TQG 641 HA(ICE) - Forn HOTPOINT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TQG 641 HA(ICE) HOTPOINT in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw gaskookplaat |
| Merk | Hotpoint |
| Model | TQG 641 HA(ICE) |
| Categorie | Kookplaat |
| Aantal branders | 3 |
| Soorten branders | Snel (R), Halfsnel (S), Hulp (A) |
| Totaal nominaal vermogen | 5,65 kW |
| Gastoevoer | Butaan, Propaan of Natuurlijk gas (aanpasbaar) |
| Elektrische spanning | 220-240 V ~ 50/60 Hz |
| Ontsteking | Elektronisch ingebouwd in de knoppen |
| Veiligheidsvoorziening | Thermokoppel tegen uitdoving |
| Materiaal oppervlak | Roestvrij staal en glas |
| Deksel | Van glas, niet neerlaten als branders heet zijn |
| Reiniging | Met warm water en neutraal reinigingsmiddel, geen stoom of schuurmiddelen |
| Reiniging van branders | Demonteerbaar, met de hand wassen, openingen controleren |
| Onderhoud van kranen | Door erkende technicus |
| Elektrische aansluiting | Geaarde stekker, 3 polen |
| Gasaansluiting | Stijve slang of flexibele roestvrijstalen slang |
| Aanpassing aan andere gassen | Vervanging van sproeiers (meegeleverd) |
| Afstelling minimum | Afstelschroef op de kraanstang |
| Normen | CE, conform aan Europese richtlijnen |
| Gebruik | Huishoudelijk niet-professioneel |
| Garantie | Zie klantenservice |
Veelgestelde vragen - TQG 641 HA(ICE) HOTPOINT
Gebruikersvragen over TQG 641 HA(ICE) HOTPOINT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TQG 641 HA(ICE) - HOTPOINT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TQG 641 HA(ICE) van het merk HOTPOINT.
GEBRUIKSAANWIJZING TQG 641 HA(ICE) HOTPOINT
Gebruiksaanwijzing, 2
Belangrijk, 6
Service, 9
Beschrijving van het apparaat, 11
Het installeren, 53
Starten en gebruik, 57
Voorzorgsmaatregelen en advies, 57
Onderhoud en verzorging, 58
Storingen en oplossingen, 58
WAARSCHUWING: Dit apparaat en de bereikbare onderdelen worden tijdens gebruik zeer heet. Zorg ervoor dat u de verwarmingselementen niet aanraakt. Zorg ervoor dat kinderen jonger dan 8 jaar niet dicht bij het apparaat kunnen komen, tenzij onder constant toezicht. Dit apparaat mag alleen door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen, of zonder ervaring en kennis worden gebruikt, mits ze onder adequaat toezicht staan of mits ze onderricht zijn over het veilige gebruik van het apparaat en zich bewust zijn van de betreffende gevaren. Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. De reinigings- en onderhoudshandelingen
mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij onder toezicht.
WAARSCHUWING: Het kan gevaarlijk zijn een fornuis met vet of olie onbewaakt te laten. Er kan brand ontstaan. U moet nooit proberen een vlam/brand te blussen met water. U dient daarentegen het apparaat uit te schakelen en de vlam te bedekken met bijvoorbeeld een (blus)deken.
WAARSCHUWING: Brandgevaar: leg nooit voorwerpen op het kookoppervlak.
Gebruik nooit huishoudapparaten met stoom of hoge druk voor het reinigen van de kookplaat.
Verwijder eventuele geknoeide vloeistoffen van de dekplaat voordat u hem opent. Doe het glazen deksel (waar aanwezig) niet omlaag als de gasbranders of de elektrische plaat nog warm zijn.
Het apparaat is niet geschikt om te worden ingeschakeld met behulp van een externe timer of door een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem.
WAARSCHUWING: het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermingen kan ongelukken veroorzaken.
WAARSCHUWING: In het geval van beschadiging van de glazen plaat:
- doe onmiddellijk alle branders UIT en eventuele elektrische verwarmingselementen, en schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet.
- raak het oppervlak van het apparaat niet aan.
UA
3anobixhi 3axoDi
YBAG!PiJ yac pobotn cei npnilad, a taKoJ Ioro doctyni qactHn HarpibaOTbcra Do BnCOkHX Temepatyp.CiI 6yTuOc6bNBO oBepeXHMn, 0o6 He TopkaTNCa HarpBaIbHnx eIemEnTIB.1ITn BIKOM Do 8 pokIB MaIOb 3HaXODHTncr Ha He6e3neuHi BIDCTaHI BiD npnilady, kUo HeMOxNBO 3a6e3neuNTn
noCTiHn KOHTpOJIb HAD HmN.D03BOJAEtbcK OPOIcTByBaHHaUM pPnlaOM dITbMn BIKOM BiD 8 POKIB, a TAKoX OCobAMn 3 O6MeXeHIMN φi3uHIMN, CEHCOPHMn a6o PO3yMOBIMN MOxINBOCTaMn a6o OCobAMn 6e3 HaIexHORo DOCBIy i 3HaHb, kUO BOHn Pepe6yBaIOb NiD NOCTiHIM KOHTpOJeM a6o npoiHCTpyKTOBAni 5Odo npabn 3 He6e3neHORO KOpNCYBaHNr pPnAdy i YCBiIDOMNIOTb CTynHePi3kky. He DO3BOJAIte DiTREM rpatncs 3 npinadom. Onpaui 3 ouNiueHHi I dOrIaMy He NobHHI BIKOHyBaTnC4 DIbMn 6e3 HaneKHOrO KOHTpOJIu.
YBAFA! He6e3neuHO 3aJIuWATN 6e3 HaIy nnITn 3 KINpOM aOo OIeIO, TOMU IIO CE MOKe Pn3BecTn Do noKeki.
HI B YKOMY PA3I He cnii HamaraTnC nOracntn noLym'noXexy BoIOU. Heo6XiHO BVIMKHyTu npuaHakpITn noLym'a, HapnKnaD, KpuKOa 60 BOrHeTpNBKM NOKPBAJOM.
YBA! He6e3neka noxeki: He 3aIIuIaIte peci Ha BapnIbHIX NOBepXHJX.
3abopohraetbcBnKOpncTahnaanapatibnn OunueHHnapo10a60BnCOKm TnCKOM.
BntpiH acyho Bci haBhi Ha Kpui pDHH, nepi Hix BiKpnTn ii. He 3akpnaTe cKnary Kpuiky (aKuo BOHa HaBha), RaO ra3oBi naIbHnKn a6o eNeKtpnHi KOHopkn 3aIIuAOTbc HarPiIMN.
He nepe6aeho yBIMKHeHnI npnaIy 3a DOIOMOIO 3OBHIhBO TaImepy a60 OKpemoi CnCTeMn DnCTaHciHOrO KepyBaHHra.
YBAΓA! BnKOpNCTaHnH HeBIDNOBIDHx 3axnCHnx npicTpoIB BapINbHOI NOBepXHi MOKe npN3BeCTn Do HeuacnX BnPaKnB.
YBAFA: Y pa3i noJomKn cKna nIHTn:
- HeraHOBBIMKHyTN BCI KOHOpKn i 6yDb.
-як eелktpnHi HarpibalbHi elementi BiKlOuHtB npictpi BID Mepeksi- He TopkaTecra NobepxHi npucTpoU.
IT
Assistentie
Vermeld:
- het type storing
- het model apparaat (Mod.)
- het serienummer (S/N)
Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje links onderin het koelgedeelte.
UA
Дономora
CniD nobIDomTu:
Beschrijving van het apparaat
Algemeen aanzicht
- Roosters voor PANNEN
- GASBRANDERS
- Knoppen voor het regelen van de GASBRANDERS
- Bougie voor ontsteking van de GASBRANDERS
- VEILIGHEIDSMECHANISME
- GASBRANDERS hebben verschillende afmetingen en vermogen. Kies de brander die het best overeenkomt met de diameter van de pan die u wilt gebruiken.
- Knoppen van de GASBRANDERS voor het regelen van de vlam.
- Bougie voor het ontsteken van de GASBRANDERS: zorgt voor een automatische ontsteking van de gekozen brander. VEILIGHEIDSMECHANISME zorgt ervoor dat de gastoevoer wordt onderbroken als de vlam per ongeluk uitgaat.


Installatie
Bewaar dit boekje zorgvuldig voor eventuele verdere raadpleging. Wanneer u het product weggeeft, verkoopt, of wanneer u verhuist, dient u dit boekje bij het apparaat te bewaren zodat alle nodige informatie voorhanden blijft. Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig door: er staat belangrijke informatie in over installatie, gebruik en veiligheid.
Plaatsing
Het verpakkingsmateriaal is niet bestemd voor kinderen en dient daarom te worden weggegooid volgens de geldende normen voor gescheiden afvalverzameling (zie Voorzorgsmaatregelen en advies). De installatie moet worden uitgevoerd door een bevoegde installateur en volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde installatie kan schade berokkenen aan personen, dieren of dingen. Dit apparaat mag alleen geïnstalleerd worden en functioneren in goed geventileerde vertrekken volgens de voorschriften van de van kracht zijnde nationaal geldende normen. De volgende eisen moeten in acht genomen worden: - Het vertrek moet voor de verbrandingsrook over een afvoersysteem naar buiten toe beschikken. Dit kan gebeuren door middel van een afzuigkap of een elektrische ventilator die automatisch aangaat elke keer als het apparaat wordt aangezet.

- Het vertrek moet een luchttoevoersysteem hebben dat dient voor de normale verbranding van het gas. De luchttoevoer die nodig is voor een normale verbranding moet minder dan 2 m³/h zijn per kW geïnstalleerd vermogen.

Dit systeem kan worden uitgevoerd door lucht direct van buiten te onttrekken door middel van een buis met een doorsnede van minstens 100 cm² en die zodanig is geplaatst dat hij niet per ongeluk verstopt kan raken.

Een andere manier is door op indirecte wijze lucht te onttrekken aan de aangrenzende vertrekken die door middel van een ventilatiebuis, zoals boven beschreven, met buiten zijn verbonden en die geen gemeenschappelijke delen zijn van het huis en ook geen ruimtes met hoog brandgevaar of slaapkamers.
- Bij een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of betere ventilatie door het vermogen van de reeds aanwezige mechanische afzuiging te verhogen.
- (voor België) De gassen van vloeibaar gemaakte gasmengsels (LPG) zijn zwaarder dan lucht en blijven laag hangen. Om deze reden moeten vertrekken waar LPG-flessen staan laag geplaatste ontluchtingsopeningen hebben voor het afvoeren van eventuele ontsnapte gassen. Lege of halfvolle
LPG-flessen mogen niet worden geïnstalleerd of bewaard in vertrekken die lager liggen dan de vloer (kelders, enz.). Het is beter alleen de in gebruik zijnde fles in het vertrek te bewaren, zodanig geplaatst dat hij niet in rechtstreeks contact staat met warmtebronnen (oven, open haard, kachel, enz.) die hem tot temperaturen van meer dan 50 °C zouden kunnen brengen.
Inbouw
Voor een juiste installatie van de kookplaat moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen:
- De meubels die direct naast de kookplaat staan en hierboven uitsteken, moeten op minstens 200 mm van de rand van de plaat staan.
- Een afzuigkap moet worden geïnstalleerd volgens de voorschriften die u kunt vinden in het instructieboekje van de afzuigkap, en in ieder geval op een afstand van minstens 650 mm (zie afbeelding).
- Hang de keukenkastjes naast de kap op een minimum hoogte van 420 mm van het keukenblad (zie afbeelding).

Als de kookplaat onder een keukenkastje wordt geplaatst, moet deze zich op een afstand van minstens 700 mm van het keukenblad bevinden.
- De opening van het meubel moet de afmetingen hebben die in de afbeelding zijn aangegeven.
De bevestigingsklemmen maken een bevestiging mogelijk van de kookplaat aan een keukenblad van tussen de 20 en 40 mm dik. Voor een goede bevestiging raden wij u aan alle bijgeleverde haken te gebruiken.

- Voordat u overgaat tot bevestiging aan de aanrecht moet u de afdichting (bijgeleverd) aanbrengen langs de omtrek van de kookplaat zoals aangegeven in de afbeelding.

Schema voor de bevestiging van de haken


Stand haak voor keukenblad H=20mm, Stand haak voor keukenblad H=30mm

Stand haak voor keukenblad Achter H=40mm
! Gebruik de haken die u vindt in de "toebehorenverpakking"
- Als de kookplaat niet boven een inbouwoven wordt geïnstalleerd, moet u een houten isolatieplank aanbrengen. Deze moet op een minimum afstand van 20 mm van de onderkant van de kookplaat worden geplaatst.
Ventilatie
Om een goede ventilatie te bereiken moet u de achterkant van het meubel verwijderen. Het verdient de voorkeur de oven op twee houten balken te plaatsen, of eventueel op een enkele plank die een opening heeft van tenminste 45 x 560 mm (zie afbeeldingen).


! Het is alleen mogelijk de kookplaat boven inbouwovens te installeren als deze zich voorzien van afkoelingsventilatie.
Elektrische aansluiting
De kookplaten met driepolige voedingskabel werken met de wisselstroom, spanning en frequentie die aangegeven zijn op het typeplaatje (aan de onderkant van de kookplaat). De aders van de kabel worden aangegeven door de kleuren geel-groen. Als het fornuis wordt geïnstalleerd boven een inbouwoven en de elektrische aansluitingen van fornuis en oven apart worden uitgevoerd, zowel voor veiligheidsredenen als voor het eventuele makkelijker verwijderen van de oven.
Het aansluiten van de voedingskabel aan het elektrische net
Gebruik voor de voedingskabel een stekker die genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het typeplaatje.
Wanneer het apparaat rechtstreeks op het net wordt aangesloten, moet tussen het apparaat en het net een meerpolige schakelaar worden aangebracht met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm, aangepast aan het elektrische vermogen en voldoend aan de geldende normen (de aarding mag niet worden onderbroken door de schakelaar). De voedingskabel moet zodanig worden geplaatst dat hij nergens een temperatuur bereikt van 50°C hoger dan de kamertemperatuur.
! De installateur is verantwoordelijk voor een correcte elektrische aansluiting en het in acht nemen van de veiligheidsnormen.
Voor het aansluiten moet u controleren dat:
- het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen;
- het stopcontact in staat is het maximale vermogen van het apparaat te dragen, zoals aangegeven op het typeplaatje;
- de spanning zich bevindt tussen de waarden die staan aangegeven op het typeplaatje;
- het stopcontact en de stekker overeenkomen. Als dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel het stopcontact te vervangen; gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.
! Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten het snoer en het stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn. ! De kabel mag niet worden gebogen of samengedrukt. ! De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd en mag alleen door erkende monteurs worden vervangen (zie Service). ! De fabrikant kan nergens aansprakelijk voor worden gesteld als deze normen niet worden nageleefd.
Gasaansluiting
De aansluiting van het apparaat aan de gasbuizen moet worden uitgevoerd zoals voorgeschreven door de geldende normen, en nadat men er zeker van is dat het fornuis is ingesteld voor het type gas dat men gaat gebruiken. In het omgekeerde geval (voor België) gaat u te werk zoals beschreven in de paragraaf "Aanpassing aan verschillende types gas".
Let op! Voordat het wordt aangesloten, verwijder de dop van de opening voor de gasaansluiting van de kookplaat.
Om het apparaat aan de gasbuizen aan te sluiten (12E+3+ voor België en 12L voor Nederland), dient men eerst de verbinder te monteren "R" (deze is op aanvraag verkrijgbaar bij de technische-service-dienst). Tevens dient men de pakking op de verbinder "G", die er uitziet als een "L", van de voedingsstructuur te monteren. De verbinder is gedraaid: rond mannelijk 1/2 gas.

De aansluiting voert men uit met behulp van:
- een onbuigbare buis
- of met een flexibele buis van roestvrij staal die in de muur zit en voortgezet wordt met een bedradingsverbinder.
Daarbij dient het apparaat uitgerust te zijn met een gaskraantje dat gemakkelijk draaibaar dient te zijn. Dit gaskraantje dient aan de huidige nationale normen te voldoen.
Aansluiting met onbuigzame buis (koper of staal)
De aansluiting aan de gasleiding moet zodanig worden uitgevoerd dat het apparaat niet beweegt.
Op de voedingsstructuur van het apparaat bevindt zich een "L"-vormig, richtbaar verbindingsstuk waarvan de afdichting is verzekerd door een pakking. Als het verbindingsstuk gedraaid moet worden, is het absoluut noodzakelijk de pakking te vervangen (bij het apparaat geleverd). Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout.
Aansluiting met een roestvrije stalen flexibele buis aan een onafgebroken wand voorzien van aanhechtingen met schroefdraad.
Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout.
De inwerkingstelling van deze buizen moet zodanig worden bewerkstelligd dat hun lengte in uitgerolde toestand niet meer dan 2000 mm is. Nadat de aansluiting heeft plaatsgevonden, moet u controleren dat de flexibele metalen buis niet in contact komt met de beweegbare delen of dat hij vastgeklemd raakt.
! Gebruik uitsluitend buizen en afdichtingen die voldoen aan de geldende landelijke normen.
Controleren gasdichtheid
Nadat het installeren heeft plaatsgevonden moet de perfecte gasdichtheid van alle verbindingsstukken worden gecontroleerd met een zeepoplossing en nooit met een vlam.
Aanpassen aan de verschillende soorten gas (voor België)
Voor het aanpassen van de kookplaat aan een ander soort gas dan waarvoor hij is bestemd (aangegeven op het typeplaatje aan de onderkant van de kookplaat of op de verpakking), moeten de straalpijpjes van de branders op de volgende wijze worden vervangen:
- Verwijder de roosters van de kookplaat en schuif de branders uit hun plaats.
- Schroef de straalpijpjes los met een steeksleutel van 7 mm en vervang ze met de straalpijpjes geschikt voor het nieuwe type gas (zie tabel 1 "Kenmerken van de branders en de straalpijpen").
- Zet de onderdelen weer op hun plaats door de handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
- Aan het einde van deze handelingen moet u het oude etiket dat de gasinstelling aangeeft vervangen met het etiket dat overeenkomt met het nieuwe gas dat u gaat gebruiken, verkrijgbaar bij onze Technische Service Centers.
- Regelen primaire lucht van de straalpijpjes (voor België)
De branders hebben geen regeling van de primaire lucht nodig.
- Het regelen van de minimumstand (voor België)
- Zet het kraantje op de minimumstand;
- Verwijder de knop en draai aan het regelschroefje in of naast de spil van het kraantje totdat u een kleine, regelmatige vlam bereikt.
- Controleer of de brander aanblijft als u de knop snel van hoog naar laag draait.
- Als bij de apparaten met een veiligheidsmechanisme (thermo-element) dit systeem niet werkt als de branders op de minimumstand staan, moet u het minimum verhogen door aan de stelschroef te draaien.


- Als de regeling voltooid is, moet u de zegels op de bypass-schroefjes weer op hun plaats brengen met zegellak of dergelijk materiaal. Bij vloeibaar gas moet het regelschroefje geheel worden dichtgeschroefd. Aan het einde van deze handelingen moet u het oude etiket van de gasinstelling vervangen door het etiket dat correspondeert met het nieuwe gas, verkrijgbaar bij onze Technische Service Centers. Als de gasdruk van het gebruikte gas verschillend (of variabel) is dan hetgeen is voorzien, moet op de toevoerbuis een drukteregelaar worden aangebracht die voldoet aan de geldende landelijke normen.
| TYPEPLAATJE | |
| Elektrische aansluitingen | zie typeplaatje |
| CE | Dit apparaat voldoet aan de volgende EU Richtlijnen: - 2006/95/EG van 12/12/06 (Laagspanning) enaaropvolgende wijzigingen - 2004/108/EG van 15/12/04 (Elektromagnetische Compatibility) enaaropvolgende wijzigingen - 93/68/EG van 22/07/93 enaaropvolgende wijzigingen. - 2009/142/EG van 30/11/09 (Gas) enaaropvolgende wijzigingen. - 2012/19/EU enaaropvolgende wijzigingen. |
| ECODESIGN | EU reglement nr. 66/2014 met integratie van richtig 2009/125/EC. EN 30-2-1reglement |
Kenmerken van de branders en de straalpijpjes
| Table 1 (Voor Belgie) | Vloeibaar gas Aardgas | ||||||||||
| Gaspit Doorsnee | (mm) | Thermisch vermogen kW (p.c.s.*) Nominal | Gereduc. | By-pass 1/100 (mm) | Straal. 1/100 (mm) | Bereik* g/h Butane G2 | Straal. 1/100 (mm) | Bereik* l/h 0 | Thermisch vermogen kW (p.c.s.*) | Bereik* l/h G25Propane | |
| Snel (R) | 100 | 3.00 | 0.70 | 39 | 86 | 218 | 214 | 116(Y) | 286 | 3.00 | 332 |
| Half-snel (S) | 75 | 1.65 | 0.40 | 28 | 64 | 120 | 118 | 96(Z) | 157 | 1.65 | 183 |
| Saarbrander (A) | 55 | 1.00 | 0.40 | 28 | 50 | 73 | 71 | 79(6) | 95 | 1.00 | 111 |
| Spanning van voeding | Nominate (mbar) | 28-30 | 37 | 20 | 25 | ||||||
| Minimum (mbar) | 20 | 25 | 15 | 15 | |||||||
| Maximum (mbar) | 35 | 45 | 25 | 30 | |||||||
| Table 1 (Voor Nederland) | Aardgas | ||||
| Gaspit Doorsnee | (mm) | Thermisch vermogen kW (p.c.s.*) Nominaal | Gereduc. | Straal. 1/100 (mm) | Bereik* I/h G25 |
| Snel (R) | 100 | 3.00 | 0.70 | 116(Y) | 332 |
| Half-snel (S) | 75 | 1.65 | 0.40 | 96(Z) | 183 |
| Saarbrander (A) | 55 | 1.00 | 0.40 | 79(6) | 111 |
| Spanning van voeding | Nominale (mbar) Minimum (mbar) Maximum (mbar) | 25 20 30 | |||
Bij 15 °C en 1013,25 mbar - droog gas. Propaan P.C.S. = 50,37 MJ/kg, Butaan P.C.S. = 49,47 MJ/kg, Aardgas G20 P.C.S. = 37,78 MJ/m³, Aardgas G25 P.C.S. = 32,49 MJ/m³
TQG 642 HA (BK), TQG 641 HA (ICE), DD 642 HA (CH)
Starten en gebruik
Op iedere knop staat aangegeven waar de gasbrander zich precies bevindt.
Gasbranders
De gekozen brander kan met de betreffende knop als volgt worden geregeld:
- Uit

Maximum

Minimum
Om een van de branders aan te steken, dient u er een vlam of aansteker bij te houden, de knop stevig in te drukken en tegen de klok in te draaien tot u het maximum vermogen heeft bereikt.
Bij uitvoeringen die zijn voorzien van een veiligheidsmechanisme moet u de knop circa 2-3 seconden lang ingedrukt houden totdat het element dat de vlam automatisch ontstoken houdt, warm wordt.
Sommige modellen zijn voorzien van ontsteking in de bedieningsknoppen. Om de gekozen gasbrander aan te steken, drukt u de betreffende knop in, draait u hem tegen de klok in tot aan de positie van maximale sterkte en houdt u hem ingedrukt totdat hij aan gaat.
! Mocht een gasbrander per ongeluk uitgaan, draai dan de knop uit en wacht minstens 1 minuut voordat u hem weer probeert aan te steken.
Om de brander uit te doen moet u de knop geheel met de klok meedraaien totdat hij niet meer verder kan (tot aan het symbool "").
Praktisch advies voor het gebruik van de branders
Voor een optimaal rendement dient u het volgende te onthouden:
- Gebruik voor iedere brander de pan die erop past (zie tabel) om te vermijden dat de vlammen er onderuit vandaan komen.
- Gebruik alleen pannen met een platte bodem en met een deksel erop.
- Draai de knop op het minimum zodra het kookpunt is bereikt.
| Brander | Ø Diameter pan (cm) |
| Snel (R) | 24 - 26 |
| Half-snel (S) | 16 - 20 |
| Spearbrander (A) | 10 - 14 |
Voor het herkennen van het soort brander verwijzen wij u naar de afbeeldingen in paragraaf "Kenmerken van de branders en straalpijpen".
- Voor de maximale stabiliteit, controleer dat de steunen voor de bakblikken goed zijn geplaatst en dat ieder blik zich recht boven de brander staat.
- Controleer dan dat de bakblikken op lijn staan met één van de steunbalken van de blikken.
- Plaats de handvaten van de bakblikken zodanig dat ze niet uitsteken aan de voorkant van de kookplaat.

Het aspect dat het verschil uitmaakt voor de stabiliteit van de pan is vaak de pan zelf (of de positie van de pan tijdens het gebruik). Goed uitgebalanceerde pannen, met platte onderkanten, die in het midden van de branders staan, met de handvaten die op lijn zijn gezet met de dwarsliggers
van het rooster bieden uiteraard de maximale stabiliteit.
Voorzorgsmaatregelen en advies
! Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens de geldende internationale veiligheidsvoorschriften. Deze aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid en u dient ze derhalve goed door te nemen.
Algemene veiligheidsmaatregelen
- Dit is een inbouwapparaat van klasse 3. Gasfornuizen hebben voor een goede werking behoefte aan een regelmatige luchtverversing. Controleer dat bij het installeren aan de vereisten wordt voldaan beschreven in de paragraaf "Plaatsing".
- Deze instructies gelden alleen voor de landen wiens symbolen in de gebruiksaanwijzing en op het typeplaatje staan.
- Dit apparaat is vervaardigd voor niet-professioneel gebruik binnenshuis.
- Het apparaat dient niet buitenshuis te worden geplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het is erg gevaarlijk als het in aanraking komt met regen of onweer.
- Raak het apparaat niet blootsvoets aan of met natte handen of voeten.
- Het apparaat dient gebruikt te worden om voedsel te bereiden. Het mag uitsluitend door volwassenen worden gebruikt en alleen volgens de instructies die in deze handleiding beschreven staan. Elk ander gebruik (bv.: verwarming van ruimten) is als oneigenlijk te beschouwen en dus gevaarlijk. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die te wijten is aan onjuist, verkeerd of onredelijk gebruik.
- Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij.
- Controleer altijd dat de knoppen in de stand "●"/"○" staan als de oven niet wordt gebruikt. Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer te trekken, maar door de stekker zelf beet te pakken.
- Maak de oven niet schoon of voer geen onderhoud uit als de stekker nog in het stopcontact zit.
- Als de oven defect is, mag u nooit aan het interne systeem sleutelen om een reparatie proberen uit te voeren. Neem contact op met de Technische Dienst (zie Service).
- Doe het glazen deksel (waar aanwezig) niet omlaag als de gasbranders of de elektrische platen nog warm zijn.
- Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet de nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe het apparaat werkt.
- Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen.
- Het apparaat is niet geschikt om te worden ingeschakeld met behulp van een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem.
Afvalverwijdering
- Verwijdering van het verpakkingsmateriaal: houd u aan de plaatselijke normen, zodat het verpakkingsmateriaal hergebruikt kan worden.
- De Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) vereist dat oude huishoudelijke elektrische apparaten niet via de normale ongesorteerde afvalstroom mogen worden vernietigd. Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om het hergebruik van de gebruikte materialen te optimaliseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de "afvalcontainer met een kruis erdoor" herinnert u aan uw verplichting dat, wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld.
Consumenten moeten contact opnemen met de lokale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat.
Energiebesparing en milieubehoud
- Bereid uw etenswaren in afgesloten potten of pannen met goed passende deksels en gebruik zo weinig mogelijk water. Koken zonder deksel zal het energieverbruik enorm verhogen.
- Gebruik enkel vlakke potten en pannen.
- Als u iets bereidt dat lang duurt, kunt u eventueel een snelkookpan gebruiken die twee maal sneller werkt en een derde van de energie bespaart.
Onderhoud en verzorging
De elektrische stroom afsluiten
Sluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enige handeling overgaat.
Het oppervlak van de kookplaat reinigen
- Alle geëmailleerde en glazen onderdelen moeten met warm water en een neutrale oplossing gereinigd worden.
- Er kunnen vlekken op roestvrijstalen oppervlakken ontstaan indien deze te lang worden blootgesteld aan kalkrijk water of agressieve reinigingsmiddelen. Eventueel gemorste etenswaren (water, saus, koffie, etc.) dienen verwijderd te worden voordat dit opdroogt.
- Reinig met warm water en een neutraal reinigingsmiddel en droog vervolgens met een zachte doek of zeemleer. Verwijder ingebakken vuil met specifieke reinigingsmiddelen voor roestvrijstalen oppervlakken.
- Reinig roestvrijstaal alleen met een zachte doek of spons.
- Gebruik geen schurende of bijtende producten, reinigingsmiddelen op chloorbasis of schuursponsjes.
- Gebruik geen stoomreinigers.
- Gebruik geen brandbare producten.
- Laat geen zure of basische stoffen, zoals azijn, mosterd, zout, suiker of citroensap op de kookplaat achter.
De onderdelen van de kookplaat reinigen
Reinig geëmailleerde en glazen delen alleen met een zachte doek of spons. - Roosters, branderkappen en branders kunnen voor reiniging verwijderd worden. - Reinig ze handmatig met warm water en een niet-bijtend reinigingsmiddel, verwijder eventuele voedselresten en controleer dat er geen branderopeningen verstopt zijn. - Afspoelen en drogen. - Breng de branders en branderkappen weer correct in de betreffende behuizingen aan. - Zorg bij het terugplaatsen van de roosters dat het pannensteungedeelte in lijn is met de brander. - Bij modellen die zijn uitgerust met elektrische ontstekingspluggen en een veiligheidsvoorziening moet het uiteinde van de plug grondig schoongemaakt worden voor een correcte werking. Controleer deze items regelmatig en reinig ze indien nodig met een vochtige doek. Eventueel ingebakken voedsel kan met een tandenstoker of naald verwijderd worden.
! Om beschadiging van de elektrische ontstekingsinstallatie te voorkomen, dienen deze niet gebruikt te worden wanneer de branders zich niet in hun behuizing bevinden.
Onderhoud gaskranen
Met verloop van tijd kan een kraan stroef worden of vast blijven zitten; in dat geval is het noodzakelijk hem te vervangen.
! Dit moet worden uitgevoerd door een door de fabrikant bevoegde installateur.
Storingen en oplossingen
Het kan gebeuren dat het kookvlak niet (afdoende) functioneert. Voordat u de servicedienst belt dient u te controleren of u het euvel zelf kunt oplossen. Verifieer om te beginnen of er een correcte stroom- en gastoevoer is, en in het bijzonder of de hoofdgasleiding open staat.
De brander gaat niet aan of de vlam is niet gelijkmatig.
Heeft u gecontroleerd of:
- De openingen van de vlamverspreiders niet verstopt zijn.
- Alle onderdelen van de brander goed in elkaar zitten.
- Het niet tocht (dicht bij het kookvlak).
De vlam blijft niet aan in de uitvoeringen met veiligheidsmechanisme.
Heeft u gecontroleerd of:
U de knop goed heeft ingedrukt. - U de knop lang genoeg heeft ingedrukt voor het activeren van het veiligheidsmechanisme. - De gaten van de vlamverspreiders bij het veiligheidsmechanisme niet verstopt zijn.
De brander blijft niet aan als hij op minimum staat.
Heeft u gecontroleerd of: - De gaten van de vlamverspreiders niet verstopt zijn. - Het niet tocht dichtbij het kookvlak. - De minimumstand goed is ingesteld.
De pannen zijn wankel.
Heeft u gecontroleerd of:
- De bodem van de pan helemaal plat is.
- De pan in het midden van de brander of de kookplaat staat.
- De roosters niet zijn verwisseld.

Voor de installatie van de kookplaat moet u de handleiding raadplegen.

Vermijd dat u per ongeluk met pannen, roosters of ander keukengerei tegen de plaat aan stoot.

Zet een pot of pan nooit op twee of meer branders tegelijk.

Laat lege vleesroosters nooit langer dan 5 minuten op een ontstoken brander staan.
Voordat u uw nieuwe plaat in gebruik neemt, lees dan zorgvuldig de instructies voor gebruik. Ze bevatten belangrijke informatie voor veilig gebruik, installatie en onderhoud. Bewaar deze instructies op een toegankelijke plaats voor toekomstige raadpleging. Bij overdracht van de plaat aan nieuwe eigenaren, moet u ook deze instructies doorgeven.
Houd verpakkingsmaterialen buiten het bereik van kinderen. Dit kan leiden tot verwondingen (volgens de geldende voorschriften en normen).
De plaat moet worden geïnstalleerd door een gekwalificeerde installateur volgens de instructies. Onjuiste installatie kan schade toebrengen aan personen of dieren of kan leiden tot schade aan eigendommen. De plaat mag alleen worden gebruikt in goed geventileerde ruimtes volgens de geldende normen. Er moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: - De ruimte moet zijn uitgerust met een afzuigsysteem of een ventilator, die automatisch wordt ingeschakeld telkens wanneer de plaat wordt ingeschakeld.

In de ruimte moet ook een goede luchtcirculatie worden gewaarborgd, waarbij de verbrandingsproducten tijdig worden afgevoerd. De luchttoevoer moet ten minste 2 m³/uur per kW geïnstalleerd vermogen bedragen.

Het luchtcirculatiesysteem kan lucht rechtstreeks van buiten halen via leidingen met een binnendiameter van ten minste 100 cm²; de openingen mogen niet worden geblokkeerd.

Het systeem kan ook de benodigde luchttoevoer leveren via een mechanisch ventilatiesysteem, in het geval dat de luchttoevoer wordt belemmerd door aangrenzende ruimtes die zijn uitgerust met afvoerkanalen voor luchtcirculatie, zoals hierboven beschreven. Deze ruimtes mogen echter geen slaapkamers, badkamers of ruimtes zijn die een brandgevaar kunnen vormen.
He6e3neKy noJekxi.
PiIac IHTeHCMBHOrO I TPNBaIoro BnKOpNCaTHNpNCpTOIO MOKe 3HaO6NTnCRA DOnaTkoBA BEHTnIaJIA, (Dna NiBmUeHHMexAhiHOI NOTyKHOCTi BCMOKTyBaHH, RaIO BIH BKe icHy) HAnPKNlaD BiIKpnTTB BkHA a6 Binu epeKtNBHa BEHTnIaJ. 3piJKeHn ra3 ociae Ha niDnory, TaK kBn BaxChn 3a nobITpy. TaKm HINOM, npMiuEHH, de 3haxOJaTbC8 BaIOHO 3i 3piJxHeHHrA3OM, NOBHHi 6yTN ObaIaNHaHI BEHTINJIICIIHNIM OTbOpAM, IOB BNyHTN
ra3 y pasi BnToKy. BhacniDok 6boro 6aNoHn, kki MicTb 3piJxHeHH ra3, qactKOBO YI NOBHCIO 3aNOBHeHi, He NOBHHI 6yTu BCTAHOBNeHi a6o 36epiratnc y npMiiueHHx a6o CXOBuax, kki 3hAxOJaTBcH NHXe pIBH ZEMNI (NIBaII NTOIo). BaON, kNN BIKOPNCOTByEbCn i 36epiraTcB KIMHATI DOUJIbHO POtaWOByBatu y MCI, De BIn HE 6yDe NiBnBOM TENNA BID 30BHIwIX Dkepei (dyXOBKn,KAMHN, neHi I.T.D.), kki MOxyt b NINBUNTN TMNEpapTy BANOHy BNue 50°C
BctahOBJIeHHH JIHTN
Hactynhi 3anobixhi 3axo, ri Heo6xIDHO dOtpmyBaTnC npu BCTaHOBneHHI nTTN:
Kyxohhi wao, npnneri do nnti i haed hnoobnhi 6ytu po3aowabhi Ha biDctahi He meHwe 200 MM BiD kpaio nntn. BntjKn NobHHi 6yTN BCTaHOJIe Hi BiJIOIHO Do IxIHCTpyKuJ3 ekNtayataui Ta yCTaHOKn i Ha BiCTaHI HeMeHwe 650 MM BiI nnTn (DINBITcMaHHOK). - P03TaUyBaHHH HAcTIHHMx WAp NOpuy 3 BNTRAKHO MAe 6ByTN Ha BNCOTI He MeHHe 420 MM BiD NOBepXHi (DNIBITCBaMaJIOHOK).

Kkuo nnta BCTAHOBIOeTbca Ni. waofo, Todi BiDcTaHb Mxk waofo i NnTOHO Mae 6yTM MiHym 700 MM.
Micce DnBCTaHOBHeHHN PInTN NOBHHO BiNObiAtn po3mipam, kI Bka3aHI Ha ManIOHKy.
KpiHHeHH dI IITn, kI HaiaOHTbC B KOMNKeTI Do3BOJHOb Bam 3akpInTu PINTy DO CTINbHIuI, kA MaE TOBUNHy BID 20 Do 40 MM. Dnra 3a6e3neueHH HaidinHOI pikCaII II NTu DO CTINbHIuI, Mm peKoMeHdyEMo Bam BHKOpNCTOBYaTb Bc KpiJIeHH.

- Peru Hix 3akpinnt CTiBnHIO, Heo6xioHO po3auyBaTN yuJbHeHH (3 KOMTNeKTy NoCTaHaHH) no nepimety NobepxHi, kNoka3Ho Ha MaHIOHy.

Diarpama qikcaui kpinneHb

