ProfiScale MULTI PS 7455 - Meetinstrumenten Burg Wächter - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ProfiScale MULTI PS 7455 Burg Wächter in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ProfiScale MULTI PS 7455 Burg Wächter
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProfiScale MULTI PS 7455 - Burg Wächter en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProfiScale MULTI PS 7455 van het merk Burg Wächter.
GEBRUIKSAANWIJZING ProfiScale MULTI PS 7455 Burg Wächter
Hartelijk gefeliciteerd met dit kwaliteitsproduct van BURG-WÄCHTER! Met de ProfiScale Multimeter PS 7455 kunt u metingen van spanning, stroom, weerstand, temperatuur en dioden alsook continuiïteits- of batterijcontroles uitvoeren. Meet eenvoudig en betrouwbaar alle elektrische apparaten in huis – ook gevoelige elektronica zoals computers en tv-toestellen. Op het digitale display kunt u de meetresultaten direct aflezen. Een praktisch steuntje zorgt ervoor dat de weergave nog duidelijker zichtbaar is.
Veiligheidsinstructies
Er kan lichamelijk letsel ontstaan als de volgende aanwijzingen niet in acht worden genomen!
Om veilig werken te waarborgen, gelieve de gehele bedieningshandleiding zorgvuldig door te lezen alvorens het apparaat in werking te zetten, en bewaar ze goed.
Dit digitale meetapparaat PS 7455 is ontworpen in overeenstemming met IEC-61010 1 voor elektronische meetapparaten en behoort tot overspanningscategorie CAT III 600 V en isolatieklasse II.
Als u dit digitale meetapparaat op de juiste manier gebruikt en onderhoudt, zult u er jarenlang plezier van hebben.
Om het meetapparaat veilig te kunnen bedienen en al zijn functies te gebruiken, moet u de aanwijzingen in deze paragraaf zorgvuldig opvolgen.
- Bij gebruik van het meetapparaat moet de gebruiker de volgende veiligheidsmaatregelen treffen:
- Bescherming tegen de gevaren van elektrische stroom
- Bescherming van het apparaat tegen onbedoeld gebruik
- Controleer vóór gebruik het apparaat op schade en gebruik het apparaat enkel wanneer u geen schade ontdekt.
- De meetkabels moeten in onberispelijke staat zijn. Vergewis u ervan dat de isolatie van de kabels niet beschadigd is en dat de aders van de meetkabels niet vrijliggen.
- Alleen bij gebruik van de meegeleverde meetkabels kan worden gegarandeerd dat aan de veiligheidsnormen wordt voldaan.
- Voordat het apparaat gebruikt kan worden, moeten de juiste ingangsbus, de functie en het meetbereik worden gekozen.
- Sluit steeds eerste de zwarte massakabel aan, vervolgens de rode meetkabel. Ga bij het verwijderen omgekeerd te werk.
- Gebruik het apparaat alleen wanneer de behuizing aan de achterkant compleet is en als de behuizing op de juiste manier bevestigd is.
- Voor u aan de keuzeschakelaar draait om die op een ander meetbereik in te stellen, moet u de meetkabels losmaken van de te testen schakeling.
- Zorg dat de aangegeven grenswaarden van de verschillende meetbereiken nooit worden overschreden. Wees uiterst voorzichtig bij metingen in het bereik van de grenswaarden.
- Als het meetapparaat verbonden is met een ander elektrisch circuit, raak dan geen vrije aansluitingen aan.
- Meet geen elektrische spanning als de spanning van de aansluitingen groter is dan 600 volt.
- Wees altijd voorzichtig bij metingen met spanningen boven de 60 V DC of 30 V AC rms (= effectieve waarde). Houd uw vingers tijdens de meting achter de afschermingen van de meetkabels.
- Sluit de meetkabels nooit aan op een spanning als de keuzeschakelaar op een van de volgende meetbereiken staat ingesteld: Stroommeting, weerstandsmeting, temperatuurmeting, diodecontrole of continuïteitscontrolemodus.
- Voer nooit weerstandsmetingen, temperatuurmetingen, diodetests of continuïteitstests uit van stroomkringen die onder spanning staan.
-
Zorg ervoor dat vóór de meting van dioden, weerstanden of de continuïteitstest het te meten object zonder spanning is en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn.
-
Controleer de functie van het meetapparaat door eerst een bekende spanningsbron te identificeren. Zodra u een afwijking vaststelt, gebruikt u het apparaat niet meer.
- Mocht u de een of andere fout of normafwijking vinden, dan kan het apparaat niet verder worden gebruikt en moet het worden gecontroleerd.
- Probeer nooit het meetinstrument zelf te repareren.
- Haal het apparaat niet uit elkaar; er kunnen storingen optreden.
- Laat het meetapparaat alleen repareren met behulp van originele onderdelen en door gekwalificeerd en geschoold personeel, om veiligheid en garantieaanspraken niet in gevaar te brengen.
- Voordat u de batterijklep of de behuizing van het meetapparaat opent, moet u altijd eerst de meetkabels van alle geteste stroomkringen losmaken.
- Als het batterijsymbool- in het display verschijnt, moet u onmiddellijk de batterij vervangen om te voorkomen dat foute meetresultaten worden aangegeven. Denauwkeurigheid van het meetapparaat is in deze toestand niet gegarandeerd, hetgeen tot een stroomstoot kan leiden.
- Zorg dat het meetapparaat wanneer het niet wordt gebruikt, altijd op "OFF" staat.
- Als het meetapparaat langere tijd niet gebruikt wordt, moet de batterij worden verwijderd, om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt.
- Om brand te voorkomen, moeten alleen zekeringen worden gebruikt met adequate spanning en belastbaarheid: FF 400 mA H 600 V of FF 10 A H 600 V
- Houd het apparaat uit de buurt van kinderen en andere onbevoegden.
- Gebruik om het meetapparaat te reinigen geen schuur- of oplosmiddelen. Gebruik een vochtige doek en alleen milde reinigingsmiddelen.
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen waarin zich ontvlambare of explosieve gassen bevinden.
- Ga voorzichtig met het apparaat om en laat het niet vallen.
- Stel het apparaat bij opslag niet bloot aan direct zonlicht, hoge temperaturen, hoge luchtvochtigheid of neerslag.
- Bewaar het apparaat op een droge en schone plaats.
- Voorkom dat het apparaat in contact komt met water en stof.
Aufbau

text_image
MS8236C DIGITAL MULTIMETER 1.8.8.8 °C F ① ④ ⑤ ② ③ ⑥ OFF TENP. V. HOLD RAV NCV 12V 9V -1.5V 600V CAT III POWER WACHTER TEMPED mAµAND A COM MAX 10A FUSCD MAX 30 sec every 15 sec. MAX 20mA FUSCD MAX 600V-7 ⑧ ⑨1 Display
2 NCV-knop
3 Range-knop RAN
4 Functieknop FUNC
5 Opslagknop HOLD
6 Selectieknop
7 10A-ingangsbus
8 Ingangsbus (voor alle metingen, behalve voor stroommetingen >200 mA)
9 Massabus
Symbole
Belangrijke veiligheidsinformatie – lees de bedieningshandleiding
⚠️ Voorzichtig: hoog veiligheidsrisico
☐ Dubbele isolatie (Beschermingsklasse II) CAT III Overspanning (montage) categorie III, vervuilingsgraad 2 volgens IEC1010-1
CE In overeenstemming met de richtlijn van de Europese Unie
Aarding Zekering
AC Wisselstroom
DC Gelijkstroom
Diode
Doorgangszoemer
≈ AC of DC (wisselstroom of gelijkstroom)
v Volt
A Ampère
°C Celsius
°F Fahrenheit
DATA-H Dit geeft weer dat de gegevens van de weergave opgeslagen worden
| Technische gegevens | |
| Max. spanning tussen de aansluitingen en aarde | 600 V DC of AC rms |
| Zekering | μA / mA-bereik: FF 400 mA H 600 V 10 A-bereik: FF 10 A H 600 V |
| Gebruikshoogte | Maximaal 2000 meter (7000 ft.) |
| Weergave | 20 mm lcd |
| Max. weergavewaarden | 1999 (3 1⁄2) |
| Polariteitsindicator | “-” geeft negatieve polariteit weer |
| Overbelastingsgrens | Weergave “OL” |
| Aftasttijd | ca. 0,4 seconden |
| Apparaataanduiding | Aanduiding van de functies en het elektrisch vermogen |
| Automatisch uitschakelen | Bij niet-gebruik wordt het apparaat na 15 minuten automatisch uitgeschakeld |
| Stroomvoeding | 1x 9V-blokbatterij |
| Meetbereikselectie | Automatisch en handmatig |
| Bedrijfstemperatuur | 0 °C tot 40 °C (32 °F tot 104 °F) |
| Opslagtemperatuur | -10 °C tot 60 °C (14 °F tot 140 °F) |
| Relatieve vochtigheid tijdens werking | <80 % |
| Relatieve vochtigheid bij opslag | <70 % |
| Nauwkeurigheid | ± (% van de weergave + aantal posities); geldt voor temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van < 80 %, gegarandeerd voor een jaar |
| Afmetingen | 148 mm x 73,5 mm x 50 mm |
| Gewicht | ca. 232 g |
Gelijkspanning (DC)
Ingangsweerstand: 10 MΩ
Maximale ingangsspanning: 600V DC
Overspanningsbeveiliging: 600V DC
Wisselspanning (AC)
Ingangsweerstand: 10MΩ
Maximale ingangsspanning: 600V AC rms
Frequentiebereik: 40 tot 400 Hz
Aanspreekgedrag: Gemiddeld, gekalibreerd in rms van de sinuscurve
Overspanningsbeveiliging: 600V AC rms.
Gelijkstroom (DC)
Wanneer de meting 2 A overschrijdt, niet langer dan 2 minuten achtereenvolgens meten. 10 minuten wachten tot de volgende meting
Wisselspanning (AC)
Max. boekingsperiode: Ingangsbus: 200 mA DC, 10 A-bus: 10 A AC rms Frequentiebereik: 40 tot 400 Hz
Aanspreekgedrag: gemiddeld, gekalibreerd in rms van de sinuscurve
Overspanningsbeveiliging: μA, mA bereik: FF 400mA H 600V,
10 A-bereik: FF 10A H 600V
Wanneer de meting 2 A overschrijdt, niet langer dan 2 minuten achtereenvolgens meten. 10 minuten wachten tot de volgende meting
Continuïteitstest
Meetbereik Functie

Signaal klinkt als weerstand kleiner dan 30 Ω is
Nullastspanning: ca. 0.5V
voorwaartse spanning van de diode.
Meetbereik Meetnauwkeurigkeit Functie
1.5V0,001V± (3.0 % v. meetw. + 5 x meetnauw.)
9V0,01V± (0.8 % v. meetw. + 7 x meetnauw.)
12 V0,01 V± (0.8 % v. meetw. + 7 x meetnauw.)
Algemene instructies bij de meting
Kies een functie overeenkomstig de te meten grootheid uit en draai vervolgens de meetmethodeschakelaar. Dit symbool -+ verschijnt als de spanning van de batterij kleiner is dan de normale bedrijfsspanning. Vervang de batterij onverwijld.
Het symbool ⚠ naast de ingangsbus geeft aan dat de ingangsspanning of de ingangsstroom kleiner zou moeten zijn dan wat staat aangegeven op het apparaat als maximale waarde om de inwendige stroomkring te beschermen. Sluit bij het tot stand brengen van de meetverbinding eerst de massakabel (COM) aan en pas daarna de meetkabel. Bij het verbreken van de meetverbinding moet eerst de meetkabel worden losgemaakt, vervolgens de massakabel (COM).
Automatische uitschakeling
Na 14 minuten inactiviteit kondigt het apparaat met vijf korte tonen de automatische uitschakeling aan. Na nogmaals een minuut zonder gebruik wordt het apparaat dan automatisch uitgeschakeld, hetgeen met een lange signaaltoon aan het einde gesignaleerd wordt. Indien u na de automatische uitschakeling de keuzeschakelaar naar een willekeurige functie draait of een van de drie grijze toetsen indrukt, wordt het apparaat weer ingeschakeld. Om de automatische uitschakeling te deactiveren, drukt u de "HOLD"-toets in terwijl u het apparaat inschakelt.
Toetsfunctie
FUNC – functietoets voor omschakeling van de meetmethode: Terwijl u stroom of spanning meet, kunt u met de "FUNC"-knop wisselen tussen gelijk- en wisselstroommeting resp. gelijk- en wisselspanningsmeting. Bij temperatuurmetingen kunt u met de "FUNC"-knop wisselen tussen °C en °F. Ook bij dioden en continuïteitstests kan door de "FUNC"-knop in te drukken, tussen deze twee parameters worden gewisseld.
HOLD – meetwaardeopslag: Als u wilt dat een meetwaarde wordt opgeslagen, drukt u op de "HOLD"-knop. Op het display verschijnt het symbool "DATA-H"; de opgeslagen meetwaarde wordt continu op het display weergegeven. Bij nogmaals indrukken van de toets wordt de meetwaardeopslag opgeheven en wordt op het display de actuele waarde getoond.
RAN – omschakeling bereik: Het automatische meetbereik wordt toegepast bij stroom-, spannings- en weerstandsmetingen. Druk op de “RAN”-knop als u het meetbereik handmatig wilt kiezen. Elke keer dat de “RAN”-knop wordt ingedrukt, wordt een volgend meetbereik aangegeven. Is het laatste meetbereik bereikt en wordt de knop opnieuw ingedrukt, dan wordt weer het eerste meetbereik aangegeven. Wanneer de “RAN”-knop langer dan 2 seconden wordt ingedrukt, wordt het automatische meetbereik weer geactiveerd.
NCV contactloos spanningsbronnen zoeken: Houd de "NCV"-knop ingedrukt en beweeg de multimeter in de buurt van het te testen bereik. Het apparaat toont met grote gevoeligheid een mogelijke spanningsbron, waarbij een signaal weerklinkt en de indicator-led boven het display brandt. De functie kan in iedere modus gebruikt worden.
Meten van gelijkspanning
Let op! Ingangsspanningen boven 600 V DC kunnen niet worden gemeten. Hogere ingangsspanning kan tot letsels aan personen en / of schade aan het apparaat leiden. Let er bij het meten van hoogspanningen op dat u geen elektrische schok krijgt.
- Sluit de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus.
- Kies volts als meetbereik voor de keuzeschakelaar. Leg het meetbereik handmatig vast met de RAN-knop of gebruik de vooraf ingestelde automatische meetbereikselectie.
- Verbind om de spanning te meten de meetkabels parallel met de spanningsbron.
- De polariteit van de rode meetkabel wordt in het lcd-scherm aangegeven.
- Indien handmatig een te klein meetbereik gekozen wordt dat door de meting overschreden wordt, verschijnt "OL" op het display. Stel dan een hoger meetbereik in.
- Bij de keuze van een klein meetbereik en open meetkabels is het mogelijk dat door elektrische storingsvelden "meetwaarden" verschijnen. Zo gauw de meetkabels met het meetobject verbonden zijn, krijgt u de echte meetwaarden.
Meten van wisselspanning
Let op! Ingangsspanningen boven 600 V AC rms kunnen niet worden gemeten. Hogere ingangsspanning kan tot letsels aan personen en / of schade aan het apparaat leiden. Let er bij het meten van hoogspanningen op dat u geen elektrische schok krijgt.
- Sluit de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus.
- Kies volts als meetbereik voor de keuzeschakelaar. Druk op de "FUNC"-knop om de wisselspanningsmeting te starten. Leg het meetbereik handmatig vast met de RAN-knop of gebruik de vooraf ingestelde automatische meetbereikselectie.
- Verbind om de spanning te meten de meetkabels parallel met de spanningsbron.
-
De waarden worden in het lcd-scherm aangegeven.
-
Indien handmatig een te klein meetbereik gekozen wordt dat door de meting overschreden wordt, verschijnt "OL" op het display. Stel dan een hoger meetbereik in.
- Bij de keuze van een klein meetbereik en open meetkabels is het mogelijk dat door elektrische storingsvelden "meetwaarden" verschijnen. Zo gauw de meetkabels met het meetobject verbonden zijn, krijgt u de echte meetwaarden.
Meten van gelijkstroom
Let op! Schakel de stroom van de te meten stroomkring uit alvorens het meetapparaat erop aan te sluiten an zorg ervoor dat alle condensatoren volledig ontladen zijn. Controleer vóór het meten van de stroom de zekeringen.
- Sluit voor een maximale stroommeting van 200 mA de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus. Om een stroom van maximaal 10 A te meten, verwijdert u de rode meetkabel en steekt deze in de 10 A-bus.
- Stel de keuzeschakelaar op het gewenste meetbereik μA, mA of A. Leg het meetbereik handmatig vast met de toets RAN of gebruik de vooraf ingestelde automatische meetbereikselectie.
- Verbind om de stroom te meten de meetkabels alleen in serie met de stroombron, en schakel dan pas de stroomkring in.
- De polariteit van de rode meetkabelverbinding wordt in het lcd-scherm aangegeven.
- Indien handmatig een te klein meetbereik gekozen wordt dat door de meting overschreden wordt, verschijnt "OL" op het display. Stel dan een hoger meetbereik in.
- Bij de ingangsbus tot 200 mA mag de maximale ingangsstroom 200 mA niet overschrijden, daar overspanning de zekering vernielt. Bij een hogere stroom moet de 10 A-ingangsbus voor maximaal 10 A ingangsstroom gebruikt worden.
Meten van wisselstroom
Let op! Schakel de stroom van de te meten stroomkring uit alvorens het meetapparaat erop aan te sluiten an zorg ervoor dat alle condensatoren volledig ontladen zijn. Controleer vóór het meten van de stroom de zekeringen.
- Sluit voor een maximale stroommeting van 200 mA de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus. Om een stroom van maximaal 10 A te meten, verwijdert u de rode meetkabel en steekt deze in de 10 A-bus.
- Zet de keuzeschakelaar op het gewenste meetbereik μA, mA of A. Druk op de "FUNC"-toets om de wisselstroommeting te kiezen. Leg het meetbereik handmatig vast met de RAN-knop of gebruik de vooraf ingestelde automatische meetbereikselectie.
- Verbind om de stroom te meten de meetkabels alleen in serie met de stroombron, en schakel dan pas de stroomkring in.
- De waarden worden in het lcd-scherm aangegeven.
- Indien handmatig een te klein meetbereik gekozen wordt dat door de meting overschreden wordt, verschijnt "OL" op het display. Stel dan een hoger meetbereik in.
- Bij de ingangsbus tot 200 mA mag de maximale ingangsstroom 200 mA niet overschrijden, daar overspanning de zekering vernielt. Bij een hogere stroom moet de 10 A-ingangsbus voor maximaal 10 A ingangsstroom gebruikt worden.
Weerstandsmeting
Let op! Zorg er bij metingen van de inwendige weerstand voor dat de teststroomkring is uitgeschakeld en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn.
- Sluit de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus.
- Zet de keuzeschakelaar op het Ω-meetbereik. Leg het meetbereik handmatig vast met de RAN-knop of gebruik de vooraf ingestelde automatische meetbereikselectie.
- Verbind om de weerstand te meten de meetkabels parallel op de te meten weerstand.
- De waarden worden in het lcd-scherm aangegeven.
- Indien de meetkring wordt onderbroken, verschijnt het "OL"-symbool in het display. Hierdoor wordt een overschrijding van de eindwaarde van het meetbereik weergegeven.
Aanwijzing! Bij de weerstandsmeting kan een waarde getoond worden die lichtelijk van de gegevens van de weerstand afwijkt, aangezien de teststroom van de multimeter parallel met de gemeten stroomkring loopt. Om de nauwkeurigheid bij metingen van kleine weerstanden te vergroten, sluit u de beide meetkabels eerst kort en noteert u de waarde. Vervolgens trekt u deze waarde af van de waarde van de eigenlijke weerstandsmeting.
Temperatuurmeting
Let op! Verbind het thermische element niet met onder spanning staande componenten, ter voorkoming van een stroomstoot.
- Zet de keuzeschakelaar in de "TEMP"-positie.
- Druk op de "FUNC"-knop om te wisselen tussen °C en °F.
- De lcd-weergave geeft de actuele omgevingstemperatuur aan.
- Bij temperatuurmetingen moet bij meegeleverde voeler met een thermo-element type "K" worden gebruikt. Op de stekker van het thermo-element zijn de positieve en negatieve pool gemarkeerd. Steek de negatieve pool in de massabus COM en de positieve pool in de ingangsbus, gemarkeerd met TEMP. Raak het te meten object aan met het uiteinde van de temperatuurvoeler.
- De waarden worden in het lcd-scherm aangegeven.
- Om een nauwkeuriger meetresultaat te verkrijgen, moeten meetapparaat en temperatuurvoeler vóór de meting aan de omgevingstemperatuur worden aangepast.
Diodetest
Let op! Zorg ervoor dat het te meten object spanningsvrij is en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn.
- Sluit de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus. (De rode meetkabel moet op de "+" worden aangesloten.)
- Zet de keuzeschakelaar in de positie.
- Druk op de "FUNC"-knop om naar de diodemeting te springen. Het symbool verschijnt op het display.
- Verbind om de diode te testen de rode meetkabel met de anode (+) en de zwarte meetkabel met de kathode (-) van de diode.
- De waarden worden in het lcd-scherm aangegeven.
- Het meetapparaat geeft de minimale voorwaartse spanning over de diode aan.
- Bij een open meetkring verschijnt in het display alleen "OL".
Continuïteitstest ng
Let op! Zorg ervoor dat bij de continuïteitstest het te meten object zonder spanning is en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn.
- Sluit de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus.
• Zet de keuzeschakelaar in de positie •))) - Druk tweemaal op de "FUNC"-knop om de continuïteitstest te starten. Het symbool verschijnt op het display.
- Tijdens de continuïteitstest moeten de beide meetkabels parallel met de stroomkring verbonden zijn.
- Als er sprake is van continuïteit (bijvoorbeeld een weerstand kleiner dan 30 Ω, zal de ingebouwde zoemer klinken.
- Bij een open meetkring verschijnt in het display alleen "OL".
Batterijtest
Let op! Sluit het meetapparaat enkel aan op batterijen tot maximaal 30 V DC of 60 V AC. Hogere ingangsspanningen kunnen wel worden weergegeven, maar er is kans dat de inwendige elektrische circuits beschadigd raken.
- Sluit de zwarte meetkabel aan op de massabus COM en de rode meetkabel op de ingangsbus.
- Zet de keuzeschakelaar op het gewenste meetbereik van 1,5 V, 9 V of 12 V.
- Tijdens de batterijtest moeten de meetkabels parallelmet de batterij verbonden zijn.
- De waarden in het lcd-display geven aan, wat de ladingstoestandvan de batterij is.
Batterij vervangen
Let op! Alvorens de batterijklep van het meetapparaat te openen, vergewist u zich ervan dat alle meetkabels verwijderd zijn en het apparaatuitgeschakeld is om het gevaar van een stroomstoot te voorkomen.
- Wanneer dit symbool op het scherm verschijnt, moet onverwijldde batterij vervangen worden, teneinde mogelijke gevaarsituaties tevoorkomen.
-
Maak de schroef van de batterijklep aan de achterkant van hetapparaat los en verwijder de batterijklep.
-
Vervang de lege batterij door een nieuwe 9 V-blokbatterij.
- Sluit het batterijvak weer met de batterijklepenschroef deze zorgvuldig vast.
Zekeringen vervangen
Let op! Voordat u het deksel van het batterijvak van het meetapparaat opent, moet u zich ervan vergewissen dat alle meetkabels losgemaakt zijn, om te voor-komen dat u een elektrische schok krijgt. Gebruik alleen zekeringen van de voorgeschreven waardes: F1 FF 400 mA H 600 V, F2 FF 10 A H 600 V.
- Zekeringen hoeven maar zelden vervangen te worden. Het doorbranden van een zekering is het gevolg van een bedieningsfout.
- Draai de schroef van de klep van het batterijvak los en verwijder de batterij.
- Verwijder de groene rubberafdekking van het apparaat. Draai de vier schroeven van de behuizing los en verwijder de behuizing.
- Vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe van de voorgeschreven belastbaarheid.
- Sluit de behuizing weer en schroef ze zorgvuldig vast. Plaats het apparaat weer in de groene rubberafdekking. Schroef vervolgens de batterijklep vast, nadat u een batterij hebt geplaatst.
Meetkabels vervangen
Let op! Er kan alleen sprake zijn van garantie als in overeenstemming met de veiligheidsnormen gebruik is gemaakt van de meegeleverde meetkabels. Als de meetkabels moeten worden vervangen, moeten daarvoor kabels van hetzelfde model of meetkabels van de voorgeschreven belastbaarheid worden gebruikt.
- Voorgeschreven belastbaarheid van de meetkabels: 600 V 10 A.
- U moet de meetkabels vervangen als de isolatie beschadigd is.
Reinigingsinstructies
Voor de reiniging mogen noch alcoholische (Spiritus, SIDOLIN® e. d.) noch agressieve schoonmaakmiddelen (Aceton e. d.) ingezet worden. Stoffige of vuile oppervlakken kunnen eenvoudigweg met een vochtige doek afgewreven worden.
Vuil aan de contacten van de meetkabels kan de meetresultaten beïnvloeden. Om de meetkabels te reinigen moet u allereerst het apparaat uitschakelen en de meetkabels verwijderen. Verwijder vuil zorgvuldig. Om de contacten te reinigen, kunt u bv. een doek met een beetje smeermiddel (bv. WD-40) bevochtigen.
Garantie
Om u een kwalitatief onberispelijk en hoogwaardig product te leveren en u bij service en reparatie optimaal te helpen, is het noodzakelijk dat foutieve of defecte apparaten tezamen met het originele aankoopbewijs bij uw dealer worden ingeleverd. Bij retourzendingen door toedoen van een producttherroeping moeten tevens all apparaatonderdelen onbeschadigd zijn. Bij veronachtzaming van het bovenstaande vervalt de garantie.
Verwijdering van het apparaat
Geachte klant,
Help ons, afval te vermijden. Mocht u te eniger tijd van plan zijn om dit apparaat te verwijderen, dient u daarbij te bedenken dat een groot aantal componenten daarvan uit waardevolle materialen bestaan, die recycleerbaar zijn.

We wijzen erop, dat de elektrische en elektronische installaties inclusief batterijen niet samen met het huisafval verwerkt mogen worden, maar afzonderlijk ingezameld moeten worden. Vraag a. u. b. bij het betreffende kantoor van uw stad / gemeente om informatie die de inzamelplaatsen van elektrisch en elektronisch afval betreffen.

Wendt u zich in het geval van vragen met betrekking tot EU-conformiteitsverklaringen tot info@burg.biz.
Druk- en zetfouten alsmede technische wijzigingen voorbehouden.