MPPH07CRN7 - Airconditioning COMFEE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MPPH07CRN7 COMFEE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MPPH07CRN7 COMFEE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MPPH07CRN7 - COMFEE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MPPH07CRN7 van het merk COMFEE.
GEBRUIKSAANWIJZING MPPH07CRN7 COMFEE
- info-meg@midea.com Email Midea Europe GmbH Ludwig-Erhard-Straße 14 65760 Eschborn Tel 06196-9020 0Draagbare airconditioner (Lokale airconditioner) Handleiding Bedankt voor het kopen van onze draagbare airconditioner Lees deze handleiding aandachtig door voordat u uw airconditioner gebruikt en bewaar hem voor toekomstige referentie. LEES EN BEWAAR DEZE INSTRUCTIES! NL1 │Inhoud Veiligheidsmaatregelen p. 2
- Voorzorgen p. 3
- Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) p. 4
- Voorbereiding p. 8
- Installatie p. 9
- Werking p. 12
- Onderhoud p. 15
- Foutdiagnose p. 16
- Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen p. 17
- Sociale Opmerking NL2 │Inhoud Dit symbool geeft aan dat als de instructies genegeerd worden dit de dood of ernstig letsel kan veroorzaken. WAARSCHUWING: Om dood of letsel bij de gebruiker of andere personen en materiële schade te vermijden, moeten de volgende instructies in acht genomen worden. Foute bediening vanwege het negeren van instructies kan de dood, letsel of schade tot gevolg hebben. -De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Foutieve installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken of brand. -Gebruik alleen de meegeleverde accessoires en onderdelen en specieke gereedschappen voor de installatie. Het ge- bruiken van niet-standaard onderdelen kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, brand en letsel of schade aan eigendommen. -Verzeker je ervan dat het stopcontact dat u gebruikt, geaard is en de juiste spanning heeft. Het netsnoer is uitgerust met een driepolige aardingstekker om u te beschermen tegen schokken. Informatie over de spanning vind je terug op het naamplaatje van het apparaat. - Gebruik je apparaat enkel in een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat je wilt gebruiken onvoldoende geaard is of beschermd wordt door een tijdvertragingszekering of stroomonderbreker (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald aan de hand van de maximale stroomsterkte van het apparaat.) De maximale stroomsterkte wordt aangegeven op het naamplaatje op het apparaat), laat dan een gekwaliceerde elektricien het juiste stopcontact installeren. - Installeer het apparaat op een vlak, stevig oppervlak. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot schade of overmatig lawaai en trillingen. -Het apparaat mag niet belemmerd worden om een goede werking te garanderen en de veiligheidsrisico's te beperken. -Wijzig de lengte van het netsnoer NIET of gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien. - Gebruik NOOIT een stopcontact samen met andere elektrische apparaten. Een foute stroomvoorziening kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. - Plaats uw airconditioner NIET in een natte ruimte zoals een badkamer of een wasruimte. Te veel blootstelling aan water kan ervoor zorgen dat de elektrische componenten kortsluiten. - Plaats het apparaat NIET op een locatie die kan worden blootgesteld aan brandbaar gas, omwille van het brandge- vaar. -Het apparaat beschikt over wielen om het verplaatsen te vergemakkelijken. Zorg ervoor dat u de wielen niet op een dik tapijt gebruikt of over voorwerpen rolt, omdat dit het apparaat kan laten omvallen. - Bedien een apparaat NIET als het viel of beschadigd is. - Het apparaat met elektrische verwarming moet minstens 1 meter ruimte hebben ten opzichte van ontvlambare mate- rialen. - Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voeten. - Als de luchtontvochtiger tijdens het gebruik omviel, moet je het apparaat uitschakelen en onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Inspecteer het apparaat op zicht om er zeker van te zijn dat er geen schade is. Als je vermoedt dat het apparaat beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantenservice voor bijstand. - Tijdens een onweer moet de stroom worden afgesloten om schade aan het apparaat ten gevolge van bliksem te voorkomen. -Je airconditioner moet op een zodanige manier worden gebruikt dat deze beschermd is tegen vocht, bijv. condensatie, opspattend water, etc. Plaats of bewaar je airconditioner niet op een plaats waar deze in water of een andere vloei- stof kan vallen of worden getrokken. Trek de stekker onmiddellijk uit als dit gebeurt. -Alle bedrading moet strikt worden uitgevoerd in overeenstemming met het bedradingsschema binnenin het apparaat. - De printplaat (PCB) van het apparaat is ontworpen met een zekering om overstroombeveiliging te voorzien. De specicaties van de zekering staan afgedrukt op de printplaat, bijvoorbeeld: T 3.15A/250V, enz. NL3 │Inhoud Voorzorgen - Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, senso- rische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat op een veilige manier en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet door kinderen worden gedaan als ze niet onder toezicht staan (van toepassing voor Europese landen) - Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. (van toepassing voor alle landen behalve Europese landen) -Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat niet met het apparaat spelen. Kinderen moeten steeds onder toezicht staan in de buurt van het apparaat - Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsvertegenwoordiger of personen met vergelijkbare kwalicaties om gevaar te voorkomen. -Voor het reinigen of ander onderhoud, moet het apparaat losgekoppeld worden van de stroomvoorziening. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met vloerkleden, -lopers of gelijkaardige vloerbekleding. Leid het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer uit de buurt van het verkeersgebied en waar men er niet kan over struikelen. - Gebruik het apparaat niet als het een beschadigd snoer, stekker, zekering of stroomonderbreker heeft. Voer het appa- raat af of retourneer het naar een erkend servicepunt voor nazicht en/of herstelling. - Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen mag je deze ventilator niet gebruiken met een snel- heidsstuurtoestel in vaste toestand. - Het apparaat moet geïnstalleerd worden volgens de nationale bedradingsvoorschriften. - Voor onderhoud of herstelling van dit apparaat neem je contact op met de bevoegde servicemonteur. - Contacteer de geautoriseerde installateur voor installatie van dit apparaat. -Bedek of blokkeer de inlaat- of uitlaatroosters niet. - Gebruik dit product niet voor andere functies dan degene die in deze handleiding beschreven worden - Vóór het reinigen moet je de stroom uitschakelen en het apparaat loskoppelen. - Sluit de stroom af als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen. - Gebruik alleen je vingers om op de toetsen op het bedieningspaneel te drukken. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Bedien of stop het apparaat niet door de stekker in te steken of uit te trekken. - Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om schoon te maken of laat deze niet in contact komen met het apparaat. Ge- bruik het apparaat niet in de buurt van ontvlambare stoffen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, enz. - Vervoer je airconditioner altijd in een verticale positie en plaats hem tijdens gebruik op een stabiele, vlakke onder- grond. - Neem altijd contact op met een bevoegd persoon om reparaties uit te voeren. Als het netsnoer beschadigd is moet het worden vervangen door een nieuw netsnoer dat verkregen werd van de fabrikant van het product en niet worden gerepareerd. - Houd de stekker vast aan het uiteinde van de stekker wanneer je hem uit trekt. - Schakel het product uit wanneer het niet in gebruik is. NL4 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) - Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken, anders dan degenen die aanbe- volen zijn door de fabrikant. - Je moet het apparaat opbergen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). - Niet doorboren of verbranden. - Weet dat de koelmiddelen mogelijk geurloos zijn. - Apparaat 9000 btu/h moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloer - oppervlak van meer dan 9 m. - Apparaat 8000 btu/h moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloer - oppervlak van meer dan 8 m -Apparaat 7000 btu/h moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloerop - pervlak van meer dan 7 m. - Het naleven van de nationale gasvoorschriften moet worden verzekerd. - Belemmer ventilatieopeningen niet - Het apparaat moet zo worden opgeslagen dat mechanische schade vermeden wordt. - Een waarschuwing dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de grootte overeenkomt met de ruimte die is gespeciceerd voor gebruik. - Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen in een koudemiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een gel- dig certicaat van een door de industrie geaccrediteerde beoordelingsautoriteit, die hun bevoegdheid om koelmidde- len veilig te behandelen in overeenstemming met een door de branche erkende beoordelingsspecicatie autoriseert. - Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel vereist is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen. Let op: Risico op brand / ontvlambare materialen (Alleen vereist voor R32/R290-apparaten) BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze handleiding zorgvul- dig door voordat je, je nieuwe luchtontvochtiger installeert of gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstige referentie. Uitleg van de symbolen die op het apparaat worden weergegeven (het apparaat gebruikt alleen R32/R290 koelmiddel): WAARSCHU- WING Dit symbool geeft aan dat dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat de kans op brand LET OP Dit symbool geeft aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. LET OP Dit symbool geeft aan dat servicepersoneel deze apparatuur moet hanteren met verwijzing naar de installatiehandleiding. LET OP Dit symbool duidt op de aanwezigheid van informatie, zoals de bedieningshandleiding of installatiehandleiding. p. 18
│Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel)
2. Het markeren van apparatuur met behulp van borden
Zie lokale voorschriften.
3. Afvoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen gebruikt. Zie
nationale voorschriften.
4. Opslag van apparatuur/apparaten
De apparatuur moet opgeslagen worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
5. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur De opslagpakket
beveiliging moet zodanig vervaardigt zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelvulling veroorzaakt. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door lokale voorschriften.
6. Informatie over onderhoud
1) Controles van het gebied
Alvorens met werkzaamheden aan systemen met brandbare koel- middelen te beginnen, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt. Voor herstellingen aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgs- maatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeem te starten.
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontro- leerde procedure om het risico op aanwezigheid van een ontvlambaar gas of damp terwijl het werk wordt uitgevoerd tot een minimum te herleiden.
3) Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werkzaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werken in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte zal worden afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn door het beheren van ontvlambaar materiaal.
4) Controleren op aanwezigheid van koelmiddel
Het gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om te verzekeren dat de monteur op de hoogte is van potentieel ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
5) Aanwezigheid van een brandblusser
Als er warm werk moet worden uitgevoerd op de koelapparatuur of daarmee samenhangende onderdelen, moet een geschikt brand- blusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een droog poeder of CO2 brandblusser naast het laadgebied.
6) Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsys- teem waarbij pijpwerk dat brandbaar koelmiddel bevat of bevatte wordt blootgesteld, moet alle ontstekingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico op een brand of ontplofng. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand gehouden worden van de plaats van installatie, herstelling, verwijdering en afvoer, gedurende dewelke mo- gelijk ontvlambaar koelmiddel kan worden vrijgegeven in de omliggen- de ruimte. Voordat het werk uitgevoerd wordt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gevaar op ontvlamming of ontstekingsrisico's zijn. Er worden ook Niet Roken borden geplaatst.
7) Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied buiten is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat het systeem wordt geopend of wanneer er sprake is van warm werk. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er ventilatie zijn. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur het uitwendig in de atmosfeer uitstoten.
8) Controles van de koelapparatuur
Als er elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten deze geschikt zijn voor het doel en de juiste specicatie hebben. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten steeds worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bij- stand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installa- ties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken: Dat de laadgrootte is in overeenstemming met de grootte van de ruim- te waarin de koelmiddel bevattende onderdelen geïnstalleerd zijn; Dat de ventilatieapparatuur en -uitlaten adequaat werken en niet belemmerd worden; Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; De marke- ring op de apparatuur is zichtbaar en leesbaar. Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; Koelleidingen of -onderdelen worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddel bevattende componenten kan aantasten, tenzij de compo- nenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze beschermd zijn tegen het zodanig gecorrodeerd worden.
9) Controles van elektrische apparaten
Herstelling en onderhoud van elektrische componenten omvat initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het naar tevredenheid afgehandeld werd. Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is om door te gaan, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden ge- meld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen hierover geadviseerd zijn. Initiële veiligheidscontroles omvatten: Dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen; NL6 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) Dat er geen elektrische componenten en bedrading waar spanning op zit worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of zuiveren van het systeem; Dat er continuïteit van aarding is.
7. Herstellingen aan verzegelde onderdelen
1) Tijdens herstellingen aan verzegelde onderdelen moeten
alle elektrische voorzieningen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat de verzegelde bedekkingen, enz. ver- wijderd worden. Als het absoluut nodig is om een elektrische voeding te hebben tijdens onderhoudswerkzaamheden, dan moet er zich een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt bevinden om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie.
2) In het bijzonder moet er aandacht worden besteed aan het
volgende om ervoor te zorgen dat door te werken aan elektrische onderdelen, de behuizing niet op zo'n manier wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau hierdoor beïnvloed wordt. Dit is inclusief schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, terminals die niet werden gemaakt volgens de oorspronkelijke specicatie, schade aan afdichtin- gen, foutieve aansluiting van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat veilig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig ver- slechterd zijn dat ze het binnendringen van ontvlambare atmosferen niet meer kunnen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten over- eenstemmen met de specicaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconen kit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekkagedetectie apparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan gewerkt wordt.
8. Herstellingen aan intrinsiek veilige onderdelen
Breng geen permanente inductieve of lastcapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de correcte notering hebben. Vervang onder- delen enkel met onderdelen die door de fabrikant gespeciceerd zijn Andere onderdelen kunnen ertoe leiden dat koelmiddel lekt en in de atmosfeer ontbrandt.
Ga na of de bekabeling niet onderhevig was aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige mili- eueffecten. Bij het controleren moet men ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
Er mogen in geen enkel geval potentiële ontstekingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddellekkages. Een halogenide fakkel (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.
11. Lekkage detectiemethodes
De volgende lekkage detectiemethodes worden aanvaard voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekkagedetectoren worden gebruikt voor het detecteren van ontvlam- bare koelmiddelen, maar mogelijk is de gevoeligheid niet toereikend of moet het opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte.) Verzeker je ervan dat de detector geen potentiële ontstekingsbron en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekkage detectieapparatuur zal worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmid- del en gekalibreerd worden volgens het gebruikte koelmiddel en het juiste percentage aan gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekkage detectievloeistoffen zijn geschikt om gebruikt te worden met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen dient echter te worden vermeden omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en dit het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is, wordt alle open vuur verwijderd/gedoofd. Als er lekkage van koelmiddel wordt vastgesteld waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem verwijderd of geïso- leerd worden (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het soldeerproces moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld.
12. Verwijdering en evacuatie
Bij het openen van het koelcircuit om herstellingen uit te voeren of voor welk doel dan ook, moeten conventionele procedures worden ge- bruikt. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt gevolgd, aangezien ontvlambaarheid steeds in overweging genomen moet worden. De volgende procedure moet worden nageleefd: Verwijder het koelmiddel; Zuiver het circuit met inert gas; Evacueer; Zuiver opnieuw met inert gas; Open het circuit door te snijden of te lassen. De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in de correcte recuperatie cilinders. Het systeem wordt gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Voor deze taak mag men geen gebruik maken van perslucht of zuurstof. Het spoelen moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en te blijven vullen tot men de werkdruk bereikt, vervolgens moet er in de atmosfeer worden ontlucht en tenslotte vacuümtrekken. Men moet dit proces blijven herhalen totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot de atmosferische druk om het werk mogelijk te maken. Deze bewerking is van vitaal belang als er aan het leidingwerk soldeer activiteiten moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie beschikbaar is.
Naast de normale laadprocedures moet men ook de volgende vereis- ten volgen. Verzeker je ervan dat er geen verontreiniging met verschillende koelmiddelen plaatsvindt als je laadapparatuur gebruikt. Slangen of NL7 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) leidingen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich erin bevindt tot een minimum te herleiden. Cilinders moeten rechtop worden bewaard. Verzeker je ervan dat het koelsysteem geaard is voordat je het sys- teem met koelmiddel vult. Plaats een label op het systeem als het opladen voltooid is (indien dit nog niet het geval is). De uiterste zorgvuldigheid is geboden om ervoor te zorgen dat het koelsysteem niet overvult wordt. Het systeem moet onder druk getest worden met OFN voordat het opnieuw wordt opgeladen. Na het vol- tooien van het opladen maar vóór de inbedrijfstelling moet het systeem worden getest op lekkage. Voor het verlaten van de site zal er nog een lektest uitgevoerd.
14. Buitengebruikstelling
Voordat men deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en de details ervan. Het is de aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig te recupe- reren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet men een monster van de olie en het koelmiddel nemen voor het geval er een analyse nodig is voor het teruggewonnen koelmiddel opnieuw kan worden gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt gestart. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker je hiervan voordat je de procedure probeert: Er is, indien nodig, uitrusting voor mechanische behandeling beschik- baar voor het hanteren van koelmiddelcilinders; Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt; Het herstelproces wordt te allen tijde gecontroleerd door een bevoegd persoon; Recuperatie apparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Draineer het koelmiddelsysteem indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat je het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kunt verwijderen. f) Verzeker je ervan dat de cilinder zich op de schalen bevindt voordat het herstel plaatsvindt. g) Start de herstel machine en werk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. h) Doe de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloeibare lading).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs
niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct gevuld werden en het proces voltooid is, moet je ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddel- lijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur afgesloten zijn. k) Gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsys- teem worden geladen tenzij dit gereinigd en gecontroleerd is.
De apparatuur moet een etiket krijgen met de vermelding dat het bui- tengebruik gesteld is en het koelmiddel geleegd werd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Verzeker je ervan dat er op de apparatuur etiketten aanwezig zijn met de melding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onder- houd of buitengebruikstelling, is de aanbevolen goede werkwijze het veilig verwijderen van alle koelmiddelen. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders moet men ervoor zorgen dat er alleen geschikte koelmiddel recuperatiecilinders worden gebruikt. Zorg ervoor er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor het houden van de totale systeemvulling. Alle cilinders die gebruikt gaan worden zijn bestemd voor het gerecupereerde koelmiddel en geëtiket- teerd voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het recupere- ren van koelmiddel). De cilinders moeten compleet en in goede staat zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen. Lege recuperatiecilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het recupereren plaatsvindt. De recuperatieapparatuur moet in goede staat zijn met een instructies aangaande de voorhanden zijnde apparatuur en moet geschikt zijn voor het recupereren van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moe- ten er gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn die in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppe- lingskoppelingen en in goede staat verkeren. Voordat je de recuperatie machine gebruikt moet je controleren of deze in goede staat, goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen afgedicht werden om ontvlamming te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant als je twijfelt. Het gerecupereerde koelmiddel wordt geretourneerd naar de leve- rancier van het koelmiddel in de correcte recuperatiecilinder en de relevante afvaltransportnota wordt geregeld. Meng geen koelmiddelen in recuperatie eenheden en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën verwijderd dienen te worden, moet je jezelf ervan verzekeren dat ze geëvacueerd zijn tot een aanvaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor geretourneerd wordt naar de leveranciers. Er mag alleen elektrische verwarming gebruikt worden op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier gebeuren. Opmerking over geuoreerde gassen - Geuoreerde broeikasgassen worden bewaard in hermetisch afgesloten apparatuur. Voor specieke informatie over de soort, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in tonnen van het geuoreerde broeikasgas (bij sommige modellen), raadpleeg je best het relevante etiket op het apparaat zelf. - Installatie, service, onderhoud en repara- tie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde monteur. - Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde monteur. NL8 │Voorbereiding Onderste luchtinlaat Bedieningspaneel paneel zwenkwiel voorkant achterkant Opvangbak afvoeruitlaat horizontale jaloezie bedieningshendel (handmatig aanpassen) OPMERKING: PHA kan niet worden aangepast. verticale jaloezie bedieningshendel (handmatig aanpassen) OPMERKING: PHA kan niet worden aangepast. luchtuitlaat Afvoer uitlaat Bovenste luchtinlaat Luchtlter (achter het rooster) Handvat (beide zijden) NL9 │Installatie Je installatieplaats moet aan de volgende vereisten voldoen - Zorg ervoor dat je het apparaat op een vlak oppervlak installeert om lawaai en trillingen tot een minimum te herleiden. - Het apparaat moet geïnstalleerd worden in de nabijheid van een geaarde stekker en de opvangbak afvoer (aan de achterkant van het apparaat) moet toegankelijk zijn. - Het apparaat moet zich op minstens 30 cm (12") van de dichtstbijzijnde muur bevinden om een goede airconditioning te verzekeren. - Dek de aansluitingen, uitgangen of afstandsbediening signaalontvanger van het apparaat NIET af, omdat dit schade aan het apparaat kan veroor- zaken. Aanbevolen Installatie OPMERKING: Alle illustraties in de handleiding zijn uitsluitend bedoeld als referentie Je apparaat kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. Het apparaat kan worden bediend via enkel het bedieningspaneel van het apparaat of met de afstandsbediening. Deze handleiding bevat geen Afstandsbediening Werking, zie de <<Afstandsbediening illustratie>> die bij het apparaat werd bijge- sloten voor meer informatie. Wanneer er grote verschillen zijn tussen de “HANDLEIDING” en “Afstandsbedie- ning Illustratie” voor de functie omschrijving, zal de omschrijving in de “HANDLEI- DING” heersen. Benodigd gereedschap - Middelgrote kruiskopschroevendraaier; - Meetlint of liniaal; -Mes of schaar; -Zaag (optioneel, om de raamadapter in te korten voor smalle ramen). Accessoires Controleer de grootte van je raam en kies de raam pasvorm schuifregelaar.
NL10 │Installatie Onderdeel Beschrijving Aantal Onderdeel Beschrijving Aantal Apparaat adapter 1 st Bout 1 st Uitlaatslang 1 st Beveiligingsbeugel en schroef 1 setjes Raam schuifregelaar adapter 1 st Afvoerslang 1 st Muur uitlaat adapter A (enkel voor wandinstallatie) 1 st Schuimstof dichting C (Niet- Kle- vend) 1 st Muur uitlaat adapter B(met dop) (enkel voor wandinstallatie) 1 st Schuimstof dichting A (Klevend) 2 st Schroef en anker (enkel voor wandinstallatie) 4 setjes Schuimstof dichting B (Klevend) 2 st Raam schuifregelaar A 1 st Afstandsbediening en Batterij 1 setjes Raam schuifregelaar B 1 st OPMERKING: Items met * zijn optioneel. Het ontwerp kan lichtjes variëren. Raam Installatie Kit Stap Een: Voorbereiden van de montage van de Uitlaatslang. Druk de uitlaats- lang in de raamschuif adapter en eenheid adapter, klem automatisch door de elastische gespen van de adapters. UitlaatslangUitlaatslang samenstelDuw inApparaat adapterRaam schuifregelaar adapter Stap Twee: Installeer het uitlaatslang samenstel op het apparaat Druk de uitlaats- lang in de luchtuitlaat opening van het apparaat in de richting van de pijl. Stap Drie: De verstelbare raam schuifregelaar voorbereiden
1. Afhankelijk van de grootte van je raam, pas je de raam schuifregelaar
2. Als er twee raam schuifregelaars vereist zijn omwille de lengte van het
raam, gebruik je de bout om de raam schuifregelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld.
3. Voor sommige modellen, als de lengte van het raam drie raam schuifre-
gelaars vereist (optioneel), gebruik je twee bouten om de raam schuifre- gelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld. Bout Raam schuifrege laar ARaam schuifrege laar B NL11 │Installatie Opmerking: Nadat de uitlaatslang en verstelbare raam schuif- regelaar voorbereid zijn, kun je kiezen uit een van de volgen- de installatiemethodes. Type 1: Uitzetraam of schuifraam installatie (optioneel) Schuimstof dichting B(Klevend type-korter)Schuimstof dichting A(Klevend type)Schuimstof dichting A(Klevend type) Schuimstof dichting B(Klevend type-korter)
1. Snij de klevende schuimstof dichting A en B op de juiste
lengte en bevestig ze op de raamlijst en het frame zoals getoond. Raam schuifregelaar B(indien nodig)Raam schuifregelaar B(indien nodig)Raam schuifregelaar ARaam schuifregelaar A
2. Plaats het raam schuifregelaar samenstel in de raamope-
ning Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)
3. Snij de niet-klevende schuimstof dichting C-strip op de
breedte van het venster Plaats de dichting tussen het glas en het raamkozijn om te voorkomen dat er lucht en insecten in de kamer kunnen komen. BeveiligingsbeugelBeveiligings-beugel2 schroeven2 schroeven
4. Indien gewenst kun je de beveiligingsbeugel installeren met
2 schroeven, zoals afgebeeld
5. Plaats de raam schuifregelaar adapter in het gat van de
raam schuifregelaar. Type 2: Wandinstallatie (optioneel)
1. Maak een gat van 125mm (4,9 inch) in de wand voor de
muur uitlaat adapter B. 2. Bevestig de muur uitlaat adapter B aan de muur met behulp van de vier ankers en schroeven die meegeleverd werden in de kit. 3. Sluit het uitlaatslang samenstel (met muur uitlaat adapter A) aan op de muur uitlaat adapter B. Uitzetankerpositie Opmerking: Sluit het gat af met de adapter dop als het niet gebruikt wordt. Muur uitlaat adapter BAdapter dopmax 120cm of 47 inchmin 30cm of 12 inch Opmerking: Om een goede werking te verzekeren mag de slang NIET worden overstrekt of gebogen Zorg ervoor dat er zich geen obstakel rond de luchtuitlaat van de uitlaatslang bevindt (in het bereik van 500 mm) zodat het uitlaatsysteem naar behoren kan werken. Alle illustraties in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld ter referentie Je airconditioner kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. NL12 │Werking Bedieningspaneel OPMERKING: Het door jou aangekocht apparaat, kan er als volgt uitzien: NL13 │Werking Mode-toets Selecteert de geschikte bedieningsmodus. Elke keer dat u op de toets drukt, wordt een modus ge- selecteerd in een reeks die loopt van COOL, FAN, en DRY. Het modusindicatielichtje licht op onder de verschillende modusinstellingen. OPMERKING: Bij de bovenstaande modi, bedient het apparaat de ventilatorsnelheid automatisch. De ventilatorsnelheid kan alleen worden ingesteld met de afstandsbediening in de COOL en FAN-modi. Omhoog (+) en Omlaag (-) toetsen Gebruikt om de temperatuurinstellingen aan te pas- sen (verhogen/verlagen) in stappen van 1°C/2°F (of 1°F) van 17°C/62°F tot 30°C/88°F (of 86°F). OPMERKING: De besturing kan de temperatuur weergeven in Fahrenheit of Celsius. Als je van de ene naar de andere wilt overgaan, hou je de omhoog en omlaag toetsen tegelijkertijd ingedrukt gedurende 3 seconden. Aan/Uit-knop Stroomschakelaar aan/uit. Power contro-lelampjeTimermodus indicatielampje (alleen ingesteld via de afstandsbediening) LED-display Toont in cool modus de ingestelde tempe- ratuur. In de DRY en FAN-modi toont het de kamertemperatuur. Toont foutcodes: E1- kamertemperatuursensor fout E2- Ver- damper temperatuursensor fout. E4- Dis- playpaneel communicatiefout EC-Koelmid- del lekkagedetectie storing (op sommige modellen). Toont de beveiligingscode: P1-Opvangbak is vol-- Sluit de afvoerslang aan en laat het opgevangen water weglo- pen. Als de beveiliging zich blijft voordoen, bel dan voor service. Opmerking: Als er zich een van de boven- staande storingen voordoet, schakel je het apparaat uit en controleer je op eventuele belemmeringen Herstart het apparaat, als de storing nog steeds aanwezig is, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Contacteer de fabrikant of zijn service vertegenwoordigers of een soortge- lijk gekwaliceerd persoon voor onderhoud. Uitlaatslang installatie: De uitlaatslang en adapter moeten worden geïnstalleerd of verwijderd volgens de gebruiksmodus. Voor COOL-modus moet de uitlaatslang geïnstalleerd worden. Voor de FAN of DRY modus moet de uitlaatslang verwijderd worden. Bedieningsinstructies COOL-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "COOL" indicatielicht- je oplicht. - Druk op de ADJUST-toetsen "+" of "-" om je gewenste kamertemperatuur te kiezen De temperatuur kan inge- steld worden tussen 17°C~30°C/62°F~88°F (of 86°F). - Druk op de "FAN SPEED"-toets op de afstandsbedie- ning om de ventilatorsnelheid te kiezen. DRY-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "DRY" indicatielichtje gaat branden. - In deze modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecteren en ook de temperatuur niet aanpassen De ventilatormotor werkt op LAAG snelheid. - Hou ramen en deuren gesloten voor het beste ont- vochtigingseffect - Plaats de leiding niet in het raam. FAN-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "FAN " indicatielichtje gaat branden. - Druk op de "FAN SPEED"-toets op de afstandsbedie- ning om de ventilatorsnelheid te kiezen. De tempera- tuur kan niet worden aangepast. - Plaats de leiding niet in het raam. NL14 │Werking Andere functies SLEEP/ECO-werking Deze functie kan ALLEEN worden geactiveerd via de afstands- bediening. Om de SLEEP functie te activeren, wordt de inge- stelde temperatuur binnen 30 minuten met 1°C/2°F (of 1°F) verhoogd. De temperatuur zal dan toenemen met nog eens 1°C /2°F (of 1°F) na nog eens 30 minuten. Deze nieuwe tempera- tuur wordt 7 uur aangehouden voordat hij terugkeert naar de oorspronkelijk geselecteerde temperatuur. Hiermee wordt de Sleep modus beëindigd en blijft het apparaat werken zoals het oorspronkelijk geprogrammeerd werd. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. FOLLOW ME/TEMP SENSING functie (optioneel) OPMERKING: Deze functie kan ALLEEN worden geactiveerd via de afstandsbediening. De afstandsbediening werkt als een thermostaat op afstand en zorgt voor een precieze tempera- tuurregeling op zijn locatie Follow Me/Temp Sensing-functie te activeren, richt je de afstandsbediening naar het apparaat en druk je op de Follow Me/Temp Sensing-toets. De afstandsbedie- ning blijft dit signaal naar de airconditioner verzenden totdat er opnieuw op de Follow Me/Temp Sensing-toets wordt gedrukt Als het apparaat geen Follow Me/Temp Sensing-signaal ontvangt tijdens een interval van 7 minuten, sluit het apparaat de Follow Me/Temp Sensing-modus af. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. AUTO-HERSTART (op sommige modellen) Als het apparaat onverwachts stopt omwille van een stroomon- derbreking, wordt het automatisch herstart met de vorige func- tie-instelling als er opnieuw stroom is.
LUCHTSTROOM RICHTING AANPASSING
Pas de luchtstroom richting handmatig aan: De jaloezie kan handmatig worden ingesteld op de gewenste positie. -Plaats geen zware voorwerpen of andere lasten op de jaloezie, omdat dit het apparaat kan beschadigen. - Zorg ervoor dat de jaloezie volledig geopend is tijdens het verwarmen. - Hou tijdens het gebruik de jaloezie volledig open. WACHT 3 MINUTEN VOOR HET HERVATTEN VAN DE WER- KING Nadat het apparaat stopte, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw gestart. Dit dient om het apparaat te beschermen. De werking start automatisch na 3 minuten. Afvoer van water - Verwijder tijdens ontvochtigen de aftapplug aan de achter- kant van het apparaat, installeer de afvoer aansluiting (5/8 "universele vrouwelijke afsluitklem) met 3/4" slang (lokaal aan te kopen). Voor de modellen zonder afvoeraansluiting, bevestig je gewoon de afvoerslang op het gat. Plaats het open uiteinde van de slang recht boven het afvoergebied in je kelder. Doorlopende afvoerslang Verwijder de aftapplug OPMERKING: Zorg ervoor dat de slang veilig is, zodat er geen lekken optreden. Richt de slang in de richting van de afvoer, zorg ervoor dat er geen kronkels zijn in de slang die het water doen stoppen met vloeien. Leg het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang waterpas of recht naar beneden loopt om het water vlotjes te laten stromen. Als de doorlopende afvoerslang niet wordt gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de aftapplug en de knop stevig geïnstalleerd zijn om lekkage te voorkomen. - Als het waterniveau van de opvangbak een vooraf bepaald niveau bereikt, piept het apparaat 8 keer, het digitale display toont "P1". Op dit moment stopt het airconditioning/ontvochti- gen proces onmiddellijk. De ventilatormotor blijft echter wer- ken (dit is normaal). Verplaats het apparaat voorzichtig naar een afvoerlocatie, verwijder de onderste aftapplug en laat het water weglopen. - Plaats de onderste aftapplug terug en herstart het apparaat totdat het "P1" - symbool verdwijnt Als de fout zich blijft voordoen, bel je voor service. OPMERKING: Zorg ervoor dat je de onderste aftapplug op- nieuw installeert voordat je het apparaat gebruikt om lekkage te voorkomen. NL15 │Onderhoud WAARSCHUWING - Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor het reini- gen of onderhoud. - Gebruik GEEN ontvlambare vloeistoffen of chemicaliën om het apparaat te reinigen -Was het apparaat NIET onder stromend water. Dit zorgt voor elektrische geva- ren - Gebruik de machine NIET als het netsnoer tijdens het reinigen beschadigd werd. Een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door een nieuw snoer van de fabrikant Reinig de luchtlter Luchtlter (uithalen)Verwijder de luchtlter LET OP Gebruik het apparaat NIET zonder lter, omdat vuil en pluisjes het apparaat zullen verstoppen en de prestaties verminderen Onderhoudstips - Zorg ervoor dat je de luchtlter elke 2 weken reinigt voor optimale prestaties. -De water opvangbak moet onmiddellijk worden leeggemaakt nadat de P1-fout zich voordeed en vóór het opbergen om schimmel te voorkomen. - In huishoudens met dieren moet je het rooster peri- odiek afvegen om een verstopte luchtstroming door dierlijk haar te voorkomen. Het apparaat reinigen Reinig het apparaat met een vochtige, pluisvrije doek en een mild reinigingsmiddel. Droog het apparaat met een droge, pluisvrije doek. Berg het apparaat op als het niet gebruikt wordt - Laat de water opvangbak van het apparaat leeglopen volgens de instructies in de volgende sectie. - Laat het apparaat gedurende 12 uur draaien in een warme kamer in de FAN-modus om schimmel te voor- komen. - Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. - Reinig de luchtlter volgens de instructies in de vorige sectie. Installeer de schone, droge lter opnieuw voor- dat je het opbergt. - Haal de batterijen uit de afstandsbediening. Berg het apparaat op, op een koele, donkere plaats. Blootstel- ling aan direct zonlicht of extreme hitte kan de levensduur van het apparaat verkorten. OPMERKING: De kast en de voorkant kunnen worden afgestoft met een olievrije doek of gewassen worden met een doek die bevochtigd werd met een oplossing van warm water en een mild vloeibaar afwasmiddel. Spoel grondig af en wrijf droog. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen, was of boenmiddel op de voorkant van de kast. Zorg ervoor dat je overtollig water uit de doek wringt voordat je de bedieningsele- menten schoonveegt. Overtollig water in of rond de bedieningselementen kan het apparaat beschadigen. NL16 │Foutdiagnose Controleer de machine aan de hand van de onderstaande tabel voordat je om onderhoud vraagt: Probleem Mogelijke Oorzaak Probleemoplossing Het apparaat gaat niet aan wanneer op de AAN/UIT-toets gedrukt wordt P1 Foutcode De water opvangbak is vol. Schakel het apparaat uit, laat het water uit de water opvangbak wegvloeien en herstart het apparaat. In de COOL-modus: de kamertempera- tuur is lager dan de ingestelde tempe- ratuur Stel de temperatuur opnieuw in Het apparaat koelt niet goed De luchtlter is verstopt met stof of dierenhaar Schakel het apparaat uit en reinig de lter volgens de instructies De uitlaatslang is niet aangesloten of is verstopt Schakel het apparaat uit, ontkoppel de slang, controleer op verstopping en sluit de slang opnieuw aan Het apparaat heeft een tekort aan koelmiddel Bel een servicemonteur om het appa- raat te inspecteren en koelmiddel bij te vullen De temperatuurinstelling is te hoog Verlaag de ingestelde temperatuur De ramen en deuren in de kamer staan open Zorg ervoor dat alle ramen en deuren dicht zijn De kamer is te groot Controleer het koelgebied nogmaals Er zijn warmtebronnen in de kamer Verwijder de warmtebronnen indien mogelijk Het apparaat maakt veel lawaai en trilt te veel De grond is niet vlak Plaats het apparaat op een vlak, water- pas oppervlak De luchtlter is verstopt met stof of dierenhaar Schakel het apparaat uit en reinig de lter volgens de instructies Het apparaat maakt een gorgelend geluid Dit geluid wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel in het apparaat Dit is normaal NL17 │Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen Ontwerp Aantekening Het ontwerp en de specicaties kunnen gewijzigd worden zonder voorafgaandelijke kennisgeving omwille van productverbete- ring. Raadpleeg het verkoop agentschap of de fabrikant voor details. Elke update aan de handleiding zal geüpload worden op de servicewebsite, kijk alstublieft hierop voor de nieuwste versie. Energieclassicatie Informatie De energieclassicatie voor dit apparaat is gebaseerd op een installatie met een niet-verlengde afvoerleiding zonder raam schui- fregelaar adapter of muur uitlaat adapter A (zoals weergegeven in de sectie Installatie van deze handleiding). Tegelijkertijd moet het apparaat in de COOL MODUS en aan HOGE VENTILATORSNELHEID werken via de afstandsbediening. Apparaat Temperatuurbereik Modus Temperatuurbereik Cool 17-35°C (62-95°F) Dry 13-35°C (55-95°F) Heat (pomp verwar- mingsmodus) 5-30°C (41-86°F) Heat (elektrische verwar- mingsmodus) ≤ 30°C (86°F) NL18 │Sociale Opmerking Bij gebruik van dit apparaat in Europese landen moet de volgende informatie worden gevolgd: VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd stedelijk afval. Het afzonderlijk inzamelen van dit soort afval voor speciale behandeling is noodzakelijk. Het is verboden om dit toestel weg te gooien met het huishoudelijk afval. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het verwijderen ervan: A) De stad heeft inzamelsystemen ingesteld waar elektronisch afval gratis door de gebruiker kan worden afgevoerd. B) Als u een nieuw product koopt zal de winkelier het oude product gratis terugnemen. C) De fabrikant zal het oude toestel gratis terugnemen voor verwijdering ervan. D) Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten kunnen ze verkocht worden aan schroothandelaars. Het zomaar weggooien van afval in bossen en Velden brengt uw gezondheid in gevaar omdat gevaarlijke stoffen in het grondwa- ter kunnen lekken en zo hun weg naar de voedselketen vinden.
SimpelGids