SHGG 11559 W - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SHGG 11559 W AMICA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SHGG 11559 W AMICA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHGG 11559 W - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHGG 11559 W van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING SHGG 11559 W AMICA
Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichting*
Zorg ervoor dat het apparaat is losgekoppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken.
- Stel alle draaiknoppen in op stand “●”/“0” en schakel de voeding uit,
- Draai het lampenkapje los en veeg hem heel goed droog.
- Verwijder het halogeenlampje. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeenlampje indien nodig door een nieuwe G9
- spanning 230V
- vermogen 25W
- Plaats het halogeenlampje voorzichtig in de fitting.
- Draai het lampenkapje vast.

De fornuizen van Amica combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen.
Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit.
Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorkomen.
Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.
Opgelet!
Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.
Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.
De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel.
Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.
Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden verrichten.
Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.
Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.
Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.
Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.
Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.
Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.
Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.
et is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.
Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis.
Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het openen van de deur tijdens of na afloop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.
Opgelet. Het kookproces moet onder toezicht plaatsvinden. Kortdurend koken moet onder continu toezicht plaatsvinden.
WAARSCHUWING. Gebruik uitsluitend schermen voor de kookplaat die zijn ontworpen door de producent van het apparaat of die door de producent in de gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het toepassen van ongeschikte schermen kan ongevallen veroorzaken.
Attentie: Het kook- en braadtoestel genereert warmte, vocht en verbrandingsproducten in de ruimte waarin het geïnstalleerd is. Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd is, vooral wanneer het toestel wordt gebruikt.
Langdurig intensief gebruik kan extra ventilatie vereisen, zoals het verhogen van de capaciteit van de mechanische ventilatie, indien toegepast, of extra ventilatie om de verbrandingsproducten veilig naar buiten af te voeren zodat de luchtuitwisseling in de ruimte gewaarborgd blijft.
Raadpleeg een specialist alvorens extra ventilatie te installeren.
Attentie: Het toestel mag alleen gebruikt worden om te koken en te bakken/braden. Het mag niet gebruikt worden voor andere doeleinden, zoals ruimteverwarming.
Het toestel is bedoeld voor typische functies in een huishoudelijke omgeving (bv. koken) door niet-deskundige gebruikers.
Voorbeelden van huishoudelijke omgevingen
- huizen en flats,
- winkels, kantoren en andere soortgelijke werkplekken,
- boerderijen/landbouwbedrijven,
-
hotels, motels en andere woonomgevingen waar het toestel wordt gebruikt door niet-deskundige gebruikers.
-
Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken!
- Zorg ervoor, dat de elektrische kabels van gemechaniseerde keukentoestellen, bv. mixers, de hete onderdelen van het fornuis niet raken.
- Plaats geen lichtontvlambare materialen in de schuif, want deze kunnen ontvlammen terwijl de oven werkt.
- Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ontvlammen als gevolg van oververhitting.
- Let op het kookpunt, zodat de branders niet onderlopen.
- Als het fornuis beschadigd is, mag u het pas opnieuw gebruiken na herstelling door een vakman.
- Open de kraan op de gasaansluiting of het ventiel op de gasfles niet voordat u gecontroleerd hebt of alle kranen gesloten zijn.
- Zorg ervoor dat de branders niet onderlopen of vuil worden. Reinig en droog vuile branders onmiddellijk nadat ze afgekoeld zijn.
- Plaats geen potten of pannen rechtstreeks op de branders.
- Plaats geen potten of pannen van meer dan 10 kg op het rooster boven een brander, en geen potten en pannen met een gezamenlijk gewicht van meer dan 40 kg op het volledige rooster.
- Sla niet op de draaiknoppen of branders.
- Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven
- Het is verboden om aanpassingen of herstellingen aan het fornuis te laten uitvoeren door ongeschoolde personen.
- Het is verboden om de kranen van het fornuis open te draaien zonder dat u een aange-stoken lucifer of een aansteker bij de hand hebt.
- Het is verboden om de vlam van de brander te doven door erop te blazen
- Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.
-
Het glazen deksel kan barsten als het opgewarmd wordt. Doof eerst alle branders voordat u het deksel sluit. (Fornuizen met een glazen deksel – zie “Kenmerken van het toestel”).
-
Het is verboden om zelfstandig het fornuis aan te passen aan een ander soort gas, het fornuis naar een ander plaats te verplaatsen of aanpassingen door te voeren aan de voeding. Deze handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.
- Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.
- Laat geen kinderen of personen die de gebruikershandleiding niet kennen, toe tot het fornuis.
- NDIEN U VERMOEDT DAT ER GAS VRIJKOMT, IS HET VERBODEN OM:
ucifers aan te steken, sigaretten te roken, elektrische ontvangers aan- en uit te schakelen (bel of lichtknop) en andere elektrische en mechanische toestellen te gebruiken die elektrische of contactvonken kunnen doen ontstaan. In zulke gevallen moet u onmiddellijk het ventiel van de gasfles of de kraan van de gasinstallatie afsluiten en de ruimte verluchten, en daarna een gekwalificeerde persoon roepen om de oorzaak van de gaslek te verhelpen.
- In geval van technische defecten moet u onmiddellijk de elektrische voeding van het fornuis uitschakelen (en daarbij bovenstaande regel toepassen) en een herstelling aanvragen.
- Er mogen geen antennekabels bv. voor radio-ontvangers, aangesloten worden op de gasinstallatie.
- In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkende gasinstallatie, moet u onmiddellijk de gastoevoer afsluiten met het afsluitventiel.
- In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkend ventiel van de gasfles, moet u een natte deken op de fles gooien en het ventiel van de fles afsluiten om de fles te laten afkoelen. Draag de fles naar een open ruimte als ze afgekoeld is. Het is verboden om een beschadigde gasfles opnieuw te gebruiken.
- Als u het fornuis gedurende enkele dagen niet gebruikt, sluit dan de hoofdkraan van de gasinstallatie af. Als u gebruik maakt van een gasfles, sluit dan het ventiel af na elk gebruik.

Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken bespaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:
- Gebruik goede potten en pannen om te koken.
😊ookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.
- Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.
†uil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.
et er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.
- Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.
pen ook niet onnodig vaak de deur van de oven.
- Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.
Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.
- Gebruik de restwarmte in de oven.
◆chakel bij baktijden van meer dan 40 minuten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.
- Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily.
- Bouw het fornuis niet in de onmiddellijke nabijheid van koelkasten of diepvriezers.
et energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.

Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-
lijke wijze.
Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool.
Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het bereik van kinderen gehouden worden.
RECYCLAGEVANGEBRUIKTETO ESTELLEN

Op het einde van de gebruiksperiode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.
De materialen die gebruikt zijn bij de productie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materialen of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.
Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.

text_image
Gemiddelde brander Hulpbrander Gemiddelde brander Deksel Rooster Grote brander Draaiknoppen voor de bediening van de gasbranders Draaiknop van de temperatuurregelaar Draaiknoppen voor de bediening van de gasbranders Greep van de deur van de oven Gaslekbeveiliging Vonkont-steker**Bepaalde modellen

text_image
Gemiddelde brander Hulpbrander Gemiddelde brander Deksel Rooster Grote brander Van de ovenverlichting* Draaiknoppen voor de bediening van de gasbranders Draaiknop van de temperatuurregelaar Greep van de deur van de oven Schuif
text_image
Gaslekbeveiliging Vonkont- steker**Bepaalde modellen
Uitrusting van het fornuis – overzicht:

Bakplaat voor gebak*

Grillrooster (droogrekje)

Bakplaat voor gebraad*
*Bepaalde modellen
Onderstaande instructies zijn bestemd voor gekwalificeerde installateurs die het toestel installeren. Met behulp van deze instructies kan het toestel op een zo professioneel mogelijke manier geïnstalleerd en onderhouden worden.
- Verzeker u ervan dat de plaatselijke distributievoorwaarden (het soort gas en de gasdruk) en de instelling van het apparaat geschikt zijn, voordat u begint met de installatie.
- De instellingsgegevens staan vermeld op de verpakking en op het typeplaatje.
- Dit apparaat is niet aangesloten op kanalen voor de afvoer van verbrandingsgassen. Het moet worden geïnstalleerd en aangesloten volgens de geldende installatievoorschriften. U dient in het bijzonder rekening te houden met de vereisten voor ventilatie.
Opstelling van het fornuis
- De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De geschiktheid van de ruimte voor het opstellen van een gasfornuis wordt geëvalueerd op basis van volgende rechtsvoorschriften.
- De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgassen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventilatierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen.
- De ruimte moet ook de toevoer van lucht toelaten, die onontbeerlijk is voor een
correcte verbranding van het gas. De luchttoevoer mag niet minder zijn dan 2m3/h voor 1 kW vermogen van de branders. De lucht moet direct van buiten aangevoerd worden door een kanaal met een doorsnede van min. 100 cm2, of direct uit aanpalende ruimtes die uitgerust zijn met ventilatiekanalen die uitgeven naar buiten.
- Als het fornuis intensief en lang gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn om een venster te openen om de ventilatie te verbeteren.
- Vloeibaar gas is zwaarder dan lucht en heeft daarom de neiging om zich in de onderste niveaus te verzamelen. Ruimtes waarin flessen met vloeibaar gas geïnstalleerd zijn moeten uitgerust zijn met ventilatiekanalen die vanuit de ruimte naar buiten leiden en zo het gas kunnen afvoeren in geval van lekken. Om dezelfde reden mogen gasflessen, zowel lege als gedeeltelijk gevulde, niet geïnstalleerd of bewaard worden in ruimtes die zich onder de grond bevinden (bv. in kelders). De flessen mogen zich niet dicht bij een warmtebron bevinden (kachel, schouw, oven, enz.), die de temperatuur in de fles kan verhogen tot meer dan 50°C.

- Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).
- Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige verspreiden van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.
Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis.
De beveiliging wordt gemonteerd om te voorkomen dat het fornuis omvalt. Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaande ovendeur klimt het fornuis laat omvallen.

text_image
A B
Fornuis, hoogte 850 mm
A=60 mm
B=103 mm
Aansluiting van het fornuis op de gasinstallatie
Opgelet!
Het fornuis moet op een gasinstallatie aangesloten met het soort gas waaraan het fornuis in de fabriek werd aangepast. Informatie over het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, vindt u op het typeplaatje. Het fornuis mag enkel aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties en enkel een installateur mag het fornuis aanpassen aan een ander soort gas.
Instructies voor de installateur
e installateur moet:
- gekwalificeerd zijn voor het aansluiten van gasinstallaties,
- de informatie op het typeplaatje van het fornuis inzake het soort gas waaraan het fornuis aangepast is doorlezen en de informatie vergelijken met de gasleveringsvoorwaarden op de installatieplaats,
-
controlleren of:
-
de ventilatie, d.w.z. de luchtcirculatie in de ruimtes, goed werkt,
- de gasaansluitingen lekvrij zijn,
- alle werkende onderdelen van het fornuis goed functioneren,
- de elektrische installatie kan samenwerken met een aardingsleiding (nulleiding).
- de instellingen van de draaiknoppen voor de gasbranders met behulp van de bijgevoegde regelplaatjes regelen om een goede werking van de vonkontsteking en de gaslekbeveiliging te garanderen,
Opgelet!
Het fornuis mag enkel door een erkend installateur op een gasfles met vloeibaar gas of een vaste gasinstallatie aangesloten worden. Hierbij moeten de geldende veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden
Aansluiting op een elastische stalen leiding.
Als het fornuis in overeenstemming met de principes voor klasse 2, subklasse I, geïnstalleerd wordt, dan raden we aan om bij de aansluiting van het fornuis op de gasinstallatie uitsluitend een elastische metalen leiding te gebruiken, die aan de geldende nationale voorschriften voldoet. De verbinding die het gas naar het fornuis aanvoert, heeft een G1/2" schroefdraad.
Voor de aansluiting mogen enkel buizen en pakkingen gebruikt worden, die aan de geldende normen voldoen. De maximale lengte van de elastische leiding mag niet meer dan 2000 mm bedragen.
Zorg ervoor, dat de aansluiting niet in contact komt met andere beweeglijke delen, die de aansluiting zouden kunnen beschadigen.
Aansluiting op een onbuigbare installatiebuis.
Het fornuis heeft een verbindingsstuk met een G1/2" schroefdraad.
Het toestel moet zo op de gasinstallatie aangesloten worden, dat er op geen enkel punt van de installatie en op geen enkel element van het toestel spanning ontstaat.
Als er een overdreven draaimoment toegepast wordt bij het aandraaien (meer dan 18 Nm), dan kan dit de aansluiting beschadigen of lekken doen ontstaan.
De gasleiding mag de metalen elementen van de ombouw aan de achterkant van het fornuis niet raken.
Attentie!
Steeds nadat u de drukregelaar heeft vervangen, moet u het apparaat een technische keuring laten ondergaan die de gaskranen en de uitstroombeveiliging omvat.
Opgelet!
Na de installatie van het fornuis moet de afdichting van alle aansluitingen gecontroleerd worden met bv. water met zeep.
Er mag geen vuur gebruikt worden om de afdichting te controleren.
Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie
- Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met eenfasige wisselstroom (230V 1N\~50Hz en uitgerust met een aansluitleiding van 3 x 1,5 mm2 met een lengte van ongeveer 1,5 m met een stekker met aarding*.
- Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet voorzien zijn van een aardingspin en mag zich niet boven het fornuis bevinden. Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet ook na het opstellen van de oven bereikbaar zijn voor de gebruiker.
- Voordat u het fornuis aansluit, moet u controleren of:
- de zekering en de elektrische installatie bestand zijn tegen de belasting van de oven,
- de elektrische installatie uitgerust is met een doeltreffend aardingssysteem dat voldoet aan de geldende normen en voorschriften.
- het stopcontact goed bereikbaar is.
Aanpassing van het fornuis aan een ander soort gas
Deze handeling mag enkel uitgevoerd worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties.
Als het gas waarmee het fornuis gevoed moet worden, verschilt van het gas dat voor het fornuis voorzien is in de fabrieksversie, d.w.z. G20 20 mbar, dan moeten de branderkoppen vervangen worden en moet de vlam opnieuw ingesteld worden.
Om het fornuis aan te passen aan de verbranding van een ander soort gas, moet u:
- de branderkoppen vervangen (zie tabel hieronder),
- de "spaarvlam" instellen.
Opgelet!
De fornuizen worden door de producent uitgerust met branders die in de fabriek aangepast zijn aan het verbranden van het gas dat opgegeven is op het typeplaatje en op de garantiekaart.
| Brander van het type Somipress(volgens de aanduiding „SOMIpress”op de behuizing van de brander) | Gassoort | ||||
| G20 2E -20mbarG25 2L -25mbar1) | G30 3B/P -30mbar1)2) | G30 3B/P -50mbar | |||
| Hulpbrander | Diameter spuitmond | mm 0,7 | 20,52 0,45 | ||
| Warmtebelasting kW | 1,00 1 | ,00 1,00 | |||
| Gasverbruik g/h - 73 | - | ||||
| Gemiddeld | Diameter spuitmond | mm 0,9 | 80,67 0,58 | ||
| Warmtebelasting kW | 1,80 1 | ,80 1,80 | |||
| Gasverbruik g/h - 131 | - | ||||
| Groot | Diameter spuitmond | mm 1,1 | 70,83 0,75 | ||
| Warmtebelasting kW | 2,80 2 | ,80 2,80 | |||
| Gasverbruik g/h - 204 | - | ||||
| Oven | Diameter spuitmond | mm 1,3 | 0,84 0,75 | ||
| Warmtebelasting kW | 2,80 2 | ,80 2,80 | |||
| Gasverbruik g/h - 204 | - | ||||
^1) De gassoort betreft Nederland.
^2) De beschikbaarheid van de sproeiers is afhankelijk van het apparaatmodel.
Om de instellingen te regelen moeten de draaiknoppen van de kranen weggenomen worden.
Handelswijze bij omschakeling naar een ander soort gas
| Brander | Vlam | Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgas | Omschakeling van aardgas naar vloeibaar gas |
| bovenbrander | volledig | 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. | 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. |
| spaarzaam | 2.Regelschroef licht indraaien en grootte van de vlam controleren | 2.Regelschroef licht indraaien en grootte van de vlam controleren | |
| van de oven | volledig | 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. | 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. |
| spaarzaam | 2.Regelschroef licht indraaien en grootte van de vlam instellen. Temperatuur van de oven moet 150 °C bedragen. | 2.Regelschroef licht indraaien en grootte van de vlam instellen. Temperatuur van de oven moet 150 °C bedragen. |
De toegepaste branders van de gaskookplaat vereisen geen instelling van de basisluchtstroom.
Een correcte vlam heeft binnenin duidelijk blauwgroene kegeltjes.
Een korte, ruisende vlam of een lange, gele, rokende vlam zonder duidelijk afgetekende kegeltjes wijst op een slechte kwaliteit van het gas in de huisinstallatie of een beschadigde of vervuilde brander. Om de vlam te controleren moet u de brander ongeveer 10 minuten laten branden met volle vlam en daarna de draai-knop van het ventiel op spaarvlam plaatsen. De vlam mag niet uitgaan of overspringen naar de branderkoppen.
Bij fornuizen met beveiliging is een kraan met een gaslekbeveiliging toegepast volgens fig. De kranen moeten ingesteld worden terwijl de brander aangeschakeld is op spaarvlam, dit met behulp van een regelschroevendraaier van 2,5 mm.

Vervanging van een branderkop – draai de kop los met behulp van een speciale copsleutel 7 en vervang de kop door een nieuwe die aangepast is aan het soort gas (zie tabel hierboven)

Kleef na de instelling een etiketje met een beschrijving van het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, op het fornuis.
De spaarvlam moet ter plaatse bij de gebruiker door de installateur worden ingesteld. Dit hangt af van het soort gebruikte gas en gasdruk.
Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt
● verwijder alle verpakkingsonderdelen,
- verwijder voorzichtig (langzaam) de etiketten van de deur van de oven om de kleefband niet te breken. Als er resten lijm op de ruit achterblijven, kunt u gewone kleefband op de restjes plakken en die er daarna aftrekken. Als er een zichtbaar spoor achterblijft op de ruit, kunt u de ovenkamer opwarmen (zie hieronder), de opgewarmde ruit besproeien met een spray om ruiten te reinigen en dan afdrogen met een zachte doek,
- maak de schuif leeg, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven,
- neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,
- schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,
- warm de oven op (op een temp. van 250°C, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig.
- bedien de oven en leef hierbij de veiligheidsinstructies na.
De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.
Bediening van de branders van de gaskookplaat
Keuze van de potten en pannen
Zorg ervoor dat de diameter van de bodem van de potten en pannen steeds groter is dan de kroon van de vlam en dat de potten en pannen afgedekt zijn met een deksel. Het is aangeraden om een pot te kiezen met een diameter van ongeveer 2,5-3 keer groter dan de diameter van de brander, d.w.z.:
- voor de hulpbrander – een diameter van 90 tot 150 mm,
- voor de gemiddelde brander – een diameter van 160 tot 220 mm,
- voor de grote brander – een diameter van 200 tot 240 mm, en de hoogte van de pot mag niet groter zijn dan zijn diameter.

text_image
SLECHT GOEDDraaiknop voor de bediening van de branders

text_image
Stand brander uit Stand spaar- vlam Stand grote vlamAansteken van de branders zonder ont- steker
- steek een lucifer aan,
- druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand "grote vlam"
- steek het gas aan met de lucifer,
- stel de gewenste grootte van de vlam in (bv. "spaarzaam")
- schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ●).
ansteken van de branders Oet ontsteker*

- druk op de knop van de vonkontsteker die aangeduid is met √,
- druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand "grote vlam"
- hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt,
- stel de gewenste grootte van de vlam in (bv. "spaarzaam")
- schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ●).
ansteken van de branders met een □ntsteker die aan de draaiknop _ ekoppeld is*
- druk de draaiknop van de kraan van de gewenste brander in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand "grote vlam"
- hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt,
- nadat de vlam aangeslagen is, kunt u de draaiknop lossen en dan de gewenste grootte van de vlam instellen.
*Bepaalde modellen
Opgelet!
Bij fornuismodellen met een gaslekbeveiliging voor de branders van de kookplaat moet u tijdens het aansteken ongeveer 10 sec. de draaiknop stevig ingedrukt houden in de stand "grote vlam" voordat de beveiliging gaat werken.
Keuze van de vlam van de brander
Correct ingestelde branders hebben een helderblauwe vlam met een duidelijk afge- tekende kegel binnenin. De keuze van de grootte van de vlam hangt af van de instelling van de draaiknop van de brander:
grote vlam
kleine vlam (zgn. "spaarvlam")
- uitgedoofde brander (de gastoevoer is afgesloten)
Afhankelijk van de behoefte kan de grootte van de vlam geleidelijk ingesteld worden.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Circular Loop}
B --> C["Node 1"]
B --> D["Node 2"]
B --> E["Node 3"]
SLECHT

Het is verboden om de vlam in te stellen tussen de stand 'uitgedoofde brander'●
en de stand 'grote vlam'

Werking van de gaslekbeveiliging
Bepaalde modellen (zie tabel p. 10) zijn uitgerust met een automatisch systeem dat de gastoevoer naar de brander afsluit wanneer de vlam verdwijnt.
Dit systeem beveiligt tegen het ontsnappen van gas wanneer de vlam op de brander uitgaat, bv. als gevolg van het onderstromen van de brander.
De gebruiker moet tussenkomen om de brander terug aan te steken.

Functies en bediening van de oven
De oven kan opgewarmd worden met behulp van de gasbrander van de oven of met het elektrische grillelement*. De oven wordt bediend met behulp van één draaiknop die een cijferschaal heeft die overeenkomt met de instellingen van de temperatuurregelaar*.

text_image
150°-160° 255° 240° 225° 210° 195° 180° 165°Opgelet!
Alle ovens zijn uitgerust met gaskranen met een temperatuurregelaar en lekbeveiliging. Bij het aanschakelen van de oven, zoals hieronder beschreven, dient u de draaiknop ongeveer 3 sec. ingedrukt te houden. Dit is noodzakelijk om de sensor te laten opwarmen en de beveiliging in werking te stellen. Als de vlam dooft, moet deze handeling herhaald worden na 3 sec. Als de vlam niet aangaat binnen 10 sec., moet het ontsteken herhaald worden na ong. 1 minuut, d.w.z. nadat de oven verlucht is.
Om de oven aan te schakelen moet u:
- een lucifer aansteken,
- de draaiknop diep indrukken en naar links draaien tot op de gewenste temperatuur,
- de lucifer in de ontstekingsopening steken (zie fig. hieronder) en de draaiknop ong. 3 sec. ingedrukt houden totdat het gas ontvlamt. Als de vlam uitdooft, herhaal dan de handeling na 3 sec.

- controleer de vlam (wanneer de vlam duidelijk kleiner wordt, betekent dit dat de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft).
Push-button ignition\*

De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.
Voor de reiniging moet de oven uitgeschakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “●”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is.

Branders, rooster van de gaskook- plaat, ombouw van het fornuis
- Als de branders en het rooster vuil zijn, moet u deze onderdelen wegnemen en wassen in warm water met een reini-gingsmiddel dat vet en vuil verwijdert. Wrijf de onderdelen daarna droog. Reinig grondig de gaskookplaat nadat u het rooster weggenomen heeft en wrijf ze droog met een zachte doek. Zorg er vooral voor dat de vlamopeningen van de ring rond de branderdop rein blijven – zie figuur hieronder. Reinig de openingen van de branderkoppen met behulp van een dunne koperdraad. Gebruik geen staaldraad om de openingen te reinigen, boor ze niet open.

Opgelet!
De onderdelen van de branders moeten steeds droog zijn. Waterresten kunnen de gasstroom blokke- ren, waardoor de brander slecht zal branden.
- Gebruik voor het reinigen van de geemailleerde oppervlakken zachte reini-gingsmiddelen. Gebruik geen sterk schurende middelen, zoals bv. schuurpoeders, schuurpasta's, schuurstenen, puimsteen, ijzersponsjes enz. - Bij fornuizen van roestvrij staal moet de gaskookplaat eerst grondig gewassen worden voordat u ze gebruikt. Hierbij moet u in het bijzonder letten op restjes lijm van de folie die u wegnam bij de montage en kleefband die aangebracht werd bij het inpakken van het fornuis. De plaat moet regelmatig gereinigd worden na elk gebruik. Laat geen vuil aankoeken op de kookplaat, en laat zeker geen overgelopen gerechten aanbranden. Het is aangeraden een reinigingsmiddel van het type Stahl-Fix te gebruiken voor de eerste reiniging en voor lopend onderhoud.
Oven
- De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet.
- De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.
Opgelet!
Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen voor het reinigen en onderhouden van de glazen voorzijde.
Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichting
Zorg ervoor dat het apparaat is losgekoppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken.
- Stel alle draaiknoppen in op stand “●”/“0” en schakel de voeding uit,
- Draai het lampenkapje los en veeg hem heel goed droog.
- Verwijder het halogeenlampje. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeenlampje indien nodig door een nieuwe G9
- spanning 230V
- vermogen 25W
- Plaats het halogeenlampje voorzichtig in de fitting.
- Draai het lampenkapje vast.

Om gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen. Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.

Verwijderen van de binnenruit
- Draai met behulp van een kruisschroevendraaier de schroeven in de zijdoppen uit (fig. A).
- Duw de doppen uit met behulp van een platte schroevendraaier en neem de bovenlat van de deur weg (fig. A, B).
-
Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur) (Fig. C).
-
Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel.
Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden.
A

Verwijderen van de binnenruit
Periodieke controle
Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook:
- regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst,
- de vastgestelde gebreken verhelpen,
- een regelmatig onderhoud van de werkende onderdelen van het fornuis uitvoeren.
Opgelet!
Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalificaties.
ij probleemsituaties moet u:
- de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen
- de elektrische voeding ontkoppelen
- een herstelling aanvragen
- sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.
| PROBLEEM | OORZAAK | HANDELSWIJZE |
| 1. De brander gaat niet aan | Vervuilde vlamopeningen | Sluit de gastoevoer af, sluit de kranen van de branders af, verlucht de ruimte, neem de brander weg, reinig de vlamopeningen en blaas ze uit |
| 2.De vonkontsteker steekt het gas niet aan* | Stroompanne | Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering |
| Onderbreking in de gas-toevoer | Open het ventiel van de gastoevoer | |
| Vervuilde (vette) vonkont-steker | Reinig de vonkontsteker | |
| De draaiknop van de kraan is niet voldoende ingedrukt | Hou de draaiknop ingedrukt totdat er een volle vlam rond de kroon van de brander ontstaat | |
| 3. De vlam gaat uit bij het aansteken van de brander | De draaiknop van de kraan werd te vlug gelost | Hou de draaiknop langer ingedrukt in de stand “grote vlam” |
| 4. de elektrische uitrusting werkt niet* | Stroompanne | Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering |
| 5. de verlichting van de oven werkt niet* | losgekomen of beschadigd lampje | draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini-ging en onderhoud) |
*Bepaalde modellen
Gebak
- Gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden aluminium bakvormen aangeraden of bakvormen met een zilveren deklaag, die op het rekje (rooster) van de oven passen. Bakplaten voor koekjes of vormpjes moeten dwars in de ovenkamer geplaatst worden,

- Voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt),
- Het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.
- De parameters voor gebak in tabel 1 geven enkel aanwijzingen en kunnen ge-corrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak,
- indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding.
| SOORT GEBAK | TEMPERATUUR [°C]oven eerst voor-verwarmen | TEMPERATUUR [°C] | BAKTIJD [MIN.] | NIVEAU VAN ONDERAF |
| Taart (Vruchtentaart) | 170 | 160 | 60-70 | 2 |
| Viervierdencake | 170 | 150-160 | 20-40 | 2-3 |
| Biscuit | 170 | 150-160 | 20-30 | 2-3 |
| Buns | 180 | 170 | 30-50 | 3 |
| Cake van gistdeeg | 180 | 180 | 40-50 | 3 |
| Cake brokkelbodem | 200 | 180 | 40-60 | 3 |
| Bladerdeeggebak | 230-250 | 200-220 | 15-20 | 3 |
Vlees braden
- in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.
- bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.
- bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.
- het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.
| SOORT VLEES | verwarmingselement bovenaan + onderaan | TIJD*IN MIN. | |
| NIVEAUVAN ONDERAF | TEMPERATUUR[°C] | ||
| RUNDSVLEES | per 1 cm | ||
| Rosbief of rode filet (“english”) | 3 | 250 | 12-15 |
| voorverwarmde ovenhalf doorbakken (“medium”) | 3 | 250 | 15-25 |
| voorverwarmde ovengoed doorbakken (“well done”) | 3 | 210-230 | 25-30 |
| voorverwarmde ovenGebraad | 2 | 200-220 | 120-140 |
| VARKENSVLEES | |||
| Gebraad | 2 | 200-210 | 90-140 |
| Hesp | 2 | 200-210 | 60-90 |
| Filet | 3 | 210-230 | 25-30 |
| KALFSVLEES | 2 | 200-210 | 90-120 |
| LAMSVLEES | 2 | 200-220 | 100-120 |
| WILD | 2 | 200-220 | 100-120 |
| GEVOGELTE | |||
| Kip | 2 | 220-250 | 50-80 |
| Gans (ca. 2 kg) | 2 | 190-200 | 150-180 |
| VIS | 2 | 210-220 | 40-55 |
*de gegevens in de tabel gelden voor 1 kg vlees. Voor grotere porties moet u voor elke volgende kilo 30-40 minuten bijrekenen.
Nominale spanning 230V\~50 Hz
Nominaal vermogen max. 0,025 kW
Categorie van het toestel DE II2ELL3B/P, NL II2L3B/P
Voldoet aan de vereisten van de Europese voorschriften normen EN 30-1-1, EN 60335-1, EN 60335-2-6
Verklaring van de producent
De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen:
● Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC,
- Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC,
- Richtlijn gastoestellen 2009/142/EC, (tot 20.04.2018)
- Verordening (EU) 2016/426 van het Europees Parlement en de Raad (van 21.04.2018)
● Richtlijn ErP 2009/125/EC,
en dat het product daarom gemerkt is met CC en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.
Amica S.A.
ul.Mickiewicza 52, 64-510 Wronki, Poland
tel. +48 67 25 46 100, fax +48 67 25 40 320
www.amica.pl