MAKITA RP2300FCX - Freesmachine

RP2300FCX - Freesmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RP2300FCX MAKITA in PDF-formaat.

📄 72 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MAKITA RP2300FCX - page 36
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over RP2300FCX MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RP2300FCX - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RP2300FCX van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING RP2300FCX MAKITA

NL Bovenfrees Gebruiksaanwijzing

Verklaring van algemene gegevens
1. Instelwiel20. Voortgangsrichting38. Buitendiameter van de malgeleider
2. Vergrendelknop21. Langsgeleider
3. Instelmoer van aanslagstang22. Fijnregelschroef39. Geleiderhouder
4. Sneltoevoerknop23. Klembout (B)40. Klembout (C)
5. Stelbout24. Klembout (A)41. Trimgeleider
6. Aanslagblok25. Geleiderhouder42. Geleiderwiel
7. Diepteaanwijzer26. Meer dan 15 mm43. Stofafzuigaansluitmond
8. Aanslagstang27. Hout44. Klembout
9. Nylonmoer28. Schroeven45. Platte ring 6
10. Stelbout29. Verschuifbaar46. Bout M6 x 135
11. Vastzetknop30. Ingesteld op minimale breedte van opening47. Opening
12. Aan/uit-schakelaar48. Draadgat in de motorsteun
13. Snelheidsregelaar31. Ingesteld op maximale breedte van opening49. Binnenin het boutgat in de voet van het gereedschap
14. Lamp
15. Asvergrendeling32. Malgeleider50. Draadgat in de motorsteun
16. Steeksleutel33. Borgplaat51. Schroevendraaier
17. Werkstuk34. Bit52. Slijtgrensmarkering
18. Draairichting van het bit35. Voet53. Koolborsteldop
19. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap36. Mal
37. Afstand (X)

TECHNISCHE GEGEVENS

ModelRP1800/RP1800FRP1801/RP1801FRP2300FC RP2301FC
Capaciteit van spankop 12 mm of 1/2"
Capaciteit blindfrezen 0 - 70 mm
Nullasttoerental (min ^-1 ) 22.000 9.000 - 22.000
Totale lengte 312 mm
Netto gewicht 6,0 kg6,1 kg
Veiligheidsklasse☐ /II
  • Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
  • Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
    • Gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2003

Gebruiksdoeleinden

ENE010-1

Het gereedschap is bedoeld voor het afkanttrimmen en profileren van hout, kunststof en soortgelijke materialen.

Voeding

ENF002-1

Het gereedschap mag uitsluitend worden aangesloten op een voeding met dezelfde spanning als aangegeven op het identificatieplaatje en werkt alleen op enkele-fase wisselstroom. Het gereedschap is dubbel geïsoleerd volgens de Europese norm en mag derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten.

SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

GEB018-1

Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van de bovenfrees altijd strikt in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik van het gereedschap, bestaat de kans op ernstig persoonlijk letsel.

  1. Houd elektrisch gereedschap vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het freesgereedschap met verborgen bedrading of zijn eigen snoer in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

  2. Gebruik klemmen of een andere praktische methode om het werkstuk op een stabiele ondergrond te bevestigen en ondersteunen. Als u het werkstuk in w hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen.

  3. Draag gehoorbescherming tijdens langdurig gebruik.

  4. Behandel de bits voorzichtig.

  5. Controleer vóór het gebruik het bit zorgvuldig op barsten of beschadiging. Vervang een gebarsten of beschadigd bit meteen.

  6. Voorkom dat u in spijkers freest. Inspecteer het werkstuk op spijkers en verwijder deze zonodig voordat u ermee begint te werken.

  7. Houd het gereedschap met beide handen stevig vast.
  8. Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen.
  9. Zorg ervoor dat het bit het werkstuk niet raakt voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.
  10. Laat het gereedschap een tijdje draaien voordat u het werkstuk gaat frezen. Let goed op trillingen en schommelen die kunnen duiden op een onjuist aangebrachte bit.
  11. Let goed op de draairichting van het bit en de doorvoerrichting van het werkstuk.
  12. Laat het gereedschap niet ingeschakeld liggen. Bedien het gereedschap alleen wanneer u het vasthoudt.
  13. Schakel het gereedschap uit en wacht altijd tot het bit volledig tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap uit het werkstuk verwijdert.
  14. Raak het bit niet onmiddellijk na gebruik aan. Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
  15. Smeer niet achteloos thinner, benzine, olie en dergelijke op de voet van het gereedschap. Deze middelen kunnen scheuren in de voet van het gereedschap veroorzaken.
  16. Let er goed op dat u bits met de juiste asdiameter gebruikt en die geschikt zijn voor het toerental van het gereedschap.
  17. Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.
  18. Gebruik altijd het juiste stofmasker/ademhalingsapparaat voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

WAARSCHUWING:

VERKEERD GEBRUIK of het niet navolgen van de voorschriften uit deze handleiding kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES

LET OP:

- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens de functies van het gereedschap te controleren of af te stellen.

Instellen van de freesdiepte (zie afb. 1)

Leg het gereedschap op een vlakke ondergrond. Draai de vergrendelknop los en beweeg het gereedschap omlaag totdat het bit net de ondergrond raakt. Zet de vergrendelknop vast om het gereedschap te vergrendelen.

Draai de instelmoer van de aanslagstang linksom. Breng de aanslagstang omlaag tot deze de stelbout raakt. Lijn de diepteanwijzer uit met de 0 op de schaalverdeling. De freesdiepte wordt door de diepteanwijzer aangegeven op de schaalverdeling.

Houd de sneltoevoerknop ingedrukt en breng de aanslagstang omhoog tot de gewenste freesdiepte is verkregen. Een uiterst nauwkeurige instelling is mogelijk door het instelwiel (1 mm per slag) te draaien.

Draaide instelmoer van de aanslagstang rechtsom om de aanslagstang stevig vast te zetten.

Nu kan uw vooraf bepaalde freesdiepte worden verkregen door de vergrendelknop los te zetten en daarna het gereedschap omlaag te brengen totdat de aanslagstang de zeskantstelbout van het aanslagblok raakt.

Nylonmoer (zie afb.2)

De bovenste begrenzing van het gereedschap kan worden afgesteld met behulp van de nylonmoer.

LET OP:

- Stel de nylonmoer niet te laag af. Het bit zal daardoor gevaarlijk uitsteken.

Aanslagblok (zie afb. 3)

Het aanslagblok heeft drie verstelbare zeskantbouten die per slag 0,8 mm hoger of lager worden. U kunt met behulp van deze verstelbare zeskantbouten eenvoudig drie verschillende freesdiepten instellen zonder de aanslagstang te hoeven verstellen.

Stel de laagste zeskantbout in op de grootste freesdiepte volgens de procedure beschreven onder De freesdiepte instellen.

Stel de twee resterende zeskantbouten in op minder grote freesdiepten. De verschillen in de hoogte van deze zeskantbouten zijn gelijk aan de verschillen in freesdiepte-instelling.

Draai de zeskantbouten met een schroevendraaier of steeksleutel om deze te verstellen. Het aanslagblok is tevens handig voor het uitvoeren van drie werkgangen met een steeds grotere freesdiepte-instelling voor het frezen van diepe groeven.

LET OP:

  • Aangezien door buitensporig frezen de motor overbelast kan worden of het gereedschap moeilijk te besturen kan zijn, mag bij het frezen van groeven de freesdiepte niet meer dan 15 mm per werkgang bedragen bij het frezen met een bit van 8 mm diameter.
  • Bij het frezen van groeven met een bit van 20 mm diameter mag de freesdiepte niet meer bedragen dan 5 mm per werkgang.
  • Om dieper te frezen, freest u in twee of drie werkgangen met een steeds lager ingesteld bit.

In- en uitschakelen (zie afb. 4)

LET OP:

  • Controleer altijd, voordat u de stekker in het stopcontact steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uitstand nadat deze is losgelaten.
  • Zorg ervoor dat de asvergrendeling is ontgrendeld voordat u het gereedschap inschakelt.

Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk wordt bediend, is een vergrendelknop aangebracht.

Om het gereedschap te starten, drukt u de vergrendelknop in en knijpt u de aan/uit-schakelaar in.

Laat de aan/uit-schakelaar los om het gereedschap te stoppen

Om het gereedschap continu te laten werken, knijpt u de aan/uit-schakelaar in en drukt u vervolgens de vergrendelknop nog verder in. Om het gereedschap te stoppen, knijpt u de aan/uit-schakelaar in zodat de vergrendelknop automatisch ontgrendelt. Laat daarna de aan/uit-schakelaar los.

Nadat de aan/uit-schakelaar is losgelaten, treedt de vergrendeling weer in werking om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar wordt ingeknepen.

LET OP:

- Houd het gereedschap stevig vast wanneer u het uitschakelt om de reactiekracht op te vangen.

Elektronische aansturing

Alleen voor de modellen RP2300FC en RP2301FC

Constante-snelheidsregeling

  • Maakt een onberispelijke afwerking mogelijk omdat de draaisnelheid zelfs onder belasting constant blijft.
  • Bovendien, wanneer de belasting van het gereedschap het toelaatbare niveau overschrijdt, wordt de voeding naar de motor beperkt om te voorkomen dat deze oververhit raakt. Wanneer de belasting weer op een toelaatbaar niveau komt, zal het gereedschap weer normaal werken.

Zachte-startfunctie

- Maakt een zachte start mogelijk door onderdrukking van de startschok.

Snelheidsregelaar

Alleen voor de modellen RP2300FC en RP2301FC (zie afb. 5)

U kunt de snelheid van het gereedschap veranderen door de snelheidsregelaar te draaien en in te stellen op een cijfer van 1 tot 6.

De snelheid wordt hoger wanneer de snelheidsregelaar in de richting van 6 wordt gedraaid. De snelheid wordt lager wanneer de snelheidsregelaar in de richting van 1 wordt gedraaid.

Op deze manier kunt u de ideale snelheid selecteren voor een optimale bewerking van het materiaal, d.w.z. de snelheid kan worden aangepast overeenkomstig het materiaal en de diameter van het bit.

Raadpleeg de tabel voor de snelheid van het gereedschap in iedere stand van de snelheidsregelaar.

Cijfer min-1
19.000
21
3 14.000
4 17.000
5 20.000
6 22.000

LET OP:

- Als het gereedschap gedurende een lange tijd op een lage snelheid gebruikt, raakt de motor overbelast, wat leidt tot een defect van het gereedschap.

- U kunt de snelheidsregelaar alleen tot aan het cijfer 6 draaien en terug naar 1. Forceer de schijf niet voorbij de 6 of de 1 omdat de snelheidsregeling daardoor onklaar raakt.

Het verlichten van de lampen

Alleen voor de modellen RP1800F, RP1801F, RP2300FC en RP2301FC (zie afb. 6)

LET OP:

- Kijk niet rechtstreeks in het licht of naar de bron van de lamp.

Knijp de aan/uit-schakelaar in om de lamp op de voorkant in te schakelen. De lamp blijft branden zolang u de aan/uit-schakelaar ingeknepen houdt.

De lamp gaat 10 tot 15 seconden nadat u de aan/uit-schakelaar hebt losgelaten uit.

OPMERKING:

- Gebruik een doek om het vuil van de lens van de lamp te vegen. Wees voorzichtig de lens van de lamp niet te bekrassen om de lichtopbrengst niet te verlagen.

ONDERDELEN AANBRENGEN/VERWIJDEREN

LET OP:

- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens enige werk aan het gereedschap uit te voeren.

De bit aanbrengen en verwijderen (zie afb. 7)

LET OP:

  • Breng het bit stevig aan. Gebruik altijd de steeksleutel die bij het gereedschap werd geleverd. Een loszittend of te strak vastgezet bit kan gevaarlijk zijn.
  • Gebruik altijd een spankegel die geschikt is voor de diameter van het bit.
  • Draai de spankegelmoer niet vast zonder dat een bit is geplaatst, en plaats geen bits met een dunne schacht zonder een spankegelbus te gebruiken. Dit kan leiden tot het afbreken van de spankegel.
  • Gebruik uitsluitend bovenfreesbits waarvan de maximumsnelheid, zoals aangegeven op het bit, niet hoger is dan de maximumsnelheid van de bovenfrees.
    Steek het bit zo ver mogelijk in de spankegel. Druk op de asvergrendeling zodat het bit niet meedraait en zet de spankegelmoer stevig vast met de steeksleutel. Als u bovenfreesbits met een kleinere diameter gebruikt, steekt u eerst een passende spankegelbus in de spankegel, en breng daarna het bit aan zoals hierboven beschreven.
    Om de bit te verwijderen de installatieprocedure volgenin de omgekeerde volgorde.

BEDIENING

LET OP:

- Controleer voordat u het gereedschap bedient of het gereedschap automatisch omhoog komt tot aan de bovenste begrenzing, en het bit niet uitsteekt tot onder de voet van het gereedschap nadat de vergrendelknop is losgezet.

- Controleer voordat u het gereedschap bedient of de krullenvanger goed is aangebracht (zie afb. 8).

Gebruik altijd beide handgrepen en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast aan beide handgrepen.

Plaats eerst de voet van het gereedschap op het werkstuk dat u wilt frezen, zonder dat het bit het werkstuk raakt.

Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het bit op volle snelheid draait. Breng het gereedschap omlaag en beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk. Houd daarbij de voet van het gereedschap vlak op het oppervlak van het werkstuk en beweegt het gereedschap gelijkmatig totdat het frezen klaar is.

Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linkerkant van het bit bevinden, gezien in de voortgangsrichting (zie afb. 9).

OPMERKING:

  • Als u het gereedschap te snel voorwaarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het bit of de motor worden beschadigd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de bitgrootte, het soort werkstuk en de freesdiepte. Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, is het raadzaam eerst een proefsnede te maken in een stuk afvalhout. Zodoende kunt u precies zien hoe de snede eruit komt te zien en kunt u tevens de afmetingen controleren.

- Als u de langsgeleider of de trimgeleider gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rechterkant aanbrengt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk (zie afb. 10).

Langsgeleider (zie afb. 11)

De langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef.

Monteer de langsgeleider op de geleiderhouder met behulp van de klembout (B). Steek de geleiderhouder in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de klembout (A) vast.

Om de afstand tussen het bit en de langsgeleider in te stellen, draait u de klembout (B) los en draait u de fijnregelschroef (1,5 mm per slag). Op de gewenste afstand, draai de klembout (B) vast om de langsgeleider op zijn plaats vast te zetten (zie afb. 12).

U kunt de werkbreedte van de langsgeleider naar wens vergroten door een extra stuk hout te bevestigen met behulp van de handige gaten in de langsgeleider (zie afb. 13).

Bij gebruik van een bit met een grote diameter, bevestigt u stukjes hout aan de langsgeleider met een dikte van meer dan 15 mm, om te voorkomen dat het bit de langsgeleider raakt.

Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk.

Als de afstand tussen de zijkant van het werkstuk en de freespositie te groot is voor de langsgeleider, of als de zijkant van het werkstuk niet recht is, kan de langsgeleider niet worden gebruikt. In dat geval klemt u een rechte lat op het werkstuk en gebruikt u deze als een trimmervoet om de voet van de bovenfrees langs te bewegen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl (zie afb. 14).

Langsgeleider met fijnregeling (accessoire) (zie afb. 15)

Wanneer de bovenfrees is bevestigd

Steek de twee stangen (diameter 10 mm) in de buitenste bevestigingsgaten van de geleiderhouder en zet deze vast met behulp van de twee klemschroeven (M15 x 14 mm). Controleer en verzeker u ervan dat de vingermoer (M6 x 50 mm) stevig vastgedraaid is, en schuif daarna de voet van de bovenfrees over de twee stangen (diameter 10 mm) en draai tenslotte de twee klemschroeven op de voet van de bovenfrees aan.

Fijnregelfunctie om het bit nauwkeurig te plaatsen ten opzichte van de langsgeleider (zie afb. 16)

  1. Draai de vingermoer (M6 x 50 mm) los.
  2. Vingermoer (M10 x 52 mm) kan worden gedraaid om de plaats van het bit te veranderen (1 slag komt overeen met 1 mm verplaatsing).
  3. Nadat de plaats van het bit nauwkeurig ingesteld is, draait u vingermoer (M6 x 50 mm) stevig vast.
    De ring met de schaalverdeling erop kan los worden verdraaid, zodat de schaalverdeling op nul (0) kan worden gezet.

Breedte van de geleideschoenen veranderen

Draai de schroeven, die door de cirkels in de afbeelding worden aangegeven, los om de breedte van de geleideschoenen naar links en rechts in te stellen. Nadat de breedte is ingesteld, draait u de schroeven weer stevig vast. De breedte (d) van de geleideschoenen kan worden veranderd van 280 naar 350 mm (zie afb. 17 t/m 19).

Malgeleider (los verkrijgbaar) (zie afb. 20)

In de malgeleider zit een gat waar het bit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt de bovenfrees met een mal te gebruiken.

Om de malgeleider aan te brengen, trekt u aan de borgplaathendel en steekt u de malgeleider erin (zie afb. 21).

Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt (zie afb. 22).

OPMERKING:

- Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het bit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:

Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het bit) / 2

Trimgeleider (los verkrijgbaar) (zie afb. 23)

Trimmen, gebogen lijnen frezen in fineerhout voor meubels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider. Het geleiderwiel rolt langs de

gebogen zijkant van het werkstuk en zorgt zo voor een nauwkeurige freeslijn.

Breng de trimgeleider aan op de geleiderhouder met behulp van de klembout (B). Steek de geleiderhouder in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de klembout (A) vast.

Om de afstand tussen het bit en de trimgeleider in te stellen, draait u de klembout (B) los en draait u de fijnregelschroef (1,5 mm per slag). Draai de klembout (C) los om het geleiderwiel omhoog of omlaag te verstellen. Na het verstellen, draait u de klembout stevig vast (zie afb. 24).

Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met het geleiderwiel strak langs de zijkant van het werkstuk (zie afb. 25).

Stofafzuigaansluitmond (accessoire) (zie afb. 26)

Om stof af te zuigen gebruikt u de stofafzuigaansluitmond. Breng de stofafzuigaansluitmond aan op de zool van het gereedschap door het uitsteeksel op de stofafzuigaansluitmond te passen in de inkeping in de zool van het gereedschap, en draai de vingerschroeven vast.

Sluit vervolgens de slang van een stofzuiger aan op de stofafzuigaansluitmond (zie afb. 27).

De bout M6 x 135 gebruiken om de freesdiepte in te stellen

Bij gebruik van het gereedschap op een speciale freestafel (verkrijgbaar in de winkel), kan de gebruiker deze bout gebruiken om een geringe mate van instelling van de freesdiepte te verkrijgen vanaf de bovenkant van de tafel (zie afb. 28).

1. De bout en ring aanbrengen op he gereedschap

  • Plaats de platte ring op de bout.
  • Steek de bout door het boutgat in de voet van het gereedschap en draai deze in het draadgat van de motorsteun op het gereedschap (zie afb. 29 t/m 31).

Breng op dat moment een beetje vet of smeerolie aan binnenin het boutgat in de voet van het gereedschap en in het draadgat in de motorsteun (zie afb. 32 en 33).

2. De freesdiepte instellen

  • Een geringe mate van instelling van de freesdiepte kan worden verkregen door deze bout vanaf de bovenkant van de tafel met behulp van een schroevendraaier te draaien.

- Draai de bout rechtsom om de freesdiepte te vergroten, en draai de bout linksom om de freesdiepte te verlagen (zie afb. 34).

ONDERHOUD

LET OP:

- Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u een inspectie of onderhoud uitvoert.

De koolborstels vervangen (zie afb. 35)

Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig.

Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders.

Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik alleen identieke koolborstels.

Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen.

Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast (zie afb. 36). Nadat de koolborstels vervangen zijn, steekt u de stekker van het netsnoer in het stopcontact en laat u de koolborstels inlopen door het gereedschap gedurende 10 minuten onbelast te laten draaien. Test vervolgens de werking van de elektrische rem van het gereedschap door de aan/uit-schakelaar los te laten. Als de elektrische rem niet goed werkt, neemt u contact op met uw plaatselijke Makita-servicecentrum voor reparatie.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen.

ACCESSOIRES

LET OP:

- Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden.

Mocht u meer informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Makita-servicecentrum.

- Diverse groefbits

- Diverse afkantbits

• Diverse laminaattrimbits

- Langsgeleider

- Trimgeleider

- Geleiderhouder

- Malgeleiders

- Malgeleideradapter

• Borgmoer

- Spankegel, 12 mm, 1/2"

- Spankegelbus, 6 mm, 8 mm, 10 mm

- Spankegelbus, 3/8", 1/4"

- Steeksleutel 24

• Stofafzuigaansluitmond

Bovenfreesbits

Vlakgroefbit (zie afb. 37)

mm

DAL1
6205015
1/4"
1212 60 30
1/2"
1210 60 25
1/2"
8860
6850
1/4"
6650
1/4"

U-groefbit (zie afb. 38)

mm

DAL1L
6650183

V-groefbit (zie afb. 39)

mm

DAL1L
1/4”205015

Afkanttrimbit met boorpunt (zie afb. 40)

mm

D AL 1L 2L 3
1212602035
88602035
66601828

Dubbele afkanttrimbit met boorpunt (zie afb. 41)

mm

DAL1L2L3L4
66704012

Plankverbindingsbit (zie afb. 42)

mm

DA 1A 2L 1L 2L 3
12382761420

Papegaaienbekbit (zie afb. 43)

mm

DA 1A 2L 1L 2L 3R
6259481358
6208451044

Afschuinbit (zie afb. 44)

mm

DAL1L2L3θ
6234611630°
6205013545°
6204914260°

Kwartholprofielbit (zie afb. 45)

mm

DAL1L
6204384
2 62548138

Afkantrimbigmet kogellager (zie afb. 46)

mm

1 D 8AL1
6105020
1/4”

Papegaaienbekbit met kogellager (zie afb. 47)

DA 1A 2L 1L 2L 3R
61583773,53
621840103,56
1/4" θ 21840103,56

90°

Afschuinbit met kogellager (zie afb. 48)

mm

DA 1A 2L 1L 2θ
6268421245°
1/4”
6208411160°

Kwartrondbit met kogellager (zie afb. 49)

mm

DA 1A 2A 3L 1L 2L 3R
62012840105,54
62612842124,57

Kwartholprofielbit met kogellager (zie afb. 50)

mm

DA 1A 2A 3A 4L 1L 2L 3R
6201812840105,53
62622128421255

Ojiefbit met kogellager (zie afb. 51)

mm

DA 1A 2L 1L 2L 3R1R2
620840104,52,54,5
626842124,536

Voor modellen RP1800, RP1800F, RP1801

Alleen voor Europese landen

Geluid

ENG102-1

Het standaard A-gewogen geluidsniveau zoals

vastgesteld conform EN60745-2-17:

Geluidsdrukniveau (LpA): 86 dB (A)

Geluidsvermogenniveau (LwA): 97 dB (A)

Onzekerheid (K): 3 dB (A)

vastgesteld volgens EN60745-2-17:

Gebruikstoepassing: groeven frezen in MDF

Trillingsemissie (ah) : 4,0 m/s²

Onzekerheid (K): 1,5 m/s²

Voor modellen RP2300FC en RP2301FC

Alleen voor Europese landen

Geluid

ENG102-1

Het standaard A-gewogen geluidsniveau zoals

vastgesteld conform EN60745-2-17:

Geluidsdrukniveau (LpA): 87 dB (A)

Geluidsvermogenniveau (LwA): 98 dB (A)

Onzekerheid (K): 3 dB (A)

vastgesteld volgens EN60745-2-17:

Gebruikstoepassing: groeven frezen in MDF

Trillingsemissie (ah): 4,5 m/s²

Onzekerheid (K): 1,5 m/s²

EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT ENH101-9

Modellen

RP1800, RP1800F, RP1801, RP2300FC, RP2301FC

Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de normen in de volgende documenten:

EN60745, EN55014 en EN61000 in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad, 2004/108/EC en 98/37/EC.

CE2008

MAKITA RP2300FCX - CE2008 - 1

Tomoyasu Kato

Directeur

Verantwoordelijke fabrikant:

Makita Corporation

3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN

Erkende vertegenwoordiger in Europa:

Makita International Europe Ltd.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : RP2300FCX

Categorie : Freesmachine