VC750 E - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC750 E VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC750 E VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC750 E - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC750 E van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC750 E VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing
VC-750E AC/DC multimetertang
Bestelnr. 1500205 Pagina 111 - 147
Seite
- Inleiding 116
- Productbeschrijving 116
- Beoogd gebruik....117
- Inhoud van de verpakking....118
- Veiligheidsinstructies 119
- Verklaring van de symbolen....121
- Productoverzicht....122
- Toetsen en bedieningsknop....123
- Display en symbolen....124
- Plaatsen en vervangen van de batterijen 126
a) Instructies voor de batterijen 126
b) Plaatsen/vervangen van de batterijen 126
- Aan- en uitschakelen .... 127
a) Aan- en uitschakelen....127
b) Automatische uitschakeling....127
- Achtergrondverlichting....127
- Generieke functies....128
a) Analoog balk diagram....128
b) RANGE - manueel selecteren van het meetbereik....128
c) MAX/MIN functie....129
d) REL functie 129
e) HOLD functie 129
- Meten/testen – bekijk onvoorwaardelijk....130
a) Veiligheidsinstructies met betrekking tot het meten/testen....130
b) Waarschuwingssignalen....130
- Meten – spanning .... 131
a) Meetprocedure 131
b) Gelijkspanning (V/DC) 131
c) Wisselspanning (V/AC)....131
d) Wisselspanningen (V/AC) – laagdoorlaatfilter 131
e) AC + DC spanning....132
f) LoZ wisselspanning....132
- Meten - stroom 132
a) Inleiding 132
b) Meetprocedure 133
c) Wisselstroom (A \~)....133
d) Gelijkstroom (A---)....133
e) AC + DC stroom....133
f) Piek/inschakelstroom....133
g) Gesplitst display - AC/DC 134
- Meten – stroomsignaal μA....135
a) Inleiding....135
b) Meetprocedure 135
c) Gelijkstroom (μA =) 135
d) Wisselstroom ( A ) 135
-
Meten – frequentie (elektronisch) 136
-
Meten – weerstand 137
- Meten – capaciteit....138
- Meten - temperatuur 139
a) Inleiding....139
b) Meetprocedure 139
- Testen – diode ...... 140
- Testen – continuïteit....140
- Testen – motorrichting (3-fase)....141
a) Inleiding 141
b) Bijzondere opmerkingen....141
c) Test procedure....141
- Reiniging en onderhoud....142
a) Algemene informatie....142
b) Reinigen 142
- Verwijdering 143
- Probleemoplossing 143
- Technische gegevens 144
a) Gelijkspanning (V/DC)....145
b) Wisselspanning (V/AC)....145
c) AC + DC spanning....146
d) Gelijkstroom (μA/DC) 146
e) Wisselstroom (μA/AC)....146
f) Wisselstroom (A/AC, tangmetingen) 147
g) AC + DC stroom 147
h) Weerstand 148
i) Akoestische continuïteitstester....148
j) Capaciteit....149
k) Diodetest 149
I) Frequentie "Hz" (elektronisch)....149
m) Frequentie "Hz" (elektrisch) 150
n) Temperatuur 150
1. Inleiding
Geachte klant,
hartelijk dank voor de aanschaf van dit product.
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving. Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te garanderen!

Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de ingebruikname en bediening. Let hierop, ook wanneer u dit product aan derden doorgeeft. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig voor toekomstige referentie!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Productbeschrijving
De multimeter toont metingen op een digitaal beeldscherm. De multimeter bezit 6000 posities (positie = kleinste weergegeven waarde). De true RMS waarde wordt gebruikt als wisselspanning en wisselstroom wordt gemeten.
Om de levensduur van de batterij te verlengen, schakelt de multimeter automatisch na 15 minuten inactiviteit uit. De automatische uitschakeling kan manueel worden uitgeschakeld.
De meter kan worden gebruikt door DIY'ers, professionals maar ook voor industriële doelen tot CAT IV. De rubber afwerking verleent de multimeter een robust design en maakt het mogelijk een val van tot wel 2 meter te weerstaan. De multimeter is eveneens stof- en spatwaterdicht (IP54). Voor het vervangen van de batterijen of de zekering dient u te controleren of de verzegeling van het batterij schoon en intact is. Verwijder vuil en stof met behulp van een wattenstaafje. De verzegeling mag niet beschadigd zijn. Gebruik geen vet of andere afdichtingsmiddelen aangezien dit een effect op de veiligheid van het apparaat kan hebben.
Beschermende doppen kunnen worden bevestigd aan de testkabelstekkers. Verwijder deze alvorens de testkabels in de multimeter te steken.
3. Beoogd gebruik
Metingen en weergave van elektrische parameters in de meetcategorie CAT IV (tot 600 V). Voldoet aan de EN 61010-1 standaard en alle lagere categorieën.
Het product meet en test het volgende:
- Meet DC-spanningen tot 600 V (10 MΩ impedantie)
- Meet AC-spanningen tot 600 V (10 MΩ impedantie)
- Meet AC-spanningen tot 600 V met een lage impedantie (300 kΩ)
- Meet gelijk- en wisselstroom tot 2000 A (signaalstroom)
- Contactloos meten van gelijk- en wisselstroom tot 600 A
- Frequentie meetbereik:
- Gebruikscyclus
- Meet capaciteit tot 60 mF
- Meet weerstand tot 60 MΩ
- Meet temperaturen van -40 tot +1000 °C.
- Continuïteitstest (<10 Ω akoestisch)
- Diodetest
• Laagdoorlaatfilter (600 V)
• Gesplitst display voor spanning/stroom - AC + DC stroom/spanning
- 3-fase rotatie-indicator voor het spanningsbereik 80–600 V/AC
Gebruik de regelknop om de meetmodus te kiezen.
Effectieve (true RMS) metingen worden weergegeven als AC spanningen/stroomsterkte met een frequentie van tot wel 400 Hz worden gemeten.
De μA stroommeting input is beschermd tegen overbelasting door een resetbare zekering (PTR). De spanning in het te meten circuit mag 600 V niet overschrijden.
Het apparaat gaat automatisch na 15 minuten uit als er geen knop wordt gedrukt. Dit voorkomt dat de batterij leeg raakt. Deze automatische uitschakeling kan worden uitgeschakeld.
Gebruik de multimeter nooit als het batterijvak open is.
De multimeter bezit een IP54 bescherming, wat betekent dat hij stof- en spatwaterdicht is. Gebruik de multimeter echter niet als hij nat of vochtig is.
Meet niet in mogelijk explosieve omgevingen, vochtige ruimtes of nadelige omgevingsfactoren. Nadelige factoren zijn onder andere: Vocht of een hoge vochtigheid, stof en ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen, onweer en sterke magnetische velden.
Voor de veiligheid mag u alleen testpunten en accessoires gebruiken die voldoen aan de specificaties van de multimeter.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door mensen met de nodige fysieke en mentale vaardigheden om te waarborgen dat de metingen veilig worden uitgevoerd.
De gebruiker moet eveneens op de hoogte zijn van de wetgevingen voor het maken van metingen en de mogelijke gevaren. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting wordt aanbevolen.
leder ander dan het hierboven beschreven gebruik kan het product beschadigen en bovendien gevaren zoals kortsluiting, brand of een elektrische schok veroorzaken. Het product mag niet worden aangepast of opnieuw worden gemonteerd!
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.

Neem de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing altijd in acht.
4. Inhoud van de verpakking
- Tangmultimeter
- 3 x AAA-batterijen
- 2 x CAT IV veiligheidsmeetkabels
- Temperatuursensor (-40 tot +250 °C Type K met banaanstekker)
- Veiligheidsinstructies
- Gebruiksaanwijzing (op CD)
Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.

5. Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie alstublieft aandachtig door. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane materiële schade of persoonlijk letsel. In dergelijke gevallen vervalt de garantie.
- Dit apparaat werd op een veilige manier verstuurd.
- Om het veilige gebruik te waarborgen en schade aan het product te vermijden, dient u de veiligheidsinformatie en waarschuwingen in deze handleiding altijd in acht te nemen.
- Vanwege veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niet pogen het apparaat te veranderen en/of aan te passen.
- Raadpleeg een elektricien als u twijfelt over de juiste werking, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
- Meetinstrumenten en hun toebehoor zijn geen speelgoed en moet buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
- Voldoe altijd aan de ongevallenpreventievoorschriften voor elektrische apparatuur als u het product in industriële omgevingen gebruikt.
- In scholen, opleidingsinstituten, hobby en DIY-workshops, moet meetapparatuur worden gebruikt onder verantwoordelijk toezicht van gekwalificeerd personeel.
- Voor elke meting dient u ervoor te zorgen dat de meter is ingesteld op de juiste meetmodus.
- Als u meetsonden zonder beschermende doppen gebruikt, mogen de metingen tussen de multimeter en het aardingspotentieel niet groter zijn dan de CAT II meetcategorie.
- Verwijder de testsonden altijd van het te meten voorwerp alvorens de meetmodus te veranderen.
- Als u CAT III en CAT IV metingen uitvoert, moeten de afdekkingen op de punten van de meetsondes worden geplaatst (max. lengte van de blootgestelde contacten = 4 mm) om ongewilde kortsluiting te voorkomen. Deze worden meegeleverd met het product.
- De spanning tussen de aansluitpunten van de multimeter en de aarde mag nooit groter zijn dan 600 V DC/AC in CAT IV.

text_image
CAT I CAT II CAT III CAT IV- Wees bijzonder voorzichtig als u omgaat met spanning van meer dan 33 V/AC of 70 V/DC. Het aanraken van elektrische geleiders bij dit soort spanningen kan resulteren in een fatale elektrische schok.
- Om een elektrische schok te voorkomen, mag u de meetpunten niet aanraken als u metingen uitvoert, niet direct noch indirect. Als u metingen uitvoert, mag u nooit achter de greepmarkeringen van de multimeter en testpunten pakken.
- Controleer het meetapparaat en testkabels voor elke meting op beschadigingen. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.). De meetkabels worden geleverd met een slijtage-indicator. Als een kabel beschadigd is, wordt een tweede isolatielaag zichtbaar (de tweede isolatielaag heeft een andere kleur). Als dit gebeurt, mag u het meetaccessoire niet meer gebruiken en dient u het te vervangen.
- Gebruik de multimeter niet voor, tijdens of na een storm (risico op een elektrische schok/stroompieken). Zorg ervoor dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, het stroomcircuit en de componenten op het stroomcircuit droog zijn.
- Vermijd het gebruik van het apparaat in de directe omgeving van:
- uitzendende antennes of HF-generatoren.
- Deze kunnen de metingen vertekenen.
- Als u een reden heeft aan te nemen dat het veilige gebruik niet meer mogelijk is, dient u het apparaat direct te ontkoppelen om een ongewenst gebruik te voorkomen. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als:
- er tekenen van schade zijn
- het apparaat niet naar behoren werkt
- het apparaat langdurig onder nadelige omstandigheden werd opgeborgen
- het apparaat onderhevig is geweest aan zware belasting tijdens het transport
- Schakel het apparaat nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condensatie die ontstaat kan het product permanent beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld en laat het zich aanpassen aan de kamertemperatuur.
- Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren aangezien het gevaarlijk speelmateriaal voor kinderen kan worden.
- Neem de veiligheidsinformatie in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
6. Verklaring van de symbolen

Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek geeft aan dat er gevaar bestaat voor uw gezondheid, bijv. door elektrische schokken.

Het symbool met een bliksemschicht in een vierkant staan stroommetingen aan niet geïsoleerde, gevaarlijke actieve conductoren toe en waarschuwt voor mogelijke gevaren. Er moet gebruik worden gemaakt van een persoonlijke beschermingsuitrusting.

Dit symbool wordt gebruikt om belangrijke informatie in deze gebruiksaanwijzing te onderstrepen. Lees deze gebruiksaanwijzing altijd aandachtig door.

Dit symbool geeft speciale informatie en advies over het gebruik van het product aan.

Dit product is getest volgens de CE-standaarden en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen.

Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie)
IP54 Stof- en spatwaterdicht.
CAT I
Meetcategorie I: Voor meetcircuits van elektrische en elektronische apparatuur dat niet direct wordt aangesloten op het stroomnet (bijv. apparaten op batterijen, veiligheidssystemen met extra lage spanning en signaal/bedieningsspanning). Toekomstig wordt deze categorie hernoemd in CAT 0 of 0.
CAT II
Meetcategorie II: Voor het meten van elektrische en elektronische apparaten die direct van stroom worden voorzien via een stopcontact. Deze categorie bevat tevens alle lagere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal en bedieningsspanning).
CAT III
Meetcategorie III: Voor meetcircuits van installaties in gebouwen (bijv. stopcontacten of sub-distributies). Deze categorie bevat tevens alle lagere categorieën (bijv. CAT II voor het meten van elektrische apparaten). Het meten in CAT III is alleen toegestaan met test stokken die zijn voorzien vna doppen of die een maximale blootgestelde lengte van 4 mm hebben.
CAT IV
Meetcategorie IV: Voor het meten aan de basis van een laagspanningsinstallatie (bijv. tafelcontactdoos, ingangspunten van de stroom in het huis door het energiebedrijf) en buitenshuis (bijv. als u werkzaamheden uitvoert aan kabels onder de grond of boven het hoofd). Deze categorie bevat eveneens alle lagere categorieën. Het meten in CAT IV is alleen toegestaan met test stokken die zijn voorzien vna doppen of die een maximale blootgestelde lengte van 4 mm hebben.

Aardingspotentieel
7. Productoverzicht

text_image
1 CAT IV 600 V 500A 2 VOLTCRAFT. VC-750 E µA ≈ Hz% °F°C ACCHC V~ Motor LPT V~ ACHC A SELECT OFF Load V~ MAX MIN True RMS Trans 2380 ~ 8.8.8.8 kHz Load A C CS100S + - mgF VAMnO Hz AC DC AUTO MAX 981 °C F - undum undum undum undub RANGE RECL VIA IPS4 INRUSH COM + - + °C VΩ HcpA 10 11 17 16 15 14 13 121 Stroomtang
2 Greepgedeelte
3 Lichtsensor
4 Openingshendel
5 SELECT toets
6 Display
7 Zachte rubberen afdichting
8 RANGE toets
9 REL/ZERO toets
10 COM testvoet (zwart)
(referentiepotentieel, "negatief potentieel")
11 vestvnet (rood)
("positief potentieel" voor gelijkspanning)
12 V+A/INRUSH toets
13 MAX/MIN toets
14 -toets
15 Schroef voor het batterijvak
16 Bedieningsknop voor de keuze van de meetmodus
17 https
8. Toetsen en bedieningsknop
| Toets Functie | |
| RANGE | Verander meetbereik |
| REL ZERO | Referentiewaarde meting inschakelen |
| V+A | Gesplitst display activeren in de < A of < > medus |
| SELECT | Schakel modi (zie rode/zwarte symbolen op de regelaar) |
| MAX MIN | Toon maximum/minimum meting |
| OFF | Schakel de automatische achtergrondverlichting uit |
| Leg de huidige meting vast op het display | |

text_image
μA ≈ Hz% °F°C Ω AC+DC V= Motor LPF V~ AC+DC A≈ OFF LoZ V~Gebruik de bedieningsknop (16) om een meetmodus/meetbereik te kiezen. Automatische bereikkeuze [ AUTO ] is ingeschakeld in de modi:
$$ - H z \% / ^ {\circ} F ^ {\circ} C \Omega / + V = V \sim A \sim A = $$
Dit betekent dat het geschikte meetbereik automatisch wordt gekozen.
Om de rood gemarkeerde modi te selecteren, drukt u op de SELECT toets (5) (bijvoorbeeld om van weerstand naar continuïteitstest te gaan). Sommige modi hebben verschillende procedures nodig, die worden beschreven in de bijbehorende alinea's.
→ Refereert naar de posities van de bedieningsknop die worden aangegeven door
Voorbeeld: Kies < > modus.oz V\~
9. Display en symbolen
Het display (6) bevat de volgende symbolen:

text_image
TRMS INRUSH LD AC 8.8.8.8 kHz LoZ △ H ZERO DC 0.8.8.8 VA% AC+DC → + ···· nmF VAMkΩ Hz % AC 8.8.8.8 DC BL AUTO MAX MIN °C°F 3 2 3 2 - 0 10 20 30 40 50 60 Klein display HoofddisplaySymbool betekenis/functie
TRMS True RMS
▶ Diodetest
-1) Akoestische continuïteitstester
V Volt (eenheid van elektrische spanning)
μ Micro
A Ampère (eenheid voor de elektrische stroom)
n Nano
m Milli
F Farad (eenheid voor elektrische capaciteit)
M Mega
k Kilo
Ω Ohm (eenheid voor elektrische weerstand)
Hz Hertz (eenheid van de frequentie)
°C Graden Celsius (temperatuureenheid)
°F Graden Fahrenheit (temperatuureenheid)
3-fase rotatie richting indicator ("rechtsom")
3-fase rotatie richting indicator ("linkssom")
BL Achtergrondverlichting ingeschakeld
Vergrendelingsicoon voor de fasedetectie (knipperend = detectiemodus, constant = fase gedetecteerd)
▲ Relatieve waarde metingen (= referentiewaarde meting)
MIN Minimum waarde
MAX Maximum waarde
AUTO Automatisch meetbereik is ingeschakeld
Automatische uitschakeling is ingeschakeld
Indicator voor een bijna lege batterij
Hold-functie is ingeschakeld
Waarschuwingssymbool voor gevaarlijke spanning (met waarschuwingsgeluid als het meetbereik werd overschreden)
DC Gelijkstroom DC
- Polariteitsindicator voor de stroomrichting van de stroom (negatieve pool)
AC Wisselstroom AC
LoZ Lage impedantie
% Gebruikscyclus weergave in modu%
AC+DC Spanning/stroom weergave in de vorm van (AC)^2+(DC)^2
ZERO Nul modus
INRUSH Inschakelstroom meting ingeschakeld
Laagdoorlaatfilter in in LPF modus
Analoge display schaal
OL Overbelasting indicatie
→ Referenties naar de symbolen op het display worden weergegeven door [ symbols ] in deze gehele gebruiksaanwijzing. Symbolen die worden weergegeven maar niet direct relevant zijn voor de beschreven functies worden niet uitdrukkelijk vermeld.
Voorbeeld: [ ] personijnt op het display.
10. Plaatsen en vervangen van de batterijen
De multimeter werkt op drie AAA-batterijen. Plaats de nieuwe batterijen voordat u de multimeter voor het eerst gebruikt of wanneer het waarschuwingssymbool voor de batterijen 216, het display verschijnt. Vervang de batterijen direct om onnauwkeurige metingen te voorkomen.

Gebruik de multimeter nooit als het batterijvak open is. Dit kan een dodelijke elektrische schok tot gevolg hebben.
De behuizing van de multimeter is zo ontworpen dat u alleen toegang heeft tot het batterijvak. Hierdoor is de multimeter veiliger en eenvoudiger in gebruik.
a) Instructies voor de batterijen
- Laat lege batterijen niet in het apparaat zitten. Zelfs batterijen die beschermd zijn tegen lekkages kunnen corroderen en het apparaat beschadigen of chemicaliën vrijgeven die een schadelijk zijn voor uw gezondheid.
- Laat batterijen niet rondslingeren aangezien het risico bestaat dat deze kunnen worden ingeslikt door kinderen of huisdieren. Als een batterij werd ingeslikt, dient u direct een arts te raadplegen.
- Om te voorkomen dat de batterijen gaan lekken, dient u ze uit de multimeter te halen als u gedurende een langere periode niet van plan bent het apparaat te gebruiken.
- Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwonden veroorzaken als ze met uw huid in contact komen. Draag altijd beschermende handschoenen als u omgaat met lekkende of beschadigde batterijen.
- Sluit batterijen niet kort en gooi ze niet in open vuur.
- Probeer batterijen niet op te laden of te ontmantelen, aangezien dit een explosie kan veroorzaken.
→ De volgende batterij is geschikt voor het gebruik in de multimeter:
Bestelnr. 652278 (3 batterijen zijn nodig).
Gebruik alleen alkaline batterijen; alkaline batterijen hebben meer vermogen en een langere levensduur.
b) Plaatsen/vervangen van de batterijen
- Schakel de multimeter uit door de bedieningsknop (16) op < OFF > te zetten.
- Verwijder alle testkabels en verwijder de stroomklem van alle circuits.
- Maak de schroef van de afdekking van het batterijvak (15) los met behulp van een geschikte schroevendraaier.
- Verwijder de afdekking van het batterijvak.
- Als u de afdekking van het batterijvak verwijdert, dient u de rubberen afdichting op verontreinigen te controleren en indien nodig te reinigen. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de multimeter stof- en spatwaterdicht blijft.
- U heeft 3 nieuwe AAA-batterijen nodig. Verwijder (indien nodig) de verbruikte batterijen en vervang de verbruikte batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterijen met de juiste polariteit in het batterijvak.
- Gebruik geen 1,2 V oplaadbare batterijen.

- Plaats de afdekking van het batterijvak weer terug en schroef hem vast.
- De multimeter is nu weer gereed voor gebruik.
11. Aan- en uitschakelen
a) Aan- en uitschakelen
- Zorg ervoor dat u batterijen in de multimeter heeft geplaatst.
- De multimeter gaat aan als u de bedieningsknop op een willekeurige positie dan
zet. - Als u de multimeter aanschakelt, wordt een korte functionele test uitgevoerd en verschijnen alle symbolen op het display. De multimeter laat een piepgeluid horen als de test is afgesloten.
- Om de multimeter uit te schakelen, draait u de bedieningsknop op < OFF >.
→ Zet de multimeter altijd uit als u hem niet gebruikt.
b) Automatische uitschakeling
De multimeter schakelt automatisch uit als 15 minuten lang geen toetsen worden gedrukt of de bedieningsknop niet wordt gedraaid. Dit beschermt de batterijen en verlengt de levensduur van de batterijen.
- Het [ 🔒 symbol verschijnt als de automatische uitschakeling actief is.
- De multimeter laat 3 keer een piepgeluid horen 1 minuut voordat hij wordt uitgeschakeld. Als er op een knop wordt gedrukt voordat de multimeter wordt uitgeschakeld, zal de multimeter na 15 minuten weer opnieuw een piepgeluid laten horen. U hoort een lang piepgeluid als de multimeter wordt uitgeschakeld.
- Om de multimeter weer in te schakelen, beweegt u de bedieningsknop of drukt u op een willekeurige toets).
De automatische uitschakeling deactiveren
- Schakel de multimeter uit en houd de SELECT toets ingedrukt.
- Draai de bedieningsknop op een nieuwe positie.
- De multimeter gaat aan en het [ ] symbol is niet meer zichtbaar op het display.
- De automatische uitschakeling blijft uitgeschakeld totdat de multimeter wordt uitgeschakeld met behulp van de bedieningsknop.
12. Achtergrondverlichting
De multimeter schakelt de achtergrondverlichting automatisch aan en uit afhankelijk van de helderheid in de omgeving. De helderheid van de omgeving wordt vastgesteld met behulp van de lichtsensor (3).
- [ B].erschijnt op het display als de automatische achtergrondverlichting is ingeschakeld.
- Om te voorkomen dat de achtergrondverlichting automatisch wordt ingeschakeld, drukt u op de - Ⓐ OFF toets (14).
- De automatische achtergrondverlichting wordt automatisch weer ingeschakeld als u de multimeter de volgende keer weer inschakelt.
13. Generieke functies
Sommige meet-modi ondersteunen aanvullende functies die in dit hoofdstuk worden genoemd.
- De generieke functies aan- of uitschakelen (die aan- en uitgeschakeld kunnen worden) wordt bevestig met een piep-geluid.
a) Analoog balk diagram
Het balk diagram is een ongevere en analoge reflectie van de waarden die worden weergegeven op het primaire display.
Afhankelijk van het geselecteerde bereik varieert de nauwkeurigheid van het diagram. Bekijk het onderstaande diagrom voor 60/600 A:

other
| Current | Value | | ------- | ----- | | 60 A | 2 A | | 60 A | 60 A | | 600 A | 20 A | | 600 A | 600 A |b) RANGE - manueel selecteren van het meetbereik
Als er sprake is van een interferentie, kan de mulitmeter eventueel het verkeerde meetbereik kiezen of tussen twee bereiken wisselen.
→ Afhankelijk van de geselecteerde meet-modus, kunt u het meetbereik manueel instellen.
→ Voor een complete verzameling en uitleg over de bereiken van elke functie kunt u een kijkje nemen in de technische gegevens.
Het manueel bedienen van het bereik gaat als volgt:
- Druk op de RANGE toets. Het [ AUTO ] symbool verdwijnt van het display.
- Druk nogmaals op de RANGE toets om het volgende meetbereik te selecteren (als het hoogste meetbereik werd geselecteerd, gaat de multimeter terug naar het laagste bereik). Het meetbereik wordt weergegeven door de positie van de decimaalkomma.
- Om de manuele selectie van het meetbereik uit te schakelen, drukt u op de RANGE toets en houdt u deze 2 seconden lang ingedrukt. Het [ AUTO ] symbool verschijnt en geeft aan dat de multimeter het meetbereik automatisch selecteert.
- U kunt de manuele selectie ook uitschakelen door naar een andere meetmodus te gaan.
c) MAX/MIN functie
Deze eigenschap stelt u in staat de maximum en minimum waarde voor een serie van metingen op te slaan en weer te geven.
De automatische meetbereikkeuze wordt uitgeschakeld. Het is noodzakelijk dat u het bereik manueel instelt.
→ Deze eigenschap staat alleen in bepaalde modi ter beschikking.
- Druk op de MAX/MIN toets (13) om deze eigenschap in te schakelen.
- De maximum en minimum metingen voor de huidige instellingen van de metingen wordt opgeslagen.
- Druk op de MAX/MIN toets om te wisselen tussen de minimum en maximum waarden.
- De metingen worden gewist als u naar een andere meetmodus wisselt of als u de multimeter uitschakelt.
- Om deze eigenschap uit te shcakelen, drukt u de MAX/MIN toets en houdt u deze gedurende 2 seconden ingedrukt. [MAX] of [MIN] verdwijnt van het display en [AUTO] verschijnt.
d) REL functie
De REL functie stelt een referentiewaarde in om interferentie tijdens weerstandsmetingen af te kunnen trekken. De weergegeven waarde wordt op nul gezet als de referentiewaarde is ingesteld.
De automatische meetbereikkeuze wordt uitgeschakeld. Het is noodzakelijk dat u het bereik manueel instelt.
→ Deze eigenschap staat alleen in bepaalde modi ter beschikking.
- Druk op de REL/ZERO toets om deze modus te activeren. Het [ △ ] symbool verschijnt op het display.
- Om deze eigenschap uit te schakelen, drukt u opnieuw op de REL/ZERO toets of verander de meetmodus.
e) HOLD functie
Deze eigenschap houdt de huidige waarde vast op het display zodat u het op kunt nemen als een toekomstige referentie.

Als u stroomdraden test, dient u ervoor te zorgen dat deze eigenschap is uitgeschakeld voordat u metingen uitvoert. Anders kan de waarde onjuist zijn.
→ Deze eigenschap staat alleen in bepaalde modi ter beschikking.
- Druk op de H toets (17) om deze eigenschap in te schakelen. De multimeter laat een piepgeluid horen en [H] verschijnt op het display.
- Om de hold-functie uit te schakelen, drukt u op de Hoets of verandert u de meetmodus.
14. Meten/testen – bekijk onvoorwaardelijk
a) Veiligheidsinstructies met betrekking tot het meten/testen

- Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak circuits of componenten van circuits nooit aan aangezien deze spanning van meer dan 33 V/ACrms of 70 V/DC kunnen voeren. Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben!
- Voor het meten dient u te controleren of de meetkabels beschadigd zijn. Bijvoorbeeld sneden, slijtage en knikken. Gebruik nooit beschadigde meetkabels aangezien deze een fatale elektrische schok tot gevolg kunnen hebben!
- Als u metingen uitvoert, mag u geen enkel blootgesteld gebied achter de markeringen op de greep, op de testsonden en de multimeter aanraken.
- Sluit alleen de testkabels aan, die u ook nodig heeft. Vanwege de veiligheid dient u alle onnodige testkabels te verwijderen voordat u een meting uitvoert.
- Metingen in circuits met een nominaal vermogen van >33 V/AC en >70 V/DC mogen alleen door gekwalificeerd en opgeleid personeel worden uitgevoerd die op de hoogte zijn van de relevante wetgeving en de bijbehorende gevaren.
- Meet geen stroom op een circuit met een spanning van meer dan 600 V in CAT IV.
- Let voor uw eigen veiligheid op de noodzakelijke veiligheidsinformatie, wetgevingen en beschermende maatregelen.
b) Waarschuwingssignalen
- Als algemene regel geldt dat [OL] (overload) aangeeft dat het meetbereik werd overschreden (Dit is niet van toepassing op alle modi. Afwijkingen van deze regel worden vermeld als dit van toepassing is).
- Als de gemeten spanning 30 V/AC overschrijdt, verschijnt [ ] op het display.
- Als de gemeten spanning 600 A/ACV overschrijdt, knippert [✗] op het display en maakt de multimeter een piepgeluid.
15. Meten – spanning
a) Meetprocedure
- Bepaal het type spanning dat u wilt meten en lees vervolgens het bijbehorende gedeelte in dit hoofdstuk voordat u verder gaat.
- Stel de multimeter in op de benodigde spanningsmodus zoals weergegeven in het desbetreffende gedeelte.
- Steek de rode testkabel in de Hz AV voet (11) en de zwarte testkabel in de COM voet (10).
- Sluit de twee meetsonden aan parallel op het voorwerp dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).
- Bekijk het bijbehorende gedeelte over hoe de gemeten waarden worden weergegeven.
- Na het meten verwijdert u de meetpunten van het gemeten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.

b) Gelijkspanning (V/DC)
→ Het V/AC spanningsbereik heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ; dat betekent dat er nauwelijks een invloed op de prestaties van het circuit bestaat.
- Kies < V modus. [ DC V ] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten spanning.
- Een min-symbol geeft aan dat de gemeten gelijkspanning negatief is (of dat de meetkabels zijn aangesloten op de verkeerde polariteit).
c) Wisselspanning (V/AC)
Het V/AC spanningsbereik heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ; dat betekent dat er nauwelijks een invloed op de prestaties van het circuit bestaat.
- Kies < V modus. [AC V] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten spanning.
- Het kleine display geeft de gemeten frequentie weer.
d) Wisselspanningen (V/AC) – laagdoorlaatfilter
De laagdoorlaatfilter onderschept spanningen die 1 kHz overschrijden.
- Kies de < LPF > modus. [ AC V 10 ] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten spanning.
- Het kleine display geeft de gemeten frequentie weer.
e) AC + DC spanning
- Kies < AC+DC > modus via < V\~>. [V AC+DC ] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten spanning in de vorm van (AC)^2 + (DC)^2
- Het kleine display wisselt tussen de weergave van de gemeten gelijkspanning en wisselspanning.
f) LoZ wisselspanning
<LoZmodus stelt u in staat wisselspanningen met een lage impedantie (ongeveer 300 kΩ) te meten. In deze modus verlaagt de multimeter de interne weerstand om "spook" spanningsmetingen te voorkomen. Als resultaat wordt het circuit zwaarder belast dan bij de standaardmeting modus.

Het LoZ V/AC spanningsbereik heeft een ingangsweerstand van <300 MΩ; dat een geringe invloed op de prestaties van het circuit kan hebben.
- Kies < L27Vdus. [AC V ] verschijoz op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten spanning.
- Het kleine display geeft de gemeten frequentie weer.

text_image
INFRANCE VOUT 1A 2A 3A 4A 5A 6A 7A 8A 9A 10A 11A 12A 13A 14A 15A 16A 17A 18A 19A 20A 21A 22A 23A 24A 25A 26A 27A 28A 29A 30A 31A 32A 33A 34A 35A 36A 37A 38A 39A 40A 41A 42A 43A 44A 45A 46A 47A 48A 49A 50A 51A 52A 53A 54A 55A 56A 57A 58A 59A 60A 61A 62A 63A 64A 65A 66A 67A 68A 69A 70A 71A 72A 73A 74A 75A 76A 77A 78A 79A 80A 81A 82A 83A 84A 85A 86A 87A 88A 89A 90A 91A 92A 93A 94A 95A 96A 97A 98A 99A 100A
16. Meten - stroom
a) Inleiding
- De stroom wordt gemeten met behulp van de stroomtang (1). De sensoren van de stroomtang detecteren het magnetische veld dat door de stroomgeleidende conductoren wordt gegenereerd.
- U kunt metingen uitvoeren op geïsoleerde en niet geïsoleerde conductoren.
- Zorg ervoor dat de conductor altijd in het midden van de stroomtang loopt (let op de - markeringen) en dat de tang is gesloten.
Annuleren en toevoegen
- Gebruik de stroomtang niet om meer dan één conductor te omsluiten. Als de inkomende en uitgaande conductoren (bijv. L en N) worden gemeten, heffen de beide stromen elkaar op en verschijnt er geen meting op het display.
- Als meerdere inkomende conductoren (bijv. L1 en L2) worden gemeten, worden de twee stromen bij elkaar opgeteld.
Lage stroom
- Bij een lage stroom kan de conductor om één kant van de tang worden gedraait om de totaal gemeten stroom te verhogen.
- Om de juiste stroomwaarde te krijgen, dient u de gemeten stroom door het aantal spoelen te delen.

- Bepaal het type stroom dat u wilt meten en lees vervolgens het bijbehorende gedeelte in dit hoofdstuk voordat u verder gaat.
- Stel de multimeter in op de benodigde stroommodus zoals weergegeven in het desbetreffende gedeelte.
- Het display wordt automatisch op nul gezet als de stroomtang wordt gesloten. Als er een krachtig magnetisch veld bestaat dat invloed heeft op de waarde, dient u de relatieve waarde-functie ("REL") te gebruiken.
- Duw het openingshendel (4) om de stroomtang te openen.
- Omsluit de conductor die u wilt meten en sluit de stroomtang. Plaats de conductor in het midden tussen de twee -markeringen op de tang.
- Bekijk het bijbehorende gedeelte over hoe de gemeten waarden worden weergegeven.
- Na het meten verwijdert u de stroomtang van het te meten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.
- Kies < A modus. [A AC] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten stroom.
- Het kleine display geeft de gemeten frequentie weer.
- Het Symbol geeft een true RMS waarde aan.
d) Gelijkstroom (A=
- Kies de < A modus. [ A DC ] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten stroom.
e) AC + DC stroom
- Kies < AC + DC> modus via < A > . [ A AC+DC ] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten stroom in de vorm van (AC)^2 + (DC)^2
- Het kleine display wisselt tussen de weergave van de gelijkspanning en wisselspanning.
f) Piek/inschakelstroom
De INSCHAKELSTROOM functie vereenvoudigt de meting van piel/inschakelstromen van motoren.
- Kies < >A modus. [ A AC ] verschijnt op het display.
- Druk lang op de V+A/INRUSH toets om naar de INSCHAKELSTROOM modus te gaan. INRUSH verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten piek/inschakelstroom.
- Het kleine display geeft de gemeten stabiele werkstroom weer.
- Piek/inschakelstroom wordt gemeten tijdens de eerste 100 ms (zie onderstaand diagram) gebaseerd op de volgende criteria:
Bereik 60 A: 6 A detectedrempel, max. 80 A meting
Bereik 600 A: 60 A detectiedrempel, max. 800 A meting

line
| Time Segment | Current Detection Threshold | | ------------------ | --------------------------- | | Start | 0 A | | Stop | 0 A |- Druk lang op de V+A/INRUSH toets om de piekstroom meetmodus te verlaten.
g) Gesplitst display - AC/DC
De functionaliteit van het gesplitst display staat toe zowel de stroom alsook de spanning gelijktijdig te tonen.
→ Gesplitste displays zijn alleen mogelijk in < Aen < > modi:
-
Selecteer < >modus of < >modus.
-
Druk op de V+A/INRUSH toets om het gesplitste display te activeren. De onderstaande tabel toont de gesplitste display eigenschappen voor elke modus na het inschakelen:
| Modus Hoofddisplay Klein display | ||
| Wisselstroom Wisselspanning | ||
| Gelijkstroom Gelijkspanning | ||
- Druk nogmaals op V+A/INRUSH om het gesplitste display te beëindigen.
17. Meten – stroomsignaal μA
a) Inleiding
U kunt de multimeter gebruiken om stroomsignalen tot 2000 μA te meten.

De μA stroom ingang is beschermd tegen overbelasting door een resetbare zekering. De zekering hoeft niet te worden vervangen in geval van overbelasting. De zekeringscomponenten beperken de stroom om een defect te voorkomen.
b) Meetprocedure
- Bepaal het type stroom dat u wilt meten en lees vervolgens het bijbehorende gedeelte in dit hoofdstuk voordat u verder gaat.
- Stel de multimeter in op de benodigde stroommodus zoals weergegeven in het desbetreffende hoofdstuk.
- Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
- Sluit de twee meetsonden aan parallel op het voorwerp dat u wilt meten (bijv. batterij of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voordat u de meetsonden aansluit.
- Sluit het circuit weer aan.
- Bekijk het bijbehorende gedeelte over hoe de gemeten waarden worden weergegeven.
- Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van het gemeten voorwerp.
- Schakel de multimeter uit.
c) Gelijkstroom (μ)A...
- Kies < μA modus. [ DC μ A ] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten stroom.
- Een min-symbol [-] geeft aan dat de stroom in de tegengestelde richting stroomt (of dat de meetkabels zijn aangesloten op de verkeerde polariteit).
d) Wisselstroom (μ)A \~
- Kies < μA modus. [AC μ A] verschijnt op het display.
- Het hoofddisplay toont de gemeten stroom.
- Het kleine display geeft de gemeten frequentie weer.
- Het Symbol geeft een true RMS waarde aan.

De multimeter kan worden gebruikt voor het meten van signaalspanning frequenties van 10 Hz tot 40 MHz. De maximum ingang bedraagt 30 Vrms.
- Deze modus is niet geschikt voor het maken van metingen op de netspanning.
- Voor netspanning wordt de frequentie gemeten en samen met de stroom weergegeven. Raadpleeg de bijbehorende hoofdstukken.
-
Neem de ingangspecificaties in de technische specificaties in acht.
-
Kies < Hz% > modus. [Hz %] verschijnt op het display.
-
Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
-
Sluit de twee meetsonden aan parallel op het voorwerp dat u wilt meten (bijv. signaalgenerator of circuit).
-
Het hoofddisplay toont de gemeten frequentie. Het kleine display toont de gebruikscyclus in %.
-
Na het meten verwijdert u de testkabels van het te meten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.

text_image
G Hz% 50.88 05.00 DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RATE DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RAT DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/ROUT DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN DCN/RIN19. Meten – weerstand

Zorg ervoor dat alle objecten die gemeten moeten worden (inclusief de delen van het circuit, de circuits en de onderdelen van het circuit) zijn uitgeschakeld en ontladen.
- Reinig indien nodig de meetlpunten. Zorg ervoor dat de meetpunten die u met de punten van de sonden aanraakt geen vuil, olie, soldeer of andere soortgelijke substanties bevatten. Deze substanties kunnen de meting vertekenen.
- Kies < > modus. [M ] verschijnt op het display. Het hoofddisplay toont [OL].
- Steek de rode testkabel in de V Hz A voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
-
Controleer de testkabels door de twee testsonden tegen elkaar te houden.
-
Er moet een weerstand van ongeveer 0 - 0,5 Ω worden weergegeven (inherente weerstand van de testkabels). De kabelweerstand bij de metingen met hoge impedantie kan worden verwaarloosd.
- Voor metingen met een lage impedantie drukt u op de REL/ZERO toets terwijl u de beide testsonden tegen elkaar houdt om de inherente impedantie van de testkabels af te kunnen trekken. Het display wordt gereset op 0. De automatische meetbereikkeuze wordt uitgeschakeld en [Δ] verschijnt op het display.
-
De REL/ZERO toets werkt alleen als een gemeten waarde wordt weergegeven. Hij kan niet worden gebruikt als [OL] op het display verschijnt.
-
Sluit de twee testsonden aan op het voorwerp dat u wilt meten.
- De meting (als dit niet het geval is [OL]) wordt weergegeven op het hoofddisplay (voorwaarde hiervoor is dat het gemeten voorwerp geen te hoge weerstand heeft of niet is aangesloten).
-
Wacht totdat de meting stabiliseert.
-
Dit kan enkele seconden duren bij weerstanden die groter zijn dan 1 MΩ.
-
[OL] (overload) geeft aan dat het meetbereik werd overschreden of dat het circuit niet is aangesloten.
-
Na het meten verwijdert u de testkabels van het te meten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.

text_image
CATTr 180V 90A PROMBATS VL350 2°C H2% +100% -100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% +100% + - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - + Q O 23.03 COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM COM CUTRATI SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIS SOLARIR SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOLTARIS TOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI SOUTRATI20. Meten – capaciteit

Zorg ervoor dat alle objecten die gemeten moeten worden (inclusief de delen van het circuit, de circuits en de onderdelen van het circuit) zijn uitgeschakeld en ontladen.
Let altijd op de polariteit als u elektrolytische capacitoren gebruikt.
-
Kies < >modus. [n F] verschijnt op het display.
-
Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
-
Vanwege de gevoelige meetingang kan het display zelfs bij "open" meetkabels een waarde tonen. Druk op de REL/ZERO toets om het display te resetten op 0. De automatische meetbereikkeuze wordt uitgeschakeld en [4]verschijnt op het display.
- Dit wordt aangeraden bij kleine capaciteiten in het nF bereik.
-
Sluit de twee testsonden (rood = positief / zwart = negatief) aan op het voorwerp dat u wilt meten (capacitor).
-
De gemeten capaciteit wordt na een paar seconden weergegeven op het hoofddisplay.
-
Wacht totdat de meting stabiliseert.
-
Dit kan enkele seconden duren bij capaciteiten die groter zijn dan 40 μF.
-
[OL] (overload) geeft aan dat het meetbereik werd overschreden.
-
Na het meten verwijdert u de meetpunten van het gemeten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.

text_image
CAT 4V 550 V + - 800A POWER AC 300V AC + - 200A - - 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - - 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - - 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - - 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - + 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - + 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - + 100A - - Power AC 300V AC + - 200A - + 100A - - Power AC 300V AC + -21. Meten – temperatuur

Als u een temperatuurmeting uit wilt voeren, mag u alleen de temperatuursonde in contact laten komen met het oppervlak van het te meten voorwerp. De multimeter mag niet worden blootgesteld aan temperaturen onder of boven de gebruikstemperatuur, aangezien dit onjuiste metingen tot gevolg kan hebben.
De temperatuursonde mag alleen worden gebruikt bij spanningsvrije oppervlakken.
a) Inleiding
- De meegeleverde thermometersonde kan temperatuur tussen -40 en +250 °C te meten.
- Om het volledige temperatuurbereik (-40 tot +1000 °C) te gebruiken, dient u een type-K thermische sensor te kopen. U heeft een adapterstekker nodig om de type-K sensor aan te sluiten met een mini-aansluiting.
- Alle type-K thermische sensoren kunnen worden gebruikt voor temperatuurmetingen. De temperatuur wordt weergegeven in °C of °F.
b) Meetprocedure
- Kies de <°C°F> modus. [°F °C] verschijnt op het display.
- Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
- Als u een thermische sensor met mini-aansluitingen gebruikt, dient u de sensor op een compatibele adapter aan te sluiten.
-
De twee contacten van de thermische sensor-stekkers hebben een andere breedte en zorgen ervoor dat ze correct worden aangesloten.
-
Het hoofddisplay toont de gemeten temperatuur in °C. Het kleine display geeft de gemeten waarde in °F weer.
- [OL] geeft aan dat het meetbereik werd overschreden of de sensor niet meer is aangesloten.
- Na het meten verwijdert u de sensor en schakelt u de multimeter uit.

text_image
CAT 4V 800 V KSSA POLTCAFT. WC-759 C 0253.0 123 - K - K+22. Testen – diode

Zorg ervoor dat alle objecten die gemeten moeten worden (inclusief de delen van het circuit, de circuits en de onderdelen van het circuit) zijn uitgeschakeld en ontladen.
-
Kies < >modus. [ V ]verschijnt op het display.
-
Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
-
Controleer de testkabels door de twee testsonden tegen elkaar te houden. Een waarde van ongeveer 0,000 V zou moeten verschijnen.
-
Sluit de twee testsonden aan op het voorwerp dat u wilt meten (dioden).
-
Het hoofddisplay toont de gemeten continuiteitsspanning ("UF" in Volt (V).
- [OL] geeft aan dat de diode in sperrichting zit of defect is. Probeer de meting opnieuw in tegengestelde polariteit te meten.
- Na het meten verwijdert u de testkabels van het te meten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.

text_image
Uf Utr - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -23. Testen – continuïteit

Zorg ervoor dat alle objecten die gemeten moeten worden (inclusief de delen van het circuit, de circuits en de onderdelen van het circuit) zijn uitgeschakeld en ontladen.
-
Kies < >modus. [ ] verschijnt op het display.
-
Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
-
Als de gemeten weerstand gelijk aan of lager is dan 10 Ω, laat de multimeter een piepgeluid horen om de continuïteit aan te geven.
- De continuïteitstest meet weerstanden tot 600 Ohm.
- [OL] (overload) geeft aan dat het meetbereik werd overschreden of dat het circuit niet was aangesloten.
- Na het meten verwijdert u de testkabels van het te meten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.

text_image
R≤ 10Ω R≥ 100Ω aat de VOLTCAFT. VC-750 E μA Hz% OFF L V Time RMS 00.13 COM V V V V V V V V V V V24. Testen – motorrichting (3-fase)
a) Inleiding
U kunt de multimeter gebruiken om de richting van de rotatie in een 3-fase stroomvoorziening te bepalen. In deze modus heeft u slechts twee testkabels nodig. De fase conductoren (L1, L2 en L3) moeten na elkaar worden gescand. De multimeter detecteert het faseverschil en geeft de richting van de rotatie (rotatieveld) aan met behulp van een pijl.
b) Bijzondere opmerkingen
- Er kan sprake zijn van een signaalinterferentie als u 3-fase motoren met een variabele frequentieaandrijving meet.
- Om de interferentie te minimaliseren, dient u de meting minstens 30 seconden lang uit te voeren.
- De nominale spanning is misschien niet volledig accuraat bij motoren met een variabele frequentieaandrijving en mag alleen voor referentiedoeleinden worden gebruikt.
c) Test procedure
- Kies < >modus.
- Druk op de SELECT toets en houd deze ingedrukt totdat [ ] op het display knippert. < Motor > modus is ingeschakeld.
- [ AC V Hz ] verschijnt op het display.
- De automatische meetbereikkeuze wordt uitgeschakeld en het 600 V bereik wordt geselecteerd.
-
Opmerking: Als de meter zich in de
modus bevindt, kunt u niet omschakelen naar de modus. -
Een meting van ongeveer 0.0 V zal op het display verschijnen.
-
Steek de rode testkabel in de voet en de zwarte testkabel in de COM voet.
-
Sluit de zwarte testsonde aan op de L1 fase conductor. Deze aansluiting dient gedurende de hele test op deze plek te blijven.
-
Sluit de rode testsonde aan op de L2 fase conductor.
-
Als er twee fase-conductoren worden herkend:
-
Piept de multimeter en stopt [ ] met knipperen en blijft constant.
- Het hoofddisplay toont de gemeten spanning.
-
Het kleine display geeft de gemeten frequentie weer.
-
Sluit binnen 5 seconden de rode testsonde aan op de L3 conductor.
- Als de sonde niet binnen 5 seconden wordt aangesloten, stopt de multimeter met het maken van metingen en moet u van voren af aan beginnen.

text_image
Motor V~ N L3 L2 L1 PULTSRAFT. VC-755 E A OFF T### RM3 050.0 ° R 399.5 COM +0.0°C +0.0mA
text_image
N L3 L2 L1 <5s COM 399.5 050.0 ° V V~ A B OFF ON OFF OFF OFF COM V V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~ V~750 E T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C T°C-
De multimeter analyseert het faseverschil van de drie fase conductoren en geeft de richting van de rotatie met behulp van twee symbolen aan:
-
3=rechtsom = pijl naar rechts
-
13 linksom = pijl naar links
-
Druk op de SELECT toets om een nieuwe test te starten. Volg de voorafgaand beschreven stappen.
- Om de modus uit te schakelen, drukt u de SELECT toets en houdt u deze gedurende 2 seconden ingedrukt.
- Na het meten verwijdert u de testkabels van het te meten voorwerp en schakelt u de multimeter uit.
25. Reiniging en onderhoud
a) Algemene informatie

Controleer het apparaat regelmatig en bekijk de kabels of zij tekenen van beschadigingen vertonen.
- De multimeter dient één keer per jaar geijkt te worden om ervoor te zorgen dat hij accuraat blijft.
- De multimeter is onderhoudsvrij (afgezien van de reiniging en het vervangen van de batterijen).
b) Reinigen
Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht voordat u het apparaat reinigt:

Het openen van afdekkingen van het product of het verwijderen van onderdelen, tenzij dit handmatig mogelijk is, kan spanningsgeleidende onderdelen blootleggen.
Voor het reinigen of repareren van het apparaat dient u alle kabels van de multimeter en het gemeten voorwerp te verwijderen en de multimeter uit te schakelen.
- Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke chemische middelen om het apparaat te reinigen. Deze kunnen het oppervlak van de multimeter corroderen. Bovendien zijn de dampen van deze stoffen explosief en schadelijk voor uw gezondheid. Gebruik geen scherpe gereedschappen, schroevendraaiers of metalen borstels om het apparaat te reinigen.
- Gebruik een schone, vochtige, niet pluizende en antistatische doek om het apparaat/display en de testkabels te reinigen. Laat het product volledig drogen voordat u het weer gebruikt.
26. Verwijdering

Electrische apparaten zijn recyclebaar afval en horen niet bij het huishoudelijk afval.
Goci het product altijd weg conform de relevante wettelijke voorschriften.

tterijen dienen apart van het product te worden afgevoerd.
Batterijen afvoeren

Als eindgebruiker bent u er wettelijk toe verplicht alle gebruikte batterijen in te leveren. Ze mogen niet bij het huishoudelijk afval worden verwijderd.
Batterijen die gevaarlijke stoffen bevatten zijn gemarkeerd met dit symbool dat aangeeft dat ze niet mogen worden afgevoerd via het huishoudelijk afval. De afkortingen voor zware metalen in batterijen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood. U kunt gebruikte batterijen afgeven bij uw lokale verkoper of bij het KCA.
Op deze wijze vervult u uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.
27. Probleemoplossing
De multimeter is ontworpen met behulp van de nieuwste technologie en is veilig in gebruik. Problemen en storingen kunnen echter nog altijd optreden.
Dit gedeelte helpt u bij het oplossen van gangbare problemen:

Neem altijd de "Veiligheidsinstructies" in acht als u probeert een probleem op te lossen.
| Fout Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De multimeter werkt niet. Zijn de batterijen leeg? Controleer de status van de batterijen en vervang deze indien nodig. | ||
| De gemeten waarde verandert niet. | Heeft u de verkeerde meetmodus ingeschakeld (AC/DC)? | Controleer het display (AC/DC) en kies een andere modus. |
| Heeft u de verkeerde meetingang gebruikt? | Controleer of de testkabels op de juiste ingangen zijn aangesloten.Moet u de stroomtang gebruiken? | |
| Is de hold-functie Hgeschakeld? Schakel de hold-functie uit. H | ||
| De multimeter kan geen metingen in het μA bereik uitvoeren. | Is het meetbereik overschreden? Verlaag de stroom naar minder dan 2000 μA. | |

Naast de hierboven beschreven stappen voor het verhelpen van storingen, moeten alle reparaties worden uitgevoerd door een geautoriseerde specialist. Mocht u vragen hebben over de multimeter, kunt u contact opnemen met onze technische helpdesk.
Display....6000 posities (cijfers)
Bemonsteringsfrequentie.....ongeveer 3 metingen/seconde
Wisselstroom meetmethode......true RMS, wisselstroom gekoppeld
Lengte testkabel ....ongeveer 80 cm
Meetimpedantie ....≥10 MΩ (V-bereik, LoZ: 300 KΩ)
Meetvoet vrijgave ....19 mm (COM-V)
Stroomtang opening 33 mm
Automatische uitschakeling......na ongeveer 15 minuten (kan manueel worden uitgeschakeld)
Stroomvoorziening....3 AAA batterijen
Stroomopname....ongeveer 36 mA (zonder achtergrondverlichting)
Bedrijfsomstandigheden....+18 tot +28 °C (<75 % relatieve luchtvochtigheid)
Bedrijfshoogte....max. 2000 m
Opslagtemperatuur....-20 tot +60 °C (<80 % relatieve luchtvochtigheid)
Gewicht.....ongeveer 340 g
Afmetingen (l x b x h)....235 x 83 x 45 mm
Meetcategorie....CAT IV 600 V
Vervuilingsgraad 2
Voldoet aan de volgende veiligheidsstandaarden EN61010-1, EN 61010-031, EN 61010-2-032, EN 61010-2-033
Beschermingstype....IP54 (stof- en spatwaterdicht)
Meettoleranties
Verklaring van nauwkeurigheid in ± (% van de meting + weergavefout in posities (= aantal van de kleinste punten)). Deze nauwkeurige metingen zijn gedurende een jaar geldig bij een temperatuur van +23 °C (± 5 °C) en een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 75 % (niet condenserend). Als de multimeter buitenshuis wordt gebruikt of buiten het temperatuurbereik, dient u de volgende coëfficiënt te gebruiken om de nauwkeurigheid te berekenen. +0.1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/1 °C
De nauwkeurigheid van de metingen kan worden beïnvloed als de multimeter wordt gebruikt in een elektromagnetisch veld met een hoge frequentie. In elektromagnetische velden van tot 1 V/m, neemt de nauwkeurigheid van de waarden zoals beneden vermeld toe met 5 % van de gemeten waarde. Elektromagnetische velden die sterker zijn dan 1 V/m kunnen onjuiste metingen tot gevolg hebben.

Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak circuits of componenten van circuits nooit aan aangezien deze spanning van meer dan 33 V/ACrms of 70 V/DC kunnen voeren. Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben!
a) Gelijkspanning (V/DC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 6,000 V 0,001 V ±(0,6 % + 3) | ||
| 60,00 V 0,01 V | ±(0,9 % + 6) | |
| 600,0 V 0,1 V | ||
| 600 V overbelastingsbescherming; impedantie: 10 M Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereik | ||
b) Wisselspanning (V/AC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 6,000 V 0,001 V | ± (1,0 % + 6)60,00 V 0,01 V | |
| 600,0 V 0,1 V | ||
| 600,0 V "LoZ" 0,1 V ± (2,5 % + 6) | ||
| 600,0 V "Motor" 0,1 V ± (2,0 % + 6) | ||
| Frequentiebereik: 40 Hz - 1 kHz; 600 V overbelastingsbescherming; impedantie: 10 MΩ (LoZ: 300 kΩ)Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereikDe multimeter kan ≤ 5 posities weergeven als de meting ingang is kortgesloten.Na het gebruik van de LoZ functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u hem weer gebruikt. | ||
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤ 3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 – 2,0 + 3%CF >2,0 – 2,5 + 5%CF >2,5 – 3,0 + 7% | ||
| Criteria voor fasedetectie in "Motor" modus: >80–600 V/AC, 50–80 Hz | ||
c) AC + DC spanning
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 6,000 V 0,001 V | ± (2 % + 6) | |
| 60,00 V 0,01 V | ||
| 600,0 V 0,1 V | ||
| Frequentiebereik 40 - 400 Hz; 600 V overbelastingsbeschermingGespecificeerd meetbereik: 5-100 % van het meetbereikTrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤ 3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 – 2,0 + 3%CF >2,0 – 2,5 + 5%CF >2,5 – 3,0 + 7% | ||
d) Gelijkstroom (μA/DC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 2000 μA 1 μA ±(0,9 % + 6) | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingAutomatische stroombeperking met geïntegreerde PTR componenten. | ||
e) Wisselstroom (μA/AC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 2000 μA 1 μA ±(1,5 % + 6) | ||
| Frequentiebereik: 40–400 Hz; 600 V overbelastingsbeschermingAutomatische stroombeperking met geïntegreerde PTR componenten. | ||
f) Wisselstroom (A/AC, tangmetingen)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||||
| 40 – 100 Hz 100 – 400 Hz | ||||
| A 60,00 A 0,01 A | ±(1,8 % + 8) ±(3,5 % | + 6) | ||
| 600,0 A 0,1 A | ||||
| Frequentiebereik 40 - 400 Hz; 600 V overbelastingsbeschermingGespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereikDe multimeter kan ≤2 posities weergeven als de meting ingang open is | ||||
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 – 2,0 + 3%CF >2,0 – 2,5 + 5%CF >2,5 – 3,0 + 7% | ||||
g) AC + DC stroom
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| 40 – 100 Hz 100 – 400 Hz | |||
| 60,00 A 0,01 A | ±(3 % + 6) ±(4,5 % + 6) | ||
| 600,0 A 0,1 A | |||
| 600 A overbelastingsbescherming | |||
| True RMS toepasbaar voor bereik 5 - 10 %Frequentiebereik 40 – 400 HzTrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 – 2,0 + 3%CF >2,0 – 2,5 + 5%CF >2,5 – 3,0 + 7% | |||
h) Weerstand
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 600,0 Ω* 0,1 Ω ±(1,2 % + 3) | ||
| 6,000 KΩ 0,001 KΩ | ±(1,0 % + 3)60,00 KΩ 0,01 KΩ | |
| 600,0 KΩ 0,1 KΩ | ||
| 6,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,5 % + 3) | ||
| 60,00 MΩ 0,01 MΩ ±(2,5 % + 6) | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingMeetspanning: Ongeveer -2.8 V (60/600 Ω-meetbereik), -1 V (andere bereiken)Meetstroom: Ongeveer -1,4 mA*Na het aftrekken van de test kabelweerstand | ||
i) Akoestische continuiteitstester
| Meetbereik Resolutie | |
| 99,99 Ω 0,01 Ω | |
| ≤10 Ω continue geluid; ≥100 Ω geen geluidOverbelastingsbescherming: 600 VTestspanning ongeveer -3,2 VTeststroom: -1,4 mA | |
j) Capaciteit
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 60,00 nF 0,01 nF | ± (4 % + 6) | |
| 600,0 nF 0,1 nF | ||
| 6,000 μF 0,001 μF | ||
| 60,00 μF 0,01 μF | ||
| 600,0 μF 0,1 μF | ||
| 6,000 mF 0,001 mF ± 10 % | ||
| 60,00 mF 0,01 mF ± 13 % | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingDe waarde voor de nauwkeurigheid is geldig als de REL modus is ingeschakeld | ||
k) Diodetest
| Testspanning Resolutie | |
| ongeveer 3,0 V/DC 0,001 V | |
| Overbelastingsbescherming: 600 V; testspanning: 1,8 mA typ. | |
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 10 Hz – 99,99 Hz* 0,01 Hz | ±(0,1 % + 5) | |
| 999,9 Hz 0,1 Hz | ||
| 9,999 kHz 0,001 kHz | ||
| 99,99 kHz 0,01 kHz | ||
| 999,9 kHz 0,1 kHz | ||
| 40,00 MHz 0,01 MHz | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingSignaalniveau (zonder gelijkspanningscomponent):≤100 kHz: 200 mV30 Vrms>100 kHz – <1 MHz: 600 mV – 30 Vrms≥1 MHz – <10 MHz: 1 V – 30 Vrms10 MHz – 40 MHz: 1,8 V – 30 Vrms* Het meetbereik frequentie start bij 10 HzHet standaard meetbereik omvat frequenties ≤10 kHz. | ||
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 40 – 400 Hz 0,1 Hz Niet gespecificeerd | ||
| Signaalniveau: Gevoeligheid ≥30 VrmsA/AC 40 – 400 Hz resolutie: 0,1 HzV/AC 40 – 1 kHz resolutie: 0,1 Hz – 1 HzGespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereik | ||
n) Temperatuur
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid* | ||
| -40 tot 0 °C 1 °C ± 5 °C | ||
| >0 tot +600 °C 1 °C ±(2 % + 5 °C) | ||
| >+600 tot +1000 °C 1 °C ±(2,5 % + 5 °C) | ||
| -40 tot +32 °F 1 °F ± 9 °F | ||
| >+32 tot +1112 °F 1 °F ±(2 % + 9 °F) | ||
| >1112 tot +1832 °F 1 °F ±(2,5 % + 9 °F) | ||
| *Zonder sensortolerantieSoort sensor: Type K thermisch elementOverbelastingsbescherming: 600 V | ||
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.
This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.
Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu'elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l'éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.
NL Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.