KCT 205 H - Zaag King Craft - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KCT 205 H King Craft in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KCT 205 H King Craft
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KCT 205 H - King Craft en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KCT 205 H van het merk King Craft.
GEBRUIKSAANWIJZING KCT 205 H King Craft
Gebruiksaanwijzing Tafelcirkelzaag
1. Beschrijving van het toestel (fig. 1)
1 Zaagtafel 2 Zaagbladbescherming 3 Schuifstok 4 Zaagblad 5 Sleetspie 6 Tafelinzetsel 7 Parallelaanslag 8 Motor 9 Netkabel 10 Frame 11 In-/uitschakelaar 12 Stergreepschroef voor parallelle aanslag 13 Tafelsteun 14 Hoekaanslag 15 Stergreepschroef voor hoogteafstelling 16 Stergreepschroef voor aanslagrail 17 Stergreepschroef voor tafelsteun 18 Stergreepschroef voor zaagbladafdekking
Zaagblad voorzien van hardmetaalelementen Parallelaanslag Hoekaanslag Schuifstok Tafelcirkelzaag
3. Doelmatig gebruik
De tafelcirkelzaag KCT 205 H dient om alle soorten hout langs of dwars (alleen met hoekaanslag) te zagen overeenkomstig de grootte van de machine. Rondhout, gelijk welke soort, mag niet gezaagd worden. De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor zij bedoeld is. Elk verder gaand gebruik is niet doelmatig. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Er mogen slechts zaagbladen worden gebruikt die geschikt zijn voor de machine en overeenkomen met de karakteristieke gegevens vermeld in deze gebruiksaanwijzing. Het gebruik van snijschijven van welke soort dan ook is verboden. Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsook van de montage- en bedrijfsvoorschriften van deze gebruiksaanwijzing hoort eveneens tot het doelmatig gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten met haar vertrouwd en op de hoogte zijn van mogelijke gevaren. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels qua arbeidsgeneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen. Wijzigingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde resterende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en de opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen: Raken van het zaagblad in het niet afgedekt zaagbereik. Grijpen in het draaiend zaagblad (sneeën) Terugslaan van werkstukken en werkstukdelen. Breken van het zaagblad. Wegslingeren van beschadigde hard- metaalelementen van het zaagblad. Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbeschermer. Bij gebruik in gesloten vertrekken emissie van houtstof, die schadelijk is voor de gezondheid.
4. Belangrijke aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing heel nauwkeurig en volg de aanwijzingen ervan op. Maakt U zich aan de hand van deze gebruiksaanwijzing vertrouwd met het toestel, het juiste gebruik alsook met de veiligheidsvoorschriften. Veiligheidsvoorschriften Waarschuwing: Wanneer elektrische gereedschappen worden gebruikt, dienen de fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht te worden genomen teneinde de risico‘s voor brand, elektrische schok en verwondingen van personen uit te sluiten, met inbegrip van het volgende: Neem al deze aanwijzingen in acht voordat en terwijl u met de zaag gaat werken. Bewaar deze veiligheidsvoorschriften zorgvuldig! Beschermt u zich tegen elektrische schok! Vermijd elk lichamelijk contact met geaarde onderdelen. Het is aan te raden niet gebruikte toestellen op een droge plaats op slot buiten bereik van kinderen te bewaren. Hou de gereedschappen scherp en schoon teneinde beter en veiliger te kunnen werken. Controleer regelmatig de kabel van het gereedschap en laat de kabel in geval van beschadiging vervangen door een erkend vakman. Controleer verlengkabels regelmatig en vervang ze indien ze beschadigd zijn. NL25 Gebruik in open lucht enkel ervoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkte verlengkabels. Let op wat u doet. Ga met verstand te werk. Gebruik het gereedschap niet als u moe bent. Gebruik geen gereedschappen waarvan de schakelaar zich niet laat in- en uitschakelen. Waarschuwing! Het gebruik van andere inzetgereedschappen en andere accessoires kan voor u een gevaar voor verwondingen betekenen. Trek vóór afstel- en onderhoudswerk- zaamheden telkens de netstekker uit het stopcontact. Geef de veiligheidsvoorschriften door aan alle personen die aan de machine werken. Gebruik de zaag niet om brandhout te zagen. Dwarszagen van rondhout is niet toegelaten. Wees voorzichtig! Door het draaiende zaagblad bestaat er gevaar voor verwondingen voor handen en vingers. De machine is voorzien van een veiligheids- schakelaar (11) tegen het opnieuw inschakelen na een spanningsverval. Controleer vóór ingebruikneming of de spanning vermeld op het kenplaatje van het toestel over- eenkomt met de netspanning. Indien U een verlengkabel nodig heeft vergewis U zich ervan dat zijn doorsnede voldoende is voor het opgenomen vermogen van de zaag. Minimumdoorsnede 1 mm
Kabeltrommel slechts in afgerolde toestand gebruiken. Controleer de netaansluitkabel (9). Gebruik geen defecte of beschadigde kabels. Gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten. Bij het werken in open lucht zijn slipvaste schoenen aan te bevelen. Draag bij lang haar een haarnet. Vermijd abnormale lichaamshouding. Stel de zaag niet bloot aan de regen en gebruik de machine niet in een vochtige of natte omgeving. Zorg voor een goede verlichting. Zaag niet in de nabijheid van brandbare vloeistoffen of gassen. Draag de gepaste werkkledij! Wijde kleren of sieraden kunnen door het draaiende zaagblad worden gegrepen. Laat geen andere personen, vooral kinderen het gereedschap of de netkabel raken. Hou ze op afstand van de werkplaats. De bedieningspersoon moet minstens 18 jaar zijn, leerlingen minstens 16 jaar, maar alleen onder toezicht. Hou kinderen weg van het aan het net aangesloten toestel. Controleer of de aansluitleiding beveiligd is door een zekering met voldoende ampérage. Hou de werkplaats vrij van houtafval en rondslingerende delen. Wanorde binnen het werkgebied kan ongelukken tot gevolg hebben. Aan de machine werkende personen mogen niet afgeleid worden. Let op de draairichting van de motor en het zaagblad. Na het uitschakelen van de motor mogen de zaagbladen (4) in geen geval worden afgeremd door er zijdelings tegen de duwen. Installeer slechts goed scherpgeslepen, niet gedeformeerde, barstvrije zaagbladen (4). Gebruik geen cirkelzaagbladen (4) van hooggelegeerd snelstaal (HSS-staal). Alleen gereedschappen die overeenkomen met EN 847-1:1996 mogen worden gebruikt. Beschadigde zaagbladen (4) dienen onmiddellijk te worden vervangen. Gebruik geen zaagbladen die niet overeen- komen met de karakteristieke gegevens vermeld in deze gebruiksaanwijzing. Veiligheidsinrichtingen (2,5) aan de machine mogen niet worden gedemonteerd of onklaar gemaakt. De spleetspie (5) is een belangrijke vei- ligheidsinrichting die het werkstuk leidt en het sluiten van de zaagvoeg achter het zaagblad en het terugslaan van het werkstuk voorkomt. Let op de dikte van de spleetspie. De spleetspie mag niet dunner zijn dan het zaagbladlichaam en niet dikker dan de breedte van de zaagvoeg. Bij elke werkfase dient de afdekkap (2) op het werkstuk te worden neergelaten. Gebruik bij het langszagen van smalle werkstukken zeker een schuifstok (3) (breedte kleiner dan 120 mm). Zaag geen werkstukken die te klein zijn om ze veilig met de hand te kunnen vasthouden. Let op: Indopsneden mogen met deze zaag niet uitgevoerd worden. De bediener dient bij het werken altijd aan de zijkant van het zaagblad te staan. De machine niet belasten zodat ze tot stilstand komt. Duw het werkstuk altijd hard tegen de werkplaat (1). Let erop dat afgezaagde stukken hout niet door de tandkrans van het zaagblad worden gegrepen en weggeslingerd. Verwijder nooit bij draaiend zaagblad losse splinters, zaagsel of vastgeklemde stukken hout. Vóór het verhelpen van storingen of verwijderen van vastgeklemde stukken hout de machine uitschakelen en de netstekker uit het stopcontact trekken. Bij uitgeslaan zaagspie het tafelinzetsel (6) vervangen - netstekker trekken - Vóór ombouw-, instel-, meet- en schoon- maakwerkzaamheden telkens de motor uitschakelen en de netstekker trekken. Controleer of sleutels en instelgereedschappen zijn verwijderd alvorens de machine in te schakelen. Bij het verlaten van de werkplaats de motor uitschakelen en de netstekker uit het stopcontact trekken. NL26 Alle bescherm- en veiligheidsinrichtingen moeten aan het eind van een herstelling of onderhoud onmiddelijjk weer worden gemonteerd. De veiligheids-, werk- en onderhouds- voorschriften van de fabrikant alsook de afmetingen vermeld onder ”Technische Gegevens” dienen te worden opgevolgd. De desbetreffende voorschriften ter voorkoming van ongevallen en de andere algemeen erkende veiligsheidsregelen moeten worden nageleefd. Brochures met toelichtingen van de onge- vallenverzekering in acht nemen (VBG 7). Sluit telkens bij het werken met de zaag de stofzuiginstallatie aan. De zaag enkel in werking stellen in verbinding met een gepaste afzuiginstallatie of een in de handel gebruikelijke industriestofzuiger in werking stellen. De tafelcirkelzaag dient te worden aangesloten op een 230 V veiligheidswandcontactdoos die beveiligd is door minstens 10 A zekering. Gebruik geen machine met een onvoldoend vermogen voor zwaar werk. Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvoor de kabel niet is bedoeld! Verlengkabel in open lucht : Gebruik in open lucht enkel daarvoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkte verlengkabels. Zorg voor een veilige stand en bewaar altijd uw evenwicht. Controleer het gereedschap op mogelijke beschadigingen! Veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen dienen zorgvuldig op perfecte en doelmatige functie te worden gecontroleerd alvorens het gereedschap verder te gebruiken. Controleer of de beweegbare onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten resp. of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en alle voorwaarden vervullen om een perfecte werking van het gereedschap te verzekeren. Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen dienen deskundig te worden hersteld of vervangen door een geautoriseerd vakbedrijf tenzij iets anders vermeld staat in de gebruiksaanwijzing. Laat defecte schakelaars vervangen door een klantenservice-werkplaats. Dit gereedschap komt overeen met de desbetreffende veiligheidsvoorschriften. Herstellingen mogen alleen door een bekwame elektricien worden doorgevoerd door originele reserveonderdelen te gebruiken; anders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen. Let op ! Risico een verwonding op te lopen ! Niet in het draaiende zaagblad grijpen. Oogbeschermer dragen Gehoorbeschermer dragen Stofmasker dragen Geluidsemissiewaarden Het geluid van deze zaag wordt gemeten volgens DIN EN ISO 3744; 11/95, E DlN EN 31201; 6/93, ISO 7960 bijlage A; 2/95. Het toestel kan aan de werkplaats 85 dB (A) overschrijden. In dit geval zijn geluidswerende maatregelen voor de gebruiker noodzakelijk (gehoorbeschermer dragen). Bedrijf Stationair Geluidsdrukniveau LPA 105,0 dB (A) 85,0 dB (A) Geluidsvermogen LWA 114,6 dB (A) 94,6 dB (A) De waarden vermeld in de tabel zijn emissie- waarden en moeten daarmee niet meteen veilige bedieningsplaatswaarden voorstellen. Hoewel er een correlatie bestaat tussen emissieen immisiepeilen, kan er niet zeker uit worden afgeleid of al dan niet bijkomende voorzorgsmaatregelen vereist zijn. Factoren die het aan de bedieningsplaats voorhanden zijnde immissiepeil kunnen beïnvloeden, bevatten de duur van de inwerkingen, andere geluidsbronnen etc., b. v. het aantal machines en andere nabije werkzaamheden. De betrouwbare bedieningsplaatswaarden kunnen eveneens van land tot land verschillen. Deze toelichting dient om de gebruiker in staat de stellen het in gevaar brengen en het risico beter te kunnen beoordelen”. NL27
5. Technische gegevens
Asynchroonmotor 230V 50Hz Vermogen 720 Watt S2 30 min. Nullasttoerental n0 2.950 t/min Hardmetaalzaagblad 205 x 16 x 2,4 mm Aantal tanden 20 Tafelafmetingen 513 x 400 mm Snijhoogte max. 43 mm Hoogteverstelling traploos 0 - 43 mm Afzuigaansluiting Ø 35 mm Afmetingen compl. 513 x 400 x 300 mm Gewicht : 14 kg Inschakelduur : De inschakelduur S 2 30 min (korte-tijdbedrijf) betekent dat de motor met het nominaal vermogen (720 W) enkel voor de tijd (30 min) vermeld op het kenplaatje voortdurend mag worden belast. Anders zou hij ontoelaatbaar warm worden. Tijdens de pauze koelt de motor weer op uitgangstemperatuur af.
6. Vóór ingebruikneming
De machine moet worden opgesteld zodat ze stevig staat, dwz. ze moet op een werkbank of op en vast onderstel worden vastgeschroefd. Vóór ingebruikneming moeten alle afdekkingen en veiligheidsinrichtingen naar behoren zijn gemonteerd. Het zaagblad moet vrij kunnen draaien. Bij reeds bewerkt hout op vreemde lichamen letten zoals b.v. nagels of schroeven en dgl. Voordat U de in-/uitschakelaar indrukt dient U zich ervan te vergewissen dat het zaagblad correct is gemonteerd en beweegbare onderdelen gemakkelijk draaien. Controleer vóór het aansluiten van de machine of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
Let op! Vóór onderhouds- en ombouw- werkzaamheden aan de cirkelzaag altijd eerst de netstekker trekken.
7.1 Montage van het zaagblad (fig. 2)
Let op! Netstekker trekken. Zaagblad (1) in de bovenste stand brengen (zie 8.3) Verwijder de spaanbakafdekking (27) door de vier bevestigingsschroeven los te draaien. Moer (17) losdraaien door een platte sleutel (SW
19) aan te zetten op de moer (17) en een andere
platte sleutel (SW 8) op de motoras (a) om tegen te houden. Let op! Moer in draairichting van het zaagblad (4) draaien. Buitenste flens (19) afnemen en het oude zaagblad (4) schuin naar beneden van de binnenste flens (20) aftrekken. Richtflensen (19 / 20) schoonmaken. Voor de montage van het nieuwe zaagblad gaat U in omgekeerde volgorde te werk. Let op! Draairichting in acht nemen (zie pijl op het zaagblad).
7.2 Afstellen van de spleetspie (fig. 4-6)
Zaagbladafdekking (2) afnemen (zie 7.3). Tafelinzetstuk (6) verwijderen (zie 7.4). De beide schroeven (24) losdraaien. De spleetspie (5) afstellen zodat de afstand tussen zaagblad (4) en spleetspie (5) 3 tot 5 mm bedraagt. (zie fig. 6) De spleetspie (5) moet in lengterichting in één lijn zijn met het zaagblad (4). De beide schroeven (24) terug aanhalen. De afstelling van de spleetspie moet telkens na het verwisselen van zaagblad worden gecontroleerd.
7.3 Montage van de zaagbladbescherming
(fig. 4) Zaagbladbescherming (2) op de spleetspie (5) zetten en in de juiste stand brengen. Kartelschroef (18) het gat in de zaagbladafdekking (2) door en de spleetspie (5) in steken en borgen d.m.v. de moer. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.
7.4 Vervangen van het tafelinzetstuk (fig. 4)
Let op: Netstekker uit het stopcontact trekken! De zes bouten (31) verwijderen. Zaagbladbescherming (2) afnemen (zie 7.3). Het versleten tafelinzetstuk (6) er naar boven uitnemen. De montage van het nieuw tafelinzetstuk gebeurt in omgekeerde volgorde.
8.1 In- en uitschakelen (fig. 1)
De zaag kan worden ingeschakeld door de groene toets in te drukken. Wacht totdat het zaagblad zijn maximumtoeren-tal heeft bereikt alvorens te beginnen zagen. NL28 Om de zaag weer uit te schakelen drukt U de rode toets in.
8.2 Parallelaanslag (fig. 5)
8.2.1 Aanslaghoogte (fig. 7/8)
De bijgeleverde parallelaanslag (7) heeft twee geleidevlakken, die van hoogte verschillen. Naargelang de dikte van de te snijden materialen moet de aanslagrail (25) volgens fig. 7, voor dik materiaal en volgens fig. 8 voor dun materiaal worden gebruikt. Om van aanslaghoogte te veranderen de beide kartelschroeven (16) losdraaien en de aanslagrail (25) aftrekken van de steunrail (26). Aanslagrail (25) naargelang van de nodige aanslaghoogte met 90° naar links of rechts draaien en terug de steunrail (26) op steken. Kartelschroeven (16) vastdraaien.
8.2.2 Lengte van de aanslag (fig. 7/8)
Teneinde het vastklemmen van het te snijden goed te voorkomen moet de aanslagrail (25) steeds tot aan de voorkant van de zaagtafel (1) worden geschoven en d.m.v. de beide kartelschroeven (16) worden vastgezet. (zie 8.2.1)
8.2.3 Afstellen van de hoek (fig. 8)
De beide vastzetschroeven (7) losdraaien. De zaagtafel (1) naar rechts zwenken en met behulp van de schaal (b) op de houder (7) in de gewenste schuine stand brengen. Beide vastzetschroeven (12) weer aandraaien. Let op! Schroeven altijd goed aandraaien teneinde een onbedoeld kantelen van de zaagtafel te voorkomen.
8.3 Afstellen van de zaagdiepte (fig. 6)
Alle vier vleugelschroeven (24) losdraaien. De zaagtafel (1) kan op de gewenste zaagdiepte worden afgesteld door ze op te tillen of te laten zakken. De snijhoogte kan op de schaal (c) van de speelspie (5) worden afgelezen. Zaagtafel (1) vastzetten door de vleugel- schroeven (24) aan te halen. Let op! Vleugelschroeven altijd vast aanhalen om te voorkomen dat de zaagtafel ongewild zakt.
9. Werken met de cirkelzaag
Na elke nieuwe afstelling is het aan te raden een proefsnede uit te voeren om de afgestelde afmetingen te controleren. Na het aanzetten van de zaag wachten tot het zaagblad zijn maximumtoerental heeft bereikt voordat u de snede uitvoert. Lange werkstukken aan het einde van het snijden beveiligen tegen neerkantelen (b.v. afrolstandaard enz.). Let op bij het insnijden.
9.1 Langssneden van smalle werkstukken
(breedte kleiner dan 120 mm) (fig. 8) De parallelaanslag (7) instellen over-eenkomstig de voorziene breedte van het werkstuk. Werkstuk met beide handen naar voren schuiven, in het bereik van het zaagblad (4) absoluut de schuifstok (3) gebruiken. (In de levering begrepen!). Werkstuk altijd tot aan het eind van de spleetspie (5) doorschuiven. Let op! Bij korte werkstukken moet de schuifstok reeds aan het begin van de zaagsnede worden gebruikt.
9.2 Langssneden van zeer smalle werkstukken
(breedte kleiner dan 30 mm) (fig. 8) De parallelaanslag (7) dient te worden afgesteld op de juiste breedtemaat van het werkstuk. Werkstuk met schuifhout (a) doorschuiven tot aan het einde van de spleetspie (5). Werkstuk met schuifhout (d) tegen de aanslagrail (25) duwen en werkstuk met de schuifstok (3) doorschuiven tot aan het einde van de spleetspie (5). Schuifhout niet bij de levering begrepen ! (Verkrijgbaar in de gespecialiseerde handel)
9.3 45° zaagsneden van kleine werkstukken
(fig. 11) Zaagsneden van 45° mogen slechts met behulp van de parallelaanslag (7) en de hoekaanslag (14) worden uitgevoerd. Hoekaanslag (14) de aanslagrail (25) van de parallelaanslag (7) in schuiven. Parallelaanslag (7) op de gewenste lengte van het werkstuk instellen en vastklemmen. Werkstuk in de hoekaanslag (14) leggen. Zaag aanzetten en hoekaanslag (14) samen met het stuk hout langs de aanslagrail (25) het zaagblad (4) in schuiven. Na uitvoering van de zaagsnede de zaag uitschakelen. NL29
9.4 Dwarssneden (fig. 13)
Dwarssneden mogen enkel mits gebruikmaking van de parallelaanslag (7) en de hoekaanslag (14) worden uitgevoerd. Er mogen houten stukken tot een maximale lengte, tussen parallelaanslag (7) en zaagblad (4), van 160 mm en een maximale breedte van 70 mm worden gezaagd. Hoekaanslag (14) de aanslagrail (25) van de parallelaanslag (7) in schuiven. Parallelaanslag (7) afstellen op de gewenste lengte van het werkstuk en vastklemmen. Werkstuk tegen de hoekaanslag (14) plaatsen. Zaag aanzetten en hoekaanslag (14) samen met het stuk hout langs de aanslagrail (25) met behulp van de schuifstok (3) het zaagblad (4) in schuiven. Na uitvoering van de snede de zaag uitschakelen.
Machine regelmatig van stof en veront- reinigingen ontdoen. Voor het schoonmaken gebruikt U best perslucht of een doek. Gebruik voor het schoonmaken van het kunststofgedeelte geen bijtende middelen
11. Bestellen van wisselstukken
Gelieve bij het bestellen van wisselstukken volgende gegevens te vermelden: Type van het toestel Artikelnummer van het toestel Ident-nummer van het toestel Wisselstuknummer van het benodigde stuk NL30
SimpelGids