WAGNER PlastCoat 1030 - Cementmixer

PlastCoat 1030 - Cementmixer WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PlastCoat 1030 WAGNER in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice WAGNER PlastCoat 1030 - page 86
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over PlastCoat 1030 WAGNER

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Cementmixer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PlastCoat 1030 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PlastCoat 1030 van het merk WAGNER.

GEBRUIKSAANWIJZING PlastCoat 1030 WAGNER

Waarschuwing! Mortelspuitmachines ontwikkelen een hoge spuitdruk. Let op, gevaar voor letsel!

Kom nooit met vingers of hand in de spuitstraal! Richt de spuitlans nooit op uzelf of andere personen! Bedekkingsmateriaal kan bijtend of irriterend zijn! Bescherm huid en ogen!

Voor iedere inbedrijfstelling moeten de volgende punten conform de gebruikshandleiding in acht worden genomen:

1. Neem de toegestane drukken in acht.

2. Controleer alle koppelingen op lekdichtheid.

De aanwijzingen voor regelmatige reiniging en onderhoud van de mortelspuitmachine moeten exact worden aangehouden. Voor alle werkzaamheden aan de mortelspuitmachine en bij iedere werkonderbreking moeten de volgende punten in acht worden genomen:

1. Neem de uithardtijd van het bedekkingsmateriaal in acht.

2. Laat de druk af van spuitlans en mortelslang.

3. Schakel de zuigpomp uit.

Let op veiligheid! Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing85 Plast Coat 1030

4.1 Bedieningselementen en weergaven op het

5.3 Transport in een voertuig ______________________ 92

6.1.1 Aansluiting op het stroomnet/ Verlengkabel ______ 92

6.2 Eerste inbedrijfstelling ________________________ 92

6.3 Mortelslang aansluiten ________________________ 93

6.6 Spuitlans aansluiten (afb. 10) ___________________ 94

6.7 Mortelspuitmachine voorbereiden (afb. 12) _______ 95

6.7.1 Mortelslang voorspoelen ______________________ 95

6.8 Beginnen met spuiten _________________________ 96

6.9 Het spuiten beëindigen _______________________ 96

7 ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR

8.2 Reiniging van het apparaat en stator vervangen ___ 98

9.3 Lange periode van niet-gebruik _________________ 99

11.1 Onderdelenlijst onderstel _____________________ 105

12 ONDERDELENLIJST SPUITLANS ______________ 105 13 ACCESSOIRES PLASTCOAT 830_______________ 106 Inspectie van de mortelspuitmachine ________________ 108 Aanwijzing voor afvoer ___________________________ 108 Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid _ 108 Garantieverklaring _______________________________ 108 CE-verklaring ____________________________________ 109 Europa – servicenetwerk __________________________ 11286 Plast Coat 1030

1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Veiligheidstechnische eisen voor morteltransportmachines zijn onder andere geregeld in: a) EN 12001, Machines voor het transport, het spuiten en verwerking van beton en specie - Veiligheidseisen Let op de plaatselijk geldende voorschriften. Voor een veilige omgang met mortelspuitmachines moeten met name de volgende aanwijzingen in acht worden geno- men: Gebruik van de mortelspuitmachine De mortelspuitmachine PlastCoat 1030 is uitsluitend bedoeld voor het verwerken van de op pagina 88 beschreven bedek- kingsmaterialen. Elk ander gebruik is niet toegestaan. Tot correct gebruik behoort ook het in acht nemen van de gebruikshandleiding en het opvolgen van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften. Zorg dat de gebruikshandleiding altijd onder handbereik is op de plaats waar de mortelspuit- machine wordt gebruikt. De mortelspuitmachine PlastCoat 1030 mag uitsluitend met drukmeter worden gebruikt. Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschreven mortelslang mag worden gebruikt. Gebruik uitsluitend gemarkeerde mortelslangen die geschikt zijn voor tenminste 40 bar bedrijfsdruk. De mortelspuitmachine is uitsluitend bedoeld voor industri- eel gebruik door professionals. Persoonlijke beschermingsmiddelen Ter bescherming van ogen, huis en ademwegen: gebruik vei- ligheidsbril, beschermende kleding, handschoenen, evt. beschermende huidcrème en ademhalingsapparatuur. Koppel de mortelslang niet af zolang deze onder druk staat. Let op de drukmeter! Draag een veiligheidsbril! Richt de spuit- lans niet op personen! Ter bescherming van de oren: gebruik gehoorbescherming. Tijdens het transport van de machine en tijdens het werken met de machine veiligheidsschoenen dragen. Personen die niet voor de plaatsing, montage of bediening van de machine nodig zijn, dienen uit de buurt van de ma- chine te blijven. De PC 1030 is voor noodgevallen met een NOODSTOP-scha- kelaar uitgerust. Adembeschermingsmaskers Stel de verwerker een adembeschermingsmasker ter beschik- king ter bescherming tegen mineraal stof. Aansluiting op het lichtnet mag uitsluitend via een spe- ciaal voedingspunt b.v. via een bouwstroomverdeelkast met een aardlekbeveiliging van ≤ 30 mA. Voorkom vervuiling van de aansluiting voor de afstands- bediening van de besturingseenheid. Gevaar voor verwondingen door uittre- dend materiaal. Vóór elk inschakelen controleren of de materiaalkraan op de spuitlans gesloten is. Materiaalkraan bij elke werkonderbreking sluiten. Nooit de mortelspuitmachine gebruiken bij openliggende rotor of bij verwijderd reservoir. Steek uw handen niet in de rotor als deze draait. Gevaar voor beknelling. Voorzichtig met lange haren. Werk uitslui- tend met nauw aansluitende kleding. Geen voorwerpen of lichaamsdelen door het beschermende traliewerk steken. Klemgevaar bij het inklappen van de hand- grepen, de montage van de pompeenheid en het aansluiten van de mortelslang. Reiniging en onderhoud Mortelslang nooit onder druk loskoppelen of machine onder druk demonteren. Let op de druk op de manometer. Tijdens onderhoudswerkzaamheden mortelspuitmachine al- tijd uitschakelen, stekker uit het contact trekken en tegen per ongeluk opnieuw erin steken borgen. Spuit motor en besturingseenheid van de mortelspuitma- chine nietaf met een waterslang, hogedruk- of stoomreiniger. Gevaar voor kortsluiting door binnendringend water. Elektrische uitrusting Werkzaamheden aan de elektrische uitrusting van de mortel- spuitmachine mogen uitsluitend door een elektrotechnisch vakbekwaam persoon worden uitgevoerd. De elektrische uit- rusting moet periodiek worden gecontroleerd. Verhelp gebre- ken zoals losse verbindingen of oververhitte leidingen direct. Houd de sticker op de mortelspuitmachine schoon en leesbaar. Bij elke door de machine veroorzaakte stil- stand of na een stroomonderbreking moet de keuzeschakelaar meteen in de stand “A” worden gezet om te voorkomen dat de ma- chine per ongeluk weer gaat draaien. Er bestaat gevaar voor letsel. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN87 Plast Coat 1030

Plaatsing op een oneen ondergrond De mortelspuitmachine moet opgesteld worden zoals in de afbeelding getoond om een wegglijden te voorkomen. Voorwielen met de remmen blokkeren. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

Mortelslang Let op, gevaar voor letsel door injectie! Door slijtage, knikken en niet-doelmatig gebruik kunnen lekplaatsen in de mor- telslang ontstaan. Door een lekplaats kan vloeistof in de huid geïnjecteerd worden. Mortelslang vóór elk gebruik grondig controleren. Vervang een beschadigde mortelslang onmiddellijk. Probeer nooit een defecte mortelslang zelf te repareren! Scherp buigen of knikken vermijden, kleinste buigradius on- geveer 80 cm. Rijd niet over de mortelslang en bescherm deze tegen scher- pe voorwerpen en kanten. Nooit aan de mortelslang trekken om het toestel te bewegen. Mortelslang niet verdraaien. Mortelslang zo leggen, dat er geen struikelgevaar bestaat. Gebruik voor een goede en veilige werking en een lange levensduur uitsluitend originele mortelslangen van WAGNER. Bij oude mortelslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de mortelslang na 6 jaar te vervangen.88 Plast Coat 1030

PLASTCOAT 1030Toevoer van het bedekkingsmateriaal geschiedt via het reser-voir. De voedingsschroef transporteert het bedekkingsmate-riaal naar de excenter-schroefpomp.. Deze pomp bouwt de voor het transport door de mortelslang vereiste druk op. Bij de spuitlans wordt de voor de verstuiving vereiste perslucht aangevoerd. Via de elektrische besturing is de mortelspuitma-chine in- en uitschakelbaar of kan ook de transporthoeveel-heid worden geregeld.Met de traploos regelbare transporthoeveelheid van het be-dekkingsmateriaal kan een zacht en gelijkmatig spuitresultaat worden bereikt.

2.2 VERWERKBARE BEDEKKINGSMATERIALEN

  • Hechtmortel voor gevelisolatiesystemen (minerale en kunstharssystemen)• Kunstharspleister tot korrelgrootte 6 mm• Silicaatpleister tot K 6• Siliconenharspleister tot K 6• Minerale afwerkpleister tot K 6• Lichte pleister tot K 6• Krabpleister tot K 6• Isolerende mortels• Renovatiepleister• Coating voor cellenbeton• Kwartshoudende structuurverf• Dakcoatings• Brandvertragende coatings• Minerale vochtwerende mortels• Bitumenemulsies• Wapeningsmortel• Vloeibare rauhfaser• Kozijningietmortel• Kunsthars pleistergrond• Hechtgrond• Vullende verf, ook vezelhoudend• Elastische coatings• Kunstharsgebonden geluidabsorberende pleister• Kunstharsgebonden plamuurAlle bedekkingsmaterialen moeten geschikt zijn voor machi-nale verwerking. Zie het productdatablad van het te verwer-ken bedekkingsmateriaal. Andere bedekkingsmaterialen mogen uitsluitend worden ge-bruikt na overleg met de fabrikant of de afdeling Toepassings-technologie van WAGNER. 3 TECHNISCHE GEGEVENS PlastCoat 1030Spanning: 230 V~, 50/60 HzZekering: 16 A traagAansluitkabel: 5 m lang, 3 x 2,5 mm Motorvermogen P : 2,3 kWMax. transporthoeveelheid (water): 10, 15, 20 l/min(afhankelijk van rotor/stator)Max. bedrijfsdruk: 40 barMax. korrelgrootte: 6 mmAfmetingen l x b x h: 1150 x 520 x 610 mmInhoud reservoir: 50 literGewicht (PC 1030): 59 kgGewicht (Spuitlans): 2,1 kgMax. bandenspanning: 2,5 barBeschermingsklasse: IP 54Max. geluidsdrukniveau: 70 dB (A)*Verstuiverluchtaansluiting: snelkoppeling DN 7,2mmMax. verstuiverluchtdruk: 10 barBenodigde hoeveelheid perslucht tenminste: 320 l/minMax. mortelslanglengte: 40 m (en 2,5 m Slang-zwepen)Max. transporthoogte: 20 m* Meetlocatie: op 1 m afstand naast van het apparaat en op 1,60 m boven een akoestisch harde ondergrond.

PLASTCOAT 1030 De mortelspuitmachine PlastCoat 1030 is ontworpen voor ge-bruik resp. verwerking van gebruiksklaar gemengde minerale bedekkingsmaterialen.De machine is niet ontworpen voor het gebruik als reinigings-apparaat. INLEIDING89 Plast Coat 1030

4 OVERZICHT PLASTCOAT 1030 OVERZICHT 1 Besturingseenheid 2 Controlelampje rood (geeft aan dat er een storing op- treedt) 3 Bedrijfslampje groen (geeft aan dat er netspanning aan- wezig is) 4 Bedieningsveld met keuzeschakelaar voor de gebruiks- modus - en transporthoeveelheidsregelaar 5 NOODSTOP-schakelaar 6 Basisframe met wielen 7 Aansluiting afstandsbediening 8 Aansluiting externe controller 9 Mortelslang met luchtslang compleet 10 Spuitlans 11 Reservoir 12 Oplegvlak voor de vulling 13 Uitloopeenheid met inwendige schroefpomp 14 Drukmeter 15 Koppeling voor mortelslang 16 Gereedschapsbox POWER ERROR SPEED

HET APPARAAT1 Regelaar transporthoeveelheid 0-102 Keuzeschakelaar voor de gebruiksmodus3 Controlelampje (Error)4 Bedrijfslampje (Power)5 NOODSTOP-schakelaarMet regelaar (afb. 3, 1) kan de transporthoeveelheid van 0-10 traploos worden geregeld.Met de keuzeschakelaar (afb. 3, 2) kunt u kiezen uit de vol-gende modi:

Positie “A” = automatischbasisinstelling voor de besturing met een automatische spuitlans

Positie “R”= achteruit Deze instelling is nodig voor:• De drukontlasting van de mortelslang• De montage van de pompeenheid Gedetailleerde uitleg van het gebruik van de keuzescha-kelaar:Als de keuzeschakelaar in de positie “A” staat, dan kan de PC 1030 met de materiaalkraan op de automatische of pneuma-tische spuitlans in- en uitgeschakeld worden.In een situatie waarin er geen spuitlans gemonteerd is (bijv.: montage/demontage van de pompeenheid), wordt de machi-ne met de schakelpositie “F” ingeschakeld en met de positie “A” uitgeschakeld.OVERZICHTBelangrijk: De besturing via de keuzeschake-laar en de materiaalkraan zijn gelijkwaardig.Er kan te allen tijde vanuit de positie “A” (bestu-ring door materiaalkraan) naar “F” omgescha-keld worden.Apparaat daarom uitsluitend alleen bedienen.Het bedrijfslampje (groen, afb. 3, 4) geeft aan dat er spanning is aangesloten en het apparaat klaar voor gebruik is.Als de stekker wordt ingestoken, voert de PC 1030 een func-tiecontrole uit, terwijl het controlelampje (rood, afb. 3.3) knip-pert. Als alles in orde is verdwijnt het knipperen na ca. 30 se-conden. Als het controlelampje tijdens het bedrijf brandt is een storing aanwezig. Gedetailleerde informatie over de aard van deze storing zie paragraaf „Verhelpen van storingen“ op pagina 101.Staat de keuzeschakelaar op “F” als u de stekker in het stopcontact steekt, dan schakelt het apparaat niet in.Keuzeschakelaar even op “A” en dan weer op “F” zetten om het apparaat in te schakelen.NOODSTOP-schakelaarDoor indrukken van de NOODSTOP-schakelaar wordt de PC 1030 direct uitgeschakeld.Om de NOODSTOP-schakelaar weer te ontgrendelen. moet deze worden gedraaid. De machine blijft na het ontgrendelen verder uitgeschakeld. Om de machine weer in te schakelen, moet de keuzeschakelaar kort op „A“ en aansluitend op „F“ worden gezet.

Bij overbelasting schakelt de aandrijving van de mortelspuit-machine automatisch uit (rode controlelampje brandt). Keuzeschakelaar (afb. 3, 2) op “A” zetten en stekker uit het stopcontact trekken. Transporthoeveelheidsregelaar (afb. 3, 1) op „0“ zetten. Circa 5 minuten wachten, dan de stekker van de mortelspuit-machine weer in het stopcontact steken en inschakelen. Ge-wenste transporthoeveelheid instellen.De aandrijfeenheid warmt zich tijdens het bedrijf op. Dit is normaal en geen teken voor een foutieve functie. POWER ERROR SPEED

VKM 592 aanzuigvolume 590 l/minAanwijzing:Gebruik de compressor uitsluitend conform de meegeleverde gebruikshandleiding. OVERZICHT

1 Materiaalaansluiting, mortelspuitmachine2 Stuurkabelaansluiting / controller3 Verstuiverluchtaansluiting, persluchttoevoer4 Materiaalaansluiting, spuitlans5 Mortelslang6 Verstuiverluchtaansluiting, spuitlans7 Stuurkabelaansluiting

C330 aanzuigvolume 330 l/minAanwijzing:Gebruik de compressor uitsluitend conform de meegeleverde gebruikshandleiding.

1 Materiaalaansluiting2 Gecombineerde materiaal- en luchtkraan: Open: materiaalkraan onder een hoek van 90° t.o.v. spuitlans Gesloten: materiaalkraan wijst naar voren3 Structuurspuitkop: In de spuitlans kunnen verschillende structuurspuitkop-pen worden aangebracht. De spuitkopmaat is afhankelijk van de korrelgrootte van het bedekkingsmateriaal en het gewenste spuitresultaat.4 Handgreep: De handgreep kan al naar behoefte aan de rechter- of lin-kerkant van de spuitlans gemonteerd worden. De schroef-draad aan de andere kant kan ter bescherming met de bij-gevoegde afsluitstop worden afgesloten.5 Stuurkabelaansluiting6 Luchthoeveelheidsregelaar7 Verstuiverluchtaansluiting

Netsnoer om de handgreep wikkelen en slang verwijderen.Mondstukken en andere kleine voorwerpen opbergen in het opbergvak. PC 1030 aan de handgreep schuiven of trekken.Apparaat op trappen uitsluitend met twee personen dragen.

5.2 KRAANTRANSPORT (AFB. 4)

Aanhangpunten voor de banden of kabels (geen draadkabels) zie afbeelding.

Zet het apparaat met geschikte bevestigingsmiddelen vast.Om het uittreden van materiaalresten uit de machine te voorkomen, het apparaat van te-voren reinigen of de pleisterkoppeling sluiten. TRANSPORT/ INBEDRIJFSTELLING 6 INBEDRIJFSTELLING

De mortelspuitmachine moet op een vlakke ondergrond staan, om wegrollen te voorkomen.

6.1.1 AANSLUITING OP HET STROOMNET/

VERLENGKABELAansluiting op het lichtnet mag uitsluitend via een spe-ciaal voedingspunt b.v. via een bouwstroomverdeelkast met een aardlekbeveiliging van ≤ 30 mA.Leg de aansluitkabel zo neer dat deze geen struikelgevaar oplevert.Bescherm deze tegen beschadigingen, b.v. door eroverheen rijden. Kabeldiameter tenminste 3 x 2,5 mm . Ver-lengkabel helemaal afrollen. Controleer dat stekker en contrastekker niet zijn beschadigd.• Controleer voor aansluiting op het lichtnet dat de netspan-ning overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje.

De machine wordt door de fabrikant in de volgende losse componenten geleverd:• Basisapparaat compleet bestaand uit aandrijfeenheid, rege-leenheid, reservoir en transportonderstel met wielen.• Stator• Slangenpakket• Spuitlans• Pompglijmiddel• Gereedschapsbox met mondstukken, reinigingstoebeho-ren...93 Plast Coat 1030

Externe besturingen uittrekken. De mon-tage mag alleen worden uitgevoerd door de persoon die de machine ook bestuurt. Gebruik de mortelspuitmachine nooit met een openliggende rotor.Steek uw handen niet in de rotor als deze draait. Gevaar voor beknelling.Voorzichtig met lange haren. Werk uitslui-tend met nauw aansluitende kleding.Sterschroeven (1) losdraaien en uitloopeenheid (2) verwijde- ren. Stator (3) en rotor (4) met geschikt pompglijmiddel (bestelnr. 9992 824) insproeien.Keuzeschakelaar (6) op “A” en transporthoeveelheidsregelaar (7) op „0“ zetten. Stekker op het stroomnet aansluiten.Bedrijfslampje (8) geeft aan dat het apparaat bedrijfsklaar is.Rood controlelampje (9) knippert gedurende ca. 30 secon-den tijdens de functiecontrole. Transporthoeveelheidsregelaar (7) op 1 of 2 zetten. Stator (3) over de punt van de rotor (4) schuiven (geleiderail (5) in acht nemen).Keuzeschakelaar (6) op „R“ zetten om de stator automatisch op de rotor te trekken.Zodra de stator zich in de eindpositie bevindt, de keuzescha-kelaar (6) op „A“ zetten.Uitloopeenheid (2) weer monteren en met sterschroeven (1) vastdraaien.

6.3 MORTELSLANG AANSLUITEN

  • Controleer dat de pompeenheid goed vast zit.• Sluit de spuitlans (afb. 7, 1) aan en borg deze met de klem-hendels (afb. 7, 2). • Sluit de verstuiverluchtaansluiting van de mortelslang aan op een persluchttoevoer, b.v. de compressor (accessoire).

6.4 COMPRESSOR (ACCESSOIRE)

Plaats de compressor op een veilige plaats naast de mortel-spuitmachine en sluit deze aan op het lichtnet.Aanwijzing:Gebruik de compressor uitsluitend conform de meegeleverde gebruikshandleiding.

6.5 MONTAGE SPUITOPZETSTUKKEN ACCESSOIRE

Afhankelijk van het gebruik kunnen op de spuitlans verschillende toebehoren, zoals bij-voorbeeld een verlenging, worden gemon-teerd. Een nauwkeurig overzicht vindt u in het hoofdstuk „Toebehoren“.• Maak de snelkoppeling los en trek de luchtslang (afb. 8, 1) uit de lans.• Maak de wartelmoer (2) los en verwijder de materiaalbuis (3).

  • Plaats de materiaalbuis en luchtslang (indien aanwezig) van de toebehoren in de spuitlans en draai ze met de wartelmoer vast (afb. 9) Let op: beschadig de O-Ring (afb. 9, 4) niet.

6.6 SPUITLANS AANSLUITEN AFB. 10

  • Kies de voor het materiaal geschikte spuitkop uit:De spuitkopmaat moet tenminste drie keer de korrel-grootte bedragen, b.v.korrelgrootte kunstharspleister –> 3 mm spuitkopmaat –> 10 mm • Monteer de structuurspuitkop (1) met de conus in de rich-ting van de spuitkop in de spuitlans.• Sluit de spuitlans (2) op de materiaalslang aan en borg hem met spanhefbomen (3).• Sluit de materiaalkraan (4). (materiaalkraan wijst naar voren)• Koppel de verstuiverluchtaansluiting (5) aan de luchtslang van de mortelslang.• Koppelingsstekker (6) voor afstandsbediening op stuurka-bel van de mortelslang vastschroeven. • Stuurkabel van de mortelslang op de aansluiting van de pomp aansluiten. (afb. 11).• Keuzeschakelaar op “A” zetten.

Aanbevolen glijmiddelen voor de mortelslangWater is niet voldoende als glijmiddel.Gevaar van verstopping!Celluloseplaksel gebruiken. (bijv. Metylan be-hangplaksel art. nr. 2312136)• 2–3 l cellulosestijfsel in het materiaalreservoir doen.• Sluit de mortelspuitmachine aan op het lichtnet. Bedrijfsindicator (1) geeft aan dat het apparaat bedrijfsklaar is. Gevaar voor verwondingen door uit-tredend materiaal. Vóór elk inschakelen controleren of de materiaalkraan op de spuitlans gesloten is(materiaalkraan wijst naar voren).Materiaalkraan bij elke werkonderbreking sluiten.• Keuzeschakelaar (2) op “A” zetten. • Transporthoeveelheidsregelaar (3) op „3” zetten.

6.7.1 MORTELSLANG VOORSPOELEN

  • Sluit de luchtkraan (afb. 13, 2).Knik de mortelslang niet!Bescherm deze tegen beschadigingen, b.v. door eroverheen rijden of door scherpe voorwerpen en randen.• Houd de spuitlans boven het reservoir.• Materiaalkraan (afb. 13, 1) op de spuitlans openen (materi-aalkraan onder een hoek van 90° t.o.v. spuitlans), de mortel-spuitmachine wordt ingeschakeld.• Als er celluloseplaksel uit het mondstuk komt, sluit u de ma-teriaalkraan (afb. 13, 1) (de materiaalkraan wijst naar voren). • Reservoir met bedekkingsmateriaal vullen.Bij minerale bedekkingsmaterialen reservoir slechts half vullen.• Spuitlans weer boven de emmer houden.• Materiaalkraan (afb. 13, 1) op de spuitlans openen.• Zodra coatingmateriaal op de spuitlans uittreedt, materiaal-kraan (afb. 13, 1) sluiten. De mortelspuitmachine is nu gevuld en klaar voor gebruik.
  • Open de luchthoeveelheidsregelaar (afb. 13, 3) en materi-aalkraan (afb. 13, 1) op de spuitlans.• Stel de materiaalhoeveelheid met de transporthoeveel-heidsregelaar (afb. 13, 2) van de besturingseenheid en de luchthoeveelheid met de luchthoeveelheidsregelaar (afb. 13, 3) overeenkomstig het spuitbeeld in.Belangrijk: Laat de mortelspuitmachine niet droog lopen. Schakel het toestel on-middellijk uit als er geen materiaal meer uit het mondstuk komt of als de spuitstraal onregelmatig wordt. Voor mogelijke oor-zaken en de verhelping van het probleem, zie het hoofdstuk „Verhelpen van storin-gen“.Verhoogde slijtage van de materiaalkraan. Materiaalhoeveelheid niet met materiaal-kraan maar alleen met de transporthoe-veelheidsregelaar instellen.

6.9 HET SPUITEN BEËINDIGEN

  • Sluit de materiaalkraan (afb. 13, 1).• Sluit de luchthoeveelheidsregelaar (afb. 13, 3).Aan het einde van het spuiten altijd de ma-teriaalkraan sluiten.

REINIGEN Reinig motor en besturingseenheid van de mortelspuitmachine niet met water. Het gebruik van waterslang, hogedruk- of stoomreiniger is verboden. Gevaar voor kortsluiting door binnendringend water.

8.1 MORTELSLANG REINIGEN

  • Reservoir leegpompen.Belangrijk: Laat de mortelspuitmachine niet droog lopen. Schakel het toestel on-middellijk uit als er geen materiaal meer uit het mondstuk komt of als de spuitstraal onregelmatig wordt. Voor mogelijke oor-zaken en de verhelping van het probleem, zie het hoofdstuk „Verhelpen van storin-gen“.

7 ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR

Houd de spuitlans tijdens het spuiten op een gelijkmatige afstand van 30 – 60 cm van het object. Anders ontstaat een onregelmatig spuitresultaat.Het spuitresultaat is afhankelijk van het bedekkingsmateriaal, de viscositeit, de spuitkopmaat, de transporthoeveelheid en de hoeveelheid verstuiverlucht.Voorbeelden:Fijne structuur –> veel verstuiverluchtGrove structuur –> weinig verstuiverluchtGrotere transporthoeveelheid –> meer verstuiverluchtTest de gewenste structuur op een testoppervlak.De begrenzing aan de zijkanten van de spuitstraal moet niet te scherp zijn en de afstand tussen spuitlans en object moet daarop worden aangepast. De spuitrand moet geleidelijk vervagen zodat deze bij de vol-gende doorgang iets kan worden overlapt.Houd de spuitlans altijd parallel en in een hoek van 90° ten opzichte van het object, dan ontstaat de minste spuitnevel.Aanwijzing:Scherpe korrels en pigmenten leiden tot verhoogde slijtage van pomp, mortelslang, materiaalkraan en spuitkop.Bij gebruik van de mortelslang bij werkzaam-heden op een steiger blijkt dat dit het beste gaat, wanneer de slang steeds langs de bui-tenzijde van de steiger wordt geleid.

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR TOEPASSINGEN

  • Mortelspuitmachine en compressor uitschakelen.• Materiaalkraan sluiten. • Verwijder de structuurspuitkop uit de spuitlans en reinig deze.• Water in het reservoir vullen en de spuitlans boven een leeg gebint houden. Belangrijk: Laat de mortelspuitmachine niet droog lo-pen. Tijdens de reiniging altijd voldoende water in het reservoir navullen.• Transporthoeveelheidsregelaar op „5” zetten.• De materiaalkraan op de spuitlans openen.• Materiaal uit de slang in de emmer pompen tot het uittre-dende materiaal alleen nog maar dunvloeibaar is.• De materiaalkraan op de spuitlans sluiten.De mortelslang moet drukloos zijn.Zet zonodig de draairichtingschakelaar kort op “R” (achteruit).Let op de drukmeter ––> 0 bar.Draag een veiligheidsbril.• Mortelslang van de pompeenheid loskoppelen.• Spuitlans van mortelslang loskoppelen.• Reinigingsballen in mortelslang steken en mortelslang weer aankoppelen.• Keuzeschakelaar op “F” zetten.• Na enkele seconden komt de reinigingskogel uit de spuit-lans.• Herhaal, afhankelijk van het te verwerken bedekkingsmate-riaal, het reinigingsproces 3 – 4 keer.De mortelslang moet drukloos zijn.Zet zonodig de draairichtingschakelaar kort op “R” (achteruit).Let op de drukmeter ––> 0 bar.Draag een veiligheidsbril.• Keuzeschakelaar op “A” zetten.• Mortelslang van de pompeenheid loskoppelen.Een andere mogelijkheid is het gebruik van de reinigingsadapter (accessoire).Deze reinigingsadapter kan met de klauw-koppeling aan een waterslang of waterkraan worden aangesloten.Steek de reinigingskogel in de mortelslang, koppel de mortelslang aan de reinigings-adapter en spoel deze met water door.98 Plast Coat 1030

VERVANGEN• Mortelspuitmachine reinigen. Daarvoor geschikt pompglijmiddel of water gemengd met afwasmiddel door de pomp transporteren.DemontageMortelspuitmachine moet drukloos zijn.Zet zonodig de draairichtingschakelaar kort op “R” (achteruit).Let op de drukmeter ––> 0 bar.Draag een veiligheidsbril.Externe besturingen uittrekken. De de-montage mag alleen worden uitgevo-erd door de persoon die de machine ook bestuurt. Gebruik de mortelspuitmachine nooit met een openliggende rotor.Steek uw handen niet in de rotor als deze draait. Gevaar voor beknelling.Voorzichtig met lange haren. Werk uitslui-tend met nauw aansluitende kleding.• Keuzeschakelaar (afb. 14, 1) op “A” en transporthoeveel-heidsregelaar (2) op „0“ zetten.• Stekker uit het stopcontact trekken.• Sterschroeven (3) losdraaien en uitloopeenheid (4) verwij-deren.• Transporthoeveelheidsregelaar (2) op 1 of 2 zetten.• Stekker op het stroomnet aansluiten.• Keuzeschakelaar (1) in positie „F“ bewegen. Zodra de stator (5) is losgekomen van de rotor (6) de keuzeschakelaar op „A“ zetten.• Stator (5) volledig verwijderen.• Stekker uit het stopcontact trekken. Uitloopeenheid reinigenUitloopeenheid (4) met een waterstraal en geschikte essen-wisser reinigen.Reservoir (7) met een waterstraal en een geschikte borstel rei-nigen.Beschermend traliewerk met een radiatorkwast reinigen.Rotor (6) en stator (5) eveneens met water en evt. borstel grondig reinigen.Daarna rotor (6) en stator (5) met een geschikt pompglijmid-del inspuiten.Houd de schroefdraad van pomphuis en pompbuis schoon om lekkage na montage te voorkomen. MontageBij langere machinestilstand kan de stator vast komen te zitten op de rotor. De stator bij langere opslag daarom pas weer bij aanvang van de werkzaamheden monteren.Montage zie hoofdstuk 6.2.2 POWER ERROR SPEED

  • Reinig de structuurspuitkop.• Reinig de luchtboringen in de structuurspuitkop met een reinigingsnaald.• Reinig de O-Ring (afb. 15, 1) en vet hem in.• Reinig de spuitlans en materiaalbuis van binnen met een essenwisser (0342 329).• Reinig alle schroefdraden grondig.• Spoel de spuitlans met helder water door. Open en sluit de materiaalkraan daarbij drie keer.

9 ONDERHOUD LET OP! Voorafgaand aan alle onderhoudswerk-zaamheden moet de machine door het verwij-deren van de netstekker spanningsloos worden geschakeld omdat er anders gevaar voor kort-sluiting kan bestaan!Reparaties mogen uitsluitend worden uitge-voerd door gekwaliceerd, op basis van oplei-ding en ervaring geschikt personeel. Het ap-paraat moet na elke reparatie door een elektro-technisch vakbekwaam persoon worden gecon-troleerd. De mortelspuitmachine is zo geconstrueerd dat er minimaal onderhoud is vereist. Regelmatig moeten echter de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd resp. componenten wor-den gecontroleerd:

9.1 MECHANISCH ONDERHOUD

  • Houd de schroefdraad van pompbuis en pomphuis schoon en dicht deze zonodig af.• De afdichtingen van alle koppelingen en verbindingsstuk-ken moeten worden gecontroleerd op lekkage. Versleten afdichtingen moeten zonodig worden vervangen.• Voor elk gebruik moeten de volgende onderdelen worden gecontroleerd op beschadigingen: - Mortelslang - Netkabel - Besturingseenheid

9.2 ELEKTRISCH ONDERHOUD

  • De elektrische aandrijving en de luchtspleten daarvan moe-ten altijd schoon worden gehouden en mogen niet met wa-ter worden gereinigd. Gevaar voor kortsluiting.

9.3 LANGE PERIODE VAN NIET-GEBRUIK

Wanneer de mortelspuitmachine gedurende lange tijd niet wordt gebruikt moet deze grondig worden gereinigd en te-gen corrosie worden beschermd.Stator uit pompeenheid verwijderen, zodat deze niet vast kan gaan zitten op de rotor. ONDERHOUD100 Plast Coat 1030

Maandelijks de afdichtingen in de PC 1030 controleren.• Keuzeschakelaar (afb. 16, 1) op “A” en transporthoeveel-heidsregelaar (2) op „0“ zetten.• Stekker uit het stopcontact trekken.• Sterschroeven (3) losdraaien en uitloopeenheid (4) verwij-deren.• Transporthoeveelheidsregelaar (2) op 1 of 2 zetten.• Stekker op het stroomnet aansluiten.• Keuzeschakelaar (1) in positie „F“ bewegen. Zodra de stator (5) is losgekomen van de rotor (6) de keuzeschakelaar op „A“ zetten.• Stator (5) volledig verwijderen.• Stekker uit het stopcontact trekken. • Beide vergrendelbouten (7) eruit trekken en de verdraaibe-veiliging (8) verwijderen.• Flens (9) met een 17mm-sleutel losmaken en verwijderen.• Reservoir (10) lostrekken.• Afdichting (11) controleren en indien nodig vervangen.• Asafdichtring (12) reinigen.• Rotor (6) controleren en indien nodig vervangen (zie hoof-dstuk 9.5).

9.5 VERVANGEN ROTOR (AFB. 17)

  • Bevestigingsbout (1) losdraaien en oude rotor (6) verwijde- ren.
  • Nieuwe rotor met de nieuwe bevestigingsbout monteren.• Bevestigingsbout met Loctite 243 vastplakken.Let op: alleen Loctite 243 gebruiken. ONDERHOUD POWER ERROR SPEED

Mortelspuitmachine begint niet te draaien. Groene bedrijfslampje brandt Transporthoeveelheidsregelaar staat op „0“ Stuurkabel van de spuitlans niet aan- gesloten of beschadigd Transporthoeveelheid verhogen Stuurkabel controleren Mortelspuitmachine begint niet te draaien. Groene bedrijfslampje brandt niet Geen netspanning. - Steek de netstekker in. - Controleer de netkabel op beschadigingen en vervang deze zonodig. - Controleer de netspanning. Mortelspuitmachine begint niet te draaien. Rode controlelampje brandt Mortelspuitmachine is overbelast/ oververhit. Materiaalkraan sluiten en stekker uit het stopcon- tact trekken. Schakel de mortelspuitmachine na ca. 5 minuten weer in. Mortelspuitmachine krijgt de rotor niet rondgedraaid. Rotor zit in de stator vast. De pomp is niet met pompglijmiddel gesmeerd. Zet de keuzeschakelaar afwisselend kort op “F” (vooruit) en “R” (achteruit). Als het probleem niet opgelost kan worden, neem dan contact op met de klantenservice van Wagner. Mortelspuitmachine bouwt druk op in de mortelslang. Er komt echter geen bedek- kingsmateriaal bij de spuitlans aan. Prop bedekkingsmateriaal in de mortelslang. Mortelslang niet voorge- spoeld met cellulosestijfsel. Maak de mortelslang drukloos: zet de draairich- tingschakelaar op “R” (achteruit). Pomp het bedekkingsmateriaal terug in het reser- voir. De mortelslang moet drukloos zijn. Let op de drukmeter ––> 0 bar. Draag een veiligheidsbril. Mortelslang loskoppelen en met waterslang door- spoelen. Wanneer de verstopping is opgeheven, kan de mortelslang worden gevuld met celluloses- tijfsel. Koppel de mortelslang weer aan.

Tijdens het spuiten komt er plotseling geen bedekkingsma- teriaal meer vrij. Verstopping van de structuurspuitkop door verontreinigingen van het bedek- kingsmateriaal of door te grote kor- relgrootte. Te kleine structuurspuitkop. Prop bedekkingsmateriaal in de mortelslang. Mortelslang niet voorge- spoeld met cellulosestijfsel. De pomp heeft lucht aangezogen. Schakel de mortelspuitmachine uit. Sluit de materiaalkraan op de spuitlans. Verwijder de structuurspuitkop en reinig deze. Kies een grotere structuurspuitkop. Vuistregel: korrelgrootte x 3 ––> spuitkopmaat Maak de mortelslang drukloos: zet de draairich- tingschakelaar op “R” (achteruit). Pomp het bedekkingsmateriaal terug in het reser- voir. De mortelslang moet drukloos zijn. Let op de drukmeter ––> 0 bar. Draag een veiligheidsbril. Mortelslang loskoppelen en met waterslang door- spoelen. Wanneer de verstopping is opgeheven, kan de mortelslang worden gevuld met celluloses- tijfsel. Koppel de mortelslang weer aan. Coatingmateriaal in het reservoir navullen en overpompen totdat het coatingmateriaal zonder bellen uittreedt. Let op: Altijd voldoende coatingmateriaal bijvullen. Laat de pomp niet droog lopen. De pomp loopt warm waardoor proppen kunnen optreden. Geen glad, gelijkmatig spuitre- sultaat. De luchtkanalen in de structuurspuit- kop zijn gedeeltelijk door bedekkings- materiaal afgesloten. Luchthoeveelheid verkeerd ingesteld. Mortelspuitmachine slecht gereinigd De pomp heeft lucht aangezogen. Schakel de mortelspuitmachine uit. Sluit de materiaalkraan op de spuitlans. Verwijder de structuurspuitkop. Reinig de luchtka- nalen van de structuurspuitkop. Luchthoeveelheid anders instellen. Mortelspuitmachine grondig reinigen Coatingmateriaal in het reservoir navullen en overpompen totdat het coatingmateriaal zonder bellen uittreedt. Let op: Altijd voldoende coatingmateriaal bijvullen. Laat de pomp niet droog lopen. De pomp loopt warm waardoor proppen kunnen optreden.

Wanneer de storingsoorzaak hierboven niet is vermeld, moet het defect door de klantenservice van WAGNER worden verhol- pen.

STORING MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING

De druk op de drukmeter stijgt boven 40 bar. Bedekkingsmateriaal heeft te hoge viscositeit. Mortelslangdiameter te klein. Mortelslang te lang. Prop bedekkingsmateriaal in de mortelslang. Mortelslang niet voorge- spoeld met cellulosestijfsel. Bedekkingsmateriaal verdunnen. Gebruik een mortelslang met grotere diameter. Gebruik een kortere mortelslang. Maak de mortelslang drukloos: zet de draairich- tingschakelaar op “R” (achteruit). Pomp het bedekkingsmateriaal terug in het reser- voir. De mortelslang moet drukloos zijn. Let op de drukmeter ––> 0 bar. Draag een veiligheidsbril. Mortelslang loskoppelen en met waterslang door- spoelen. Wanneer de verstopping is opgeheven, kan de mortelslang worden gevuld met celluloses- tijfsel. Koppel de mortelslang weer aan. De mortelspuitmachine voert onvoldoende bedekkingsmate- riaal aan. Transporthoeveelheid te laag inge- steld. Mortelslangdiameter te klein. Stator versleten. Te kleine structuurspuitkop. Stel de transporthoeveelheid hoger in. Gebruik een mortelslang met grotere diameter. Monteer een nieuwe stator en zonodig ook een nieuwe rotor. Let op: inspuiten met pompglijmiddel. Kies een grotere structuurspuitkop. Vuistregel: korrelgrootte x 3 ––> spuitkopmaat104 Plast Coat 1030

9990368Stergreepmoer 2362368Uitloopeenheid 348315Pompmantel 2361120Verdraaibeveiliging voor stator 9900247Zeskantschroef 9921507Veerring7 2360707 Afdichtingsrubber ens

ONDERDELENLIJST SPUITLANS 12 ONDERDELENLIJST SPUITLANS POS. BESTELNR. BENAMING2334 115 Automatische spuitlans2322 199 Spuitkop compleet (bestaande uit positie 1-6)1 2321 045 Wartelmoer2 0342 350 Afdichtschijf3 0268 781 Structuurspuitdop 8 (standaard)6 2322 488 O-ring 25 x 2,5POS. BESTELNR. BENAMING7 2323 764 Behuizingsschaal links8 2319 220 Hendel9 2323 782 Behuizingsschaal rechts10 0348 216 Reed Sensor compl. 11 2336 554 Lenskopschroef (2 stuks)12 2324 716 Handgreep13 2336 221Afsluitstop (2 stuks)

1 2334 115 Automatische spuitlans 2 2334 120 Plafondspuitlans (150 cm) 3 2334 121 Gronderinglans 4 Structuurspuitkoppen voor automatische spuitlans: 0268 779 Structuurspuitkop 4 0348 915 Structuurspuitkop 5 0268 780 Structuurspuitkop 6 0348 916 Structuurspuitkop 7 0268 781 Structuurspuitkop 8 0348 917 Structuurspuitkop 9 0268 782 Structuurspuitkop 10 0342 327 Structuurspuitkop 12 0342 328 Structuurspuitkop 15 0268 905 Structuurspuitkop 4, 6, 8, 10 5 2362 235 Gronderingspuitkop 10 2362 236 Gronderingspuitkop 12 0268 746 Gronderingspuitkop 14 0268 747 Gronderingspuitkop 16 0268 748 Gronderingspuitkop 18 0268 726 Gronderingspuitkop 14, 16, 18

Verlenging 80 cm Verlenging 150 cm Verlenging 200 cm 7 2335 394 Lijmopzetstuk 8 2335 388 Vul-/doseeropzetstuk 9 Mortelslang (inklusive luchtslang en stuurkabel) voor automatische spuitlans (2334115, 2334120, 2334121) 2334 131 Mortelslang DN 19 – 2 m, aansluiting V 27 0342 706 Mortelslang DN 19 – 10 m, aansluiting V 27 0348 930 Mortelslang DN 19 – 20 m, aansluiting V 27 0348 912 Mortelslang DN 27 – 10 m, aansluiting V 27 0348 946 Mortelslang DN 35 – 13,3 m, aansluiting V 27 10 0342 314 Afdichting Fix-koppeling M 27

POS. BESTELNR. BENAMING

11 2337 672 Hoekspuitkop 12 0342 916 Reinigingsnaald 13 0342 330 Reinigingskogel voor DN 19 0342 331 Reinigingskogel voor DN 27 0342 332 Reinigingskogel voor DN 35 14 0342 329 Flessenborstel voor inwendige reiniging 15 9992 824 Pompglijmiddel 500 ml 16 0342 215 Slanghouder 17 0342 241 Reinigingsadapter M 27 – GK 0348 948 Reinigingsadapter M 35 – GK 18 2311 921 Compressor VKM 592, 230 V~, 50 Hz, Aanzuigvolume 590 l/min 19 2337 718 Compressor C330/03, 230 V~, 50 Hz, Aanzuigvolume 330 l/min 20 2311 692 Stuurkabel voor automatische installa- tie spuitlans 14 m (zonder afbeelding) 21 2312 136 Glijmiddel voor de mortelslang (Metylan behangplaksel) 125g (zonder afbeelding)107 Plast Coat 1030

Om veiligheidsredenen raden wij u aan het apparaat indien nodig, echter minimaal één keer per 12 maanden, door een deskundige te laten controleren op een veilige werking. Bij stilgelegde apparaten kan de controle tot aan de volgende keer in gebruik nemen worden verschoven. Bovendien moeten ook alle (eventueel afwijkende) nationale controle- en onderhoudsvoorschriften in acht worden geno- men. Bij vragen neemt u a.u.b. contact op met de klantenservice van de rma Wagner.

AANWIJZING VOOR AFVOER

Conform de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreende afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzet- ting daarvan in nationaal recht, mag dit product niet met het huisvuil worden afgevoerd, maar moet het voor milieuhygië- nisch verantwoord hergebruik worden afgevoerd! Uw oude WAGNER apparaat wordt door ons of onze handels- vertegenwoordigingen teruggenomen en voor u milieuhygi- enisch verantwoord afgevoerd. Neem in dat geval contact op met een van onze servicesteunpunten of handelsvertegen- woordigingen of rechtstreeks met ons. BELANGRIJKE AANWIJZING M.B.T. PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID Op grond van een EU-verordening is de fabrikant alleen vol- ledig aansprakelijk voor zijn product bij productfouten, als alle onderdelen van de fabrikant komen of door de fabrikant zijn vrijgegeven en als de toestellen vakkundig gemonteerd en gebruikt worden. Bij het gebruik van vreemde toebehoren en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of ge- deeltelijk vervallen, als het gebruik van de vreemde toebeho- ren of vreemde reserveonderdelen tot een productfout leidt. In extreme gevallen kan het gebruik van het totale toestel ver- boden worden door de bevoegde instanties. Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de zekerheid dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan. GARANTIEVERKLARING (Stand 01-02-2009)

1. Omvang van de garantie

Alle Wagner Professional-verfaanbrengingapparaten (hierna aangeduid als 'producten') worden zorgvuldig gecontroleerd, getest en onderworpen aan de strenge controles van de Wagner kwaliteitsborging. Wagner geeft daarom uitsluitend aan de commerciële of professionele gebruiker, die het product in de geautoriseerde speciaalzaak heeft gekocht (hierna aangeduid als 'klant'), een uitgebreidere garantie voor de op internet op www.wagner-group.com/pro-guarantee vermelde producten. De garantieclaims van de koper uit het koopcontract met de verkoper alsmede wettelijke rechten worden niet beperkt door deze garantie. Wij geven garantie zo, dat na onze beslissing het product of afzonderlijke onderdelen hiervan vervangen of gerepareerd worden of het apparaat tegen restitutie van de aankoopprijs wordt teruggenomen. De kosten voor materiaal en werktijd worden door ons overgenomen. Vervangen producten of onderdelen worden eigendom van Wagner.

2. Garantietijd en registrering

De garantietijd bedraagt 36 maanden, bij industrieel gebruik of identieke belasting en in het bijzonder ploegenbedrijf of bij verhuur 12 maanden. Voor op benzine en lucht aangedreven aandrijvingen geven wij eveneens 12 maanden garantie. De garantietijd begint met de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak. Beslissend is de datum op het originele aankoopbewijs. Voor alle vanaf 01-02-2009 bij de geautoriseerde speciaalzaak gekochte producten wordt de garantietijd met 24 maanden verlengd, als de koper deze apparaten binnen 4 weken na de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak in overeenstemming met de volgende bepalingen registreert. De registratie gebeurt op internet op www.wagner-group.com/pro-guarantee. Als bevestiging geldt het garantiecerticaat en het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop staat. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij daar moet invoeren. Door garantievergoedingen wordt de garantieperiode voor het product noch verlengd noch vernieuwd. Na aoop van de betreende garantieperiode kunnen claims tegen en vanuit de garantie niet meer geldend gemaakt worden.

3. AfhandelingAls in de garantieperiode fouten in materiaal, verwerking of prestaties van het apparaat tevoorschijn komen, dan moeten garantieclaims onmiddellijk, uiterlijk echter binnen 2 weken geldend gemaakt worden. Voor de inontvangstneming van garantieclaims is de geautoriseerde speciaalzaak, die het apparaat heeft geleverd, bevoegd. De garantieclaims kunnen echter ook bij onze in de bedieningshandleiding genoemde servicepunten geldend worden gemaakt. Het product moet samen met het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop en de productaanduiding moet staan, gratis opgestuurd of getoond worden. Voor de gebruikmaking van de garantieverlenging moet bovendien het garantiecerticaat worden bijgesloten. De kosten en het risico van verlies of beschadiging van het product op weg naar of van de instantie, die de garantieclaims in ontvangst neem of het gerepareerde product weer levert, draagt de klant.4. Uitsluiting van garantieGarantieclaims kunnen niet behandeld worden voor onderdelen, die onderworpen zijn aan gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage, alsmede gebreken aan het product, die terug te leiden zijn naar een gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage. Hiertoe behoren vooral kabels, kleppen, pakkingen, mondstukken, cilinders, zuigers, medium vervoerende behuizingsdelen, lters, slangen, dichtingen, rotoren, statoren etc.. Schade door slijtage wordt vooral veroorzaakt door schurende coatingmaterialen, zoals bijvoorbeeld dispersie, pleister, plamuur, lijm, glazuur, kwarts. bij fouten aan apparaten, die terug te leiden zijn naar niet-inachtneming van bedieningsinstructies, ongeschikt of verkeerd gebruik, verkeerde montage, resp. inbedrijfstelling door de koper of derden, niet-reglementair gebruik, anomale milieuomstandigheden, ongeschikte coatingmaterialen, chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, ongeschikte bedrijfsomstandigheden, gebruik met verkeerde netspanning/- frequentie, overbelasting of gebrekkig(e) onderhoud, verzorging resp. reiniging. bij fouten aan het apparaat, die door gebruik van accessoire-, aanvullings-, of reserveonderdelen werden veroorzaakt, die geen originele Wagner-onderdelen zijn. -bij producten, waarop veranderingen of aanvullingen werden aangebracht. bij producten met verwijderd of onleesbaar gemaakt serienummer bij producten, waarop door niet-geautoriseerde personen reparatiepogingen werden uitgevoerd. bij producten met geringe afwijkingen van de oorspronkelijke hoedanigheid, die voor waarde en gebruiksgeschiktheid van het apparaat onbelangrijk zijn. bij producten, die gedeeltelijk of compleet uit elkaar zijn gehaald. 5. Aanvullende regelingenBovenstaande garanties gelden uitsluitend voor producten die in de EU, het GOS of Australië door de geautoriseerde speciaalzaak gekocht en in het land van aankoop gebruikt worden.Blijkt uit de controle, dat er geen garantiegeval aanwezig is, dan zijn de kosten van de reparatie voor de koper.Deze bepalingen regelen alleen de rechtsverhouding naar ons toe. Verdergaande claims, vooral voor schade en verlies van welk soort dan ook, die door het product of het gebruik ervan ontstaan, zijn behalve in het toepassingsbereik uitgesloten van de productaansprakelijkheidswet. Garantieclaims tegen de speciaalzaak blijven onaangetast.Deze garantie valt onder de Duitse wet. De contracttaal is Duits. Als de betekenis van de Duitse en een buitenlandse tekst van deze garantie van elkaar afwijken, heeft de betekenis van de Duitse tekst voorrang.J. Wagner GmbHDivision Professional FinishingOtto Lilienthal Strasse 18 88677 MarkdorfBondsrepubliek DuitslandWijzigingen voorbehouden · Printed in Germany EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen: 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU En normatieve dokumenten: EN ISO 12100, EN 12001, EN 60204-1, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3, EN 61000-6-1, EN 61000-6-3 De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd. Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2368963 worden nabesteld. GARANTIEVERKLARING110 Plast Coat 1030 NL111 Plast Coat 1030 NLwww.wagner-group.com A J. Wagner Ges.m.b.H. Ottogasse 2/20 2333 Leopoldsdorf Österreich Tel. +43/ 2235 / 44 158 Telefax +43/ 2235 / 44 163 o ce@wagner-group.at DK Wagner Spraytech Scandinavia A/S Helgeshøj Allé 28 2630 Taastrup Denmark Tel. +45 43 27 18 18 wagner@wagner-group.dk GB Wagner Spraytech (UK) Limited Innovation Centre Silverstone Park Silverstone Northants NN12 8GX Great Britain Tel. 01327 368410 enquiries@wagnerspraytech.co.uk B WSB Finishing Equipment Veilinglaan 56-58 1861 Meise-Wolvertem Belgium Tel. +32/2/269 46 75 Telefax +32/2/269 78 45 info@wagner-wsb.nl E Makimport Herramientas, S.L. C/ Méjico nº 6 Pol. El Descubrimiento 28806 Alcalá de Henares (Madrid) Tel. 902 199 021/ 91 879 72 00 Telefax 91 883 19 59 ventas@grupo-k.es info@grupo-k.es I Wagner S.p.A. 23868 Valmadrera (Lc) Via Santa Vecchia, 109 Italia Tel./Fax 0341 210100 (centralino) wagner_it_va@wagner-group.com CH Wagner International AG Industriestrasse 22 9450 Altstätten Schweiz Tel. +41/71 / 7 57 22 11 Telefax +41/71 / 7 57 22 22 wagner@wagner-group.ch F Euromair Antony S.A.V. Ile-de-France 12-14, av. F. Sommer 92160 Antony Tel. 01.55.59.92.42 Telefax +33 (0) 1 69 81 72 57 conseil.paris@euromair.com NL WSB Finishing Equipment BV De Heldinnenlaan 200, 3543 MB Utrecht Netherlands Tel. +31/ 30/241 41 55 Telefax +31/ 30/241 17 87 info@wagner-wsb.nl

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WAGNER

Model : PlastCoat 1030

Categorie : Cementmixer