Küppersbusch KMI9850.0SE - Fornuis

KMI9850.0SE - Fornuis Küppersbusch - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI9850.0SE Küppersbusch in PDF-formaat.

📄 152 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Küppersbusch KMI9850.0SE - page 67

Questions des utilisateurs sur KMI9850.0SE Küppersbusch

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI9850.0SE - Küppersbusch en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI9850.0SE van het merk Küppersbusch.

GEBRUIKSAANWIJZING KMI9850.0SE Küppersbusch

1 Algemene opmerkingen

Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofd- stuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodi- ge servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.

1.2 Reglementair gebruik

De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmid- delen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:

  • Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige wer- komstandigheden
  • Het gebruik in landbouwbedrijven
  • Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen
  • Het gebruik in logies en ontbijt
  • Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toe- zicht worden gebruikt. Inhoud 1 Algemene opmerkingen ............................................67

2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen ........68

2.1 Voor aansluiting en werking ...................................68

2.2 Voor de kookplaat in het algemeen .......................68

3 Beschrijving van het toestel .....................................71

4.1 Het inductiekookveld ..............................................72

4.6 Servies voor inductiekookplaat ..............................73

4.11 Kookplaat en kookzone inschakelen ...................74

7.1 Veiligheidsinstructies voor de

7.4 Variabele montagemogelijkheden:

Opliggende montage ..............................................81

7.5 Variabele montagemogelijkheden:

Randloze montage .................................................81

7.6 Afbeeldingen keukenkast .......................................82

7.9 4-polige stekker aansluiting

8 Buitenbedrijfstelling, afvoer .....................................87

8.1 Buitenbedrijfstelling ................................................87

8.2 Verwijderen van de verpakking..............................87

8.3 Verwijderen van oude apparaten ...........................87Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen

2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwin- gen

2.1 Voor aansluiting en werking

  • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
  • Aansluiting op het net, onderhoud en repara- tie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veilig- heidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes- kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid.
  • Als de netaansluitkabel van dit toestel be- schadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden.
  • Het toestel mag niet met een externe schakel- klok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt.

2.2 Voor de kookplaat in het algemeen

  • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken!
  • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermi- jd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
  • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
  • Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain- marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kun- nen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kook- plaat. De fabrikant kan hiervoor niet aanspra- kelijk worden gesteld!
  • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de knop uit en niet alleen met de panherken- ning.
  • Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Bran- dend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voor- zichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
  • De keramische plaat is zeer stevig. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken.
  • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitsch- akelen en contact opnemen met de klanten- service.
  • Als de kookplaat door een defect niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoudzekering uitschakelen en de klanten- service contacteren.
  • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur! Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen.
  • Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kook- plaat laten liggen.
  • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
  • Geen aluminiumfolie of kunststof op de ko- okzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwij- deren zolang deze nog warm is, om beschadi- gingen te vermijden.
  • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek ...) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen wor- den. Gevaar voor verbranding!
  • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
  • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddelli- jke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
  • Nooit gesloten conservenblikken en compo- undverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze ui- teenspatten!
  • Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de indicaties plaatsen!
  • Hete pannen niet in de buurt van de indicaties schuiven en deze niet afdekken.
  • Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden van de kookzone!
  • Grote pannen zoveel mogelijk op de achterste kookzones gebruiken, om te vermijden dat de indicaties te warm worden.
  • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat kunnen, moet de kinder- beveiliging worden geactiveerd.
  • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
  • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt!
  • Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kun- nen door de luchtstroom naar binnen gezogen worden. In beginsel moeten vloeistoff en en kleine onderdelen uit de buurt van het toestel worden gehouden.
  • Gebruik het toestel nooit zonder vetfi lter.
  • Verzadigde vetfi lters leveren brandgevaar op!
  • Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toegestaan, fl amberen is niet toegestaan!
  • Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) niet overschrijden, anders bestaat er vergifti- gingsgevaar.
  • Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven.
  • In circulatiebedrijf wordt het vocht uit de damp maar voor een klein deel verwijderd. Er moet daarom altijd voor voldoende toevoer van ver- se lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie.
  • Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid).
  • Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op een lage stand of activeer de automatische naloop.
  • Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis wor- den gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik van het toe- stel zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt.
  • De oppervlakken van verwarmings- en kook- zones worden heet tijdens de werking. Daa- rom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden.
  • Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaataf- dekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgegeven fornuisrekken of kookplaa- tafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kookplaa- tafdekkingen kan tot ongevallen leiden.
  • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzeke- ren dat hun implantaten niet door de induc- tiekookplaat worden beïnvloed (het frequen- tiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen

2.4 Symbool- en instructieverklaring

Het apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen. Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd. De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen: GEVAAR Opmerking die op een direct dreigend ge- vaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. OPGELET Opmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. LET OP Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het appa- raat zijn. OPMERKING Het in acht nemen van opmerkingen verge- makkelijkt de omgang met het apparaat. Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRI-

SCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektro- monteur worden verwijderd. OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN! Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen. De oppervlakken kunnen ook na het uitscha- kelen van het apparaat heet zijn. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR

DULES (ESD) IN ACHT NEMEN!. Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraanslui- tingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakper- soneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!Beschrijving van het toestel

3 Beschrijving van het toestel Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.

1. Inductiekookzone voor

2. Inductiekookzone achter

8. Knop kookzone voor

9. Knop kookzone achter

10. Knop kookzone voor

De keramische kookplaat wordt bediend met de knoppen op het paneel. Ze zijn traploos te bedienen en kunnen zowel rechtsom als linksom worden doorgedraaid. Door het doordraaien op aanslag worden diverse functies geactiveerd. Kookstandweergave (12) (13) De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: ...................Restwarmte ...................Powerstand ...................Panherkenning ...................Automatisch aankoken ....................Kinderbeveiliging ...................Brugfunctie , , ..........Warmhoudstanden 42°C/70°C/94°CBediening

4.1 Het inductiekookveld

De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevor- mende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd. Voordelen van het inductiekookveld

  • Energiebesparend koken door rechtstreekse energieo- verdracht op de pan (aangepaste pannen van magneti- seerbaar materiaal zijn noodzakelijk),
  • meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorge- geven als er een pan op de kookzone staat,
  • energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbo- dem met een hoog rendement,
  • hoge opwarmsnelheid,
  • weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat al- leen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,
  • snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.

Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstand- weergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstand- weergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende . Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de pan- herkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. Panherkenningsgrenzen Kookzonediameter (mm) Aanbevolen minimumdiame- terpanbodem (mm) 220 x 190 115 De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaal- de minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen. Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!

4.3 Gebruiksduurbeperking

De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksdu- urbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellin- gen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bed- rijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitge- schakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minu- ten en kookstand 9 is mogelijk). Gebruiksduurbeperking Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in minuten

Als één of meer knoppen langer of tegelijk worden in- gedrukt (bijv. door doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie), wordt er niet geschakeld. Dan knippert het symbool en wordt er na enkele secon- den uitgeschakeld. Om het symbool te wissen, dezelfde knop indrukken of de kookplaat uit- en inschakelen.

4.5 Oververhittingsbeveiliging

Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebru- ikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektro- nica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontro- leerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').Bediening

4.6 Servies voor inductiekookplaat

De pannen die voor de inductiekookplaat worden gebru- ikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor induc- tie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannen Geëmailleerde stalen pan- nen met dikke bodem Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij fer- rietstaal of aluminium met speciale bodem Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is: Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest: Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekook- plaat gebruiken. Noot: Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald.

4.7 Tips om energie te besparen

Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan.

  • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter.
  • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem.
  • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
  • Zorg er altijd voor, dat er voldoende vloeistof in de snelkookpan zit, want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken.
  • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten.
  • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie.

Het verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing

UIT-stand, benutting van de restwarmte Smelten 42°C Warm houden 70°C Sudderen 94°C Verder koken van kleine hoeveelheden Doorkoken Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken Braden, bechamelsaus maken Braden Aan de kook brengen, aanbraden, braden Powerstand (hoogste vermogen) Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kook- stand worden gekozen.

4.9 Restwarmteweergave

De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarm- te worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding! Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.Bediening

Met de ventilatorknop wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. Deze knop is als het ware de hoofdscha- kelaar. Er vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en de weergavelampjes gaan kort branden. Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus. Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtbaar!

4.11 Kookplaat en kookzone inschakelen

1. De betreff ende knop naar rechts draaien.

2. Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de

kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de induc- tiespoel in. De pan wordt verwarmd. Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het sym- bool . Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsre- denen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”.

4.12 Kookzone uitschakelen

3. De regelknop naar links op 0 draaien.

4.13 Kinderbeveiliging

De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de induc- tiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd. Kinderbeveiliging inschakelen

1. De knoppen van de voorste en achterste kookzone tegeli-

jkertijd tot de aanslag naar links draaien tot een piep klinkt. In de kookstandweergaven verschijnt een voor Child- Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Kinderbeveiliging uitschakelen

2. De knoppen van de voorste en achterste kookzone tegeli-

jkertijd tot de aanslag naar links draaien tot een piep klinkt. De verdwijnt. Opmerkingen

  • Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbevei- liging beëindigd, d.w.z. gedeactiveerd. geschikt voor inductieBediening

De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt.

1. Voor het inschakelen van de brugfunctie de knoppen van

de voorste en achterste kookzone tegelijkertijd tot de aanslag naar rechts draaien tot een piep klinkt. De brugfunctie is ingeschakeld, het symbool verschijnt. De bediening gebeurt met de knoppen van de voorste kookzone.

2. Om de combinatie te deactiveren opnieuw tegelijk op bei-

de knoppen drukken of de kookplaat uitschakelen. Opmerking De braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!

4.15 Automatisch aankoken

Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruggeschakeld. Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdat de elektronica automatisch terugschakelt. Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).

1. De betreff ende knop linksom tot de aanslag draaien tot

2. Direct daarna de knop terugdraaien op de gewenste

doorkookstand. Op die manier is de aankookautomatiek geactiveerd. Het automatisch aankoken verloopt volgens de program- mering. Na een bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookpro- ces op de doorkookstand voortgezet. Het symbool A dooft uit. Opmerking

  • Tijdens het automatisch aankoken kan de doorkookstand verhoogd worden. Door de doorkookstand te verlagen wordt het automatisch aankoken uitgeschakeld. Ingestelde Kookstand Aankookautomaat Tijd (min:sec)

4.16 Warmhoudfunctie

Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kookzone warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogen gebruikt.

1. Om de kookzone in te schakelen de regelknop naar

rechts op de gewenste stand draaien. komt overeen met ca. 42°C komt overeen met ca. 70°C komt overeen met ca. 94°C

2. De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking,

daarna wordt de kookzone uitgeschakeld.

De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekook- zones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.

1. De betreff ende knop rechtsom tot de aanslag draaien

tot een piep klinkt. In de kookstandweergave verschijnt . De powerstand is ingeschakeld.

2. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitge-

schakeld. De verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld. Noot: Voor het voortijdig uitschakelen van de powerstand de kookzone uitschakelen resp. de gewenste kookstand instellen.

4.18 Powermanagement

Telkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen. Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond. 10 min. Modules (powermanagement)Bediening

4.19 Ventilator gebruiken

In het midden van de kookplaat bevindt zich de ventilator met afzuiging naar onderen. Voor de ingebruikname van de ventilator dient het glazen deksel weggehaald te worden. Bij modellen met een open deksel is weghalen ervan niet ver- eist. Belangrijk: Leg het deksel niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!

4.19.1 Ventilator in- en uitschakelen

1. De ventilatorknop op de gewenste vermogensstand 1, 2, 3

of 4 draaien. Het symbool van de ventilator brandt. De intensieve stand 4 blijft 10 minuten lang ingeschakeld, daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar stand 3.

2. Om uit te schakelen de ventilatorknop op 0 draaien.

Tip Om te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. asper- gepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.

4.19.2 Ventilatornaloop

De ventilatornaloop wordt na het koken gebruikt om kookgeurt- jes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de fi lters in de ventilator gedroogd. Ventilatornaloop instellen

1. De ventilatorknop tot de aanslag rechts draaien.

Vervolgens is er een ventilatornaloop van 10 minuten inge- steld. Het symbool van de naloop brandt .

2. Door opnieuw tot de aanslag draaien worden 60 minuten

3. Door opnieuw tot de aanslag draaien wordt de naloop uitge-

schakeld. De ventilatorstand bij een ingeschakelde ventilatornaloop kan naar wens ingesteld en gewijzigd worden.

Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop van ca. 15 minuten op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd. Bij werking met recirculatiefi lter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken. Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeld- zame gevallen voorkomen, dat de in het fi lter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel. Belangrijk Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. Glazen deksel Het open deksel hoeft niet wegge- haald te worden.Reiniging en onderhoud

5 Reiniging en onderhoud

  • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen.
  • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoon- gemaakt!
  • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/ Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt verme- den dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld!

5.1 Keramische kookplaat

Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik

1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het

beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochti- ge doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kook- plaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud

2. Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week

grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instruc- ties van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigings- middelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen.

5.2 Speciale verontreinigingen

Sterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parel- moerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven. Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschre- ven. Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokera- miek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebran- de resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de pan- bodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmid- delen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke rei- nigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.

5.3 Kookplaatventilator

Reiniging van de metalen vetfi lters Reinig de metalen vetfi lters minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwas- machine of in een mild sopje. Voor het uitnemen van de fi lters het deksel van de ventila- tor weghalen en de U-vormige rvs-luchtgeleiderplaat in de aanzuigopening naar boven toe uit de ventilator tillen. Ver- volgens het fi lter uitnemen. Druk hiervoor de vergrendeling in de greepopening naar beneden en haal de fi lters eruit. Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticaal zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de fi lters te voorkomen. Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen. Gebruik de ventilator niet zonder vetfi lters! Na de fi lterreiniging de fi lters droog weer in de ventilator Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zicht- baar zijn. Neem liefst bij ieder fi ltervervanging de goed toegankelijke binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de ventilator Reiniging en onderhoud van de ventilator Het geniet de voorkeur om de ventilator bij iedere fi lterrei- niging te reinigen. Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi lter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden. De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksel zonder lopende venti- lator mogelijke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen. Als hierbij vervelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel fi lter als ventilatorbinnenzijde te reinigen. De ventilator kunt u het beste met een vochtig, zacht doek- je en wat mild afwasmiddel reinigen. Service Het fi lter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve koolfi lter om de 5 - 24 maanden de koolfi ltermatten vervangen. Bij een plasmafi lter na 5 jaar (max.) de koolfi ltermatten vervangen. Open hiervoor het behuizingdeksel en vervang de koolfi ltermatten.Wat te doen bij problemen?

6 Wat te doen bij problemen? Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het appa- raat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenser- vice, worden uitgevoerd. Denk eraan Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit? Neem contact op met de klantenservice of een elektro- monteur! De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?

  • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringen- kast) gereageerd?
  • Is het netsnoer aangesloten?
  • Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. wordt er een L aangetoond?
  • Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Ser- vies voor inductiekookplaat”. Het symbool knippert? Er is sprake van een dubbele activering van de knoppen (bijv.: doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie). Oplossing: om het symbool te wissen, dezelfde knop indrukken of de kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond? De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kook- plaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode E8 wordt getoond? Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond? De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond? Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service. Het pansymbool verschijnt? Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panher- kenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet? De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. De gebruikte kookpannen maken geluid? Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen? Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)? Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken? Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektri- sche schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik ne- men. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.Montagehandleiding

7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubel-

  • Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aan- grenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoen- de temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
  • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
  • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
  • De minimumafstanden aan de achterkant van de kook- plaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd.
  • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheid- safstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen.
  • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet mins- tens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven.
  • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar.
  • De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaar- den van de elektronica een bepaalde drempel over- schrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elekt- ronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit.
  • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keuken- meubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd wordt.
  • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de acht- erwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.

Belangrijke opmerkingen

  • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een oven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden.
  • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebru- ikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
  • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kunnen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
  • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat be- vindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen.
  • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd.
  • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warm- te vervormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd. Kookplaatafdichting Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaataf- dichting zonder onderbreking worden ingelegd.
  • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de ko- okplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektri- sche apparaten kunnen indringen.
  • Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (te- gels enz.) moet de pakking, die zich evt. aan de kook- plaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
  • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkblad De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden ver- zegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de af- beeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.Montagehandleiding

Minimumafstand tot naburige wanden Afmetingen uitsparing Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Belangrijk: Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage! Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen. De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen. De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconen- lijm voegen. Belangrijk Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het opleg- vlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen. 860+1min.50500+1

7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggen-

de montage Afmetingen in mm

7.5 Variabele montagemogelijkheden:

max.430 Afzuiging naar keuze links of rechts: de afvoer- lucht kan afhankelijk van de inbouwsituatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimale planning.

7.6 Afbeeldingen keukenkast

Werkblad 600 mm Afzuigeruitlaat links Afzuigeruitlaat rechts

≥680 ≥150220 ≥370 max. 430max. 430 Afzuiging naar keuze links of rechts: de afvoer- lucht kan afhankelijk van de inbouwsituatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimale planning. Afzuigeruitlaat links Afzuigeruitlaat rechts Werkblad > 600 mmMontagehandleiding

De verbinding tussen kookplaat en ventilator kan met een fl exibele slang of een plat kanaal tot stand worden ge- bracht. Het platte kanaal indien nodig met een fi jne zaag inkorten. Variant fl exibele slang Variant plat kanaal Betreff ende punt c Zorg bij het aanleggen op een liefst strakke en vouwvrije installatie. Kort overtollig materiaal in. Betreff ende punt f Voor het opsteken van het overgangselement (d) op de plintventilator (e) afdichtingstape rond de aansluitmof (f) aanbrengen. Belangrijk: Alle componenten moeten na het in elkaar steken met het bijgevoegde plakband zoals afgebeeld worden afgeplakt. Ventilator Afdichtingstape Actieve koolfi lter Afzuigluchtkanaal-componenten (optioneel): Plintfi lter (optioneel): Plasmafi lterMontagehandleiding

7.8 7-polige stekker aansluiting ventilator

GEVAAR Gevaar voor elektrische schokken De stekker van de ventilator moet voor de netaansluiting worden ingestoken! Voor het opnieuw openen van de stekkerver- binding moet het toestel in elk geval stroom- loos worden geschakeld. De netaansluiting mag pas plaatsvinden als de stekkerverbin- ding tot stand is gebracht. De kookplaat mag alleen worden ingescha- keld, als de contrastekker van de ventilator goed is ingestoken en de stekkerborging is gesloten. Werkwijze Voor de ventilatoraansluiting dient u beide 7-polige stek- kers met elkaar te verbinden. Stekkerborging op de 7-polige stekker (ventilator) van de kookplaat openen en de 7-polige contrastekker van de ventilator(en) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten.

7.9 4-polige stekker aansluiting plasmafi lter (op-

tioneel) GEVAAR Gevaar voor elektrische schokken De stekker van de plasmafi lter moet voor de netaansluiting worden ingestoken! Stekkerborging en beschermkap mogen alleen bij aansluiting van het betreff ende plasmafi lter (optioneel) worden weggehaald! Werkwijze Stekkerverbindingen op de 4-polige stekker (plasma) van de kookplaat openen en de beschermkappen weghalen. Vervolgens de 4-polige contrastekker van het plasmafi lter (g) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten. GEVAAR Gevaar voor elektrische schokken Voor het opnieuw openen van de stekkerver- binding moet het toestel in elk geval stroom- loos worden geschakeld. De netaansluiting mag pas plaatsvinden als de stekkerverbin- ding tot stand is gebracht. De kookplaat mag alleen worden ingescha- keld als de contrastekker van het plasmafi lter (optioneel) ingestoken en de stekkerborging gesloten is. Als het plasmafi lter op een later moment weer wordt verwijderd, moet de 4-polige stekker van de kookplaat weer veilig met de beschermkap en stekkerborging worden afgesloten.

  • Het product mag alleen door een erkende vakman met inachtneming van de plaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzui- gingsaansluitingen. De installateur is verantwoordelijk voor de storingsvrije werking op de montageplek!
  • Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff ende landen en de energiebedrijven.
  • De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circu- latieluchtapparaat worden ingezet.
  • De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte venti- latieschacht of door de huismuur naar buiten leiden.
  • De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
  • Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf- hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergif- tiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet over- schrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
  • Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102.
  • Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte.
  • Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem.
  • De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm.
  • Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen dia- meterreducties mogen hebben.
  • Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen. 50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht.
  • Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen.
  • De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen.
  • Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluch- teenheid ook na het afmonteren van de keuken toegan- kelijk blijft.
  • Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst. OPMERKING Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.

7.11 Inbouw schakelkast

GEVAAR Gevaar voor elektrische schokken De stekkerverbinding tussen schakelkast en kookplaat moeten voor de netaansluiting tot stand worden gebracht! Voor het opnieuw openen van de stekkerver- binding moet het toestel in elk geval stroom- loos worden geschakeld. De netaansluiting mag pas plaatsvinden als de stekkerverbinding tot stand is gebracht.

Houd de juiste volgorde aan: 1 Correcte verbinding tot stand brengen 2 Netaansluiting tot stand brengen

  • De schakelkast wordt voorgemonteerd geleverd. Hij is geschikt voor de inbouw in materiaaldikten van ca. 13 mm tot ca. 36 mm.
  • Stel hiervoor de schakelkast overeenkomstig de mate- riaaldikte van het meubelpaneel met de schroefdraad- bouten en moeren instellen.
  • Laat een vakman de boorgaten in het paneel volgens de maatschets aanbrengen en het geheel monteren.Montagehandleiding

7.12 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE

ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitslui- tend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

  • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd!
  • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
  • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.
  • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast.
  • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
  • U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
  • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
  • Let op: Door een verkeerde aansluiting kan de vermo- genselektronica worden vernield.
  • Het apparaat is alléén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag niet met een geaard stopcontact worden aangesloten. Aansluitwaarden Netspanning: 380-415V 3N~, 50/60Hz Nominale componentenspanning: 220-240V Moer U-schijf Asverlenging Borgplaat Bus Knoppen Schroef Draadeind Draadeind Aanzicht van voor Doorlaatgat voor busBlind gat voor schroef Meubelpaneel Aanzicht van voor Meubelpaneel GeleidebusBuitenbedrijfstelling, afvoer

Aansluitingsmogelijkheden zwart bruin grijs wit blauw groen-geel groen-geel zwart bruin grijs wit blauw groen-geel groen-geel zwart bruin grijs blauw groen-geel zwart bruin grijs blauw groen-geel

7.13 Technische gegevens

Afmetingen kookplaat hoogte/ breedte/ diepte mm

  • Vermogen bij ingeschakelde powerstand Aansluitkabel standaard aanwezig
  • De kookplaat is bij levering met een temperatuurbes- tendige aansluitkabel uitgerust.
  • De aansluiting op het net wordt volgens het aansluit- schema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust.
  • Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt bescha- digd, moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico’s te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren.

7.14 Inbedrijfstelling

Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice. Belangrijk: Bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de indicaties liggen! Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het opper- vlak van de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. 8 Buitenbedrijfstelling, afvoer

8.1 Buitenbedrijfstelling

Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedri- jfstelling plaats.

  • Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten.
  • Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af.

8.2 Verwijderen van de verpakking

Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmate- riaal bespaart grondstoff en en vermindert de afvalberg.

8.3 Verwijderen van oude apparaten

Het symbool op het product of op de verpak- king wijst erop dat dit product niet als huishou- dafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektri- sche en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer de- tails in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huis- houdafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.Linee generali

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Küppersbusch

Model : KMI9850.0SE

Categorie : Fornuis