofasig 230 V ~ - tweefasig 400 V 2N ~ - driefasig 400 V 3N ~ Aansluiting van de kookplaat op de gewenste voeding is mogelijk door middel van een geschikte geleidingsbrug op het aansluitblok volgens bijgeleverd schakelschema. Het schakelschema is ook op de onderkant van de behuizing van het apparaat aangebracht. Na verwijdering van het onderste gedeelte van de behuizing van het klemmenbord, hebt u toegang tot het aansluitblok. Vergeet niet om de juiste aansluitkabel te kiezen die overeenstemt met het soort aansluiting en het nominale vermogen van de kookplaat. Attentie! Vergeet niet om de aardleiding te bevestigen aan de met het symbool gelabelde klem op het aansluitblok. De elektrische installatie die de kookplaat van stroom voorziet, moet voorzien zijn van een juist gekozen zekering of een veiligheidsschakelaar, om de hoofdleiding te beschermen en in noodgevallen de stroom uit te kunnen schakelen. Neem kennis van de informatie op het typeplaatje en het schakelschema voordat u het ap- paraat op de elektrische installatie aansluit. Een aansluiting die afwijkt van het meegeleverde schakelschema, kan beschadiging van de kookplaat veroorzaken. ATTENTIE! De installateur is verplicht om de gebruiker een "Bevestiging van aansluiting van het apparaat" (dit vindt u bij het garantiebewijs) te geven. De installateur moet na aoop van de installatie ook informatie vermelden over de wijze van aansluiting van het apparaat: - monofasig, tweefasig of driefasig; - doorsnede van de aansluitkabel; - de aard van de toegepaste beveiliging (soort zekering).46 INSTALLATIE

SCHEMA VAN MOGELIJKE VERBINDINGEN

Attentie! De verwarmingselementen werken bij een spanning van 230 V. Attentie! Bij iedere verbinding moet de aardleiding worden aangesloten op klem Type / doorsnede kabel Beveili- gingsze- kering 1 Voor het 230 V lichtnet een mon- ofasige aansluiting met nulleiding, de geleidingsbruggen verbinden de klemmen L1, L2, de nulleiding aan N, de aardleiding aan 1N~ HO5VV-FG 3X 4 mm

min. 30 A 2* Voor het 230/400 V lichtnet een tweefasige aansluiting met nul- leiding, de nulleiding aan N, de aardleiding aan

min. 16 A 3* Voor het 230/400 V lichtnet een trifásico aansluiting met nulleiding, de nulleiding aan N, de aardleiding aan

min. 16 A L1=R, L2=S, L3=T; N= klem van de nulleiding; = klem van de aardleiding

  • Bij een driefasige 230/400 V huishoudelijke installatie, de overgebleven leiding aansluiten op klem L3, die niet is verbonden met de interne installaties van de kookplaat.
  • De N-N-klemmen zijn intern met elkaar verbonden. Het is niet nodig om ze te overbruggen

L347 BEDIENING Voor het eerste gebruik van de kookplaat ● de inductiekookplaat eerst grondig reinigen. Behandel inductiekookplaten als glasoppe- rvlakken. ● bij het eerste gebruik kan het apparaat kortstondig gaan walmen, schakel daarom de luchtventilatie in of zet een raam open. ● neem bij het bedienen van het apparaat de veiligheidsvoorschriften in acht. Principes van de werking van een inductieveld De elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt door- gegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag- netisch veld. De inductietechnologie heeft twee grote voordelen: ● de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden; ● het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat. ● Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. ● Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. ● Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. ● Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten. De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de wer- king van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen. Deze geluiden zijn een normaal verschijnsel en betekenen niet dat de kookplaat defect is.48 De display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de ko- okzone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 10 minuten geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd. U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen. Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing.

  • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan.
  • Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel). De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat. Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogensni- veau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal. Schakel de kookzones na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. BEDIENING Veiligheidsinrichting: Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin- richting noodzakelijk. Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- aan aandrijvingsonderdelen. Hij werkt automatisch met twee verschillende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld. Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op gevaarlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel auto- matisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden. Detectie: pandetectie maakt de werking van de kookplaat en daarmee de verwarming mo- gelijk. Kleine voorwerpen die op de kookzone worden gelegd (bv. een lepeltje, mes, ring ...) worden niet herkend als pan en de kookplaat schakelt niet in.49 BEDIENING Basisvoorwaarde voor de goede werking en e󰀩ciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen. Kenmerken van het kookgerei. ● Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven.Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. ● Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat. ● Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt. ● Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt. ● Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn. ● Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een negatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhitting van het kookgerei veroorzaken. ● Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge temperaturen is gedeformeerd. ● Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig door het kookgerei verspreidt. Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kook- gerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn. Er kunnen ook problemen optreden met het detecteren van het kookgerei, of het gerei wordt helemaal niet gedetecteerd. De diameter van het ferromagnetische deel van het kookgerei moet passen bij de doorsnede van de kookzone om de beste kookresultaten te bereiken. Wan- neer het kookgerei niet wordt ontdekt op de door u gekozen kookzone, probeer dan een kookzone met een kleinere diameter. Keuze van het kookgerei voor het koken op een inductiekookzone50 BEDIENING Markering van keuken- gerei Controleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplaten Gebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven). RVS Aanwezigheid pan niet ontdekt Uitgezonderd pannen van ferromagnetisch staal Aluminium Aanwezigheid pan niet ontdekt Gietijzer Bijzonder geschikt Opgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken Geëmailleerd staal Bijzonder geschikt Aanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodem Glas Aanwezigheid pan niet ontdekt Porselein Aanwezigheid pan niet ontdekt Pannen met een kope- ren bodem Aanwezigheid pan niet ontdekt Gebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als: ● geëmailleerd staal ● gietijzer ● kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken. De maat van de kleinste nuttige pan voor de kookzone bedraagt: Doorsnede kookzone Minimum diameter van de bodem van een pan van geëmailleerd staal [mm] [mm]

De minimumdiameters voor pannen van ander materiaal dan geëmailleerd staal kunnen variëren.51 BEDIENING Bedieningspaneel ● Na het aansluiten van de kookplaat gaan alle indicatoren kort branden. De kookplaat is klaar voor gebruik. ● De kookplaat is uitgerust met elektronische tiptoetsen die worden ingeschakeld door ze met de vinger minimaal 1 seconde aan te raken. ● Bij iedere aanraking van een tiptoets hoort u een geluid. Plaats geen voorwerpen op de oppervlakten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd deze goed schoon. Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzone Zolang op de indicator van de afwisselend verlichte kookzone (3) het cijfer "0" getoond wordt, kunt u het gewenste vermogensniveau instellen door met uw vinger over sensor (2) te schuiven. Inschakelen van de kookzone Schakel de gewenste kookzone (3) in, binnen 10 seconden na het aanzetten van de kookplaat met de tiptoets (1).

1. Na aanraking van de tiptoets van de gewenste kookzone (3) knippert op de bijbehorende

indicator voor het vermogensniveau het verlichte cijfer "0".

2. Stel het gewenste vermogensniveau in door met de vinger over sensor (2) te schuiven.

Inschakelen van de kookplaat Raak de tiptoets in-/uitschakelen (1) gedurende minimaal 1 seconde met de vinger aan. De kookplaat is actief wanneer op alle displays (3) het cijfer „0”. Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kookplaat weer uit. Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kookzone weer uit. De kookzone is actief als op alle displays een cijfer of letter oplicht. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het verwarmingsniveau in te stellen.52 BEDIENING Uitschakelen van de hele kookplaat ● De kookplaat is in werking zolang minimaal één kookzone is ingeschakeld. ● U schakelt de hele kookplaat uit door de tiptoets in-/uitschakelen (1) aan te raken. Als de kookzone heet is verschijnt op de kookzoneindicator (3) de letter "H" - het symbool voor restwarmte. Uitschakelen van de kookzones. ● De kookzones moeten actief zijn. De indicator voor het vermogensniveau knippert. ● U schakelt de kookplaat uit door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat aan te ra- ken of door tiptoets (3) gedurende 3 seconden aan te raken, of door met uw vinger over sensor (2) naar links te schuiven en het vermogensniveau te verlagen naar „0”. Boosterfunctie "P" De boosterfunctie is gebaseerd op het verhogen van het vermogen van de zone Ø 180 - van 1600W tot 2500W Ø 210-220 - van 2000W tot 3000W Ø 160-180 - van 1200W tot 1400W Bridge van 3000W tot 5000W. Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en kiest u vervolgens met de tip- toets (6) de boosterfunctie, waardoor de letter "P" op de display van de kookzone (3) verschijnt. U schakelt de boosterfunctie uit door sensor (2) aan te raken en het vermogensniveau te verlagen terwijl de kookzone actief is, of door de pan van de kookzone te halen. De werkingsduur van de boosterfunctie is voor de kookzone Ø180, Ø210-220, Ø160-180 via het bedieningspaneel beperkt tot 10 minuten. Na de automatische uitschakeling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen. De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet.53 BEDIENING Afhankelijk van het model zijn de kookzones verticaal of kruisgewijs aan elkaar gepaard. Het totale vermogen is over deze paren verdeeld. Pogingen om de boosterfuncties van beide kookzones tegelijkertijd in te scha- kelen zullen het maximaal beschikbare vermogen overschrijden. In dat geval zal het verwarmingsvermogen van de als eerste geactiveerde kookzone worden verlaagd naar het maximaal mogelijke niveau. Regeling van de boosterfunctie Het kinderslot is bedoeld om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde inschakeling door kinderen. Inschakelen is alleen mogelijk als het kinderslot is uitgeschakeld. Kinderbeveiliging De kinderslotfunctie is mogelijk bij zowel een ingeschakelde als een uitgeschakelde kookplaat. De kookplaat blijft geblokkeerd totdat het kinderslot wordt opgeheven, zelfs wanneer het bedieningspaneel wordt in- en uitgeschakeld. Het loskoppelen van de stroomvoorziening schakelt het kinderslot van de kookplaat uit. In- en uitschakelen van de kinderslotfunctie U schakelt de kinderslotfunctie in en uit met behulp van de tiptoets (9) door hem 5 secon- den aan te raken. Het inschakelen van de kinderslotfunctie wordt gesignaleerd doordat de diode (10) gaat branden. Bij stroomonderbreking wordt de restwarmteindicator "H" niet getoond. Ondanks dat kan de kookzone nog steeds heet zijn! Restwarmte-indicator Na aoop van het koken blijft in het keramische glas warmte-energie achter die restwarmte wordt genoemd. Het tonen van de restwarmte vindt plaats in twee etappes. Na uitschakeling van de kookzone of van het hele apparaat, verschijnt op de display de letter "H", wanneer de temperatuur hoger is dan 60°C. De restwarmteindicator blijft branden zolang de temperatuur hoger is dan 60°C. Bij een temperatuurbereik van 45°C tot 60°C toont de display de letter "h". Deze letter staat voor een laag restwarmteniveau. Zodra de temperatuur daalt beneden 45°C dooft de restwarmteindicator. Raak tijdens het branden van de restwarmteindicator de kookzo- ne niet aan in verband met het risico voor verbrandingen en zet er geen voorwerpen op die ge- voelig zijn voor warmte!54 BEDIENING Beperking van de werkingsduur Om de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook- zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende lange- re tijd (zie de tabel hiernaast) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator in- geschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen volgens de gebruiksaanwijzing. Automatisch bijwarmen ● Activeer de gewenste kookzone met tiptoets (3). ● Stel vervolgens met tiptoets (2) door het schuiven met uw vinger het vermogensni- veau in binnen het bereik van 1-8, en raak tiptoets (3) opnieuw aan. ● Op de display worden afwisselend het cij- fer van het ingestelde vermogensniveau en de letter A getoond. Na verloop van de tijd dat extra vermogen wordt geleverd, schakelt de kookzone automatisch over op het door u gekozen vermogensniveau dat zichtbaar is op de indicator. Wanneer u de pan van de kookzone haalt en opnieuw op de kookzone plaatst voordat de tijd van het au- tomatisch bijwarmen is verstreken, dan wordt het bijwarmingsproces met extra vermogen afgemaakt. Vermogensni- veau verwar- ming Tijdsduur automa-tisch bijwarmen met extra vermo- gen (in minuten)

6 1,5 7 1,5 8 1,5 9 1,5 P 0,1655 BEDIENING Alle kookzones kunnen tegelijkertijd werken met ingeprogrammeerde tijd met behulp van de timer. Timer De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker. Aanzetten van de timer De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. U kunt deze functie uitsluitend inschakelen bij het koken (als het vermogensniveau hoger is dan "0"). U kunt de timer tegelijkertijd voor alle vier de kookzones inschakelen. U kunt de timer instellen binnen een bereik van 1 tot 99 minuten in stappen van 1 minuut. Om de timer in te stellen handelt u als volgt: ● kies de kookzone met tiptoets (3) en stel het vermogensniveau in van 1-9 met sensor (2). Op de display brandt het gekozen vermogensniveau binnen een bereik van 1-9. ● raak vervolgens binnen 10 seconden de tiptoets activering timer (4) aan. Op de display (4) verschijnt het cijfer "00" en met diode (5) dat aangeeft dat de corresponderende kookzone is ingeschakeld. ● stel na activering van de timer de gewenste tijd in door met de vinger over sensor (2) te schuiven. Als eerste wordt het tweede cijfer ingesteld en vervolgens het eerste cijfer. Raak na het instellen van het tweede cijfer opnieuw de sensor (4) aan en ga over op instelling van het eerste cijfer. Indien u geen enkel eerste cijfer instelt dan toont de timer na 10 seconden de waarde "0" (bijv. "0 6"). De timer treedt in werking als de diode (5) van de corresponderende kookzone begint met knipperen. Wanneer er meer dan één tijd is ingesteld op de display van de timer, dan wordt de kortste ingestelde tijd getoond. Dit wordt extra aangeduid met een knippe- rende diode (5). Wijziging van de ingestelde kooktijd Controle van de verstreken kooktijd U kunt de overgebleven kooktijd op ieder moment controleren door de sensor van de timer (4) aan te raken. De actieve werkingstijd van de timer voor de betreffende kookzone wordt aangeduid door een knipperende diode (5). Op ieder moment van het kookproces kunt u de ingevoerde kooktijd wijzigen. Voer hiervoor dezelfde procedure uit als in het punt "Aanzetten van de timer", met dat verschil dat u na de keuze van de kookzone met tiptoets (3) niet het vermogensniveau instelt met sensor (2), maar direct overgaat op het activeren van de timer met tiptoets (4).56 BEDIENING Uitzetten van de timer Na afloop van de ingeprogrammeerde kooktijd klinkt een geluidssignaal. U kunt het uitschake- len door een willekeurige tiptoets aan te raken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de timer eerder uit te schakelen: ● Dan activeert u met tiptoets (3) de kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden. ● Raak vervolgens de tiptoets (4), 3 seconden aan of wijzig de tijd van de kookwekker in „00” door met uw vinger over de tiptoets (2) te schuiven. Timer als kookwekker De timer kan ook worden gebruikt als extra alarm, wanneer de kookzones niet door de timer worden aangestuurd. Aanzetten kookwekker Wanneer de kookplaat is uitgeschakeld: ● schakel de kookplaat in door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat (1) aan te raken. Op de indicatoren van de kookzones (3) verschijnt het cijfer "0". ● raak vervolgens binnen 10 seconden op de tiptoets activering kookwekker (4). Op de display van de kookwekker (4) verschijnt het cijfer "00". ● stel na activering van de kookwekker de gewenste tijd in door met de vinger over sensor (2) te schuiven. Als eerste wordt het tweede cijfer ingesteld en vervolgens het eerste cijfer. Na instelling van het tweede cijfer gaat de kookwekker automatisch over op de instelling van het eerste cijfer. Indien u geen enkel eerste cijfer instelt dan toont de timer na 10 seconden de waarde "0" (bijv. "06"). De kookwekker begint te werken zodra de diode van de kookwekker (11) gaat knipperen. Uitschakelen kookwekker Na afloop van de ingeprogrammeerde tijd klinkt een onderbroken geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door een willekeurige tiptoets aan te raken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de kookwekker eerder uit te schakelen ● Raak de tiptoets (4) 3 seconden aan of wijzig de tijd van de kookwekker in „00” door met uw vinger over de tiptoets (2) te schuiven. ● Als de timer is ingesteld als kookwekker, dan werkt hij niet als timer voor de kooktijd. De kookwekkerfunctie wordt gewist op het moment dat u de timerfunctie acti- veert.57 BEDIENING Warmhoudfunctie De warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Dankzij deze functie krijgt u een warm gerecht dat meteen gegeten kan worden, niet van smaak verandert en niet vastkoekt aan de pan. U kunt deze functie gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc. Voorwaarde voor juiste toepassing van deze functie is het gebruik van een geschikte pan met een vlakke bodem, zodat de temperatuur van de pan exact gemeten kan worden door de voeler die zich in de kookzone bevindt. U kunt de warmhoudfunctie op iedere kookzone gebruiken. U kunt de kookzone instellen op 3 temperatuurniveaus, nl. 42°C, 70°C en 94°C. U schakelt de warmhoudfunctie op de volgende wijze in: ● na het kiezen van de gewenste kookzone met tiptoets (3) raakt u de tiptoets warmhoud- functie (8) aan, hetgeen wordt aangeduid met het branden van het horizontale teken ( ) - dit betekent de keuze voor een verwarmingstemperatuur van 42°C; ● raak nogmaals de tiptoets warmhoudfunctie (8) aan, hetgeen wordt aangeduid met het branden van het dubbele horizontale teken ( ) - dit betekent de keuze voor een ver- warmingstemperatuur van 70°C; ● raak de tiptoets warmhoudfunctie (8) een derde keer aan, hetgeen wordt aangeduid met het branden van het driedubbele horizontale teken ( ) - dit betekent de keuze voor een verwarmingstemperatuur van 94°C; ● U kunt de warmhoudfunctie op ieder moment uitschakelen door de gewenste kookzone te activeren met tiptoets (3) en vervolgens het vermogensniveau te verlagen naar "0" met tiptoets (2). Functie Stop'n go „II” De functie Stop'n go werkt als een standaard pauze. Dankzij deze functie kunt u op een wil- lekeurig moment de werking van de kookplaat onderbreken en terugkeren naar de eerdere instellingen. Om de functie Stop'n go in te kunnen schakelen moet minimaal één kookzone zijn inge- schakeld. Raak vervolgens tiptoets (7) aan. Op alle indicatoren van de kookzones (3) verschijnt het symbool "II". Als de kookzone heet is worden afwisselend de symbolen „II” en „H” of „h”, getoond die de restwarmte van de kookzone aanduiden. De functie Stop'n go schakelt u uit door tiptoets (7) opnieuw aan te raken. Op de indica- toren van de kookzones (3) gaan de instellingen branden die waren ingeprogrammeerd voordat de functie Stop'n go werd ingeschakeld.58 BEDIENING Bridgefunctie Dankzij de bridgefunctie kunt u twee kookzones gebruiken als één kookzone. De bridge- functie is erg handig, zeker wanneer u pannen van het type braadpan gebruikt om te koken. De kookplaat beschikt over een bridgefunctie voor de linker- en rechterkookzones. Om de bridgefunctie in te schakelen, moet u de tiptoets van de kookzone (3) en vervolgens tegelijkertijd de 2 tiptoetsen voor keuze van de kookzone (3) aan de linker- of rechterkant aanraken. Het symbool " " verschijnt op de bovenste display en het cijfer "0' op de onder- ste display. Stel vervolgens door over de tiptoets voor wijziging van het vermogensniveau (2) te schuiven het vermogensniveau in. Vanaf dit moment bestuurt u twee kookzones met behulp van één tiptoets. Om de Bridgefunctie uit te schakelen raakt u gedurende 3 seconden tiptoets (3) van de kookzone met het brandende symbool " " aan. Op de displays licht het cijfer „0” op. Vanaf dit moment werken de kookzones weer apart.59 Het regelmatig reinigen en onderhouden van de kookplaat heeft grote invloed op de levensduur en storingsvrije werking van het apparaat. Schoonmaken na ieder gebruik ● Lichte, niet ingebrande verontreini- gingen met een vochtig doekje zonder reinigingsmiddel verwijderen. Het gebruik van een afwasmiddel kan een blauwe ver- kleuring veroorzaken. Deze hardnekkige vlekken kunnen vaak niet bij de eerste reiniging verwijderd worden, zelfs niet als u speciale reinigingsmiddelen gebruikt. ● Verwijder vastgebrande kookresten met een scherpe schraper en wis de oppervlakte met een vochtig doekje af.

REINIGING EN ONDERHOUD

Schraper voor het schoonmaken van de kookplaat Neem bij het reinigen van de kera- mische glasplaat dezelfde regels in acht als bij het reinigen van glasop- pervlakten. Gebruik nooit schurende of agressieve schoonmaakmiddelen, schuurpoeders of schuursponsjes met een ruw oppervlak. Gebruik ook geen stoomcleaners. Vlekken verwijderen ● Lichte, parelmoerkleurige vlekken ( aluminiumresten) kunt u verwijderen van de afgekoelde kookplaat met behulp van een speciaal reinigingsmiddel. Kalkresten (van overgekookt water) verwijdert u met azijn of speciale reinigingsmiddelen. ● Schakel de kookzone niet uit als u suiker, suikerhoudende gerechten, plastic of aluminiumfolie wilt verwijderen! Verwij- der kookresten (als ze nog heet zijn) meteen van de hete kookzone met een scherpe schraper. U kunt de kookzone uitschakelen zodra u de verontreiniging heeft verwijderd. Na afkoeling kunt u met behulp van speciale reinigingsmiddelen de kookplaat verder schoonmaken. De speciale reinigingsmiddelen zijn ver- krijgbaar in supermarkten, speciale winkels met elektronische apparatuur, drogisterijen, levensmiddelenzaken en keukenspeciaalza- ken. Scherpe schrapers zijn verkrijgbaar in winkels met bouwmaterialen, bouwgereed- schappen en schildersbenodigdheden.60

REINIGING EN ONDERHOUD

Reinigingsmiddelen nooit toepassen op een hete kookplaat. U kunt het beste het aangebrachte reinigingsmiddel laten drogen en vervolgens met een natte doek afwissen. Voordat u de glaskeramische kookplaat opnieuw verhit, moet u de resten van het reinigingsmiddel met een vochtige doek afvegen, omdat deze anders een bijtende werking kunnen hebben. Wij zijn niet aansprakelijk in het kader van de garantie, manier u de keramische glasplaat niet op de goede manier hebt behandeld. Attentie! Als om de een of andere reden de besturing niet werkt, terwijl het ap- paraat is ingeschakeld, schakel dan de hoofdschakelaar uit of schroef de zekering los en neem vervolgens contact op met de klantenservice. Attentie! Mochten er barsten of breuken in uw keramische glasplaat verschijnen, schakel dan onmiddellijk de kook- plaat uit en verbreek de aansluiting met het lichtnet. Draai hiertoe de zekering los of haal de stekker uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met de klantenservice. Periodieke onderhoudsbeurten Naast de normale schoonmaakwerkza- amheden moet u:

  • regelmatig de besturings- en werkonder- delen van de kookplaat controleren. na aoop van de garantieperiode minimaal één keer per twee jaar het apparaat na laten kijken door een servicedienst,
  • de geconstateerde storingen verhelpen,
  • periodiek de onderdelen van de kookplaat een onderhoudsbeurt geven. Attentie! Reparaties en afstelhandelingen moeten worden uitgevoerd door een bevoegde servicedienst of in- stallateur.61

HANDELWIJZE BIJ STORINGEN

Bij het optreden van storingen handelt u als volgt:

  • schakel alle functies van het apparaat uit
  • onderbreek de stroomtoevoer
  • bied het apparaat aan voor reparatie
  • omdat u zelf kleine storingen kunt verhelpen volgens de onderstaande aanwijzingen, dient u het apparaat eerst te controleren aan de hand van de punten in de volgende tabel, voordat u contact opneemt met de klantenservice.

PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING

1.Het apparaat werkt niet - stroomuitval -controleer de zekering en vervang deze als hij is door- gebrand 2.Het apparaat reageert niet op de ingevoerde waarden - het bedieningspaneel is niet ingeschakeld - inschakelen - de tiptoets is te kort aan- geraakt (minder dan een seconde) - raak de tiptoets langer aan - tegelijkertijd meerdere tiptoetsen aangeraakt - raak altijd maar één tipto- ets tegelijk gaan (uitgezon- derd het inschakelen van de kookzone) 3.Het apparaat reageert niet en laat een kort geluidssi- gnaal horen - onjuiste bediening (de ver- keerde tiptoetsen aangera- akt of te snel aangeraakt) - schakel de kookplaat opnieuw in - de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd - de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken 4.Het hele apparaat schakelt uit - na inschakeling is er binnen 10 seconden geen enkele waarde ingevoerd -schakel het bedieningspa- neel opnieuw in en voer de gegevens onmiddellijk in - de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd - de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken 5.Een kookzone schakelt uit en op de display verschijnt de letter „H” -beperking van de werkings- duur - schakel de kookzone opnieuw

- de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd - de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken - oververhitting van de elek- tronische onderdelen62

HANDELWIJZE BIJ STORINGEN

licht niet op, terwijl de kook- zones nog heet zijn. - onderbreking van de stroomtoevoer, verbinding van het apparaat met het lichtnet onderbroken - restwarmteindicator gaat pas weer werken nadat het bedieningspaneel opnieuw is in- en uitgeschakeld.

7. Keramische plaat is

gebarsten. Gevaar! Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk onderbreken (zekering). Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. 8.Als het gebrek of de sto- ring niet nog steeds niet is opgeheven. Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk onderbreken (zekering!). Neem contact op met de dichtstbijzijnde klanten- service. Belangrijk! U bent verantwoordelijk voor de goede staat van het apparaat en het juiste gebruik ervan in de huishouding. Als u op basis van onjuist gebruik van het apparaat contact opneemt met de klantenservice, dan zijn ook binnen de garantieperiode de kosten van zo´n bezoek voor u. Voor schade die is ontstaan door het niet in acht nemen van deze gebruiksaanwijzing, kunnen wij helaas niet aansprakelijk gesteld worden.

9. De inductiekookplaat ma-

akt een schurend geluid. Dat is een normaal verschijnsel. De koelventilator van de elek- tronische onderdelen werkt.

10. De inductiekookplaat ma-

akt een uitend geluid. Dat is een normaal verschijnsel. Conform de werkfrequentie van de spoelen tijdens het gebruiken van een aantal kookzo- nes, maakt de kookplaat bij maximaal vermogen en een licht uitend geluid.

11. De plaat werkt niet, u

kunt de kookzones niet inschakelen en ze functio- neren niet. - elektronische storing - reset de kookplaat, kop- pel de kookplaat enkele minuten los van de stroom- voorziening (verwijder de zekering van de installatie).63 TECHNISCHE GEGEVENS Nominale spanning 230/400V 3N~50 Hz Nominaal vermogen van de kookplaat: 7,4 kW Model: PG4VI525FTB4SC / (BOXI*) - inductiekookzone: - inductiekookzone: Ø 180 mm 1600 W - inductiekookzone: Ø 210-220 mm 2000 W - inductiekookzone: Ø 160-180 mm 1200 W - booster inductiekookzone: Ø 180 mm 1600/2500 W - booster inductiekookzone: Ø 210-220 mm 2000/3000 W - booster inductiekookzone: Ø 160-180 mm 1200/1400 W Afmetingen 576 x 518 x 59

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : BOXI 955 000 SM

Categorie : Fornuis