B 150 R Bp Pack - Industriële schrobmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 150 R Bp Pack Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Zelfrijdende industriële schrobmachine |
| Merk | Kärcher |
| Model | B 150 R Bp Pack |
| Gebruik | Professioneel en industrieel (hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, kantoren) |
| Afmetingen (L x B x H) | 1690 mm x 810 mm x 1390 mm (zonder dak); 2060 mm met beschermdak |
| Leeggewicht | 727 kg (B 150) |
| Maximaal toelaatbaar gewicht | 957 kg (B 150) |
| Voeding | Accu 36 V, beschikbare capaciteiten: 170, 180, 240, 285 Ah |
| Lader | Intern of extern, 230 V, 50-60 Hz, laadstroom 8 A |
| Werkbreedte | 750 mm (met borstel R); tot 1080 mm met zijborstel |
| Theoretisch oppervlakterendement | Tot 4500 m²/u (7500 m²/u in Adv-modus) |
| Tankinhoud | Schoon water: 150 l; vuil water: 150 l; grof vuil: 7 l |
| Reinigingsfuncties | Waterreiniging, polijsten, zuigen, dosering van reinigingsmiddel (0-3%), zelfreiniging |
| Max. rijsnelheid | 6 km/u (10 km/u in Adv-modus) |
| Borsteldruk op de vloer | Max. 765 N (78 kg) voor de R-versie |
| Gebruikstemperatuur | +5 °C tot +40 °C |
| Maximaal toegestane helling | 10% (15% in Adv-modus) |
| Geluidsniveau (LpA) | 67 dB(A) bij normaal gebruik |
| Regelmatig onderhoud | Reinigen van filters, zuigmonden, borstels, legen van tanks, accu laden |
| Veiligheid | Veiligheidsschakelaar, contactschakelaar stoel, parkeerrem, thermische beveiliging |
| Accessoires en reserveonderdelen | Beschikbaar op www.kaercher.com; uitsluitend originele onderdelen gebruiken |
| Garantie | Afhankelijk van landelijke voorwaarden; neem contact op met de distributeur of erkende klantenservice |
Veelgestelde vragen - B 150 R Bp Pack Kärcher
Gebruikersvragen over B 150 R Bp Pack Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële schrobmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 150 R Bp Pack - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 150 R Bp Pack van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 150 R Bp Pack Kärcher
Algemene instructies.... 44
Functie 44
Toebehoren en reserveonderdelen 44
Veiligheidsinstructies.... 44
Beschrijving apparaat 45
Montage 45
Werking 47
Werking beeindigen 48
Grijze Intelligent Key 48
Transport.... 49
Opslag.... 49
Verzorging en onderhoud.... 49
Hulp bij storingen 50
Garantie 51
EU-conformiteitsverklaring 53
Algemene instructies

Voordat u het apparaat voor het eerst
gebruikt, dient u deze originele ge-
bruiksaanwijzing en de meegeleverde
veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.
Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgen- de eigenaars.
Functie
Deze schuurzuigmachine wordt voor de natte reiniging of voor het polijsten van effen vloeren gebruikt.
Het apparaat kan door instellen van de waterhoeveelheid, de borsteldruk, de reinigingsmiddelhoeveelheid aan de rij-snelheid aan aan de desbetreffende reinigingstaak worden aangepast. De dosering van het reinigingsmiddel gebeurt door het toevoegen aan het verswaterreservoir of via een optionele doseerinrichting (DOSE).
Instructie
Overeenkomstig de desbetreffende reinigingstaak kan het apparaat met verschillend toebehoren worden uitgerust. Vraag naar onze catalogus of bezoek ons op internet op www.kaercher.com.
Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoren en verhuurbedrijven. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
- Het apparaat mag alleen voor de reiniging van voch- tongevoelige en polijstongevoelige, gladde vloeren worden gebruikt.
- Dit apparaat is bedoeld voor het reinigen van binnenruimtes.
- Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C.
- Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).
- Het apparaat is geschikt voor een maximale waterhoogte van 1 cm. Rijd geen gebied in, als het risico bestaat dat het maximale waterpeil wordt overschreden.
- Bij het gebruik van oplaadapparaten of accu's mo- gen alleen de in de gebruiksaanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combinatie moet door de verantwoordelijke leverancier van het oplaadapparaat en/of de accu zijn goedgekeurd.
- Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toegestane oppervlaktebelasting van de vloer. De door het apparaat veroorzaakte oppervlaktebelasting is gespecificeerd in de technische gegevens.
- Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.
- Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een maximale stijging (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
Milieubescherming

Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg.
Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak onderdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd weggooien een
mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kunnen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid.
Instructies voor inhoudsstoffen (REACH)
Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Leveringsomvang
Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.
Veiligheidsinstructies
Neem voor het eerste gebruik van het apparaat deze handleiding en de bijbehorende brochure veiligheidsin-structies voor borstelreinigingsapparaten en sproei-ex-
tractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig.
Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie "Technische gegevens").
⚠ WAARSCHUWING
Het apparaat kan kantelen
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstuk
"Technische gegevens").
⚠ WAARSCHUWING
Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening Er kunnen mensen gewond raken.
Bedieners moeten adequaat in het gebruik van het apparaat worden getraind.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle deksel gesloten zijn.
Veiligheidsinrichtingen
⚠VOORZICHTIG
Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen
Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid.
Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.
Veiligheidsschakelaars
Voor onmiddellijke buitenbedrijfstelling van alle functies: Zet de veiligheidsschakelaar op „0“.
- Het apparaat remt hard, als de veiligheidsschakelaar is uitgeschakeld.
- De veiligheidsschakelaar werkt rechtstreeks op alle apparaatfuncties
Stoelschakelaar
Als de bestuurder tijdens het werk of tijdens het rijden de stoel verlaat, schakelt de stoelschakelaar de aan-drijfmotor na een korte vertraging uit.
Symbolen op het apparaat

△VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling
Bij het naar beneden zwenken van het vuilwaterreservoir kunnen handen bekneld raken.
Houd geen lichaamsdelen tussen tank en apparaat als u het vuilwaterreservoir omlaagzwenkt.

ΔGEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Bij hoge snelheden is er op hellingen een verhoogd risico op kantelen.
Rijd op hellingen langzaam naar beneden.
Draai niet op hellingen.
Vermijd bij snel rijden schokkerig sturen met een grote stuuruitslag.

A
ΔGEVAAR
Gevaar voor elektrische schok
Als u de accupolen tijdens het opla- den aanraakt, bestaat er kans op let-
sel door hoge elektrische spanning.
Verwijder de poolbeschermkappen op de accupolen niet.
Let op de juiste montage van de paalbeschermkappen
Ook voor apparaten met beschermdak

ΔGEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Het beschermdak is zwaar en trekt het vuilwaterreservoir naar achteren wanneer deze wordt gezwenkt.
Het apparaat kan kantelen en mensen verwonden.
Zwenk het vuilwaterreservoir langzaam terwijl u hem stevig vasthoudt om de snelheid te controleren.

⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling
Er treden grote krachten in werking wanneer het vuilwaterreservoir naar voren wordt ge-
zwenkt.
Let er bij het naar voren zwenken op dat er zich geen lichaamsdelen tussen vuilwaterreservoir en apparaat bevinden.

LET OP
Kantelgevaar
Het beschermdak verhoogt het risico van kan- telen.
Rijd langzaam op hellingen en stuur voorzichtig.
Symbolen waarschuwingsinstructies
Neem bij de omgang met batterijen volgende waarschu- wingsinstructies in acht:

Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de batterij en op de batterij alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen.

Oogbescherming dragen.

Kinderen uit de buurt van zuur en batterij houden.

Explosiegevaar

Vuur, vonken, open licht en roken verbo- den.

Verbrandingsgevaar

Eerste hulp.

Waarschuwing

Afvalverwijdering

Batterij niet in de vuilnisbak gooien.
Beschrijving apparaat
Overzicht apparaat
Afbeelding A
① Bedieningsveld
② Stuurwiel
③ Zuigslang reinigingsmiddel (alleen variant bus)
④ Jerrycan met wasmiddel (alleen variant bus)
⑤ Waarschuwingslampje
⑥ Aflegvlak voor reinigingsset "Homebase Box"
⑦Afvoerslang vuil water
⑧ Wateraansluiting voor spoelsysteem vuilwaterreservoir
⑨ Grofvuilzeef
10* Spoelsysteem vuilwaterreservoir
⑪Deksel vuilwaterreservoir
12Vlotter
13 Pluizenzeef
⑭ Vuilwaterreservoir
⑮Turbinebeschermzeef (onder de vlotter)
16* Mophouder
(17)* Gereedschapshouder
18 Zuigslang
19 Zuigbalk
20 Klemhendel zuigbalk
②1Sluiting vuilwaterreservoir
⑳Accustekker (bij externe oplader) Netsnoer oplader (bij interne oplader)
25Rijpedaal
②6 Dagrijverlichting
27* Werklamp
28* Zijschrobdek
⑲Zijbezem (alleen bij variant SB)
③0Instelwiel afstrijklip (alleen D-reinigingskop)
③1Kabelhaak
③2Reinigingskop
③3 Afstrijklip
③4 Lagerdeksel (voor borstelwissel)
35 Pedaal borstelwissel (alleen D-reinigingskop)
③6 Stoel (met stoelschakelaar)
③7Hendel stoelverstelling
38Accu
39Typeplaatje
④0 Container voor grof vuil (alleen R-reinigingskop)
④1Sluiting verswaterreservoir met filter vers water
• optioneel
Kleurmarkering
- Bedieningselementen voor het reinigingsproces zijn geel.
- Bedieningselementen voor onderhoud en service zijn lichtgrijs.
Bedieningsveld
Afbeelding B
①Claxon
②Rijrichtingsschakelaar
③Programmaschakelaar
④ Veiligheidsschakelaars
⑤* Schakelaar zijschrobdek/zijbezem
⑥Intelligente sleutel
⑦ Display
⑧Infoknop
* optioneel
Programmaschakelaar
Afbeelding C
① OFF
Apparaat is uitgeschakeld.
②Transportrit
Rijden naar de plaats van gebruik.
③Eco-programma
Reinig de vloer nat (met minder water en een lagere borstelsnelheid) en zuig vuil water op (met verminderde zuigkracht).
④ Schrobzuigen
Reinig de vloer nat en zuig vuil water op.
⑤ Verhoogde borstelcontactdruk
Reinig de vloer nat (met hogere contactdruk) en zuig het vuile water op.
⑥ Schuren/aanbrengen zonder opzuigen
Maak de vloer nat en laat het reinigingsmiddel inwerken.
⑦ Zuigen
Zuig het vuil op.
⑧Polijsten
Polijst de vloer zonder vloeistof en een hoge bor- stelsnelheid.
Houder zuigbalk
- Bij het rijden door nauwe ruimtes kan de zuigbalk worden verwijderd en in een van de openingen aan het deksel van het vuilwaterreservoir worden gehangen. Afbeelding D
①Zuigbalk
②Inhangpunt
Symbolen op het apparaat

Greep voor het omhoogzwenken van het vuilwaterreservoir

Sjoroog

*Mophouder

*Wateraansluiting vulsysteem

*Wateraansluiting spoelsysteem vuilwater-reservoir

Het beschermdak beschermt de bestuurder van het apparaat tegen vallende voorwerpen.
In het geval van apparaten met een beschermdak, is het vuilwaterreservoir voorzien van een vergrendeling. Deze vergrendeling voorkomt dat het vuilwaterreservoir onbedoeld terugzwenkt door krachten die op het beschermdak inwerken.
Afbeelding E
① Beschermdak
② Beveiligingsplaat
③Zeskantschroef M8x16, schijf
Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken
-
Het vuilwaterreservoir leegmaken.
-
De borgschroef eruit draaien.
-
Het vuilwaterreservoir goed vasthouden en langzaam naar achteren zwenken.
Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling
Lichaamsdelen kunnen bekneld raken tussen het apparaat en het vuilwaterreservoir.
Let er bij het naar voren zwenken op dat er zich geen lichaamsdelen tussen het apparaat en het vuilwaterreservoir bevinden.
-
Het vuilwaterreservoir goed vasthouden en langzaam naar voren zwenken.
-
De borgschroef erin draaien en aantrekken.
Montage
Accu's
Aanbevolen accusets
| Beschrijving Bestelnr. Volume (m3)* | Luchtstroom (m3/h)** | ||
| Accuset 240 Ah, trog, onderhouds-arm | 4.035-987.7 | 27 10,8 | |
| Accuset 180Ah, trog, onderhouds-arm | 4.035-988.7 | 20,25 8,1 | |
| Accuset 240Ah, 6 blokken, onder-houdsvrij | 4.654-306.7 | 6,975 2,79 | |
| Accuset 180Ah, 6 blokken, onder-houdsvrij | 4.654-307.7 | 5,175 2,07 | |
| Accuset 285 Ah AGM | 4.654-057.7 | 8,91 3,56 | |
| Accuset 170 Ah AGM | 4.654-061.7 | 24,75 9,9 | |
* Minimaal volume van de acculaadruimte
** Minimale luchtstroom tussen acculaadruimte en omgeving
Maximale accu-afmetingen
| Positie A* B** | ||
| Lengte 244 mm 3 | 12 mm | |
| Breedte 190 mm | 182 mm | |
| Hoogte 275 mm 3 | 65 mm |
* zoals bij 4.654-306.7
** zoals bij 4.654-307.7
Accu's plaatsen en aansluiten
Bij de variant "Pack" zijn de accu's al ingebouwd.
△VOORZICHTIG
Uit- en inbouwen van de accu's
Instabiele stand van de machine
Zorg er bij het in- en uitbouwen van de accu's voor dat de machine veilig staat.
LET OP
Verwisselen van de polariteit
Onbruikbaar worden van de besturingselektronica
Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling.
LET OP
Diepontlading
Beschadigingsgevaar
Laad de accu's voor de inbedrijfstelling van het apparaat.
- Het vuilwater aftappen.
Instructie
Bij apparaten met een beschermdak absoluut de aanwijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" in acht nemen.
-
Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken.
-
De accu's in het apparaat plaatsen.
Afbeelding F
Afbeelding G
Afbeelding H
Afbeelding
Afbeelding J
Afbeelding K
- De polen met de verbindingskabels verbinden.
- De meegeleverde aansluitkabel op de nog vrije accupolen (+) en (-) klemmen.
- De correcte montage van de poolbeschermkappen controleren.
- De accustekker aan apparaatzijde met de accustekker aan accuzijde verbinden.
- Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken en sluiten.
- Het accutype instellen (zie hoofdstuk "Grijze intelligente sleutel").
LET OP
Beschadigingsgevaar
Door diepontlading kan de accu worden beschadigd.
Laad de accu vóór de ingebruikneming van het apparaat op.
Accu laden
Instructie
Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen diepontlading, d.w.z. dat als de nog toegestane minimale capaciteit wordt bereikt alleen met het apparaat kan worden gereden. Op het display verschijnt de weergave "Batterij oplade" en "Batterij oplade".
Bij gebruik van andere accu's (bijv. van andere fabrikan- ten) moet de diepontladingsbeveiliging voor de betreffende accu door de Kärcher-klantenservice opnieuw worden ingesteld.
ΔGEVAAR
Onjuist gebruik van de oplader
Elektrische schok
Neem de netspanning en de zekering op het typeplaatje van het apparaat in acht.
Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie.
Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare
gassen
Explosiegevaar
Laad de accu's alleen in een geschikte ruimte. De ruimte moet een minimumvolume hebben, afhankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimumluchtstroom (zie "Aanbevolen accu's").
LET OP
Verzamelen van gevaarlijke gassen tijdens het la- den onder de tank
Explosiegevaar
Zwenk voor het laden van onderhoudsvrije accu's het vuilwaterreservoir omhoog.
Instructie
De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uur.
De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en beëindigen het laadproces automatisch.
Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.
- Het apparaat direct naar de oplader verplaatsen, hierbij stijgingen vermijden.
Interne oplader
- Het netsnoer met de apparaatstekker op het apparaat aansluiten.
Afbeelding L
① Apparaatstekker voor laadsnoer
- De netstekker van de interne oplader in het stopcontact steken.
Op het display wordt een accusymbool en de laad-toestand van de accu's weergegeven. De display-verlichting gaat uit.
Instructie
Bij het opladen zijn alle reinigings- en rijfuncties geblokkeerd.
Als de accu volledig is opgeladen, toont het display "Batterij vol!".
-
Om het laden te beëindigen, de stekker van de oplader uit het stopcontact trekken.
-
De netkabel rond de kabelhaken wikkelen.
Externe oplader
LET OP
Gebruik van een niet-passende oplader
Beschadigingsgevaar
Verbind de oplader niet met de accustekker aan apparaatzijde.
Gebruik alleen een bij het ingebouwde accutype passende oplader.
Lees de gebruiksaanwijzing van de opladerfabrikant door en let met name op de veiligheidsinstructies.
Instructie
Bij apparaten met een beschermdak absoluut de aanwijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" in acht nemen.
-
Het vuilwaterreservoir leegmaken.
-
De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
-
Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken.
-
De accustekker aan apparaatzijde eraf trekken.
-
De accustekker aan accuzijde met de oplader verbinden.
-
De netstekker van de oplader in het stopcontact steken.
-
Het laadproces volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de oplader uitvoeren.
-
De accustekker aan apparaatzijde met de accustekker aan accuzijde verbinden.
-
Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken.
Onderhoudsvrije accu's (nat)
ΔGEVAAR
Bijvullen van water in ontladen toestand van de accu Risico op brandwonden door uittreden van zuur, onbruikbaar worden van kleding
Gebruik bij de hantering van accuzuur een veiligheidsbril, beschermende kleding en beschermende handschoenen.
Neem de voorschriften in acht.
Spoel eventuele zuurspatten op de huid of de kleding onmiddellijk weg met veel water.
LET OP
Gebruik van water met additieven
Defecte accu's, verlies van de aanspraak op garantie Gebruik voor het bijvullen van de accu's alleen gedestilleerd of ontzilt water (EN 50272-T3).
Gebruik geen additieven, zogenaamde verbeteringsmiddelen, omdat dan de garantie komt te vervallen.
- Een uur voor het einde van de laadprocedure gede- stilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuur- stand conform de kenmerking van de accu in acht nemen.
Aan het einde van de laadprocedure moeten alle cellen gassen.
- Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor te werk zoals beschreven in het gedeelte "Accu's reinigen" van het hoofdstuk Verzorging en onderhoud.
Aanwijzingen voor de eerste oplading
Instructie
Bij de eerste keer opladen herkent de besturing nog niet welk type accu er is geplaatst. De accu-indicator werkt dan nog niet precies.
Een "V" rechts van de balk op de accu-indicator geeft aan dat de eerste oplading nog niet werd uitgevoerd.
-
De accu's opladen tot het display de maximale laad-toestand aangeeft.
-
Het apparaat na het eerste opladen van de accu's gebruiken tot de diepontladingsbeveiliging de borstelaandrijving en de afzuiging uitschakelt.
-
Vervolgens de accu's correct en volledig opladen. Na de eerste keer opladen verdwijnt de "V" rechts van de accu-indicator.
Instructie
Als in het accumenu een accutype is geselecteerd, moet het hierboven beschreven proces opnieuw worden uitgevoerd. Dit is ook het geval als het accutype dat al is ingesteld opnieuw wordt geselecteerd.
Accu-indicator
De laadtoestand van de accu's wordt op het display op het bedieningspaneel weergegeven.
- De lengte van de balk geeft de laadtoestand van de accu weer.
- Gedurende de laatste 30 minuten wordt de reste- rende gebruiksduur in minuten weergegeven.
Accu uitbouwen
⚠VOORZICHTIG
Uit- en inbouwen van de accu's
Instabiele stand van de machine
Zorg er bij het in- en uitbouwen van de accu's voor dat de machine veilig staat.
Instructie
Bij apparaten met een beschermdak absoluut de aanwijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" in acht nemen.
- De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
- Het vuilwater aftappen.
- Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken.
- De accustekker eruit trekken.
- De kabel van de minpool van de accu losmaken.
- De resterende kabels van de accu's losmaken.
- De accu's eruit nemen
- De opgebruikte accu's conform de geldende bepa- lingen afvoeren.
Uitpakken
- De verpakkingsfolie verwijderen.
- De spanband verwijderen.
- 4 bodemplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Deze planken losschroeven.
- Deze planken zo op de rand van de pallet leggen dat ze vóór de wielen van het apparaat liggen.
Afbeelding M
① Plank
②Balk
5. De planken met de schroeven bevestigen.
6. In de verpakking meegeleverde balk ter ondersteuning onder de helling schuiven.
7. De houten lijsten vóór de wielen verwijderen.
Apparaat van de pallet duwen
- Bij alle apparaatvarianten behalve "low wheel pressure" aan de hendel van de rem aan het voorwiel trekken en een muntstuk tussen hendel en rem steken.
Afbeelding N
①Remhendel voor (alle apparaatvarianten behalve B 150 low wheel pressure)
②Remhendel achter (alleen apparaatvariant Adv en B 150 low wheel pressure)
2. Bij de apparaatvariant "Adv" en "low wheel pressure" de procedure aan de achteras herhalen.
3. Het apparaat langzaam van de helling duwen.
ΔGEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Als de remmen zijn uitgeschakeld, heeft het apparaat geen remwerking.
Verwijder de munten onmiddellijk nadat het apparaat van de pallet is geduwd.
- Verwijder de munten tussen de hendel en de behuizing.
Van de pallet rijden
Om van de pallet te kunnen rijden, moeten de accu's ge- plaatst en opgeladen zijn.
- De intelligente sleutel aan het bedieningspaneel er-in steken.
- De veiligheidsschakelaar op "1" zetten
- Zet de programmaschakelaar op transport.
- De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
- Het gaspedaal intrappen
- Langzaam met het apparaat van de pallet rijden.
- De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
Reinigingskop inbouwen
De montage van de reinigingskop wordt beschreven in het hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden".
Instructie
Bij sommige modellen is de reinigingskop al gemon- teerd.
Monteer borstels
- De montage van de borstels wordt beschreven in het hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden".
Zuigbalk monteren
- Beide klemhendels naar boven zwenken.
Afbeelding O
① Zuigslang
②Zuigbalkophanging
③ Zuigbalk
④ Klemhendel
-
De zuigbalk in de zuigbalkophanging plaatsen.
-
Beide klemhendels naar onderen zwenken.
Werking
⚠ GEVAAR
Vallende voorwerpen
Gevaar voor letsel
In gebieden waar het bedieningspersoneel geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt.
LET OP
Gevaarlijke situatie tijdens bedrijf
Gevaar voor letsel
Zet bij gevaar de veiligheidsschakelaar in de stand "0".
Bestuurdersstoel instellen
- Bedien de stoelverstelhendel en verplaats de stoel naar de gewenste positie.
- Laat de hendel voor het instellen van de stoel los en zet de stoel vast.
Het apparaat inschakelen
-
Op de bestuurdersplaats plaats nemen.
-
De intelligente sleutel erin steken.
-
De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.
-
De programmaschakelaar op de gewenste functie draaien.
-
Als op het display een van de onderstaande indicaties verschijnt, dan de voet van het gaspedaal nemen, de veiligheidsschakelaar op "0" zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
Display Handeling
| Onderhoud Zuig-balk | De zuigbalk reinigen. |
| Onderhoud Bor-stelkop | De borstels op slijtage controleren en reinigen. |
| Onderhoud Zuiglip | De zuiglippen op slijtage en in-stelling controleren. |
| Onderhoud Turbi-nezeef | De turbinebeschermzeef reinigen. |
| Onderhoud Schoonw. filter | Het filter verswater reinigen. |
-
Op de infoknop drukken.
-
De teller voor het onderhoud terugzetten (zie "Grijze intelligente sleutel/onderhoudsteller terugzetten").
Instructie
Als de teller niet wordt teruggezet, verschijnt de onderhoudsindicator telkens bij het inschakelen van het apparaat opnieuw.
Licht inschakelen
Dagrijverlichting
De dagrijverlichting is aan als het apparaat ingeschakeld is.
Werklamp (optie)
-
Zet de programmaschakelaar op transport.
-
Op de infoknop drukken.
-
Draai de infoknop tot "Schakelmenu" wordt ge- toond.
-
Op de infoknop drukken.
-
Druk op de infoknop tot "Werklicht" is gemarkeerd.
-
Op de infoknop drukken
Parkeerrem controleren
ΔGEVAAR
Defecte parkeerrem
Gevaar voor ongevallen
Controleer voor elke handeling de werking van de par- keerrem op het niveau.
-
Het apparaat inschakelen
-
De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
-
Zet de programmaschakelaar op transport.
-
Het gaspedaal licht intrappen.
De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.
- Het gaspedaal loslaten
De rem moet hoorbaar vergrendelen.
Is dit niet het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice.
Rijden
ΔGEVAAR
Geen remwerking
Gevaar voor ongevallen
Voordat u het apparaat gebruikt absoluut de werking van de parkeerrem controleren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem niet werkt.
GEVAAR
Geen remwerking tijdens bedrijf
Als het apparaat tijdens het gebruik geen remwerking meer heeft, ga dan als volgt te werk:
Als het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand komt, mag u om veiligheidsredenen de veiligheidsschakelaar alleen op "0" zetten als u de correcte mechanische werking van de parkeerrem vóór de ingebruikneming van het apparaat hebt gecontroleerd.
Stel het apparaat na het bereiken van de stilstand buiten bedrijf en bel de klantenservice.
Neem de onderhoudsvoorschriften voor remmen in acht.
ΔGEVAAR
Onvoorzichtig rijden
Kantelgevaar
Rij in rijrichting en dwars op de rijrichting alleen op hellingen tot maximaal 10% (Adv 15%).
Draai niet op hellingen.
Rijd langzaam door bochten en op natte ondergrond Rijd met het apparaat uitsluitend op verharde onder- grond.
Verhoogd kantelgevaar bij apparaten met een beschermdak
Als het beschermdak tegen obstakels botst, is er een verhoogde kans op kantelen.
Rijd voorzichtiger als u een apparaat met beschermdak gebruikt.
Let op de maximale doorrijhoogte op de plaats van gebruik. De hoogte van het apparaat vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens".
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
Beweeg voorzichtig zodat uw hoofd het beschermdak niet raakt wanneer u op het apparaat stapt.
Instructie
De rijrichting kan tijdens het rijden worden gewijzigd. Zo kunnen door het meermaals vooruit- en terugrijden heel matte plaatsen worden gepolijst.
-
De zitpositie innemen.
-
De intelligente sleutel erin steken.
-
De veiligheidsschakelaar op "1" zetten
-
De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
-
De rijrichting met de rijrichtingsschakelaar aan het bedieningspaneel instellen.
-
De rijsnelheid door het indrukken van het gaspedaal bepalen.
-
Het gaspedaal loslaten.
Het apparaat stopt.
Bij overbelasting wordt de rijmotor uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij oververhitting van de besturing wordt het betreffende aggregaat uitgeschakeld.
-
Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
-
De programmaschakelaar op "OFF" zetten, kort wachten en op het gewenste programma zetten.
Verswater bijvullen
Vul vers water bij met het vulsysteem
-
Sluit de waterslang aan op de aansluiting van het vulsysteem (maximale watertemperatuur 50 °C).
-
De watertoevoer openen.
-
Bewaak het apparaat. Het automatische vulsysteem onderbreekt de watertoevoer, als de verswatertank vol is.
-
De watertoevoer sluiten.
-
Verwijder de waterslang.
Verswater bijvullen
-
Het deksel van het verswaterreservoir openen.
-
Het verse water (maximaal 50 °C) tot 15 mm onder de bovenkant van de tank vullen.
Instructie
Als eerst reinigingsmiddel en vervolgens water in het reinigingsmiddelreservoir wordt gevuld, dan dit tot sterke schuimvorming leiden.
Vóór de eerste ingebruikneming het verswaterreservoir volledig vullen om het waterleidingsysteem te ontluchten.
- Het deksel van de verswatertank sluiten.
Reinigingsmiddel vullen
Aanwijzingen over reinigingsmiddelen
⚠ WAARSCHUWING
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Gezondheidsgevaar, beschadiging van het apparaat Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen. Voor andere reinigingsmiddelen is de exploitant het verhoogde risico met betrekking tot de bedrijfsveiligheid en het gevaar voor ongevallen.
Gebruik alleen reinigingsmiddelen die vrij zijn van chloor, oplosmiddelen, zout- en fluorwaterstofzuur. Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reinigingsmiddelen in acht.
Instructie
Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.
Aanbevolen reinigingsmiddelen
| Toepassing Zuiveringsmid- | delen |
| Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren | RM 746RM 756RM 780 |
| Onderhoudsreiniging van glanzendeoppervlakken (bijvoorbeeld graniet) | RM 755 es |
| Onderhoudsreiniging, tussentijdsereiniging en basisreiniging van industriële vloeren | RM 69 Industrie-reiniger |
| Onderhoudsreiniging en basisreini-ging van steengoed tegels | RM 753 |
| Onderhoudsreiniging van tegels inhet sanitaire bereik | RM 751 |
| Decoating van alle alkalibestendigevloeren (bijvoorbeeld PVC) | RM 752 |
| Decoating van linoleumvloeren RM 754 | |
Reinigingsmiddel met doseerinrichting vullen
Alleen variant DOSE:
Aan het vers water wordt op weg naar de reinigingskop door een doseerinrichting reinigingsmiddel toegevoegd
- Het reinigingsmiddel in de reinigingsmiddelbus vullen.
Instructie
Met de doseerinrichting kan maximaal 3 % reinigingsmiddel worden gedoseerd. Als de dosering hoger is, moet het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir worden gedaan.
LET OP
Gevaar voor verstopping
Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan de vers- watertank kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de wer- king van de doseerinrichting verstoren.
Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma mel watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de reinigingsmiddeldosering in op 0.
Instructie
Het apparaat heeft een verswaterniveau-indicator op het display. Bij een leeg verswaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld. De reinigingskop blijft werken zonder toevoer van vloeistof.
Reinigingsmiddel in de tank doen
- Het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir vullen.
Opmerking: De deksel voor de vulopening van het verswaterreservoir kan voor het meten van het reinigingsmiddel worden gebruikt. Hij is aan de binnenzijden voorzien van een schaalindeling.
Parameters instellen (gele intelligente sleutel)
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooraf ingesteld.
Afhankelijk van de autorisatie van de gele intelligente sleutel kunnen afzonderlijke parameters worden gewijzigd.
De wijziging van de parameters is slechts actief tot met de programmaschakelaar een ander reinigingsprogramma wordt gekozen.
Als parameters permanent moeten worden gewijzigd, dan moet voor de instelling een grijze intelligente sleutel worden gebruikt. De instelling wordt beschreven in de paragraaf "Grijze intelligente sleutel".
Instructie
Vrijwel alle displayteksten over de parameterinstelling spreken voor zich. De enige uitzondering is de FACT-parameter:
- Fine Clean: Laag borsteltoerental voor het verwijderen van grijze waas op keramische steen.
- Whisper Clean: Gemiddeld borsteltoerental voor de onderhoudsreiniging met verlaagd geluidsniveau.
- Power Clean: Hoog borsteltoerental voor het polijs- ten, kristalliseren en vegen.
-
De programmaschakelaar op het gewenste reini- gingsprogramma zetten.
-
Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken
De ingestelde waarde knippert.
-
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
-
De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overgenomen.
Zuigbalk instellen
De zuigbalk moet alleen in speciale gevallen worden bijgesteld. De instelling af fabriek is voor de meeste toe-passingen geschikt.
Helling instellen
De helling moet zodanig worden ingesteld dat de zuiglippen van de zuigbalk over de gehele lengte gelijkmatig op de vloer worden gedrukt.
- Plaats het apparaat op een oppervlak zonder helling.
- De programmaschakelaar in stand "Zuigen" draaien.
- Het apparaat een klein stuk vooruit schuiven.
- Lees het waterpas af.
Afbeelding P
① Schroef
② Moer
③Waterweegschaal
- De moer losdraaien.
- Stel de schroef zodanig in dat de niveau-indicator tussen de twee lijnen staat.
- Draai de moer vast.
- Om de nieuwe instelling te controleren, beweegt u het apparaat een stuk verder naar voren. Herhaal indien nodig het instellingsproces.
- De programmaschakelaar in stand "OFF" draaien.
Hoogte instellen
Met de hoogteverstelling wordt de buiging van de zuiglippen bij contact met de vloer beïnvloed.
Instructie
Basisinstelling: 3 ringen boven, 3 ringen onder de zuigbalk.
Oneffen vloer: 5 sluitringen boven, 1 sluitring onder de zuigbalk.
Zeer gladde vloer: 1 sluitring boven, 5 sluitringen onder de zuigbalk.
- De moeren losschroeven.
Afbeelding Q
① Moer
②Onderlegring
③ Afstandsrol met houder
- Plaats het gewenste aantal ringen tussen de zuigbalk en de afstandsrol.
- De resterende onderlegringen boven de afstandrol aanbrengen.
- De moer erop schroeven en vastdraaien.
- Het proces bij de tweede afstandsrol herhalen.
Instructie
Stel beide afstandsrollen in op dezelfde hoogte.
Stel de schraperlip in
De schraperlippen moeten alleen bij de D-reinigingskop worden afgesteld.
- Stel de schraperlippen door verdraaien van het instelwiel zodanig in dat de schraperlip de vloer raakt.
- Draai het instelwiel nog eens 1 slag omlaag.
Sproeikop
De slang met de sproeikop wordt aan de achterkant van het apparaat aangebracht. Hij dient voor het wegspoelen van vuil en voor de handmatige reiniging van het vuilwaterreservoir.
Afbeelding R
① Sproeikop
- De sproeikop sluiten door eraan te draaien.
- De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot "Tankspoeling" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot "ON" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
De waterpomp transporteert vers water door de sproeikop.
- De sproeikop op het doel richten en openen door te draaien.
Reinigen
- Neem plaats op de stoel.
- Steek de Intelligent Key erin.
- Zet de veiligheidsschakelaar op "1".
- Zet de rijrichtingschakelaar op voorwaarts rijden.
- Stel de programmaschakelaar in op het gewenste reinigingsprogramma.
- Bepaal de snelheid met het rijpedaal.
- Met de rijrichtingshendel de rijrichting selecteren.
- Over het te reinigen oppervlak rijden.
Zijschrobdek (optie) Het zijschrobdek vereenvoudigt het werken dichtbij de rand.
Instructie
Het zijschrobdek is niet actief in de programma's voor polijsten en zuigen.
- Bedien de zijschrobschakelaar. Het zijschrobdek wordt geactiv
- Om het werken met het zijschrobdek te beëindigen, zet u de schakelaar van het zijschrobdek op "0".
Werking beëindigen
Reiniging beëindigen
- Zet de programmaschakelaar op rijden.
- Een kort traject verder rijden.
Het restwater wordt afgezogen.
- De programmaschakelaar in stand "OFF" draaien.
- Neem de Intelligent Key eruit.
- Eventueel de accu laden.
Vuilwater aftappen
⚠ WAARSCHUWING
Onjuiste afvoer van afvoerwater
Milieuverontreiniging
Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behandeling van afvoerwater in acht.
Instructie
Als de vuilwatertank vol is, schakelt de zuigturbine uit en het display toont """.
- De afvoerslang vuil water uit de houder nemen en het deksel van de afvoerslang openen.
Afbeelding S
①Afvoerslang vuil water
- Het slangeinde samendrukken en via de afvoerinrichting neerlaten.
- De sterkte van de vuilwaterstraal door samendrukken van het slangeinde regelen.
- Het vuilwaterreservoir met helder water schoonspoelen.
- Het deksel aan de afvoerslang sluiten.
- De vuilwaterslang in de houder aan het apparaat drukken.
Vuilwatertank-spoelsysteem (optie)
- Verwijder de vuilwater-afvoerslang uit de houder en open het deksel van de afvoerslang.
- Sluit de deksel van de brandtstoftank.
- Sluit een watertoevoerslang aan op de wateraansluiting van het vuilwatertank-spoelsysteem.
- Open de waterinlaat en spoel de vuilwatertank ongeveer 30 seconden.
- Herhaal indien nodig het spoelproces 2 tot 3 keer.
- De watertoevoer sluiten.
- De watertoevoerslang van het apparaat scheiden.
- Sluit de afvoerslang voor vuilwater en druk in de houder.
Container voor grof vuil legen
Een container voor grof vuil is alleen aan R-reinigings-koppen aanwezig.
- De container voor grof vuil optillen en eruit trekken.
- De container voor grof vuil legen.
- De container voor grof vuil weer aanbrengen.
Verswater aftappen
- De afsluiting verswatertank openen.
- Tap het verse water af.
- Het filter reiniger
- Breng de afsluiting verswatertank aan.
Apparaat parkeren
- De programmaschakelaar op "OFF" draaien.
- De intelligente sleutel eruit trekken.
- Het apparaat tegen wegrollen beveiligen.
- Eventueel de accu laden.
Grijze Intelligent Key
De grijze Intelligent Key geeft de het toezichtspersoneel uitgebreide bevoegdheden en instelmogelijkheden.
1. Steek de Intelligent Key erin.
2. Selecteer de gewenste functie door verdraaien van de infoknop.
Transportrit
-
De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
-
Op de infoknop drukken.
In het menu "Transportrit" kunnen volgende instellingen worden uitgevoerd:
• Onderhoudsteller terugzetten
- Sleutelbeheer
- Borstelvorm selecteren
- Nalooptijden
- Accutype instellen
- Basisinstelling
• Ta al in stellen
- Menu "Schakelaar"
• Fabrieksinstelling
Onderhoudsteller terugzetten
Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd die op het display worden weergegeven, moet vervolgens de onderhoudsteller wordt teruggezet.
-
Aan de infoknop draaien tot "Onderhoudstelle" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
De tellerstanden worden weergegeven. - Aan de infoknop draaien tot de te wissen teller wordt geaccentueerd.
- Op de infoknop drukken.
- "Yes" selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken.
De teller is gewist.
Instructie
De serviceteller kan alleen door de klantenservice worden gereset.
De serviceteller toont de tijd tot de volgende servicebeurt die door de klantenservice moet worden uitgevoerd.
Sleutelbeheer
In het menupunt "Sleutelmenu" worden de bevoegdhe- den voor elke gebruikte gele intelligente sleutel toege- kend en wordt de taal van de displayweergave voor deze intelligente sleutel ingesteld.
- De grijze intelligente sleutel erin steken.
- Aan de infoknop draaien tot op het display het menupunt "Sleutelmenu" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- De grijze intelligente sleutel eruit trekken en de te personaliseren gele intelligente sleutel erin steke
- Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken
- De instelling van het menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- De instelling bevestigen door op het menupunt te drukken.
- Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Nadat alle instellingen zijn uitgevoerd, het menu "Opslaan?" oproepen door aan de infoknop te draai- en.
- Op de infoknop drukken
De bevoegdheden zijn opgeslagen
De displayweergave "Sleutelmenu Doorgaan?" verschijnt.
• Yes: Andere intelligente sleutel programmeren
• No: Sleutelmenu verlaten
12. Op de infoknop drukken.
Borstelvorm selecteren
Deze functie is vereist bij het vervangen van de reini- gingskop.
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Borstel-kop" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste borstel- vorm is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken
-
De hefaandrijving voor het vervangen van de reini- gingskop bewegen door aan de infoknop te draaien:
-
"up": Heffen
- "down": Neerlaten
-
"OFF": Stoppen
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "OFF" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten.
De besturing voert een herstart uit.
Nalooptijden
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Naloop-tijden" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste nalooptijd wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
Accutype instellen
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Batterijmenu" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot het gewenste accutype is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
Basisinstelling
Tijdens het gebruik uitgevoerde wijzigingen aan de parameters van de verschillende reinigingsprogramma's
worden na het uitschakelen van het apparaat naar de basisinstelling teruggezet.
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisinstelling" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot het gewenste reini- gingsprogramma is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter wordt gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert. - De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken.
Taal instellen
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Taal." op het display wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
-
Aan de infoknop draaien tot de gewenste taal is gemarkeerd.
-
Op de infoknop drukken.
Menu "Schakelaar"
In dit menu wordt de werklamp vrijgegeven of geblokkeerd.
- Aan de infoknop draaien tot "Schakelmenu" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot "Werklicht" is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
Fabrieksinstelling
De fabrieksinstelling van alle reinigingsparameters wordt hersteld.
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Fabr.in-stelling" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot "Yes" wordt geaccentueerd.
- Op de infoknop drukken.
Parameters voor reinigingsprogramma's instellen
Alle parameters voor reinigingsprogramma's blijven behouden tot een andere instelling wordt geselecteerd.
-
De programmaschakelaar op het gewenste reini- gingsprogramma zetten.
-
Op de infoknop drukken. De eerste instelbare parameter wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken De ingestelde waarde knippert.
-
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
-
De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overgenomen.
-
De volgende parameter selecteren door aan de infoknop te draaien.
-
Na het wijzigen van alle gewenste parameters aan de infoknop draaien tot het menupunt "Menu verlaten?" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken. Het menu wordt verlaten.
Transport
⚠ GEVAAR
Rijden op stijgende hellingen
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
Rij langzaam.
⚠VOORZICHTIG
Niet in acht nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat.
-
Bij gemonteerde D-reinigingsknop de schijfborstels uit de borstelkop verwijderen.
-
Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de geldende richtlijnen tegen wegglijden en omvallen beveiligen.
Afbeelding T
① Sjorband
Opslag
⚠VOORZICHTIG
Niet in acht nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het apparaat.
LET OP
Vorst
Vernietiging van het apparaat door bevriezend water. Verwijder al het water uit het apparaat.
Bewaar het apparaat op een vorstvrije plaats.
Houd bij het kiezen van de parkeerplaats rekening met het totale gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet in gevaar te brengen.
- Dit apparaat mag alleen in binnenruimtes worden opgeslagen.
- Voor een langere levensduur de batterijen volledig opladen.
- De batterijen bij opslag minstens één keer per maand volledig opladen.
Verzorging en onderhoud
⚠ GEVAAR
Per ongeluk opstartend apparaat
Verwondingsgevaar, elektrische schok
Draai de programmaschakelaar in stand "OFF".
Verwijder de Intelligent Key voor alle werkzaamheden aan het apparaat.
Trek de netstekker van de oplader eruit.
Trek de accustekker eruit.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
De zuigturbine blijft draaien nadat het apparaat is uitgeschakeld.
Voer pas werkzaamheden aan het apparaat uit als de zuigturbine niet meer draait.
- Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren.
Onderhoudsintervallen
Na elk gebruik
LET OP
Ondeskundige reiniging
Beschadigingsgevaar.
Spuit het apparaat niet schoon met water.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen
Voor de gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk "Onder-
houdswerkzaamheden".
- Het vuilwater aftappen.
- Het vuilwaterreservoir spoelen.
- De grofvuilzeef reinigen.
- De turbinebeschermzeef reinigen.
- Alleen R-reinigingsknop: Het reservoir voor grof vuil eruit nemen en leegmaken.
- Het apparaat van buiten met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen.
- De zuiglippen schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
- De afstrijklippen schoonmaken, op slijtage controle- ren en indien nodig vervangen.
- De borstels schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
- De accu laden.
- Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volledig en zonder onderbrekingen opladen.
- Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu alleen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt.
Wekelijks
- Bij regelmatig gebruik de accu minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen
Eens per maand
- Bij tijdelijk stilgelegd apparaat (opslag): De compensatielading van de accu uitvoeren.
- De accupool op oxidatie controlleren, indien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten.
- De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen.
- Bij niet-onderhoudsvrije accu's de zuurdichtheid van de cellen controleren.
- Alleen R-reinigingsknop: De borsteltunnel reinigen.
- Alleen R-reinigingsknop: De waterverdeelijst aan de reinigingskop lostrekken en het waterkanaal reinigen.
Afbeelding U
- Bij een langere stilstandtijd het apparaat met volledig opgeladen accu's afzetten. De accu minstens maandelijks volledig opladen.
Jaarlijks
- De voorgeschreven inspectie door de klantenservice laten uitvoeren.
Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract
Met uw dealer kunt u een regelmatige veiligheidsinspectie vastleggen of een onderhoudscontract afsluiten. Vraag hierover advies.
Onderhoudswerkzaamheden
Turbinebeschermzeef reinigen
-
De deksel van het vuilwaterreservoir openen.
-
De vergrendelingsshaken samendrukken.
Afbeelding V
① Grendelhaak
②Vlotter
③ Turbinebeschermzeef
-
De vlotter verwijderen.
-
De turbinebeschermzeef linksom draaien.
-
De turbinebeschermzeef verwijderen
-
De turbinebeschermzeef onder stromend water reinigen.
-
De turbinebeschermzeef opnieuw aanbrengen.
-
De vlotter aanbrengen
Zuiglippen omkeren of vervangen
Als de zuiglippen zijn versleten, moeten ze worden omgekeerd of vervangen.
De zuiglippen kunnen 3 keer worden omgekeerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.
-
De zuigbalk verwijderen.
-
De stergreep eruit schroeven.
Afbeelding W
① Stergreep
② Spanband
③ Binnenste gedeelte zuigbalk
④ Spansluiting
-
Het binnenste gedeelte van de zuigbalk eruit trekken.
-
De spansluiting openen.
-
De spanband verwijderen.
-
De zuiglippen uit het binnenste gedeelte verwijderen.
Afbeelding X
① Afstrijklip
② Steunlip
③ Binnenste gedeelte zuigbalk
④ Spanband
-
De gebruikte of nieuwe zuiglippen op de noppen van het binnenste gedeelte van de zuigbalk drukken.
-
De spanband aanbrengen.
-
Het binnenste gedeelte van de zuigbalk in het bovenste deel schuiven.
-
De stergreep erin schroeven en vastdraaien.
Grofvuilfilter reinigen
- Open de deksel van de vuilwatertank.
Afbeelding Y
① Grofvuilzeef
②Pluizenzeef
-
De grofvuilzeef er omhoog aftrekken.
-
De grofvuilzeef onder stromend water schoonspoelen.
-
Plaats de grofvuilzeef in de vuilwatertank.
D-reinigingskop inbouwen
-
De houder van de reinigingskop optillen (zie hoofdstuk "Grijze intelligente sleutel / ... / borstelvorm selecteren").
-
De reinigingskop zodanig onder het apparaat schuiven dat de slang naar achteren wijst.
-
De reinigingskop slechts voor de helft onder het apparaat schuiven.
-
De grendelnok naar links drukken en het deksel aan de reinigingskop verwijderen.
Afbeelding Z
1 Grendelnok
②Deksel
- De voedingskabel van de reinigingskop met de kabel van het apparaat verbinden (gelijke kleuren moeten met elkaar overeenkomen).
Afbeelding AA
① Kabel apparaat
②Voedingskabel
-
De deksel erop doen en laten vergrendelen.
-
De reinigingskop in het midden onder het apparaat duwen.
-
De slangkoppeling aan de reinigingskop met de slang aan het apparaat verbinden.
Afbeelding AB
① Slangkoppeling
② Slang
- De lip in het midden van de reinigingskop tussen de vork in de hendel plaatsen.
Afbeelding AC
①Borgpen
②Hendel
③Lus
-
De houder van de reinigingskop zodanig uittlijnen dat de boringen in de hendel en reinigingskop overeenkomen.
-
De borgpen door de boringen steken en de borgplaat omlaagzwenken.
-
De cilinderstift in de boring van de trekstang schui- ven.
Afbeelding AD
①Trekstang
②Cilinderstift
③ Geleidingsbaan
-
De trekstang in de geleidingsbaan aan de reini- gingskop volledig omlaag duwen.
-
De borgplaat in de geleidingsplaat aanbrengen en vastklikken.
-
De procedure met de trekstang aan de tegenoverliggende zijde herhalen.
-
De grijze intelligente sleutel erin steken.
-
Het borsteltype "Disk" instellen.
D-reinigingskop uitbouwen
- De borgplaat indrukken en de trekstang naar boven zwenken.
Afbeelding AJ
① Beveiligingsplaat
②Trekstang
- De verdere uitbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde van de inbouw.
R-reinigingskop inbouwen
- Beide afdekkingen verwijderen.
Afbeelding AE
①Deksel
② Schroef, deksel
③ Afdekking
④ Schroef, houder
⑤Houder
-
De schroeven voor de houders eruit draaien.
-
Beide houders verwijderen
-
De schroef aan het deksel eruit draaien.
-
Beide trekstangen aan de oogschroeven bevestigen.
Afbeelding AF
①Trekstang
② Kartelmoer
③ Moer
④Oogbout
-
De reinigingskop in het midden onder het apparaat duwen.
-
Beide trekstangen aan de houders bevestigen (aan-haalmoment: 25 Nm).
Afbeelding AG
① Bout M8x20
② Schijf
③Houder
④Trekstang
- De lip in het midden van de reinigingskop tussen de vork in de hendel plaatsen.
Afbeelding AH
O
② Schijf
③ Veerstekker
④Bout
⑤Lus
-
De houder van de reinigingskop zodanig uitlijnen dat de boringen in de hendel en reinigingskop overeenkomen.
-
De bout door vork en lip steken.
-
Een schijf op de bout aanbrengen.
-
De bout met de borgclip borgen
-
De slangkoppeling aan de reinigingskop met de slang aan het apparaat verbinden.
Afbeelding AB
① Slangkoppeling
② Slang
- De deksel openen. Afbeelding AI
①Deksel
-
De voedingskabel van de reinigingskop met de kabel van het apparaat verbinden (gelijke kleuren moeten met elkaar overeenkomen).
-
Het deksel aanbrengen en met de schroef borgen.
-
Een waterpas parallel aan de rijrichting aan de zijde van de reinigingskop leggen.
-
Door het verstellen van de kartelschroef en de moer aan de oogbout de reinigingskop horizontaal uitlijnen.
-
De instelling aan de andere zijde van het apparaat herhalen.
-
De grijze intelligente sleutel erin steken.
-
Het borsteltype "Brush" instellen.
Borstelwalsen vervangen
Instructie
Vervang de borstelwalsen, als de borstellengte 10 mm heeft bereikt.
-
De reinigingskop optillen.
-
De greep voor de borstelwissel eruit trekken.
Afbeelding AL
①Greep borstelwissel
②Lagerdeksel met afstrijklip
③ Borstelwals
-
Het lagerdeksel met afstrijklip verwijderen.
-
De borstelwals eruit trekken.
-
De nieuwe borstelwals inzetten en op de meenemer centreren.
Afbeelding AM
①Meenemer
②Opnamedoorn
- Het lagerdeksel met afstrijklip aanbrengen.
Instructie
Zorg ervoor dat de borstelwals op de opnamedoorn zit en niet eronder.
-
De greep voor de borstelwissel naar boven zwenken en vastklikken.
-
De bewerking aan de tegenoverliggende zijde her-halen.
Schijfborstels vervangen
-
De reinigingskop optillen.
-
Het pedaal borstelwissel over de weerstand heen omlaag drukken.
Afbeelding AK
①Pedaal borstelwissel
-
De 1e schijfborstel er zijdelings onder de reinigings-kop uittrekken.
-
De nieuwe schijfborstel onder de reinigingskop houden, omhoog drukken en vergrendelen.
-
De procedure de 2e schijfborstel herhalen.
Vervang zijschrobborstel (optie)
- De borstelwisselhendel omlaag drukken.
Afbeelding AN
① Borstel zijdelingse schrobmodule
②Hendel borstelwissel
De borstel valt uit de houder.
- Houd de nieuwe borstel onder het zijschrobdek, druk hem omhoog en laat hem vergrendelen
Zijbezem vervangen (alleen variant SB)
- 3 schroeven eruit draaien.
Afbeelding AP
① Zijbezem
② Schroef
-
De zijbezem verwijderen.
-
De nieuwe zijbezem erop schuiven.
-
3 schroeven erin draaien en aanhalen.
Filter verswater reinigen
-
Tap vers water af (zie hoofdstuk "Vers water aftappen").
-
De afsluiting van het verswatertank losschroeven.
Afbeelding AO
① Filter verswater
② Afsluiting verswaterreservoir
-
Het filter verswater eruit trekken en met schoon water schoonspoelen.
-
Het filter verswater plaatsen.
-
De afsluiting van het verswaterreservoir aanbren-gen.
Opmerking: Zorg ervoor dat de slangaansluiting in de afsluiting verswaterreservoir na het vastschroeven op het diepste punt ligt.
Hulp bij storingen
ΔGEVAAR
Het apparaat kan onverwacht starten
Mensen die aan het apparaat werken, kunnen gewond raken.
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de Intelligent Key eruit.
Trek voor alle werkzaamheden de netstekker van de in- terne oplader uit het stopcontact.
Ontkoppel de accustekker voor alle werkzaamheden.
-
Het vuilwater aftappen.
-
Tap het resterende verse water af.
Instructie
Neem contact op met de klantenservice, als de fout niet kan worden verholpen met de volgende instructies.
Storingen weergegeven op het display
Bij storingen die op het display worden weergegeven als volgt te werk gaan:
- Storingsindicatie als cijfercode
Bij een storingsindicatie met cijfercode de storing (het apparaat) eerst terugzetten:
a De programmaschakelaar op "OFF" zetten.
b Wachten tot de cijfercode op het display is uitgegaan.
c De programmaschakelaar op het vorige programma zetten.
Pas als de fout opnieuw optreedt, de desbetreffende remedies in de opgegeven volgorde uitvoeren. Hierbij moet de sleutelschakelaar op "0" worden gezet en moet de noodstoptoets worden ingedrukt.
d Als de fout niet kan worden verholpen, met de
klantenservice contact opnemen en de foutmelding vermelden.
- Storingsindicatie als tekst
a De aanwijzingen op het display uitvoeren.
b De storing door het indrukken van de infoknop bevestigen.
Instructie
Storingsmeldingen die niet in de volgende tabel zijn vermeld, geven storingen aan die niet door de bediener kunnen worden verholpen. Neem in dit geval met de klantenservice contact op.
| Storing Remedie | |
| Zitschakelaar open! 1. Het gaspedaal ontlasten.2. De bestuurdersstoel kort ontlasten zodat de besturing de functie van de stoelschakelaar kan controleren. | |
| Gaspedaal loslaten! 1. Het gaspedaal loslaten. | |
| Geen Rijrichting! 1. Contact opnemen met de klantenservice. | |
| Batterij ontladen! 1. De accu opladen. | |
| Batterijspanning niet toegestaan! | 1. Contact opnemen met de klantenservice. |
| Laadmodule defect! 1. De oplader controleren. | |
| Schoonwaterres leeg! | 1. Het verswaterreservoir bijvullen. |
| Storing Remedie | |
| Bürstendruck niet bereikt! | 1. De borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen.2. De reinigingskop op werking controleren: neerlaten, optillen. |
| Vull water. vol! 1. Leeg het vuilwaterreservoir. | |
| Rem defect!! 1. Niet meer met het apparaat rijden.2. Contact opnemen met de klantenservice. | |
| Tractiemotor te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.2. Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.3. Bij herhaling met de klantenservice contact opnemen. | |
| Claxon defect! 1. Contact opnemen met de klantenservice. | |
| Kop CPU te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.2. De besturing minstens 5 minuten laten afkoelen.3. Bij ruwe bodem de borsteldruk duidelijk verlagen.4. Bij herhaling met de klantenservice contact opnemen. | |
| Borstelaandrijv Overbelasting! 1. De borstelspiegel laten instellen. | |
Storingen zonder weergave op het display
| Storing Remedie | |
| Het apparaat kan niet gestart worden | 1. Op de bestuurdersplaats gaan zitten.2. Voordat u de veiligheidsschakelaar inschakelt, uw voet van het rijpedaal nemen.3. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.4. De accu's controleren, eventueel opladen.5. De programmaschakelaar op "OFF" zetten.6. Wacht 10 seconden.7. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programma.8. Rijd indien mogelijk alleen met het apparaat op een vlakke vloer.9. Controleer eventueel de parkeerrem.Als de storing toch weer optreedt, de klantenservice raadplegen. |
| De waterhoeveelheid is onvoldoende | 1. Controleer het verswaterniveau, vul indien nodig de tank volledig zodat de lucht eruit gedrukt wordt.2. Verwijder het filter voor vers water en reinig het.3. Plaats het filter en schroef de afsluiting erop.4. Alleen R-reinigingskop: Trek de waterverdeellijst van de reinigingskop af.5. Alleen R-reinigingskop: Reinig het waterkanaal.6. De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen. |
| Het zuigvermogen is te gering | 1. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, eventueel vervangen.2. De turbinebeschermzeef op verontreiniging controleren, indien nodig reinigen.3. De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel omkeren of vervangen.4. Het deksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.5. Het deksel van het spoelsysteem van het vuilwaterreservoir sluiten.6. De zuigslang op verslopping controleren eventueel reinigen.7. De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.8. De instelling van de zuigbalk controleren. |
| Het reinigingsresultaat is onvoldoen-de | 1. Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.2. Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.3. Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.4. De snelheid reduceren.5. Stel de contactdruk in.6. Stel de schraperlippen in.7. De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.8. Controleer de wateruitvoer. |
| De borstels draalen niet 1. Verminder de contactdruk. | 2. Controleer of een vreemd voorwerp de borstel blokkeert, eventueel het vreemde voorwerp verwijderen.3. Laat de motor afkoelen als deze overbelast is.4. De programmaschakelaar op "OFF" zetten.5. Wacht 10 seconden.6. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programma.7. Controleer of de stekker van het apparaat in de reinigingskop is gestoken. |
| Het apparaat remt niet | 1. De ontgrendeling van de rem ongedaan maken (zie "Montage/uitpakken/apparaat van de pallet duwen"). |
| De vuilwater-afvoerslang is verstopt | 1. De deksel van het doseerapparaat openen.2. Trek de zuigslang van de zuigbalk en sluit deze af met de hand.3. Zet de programmaschakelaar op "Zuigen".De verstopping wordt uit de afvoerslang in de vuilwatertank gezogen. |
| De reinigingsmiddeldosering dosis functioneert niet | 1. Alleen versie Dosis: Bel de klantenservice. |
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we
binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon
contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge-
autoriseerde klantenservice.
(adres zie achterzijde)
Technische gegevens
| R 75 | D 75 | R 85 | D 90 | D 110 | ||
| Algemeen | ||||||
| Rijsnelheid, max. (Adv) | km/h | 6 (10) | 6 (10) | 6 (10) | 6 (10) | 6 (10) |
| Theoretische oppervlaktecapaciteit (Adv) | m^2/h | 4500 (7500) | 4500 (7500) | 5100 (8500) | 5400 (9000) | 6600 |
| Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijschrobdek | m^2/h | - | - | 5700 (9500) | 6000 (10000) | - |
| Praktische oppervlaktecapaciteit | m^2/h | 3200 (5300) | 3200 (5300) | 3600 (6000) | 3800 (6300) | 4600 |
| Volume vers-/vuilwaterreservoir, B 150 (B 200) | I | 150 (200) | 150 (200) | 150 (200) | 150 (200) | 150 (200) |
| Volume grofvuilreservoir | I | 7 | - | 9 | - | - |
| Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering) | I | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 |
| Reinigingsmiddeldosering | % | 0...3 | 0...3 | 0...3 | 0...3 | 0...3 |
| Waterdosering | l/min | 0...7 | 0...7 | 0...7 | 0...7 | 0...7 |
| Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | ||||||
| Oppervlaktedruk voorwiel B 150 (B 200) | N/mm^2 | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) |
| R 75 | D 75 | R 85 | D 90 | D 110 | |
| Oppervlaktedruk achterwiel B 150 (B 200) N/mm ^2 | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) |
| Oppervlaktebelasting (gewicht/parkeerplaats) (Adv) B 150 / kg/m ^2 B 200 | 599 (612) / 567 /-- ) | 599 (612) / 567 /-- ) | 599 (612) / 567 /-- ) | 599 (612) / 567 /-- ) | 599 (612) / 567 /-- ) |
| Oppervlaktedruk voorwiel B 150 low wheel pressure N/mm ^2 | 0,172 | 0,172 | 0,172 | 0,172 | 0,172 |
| Oppervlaktedruk achterwiel B 150 low wheel pressure links N/mm ^2 /rechts | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 |
Afmetingen
Lengte B 150 (B 200) mm 1690 (1940) 1690 (1940) 1690 (1940) 1690 (1940) 1690 (1940)
Breedte zonder zuigbalk B 150 (B 200) mm 810 (850) 810 (850) 910 (910) 980 (980) 1110
Hoogte mm 1390 1390 1390 1390 1390
| Hoogte met beschermdak (optie) | mm 2060 2060 2060 2060 2060 | |||||
| Werkbreedte | mm | 750 | 750 | 850 | 900 | 1100 |
| Werkbreedte met zijschrobdek | mm | - | - | 950 | 1000 | - |
| Werkbreedte met 1 zijbezem | mm 1080 1080 1080 1080 1080 | |||||
| Afmetingen verpakking lxbxh B 150 (B 200) | mm | 1870x1120x1700(2040x1120x1800) | 1870x1120x1700(2040x1120x1800) | 1870x1120x1700(2040x1120x1800) | 1870x1120x1700(2040x1120x1800) | 1870x 1120x1700(2040x1120x1800) |
Bandenuitrusting
| Voorwiel, breedte (low wheel pressure) | mm | 90 (235) | 90 (235) | 90 (235) | 90 (235) | 90 (235) |
| Voorwiel, diameter (low wheel pressure) | mm 265 (290) | 265 (290) | 265 (290) | 265 (290) | 265 (290) | |
| Achterwiel, breedte (low wheel pressure) | mm | 75 (125) | 75 (125) | 75 (125) | 75 (125) | 75 (125) |
| Achterwiel, diameter (low wheel pressure) | mm | 350 (350) | 350 (350) | 350 (350) | 350 (350) | 350 (350) |
Gewicht
| Toegestaan totaal gewicht B 150 (B 200) | kg | 957 (994) | 957 (994) | 957 (994) | 957 (994) | 957 (994) |
| Leeg gewicht (transportgewicht) B 150 (B 200) | kg | 727 (699) | 727 (699) | 727 (699) | 727 (699) | 727 (699) |
| Borstelcontactkracht, max. | N (kg) | 765 (78) | 641 (65) | 844 (86) | 778 (79) | 925 (94) |
| Borstelcontactkracht, max. | N/m^2(g/cm^2) | 27300 (280) | 3700 (40) | 26400 (270) | 2800 (30) | 2400 (25) |
Gegevens capaciteit apparaat
| Nominale spanning | V | 36 | 36 | 36 | 36 | 36 |
| Accucapaciteit | Ah (5 h) | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 |
| Gemiddelde netbelasting (Adv) | W | 2300 (3200) | 2200 (3100) | 2600 (3500) | 2400 (3300) | 2500 |
| Gemiddeld stroomverbruik met zijschrobdek (Adv) | W | 2400 (3300) | 2300 (3200) | 2700 (3600) | 2500 (3400) | 2600 |
| Vermogen rijmotor (Adv) | W | 600 (1400) | 600 (1400) | 600 (1400) | 600 (1400) | 600 |
| Vermogen zuigturbine | W | 750 | 750 | 750 | 750 | 750 |
| Vermogen borstelaandrijving | W | 2 x 600 | 2 x 600 | 2 x 750 | 2 x 600 | 2 x 600 |
| Beschermingsgraad | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 |
Zuigen
| Zuigvermogen, luchthoeveelheid | l/s | 27,3 | 27,3 | 27,3 | 27,3 | 27,3 |
| Onderdruk (max.) | kPa (mbar) | 21,1 (211) | 21,1 (211) | 21,1 (211) | 21,1 (211) | 21,1 (211) |
Reinigingsborstel
| Borsteldoorsnede | mm | 105 | 410 | 105 | 450 | 550 |
| Borstellengte | mm | 700 | - | 800 | - | - |
| Borsteltoerental | 1/min | 1200 | 180 | 1200 | 180 | 180 |
| Borsteldiameter zijschrobdek | mm | - | - | 220 | 220 | - |
| Borstelsnelheid zijschrobdek | 1/min | - | - | 210 | 210 | - |
Interne oplader
| Nominale spanning | V | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 |
| Frequentie | Hz | 50-60 | 50-60 | 50-60 | 50-60 | 50-60 |
| Stroomopname | A | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 |
Omgevingsvoorwaarden
| Toegestaan temperatuurbereik | °C | 5...40 | 5...40 | 5...40 | 5...40 | 5...40 |
| Watertemperatuuur max. | °C | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Waterdruk vulsysteem (optie) | MPa (bar) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) |
| Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsysteem (optie) | MPa (bar) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) |
| Relatieve luchtvochtigheid | % | 20...90 | 20...90 | 20...90 | 20...90 | 20...90 |
Helling
| Stijging werkbereik max.(Adv) | % | 10 (15) | 10 (15) | 10 (15) | 10 (15) | 10 (15) |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72
| Hand-arm-vibratiewaarde | m/s2 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 |
| Vibratiewaarde stoel | m/s2 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 |
| Onzekerheid K | dB(A) | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Geluidsdrukniveau L_pA normaal bedrijf | dB(A) | 67 | 67 | 67 | 67 | 67 |
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Geluidsvermogensniveau L_WA + onzekerheid K_WA normaal bedrijf | dB(A) | 85 | 85 | 85 | 85 | 85 |
Zijschrobdek
| Vermogen | W | - | - | 140 | 140 | - |
| Borstelcontactkracht, max. | N (kg) | - | - | 88 (9) | 88 (9) | - |
| Borstelcontactkracht, max. | N/m^2(g/cm^2) | - | - | 2943 (30) | 2943 (30) | - |
Technische wijzigingen voorbehouden.
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Vloerreiniger zittend bediende machine Type: 1.246-xxx
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2014/53/EU (TCU)
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-29
EN 60335-2-72
EN 62233: 2008
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 55014-1: 2006+A1: 2009+A2: 2011
EN 55014-2: 1997+A1: 2001+A2: 2008
EN 61000-3-2: 2014
EN 61000-3-3: 2013
EN 61000-6-2: 2005
TCU
EN 301 511 V12.5.1
EN 300 440 V2.1.1
EN 300 328 V2.2.2
EN 300 330 V2.1.1
Toegepaste nationale normen
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40
Purtați ochelari de protectie.

① Acoperiş de protectie
② Tabla de blocare
acoperis de protectie
Curățarea sitei de protectie a turbinei
①Rupjo netīrumu siets
② Pūku siets