UniMig 165 SYN - Lasapparaat Güde - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UniMig 165 SYN Güde in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over UniMig 165 SYN Güde
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UniMig 165 SYN - Güde en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UniMig 165 SYN van het merk Güde.
GEBRUIKSAANWIJZING UniMig 165 SYN Güde
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
U kunt alle technische documenten die vereist zijn volgens de richtlijn ecologisch ontwerp 2019/1784 vinden op
Voor MIG/MAG en flux-cored lassen worden het overeenkomstige proces, de draaddikte en de lasspanning ingesteld, en wordt de overeenkomstige draadaanvoersnelheid via een gedefinieerde synergiecurve als overeenkomstige instelling opgeslagen.MMA
De VRD (Voltage Reduction Device) wordt gebruikt om de uitgangsspanning te verlagen tot een veilig niveau wanneer het lasapparaat is ingeschakeld maar nog niet gereed is om te lassen. Dit garandeert de veiligheid van de operator, die veilig in contact kan komen met de elektrode zolang het lassen niet is hervat.
62 V 62 V Vermogen in ruststand 46 W 46 W Eciëntie van de lasvermogensbron 84 % 84 % Werkspanning U
- Verhouding van de daadwerkelijke werktijd tot de totale werktijd. De inschakelduur werd bij 40°C door simu
Gebruik het apparaat pas nadat u de gebruiksaanwijzing gelezen en begrepen hebt. Let op alle, in de gebruiksaanwijzing aangegeven, veiligheidsinstruc- ties. Gedraagt u zich verantwoord tegenover andere personen. Indien betreende de aansluiting en het bedienen van het apparaat twijfels ontstaan, kunt u zich tot de klantendienst wenden. Voorgeschreven Gebruik Van Het Systeem Beschermgaslasapparaat voor thermische verbinding van ijzer – metalen door smelting van de kanten en toevoer van lasmateriaal. Houd er rekening mee dat het apparaat uitsluitend is ontworpen voor huis- houdelijk gebruik. Dit apparaat uitsluitend gebruiken voor normaal gebruik, zoals aangegeven. Bij niet naleving van de bepalingen uit de algemeen geldende voorschriften, evenals van de bepalingen uit deze gebruiksaanwij
zing, kan de producent voor schaden niet aansprake- lijk gesteld worden. Wij maken u erop attent dat onze installaties qua bestemming niet geconstrueerd zijn voor gebruik in ondernemingen, handwerkateliers of industriële be- drijven. Onder omstandigheden in ondernemingen, handwerkateliers of industriële bedrijven kunnen wij geen garantie verlenen. Veiligheidsadviezen GEVAAR! Stroomschok! Er is letselgevaar door elektrische stroom! Het gebruik is slechts met een fout- stroomschakelaar (RCD max. foutstroom van 30 mA) toegestaan. Het lasapparaat heeft een beveiligingsgraad IP21 en mag nooit aan regen en vocht, tijdens het gebruik of opslag, blootgesteld worden. Spanning controleren. De op het plaatje aangegeven technische gegevens moeten in overeenstemming zijn met de spanning van het stroomnet. Steek de stekker van het netsnoer in een geschikt stopcontact qua vorm, spanning en frequentie, dat aan de geldende wettelijke voorschriften voldoet. Gebruik verlengsnoeren van maximaal 5 meter en met een kabeldoorsnede van niet minder dan 1,5 mm2. Men raadt het gebruik van verlengsnoeren met andere lengte en doorsnede, alsmede van adapters en meervoudige stekkerdozen af. Voor de inbedrijfne
ming van het apparaat controleren of de elektrische kabel en/of het stopcontact niet beschadigd zijn. Een defecte kabel of stekker kan leiden tot een elektrische schok. Niet aan de netkabel trekken om de stekker uit het stopcontact uit te nemen. Stel u zelf en andere personen nooit zonder bescher
ming aan de werking van de vlamboog of het gloei- ende metaal bloot. Spetterende lasparels kunnen tot verbrandingen leiden. Altijd een juiste laskap, beschermende kleding en veiligheidshandschoenen dragen. Langer inademen van lasgassen kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Werk met een afzuiginstallatie of in goed geventileerde ruimten. Vermijd het directe inademen van de gassen. Aanraken van het mondstuk van het slangenpakket en van het werkstuk kan tot verbrandingen leiden. Draag altijd speciale lashandschoenen. De mond van het slangenpakket en het werkstuk na het gebruik eerst laten afkoelen. Lange tijd achtereen met het apparaat werken kan tot gehoorbeschadigingen leiden. Draag altijd een gehoorbeschermer. Het lasapparaat mag slechts op een vlakke onder
grond en met een naar behoren gezekerde gases gebruikt worden. Let er op dat de lasrook wordt afgezogen, resp. de lasplaats goed geventileerd is. Gloeiende slakken en vonken kunnen brand en explosies veroorzaken. Gebruik nooit het apparaat in een brandgevaarlijke omgeving. Hout, zaagsel, lakken, oplosmiddelen, benzine, kerosine, aardgas, acetyleen, propaan en dergelijke materialen dienen van de werkplaats en de omgeving verwijderd te worden, resp. tegen de vonkenregen beschermd te zijn. Als maatregel voor brandbe
strijding moet in de buurt een geschikt blusmiddel aanwezig zijn. Geen las- of snijwerkzaamheden aan gesloten reser
voirs of buizen uitvoeren. Geen las- of snijwerkzaamheden aan reservoirs of buizen uitvoeren, ook niet als deze open zijn of als u materialen ontvangt of ontvangen hebt die door warmte of vocht kunnen exploderen of andere gevaarlijke reacties oproepen. Gebruik het lasapparaat nooit om bevroren buizen te ontdooien. Borg absoluut de gases tegen vallen.De lasmachine mag niet tegelijk met een gases opgetild worden. Voor het transport van gasessen gelden bijzondere voorschriften. NEDERLANDS53
a) andere netleidingen, stuurleidingen, signaal- en telecommunicatieleidingen boven, onder en naast het vlambooglassysteem en/of het -snijapparaat; b) geluids- en tv-/radiozenders en -ontvangers; c) computers en andere besturingssystemen; d) veiligheidssystemen, bijv. bescherming voor commerciële systemen; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij het gebruik van pacemakers en hoortoestellen; f) systemen voor kalibreren of meten; g) de storingsbestendigheid van andere sys
temen in de omgeving. De gebruiker moet er zeker van zijn, dat andere systemen die in de omgeving worden gebruikt hiervoor geschikt zijn. Daardoor kunnen aanvullende beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn; h) het tijdstip waarop het lassen, snijden of andere werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De omvang van de te beoordelen omgeving hangt af van het type gebouw en andere werk
zaamheden die hierin worden uitgevoerd. De omgeving kan verder gaan dan de perceelgrens Beoordeling van lasinstallatie / snijappa- raat Naast de beoordeling van de omgeving kan een beoordeling van vlambooglasinstallaties/-snijap- paraten worden uitgevoerd, om gevallen van in- terferentie te beoordelen en te verhelpen. Voor een beoordeling van storingsemissies moeten ter plaatse metingen worden uitgevoerd zoals vastgelegd in paragraaf 10 van CISPR 11:2009. Metingen ter plaatse kunnen ook worden uitge- voerd om de eectiviteit van minimaliserings- maatregelen te bevestigen. Aanwijzingen voor minimaliseringsmaat- regelen: Openbaar stroomnet Lassystemen/snijapparaten moeten conform de aanbevelingen van de fabrikant op het openbare stroomnet worden aangesloten. Als verslechteringen optreden, kan het nodig zijn om aanvullende voorzorgsmaatregelen uit te voeren, zoals lters voor de netaansluiting. Er moet worden overwogen om de netvoedingslei
ding van vast geïnstalleerde lassystemen/snij- apparaten door een metalen buis of dergelijke af te schermen. De afscherming moet over de gehele lengte elektrisch verbonden zijn. De af- scherming moet zodanig op de lasstroombron/ snijapparaatbron worden aangesloten, dat een goed elektrisch contact tussen de ommanteling en de behuizing van de lasstroombron/snijap- Omgang met gasessen Zorg ervoor dat het gebruik en de opslag van gas- essen in ruimten plaatsvindt die voldoende be- en ontlucht worden. Een ondichte gases kan een verla- ging van de zuurstonhoud in de in te ademen lucht veroorzaken en er kan daardoor verstikkingsgevaar optreden. Controleer voor het gebruik dat de gases gas bevat dat voor de uit te voeren werkzaamheden is bestemd. Gasessen moeten altijd rechtop staand en aan een muur of in een speciaal gebouwde gasessenwa
gen vastgezet worden. Een beschermgases met geplaatste instelinrichting voor de gasstroom mag niet bewogen worden. Het gasesventiel dient tijdens het transport afgedekt te zijn. Sluit het gasesventiel na ieder gebruik af. Aanwijzingen voor het opstellen en gebruik van een vlambooglassysteem om eventuele storingsemissies te voorkomen: Als fabrikant adviseren wij om de hierna ver- melde beoordelingen en maatregelen door een elektricien te laten uitvoeren. Algemeen De gebruiker is verantwoordelijk voor het opstel- len en gebruiken van het vlambooglassysteem of het lasapparaat conform de aanwijzingen van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden vastgesteld, is de gebruiker van het vlambooglassysteem/-snijapparaatsysteem ervoor verantwoordelijk om een oplossing te zoeken met technische ondersteuning van de fabrikant. In sommige gevallen kan deze maatre- gel simpelweg het aarden van de lasstroomkring zijn (zie opmerking). In andere gevallen moet de volledige elektromagnetische afscherming van de lasstroombron/snijstroombron en het werk- stuk, in combinatie met ingangslters, worden uitgevoerd. In alle gevallen moeten elektromag- netische invloeden zover worden verlaagd, dat ze niet meer storend zijn. Opmerking Het uitvoeren van de aarding van de lasstroom- kring hangt af van de plaatselijke veiligheids- voorschriften. Een verandering van de aarding om de elektromagnetische verdraagzaamheid te verbeteren kan het ongevallenrisico of het risico van beschadiging van systemen verhogen Beoordeling van de omgeving Voor het opstellen van het vlambooglassysteem en/of het -snijapparaat moet de gebruiker mogelijke elektromagnetische problemen in de omgeving beoordelen. Daarbij moet rekening worden gehouden met het volgende: NEDERLANDS54
paraatbron wordt bereikt. Onderhoud van de vlambooglassyste- men/-snijapparaatsystemen Vlambooglassystemen/-snijapparaatsystemen moeten conform de aanbevelingen van de fabrikant regelmatig worden onderhouden. Alle toegangs- en servicedeuren en deksels moeten gesloten en goed bevestigd zijn, als het lassys- teem/snijapparaatsysteem in werking is. Met uitzondering van de in de fabrikantaanwijzingen aangegeven veranderingen en instellingen mogen de lassystemen/snijapparaatsystemen op geen enkele manier worden veranderd. Met name de vonktrajecten van vlamboogontste- kings- en stabilisatiesystemen moeten volgens de aanbevelingen van de fabrikant worden ingesteld en onder
houden. Lasleidingen Lasleidingen moeten zo kort mogelijk en dicht bij elkaar zijn en over of in de buurt van de vloer lopen. Potentiaalvereening De elektrische verbinding van alle metalen on- derdelen in en naast een lassysteem/snijappa- raatsysteem moet in aanmerking worden geno- men. De met het werkstuk verbonden metalen onderdelen kunnen echter het risico verhogen dat de lasser door gelijktijdig aanraken van deze metalen onderdelen en de elektrode een elektrische schok krijgt. De lasser moet tegen al deze verbonden metalen onderdelen elektrisch geïsoleerd zijn. Aarding van het werkstuk Als het werkstuk niet sowieso al vanwege elek- trische veiligheidsredenen of vanwege de groot- te en positie, bijv. buitenwand van een schip of staalconstructies, met de aarding verbonden is, kan een verbinding van het werkstuk met de aarding in sommige, maar niet in alle gevallen, storingsemissies verlagen. Er moet voorkomen worden, dat de aarding van het werkstuk voor de gebruiker het ongevallenrisico verhoogt of voor de onherstelbare beschadiging van andere elektrische systemen kan zorgen. Indien nodig moet de aansluiting van het werk
stuk op de aarding door een directe aansluiting op het werkstuk worden uitgevoerd. In landen waarin een directe aansluiting verboden is moet de verbinding door geschikte, conform de nationale voorschriften geselecteerde conden
satoren tot stand worden gebracht. Afscherming Selectief afschermen van andere leidingen en systemen in de omgeving kan instralingen verla- gen. Het afschermen van het gehele lassysteem / snijapparaatsysteem kan voor bijzondere toepassingen in aanmerking worden genomen.
Klasse A (IEC 60974-10): Als u het apparaat in woonruimtes wilt gebruiken waar de elektriciteit wordt geleverd door het open- bare lichtnet, dan moet u mogelijk een elektroma- gnetisch lter gebruiken dat de elektromagnetische interferentie dermate reduceert, dat het voor de gebruiker niet langer als storend wordt ervaren. In industriegebieden en dergelijke waar de elektrici
teit niet wordt geleverd door het openbare lichtnet, kan het apparaat zonder meer worden gebruikt. Klasse A-apparaten zijn niet bedoeld voor gebruik in woonruimtes waar de elektriciteit wordt geleverd door het openbare lichtnet, omdat dit bij ongunstige lichtnetomstandigheden storing kan veroorzaken. Als gebruiker dient u vast te stellen – indien nodig, met uw energieleverancier – dat uw aansluitingspunt, waaraan u het apparaat wenst aan te sluiten, aan de boven genoemde eis voldoet. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen als gevolg van het lassen. Symbolen Opgelet! Gebruiksaanwijzing lezen! Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Laskap gebruiken! Draag altijd speciale lashandschoenen Veiligheidsschoenen met bescherming tegen insnijden, geribde zolen en stalen neuzen dragen! Beschermschort dragen NEDERLANDS55 Trek vóór alle werkzaamheden aan het apparaat altijd eerst de steker uit de contactdoos. Drukes d.m.v. ketting borgen Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning Explosiegevaar! Let op: hete oppervlakte! Waarschuwing voor giftige dampen!Niet in afgesloten ruimten bedienen Tegen vocht beschermen Stel de machine niet bloot aan regen. Verboden voor personen met een cardio- stimulator! Afstand van personen Let op dat er zich geen personen in de gevarenomgeving ophouden.
Eenfasige transformator met gelijkrichter MIG (Metaal inert gas lassen) MAG (Metaal actief gas lassen) WIG (Wolfram Inertgas lassen) MMA (Elektrodenlassen) Geschikt voor het lassen onder verhoogd elektrisch gevaar. Eenfasige wisselstroom met nominale frequentie 50 Hz Beschadigde en/of verwijderde elek- trische of elektronische apparaten bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen aeveren Tegen vocht beschermen Verpakkingsoriëntering boven Eisen aan de bedienende persoon De bedienende persoon moet, voor het gebruik van hetapparaat, de gebruiksaanwijzing goed gelezen hebben. Kwalicatie: Behalve een uitvoerige instructie doorvakkundig verkooppersoneel is er geen speciale kwalicatievoor het gebruik van het apparaat nodig. Minimale leeftijd: Het apparaat mag slechts door personen gebruikt worden van 16 jaar of ouder. Uitzondering hierop is het gebruik door jeugdige personen bij een beroepsopleiding ter verkrijging van vaardigheid en indien dit onder toezicht van een opleider plaats vindt. Scholing: Om het apparaat te kunnen gebruiken is enigpassend onderricht, door een vakman, resp. debedieningsaanwijzing, voldoende. Een speciale scholing isniet noodzakelijk. Handelswijze in noodgeval Tref de noodzakelijke maatregelen om éérste hulp teverlenen, die met het letsel overeenkomt en vraag zo snelmogelijk gekwaliceerde medische hulp aan. Beschermgewonde personen voor overig letsel en stel ze gerust.Voor het eventueel plaatsvinden van een ongeval zoualtijd een verbandtrommel, volgens DIN 13164, op dewerkplaats bij de hand moeten zijn. Het uit deverbandtrommel genomen materiaal dient onmiddellijkaangevuld te worden. Indien u hulp vraagt, geef de volgende gegevens door:
1. Plaats van het ongeval
2. Soort van het ongeval
3. Aantal gewonden mensen
4. Soort verwondingen
NEDERLANDS56 Onderhoud Trek vóór alle werkzaamheden aan het apparaat altijd eerst de steker uit de contact- doos. Voer vóór gebruik van het apparaat altijd een visuele controle uit om vast te stellen of het apparaat en in het bijzonder de netkabel en de steker beschadigd zijn. Het apparaat mag niet worden gebruikt als het be
schadigd is of de veiligheidsinrichtingen defect zijn. Indien het apparaat defect is, dient de reparatie uits
luitend door een klantendienst uitgevoerd te worden. Gebruik alléén origineel toebehoren en originele onderdelen. Reinig de machine en zijn onderdelen niet met oplosmiddelen, ontvlambare of giftige vloeistoen. Gebruik uitsluitend een vochtige doek en controleer of de stekker uit het stopcontact is genomen. Verwijder uit de ventilatieopening en van de beweeg
bare onderdelen vastzittend stof met een zachte borstel of penseel na ieder gebruik. Smeer alle beweegbare metaalonderdelen regelmatig in met olie, bijv. de wielen en de zijklep. Enkel een regelmatig onderhouden en een goed verzorgd apparaat kan een tot tevredenheid werkend hulpmiddel zijn. Onderhoudsen verzorgingsfouten kunnen tot onvoorziene ongevallen en letsels leiden. Bij behoefte vindt u de reserveonderdelenlijst op het internet onder www.guede.com. Garantie De garantieperiode is 12 maanden bij commercieel gebruik en 24 maanden voor eindgebruikers en be- gint met de datum van aankoop van het apparaat. De garantie heeft uitsluitend betrekking op onvol
komenheden die op materiaal- of productiefouten betrekking hebben. Bij een claim van een onvolko- menheid, in de zin van garantie, dient de originele aankoopfactuur met de aankoopdatum bijgesloten te worden. Van garantie uitgesloten zijn verkeerd gebruik, zoals bijv. overbelasting van het apparaat, gebruik van geweld, beschadigingen door vreemde invloeden of door vreemde voorwerpen. De niet-naleving van ge
bruiks- en montageaanwijzingen en normale slijtage zijn eveneens van garanties uitgesloten. Service Hebt u technische vragen? Een reclamatie? Hebt u reserveonderdelen of een gebruiksaanwijzing nodig? Op onze website www.guede.com in Service helpen wij u snel en niet-bureaucratisch verder. Help ons om u te helpen, a.u.b. Om uw apparaat in geval van reclamatie te kunnen identiceren hebben wij het serie+nummer evenals artikelnummer en productie- jaar nodig. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. Vul deze gegevens hieronder in om deze altijd bij de hand te hebben. Serienummer: Artikelnummer: Bouwjaar: NEDERLANDS57 Oplossen van problemen Probleem Oorzaak Maatregel De draad wordt niet getranspor- teerd ondanks een draaiende rol van het draadtransport. Vuil op het stroommondstuk Schoonmaken De koppeling van de spoeldrager is te strak ingesteld. Losmaken Beschadigd slangenpakket Bescherming van de draadgeleiding controleren. Aandrukkracht van de draadgelei
dingsrol te laag Aandrukkracht verhogen Draadtoevoer onderbroken of los Stroommondstuk beschadigd Vervangen Verbrandingen in het stroommond
stuk Vervangen Vuil op de gleuf van het aandrijfwiel Schoonmaken Groef op het versleten aandrijfwiel Vervangen Lichtboog is gedoofd Slecht contact tussen massatang en lasdeel De tang aandraaien en controleren Verf en corrosie verwijderen Kortsluiting tussen stroommondstuk en gasgeleiding Stroommondstuk en het mondstuk van de gasgeleiding reinigen of vervangen Stroommondstuk vrij van vuil, ver- fresten en corrosie Stroommondstuk te los Stroommondstuk vast aandraaien Lasnaad is poreus Onjuiste afstand of hoek van het slangenpakket De afstand tussen het slangenpakket en het te lassen deel moet 5-10 mm zijn. De hoek niet minder dan 60˚ ten opzichte van het werkstuk. Geen, te weinig of onjuist gas (Meer) gas toevoeren of verwiselen De machine functioneert onver
wachts niet meer na een langdurig gebruik Het apparaat is door een te langdu
rig gebruik oververhit en de warmte- beveiliging werd geactiveerd. Het apparaat laten afkoelen NEDERLANDS58
SimpelGids