MDDP50DEN7 - Ontvochtiger COMFEE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MDDP50DEN7 COMFEE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MDDP50DEN7 COMFEE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MDDP50DEN7 - COMFEE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MDDP50DEN7 van het merk COMFEE.
GEBRUIKSAANWIJZING MDDP50DEN7 COMFEE
Als u deze luchtontvochtiger gebruikt in Europese landen, moet de volgende informatie opgevolgd worden: VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd stedelijk afval. Het is noodzakelijk dit soort afval afzonderlijk in te zamelen voor speciale verwerking. Het is verboden om dit toestel weg te gooien met het huishoudelijk afval. U kunt het op verschillende manieren verwijderen: A) Bij inzamelsystemen van de stad waar elektronisch afval gratis door de gebruiker kan worden afgevoerd. B) Als u een nieuw product koopt zal de winkelier het oude product gratis terugnemen. C) De fabrikant zal het oude toestel gratis terugnemen voor de verwijdering. D) Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten kunnen ze verkocht worden aan schroothandelaars. Het zomaar weggooien van afval in bossen en velden brengt uw gezondheid in gevaar omdat gevaarlijke stoffen in het grondwater kunnen lekken en zo hun weg naar de voedselketen vinden. SOCIALE OPMERKING1
Zorg en reiniging van de luchtontvochtiger ...............................................................................................................................................20 TIPS PROBLEEMOPLOSSING Tips probleemoplossing ............................................................................................................................................................................22 Lees deze handleiding In deze handleiding vindt u vele nuttige tips over hoe uw luchtontvochtiger correct te gebruiken en te onderhouden. Gewoon wat preventieve zorg van uw kant kan u heel wat tijd en geld besparen tijdens de levensduur van uw luchtontvochtiger. U zult veel antwoorden vinden op vaak voorkomende vragen in de tabel met tips voor probleemoplossing. Als u eerst onze tabel met tips voor probleemoplossing nakijkt, hoeft u misschien zelfs niet te bellen voor service.VEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Om letsel bij de gebruiker of andere personen en materiële schade te voorkomen, moet men de volgende instructies naleven. Een foute bediening door het negeren van instructies kan letsel of schade veroorzaken. ■ De ernst wordt geclassiceerd aan de hand van de volgende indicaties. WAARSCHUWING Dit symbool geeft de mogelijkheid op overlijden of ernstig letsel aan. LET OP Dit symbool geeft de mogelijkheid op letsel of schade aan eigendommen aan. ■ De betekenis van de symbolen in deze handleiding staan hieronder afgebeeld. Doe dit nooit. Doe dit altijd.
Overschrijdt de classicatie van het stopcontact of het verbindingsapparaat niet.
Bedien of stop het toestel niet door de stekker in het stopcontact te steken of hem eruit te halen.
Beschadig of gebruik geen niet- gespeciceerd netsnoer. ● Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken ten gevolge van een overmatige warmteontwikkeling. ● Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken ten gevolge van warmteontwikkeling. ● Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Wijzig de lengte van het netsnoer niet of deel het stopcontact niet met andere apparaten.
Steek de stekker niet in of trek deze niet uit met natte handen.
Plaats het toestel niet in de buurt van een warmtebron. ● Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken ten gevolge van warmteontwikkeling. ● Dit kan een elektrische schok veroorzaken. ● Plastic onderdelen kunnen smelten en brand veroorzaken.
Ontkoppel de stroom als er vreemde geluiden, geuren of rook uit het toestel komen.
Probeer nooit om het toestel zelf uit elkaar te halen of te repareren.
Vóór het installeren, reinigen en onderhouden van het toestel moet u de stroom uitschakelen en het toestel loskoppelen. ● Dit kan brand en een elektrische schok veroorzaken. ● Dit kan een storing aan de machine of een elektrische schok veroorzaken. ● Dit kan een elektrische schok of letsel veroorzaken.
Gebruik de machine niet in de nabijheid van ontvlambaar gas of brandbare stoffen, zoals benzine, benzeen, thinner, enz.
Drink of gebruik het water dat uit het toestel werd afgetapt niet.
Verwijder het reservoir niet tijdens de werking. ● Dit kan een ontplofng of brand veroorzaken. ● Het is verontreinigd en u kunt er ziek van worden. ● Dit kan de bescherming 'reservoir vol' activeren en een elektrische schok veroorzaken. WAARSCHUWING VEILIGHEIDSMAATREGELENVEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Gebruik het toestel niet in kleine ruimten.
Plaats het nergens waar water op het toestel kan spatten.
Zet het toestel op een vlak, stevig gedeelte van de vloer. ● Gebrek aan ventilatie kan oververhitting en brand veroorzaken. ● Water kan het toestel binnendringen en de isolatie aantasten. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. ● Als het toestel omvalt, kan er water gemorst worden wat uw eigendommen kan beschadigen of een elektrische schok of brand kan veroorzaken. LET OP
Dek de toevoer- of uitlaatopeningen niet af met doeken of handdoeken.
Voorzichtigheid is geboden als u het toestel gebruikt in een ruimte met de volgende personen:
Gebruik het niet in ruimten waar chemicaliën worden gebruikt. ● Een gebrek aan luchtstroom kan leiden tot oververhitting en brand. ● Baby's, kinderen, ouderen en mensen die niet gevoelig zijn voor vocht. ● Dit zal ervoor zorgen dat het toestel verslechtert vanwege chemicaliën en oplosmiddelen die in de lucht zijn opgelost.
Steek nooit uw vinger of andere voorwerpen tussen de roosters of in openingen. Zorg ervoor dat u kinderen zeker waarschuwt voor deze gevaren.
Plaats geen zwaar voorwerp op het netsnoer en wees voorzichtig dat het snoer niet wordt samengeperst.
Klim of zit niet op het toestel. ● Dit kan een elektrische schok of een storing aan het toestel veroorzaken. ● Er bestaat gevaar op brand of een elektrische schok. ● U kunt zich kwetsen door te vallen of als het toestel omvalt.
Plaats de lters steeds goed vast. Reinig de lter om de twee weken.
Als er water het toestel binnendringt, schakelt u het toestel uit en neemt u contact op met een gekwaliceerde servicemonteur.
Plaats geen vazen of andere watercontainers op het toestel. ● Het gebruik van het toestel zonder lters kan een storing veroorzaken. ● Dit kan storingen aan het toestel of een ongeluk veroorzaken. ● Water kan in het toestel terechtkomen, wat kan leiden tot het niet goed werken van de isolatie en elektrische schokken of brand. LET OP
LET OP ● Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het veilige gebruik van het toestel en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Reiniging en onderhoud mag niet door kinderen worden gedaan als ze niet onder toezicht staan, (van toepassing voor Europese landen). ● Dit toestel is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentaleVEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat ze niet met het toestel spelen, (be applicable for the European Countries ) ● Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsvertegenwoordiger of personen met vergelijkbare kwalicaties om gevaar te voorkomen. ● Het toestel moet geïnstalleerd worden volgens de nationale bedradingsvoorschriften. ● Toestellen met elektrische verwarming moeten op minstens 1 meter afstand staan van ontvlambare materialen. ● Voor onderhoud of herstelling van dit toestel neemt u contact op met een bevoegde servicemonteur. ● Gebruik het stopcontact niet als het los zit of beschadigd is. ● Gebruik uw luchtontvochtiger niet in een natte ruimte zoals een badkamer of wasruimte. ● Gebruik dit product niet voor andere functies dan die die in deze handleiding beschreven worden. ● Neem contact op met een geautoriseerde installateur voor installatie van dit toestel. ● Als de luchtontvochtiger tijdens het gebruik omvalt, moet u het toestel uitschakelen en onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Inspecteer het toestel goed om er zeker van te zijn dat er geen schade is. Als u vermoedt dat het toestel beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantenservice voor bijstand. ● Tijdens een onweer moet de stroom worden afgesloten om schade aan het toestel ten gevolge van bliksem te voorkomen. ● Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen mag u deze ventilator niet gebruiken met een snelheidsregelaar. ● Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met vloerkleden, -lopers of gelijkaardige vloerbekleding. Leid het snoer niet onder meubels of toestellen. Leg het snoer uit de buurt van waar er veel passage is en waar er over gestruikeld kan worden. ● Open het toestel niet tijdens het gebruik. ● Raak de metalen delen van het toestel niet aan wanneer de luchtlter verwijderd moet worden. ● Houd de stekker vast aan het uiteinde wanneer u hem uit het toestel trekt. Elektrische informatie ● Op het achterpaneel van het toestel vindt u het naamplaatje van de fabrikant terug waarop elektrische en andere technische gegevens staan die speciek zijn voor dit toestel. ● Zorg ervoor dat het toestel correct geaard is. Om het gevaar op schokken en brand tot een minimum te herleiden, is een goede aarding belangrijk. Het netsnoer is uitgerust met een driepolige aardingsstekker als bescherming tegen schokken. ● Gebruik uw toestel enkel in een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat u wilt gebruiken onvoldoende geaard is of beschermd wordt door een tijdvertragingszekering of stroomonderbreker (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald aan de hand van de maximale stroomsterkte van het toestel. De maximale stroomsterkte wordt aangegeven op het naamplaatje op het toestel), laat dan een gekwaliceerde elektricien het juiste stopcontact installeren. ● Zorg ervoor dat het stopcontact toegankelijk is na de installatie van het toestel. ● Gebruik geen verlengsnoeren of adapterstekkers met dit toestel. Als u echter een verlengsnoer moet gebruiken, gebruik dan alleen een goedgekeurde verlengsnoer voor luchtontvochtigers (verkrijgbaar in de meeste plaatselijke bouwmarkten). ● Om de mogelijkheid op lichamelijk letsel tot een minimum te herleiden, moet de stroomtoevoer naar het toestel vóór installatie en/VEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
of onderhoud altijd worden afgesloten. ● Alle bedrading moet strikt worden uitgevoerd volgens het bedradingsschema op het middelste schot van het toestel (achter het reservoir). Houd rekening met de specicaties van de zekering. De printplaat (PCB) van het toestel is ontworpen met een zekering om overstroombeveiliging te voorzien. De specicaties van de zekering staan vermeld op de printplaat, bijv.: T 3.15A/250V (of 350V), enz. OPMERKING: Alle afbeeldingen in de handleiding zijn enkel ter referentie. De werkelijke vorm van het door u gekochte toestel kan enigszins afwijken, maar de bedieningen en functies zijn hetzelfde. Opmerking over geuoreerde gassen – Geuoreerde broeikasgassen worden bewaard in hermetisch afgesloten apparatuur. Voor specieke informatie over de soort, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in tonnen van het geuoreerde broeikasgas (bij sommige modellen), raadpleegt u best het relevante etiket op het toestel zelf. – Installatie, service, onderhoud en reparatie van dit toestel moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur. – Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd door een erkende monteur.
WAARSCHUWINGEN (enkel voor gebruik van koelmiddel R290/R32) ● Gebruik om het ontdooiproces te versnellen of schoon te maken, geen andere middelen dan die die aanbevolen zijn door de fabrikant. ● U moet het toestel opbergen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv.: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). ● Doorboor of verbrand niet. ● Houd er rekening mee dat de koelmiddelen mogelijk geurloos zijn. ● Het toestel moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeborgen in een ruimte met een vloeroppervlak dat groter is dan 4 m². ● De nationale gasvoorschriften moeten worden nageleefd. ● Belemmer de ventilatieopeningen niet. Het toestel moet zodanig worden opgeslagen dat mechanische schade vermeden wordt. ● Het toestel moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de grootte overeenkomt met de ruimte die is gespeciceerd voor het gebruik ervan. ● Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen van een koelmiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een geldig certicaat van een door de sector erkende beoordelingsautoriteit, die hun bevoegdheid autoriseert om koelmiddelen veilig te behandelen in overeenstemming met een door de sector erkende beoordelingsspecicatie. ● Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel vereist is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.VEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Let op: Risico op brand / ontvlambare materialen (alleen vereist voor R32/R290-toestellen) BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u uw nieuwe luchtontvochtiger installeert of gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Uitleg van symbolen die op het toestel worden weergegeven (voor het toestel wordt alleen R32/R290-koelmiddel gebruikt): WAARSCHUWING Dit symbool geeft aan dat dit toestel een ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat er een kans op brand. LET OP Dit symbool geeft aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. LET OP Dit symbool geeft aan dat servicepersoneel deze apparatuur moet hanteren aan de hand van de installatiehandleiding. LET OP Dit symbool duidt op de aanwezigheid van informatie, zoals de bedieningshandleiding of installatiehandleiding.
WAARSCHUWINGEN (enkel voor gebruik van koelmiddel R290/R32)
1. Vervoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen bevat
Zie transportvoorschriften.
2. Het markeren van apparatuur met behulp van borden.
Zie transportvoorschriften.
3. Afvoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen gebruikt
Zie nationale voorschriften.
4. Opslag van apparatuur/toestellen
De apparatuur moet opgeslagen worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
5. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur
De beveiliging van het opslagpakket moet zodanig geconstrueerd worden dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelinhoud veroorzaakt. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door lokale voorschriften.
6. Informatie over onderhoud
1) Controle van de werkruimte
Alvorens te beginnen aan de werkzaamheden aan systemen met brandbare koelmiddelen, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt. Voor herstellingen aan het koelsysteem moeten de volgendeVEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeem te starten.
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op aanwezigheid van een ontvlambaar gas of damp tijdens de uitvoering van de werkzaamheden tot een minimum te herleiden.
3) Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werkzaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimten moeten worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte moet worden afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de werkruimte veilig zijn doordat het ontvlambaar materiaal onder controle is.
4) Controleren op aanwezigheid van koelmiddel
Het werkgebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om te verzekeren dat de monteur op de hoogte is van potentieel ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
5) Aanwezigheid van een brandblusser
Als er hete werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op de koelapparatuur of daarmee samenhangende onderdelen, moet een geschikt brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een brandblusser met droog poeder of een C02-brandblusser naast het laadgebied.
6) Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werkzaamheden uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidingen die brandbaar koelmiddel bevatten of bevat hebben, moet alle ontstekingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico op brand of een ontplofng. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand gehouden worden van de plaats van installatie, herstelling, verwijdering en afvoer, waarbij mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan worden vrijgegeven in de omliggende ruimte. Voordat de werkzaamheden uitgevoerd worden, moet de ruimte rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gevaar op ontvlamming of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten ook 'niet roken'-borden worden geplaatst.
7) Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat de werkruimte buiten is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat het systeem wordt geopend of er hete werkzaamheden worden uitgevoerd. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er ventilatie zijn. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur het uitwendig in de atmosfeer uitstoten.
8) Controles van de koelapparatuur
Als er elektrische onderdelen worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en de juiste specificatie hebben. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten steeds worden nageleefd. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken: De laadgrootte moet in overeenstemming zijn met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddel bevattende onderdelen geïnstalleerd zijn; De ventilatieapparatuur en -uitgangen moeten adequaat werken en mogen niet belemmerd worden; Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van het koelmiddel;VEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
De markering op de apparatuur moet zichtbaar en leesbaar blijven; Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; Koelleidingen of -onderdelen moeten worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddel bevattende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of op geschikte wijze beschermd zijn tegen corrosie.
9) Controles van elektrische toestellen
Herstelling en onderhoud van elektrische onderdelen moet initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen bevatten. Als er een storing optreedt die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het probleem naar behoren is afgehandeld. Als de storing niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is om door te gaan, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen hierover geadviseerd zijn. Initiële veiligheidscontroles omvatten: De condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen; Er mogen geen elektrische componenten en bedrading waar spanning op zit worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of reinigen van het systeem; Er moet een continuïteit van aarding zijn.
7. Herstellingen aan verzegelde onderdelen
1) Tijdens herstellingen aan verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voorzieningen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat de verzegelde afdekkingen, enz. verwijderd worden. Als het absoluut nodig is om een elektrische voeding te hebben tijdens onderhoudswerkzaamheden, dan moet er zich een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt bevinden om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie. 2) In het bijzonder moet er aandacht worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door te werken aan elektrische onderdelen, de behuizing niet op zo een manier wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau hierdoor beïnvloed wordt. Dit omvat schade aan kabels, een overmatig aantal aansluitingen, terminals die niet werden gemaakt volgens de oorspronkelijke specicaties, schade aan afdichtingen, foutieve aansluiting van wartels, enz. Zorg ervoor dat het toestel veilig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechterd zijn dat ze het binnendringen van ontvlambare atmosferen niet meer kunnen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten overeenstemmen met de specicaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan gewerkt wordt.
8. Herstellingen aan intrinsiek veilige onderdelen
Breng geen permanente inductieve of kabelbelasting aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testtoestel moet de correcte notering hebben. Vervang onderdelen enkel door onderdelen die door de fabrikant gespeciceerd zijn. Andere onderdelen kunnen ertoe leiden dat het koelmiddel lekt en in de atmosfeer ontbrandt.
Ga na of de bekabeling niet onderhevig zal zijn aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingseffecten. Bij het controleren moet men ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen, zoals compressoren of ventilatoren.
10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
Er mogen in geen enkel geval potentiële ontstekingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddellekken. Een halogenidelamp (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.
11. Lekdetectiemethodes
De volgende lekdetectiemethodes worden aanvaard voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren moeten worden gebruikt voor het detecteren van ontvlambare koelmiddelen, maar mogelijk is de gevoeligheid niet toereikend of moeten ze opnieuw worden gekalibreerd (detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte). Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en gekalibreerd worden volgens het gebruikte koelmiddel. Het juiste percentage aan gas (maximaal 25%) moet worden bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt om gebruikt te worden met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen dient te worden vermeden omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en dit het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is, moet alle open vuur worden verwijderd/gedoofd. Als er lekkage van het koelmiddel wordt vastgesteld waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem verwijderd of geïsoleerd worden (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het soldeerproces moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld.
12. Verwijdering en lediging
Bij het openen van het koelcircuit om herstellingen uit te voeren of voor welk doel dan ook, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt gevolgd, aangezien ontvlambaarheid steeds in overweging moet worden genomen. De volgende procedure moet worden nageleefd: Verwijder het koelmiddel; Zuiver het circuit met inert gas; Ledig; Zuiver opnieuw met inert gas; Open het circuit door te snijden of te lassen. De koelmiddelinhoud moet worden gerecupereerd in de correcte recuperatiecilinders. Het systeem wordt gespoeld met OFN om het toestel veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Voor deze taak mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof. Het spoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en te blijven vullen tot men de werkdruk bereikt. Vervolgens moet het ontsnappen in de atmosfeer en tenslotte moet het vacuüm worden getrokken. Dit proces moet blijven herhaald worden totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot de atmosferische druk de werkzaamheden mogelijk maakt. Deze bewerking is van vitaal belang als er aan de leidingen soldeerwerk moet uitgevoerd worden. Zorg ervoor dat de uitgang voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie beschikbaar is.
Naast de normale laadprocedures moeten ook de volgende vereisten gevolgd worden. Zorg ervoor dat er geen verontreiniging met verschillende koelmiddelen plaatsvindt als u laadapparatuur gebruikt. Slangen of leidingen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich erin bevindt tot een minimum te herleiden. Cilinders moeten rechtop worden bewaard. Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddel vult. Plaats een etiket op het systeem als het laden voltooid is (indien dit nog niet het geval is). U dient uiterst voorzichtig te zijn dat het koelsysteem niet te vol raakt. De druk van het systeem moet worden beproefd met OFN voordat het opnieuw wordt geladen. Na het voltooien van het laden maar vóór de inbedrijfstelling moet het systeem worden getest op lekken. Voor het verlaten van de ruimte moet er nog een lektest worden uitgevoerd.
14. Buitengebruikstelling
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het van essentieel belang dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en de details ervan. Het is de aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet men een monster van de olie en het koelmiddel nemen voor het geval er een analyse nodig is voordat het teruggewonnen koelmiddel opnieuw kan worden gebruikt. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt gestart. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Voordat u de procedure aanvat zorgt u voor het volgende: Indien nodig is er apparatuur voor mechanische behandeling beschikbaar voor het hanteren van koelmiddelcilinders; Alle persoonlijke beschermingsmiddelen moeten beschikbaar zijn en correct worden gebruikt; Het terugwinningsproces wordt te allen tijde gecontroleerd door een bevoegd persoon; De terugwinningsapparatuur en -cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Draineer het koelmiddelsysteem indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, maakt u een spruitstuk zodat u het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kunt verwijderen. f) Zorg ervoor dat de cilinder zich op de weegschaal bevindt voordat de terugwinning plaatsvindt. g) Start de terugwinningsapparatuur en werk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. h) Doe de cilinders niet te vol (niet meer dan 80% volume aan vloeibare lading).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
j) Wanneer de cilinders correct gevuld worden en het proces voltooid is, moet u ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur afgesloten zijn. k) Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij dit gereinigd en gecontroleerd is.
De apparatuur moet een etiket krijgen met de vermelding dat het buiten gebruik gesteld is en het koelmiddel geleegd werd. HetVEILIGHEIDSMAATREGELEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er op de apparatuur etiketten aanwezig zijn met de melding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitengebruikstelling, is de aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders moet ervoor gezorgd worden dat er alleen geschikte cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor het behouden van de totale systeeminhoud. Alle gebruikte cilinders zijn geschikt voor het teruggewonnen koelmiddel en worden geëtiketteerd voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het terugwinnen van het koelmiddel). De cilinders moeten een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen hebben die in goede staat zijn. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het terugwinnen plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat zijn met instructies aangaande de voorhanden zijnde apparatuur en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moeten er gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn die in goede staat verkeren. De slangen moeten lekvrije koppelingen hebben die in goede staat verkeren. Voordat u de terugwinningsmachine gebruikt moet u controleren of deze in goede staat is en goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen afgedicht werden om ontvlamming te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant als u twijfelt. Het teruggewonnen koelmiddel wordt geretourneerd naar de leverancier van het koelmiddel in de correcte terugwinningscilinder en de relevante afvaltransportnota moet worden geregeld. Meng geen koelmiddelen in terugwinningstoestellen en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën verwijderd dienen te worden, moet u ervoor zorgen dat ze geëvacueerd zijn tot een aanvaardbaar niveau zodat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het ledigingsproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor geretourneerd wordt naar de leverancier. Er mag alleen elektrische verwarming gebruikt worden op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgevoerd, moet dit op een veilige manier gebeuren.BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER
Bedieningstoetsen Wanneer u de knop indrukt om van gebruiksmodus te veranderen, zal het toestel een pieptoon maken om aan te tonen dat het van modus verandert.
PUMP-toets (bij sommige modellen) Druk erop om de pompwerking te activeren. OPMERKING: Zorg ervoor dat de pompslang aan het toestel bevestigd is en dat de continue afvoerslang uit het toestel verwijderd is voordat de pompwerking geactiveerd wordt. Wanneer het reservoir vol is, begint de pomp te werken. Zie de volgende pagina’s voor het verwijderen van het water. Gebruik de pompfunctie niet bij een temperatuur van 0°C (32°F) of lager.
COMFORT-toets (optioneel) Druk erop om de comfort ontvochtiger te activeren. OPMERKING: Bij deze functie kan er geen vochtigheidsgraad worden ingesteld.
FILTER-toets Deze functie herinnert u eraan dat de luchtfilter gereinigd moet worden voor een efficiëntere werking. Het controlelampje voor het reinigen van de lter zal oplichten na een gebruik van 250 uren. Om na het reinigen van de lter te resetten, drukt u op de Filter-toets waarna het lampje uitgaat. Druk 3 seconden op de Filter-toets wanneer het toestel aan of uit staat om draadloze verbinding in te schakelen. De led-display geeft AP weer om aan te tonen dat u de draadloze verbinding kunt inschakelen en de compressor wordt uitgeschakeld. Als de verbinding via een router binnen 8 minuten lukt, verlaat het toestel automatisch de draadloze verbindingsmodus en licht het controlelampje voor Wi-Fi op en keert de compressor terug naar zijn vorige toestand. Indien verbinding binnen 8 minuten faalt, zal het toestel de draadloze verbindingsmodus automatisch verlaten.
TURBO-toets Hiermee wordt de ventilatorsnelheid geregeld. Druk erop om te kiezen tussen hoge of normale ventilatorsnelheid. Stel de ventilatorregeling in op Hoog voor een maximale vochtafvoer. Als de luchtvochtigheid verminderd is en de stille werking de voorkeur geniet, stel dan de ventilatorregeling in op Normaal.
TIMER-toets Druk erop om de functies Automatisch starten en Automatisch stoppen in te schakelen, samen met de toetsen ◄ en ► . OPMERKING: Het bedieningspaneel van het door u gekochte toestel kan enigszins verschillen naargelang het model. Bedieningstoetsen
Andere functies Lampje Reservoir vol Licht op wanneer het reservoir leeggemaakt moet worden. Automatisch uitschakelen Als het reservoir vol is, verwijderd werd of niet op de juiste positie teruggeplaatst werd, wordt de ontvochtiger uitgeschakeld. Bij sommige modellen blijft de ventilatormotor 30 seconden werken. Automatisch ontdooien Als er zich vorst op de verdampingsspoelen ophoopt, wordt de compressorcyclus uitgeschakeld en blijft de ventilator draaien totdat de vorst weg is. Wacht 3 minuten voordat u de werking hervat. Nadat het toestel stopt, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw opstarten. Dit dient om het toestel te beschermen. De werking start automatisch na 3 minuten. Filter controleren Het systeem begint de tijd te tellen zodra de ventilatormotor werkt. De functie voor het controleren van de filter kan enkel geactiveerd worden wanneer de opgetelde werkingstijd 250 uren of meer bedraagt. Het reset-lampje (lampje voor het schoonmaken van de filter) knippert één keer per seconde. Na het reinigen van de luchtfilter drukt u op
de FILTER-toets en het reset-lampje (lampje voor het schoonmaken van de lter) gaat uit. Automatisch herstarten Als het toestel onverwachts stopt omwille van een stroomonderbreking, wordt het automatisch herstart met de vorige functie-instelling wanneer de stroom terugkeert. De timer instellen ● Als het toestel aanstaat, drukt u op de TIMER-toets, waarna het controlelampje TIMER Off oplicht. Dit geeft aan dat het Automatisch stoppen ingeschakeld is. Als u er opnieuw op drukt, licht het controlelampje TIMER On op. Dit geeft aan dat het Automatisch starten ingeschakeld is. ● Als het toestel uitstaat, drukt u op de TIMER-toets, waarna het controlelampje TIMER On oplicht. Dit geeft aan dat het Automatisch starten ingeschakeld is. Als u er opnieuw op drukt, licht het controlelampje TIMER Off op. Dit geeft aan dat het Automatisch stoppen ingeschakeld is. ● Druk op de OMHOOG- of OMLAAG-toets of houdt deze ingedrukt om de automatische tijd te wijzigen in stappen van
- Toetsen voor vochtigheidsregeling De vochtigheidsgraad kan worden ingesteld van 35% relatieve luchtvochtigheid tot 85% relatieve luchtvochtigheid in stappen van 5%. Voor drogere lucht, drukt u op de ◄ -toets en stelt u een lager percentage (%) in. Voor vochtigere lucht, drukt u op de ► -toets en stelt een hoger percentage (%) in.
- TIMER-toetsen Gebruik de Omhoog/Omlaag-toetsen om de tijd voor het automatisch starten en automatisch stoppen in te stellen van 0,0 tot 24.
Aan/Uit-toets Druk erop om de luchtontvochtiger aan en uit te zetten.
Display Toont de ingestelde vochtigheidsgraad tussen 35% en 85% of de automatische start/stop-tijd (0-24) tijdens het instellen. Daarna toont het de huidige vochtigheidsgraad in de ruimte (± 5% nauwkeurigheid) in het bereik van 30% relatieve vochtigheid tot 90% relatieve vochtigheid. Fout- en beveiligingscodes: AS- Fout vochtigheidssensor - Koppel het toestel los en sluit het opnieuw aan. Als de fout zich herhaalt, belt u voor dienstverlening. ES- Fout temperatuursensor van de verdamper - Koppel het toestel los en sluit het opnieuw aan. Als de fout zich herhaalt, belt u voor dienstverlening. P2- Reservoir is vol of bevindt zich niet in de correcte positie - Maak het reservoir leeg en plaats het in de juiste positie. (enkel beschikbaar bij het toestel zonder pompfunctie.) P2- Reservoir is vol - Maak het reservoir leeg. (enkel beschikbaar bij het toestel met pompfunctie.) Eb- Reservoir is verwijderd of bevindt zich niet in de correcte positie - Plaats het reservoir in de juiste positie. (enkel beschikbaar bij het toestel met pompfunctie.)BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER IDENTIFICATIE VAN ONDERDELEN
0,5 uur tot 10 uur, daarna in stappen van 1 uur tot 24 uur. De resterende tijd tot de start wordt afgeteld. ● De gekozen tijd wordt binnen 5 seconden geregistreerd en het systeem geeft automatisch opnieuw de vorige luchtvochtigheidsinstelling weer. ● Als de tijden voor automatisch starten en automatisch stoppen zijn ingesteld binnen dezelfde programmavolgorde, lichten de controlelampjes TIMER On en TIMER Off op om aan te geven dat zowel de Aan- als de Uit-tijden nu geprogrammeerd zijn. ● Als u het toestel aan of uit zet of de timerinstelling op 0,0 instelt, wordt de functie voor automatisch starten/stoppen geannuleerd. ● Wanneer de led-display de code P2 weergeeft, wordt de functie voor automatisch starten of stoppen ook geannuleerd.BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER IDENTIFICATIE VAN ONDERDELEN
Identicatie van onderdelen Voorkant
Handvat (beide kanten)
Uitgang continue afvoerslang
Netsnoergesp (wordt in het reservoir geplaatst, wordt enkel gebruikt bij het opslaan van het toestel. Wordt geïnstalleerd zoals getoond op Fig.3a).
Uitgang pompslang (beschikbaar bij sommige modellen)
Fig. 3 OPMERKING: Alle afbeeldingen in de handleiding zijn enkel ter referentie. De werkelijke vorm van het door u gekochte toestel kan enigszins afwijken, maar de bedieningen en functies zijn hetzelfde. Plaats de netsnoergesp in het toestel. Fig. 3a Accessoires (worden in het reservoir geplaatst) pompslang (1 stuk / enkel voor het toestel met pompfunctie) netsnoergesp (1 stuk) vrouwelijk draadeinde (1 stuk / bij sommige modellen) IDENTIFICATIE VAN ONDERDELENWERKEN MET HET TOESTEL WERKEN MET HET TOESTEL
Het toestel positioneren Een luchtontvochtiger die in een kelder gebruikt wordt, heeft weinig of geen effect bij het drogen van een aanpalend gesloten opslagruimte, zoals een kast, tenzij er voldoende luchtcirculatie in de ruimte is. ● Niet buiten gebruiken. ● Deze luchtontvochtiger is alleen bedoeld voor residentieel gebruik binnenshuis. Deze luchtontvochtiger mag niet worden gebruikt voor commerciële of industriële doeleinden. ● Plaats de ontvochtiger op een effen vloer die sterk genoeg is om het toestel met een vol reservoir te kunnen dragen. ● Zorg ervoor dat er minstens 20 cm luchtruimte aan alle kanten van het toestel is voor een goede luchtcirculatie. ● Zet het toestel in een ruimte waar de temperatuur niet onder 5°C (41°F) zakt. De spoelen kunnen worden bedekt met vorst bij temperaturen onder 5°C (41°F) en dit kan de prestaties verminderen. ● Zet het toestel niet in de buurt van een wasdroger, verwarming of radiator. ● Gebruik het toestel daar waar boeken of waardevolle voorwerpen bewaard worden om zodoende vochtschade te voorkomen. ● Gebruik de luchtontvochtiger in een kelder om vochtschade te voorkomen. ● Voor een optimale efciëntie moet de luchtontvochtiger in een afgesloten ruimte worden gebruikt. ● Sluit alle deuren, ramen en andere openingen in de ruimte. 40 cm of meer 20cm of meer 20cm of meer 40 cm of meer Fig. 4a 20cm of meer Uitblaasrooster Zwenkwielen (installeer op vier punten aan de onderkant van het toestel) ● Forceer de zwenkwielen niet als u over een tapijt rijdt en verplaats het toestel niet als er water in het reservoir zit (het toestel kan omkantelen waardoor er water kan morsen). OPMERKING: Zwenkwielen zijn optioneel, sommige modellen hebben er geen. Bij het gebruiken van het toestel ● Als u de luchtontvochtiger voor de eerste keer gebruikt, moet u het toestel gedurende 24 uur zonder stoppen laten werken. ● Dit toestel is ontworpen om te werken in een werkomgeving tussen de 5°C (41°F) en 32°C/90°F, en een relatieve luchtvochtigheid tussen 30% en 80%. ● Als het toestel uitgeschakeld werd en snel opnieuw moet worden ingeschakeld, moet u ongeveer drie minuten wachten tot de correcte werking wordt hervat. ● Sluit de luchtontvochtiger niet aan op een verdeeldoos die ook gebruikt wordt voor andere elektrische apparaten. ● Kies een geschikte plaats en zorg ervoor dat u gemakkelijk bij een stopcontact kunt. ● Sluit het toestel aan op een geaard stopcontact. ● Zorg ervoor dat het reservoir correct geplaatst is, anders zal het toestel niet goed werken. OPMERKING: Wees voorzichtig met het bewegen van het toestel als het water in het reservoir een bepaald niveau bereikt, zodat het niet omvalt. WERKEN MET HET TOESTELWERKEN MET HET TOESTEL WERKEN MET HET TOESTEL
Het opgevangen water verwijderen Er zijn drie manieren om het opgevangen water te verwijderen.
1. Gebruik het reservoir
● Als het reservoir vol is, licht het controlelampje Full op en verschijnt P2 op de digitale display. ● Haal het reservoir langzaam uit het toestel. Houd de linker- en rechterhandvaten stevig vast en trek het voorzichtig recht naar buiten zodat er geen water gemorst wordt. Zet het reservoir niet op de vloer omdat zijn bodem niet effen is. Indien u dit toch doet zal het reservoir omvallen en zal er water gemorst worden. ● Giet het water weg en plaats het reservoir opnieuw in het toestel. De luchtontvochtiger kan enkel werken als het reservoir vast op zijn plaats zit. ● Het toestel keert terug naar zijn oorspronkelijke toestand wanneer het reservoir op de correcte plaats wordt teruggezet.
Trek het reservoir er een stukje uit. Fig. 5
Houd beide zijden van het reservoir stevig vast en trek het uit het toestel. Fig. 6 OPMERKINGEN: ● Als u het reservoir verwijdert, raak dan geen onderdelen aan in het toestel. Als u dit wel doet, kan dit het product beschadigen. ● Zorg ervoor dat u het reservoir zachtjes helemaal in het toestel duwt. Als u het reservoir ergens tegenaan slaat of het er niet goed induwt, kan dit er tot leiden dat het toestel niet goed meer werkt. ● Als de pompslang druppelt wanneer u het reservoir verwijdert (zie Fig.7), moet u de pompslang correct opnieuw in het toestel plaatsen voordat u het reservoir in het toestel plaatst (zie Fig.8). ● Indien u het reservoir verwijdert en er nog water in het toestel zit, dient u dit te drogen. ● Wanneer het toestel ingeschakeld is, het reservoir verwijderd is en de compressor en de ventilator uitgeschakeld zijn, zal het toestel 8 keer piepen en zal de digitale display Eb aangeven. ● Wanneer het toestel uitgeschakeld is en het reservoir verwijderd is, zal het toestel 8 keer piepen en zal de digitale display Eb aangeven.
Het opgevangen water verwijderen
● Water kan automatisch aopen in de vloerafvoer door een waterslang (Id≥φ5/16”, niet inbegrepen) te bevestigen aan een vrouwelijk draadeinde (ID:M=1”, niet inbegrepen). OPMERKING: Bij sommige modellen is het vrouwelijke draadeinde inbegrepen. ● Verwijder de plastic afdekking van de afvoeruitgang aan de achterkant en plaats het opzij. Plaats hierna de afvoerslang in de afvoeruitgang van het toestel en leid de afvoerslang naar de vloerafvoer of een geschikte afvoervoorziening (zie Fig.9 en Fig.10). ● Indien u de plastic afdekking verwijdert en er nog water in de afvoeruitgang aan de achterzijde van het toestel zit, dient u het te drogen. Zorg ervoor dat de slang veilig is zodat er geen lekken zijn en dat het uiteinde van de slang waterpas of recht naar beneden loopt om het water vlotjes te laten stromen. ● Plaats de slang in de afvoer en zorg ervoor dat er geen knikken in de slang zijn die ervoor zorgen dat het water stopt met stromen. Zorg ervoor dat de waterslang lager ligt dan de afvoeruitgang. ● Kies de gewenste luchtvochtigheidsinstelling en ventilatorsnelheid op het toestel om de continue afvoer te starten. OPMERKING: Wanneer de continue afvoerfunctie niet in gebruik is, verwijder dan de afvoerslang uit de uitgang en droog het water in de uitgang voor de continue afvoerslang. Verwijder de plastic afdekking door tegen de klok in te draaien. Fig.9 Vrouwelijk draadeinde Afvoerslang Fig.10WERKEN MET HET TOESTEL WERKEN MET HET TOESTEL
3. Pompafvoer (bij sommige modellen)
● Water kan automatisch afgevoerd worden naar een vloerafvoer of een geschikte afvoervoorziening door een pompslang (φod=1/4”, inbegrepen) te bevestigen aan de uitgang voor de pompafvoer. ● Verwijder de continue afvoerslang uit het toestel en plaats de plastic afdekking op de uitgang voor de continue afvoerslang door met de klok mee te draaien (zie Fig.11). ● Plaats de pompslang minimaal 15 mm diep in de uitgang voor de pompafvoer (zie Fig.11), waarna u de waterslang naar de vloerafvoer of een geschikte afvoervoorziening leidt. ● Druk op de PUMP-toets om de pompwerking te activeren. Wanneer het reservoir vol is, begint de pomp te werken. OPMERKING: De pomp kan veel lawaai maken wanneer het 3~5 minuten aan het werken is. Dit is een normaal fenomeen. Herinstalleer de plastic afdekking. Uitgang continue afvoerslang Pompslang Fig. 11 Het opgevangen water verwijderen ● Zorg ervoor dat de slang veilig is, zodat er geen lekken optreden. ● Plaats de slang in de afvoer en zorg ervoor dat er geen knikken in de slang zijn die ervoor zorgen dat het water stopt met stromen. ● Plaats het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang waterpas of recht naar beneden loopt om het water vlotjes te laten stromen. De slang mag nooit naar boven lopen. ● Kies de gewenste luchtvochtigheidsinstelling en ventilatorsnelheid op het toestel om de pompafvoer te starten. OPMERKING: De pompwerking knippert bij 1 Hz wanneer de pomp een operationele storing vertoont. Schakel het toestel uit en haal het netsnoer uit het stopcontact. Controleer de volgende zaken: ● De lter van de pomp reinigen. -Verwijder het reservoir uit het toestel, haal de pomp eruit en reinig de lter van de pomp (zie Fig.12). Filter van de pomp Fig. 12ZORG EN ONDERHOUD ZORG EN ONDERHOUD
● Controleer dat de pompslang niet gelinkt of geblokkeerd is. ● Doe het water uit het reservoir. ● Herinstalleer de pompslang als hij druppelt en herinstalleer het reservoir op een correcte manier. Schakel het toestel in. Als de fout zich blijft voordoen, belt u voor service. OPMERKING: Gebruik de pompfunctie niet bij een temperatuur van 0°C (32°F) of lager, anders gaat het water ijs worden wat zal leiden tot een blokkering van de waterslang en een storing van het toestel. Zorg ervoor dat het reservoir een keer per week leeggemaakt wordt wanneer u de pompafvoer gebruikt. Wanneer de pompafvoer niet gebruikt wordt, dient u de pompslang uit de uitgang te verwijderen. ● Druk de uitgang van de pompslang in en neem de pompslang uit de uitgang (zie Fig.13). Zorg ervoor dat het water in de pompslang niet op de vloer druppelt. 2.Neem de pompslang uit de uitgang 1.Druk de uitgang van de pompslang in Fig. 13 Zorg en reiniging van de luchtontvochtiger Schakel de luchtontvochtiger uit en trek de stekker uit het stopcontact voor u hem reinigt.
1. Het rooster en de behuizing reinigen
● Gebruik water en een mild reinigingsmiddel. Gebruik geen bleekmiddel of schuurmiddelen. ● Laat geen water rechtstreeks op het toestel spatten. Dit kan een elektrische schok tot gevolg hebben, de isolatie beschadigen of ervoor zorgen dat het toestel roest. ● De luchttoevoer- en uitblaasroosters worden gemakkelijk vuil, gebruik daarom een stofzuiger of borstel om ze schoon te maken.
2. Het reservoir reinigen
Om de paar weken moet u het reservoir reinigen om de groei van schimmel, meeldauw en bacteriën te voorkomen. Vul het reservoir gedeeltelijk met schoon water en doe er een beetje mild schoonmaakmiddel bij. Draai het wat rond in het reservoir, ledig en spoel af. OPMERKING: Plaats het reservoir niet in de vaatwasser om het te reinigen. Na het reinigen moet het reservoir vast op zijn plaats zitten zodat de luchtontvochtiger kan werken. ZORG EN ONDERHOUDZORG EN ONDERHOUD ZORG EN ONDERHOUD
● Verwijder de lter om de twee weken bij normale gebruiksomstandigheden. ● Om de lter te verwijderen, trekt u de lter naar buiten (zie Fig.14). ● Was de lter met schoon water en droog hem. ● Herinstalleer de lter en plaats het reservoir in het toestel. LET OP: Laat de luchtontvochtiger NIET werken zonder filter, omdat vuil en pluisjes het toestel zullen verstoppen wat de prestaties vermindert. OPMERKING: De kast en de voorkant kunnen worden afgestoft met een olievrije doek of gewassen worden met een doek die bevochtigd werd met een oplossing van warm water en een mild vloeibaar afwasmiddel. Spoel grondig af en wrijf droog. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen, was of boenmiddel op de voorkant van de kast. Zorg ervoor dat u overtollig water uit de doek wringt voordat u de bedieningselementen schoonveegt. Overtollig water in of rond de bedieningselementen kan het toestel beschadigen. Fig. 14
4. Als u het toestel gedurende langere periodes
niet gebruikt ● Na het uitschakelen van het toestel wacht u een dag voor u het reservoir leegmaakt. ● Reinig het toestel, het reservoir en de luchtlter. ● Rol het netsnoer op met de netsnoergesp. ● Bedek het toestel met een plastic zak. ● Berg het toestel rechtop op, op een droge, goed geventileerde plaats.TIPS PROBLEEMOPLOSSING <标标1>
Raadpleeg eerst zelf het onderstaande diagram voor u om service vraagt. Probleem Wat controleren Het toestel start niet ● Zorg ervoor dat de stekker van de luchtontvochtiger volledig in het stopcontact zit. ● Controleer de zekeringenkast. ● De luchtontvochtiger heeft het vooraf ingestelde niveau bereikt of het reservoir is vol. ● Het reservoir bevindt zich niet in de correcte positie. De luchtontvochtiger droogt de lucht niet zoals het hoort. ● Stond niet genoeg tijd toe om het vocht te verwijderen. ● Zorg ervoor dat er geen gordijnen, jaloezieën of meubels zijn die de voor- of achterkant van de luchtontvochtiger belemmeren. ● De luchtvochtigheidsregelaar is misschien niet laag genoeg ingesteld. ● Controleer of alle deuren, ramen en andere openingen goed gesloten zijn. ● De kamertemperatuur is te laag, onder 5°C (41°F). ● In de kamer bevindt zich een petroleumkachel of iets anders dat waterdamp afgeeft. Het apparaat maakt een hard geluid tijdens het gebruik ● De luchtlter is verstopt. ● Het toestel staat gekanteld in plaats van rechtop zoals zou moeten. ● Het vloeroppervlak is niet effen. Er verschijnt vorst op de spoelen. ● Dit is normaal. De luchtontvochtiger heeft een functie voor automatisch ontdooien. Water op de vloer ● Slang naar aansluiting of de slangaansluiting kan los zitten. ● Het is de bedoeling om het reservoir te gebruiken om water op te vangen, maar de afvoerplug aan de achterkant is verwijderd. ES, AS, en P2 verschijnen op de display. ● Dit zijn fout- en beveiligingscodes. Raadpleeg de BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER . De pompwerking knippert bij 1 Hz. ● Reinig de lter van de pomp. ● Controleer dat de pompslang niet gelinkt of geblokkeerd is. ● Doe het water uit het reservoir. TIPS PROBLEEMOPLOSSINGPL Podczas używania pochłaniacza wilgoci w krajach europejskich należy postępować zgodnie z następującymi informacjami: LIKWIDACJA: Nie wyrzucaj tego produktu jako nieposortowane odpady komunalne. Zbieraj te odpady oddzielnie, gdyż jest to wymagane do specjalnego przetwarzania. Wyrzucanie tego urządzenia do odpadów gospodarstwa domowego jest zabronione. Istnieje kilka możliwości do ich likwidacji: A) Gmina ustanowiła systemy zbiórki, w którym odpady elektroniczne mogą być usuwane nieodpłatnie przez użytkownika. B) Przy zakupie nowego produktu sprzedawca bezpłatnie odbiera stary produkt. C) Producent zabierze stare urządzenie do utylizacji nieodpłatnie od użytkownika. D) Stare produkty zawierają cenne zasoby, dlatego mogą być sprzedawane dealerom złomu. Usuwanie odpadów w lasach i na terenach krajobrazowych zagraża zdrowiu, gdyż substancje niebezpieczne przedostają się do wód gruntowych, a następnie traają do łańcucha pokarmowego.
SimpelGids