PDV240MP3 - Ontvanger Power Dynamics - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PDV240MP3 Power Dynamics in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PDV240MP3 Power Dynamics
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PDV240MP3 - Power Dynamics en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PDV240MP3 van het merk Power Dynamics.
GEBRUIKSAANWIJZING PDV240MP3 Power Dynamics
When connecting to- and using BT, make sure to adjust the BT antenna to a vertical position to ensure the best possible wireless signal.8 NEDERLANDS Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Power Dynamics product. Neemt U a.u.b. een paar momenten de tijd om deze handleiding zorgvuldig te lezen, aangezien wij graag willen dat u onze producten snel en volledig gebruikt. Lees deze handleiding eerst door alvorens het product te gebruiken. Volg de instructies op anders zou de garantie wel eens kunnen vervallen. Neem ook altijd alle veiligheidsmaatregelen om brand en/of een elektrische schok te voorkomen. Tevens is het ook raadzaam om reparaties / modificaties e.d. over te laten aan gekwalificeerd personeel om een elektrische schok te voorkomen. Bewaar deze handleiding ook voor toekomstig gebruik. - Bewaar de verpakking zodat u indien het apparaat defect is, dit in de originele verpakking kunt opsturen om beschadigingen te voorkomen. - Voordat het apparaat in werking wordt gesteld, altijd eerst een deskundige raadplegen. Bij het voor de eerste keer inschakelen kan een bepaalde reuk optreden. Dit is normaal en verdwijnt na een poos. - In het apparaat bevinden zich onder spanning staande onderdelen; open daarom NOOIT dit apparaat. - Plaats geen metalen objecten en mors geen vloeistof in het effect. Dit kan leiden tot elektrische schokken of defecten. - Toestel niet opstellen in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren etc. en niet op een vibrerende onder- grond plaatsen. Dek ventilatieopeningen nooit af. - Het apparaat is niet geschikt voor continu gebruik. - Wees voorzichtig met het netsnoer en beschadig deze niet. Als het snoer kapot of beschadigd is, kan dit leiden tot elektrische schokken of defecten. - Als u de stekker uit het stopcontact neemt, trek dan niet aan het snoer, maar aan de stekker. - Om brand of elektrische schok te voorkomen, dient u dit apparaat niet bloot te stellen aan regen of vocht. - Verwijder of plaats een stekker nooit met natte handen resp. uit en in het stopcontact. - Indien zowel de stekker en/of netsnoer als snoeringang in het apparaat beschadigd zijn dient dit door een vakman hersteld te worden. - Indien het apparaat zo beschadigd is dat inwendige (onder)delen zichtbaar zijn mag de stekker NOOIT in het stopcontact worden geplaatst en het apparaat NOOIT worden ingeschakeld. Neem in dit geval contact op met de dealer. - Reparatie aan het apparaat dient te geschieden door een vakman of een deskundige. - Sluit het apparaat alleen aan op een 220-240VAC / 50Hz (geaard) stopcontact, verbonden met een 10-16A meterkastgroep. - Bij onweer altijd de stekker uit het stopcontact halen, zo ook wanneer het apparaat voor een langere tijd niet gebruikt wordt. Stelregel: Bij geen gebruik stekker verwijderen. - Als u het apparaat lang niet gebruikt heeft en het weer wil gebruiken kan er condens ontstaan; laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen alvorens het weer in werking te stellen. - Apparaat nooit in vochtige ruimten en buiten gebruiken. - Om ongevallen in bedrijven te voorkomen moet rekening worden gehouden met de daarvoor geldende richtlijnen en moeten de aanwijzingen/waarschuwingen worden gevolgd. - Het apparaat buiten bereik van kinderen houden. Bovendien mag het apparaat nooit onbeheerd gelaten worden. - Gebruik geen schoonmaakspray om de schakelaars te reinigen. Restanten van deze spray zorgen ervoor dat smeer en stof ophopen. Raadpleeg bij storing te allen tijde een deskundige. - Gebruik geen overmatige kracht bij het bedienen van het apparaat. - Bij een ongeval met dit product altijd eerst een des- kundige raadplegen alvorens opnieuw te gebruiken. - Tracht het apparaat niet schoon te maken met chemische oplossingen. Dit kan de lak beschadigen. Gebruik een droge doek om schoon te maken. - Blijf uit de buurt van elektronische apparatuur die bromstoringen zouden kunnen veroorzaken. - Bij reparatie dienen altijd originele onderdelen te worden gebruikt om onherstelbare beschadigingen en/of ontoelaatbare straling te voorkomen. - Schakel eerst het toestel uit voordat u het netsnoer verwijdert. Verwijder netsnoer en aansluitsnoeren voordat u dit product gaat verplaatsen. - Zorg ervoor dat het netsnoer niet beschadigd/defect kan raken wanneer mensen erover heen lopen. Het netsnoer vóór ieder gebruik controleren op breuken/defecten! - In Nederland/België is de netspanning 220-240Vac/50Hz. Indien u reist (en u neemt het apparaat mee) informeer dan naar de netspanning in het land waar u verblijft.
Deze markering wordt weergegeven om u erop attent te maken dat een levensgevaarlijke spanning in het product aanwezig is en dat bij aanraking van deze delen een elektrische schok wordt verkregen. Deze markering wordt weergegeven om u erop te wijzen dat de instructie zeer belangrijk is om te lezen en/of op te volgen. OPMERKING: Om zeker te zijn van een correcte werking, dient u dit apparaat in een ruimte te gebruiken waar de temperatuur tussen de 5°C/41°F en 35°C/95°F ligt. Raadpleeg eventueel www.wecycle.nl en/of www.vrom.nl v.w.b. het afdanken van elektronische apparaten in het kader van de WEEE-regeling. Vele artikelen kunnen worden gerecycled, gooi ze daarom niet bij het huisvuil maar lever ze in bij een gemeentelijk depot of uw dealer. Lever ook afgedankte batterijen in bij uw gemeentelijk depot of bij de dealer, zie www.stibat.nl
Alle (defecte) artikelen dienen gedurende de garantieperiode altijd retour te worden gezonden in de originele verpakking. Voer zelf geen reparaties uit aan het toestel; in élk geval vervalt de totale garantie. Ook mag het toestel niet eigenmachtig worden gemodificeerd, ook in dit geval vervalt de totale garantie. Ook vervalt de garantie bij ongevallen en beschadigingen in élke vorm t.g.v. onoordeelkundig gebruik en het niet in achtnemen van het gestelde in deze gebruiksaanwijzing. Tevens aanvaardt Power Dynamics geen enkele aansprakelijkheid in geval van persoonlijke ongelukken als gevolg van het niet naleven van veiligheidsinstructies en waarschuwingen . Dit geldt ook voor gevolgschade in wélke vorm dan ook.9 UITPAKKEN LET OP! Onmiddellijk na ontvangst, zorgvuldig uitpakken van de doos, controleer de inhoud om ervoor te zorgen dat alle onderdelen aanwezig zijn en zijn in goede staat zijn ontvangen. Bij transportschade of ontbreken van onderdelen onmiddellijk de verkopende partij inlichten. Bewaar de verpakking en het verpakkingsmateriaal. Indien het product moet worden teruggestuurd, is het belangrijk dat het product in originele verpakking wordt geretourneerd. Als het apparaat is blootgesteld aan drastische temperatuurverschillen (bv. na het transport), schakel het apparaat niet onmiddellijk in. De ontstane condensatie kan het apparaat beschadigen. Zorg ervoor dat het apparaat op kamertemperatuur komt en steek vervolgens de voeding stekker in het stopcontact/wandcontactdoos. AANSLUITSPANNING Op het label aan de achterzijde van het product staat aangegeven op welke netspanning deze moet worden aangesloten. Controleer of de netspanning hiermee overeenkomt, bij alle andere netspanningen dan aangegeven kan het apparaat onherstelbaar worden beschadigd. Tevens moet het apparaat direct op de netspanning worden aangesloten en mag géén dimmer of regelbare voeding worden gebruikt. Sluit het apparaat altijd aan op een beschermd circuit (aardlekschakelaar of zekering). Zorg ervoor dat het apparaat voldoende elektrisch is geaard om het risico op elektrocutie of brand te vermijden. 100V SYSTEEM Om een 100Volt systeem te creëren sluit u de versterker aan op de eerste luidspreker in het systeem met behulp van dubbel geïsoleerde luidsprekerkabel die berekend is op voldoende stroomcapaciteit om het signaal te verwerken. Sluit de "100V" uitgangsklem aan op de positieve (+) aansluiting van de luidspreker en de "COM" uitgang naar de negatieve (-) aansluiting van de luidspreker. Sluit de eventuele overige luidsprekers parallel aan de eerste luidspreker aan met alle positieve aansluitingen en verbind ze samen en alle negatieve aansluitingen worden samen aangesloten zoals hieronder aangegeven. Voorbeelden Een 100V lijn luidsprekersysteem kan bestaan uit vele luidsprekersprekers die samen zijn verbonden. De bepalende factor voor aantal luidsprekers die op een enkele versterker kan worden aangesloten, is afhankelijk van het versterkervermogen. Voor de meeste doeleinden is het raadzaam om zoveel mogelijk luidsprekers aan te sluiten met een gecombineerd vermogen van niet meer dan 90% van de uitgangsvermogen van de versterker. De aansluitpunten van een 100V luidspreker zijn verbonden met een transformator en in sommige gevallen kan deze transformator worden ingesteld voor verschillende vermogens. Door de luidsprekers zodanig in te stellen kan het wattage (en uitgangsvolume) van elke luidspreker in het systeem aangepast worden om het ideale totale vermogen van het systeem voor de versterker te bereiken.10 LUIDSPREKER UITGANGEN De versterker biedt meerdere luidspreker aansluitingen: een laagspanningsuitgangen 8Ω- en een 100V-uitgang. Houd er rekening mee dat alleen een kabel met COM-schroef en een kabel op de geselecteerde impedantie of spanning moet worden aangesloten. OPGELET: Meerdere combinaties kunnen niet worden uitgevoerd op het uitgangsniveau! Er zijn twee verschillende soorten verbindingen. De lage impedantie sectie: 8Ω is ontworpen voor één luidspreker die op uw versterker moeten worden aangesloten. De sectie 100V is speciaal ontworpen voor de distributie van meerdere luidsprekers. Bij gebruik van de 100V-uitgang moeten de luidsprekers uitgerust zijn met 100V transformator. Het maximum aantal luidsprekers dat op uw distributielijn wordt geplaatst, is in verhouding tot het vermogen die aan elke luidspreker wordt toegewezen. Het totale wattage aan de secundaire kant van de transformatoren op uw luidsprekerkabel mag niet hoger zijn dan de maximale RMS- uitgangsstroom van het apparaat. Als u deze richtlijn niet hanteert, kan dit leiden tot permanente schade aan de versterker! BEDIENING
- Wanneer alle aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, draai alle volumeregelaars naar beneden en schakel het netstroom in en de aan- / uitschakelaar indicatie-LED gaat branden. Draai de BASS- en TREBLE-regelaars recht omhoog en draai de MASTER-volumeregelaar langzaam omhoog.
- Zorg ervoor dat een audiosignaal van de lijn(en) wordt doorgestuurd en geleidelijk de volumeregeling voor betreffende kanaal verhogen tot gewenste volume door de luidsprekers wordt gehoord. Zet de MASTER op het maximale vereiste volumeniveau en verminder eventueel de kanaalvolume regelaar.
- De uitgang van de versterker wordt weergegeven via de niveau-meter LED's en er moet voor worden gezorgd dat de rode "0" LED alleen tijdens gebruik licht oplicht. Enigszins langer dan een korte flits van deze LED kan duiden op vervorming of het “clippen” van het uitgangssignaal. Hierop moet de volume worden gereduceerd om permanente beschadiging te voorkomen.
- Als een microfoon is aangesloten op de MIC1 ingang, controleer of deze is ingeschakeld en als het fantoomvermogen vereist, controleer of deze functie is ingeschakeld. Verhoog de volumeregelaar geleidelijk terwijl u in de microfoon spreekt tot het gewenste volume bereikt is. De microfoon mag geen signaal vanuit de luidsprekers ontvangen, wat rondzingen kan veroorzaken. Naast de kanaal- en MASTER-volumeregelingen, zijn er BASS en TREBLE EQ-regelaars om de toon van de totale uitgang aan te passen. Indien de regelaars in de middenpositie bevinden heeft dit geen effect op het uitgaande signaal. Als u de BASS- regelaar naar rechts draait, wordt de lage frequentie in het geluid verhoogd, terwijl u deze tegen de klok in draait, deze lage frequenties snijdt. Op dezelfde manier verhoogt de TREBLE-regelaar met de klok mee de hoge frequenties in het geluid, terwijl wanneer je deze tegen de klok in draait, de hoge frequenties snijdt. Pas deze EQ-regelaars aan voor uw gewenste akoestiek.
VERVANGEN VAN ZEKERINGEN
Indien de zekering defect is, dient u de zekering te vervangen door een zekering van hetzelfde type en waarde. Voor het vervangen van de zekering, schakel eerst de stroom uit en volg de onderstaande stappen. Procedure: Stap 1: Open de zekeringhouder op het achterpaneel met een passende platte schroevendraaier. Stap 2: Verwijder de oude zekering uit de zekeringhouder. Stap 3: Installeer de nieuwe zekering in de zekeringhouder. Stap 4: Plaats de zekeringhouder in de behuizing.11
BEDIENELEMENTEN EN AANSLUITINGEN
Overzicht voorpaneel:
LCD weergave geeft modi en de huidige functie(s) weer.
Hier kan een USB-opslagapparaat worden aangesloten. Tracks die op het opslagapparaat zijn opgeslagen, kunnen via de speler worden afgespeeld en worden automatisch afgespeeld wanneer het apparaat wordt aangesloten.
3. SD / MMC GEHEUGENKAART SLEUF
SD/MMC-geheugenkaarten kunnen in deze sleuf worden geplaatst. Tracks die op het opslagapparaat zijn opgeslagen, kunnen via de speler worden afgespeeld en worden automatisch afgespeeld wanneer de geheugenkaart wordt geplaatst.
Vorige track in USB-, SD/MMC- en BT-modus. Vorige opgeslagen zender in de tunermodus.
5. PLAY / PAUSE TOETS
Bij het indrukken van deze toets wisselt het apparaat tussen afspeel- en pauzemodus.
Volgende track in USB-, SD/MMC- en BT-modus. Volgende opgeslagen zender in de tunermodus.
Wisselt de herhaalfunctie tussen één nummer herhalen, volledige afspeellijst herhalen, alles herhalen en herhalen uitschakelen.
Verhoog het volume van de speler.
Verlaag het volume van de speler.
Indrukken: de speler gaat aan. Ingedrukt houden: de speler gaat uit.
12. MICROFOON 1 & 2 VOLUMEREGELAAR
Verhoog of verlaag het volume van de microfoon 1 en 2 ingangen.
13. MICROFOON 3 & LINE 1 VOLUMEREGELAAR
Verhoog of verlaag het volume van de microfoon 3 en line 1 ingangen.
14. MICROFOON ECHOREGELAAR
Pas het echoniveau op de microfoonkanalen aan.
15. LINE 2 & 3 VOLUMEREGELAAR
Verhoog of verlaag het volume van line 2 & 3 input.12
Met behulp van de knoppen voor de lage (bass) en hoge tonen (treble) kan de algemene frequentierespons van het systeem worden aangepast. Als er met de klok mee wordt gedraait, wordt het niveau verhoogd. Door tegen de klok in te draaien zal het niveau worden verlaagd. In de middelste stand staan beide tonen op een neutraal niveau.
17. HOOFDVOLUMEREGELAAR
Met behulp van de hoofdvolumeregelaar wordt het algemene systeemvolume aangepast in een bereik tussen het minimum- en maximumniveau.
18. CLIP INDICATOR (VU-METER)
De clip-ledindicator geeft piekniveaus aan van de output van de versterker. Deze LEDs gaan branden wanneer de versterker aan het maximum van z’n vermogen zit. De volume dient dan onmiddellijk lager gedraaid te worden.
19. ZONE 1-4 UITGANG SCHAKELAARS
De verschillende aangesloten luidsprekers (1-4) kunnen worden in- en uitgeschakeld door op de schakelaars met de bijbehorende nummers te drukken. Wanneer een zone (1-4) is ingeschakeld, gaat er een oranje lampje op de betreffende schakelaar branden. Wanneer de 'All'-schakelaar wordt ingedrukt worden alle zone-uitgangen (1-4) ingeschakeld.
20. ZONE 1-4 UITGANG NIVEAUREGELAAR
Het uitgangsniveau van de verschillende zones (1-4) kan worden ingesteld met behulp van de draaiknoppen met de bijbehorende nummers.
21. ALL ZONE SCHAKELAAR
Wanneer de 'All'-schakelaar wordt ingedrukt worden alle zone uitgangen (1-4) ingeschakeld.
22. CHIME SCHAKELAAR
Bij het drukken van deze knop zal de gekozen gongtoon ingestart worden.
Wanneer de knop voor het brandalarm wordt ingedruk, blijft deze afspelen totdat deze knop nogmaals wordt ingedrukt.
24. AAN / UIT SCHAKELAAR
Gebruik deze schakelaar om het apparaat aan en uit te zetten. Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, gaat het oranje lampje rond de aan/uit schakelaar branden. Na het inschakelen gaat de zoemer binnenin driemaal over en is er een klik, wat betekent dat de versterker klaar is voor gebruik. Overzicht achterpaneel:
1. GELIJKSTROOM INGANG
Dit is een stand-by stroomtoevoer om een 24V batterij op aan te sluiten. De hoofdzekering bevindt zich aan de bovenzijde van deze ingang (voor instructies voor het vervangen van de zekering, zie 'Vervangen van Zekeringen').
De meegeleverde voeding (230~240V AC / 50~60 Hz) dient op deze ingang te worden aangesloten. De hoofdzekering bevindt zich rechts van deze ingang (voor instructies voor het vervangen van de zekering, zie 'Vervangen van Zekeringen')
Trek de antenne volledig uit om de best mogelijke FM-ontvangst te verkrijgen.
Deze aansluitingen kunnen worden gebruikt bij het uitbreiden van uw systeem door het toevoegen van een tweede versterker. Verbind de LINE2- of LINE3-ingang van de tweede versterker met deze uitgangen om dit te doen.13
5. ONGEBALANCEERDE LIJNINGANGEN 2 & 3 (RCA)
RCA ingangen 2 & 3. Kunnen als stereo ingang dienen door het rechtersignaal aan te sluiten op rood en het linkersignaal aan te sluiten op wit.
6. UITGANGSAANSLUITINGEN (KLEMMENBLOK)
Uitgangsaansluitingen voor zowel lage impedantie als constante spanning verdeelde audiosystemen. De luidspreker met lage impedantie en 100V constante spanning delen een 4-PIN-aansluitblok, de linker twee aanslutingen kunnen worden gebruikt om lage impedantie luidsprekers aan te sluiten, de rechter twee aansluitingen kunnen worden gebruikt om hoge impedantie (100V constante spanning) luidsprekers aan te sluiten. Zone (1-4) uitgangen worden vertegenwoordigd door een 8-PIN klemmenblok.
7. MIC3 / LINE1, MIC2 & MIC1 INGANGEN
Deze kanalen maken gebruik van combinatie connectoren, die zowel XLR als 6,3 mm jack pluggen accepteren. Beide ingangen zullen alle andere kanalen dempen wanneer er een signaal aanwezig is op de aangesloten microfoons en ingangen. Mic-ingang 1 & 2 kunnen worden gebruikt voor capacitieve microfoons. Fantoomvoedingschakelaars schakelen 15 Volt fantoomvoeding in wanneer een capacitieve microfoon is aangesloten. Schakelaar 2 voert fantoomvoeding naar Mic- ingang 1, terwijl schakelaar 1 fantoomvoeding naar Mic-ingang 2 voert.
8. NOODSIGNAAL INGANG
Hierop kunt u een alarmsysteem aansluiten.
Hierop kunt u een telefoonlijn aansluiten.
10. CHIME & FIRE INGANG
Met de ingangen Chime & Fire kunnen alle externe bronnen, zoals oproepposten, een signaalmatrix- of brandalarmsysteem worden aangesloten. Deze ingangen hebben voorrang op andere ingangen.
SimpelGids