HPGI60 - Warmtepomp GRE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HPGI60 GRE in PDF-formaat.
| Producttype | Zwembad warmtepomp |
| Model | HPGI60 |
| Afmetingen (L × B × H) | 987 × 400.5 × 688 mm |
| Nettogewicht | 68 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz, enkelfasig |
| Verwarmingsvermogen (Lucht 28°C / Water 28°C) | 12 kW (min. 2,9 kW) |
| Maximaal verbruik | 1,77 kW (min. 0,18 kW) |
| COP (Lucht 28°C / Water 28°C) | 6,8 (max. 16) |
| Compressor | Inverter |
| Koelmiddel | R32 |
| Hoeveelheid koelmiddel | 550 g |
| Geluidsniveau op 1 m | 40-52 dB(A) |
| Beschermingsgraad | IPX4 |
| Maximaal zwembadvolume | < 70 m³ |
| Aanbevolen waterdebiet | 3,7 m³/u |
| Diameter wateraansluiting | 50 mm |
| Warmtewisselaar | Getwiste titanium buis, PVC-lichaam |
| Bedrijfsmodi | Powerful, Smart, Silent |
| Afstandsbediening | Ja, met kabel van 10 m |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - HPGI60 GRE
Gebruikersvragen over HPGI60 GRE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HPGI60 - GRE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HPGI60 van het merk GRE.
GEBRUIKSAANWIJZING HPGI60 GRE
![]() | Dit symbool geeft aan dat er informa beschikbaar is, zoals de Bedieningshandleiding of de Installatiehandleiding. | ![]() | Dit symbool geeft aan dat er in dit apparaat R32 wordt gebruikt, een koelmiddel met lage verbrandingssnelheid. |
![]() | Dit symbool geeft aan dat de Gebruikershandleiding vooraf zorgvuldig moet worden gelezen. | ![]() | Dit symbool geeft aan dat de persoonlijke servicedienst deze apparatuur moet behandelen zoals aangegeven in de Installatiehandleiding. |
- Het negeren van de waarschuwingen kan leiden tot schade aan de zwembadinstallatie of tot ernstig letsel, en zelfs de dood tot gevolg hebben.
- Alleen een vakman op het gebied van de betreffende technische vakgebieden (elektriciteit, hydraulica of koeltechnieken) is bevoegd onderhoud of reparaties uit te voeren aan het apparaat. De gekwalificeerde technici die werkzaamheden op het apparaat uitvoert, moet persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken / dragen (zoals een veiligheidsbril, handschoenen, etc...) om het risico op verwondingen te voorkomen tijdens werkzaamheden op het apparaat.
- Controleer vóór het uitvoeren van ongeacht welke werkzaamheden of de stroom uitgeschakeld is en de toegan tot het apparaat vergrendeld is.
- Dit apparaat is niet bestemd voor een gebruik door personen (inclusief kinderen) waarvan de lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens verminderd zijn of door personen zonder enige ervaring en kennis, tenzij:
- zij via een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon onder toezicht staan of van tevoren instructies hebben ontvangen betreffende het gebruik van het apparaat;
- en zij de mogelijke gevaren begrijpen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan, om te voorkomen dat zij niet met het apparaat spelen.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de instructies van de fabrikant en met respect voor de heersende lokale en nationale normen. De installateur is verantwoordelijk voor het installeren van het apparaat en de naleving van de nationale regelgeving met betrekking tot de installatie. De fabrikant kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld wanneer de ter plaatse geldende installatienormen niet worden gerespecteerd.
- Voor alle andere tussenkomsten dan het eenvoudig gebruikersonderhoud zoals beschreven in deze handleiding, moet het product worden onderhouden door een vakman.
- Elke slechte installatie en/of verkeerd gebruik kan leiden tot ernstige materiële schade of lichamelijke letsels (d tot de dood kunnen leiden).
- Raadpleeg de garantievoorwaarden voor de gegevens van de toegelaten evenwichtsvoorwaarden van het water voor de werking van het apparaat.
- Elke deactivering, verwijdering of ontwijking van een van de ingebouwde beveiligingselementen in het apparaat doet automatisch de garantie vervallen, evenals het gebruik van vervangende onderdelen afkomstig van een nie geautoriseerde derde fabrikant.
- Spuit geen insecticide of andere chemische producten (al dan niet brandbaar) in de richting van het apparaat, kan de behuizing beschadigen en brand veroorzaken.
- Raak de ventilator en de bewegende delen niet aan en houd voorwerpen en uw vingers uit de buurt van de bewegende delen tijdens de werking van het apparaat. De bewegende delen kunnen ernstig en zelfs dodelijk letsel tot gevolg hebben.
- De elektrische voeding van het apparaat moet worden beschermd door een speciale aardlekbeveiliging (RCD) va 30 mA conform de normen van het land waar het geïnstalleerd wordt.
- Een aangepaste scheidingsmethode die voldoet aan alle lokale en nationale regelgeving voor overspanning van categorie III, die alle polen van het voedingscircuit snijdt, moet worden geïnstalleerd in het voedingscircuit van het apparaat. Deze scheidingsmethode wordt niet meegeleverd met het apparaat en moet door de installateur worden geleverd.
-
Controleer vóór alle werkzaamheden dat:
-
De spanning, aangegeven op het kenplaatje van het apparaat overeenkomt met deze van het net,
- het voedingsnet geschikt is voor het gebruik van dit apparaat, en beschikt over een stopcontact met aarding,
-
of de stekker (indien aanwezig) is aangepast aan het stopcontact.
-
Een apparaat in bedrijf niet loskoppelen en opnieuw aansluiten.
- Niet aan de voedingskabel trekken om deze los te koppelen.
- Indien de voedingskabel beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een gekwalificeerd technicus, om de veiligheid te garanderen.
- Geen onderhoud of een servicebeurt uitvoeren aan het apparaat met vochtige handen of wanneer het apparaa vochtig is.
- Alvorens het apparaat aan te sluiten op de voedingsbron verifiëren of het aansluitblok of het stopcontact waar het apparaat op zal worden aangesloten, in goede staat verkeert en niet beschadigd of verroest is.
- Haal bij onweerachtig weer de stekker van het apparaat uit het stopcontact om te voorkomen dat dit wordt beschadigd door de bliksem.
Dompel het apparaat niet onder in water modder ;
WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE EEN KOELMIDDELEN BEVATTEN
- Het R32-koelmiddel is een koelmiddel van categorie A2L, dat wordt beschouwd als potentieel ontvlambaar.
- Het fluidum R32 niet afblazen in de atmosfeer. Deze vloeistof is een gefluoreerd broeikasgas, dat valt onder het Protocol van Kyoto, met een potentiële bijdrage aan de globale opwarming (GWP) = 675 voor R32 (zie Europe: reglementering EG 517/2014).
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed verluchte ruimte uit de buurt van bronnen van vlammen.
- Installeer het apparaat buiten. Installeer het apparaat niet binnenshuis of in een afgesloten en niet-geventileerde ruimte buiten.
- Probeer niet op andere wijze dan deze aanbevolen door de fabrikant het ontdooi- of reinigingsproces te versnellen.
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder vonkenbron die constant in werking is (bijv. een gasapparaat of elektrische verwarming in werking).
- Niet doorboren of verbranden.
- Merk op dat het R32-koelmiddel een geur kan verspreiden.
- Om te voldoen aan de relevante milieu- en installatienormen, in het bijzonder aan decreet nr. 2015-1790 en / de EU-reglementering 517/2014, moet minstens eenmaal per jaar een lektest worden uitgevoerd op het koelcircuit. Deze bewerking moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde specialist in koelsystemen.
- Bewaar de display-controller in een droge ruimte of sluit de isolatiekap goed om te voorkomen dat de display-controller wordt beschadigd door vocht.
ONDERHOUD: WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE R32-KOELMIDDELEN BEVATTEN
- Tijdens de onderhoudsfase van het apparaat, dienen de samenstelling en de staat van de warmtegeleidende vloeistof gecontroleerd te worden en dienen eventuele sporen van koelvloeistof opgespoord te worden.
-
Tijdens de jaarlijkse controle dient in overeenstemming met de van kracht zijnde wetgeving de afdichting van h apparaat, de juiste aansluiting van de hoge en lage drukregelaars op het koelcircuit en de onderbreking van he elektrisch circuit in geval van activering gecontroleerd te worden.
-
Tijdens de onderhoudsfase dient men te controleren of er geen sporen zijn van corrosie of olievlekken rond de koelcomponenten.
- Hardsoldeer of las de buis niet als er koelmiddel in de machine zit. Laad het gas niet op in een afgesloten ru
Controle van de zone
- Bij werkzaamheden aan systemen met ontvlambare koelmiddelen zijn veiligheidscontroles noodzakelijk om het risico op vonkvorming te reduceren.
Werkprocedure
- De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met een controleprocedure om het risico op het vrijkomen van ontvlambaar gas of damp bij de werkzaamheden te reduceren.
- Voorafgaand aan welke werkzaamheden ook aan het koelcircuit, dient men het apparaat verplicht uit te schakelen en enkele minuten te wachten alvorens temperatuur- of drukmeters aan te brengen, omdat bepaalde onderdelen, zoals de compressor en de leidingen, temperaturen van meer dan 100°C kunnen bereiken en de h drukken ernstige brandwonden kunnen veroorzaken.
Algemene werkzone
- Alle onderhoudspersoneel en andere personen die werken in de directe omgeving moeten worden geïnformeerd over de uit te voeren werkzaamheden. Werkzaamheden in besloten ruimtes moet worden vermeden.
Controle van de aanwezigheid van koelmiddel
- De zone moet vóór en tijdens de werkzaamheden met behulp een geschikte koelmiddeldetector worden gecontroleerd, zodat de technicus geïnformeerd wordt over de mogelijk toxiciteit en ontvlambaarheid van de lucht. Verifieer dat de gebruikte koelmiddeldetector geschikt is voor het gebruik met de betreffende koelmiddelen, d.w.z. dat deze geen vonken kan veroorzaken, correct geïsoleerd en perfect veilig is.
Aanwezigheid van een brandblusser
- Als werkzaamheden bij hoge temperatuur op het koelapparaat of aanliggende onderdelen moeten worden uitgevoerd, moet een geschikte brandblusser zich binnen handbereik bevinden. Plaats een poeder- of CO2-brandblusser in de buurt van de werkzone.
Afwezigheid van een ontstekingsbron
- Er mag geen enkele vonkbron worden gebruikt bij werkzaamheden aan een koelsysteem waarbij diens leidinger worden blootgelegd. Alle mogelijke bronnen van vonken, inclusief een sigaret, moeten zich op voldoende afstan bevinden van de installatiezone, reparatie, verwijdering of eliminatie wanneer koelmiddel kan vrijkomen in de omgeving. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de zone rond de apparatuur worden bekeken om te verzekeren dat er geen brandgevaar of gevaar voor vonken aanwezig is. Bordjes met "Niet roken" moeten worden aangebracht.
Ventilatie van de zone
- U moet zorgen dat de zone voldoende open en verlucht is voordat u toegang heeft tot de installatie. Tijdens onderhoud van het apparaat moet een correcte verluchting worden aangehouden voor een veilige verspreiding van accidenteel in de lucht vrijgekomen koelmiddel.
Controle van de koelapparatuur
- De aanbevelingen voor onderhoud en service van de fabrikant moeten altijd worden opgevolgd. Gebruik bij het vervangen van elektrische componenten enkel componenten die van hetzelfde type en van de dezelfde kwaliteit zijn, zoals aanbevolen / goedgekeurd door de fabrikant. Raadpleeg bij twijfel de technische service van de fabrikant voor assistentie.
- De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installaties die gebruik maken van ontvlambare koelmiddelen:
- de markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven, alle nietleesbare markeringen en signaleringen moeten worden hersteld;
- de koelmiddelleidingen of -componenten moeten zodanig worden geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan substanties die koelmiddel bevattende
componenten kunnen aantasten, behalve indien deze componenten zijn gemaakt van materialen die normaal bestand zijn tegen corrosie of daartegen afdoende zijn beschermd.
Controle van elektrische componenten
- De reparatie en het onderhoud van elektrische componenten moet in eerste instantie veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten omvatten. Als er een storing optreedt die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag het circuit niet onderspanning worden gesteld zolang deze storing niet volledig is verholpen. Als storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, en de werkzaamheden moeten worden voortgezet, moet een geschikte tijdelijke oplossing worden gevonden. De eigenaar van de apparatuur moet hierover worden geïnformeerd zodat alle betrokken personen op de hoogte worden gesteld.
-
De reparatie en het onderhoud van elektrische componenten moet in eerste instantie de volgende veiligheidscontroles omvatten:
-
de condensatoren moeten worden ontladen: dit moet gebeuren op veilige wijzen zonder vonkvorming te veroorzaken;
- er mag geen enkele elektrische component of elektrische bedrading blootgesteld worden tijdens het laden, het herstellen of het aflaten van het systeem;
- de aardverbinding moet continu aanwezig zijn.
Reparaties van geïsoleerde componenten
- Bij reparaties aan geïsoleerde componenten moeten alle elektrische voedingen worden ontkoppeld van de apparatuur waarop werkzaamheden worden uitgevoerd, en dit vóór het verwijderen van de isolerende kappen. Als de apparatuur toch om dwingende reden tijdens de reparaties elektrisch moet worden gevoed, moet een continu werkend lekdetectieapparaat worden aangebracht op het meest kritieke punt om een mogelijk gevaarlijke situatie te signaleren.
- Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de volgende punten om ervoor te zorgen dat bij het werker aan elektrische componenten de behuizing niet wordt gewijzigd wat het beschermingsniveau zou kunnen aantasten. Dit moet het volgende omvatten: beschadigde kabels, een te groot aantal verbindingen, klemmen die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, een niet-correcte installatie van de kabelwartels, etc.
- Verzeker u ervan dat het apparaat correct bevestigd is.
- Controleer of de dichtingen of isolatiematerialen niet zijn aangetast zodanig dat ze niet langer het binnendring van een explosieve atmosfeer in het circuit zouden verhinderen. De reserve-onderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
Reparatie van intrinsiek veilige componenten
- Indien een permanente elektrische inductie- of capaciteitsbelasting wordt aangebracht, moet worden gecontroleerd of deze niet de toegestane spanning en stroom van de apparatuur overschrijdt tijdens het gebruik
- Normaal veilige componenten zijn de enige types waarbij het mogelijk is om te werken in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer wanneer deze worden gevoed. Het testapparaat moet tot de correcte klasse behore
- Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen het koelmiddel ontsteken bij een lek.
Bekabeling
- Controleer of de bedrading geen slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, schade door scherpe randen of andere nadelige omgevingsinvloeden vertonen. De controle moet ook rekening houden met de effecten van veroudering of continue trillingen veroorzaakt door bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
Detectie van brandbaar koelmiddel
- Potentiële bronnen van vonken mogen nooit worden gebruikt voor het opsporen of detecteren van koelmiddellekken. Een halidelamp (of een andere detector met een open vlam) mag niet worden gebruikt.
- De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor alle koelsystemen.
-
Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt om koelmiddellekken te detecteren, maar bij brandbaar koelmiddel is de gevoeligheid mogelijk niet voldoende of moet de kalibratie opnieuw worden uitgevoerd. (De detectieapparatuur moet worden gekalibreerd op een plaats waar geen koelmiddel aanwezig is). Verzeker u ervan dat de detector geen potentiële vonkbron is en aangepast is aan het gebruikte koelmiddel. De lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het koelmiddel-LFL en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel. Het juiste percentage gas (maximaal 25%) moet worden bevestigd.
-
Lekdetectievloeistoffen zijn ook geschikt voor het gebruik met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende detergent daarentegen moet worden vermeden omdat dit kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten.
- Als er een vermoeden van een lek is, moeten alle open vlammen worden verwijderd / gedoofd.
- Bij het detecteren van een koelmiddellek en als solderen noodzakelijk is, moet al het koelmiddel uit het syste worden afgelaten of geïsoleerd (met afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat verwijderd is van het lek.
Verwijdering en afvoeren
- Bij toegang tot het koelmiddelcircuit om reparaties uit te voeren, of om andere redenen, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Bij ontvlambare koelmiddelen is het echter essentieel om de aanbevelingen op te volgen omdat rekening moet worden gehouden met de ontvlambaarheid. De volgende procedure moet worden gevolgd:
- verwijder het koelmiddel;
- laat het circuit af met een inert gas (optioneel voor A2L);
- afvoeren (optioneel voor A2L);
- spoelen met een inert gas (optioneel voor A2L);
- open het circuit door afzagen of lossolderen.
- De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in geschikte recuperatiecilinders. Bij apparaten die andere ontvlambare koelmiddelen bevatten dan A2L-koelmiddelen moet het systeem worden gespoeld met stikstofgas zonder zuurstof om de apparatuur geschikt te maken voor brandbare koelmiddelen. Het kan noodzakelijk zijn o dit proces meerdere keren te herhalen. Perslucht of zuurstofgas mogen niet worden gebruikt om koelsystemen spoelen.
Vulprocedure
- Controleer dat de vacuümpompuitlaat zich niet in de buurt bevindt van een mogelijke bron van vonken en dat verluchting is.
- Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende eisen worden voldaan.
- Verzeker dat er bij het gebruik van een vulsysteem geen verontreiniging mogelijk is tussen verschillende koelmiddelen. De slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten zo beperkt mogelijk te houden.
- De cilinders moeten in de juiste positie worden gehouden conform de instructies.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het vullen met koelmiddel gebeurt.
- Label het systeem na het vullen (indien dit nog niet zou zijn gedaan).
- Let er vooral op het koelsysteem niet te overvullen.
- Vooraleer het systeem opnieuw te vullen, moet een druktest worden uitgevoerd met het juiste spoelgas. Het systeem moet worden gecontroleerd op lekkage na het vullen en voor de indienststelling. Voer een opvolglekte uit voordat de locatie wordt verlaten.
Ontmanteling
- Vooraleer een ontmantelingsprocedure uit te voeren, moet de technicus goed bekend zijn met de apparatuur e diens kenmerken. Wij bevelen sterk aan om met zorg alle koelmiddel volledig te recuperen. Voorafgaand aan huitvoeren van deze taak moet een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen voor het geval va een hergebruik van het gerecupereerde koelmiddel. Het is noodzakelijk om de aanwezigheid van een stroomvoorziening te controleren vóór het uitvoeren van deze taak.
- Maak u vertrouwd met de apparatuur en diens werking.
- Isoleer het systeem elektrisch.
- Voordat u de procedure start, moet u ervoor zorgen dat:
- er een mechanische behandelingssysteem aanwezig is als de koelmiddelcilinders moeten worden gemanipuleerd;
- alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt;
- het recuperatieprocces voortdurend wordt opgevolgd door een bevoegd persoon;
- de apparatuur en de recuperatiecilinders voldoen aan de relevante normen.
-
Laat het koelsysteem af, indien mogelijk.
-
Als er geen vacuüm kan worden gecreëerd, breng dan een opvangsysteem aan zodat het koelmiddel kan worden verwijderd vanaf verschillende punten op het systeem.
- Zorg dat de fles op de weegschaal staat voordat u begint met de recuperatieprocedure.
- Start de recuperatiemachine en laat deze werken conform de instructies.
- Overvul de flessen niet (met niet meer dan 80% van het vulvolume van de vloeistof).
- Overschrijd de maximale werkingsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
- Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en de procedure is voltooid, zorg er dan voor dat de cilinders en apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en dat de alternatieve afsluitkleppen op de apparatuur worden gesloten.
- Het gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden gebruikt zonder voorafgaand te zuiveren en te controleren.
STORINGOPLOSSING
- Soldeerwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door erkende soldeerspecialisten.
-
Voor de vervanging van de leidingen mag uitsluitend gebruik gemaakt worden van koperen buizen overeenkomstig de norm NF EN 12735-1.
• Detectie van lekken, testen onder druk: -
nooit droge zuurstof of lucht gebruiken, gevaar voor brand of ontploffingen,
- gedehydreerde stikstof of een mengsel van stikstof en het op het typeplaatje aangegeven koelmiddel gebruiken.
-
de druk van de test aan de lage en hoge druk zijde mag niet hoger zijn dan 42 bar in het geval apparaat is voorzien van de optie manometer.
-
Voor leidingen van het hogedrukcircuit uitgevoerd met een koperen buis van een diameter gelijk aan of meer 1"5/8, dient een certificaat §2.1 overeenkomstig de norm NF EN 10204 aangevraagd te worden bij de leverand en dat aan het technisch installatiedossier toegevoegd dient te worden.
- De technische informatie met betrekking tot de veiligheidseisen van de verschillende toegepaste richtlijnen staar aangegeven op het typeplaatje. Al deze informatie dient geregistreerd te worden in de installatiehandleiding van het toestel die deel uit dient te maken van het technische installatiedossier: model, code, serienummer, max. € min. TS, PS, fabricatiejaar, CE-markering, adres van de fabrikant, koelvloeistof en gewicht, elektrische instellinger thermodynamische en akoestische prestaties.
LABELING
- De apparatuur moet worden geëtiketteerd om aan te geven dat deze buiten gebruik is gesteld en dat het koelmiddel is afgelaten.
- Het label moet worden gedateerd en ondertekend.
- Let er bij apparaten die een ontvlambaar koelmiddel bevatten op dat etiketten op het apparaat zijn aangebrac die aangeven dat het ontvlambaar koelmiddel bevat.
RECUPERATIE
- Tijdens het aflaten van koelmiddel voor onderhoud of buitenbedrijfstelling wordt aanbevolen om de goede praktijken op te volgen voor het veilig en volledig aflaten van koelmiddel.
- Gebruik bij het overbrengen van koelmiddel naar de cilinder een recuperatiecilinder geschikt voor het koelmiddel Verzeker u ervan dat u over het juiste aantal cilinders beschikt om de vloeistof volledig te recupereren. Alle gebruikte cilinders moeten ontworpen zijn voor het recuperen van koelmiddel en moeten een etiket dragen voor het betreffende koelmiddel. De cilinders moeten uitgerust zijn met een vacuumklep en beschikken over afsluitkleppen die goed werken. De lege recuperatiecilinders worden leeggezogen en, indien mogelijk, gekoeld vóór het recuperatieproces.
-
De recuperatie-apparatuur moet in goede werkingsstaat verkeren, de gebruiksaanwijzing van de apparatuur moebinnen handbereik zijn en de apparatuur moet geschikt zijn voor het koelmiddel, indien van toepassing, evenals voor ontvlambaar koelmiddel. Daarnaast moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Deze moeten in goede werkingsstaat verkeren. De slangen moeten volledig zijn, mogen geen lekken of losse verbindingen hebben, en moeten in goede staat zijn. Controleer voordat u de recuperatiemachine gebruikt of deze in goede staat verkeert, en goed is onderhouden en of de bijbehorende elektrische componenten dicht zijn om te voorkomen dat er brand ontstaat bij het vrijkomen van koelmiddel. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant.
-
Het gerecupereerde koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de koelmiddelleverancier in een recuperatiecilinder, met een afvaloverdrachtsbrief Meng geen verschillende koelmiddelen in de recuperatiesystemen, en vooral niet in de cilinders.
- Na het demonteren van de compressor of het aflaten van de compressorolie, controleren of het koelmiddel volledig is verwijderd om te vermijden dat het zich met het smeermiddel zou mengen. Het aflatproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt terug gestuurd. Enkel de elektrische verwarming van het compressorlichaam kan worden gebruikt om dit proces te versnellen. Het aflaten van de vloeistoffen in een systeem moet op volledig veilige wijze gebeuren.

RECYCLING
Dit symbool wordt opgelegd door de Europese AEEA-richtlijn 2012/19/EU (richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en betekent dat apparaat niet met het huisvuil mag worden weggegooid. Dit moet selectief wordt verwerkt voor hergebruik, recyclage of herstelling. Als het apparaat mogelijk milieugevaarlijke stoffen bevat, dan moeten deze verwijderd of geneutraliseerd orden. Vraag uw dealer om informatie over de wijze van recycling.
GRE inverter Zwembad warmtepomp Gebruik en Onderhoud gebruiksaanwijzing
INDEX
- Specifications
- Afmetingen
- Installatie en aansluiting
- Accessoires
- Elektrisch schema
- Scherm controle bediening
- Problemen
- Open geklapt diagram
- Onderhoud
Dank u voor het gebruiken van de GRE inverter zwembad warmtepomp voor uw zwembad verwarming, het zal uw zwembadwater verwarmen en het op een constante temperatuur houden wanneer de omgevingstemperatuur +7 to 43°C.

LET OP: Deze gebruiksaanwijzing bevat alle benodigde informatie voor het gebruik en de installatie v
warmtepomp.
De installateur moet de gebruiksaanwijzing lezen en de instructies zorgvuldig volgen bij plaatsing en onderhe Bewaar deze handleiding en geef deze door voor later tijdens de levensduur van het apparaat.
De installateur is verantwoordelijk voor de installatie van het product en moet alle instructies opvolgen van fabrikant en de regels in toepassing. Verkeerde installatie niet volgens de gebruiksaanwijzing heeft uitsluiting gehele garantie tot gevolg.
De fabrikant verwerpt elke verantwoordelijkheid voor de schade veroorzaakt door de mensen, objecten en of fouten wegens de installatie die niet de aanwijzing van de gebruiksaanwijzing volgen. Elk gebruik zonder be bij het begin van de fabricatie zal beschouwd worden als gevaarlijk.
1. Specifications
| Model | HPGI50 | HPGI60 | HPGI70 | HPGI85 | |
| Code | 74162 | 74163 | 74164 | 74165 | |
| *Prestaties bij Air 28°C, het water 28°C, luchtvochtigheid 80% | |||||
| Verwarmingscapaciteit | kW | 10-2.3 | 12-2.9 | 15-3.2 | 17-3.8 |
| Energieverbruik | kW | 1.55-0.14 | 1.77-0.18 | 2.26-0.2 | 2.67-0.23 |
| C.O.P. | 16-6.5 | 16-6.8 | 16-6.6 | 16-6.4 | |
| * Prestaties bij Air 15°C, het water 26°C, luchtvochtigheid 70% | |||||
| Verwarmingscapaciteit | kW | 7-1.9 | 8.5-2 | 10-2.2 | 12-3 |
| Energieverbruik | kW | 1.43-0.27 | 1.72-0.28 | 2.07-0.31 | 2.43-0.42 |
| C.O.P. | 7.1-4.9 | 7.2-4.9 | 7.2-4.8 | 7.2-4.9 | |
| *Algemene data | |||||
| Compressortype | Inverter Compressor | ||||
| Spanning | V | 220~240V / 50Hz /1PH | |||
| Nominale stroom | A | 6.9 | 7.9 | 10 | 11.8 |
| Minimale zekering | A | 10 | 12 | 15 | 18 |
| Maximaal zwembadvolume ** | m3 | <55 | <70 | <80 | < 95 |
| Geadviseerde waterflux | m3/h | 2.8 | 3.7 | 4 | 4.6 |
| Waterdrukval | Kpa | 12 | 14 | 15 | 15 |
| Warmtewisselaar | Twist-titanium buis van PVC | ||||
| Wateraansluiting | mm | 50 | |||
| Ventilatie type | Horizontaal | ||||
| Beschermingsklasse | IPX4 | ||||
| Max Druk-zuig- en perszijde | MPa | 4.2 | |||
| Geluidsniveau (10m) | dB(A) | 22-34 | 23-35 | 23-37 | 24-37 |
| Geluidsniveau (1m) | dB(A) | 40-52 | 40-52 | 40-54 | 41-54 |
| Koelmiddel | R32 | ||||
| Hoeveelheid koelmiddel | g | 720 | 550 | 750 | 850 |
| CO2 gelijkwaardig | Tonne | 0.49 | 0.37 | 0.51 | 0.57 |
| Netto gewicht | kg | 56 | 68 | 73 | 78 |
| Bruto gewicht | kg | 68 | 73 | 78 | 83 |
| Net dimensie | mm | 860*389*586.5 | 987*400.5*688 | ||
| Verpakking dimensie | mm | 890*420*625 | 1015*435*713 | ||
* Bovenstaande gegevens kunnen worden bijgewerkt zonder voorafgaande kennisgeving.
** Kijk op onze verpakking of website voor meer details.
2. Afmeting (mm)
Model: HPGI50

text_image
860.0 596.5
3. Installatie en aansluiting
3.1 Opmerkingen
De fabriek levert alleen de warmtepomp. Alle andere componenten, inclusief een bypass wanneer nodig, moeten geleverd worden door de gebruiker of de installateur.
Attentie:
Volg alstublieft de volgende regels wanneer u de warmtepomp installeert:
- Elke toevoeging van chemicaliën moet plaatsvinden in de buizen gelokaliseerd na de warmtepomp.
- Installeer een bypass als de afstand van de water toevoer van de zwembadpomp meer dan 20% groter is dan de toegestane toevoer door de warmtewisselaar of de warmtepomp.
- Plaats de warmtepomp altijd op een vaste ondergrond en gebruik de bijgevoegde demping rubbers om vibratie en geluid te vermijden.
- Houdt de hele warmtepomp altijd recht. Als het apparaat in een diagonale positie was gehouden, wacht tenminste 24 uren met het starten van de warmtepomp.
3.2 Warmtepomp plaatsing
Het apparaat zal goed werken in elke gewenste locatie zolang de volgende drie onderdelen aanwezig zijn:
1. Frisse lucht - 2. Elektriciteit - 3. Zwembadfilters
Het apparaat mag worden geïnstalleerd in virtueel elke buiten locatie zolang als de gespecificeerde minimumafstanden met andere objecten wordt aangehouden (zie tekening hieronder). Raadpleeg alstublieft uw installateur voor installatie met een zwembad binnenshuis. Installatie in een locatie met veel wind is helemaal geen probleem, wel in de situatie met een gasverwarming (inclusief waakvlam problemen).
ATTENTIE: Installeer het apparaat nooit in een afgesloten ruimte met een gelimiteerde luchthoeveelheid in waarde lucht uitgestoten door het apparaat weer hergebruikt wordt, of nabij bosschage dat de luchtinlaat kan blokkeren. Zulke locaties verhinderen de continueuze levering van frisse lucht, wat resulteert in een gereduceerde efficiencie en mogelijk voldoende warmte afgifte tegengaat.
Zie de tekening hieronder voor minimum afstanden.

text_image
Luchttoevoer 700mm 2500mm Luchtafvoer 300mm 700mm3.3 Afstand van uw zwembad
De warmtepomp wordt normaal geïnstalleerd binnen een bereik van 7.5 meter van het zwembad. Hoe groter de afstand van het zwembad, hoe groter het warmteverlies in de buizen. Als de buizen meestal ondergronds zijn, is het warmteverlies laag op afstanden tot 30 m (15 m van en naar de pomp; 30 m in totaal) tenzij de grond na het is c
het grondwaterpeil hoog is. Een ruwe schatting van het warmteverlies per 30 m 0.6 kWh (2,000 BTU) voor elke 5% verschil tussen de watertemperatuur in het zwembad en de temperatuur van de grond die de muis omringd. Dit verhoogt de werktijd met 3% tot 5%.
3.4 Controle klep installatie
Opmerking: als een automatische dosering apparaat voor chloor en zuur (pH) gebruikt wordt, is het belangrijk om de warmtepomp te beschermen tegen excessief hoge chemische concentraties die de warmtewisselaar kunnen laten corroderen. Om deze reden, moeten apparaten van deze soort altijd bevestigd worden aan de buizen na de warmtepomp, en het wordt aanbevolen om een controleklep te installeren om terugvloeien van het water te voorkomen in het geval van afwezigheid van water circulatie.
Schade aan de warmtepomp veroorzaakt door nalatigheid van deze instructie is niet gedekt door de garantie.

text_image
Controleklep Filtre P-val Check klep In lijn Chlorinator of Brominator Chloor voorziening Water pomp3.5 Typische opstelling

text_image
warmtepomp stroom kabel ingang Outlet Inlet gecondenseerd water afvoerpijp afvoer afvoer zwembad Water processor zij-verbinding klep zwembad water ingang Water pomp FilterOpmerking: Deze opstelling is alleen een illustratief voorbeeld.
3.6 Instellen van bypass
Optimale werking van de warmtepomp gebeurt wanneer de koel gasdruk bar is.

text_image
BY-PASS Naar zwembad Klep 1 Van zwembad Klep 2 Klep 3 Uit In WarmtepompNeem onderstaande stappen om de by-pass aan te passen:
- Valve 1 wijd open. Klep 2 en klep 3 geslote
- Open de klep 2 en klep 3 met de helft langzaam en sluit vervolgens de klep 1 langzaam om de waterstroom naar klep 2 en klep 3 te verhogen.
- Als het 'ON' of 'EE3' op het display verschijnt, betekent dit dat de waterstroom de warmtepomp niet genoeg is, dan moet u de kleppen aanpassen om de waterstroom door de warmtepomp te verhogen.
Hoe u de optimale waterstroom krijgt:
Zet de warmtepomp onder de verwarmingsfunctie aan, sluit eerst de bypass en open het langzaam om de warmtepomp te starten (de machine kan niet starten als de waterstroom onvoldoende is).
Blijf doorgaan met de bijpass, om de watertemperatuur in te voeren. & Outlet water temp., Het zal optimaal zijn als het verschil ongeveer 2 graden is.
Opmerking: Alhoewel de warmtepomp elektrisch geïsoleerd is van de rest van het zwembadsysteem, voorkomt dat alleen de doorvoer van elektrische stroom naar of van het water in het zwembad. Aarding is nog steeds nodij voor bescherming tegen kortsluiting in het apparaat. Zorg altijd voor een goede aarding verbinding.
Waarschuwing: Voordat u werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat uitvoert, moet u de elektriciteitstoevoer van het apparaat afsluiten, aangezien er een risico op elektrische schokken bestaat, wat materiële schade, ernstig letsel of zelfs de dood kan veroorzaken.
- Onjuist aangedraaide klemmen kunnen ertoe leiden dat de klemmenkast oververhit raakt, waardoor de garantie vervalt.
- Alleen een gekwalificeerde en ervaren technicus is bevoegd om bekabelingswerkzaamheden in het apparaat uit te voeren of om het netsnoer te vervangen.
Voor het aansluiten van het apparaat, verifiëer dat het stroomvoltage overeenkomt met het werk voltage van de warmtepomp.
Het wordt aanbevolen om de warmtepomp te verbinden met een circuit met een eigen zekering of circuit onderbreker (langzaam type; graad D) en om goede bedrading te gebruiken.
Verbindt de elektrische draden met het terminalblok gemarkeerd ' POWER SUPPLY '.
Een tweede terminalblok gemarkeerd 'WATER PUMP' is gelokaliseerd naast de eerste. De filterpompschakelaar kan hier op het tweede klemmenblok worden aangesloten. Hierdoor kan de werking van de filterpomp worden geregeld door de warmtepomp of door het extra droge contact.
Opmerking: In het geval van 3-fase modellen, kan verwisseling van twee fases veroorzaken dat de elektrische motoren in de tegengestelde richting draaien, wat tot schade kan leiden. Om deze reden, heeft het apparaat een ingebouwde bescherming die het circuit verbreekt als de verbinding niet correct is. Als de rode LED boven dit veiligheidsapparaat oplicht, moet u de verbindingen van twee van de fasedraden verwisselen.
3.8 Initiele werking
Opmerking: Om het water in het zwembad (of hete kuip) te verwarmen, moet de filterpomp draaien om ervoor voor te zorgen dat het water circuleert door de warmtepomp. De warmtepomp zal niet opstarten als het water niet circuleert.
Nadat alle verbindingen gemaakt zijn en gecontroleerd, voer dan de volgende procedure uit:
- Zet de filterpomp aan. Controleer op lekkage en verifieer dat het water stroomt van en naar het zwembad.
- Sluit de stroom aan de waterpomp aan en druk op de aan/uit knop op het elektronische controlepaneel. Het apparaat zou opstarten nadat de tijdvertraging voorbij is (zie onder).
- Na een paar minuten, controleer of de lucht die uit het apparaat komt koeler is.
- Wanneer de filterpomp uitgezet wordt, moet het apparaat ook automatisch afslaan, wanneer niet, stel dan de doorvoer schakelaar bij.
Afhankelijk van de initiele temperatuur van het water in het zwembad en de luchttemperatuur, kan het verscheidene dagen duren om het water te verwarmen tot de gewenste temperatuur. Een goede zwembad afdekking kan de benodigde lengte van tijd dramatisch inkorten.
Water doorvoer schakelaar:
Het is uitgerust met een doorvoer schakelaar om het HP apparaat ervoor te beschermen dat het draait met een voldoende water doorvoer snelheid. Het zal aangaan wanneer de zwembadpomp loopt en laat het stoppen wanneer de pomp stopt. Als het oppervlak van het zwembad water hoger is dan 1 meter boven of beneden de automatische instelknop van de waterpomp, heeft u uw dealer nodig om de initiele opstart bij te stellen.
Tijdvertraging - De warmtepomp heeft een ingebouwde 3-minuten opstart vertraging om het circuit te beschermen en excessief contact verval te voorkomen. Het apparaat zal automatisch herstarten nadat deze tijdvertraging afloopt. Zelfs een korte stroomonderbreking zal deze tijdvertraging starten en voorkomen dat het apparaat onmiddellijk herstart. Meerdere stroomonderbrekingen tijdens deze vertraging periode hebben geen effect op de 3-minuten periode van de vertraging.
3.9 Condensatie
De lucht aangetrokken door de warmtepomp wordt sterk gekoeld door de werking van de warmtepomp om het water van het zwembad te verwarmen, wat condensatie kan veroorzaken op de bladen van de verdamper. De hoeveelheid condensatie kan zoveel zijn als verscheidene liters per uur bij hoge relatieve vochtigheid. Dit is soms foutief beschouwd als een water lekkage.
3.10 Gebruiksmodi voor optimaal gebruik
-POWERFUL: Deze modus wordt gebruikt om bij aanvang van het seizoen het zwembadwater op temperatuur te brengen.
-SMART: De warmtepomp heeft zijn primaire taak volbracht, in deze modus is de warmtepomp in staat om het zwembad water op een energie efficiënte manier op peil te houden. Door automatische aanpassing van draai snelheid van compressor en ventilator levert de warmtepomp een beter rendement.
-SILENT: In de zomermaanden, wanneer de verwarming capaciteit minimaal nodig is, gaat de warmtepomp in deze modus nog beter renderen. Extra voordeel, wanneer de warmtepomp moet bij verwarmen doet deze dit met minimale geluid belasting.
4. Accessoires
4.1 Accessoire lijst
Anti-vibratie basis, 4 stuks | Aftap buis, 2 stuks | Watervaste kist, 1 stuk |
10M Signaal draad, 1 stuk | Water drainagebuizen, 2 stuks | Winterhoes, 1 stuk |
4.2 Accessores installatie
![]() | Anti-vibratie rubbers1. Neem de 4 anti-vibratie rubbers eruit2. Plaatst ze een voor een onder de bodem de machine zoals op het plaatje. | |
![]() | ![]() | Aftap buis1. Installeerde aftap buis onder het bodempaneel2. Verbindt het met een water buis om het water af te tappen.Opmerking: Til de warmtepomp op om de b te installeren. Til de warmtepomp nooit te v op, het kan de compressor beschadigen. |
![]() | Water invoer & uitvoer verbinding1. Gebruik de buis tape om de water invoer uitvoer verbinding op de warmtepomp te verbinden2. Installeer de twee verbindingen zoals op I plaatje getoond3. Schroef ze op de water & uitvoer verbind | |
![]() | Kabel bedrading1. Verbind de stroomverbinding draad door het witte gat zoals het plaatje laat zien.2. Bevestig de andere zijde op verbindingen de elektrische doos. | |
![]() | Waterpomp bedrading1. Verbind de waterpomp draad door het w gemarkeerde gat2. Bevestig de andere zijde op de verbinding in de elektrische doos. | |
- Open de knop naar boven zoals (Foto 1)
- Bevestig de droge contactbedrading door de twee gaten zoals (Foto 2 & Foto 4)
- Druk op de knop en draai de bedrading vast zoals (Foto 3)

text_image
L N Pompe de Filtration(Foto 4)
(1) Bovenstaande elektrisch bedrading schema is alleen ter referentie, onderwerp alstublieft de machine volgens het bedradingschema.
(2) De zwembad warmtepomp moet ook verbonden worden met een aarding draad, alhoewel de warmtewisselaar van het apparaat elektrisch geïsoleerd is van de rest van het apparaat. Het aarden van het apparaat is nog steeds nodig om u te beschermen tegen kortsluitingen in het apparaat. Verbinding is ook nodig.
(3) Er wordt aanbevolen dat uw zwembadwater pomp en warmtepomp onafhankelijk worden bedraad.
Bedrading uw zwembad pomp in de warmtepomp wordt uw filtratie wordt uitgeschakeld zodra het zwembadwater heeft temperatuur bereikt.
Alleen bekabelen van het zwembad pomp door de warmtepomp als je een pool pomp, voor alleen verwarmen die onafhankelijk is om uw zwembad filtersysteem.
Afsluiting: Een afsluiting betekent (circuit onderbreken, gezekerde of niet-gezekerde schakelaar) moet geplaatst worden binnen het zicht en of direct bereikbaar vanaf het apparaat. Dit is normaal gebruik op commerciële en residentiële warmtepompen. Het voorkomt het op afstand aan zetten van het apparaat en staat het afsluiten van de stroom van het apparaat toe terwijl het apparaat wordt nagekeken.
5.5 Installatie van de schermbediening
foto(1) foto(2) foto(3) foto(4) foto(5)

- De kant met stekker verbindt met het bedieningspaneel (foto1)
- De andere kant van de signaaldraad. (foto2)
- Open het bedradingspaneel en steek de zijkant zonder stekker door de schakelkast. (foto 3,4)
- Plaats de bedrading in de uitgezette positie (code: COM 1 of COM-L) op de printplaat. (foto5)
6. Scherm bediening systeem
6.1 De knoppen van de LED draad bediening

text_image
8.8.8 M HEAT Powerful Smart Silent6.2 De toetsen en hun activiteiten
OPMERKING: Telkens wanneer de warmtepomp op het stroomnet wordt aangesloten, geeft het LED-display gedurende 3 seconden een code weer die het warmtepompmodel aangeeft.
6.2.1

Druk op om de warmtepomp start, toont het LED-display van de gewenste temperatuur van het water gedurende 5 seconden, toont vervolgens de inlaat temperatuur van het water en van de werking mode.
Druk op om de warmtepomp te stoppen en te laten zien "OFF"
Opmerking: Tijdens de parameter controle en instelling, druk op de snel-exit en sla de huidige instelling.
Druk nogmaals op om in / uitschakelen van de machine.
6.2.2 en toets

Klok / ontgrendel het display:
Houd en gedurende 5 seconden ingedrukt om het scherm te vergrendelen / ontgrendelen.
Temperatuur water instelling:
Druk op of om de temperatuur van het water rechtstreeks in te stellen.
Watertemperatuur. instelbereik in verwarmingsmodus: 6-41 °C.
6.2.3 knop
Parameter controle:
Druk op eerst, druk vervolgens op om de parameter gebruiker controleren van d0 volgens d11
| Code | Staat | strekking | Opmerking |
| d0 | IPM vormtemperatuur | 0-120°C | Real testen waarde |
| d1 | Inlet water temp. | -9°C~99°C | Real testen waarde |
| d2 | Uitlaat water temp. | -9°C~99°C | Real testen waarde |
| d3 | Ambient temp. | -30°C~70°C | Real testen waarde |
| d4 | Frequentiebeperkingscode | 0,1,2,4,8,16 | Real testen waarde |
| d5 | Piping temp. | -30°C~70°C | Real testen waarde |
| d6 | uitlaatgastemperatuur | 0°C~C5°C (125°C) | Real testen waarde |
| d7 | Stap van EEV | 0~99 | N*5 |
| d8 | Compressor loopt frequentie | 0~99Hz | Real testen waarde |
| d9 | compressor huidige | 0~30A | Real testen waarde |
| d10 | Huidige ventilatorsnelheid | 0-1200 (rpm) | Real testen waarde |
| d11 | Error code voor de laatste kee | Alle foutcode |
Druk op eerst, en vervolgens op om de "Gebruikersparameter van P0 tot P7 te controleren.
Druk zo nodig op seconde en druk vervolgens op of om de huidige parameter aan te passen.
(bijvoorbeeld: druk eerst op en druk vervolgens op om parameter P7-controle in te voeren en druk op

seconde en druk vervolgens op

of om de parameter P7 Inlaatwatertemp.correctie van -9 tot 9
aan te passen)
| Code | Naam | strekking | Standaard | Opmerking |
| P0 | Handmatig ontdooien | 0-1 | 0 | 1 Handmatige ontdooimodus, 0 Normale modus |
| P1 | Werkmodus | 1 | 1 | 1 Verwarming mode |
| P2 | Timer on / off | 0-1 | 0 | 1 Timer aan / uit onder functie, 0 Timer on / off is van de functie (De instelling van de P4 en P5 zal niet werken) |
| P3 | Waterpomp | 0-1 | 0 | 1 Altijd lopen, 0 Afhankelijk van het verloop van de compre |
| P4 | Huidige tijd | HH:MM | 0:00 | 0-23:0-59 |
| P5 | Wekker aan | HH:MM | 0:00 | 0-23:0-59 |
| P6 | timer uit | HH:MM | 0:00 | 0-23:0-59 |
| P7 | Inlet water temp. correctie | -9~9 | 0 | Standaardinstelling: 0 |
OPMERKING: Onder de ontdooimodus is P0 = 1.
Nadat het ontdooien is voltooid, wordt automatisch de normale modus geactiveerd, P0 = 0.
6.2.4 Prioriteit verwarming, aansluitmogelijkheid
8.1 Optie 1 Waterpomp heeft betrekking op de werking van de warmtepomp om te starten of te stoppen.
De waterpomp start 60 seconden voordat de compressor, de waterpomp begint 30 seconden en detecteert vervolgens de waterstroomschakelaar.
Wanneer de warmtepomp in de stand-bymodus komt, stopt de compressor 5 minuten nadat de waterpomp is gestopt.
| Staat | Voorbeeld | Waterpomp werkende logica | ||
| Verwarmings modus | P3=0,T1≥Tset-0.5°C,duurt 30 minuten | P3=0,T1≥27.5°C,duurt 30 minuten | 1. Daarna gaat het gedurende 1 uur naar de stand-bymodus (het wordt niet opnieuw gestart, behalve wanneer het handmatig wordt ingeschakeld.) | 2.Na 1 uur zal de filtratiepom5 minuten opnieuw opstarten.Als de T1≤ 27°C, begint de warmtepomp te werken tot T1≥27,5 °C en duurt deze 30 minuten om in stand-by te ga |
Optie 2 Zal de waterpomp altijd aan staan (P3 = 1)
Onder voorwaarde P3 = 1, wanneer T1 ≥Tset + 1 °C (T1≥29 °C) duurt 3 minuten, de warmtepomp in de stand-bymodus komt, en zal de waterpomp altijd aan staan.
Als de warmtepomp handmatig wordt uitgeschakeld of TIJD UIT staat, stopt de filterpomp dienovereenkomstig.
Onder optie 2, met activering van de timer; P2 = 1 om de filterpomp te starten en te stoppen volgens de programmering van de P4 (tijd), P5 (timer ON) en P6 (timer OFF)
Voorwaarde voor het starten van de warmtepomp, timer AAN is geactiveerd;
Wanneer de timer de ingestelde tijd van TIMER ON bereikt, start de filterpomp en na 5 minuten start de warmtepomp. De warmtepomp blijft stilstaan als het water in temperatuur ≥ Tset + 1 °C is, voordat de TIMER UIT is, is de filtratie nog steeds geactiveerd.
Voorwaarde om de warmtepomp te stoppen, timer UIT wordt geactiveerd;
Wanneer de timer de ingestelde tijd van de TIMER UIT bereikt, stopt de warmtepomp en stopt de filterpomp na 5 minuten.
NOTE :
Tset = Watertemperatuur testen
Bijvoorbeeld : Tset = 28°C Watertemperatuur testen in uw zwembad warmtepomp
Tset-0.5 = less 0.5°C dan het testen van de temperatuur
Tset+0.5= more 0.5°C dan het testen van de temperatuur
6.2.5 Systeem reset-functie


Druk op en in 10s, zal het systeem resetten en weer te geven "0000" op de controller.
6.2.6

Symbool verhitten zal het licht wanneer deze in werking is.
Bij het ontdooien, zal het licht knipperen.
6.2.7

Symbool van automatische stop, het lampje brandt wanneer het in werking is.
Opmerking: Als parameter P6 aan staat, is het symbool van automatisch stoplicht knipperend.
6.2.8

Symbool van automatische start, het lampje brandt wanneer het in werking is.
Opmerking: Als parameter P5 aan staat, is het symbool van automatisch startlichtje knipperend.
6.2.9

Op deze knop drukt, zal de lichtflits, zal de warmtepomp werken in 'Volledige output' alleen.
6.2.10

Terwijl u de Smart kiest, zal de warmtepomp net opereren in 'Kleine output', 'Gemiddelde output' en 'Volledige output'.
Wanneer in 'Kleine output' de lamp van Smart oplicht, zal de Silent of Powerful knipperen.
In 'Gemiddelde output' knippert het lampje van Smart.
In 'Volledige output' brandt de lamp van Smart, de lamp van Krachtig knippert.
6.2.11

Terwijl u de Silent kiest, zal de warmtepomp net opereren in 'Gemiddelde output' en 'Kleine output'.
In 'Kleine output' knippert het lampje van Stil.
In 'Gemiddelde output' gaat de lamp van Silent aan, de lamp van Smart knippert
7. Problemen
7.1 Fout code scherm op LED draad bediening
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Fout in inlaatwatertemperatuur sensor d1-TH6 | PP01 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de senso2. Herbevestig de bedrading van de sensoren |
| Uitlaat watertemperatuursensor defect d2-TH5 | PP02 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de senso2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Storing verwarmingslanssensor d5-TH2 | PP03 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de senso2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Uitval van de omgevingstemperatuur sensor d3-TH1 | PP05 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de senso2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Uitlaatpijpsensor defect d6-TH3 | PP06 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de senso2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Vorstbescherming in de winter | PP07 | De omgevingstemperatuur of de waterinlaattemperatuur is te laag | 1. Controleer de d1 en d3. (d1 inlaat watertemp., d3 uitlaat watertemp.)2. Normale bescherming |
| Lage omgevingstemperatuur beveiliging | PP08 | 1.Let de reikwijdte van het gebruik milieu2. Sensorafwijking d3-TH1 | 1. Stop met behulp van, buiten he gebruik van2. Wijzig de sensor |
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Hoge drukfout TS4 | EE01 | 1. De temperatuur van de omgeving is te hoog2. Watertemperatuur is te hoog3. Waterstroom is te laag4. Het ventilatortoerental is abnormaal of de ventilatormotor is beschadigd5. Gas systeem vastgelopen6. Hogedrukdraad is los of beschadig7. Te veel koelmiddel | 1. Controleer de waterstroom of waterpomp2. Controleer de ventilatormotor3. Controleer en repareer het leidingsysteem4. Controleer en repareer het koelsysteem5. Sluit de hogedruk draad of nieuwe vervangen hogedrukpressostaat6. Controleer en repareer het koelsysteem |
| Lagedrukstoring TS5 | EE02 | 1. EEV is geblokkeerd of het leidingsysteem is vastgelopen2. Motortoerental is abnormaal of motor is beschadigd3. Gaslekkage4. Lagedrukdraad is los of beschadig | 1. Controleer de EEV en het leidingsysteem2. Controleer de motortoerental in verwarmingsmodus, vervang een nieuwe als deze abnormaal is3. Door de hoge drukmeter om de drukwaarde to controleren4. Sluit de lagedrukdraad opnieuw aan of vervang een nieuwe lagedrukschakelaar |
| Uitval waterstroom TS1 | EE03Or” ON” | 1. Waterstroomschakelaar is beschadigd2. Geen / Onvoldoende waterstroom | 1. Wijzig de waterstromingsschakelaar2. Controleer de waterpomp of het vaarwegsystee |
| Oververhittingsbeveiliging voor watertemperatuur (d2-TH5) in verwarmingsmodus | EE04 | 1. Lage waterstroom2. Waterstroomschakelaar zit vast er de watertoevoer is afgesneden3. d2-TH5-sensor is abnormaal4. Het verschil tussen de temperatu van het uitlaatwater en de ingesteld temperatuur is 7 °C of hoger in de verwarmingsmodus | 1. Controleer het watersysteem2. Controleer de waterpomp of waterstroomschakelaar3. Controleer sensor d2-TH5 of wijzig een andere sensor4. Wijzig de ingestelde temperatuur. |
| d6-TH3 Uitlaat te hoge bescherming | EE05 | 1. Geen gas2. Lage waterstroom3. Het systeem is geblokkeerd4. Uitlaat temp. Sensorfout5. Omgevingstemperatuur is te hoog | 1. Controleer de hogedrukmeter, vul deze bij te I gas bij2. Controleer het vaarwegsysteem en de waterpomp3. Controleer het leidingsysteem als er een blok 14. Wijzig een nieuwe uitlaattemp. Sensor5. Controleer of de huidige omgevingstemperatuur en watertemperatuur hoger zijn dan de bedrijfstemperatuur van de machine |
| Controller mislukt | EE06 | 1. De draadverbinding is niet goed beschadigde signaaldraad2. Controllerstoring | 1. Controleer en sluit de signaaldraad opnieuw aan 2. Verander een nieuwe signaaldraad3. Schakel de stroomtoevoer uit en start de mach opnieuw op4. Verander een nieuwe controller |
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Compressor huidige bescherming | EE07 | 1. De stroom van de compressor is onmiddellijk te groot2. Verkeerde aansluiting voor compressor-fasevolgorde3. Compressorophopingen van vloeistof en olie leiden tot de stroom wordt grot4. Compressor of driverboard beschadigc5. De waterstroom is abnormaal6. Krachtfluctuaties binnen een korte tijd | 1. Controleer de compressor2. Controleer het vaarwegsysteem3. Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt4. Controleer de aansluiting van de fasevolgorde5. Controleer de stroomtoevoer |
| Communicatiefout tussen controller en moederbord | EE08 | 1. Slechte signaaldraadverbinding of beschadigde signaaldraad2. Controlleroring3. Rijden mislukt | 1. Controleer en sluit de signaaldraad opnieuw aan2. Verander een nieuwe signaaldraad3. Schakel de stroomtoevoer uit en start d machine opnieuw op4. Verander een nieuwe controller5. Controleer het stuursysteem of update het. |
| Communicatiefout tussen hoofdbesturingskaart en rijbord | EE09 | 1. Slechte verbinding van communicatiedraad2. Moederbord defect3. De draad is beschadigd | 1. Stop de stroomtoevoer en start opnieuw2. Controleer de draadverbinding3. Verander een nieuwe draad4. Vervang een nieuwe printplaat |
| VDC-voltage te hoge beveiliging | EE10 | 1.Moeder lijnspanning is te hoog2. Driver board is beschadigd. | 1. Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt2. Wijzig driverbord of hoofdbord |
| IPM-modulebeveiliging | EE11 | 1.Gegevensfout2.Wrong compressor-fase verbinding3. Compressor vloeistof en olie accumulatie leiden tot de stroom wordt groter4. Slechte warmteafvoer of aandrijfmodule of hoge omgevingstemperatuur5. Compressor of driverboard beschadigd | 1. Programmafout, elektriciteit uitschakelen en herstarten na 3 minuten2. Controleer de aansluiting van de compressorsequentie3. Controleer de druk of het systeem met manometer4. Slechte warmteafvoer van de omvormermodule of hoge omgevingstemperatuur5. Wijzig bestuurdersbord |
| VDC-voltage te lage beveiliging | EE12 | 1.Moeder lijnspanning is te laag2. Driver board is beschadigd. | 1. Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt2. Wijzig bestuurdersbord |
| Voer stroom in via een hoge beveiliging | EE13 | 1. De compressorstroom is te groot kortstondig2. De waterstroom is abnormaal3. Power schommelingen binnen een korte tijd4. Verkeerde PFC-inductor | 1. Controleer de compressor2. Controleer het vaarwegsysteem3. Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt4. Controleer of de juiste PFC-inductor wor gebruikt |
| Het thermische circuit van de IPM-module is abnormaal | EE14 | 1. Uitgangsafwijking van het thermische circuit van de IPM-modul2. Fan motor is abnormaal of beschadigdVentilatorblad is gebroken | 1. Wijzig een bestuurdersbord2. Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3. Verander een ander ventilatorblad |
| IPM-module temperatuur te hoge beveiliging | EE15 | 1. Uitzonderingsfout van het thermische circuit van de IPM-modul2. Motor is abnormaal of beschadigd3. Het ventilatorblad is gebroken4. De schroef op het bestuurdersborzit los | 1. Wijzig een bestuurdersbord2. Controleer of het ventilatortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3. Verander een ander ventilatorblad |
| Bescherming van PFC-modules | EE16 | 1.Uitputting uitzondering van PFC-module2. Motor is abnormaal of beschadigd3. Fan mes is gebroken4.Ingangsspanningssprong, ingangsvermogen is abnormaal | 1. Wijzig een bestuurdersbord2. Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3. Een ander ventilatorblad verwisselen4. Controleer de ingangsspanning |
| Storing DC-ventilatormotor | EE17 | 1. DC motor is beschadigd2. Controleer voor de driefase of de nulleider is aangesloten3. Main board is beschadigd4. Het ventilatorblad zit vast | 1. Detecteer DC-motor, vervang deze door een nieuwe2. Controleer de bedradingsverbinding voor de driefasige machine4. Een nieuw moederbord wijzigen of stuurprogramma5. Ontdek de barrière en werk het uit |
| Het thermische circuit van de PFC-module is abnormaal | EE18 | Het driverboard is beschadigd | 1. Wijzig een nieuw driverboard2. Controleer of het ventilatortoerental te laag is of dat de ventilatormotor is beschadigd, verander een andere motor |
| PFC-module bescherming tegen hoge temperaturen | EE19 | 1.PFC-module thermische circuituitgang abnormaal2. Motor is abnormaal of beschadigd3. Fan mes is gebroken4. De schroef in het driverboard zit niet strak | 1. Wijzig een nieuw driverboard2. Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3. Een ander ventilatorblad verwisselen4. Controleer of de schroef los zit |
| Ingangsstroomstoring | EE20 | De voedingsspanning fluctueert te veel | Controleer of de spanning stabiel is |
| Uitzondering voor softwarebesturing | EE21 | 1. Compressor werkt niet2. Verkeerd programma3.Onzuiverheid in de compressor veroorzaakt de onstabiele rotatiesnelheid | 1.Controler het moederbord of verander een nieuw board2. Voer het juiste programma in |
| Stroomdetectiekringfout | EE22 | 1.Spanningssignaal abnormaal2. Driver board is beschadigd3. Moederbordfout | 1. Wijzig een nieuw moederbord2. Wijzig een nieuw bestuurdersbord |
| Compressorstartfout | EE23 | 1. Hoofdbord is beschadigd2.Compressor bedradingsfout of slecht contact of niet verbonden3. Vloeistofophoping binnen4. Verkeerde fase verbinding voor compressor | 1.Controler het moederbord of verander een nieuw board2.Controler de bedrading van de compressor volgens het schakelschemaControleer de compressor of wijzig een nieuwe |
| Apparaatstoring in omgevingstemperatuur op stuurkaart | EE24 | Apparaatstoring bij omgevingstemperatuur | Wijzig driverbord of hoofdbord |
| Defect compressorfase | EE25 | Compressoren U, V, W zijn verbonden met één fase of twee fasen. | Controleer de feitelijke bedrading volgens het schakelschema |
| EEPROM-gegevens lezen storing | EE27 | 1.Wrong EEPROM-gegevens in het programma of mislukte invoer van EEPROM-gegevens2. Fout met moederbord | 1.Voer de juiste EEPROM-gegevens opnieuw in2. Wijzig een nieuw hoofdbord |
| De inter-chip communicatiefout op de hoofdbesturingskaart | EE28 | Hoofdbordfout | 1. Schakel de stroomtoevoer uit en start deze opnieuw op2. Wijzig een nieuw hoofdbord |
Opmerkingen:
- In de verwarmingsmodus, als de wateruittredetemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur boven 7 °C, geeft de LED-controller EE04 weer voor bescherming tegen oververhitting van het water.

EE04 Bescherming tegen oververhitting van water
Bijvoorbeeld hieronder:
| Mode | Water uit temperatuur | Temperatuur instellen | Staat | Storing |
| Verwarmingsmodus | 36°C | 29°C | Tout - Tset ≥ 7^ | EE04Oververhittingsbeveiliging voor watertemperatuur (d2-TH5) |
7.2 Andere fouten en oplossingen (Geen verschijning op LED draad controller)
| Storingen | Observering | Redenen | Oplossing |
| Warmtepomp werkt niet | LED draadcontroller geen verschijning. | Geen stroomvoorziening | Check cable and circuit breaker if it is connected |
| LED draad controller toont de actuele tijd. | Warmtepomp in stand-by status | Startup heat pump to run. | |
| LED draad controller toont de actuele watertemperatuur. | 1. Watertemperatuur bereikte ingestelde waarde, HP onder constante temperatuur status.2. Warmtepomp begint net t lopen.3. Onder ontdooien. | 1. Controleer watertemperatuur instelling.2. Start warmtepomp na een paar minuten.3. LED draadcontroller moet vertonen "ontdooien". | |
| Korte looptijd | LED toont actuele watertemperatuur, er verschijnt geen fout code. | 1. Ventilator draait NIET.2. Luchtventilator hij is niet genoeg.3. Niet genoeg koelmiddel. | 1. Controleer de kabelverbindingen tussen de motor en ventilator, wanneer nodig, moet het vervangen worden.2. Controleerlocatie van het warmtepomp apparaat, en elimineer alle obstakels om een goede luchtventilatie mogelijk te maken.3 Vervang of repareer het warmtepomp apparaat. |
| Water vlekken | Water vlekken op warmtepomp apparaat. | 1. Betonneren.2. Water lekkage. | 1. Geen actie.2. Controleer de titanium warmtewisselaar zorgvuldig of het defect is. |
| Te veel ijs op de verdamper | Te veel ijs op de verdamper | 1. Controleer de locatie van het warmtepomp apparaat, en elimineer alle obstakels om een goede lucht ventilatie mogelijk te maken2. Vervang of repareer het warmtepomp apparaat. |
- Open geklapt diagram
- 1 Open geklapt diagram Model:HPGI50

| NO. | Reserveonderdelen | NO. | Reserveonderdelen |
| 1 | Bovenklep | 32 | Kabelverbinding |
| 2 | Bovenframe | 33 | Vierwegklepspoel |
| 3 | Verdamper | 34 | Vierwegklep |
| 4 | Ventilatormotor beugel | 35 | Omgevingstemp. sensor |
| 5 | Linker paneel | 36 | Uitlaat temp. sensor |
| 6 | Ventilatormotor | 37 | Hogedrukschakelaar |
| 7 | Mantelbuis | 38 | Uitlaat |
| 8 | Ventilatorblad | 39 | Gasleidingen achteraan |
| 9 | Voorpaneel | 40 | Naaldklep |
| 10 | Ventilatierooster | 41 | Capillair |
| 11 | Controller | 42 | Lagedrukschakelaar |
| 12 | Waterdichte doos | 43 | Pijp (titaniumwisselaar naar capillair) |
| 13 | Controller doos | 44 | Warmtewisselaar Sensor Clip |
| 14 | Verdamper pad | 45 | Wateruittrede temp. sensor |
| 15 | Bodemplaat | 46 | Rubberen ring |
| 16 | Isolatiepaneel | 47 | Waterstroomschakelaar |
| 17 | Compressor verwarmingsband | 48 | O 'ring |
| 18 | Compressor | 49 | Rode rubberen ring |
| 19 | Verdamper pad | 50 | Schroefdop |
| 20 | Rechter paneel | 51 | Blauwe rubberen ring |
| 21 | Gasverzamelleiding verdamper | 52 | Titanium warmtewisselaar |
| 22 | rubberen bevestigingsblok | 53 | Waterinlaat temp. sensor |
| 23 | Sensor behuizing pijp | 54 | Reactor |
| 24 | Sensorbehuizing buis veerblad | 55 | Reactor doos |
| 25 | Spoeltemp. sensor | 56 | Deksel van elektrische kast |
| 26 | Distributie pijp | 57 | Elektrische doos |
| 27 | Achterpaneel | 58 | Printplaat |
| 28 | Druk meter | 59 | 3-positie terminal |
| 29 | Kabelverbinding | 60 | Klem |
| 30 | Omgevingstemp. sensor | 61 | 2-positie terminal |
| 31 | Druk meter | 32 |
Model: HPGI60/70/85

| NO | Reserveonderdelen | NO | Reserveonderdelen |
| 1 | Bovenklep | 30 | Draadlus met film |
| 2 | Bovenframe | 31 | Omgevingstemp. sensor Clip |
| 3 | Verdamper | 32 | Omgevingstemp. sensor |
| 4 | Ventilatormotor beugel | 33 | Uitlaat |
| 5 | Linker paneel | 34 | Uitlaat temp. sensor |
| 6 | Ventilatormotor | 35 | Hogedrukschakelaar |
| 7 | Mantelbuis | 36 | Pijp (titaniumwisselaar naar capillair) |
| 8 | Ventilatorblad | 37 | Lagedrukschakelaar |
| 9 | Voorpaneel | 38 | Capillair |
| 10 | Ventilatierooster | 39 | Naaldklep |
| 11 | Controller | 40 | Gasleidingen achteraan |
| 12 | Waterdichte doos | 41 | Waterinlaat temp. sensor |
| 13 | Controller doos | 42 | Warmtewisselaar Sensor Clip |
| 14 | Verdamper pad | 43 | Titanium warmtewisselaar |
| 15 | Bodemplaat | 44 | Gezamenlijke afdichtring |
| 16 | Isolatiepaneel | 45 | Blauwe rubberen ring |
| 17 | Compressor verwarmingsband | 46 | Schroefdop |
| 18 | Compressor | 47 | Waterinlaat temp. sensor |
| 19 | Verdamper pad | 48 | Gezamenlijke afdichtring |
| 20 | Rechter paneel | 49 | Waterstroomschakelaar |
| 21 | Gasverzamelleiding verdamper | 50 | Rode rubberen ring |
| 22 | rubberen bevestigingsblok | 51 | Deksel van elektrische kast |
| 23 | Sensor behuizing pijp | 52 | Reactor |
| 24 | Sensorbehuizing buis veerblad | 53 | Reactor doos |
| 25 | Spoeltemp. sensor | 54 | Printplaat |
| 26 | Distributie pijp | 55 | Elektrische doos |
| 27 | Achterpaneel | 56 | 2-positie terminal |
| 28 | Druk meter | 57 | 3-positie terminal |
| 29 | Kabelverbinding | 58 | Klem |
9. Onderhoud
(1) U moet het water voorziening systeem regelmatig controleren om te voorkomen dat lucht het systeem binnentreedt en lage water doorvoer voorkomen, omdat het de prestaties en betrouwbaarheid van het HP apparaat kan verminderen.
(2) Reinig uw zwembaden en filter systeem regelmatig om schade aan het apparaat te vermijden als een resultaat van een vuil of verstopt filter.
(3) In omgekeerde manier, moet u controleren dat het apparaat volledig met water gevuld is voordat u het apparaat weer opnieuw opstart.
(4) Nadat het apparaat gereedgemaakt is voor het winterseizoen, is het beter om het te beschermen met een speciale winter verwarming pomp.
(5) Wanneer het apparaat werkt, is er de gehele tijd een klein water verlies onder het apparaat.
(6) Tap het water in de warmtepomp altijd af tijdens de winter of wanneer de omgevingstemperatuur onder 0 °C daalt, anders raakt de titaniumwisselaar beschadigd door bevriezing. In dat geval vervalt uw garantie.
Waarschuwing!
-Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoert, moet u de stroomtoevoer onderbreken, aangezien er een risico op elektrische schokken bestaat, wat materiële schade, ernstig letsel of zelfs de dood kan veroorzaken.
- Het wordt aanbevolen dat het apparaat ten minste eenmaal per jaar een algemeen onderhoud ondergaat om een goede werking te garanderen, het prestatieniveau op peil te houden en mogelijke storingen te voorkomen. Deze werkzaamheden worden op kosten van de gebruiker uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. voor onderhoud dat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. -voor onderhoud dat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus, leest u de veiligheidsinstructies op de vorige pagina's in het hoofdstuk "onderhoud: waarschuwingen voor apparaten die R32-koelmiddel bevatten" voordat u een van de hieronder beschreven onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
BOMBA DE CALOR DE PISCINA
- In overeenkomst met de voorliggende bepalingen wordt door de verkoper gegarandeerd dat het produkt verkocht onder deze garantie ("het Produkt") geen enkel defekt vertoont op het moment van levering.
- De Garantieperiode voor het Produkt bedraagt twee (2) jaar en is geldig vanaf het moment dat het Produkt aan de koper geleverd wordt.
- Indien er zich een defekt aan het Produkt zou voordoen en de koper dit zou mededelen aan de verkoper gedurende de geldige Garantieperiode, dan zal de verkoper het Produkt repareren of laten repareren op zijn eigen kosten alwaar de verkoper dit geschikt zou achten, behalve in het geval dat dit onmogelijk of buitensporig zou zij 1.4Indien het Produkt niet gerepareerd of vervangen kan worden, dan kan de koper na verhouding prijsreduktie aanvragen, of, indien het defekt belangrijk genoeg is, de ontbinding van het verkoopcontractaanvragen.
- Die delen van het Produkt die onder deze Garantie vervangen of gerepareerd zijn, kunnen de duur van de Garantieperiode voor het oorspronkelijke Produkt niet verlengen, maar zullen beschikken over een eigen garantie.
- Voor de toepassing van deze garantie moet de koper de aankoopdatum en de levering van het Produkt kunnen aantonen.
- Indien er meer dan zes maanden verlopen zijn sinds de levering van het Produkt aan de koper, en deze plotseling aangeeft dat het Produkt niet aan de eisen voldoet, dan zal de koper de oorsprong en het bestaan van volgens hem bestaande defekten moeten kunnen aantonen.
- Dit Garantiecertifikaat beperkt of veroordeelt niet bij voorbaat de rechten die de gebruikers hebben en die gebaseerd zijn op nationalenormen.
2BIJZONDERE VOORWAARDEN
- Deze garantie dekt de produkten waarnaar deze handleiding verwijst.
- Het huidige Garantiecertifikaat is slechts van toepassing in landen van de EuropeseUnie.
- Voor de toepassing van deze garantie en in geval deze garantie van toepassing is al naar gelang de serie en het model van het Produkt, moet de koper de aanwijzingen van de Fabrikant in de documenten die bij het Prod bijgesloten zijn, strikt opvolgen.
- Indien er een tijdsperiode vastgesteld wordt voor de vervanging, het onderhoud of het reinigen van verschillende delen of onderdelen van het Produkt, dan is de garantie alleen geldig in geval deze tijdsperiode strii aangehouden is.
3BEPERKINGEN
- De huidige garantie is uitsluitend geldig bij verkoop aan gebruikers, waarbij onder "gebruiker" verstaan wordt een persoon die het Produkt aanschaft met een doel dat niet binnen het gebied van zijn professionele activiteiten valt.
- Er bestaat geen garantie in verband met normale slijtage bij gebruik van het Produkt. Wat betreft de delen, componenten en/of vervangbare of verbruiksmaterialen zoals batterijen, gloeilampen, enz. zal men zich moeten richten naar hetgeen in de documenten staat die het Produktvergezellen.
- De garantie dekt niet de gevallen waarbij het Produkt (i) onderhevig is geweest aan ongepast gebruik, (ii) gerepareerd, onderhouden of gemanipuleerd is door een persoon die daarvoor geen toestemming heeft, of (iii) gerepareerd of onderhouden is met niet oorspronkelijke onderdelen. Indien het defekt van het Produkt het gevo is van een incorrecte installering of ingebruikneming, dan is deze garantie slechts van toepassing indien de installering of ingebruikneming in kwestie in het contract van koop en verkoop van het produkt opgenomen is e door de verkoper of onder diens verantwoording uitgevoerd is.




Anti-vibratie basis, 4 stuks
Aftap buis, 2 stuks
Watervaste kist, 1 stuk
10M Signaal draad, 1 stuk
Water drainagebuizen, 2 stuks
Winterhoes, 1 stuk




